EEN STRIJD VOOR HET HOGERE.
Ik (André) voel dat
de Meesters willen dat ik innerlijk onherroepelijk het meesterschap aanvaarden moet
of ik sta stil en kunnen zij met mij niets beginnen. Daarvoor denken wij nu!
Als
je dit goed volgt, kun je het begrijpen. Indien ik als de stadse zou zeggen, nu doet
hij dat niet meer, vroeger dus, wat kan mij dat schelen, is er in mij geen bezieling.
Dat laat ik niet zien, Jeus, als ik maar weet dat ik het ben. Eerst nu kan Meester
Alcar door mij alles bereiken. En dan, mijn Jeus, worden wij geen wereldleraar, wij
zijn in stilte gekomen en wij gaan in stilte weg. Wij zijn straks bij duizenden mensen
bekend, natuurlijk, maar dat is de Aarde nog niet. En dat voel ik. Ook al zou ik
heel deze mensheid kunnen bezielen, ik krijg dat niet in handen, omdat er teveel
bedrog op Aarde is....
Uit: ,,De Kosmologie van Jozef Rulof'', deel 4.
Ook al neemt
het kerkbezoek steeds meer af, toch weten in de eenentwintigste eeuw zich nog vele
mensen gedragen door een God, een Christus en een bijbel. Dit houvast is hen gelukkig
niet zomaar te ontnemen. Het is een belangrijk houvast temidden van een steeds meer
materialistisch wordende samenleving.
De allereerste mensen die Moeder Aarde bevolkten
en haar na hun volbrachte kringloop verlieten, hebben tijdens hun vele levens op
Aarde niets van dit alles geweten. Zij bezaten geen God, noch een Christus of een
bijbel. Toen zij de astrale werelden betraden, bezaten zij niet meer dan zichzelf.
Zij hadden niet meer bewustzijn en licht dan zij op Moeder Aarde zich eigen hadden
gemaakt. Hun stoffelijke zon was zelfs geheel verdwenen en velen van hen zaten met
recht zonder licht! Dit was de wereld, die de pioniers van de mensheid, die later
als eersten het Goddelijk Al konden betreden, als de hunne moesten beschouwen.
Naarmate
hun gevoel ontwikkelde, zij gingen denken, kwam er licht in hen, dat hen uiteindelijk
ging overstralen en hun via de vierde, vijfde, zesde en zevende kosmische levensgraad
naar het Goddelijke Al voerde.
Na deze schier oneindige kosmische reis werd in het
Goddelijk Al door hen, door Christus en de Zijnen een plan ontwikkeld om de mensheid
van de derde kosmische levensgraad tot een hoger bewustzijn op te trekken. Dit grootste
plan moest echter in een aantal fasen worden opgesteld om het enigszins ontvankelijk
te kunnen laten zijn voor het bewustzijn van de mens die toen op de derde kosmische
graad leefde. Hoger dan dat bewustzijn kon in eerste instantie niet worden gegaan.
Het doel was niet een overrompeling met hemelse gaven, het ontnemen van elke ontwikkeling
van de mens, nee, de mens moest het zich eigen kunnen maken!
Als één van de belangrijkste
onderdelen van dit plan verkoos, nu tweeduizend jaar geleden, Christus Zelf als aards
mens weer op de derde kosmische graad geboren te worden, teneinde de noodzakelijke
fundamenten te leggen. Hij werd dus één van ons. Maar zelfs dat kon de mensheid niet
aan!
Hij kwam naar ons bewustzijn, om ons te leren dat de sleutel van het leven de
DIENENDE LIEFDE is. Hij deed dit niet in verheven vormen, hij toonde het zodanig
dat het voor ons mensen te verstaan zou zijn en dat het tot de mogelijkheid behoorde
dat wij Zijn voorbeeld zouden kunnen navolgen. Dat velen van ons Zijn Goddelijke
Boodschap nog steeds niet willen en kunnen aanvaarden, is tekenend voor het geestelijk
bewustzijn op Aarde!
Wanneer wij in onze hedendaagse wereld om ons heenkijken, moeten
wij vaststellen dat het drama, dat zich 2000 jaar geleden op Aarde voltrok, zich
nog steeds herhaalt. De ,,Caiphassen'' en de ,,Pilatussen'' zijn in onze tijd nog
volop voorhanden, elke dag weer zijn wij ,,aardlingen'' bezig het goede te vermoorden
en daardoor de Christus opnieuw te kruisigen!
Om de mensheid uit het ,,stenentijdperk
bewustzijn'' op te trekken was er in het beginstadium ook bruut geweld nodig. Zo
leren wij in het Oude Testament een God van wraak en verdoemenis kennen. Deze God
werd op Aarde op ruime schaal vertegenwoordigd door brute veldheren, koningen en
keizers. Zij droegen echter, zij het onbewust, hun steentje bij tot de grote ontwikkeling.
Zij maakten een begin met de bundeling van de krachten, het beschermen van hun eigendommen
en stelden wetten op, ook al waren die in onze ogen vaak dom, egoïstisch en primitief.
Deze gehele ontwikkeling liep samen met de plannen van de Hoge Meesters, zoals wij
in het boek ,,De Volkeren der Aarde door Gene Zijde bezien'' kunnen lezen. Voor de
Hoge Meesters stond maar één weg open: Het aangaan van een strijd, die de aardse
evolutie zou versnellen. Hoe zou de wereld eruit hebben gezien, indien de Hoge Meesters
waren opgegaan in hun eigen geluk en zich verder niet om het leven op de derde kosmische
graad hadden bekommerd? Zeker, we hadden thans nog in het stenen tijdperk geleefd!
Door het onvermoeide werken van de Meesters van Gene Zijde en hun instrumenten op
Aarde begon voor de mensen het opwaarts gaan in stoffelijke toestand. Zij begonnen
in te werken op die mensen die er het meest voor openstonden. Toen kwam het moment
dat de massa krachtiger bewerkt moest worden. Het volk, bij ons bekend als de kinderen
van Israël, waren qua bewustzijn het meest gereed om een persoonlijkheid in zich
op te nemen, die de kracht zou bezitten om de onbewuste, zich in hartstocht uitlevende
massa wakker te schudden en zonodig krachtdadig de ogen te openen voor de geestelijke
kant van het leven. Deze man was Mozes, waarover wij veel kunnen lezen in het boek
,,De Volkeren der Aarde''.
Vele persoonlijkheden na Mozes baanden de door de Meesters
geplande weg, om uiteindelijk de komst van de Christus, de verbinding van de derde
kosmische graad met het Goddelijk Al, voor te bereiden. Christus kwam en gaf ALLES
aan de mensheid. Hij wist dat Hij niet begrepen, of beter gezegd, niet aangevoeld
zou kunnen worden. Toch moest dit geschieden om de weg naar de uiteindelijke geestelijke
ontwaking af te kunnen leggen. Het Hoogste Bewustzijn in de Ruimte was daarvoor nodig.
Niettegenstaande het feit dat Christus ALLES bracht wat maar te brengen viel, de
alles omvattende Liefde van mens tot mens, was dat toch het begin van de grote strijd,
de strijd voor het hogere! Was Christus het niet die zei: ,,Velen na mij zullen meer
zeggen dan Ik''. Dat was niet omdat de Christus onvoldoende woorden tot Zijn beschikking
had, maar onze oren en gevoel in die tijd konden niet meer bevatten.
De leer van
Christus, begrepen of onbegrepen, hier en daar verminkt door overlevering van mond
tot mond, van ervaringen en belevenissen, werd door een handjevol mensen, met inzet
van hun gehele persoonlijkheid over de Aarde verspreid. Het hoofddoel was bereikt.
De boodschap uit het Goddelijk Al die Christus ons als mens schonk, verzonk niet
in de vergetelheid, maar kreeg meer en meer bekendheid en dwong de denkende en voelende
mens in die tijd respect af!
Het GROTE PLAN kon worden voortgezet. Fundament na fundament
moest worden gelegd. Velen lieten, overtuigd van een eeuwig voortgaan, het leven
voor deze boodschap. Nog steeds overheerste het geweld in de prediking van het Evangelie,
dat het Koninkrijk Gods aankondigde. Het Koninkrijk, wat de openbaring van dit universum
in de mens betekent. Lage praktijken om het zielenheil van de mensen te garanderen
verschenen op de ,,markt''. Degenen, die anders voelden en dachten, belandden zonder
enig pardon in de gevangenissen of erger nog, zij kwamen uit naam van God op de brandstapel
terecht! In feite is deze tijd nog maar nauwelijks voorbij. Het is dan ook geen wonder
dat Gene Zijde zich heel langzaam, stap voor stap, aan de mensheid bekend kan maken.
Een persoonlijkheid zoals Jozef Rulof zou enige eeuwen geleden zeker de brandstapel
zijn opgegaan en zijn werk onmogelijk hebben kunnen afmaken. Hoewel de brandstapel
er niet meer is, zouden ook vandaag de dag bepaalde mensen graag zien dat deze boodschap
van Jozef Rulof van de Aarde verdween.
Maar Gene Zijde, is geduldig, zoals ook de
LIEFDE oneindig geduld bezit, doch geen gram aan gevoel zal worden verspild.
De aardse
mens wenst bewijzen. Bij duizenden werden deze ons door Gene Zijde geschonken. Maar
wat is een bewijs? Bestaan bewijzen wel? Het gaat immers om ons gevoel, om ons bewustzijn!
Wij zullen in staat, ja, gereed moeten zijn, teneinde een zekere gebeurtenis als
bewijs te ervaren. Niets kan en mag er opgedrongen worden!
Wij mensen van de eenentwintigste
eeuw hebben al zoveel meer dan de mensen van de voorafgaande eeuwen. Wij kunnen zelf
onze vergelijkingen maken ten opzichte van ons eigen leven. Wij als lezers van de
boeken van Jozef Rulof beseffen nauwelijks wat wij in handen hebben gekregen en wat
voor een verantwoordelijkheid dit ons oplegt. ,,Boven Jozef Rulof zal niemand ooit
uitkomen'', was een pertinente uitspraak van de Meesters. Niettemin zijn er altijd
vele verlichte zielen geweest die de mensheid wijsheid schonken.
Wij willen dan
ook nog eens uw aandacht vragen voor de mens Jackson Davis.
Een Amerikaan, die leefde van 1826 tot 1910. In het derde deel van het boek ,,Jeus
van Moeder Crisje'' kunnen wij in het hoofdstuk ,,Jeus de schrijver'' lezen over
deze ontmoeting, die Jeus met hem aan Gene Zijde heeft. Davis heeft de derde sfeer
aan Gene Zijde reeds in zijn bezit. Jeus wordt door Meester Alcar naar deze sfeer
gebracht om enigszins bij te komen van de enorme strijd, die steeds heviger voor
hem werd naarmate Meester Alcar de wetten van God, van leven en dood, van vader en
moederschap dieper aanboorde. Om zijn taak te verlichten ontving hij in deze periode
zijn ,,Levensrots'' Een symboliek van de hand van de schilder Wolff.
Jackson Davis was, zoals wij in hetzelfde hoofdstuk kunnen lezen, voor zijn tijd een groot medium. Hij beleefde eenzelfde opleiding als Jeus. Hij vertelt Jeus tijdens deze ontmoeting, waarvoor hij op Aarde moet opletten. Hij zegt tevens tegen Jeus dat hij dieper zal gaan dan hij ooit heeft mogen ontvangen en mocht beleven.
Davis zegt verder dat Jeus de ,,Kosmologie'' zal ontvangen, waardoor ook hij diende,
maar die thans op Aarde wordt gebracht. Davis heeft de mens op Aarde ook enige prachtige
werken geschonken. Davis vertelt Jeus van zijn TOVERSTAF, die hij tijdens zijn leven
op Aarde mocht ontvangen. Deze toverstaf is evenals de ,,Levensrots'' van Jeus een
symboliek, waarvan een enorme levenskracht uitgaat. Ook hij had het tijdens zijn
leven op Aarde zwaar te verduren. Zoals gezegd schreef Davis een aantal boeken, waaronder
,,De Toverstaf''. In het voorwoord van dit boek werd in 1925 door de heer van Boekhoven
onder andere geschreven, dat de lezer wanneer hij of zij het boek ter hand neemt,
zal lezen hoe een onwetende, onopgevoede jongen, zonder enige schoolse vorming, gevormd
door een zielkundig proces, zich tot een wijsgeer van buitengewone betekenis ontwikkelt,
tot een ziener en profeet als de toenmalige geschiedenis geen tweede voorbeeld weet
aan te wijzen. Dit heeft een opmerkelijke overeenkomst met de ontwikkeling van Jozef
Rulof, die evenals Davis niets aan aardse kennis bezat, waardoor hij alles kon dragen.
Alles
gaat in ,,de strijd voor het hogere'' gepaard met ontwikkeling en bewustzijn. De
mensheid stond in de vorige eeuw veel verder af van alles wat naar occultisme zweemde,
dit in tegenstelling tot onze tijd. Zelfs de Meesters, die met Jozef Rulof in de
dertiger jaren aan de eerste boeken begonnen, hadden voor het merendeel te maken
met mensen die de kerk als houvast bezaten. Het is dan ook zijn eerste boek ,,Een
Blik in het Hiernamaals'' dat heel fijn op dat gevoel en bewustzijn is geschreven.
Gaan wij verder met lezen, dan ontwaren wij daarin eveneens een evolutie, die voor
ons voelen en denken kan eindigen in het lezen van de Kosmologie. Zo is het dan ook,
dat in de werken van Davis wel wordt gesproken over een leven na de dood, maar het
thans voor ons niet weg te denken beginsel van de reïncarnatie wordt niet aangeroerd.
Indien wij het naschrift van ,,De Toverstaf'' lezen merken wij dat Davis ook een
sterke afkeer had voor de drift van de spiritisten uit zijn tijd om naar wonderbare
manifestatie te jagen en aldoor seances te houden en allerlei omgevormde, slecht
gecontroleerde mediums voor geld te laten werken. Waren deze spiritisten al niet
op zijn hand, hij raakte ook met de grootste pioniers vaak in strijd. Zijn zittingen
werden indertijd bijgewoond door mensen die hetgeen hij van Gene Zijde doorkreeg,
direct uit zijn mond hoorden. Daaronder bevonden zich ook vertegenwoordigers van
de kerk. Hoewel ook deze mensen onder de indruk waren van hetgeen Davis vertelde,
herriepen zij later hun uitspraken weer en verwierpen de boodschappen van Gene Zijde.
Dat aan de pionier Davis ook nog niet alles in die tijd kon worden geschonken, blijkt
uit het feit dat één van de spiritistische onderzoekster hem kon ergeren door haar
prediking over de reïncarnatie.
Het is denkbaar dat Gene Zijde het nog niet de juiste
tijd vond om aan Davis de levenswet van de reïncarnatie te openbaren. Wanneer wij
in dit verband een vergelijking maken met de inhoud van de boeken van Jozef Rulof
wordt in zijn eerste boek ,,Een Blik in het Hiernamaals" ook maar summier melding
gemaakt van de reïncarnatie. Ook dit wordt stap voor stap opgebouwd in de boeken
,,De Kringloop der Ziel" en ,,Het Ontstaan van het Heelal". Later in zijn werk wordt
de wet van de reïncarnatie uitvoerig ontleed. Wij doelen hier op ,,De Kosmologie
van Jozef Rulof" en de ,,Zevenenvijftig lezingen".
Het is echter niet de bedoeling
om in het kader van dit artikel één van de boeken van Davis uitvoerig te beschrijven.
Wel willen wij trachten enige opmerkelijke hoogtepunten uit het boek ,,De Toverstaf"
te citeren, teneinde u alsnog een beeld te kunnen geven van het leven van deze markante
persoonlijkheid. Het eerste citaat handelt over de wijze waarop Davis in het bezit
kwam van zijn toverstaf.
Plotseling zag ik een lichtstraal! Verschrikt keek ik de
kamer rond. Ik zag toen niets dan een enkele ster, waardoor de kamer zwak verlicht
werd.
EEN ILLUSTRATIE UIT HET BOEK ,,DE TOVERSTAF''. DE OVERGANG VAN HET AARDSE NAAR HET
GEESTELIJKE LEVEN WERD DOOR JACKSON OP DEZE WIJZE WAARGENOMEN. DIT GEBEUREN KOMT
STERK OVEREEN MET WAT ANDRÉ BELEEFDE BIJ HET OVERGAAN VAN ZIJN TANTE. (ZIE HET EERSTE
DEEL VAN HET BOEK ,,EEN BLIK IN HET HIERNAMAALS)''.
Weer boog ik mijn hoofd en nog
eens zag ik dat flikkerlicht! Ik keek op en zie: Daar zag ik in schuine richting
een smalle strook licht, een nauwkeurige afbeelding van de staf die mijn geestelijke
leider mij had laten zien en die hij mij gegeven had! Onmiddellijk herinnerde ik
mij alles. Ik kende zeer goed het mooie geschenk en stak de hand uit om het te grijpen.
Het was verdwenen! De kamer was weer
kamer was weer in duisternis gehuld en dat stemde mij zo onaangenaam dat ik voor een ogenblik wanhopig werd. Misschien verliep er een half uur eer ik weer durfde te bidden: Goede Voorzienigheid, vergeef mij mijn ongeduld, mijn ogenblikkelijke opwelling van drift. Maar vergun mij, ik smeek U erom, die mooie staf te mogen nemen en behouden!
Een nieuwe flikkering van gouden licht verlichtte nu de duisternis en toen ik opkeek
zag ik in de rustige atmosfeer van het vertrek een helder verlichte strook, waarin
ik woorden zag staan, die schenen te branden, te stralen en te schitteren! Ik schrok
niet, maar het bekoorde mij! Bedaard las ik de schitterende woorden:
Hier is uw Toverstaf.
BEWAAR
EEN KALM GEMOED BIJ ALLES WAT GEBEUREN MOCHT.
Neem hem, beproef hem, wandel met hem,
spreek met hem, vertrouw op hem,
VOOR EEUWIG!
Over en over las ik die schitterende,
fonkelende, doorschijnende woorden van wonderbare betekenis. Maar ik begon te twijfelen
en vroeg ,,Is die grote volzin mijn Toverstaf? BEWAAR EEN KALM GEMOED, BIJ ALLES
WAT GEBEUREN MOCHT?" In een oogwenk verdwenen toen de woorden in de wit verlichte
strook en in hun plaats verscheen het antwoord: ,, JA". Het was genoeg. Mijn gemoed
was vol dankbaarheid! De toverstaf is dus geen fictie, dacht ik met blijdschap.
Het
geheim ervan is: Neem hem, beproef hem, wandel met hem, spreek met hem, leun op hem,
vertrouw op hem, voor eeuwig. Ja, belangstellende lezer, ik greep die geestelijke
staf aan, de toverstaf en ging de trappen af, naar buiten in de openlucht, wandelde
de straten door, ging toen weer naar mijn kamer, ging op bed liggen met de staf naast
mij en stond er de volgende morgen mee op, ontbeet met hem, onderzocht de zieken
met hem leunde op hem bij tegenspoed, vertrouwde op hem ten allen tijde en zo wandelde
ik er de vallei van mijn beproevingen verder mee door.
Tot zover dit eerste citaat.
Dit waren niet zomaar een paar woorden. Davis ontving daarmee een krachtige ondersteuning
bij al het werk dat hij te verrichten had. Wanneer wij de inhoud van deze woorden
goed op ons laten inwerken, kunnen deze ook voor ons van belang zijn. Is het niet
zo dat ook wij door alle gevoelens om ons heen op drift kunnen raken? Het bewaren
van een kalm gemoed is daarbij ook voor ons van het allergrootste belang!
Een tweede
citaat geeft ook een beeld van de opmerkelijke grootte van het mediumschap van Davis.
Verhoor, o verhoor mijn gebed, Vader. Het is het eerste gebed in mijn leven dat ik
waag voor Uw troon neer te leggen. Mag ik U ook over mijn visioen vragen stellen,
mijn Vader? Mag ik vragen waarom al wat ik zag mij met vrees voor U vervult en mag
ik niet weten hoe het komt dat, als U zo goed en almachtig en waakzaam over de elementen
van de aardse en menselijke aangelegenheden bent, zoals blijkt uit Uw bijzondere
voorzienigheid, hoe het komt dat U niet met kracht ziekte en zonde wegruimt en zo
de aarde in een hemel van geluk verandert?
In dit gebed was consequent uitgewerkt,
wat de natuurlijke invloed van zo'n geloof moest zijn. Het bracht in mijn ziel teweeg
wat het overal aankweekt: Vrees, onvergenoegdheid, aanmatiging en bevelende gebeden.
Nadat ik deze bede had ontboezemd, voelde ik in geheel mijn wezen de zekere voortekenen
van een visionaire toestand. In weinige ogenblikken was mijn uiterlijke zin afgesloten
en mijn innerlijk waarnemingsvermogen geopend en ik zag de gestalte van mijn geestelijke
leidsman aan mijn zijde en ik voelde terstond dat hij gekomen was om mijn onrust
weg te nemen en mijn uitgeputte geest te sterken, te verlichten en te troosten. Met
zijn schitterende gestalte en zijn stralend oog leek hij een heerlijke zon van hemellicht
die ik enige dagen geleden gezien had. Ik voelde dat ik in de tegenwoordigheid was
van waarheid en liefde.
Toen ik volkomen kalm en helder was geworden en al mijn aandacht
op mijn leraar had gevestigd, sloeg hij zijn zachte, maar toch zo krachtige, doordringende
blik op mij en sprak: ,,Denkt u, nu dat u weet dat de aarde 25.000 mijlen groot is
en 900 miljoen bewoners draagt, dat God op een andere wijze voor haar zorgt als voor
andere wereldbollen en hier op aarde een bijzondere regering uitoefent? Spreek, denkt
u dat?"
,,Ja", antwoordde ik, want de bewijzen van Gods bijzondere voorzienigheid
werden mij op de berg getoond en overtuigden mij van dezelfde Goddelijke bemoeienis
als waarvan vele bejaarde en beschaafde lieden mij vertelden. Het gelaat van mijn
vriend blonk nog zachter en lieflijk waren zijn trekken. U denkt dat alles wat u
gezien heeft, zou moeten worden verstaan zoals u het heeft opgevat? Ja, ik geloof
dat waarlijk!
Hierop daalde er een kalmerende vrede op mij neer over de uitgestrekte
handen van mijn leidsman, die niettegenstaande zijn magnetische handbeweging het
visionair licht bij mij uitdoofde, zodat mijn natuurlijke ogen geopend schenen te
worden.
De geest van Davis treedt nu uit om met zijn leidsman verplaatst te worden
naar een zeker punt in de ruimte, terwijl zijn lichaam achterblijft.
Ik voelde mij
als één met hem, opgenomen in zijn aura, zo licht als lucht. Na enige minuten was
ik volkomen bewusteloos. Maar weldra wekte mij zijn lieflijke, welluidende stem en
met mijn ontwakende vermogens ontsloten zich eigenschappen uit het diepst van mijn
wezen, die mij tot hiertoe vreemd waren geweest. Opnieuw hoorde ik zijn stem zeggen:
,,Zie nu!''
En daar stond mijn leidsman, wiens breed voorhoofd en naar boven gerichte
ogen mij de meest verheven gedachten ingaven. Weer sprak hij tot mij:
,,Wend u om
en zie''.
Ik gehoorzaamde en ik keek met hem in dezelfde richting. Ik aanschouwde
toen het glorierijkste en prachtigste schouwspel van scheppende macht. Het kwam mij
voor dat wij op de tinne van de allerhoogste top van het universum, een tempel stonden,
die niet met handen was gemaakt. Om ons heen zweefden ontelbare wereldbollen, maar
hoe onhoorbaar en harmonisch bewogen zij zich om een voor mij onzichtbaar hoofdcentrum
en ik zag niet één wereldbol, die mijn stoutste verwachting en begrip niet oneindig
overtrof, die schoonheid gaat boven de beschrijving en de onmetelijkheid boven alle
bekende berekening uit. O, wat een overweldigend schouwspel. De oneindigheid scheen
met werelden bekroond en iedere grote wereldbol was met tal van kleine bollen versierd
als met veelkleurige bloemen van onuitsprekelijke schoonheid. Elke bol en alle tezamen
zweefden met de snelheid van elektriciteit door de onmetelijke ruimte en toch veroorzaakte
die beweging niet zoveel geluid als het tikken van het fijnste uurwerk. Hun snelheid
was onbegrijpelijk en toch kon ik niet zoveel beweging waarnemen als het kloppen
van het hart in het kleinste diertje.
Ik zag voor mijn voeten in een schrikwekkende
diepte, een bodemloze afgrond, maar ook daarin zag ik een zee van wereldbollen en
ik had evengoed de druppels van de zee kunnen tellen als deze menigte van lichtbollen
en ik dacht aan alle waterdruppels en zandkorrels van de kleine Aarde.
,,Zie nu goed'',
sprak mijn leidsman, ,,want u slaat nu een blik op de myriaden wereldbollen, die
daarginds tot die ver verwijderde groepen behoren''.
Ik scherpte nogmaals mijn blik
en zag nog dieper in de diepte en ontdekte in zijdelingse richting nog meer sterrengroepen,
die talrijker waren dan de atomen van onze Aarde. En met nog meer gescherpt waarnemingsvermogen
staarde ik verstomd in de diepte beneden mij om een dergelijke zee van wereldsystemen
en zonnestelsels te zien en ik vond geen eindpaal of bodem voor deze ontzettende
massa van sterrengroepen en ik duizelde alsof ik moest bezwijken voor de aanschouwing
van deze majestueuze scheppingsrijkdom.
Denkt u niet dat wij nu staan op de hoogste
tempeltinne van het universum, op de uiterste top van deze maatloze schepping?
Ik
antwoordde bevend: ,,Ja, dat denk ik zeker''.
Hij hield onafgewend zijn heldere blik
op mij gevestigd en sprak: ,,Wees sterk en zie nogmaals''. Mijn telescopische blik
werd door hem naar boven gericht en ik zag met onuitsprekelijke ontroering een onmetelijk
etherisch gewelf, bezaaid met een eindeloze keten van heerlijke sterrengroepen, te
talrijk, te heerlijk om met menselijke woorden omschreven te worden. Ringen, groepen,
rijen harmonische figuren van zonnen met hun planeten en satellieten waren overal
zichtbaar, geen einde was te zien, niet in de breedte, niet in de hoogte, noch in
de diepte, noch in de lengte en ik voelde dat het verbazingwekkend geheel van de
schepping zonder begin of einde was. Dit schouwspel verpletterde mij met het gevoel
van kleinheid en nietigheid. Het was alsof ik mijn individualiteit had verloren,
toen mijn leidsman tot mij sprak: ,,Denk nu nogmaals aan de grote aardbol van 25.000
mijlen in omvang!'' Ik voelde mij echter niet in het minst verlegen door deze vergelijking,
want ik herinnerde mij wat ik vroeger van de Aarde heb gezien en dat mij dit de overtuiging
had gegeven dat deze planeet in ogen van haar Schepper wel van buitengewoon gewicht
was.
Maar ik was toch gedwongen te zeggen: ,,Nee, mijn leidsman, want de heerlijkheid
en grootheid nu aanschouwd, doet de kleine Aarde verzinken als een zandkorrel aan
het strand. Maar daar u nu toch van de kleine Aarde spreekt, wens ik wel te weten
of haar talrijke, redelijke bewoners niet van een groot gewicht zijn in de ogen van
de Schepper?''
Onmiddellijk na deze vraag veranderde de aard van mijn toestand en
de eigenaardigheid van mijn waarnemingsvermogen. In plaats van de onmetelijke ruimte
te overzien en de diepten te peilen, werd mijn blik nu meer bepaald en doordringend
op één punt gericht.
,,Zie'', sprak mijn gids en ik aanschouwde nu dat elke ster
aan een prachtige, ontzaglijke, grote aardbol gelijk was. Wat wij aan de avondhemel
waarnemen en sterren noemen zijn niets dan zonnen,maar de daarbij behorende planeten
kunnen wij vanwege de afstand niet zien. Ik, in uitgetreden toestand, zag deze wel!
Deze bollen waren bevolkt met de bekoorlijkste hemelse wezens, aan de aardbewoners
wel gelijk en ook mannen en vrouwen, maar hoeveel heerlijker, volmaakter en fijner!
Ik zag hun mooie woningen van de meest voortreffelijke architectuur en versieringen.
Verloren in de bewondering van die aantrekkelijke, harmonische reine wezens, riep
ik verrukt uit: ,,Zeker, dat is de hemel! En dit zijn de Engelen!''
Mijn leidsman
antwoordde alleen: ,,Denk nu nog eens aan de 900 miljoen bewoners van de Aarde''.
Ik deed dit, maar zonder mij een verwijt te maken dat ik kleine dingen verheerlijkt
had als de allerhoogste en ik zei: ,,Ik beken dat de waarneming van deze myriaden
en myriaden van hemelse wezens mijn mening over de waarde van de aardbewoners zeer
gewijzigd heeft, de mens schijnt mij nu daarbij een eendagsvliegje, maar ik heb in
mijn vorige visioen zoveel gezien dat mij het onomstotelijk bewijs heeft gegeven,
dat de kinderen van de Aarde toch in bijzondere gunst bij hun Schepper staan. Toen
ik deze woorden gesproken had, omhulde plotseling een atmosfeer van een geestelijk
licht mijn leidsman en zijn gelaatstrekken, ofschoon altijd zacht en aantrekkelijk,
namen een ongewone en beslissende uitdrukking aan en hij sprak ernstig: ,,Verzamel
al uw denkkracht, open uw verstand en luister naar mij. Ik wil u gebruiken als mijn
voertuig, mijn tolk of medium om mijn onderwijs aan de aardbewoners over te brengen''.
Tot zover dit tweede citaat.
Al hetgeen Davis door zijn leidsman heeft waargenomen
en heeft vastgelegd, heeft de mensheid niet kunnen overtuigen van de realiteit van
het werkelijke leven. De grootheid van de schepping die aan hem werd getoond, heeft
toch maar weinigen aan het denken gezet, maar er was toch weer een fundament in de
strijd voor het hogere gelegd. Een enkeling bouwde er op voort, keerde in zichzelf
en besefte dat al die hemelse zaken slechts door eigen inzet bereikt konden worden.
Het visioen dat Davis kreeg, kennen we terug in de beschrijving van de kosmos door
Meester Alcar in het boek ,,Het ontstaan van het Heelal''. Het is mogelijk dat Davis
net als Jeus een blik in de vierde kosmische graad heeft mogen werpen.
De Universiteit
van Christus werkt door en bouwt gestaag verder aan de opgang van de mensheid van
de derde kosmische graad. De strijd voor het hogere zal uiteindelijk de liefde en
de vrede in ons doen ontwaken en ons uiteindelijk tot het Koninkrijk Gods voeren.
Niets kan ons immers worden geschonken!
De strijd voor het hogere is nog lang niet
ten einde, nog veel zal moeten worden overwonnen. Daar is echter ook kennis voor
nodig. Kennis over de realiteit van het leven. Wij zijn dan ook blij dat wij de opening,
die Jackson Davis tijdens zijn aardse leven aan het spiritualistische denken van
de wereld mocht schenken en dat later door Jozef Rulof en zijn Meesters verder tot
verdieping werd gebracht, nu over de wereld kunnen brengen.
Tijdens het ontwikkelen
van het vertaalproject beleefden wij een wonder. Dit wonder ligt voor ons besloten
in het feit dat wij voor de distributie van de boeken van Jozef Rulof in Amerika
op een bijzondere wijze in contact kwamen met de uitgeverij ,,Health Research'',
die tot vandaag de dag nog steeds de boeken van Jackson Davis uitgeeft.
Deze boeken
staan dus nog in de belangstelling bij de Amerikanen. De boeken van Jackson Davis
vormen dus een goede basis, als het ware een springplank voor de boeken van de ,,Universiteit
van Christus''.
Was dit leiding? Wij weten zeker van wel, want twee jonge lezers
van de boeken van Jozef Rulof gingen tijdens hun vakantie in Amerika op zoek naar
de boeken van Jackson Davis. Zij vonden de bovengenoemde uitgeverij, waardoor wij
enige maanden later met haar in contact konden treden.
Zo wordt op een nieuwe wijze
invulling gegeven aan de opdracht die Jozef Rulof ons eens gaf:
,,ZEND DE BOEKEN
DE WERELD IN!''
N.V.
DE WERELDECONOMIE ALS DE TITANIC….
En
wij de passagiers….
Of toch
niet?
HET EINDE VAN EEN HEBZUCHTIG TIJDPERK.
AUGUSTES
2008.
Als je nooit goed hebt begrepen hoe de wereldeconomie in z’n werk gaat, is dat
volgens mij niet zo raar. Dat onbegrip gold in ieder geval voor mij. Tijdens mijn
studie bedrijfskunde, begin jaren tachtig, heb ik de economie van een bedrijf als
ook die van landen mogen bestuderen. En ik moet zeggen, met stijgende verbazing.
Gaandeweg der jaren kon ik pas onder woorden brengen wat er niet aan klopt. Zoals
elk aspect in de samenleving zijn ook de grondslagen van de economie het resultaat
van een beperkte manier van denken. Met desastreuze gevolgen voor de gehele planeet
en haar bewoners.
Homo economicus:
Zoals zoveel vakgebieden heeft ook de economie een
fundament dat bestaat uit aannames. Vanuit die aannames wordt er een logisch bouwwerk
opgebouwd. Een belangrijk uitgangspunt van de economie is de mensvisie van de ‘homo
economicus’. Dat is de mens die zijn eigen belang nastreeft en het optimale voor
zichzelf wil hebben; ‘hij is gericht op ‘de bevrediging van zijn behoeften op een
efficiënte, rationele of logische wijze’. Op het gegeven dat de mens erop uit is
het goed voor zichzelf te regelen (eigen belang), heeft de economie eel van zijn
hypotheses opgesteld.
Marktwerking:
Een andere discutabele aanname, althans voor de
markteconomen, is dat markten naar evenwicht neigen en dat het algemeen belang het
best wordt gediend als marktpartijen hun eigenbelang nastreven. Gelukkig is dit door
de praktijk achterhaald, maar ook de stelling op zichzelf bewijst een zeer beperkte
manier van denken: als iedereen voor zijn eigen belang gaat, wordt het algemeen belang
dan gediend?! Dit is een van de redenen waarom de economie ontdaan is van enige moraliteit.
Niemand is verantwoording schuldig aan ‘de markt’. Maar de markttheorie klopt ook
niet, omdat niet iedereen gelijke toegang heeft tot de bronnen, andere partijen en
geld. Kijk alleen maar naar Afrika om te zien, dat dat een illusie is. Markten zijn
allesbehalve democratisch, vaak integendeel. Benjamin Crème van Share International
heeft dit eens treffend verwoord. “De energie van de wereldoorlogen is nooit echt
verdwenen: ze moesten ergens heen. Uiteindelijk hebben ze nieuwe voedingsbodem gevonden
op een ander slagveld, de commercialisering ie ontstaat door de krachten van de vrije
markt. Marktkrachten zijn de krachten van het kwaad, van verwarring en chaos.
Wedijver
en vergelijking zijn daarvan de kinderen”. Op het moment is de vrije marktwerking
het grootste vergif dat de samenleving kent.
Geldmachines:
Commercialiseren heeft de
planeet en haar mensheid aan de rand van de afgrond gebracht. Het heeft een zeer
vijandige wereld geschapen. Net als oorlog is de commercie gebaseerd op egoïsme en
competitie. Een wereld van strijdende in plaats van samenwerkende partijen. De vroegere
legergeneraals zijn nu de president-directeuren van de multinationals. Zij leiden
hun troepen en sporen hen aan tot verovering van nog meer markten. En waren de bedrijven
vroeger nog trotse uitingen van vader op zoon van vakmanschap, nu zijn ze verworden
tot geldmachines, die winst en een goede aandelenkoers moeten opleveren. De ziel
is langzaam uit de bedrijven gedreven en de buitenkant is overgebleven.
Bestuurders:
Topmanagers
zijn een leger van nomaden geworden, die dan weer eens hier, dan weer eens daar leiding
geven, en ondertussen miljoenen salarissen opstrijken. En daarbij ook nog eens tientallen
miljoenen aan opties. Zo’n baas verdient 100 tot 200 keer meer dan de gemiddelde
medewerker. Wie is zoveel geld waard? Niemand toch. Deze scheefgroei vond ook plaats
in de achttiende eeuw, vond Prof. Van Duin, en is volgens hem een teken van economische
neergang. Evenals de behoudzucht en afnemende lust naar vernieuwing: ondernemers
zijn vervangen door managers die alleen nog maar bezig zijn met het beheersen van
processen.
Banken:
Na de uitvinding van geld en later het ontstaan van het banksysteem
is het eigenlijk al mis gegaan. In de film ‘Money as debet’(Non Tabula Rasa) wordt
dit duidelijk uiteengezet. Vroeger stond goud nog tegenover geld als ‘onderpand’.
Omdat men erachter kwam dat niet iedereen zijn geld kwam ophalen en zeker niet iedereen
tegelijk, is dit losgelaten. Toen werd er een bepaalde ratio bepaald: uitgeleend
geld tegenover het geld dat op de bank staat. Op deze manier konden de banken nog
meer geld verdienen door meer geld uit te lenen. Met als huidig resultaat, dat de
banken geld lenen dat ze niet hebben en dat er eigenlijk geen ratio meer bestaat.
De wereld is allang failliet, alleen we weten het nog niet.
Toezicht:
Het afgelopen
decennium zijn er vele nieuwe financiële constructies bedacht die erop gericht waren
nog meer geld te maken, ook voor het kunnen afbetalen van een oplopende (rente)schuld.
Constructies werden opgedeeld en weer opnieuw uitgezet, etc. Nu constateert ook de
grote investeerder George Soros dat de laatste financiële constructies zo gecompliceerd
werden dat de toezichthoudende autoriteiten niet langer de risico’s konden berekenen
en zich gingen verlaten op de risicobeheersingmethode die de banken zelf hanteerden.
In en wereld die alleen maar aan zichzelf denkt, en waar toezicht ontoereikend is,
is dat systeem natuurlijk gedoemd te mislukken. Een financiële instorting is slechts
een kwestie van tijd.
DE COMMERCIE IS HET GROOTSTE VERGIF BINNEN DE SAMENLEVING. NET
ALS OORLOG, GEBASEERD OP EGOÏSME EN COMPETITIE.
Verbondenheid:
Er zijn onderliggende
krachten aan het werk bij de wereldeconomie, die vroeger onder tafel bleven. Nu is
alles met elkaar verbonden, de wereld wordt steeds kleiner. De rest van de wereld
betaalt bijvoorbeeld mee aan Irak! Doordat Amerika elke week miljarden uitgeeft aan
deze oorlog, moeten ze steeds meer lenen. Andere partijen in de wereld lenen dat
geld (werken dus indirect mee). Maar ook hun positie wordt uiteindelijk zwakker omdat
de dollar steeds minder waard wordt. Zeker als ze hun obligaties weer willen verkopen,
want dan komen er teveel dollars op de markt. Kortom, we zitten met z’n allen gevangen.
Ook de politiek is onderdanig aan het grote geld en slachtoffer van de ontwikkelingen.
Systeem:
Het
is net als bij stoelendans, zolang de muziek blijft spelen zijn er geen verliezers.
Het probleem lost zich niet meer op door het bij te sturen. Het is een fundamenteel
fout systeem, dat ontstaan is en in stand gehouden wordt door hebzucht. Het is dan
ook niet voor niets dat iemand in de 19e eeuw, die geld wilde verdienen door het
hebben van geld, werd gezien als een parasiet of dief. Hoe raar kan het lopen dat
dit nu zelfs als een ideaal wordt nagestreefd? ‘Waarom werken als het geld voor jou
kan werken!’
Beurzen:
Het is deze energie die ten grondslag ligt aan de beurzen in
de wereld. Terecht worden deze door Creme ook wel de ‘casino’s van de westerse wereld’
genoemd. Het draait op bezitsdrang en hebzucht. De speculatiedrang die daaruit is
voorgekomen is een ernstige en verlammende ziekte van onze samenleving geworden.
Het draagt niets bij aan het geheel. Slechts een casino met z’n eigen regels, die
wel degelijk situaties verergert. Professor Vredesstudies John Galtung rept daarom
ook over speculatie als ‘de uitdrukking van een zieke economie die rijkdom omhoog
stuwt (er ontstaan zeepbellen), zodat de mensen aan de onderkant vastlopen en degenen
aan de top in hun geld zwemmen.’
Rekening van de natuur:
En het is duidelijk, niet
alleen de mensen zijn de dupe geworden, vooral ook de planeet. Wat de film ‘The 11the
hour’ zo goed laat zien is dat men vergeet dat de natuur niets in rekening brengt.
Want de natuur heeft geen rechten. Als de natuur alles wat de mens ermee uithaalt
in rekening zou brengen (om het op niveau te houden), dan kom je op een bedrag uit
van twee keer de wereldeconomie! Dus als e Natuur zijn producten en diensten in rekening
gaat brengen, kloppen veel rekensommetjes opeens niet meer. Hetzelfde met het Bruto
Nationaal Product van een land. Die rept alleen iets over economische factoren maar
niets over de andere kwaliteiten en potentie van een land, het menselijk potentieel,
de schoonheid van de natuur, de potentiële grondstoffen, het onderwijs, de jeugd,
etc. Of zoals de internationale milieudeskundige van het eerste uur, Wouter van Dieren,
het zo treffend verwoordde: ‘als de economie van India booming is dan betekent dat,
dat 300 miljoen mensen booming zijn en er 600 miljoen mensen nog steeds in verschrikkelijke
armoede leven!’
Groei:
De economie heeft alle ecosystemen onstabiel gemaakt. Het hoofdsysteem,
de biosfeer, is namelijk een constante, terwijl het subsysteem ‘economie’ elk jaar
wil groeien en ook nog eens exponentieel. En dit is vanzelfsprekend onmogelijk. Econoom
Kenneth Boulding omschreef het als volgt: ‘iedereen die denkt dat exponentiële groei
eeuwig kan doorgaan in een eindige wereld is of een gestoorde of een econoom’. De
aarde is leeggeroofd en er is nog steeds armoede en honger. We zijn een einde van
een tijdperk genaderd. Het einde van een beperkte manier van denken.
Vertrouwen:
De
wereld is steeds kleiner aan het worden, alles is met elkaar verbonden. Zo ook banken.
Het banksysteem is een gesloten systeem. Elke bank heeft duizenden verbindingen met
andere. Bij alle afspraken en contracten die ze met elkaar maken is onderling vertrouwen
een belangrijk gegeven. En daar schort het juist nu aan. Zeker nu tijdens de kredietcrisis,
gaan veel banken zich indekken en laten oude afspraken los. En is dit nu niet één
van de dingen die in het fundament van het systeem zit ingebakken? Is een begrip
als ‘vertrouwen’ niet een illusie in en wereld die gedomineerd wordt door eigen belang,
hebzucht en competitie? De negatieve energie, ooit van de oorlogsvelden, schept een
vijandige wereld. Het heeft nooit een groepsgevoel of sociale verantwoordelijkheid
gecreëerd.
Opstaan:
De situatie is complex, omdat het economiebouwwerk is gebouwd op
de lagere emoties van de mensen. Het is pas echt complex geworden, toen men gaandeweg
ingewikkelde constructies moest bedenken om het in leven te houden. Want bij en potentieel
instabiel system is elke oplossing een oorzaak voor een nieuw probleem. Het wordt
belangrijk dat de bevolking zich steeds meer bewust wordt wat er zich werkelijk afspeelt
en dat het zich gaat roeren. Mediadeskundige Marshall McLuhan zei eens ‘alleen kleine
geheimen hoeven beschermd te worden. Grote geheimen worden bescherm door publiek
ongeloof’. Met andere woorden, we moeten opstaan. Dit kan alleen als we met z’n allen
anders gaan denken.
Samen delen:
We zijn zelf ook verantwoordelijk voor het in stand
houden van dit geldsysteem. Een doorsnee consument wil zoveel mogelijk vrijheid in
keuze en zo min mogelijk verantwoordelijkheid. Wij zijn allen producent die met elkaar
iets creëren. Niet alleen de overheid, bedrijven en financiële instellingen moeten
iets doen, wij allen. We zullen moeten laten zien dat de ‘homo economicus’ niet meer
bestaat, dat we werkelijk veranderd zijn en het belang van iedereen belangrijk vinden.
We zullen moeten beginnen met samen delen. ‘Het ruimteschip Aarde kent geen passagiers,
wij zijn allen bestuurders’.
Over 10 jaar zullen we het weten en omkijken nar de
afgelopen decennia als een soort donkere middeleeuwen. Maar tot deze grote omkeer
zijn de financiële mensen en de heren economen nog even druk bezig met het bijsturen
van de haperende motor en het herschikken van de dekstoelen op de Titanic….
R. J.
H.
OOK IN U SCHUILT EEN SUPERKAPITALIST.
15
mei 2008.
De misstanden bij grote bedrijven als Lidl zijn mede onze eigen
schuld.
Sportgoedkoop zijn ze, de broodjes van Lidl. En we hebben het aan Günter Wallraff
te danken dat we weten hoe het komt dat Lidl de broodjes bijna voor niets (10,5 cent
per stuk) weggeeft. De Duitse journalist, sinds de jaren zeventig gespecialiseerd
in langdurige undercoveroperaties, trad vorige week naar buiten met een ontluisterende
reportage vanaf de werkvloer van broodfabriek Weinzheimer. Het bedrijf produceert
exclusief voor de 7200 filialen van de discountsupermarkt Lidl.
Wallraff werkte er
vier weken aan de lopende band, onder ‘middeleeuwse omstandigheden’, tegen een uursalaris
van 7,66 euro bruto. Onder het personeel vielen regelmatig gewonden, doktersbezoek
werd bestraft met ontslag of een korting op het loon en met de hygiëne in de broodfabriek
was het belabberd gesteld.
Wallraff legt de schuld bij Lidl, dat leveranciers als
Weinzheimer met ‘wurgcontracten’ uitperst. Hij heeft gelijk, maar het ergste is:
wij zijn medeplichtig. Lidl houdt zich aan de wetten van het ‘superkapitalisme’,
een begrip dat begin dit jaar werd geïntroduceerd door Robert Reich, een Amerikaanse
hoogleraar die onder Bill Clinton minister van Arbeid was.
In zijn boek betoogt hij
dat het superkapitalisme een ontwrichtend effect heeft op onze samenleving, omdat
bedrijven uitsluitend nog oog hebben voor de wensen van de consument. En die consument,
u en ik dus, laat zich in 99 van de 100 gevallen leiden door zijn portemonnee. Als
burger weten u en ik dat het eigenlijk niet kan, die goedkope broodjes van Lidl,
maar voor we bij de kassa zijn, hebben we dat vervelende stemmetje in ons binnenste
al lang gesmoord.
Zo werkt dat in een superkapitalistische samenleving, maakt Reich
op overtuigende wijze duidelijk. Als burger weet je dat een weekje Turkije met het
vliegtuig slecht is voor het milieu, als consument denk je: lekker goedkoop. Als
burger weet je dat een biologisch karbonaadje beter is voor het dierenwelzijn, als
consument denk je: inpakken die kiloknaller. Als burger zie je het belang van een
florerende middenstand, als consument enk je lekker makkelijk, dat kopen via internet.
Keer op keer verliest de burger het van de consument.
Zo bezwijkt het algemeen belang
(milieu, dierenwelzijn, een levendig stadscentrum, fatsoenlijke arbeidsomstandigheden
in e broodfabriek) steeds vaker onder de druk van het superkapitalisme. En wie zich
daar bezorgd over toont, heeft boter op zijn hoofd, want we doen er allemaal aan
mee. De vijand schuilt in onszelf.
Wallraff roept aan het slot van zijn reportage
op tot een boycot van Lidl. De macht van de consument is veel groter dan-ie zelf
beseft, betoogt hij. Robert Reich zet zijn kaarten op de politiek, die veel strengere
regels moet afdwingen en daar ook veel nadrukkelijker dan nu de hand aan zou moeten
houden. Tegenover bedrijven die zichzelf op de borst kloppen en zeggen dat ze maatschappelijk
verantwoord willen ondernemen, is hij uiterst argwanend. Als zulke kreten al niet
bedoeld zijn als ‘window dressing’, zullen de bedrijven uiteindelijk het loodje leggen.
Want in het mondiaal georiënteerde superkapitalisme kunnen bedrijven zich zulke fratsen
niet veroorloven, aldus Reich. In de oprechtheid van de consument heeft Reich niet
bijster veel vertrouwen.
Hij geeft het voorbeeld van de Amerikaanse spijkerbroekfabrikant
Levi Strauss. Onder publieke druk besloot het bedrijf zijn productie in China te
staken, maar dat besluit werd in 1998 weer teruggedraaid toen bleek dat de klanten
niet bereid waren om meer te gaan betalen voor hun jeans, die tegen hogere kosten
werden geproduceerd in landen die de mensenrechten wel in acht namen. Het primaat
van de samenleving, dat nu bij de economie ligt, moet weer terug naar de politiek.
In een democratisch proces moeten politici het algemeen maatschappelijk belang waarborgen
en toezien op een eerlijke verdeling van welvaart en welzijn. Op zijn 65e, een leeftijd
waarop talloze anderen al lang en breed genieten van hun pensioen, heeft Günter Wallraff
ons die boodschap nog maar eens ingewreven.
R. v.d. L.
‘ALS
JE DE LIEFDE NIET HEBT,
KUN JE DE REST WEL VERGETEN’
LATEN
WE ONSZELF BEVRIJDEN
VAN DE ANGST VOOR EEN ANDER.
Ruud
Lubbers liet in het voorjaar van 2005 het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen
in Genève achter zich en keerde terug naar Nederland. Hij schrok van wat hij hier
aantrof: een verscheurd land, waar autochtonen en allochtonen met de rug naar elkaar
toe leefden. De vrees voor vreemdelingen was sterk voelbaar. Hij besloot meteen na
zijn terugkeer de strijd aan te binden tegen de vreemdelingenangst die Nederland
was binnengeslopen en tegen het integratie- en asielbeleid van de toenmalige minister
Verdonk.
Hij begon zich al snel steeds krachtiger uit te spreken: het integratieprobleem
moet vooral in en door de samenleving worden aangepakt, door participatie. Die boodschap
verkondigde hij steeds vaker, tijdens congressen, in lezingen en interviews. In 2006
baarde hij opzien met zijn 5 mei-lezing onder de titel ‘De derde bevrijding’, waarin
hij voor diversiteit en respect voor de andere pleitte. Later dit jaar stelde hij,
inmiddels voorzitter van het Universitair Asiel Fonds (UAF), in Wordt Vervolgd, het
maandblad van Amnesty Nederland, dat Nederland ‘ontverdonkt’ moest worden. In het
televisieprogramma De wereld draait door deed hij zijn spraakmakende statements nog
eens dunnetjes over.
Inmiddels is er een nieuw kabinet, met nieuwe kansen. Het generaal
pardon is er gekomen, en de ‘honderd dagen’ zijn achter e rug. Maar, vindt hij, we
zijn nog maar halverwege. Het is de hoogste tijd nu echt een andere koers te varen
en de samenleving in al haar geledingen en organisaties ruimte en mogelijkheden te
geven voluit voor participatie te gaan. Caroline Lo Galbo, redacteur bij Vrij Nederland,
ontmoette hem begin vorig jaar naar aanleiding van het artikel ‘De stille kracht’
dat zij over zijn lobby had geschreven. Daarna ontstond het idee om de gedachten
van hem te verwoorden in het boekje De vrees voorbij, een hartenkreet, dat in augustus
vorig jaar bij De Bezige Bij in Amsterdam verscheen. Hier volgen enkele fragmenten
van hem:
Hij zegt: ‘Als jongetje heb ik de Tweede Wereldoorlog meegemaakt. Nederland
was uitzinnig van vreugde toen het in 1945 bevrijd werd. In de jaren daarvoor sprak
president Roosevelt in de Verenigde Staten van de Four Freedoms: freedom of speech
and expression to worship God, each in his own way, freedom from want, freedom from
fear. Hij formuleerde deze morele beginselen om weerstand te bieden aan het nationaalsocialisme.
Uit de Four Freedoms is de Universele verklaring van de Rechten van de Mens voortgevloeid,
waarover de Verenigde Naties het enkele jaren later eens werden. Zij hebben de basis
gevormd voor de vrijheid zoals wij die nu kennen. Die vrijheid zijn wij als iets
vanzelfsprekend gaan zien, als water uit de kraan.
Je merkt pas hoe kostbaar het is
als die gulle stroom ineens ophoudt. Ervan uitgaan dat het nooit meer fout kan gaan,
is een denkfout. Dat dachten wij, de oorlogsgeneratie, ook. Maar in de Koude Oorlog
ging het toch weer bijna mis. En als we nu niet oppassen, gebeurt het opnieuw.
‘Nu
is het tijd voor de derde bevrijding. We zijn als het ware weer bezet gebied geworden.
Ditmaal worden we bezet door onszelf, door onze angsten voor de ander’.
In 1945 werd
ons land door de geallieerden bevrijd van de Duitse bezetting. In 1989 viel de Berlijnse
muur, als symbool van de Koude Oorlog; dat was de tweede bevrijding. Nu is de tijd
voor de derde bevrijding. We zijn als het ware weer bezet gebied geworden. Ditmaal
worden we bezet door onszelf, door onze angsten voor de ander. We verliezen het respect
voor elkaar, en nu zijn er geen geallieerden om ons te bevrijden. Wij moeten zelf
uit de kramp zien te geraken, de vrees voorbij.
Volgens het Handvest van de aarde
zou je moeten vieren dat je bij een bepaalde leefgemeenschap hoort, met een grote
culturele diversiteit, zonder anderen uit te sluiten. Vieren in verscheidenheid
staat haaks op het problematiseren van verschillen. Kijk naar de zaken die verbinden,
maar gun een ander ook de ruimte anders te zijn. Je zou je zowel Marokkaan als Nederlander
moeten kunnen voelen.
Ik vind het dan ook verkeerd mensen te vragen de Islam af te
zweren of ze te dwingen een keuze te maken tussen twee nationaliteiten omdat er anders
een probleem met dubbele loyaliteit zou dreigen. Wanneer een cultuur – in dit geval
de moslimcultuur – onder vuur komt te liggen, is de drang tot bescherming ervan een
logisch gevolg en zullen ongewenste culturele patronen nooit doorbroken worden. Met
een allochtoon die niet trots is op Nederland wordt het niks. Wie zich daarentegen
welkom voelt, zal hier iets van zijn leven willen maken, en zal ook minder problemen
hebben om zich aan te passen.
Onze cultuur vieren is een uitstekende manier om te
laten zien wat het is om een Rotterdammer of een Nederlander te zijn. Het Oranjegevoel
dat bijvoorbeeld bij voetbalwedstrijden tot een hoogtepunt komt, bevordert dat mensen
trots zijn op de plek waar zij leven, zonder dat zij hun eigen identiteit hoeven
op te geven. Ook bij een buurtfeest is iedereen welkom, ook de oma die niet meer
zo goed meekan of de buurman die er anders uitziet. Alles wordt tegenwoordig afgemeten
aan productiviteit en efficiëntie. Maar het leven draait niet alleen om produceren
en consumeren, je moet het ook vieren. Wij dienen ons te realiseren: migratie is
een blijvend fenomeen. We moeten manieren vinden om daarmee om te gaan en de tweedeling
in ons land te boven te komen. Ik vind dat we de mentaliteit van tolerantie en gastvrijheid
weer terug zouden moeten vinden, terug naar de Four Freedoms van Roosevelt.
En vooruit
met het Handvest van de aarde, opdat wij ook wereldwijd en met het oog op generaties
na ons samen werken, samen leven en samen vieren. Door de tijden heen worden mensen
tegen elkaar opgezet. Nu we door de globalisering meer met anderen in contact komen,
ontstaal ook de verleiding hen uit te sluiten. Wij worden weer verleid door – en
ik zeg dat een beetje extreem – de duivel, door negatieve krachten: diabolos in het
Grieks, de kracht die verdeelt. Die fluistert iedereen in: “Vertrouw die vreemde
mensen niet, want zij behandelen elkaar op een schandelijke manier. Laten we ons
land zuiveren van vreemde smetten.’’ Dat hebben we vaak genoeg gehoord, we dachten
dat die duivel al lang was uitgebannen, en toch duikt die gedachte weer op. Maar,
zeg ik dan, laat je niet van de wijs brengen door al die mensen die zeggen: “Regels
zijn regels!” Dat zeiden de Farizeeërs al aan het begin van onze jaartelling, en
dat zeggen sommige bestuurders nog steeds. Maar zoals het Verhaal van de Levende,
de Bijbel, zegt: Als je de liefde niet hebt, kun je de rest wel vergeten.
C. L. G.
GOEDE
BOODSCHAPPEN.
Goede boodschappen uitspreken is mooi, maar niet moeilijk, er zijn er
genoeg.
Ook de paus, koningin, presidenten, directeuren en burgemeesters spreken ze
allen prachtig uit. In de koningin haar rede spreekt me de tekst ‘sociale vaardigheden
en medemenselijk gedrag kunnen door opvoeding en goede voorbeelden worden overgedragen’
aan.
Als Beatrix bijvoorbeeld bekend had gemaakt dat ze zich inspant, met haar zoons,
een klein asielzoekerscentrum in de tuin van prins Willen-Alexander, had dat in Nederland
en ver daarbuiten een enorme positieve uitstraling gehad. Het ontbreekt ons niet
aan mooie woorden, maar aan goede voorbeelden van de sprekers zelf.
Te vaak zien
we mensen met mooie woorden graaien, buitenechtelijke escapades hebben en zelfs oorlogen
beginnen. Dus het zijn niet de woorden, maar het goede voorbeeld van onze leiders
die het meeste bijdragen aan een beter Nederland.
A. B.
IK
KAP ER MEE.
December 2007.
Jarenlang
ben ik bezig geweest om andere mensen te bereiken en proberen te doen inzien dat
het anders moet en kan in deze wereld. Vaak artikelen gestuurd naar de krant, politieke
partijen benaderd, maar het heeft me weinig geholpen. Overal loop ik tegen een muur
aan van onbegrip en onwil. Ik volgde de politiek op de voet de laatste jaren, maar
daar zag ik ook geen partij die met een doorbraak kwam met waar ik me steeds voor
inzette. Gelijkheid, geen oorlog, geen armoede, geen racisme. Iedereen zou en moest
gelijk behandeld moeten worden – niet alleen in Nederland – maar in de hele wereld.
Dagenlang zat ik soms te piekeren, hoe ik onze leiders in Nederland en in de Wereld
wakker zou kunnen schudden. Vandaag ben ik tot de conclusie gekomen, dat het verspilde
energie is. Het kan nog wel duizend jaar duren, voor er iets in deze wereld veranderd,
want de mens wil niet. Hebzucht, leugens en bedrog voeren de overhand. En dat alleen
maar om er zelf beter van te worden. In de boeken van Jozef Rulof las ik verschillende
keren: Bemoei je niet met de maatschappij en de politiek, want het is allemaal rotzooi.
Ik wist dat wel, maar eigenwijs als ik was, dacht ik alleen daar wel iets aan te
kunnen veranderen.
De laatste twee jaar ben ik zelfs nog lid van een politieke partij
geweest die voor gelijkheid was en armoedebestrijding en dat het beter moest in de
zorg. Niet dat ze mij hebben teleurgesteld, maar zij kregen ook steeds nul op het
rekest als het over die onderwerpen ging. Verschillende keren heb ik via brieven
en mails mijn bezorgdheid daarover uitgesproken, maar ving steeds bot bij de overheidsinstanties.
Alle geluiden die ik opvang van andere mensen, versterken mij in de overtuiging,
dat het nutteloos is mij alleen daarvoor in te zetten.
Men wil niet. Christelijke
partijen die ons land gedeeltelijk regeren, lopen ook met een blinddoek om en met
het Oude Testament onder de arm. Anders is het voor mij niet te verklaren, hoe zij
in een regering kunnen gaan zitten, waar iedereen elkaar constant belazerd en voorliegt.
Ik ben geen kenner van het Nieuwe Testament, maar volgens mij heeft daar nog nooit
ingestaan, dat we onze vijand moeten bestrijden met wapens of ons land verdedigen,
maar heb uw vijand lief. Christus gaf het goede voorbeeld, door te zeggen: Indien
iemand u op uw wang slaat, houd hem uw andere wang ook voor om op te slaan. Maar
niet terug slaan.
Ghandi een voormalig wereldleider heeft zulke mooie uitspraken
gedaan over de vrede, maar wat hielp het? Niets. Het meeste steekt me nog, dat ik
zogenaamd in een democratisch en vrij land leef met normen en waarden,wat helemaal
niet waar is.
Vrij simpel vertaald, valt daar m.i. geweld ook onder, wat nooit goed
te keuren is. Maar men verplicht mij wel om belasting te betalen om een leger te
onderhouden, dat soms geweld toepast in het buitenland zoals nu in Afghanistan en
daar baal ik erg van. Ik ben radicaal tegen een leger, maar ik moet wel belasting
betalen om het te onderhouden.
Zolang mensen nog uitspraken doen van: er zijn teveel
buitenlanders, asielzoekers moeten terug naar hun eigen land en nog veel meer radicale
uitspraken, zie ik nu in dat mijn inzet om iets te veranderen hieraan geen zin heeft.
Het bewustzijn van de mens is nog niet zo ver en dat kan ik niet veranderen, hoe
graag ik ook wil.
De mens die open staat voor het goede en Liefde voor ieder mens,
wil ik nog wel benaderen de rest moet het zelf maar uitzoeken.De boodschap die ik
samen met Diny mijn vrouw uitdraag zullen we blijven verkondigen. Wij zullen proberen
het voorbeeld te geven, hoe we met andere mensen om moeten gaan. Hopelijk spiegelen
anderen zich daar dan aan om ook ons voorbeeld te volgen.
Er zal eens een tijd komen
– noem het maar de grote omwenteling – dat de mens gaat inzien, dat iedereen uniek
en bijzonder is in Gods ogen. Dat iedereen evenveel rechten heeft en recht op geluk
en vrede, zelfs je grootste vijand.
Deze omwenteling zal eens komen van Gene Zijde.
Zou dat niet gebeuren, dan rent onze wereld regelrecht naar de afgrond en kunnen
we nog duizenden jaren verder gaan zonder dat er veel veranderd.
Het onderstaande
artikel laat zien hoe het zou kunnen zijn alleen al in ons land en ook in de hele
wereld.
Geschreven een aantal jaren geleden, door Herman Wissink uit Hengelo.
ALTERNATIEVE
ECONOMIE MET WAARACHTIGE:
1: VREUGDE.
2: ZEKERHEID.
3: KAPITAALBEHOUD.
4: CONSOLIDATIE.
5: EXPANSIE.
6: RUST.
7: VREDE.
Is het werkelijk mogelijk in een maatschappij, met
een economisch stelsel te leven, waarin alle fouten, vergissingen en tekortkomingen
zijn verdwenen? Ja, dat is daadwerkelijk mogelijk en los van iedere politieke en
ideologische invulling. Een wereld waarin de mens echt ,,mens'' kan zijn en waarin
hij waardig, vrij, gelukkig en onzelfzuchtig kan leven. Onder echte vrede, harmonie
en algeheel welbevinden.
Ongeveer honderdvijftig jaar geleden werd in Massechusetts
U.S.A. geboren Edward Bellamy. Tijdens zijn studietijd werd hij getroffen door de
mensonterende toestanden waarin mensen moesten leven. Tijdens een reis door Europa
viel hem dit erg op. Terug in de U.S.A ontdekte hij dat daar dezelfde vreselijke
omstandigheden heersten. In Amerika studeerde Bellamy rechten en werkte bij twee
kranten, waarbij er één krant was, die hij samen met zijn broer oprichtte. Bellamy
heeft twee boeken geschreven n.l. ,,Looking Bachward en Equality''. Eind 19e eeuw
werden er miljoenen van verkocht.
Door ,,diepgaande'' studie ontdekte Bellamy dat
de grondoorzaak van alles is het onvermogen van de mensheid tot echte ,,Samenwerking''.
Dit i.p.v. wat nu de dagelijkse praktijk is n.l. elkaar bestrijden, ontstaan door
concurrentie. Om de maatschappij economisch goed en perfect in te richten, moeten
we inzien dat we over de hele wereld van elkaar ,,afhankelijk'' zijn.
De grondstoffen
en economische mogelijkheden zijn niet overal gelijk en gelijk verdeeld.
We moeten
elkaar respecteren en in ieders waarde laten en elkaar in liefde en oprechtheid in
de wereld benaderen en omgaan i.p.v. elkaar vijandig, hatelijk en afgunstig te benaderen.
Ook de arbeidskrachten verschillen in kwantum samen met de economische mogelijkheden.
Bijvoorbeeld de VS heeft wat de grondstoffen en aantal arbeidskrachten en arbeidsbenodigdheden
betreft een zeer groot overschot t.o.v. vele andere landen. Dit houdt in dat de VS
veel meer produceert dan het voor de eigen bevolking, van vooral goederen, doch ook
diensten, nodig heeft. Dus er vindt enorm veel export plaats. Dat wordt door een
ander land (er) weer ingevoerd. Bijvoorbeeld een ander land, waar de grondstoffen,
arbeidskrachten en economische mogelijkheden veel geringer zijn, als gevolg hiervan
is ontstaan het systeem van de Handels en Betalingsbalans.
Dus debiteurenlanden kunnen
zo goed als nooit de schuld in goederen terug voldoen. Zij moeten lenen (staatsleningen)
Met de daaraan gekoppelde jaarlijkse rentebetaling. Met dit zeer, zeer onaangename
feit kampen heel veel landen. De oorzaak hiervan is dat er een wanverhouding bestaat
tussen landen, als het gaat om het potentieel der ,,arbeidskrachten''. De economische
wetenschap begrijpt dit verschijnsel niet goed en weet geen oplossing. Men moet de
,,wereld'' als één geheel zien met een wereldeconomisch systeem. De oplossing is
dus emigratie en immigratie. Door doelbewuste, statistisch bekende wereld, continent
en landproductie met een over de hele wereld ,,gelijk economisch stelsel'' en de
arbeidskrachten gelijk verdeeld over de landen, de grondstoffen daar verweken waar
ze uit de grond worden gehaald i.p.v. ermee te zuilen over de wereld.
Verder de voedsel,
fruit, productie daar verrichten, waar de klimatologische mogelijkheden optimaal
zijn. Dus beter gezegd. Geen tomaten verbouwen op Groenland of Spitsbergen maar in
Spanje, Italië, Noordafrika en Zuid-Amerika, dus op natuurlijke wijze met de optimale
natuurlijke omstandigheden. Beter, lekkerder, dan chemisch ondersteund, geproduceerd
in kassen. Precies met bijvoorbeeld de koffie. De verbouwing, oogst, verwerking tot
eindproduct enz. in Zuid-Amerika verrichten. en dan vervoeren over de wereld. Verder
een ,,gelijke economische koopkracht - verdeling'' voor iedereen over de gehele wereld.
Dat is de oplossing. Een wereldfederatie van onafhankelijke staten met een zelfde
economisch stelsel en de goederen eerlijk verdelen en vervoeren over de wereld.
Ook
het probleem van machines, productiemiddelen enz. enz. is het heel eenvoudig. Daarvoor
richt je je op een apart onderwerp, productie en onderhoudapparaat en de kosten worden
doorberekend in het eindproduct. Evenals hierboven kun je dit toepassen op het noodzakelijk
aanleg, onderhoud van wegen, dijken, natuurparken, waterwegen, sluizen, groenvoorziening,
enz. enz. enz. De arbeid hiervoor verricht doorberekenen in het eindproduct. En alles
is altijd betaald, zonder ,,angst'' voor de toekomst.
De economische problemen, blijvend
en goed oplossen is minder moeilijk dan men denkt. Dus ,,samenwerking'' i.p.v. de
vijandige benadering van thans, dus inzicht en bewustwording. Hierdoor bereiken we
zeker tien maal zoveel als eindresultaat, dan elkaar te bestrijden. De geproduceerde
goederen, zonder winst, worden in een groot warenhuis per gemeente te koop aangeboden
(een soort Kijkshop) idee.
De statistisch bekende jaarproductie van alle goederen
wordt in waarde gedeeld door het aantal inwoners en iedereen krijgt een boekhoudkundige
gelijke koopkrachtverdeling. Daar in het Bellamystelsel geen handel meer bestaat
is het onpersoonlijke geld niet meer nodig. Er vindt geen ,,ruil'' meer plaats, doch
gelijke koopkrachtverdeling van de wieg tot het graf. Een jaar geldig en telkens
vernieuwd. In het Bellamy economisch stelsel bestaat er dus geen angst, onzekerheid,
kapitaalverdamping, recessie, depressie, crisis en oorlog meer, maar vrede, rust
welbevinden enz. moeilijk te geloven, doch daadwerkelijk mogelijk. Waar een wil is,
is een weg.
Het huidige economische systeem is gebaseerd op angst, onzekerheid, haat,
enz. Ik heb dit enkele keren benaderd. Een onzeker mens, voelt zich altijd bedreigd
en moet zich dus zonodig bewapenen. Daar het economische systeem van heden gebaseerd
is op de laagste instincten van de mens, een vijandige benadering als basis heeft,
loopt het één en ander altijd uit op oorlog. Met het huidige geavanceerde oorlogstuig,
de atoom en waterstofbom geen ,,aangenaam vooruitzicht''.
Laten we als broeders en
zusters in heel de wereld met elkaar omgaan, elkaars godsdienst, filosofie of wat
dan ook respecteren, de hatelijke, afgunstige obstakels voorgoed opruimen, dan kunnen
we deze aarde behouden en in liefde, vrede, harmonie aan ons nageslacht doorgeven.
Ik eindig met de twaalf punten uit Bellamy's economie:
1: De welvaart van de gemeenschap
is de welvaart van het individu. Een volk is niet welvarend zolang niet iedereen
gelijkelijk deelt in de welvaart.
2: De hulpmiddelen tot het scheppen van welvaart
behoren in handen te zijn van de gemeenschap.
3: Het voornaamste middel tot welvaart
is de arbeid. De gemeenschap heeft recht op de arbeidskracht van al haar leden. Het
bestuur, de gemeenschap moet alle arbeidskracht organiseren tot welvaart voor allen.
4: Geen enkel individu heeft uitsluitend rechten. Ieder heeft ook plichten tegenover
de gemeenschap. Arbeidsplicht rust op ieder, het recht op aandeel in de arbeid of
in het geproduceerde kan niemand worden onthouden. De vrouw heeft dezelfde rechten
en plichten als de man. De arbeid in het gezin strekt tot nut van de gemeenschap
en is dus gelijkwaardig aan iedere andere arbeid.
5: Het is de plicht van de meest
begaafde en de sterkere, betere of meerdere arbeid te verrichten dan een naar lichaam
en geest zwakkere. Zo hij die plicht verwaarloost, is hij in gebreke. Het aandeel
in plicht en welvaart is dus voor iedereen gelijk.
6: De moeilijkheid van de arbeid
bepaalt niet het loon, doch weerspiegelt zich in de arbeidsduur.
7: Het gelijke aandeel
in de gemeenschappelijke welvaart is altijd eigendom van ieder lid van de natie gedurende
het gehele leven.
8: Ieder individu krijgt de volle gelegenheid, zijn gaven te ontplooien,
opdat het gebruik van die gaven de gemeenschap moge ten goede komen.
9: Daar de machine
een zeer belangrijk middel is tot productie en distributie van het nodige en nuttige,
behoort zij aan de gemeenschap. Indien de voortschrijdende ontwikkeling van de techniek
het produceren en distribueren vergemakkelijkt, wordt de arbeidsduur verkort.
10:
Ieder is vrij zijn aandeel te besteden naar eigen smaak en verkiezing. De vraag regelt
de productie. Het aandeel is van bepaalde geldigheidsduur, wordt na het verstrijken
daarvan vernieuwd en is strikt persoonlijk.
11: Internationale goederen en dienstenruil
wordt door het landsbestuur geregeld.
12: Elke godsdienstige en ethische richting
vindt volkomen vrijheid van uiting.
Henk Roesink.
NATUURLIJK
DENKEN.
Je als mens gelijkwaardig voelen als onderdeel van het natuurlijk denken.
De
huidige afstemming van de aardse maatschappij komt het meest overeen met die van
Gerhard de Koetsier uit ‘Zij die Terugkeerden uit de Dood’.
Natuurlijk leren denken
is geen doel op zich, maar een middel om aan Gene Zijde werk (dienende liefde) te
kunnen doen en dus te kunnen evolueren. Bovendien kan het ons hier op aarde ook al
helpen om beter te kunnen leven (meer in overeenstemming met Gods wetten), om beter
goed te kunnen maken en om minder disharmonie te veroorzaken.
Zolang wij ons nog niet
gelijkwaardig voelen als mens, denken we nog onnatuurlijk. Immers: wij zijn allemaal
gelijkwaardige kinderen van God. Wij zijn niets minder waard dan de eerste mens (Christus)
en niets meer waard dan de laatste (primitiefste) mens. Dat weten we uit de Rulof-boeken,
maar het is de bedoeling dat we dat ook zo gaan voelen. Indien wij mensen niet gelijkwaardig
geschapen zouden zijn, zou dit een onrechtvaardigheid in de schepping betekenen,
wat toch niet mogelijk is!
Wij mensen zijn allen gelijkwaardig geschapen en evolueren
allemaal binnen dezelfde wetten en mogelijkheden. Natuurlijk is het wel zo, dat we
niet allemaal in hetzelfde stadium van evolutie zitten omdat we niet precies tegelijk
begonnen zijn. Onze zielen zijn dus niet precies even oud. En daardoor verschillen
de mensen zo veel van elkaar. Ze blijven echter, ondanks verschillen in zieleleeftijd,
verleden, karma, karakter, telenten, enzovoorts, toch gelijkwaardig als mens. Er
zijn helaas nog te weinig mensen op aarde die ‘gelijkwaardigheid’ nastreven.
En er
zijn nog veel minder mensen die deze gelijkwaardigheid ook echt begrijpen. Wij Rulof-lezers
kennen het ontstaan en de evolutie van de mens en kunnen begrijpen waarom alle mensen
gelijkwaardig zijn. En zo zijn er nog veel meer belangrijke dingen in het leven,
die wij, als lezers van deze unieke boeken, dank zij Jozef Rulof, als enige kunnen
begrijpen. En we dienen dus uit te kijken dat we ons, met alles wat we hierin gelezen
hebben, niet meer gaan voelen dan anderen. Iedere ziel zal zich ooit deze kennis
eigen maken, dat dienen we goed te beseffen. Het is gewoon een kwestie van tijd.
Zowel
de primitiefste mensen in ons zonnestelsel alsook de mensen in de diepste astrale
hellen, zullen ooit begrijpen waarom ieder mens gelijkwaardig is. Maar zoiets kun
je je moeilijk voorstellen, dus maken we liever een andere vergelijking. Is een zwak
en onooglijk kind uit de 3e groep van e lagere school minder waard dan een gezond
en mooi kind uit de 6e groep? Wij weten dat ze gelijkwaardig zijn, maar……. Voelen
die kinderen dat ook zo? Ik denk van niet. En er zijn nog wel meer aspecten in de
maatschappij die de verschillen tussen de mensen benadrukken en de gevoelens van
gelijkwaardigheid tegenwerken.
In India heb je de kasten-verschillen. En vroeger had
je ook hier de verschillenden ‘standen’: de ‘adel’, de ‘middenklasse’ en het ‘gewone
volk’. Maar is het nu veel anders? De verschillen in rijkdom, macht en aanzien heb
je nog steeds en er is sinds vroeger nog en ander aspect bijgekomen dat de mens gevoelens
van ongelijkwaardigheid kan geven, en dat is: ‘intelligentie’. Intelligente mensen,
kijken helaas vaak neer op de minder intelligente medemensen. Ze laten geregeld zien
hoe slim ze zijn en ergeren zich vaak aan dom en traag gedrag van anderen.
En die
minder intelligente mensen kijken dan helaas nog te vaak op tegen hen geleerde en
makkelijk pratende medemensen. De één voelt zich onterecht meerderwaardig en de ander
onterecht minderwaardig, maar beide mensen denken dus onnatuurlijk. Beide mensen
weten niet dat mensen in principe altijd gelijkwaardig zijn en blijven en bovendien
weten ze ook niet dat intelligentie slechts een talent of eigenschap is, die behoort
bij een taak die men in dat leven dient te volbrengen. Het kan dus best zijn, dat
een doctor of professor in een volgend leven een stotterende arbeider is, om in die
toestand iets van oorzaak-en-gevolg te beleven.
Ieder van ons dient dus uit te kijken
die ie zich niet meerderwaardig voelt dan minder intelligente medemensen en niet
minderwaardig dan intelligente medemensen. En dit geldt niet alleen voor intelligentie,
maar ook voor andere talenten, zoals bijvoorbeeld muzikaliteit, kunstzinnige creativiteit,
praatvaardigheid, mediamieke gevoeligheid enz. enz. Geen enkele eigenschap mag ons
gevoel van gelijkwaardigheid misleiden; zelfs het hebben van de eigenschap ‘liefde’,
wat toch de belangrijkste eigenschap is die er bestaat, geeft de mens niet het recht
om zich daardoor meerderwaardig te voelen. Het is niet voor niets, dat hoog-ontwikkelde
geesten in de hogere hemelsferen zich ‘kinderen in de geest’ blijven noemen. En al
hun medemensen noemen ze ‘broeders’ of ‘zusters’.
Dan nog dit: mensen die zich op
aarde meerderwaardig voelen, houden echter niet alleen zichzelf en anderen voor de
gek. Zij scheppen door hun waanbeeld ook vaak nieuw oorzaak- en- gevolg, omdat ze
veel medemensen met onvoldoende respect behandelen. Wie zich meerderwaardig voelt
is meestal teven betweterig en eigenwijs, zodat men zelden een goed advies aanneemt
van een eenvoudiger mens. (En ik denk dat dit ook de reden is waarom intellectuelen
zelden openstaan voor de leer uit de Rulof-boeken. De geestelijke waarheid is namelijk
eenvoudig van aard en is in hun ogen dus minderwaardig, iets dat men liever bespot,
dan dat men er voor buigt.)
Denken in termen van gelijkwaardigheid behoort dus tot
het natuurlijke denken. We dienen dus een evenwicht te vinden in: het je niet meer
te voelen dan iemand die minder dan jou lijkt en het je niet minder te voelen dan
iemand die meer dan jou lijkt. Het is ook goed te beseffen dat God jou waardevol
vindt, maar dat God ook al Zijn kinderen gelijkwaardig ziet. We zijn geen grammetjes
meer of minder dan een ander. Je bent wie je bent; als mens ben je een volwaardig
kind van God. En we dienen ook nooit te vergeten, dat je als ziel al duizenden levens
achter de rug hebt en dat de talenten die je nu hebt, maar een fractie vormen van
jou als volledige ziel.
Al die andere talenten blijven nu onbewust omdat ze niet
van belang zijn voor je huidige levenstaak en voor wat je hier nu te leren of goed
te maken hebt. Dus in werkelijkheid heb je veel meer talenten in je, dan welke je
bij je geboorte ‘meegekregen hebt’. En zelfs indien het er nu op lijkt, alsof je
toen helemaal geen talenten meegekregen hebt, dan nog ben je een volwaardig mens
die zich gelijkwaardig mag voelen ten opzichten van ieder ander. Waarschijnlijk dien
je dan iets te BELEVEN, iets zinvols, iets om goed te maken of om te leren. En….
Om iets te beleven heb je niet veel talenten nodig. Het komt wel eens voor, dat zelfs
de eenvoudigste talenten een beleving in de weg staan, bijvoorbeeld bij dementie.
Maar ook onze dromen (ook controle is een talent) vormen daar een voorbeeld van.
Wie
zich aan Gene Zijde meer ‘voelt’ dan een ander, plaatst zichzelf in een onnatuurlijke
toestand en staat daardoor stil in z’n geestelijke groei. Je kunt dan niet in de
eerste sfeer komen. Door elke vorm van hoogmoed, veroordeel je jezelf tot een mistige
of duistere sfeer. Om vooruit te komen, dien je je op dat gebied ‘de eenvoud van
een kind’ eigen te maken. En dat valt niet mee voor iemand die sterft als iemand
met een ‘belangrijke positie’ in de maatschappij. Dan krijg je het daar dus moeilijk,
omdat dat gevoel van ‘belangrijk zijn’ eerst afgelegd dient te worden. En dat moet
je eerst WILLEN afleggen.
En alleen al het nemen van dit wilsbesluit, daar doen sommigen
al jaren over. Je dient daar in vrijheid voor te kiezen en kan men je dus niet bij
helpen. In ongemotiveerde mensen steken de begeleiders weinig tijd. ‘’Wie niet wil
staat stil’’. Maar wanneer je dan eindelijk het wilsbesluit tot gelijkwaardigheid
genomen hebt, dan krijg je wel alle hulp van de begeleiders, maar zelfs dan nog schijnt
het ‘voetstuk afbreken’ daar meer moeite te kosten dan hier op aarde. En – beste
lezers – omdat iedereen wel ergens een voetstukje heeft, bewust of onbewust opge-bouwd,
kunnen we er maar beter nu al aan beginnen.
Giel Heijmans.
WELVAREND ONBEHAGEN 10 JANUARI 2009.
In onze cultuur
is materiële rijkdom tot het hoogste goed verheven. De kredietcrisis toont echter
feilloos aan hoe kwetsbaar de wereld van geld en hebzucht is. Natuurlijk is het verleidelijk
met de beschuldigende vinger naar de bankiers van Wall Street of de Amsterdamse Zuidas
te wijzen. Maar eigenlijk moeten we allemaal eens kritisch in de spiegel kijken.
Zwarte
maandag, 29 september 2008. Nadat Wouter Bos heeft ingegrepen om Fortis van de ondergang
te redden, incasseert de beurs in Amsterdam een historisch verlies: 9 procent. Overal
ter wereld kleuren de koersen bloedrood. In 24 uur gaat wereldwijd 1.200 miljard
dollar aan beurswaarde in rook op. Op tv schieten beelden voorbij van wanhopige handelaren,
pessimistische commentatoren trekken een vergelijking met e Grote Depressie uit de
jaren dertig.
De paniek van september 2008 is dan wel weggeëbd, de kredietcrisis dwingt
ons na te denken over de vraag of de materiële voorspoed die we zo gewoon vinden,
ook echt vanzelfsprekend is. Oude ‘zekerheden’ – dat de huizen meer waard worden,
dat spaargeld veilig is bij de bank en dat pensioenen meeliften met de kosten van
levensonderhoud – lijken opeens niet meer zo zeker. Het financiële kaartenhuis dat
er zo robuust uitzag, stond de afgelopen maanden meermalen op het punt in te storten
en alles en iedereen met zich mee te sleuren. De crisis toont daarmee feilloos aan
hoe broos het ‘casinokapitalisme’ van bankiers en beurshandelaren eigenlijk is en
houdt ons tegelijkertijd een spiegel voor.
Natuurlijk is het verleidelijk te wijzen
naar de graaiende bestuursvoorzitters, de verdorven bonuscultuur in de top van het
bedrijfsleven en de roekeloze scoringsdrift in de financiële sector. Maar laten we
niet vergeten dat zij de meest zichtbare uitwas zijn van een maatschappij die zwelgt
in zijn overvloed en waar geld het enige lijkt te zijn wat echt telt. Onze honger
naar meer lijkt nooit gestild. Anderhalf miljoen Nederlandse huishoudens hebben twee
of meer auto’s, in het gemiddelde gezin surfen de kinderen op 2,2 computers en kijken
’s avonds naar hun eigen tv. En we gaan 2,8 keer per jaar op vakantie. Dat is nog
niet genoeg, de helft van de Nederlanders wil er nog vaker op uit.
Waarom nemen we
geen genoegen met de welvaart die we al hebben? We gebruiken geld niet alleen om
spullen van te kopen die we nodig hebben of die het leven aangenaam maken, stelt
Rutger Claassen, auteur van het boek Het eeuwige tekort.
,,Geld is ook steeds meer
een doel op zich geworden, een manier om aanzien te verwerven. Geld verschaft status,
tegenwoordig meer dan enige andere vaardigheid of talent.”
Hoe is het anders te verklaren
dat we ondanks onze materiële overvloed steeds weer bereid zijn er een schepje bovenop
te doen, net wat harder te werken dan een collega voor die felbegeerde promotie,
te speculeren op de beurs in plaats van te sparen of klakkeloos een lening af te
sluiten voor spullen die we eigenlijk niet kunnen betalen? De paradox is dat we rijker
zijn dan ooit, maar dat tegelijkertijd geld in ons leven centraler staat dan ooit
tevoren.
Opmerkelijk genoeg is dat te danken aan de democratisering en het gelijkheidsdenken,
betoogt de Britse schrijver Alain de Botton in zijn boek Statusangst. Vroeger waren
er klassen en standen en kende iedereen zijn plek: wie voor een dubbeltje was geboren,
werd nooit een kwartje. De huidige maatschappij gaat ervan uit dat iedereen gelijke
kansen heeft en dus zijn plek aan de top moet bevechten. Gevolg is dat iedereen elkaar
de loef wil afsteken. Maar het is tijd de bakens te verzetten. De ongebreidelde hebzucht
staat nu in een kwaad daglicht en dat biedt kansen tot een minder eenzijdige maatschappelijke
ordening te komen.
We wijzen makkelijk naar anderen, naar de zakkenvullende bankiers
bijvoorbeeld, maar zijn weinig kritisch op onszelf. Ten onrechte, want de huidige
crisis reikt veel verder dan het onnavolgbare gegoochel met geld in de financiële
wereld. Het is een mentaliteitskwestie die ons allemaal raakt. Ook in de kringen
van wetenschap, politiek, religie en maatschappelijke organisaties klinkt het pleidooi
voor herziening van onze materialistische levensstijl.
De overheid, dankzij omvangrijke
steun aan banken en bedrijfsleven terug in het hart van de economie, is voorbestemd
het voortouw te nemen. De eerste voorzichtige aanzetten zijn al gedaan. De bonussen
van bankiers en verzekeraars die om steun moesten aankloppen bij minister Bos (ABN
Amro, Fortis, ING, Aegon en SNS Reaal) zijn aan banden gelegd. De tijd dat financiële
instellingen naar eigen goeddunken geld heen en weer konden schuiven, lijkt voorbij.
De teugels worden aangehaald en het toezicht op de financiële sector wordt verscherpt.
Een breuk met de afgelopen jaren, waarin de gedachte heerste dat de markt wel wist
wat goed is en wat niet.
De markt kent echter geen moraal.
De hervorming in de top
van het bedrijfsleven en politiek moeten nu geleidelijk doorsijpelen naar de rest
van de maatschappij. Dat zal nog niet meevallen. De hang naar status en de inhaligheid
die daaruit voortkomt, is volgens velen de motor van onze consumptiemaatschappij.
Met de overdrijving die het zakenblad eigen is, noemde Quote hebzucht eens ‘de door
de goden verdoemde emotie die aan de basis staat van onze welvaart en daarmee van
onze beschaving’. In minder uitdagende woorden wordt die redenering door veel serieuze
denkers gevolgd: zonder hebzucht geen ambitie, zonder ambitie geen vooruitgang, zonder
vooruitgang geen welvaart.
Heeft een pleidooi voor een minder eenzijdig op geld gerichte
maatschappij dan wel kans van slagen? Hele generaties zijn opgegroeid met overvloed
en het zou naïef zijn te denken at één crisis, hoe heftig ook, onze materialistische
levenswijze zomaar kan veranderen. Natuurlijk is het wensdenken. Het gevoel dat het
anders moet, kan ook zo weer overgaan. We zijn nu eenmaal gewend te consumeren en
geld te verdienen alsof de betekenis van het leven daarvan afhangt. Dat doorbreek
je niet van de ene op de andere dag.
Er zijn lichtpuntjes. ,,Niets verplicht ons het
heersende statussysteem te onderschrijven”, concludeert Alain Botton aan het slot
van zijn boek Statusangst. Het is een ingewikkelde manier om te zeggen dat we er
zelf voor hebben gekozen geld zo’n centrale plek in ons bestaan te geven en we er
dus ook zelf voor kunnen kiezen dat weer los te laten.
Wie een positieve blik op de
mensheid heeft, gaat ervan uit dat we in de kern morele wezens zijn, die verder kunnen
kijken dan hun eigen materieel gewin. Misschien hebben we allen wat meer ruggengraat
nodig.
J.v.d.K.
‘Rijkdom bestaat niet uit het hebben van veel bezittingen, maar in
het hebben van weinig behoeften.’
Epicurus.
‘Afgunst wordt niet veroorzaakt door grote
verschillen tussen onszelf en anderen, maar juist door een zekere overeenkomst. Een
soldaat is niet jaloers op zijn generaal, wel op zijn sergeant.’
David Hume.
‘We weten
nooit de waarde van water, totdat de bron droog komt te staan.’
Engels gezegde.
‘Kapitalisme
is het verbazingwekkende geloof dat de meest ondeugende mensen de meest ondeugende
dingen doen ten gunste van iedereen.’
John Maynard Keynes.
‘De aarde biedt meer dan
voldoende om ieders behoeften te bevredigen, maar niet ieders hebzucht.’
Gandhi.
‘Mensen
kennen de prijs van alles en de waarde van niets.’
Oscar Wilde.

