HET MEDIUMSCHAP IN HET OUDE EGYPTE.
DE
ONSTERFELIJKHEID VAN DE ZIEL.
Ons credo is in enkele korté zinnen samen te vatten:
Wij aanvaarden op logische gronden
dat de ziel na de stoffelijke dood als een astrale
persoonlijkheid voortleeft en dan begaafd blijft met alle vermogens, die zij zich
tijdens haar leven op Aarde eigen maakte.
Wij aanvaarden dat de ziel in contact wil
blijven met het stoffelijke bestaan, of zij zich nu op de duistere werelden dan wel
op die van het licht heeft afgestemd. De demon wenst dit, omdat het contact met de
aardse persoonlijkheid hem weer verzekert van de genietingen die hij in zijn hellebestaan
moet ontberen. De hemeling daarentegen zoekt zich met het leven van Moeder Aarde
te verbinden, om dit te dienen en te verrijken met de wijsheid die hij in Gods heilige
oorden mocht opdoen.
Beide persoonlijkheden moeten zich voor dit contact bedienen
van individuen die door hun karaktereigenschappen met hen overeenstemmen. Ons aanvaarden
van dit alles is niet nieuw of revolutionair, het is daarentegen zo oud als de wereld.
Al in het grijze verleden handelde de massa naar deze opvattingen. Duizenden en duizenden
jaren voor Christus ze door zijn glorierijk Leven en Woord bevestigde, poogden Chinese
priesters hun kennis en mogelijkheden al te vermeerderen door de kluisters van het
lichaam te verbreken en als zelfstandige, bewuste zielen het leven na de dood te
verkennen. Zij brachten hun ervaringen over naar Egypte dat mede hierdoor eeuwige
wijsheid ontving.
Ook de bijbel getuigt herhaaldelijk dat de Profeten instrumenten
waren Van het geestelijke, het hogere, astrale denken. Het ganse Oosten is occult
ingesteld en bracht heiligen voort die door hun verlangen naar de oneindige kennis
tot ingewijden werden. De miljoenen die uit en door de astrale wijsheid leven, vinden
hun overtuiging nog bevestigd door de onderzoekingen van die befaamde parapsychologen
die ruiterlijk erkennen dat door sommige media voortgebrachte verschijnselen bovennatuurlijk
zijn. Wij schrijven "sommige ", want de keerzijde van deze schone medaille is, dat
duizenden onverlaten zich aan de geestelijke gaven vergrepen en daardoor het reine
bezit van anderen bezoedelden. Het occultisme, waardoor in de eeuwen hemel en Aarde
verbonden werden, is een lucratief bedrijf geworden in de handen van gewetenloze
sujetten, die God en Christus, de hemelen en uw geliefden tot koopwaar, maakten Terwijl
men, om zich als arts of advocaat te kunnen vestigen, een academische graad, nodig
heeft, kan Jan en alleman zich ongestraft uitroepen tot bemiddelaar tussen het stoffelijke
en astrale bestaan.
Men zegt of laat zeggen dat men met de "helm" op geboren is,
men kreunt en kwijlt en men is in deze verlichte eeuw een "medium", een ingewijde!
Tegen de vuige praktijken van deze bewuste of onbewuste bedriegers zullen wij moeten
strijden en dat zal pas kunnen worden. beëindigd wanneer ook op dit belangrijke terrein
van het leven gezonde, ordelijke toestanden heersen. Aan verpletterend zware eisen
moet een mens kunnen voldoen wanneer hij het voertuig wil en kan zijn van hemelingen.
Een overtuigend voorbeeld hiervan is het mediumschap in het Oude Egypte - een geschiedenis
zo verheven en tegelijk zo dramatisch, dat iedereen, die het occultisme waarachtig,
met andere woorden: Geestelijk wil beleven, er gewaarschuwd en verrijkt door zal
zijn!
In Aanraking met de Oneindigheid.
Lang niet elke priester van de Egyptische
Tempel was een instrument dat door de astrale bezieling bespeeld kon woorden. Om
haar wijsheid in de volkomen graad te kunnen doorgeven had hij immers de psychische
trance nodig -de verheven toestand, waarin hij de occulte wetten van het lichaam
zo volledig overheerste dat hij door de schijndood vrij het astrale leven kon binnentreden.
Eén op duizenden priester beantwoordde aan deze onbarmhartige eis, één slechts van
al die geleerde en beproefde mannen bezat de concentratie, de overgave, de kracht
om deze schijnbare onmogelijkheid tot stand te brengen.
Levens waren er voor nodig,
door waanzin, ziekte en dood moest hij gaan, voordat het lichaam zich liet overheersen
en de ziel bekwaam ge noeg was om zich in het geweld van de astrale werelden te handhaven
en daar te reageren. Nu eens bezweek zijn stoffelijk organisme onder de gewelddadige
druk van de wil, dan weer voerde één enkele nog onvolkomen eigenschap hem tot het
begerige duistere ik, hetgeen met bezetenheid of dood werd afgestraft. Was de opleiding
van de gewone tempeldienaar al buitengemeen zwaar, onmenselijk was ze voor de uitverkorene.
De media van onze dagen, die zich blijkens hun openbaar optreden hiertoe bescheiden
rekenen, zullen er goed aan doen deze opleiding eens met de hunne te vergelijken
en als er nog een greintje fatsoen in hen is zullen ze zonder één woord in het duister
verdwijnen.
De hogepriesters van de Tempel waren al voor de geboorte van het instrument
door de Meesters uit het leven na de dood van zijn komst op de hoogte gesteld. Tijdens
de dracht in de moeder, stel den zij zich op het innerlijke leven van de gevleugelde
in om te bereiken dat de stoffelijke organen de astrale sensitiviteit niet zouden
aantasten. Al in zijn jongste jaren bewees het kind zijn hogere zending door de meest
wonderbaarlijke verschijnselen tot stand te brengen. Zeven jaar oud werd het tot
de Tempel toegelaten en begon zijn inwijding. Het werd door zijn eermeesters dag
en nacht gevolgd, zonder dat het in zijn toewijding één seconde mocht verzwakken
of er volgde straf. Onafgebroken werd er geschaafd aan zijn karaktereigenschappen
en werden leed en zorg opgelegd om zijn wil en zelfbeheersing te verstevigen. Zijn
concentratie voerde men door geraffineerde proefnemingen zo hoog op dat de leerling
in staat was het wildste dier door één blik aan zich ondergeschikt te maken.
Nu werd
hem geleerd, hoe hij zijn ziel kon losmaken van het lichaam, zonder dat dit instortte.
Deze splitsing van persoonlijkheid werd eerst na jaren van gruwzame inspanning bereikt.
Het doorliep alle graden van de slaap, tot de schijndood beleefd en overwonnen werd.
Nu eerst was de hoogste gave in zijn bezit, de psychische trance, die hem tot een
Koninklijke vogel van de ruimte maakte, gereed om alle werelden Gods te bevliegen.
Intussen moest hij zijn kunnen bewijzen in toestanden, die menigeen thans barbaars
zou noemen, maar die de occultisten van het oude Egypte voor de vorming van de gezegende
beslist noodzakelijk achtten. Onze Gevleugelden kunnen het echter wel zonder, hetgeen
in de eeuwen niet mogelijk was, presenteren deze reuzen in een handomdraai!
Duizenden,
edele, naar God strevende mannen bloedden stoffelijk en geestelijk leeg in de wurgende
strijd om het volstrekte mediumschap, ze werden mishandeld en gedood door de wetten,
die tot een andere orde, een andere dimensie behoren en ongenaakbaar, ja wreed zijn
jegens de onbewuste mens, die hen aarzelend, minachtend, speels denkt te kunnen overheersen.
Maar toen zij dan na onnoemelijk leed triomfeerden en als eindig stofmens de oneindigheid
van de Goden in hun bezit kregen, waren zij ook in staat de achtergebleven priesters
universele schatten in de handen te leggen.
Boosaardigheid en verval.
De media van
onze dagen kunnen nu uit deze dramatische belevenissen eens en voorgoed weten, dat
hun drijven zonder zo'n inwijding nimmer tot een zegevierend einde kan voeren.
De
Egyptische occultisten brachten onsterfelijke wijsheid, doordat zij het gave contact
bezaten, met andere woorden: Wie zegt met de astrale wereld in verbinding te zijn
en desondanks geen bovennatuurlijke wijsheid ontvangt, liegt of bedriegt zichzelf.
Ook deze harde, maar rechtvaardige wet bewees het oude Egypte, want toen de priesters
niet langer tot de hoge inzet bereid waren en tot boosaardigheid vervielen, stroomde
er geen wijsheid meer naar de tempels. De kanalen waren vergiftigd en met stank gevuld.
De geschiedenis herhaalt zich, hetgeen vroeger gold, bestaat ook nu. Zónder geestelijke
gaven, zónder inwijding laat de psychische trance zich niet winnen en blijft het
kosmisch bewustzijn uit. Zo was het in de oudste tijden en zo is het nu. Gods wetten
blijven zichzelf gelijk. Wat moet er aan de les uit het oude Egypte nog worden toegevoegd?
Beseffen de charlatans van onze tijd nu dat zij met hun onbekwame, smoezelige handen
af moeten blijven van de heilige gaven, die de reine mens met Zijn Schepper en Diens
volmaakte Zoon, met de sferen van lichten onze geliefden daar kunnen verbinden?
Dringt
het nu tot hun verwarde breinen door dat hun stuntelig gedoe niets, maar dan ook
niets met de zekerheid van de psychische trance heeft uit te staan en dat zij onmetelijke
fouten maken door desondanks voort te gaan met ,hun Goddelijke Vader en Zijn hemelingen
als weifelende, stumperige slaven te verkopen?
Talrijk zijn thans de media, de genezers,
de schilders en ook de uitpluizers van Jozefs boeken. Velen van hen hebben 'verbinding',
contact met astrale Meesters of zien in vorige levens. Velen kennen ook hun tweelingziel.
Bewijs na bewijs wordt ons getoond en opgedrongen. Steeds verklaart men ons, hoe
nabij men was aan Jozef, nadrukkelijke boodschappen worden ons ter hand gesteld.
Ja...ja...het is altijd hoog, belangrijk en zeer voornaam. Meesters uit de vijfde
sfeer lopen in en uit. Machtige geestelijke belevenissen houden de mens weg van het
dagelijks werk en plicht. Zelden komt het voor dat de tweelingziel, de eigen man
of vrouw is. Meestal is het een ander...en dan vallen er stukken en brokken. In vorige
levens was men meestal ook zelf zéér belangrijk op z'n minst van adel, of een prins
of prinses, ook het priesterschap ligt sterk op de voorgrond. Enthousiast kan men
zichzelf ophemelen, kietelen en speels bezighouden, afgeleid van de eigenlijke taak
in het leven. Al te graag wil de mens zich ontwikkelen tot een of andere geestelijke
beroemdheid. Wat van dit alles is echter waar?
Wij wagen voor onszelf veel van dit
alles met de bekende korrel zout te nemen. Veroordelen past ons niet, beoordelen
echter wel. Jozef zei ervan: 'Let vooral op wat er komt en kijk goed uit. Als het
werkelijk zo echt en hoog bewust is, dan zijn de resultaten feilloos, de bewijzen
onweerlegbaar. Gene Zijde volgt één plan, één opdracht van uit één Centraal Punt
geleid. Daarin valt niets te doorkruisen, niets nog eens dunnetjes over te doen of
te herhalen. Christus komt niet weer als stoffelijk mens op Aarde.'
Jozef, noch zijn
directe Meesters zitten bij wie dan ook aan in seances. De taak van Jozef is af,
compleet en afgerond is zijn werk op Aarde gebracht. Wij bezitten de boeken ......
en DAT IS ALLES~~ Gene Zijde zendt thans geen andere boodschappen die de machtige
kern van dit 'bloed, zweet en tranen' werk ontluisteren, ontkrachten of in twijfel
doen trekken.
Waar dit wel gebeurt, daar heeft u te maken met regelrechte afbraak.
Dat kan niet dat is onlogisch en laag bij de grond, ook al zijn de woorden nog zo
heilig.
Genezers, goed en prachtig, als het waar is des te beter. Maar dan is het
te zien en te voelen dat het u in korte tijd ook echt beter gaat of het wordt u van
tevoren meegedeeld. Tweelingzielen wel, wel liefde van de allerhoogste plank voert
u niet in het bed van een ander. Scheid uit met dat geklets in de ruimte en erken
dat er nog iets van hartstocht in u leeft en dat is, heel wat minder schandelijk.
Als het echt waar zou zijn, dan is er geduld en liefdevol begrippen wordt het ene
leven niet tegen het andere uitgespeeld. Zwijgen is dan nummer één. Zwijgend afwachten
en degene waarmee je nu leeft behandelen als tweelingziel. Ach, dat mooie begrip
moet verdiend worden. Laten wij ons niets wijsmaken, dat is voor later. Véél later,
eigenlijk pas voor achter de kist.
Ja, waarom trekken wij zo van leer? Waarom zo
fel? Omdat wij de bewijzen steeds weer zien.
De mens wil per raket, geestelijk geluk
en geestelijke hoogte beleven, belangrijk zijn ook, wie wil dit niet? Maar vele stappen
worden zo overgeslagen. Wij zouden het niet weten, indien wij niet geleerd hadden
te letten op de uitingen op de verschijnselen.
Zeggen wij eigenlijk iets nieuws?
Staat dit alles ook niet reeds in de boeken hoorde u het niet op de lezingen? Ach,
lieve mensen, wat zijn wij aan het doen?
Wees gerust hoor, als u meent dat wij u
iets afnemen, want dan ziet u het verkeerd. Wij wijzen u slechts op de ECHTE wetenschap,
op de boeken. Wij nemen u niets af integendeel. Wij willen dit werk niet bezoedelen
door allerlei eigenbelang, eigen denken, door waanideeën. De Meesters zeggen...is
voor ons altijd weer het enige...en dan staan wij toch weer voor Jozef. Dáár omheen
zal niemand ooit meer kunnen. Jammer voor ons. Hij was ons, zoals hij het zelf eens
zei net vóór. Op eigen houtje behoeven wij niets meer te ondernemen. Boven hem, boven
de Meesters komen wij toch niet uit. Met persoonsverheerlijking heeft dit niets te
maken. Wij moeten het toch allemaal zelf doen...beleven en doorleven. Pas als wij
dat echt willen dan worden wij eenvoudiger en kunnen wij inderdaad geholpen worden
indien daarvoor echt aanleiding is. Dat zelf te zoeken is niet eens nodig. Werken
en bidden is voldoende.
En ja, dan is er naast Jozefs boeken nog heel veel goeds
op de wereld te koop. Zeer waardevol. Eigenlijk is er iets voor elke graad...voor
ieder gevoel. Evenals de gulle rijkdom van het leven is Gene Zijde niet zuinig, niet
gierig en beperkt. Overvloedig en rijk komt het van alle kanten tot de mens. Wij
zijn daar evenals u dankbaar voor. Onze taak echter omvat het hoogste, de boeken
van Jozef Rulof. Al dat andere, hoe goed ook valt daar buiten. Dat doen anderen wel.
Handen vol aan dit ene aan dit hoogste waarvan ons gevoel steeds weer zegt heel aards
en menselijk, maar toch een beetje voornaam dankbaar: 'Bloemen voor die man.
Waarvan
wij dan in het klein ook een kwekerijtje willen beginnen........
P. L. H.
DE
PIRAMIDE VAN GIZEH.
,,Uit steen zou de Goddelijke Mens worden gebouwd Maar niet alleen
stoffelijk" doch tevens geestelijk en Goddelijk.
Dit bouwwerk zou de Christus vertegenwoordigen
als het volmaakte Goddelijke wezen. Daarin zou niet alleen worden neergelegd het
leven dat de Goddelijke Mens op de planeet Aarde zou beleven doch tevens het eeuwige
leven en de Goddelijke afstemming. Zo moest dat gebouw worden opgetrokken. Dus in
de eerste plaats om de komst van de Christus te verkondigen ten tweede, om Zijn Heilig
leven daarin neer te leggen en ten derde zou de mensheid iets bezitten; waaraan het
bestaan van de Aarde vast ligt. De priesters stonden onder leiding van bekwame geesten
en allen waren voor hun taak berekend Zij ontvingen de inspiratie de mededelingen
dus van deze Zijde en de geleerden moesten voor de bouwen het toezicht zorgdragen.
De hogepriesters echter ontvingen het geheel in de symbolische betekenis, de geleerden
de stoffelijke betekenis. Ik weet, dat er vijfentwintig mensen aan de piramide hebben
gewerkt en dit goddelijke gebeuren tot stand hebben gebracht.
Toen zij al hun berichten
hadden ontvangen, werd begonnen met bouwen. Aan deze Zijde waakte men over het geheel
en op Aarde luisterde men naar hun bevelen. Fouten zijn er dus in dit machtige bouwwerk
niet gemaakt. In dit bouwwerk lag, zoals ik reeds zei, in de eerste plaats vast
de komst en geboorte van Christus. Op tijd geen seconde te vroeg of te laat, zou
de Heiland worden geboren. Verder zijn leven en lijden zijn kruisdood en opstanding
en het terugkeren tot God.
Tevens ligt in de piramide het menselijk probleem vast,
als mens der Aarde, als geestelijk wezen en de Goddelijke afstemming. Maar niet alleen
dat in dit bouwwerk de gehele mensheid vast ligt, doch ook alle gebeurtenissen die
men op Aarde zou beleven. Voor duizenden jaren zag men dus vooruit....
Meester Alcar
in ,,Het Ontstaan van het Heelal''
Duizenden jaren voor de komst van de Christus
op Aarde is er in het Oude Egypte een sacraal monument gebouwd dat ook nu nog tot
de allergrootste wereldwonderen wordt gerekend. Men bewondert ook tegenwoordig nog
de afmetingen van het bouwwerk, het vakmanschap en de precisie waarmee de granieten
blokken op elkaar zijn gelegd, de geologische en astronomische kennis die het bevat,
maar dat deze kolos uit de Oudheid ook een symbolische betekenis, ja een geestelijke
en een goddelijke heeft, daarover vinden wij in de meeste moderne boeken en reisgidsen
weinig tot niets terug. Terwijl in de context van het oude Egypte de kwintessens
van zijn sacrale boodschap wel zal zijn begrepen.
Ik doel daarbij niet alleen op
de uitzonderlijke periode - ergens in het Egyptische wereldverleden - waarmee met
de bouw begonnen werd, daarvan heeft Meester Alcar immers - gelet op het bovenstaande
- reeds een groot deel van de sluier afgenomen, maar ook op de bloeiperiode van
het Oude en Midden Rijk.
Maar nu eerst de beginfase, wie zal niet onder de indruk
geraken van Alcars woorden als hij daaraan ook nog toevoegde: In de zevende sfeer
is dit tot stand gekomen en daalden Mentors van de zevende sfeer, de zesde, vijfde
en vierde sfeer naar de Aarde af en die wezens zouden zich op Aarde in een studie
bekwamen.
Ja, de voorbereidingen hadden plaatsgevonden in de hoogste sferen en voor
dit uitzonderlijke doel kregen niet alleen de sferen van de derde graad maar alle
kosmische graden één verbinding. Uit de zevende kosmische graad, kwam het bericht
naar de zesde, vijfde en vierde graad en de Mentors van de vierde graad stelden zich
in verbinding met de Aarde.
Dit is echter de enige maal in de menselijke geschiedenis,
deelt Meester Alcar vervolgens mee, dat een hogere kosmische graad met de Aarde een
directe verbinding tot stand bracht. Voor dit doel was dit mogelijk en daarom is
dit bouwwerk Goddelijk. De periode van de bouw - kunnen we stellen - is dus met recht
een buitengewone periode niet alleen voor Egypte maar voor de gehele mensheid geweest.
Al die hoogontwikkelde, geestelijke wezens werden voor het ene doel op Aarde geboren.
Niets was aan het toeval overgelaten. Ze werden geboren, zegt Meester Alcar, bij
ouders die de middelen bezaten om hun kind te kunnen laten studeren, en die op hun
innerlijk afstemming hadden. De wiskunstenaar voltooide zijn studie, de astronomen
volgden hun studie, de priesters werden voor dat priesterschap opgeleid welke de
verbinding met ,,boven'' kon leggen en de mentor, de hogepriester en zijn koning
stonden aan het hoofd daarvan.
Toen zij met de meditatie en geestelijke verbinding
waren gereedgekomen werd er begonnen. De hogepriester trad uit en kreeg van Gene
Zijde zijn bevelen. Opdrachten die uit het Al waren gekomen en via de kosmische graden
en de sferen van licht aan de uitgetreden hogepriester, zelf een Mentor uit de zevende
sfeer, werden geïnstrueerd.
En dan komt er onder de bezielende leiding van de Meesters
en voor de verbijsterde ogen van de gewone mensen die toen leefden, een gigantisch
bouwwerk tot stand van ruim 148 meter hoog en met bijna een kilometer grondomtrek,
met maar liefst 203 rijen op elkaar gestapelde zandsteen blokken die in de oudheid
nog voorzien waren van een buitenbekleding van glanzend wit gepolijst marmer dat
schitterde in de zon. De Grote Piramide was klaar, een praktisch lichtbaken voor
de karavaan reizigers, maar in zijn symbolische betekenis een teken van licht voor
de gehele mensheid.
De wetenschap van het oude Egypte, die nauw verbonden was met
de religie en de kunst, heeft door de eeuwen heen meer van de diepere betekenis van
dit sacrale bouwsel begrepen dan de moderne Westerse onderzoekers die in het voetspoor
van Napoleon het van top tot teen, van de ingang tot de onderste en van de onderste
tot de bovenste kamer, hebben opgemeten, gewogen en anderszins in kaart hebben gebracht.
Eerst moest Napoleon komen. Meester Zelanus wijst in ,,De Volkeren der Aarde door
Gene Zijde bezien'' op de geestelijke noodzaak van Bonapartes veroveringsdrang en
in zijn voetspoor nam hij Champollion mee die het hiërogliefenschrift zou ontcijferen
voor de Westerse mens. Materialisten als zij doorgaans waren, hebben zij de hoeken
opgemeten, de afstanden van punt naar punt, de diagonalen nagemeten, de granieten
blokken op hun zwaarte gewogen, het volume berekend van kamers en open tombe etc.
én - dat moet eerlijkheidshalve ook gezegd worden - zij hebben hun hoed afgenomen
voor alle bouwtechnische aspecten - maar zij hebben het veelal afgedaan als een wat
groot uitgevallen grafkamer voor de trotse koning Cheops of Khufu.
Volgens deze wetenschappers
- en de moderne boeken en reisgidsen volgen hen daarin - is het een bouwwerk door
mensen bedacht en door mensen gemaakt. Na de trappenpiramide van Djoser te Sakkara,
na de drie piramides van Snefroe (de eerste farao van de 4e dynastie) waaronder de
knikpiramide te Meidoem, en met de andere twee die op het plateau van Gizeh staan,
is de Grote Piramide volgens dit materialistische scenario er één in de rij. Er is
volgens hen niets bijzonders aan. Het is wel hoog en met wat veel steen vakkundig
gebouwd en het heeft - geeft men in deze kringen toe - een opmerkelijk uniek, van
alle andere piramides afwijkend kamer- en gangenstelsel, dat is waar, maar so what?
Een goddelijk bouwwerk? Ach kom.
Als wij nu dankzij de boeken van Jozef Rulof weten
dat het bouwplan van de Piramide is uitgedacht door Hogere Wezens dan beseffen wij
hoever de moderne wetenschap in deze tijd nog verwijderd is van de oude verheven
kennis.
Dat de Grote Piramide bijvoorbeeld om geestelijke redenen een afgeplatte
top heeft, dat begrijpt men niet. Het is niet aan ieder gegeven er een Goddelijk
wonder, een goddelijke openbaring, in te zien. Toch zijn er onder de onderzoekers
ook geleerden die verder zien dan maat en getal en ook al vermogen zij - zoals Meester
Alcar zegt - niet verder te zien dan hun gevoel hun toestaat, zij zijn - afgaande
op hun intuïtie - toch meer aan de weet gekomen dan de grenzen van hun vakgebied
hen toestond. Onder hen zijn astronomen, ingenieurs, schrijvers van geestelijk wetenschappelijke
werken en archeologen.
Zoals aangehaald uit ,,Het Ontstaan van het Heelal'' werd
er dus een Goddelijke boodschap van gevoel tot gevoel, van Meester naar Meester uit
het aller allerhoogste doorgegeven. Deze boodschap wilde men op Aarde brengen maar
daarvoor waren menselijke instrumenten nodig en die gevoeligheid, intuïtie, geleerdheid
en andere begaafdheden bezaten. In die tijd, zegt Meester Alcar, leefden de grootste
geleerden, de grootste genieën op Aarde, die er ooit hebben geleefd.
Zij allen, al
deze hogere wezens, Meesters uit de 4e tot en met de 7e sfeer, werden geboren. Zij
moesten een Goddelijk bouwwerk maken en dat in een kosmische symboliek uitbeelden,
waar de mens aan vastligt van zijn jeugd tot zijn einde op Aarde.
De astronomen en
andere geleerden hadden aan deze Zijde hun studie voortgezet en hadden als geestelijke
wezens studiereizen gemaakt naar andere planeten, hadden de werking ervan leren kennen
en droegen dit alles als hun bezit.
De Meesters van de vierde kosmische graad die
in verbinding stonden met die uit de vijfde, zesde en zevende bleven tijdens de bouwfase
in verbinding met de aarde.
Vele wonderen liggen dus aan de piramide vast. In de
eerste plaats de geboorte en de komst van Christus. Daarin zou Zijn leven, maar ook
het eeuwige leven en de Goddelijke afstemming worden neergelegd en bovendien zou
de mensheid iets bezitten waaraan het bestaan van de Aarde vastligt.
Verder vertelde
ik je, deelt Meester Alcar aan André mee, dat alle gebeurtenissen van de Aarde, de
gehele mensheid tot aan de laatste mens die op Aarde zal leven daaraan vast liggen.
Eveneens de ontwikkeling van de Aarde, maar bovendien vertegenwoordigt de piramide
het universum, al de kosmische graden en de loop van de verschillende planeten. In
één woord: De schepping ligt aan de piramide vast, ook wat wij nu volgen, wat je
hebt beleefd, de mens als de schepper van duisternis en licht, alles, alles ligt
aan de piramide vast.
De moderne wetenschap, die na de tocht van Napoleon op gang
is gekomen, is nog lang niet zo ver met haar bewijsbare ontraadseling van de Piramide.
De stand van zaken in de moderne wetenschap over dit onderwerp is de volgende. Men
is zich over het algemeen bewust dat de Grote Piramide gerelateerd is aan de Aarde,
de Zon en de sterren. Dat staat vast. Men gaat er vanuit dat er twee eenheidsmaten
zijn waarmee in ieder geval gewerkt is, dat zijn de heilige el en de piramide inch
die van die el is afgeleid.
De heilige el is 635,6 mm en is afgeleid van de polaire
straal van de Aarde die afgerond 6356 km is. (De polaire straal is de afstand van
één der polen tot aan het middelpunt der Aarde). Dat vooronderstelt dat de bouwmeesters
wisten dat de Aarde rond is, een gegeven dat in het westen eerst in de late Middeleeuwen
bekend was. De grote Piramide staat verbluffend precies met één kant naar het Noorden.
Een afwijking van minder dan drie boogminuten. (Een boogminuut is 1/60 deel van één
graad).
Volgens de egyptologe Kate Spence moet deze exacte plaats van het Noorden
bepaald zijn door middel van de ook voor moderne begrippen zeer geavanceerde methode
van gelijktijdige passage van de beide sterren, te weten Mirad (halverwege het handvat
van de Grote Beer gelegen) en Kochab (gelegen in de lepelholte van de Grote Beer).
Zij vraagt zich daarbij af hoe of het mogelijk is dat de bouwmeesters van de Piramide
zover gevorderd waren dat zij zo'n verbluffende kennis van het heelal voor een praktische
toepassing konden gebruiken.
Buitendien ligt de Piramide precies in het hart van
de Aarde. Dat moest zo zijn, zegt Meester Alcar, omdat elke verdichting uit het midden
begint. Op de Maan is dit zo geweest en ook op de Aarde was dit zo. Andere redenen
die hij noemt zijn: Dat God een plaats in het midden van het universum inneemt en
de Christus ook in het midden van de aarde zou worden geboren.
Dan ligt er ook nog
een andere verwijzing naar de Aarde in de Piramide vast. De gemiddelde hoogte van
de piramide wordt geschat op 148,2 meter terwijl een zijde van het grondvlak gemiddeld
232,8 meter lang is. Alle vier zijden, die dus de omtrek van het grondvlak uitmaken,
zijn samen 4 x 232,8 meter = 931,22 meter. Deelt men 932,22 door 148,2 dan is de
uitkomst 6,292 oftewel in mathematische termen gesproken gelijk aan 2 maal pi, waarbij
de wiskundige grootheid pi de waarde heeft van 3,146... Met andere woorden: de omtrek
van het grondvlak is 2 pi keer zo groot als de hoogte, waarbij pi een constante is
die in cirkels wordt gebruikt. De verhouding tussen straal en omtrek is daar ook
1 : 2pi.
Ook om deze reden is er een relatie tussen Piramide en de planeet Aarde,
want men heeft vastgesteld dat de lengte van straal en omtrek van de Aarde 43.200
maal zo groot is als hoogte en omtrek van de Piramide. De Piramide geeft dus de Aarde
op verkleinde schaal weer. Dit getal 43.200 mag het basisgetal van de Piramide worden
genoemd. Nu heeft men vervolgens ontdekt dat er iets mysterieus is aan dat getal
43.200.
Het komt bijvoorbeeld ook in de purana's, de heilige geschriften in India
voor en duidt dan een bepaald tijdperk aan..Dus het getal verwijst naar ruimte én
naar tijd. Ook de priester Berosos uit Babylonië, die in 300 v. Chr. astronomische
studies maakte op het eiland Kos, vermeldt dat de Babylonische astronomen rekenden
met kosmische dagen.
Eén minuut van één kosmische dag wordt gelijk gesteld aan 60
jaar. Eén uur ervan is dus dan 60 x 60 = 3.600 jaar. Eén kosmische dag, die volgens
hun berekening uit 12 uren bestaat, is dan - zegt Berosos - gelijk aan 12 x 3.600
jaar = 43.200 jaar. En deze kosmische dag is gelijk aan de tijd die de Zon nodig
heeft om rond de ,,Centrale Zon'' een gehele omwenteling te maken. Weer komen we
het getal van de Piramide, dat dus naar dit kosmisch gebeuren verwijst, tegen.
De
grote cultuurkenner Dr. Joseph Campbell geeft aan dat het getal ook, zij het verborgen,
in de bijbel voorkomt. De periode van Adams geboorte tot aan de komst van de Zondvloed
bestaat - zo vermeldt Genesis - uit 1.656 jaar. Campbell rekent dan uit: 1.656 jaar
zijn 86.400 weken van 7 dagen en dit getal gedeeld door 2 is 43.200. Hoe komen de
Bijbelschrijvers, de Indische wetenschap, de Babylonische astronomie én de bouwmeesters
van de Piramide ertoe dit getal 43.200 zo belangrijk te achten? Hun kennis duidt
op een gemeenschappelijke fascinatie voor één en dezelfde bron.
En die bron is de
Zon. Want de Piramide heeft ook kennis omtrent ons Zonnestelsel opgeslagen. Met deze
beslissende, geweldige sprong over de grenzen van het nationale thuisland heen, aldus
Campbell, met deze sprong van het aardrijk naar de kosmos, lieten de bouwers van
de Piramide alle beperkte denkwijzen los en gaven zij blijk van een grandioos inzicht
in de wiskundige regelmaat die aan de bewegingen van de hemellichamen ten grondslag
ligt. Zij brachten zelfs de 12 sterrenstelsels van de Dierenriem in kaart. Het is
namelijk zo - we zijn nu even kosmisch bezig - dat het lentepunt van de Zon door
middel van een verschijnsel dat wel ,,precessie'' wordt genoemd en dat samenhangt
met de schommelingen van de Noordpool, in terugwaartse richting verschuift. In 72
jaar verschuift de Zon precies 1 graad in tegengestelde richting. Dat is dus bij
30 graden, de boogwijdte van één dierenriemteken (want 30 graden is 1/12 van 360
graden) gelijk aan 30 x 72 = 2.160 jaar.
Het houdt dus - om een lang verhaal kort
te maken - onder anderen in dat de Zon ten tijde van het Oude Egypte en van Mozes
de beide dierenriemtekens Stier en Ram is doorlopen. En nu blijkt dat vanaf het begin
van het Stiertijdperk tot aan de komst van de Christus de Zon dus exact 2 x 2.160
jaar is 4.320 jaar onderweg is geweest. Vermenigvuldigen we dit getal met 10 dan
komen we weer bij het basisgetal van de Piramide uit.
Met andere woorden de Piramide
is niet alleen dankzij zijn afmetingen met de Aarde verbonden maar ook met de Grote
Omlooptijd van de Zon. En nu rijst bij de egyptoloog van tegenwoordig de vraag: Hoe
konden zij die dit bouwwerk hebben gemaakt dit hebben geweten? Daarbij komt nog dat
de optimale hoogte van de Piramide deze Piramide als de genoemde overeenkomst met
straal en omtrek van de Aarde, precessiecyclus, de afstand Aarde tot de Zon, het
aantal dagen in een jaar, het komt allemaal in de Piramide voor.
Zij staan met opperste
verbazing voor een grens en hun standpunt kan wellicht het beste worden weergegeven
met de woorden van één van hen: ,,Wij staan hier'', zegt hij, ,,voor zoiets dat zozeer
afwijkt van iets dat wij normaal vinden, dat aanvaarding ervan moeilijk zo niet onmogelijk
lijkt.''
Ja dat moge zo zijn maar men zou het nauwe kader van onderzoek kunnen verbreden
met dat van de geestelijke wetenschap temeer omdat het object van onderzoek geen
paleis van een farao noch een graf van een arbeider maar het meest sacrale bouwwerk
is dat Egypte, dat de wereld ooit heeft gekend. Men zou dus niet op grond van materiële
maar op basis van geestelijke overwegingen bijvoorbeeld dienen in te schatten waarom
de top van de Piramide ontbreekt, Meester Alcar geeft er deze, indrukwekkende verklaring
voor: ,,De top van de Piramide is de zevende kosmische graad, dus de allerlaatste
stoffelijke afstemming, die de mens kan bereiken. Wij weten dat daarna het AL, dus
God komt, maar wij weten ook dat geen geest hoe hoog hij ook gekomen is, God in Zijn
algehele toestand kan verklaren (...)
Daarom kan men de Piramide niet afmaken, want
dan zou men God in wezen moeten kennen en God is niet in steen noch in geschriften
of in kunst vast te leggen.''
Onder de moderne wetenschappers zijn er die op zoek
zijn naar een sluitend verhaal over de symboliek in de Grote Piramide, er zijn er
ook die alleen de materie zien en deze zo nauwkeurig mogelijk opmeten, wegen en in
kaart brengen. Evenwel de geheimen van de symboliek die in steen zijn verankerd en
die heen wijzen naar de geestelijke bron van hoogbegaafde intelligenties, naar vergevorderde
wijsheid, zijn voor de moderne wetenschappers nog met veel sluiers omgeven. Een geleerde,
zegt Meester Alcar, die van een kosmisch leven niets afweet, geen wedergeboorte kan
aanvaarden, zal nooit de diepte van dit bouwwerk, van dit Godsgeschenk, kunnen peilen...
Wij allen zegt hij vervolgens, moeten Christus volgen en alleen door Hem kunnen wij
het AL dat men de Koningskamer noemt bereiken. Wij gaan steeds hoger en hoger en
dit ligt in de Piramide vast (...) want er is één weg die door dit stenen gebouw
omhoog gaat en dat is de ,,Weg die onze hoogste Meester ons wijst en die wij allen
hebben te volgen. Dit gebouw is goed en kwaad, licht en duisternis zoals de mens
in zijn leven is.''
Het vermoeden is nu overigens wel bij de moderne egyptologen
opgekomen dat de Piramide geen grafmonument is voor farao Cheops, en de Koningskamer
dus geen grafkamer is. Op grond van steeds meer feiten die thans bekend worden -
dankzij opgravingen en ontcijferingen van de hiërogliefen - is men steeds meer geneigd
in de Koningskamer een inwijdingskamer te zien die gelijkenis vertoont met die waarin
de oude Egyptische priesters hun inwijdingen hielden.
Dat brengt ons bij de oude
Egyptenaren zelf. Hoe hebben zij - de priesters, de mathematici, de astronomen uit
de tijd van het Oude Rijk - naar dit bouwwerk opgezien en wat hebben zij ervan begrepen?
Dat de Piramide zoveel wijsheden bevat als Meester Alcar ons in zijn boek
,,Het Ontstaan
van het Heelal'' meedeelt zullen lang niet alle priesters in z'n algemeenheid begrepen
hebben. Met betrekking tot deze Piramide zijn er zaken die het menselijk bevattingsvermogen
te boven gaan. Echter deze priesters en hogepriesters zijn zeker niet stil blijven
staan bij optellen en vermenigvuldigen, opmeten en wegen. De belangrijke boodschap
van de herrijzenis van individu en mensheid konden zij plaatsen in hun eigen religie,
die van Osiris, de God van de wedergeboorte. In de locatie van de Piramide, op de
westoever van de Nijl, dat wil zeggen aan de kant van de zonsondergang, dus aan de
kant van het sterven van Re, de zonnegod, konden zij afleiden dat het om een bouwsel
ging dat met de dood van doen had. Uit de inwijdingen van de Isis priesters konden
deze Egyptische wetenschappers concluderen dat de Piramide, met dood en leven aan
Gene Zijde te maken had, en zij wisten dat het interieur verwantschap had met de
inwijdingen die in het Boek van de Dood, een heilig boek over dood en leven, dat
door de God Thoth geschreven zou zijn.
Hier lagen op hoogtijdagen de ,,Gevleugelden''
in de open tombe van de Koningskamer gedurende drie dagen en drie nachten en verbleven
dan tussen leven en dood. Dat weten wij nu onder meer dankzij het boek ,,Tussen Leven
en Dood'' van Jozef Rulof. In dit levensverhaal van Venry treedt deze groot gevleugelde
immers meerdere keren uit zijn lichaam en is dan in staat astraal te reizen waarheen
hij wil. Een selecte groep van (witte) priester geleerden uit verschillende perioden
van het Oude Egypte stonden - dat staat vast - in contact met hoog afgestemde zielen
aan Gene Zijde: Dus Gene Zijde was voor deze priesters een heilige realiteit. En
met die intentie, met dat heldere weten, hebben zij ook naar de Grote Piramide op
gezien. Die stond voor hen op een bijzondere wijze - als een heilige tempel - in
verbinding met het grensverkeer - als ik dat zo modernistisch zeggen mag - tussen
,,boven'' en ,,beneden'' en daarmee tussen onze wereld en Gene Zijde, tussen dood
en leven, tussen Aarde en Hemel.
Dát in te zien, was gemeten naar onze ratio al heel
wat. Zover zijn de meesten van onze geleerden, zoals ik reeds opmerkte, nog niet.
Dat de Piramide een bouwwerk is met een Goddelijke zending is een wijsheid die de
Egyptische priesters waarschijnlijk niet hebben geweten maar wellicht wel hebben
vermoed.
Hun astronomen zagen in de sterrenstelsels Sirius en Orion de aankondigers
van de levenbrengende overstroming van de Nijl. Want vlak voordat de Nijl over de
oevers kwam, zagen zij aan de horizon, vlak voordat de zon opkwam, eerst Orion en
wat later Sirius verschijnen. Als het water van de Nijl weer zakte, verdwenen de
genoemde sterren om weer vlak voor een volgende overstroming terug te komen. Zij
kondigden dus in de optiek van de Egyptenaren de zegenrijke overstroming van de Nijl
aan. Deze sterren hadden dus volgens hun inschatting met de herrijzenis van het leven
in Egypte van doen want dit leven was volkomen afhankelijk van de vruchtbare zending
van de Nijl.
En zij wisten dat de drie piramiden van Gizeh langs de Nijl geplaatst
waren volgens het hemelse patroon van de gordel van Orion en de Melkweg. Dus de Piramide
verwees astronomisch gezien naar Orion maar, daar een van de schachten uit de Koninginnekamer
naar Sirius wees, dus ook naar het sterrenstelsel Sirius. Orion werd vereenzelvigd
met Osirus, Sirius met Isis, de moeder. Weer werd - maar nu via de astronomische
invalshoek - de Piramide in hun weten verbonden met de kosmische Goden van geboorte,
dood en herrijzenis. Er bestaat geen twijfel over het feit dat de ingewijden onder
hen dit hebben geweten. En uit het boek ,,Tussen Leven en Dood'' alsmede uit diverse
mededelingen van Meester Zelanus in de drie delen van de 57 Lezingen blijkt wel dat
zij inderdaad op het gebied van de geestelijke wetenschap al heel ver waren.
Dankzij
de onthullingen van de Meesters Alcar en Zelanus weten wij nu weten wij nu ook dat
er zich onder de Grote Piramide nog een bouwwerk bevindt. Er liggen daar, zeggen
zij, vele kamers en gangen die met elkaar in verbinding staan en waar elke steen
zijn betekenis heeft. Maar er is nog meer, André zegt Meester Alcar, onder de piramide
ligt een tweede bouwwerk. Daarvan weet men echter niets af. De moderne wetenschap
heeft hierover haar vermoedens en dankzij uitlatingen van de slapende Amerikaanse
profeet Edgar Cayce, die ook op het bestaan ervan gewezen heeft, is men recentelijk
gaan boren. Uit de boorresultaten en uit seismografisch onderzoek is het vermoeden
bij een minderheid tot zekerheid geworden. De Egyptische autoriteiten staan evenwel
verder onderzoek niet langer toe. De tijd om deze wereldschokkende stap te zetten
zal er wel nog niet rijp voor zijn. Er blijven vanzelfsprekend nog vele vragen over.
Bijvoorbeeld hoe of de komst van de Christus in de architectuur is uitgedrukt, hoe
of de gang van de mensheid in steen is verankerd, op welke wijze wereldoorlogen zijn
vastgelegd, in hoeverre de vijfentwintig hoge intelligenties die de Piramide hebben
gemaakt, hun kennis hebben medegedeeld aan anderen enz. enz. Zomede vragen als: Hoe
is de relatie tussen Piramide en Bijbel, en tussen Sfinx en Piramide? Misschien dat
ik daar bij een andere gelegenheid op in mag gaan. Blijven we bij de beantwoording
ervan evenwel in gedachten houden dat wij - waar het een bouwwerk betreft met zo'n
overweldigende boodschap aan de gehele mensheid - slechts een deel van de waarheid
aan het licht zullen kunnen brengen en dan ook nog met Gods hulp.
Er wordt immers
wel gezegd dat de beste dingen niet gezegd kunnen worden en de op één na, beste vaak
verkeerd wordt begrepen. En dat zal de eerste komende decennia ook met het interpreteren
van de Piramide wel het geval zijn, want de wetenschap die studie maakt van deze
Piramide zal geen opmerkelijke vorderingen kunnen maken als zij alleen materieel
blijft denken.
Voor wat dit artikel en onze wonderbaarlijke reis door de geheimen
van de Piramide betreft moge ik besluiten met de stand van zaken rond de Piramide
van dit ogenblik met diep respect door de grote Meester Alcar te laten verwoorden:
,,In jouw tijd zegt Meester Alcar tegen André,'' heeft men de diepte van de Piramide
ontdekt en telkens zullen er mensen worden geboren, die haar ontsluieren. Iedere
eeuw heeft haar eigen betekenis. In iedere eeuw leven er wezens op Aarde, die dieper
in dit kosmische raadsel zullen binnendringen. Ook dat ligt vast. Op tijd zullen
al deze mensen worden geboren. Volgens de bijbel kan men de Piramide ontsluieren,
maar ook in de bijbel zijn diepe waarheden en werkelijkheden vervalst omdat de natuur
en de kosmische betekenis niet zijn begrepen. Iedere geleerde dus, die hiervan zijn
studie maakt, kan en zal niet verder en dieper kunnen gaan dan hij zelf aan gevoel
bezit Wanneer zij straks een eeuwig en kosmisch voortleven aanvaarden - je voelt
het zeker reeds - is de geleerde veel en veel verder, gaat hij dieper en dieper om
dit Goddelijk raadsel te ontsluieren dan zij die zich op dit ogenblik daarmee bezighouden.
G. R.
DE GENEZERS IN HET OUDE EGYPTE. 1.
De moderne
wetenschap haalt minachtend haar schouders op als wij haar de natuurgeneeswijze van
het Oude Egypte tot voorbeeld zouden willen stellen. ,,Allemaal kwakzalverij" zo
luidt haar vernietigend oordeel.
De natuurgeneeswijze kan echter, naar onze mening
nimmer als kwakzalverij worden bestempeld als zij op de volmaakte wijze wordt toegepast,
zoals het Oude Egypte dit wist te doen. Integendeel. Er zal een tijd komen, dat de
moderne medici weer zullen terugkeren tot deze z.g. kwakzalverij, zij het dan, dat
zij dit op een wijze zal doen waarbij de modernste medische hulpmiddelen gecombineerd
zullen worden met de natuurgeneeswijze.
Dit is niet zo vreemd als het wellicht schijnt
als u bedenkt, dat ook de knapste medicus is overgeleverd aan de geneeskracht van
Moeder Natuur. Een dokter kan u door middel van medicijnen helpen te genezen maar
als het lichaam niet ,,wil", staat hij machteloos. De chirurg kan de zieke van kwaadaardige
gezwellen bevrijden of en been amputeren, maar Moeder Natuur moet tenslotte alles
weer genezen. Met ziekten zoals b.v. tuberculose is de genezende kracht van de natuur
nog steeds het allerbelangrijkste. P.A.S. , streptomycine en zelfs het z.g. ,,wondermiddel"
Nidanton hebben inderdaad dikwijls succes in de bestrijding van die gevreesde kwaal,
maar de rustkuur gecombineerd met frisse lucht en vitaminerijk voedsel is nog steeds
primair. Elke dokter zal dit moeten bevestigen. Er is dus zonder enige twijfel een
grote geneeskracht in de natuur en het is de toekomstige taak der wetenschap om die
krachten ten volle te benutten!
De Oude Egyptenaren waren grootmeesters in het genezen.
Zij maakten hiervoor bijna uitsluitend gebruik van kruiden, van de Zon en van het
volle Maanlicht. In het Westen kent men deze krachten niet en ofschoon wij dezelfde
Maan bezitten als de Oosterlingen, heeft alleen in het Oosten de Maan een diepere
betekenis gekregen.
Doordat de Oosterse genezers volkomen een waren met de natuur
en zich wisten over te geven aan hogere beïnvloeding, wisten zij de patiënt zo te
leggen, dat de zieke organen de juiste stand kregen. Hierna kon de Maan zijn genezende
inwerking beginnen. De speciale kruiden activeerden de zieke delen en de zachte genezende
bestraling van de Maan voltooide het genezingsproces.
Duizenden zieken werden op
deze wijze genezen van kwalen die zelfs nu nog ongeneeslijk zijn. Zo is het bekend,
dat een vrouw met inwendige gezwellen, een ziekte die thans de naam draagt van baarmoederkanker,
door een Maankuur werd genezen. Ook zenuwzieken en zelfs krankzinnigen werden op
die wijze met succes behandeld.
Een Maankuur bestond hieruit, dat de priesters de
zieke bij het opkomen van de Maan in een slaaptoestand brachten. Enige, voor de stofwisseling
noodzakelijke, kruiden werden toegediend en de zieke sliep zich onder de zachte uitstraling
van de Maan als het ware beter. Tijdens de slaap kwamen de organen door de enorme
inwerking van de Maan weer op volle kracht en herstelden de zieke weefsels. Zelfs
blinden werden door een Maankuur genezen en kregen het licht in de ogen terug indien
de oorzaak van de blindheid op gedeeltelijke verlammingen berustte.
Dat de Maan zulk
een geweldige uitwerking bezit op ons lichaam behoeft ons niet te verwonderen, als
wij de eb- en vloedverschijnselen bestuderen die ook hoofdzakelijk door de inwerking
van de Maan plaatsvinden. Hoe groot moet haar kracht dan wel zijn op ons nietige
organisme.
Er zijn tevens bergkuren bekend uit die tijd. Gedurende de koude van de
nacht moesten de zieken weer genezen. Vele volken hebben dergelijke nachtprocessies
meegemaakt en leerden daarin de levende mystiek kennen die zulk een belangrijke rol
speelt voor het herstel van het lichaam.
Deze genezingen zijn het beste te vergelijken
met de, ons Westerlingen bekende, spontane genezingen door gebedsverhoringen. In
wezen is dit hetzelfde. Onze bedevaartgangers beleven iets dergelijks.
De Oude Egyptenaren
werkten echter bewust en lieten niets over aan het geloof.
Ook door handoplegging
genazen de zieken hoewel het toch de "Nachtgod"was die de eigenlijke genezing tot
stand bracht. Anderen genazen weer door het koude water en ook door die methode werden
er wonderen verricht.
Een zeer goede geneeswijze was deze: de priesters voerden de
zieken door de warmte naar de koude en lieten hen hierna een Maankuur doen.
De Zon
werd eveneens gebruikt als geneesbron, steeds echter afgewisseld door de koude inwerking
van de nacht waardoor een kosmische verbinding tot stand kwam. De Oude Egyptenaren
voelden, dat na de Zonnewarmte een afkoeling moest volgen, wilde de genezing intreden.
Indien het Westen op de juiste wijze met warmte zou werken, door dus op warmtebestraling
een afkoeling te laten volgen, zouden de zieke weefsels of organen juist die reactie
krijgen die de natuur voor hen had bestemd en die zij dringend nodig hebben. De persoonlijkheid
van de patiënt was voor de Oude Egyptische genezers een zeer belangrijk punt. Aan
de persoonlijkheid werd vastgesteld hoe de behandeling moest plaats vinden. Iemand
met een stug karakter werd door krachtsoverlading overwonnen, om te voorkomen dat
de patiënt de wetten van de natuur volkomen neersloeg en zodoende de behandeling
bleef overheersen.
Eerst stelden de Egyptische genezers dus de geestelijke afstemming
vast en daarna pas de geneeswijze. Op die manier kon het niet gebeuren, dat de persoonlijkheid
van de patiënt de geneesheer in de weg stond en medicijn en wetenschap volkomen uitschakelde,
zoals dit ook nu nog in het Westen zo dikwijls voorkomt!
Zo ziet de Westerse geleerde,
dat de "kwakzalvers"in het Oude Egypte heel wat presteerden en dat hun geneesmethoden
dikwijls superieur waren aan de onze. De moderne warmte- en koudetherapie is wellicht
een overblijfsel uit die tijd.
Wie weet heeft de Schepper Zelf aan de genezers in
het Oude Egypte deze kosmische wijsheid geschonken!
N.N.
EEN
OPERATIE EN WONDERLIJKE GENEZING. 2
Het is bekend dat de Oude Egyptenaren reeds operaties
konden verrichten. Zouden wij bij zulk een ,,operatie" zijn toegelaten, dan zouden
wij met angst en beven deze -- in onze ogen-- tovenarij hebben aanschouwd.
Wij draaien
in gedachten, de klok enige duizenden jaren terug en betreden zulk een operatiekamer
in de Tempel van Isis. Een klein meisje ligt op de operatietafel. Verscheidene priesters
staan om de tafel heen en stellen hun concentratie op het kind in. Weldra is de kleine
patiënte in slaap. De geest van het kind wordt buiten het lichaam geplaatst en hierdoor
wordt het stoflichaam gevoelloos ( vergelijkt u dit vrijmaken van de stof met de
modernste narcose!)
Het astrale kind bevindt zich nu in de wereld van de geest en
is bevrijd van alle pijn. Het innerlijke leven kan zich nu vrij verplaatsen en ziet
neer op haar eigen stoflichaam. ( Dit moet de nuchtere Westerling ongeloofwaardig
voorkomen, maar toch komt dit verschijnsel nog dagelijks voor. heel vaak zal een
patiënt die onder narcose is gebracht soms gebeurtenissen vertellen die buiten zijn
gezichtsveld liggen. Gebeurtenissen die zich b.v. op straat afspelen of in een ander
vertrek! Een operatiedokter of hoofdzuster weet hiervan mee te spreken, al begrijpen
ze de verschijnselen niet doordat zij geen mystieke kennis bezitten!)
Een van de
priesters trekt nu een ,,magische cirkel" om ons heen. Wij zullen nu binnen deze
aangeduide ruimte moeten blijven en mogen in geen geval buiten de cirkel treden totdat
de genezing achter de rug is. Deze magische cirkel heeft een astral-beschermende
invloed. Geen enkel woord horen wij nu spreken.
Een andere priester smeert nu het
hoofdje van het kind in met een of andere krachtige zalf. Reeds na korte tijd zien
wij de hoofdharen oplossen en op het hoofdje de huid te voorschijn komen. Nu worden
er nog andere zalven op het hoofdje gesmeerd en daarna wachten de priesters af. Inmiddels
is door helpers spoelwater klaar gezet en tevens verband van kunstig geweven stof.
Alle priesters zijn in diepe concentratie. Een opperpriester stapt nu naar voren
en bewerkt het hoofdje waarvan de huid door de kruiden en zalven is verweekt.
Binnen
enkele tellen ligt nu de hoofdhuid open en kan de schedel worden gelicht.
Wij zien
nu de inwendige organen bloot liggen en merken duidelijk het gezwel op. Door dit
gezwel was het kindje wezeloos en leed aan hevige hoofdpijnen. De opperpriester verwijdert
het gezwel met een wonderlijke snelheid. Nu worden er sterk ruikende kruiden verbrand,
waarvan de damp de gehele ruimte vult. In de tussentijd brengt de opperpriester de
schedel weer op zijn plaats en maakt weer gebruik van andere kruiden. Nu wordt het
gehele hoofdje ingesmeerd en daarna verbonden. Hierna brengt men nog een andere zalf
over het verbonden hoofdje aan voor het verdichten van de hoofdhuid. De operatie
is achter de rug en de natuur zorgt nu verder voor de algehele genezing.
De Oude
Egyptenaren kenden en gebruikten honderden soorten kruiden, die alle onfeilbaar werkten.
Ook op dit terrein hadden zij het hoogste bereikt. Sommige van deze kruiden werden
als natuurlijk gif toegepast, terwijl een andere zalf deze wetten verbrak en de weefsels van
alle kracht ontroofden. Tengevolge hiervan kon de hoofdhuid elastisch worden gemaakt!
Wij keren echter weder terug naar de operatiezaal, waar zojuist de tweede patiënt
wordt binnengedragen.
Het is een oude man, die ongeveer dezelfde stoornissen bezit
als ons eerste patiëntje. Dit gezwel echter kan op een andere wijze worden verwijderd,
doordat de omstandigheden dit mogelijk maken.
De patiënt gaat op de tafel liggen en
nu brengen de priesters hem in een toestand van halfwakend bewustzijn. (De geest
blijft nu in het lichaam). De priesters hebben reeds geconstateerd, dat er in het
hoofd van de patiënt een verdikking ligt en deze verdikking moet nu worden verwijderd.
Eerst zou een priester deze zieke genezen maar hier moesten alle priesters aan meewerken
omdat hiervoor massaconcentratie nodig is.
Alle priesters stellen zich nu in. De
opperpriester maakt nu verschillende ,,passen" om het hoofd van de zieke en wordt
hierbij geholpen door assistenten. Op een punt is nu deze massa-concentratie ingesteld
die de kracht bezit van een enorm brandglas. Wij zien nu duidelijk langs het linkeroor
van de zieke een verdikking optreden. Op deze plaats is van tevoren zalf gesmeerd
teneinde de huid daar te verweken. Steeds groter wordt de verdikking totdat opeens
de huid vaneen scheurt en de etter te voorschijn komt. Opnieuw maakt de opperpriester
lange passen over het hoofd en de etter vloeit naar de opening achter het oor. Tot
viermaal toe zien wij een verdikking. Hierna is al het vuil verwijderd. De patiënt
is weer genezen, keert tot zijn dagbewustzijn terug en verlaat de zaal.
Tenslotte
komt een oude man aan de beurt die een geheel opgezwollen en blauw-zwart gekleurd
been heeft.
Een priester nadert de zieke en smeert diens gezwollen been in met een
sterk ruikende zalf. Hierna concentreert zich de priester op het zieke deel. Zijn
handen bestralen het been en wij kunnen waarnemen hoe het zieke lichaamsdeel onder
zijn handen dunner en dunner wordt, totdat het been weer de normale proporties heeft
aangenomen. Deze bliksemsnelle genezing maakte de vergiftiging -- de oorzaak van
het opgezwollen lichaamsdeel -- onschadelijk.
Deze en nog tal van andere wonderen
kwamen tot stand in zulke tempels, kort voordat het Oude Egypte verviel. Toen losten
ook deze grote geneesmethoden op. De westerling die dit leest zal misschien niet
kunnen geloven aan deze ,,tovenarij" en toch, laat hij voorzichtig zijn met zijn
oordeel! Dit is allerminst fantasie, hoe fantastisch het hem ook mogen voorkomen.
Het Oosten kende vele wijsheden die voor de westerling niet zijn te doorgronden.
De mens is dieper dan hij zelf weet.
N.N.
DE
GROTE PYRAMIDE VAN GIZEH.
Want er is niets verborgen, dat niet geopenbaard zal worden:
en er is niets geschied, om verborgen te zijn, maar opdat het in het openbaar zou
komen.
(Mark. 1V-22)
Ir. D. Davidson en H. Aldersmith hebben in hun boek ,,The great
Pyrami its divini message" het bewijs geleverd, dat de Grote Piramide van Gizeh een
geheel andere betekenis heeft dan de vele andere piramiden die in Egypte staan.
Op
wetenschappelijke wijze heeft men aangetoond, dat deze gigantische piramide, waarvan
de basis bijna twee en een half en de hoogte bijna twee maal zo groot is als van
onze Utrechtse Dom, het meest volmaakte bouwwerk is dat ooit werd geschapen.
De Egyptologen
zijn het onder elkander nog niet eens wanneer dit machtige monument tot stand is
gekomen, maar volgens Davidson werd deze piramide bijna 3000 jaar voor onze jaartelling
gebouwd onder leiding van de Pharao Khufu (,,de langharige"). De naam Khufu bewijst
reeds, aldus Col. Garnier in ,,The Great Pyramid: its Builder and its Prophecy",
dat deze Pharao geen Egyptenaar was en zich van andere Egyptenaren, die zich zorgvuldig
schoren, door zijn lange haardracht onderscheidde.............
Sir Wallis Budge schrijft
in zijn ,,History of Egypt": ,,de beschaving der dynastieke Egyptenaren ontwikkelde
zich uit de primitieve cultuur der inlandse pre-dynastieke volken van Egypte, nadat
deze gewijzigd en verbeterd was door de hogere intelligentie van een ras, vermoedelijk
van Aziatische oorsprong, dat Egypte binnenviel en het zonder moeite en strijd veroverde."
Prof. Breadsted zegt van Khufu o.m. ,,het staat vast, dat Khufu geen Memphiet is.
Wij hebben niets gevonden, wat een verklaring kan geven van het feit, dat een edelman
uit een provinciestad, de plaatsvervanger van de machtige Senefroe en de stichter
van een nieuw vorstenhuis werd."
( Geschiedenis van Egypte).
Manetho, een priester
uit die tijd, beschrijft verder, hoe later dit vreemde ras Egypte weder verliet en
in Judea een stad stichtte, genaamd Jeruzalem!
Toch is deze wonderbaarlijke Piramide
niet gebouwd als grafmonument voor Khufu en evenmin vertolkt ze de, in steen uitgehouwen,
inhoud van het Egyptische Dodenboek. Niettegenstaande dat de Piramide voor de wiskunde
en astronomie gegevens heeft geopenbaard die niet te bevatten zijn, als wij bedenken,
dat deze feiten bijna reeds 5000 jaar geleden werden vastgelegd, is ook deze wijsheid
niet de voornaamste betekenis van dit Goddelijke bouwwerk. Zo werd o.a. in de Piramide
van Gizeh vastgelegd:
De ellips en ellipsoide, de beweging der aarde om de zon.
De
precessie-wenteling van de as der aarde.
De verandering van vorm en stand van de
baan der aarde.
De definitie van het ,,jaar".
De verplaatsing van het Herfstpunt
en de jaarlijkse verplaatsing van het perihelium.
De drie astronomische jaren.
De
precessie-omtrek der z.g. Theoretische Piramide levert de formule voor de afplatting
der aarde, zij geeft de juiste gedaante en afmeting van onze wereldbol en levert
de formule voor de verandering in de helling der ecliptica. Zij levert de formule
voor de verandering in de versnelling tengevolge der zwaartekracht en vermeldt het
gemiddeld niveau van land en zee.
Zij geeft ook de snelheid van het licht aan en
de afstand van de aarde tot de zon, alsmede de minimum- en maximum-excentriciteit
van de aardbaan.
En dit alles met een nauwkeurigheid, welke niet onderdoet voor die
der moderne astronomie.
Deze en nog tal van andere gegevens zijn verwerkt in een
monument van steen, zo geniaal, dat er geen architect ter wereld is, die dit zou
kunnen evenaren! Ir. Davidson schrijft: ,,Hiermede heeft de Grote Piramide van Gizeh,
het bewijs geleverd, dat zij met de grootst denkbare nauwkeurigheid de afmetingen
en gedaanten van de aarde, alsmede haar bewegingen en die van haar banen tot uitdrukking
brengt en dat dit alle, met elkaar verband houdende, functies zijn van de eenvoudigste
eenheden van deze afmetingen en bewegingen. Hier ligt een aanduiding voor, dat dit
alles uitvloeisel is van een enkele grote Natuurwet, een Universele Wet, waarvan
wellicht eenmaal zal blijken, dat ook Einstein's relativiteits-theorie en andere
takken van wetenschap slechts vormen zijn."
En toch is dit alles -- zoals reeds is
vermeld -- maar bijzaak.
De Piramide wilde hiermee alleen de aandacht op zich vestigen
van een toekomstig ras, dat eeuwen en eeuwen later zou komen, in de wetenschap dat
die beschaving dit mystiek geheim zou ontsluieren.
Tot heden toe is dit niet gebeurd.
Ofschoon Ir. Davidson en zijn voorgangers de eer toekomt, dat zij door hun moeizaam
en prachtig werk een gedeelte van het geheim hebben mogen doorgronden, is de ware
Goddelijke betekenis nog niet tot hun gevoelsleven doorgedrongen. Verscheidene interpretaties
van Davidson bleken reeds, door de feiten van de achter ons liggende jaren, onjuist
te zijn geweest. Ook voorspellingen die wij uit deze bron nog te goed hebben zullen
anders uitkomen dan Ir. Davidson die heeft gedaan. Teneinde dit te kunnen begrijpen
gaan we in gedachten duizenden jaren terug in de geschiedenis. Wat is het doel geweest
van de bouw van deze Goddelijke Tempel?
De Grote Piramide van Gizeh vertegenwoordigt
het Universum. Het gehele wereldgebeuren ligt hierin opgesloten. Geboorte, leven
en dood van Christus, de oorlogen, de evolutie van de aarde en de mensheid, tot in
de hoogste graden.
De Piramide vertegenwoordigt een Goddelijke Zending en is bedoeld
als houvast voor de mensheid. Op het juiste tijdstip zullen mensen worden geboren,
die een gedeelte van de Piramide kunnen ontsluieren. Elke eeuw heeft een eigen betekenis
voor de Ruimte van God en in iedere eeuw zullen er wezens zijn op aarde die dieper
in dit kosmisch raadsel zullen mogen doordringen. Dit ligt vast.
Met de Bijbel als
basis, kan dit gedeeltelijk ook worden gedaan, doch hiervoor is het nodig om de Bijbel op
de juiste wijze te interpreteren. En wie heeft deze wijsheid? Zonder het ware gevoelsleven
bereikt men niets. Dit monument vertolkt de ontwaking van de Goddelijke mens.
Het
ontbreken van de punt van de Piramide -- de topsteen -- tracht men ook te verklaren,
maar er is een betekenis die nog veel dieper ligt: in de Piramide zijn zeven ruimten
uitgebeeld. hierna volgt het ,,Uiteidelijke". Dit ,,Uiteindelijke" is echter niet
in de steen weer te geven. daarom kon de Piramide niet worden afgemaakt. Dit is de
werkelijke betekenis van de ,,fout" van de bouwers.
hoe is de Piramide nu tot stand
gekomen en wie hebben deze gebouwd? Elke geleerde weet, dat 5000 jaar geleden de
mensheid nog niet zover was om wetenschappelijke feiten te kunnen verkondigen zoals
elders in dit artikel naar voren zijn gebracht. Hoe is dit dan mogelijk geweest?
Wij kennen in de kosmos -- zoals reeds is vermeld -- zeven ruimten. de mens zal door
de evolutie deze ruimten overwinnen, wil hij het ,,Uiteindelijke" binnentreden en
een zijn met God zoals Christus dit is. Wij mensen op aarde leven pas in de derde
ruimte en hebben zodoende tal van planeten in de kosmos reeds moeten overwinnen voordat
we dit derde stadium konden bereiken.
De bouw van de Piramide lag reeds vast in de
hoogste en zevende ruimte en toen de tijd naderde, dat de mens op aarde hiervoor
bewust was, werd die kennis vanuit de zevende ruimte doorgegeven aan de astrale wezens
die voor onze derde ruimte, het hoogste gevoelsleven vertegenwoordigen. Het allerhoogste
gevoelsleven van onze derde ruimte zou hiervoor op aarde terugkeren om Hogepriester
te worden in Egypte, want daar, in het midden de aarde, moest dit bouwwerk worden
opgericht, Het Egyptische volk was toen al in staat, zulk een constructie uit te
voeren doordat hun priesters kennis hadden van hogere wetten.
Ook de andere hiervoor
aangewezen persoonlijkheden uit de astrale gebieden zouden eveneens worden herboren
op aarde om priester te worden of zich op andere wijze te bekwamen. De voorbereidingen
waren enorm en hebben eeuwen geduurd, doch toen alles klaar was, was ook de aardse
mens gereed om dit uit te voeren. Elke persoonlijkheid volgde de weg die voor hem
was uitgestippeld en die hem was toegewezen. De wiskundigen voltooiden hun studie
evenals de astronomen en de priesters.
Eindelijk kreeg de Leider de verbinding met
de hoogste sferen van deze planeet en met hem alle andere priesters. Langzamerhand
werd de geestelijke sluier van hen afgenomen zodat zij wisten waarvoor zij op aarde
waren. Nu werd de aarde met alle ruimten tot de zevende toe, verbonden. Dit is de
enige keer in de menselijke geschiedenis dat dit is voorgekomen. Daarom is dit bouwerk
Goddelijk en volmaakt. De Leider ontving de symbolische en de geleerden de stoffelijke
betekenis van dit werk.
Vijf en twintig bewuste mensen hebben aan de planeet gewerkt
en leiding gegeven, en vele Egyptenaren waren nodig om de Piramide te bouwen.
Het
is maar aan enkele ingewijden bekend, dat onder de Grote Piramide een tweede bouwwerk
ligt, doch ook dat zal op de juiste tijd worden gevonden.
Eens, wanneer de mensen
op aarde hiervoor geestelijk gereed zijn, zal de vierde ruimte opnieuw verbinding
opnemen met de aarde, reeds nu wordt hieraan gewerkt doch het zal nog lang duren
voordat de mensheid hiervoor rijp is en al deze wonderen zal kunnen aanvaarden. Er
zit dus inderdaad iets in als Ir. Davidson zegt: ,, De grote Architect van de Piramide
was God.
De Pyramide draagt voor de mensheid een boodschap van buitengewone betekenis
en hierdoor spreekt de Stem van de Hoogste Schepper.
N.N.
DE
MUMMIES MOETEN WORDEN VERNIETIGD!
Dr W.D. van Wijngaarden directeur van het Rijksmuseum
van Oudheden te Leiden, heeft voor enige tijd terug een boekje laten verschijnen,
dat handelt over mummies en mummificering. De aanleiding hiertoe was vermoedelijk
de zeer recente opgraving van de oudste tot dusver ontdekte piramide te Sakkara,
waarbij men ook zeer gave mummies en mummiekisten heeft gevonden.
Zoals de lezer
weet wordt onder mummificering verstaan het toepassen van kunstmatige middelen ter
conservering, zoals het opzettelijk uitdrogen, het zalven, het opvullen met kruiden
en specerijen en het inwikkelen.
Het doel der mummificering in Egypte was, volgens
Dr van Wijngaarden, te pogen om de persoonlijke identiteit na de dood te bewaren.
Het was voor de Egyptenaar niet alleen van het grootste belang, dat het lichaam zou
blijven bewaard in een toestand, die zoveel mogelijk op het leven geleek. De oude
Egyptenaren geloofden namelijk aan het persoonlijk voortbestaan na dit leven, dat
zij zich overigens zeer realistisch voorstelden en dat geheel in overeenstemming
was met het aardse leven, zij geloofden, dat ieder levend wezen een ziel bezat en
dat de ziel, die bij de dood het lichaam heeft verlaten en die als sperwer met mensenhoofd
of in een andere gedaante in hemel of op aarde verblijf houdt, zal terugkeren en
weer verenigd zal worden met het lichaam. Niets was hun gruwelijker dan de gedachte,
dat de ziel in het hiernamaals zou voortleven buiten haar ,,huis"', dat wil zeggen
buiten haar lichaam.
Het voortbestaan van het lichaam was noodzakelijk, daar dan
alleen de ziel later weer met het lichaam zou kunnen worden verenigd. Om nu dat lichaam
op de duur voor ondergang te bewaren, placht men het te balsemen. Vandaar dat in
Egypte het mummificeren een bloeiende industrie is geworden, die geheel in handen
was van een gilde van priesters en hun assistenten, die er het monopoly van bezaten
en hun geheimen angstvallig bewaarden.
Dr van Wijngaarden vertelt ons verder, dat
de mummificering van geheel godsdienstige oorsprong was; zij wortelde in de vereniging
van Osiris, de God der doden en het symbool der onsterfelijkheid.
Volgens de sage
van Osiris eens heerser over Egypte. Zijn broer Seth doodde hem echter. Horus, de
zoon van Osiris en Isis, beschouwde het als zijn eerste plicht het lichaam te balsemen.
De eerste Egyptische poging tot mummificering was dus die, welke door Horus, geholpen
door Anoebis, werd verricht op het lichaam van Osiris.
In overeenstemming daarmede
was het gehele proces der mummificering een religieuze ceremonie, nauw verbonden
met de Osirisdienst. De balsemers en hun assistenten belichaamden goden, die optraden
in de mythologische balseming van Osiris. Een der balsemers stelde zelfs Anoebis
voor en droeg daartoe een masker in de vorm van een jakhalskop. De gehele ceremonie
werd voltrokken volgens een bepaald voorgeschreven ritueel.
Gedurende de middeleeuwen
en later, werden de Egyptische mummies ijverig gezocht; men schreef hun wondere krachten
toe. Fijn gewreven mummies werden gedacht te zijn een waardevol en krachtig geneesmiddel.
Mummiestof was in iedere apotheek en werd door de medici aan hun patiënten voorgeschreven.
Er werd een drukke winstgevende clandestiene handel in mummies gedreven; door grafroof
kregen de handelaars van Alexandrië aanvulling van hun voorraad!
Ofschoon Dr van
Wijngaarden uiteraard wijst op het historisch belang van de mummies en op de onmisbaarheid
hiervan voor onze beschouwing van de gehele beschavingsgeschiedenis der mensheid,
spreekt hij toch aan het einde van zijn artikel over ,,één der meest groteske aberraties
van de menselijke geest"!
En inderdaad kan de verlichte mens uit de twintigste eeuw
thans gemakkelijk tot dit oordeel komen. Diepgaande studies van het oude Egypte hebben
ons echter aangetoond dat er toentertijd ook nog een andere gilde priesters heeft
bestaan, die een ontzagwekkende kennis bezat inzake de mystiek van de dood. Deze
kleine groep bewuste mensen kon zich echter niet handhaven temidden van de corrupte
en onbewuste priesters, die door list en bedrog hun macht trachtten te vergroten
bij de Farao's. Tijdens hun schrikbewind is ook het oude Egypte tot verval geraakt.
De nog geconserveerde mummies zijn overblijfselen uit een periode die ver achter
ons ligt en die als afgesloten dient te worden beschouwd. Waarom worden die mummies
nog bewaard?
,,Men moge allesbehalve gunstig denken over de min of meer vulgaire
smaak van personen, die er behagen in schijnen te scheppen om te turen naar de mummies
in de glazen kasten de musea." Niemand minder dan Dr van Wijngaarden, spreekt deze
woorden uit! Welnu, waarom bewaard men deze geprepareerde lijken nog? Door middel
van onze fototechnische kennis zijn we toch wel in staat elk onderdeel van een mummie
voor eeuwig vast te leggen, zonder dat we deze lugubere vondsten verder bewaren.
Bovendien -- en dit is het zwaartepunt van onze stellingname tegen het blijven bewaren
van de mummies -- de menselijke geest, die eens in zulk een mummie heeft gehuisd,
leeft nog in de mummie. Met andere woorden: Het verdergaan van de ziel wordt tegengegaan,
doordat deels deze ziel nog verankerd ligt aan het stoflichaam, wat volgens de wetten
van God al duizenden jaren terug had moeten oplossen!! Een mummie bezit ziel en geest
en de ongelukkige mens, die zich hiervan niet vermag te bevrijden, wordt nu belemmerd
in zijn kosmische kringloop, die hem terugvoert tot de Algeest, waarvan hij deel
uitmaakt!
Wanneer de mensheid de mystieke betekenis van ziel, geest en stof heeft
ontdekt, dan zullen onmiddellijk alle vormen van mummies worden vernietigd, zodat
de stof zijn ontbindingsproces kan voltooien en hierdoor de ziel en geest vrijkomt
van zijn kerker, die door menselijk onbewustzijn werd geschapen!
S. W.