HET MEDIUMSCHAP IN HET OUDE EGYPTE.
                                  DE ONSTERFELIJKHEID VAN DE ZIEL.
Ons credo  is  in enkele korté zinnen samen te vatten: Wij aanvaarden op logische gronden
dat de ziel na de stoffelijke dood als een astrale persoonlijkheid voortleeft en dan begaafd blijft met alle vermogens, die zij zich tijdens haar leven op Aarde eigen maakte.
Wij aanvaarden dat de ziel in contact wil blijven met het stoffelijke bestaan, of zij zich nu op de duistere werelden dan wel op die van het licht heeft afgestemd. De demon wenst dit, omdat het contact met de aardse persoonlijkheid hem weer verzekert van de genietingen die hij in zijn hellebestaan moet ontberen. De hemeling daarentegen zoekt zich met het leven van Moeder Aarde te verbinden, om dit te dienen en te verrijken met de wijsheid die hij in Gods heilige oorden mocht opdoen.

Beide persoonlijkheden moeten zich voor dit contact bedienen van individuen die door hun karaktereigenschappen met hen overeenstemmen. Ons aanvaarden van dit alles is niet nieuw of revolutionair, het is daarentegen zo oud als de wereld.
Al in het grijze verleden handelde de massa naar deze opvattingen. Duizenden en duizenden jaren voor Christus ze door zijn glorierijk Leven en Woord bevestigde, poogden Chinese priesters hun kennis en mogelijkheden al te vermeerderen door de kluisters van het lichaam te verbreken en als zelfstandige, bewuste zielen het leven na de dood te verkennen. Zij brachten hun ervaringen over naar Egypte dat mede hierdoor eeuwige wijsheid ontving.

Ook de bijbel getuigt herhaaldelijk dat de Profeten instrumenten waren Van het geestelijke, het hogere, astrale denken. Het ganse Oosten is occult ingesteld en bracht heiligen voort die door hun verlangen naar de oneindige kennis tot ingewijden werden. De miljoenen die uit en door de astrale wijsheid leven, vinden hun overtuiging nog bevestigd door de onderzoekingen van die befaamde parapsychologen die ruiterlijk erkennen dat door sommige media voortgebrachte verschijnselen  bovennatuurlijk zijn. Wij schrijven "sommige ", want de keerzijde van deze schone medaille is, dat duizenden onverlaten zich aan de geestelijke gaven vergrepen en daardoor het reine bezit van anderen bezoedelden. Het occultisme, waardoor in de eeuwen hemel en Aarde verbonden werden, is een lucratief bedrijf geworden in de handen van gewetenloze sujetten, die God en Christus, de hemelen en uw geliefden tot koopwaar, maakten Terwijl men, om zich als arts of advocaat te kunnen vestigen, een academische graad, nodig heeft,  kan Jan en alleman zich ongestraft uitroepen tot bemiddelaar tussen het stoffelijke en astrale bestaan.

Men zegt of laat zeggen dat men met de "helm" op geboren is, men kreunt en kwijlt en men is in deze verlichte eeuw een "medium", een ingewijde! Tegen de vuige praktijken van deze bewuste of onbewuste bedriegers zullen wij moeten strijden en dat zal pas kunnen worden. beëindigd wanneer ook op dit belangrijke terrein van het leven gezonde, ordelijke toestanden heersen. Aan verpletterend zware eisen moet een mens kunnen voldoen wanneer hij het voertuig wil en kan zijn van hemelingen. Een overtuigend voorbeeld hiervan is het mediumschap in het Oude Egypte - een geschiedenis zo verheven en tegelijk zo dramatisch, dat iedereen, die het occultisme waarachtig, met andere woorden: Geestelijk wil beleven, er gewaarschuwd en verrijkt door zal zijn!

In Aanraking met de Oneindigheid.
Lang niet elke priester van de Egyptische Tempel was een instrument dat door de astrale bezieling bespeeld kon woorden. Om haar wijsheid in de volkomen graad te kunnen doorgeven had hij immers de psychische trance nodig -de verheven toestand, waarin hij de occulte wetten van het lichaam zo volledig overheerste dat hij door de schijndood vrij het astrale leven kon binnentreden.
Eén op duizenden priester beantwoordde aan deze onbarmhartige eis, één slechts van al die geleerde en beproefde mannen bezat de concentratie, de overgave, de kracht om deze schijnbare onmogelijkheid tot stand te brengen.

Levens waren er voor nodig, door waanzin, ziekte en dood moest hij gaan, voordat het lichaam zich liet overheersen en de ziel bekwaam ge noeg was om zich in het geweld van de astrale werelden te handhaven en daar te reageren. Nu eens bezweek zijn stoffelijk organisme onder de gewelddadige druk van de wil,  dan weer voerde één enkele nog onvolkomen eigenschap hem tot het begerige duistere ik, hetgeen met bezetenheid of dood werd afgestraft. Was de opleiding van de gewone tempeldienaar al buitengemeen zwaar, onmenselijk was ze voor de uitverkorene. De media van onze dagen, die zich blijkens hun openbaar optreden hiertoe bescheiden rekenen, zullen er goed aan doen deze opleiding eens met de hunne te vergelijken en als er nog een greintje fatsoen in hen is zullen ze zonder één woord in het duister verdwijnen.

De hogepriesters van de Tempel waren al voor de geboorte van het instrument door de Meesters uit het leven na de dood van zijn komst op de hoogte gesteld. Tijdens de dracht in de moeder, stel den zij zich op het innerlijke leven van de gevleugelde in om te bereiken dat de stoffelijke organen de astrale sensitiviteit niet zouden aantasten. Al in zijn jongste jaren bewees het kind zijn hogere zending door de meest wonderbaarlijke verschijnselen tot stand te brengen. Zeven jaar oud werd het tot de Tempel toegelaten en begon zijn inwijding. Het werd door zijn eermeesters dag en nacht gevolgd, zonder dat het in zijn toewijding één seconde mocht verzwakken of er volgde straf. Onafgebroken werd er geschaafd aan zijn karaktereigenschappen en werden leed en zorg opgelegd om zijn wil en zelfbeheersing te verstevigen. Zijn concentratie voerde men door geraffineerde proefnemingen zo hoog op dat de leerling in staat was het wildste dier door één blik aan zich ondergeschikt te maken.

Nu werd hem geleerd, hoe hij zijn ziel kon losmaken van het lichaam, zonder dat dit instortte. Deze splitsing van persoonlijkheid werd eerst na jaren van gruwzame inspanning bereikt. Het doorliep alle graden van de slaap, tot de schijndood beleefd en overwonnen werd. Nu eerst was de hoogste gave in zijn bezit, de psychische trance, die hem tot een Koninklijke vogel van de ruimte maakte, gereed om alle werelden Gods te bevliegen. Intussen moest hij zijn kunnen bewijzen in toestanden, die menigeen thans barbaars zou noemen, maar die de occultisten van het oude Egypte voor de vorming van de gezegende beslist noodzakelijk achtten. Onze Gevleugelden kunnen het echter wel zonder, hetgeen in de eeuwen niet mogelijk was, presenteren deze reuzen in een handomdraai!

Duizenden, edele, naar God strevende mannen bloedden stoffelijk en geestelijk leeg in de wurgende strijd om het volstrekte mediumschap, ze werden mishandeld en gedood door de wetten, die tot een andere orde, een andere dimensie behoren en ongenaakbaar, ja wreed zijn jegens de onbewuste mens, die hen aarzelend, minachtend, speels denkt te kunnen overheersen. Maar toen zij dan na onnoemelijk leed triomfeerden en als eindig stofmens de oneindigheid van de Goden in hun bezit kregen, waren zij ook in staat de achtergebleven priesters universele schatten in de handen te leggen.
Boosaardigheid en verval.

De media van onze dagen kunnen nu uit deze dramatische belevenissen eens en voorgoed weten, dat hun drijven zonder zo'n inwijding nimmer tot een zegevierend einde kan voeren.
De Egyptische occultisten brachten onsterfelijke wijsheid, doordat zij het gave contact bezaten, met andere woorden: Wie zegt met de astrale wereld in verbinding te zijn en desondanks geen bovennatuurlijke wijsheid ontvangt, liegt of bedriegt zichzelf.

Ook deze harde, maar rechtvaardige wet bewees het oude Egypte, want toen de priesters niet langer tot de hoge inzet bereid waren en tot boosaardigheid vervielen, stroomde er geen wijsheid meer naar de tempels. De kanalen waren vergiftigd en met stank gevuld. De geschiedenis herhaalt zich, hetgeen vroeger gold, bestaat ook nu. Zónder geestelijke gaven, zónder inwijding laat de psychische trance zich niet winnen en blijft het kosmisch bewustzijn uit. Zo was het in de oudste tijden en zo is het nu. Gods wetten blijven zichzelf gelijk. Wat moet er aan de les uit het oude Egypte nog worden toegevoegd? Beseffen de charlatans van onze tijd nu dat zij met hun onbekwame, smoezelige handen af moeten blijven van de heilige gaven, die de reine mens met Zijn Schepper en Diens volmaakte Zoon, met de sferen van lichten onze geliefden daar kunnen verbinden?

Dringt het nu tot hun verwarde breinen door dat hun stuntelig gedoe niets, maar dan ook niets met de zekerheid van de psychische trance heeft uit te staan en dat zij onmetelijke fouten maken door desondanks voort te gaan met ,hun Goddelijke Vader en Zijn hemelingen als weifelende, stumperige slaven te verkopen?  
Talrijk zijn thans de media, de genezers, de schilders en ook de uitpluizers van Jozefs boeken. Velen van hen hebben 'verbinding', contact met astrale Meesters of zien in vorige levens. Velen kennen ook hun tweelingziel. Bewijs na bewijs wordt ons getoond en opgedrongen. Steeds verklaart men ons, hoe nabij men was aan Jozef, nadrukkelijke boodschappen worden ons ter hand gesteld.

Ja...ja...het is altijd hoog, belangrijk en zeer voornaam. Meesters uit de vijfde sfeer lopen in en uit. Machtige geestelijke belevenissen houden de mens weg van het dagelijks werk en plicht. Zelden komt het voor dat de tweelingziel, de eigen man of vrouw is. Meestal is het een ander...en dan vallen er stukken en brokken. In vorige levens was men meestal ook zelf zéér belangrijk op z'n minst van adel, of een prins of prinses, ook het priesterschap ligt sterk op de voorgrond. Enthousiast kan men zichzelf ophemelen, kietelen en speels bezighouden, afgeleid van de eigenlijke taak in het leven. Al te graag wil de mens zich ontwikkelen tot een of andere geestelijke beroemdheid. Wat van dit alles is echter waar?

Wij wagen voor onszelf veel van dit alles met de bekende korrel zout te nemen. Veroordelen past ons niet, beoordelen echter wel. Jozef zei ervan: 'Let vooral op wat er komt en kijk goed uit. Als het werkelijk zo echt en hoog bewust is, dan zijn de resultaten feilloos, de bewijzen onweerlegbaar. Gene Zijde volgt één plan, één opdracht van uit één Centraal Punt geleid. Daarin valt niets te doorkruisen, niets nog eens dunnetjes over te doen of te herhalen. Christus komt niet weer als stoffelijk mens op Aarde.'
Jozef, noch zijn directe Meesters zitten bij wie dan ook aan in seances. De taak van Jozef is af, compleet en afgerond is zijn werk op Aarde gebracht. Wij bezitten de boeken ...... en DAT IS ALLES~~ Gene Zijde zendt thans geen andere boodschappen die de machtige kern van dit 'bloed, zweet en tranen' werk ontluisteren, ontkrachten of in twijfel doen trekken.

Waar dit wel gebeurt, daar heeft u te maken met regelrechte afbraak. Dat kan niet dat is onlogisch en laag bij de grond, ook al zijn de woorden nog zo heilig.
Genezers, goed en prachtig, als het waar is des te beter. Maar dan is het te zien en te voelen dat het u in korte tijd ook echt beter gaat of het wordt u van tevoren meegedeeld. Tweelingzielen wel, wel liefde van de allerhoogste plank voert u niet in het bed van een ander. Scheid uit met dat geklets in de ruimte en erken dat er nog iets van hartstocht in u leeft en dat is, heel wat minder schandelijk. Als het echt waar zou zijn, dan is er geduld en liefdevol begrippen wordt het ene leven niet tegen het andere uitgespeeld. Zwijgen is dan nummer één. Zwijgend afwachten en degene waarmee je nu leeft behandelen als tweelingziel. Ach, dat mooie begrip moet verdiend worden. Laten wij ons niets wijsmaken, dat is voor later. Véél later, eigenlijk pas voor achter de kist.
Ja, waarom trekken wij zo van leer? Waarom zo fel? Omdat wij de bewijzen steeds weer zien.

De mens wil per raket, geestelijk geluk en geestelijke hoogte beleven, belangrijk zijn ook, wie wil dit niet? Maar vele stappen worden zo overgeslagen. Wij zouden het niet weten, indien wij niet geleerd hadden te letten op de uitingen op de verschijnselen.
Zeggen wij eigenlijk iets nieuws? Staat dit alles ook niet reeds in de boeken hoorde u het niet op de lezingen? Ach, lieve mensen, wat zijn wij aan het doen?

Wees gerust hoor, als u meent dat wij u iets afnemen, want dan ziet u het verkeerd. Wij wijzen u slechts op de ECHTE wetenschap, op de boeken. Wij nemen u niets af integendeel. Wij willen dit werk niet bezoedelen door allerlei eigenbelang, eigen denken, door waanideeën. De Meesters zeggen...is voor ons altijd weer het enige...en dan staan wij toch weer voor Jozef. Dáár omheen zal niemand ooit meer kunnen. Jammer voor ons. Hij was ons, zoals hij het zelf eens zei net vóór. Op eigen houtje behoeven wij niets meer te ondernemen. Boven hem, boven de Meesters komen wij toch niet uit. Met persoonsverheerlijking heeft dit niets te maken. Wij moeten het toch allemaal zelf doen...beleven en doorleven. Pas als wij dat echt willen dan worden wij eenvoudiger en kunnen wij inderdaad geholpen worden indien daarvoor echt aanleiding is. Dat zelf te zoeken is niet eens nodig. Werken en bidden is voldoende.

En ja, dan is er naast Jozefs boeken nog heel veel goeds op de wereld te koop. Zeer waardevol. Eigenlijk is er iets voor elke graad...voor ieder gevoel. Evenals de gulle rijkdom van het leven is Gene Zijde niet zuinig, niet gierig en beperkt. Overvloedig en rijk komt het van alle kanten tot de mens. Wij zijn daar evenals u dankbaar voor. Onze taak echter omvat het hoogste, de boeken van Jozef Rulof. Al dat andere, hoe goed ook valt daar buiten. Dat doen anderen wel. Handen vol aan dit ene aan dit hoogste waarvan ons gevoel steeds weer zegt heel aards en menselijk, maar toch een beetje voornaam dankbaar: 'Bloemen voor die man.
Waarvan wij dan in het klein ook een kwekerijtje willen beginnen........
P. L. H.

                                               DE PIRAMIDE VAN GIZEH.
,,Uit steen zou de Goddelijke Mens worden gebouwd Maar niet alleen stoffelijk" doch tevens geestelijk en Goddelijk.
Dit bouwwerk zou de Christus vertegenwoordigen als het volmaakte Goddelijke wezen. Daarin zou niet alleen worden neergelegd het leven dat de Goddelijke Mens op de planeet Aarde zou beleven doch tevens het eeuwige leven en de Goddelijke afstemming. Zo moest dat gebouw worden opgetrokken. Dus in de eerste plaats om de komst van de Christus te verkondigen ten tweede, om Zijn Heilig leven daarin neer te leggen en ten derde zou de mensheid iets bezitten; waaraan het bestaan van de Aarde vast ligt. De priesters stonden onder leiding van bekwame geesten en allen waren voor hun taak berekend Zij ontvingen de inspiratie de mededelingen dus van deze Zijde en de geleerden moesten voor de bouwen het toezicht zorgdragen.

De hogepriesters echter ontvingen het geheel in de symbolische betekenis, de geleerden de stoffelijke betekenis. Ik weet, dat er vijfentwintig mensen aan de piramide hebben gewerkt en dit goddelijke gebeuren tot stand hebben gebracht.
Toen zij al hun berichten hadden ontvangen, werd begonnen met bouwen. Aan deze Zijde waakte men over het geheel en op Aarde luisterde men naar hun bevelen. Fouten zijn er dus in dit machtige bouwwerk niet gemaakt. In dit bouwwerk lag,  zoals ik reeds zei, in de eerste plaats vast de komst en geboorte van Christus. Op tijd geen seconde te vroeg of te laat, zou de Heiland worden geboren. Verder zijn leven en lijden zijn kruisdood en opstanding en het terugkeren tot God.

Tevens ligt in de piramide het menselijk probleem vast, als mens der Aarde, als geestelijk wezen en de Goddelijke afstemming. Maar niet alleen dat in dit bouwwerk de gehele mensheid vast ligt, doch ook alle gebeurtenissen die men op Aarde zou beleven. Voor duizenden jaren zag men dus vooruit....
Meester Alcar in ,,Het Ontstaan van het Heelal''  
Duizenden jaren voor de komst van de Christus op Aarde is er in het Oude Egypte een sacraal monument gebouwd dat ook nu nog tot de allergrootste wereldwonderen wordt gerekend. Men bewondert ook tegenwoordig nog de afmetingen van het bouwwerk, het vakmanschap en de precisie waarmee de granieten blokken op elkaar zijn gelegd, de geologische en astronomische kennis die het bevat, maar dat deze kolos uit de Oudheid ook een symbolische betekenis, ja een geestelijke en een goddelijke heeft, daarover vinden wij in de meeste moderne boeken en reisgidsen weinig tot niets terug. Terwijl  in de context van het oude Egypte de kwintessens van zijn sacrale boodschap wel zal zijn begrepen.

Ik doel daarbij niet alleen op de uitzonderlijke periode - ergens in het Egyptische wereldverleden - waarmee met de bouw begonnen werd, daarvan heeft Meester Alcar immers - gelet op het bovenstaande - reeds een groot  deel van de sluier afgenomen, maar ook op de bloeiperiode van het Oude en Midden Rijk.
Maar nu eerst de beginfase, wie zal niet onder de indruk geraken van Alcars woorden als hij daaraan ook nog toevoegde: In de zevende sfeer is dit tot stand gekomen en daalden Mentors van de zevende sfeer, de zesde, vijfde en vierde sfeer naar de Aarde af en die wezens zouden zich op Aarde in een studie bekwamen.  
Ja, de voorbereidingen hadden plaatsgevonden in de hoogste sferen en voor dit uitzonderlijke doel kregen niet alleen de sferen van de derde graad maar alle kosmische graden één verbinding. Uit de zevende kosmische graad, kwam het bericht naar de zesde, vijfde en vierde graad en de Mentors van de vierde graad stelden zich in verbinding met de Aarde.

Dit is echter de enige maal in de menselijke geschiedenis, deelt Meester Alcar vervolgens mee, dat een hogere kosmische graad met de Aarde een directe verbinding tot stand bracht. Voor dit doel was dit mogelijk en daarom is dit bouwwerk Goddelijk. De periode van de bouw - kunnen we stellen - is dus met recht een buitengewone periode niet alleen voor Egypte maar voor de gehele mensheid geweest. Al die hoogontwikkelde, geestelijke wezens werden voor het ene doel op Aarde geboren. Niets was aan het toeval overgelaten. Ze werden geboren, zegt Meester Alcar, bij ouders die de middelen bezaten om hun kind te kunnen laten studeren, en die op hun innerlijk afstemming hadden. De wiskunstenaar voltooide zijn studie, de astronomen volgden hun studie, de priesters werden voor dat priesterschap opgeleid welke de verbinding met ,,boven'' kon leggen en de mentor, de hogepriester en zijn koning stonden aan het hoofd daarvan.

Toen zij met de meditatie en geestelijke verbinding waren gereedgekomen werd er begonnen. De hogepriester trad uit en kreeg van Gene Zijde zijn bevelen. Opdrachten die uit het Al waren gekomen en via de kosmische graden en de sferen van licht aan de uitgetreden hogepriester, zelf een Mentor uit de zevende sfeer, werden geïnstrueerd.
En dan komt er onder de bezielende leiding van de Meesters en voor de verbijsterde ogen van de gewone mensen die toen leefden, een gigantisch bouwwerk tot stand van ruim 148 meter hoog en met bijna een kilometer grondomtrek, met maar liefst 203 rijen op elkaar gestapelde zandsteen blokken die in de oudheid nog voorzien waren van een buitenbekleding van glanzend wit gepolijst marmer dat schitterde in de zon. De Grote Piramide was klaar, een praktisch lichtbaken voor de karavaan reizigers, maar in zijn symbolische betekenis een teken van licht voor de gehele mensheid.

De wetenschap van het oude Egypte, die nauw verbonden was met de religie en de kunst, heeft door de eeuwen heen meer van de diepere betekenis van dit sacrale bouwsel begrepen dan de moderne Westerse onderzoekers die in het voetspoor van Napoleon het van top tot teen, van de ingang tot de onderste en van de onderste tot de bovenste kamer, hebben opgemeten, gewogen en anderszins in kaart hebben gebracht. Eerst moest Napoleon komen. Meester Zelanus wijst in ,,De Volkeren der Aarde door Gene Zijde bezien'' op de geestelijke  noodzaak van Bonapartes veroveringsdrang en in zijn voetspoor nam hij Champollion mee die het hiërogliefenschrift zou ontcijferen voor de Westerse mens. Materialisten als zij doorgaans waren, hebben zij de hoeken opgemeten, de afstanden van punt naar punt, de diagonalen nagemeten, de granieten blokken op hun zwaarte gewogen, het volume berekend van kamers en open tombe etc. én - dat moet eerlijkheidshalve ook gezegd worden - zij hebben hun hoed afgenomen voor alle bouwtechnische aspecten - maar zij hebben het veelal afgedaan als een wat groot uitgevallen grafkamer voor de trotse koning Cheops of Khufu.

Volgens deze wetenschappers - en de moderne boeken en reisgidsen volgen hen daarin - is het een bouwwerk door mensen bedacht en door mensen gemaakt. Na de trappenpiramide van Djoser te Sakkara, na de drie piramides van Snefroe (de eerste farao van de 4e dynastie) waaronder de knikpiramide te Meidoem, en met de andere twee die op het plateau van Gizeh staan, is de Grote Piramide volgens dit materialistische scenario er één in de rij. Er is volgens hen niets bijzonders aan. Het is wel hoog en met wat veel steen vakkundig gebouwd en het heeft - geeft men in deze kringen toe - een opmerkelijk uniek, van alle andere piramides afwijkend kamer- en gangenstelsel, dat is waar, maar so what? Een goddelijk bouwwerk? Ach kom.
Als wij nu dankzij de boeken van Jozef Rulof weten dat het bouwplan van de Piramide is uitgedacht door Hogere Wezens dan beseffen wij hoever de moderne wetenschap in deze tijd nog verwijderd is van de oude verheven kennis.

Dat de Grote Piramide bijvoorbeeld om geestelijke redenen een afgeplatte top heeft, dat begrijpt men niet. Het is niet aan ieder gegeven er een Goddelijk wonder, een goddelijke openbaring, in te zien. Toch zijn er onder de onderzoekers ook geleerden die verder zien dan maat en getal en ook al vermogen zij - zoals Meester Alcar zegt - niet verder te zien dan hun gevoel hun toestaat, zij zijn - afgaande op hun intuïtie - toch meer aan de weet gekomen dan de grenzen van hun vakgebied hen toestond. Onder hen zijn astronomen, ingenieurs, schrijvers van geestelijk wetenschappelijke werken en archeologen.
Zoals aangehaald uit ,,Het Ontstaan van het Heelal'' werd er dus een Goddelijke boodschap van gevoel tot gevoel, van Meester naar Meester uit het aller allerhoogste doorgegeven. Deze boodschap wilde men op Aarde brengen maar daarvoor waren menselijke instrumenten nodig en die gevoeligheid, intuïtie, geleerdheid en andere begaafdheden bezaten. In die tijd, zegt Meester Alcar, leefden de grootste geleerden, de grootste genieën op Aarde, die er ooit hebben geleefd.

Zij allen, al deze hogere wezens, Meesters uit de 4e tot en met de 7e sfeer, werden geboren. Zij moesten een Goddelijk bouwwerk maken en dat in een kosmische symboliek uitbeelden, waar de mens aan vastligt van zijn jeugd tot zijn einde op Aarde.
De astronomen en andere geleerden hadden aan deze Zijde hun studie voortgezet en hadden als geestelijke wezens studiereizen gemaakt naar andere planeten, hadden de werking ervan leren kennen en droegen dit alles als hun bezit.
De Meesters van de vierde kosmische graad die in verbinding stonden met die uit de vijfde, zesde en zevende bleven tijdens de bouwfase in verbinding met de aarde.
Vele wonderen liggen dus aan de piramide vast. In de eerste plaats de geboorte en de komst van Christus. Daarin zou Zijn leven, maar ook het eeuwige leven en de Goddelijke afstemming worden neergelegd en bovendien zou de mensheid iets bezitten waaraan het bestaan van de Aarde vastligt.

Verder vertelde ik je, deelt Meester Alcar aan André mee, dat alle gebeurtenissen van de Aarde, de gehele mensheid tot aan de laatste mens die op Aarde zal leven daaraan vast liggen. Eveneens de ontwikkeling van de Aarde, maar bovendien vertegenwoordigt de piramide het universum, al de kosmische graden en de loop van de verschillende planeten. In één woord: De schepping ligt aan de piramide vast, ook wat wij nu volgen, wat je hebt beleefd, de mens als de schepper van duisternis en licht, alles, alles ligt aan de piramide vast.
De moderne wetenschap, die na de tocht van Napoleon  op gang is gekomen, is nog lang niet zo ver met haar bewijsbare ontraadseling van de Piramide.
De stand van zaken in de moderne wetenschap over dit onderwerp is de volgende. Men is zich over het algemeen bewust dat de Grote Piramide gerelateerd is aan de Aarde, de Zon en de sterren. Dat staat vast. Men gaat er vanuit dat er twee eenheidsmaten zijn waarmee in ieder geval gewerkt is, dat zijn de heilige el en de piramide inch die van die el is afgeleid.

De heilige el is 635,6 mm en is afgeleid van de polaire straal van de Aarde die afgerond 6356 km is. (De polaire straal is de afstand van één der polen tot aan het middelpunt der Aarde). Dat vooronderstelt dat de bouwmeesters wisten dat de Aarde rond is, een gegeven dat in het westen eerst in de late Middeleeuwen bekend was. De grote Piramide staat verbluffend precies met één kant naar het Noorden. Een afwijking van minder dan drie boogminuten. (Een boogminuut is 1/60 deel van één graad).
Volgens de egyptologe Kate Spence moet deze exacte plaats van het Noorden bepaald zijn door middel van de ook voor moderne begrippen zeer geavanceerde methode van gelijktijdige passage van de beide sterren, te weten Mirad (halverwege het handvat van de Grote Beer gelegen) en Kochab (gelegen in de lepelholte van de Grote Beer). Zij vraagt zich daarbij af hoe of het mogelijk is dat de bouwmeesters van de Piramide zover gevorderd waren dat zij zo'n verbluffende kennis van het heelal voor een praktische toepassing konden gebruiken.

Buitendien ligt de Piramide precies in het hart van de Aarde. Dat moest zo zijn, zegt Meester Alcar, omdat elke verdichting uit het midden begint. Op de Maan is dit zo geweest en ook op de Aarde was dit zo. Andere redenen die hij noemt zijn: Dat God een plaats in het midden van het universum inneemt en de Christus ook in het midden van de aarde zou worden geboren.
Dan ligt er ook nog een andere verwijzing naar de Aarde in de Piramide vast. De gemiddelde hoogte van de piramide wordt geschat op 148,2 meter terwijl een zijde van het grondvlak gemiddeld 232,8 meter lang is. Alle vier zijden, die dus de omtrek van het grondvlak uitmaken, zijn samen 4 x 232,8 meter = 931,22 meter. Deelt men 932,22 door 148,2 dan is de uitkomst 6,292 oftewel in mathematische termen gesproken gelijk aan 2 maal pi, waarbij de wiskundige grootheid pi de waarde heeft van 3,146... Met andere woorden: de omtrek van het grondvlak is 2 pi keer zo groot als de hoogte, waarbij pi een constante is die in cirkels wordt gebruikt. De verhouding tussen straal en omtrek is daar ook 1 : 2pi.

Ook om deze reden is er een relatie tussen Piramide en de planeet Aarde, want men heeft vastgesteld dat de lengte van straal en omtrek van de Aarde 43.200 maal zo groot is als hoogte en omtrek van de Piramide. De Piramide geeft dus de Aarde op verkleinde schaal weer. Dit getal 43.200 mag het basisgetal van de Piramide worden genoemd. Nu heeft men vervolgens ontdekt dat er iets mysterieus is aan dat getal 43.200.
Het komt bijvoorbeeld ook in de purana's, de heilige geschriften in India voor en duidt dan een bepaald tijdperk aan..Dus het getal verwijst naar ruimte én naar tijd. Ook de priester Berosos uit Babylonië, die in 300 v. Chr. astronomische studies maakte op het eiland Kos, vermeldt dat de Babylonische astronomen rekenden met kosmische dagen.

Eén minuut van één kosmische dag wordt gelijk gesteld aan 60 jaar. Eén uur ervan is dus dan 60 x 60 = 3.600 jaar. Eén kosmische dag, die volgens hun berekening uit 12 uren bestaat, is dan - zegt Berosos - gelijk aan 12 x 3.600 jaar = 43.200 jaar. En deze kosmische dag is gelijk aan de tijd die de Zon nodig heeft om rond de ,,Centrale Zon'' een gehele omwenteling te maken. Weer komen we het getal van de Piramide, dat dus naar dit kosmisch gebeuren verwijst, tegen.
De grote cultuurkenner Dr. Joseph Campbell geeft aan dat het getal ook, zij het verborgen, in de bijbel voorkomt. De periode van Adams geboorte tot aan de komst van de Zondvloed bestaat - zo vermeldt Genesis - uit 1.656 jaar. Campbell rekent dan uit: 1.656 jaar zijn 86.400 weken van 7 dagen en dit getal gedeeld door 2 is 43.200. Hoe komen de Bijbelschrijvers, de Indische wetenschap, de Babylonische astronomie én de bouwmeesters van de Piramide ertoe dit getal 43.200 zo belangrijk te achten? Hun kennis duidt op een gemeenschappelijke fascinatie voor één en dezelfde bron.

En die bron is de Zon. Want de Piramide heeft ook kennis omtrent ons Zonnestelsel opgeslagen. Met deze beslissende, geweldige sprong over de grenzen van het nationale thuisland heen, aldus Campbell, met deze sprong van het aardrijk naar de kosmos, lieten de bouwers van de Piramide alle beperkte denkwijzen los en gaven zij blijk van een grandioos inzicht in de wiskundige regelmaat die aan de bewegingen van de hemellichamen ten grondslag ligt. Zij brachten  zelfs de 12 sterrenstelsels van de Dierenriem in kaart. Het is namelijk zo - we zijn nu even kosmisch bezig - dat het lentepunt van de Zon door middel van een verschijnsel dat wel ,,precessie'' wordt genoemd en dat samenhangt met de schommelingen van de Noordpool, in terugwaartse richting verschuift. In 72 jaar verschuift de Zon precies 1 graad in tegengestelde richting. Dat is dus bij 30 graden, de boogwijdte van één dierenriemteken (want 30 graden is 1/12 van 360 graden) gelijk aan 30 x 72 = 2.160 jaar.

Het houdt dus - om een lang verhaal kort te maken - onder anderen in dat de Zon ten tijde van het Oude Egypte en van Mozes de beide dierenriemtekens Stier en Ram is doorlopen. En nu blijkt dat vanaf het begin van het Stiertijdperk tot aan de komst van de Christus de Zon dus exact 2 x 2.160 jaar is 4.320 jaar onderweg is geweest. Vermenigvuldigen we dit getal met 10 dan komen we weer bij het basisgetal van de Piramide uit.
Met andere woorden de Piramide is niet alleen dankzij zijn afmetingen met de Aarde verbonden maar ook met de Grote Omlooptijd van de Zon. En nu rijst bij de egyptoloog van tegenwoordig de vraag: Hoe konden zij die dit bouwwerk hebben gemaakt dit hebben geweten? Daarbij komt nog dat de optimale hoogte van de Piramide  deze Piramide als de genoemde overeenkomst met straal en omtrek van de Aarde, precessiecyclus, de afstand Aarde tot de Zon, het aantal dagen in een jaar, het komt allemaal in de Piramide voor.

Zij staan met opperste verbazing voor een grens en hun standpunt kan wellicht het beste worden weergegeven met de woorden van één van hen: ,,Wij staan hier'', zegt hij, ,,voor zoiets dat zozeer afwijkt van iets dat wij normaal vinden, dat aanvaarding ervan moeilijk zo niet onmogelijk lijkt.''
Ja dat moge zo zijn maar men zou het nauwe kader van onderzoek kunnen verbreden met dat van de geestelijke wetenschap temeer omdat het object van onderzoek geen paleis van een farao noch een graf van een arbeider maar het meest sacrale bouwwerk is dat Egypte, dat de wereld ooit heeft gekend. Men zou dus niet op grond van materiële maar op basis van geestelijke overwegingen bijvoorbeeld dienen in te schatten waarom de top van de Piramide ontbreekt, Meester Alcar geeft er deze, indrukwekkende verklaring voor: ,,De top van de Piramide is de zevende kosmische graad, dus de allerlaatste stoffelijke afstemming, die de mens kan bereiken. Wij weten dat daarna het AL, dus God komt, maar wij weten ook dat geen geest hoe hoog hij ook gekomen is, God in Zijn algehele toestand kan verklaren (...)

Daarom kan men de Piramide niet afmaken, want dan zou men God in wezen moeten kennen en God is niet in steen noch in geschriften of in kunst vast te leggen.''
Onder de moderne wetenschappers zijn er die op zoek zijn naar een sluitend verhaal over de symboliek in de Grote Piramide, er zijn er ook die alleen de materie zien en deze zo nauwkeurig mogelijk opmeten, wegen en in kaart brengen. Evenwel de geheimen van de symboliek die in steen zijn verankerd en die heen wijzen naar de geestelijke bron van hoogbegaafde intelligenties, naar vergevorderde wijsheid, zijn voor de moderne wetenschappers nog met veel sluiers omgeven. Een geleerde, zegt Meester Alcar, die van een kosmisch leven niets afweet, geen wedergeboorte kan aanvaarden, zal nooit de diepte van dit bouwwerk, van dit Godsgeschenk, kunnen peilen... Wij allen zegt hij vervolgens, moeten Christus volgen en alleen door Hem kunnen wij het AL dat men de Koningskamer noemt bereiken. Wij gaan steeds hoger en hoger en dit ligt in de Piramide vast (...) want er is één weg die door dit stenen gebouw omhoog gaat en dat is de ,,Weg die onze hoogste Meester ons wijst en die wij allen hebben te volgen. Dit gebouw is goed en kwaad, licht en duisternis zoals de mens in zijn leven is.''

Het vermoeden is nu overigens wel bij de moderne egyptologen opgekomen dat de Piramide geen grafmonument is voor farao Cheops, en de Koningskamer dus geen grafkamer is. Op grond van steeds meer feiten die thans bekend worden - dankzij opgravingen en ontcijferingen van de hiërogliefen - is men steeds meer geneigd in de Koningskamer een inwijdingskamer te zien die gelijkenis vertoont met die waarin de oude Egyptische priesters hun inwijdingen hielden.
Dat brengt ons bij de oude Egyptenaren zelf. Hoe hebben  zij - de priesters, de mathematici, de astronomen uit de tijd van het Oude Rijk - naar dit bouwwerk opgezien en wat hebben zij ervan begrepen?
Dat de Piramide zoveel wijsheden bevat als Meester Alcar ons in zijn boek

,,Het Ontstaan van het Heelal'' meedeelt zullen lang niet alle priesters in z'n algemeenheid begrepen hebben. Met betrekking tot deze Piramide zijn er zaken die het menselijk bevattingsvermogen te boven gaan. Echter deze priesters en hogepriesters zijn zeker niet stil blijven staan bij optellen en vermenigvuldigen, opmeten en wegen. De belangrijke boodschap van de herrijzenis van individu en mensheid konden zij plaatsen in hun eigen religie, die van Osiris, de God van de wedergeboorte. In de locatie van de Piramide, op de westoever van de Nijl, dat wil zeggen aan de kant van de zonsondergang, dus aan de kant van het sterven van Re, de zonnegod, konden zij afleiden dat het om een bouwsel ging dat met de dood van doen had. Uit de inwijdingen van de Isis priesters konden deze Egyptische wetenschappers concluderen dat de Piramide, met dood en leven aan Gene Zijde te maken had, en zij wisten dat het interieur verwantschap had met de inwijdingen die in het Boek van de Dood, een heilig boek over dood en leven, dat door de God Thoth geschreven zou zijn.

Hier lagen op hoogtijdagen de ,,Gevleugelden'' in de open tombe van de Koningskamer gedurende drie dagen en drie nachten en verbleven dan tussen leven en dood. Dat weten wij nu onder meer dankzij het boek ,,Tussen Leven en Dood'' van Jozef Rulof. In dit levensverhaal van Venry treedt deze groot gevleugelde immers meerdere keren uit zijn lichaam en is dan in staat astraal te reizen waarheen hij wil. Een selecte groep van (witte) priester  geleerden uit verschillende perioden van het Oude Egypte stonden - dat staat vast - in contact met hoog afgestemde zielen aan Gene Zijde: Dus Gene Zijde was voor deze priesters een heilige realiteit. En met die intentie,  met dat heldere weten, hebben zij ook naar de Grote Piramide op gezien. Die stond voor hen op een bijzondere wijze - als een heilige tempel - in verbinding met het grensverkeer - als ik dat zo modernistisch zeggen mag - tussen ,,boven'' en ,,beneden'' en daarmee tussen onze wereld en Gene Zijde, tussen dood en leven, tussen Aarde en Hemel.

Dát in te zien, was gemeten naar onze ratio al heel wat. Zover zijn de meesten van onze geleerden, zoals ik reeds opmerkte, nog niet. Dat de Piramide een bouwwerk is met een Goddelijke zending is een wijsheid die de Egyptische priesters waarschijnlijk niet hebben geweten maar wellicht wel hebben vermoed.
Hun astronomen zagen in de sterrenstelsels Sirius en Orion de aankondigers van de levenbrengende overstroming van de Nijl. Want vlak voordat de Nijl over de oevers kwam, zagen zij aan de horizon, vlak voordat de zon opkwam, eerst Orion en wat later Sirius verschijnen. Als het water van de Nijl weer zakte, verdwenen de genoemde sterren om weer vlak voor een volgende overstroming terug te komen. Zij kondigden dus in de optiek van de Egyptenaren de zegenrijke overstroming van de Nijl aan. Deze sterren hadden dus volgens hun inschatting met de herrijzenis van het leven in Egypte van doen want dit leven was volkomen afhankelijk van de vruchtbare zending van de Nijl.

En zij wisten dat de drie piramiden van Gizeh langs de Nijl geplaatst waren volgens het hemelse patroon van de gordel van Orion en de Melkweg. Dus de Piramide verwees astronomisch gezien naar Orion maar, daar een van de schachten uit de Koninginnekamer naar Sirius wees, dus ook naar het sterrenstelsel Sirius. Orion werd vereenzelvigd met Osirus, Sirius met Isis, de moeder. Weer werd - maar nu via de astronomische invalshoek - de Piramide in hun weten verbonden met de kosmische Goden van geboorte, dood en herrijzenis. Er bestaat geen twijfel over het feit dat de ingewijden onder hen dit hebben geweten. En uit het boek ,,Tussen Leven en Dood'' alsmede uit diverse mededelingen van Meester Zelanus in de drie delen van de 57 Lezingen blijkt wel dat zij inderdaad op het gebied van de geestelijke wetenschap al heel ver waren.

Dankzij de onthullingen van de Meesters Alcar en Zelanus weten wij nu weten wij nu ook dat er zich onder de Grote Piramide nog een bouwwerk bevindt. Er liggen daar, zeggen zij, vele kamers en gangen die met elkaar in verbinding staan en waar elke steen zijn betekenis heeft. Maar er is nog meer, André  zegt Meester Alcar, onder de piramide ligt een tweede bouwwerk. Daarvan weet men echter niets af. De moderne wetenschap heeft hierover haar vermoedens en dankzij uitlatingen van de slapende Amerikaanse profeet Edgar Cayce, die ook op het bestaan ervan gewezen heeft, is men recentelijk gaan boren. Uit de boorresultaten en uit seismografisch onderzoek is het vermoeden bij een minderheid tot zekerheid geworden. De Egyptische autoriteiten staan evenwel verder onderzoek niet langer toe. De tijd om deze wereldschokkende stap te zetten zal er wel nog niet rijp voor zijn. Er blijven vanzelfsprekend nog vele vragen over.

Bijvoorbeeld hoe of de komst van de Christus in de architectuur is uitgedrukt, hoe of de gang van de mensheid in steen is verankerd, op welke wijze wereldoorlogen zijn vastgelegd, in hoeverre de vijfentwintig hoge intelligenties die de Piramide hebben gemaakt, hun kennis hebben medegedeeld aan anderen enz. enz. Zomede vragen als: Hoe is de relatie tussen Piramide en Bijbel, en tussen Sfinx en Piramide? Misschien dat ik daar bij een andere gelegenheid op in mag gaan. Blijven we bij de beantwoording ervan evenwel in gedachten houden dat wij - waar het een bouwwerk betreft met zo'n overweldigende boodschap aan de gehele mensheid - slechts een deel van de waarheid aan het licht zullen kunnen brengen en dan ook nog met Gods hulp.

Er wordt immers wel gezegd dat de beste dingen niet gezegd kunnen worden en de op één na, beste vaak verkeerd wordt begrepen. En dat zal de eerste komende decennia ook met het interpreteren van de Piramide wel het geval zijn, want de wetenschap die studie maakt van deze Piramide zal geen opmerkelijke vorderingen kunnen maken als zij alleen materieel blijft denken.
Voor wat dit artikel en onze wonderbaarlijke reis door de geheimen van de Piramide betreft moge ik besluiten met de stand van zaken rond de Piramide van dit ogenblik met diep respect door de grote Meester Alcar te laten verwoorden:

,,In jouw tijd zegt Meester Alcar tegen André,'' heeft men de diepte van de Piramide ontdekt en telkens zullen er mensen worden geboren, die haar ontsluieren. Iedere eeuw heeft haar eigen betekenis. In iedere eeuw leven er wezens op Aarde, die dieper in dit kosmische raadsel zullen binnendringen. Ook dat ligt vast. Op tijd zullen al deze mensen worden geboren. Volgens de bijbel kan men de Piramide ontsluieren, maar ook in de bijbel zijn diepe waarheden en werkelijkheden vervalst omdat de natuur en de kosmische betekenis niet zijn begrepen. Iedere geleerde dus, die hiervan zijn studie maakt, kan en zal niet verder en dieper kunnen gaan dan hij zelf aan gevoel bezit Wanneer zij straks een eeuwig en kosmisch voortleven aanvaarden - je voelt het zeker reeds - is de geleerde veel en veel verder, gaat hij dieper en dieper om dit Goddelijk raadsel te ontsluieren dan zij die zich op dit ogenblik daarmee bezighouden.
G. R.

                               DE GENEZERS IN HET OUDE EGYPTE. 1.
De moderne wetenschap haalt minachtend haar schouders op als wij haar de natuurgeneeswijze van het Oude Egypte tot voorbeeld zouden willen stellen. ,,Allemaal kwakzalverij" zo luidt haar vernietigend oordeel.
De natuurgeneeswijze kan echter, naar onze mening nimmer als kwakzalverij worden bestempeld als zij op de volmaakte wijze wordt toegepast, zoals het Oude Egypte dit wist te doen. Integendeel. Er zal een tijd komen, dat de moderne medici weer zullen terugkeren tot deze z.g. kwakzalverij, zij het dan, dat zij dit op een wijze zal doen waarbij de modernste medische hulpmiddelen gecombineerd zullen worden met de natuurgeneeswijze.

Dit is niet zo vreemd als het wellicht schijnt als u bedenkt, dat ook de knapste medicus is overgeleverd aan de geneeskracht van Moeder Natuur. Een dokter kan u door middel van medicijnen helpen te genezen maar als het lichaam niet ,,wil", staat hij machteloos. De chirurg kan de zieke van kwaadaardige gezwellen bevrijden of en been amputeren, maar Moeder Natuur moet tenslotte alles weer genezen. Met ziekten zoals b.v. tuberculose is de genezende kracht van de natuur nog steeds het allerbelangrijkste. P.A.S. , streptomycine en zelfs het z.g. ,,wondermiddel" Nidanton hebben inderdaad dikwijls succes in de bestrijding van die gevreesde kwaal, maar de rustkuur gecombineerd met frisse lucht en vitaminerijk voedsel is nog steeds primair. Elke dokter zal dit moeten bevestigen. Er is dus zonder enige twijfel een grote geneeskracht in de natuur en het is de toekomstige taak der wetenschap om die krachten ten volle te benutten!

De Oude Egyptenaren waren grootmeesters in het genezen. Zij maakten hiervoor bijna uitsluitend gebruik van kruiden, van de Zon en van het volle Maanlicht. In het Westen kent men deze krachten niet en ofschoon wij dezelfde Maan bezitten als de Oosterlingen, heeft alleen in het Oosten de Maan een diepere betekenis gekregen.
Doordat de Oosterse genezers volkomen een waren met de natuur en zich wisten over te geven aan hogere beïnvloeding, wisten zij de patiënt zo te leggen, dat de zieke organen de juiste stand kregen. Hierna kon de Maan zijn genezende inwerking beginnen. De speciale kruiden activeerden de zieke delen en de zachte genezende bestraling van de Maan voltooide het genezingsproces.

Duizenden zieken werden op deze wijze genezen van kwalen die zelfs nu nog ongeneeslijk zijn. Zo is het bekend, dat een vrouw met inwendige gezwellen, een ziekte die thans de naam draagt van baarmoederkanker, door een Maankuur werd genezen. Ook zenuwzieken en zelfs krankzinnigen werden op die wijze met succes behandeld.
Een Maankuur bestond hieruit, dat de priesters de zieke bij het opkomen van de Maan in een slaaptoestand brachten. Enige, voor de stofwisseling noodzakelijke, kruiden werden toegediend en de zieke sliep zich onder de zachte uitstraling van de Maan als het ware beter. Tijdens de slaap kwamen de organen door de enorme inwerking van de Maan weer op volle kracht en herstelden de zieke weefsels. Zelfs blinden werden door een Maankuur genezen en kregen het licht in de ogen terug indien de oorzaak van de blindheid op gedeeltelijke verlammingen berustte.

Dat de Maan zulk een geweldige uitwerking bezit op ons lichaam behoeft ons niet te verwonderen, als wij de eb- en vloedverschijnselen bestuderen die ook hoofdzakelijk door de inwerking van de Maan plaatsvinden. Hoe groot moet haar kracht dan wel zijn op ons nietige organisme.
Er zijn tevens bergkuren bekend uit die tijd. Gedurende de koude van de nacht moesten de zieken weer genezen. Vele volken hebben dergelijke nachtprocessies meegemaakt en leerden daarin de levende mystiek kennen die zulk een belangrijke rol speelt voor het herstel van het lichaam.
Deze genezingen zijn het beste te vergelijken met de, ons Westerlingen bekende, spontane genezingen door gebedsverhoringen. In wezen is dit hetzelfde. Onze bedevaartgangers beleven iets dergelijks.

De Oude Egyptenaren werkten echter bewust en lieten niets over aan het geloof.
Ook door handoplegging genazen de zieken hoewel het toch de "Nachtgod"was die de eigenlijke genezing tot stand bracht. Anderen genazen weer door het koude water en ook door die methode werden er wonderen verricht.
Een zeer goede geneeswijze was deze: de priesters voerden de zieken door de warmte naar de koude en lieten hen hierna een Maankuur doen.
De Zon werd eveneens gebruikt als geneesbron, steeds echter afgewisseld door de koude inwerking van de nacht waardoor een kosmische verbinding tot stand kwam. De Oude Egyptenaren voelden, dat na de Zonnewarmte een afkoeling moest volgen, wilde de genezing intreden.

Indien het Westen op de juiste wijze met warmte zou werken, door dus op warmtebestraling een afkoeling te laten volgen, zouden de zieke weefsels of organen juist die reactie krijgen die de natuur voor hen had bestemd en die zij dringend nodig hebben. De persoonlijkheid van de patiënt was voor de Oude Egyptische genezers een zeer belangrijk punt. Aan de persoonlijkheid werd vastgesteld hoe de behandeling moest plaats vinden. Iemand met een stug karakter werd door krachtsoverlading overwonnen, om te voorkomen dat de patiënt de wetten van de natuur volkomen neersloeg en zodoende de behandeling bleef overheersen.
Eerst stelden de Egyptische genezers dus de geestelijke afstemming vast en daarna pas de geneeswijze. Op die manier kon het niet gebeuren, dat de persoonlijkheid van de patiënt de geneesheer in de weg stond en medicijn en wetenschap volkomen uitschakelde, zoals dit ook nu nog in het Westen zo dikwijls voorkomt!

Zo ziet de Westerse geleerde, dat de "kwakzalvers"in het Oude Egypte heel wat presteerden en dat hun geneesmethoden dikwijls superieur waren aan de onze. De moderne warmte- en koudetherapie is wellicht een overblijfsel uit die tijd.
Wie weet heeft de Schepper Zelf aan de genezers in het Oude Egypte deze kosmische wijsheid geschonken!
N.N.   



                             EEN OPERATIE EN WONDERLIJKE GENEZING. 2
Het is bekend dat de Oude Egyptenaren reeds operaties konden verrichten. Zouden wij bij zulk een ,,operatie" zijn toegelaten, dan zouden wij met angst en beven deze -- in onze ogen-- tovenarij hebben aanschouwd.
Wij draaien in gedachten, de klok enige duizenden jaren terug en betreden zulk een operatiekamer in de Tempel van Isis. Een klein meisje ligt op de operatietafel. Verscheidene priesters staan om de tafel heen en stellen hun concentratie op het kind in. Weldra is de kleine patiënte in slaap. De geest van het kind wordt buiten het lichaam geplaatst en hierdoor wordt het stoflichaam gevoelloos ( vergelijkt u dit vrijmaken van de stof met de modernste narcose!)

Het astrale kind bevindt zich nu in de wereld van de geest en is bevrijd van alle pijn. Het innerlijke leven kan zich nu vrij verplaatsen en ziet neer op haar eigen stoflichaam. ( Dit moet de nuchtere Westerling ongeloofwaardig voorkomen, maar toch komt dit verschijnsel nog dagelijks voor. heel vaak zal een patiënt die onder narcose is gebracht soms gebeurtenissen vertellen die buiten zijn gezichtsveld liggen. Gebeurtenissen die zich b.v. op straat afspelen of in een ander vertrek! Een operatiedokter of hoofdzuster weet hiervan mee te spreken, al begrijpen ze de verschijnselen niet doordat zij geen mystieke kennis bezitten!)

Een van de priesters trekt nu een ,,magische cirkel" om ons heen. Wij zullen nu binnen deze aangeduide ruimte moeten blijven en mogen in geen geval buiten de cirkel treden totdat de genezing achter de rug is. Deze magische cirkel heeft een astral-beschermende invloed. Geen enkel woord horen wij nu spreken.
Een andere priester smeert nu het hoofdje van het kind in met een of andere krachtige zalf. Reeds na korte tijd zien wij de hoofdharen oplossen en op het hoofdje de huid te voorschijn komen. Nu worden er nog andere zalven op het hoofdje gesmeerd en daarna wachten de priesters af. Inmiddels is door helpers spoelwater klaar gezet en tevens verband van kunstig geweven stof. Alle priesters zijn in diepe concentratie. Een opperpriester stapt nu naar voren en bewerkt het hoofdje waarvan de huid door de kruiden en zalven is verweekt.

Binnen enkele tellen ligt nu de hoofdhuid open en kan de schedel worden gelicht.
Wij zien nu de inwendige organen bloot liggen en merken duidelijk het gezwel op. Door dit gezwel was het kindje wezeloos en leed aan hevige hoofdpijnen. De opperpriester verwijdert het gezwel met een wonderlijke snelheid. Nu worden er sterk ruikende kruiden verbrand, waarvan de damp de gehele ruimte vult. In de tussentijd brengt de opperpriester de schedel weer op zijn plaats en maakt weer gebruik van andere kruiden. Nu wordt het gehele hoofdje ingesmeerd en daarna verbonden. Hierna brengt men nog een andere zalf over het verbonden hoofdje aan voor het verdichten van de hoofdhuid. De operatie is achter de rug en de natuur zorgt nu verder voor de algehele genezing.

De Oude Egyptenaren kenden en gebruikten honderden soorten kruiden, die alle onfeilbaar werkten. Ook op dit terrein hadden zij het hoogste bereikt. Sommige van deze kruiden werden als natuurlijk gif toegepast, terwijl een andere zalf deze wetten verbrak en de weefsels van alle kracht ontroofden. Tengevolge hiervan kon de hoofdhuid elastisch worden gemaakt!
Wij keren echter weder terug naar de operatiezaal, waar zojuist de tweede patiënt wordt binnengedragen.
Het is een oude man, die ongeveer dezelfde stoornissen bezit als ons eerste patiëntje. Dit gezwel echter kan op een andere wijze worden verwijderd, doordat de omstandigheden dit mogelijk maken.

De patiënt gaat op de tafel liggen en nu brengen de priesters hem in een toestand van halfwakend bewustzijn. (De geest blijft nu in het lichaam). De priesters hebben reeds geconstateerd, dat er in het hoofd van de patiënt een verdikking ligt en deze verdikking moet nu worden verwijderd. Eerst zou een priester deze zieke genezen maar hier moesten alle priesters aan meewerken omdat hiervoor massaconcentratie nodig is.
Alle priesters stellen zich nu in. De opperpriester maakt nu verschillende ,,passen"  om het hoofd van de zieke en wordt hierbij geholpen door assistenten. Op een punt is nu deze massa-concentratie ingesteld die de kracht bezit van een enorm brandglas. Wij zien nu duidelijk langs het linkeroor van de zieke een verdikking optreden. Op deze plaats is van tevoren zalf gesmeerd teneinde de huid daar te verweken. Steeds groter wordt de verdikking totdat opeens de huid vaneen scheurt en de etter te voorschijn komt. Opnieuw maakt de opperpriester lange passen over het hoofd en de etter vloeit naar de opening achter het oor. Tot viermaal toe zien wij een verdikking. Hierna is al het vuil verwijderd. De patiënt is weer genezen, keert tot zijn dagbewustzijn terug en verlaat de zaal.

Tenslotte komt een oude man aan de beurt die een geheel opgezwollen en blauw-zwart gekleurd been heeft.
Een priester nadert de zieke en smeert diens gezwollen been in met een sterk ruikende zalf. Hierna concentreert zich de priester op het zieke deel. Zijn handen bestralen het been en wij kunnen waarnemen hoe het zieke lichaamsdeel onder zijn handen dunner en dunner wordt, totdat het been weer de normale proporties heeft aangenomen. Deze bliksemsnelle genezing maakte de vergiftiging -- de oorzaak van het opgezwollen lichaamsdeel -- onschadelijk.
Deze en nog tal van andere wonderen kwamen tot stand in zulke tempels, kort voordat het Oude Egypte verviel. Toen losten ook deze grote geneesmethoden op. De westerling die dit leest zal misschien niet kunnen geloven aan deze ,,tovenarij" en toch, laat hij voorzichtig zijn met zijn oordeel! Dit is allerminst fantasie, hoe fantastisch het hem ook mogen voorkomen. Het Oosten kende vele wijsheden die voor de westerling niet zijn te doorgronden. De mens is dieper dan hij zelf weet.
N.N.



                                            DE GROTE PYRAMIDE VAN GIZEH.
Want er is niets verborgen, dat niet geopenbaard zal worden: en er is niets geschied, om verborgen te zijn, maar opdat het in het openbaar zou komen.
(Mark. 1V-22)
Ir. D. Davidson en H. Aldersmith hebben in hun boek ,,The great Pyrami its divini message" het bewijs geleverd, dat de Grote Piramide van Gizeh een geheel andere betekenis heeft dan de vele andere piramiden die in Egypte staan.
Op wetenschappelijke wijze heeft men aangetoond, dat deze gigantische piramide, waarvan de basis bijna twee en een half en de hoogte bijna twee maal zo groot is als van onze Utrechtse Dom, het meest volmaakte bouwwerk is dat ooit werd geschapen.

De Egyptologen zijn het onder elkander nog niet eens wanneer dit machtige monument tot stand is gekomen, maar volgens Davidson werd deze piramide bijna 3000 jaar voor onze jaartelling gebouwd onder leiding van de Pharao Khufu (,,de langharige"). De naam Khufu bewijst reeds, aldus Col. Garnier in ,,The Great Pyramid: its Builder and its Prophecy", dat deze Pharao geen Egyptenaar was en zich van andere Egyptenaren, die zich zorgvuldig schoren, door zijn lange haardracht onderscheidde.............
Sir Wallis Budge schrijft in zijn ,,History of Egypt": ,,de beschaving der dynastieke Egyptenaren ontwikkelde zich uit de primitieve cultuur der inlandse pre-dynastieke volken van Egypte, nadat deze gewijzigd en verbeterd was door de hogere intelligentie van een ras, vermoedelijk van Aziatische oorsprong, dat Egypte binnenviel en het zonder moeite en strijd veroverde."

Prof. Breadsted  zegt van Khufu o.m. ,,het staat vast, dat Khufu geen Memphiet is. Wij hebben niets gevonden, wat een verklaring kan geven van het feit, dat een edelman uit een provinciestad, de plaatsvervanger van de machtige Senefroe en de stichter van een nieuw vorstenhuis werd."
( Geschiedenis van Egypte).
Manetho, een priester uit die tijd, beschrijft verder, hoe later dit vreemde ras Egypte weder verliet en in Judea een stad stichtte, genaamd Jeruzalem!
Toch is deze wonderbaarlijke Piramide niet gebouwd als grafmonument voor Khufu en evenmin vertolkt ze de, in steen uitgehouwen, inhoud van het Egyptische Dodenboek. Niettegenstaande dat de Piramide voor de wiskunde en astronomie gegevens heeft geopenbaard die niet te bevatten zijn, als wij bedenken, dat deze feiten bijna reeds 5000 jaar geleden werden vastgelegd, is ook deze wijsheid niet de voornaamste betekenis van dit Goddelijke bouwwerk. Zo werd o.a. in de Piramide van Gizeh vastgelegd:

De ellips en ellipsoide, de beweging der aarde om de zon.
De precessie-wenteling van de as der aarde.
De verandering van vorm en stand van de baan der aarde.
De definitie van het ,,jaar".
De verplaatsing van het Herfstpunt en de jaarlijkse verplaatsing van het perihelium.
De drie astronomische jaren.
De precessie-omtrek der z.g. Theoretische Piramide levert de formule voor de afplatting der aarde, zij geeft de juiste gedaante en afmeting van onze wereldbol en levert de formule voor de verandering in de helling der ecliptica. Zij levert de formule voor de verandering in de versnelling tengevolge der zwaartekracht en vermeldt het gemiddeld niveau van land en zee.
Zij geeft ook de snelheid van het licht aan en de afstand van de aarde tot de zon, alsmede de minimum- en maximum-excentriciteit van de aardbaan.
En dit alles met een nauwkeurigheid, welke niet onderdoet voor die der moderne astronomie.

Deze en nog tal van andere gegevens zijn verwerkt in een monument van steen, zo geniaal, dat er geen architect ter wereld is, die dit zou kunnen evenaren! Ir. Davidson schrijft: ,,Hiermede heeft de Grote Piramide van Gizeh, het bewijs geleverd, dat zij met de grootst denkbare nauwkeurigheid de afmetingen en gedaanten van de aarde, alsmede haar bewegingen en die van haar banen tot uitdrukking brengt en dat dit alle, met elkaar verband houdende, functies zijn van de eenvoudigste eenheden van deze afmetingen en bewegingen. Hier ligt een aanduiding voor, dat dit alles uitvloeisel is van een enkele grote Natuurwet, een Universele Wet, waarvan wellicht eenmaal zal blijken, dat ook Einstein's relativiteits-theorie en andere takken van wetenschap slechts vormen zijn."

En toch is dit alles -- zoals reeds is vermeld -- maar bijzaak.
De Piramide wilde hiermee alleen de aandacht op zich vestigen van een toekomstig ras, dat eeuwen en eeuwen later zou komen, in de wetenschap dat die beschaving dit mystiek geheim zou ontsluieren.
Tot heden toe is dit niet gebeurd. Ofschoon Ir. Davidson en zijn voorgangers de eer toekomt, dat zij door hun moeizaam en prachtig werk een gedeelte van het geheim hebben mogen doorgronden, is de ware Goddelijke betekenis nog niet tot hun gevoelsleven doorgedrongen. Verscheidene interpretaties van Davidson bleken reeds, door de feiten van de achter ons liggende jaren, onjuist te zijn geweest. Ook voorspellingen die wij uit deze bron nog te goed hebben zullen anders uitkomen dan Ir. Davidson die heeft gedaan. Teneinde dit te kunnen begrijpen gaan we in gedachten duizenden jaren terug in de geschiedenis. Wat is het doel geweest van de bouw van deze Goddelijke Tempel?

De Grote Piramide van Gizeh vertegenwoordigt het Universum. Het gehele wereldgebeuren ligt hierin opgesloten. Geboorte, leven en dood van Christus, de oorlogen, de evolutie van de aarde en de mensheid, tot in de hoogste graden.
De Piramide vertegenwoordigt een Goddelijke Zending en is bedoeld als houvast voor de mensheid. Op het juiste tijdstip zullen mensen worden geboren, die een gedeelte van de Piramide kunnen ontsluieren. Elke eeuw heeft een eigen betekenis voor de Ruimte van God en in iedere eeuw zullen er wezens zijn op aarde die dieper in dit kosmisch raadsel zullen mogen doordringen. Dit ligt vast.
Met de Bijbel als basis, kan dit gedeeltelijk ook worden gedaan, doch hiervoor is het nodig om de Bijbel op de juiste wijze te interpreteren. En wie heeft deze wijsheid? Zonder het ware gevoelsleven bereikt men niets. Dit monument vertolkt de ontwaking van de Goddelijke mens.

Het ontbreken van de punt van de Piramide -- de topsteen -- tracht men ook te verklaren, maar er is een betekenis die nog veel dieper ligt: in de Piramide zijn zeven ruimten uitgebeeld. hierna volgt het ,,Uiteidelijke". Dit ,,Uiteindelijke" is echter niet in de steen weer te geven. daarom kon de Piramide niet worden afgemaakt. Dit is de werkelijke betekenis van de ,,fout" van de bouwers.
hoe is de Piramide nu tot stand gekomen en wie hebben deze gebouwd? Elke geleerde weet, dat 5000 jaar geleden de mensheid nog niet zover was om wetenschappelijke feiten te kunnen verkondigen zoals elders in dit artikel naar voren zijn gebracht. Hoe is dit dan mogelijk geweest?
Wij kennen in de kosmos -- zoals reeds is vermeld -- zeven ruimten. de mens zal door de evolutie deze ruimten overwinnen, wil hij het ,,Uiteindelijke" binnentreden en een zijn met God zoals Christus dit is. Wij mensen op aarde leven pas in de derde ruimte en hebben zodoende tal van planeten in de kosmos reeds moeten overwinnen voordat we dit derde stadium konden bereiken.

De bouw van de Piramide lag reeds vast in de hoogste en zevende ruimte en toen de tijd naderde, dat de mens op aarde hiervoor bewust was, werd die kennis vanuit de zevende ruimte doorgegeven aan de astrale wezens die voor onze derde ruimte, het hoogste gevoelsleven vertegenwoordigen. Het allerhoogste gevoelsleven van onze derde ruimte zou hiervoor op aarde terugkeren om Hogepriester te worden in Egypte, want daar, in het midden de aarde, moest dit bouwwerk worden opgericht, Het Egyptische volk was toen al in staat, zulk een constructie uit te voeren doordat hun priesters kennis hadden van hogere wetten.

Ook de andere hiervoor aangewezen persoonlijkheden uit de astrale gebieden zouden eveneens worden herboren op aarde om priester te worden of zich op andere  wijze te bekwamen. De voorbereidingen waren enorm en hebben eeuwen geduurd, doch toen alles klaar was, was ook de aardse mens gereed om dit uit te voeren. Elke persoonlijkheid volgde de weg die voor hem was uitgestippeld en die hem was toegewezen. De wiskundigen voltooiden hun studie evenals de astronomen en de priesters.

Eindelijk kreeg de Leider de verbinding met de hoogste sferen van deze planeet en met hem alle andere priesters. Langzamerhand werd de geestelijke sluier van hen afgenomen zodat zij wisten waarvoor zij op aarde waren. Nu werd de aarde met alle ruimten tot de zevende toe, verbonden. Dit is de enige keer in de menselijke geschiedenis dat dit is voorgekomen. Daarom is dit bouwerk Goddelijk en volmaakt. De Leider ontving de symbolische en de geleerden de stoffelijke betekenis van dit werk.

Vijf en twintig bewuste mensen hebben aan de planeet gewerkt en leiding gegeven, en vele Egyptenaren waren nodig om de Piramide te bouwen.
Het is maar aan enkele ingewijden bekend, dat onder de Grote Piramide een tweede bouwwerk ligt, doch ook dat zal op de juiste tijd worden gevonden.
Eens, wanneer de mensen op aarde hiervoor geestelijk gereed zijn, zal de vierde ruimte opnieuw verbinding opnemen met de aarde, reeds nu wordt hieraan gewerkt doch het zal nog lang duren voordat de mensheid hiervoor rijp is en al deze wonderen zal kunnen aanvaarden. Er zit dus inderdaad iets in als Ir. Davidson zegt: ,, De grote Architect van de Piramide was God.
De Pyramide draagt voor de mensheid een boodschap van buitengewone betekenis en hierdoor spreekt de Stem van de Hoogste Schepper.
N.N.

                           DE MUMMIES MOETEN WORDEN VERNIETIGD!
Dr W.D. van Wijngaarden directeur van het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden, heeft voor enige tijd terug een boekje laten verschijnen, dat handelt over mummies en mummificering. De aanleiding hiertoe was vermoedelijk de zeer recente opgraving van de oudste tot dusver ontdekte piramide te Sakkara, waarbij men ook zeer gave mummies en mummiekisten heeft gevonden.

Zoals de lezer weet wordt onder mummificering verstaan het toepassen van kunstmatige middelen ter conservering, zoals het opzettelijk uitdrogen, het zalven, het opvullen met kruiden en specerijen en het inwikkelen.
Het doel der mummificering in Egypte was, volgens Dr van Wijngaarden, te pogen om de persoonlijke identiteit na de dood te bewaren. Het was voor de Egyptenaar niet alleen van het grootste belang, dat het lichaam zou blijven bewaard in een toestand, die zoveel mogelijk op het leven geleek. De oude Egyptenaren geloofden namelijk aan het persoonlijk voortbestaan na dit leven, dat zij zich overigens zeer realistisch voorstelden en dat geheel in overeenstemming was met het aardse leven, zij geloofden, dat ieder levend wezen een ziel bezat en dat de ziel, die bij de dood het lichaam heeft verlaten en die als sperwer met mensenhoofd of in een andere gedaante in hemel of op aarde verblijf houdt, zal terugkeren en weer verenigd zal worden met het lichaam. Niets was hun gruwelijker dan de gedachte, dat de ziel in het hiernamaals zou voortleven buiten haar ,,huis"', dat wil zeggen buiten haar lichaam.

Het voortbestaan van het lichaam was noodzakelijk, daar dan alleen de ziel later weer met het lichaam zou kunnen worden verenigd. Om nu dat lichaam op de duur voor ondergang te bewaren, placht men het te balsemen. Vandaar dat in Egypte het mummificeren een bloeiende industrie is geworden, die geheel in handen was van een gilde van priesters en hun assistenten, die er het monopoly van bezaten en hun geheimen angstvallig bewaarden.
Dr van Wijngaarden vertelt ons verder, dat de mummificering van geheel godsdienstige oorsprong was; zij wortelde in de vereniging van Osiris, de God der doden en het symbool der onsterfelijkheid.

Volgens de sage van Osiris eens heerser over Egypte. Zijn broer Seth doodde hem echter. Horus, de zoon van Osiris en Isis, beschouwde het als zijn eerste plicht het lichaam te balsemen. De eerste Egyptische poging tot mummificering was dus die, welke door Horus, geholpen door Anoebis, werd verricht op het lichaam van Osiris.
In overeenstemming daarmede was het gehele proces der mummificering een religieuze ceremonie, nauw verbonden met de Osirisdienst. De balsemers en hun assistenten belichaamden goden, die optraden in de mythologische balseming van Osiris. Een der balsemers stelde zelfs Anoebis voor en droeg daartoe een masker in de vorm van een jakhalskop. De gehele ceremonie werd voltrokken volgens een bepaald voorgeschreven ritueel.
Gedurende de middeleeuwen en later, werden de Egyptische mummies ijverig gezocht; men schreef hun wondere krachten toe. Fijn gewreven mummies werden gedacht te zijn een waardevol en krachtig geneesmiddel. Mummiestof was in iedere apotheek en werd door de medici aan hun patiënten voorgeschreven. Er werd een drukke winstgevende clandestiene handel in mummies gedreven; door grafroof kregen de handelaars van Alexandrië aanvulling van hun voorraad!

Ofschoon Dr van Wijngaarden uiteraard wijst op het historisch belang van de mummies en op de onmisbaarheid hiervan voor onze beschouwing van de gehele beschavingsgeschiedenis der mensheid, spreekt hij toch aan het einde van zijn artikel over ,,één der meest groteske aberraties van de menselijke geest"!
En inderdaad kan de verlichte mens uit de twintigste eeuw thans gemakkelijk tot dit oordeel komen. Diepgaande studies van het oude Egypte hebben ons echter aangetoond dat er toentertijd ook nog een andere gilde priesters heeft bestaan, die een ontzagwekkende kennis bezat inzake de mystiek van de dood. Deze kleine groep bewuste mensen kon zich echter niet handhaven temidden van de corrupte en onbewuste priesters, die door list en bedrog hun macht trachtten te vergroten bij de Farao's. Tijdens hun schrikbewind is ook het oude Egypte tot verval geraakt. De nog geconserveerde mummies zijn overblijfselen uit een periode die ver achter ons ligt en die als afgesloten dient te worden beschouwd. Waarom worden die mummies nog bewaard?

,,Men moge allesbehalve gunstig denken over de min of meer vulgaire smaak van personen, die er behagen in schijnen te scheppen om te turen naar de mummies in de glazen kasten de musea." Niemand minder dan Dr van Wijngaarden, spreekt deze woorden uit! Welnu, waarom bewaard men deze geprepareerde lijken nog? Door middel van onze fototechnische kennis zijn we toch wel in staat elk onderdeel van een mummie voor eeuwig vast te leggen, zonder dat we deze lugubere vondsten verder bewaren. Bovendien -- en dit is het zwaartepunt van onze stellingname tegen het blijven bewaren van de mummies -- de menselijke geest, die eens in zulk een mummie heeft gehuisd, leeft nog in de mummie. Met andere woorden: Het verdergaan van de ziel wordt tegengegaan, doordat deels deze ziel nog verankerd ligt aan het stoflichaam, wat volgens de wetten van God al duizenden jaren terug had moeten oplossen!! Een mummie bezit ziel en geest en de ongelukkige mens, die zich hiervan niet vermag te bevrijden, wordt nu belemmerd in zijn kosmische kringloop, die hem terugvoert tot de Algeest, waarvan hij deel uitmaakt!
Wanneer de mensheid de mystieke betekenis van ziel, geest en stof heeft ontdekt, dan zullen onmiddellijk alle vormen van mummies worden vernietigd, zodat de stof zijn ontbindingsproces kan voltooien en hierdoor de ziel en geest vrijkomt van zijn kerker, die door menselijk onbewustzijn werd geschapen!
S. W.