DE MEESTERS WILLEN ONS OPENEN.
De menselijke wil is zo ontzagwekkend diep en groot, onmetelijk diep aan kracht, aan bewustzijn en bezieling, dat ge die kunt afmeten aan de baan die Moeder Aarde in dit universum beleeft en heeft af te leggen, elke dag, iedere seconde. Zo sterk is de menselijke wil dat ge alle zwaartekrachten en wetten in uw handen krijgt. De menselijke bezieling wordt zo ontzagwekkend diep en bewust, de bezieling zo sprekend en welluidend en rechtvaardig, dat ge al deze planeten en sterren in uw handen kunt afwegen. Want u bent het Koninkrijk, u bent een Goddelijk bewuste, indien de liefde tot u spreekt, indien de liefde over uw lippen komt, indien u dat uitstraalt!

Uit: ,,De mens en zijn geestelijke ontwaking'', 57 lezingen, deel 1.
Na het bovenstaande te hebben gelezen kan ik feitelijk maar tot één conclusie komen, tot één simpele constatering, namelijk: Is het niet heel veel meer dan de moeite waard. Ik moet het eigenlijk scherper stellen: Ben ik het zo langzamerhand niet verplicht ten opzicht van Gods wetten, van de Christus, van God, ten opzichte van mijn Goddelijke kern, mijn ziel en ten opzichte van alles wat leeft in het ganse universum en daarbuiten, om alles te doen wat in mijn vermogen ligt om de bovenstaande situatie te bereiken, zoals die door Meester Zelanus wordt verklaard? Welke andere bezigheid of handeling kan hiermee immers vergeleken worden? Alles wat ik in mijn leven doe, zou opgedragen moeten worden en een bijdrage moeten leveren aan dit doel. Misschien is de zucht die nu wordt geslaagd wel veelzeggend. Meester Zelanus zegt verder in zijn lezing:

,,Het oerwoud is gelukkig. Kijk in het mooie gelaat van een tijger en een leeuw, een hyena, die gelaten, die koppen, die hoofden zijn open. Die ogen kijken je wild aan. Jazeker, dat is de afstemming. Maar een mens vermenigvuldigt dit door zijn daden, door zijn voelen,,.
,,Een open gelaat'', wat is dat precies? Misschien een bepaalde geestelijke puurheid, een oprechtheid, of ware eenvoud die met al het leven van God in harmonie is? Is een tijger in harmonie met zichzelf en zijn omgeving? Je zou het wel denken, ook al heeft hij een lagere afstemming dan bijvoorbeeld de kolibrie. Zijn kop drukt waarachtigheid uit, niets is geveinsd, er zijn geen maskers, bewust dan wel onbewust, geen intellectuele berekeningen. Hij luistert enkel naar zijn natuur, zijn instinct, hij zou niet anders kunnen. Als er wildheid in ons is en die is er natuurlijk nog wel, in mindere of meerdere mate, dan vermenigvuldigen wij dit door onze daden, door ons voelen en dit vertegenwoordigt dan onze afstemming. Wij schijnen dus te luisteren naar andere ,,dingen'' dan naar onze diepste natuur, welke Goddelijk is. Hoe moeilijk blijkt het toch weer in ieder leven te zijn, om onze persoonlijkheid voor die Goddelijke kern in te zetten, om onze Goddelijke kern tot bezieling te brengen. In plaats daarvan zetten wij onze persoonlijkheid een kroon op het hoofd en leven we ons uit als een vorst, een vorst in ,,duisternis'' wel te verstaan.

Nu is de alledaagse situatie zo, dat ieder mens dit belangwekkende onderscheid gedurende zijn lange, evolutionaire reis op de één of andere manier voor een belangrijk deel is kwijtgeraakt. Ook ik ben dit kwijtgeraakt. En als je tot dit inzicht komt, deze indringende conclusie volledig begrijpt, tot in je botten zou ik haast zeggen, dan lijkt het alsof je langzaam aan het ontwaken bent uit een diepe slaap. Je ogen zitten nog dicht, je weet niet waar je je bevindt, je bent enkel aan het ontwaken. In eerste instantie wil je misschien niet ontwaken, want het was best wel heel prettig in die diepe slaap. Maar het is inmiddels te laat, terugkeren naar de veilige armen van de slaap der vergetelheid is niet meer mogelijk, het proces van ontwaken is reeds te ver gevorderd en is niet meer te stoppen. Alhoewel er velen zijn die krampachtige pogingen doen om uit te slapen. Een nieuwe fase kondigt zich aan. Hoelang zal het ontwakingsproces gaan duren? Dat wil zeggen, wanneer zal onze wil ons oprichten uit de zwakke en weerloze, ,,horizontale'' positie om het eerste licht van een nieuwe dag te gaan begroeten, teneinde het nieuwe leven in ons op te nemen?

De vraag rijst dus waarom ik niet voortdurend luister naar het Goddelijke in mij. Eén van de redenen is, dat ik dit Leven in mijzelf lang niet altijd even goed hoor. Een andere, zeer belangrijke reden is, dat ik er heel vaak gewoon niet naar WIL luisteren, omdat ik reeds voorvoel wat de gevolgen zullen zijn als ik er wel naar zou luisteren. En dat zijn de gevolgen die ik op dat moment helemaal niet kan gebruiken, want die zouden de situatie, sterker nog, die zouden mijn leven een totaal andere wending geven. Ik zou de controle over mijn koesterend en voorspelbaar leventje kwijtraken en alle zachte influisteringen van dat Leven onvoorwaardelijk moeten accepteren. En waar zou dat naartoe leiden? Lieve lezers, dat zou mij naar de liefde leiden, ondanks de tikken op mijn neus, die mijn persoonlijkheid daardoor ongetwijfeld zal oplopen. Dat zou mij lijden, sorry, (,,Freudiaanse verschrijving'') leiden naar datgene waartoe de Meesters in de boeken ons oproepen. Maar dat wil ik schijnbaar niet en dat kan ik schijnbaar niet. En weet u waarom niet? Omdat ik bang ben! Het kleine, onbewuste en eigengereide kereltje is bang. Hij houdt zichzelf voor dat hij het geweldig druk heeft met allerhande, zogenaamd belangrijke zaken zoals: (geestelijke) wetenschap, kunst, techniek, vaderschap en partnerschap, carrière en werk en nog duizend en één dingen meer. Over al deze dingen weet hij wel iets te vertellen tegen een ander, maar voor de liefde is hij bang. Daar praat hij, door de bank genomen, niet over. Want dat bedreigt al dat andere, ziet u! Dat bedreigt zijn persoonlijkheid, dat wat hij is in deze maatschappij en wat hij denkt te willen zijn. Opeens staat hij daar, naakt en misschien geestelijk arm, voor de liefde, die zonder enkele moeite en in een oogwenk het wezenlijke in hem blootlegt. Men kan zich, als het ware, voor alle dingen in het leven verschuilen, behalve voor de liefde.

De ironie voor mij is echter, dat al die ,,belangrijke'' dingen uit mijn leven pas werkelijk inhoud en waarde krijgen als ik mij overgeef aan de liefde. Want zij vertegenwoordigt de ,,specie'' waarmee ik iedere steen tot functie laat komen, iedere daad tot bezieling en werking, om zo het bouwwerk te kunnen optrekken wat ik reeds als blauwdruk voor een belangrijk deel heb getekend. Nu moet ik en kan ik, tot mijn grote verrassing, mijn blauwdruk weleens aanpassen, omdat de mogelijkheden tot een fraaiere en gedurfdere ,,architectuur'' met een sterkere ,,specie'' alsmaar lijken te groeien en dat geeft te denken.

Niettemin denk ik dan toch vaak, dat al die zogenaamde ,,belangrijke en interessante dingen'' uit mijn dagelijks leven de liefde wel naar mij toe zullen trekken, alsof ze één of andere voorwaarde zijn voor haar komst. In de trant van: De liefde zal mij vast bezoeken, vast, ik weet het! Ik voel haar reeds, want zij is dichtbij. Ik weet ook wat ik daarvoor moet doen, maar eerst doe ik nog even dit of dat. En zo gaat het leven van menigeen voorbij en blijft men vol goede hoop wachten totdat de liefde komt. Dit is een illusie en een hele grote! Want als je tegenwoordig aan iemand vraagt hoe het met hem is, dan krijg je:
,,Druk, druk, druk''. Hij wil dan eigenlijk zeggen dat hij een heel belangrijk en bijzonder leven leidt in een bijzondere tijd, die van de 21e eeuw, begrijpt u? Alles in het leven gaat namelijk zo vlug en verandert zo snel, weet je, je kunt je eenvoudig niet veroorloven om bij een dergelijke soort liefde stil te staan, is dan het snelle antwoord. Ja, denk ik dan, dat kan ik wel aan je zien. Trouwens, wat levert zoiets nou, praktisch gezien, op, krijg ik nog nageserveerd?

Op zo'n moment krijg ik dan sterk de indruk dat hij zich in wezen verontschuldigt op deze bedekte wijze, omdat hij ergens diep van binnen wel weet dat hij druk bezig is z'n kostbare tijd te verknoeien met veel te veel onbenullige zaken. Zaken die hem geen stap dichter bij een grotere liefde en harmonie brengen. Dit is een klein drama, wat zich dagelijks in zijn leven afspeelt. een toneelspel wat hij iedere keer weer opvoert. En als het stuk afgelopen is en hij het podium verlaat, vindt men hem alleen en teruggetrokken in zijn kamer. Stil zit hij daar, wetend dat het maar een toneelstuk was en niet het echte leven, het leven wat hij eigenlijk zoekt, doch niet kan vinden. Ondanks zijn talenten en wereldse successen lijdt hij daaronder, zoals dit met zoveel acteurs het geval is. Het heeft er alle schijn van en nu druk ik me misschien nog voorzichtig uit, dat bijna ieder mens op Aarde de illusie, dat wil zeggen, de passieve en hardnekkige, afwerende houding ten aanzien van de liefde, min of meer in stand houdt. Eerder hebben we de neiging om onszelf te zoeken in een niet aflatende, dwangmatige koorts, want we zijn immers ziek, maar we weigeren het medicijn. Dus gaan we koppig door met zoeken, ja, naar wat eigenlijk en blijven zo een gevangene van ons eigen, door onszelf afgebakende, voelen en denken. En we bevestigen elkaar daarin ook nog, want het is beter met meerderen tegelijk te lijden en daardoor begrip te krijgen bij de ander, dan alleen te staan met liefde. Want wie weet wat er dan zal geschieden.

Nu lees ik de boeken wel, maar ik vertrouw de Meesters niet helemaal, ook Christus vertrouw ik niet helemaal, zelfs God niet en dus ook Zijn liefde niet. Als dat wel zo zou zijn, dan zou ik mij op ieder onvoorwaardelijk moeten kunnen geven, nietwaar? Liever sluit ik mijn luiken, terwijl buiten toch de zon schijnt. Het zou mij niet langer meer moeten deren als ik door de gehaktmolen van de menselijke angst, afgunst, onbegrip en kwaadwillendheid wordt gehaald. Uiteindelijk kon ook de Christus hier niet aan ontkomen. Waar ik de illusie en de pretentie vandaan heb om te denken dat deze beker aan mij wel voorbij zal gaan, weet ik niet. Maar nu ik hier zo bij stil sta, is het eigenlijk te gek voor woorden. Ik schijn maar niet te willen luisteren, niet te willen begrijpen. Ik blijf een angstig kereltje, dat maar ternauwernood de inhoud van de boeken kan dragen, want het is allemaal zo moeilijk en zo zwaar in deze dolende maatschappij. En toch zou mijn leven zonder Hen en Hun liefde ondenkbaar zijn. Hoe afhankelijk ben ik dan toch nog, Meester Zelanus zei eens in één van zijn lezingen: ,,De mens piept als een muis, als wij hem even aanraken''! Het is het piepen van zijn persoonlijkheid, dat wat hij denkt te zijn. Snel wil hij terugkruipen in zijn holletje, terug naar zijn nestje, terug naar zijn veilig slaapje. Maar het ontwakingsproces is reeds te ver gevorderd.

Het eerste licht schijnt inmiddels hinderlijk door de gordijnen. De veilige, stille duisternis is verdwenen en de vogels fluiten reeds hun hoogste lied. Zie, het dier is ons reeds voor, het dier met zijn open gelaat.
Hoe moet ik mijzelf en het leven nu tegemoettreden? Wanneer ben ik waarachtig, ben ik werkelijkheid? Wanneer kan ik zeggen: Ik beleef nu een Goddelijke wet, ik ben die Goddelijke wet geworden, want ik heb dit en dat volbracht. Zie, het is mijn innerlijk bezit geworden. Ik zit niet naast de wet, ik sta er niet meer buiten, ik ben niet meer dolende en vragende, ik stop eindelijk eens met zeuren. Zo moet ik het doen, op deze manier, dit is de juiste innerlijke houding, nu begrijp ik mijzelf, mijn leven, de weg die ik moet gaan. Nu spreekt mijn Godheid, Zij openbaart zich voor deze maatschappij. Waar vind ik de bouwstenen voor dit fundament? Zoals besproken vertegenwoordigt de specie voor het optrekken van dit fundament de liefde en iedere steen een goede daad of handeling. Er is echter ook een bepaalde vorm van (zelf)kennis nodig en in belangrijke situaties zelfs noodzakelijk. Laat dit illustreren met een voorbeeld:

Toen Ramakrishna zijn leven mocht beëindigen, toen ving ik (Meester Zelanus) hem op. Hij keek mij aan toen hij ontwaakte en zij: Nu weet ik het. Ik heb altijd tijdens mijn uittredingen een stem gehoord. U liet zich niet zien, Meester.
,,Nee''.
Dat bent u. Heb ik fouten gedaan, heb ik fouten gemaakt?
Die hebt u niet gemaakt, maar wij hadden u tot het Al kunnen voeren, u weigerde beslist! U wilde zelf beginnen. Nee, u had moeten aanvaarden een Groot Gevleugelde te willen zijn en u werd het. Ja, voor deze ruimte.
En toen voerde ik hem terug, terug naar de allereerste openbaringen, zoals ook Christus de apostelen terug heeft gevoerd toen zij hun stoffelijke leven hadden volbracht en betraden wij de wereld van voor de schepping. Daar legde Ramakrishna zich neer en zei: Mijn God, mijn God, ik heb u verlaten. Ik heb het niet gewild, ik was te dom, te eigenzinnig. Ik wilde het zelf zijn, ik wilde zelf iets beleven, ik wilde alles zelf doen. Nee, ik had mij moeten laten leiden, ik had mij moeten laten bezielen, eerst dan komt de Goddelijke kracht tot mijn leven en eerst dan bezielt gij het deel van uzelf.
Open u, u geeft u volkomen over en aanvaard eindelijk eens, kwam er uit de ruimte, dat hierin de heilige waarheid leeft.

(uit: De mens en zijn universum, 57 lezingen, deel 1.)
Zelfs iemand als Ramakrishna, die op de geestelijke weg zo ver was gevorderd, zat er dus op een belangrijk punt naast. Een heel leven van heilige vervoering en openbaring, van uittredingen en leraarschap werd door Meester Zelanus in enkele zinnen in een totaal andere context geplaatst. Eén die hij eigenlijk zijn hele leven zocht, maar zijn innerlijke houding, zijn persoonlijkheid, sloot hem er tegelijkertijd voor af, terwijl hij zoveel meer voor de mensheid had kunnen bereiken. Ook hij bezat uiteindelijk niet dat unieke en zeldzame, doch natuurlijke en eenvoudige vermogen om zichzelf los te maken van de uitermate slimme en berekende eisen van zijn prachtige persoonlijkheid. Een vermogen, een kwaliteit, welke zo moeilijk onder woorden is te brengen, maar wat vanuit al de boeken van Jozef Rulof tot ons spreekt in een, voor onze persoonlijkheid, schijnbaar uiterst moeilijk te begrijpen taal.

En dat brengt ons bij Jozef Rulof. De Meesters geven zeer hoog van hem op en noemen hem zelfs ,,Prins der ruimte''. Waarom? Waarom stellen de Meesters hem boven Ramakrishna, boven Rudolf Steiner, boven Krishnamurti, boven al de anderen, die geestelijke wijsheid naar de Aarde brachten? Omdat Jozef die unieke en zeldzame eigenschappen bezat om zich te laten leiden, zich te laten bezielen en zich vooral te laten corrigeren, het moeilijkste van alles, door de Meesters en de kosmische wijsheid en liefde die zij vertegenwoordigen en dat iedere dag weer opnieuw.
Nu deed hij alles niet zozeer voor zichzelf, maar voor de naar geestelijke kennis dorstende mensheid. Daar wilde hij alles voor opzij zetten, al zijn persoonlijke verlangens, al zijn menselijke verwachtingen, zijn gehele persoonlijkheid en dat terwijl hij behept was met alle geestelijke gaven in de hoogste graad. Het moeten zeer sterke benen zijn geweest die dit hebben kunnen dragen.

Hij kreeg door deze opgave, door dit o zo belangrijke inzicht, een andere persoonlijkheid ervoor in de plaats. Eén die hem helemaal tot de zevende kosmische graad bracht, tot de wereld waarin de Christus leeft, tot de beleving van zijn Kosmologie. Een persoonlijkheid die zo natuurlijk en eenvoudig was geworden, dat zij als een soort ,,contactolie'' door alle radertjes van alle geestelijke wetten kon kruipen, kon vloeien, zonder zelf bekneld te raken. Iedere andere ,,stekelige'' persoonlijkheid zou vroeg of laat vast komen te zitten en daarbij tevens de ,,raderen'' van de wetten hebben verstoord.

En daar zit ik dan, wat nu? Het rammelt aan alle kanten. Jawel, mijn persoonlijkheid wordt zonder pardon voor het licht geschoven. Eens kijken hoe de zaak ervoor staat. Inmiddels is dat wel een beetje duidelijk geworden, want het licht legt immers alles bloot, juist de donkere kanten. Iets waar menig spiritueel zoekend mens zich nog wel eens in verslikt. Dit verworven inzicht over je eigen persoonlijkheid gaat je niet in de koude kleren zitten. Er liggen ook nogal wat pluimen op de grond, zie ik. Maar het wordt stil, gelukkig, het geraas van de wereld ebt langzaam uit mij weg en ik leer om anders te gaan denken. En ik denk over het feit dat ik beroofd ben van mijn illusies. Dat is een mooie gedachte en tevens een pikante, nu moet ik oppassen. De pas ontstane zenuwbanen naar een nieuw, hoger gelegen, geestelijk platform, zijn nog steeds in ontwikkeling en dus fragiel. Ik denk verder. Ik voel mij bevrijd.

Het duurde even voor ik begreep wat ik voelde, maar het valt niet te loochenen. Hoe is het mogelijk.
,,Beneden'' mij zie ik mijn persoonlijkheid, hij lijkt een beetje op een getemd paard, het klamme zweet staat nog op zijn rug, de ogen staan bol, z'n tong hangt uit zijn mond. Maar zijn gehele houding drukt een vorm van berusting uit. Schijnbaar is er iets in hem geknakt. Zijn oren staan wel omhoog, een teken dat hij wil luisteren. Dat is goed. Dat is heel goed. In de rust en stilte die in en om mij heen is ontstaan, is het alsof ik ,,vleugels'' ruisen hoor. Gracieus dichterbij, gedragen op een zachte bries van onuitsprekelijk begrip. Eindelijk. Ik ben gereed Meester, althans, ik denk dat ik er iets van begin te begrijpen. Ik wil nu luisteren. Zou u mij willen openen?
 A.V. 

                                  LEVEN MET GEESTELIJK PARADOXEN.
God heeft ons lief, meer dan wij wel denken (daar gaan we toch vanuit nietwaar?). En ondanks Zijn immer voortdurende liefde voor ons kunnen wij bepaalde dingen in het leven niet aanvaarden, omdat wij het in tegenspraak vinden met ons pas verworven, nog uiterst fragiele fundamentje, welke onze basis is gaan vertegenwoordigen van waaruit wij willen gaan leven, namelijk het ,,besef'' dat God alléén liefde is, alleen liefde kan zijn. Eindelijk zijn wij dan zover gekomen dat wij willen en kunnen aanvaarden, dat wij durven zeggen dat wij dit innerlijk voelen, dat wij weten, dat God niet verdoemt, niet straft, niet oordeelt, dat God de bron van Liefde is waardoor wij kunnen leven en liefhebben. Totdat je op een dag, maar opeens, iets verschrikkelijks voor je kiezen krijgt. Er kan bijvoorbeeld een ernstige ziekte bij je geconstateerd zijn of er komt een kind van je te overlijden, of er wordt je een groot onrecht aangedaan. Allemaal situaties waartegen je volledig machteloos staat, wat je verlamt en wat een diepe pijn teweeg brengt.

Deze en vele andere gebeurtenissen in ons leven laten zich voelen als een paradox, als een schijnbare tegenstrijdigheid, als een splinter die naar binnen schiet in je pas verworven geestelijk gevoel, dat daarvoor nog vreugdevol meldde dat God alléén liefde is. Maar nu weet je dat opeens niet meer zeker. De splinter is diep in het vlees doorgedrongen, een verscheurende twijfel zaait zich snel uit. Hoe kan dit nu toch? Ik heb God toch onvoorwaardelijk geprobeerd lief te hebben? Was dit dan niet genoeg? Eist Hij meer van mij...? Als ik dit wist, waarom moet dat dan op deze verschrikkelijke manier...? Er zijn toch andere wegen. .. ?

Was de gebeurtenis die je onderging al niet zwaar genoeg, daar komt tevens nog bij dat je schrikt van jezelf, omdat je innerlijke overtuiging dat God alléén liefde is in de praktijk niet bestand bleek te zijn tegen een onverwachte storm. Het gevolg hiervan is dat je eigenwaarde fors kan dalen, je bent teleurgesteld in jezelf omdat je teleurgesteld bent in God. Kan het nog erger.. . ?
Onlangs zag ik een zeer schokkende reportage in het TV programma ,,Netwerk'', waarin in Engelse ziekenhuizen verborgen camera's waren geplaatst om en nu komt het, moeders te filmen die hun pasgeboren kind daadwerkelijk martelden. De ziekenhuizen hadden voldoende redenen om aan te nemen dat er dingen op de kraamafdeling niet klopten, gezien de onverklaarbare kneuzingen en verwondingen bij de pasgeborenen. En dus besloot men om verdekte camera's te plaatsen, met schokkende resultaten. Deze moeders, zo bleek na grondig onderzoek, hadden een ,,hersenziekte''(?). Deze hersenziekte zorgde ervoor dat de moeders het gevoel kregen dat zij in ernstige mate persoonlijke aandacht  te kort kwamen. Zij probeerden deze aandacht naar zich toe te trekken door hun eigen kind te laten stikken of een armpje van hun kindje te breken. Dit alles was duidelijk op de filmbeelden waar te nemen. Op het moment dat de moeders hun onvoorstelbare praktijken ten uitvoer brachten, kwam er snel een verpleegster de zaal binnen en stopte de moeder met haar handelingen. Er was immers weer iemand die haar aandacht gaf. Nu rijst onmiddellijk de vraag hoe God een dergelijk verschrikkelijk iets bij een weerloze baby kan toestaan...

Zelfs indien je kennis hebt van de geestelijke wetten zoals die door Jozef Rulof en de Meesters diepgaand worden verklaard, dan blijkt dit niet altijd een garantie te zijn om de zware lessen van het leven volledig te begrijpen, laat staan te aanvaarden en positief te verwerken. Als de wet van oorzaak en gevolg, als het karma zich in ons leven aandient, staan wij opeens naakt voor de Goddelijke wetten, naakt voor Golgotha, naakt voor God, naakt voor onszelf... Dan moeten wij laten zien wie wij werkelijk zijn en wat wij kunnen. Maar vooral eerst stort onze wereld krakend ineen. Enkel onbegrip herrijst als een zwarte, gekortwiekte feniks uit de smeulende as. Geweeklaag weerklinkt tot in de sferen van licht, zelfs tot aan God toe. Doch het enige antwoord wat terugkeert, is een diepe stilte. .. De wetten hebben gesproken, de wetten hebben ons reeds geantwoord... Want ergens in het verleden hebben wij ze zelf opgeroepen door onze manier van leven, door onze daden. De wetten hebben ons verhoord en antwoorden nu. We herkennen ze echter niet meer, we waren ze totaal vergeten. Nu dienen ze zich opeens, onaangekondigd, ongevraagd bij ons aan op een vaak uiterst confronterende manier. Hoe kan een God van liefde zoiets toestaan...?

Nu breekt het tijdstip aan hoe wij werkelijk over God (willen) denken. Kunnen wij God als een God van liefde blijven accepteren of kunnen wij dat niet meer, of niet meer helemaal... Blijft de splinter ons pijn doen en ons herinneren aan het vermeende onrecht wat ons is aangedaan...? In feite resten ons tenslotte twee keuzes: Of wij aanvaarden God als liefde en rechtvaardigheid of niet! Een God die willekeurig, zonder geldige redenen, dat wil zeggen zonder een absolute rechtvaardigheid te hanteren, mensen toch in zeer moeilijke situaties plaatst, is zeer moeilijk voor te stellen. Het eind is dan immers zoek. We krijgen dan te maken met een grillige God. De mensheid zou geheel en al overgeleverd zijn aan Zijn grillen, aan talloze willekeurige acties van Zijn hand die voor de één toevallig goed uitvallen, maar voor de ander desastreus zijn. Wij zouden een dergelijke God al helemaal niet meer kunnen begrijpen. Hoe zou de schepping er dan uitzien...? .

Maar als wij echter een God van liefde en rechtvaardigheid, een God die ons vanuit Zijn rechtvaardige wetten toespreekt, niet willen of kunnen aanvaarden, om welke reden dan ook, wat is dan het alternatief? De grillige God, of het idee, het voormalige ,,diepe'' gevoel dat wij hadden over een God van liefde maar liever helemaal vergeten. Al was het maar om uit die innerlijke, onverdraaglijke verscheurdheid te kunnen ontsnappen om min of meer verbitterd, met een misleidende opluchting, terug te keren naar het ,,overzichtelijke'' en ,,veilige'' materialistische leven met een verschrikkelijke, grote ,,illusie'' rijker. Het verhardings en vervreemdingsproces in onszelf is reeds aangevangen... En dan maar zien waar het schip strandt. .. Waarom wordt er dan net die ene stap extra niet gemaakt?

Door de boeken wordt het ons duidelijk dat God dóór ons leven, door ons ,,zijn'' vertegenwoordigd wordt. Daarom konden de meesters zeggen: ,,U bent Goden''. Zoals Nico Valkenburgh reeds vermeldde in zijn artikel ,,Ons zoeken naar God'', waarin hij verduidelijkte dat ons begrip, ons gevoel ten aanzien van God continu verandert omdat wij zelf veranderen. Omdat wij in Zijn leven ontwaken in een altijd omhooggaande spiraal van nieuwe werelden waarin wij Hem steeds beter leren kennen. Indien dit zo is, waarom dan telkens weer die opstand naar God toe? Het altijd maar weer plaatsen van kritische vraagtekens bij Zijn besluiten, bij de realiteit van alledag? Juist ook door ons, wij die onszelf gelukkig kunnen prijzen om de boeken van Jozef Rulof te mogen lezen.

Want indien de meesters hadden besloten de geestelijke wetenschap voorlopig niet naar de Aarde te brengen, wat dan? Waar zouden wij dan staan? Een God die in opstand komt tegen God? Als wij als goden God vertegenwoordigen in Zijn schepping, als wij een deel van Hem zijn en Hij een deel van ons, waarom is er dan toch ,,het niet willen aanvaarden'' van gebeurtenissen in ons leven die uiterst moeilijk zijn? Wat is dat toch precies, die splinter. . .
Is het misschien uiteindelijk, verborgen achter alle geopperde argumenten, achter alle verdriet, achter alle woede, de diepe, ons achtervolgende pijn, die ons eraan herinnert dat wij niet meer in Hem verblijven (tezamen verenigd als één met onze tweelingziel), zoals het, het geval was in het begin van de schepping...? En iedere keer als de situatie moeilijk wordt in ons leven, zullen wij de bescherming, de eenheid, de terugkeer naar huis, en bovenal de liefde als het ware eisen van God, die in vroegere tijden, toen wij nog een onlosmakelijk deel van Hem waren, ons natuurlijk en vanzelfsprekend recht waren waar wij in minder dan een flits toegang toe hadden... Als God liefde is, dan zal en kan Hij ook niet straffen en oordelen. Wel zal Hij in liefde corrigeren, wat iets anders is dan straffen. Dit corrigeren gebeurt uiteraard door de werking van de Goddelijke rechtvaardigheidswetten. Een vergelijking: De moeder heeft haar kind lief, haar liefde zal echter niet een voortdurende blinde liefde moeten zijn, dat wil zeggen een liefde die alles altijd maar toestaat wat het kind doet, zelfs als het kind bepaalde grenzen overschrijdt, waardoor het zichzelf en anderen schade toebrengt. Doet de moeder dit toch, dan komt dit zeer zeker niet ten goede aan de verdere ontwikkeling van het kind en voor anderen in zijn onmiddellijke nabijheid werkt dit op z'n minst storend.

Wij hebben door ervaring geleerd dat het kind naast een grote liefde van zijn ouders, en indien mogelijk ook van zijn omgeving, ook grenzen nodig heeft, grenzen die niet als doel hebben om hem te straffen, maar juist om te waken over, zijn veiligheid. Bovendien om zijn karakter, zijn emoties en zijn denken te helpen vormen. Dat het kind dit in bepaalde situaties niet altijd even leuk vindt, juist als het er onder lijdt, omdat het tot een halt geroepen wordt, is begrijpelijk. Eén van de minst leuke kanten van de opvoeding. Deze combinatie van grote liefde en corrigerende leiding zullen hem op weg helpen om tot een evenwichtig mens te kunnen uitgroeien, een mens die liefde zal kennen, misschien daardoor ook zal bezitten, en tegenslagen zal kunnen incasseren...

De kwestie van liefdevolle correctie of, indien u wilt, van oorzaak en gevolg, van karma, wordt echter moeilijker verteerbaar als wij ouders bijvoorbeeld (er zijn genoeg voorbeelden in de wereld) geplaatst zien in een oorlogssituatie (denk aan Kosovo), waar voor hun ogen hun eigen kinderen worden verkracht, gemarteld en tenslotte afgeslacht. Zullen de ouders dit kunnen zien als de liefdevolle correctie van God? De redenen waarom God dit toch toestaat zullen van diepe kosmische aard moeten zijn, willen zelfs wij als buitenstaanders, laat staan de ouders, hier vrede mee kunnen hebben. Deze beweegredenen van God kunnen alleen te maken hebben, kunnen alleen gefundeerd zijn, in Zijn liefde, hoe paradoxaal dit ook voor ons moge zijn.

De Meesters zeggen ons herhaaldelijk via de boeken: ,,God heeft dit niet gewild, het is de mens die, door zijn daden, alle gebeurtenissen naar zich toetrekt.'' Door dit antwoord worden wij aan de ene kant geconfronteerd met de verheven vrijheid van keuzes en handelingen van ons mensen, doch aan de andere kant met de vérstrekkende gevolgen van die, in eerste instantie door God aan ons geschonken, uiterst kostbare en individuele vrijheid. Dit zijn blijkbaar de condities waarin een menselijke ziel zijn ,,Godzijn'' leert begrijpen en hanteren...
Wij hebben dus de vrijheid om onszelf buiten Gods harmonische wetten te plaatsen. Als wij dit in onze aardse levens dan ook proberen of doen, ervaren wij door de wet van oorzaak en gevolg, wat hiervan de consequenties zijn. Dit betekent dan niet, dat God ons niet liefheeft, zoals wij dan, gebukt gaande onder moeilijke omstandigheden, meteen denken. Dit betekent ook niet dat God Zijn ogen en oren voor ons heeft gesloten.

Néé, wij ondergaan alleen de gevolgen van onze vroegere, tegen Gods wetten indruisende, daden. Hij weet als geen ander in welke situatie wij verkeren en waarom... De Meesters zeggen ons keer op keer: God verdoemt niet! God straft niet! God heeft met onze verkeerde daden, met ons gezoek naar duisternis niets te maken! Wij doen dit zelf. Wij willen dit zelf. Ondanks onze dwaalwegen die wij allemaal wel eens hebben betreden of nog betreden, gunt God ons die vrijheid... Natuurlijk fluistert Hij ons toe om deze wegen niet te nemen, als een advies, een advies wat nooit dwingend is, nooit eisend, altijd liefdevol, omdat Hij wéét dat wij vroeg of laat weer naar Hem terugkeren, en omdat Hij respect heeft voor onze vrije wil, die Hij immers Zélf aan ons heeft gegeven. God is en blijft liefde, altijd! Er zijn in het universum echter bepaalde spelregels, wetten, niet in eerste instantie voor God zelf, maar juist voor óns! Als deze wetten er niet zouden zijn, hoe zou onze evolutie dan wel verlopen? Hebben wij daar weleens goed over nagedacht?

Op Aarde leven nu ruim 6 miljard mensen. Zes miljard mensen met een énorme en wijdlopende geschiedenis, een óngelooflijke potentie tot creativiteit op alle mogelijke gebieden en de daaruit voortvloeiende, voor ons onoverzienbare en onbegrijpelijke, verstrekkende gevolgen. Om dit duizelingwekkende proces goed en rechtvaardig te kunnen laten verlopen, wil de mensheid niet in totale chaos verzinken, is een onvoorstelbaar LIEFDEVOL en alwetend bewustzijn nodig. Wij kunnen alleen dan de splinter (in zeer ernstige gevallen mag men wel van een balk spreken) in ons verwijderen als we bereid zijn om ons voor deze LIEFDE open te stellen opdat wij haar leren begrijpen en opdat wij door haar genezing, acceptatie en rust vinden. En deze liefde is geen paradox met verrassende of pijnlijke gevolgen.

Te allen tijde is zij voor ons beschikbaar, als wij ons er tenminste voor openstellen, ook al is de situatie uitzichtloos, juist dan... Juist dan is zij ons enige redmiddel, willen wij niet mee ten onder gaan in de maalstroom van de gebeurtenissen. ,,Oh God..., als dit moment van beproeving zich in ons leven mocht aandienen; geef ons dan de kracht en de wijsheid om, op dat moment, ons ontstane verdriet, onze machteloosheid en pijn niet te laten ontaarden in verbittering, opstand en woede...'' Want een leven kiezen in de oppositie ten opzichte van God is bijzonder vermoeiend en zal uiteindelijk geen vruchten dragen. Ik geef toe, dit is vaak zeer moeilijk, soms bijna onmogelijk en toch...

Velen voor ons waren tot grote dingen in staat, door bijvoorbeeld zonder vrees, bezield door een grote liefde, in de leeuwenkuil af te dalen of de brandstapel te betreden. Deze bijzondere liefde huist in ons allemaal, veelal verborgen, wachtend, totdat zij ons roept, vaak in moeilijke situaties, want dan zijn wij het meest ontvankelijk voor haar zachte stem...
 De liefde van God brengt bovendien geschenken met zich mee. Eén van die geschenken is wijsheid. Liefde opent als geen ander de deuren voor de wijsheid om de talloze geestelijke problemen en paradoxen te leren begrijpen. Liefde is daartoe in staat, veel meer dan de kennis of de geleerdheid (wat iets anders is dan wijsheid), zelfs meer dan de ervaring van het leven. We zien hiervan duidelijke voorbeelden terug in de boeken van Jozef Rulof waarin de mens die geen geleerde kennis bezit, maar wel een grote mate aan liefde (men denke hierbij aan bijvoorbeeld Moeder Crisje), aan Gene Zijde de leraar, de mentor wordt van die mens die vaak juist veel geleerde kennis tot z'n beschikking heeft, maar de liefde mist. De liefdevolle, doch in kennis ,,gebrekkige'' mens, bezit aan Gene Zijde de ware kennis, de wijsheid, de rijkdom, het onvoorstelbare geluk van het geestelijk leven, welke men daar liefde noemt.

De vaak pijnlijke uitwerkingen van situaties die zich aan de mens voordoen als schijnbare, geestelijke tegenstrijdigheden zijn dus als het ware kosmische instrumenten in de liefdevolle handen van God die ons verder doen evolueren naar nieuwe werelden die Hij voor ons geschapen heeft en ons reeds opwachten. De diepe geestelijke rijkdom, de onpeilbare diepten van een steeds groeiende, geestelijke liefde in die nieuwe werelden (en deze werelden zien wij reeds ontstaan in ons huidige aardse leven, voor een groot deel dankzij de boeken) moeten  wij ons mede door geestelijke paradoxen leren eigen maken, teneinde die werelden innerlijk te kunnen bereiken, te verwerken en te dragen. Zo bouwen wij onze geestelijke persoonlijkheid op, zo worden wij de machtige woorden van de meesters waardig, namelijk dat wij goden zijn! Zo worden wij als een kind dat iedere dag weer nieuwe werelden ontdekt en door vallen en opstaan ondervindt en leert. Het kind gaat deze weg echter in vreugde. Wij zouden ons moeten schamen, omdat het er vaak op lijkt dat wij ons Godzijn nog niet kunnen dragen en de vreugde ingeruild hebben voor scepsis, voor twijfel, wat een gebrek aan liefde is en dus een gebrek aan wijsheid en inzicht.

Maar wij zijn dan ook een god in wording. We bezitten bij lange na nog niet het Albewustzijn en de Alliefde. Doch soms lijkt het alsof we in ernstige situaties alles zó moeten dragen alsof we al een God zijn. We missen op die momenten het vereiste bewustzijn en de kracht om het ,,kwaad'', het ,,afschuwelijke'', wat ons overkomt, zó te zien dat het in feite een weldaad voor ons kan zijn en een stimulans voor onze evolutie. Het is als met een bergbeklimmer. Hij kan zich immers alleen naar de top toe bewegen als hij de uitstekende rotspunten beetpakt en de plotselinge stormen en temperatuurwisselingen zo goed mogelijk weet te trotseren. Vanzelfsprekend loopt hij daarbij soms verwondingen op, maar dit weerhoudt hem er niet van om zijn klimtocht voort te zetten en zichzelf aan de uitstekende rotspunten verder op te trekken. Als de bergwand echter steil en glad zou zijn, dan zou hij aan de voet van de berg blijven staan en de reis zou bij aanvang al afgelopen zijn. 

Ergens in één van de boeken zegt Meester Alcar dat God het merendeel van onze schulden vergeeft, slechts een klein deel wordt voor ons oorzaak en gevolg en ons karma. Aansluitend zegt hij, dat, indien God ons alle schulden zou laten goedmaken, wij onder de zwaarte van die last bedolven zouden worden, en nimmer meer in staat zouden zijn om onze evolutie op te pakken. Door dit antwoord neemt meester Alcar veel scherpe kanten van de soms onverbiddelijke overkomende wetten van God weg. De oude tekst ,,kruis naar kracht'' gaat nog steeds op. God geeft ons niet meer te dragen dan wij werkelijk aankunnen. Ook al lijkt het soms, dat wij onder de last van het ,,kruis'' bezwijken. God is dus veel milder, veel liefdevoller dan wij wel denken. Alleen overzien wij dit niet, pas in de sferen van licht worden onze beproefde levens door de Meesters in de juiste context geplaatst. Waarschijnlijk zullen wij pas dan werkelijk ons hoofd willen en kunnen buigen. Maar voorlopig zijn wij nog op aarde, en wij mogen reeds heel dankbaar zijn voor al het gene wat ons allemaal aan geestelijke wijsheid is geschonken. Daarbij hangt heel veel af van het perspectief dat wij nu reeds vermogen te zien of bevroeden en de daarmee gepaard gaande richting van de goddelijke toekomst van de mens die God voor ogen heeft. Liefde brengt dat perspectief, liefde is God...
A.V.

                                                    EEN BRIEF VOOR U!
Mijn broeders en zusters, vrienden van De Eeuw van Christus,
Ik, Anton, ben de jongste zoon en hét laatste kind van moeder Crisje en de lange Hendrik Rulof. Ik zou graag met een ieder van u de belevenissen uit mijn jeugd willen delen en u in het bijzonder willen vertellen, welke band ik met mijn broer Jozef had. Jozef, de derde zoon in het gezin Rulof, nam de taak van vader op zich, toen mijn vader Hendrik naar Gene Zijde was overgegaan.
Als knaap had ik een heel intens contact met Jozefs diepe gevoelsleven. Vooral, wanneer hij sprak over het universum en de Meesters van Gene Zijde, die met hem in verbinding stonden.

In de periode van mijn groei naar volwassenheid leerde ik veel van wat mijn broer mij vertelde. Juist omdat ik zo met zijn geest verbonden was, was ik de enige, waarmee hij over zijn belevenissen met de meesters kon praten.
Het was niet gemakkelijk voor het gezin en mij om alles te begrijpen van wat hij vertelde over de Schepper en de schepping. Wij dachten allemaal, dat er iets niet met Jozef in orde was, wanneer hij probeerde ons te vertellen, waarom we hier op Aarde zijn en wat de bedoeling is om op Aarde geboren te worden. Wat er aan de hand is met deze wereld en wat er zou gebeuren in de toekomst. Wat voor soort leven we kunnen leven of willen leven: Een triest leven of een gelukkig leven, wat alles te maken heeft met wat we er zelf van maken en begrijpen. Wat we geleerd hebben van de geestelijke wetten voor ons persoonlijke leven: In harmonie te leven met al het leven op deze wereld.

Als kind ondervond ik, wat er gedurende de eerste wereldoorlog in Nederland aan de hand was. De soldaten uit Duitsland, Frankrijk en België kwamen met kort verlof over de grens naar Nederland. Daar aten ze dan samen, dronken ze samen, zongen ze samen en gaven elkaar de hand om later, weer terug over de grens, elkaar te doden. Toen vroeg ik mijzelf diep in mijn hart af: Wat is dat voor een God of Schepper, Die Zijn kinderen zo ver laat gaan, dat ze elkaar vernietigen op deze Aarde.
Van dat ogenblik af wist ik, diep in mijn hart, dat dit gebeuren mijn voelen en denken over het leven op Aarde had veranderd. Ik stelde heel duidelijk voor mijzelf vast: Zolang ik leef zal ik nooit één van mijn broeders of zusters op Aarde pijn of kwaad doen en ik zal nooit welk wapen dan ook dragen om mijzelf te beschermen, want ik ben altijd in Gods handen. Zijn liefde in mij kan elk kwaad in de wereld overwinnen. Ik beloofde mijzelf mijn leven aan God te geven, een dienaar te worden in dienst van de schepping en te helpen om het bewustzijn van de mensheid te verheffen.

Ik ging zitten, verzonk in diepe stilte en mediteerde over de aanwezigheid van God in mij. Ik gaf mij volledig over aan mijn innerlijke gevoelens en even later gebeurde er iets. Ik kreeg een heel nieuw gevoel, wat ik nog nooit eerder had beleefd. Het was heel verheffend en kwam recht uit mijn hart. Het maakte me heel gelukkig en ik voelde me volkomen ontspannen. Ik voelde, dat ik in contact was gekomen met iets nieuws, dat ik nooit eerder had beleefd. Dit gevoel is mijn hele schooltijd en gedurende al mijn verschillende banen bij mij gebleven.
Toen ging mijn broer Jozef trouwen met zijn kleine Anna en nodigde hij mij uit om voor hun bruilof - een heel gelukkige bruiloft - van 's Heerenberg naar Den Haag over te komen. Ik was toen september 1986 pas zeventien jaar oud.
Jozef vroeg me om een poosje bij hen te blijven en na een week had ik al een baan gevonden en werkte ik in Hotel Duinoord in Wassenaar.
Jozef en Anna namen mij onder hun hoede en verzorgden mij als een vader en moeder. Ik hield heel veel van hen.
Jozefs geest en mijn geest waren diep met elkaar verbonden en we hadden een intens gevoel voor elkaar. Hij vertelde me zoveel prachtige dingen over het leven en mijn geestelijke relatie tot God als Schepper. Ik kon toen nog niet alles begrijpen van wat hij probeerde mij te leren over de boeken van de Meesters. Ik las alle boeken en ondervroeg Jozef op veel manieren. Toch kon mijn bewustzijn niet alles verwerken.

Toen, op een dag, terwijl ik tijdens mijn meditatie, in diepe stilte, op zoek was naar een antwoord, ontving ik dit heel sterk van binnenuit mijn geestelijke, wezenlijke zelf. Vanuit mijn innerlijke gevoel kwam er in mij: Zoek niet langer naar geestelijke antwoorden, die je vanuit je verstand beredeneert. Van daaruit voelde ik ook, dat ik zou worden geholpen om alles te begrijpen, wat de Meesters hadden geschreven. En ook voelde ik, dat ik eerst moest leren, hoe ik binnenin mijn geestelijke zelf en in verbinding met de Schepper en de schepping, het kanaal moest openen van mijn geestelijke innerlijk, zodat er verbinding kon komen om een antwoord te krijgen op welke geestelijke vraag dan ook.
Iedereen op deze wereld heeft een geestelijke begeleider, maar het is beter voor ons, dat wij niet weten, wie dat is. We moeten leren om vertrouwen te hebben in de geestelijke wetten, die ons helpen en leiden bij alles wat wij doen - en graag willen doen - voor het welzijn van de mensheid.

En door deze ervaring van het in praktijk brengen van Gods aanwezigheid in je leven, leer je je wezenlijke, geestelijke zelf kennen, waarin dan het hele menselijke ego overgaat.
De eerste vraag, die er in mij opkwam was: Wat zal ik het eerst doen? En innerlijk voelde ik: Ban allereerst uit je leven alle zorgen, vrees en twijfels en laat het daarna vollopen met de Goddelijke liefde, zodat je een heleboel liefde hebt om weg te schenken aan al het leven naast en om je heen. Bereid je nooit voor op wat je tegen iemand moet zeggen, die je voor het eerst zult ontmoeten. Laat je geestelijke begeleider dit door jou doen, want jij weet niet, wat iemand nodig heeft voor zijn geestelijke leven, maar je geestelijke begeleider weet wél, waar iemand in de stoffelijke wereld behoefte aan heeft.
Hoe meer je dit in praktijk brengt en begint te vertrouwen op je innerlijke gevoel, hoe vlugger je kunt worden geholpen met dat wat je nodig hebt, wat het ook mag zijn.

Nadat ik ondervonden had, wat het betekent om aan iedereen om mij heen al mijn liefde te geven en nadat ik anderen had geholpen om de innerlijke kracht in zichzelf te vinden, werd het lezen van de boeken van de Meesters veel gemakkelijker.
Het hielp mij inderdaad om gelukkig en blij te zijn. Ik voelde me bevrijd en had geen angst voor de buitenwereld. Ik hield van al het leven en was altijd bereid om de mensen geestelijk voedsel en wijsheid te geven uit hetgeen ik door deze levenswijze op deze Aarde had beleefd.
We kunnen een ander niets van onszelf geven, als we het niet zelf hebben beleefd en hebben bewezen door onze eigen levenswijze. Iemand voelt onmiddellijk van binnen, of ons gevoel goed en waarachtig is voor zijn leven.
Omdat ik mijn broers leven zo goed ken, kan ik naar waarheid zeggen, dat Jozef een zeer toegewijd en zuiver instrument was voor de Meesters, in het bijzonder door die grote, universele wijsheid, die hij in boekvorm naar de Aarde bracht, tot welzijn van de hele mensheid.

Ik ben de meesters zo ontzettend dankbaar, dat ik, die kleine Teun van moeder Crisje, een klein gedeelte van mijn leven kon geven voor dit grote werk en voor die wijsheid, die voor de mensheid naar de Aarde is gebracht.
Iedereen, die bij het lezen van dit artikel hetzelfde voelt als ik destijds en graag deel wil uitmaken van dit grote werk hier op Aarde - het maakt niet uit wie je bent of wát je bent - kan ook een instrument worden voor dit grote werk.
Maak u vrij om uzelf weg te geven aan het andere leven. Deel uw liefde, uw wijsheid en uw geestelijke voelen met anderen. Op het moment, dat u iets vanuit uw innerlijke gevoel weggeeft, zal dit volgens de universele wetten worden vermenigvuldigd en terugkeren in uw leven. Het is zo iets fantastisch en moois om te ervaren en mee te leven!

Mijn lieve vrouw Hannie en ik hebben 54 jaar volgens deze universele wetten van liefde geleefd met al het leven, waarmee we in contact zijn gekomen. Wij kregen daarvoor een hemel op Aarde terug.
Ik had het voorrecht om twee van uw bestuursleden (De Stichting de Eeuw van Christus) als gast in mijn huis te mogen ontvangen. Gedurende dat korte bezoek konden zij getuige zijn wat er kan gebeuren, wanneer men iets van zijn geestelijke innerlijk weggeeft aan anderen. Het,is de moeite waard om het te proberen, als je ziet, wat je ervoor terugkrijgt.
Wij, hier in Amerika, zijn nu druk bezig om in de Verenigde Staten fundamenten te leggen voor het Geestelijk Wetenschappelijk Genootschap 'De Eeuw van Christus'. Daarmee hopen wij de wijsheid van de Meesters ook naar alle Engels sprekende mensen op Aarde te kunnen brengen. Wij hebben al vijf toegewijde medewerkers, die ons willen helpen om de boeken verder te verspreiden.

Wij, hier in Amerika, zijn heel dankbaar voor alles wat u, als medewerkers, in liefde, vrede en harmonie en vanuit éénzelfde gevoel in Nederland doet om de Stichting van de Eeuw van Christus zuiver en op een hoog peil te houden. U, in Nederland, geeft een levend, prachtig voorbeeld aan ons in Amerika.
Wij, in Amerika, hopen, dat wij uw voetstappen mogen volgen en vanaf nu zijn Amerika en Nederland één in de Eeuw van Christus en één in gevoel in de Christusliefde. Vanaf dit punt zal ons door de Meesters de weg naar andere landen worden gewezen.
Wij zullen langzaam maar gestaag met liefde ons werk doen. Een ieder, die van binnenuit begiftigd is met de kracht van de Christusgeest zal geleidelijk de mensen bereiken en ze onderwijzen. Op deze manier kunnen wij het geestelijke bewustzijn aan het andere leven doorgeven. En het geeft niet in welk deel van de wereld we leven.

Ieder mens op Aarde moet zijn geestelijke ik in zichzelf terugvinden. Deze Aarde is een levensschool. Als wij de Aarde verlaten en we hebben onze geestelijke lessen niet geleerd en we zijn aan het doel van onze komst naar de Aarde voorbijgegaan, dan moeten we alles overdoen, totdat we uiteindelijk ons geestelijke zelf in ons hebben gevonden.
Alleen dan hebben wij onze wezenlijke, geestelijke relatie tot de Schepper en Zijn schepping gevonden en zal dit voor eeuwig ons bezit zijn.
Dit zal, zolang we voor onze geestelijke lessen op deze Aarde zijn, de doelstelling voor de hele mensheid moeten blijven.
In dienst van Christus:
Uw Anton C. Rulof. 
 
 
 
                                                             EENHEID.
Wat een belevenis toch, als je je hoofd weet te buigen voor dat, wat een mens tot lichamelijk eenheid brengt met zijn vrouw, met haar man. Als je in staat bent en de behoefte voelt tot een knieval en elkaar vraagt of er voldoende respect bij jezelf aanwezig is om te mogen binnentreden. Als je ontvangt en ontvangen wordt met de uitstralende warmte van menselijke liefde.
Twee zielen, zoekend naar dat, wat hen samenbrengt. Alle bagage is achtergelaten; het hoofdbuigen heeft daarvoor gezorgd. Slechts de wil, de kracht tot éénwording met de stuwing van het leven, vergezelt hen. Genietingen? Ach wat, het hebberige 'ikje' is immers achtergelaten. Het heilige schip van onze ziel brengt ons nu naar zeeën, waar de zinnen ons niet durven en kunnen achtervolgen.
 Het leven, de bron, waardoor Zon en Maan hun leven begonnen, openbaart zich aan je. Samen, hand in hand, treed je binnen. De moederlijke, ruimtebrengende ontkieming draagt de vaderlijke stuwing van haar schepper tot daar, waar zij als moeder 'thuis' is.
 Haar warmte en bezieling zuigen zijn scheppende kracht in zich op. Twee paar ogen bezoeken elkaar tot in de uiterste hoeken van de ziel. Menselijk hoofdbuigen, inzet, liefde, doen de armen om elkaars schouders slaan. Hechte schouders, die het leven dragen. De glimlach van de lente is in aantocht.
Alle krachten, alle liefde, helpen mee om datgene, wat tot je gaat komen, te kunnen uitnodigen. Het hoofdbuigen verandert nu in volledig openstaan. Alle beschikbare fundamenten zijn nu nodig om de bron van alle leven te kunnen dragen. De ogen zien precies, waar de één de ander een beetje moet steunen en aanvullen. Een snik van ontroering stijgt op, maar mag niet worden beleefd, want alle gevoel is nodig om het verdichtingsproces te kunnen stuwen.

Het moederschap bloeit op en opent zich. Een heilig gebeuren, ontsproten in onze eigen ziel. Ogen stralen. Gevoelens van geven en liefde richten zich op één doel en vliegen daarmee naar alle kanten de ruimte in. Ze omvatten je, strelen je, en tonen je hun geweldige wil om de wet Gods te dienen. Een tere bloem komt tot ontplooiing. Een bloem van zachtheid en ontvangen. Een bloem, die noodt tot kussen; vol respect, vol nederigheid. De innerlijke zachtheid omarmt je en weet, waarvoor je bent gekomen.
Gevoel balt zich samen, door de moeder bijeengebracht uit de geheime bronnen van haar ziel. Het draagt haar man en wordt gedragen door zijn uitstralende wil. Om haar hals draagt zij de sleutel, waardoor zijn kracht zich kan openbaren. De sleutel, die door hem nederig, maar bewust, wordt losgemaakt. Het ontsluit de stuwing, die wordt aangetrokken door de zachtheid van haar wezen en door de koesterende energie, die straks de voeding moet zijn voor nieuw leven.

Je ogen ontmoeten elkaar.
Je hebt beiden de armen geslagen om het nieuwe leven, dat zich tussen je in heeft genesteld. Je vingers strengelen zich ineen met die van de ander. Het beleven wordt sterker. Je buigt het hoofd voor elkaar en laat de ander weten, dat jouw kracht en liefde zich aanbieden. Je gevoel streelt en draagt.
Dan overhandig je jouw wezen aan de ander. De wereld bestaat niet meer. Het universum is gereduceerd tot een speldenknop, maar de kiem tot uitdijing is gelegd.
Een tijdloos zijn van leven onderga je. Een glimp van de Stilte, waarin een harteklop te voelen is, trekt voorbij.  Langzaam komt de schittering weer tot leven. De bloemen stralen uit, wat je zojuist hebt beleefd. De vogels vertolken het. Alles voelt zich één met je leven. Nu mag je je even gedragen voelen; nu gaan geven en ontvangen hand in hand.

Stil, heel stil, sla je de ogen op en wissel je een blik van vertrouwen en dank. Woorden bestaan niet meer, want het leven heeft gesproken en meer is er niet.
Een belevenis, waaruit warme ontroering naar boven stijgt. Wat een geluk, wat fijn, dat je mens bent. Wat een enorm gevoel van éénheid. Voor jezelf één van de pieken in gevoel. Maar hoe hoog is nu zo'n piek, want je weet, dat het aardse vader en moederschap nog onbewust is. Peinzend sta je dan voor de realiteit, want zegt de meester niet, bij monde van René in Maskers en Mensen:

Geef aan uw gedachten de ijle gevoeligheid van uw ziel! Zij bezit de Goddelijke afstemming, zij is het! Zij, als persoonlijkheid, schept, baart telkens weer nieuwe gedachten en al die eigenschappen vertegenwoordigen haar leven. Dat is de persoonlijkheid! Die is miljoenen jaren oud!
Doe dit elke seconde! Wat zullen de mensen van uw leven en persoonlijkheid zeggen? Kijk toch, wat is dat voor een mens? U trekt levens aan! Men voelt u! Liefde overwint alles. Hoe  bent u als vrouw, moeder?

Dacht u, dat u van elkaar liefde ontvangt? Als er één eigenschap nog onbewust is voor die hogere liefde, dan mist uw persoonlijkheid het vereiste gevoel ervoor om die hogere, ijlere liefde, waardoor harten tot éénheid komen, te beleven. En thans honderden eigenschappen, die alle dat ruimtelijke, geestelijke gevoel missen? Wilt u zeggen, dat u liefde bezit? Dat u elkaar beleefd hebt door de liefde? Wilt u mij wijsmaken, dat ik door uw liefde geboren ben?
Dacht u al uw stoffelijke stelsels tot dat ruimtelijke gevoelsleven te kunnen optrekken om dat machtige éénzijn te kunnen ondergaan, dat u door uw lichamen kunt en bezit. Voelt u uw eigen onbewustzijn thans, nu deze wetten tot uw levens spreken? Wat u beleeft is stoffelijke weldadigheid, uw ziel krijgt geen gevoel, beleeft niets op dat ogenblik, omdat het niet mogelijk is. Duizenden eigenschappen, die deel uitmaken van uw menselijk karakter, weigeren dienst te doen om die liefde, die ruimtelijke éénheid te voeden, zij zijn er niet toe in staat.

En toch wilt u dat geluk in een ander zoeken, trachten te vinden en het daarin te kunnen beleven? Uw eigen zelf is er nog voor gesloten. U denkt stoffelijk, dierlijk. Wilt u ruimtelijke liefde beleven, diep, oneindig in het andere hart afdalen, een geluk voelen, dat u nog niet kent, de universele kus, schenk dan uw karaktereigenschappen geestelijke bezieling. Trek al uw eigenschappen op, beziel ze door de Goddelijke kern, waarop uw leven afstemming heeft en die u voor de God van al het leven geschonken is!
Dan pas kunt u zeggen: ik heb geluk! Dan pas weet u, dat u tijdens uw baren en scheppen de moederliefde ontvangt en staat uw leven open voor de ruimtelijke liefde. Kent u die? Hebt u die al beleefd?
Ik werd door stoffelijke verlangens aangetrokken.
Ik verzeker u echter: Wanneer u al die wetten kent, dan had u als moeder al in die eerste dagen met mijn leven en gevoelsruimte kunnen spreken! U had die liefde kunnen beleven, maar u hebt het niet gekund.

U bent erdoor geslagen?
Is dat mijn schuld?
Gaat u enigszins begrijpen, wat u wacht? Wat u van uw levens kunt maken?
Dit is in u allen! Dit leeft in u!
Geef thans aan al uw eigenschappen ruimte en u zult ruimte zijn.
Geef liefde aan al uw gedachten en u zult liefde betekenen!
Geef die bewustwording die bovennatuurlijke kracht, zij als ziel staat ervoor open. Die krachten hebben Goddelijke betekenis, ze zijn door God aan uw leven geschonken! Pas dan komt uw leven tot reine ontwaking en heeft dit leven u het Goddelijke bestaan te schenken.
Nu kunt u aan kunst doen, aan liefde, het vader en moederschap is het allerheiligste voor deze en uw ruimte.
M. W.
 
 
 
                                EERT UW VADER EN UW MOEDER.
Gij zult uw vader en uw moeder eer bewijzen.
Dit indringende bevel is volgens erkende overleveringen aan heel de mensheid gegeven door God. Een niet mis te verstane opdracht met een totaal toepassingsgebied, want niemand is ooit op Aarde gekomen buiten een levensechte vader en een bloedwarme moeder om. Als het gaat om prioriteiten en relaties kun je geen kant uit buiten dit gebod. Het is direct gericht op ieders persoonlijke levenssfeer, zodat er niets bestaat wat hier bovenuit kan gaan.
Dit geldt dag en nacht op élke plek.
Zelfs de dood scheidt de aardse mens niet van de eredienst van de nagedachtenis.

Een eisenpakket zonder end.
Eert uw vader ... en uw moeder ... Vreemd dat ook hier vader weer zo parmantig voorop gaat. Verdacht is dat, zonder twijfel hoewel, het kan toeval zijn met zo'n één op twee kans.
Dat toont alvast wél, dat er geen hóóg bewustzijn aan te pas is gekomen, want in de Kosmos ziet dat er heel anders uit, naar wij vernamen.
In een 'lichtende sfeer' zou moeder wél voorgegaan zijn zo is God wél ... dáár in den Hoge (zeker weten!). Geen hoog voelen dan ...? Laag dus, of lager?
Wellicht een beetje manipulatie?

Zou best kunnen ... gebeurt wel meer op deze wereld. Hoef je niet van op te kijken. Het vaderlijke is een nogal duidelijke pressiegroep en dan ontstaat er al gauw wat overwicht van de krachten en machten van een wat grover spierstelsel. Anderzijds wat al te veel ontzag voor gezag, wellicht wat al te toegeeflijk ten aanzien van een voordeelpakket van veeleisendheid? Mét de groeten van God erbij ... maar het blijft verdacht; zeker voor hen, die scherp zien en moedig ontleden. Ook wie boeken leest van Jozef Rulof kan zo maar ineens argwaan oplopen. Plotseling kunnen ineens uiterst vertrouwde zekerheden gaan wankelen. Die man geeft niets om gewoonterecht en en status-quo. Met vaart en bezieling legt hij vingers op gevoelige plekken, vervolgens dankt hij je recht hartelijk en laat je achter met een ongelooflijke partij denkwerk. Al gauw groeit er een verkiezingsstrijd tussen geloven en weten en binnen de kortste keren wordt het onderzoek alle dingen maar opnieuw.

Eert uw vader en uw moeder dus ...
De Ruimte gaf ons: Vaderschap, moederschap én reïncarnatie zijn de essentiële drie pijlers voor al wat leeft en bestaat!
Ook hier vader voorop. Zou die volgorde ook hier mis zijn?
Het vader en moederschap van elke gedachte . Vreemd klonk dat in het begin.
'Dat voert u in de reïncarnatie.
Nog gekker ... gooi maar in mijn pet.
Pas veel later zie, voel en begrijp je die ontzagwekkende waarheid, als je let op alles, wat groeit en bloeit.
Maar er ontstond twijfel aan de vastigheid van het vele, dat de maatschappij ons leerde. In die drukke wereld heeft het vaderlijke principe redelijk veel in te brengen. Moeder zijn is niet zo gewild is noodgedwongen wat achtergrondelijk verstopt.

Zonder beroep  huisvrouw  het levert niets op wat kan je er 'wijzer' van worden?'
Maar een Meester zegt: 'Ik neem u mee in de Tempel van de Moeder ... dáár alleen zult u de God van al het leven waarlijk zien en leren kennen. '
'Moederzijn', zegt het hogere weten, is het allerhoogste in alle graden en stadia ... en ik voelde het al een beetje en dacht: Eigenlijk zouden we naar onze moeders moeten heten, want uit háár geboren, ontvangt het leven voortgang. 
En alweer is het vreemd, dat vader zo veel te pronken heeft.
Maar Mozes gaf de mensheid een Godsbevel: Eer je vader en je moeder.
Het zal je gezegd moeten worden. Eerlijk is eerlijk 't Is wel erg verplicht. Je moet er maar reden voor hebben wat als ze nu eens niet zo eerbaar overkomen?

Niets mee te maken, eren zul je ze!
'Wat, 'God', als het erop lijkt, dat ze geen eer nog verdienen? Wat moeten we dan met die keiharde eis?' Trouwens  wat hebben die ouwelui nou aan zo'n afgeperst eerbewijs. Wat stelt het dan helemaal voor? Wat  is het dan voor een toneelspel?
'Gij zult'... 0 ja ... fijn als er duidelijk redenen voor zijn. Plichten voor liefhebben, met korting op goed gedrag, of wellicht als verzekering voor de oude dag?
Hoe kan een Albewuste God dat eigenlijk tegen Mozes gezegd hebben?
Hééft Mozes het eigenlijk zelf wel zó doorgegeven? Stond het wel zó ingebeiteld?
Moeilijk te achterhalen natuurlijk vanuit ons aards bestaan. De bewijzen zijn al lang versleten of, wie weet, zijn ze wel weggewerkt ... er komen best motieven in zicht daarvoor.

'Eert uw vader en uw moeder' ... wat een vinding, wat een superkans op misbruik. Zou het wel zuiver op de (levens)graad zijn? Zou er niet wat veel eigenbelang gediend zijn? Wat extra nadruk op gezag, wat stimulatie van macht een wat overdreven aandrang voor eerbaarheid van de gevestigde orde. Nogmaals, komt dat wel van God?
Waar is dat kernachtige zó uitgewerkt in Léven? In welke ruimten valt zoiets nog méér te verwachten? Juist, nergens zien we dat eisende.
Alleen al op aarde, kijkend in andere levensvormen, zien we die plichtplegingen  niet. Nooit vraagt het leven iets terug ... en zo reeds kunnen we weten, dat het een puur menselijk gebeuren moet zijn om zó te denken.

Een vertaalmisdrijfje ligt levensvatbaar voor de hand. Toen reeds ging vader wat op stap, wat aan de haal voor eigen leukigheidjes. Maar wie nu dat uitgedijde trucje voelend volgt volgens die wondere verklaringen van ruimtelijke deskundigen, volgt een gouden draad ... die hoeft, zoals Jeus het zei: 'het klosje' maar op te winden om exact uit te komen bij de waarheid volgens de levenswetten: Vader en moederschap en reïncarnatie en ziet daar de onvervalste boodschap van de 'God' van al het leven voor zich!
Vlammend, in gouden schijn en straling staat het daar, hoog boven alles uit:

EERT HET VADERSCHAP! EERT HET MOÉDERSCHAP!

En zo is het pas waarachtig ... zo alleen is het in een kosmische orde! Nu klopt het ineens volmaakt en steekt niet meer af tegen het Goddelijke Principe van Liefde, Licht, Leven, Waarheid en Rechtvaardigheid. Hoe eenvoudig, hoe kinderlijk doodgewoon en toch diep en geweldig.
Héél de commanderende dreiging evolueert naar reine vanzelfsprekendheid, waardoor het aloude gebod niet alleen van kracht blijft, maar álles wint aan aantrekkelijkheid.
Zelfs Moeder Aarde doet volop mee. Zij geeft prikkelende informatie volgens haar moederlijke natuur en al het leven luistert blij actief, volkomen zonder verzet.
Niets gaat verkeerd, als de mens geen doe het zelf allures krijgt en eigen voorwaarden bedenkt en condities schept.
Als de mens manipulerend de Goddelijke wetten beleeft, dan wordt de orde wanorde en weldra is dat vaderschap kunstenmakerij, waar dikdoenerige opschepperij aan te pas komt.

Men is dank verschuldigd ... arme vaders ... Iets meer eerbaar zijn en het gaat vanzelf.
Maar dit is nu een Eeuw van Christus, nu raakt vader - en moeder ook - die eer, die dank, dat plichtenritueel geheel en al kwijt. En dat is beter zo ... 't is even wennen.
Heel eventjes maar en dan blijkt het nog fijn te zijn ook ... weg met die ballast ... vrij ademen en gewoon doen. Gezag weg ... statigheden aan de kant en gewoon lief en begrijpend zijn. Respectvol en aandachtig op een afstandje.
Vooral leven en laten leven ... en dat gemixed met wat warmte. . .
Je zult je dank niet op kunnen.

Die machtsposities onthielden de mensen zoveel vreugde. Inleveren dus, inruilen, weg ermee en je mist niets. Het had geen betekenis, het gaf wat magere, slappe fratsen, omdat het zo hoorde.
Onderdanigheid en overheersing, maar nu moet dat afgelopen zijn.
De levenswet zelf heft die onredelijkheid op ... 'Kruisigt' nu een lelijke kwelgeest, die zoveel onaardigheid kon scheppen, zoveel griezelige onzin en zoveel leed. God bezit die middelen zelf ... vaders hoeven geen handje te helpen ... per saldo was hij zelf het slechtste nog af, want als de koudste van alle druktemakers miste hij zowat alle warmte van dat wonder van de Goddelijke baring. Moeder was milder, zij verzette zich minder gauw, zij had zoveel poespas niet nodig. Zij voelde zó wel, dat ze 'iets' was en betekende en dat had niets van doen met veel eisen, wél met veel geven. Hoewel...?
'Eert uw moeder' ... is evenmin iets om te vergeten ... ook moederlief kan veeleisend zijn in haar verlangens. Ook zij kan dank vragen en eer gebieden, zij kan 'recht' pretenderen, wat in haar omgeving alle zelfstandigheid smoort. Wat, als zij dwingt, gebiedt en dienstbaarheid opeist? Wat, als haar egogebied zich overlappend uitstrekt over dat van anderen?
Als haar omhelzingen klemmen?
Nee, ook hier is niets te vrezen, als er wijziging in bedenking volgt.

'Eert het moederschap' ... en daarin valt niets te eisen. Waar die eer bestaat, hoeft niets afgedwongen te worden. Nee, God zal het zó nooit gezegd kunnen hebben ... het zou niet stroken met die Altegenwoordigheid.
 Met een beetje begrip voor de grootsheid van de figuur Mozes, als bode van Goddelijke raadgevingen, kan dit ook hem niet in de schoenen worden geschoven.
Eert het vaderschap stuwende eer voor het moederschap. Dan zal er heel wat gaan veranderen.
Dat zal hier en daar nog wel wat rep en roer opleveren, vooral daar, waar het moederschap erg weggestopt moet leven.
 Is deze waarheid al levensvatbaar?
 Moet ze nog rijpen en verder uitgroeien?
 Daarover bestaan nog geen zekerheden. Wat voor de één vanzelfsprekend is, zal voor anderen nog lang niet aanvaardbaar zijn.
Is dit veronderstellen?
Een gewaagde hypothese of een verre blik in het beloofde land?
Ere wie het toekomt en dat gaat vanzelf ... dan kan dat 'Gij zult' er ook wel af.
P. L. H.  
 
                                  APOSTEL IN DE EEUW VAN CHRISTUS.
 Als u en ik ons in dit uur van hart tot hart, van gevoel tot gevoel, van ziel tot ziel verbinden, kunnen wij ons tevens verbonden weten met hen, die ons naar het land van Gene Zijde, naar het leven na de dood, zijn voorgegaan.
Onze geliefden leven en zijn hier, als hun werkzaamheden, hun omstandigheden dat toestaan.
Dit is de levende werkelijkheid, welke wij uit de boeken van Jozef Rulof hebben geput en het is een werkelijkheid, waarin wij ons zeker en gelukkig voelen.
Myriaden zielen van Gene Zijde snellen toe naar de plaats, waar aardse mensen een bewust woord spreken, het ontvankelijk beluisteren en het bezielend uitdragen. Zij kunnen zich geen grotere 
 heerlijkheid indenken dan samen te zijn met aardse wezen, die zich willen instellen op God en Christus en willen leven naar de wetten, die Zij ons hebben voorgehouden. Alle heerlijkheid van Gods hemelen schijnt hun niet zo groot als het éénzijn met ons in wie zij hun geluk, hun liefde, hun wijsheid kunnen overstorten.

Onze geliefden - u bezit hen en ik bezit hen in die wereld - onze geliefden leven! Ze zijn niet opgelost in Gods oneindige ruimten. Er is geen poort achter hen dicht gevallen, toen zij de grens van leven en dood overschreden. En zij vergaten bij al hun geluk de banden niet, die hen op Aarde met ons bonden. Hun liefde voor ons is niet verdwenen door hun overgang. Zij voert hen daarentegen tot ons. Zij leven in ons als op het ogenblik, toen zij afscheid moesten nemen. Dit is de troost, de bezieling, welke ons opheft als wij spreken over onze doden.
Ik ben slechts een simpele tolk, wanneer ik spreek uit hun naam en wanneer ik tracht de gevoelens te vertolken, welke zij voor u bezitten. Stel u derhalve zelf op hen in, zij staan naast u, voor u, achter u, zij zweven boven u en trachten zich met u te verbinden. Maak u open voor hen en ze zullen u kunnen optrekken in hun gevoelswereld. Ge zult hun liefde  ervaren, dieper en bewuster dan ooit op aarde het geval was. Zij bidden en danken en werken om God te tonen welk een genade zij het vinden, dat Hij niet, gelijk zovele kerken het ons voorhouden, een kloof heeft gemaakt tussen de stoffelijke en astrale werelden.

Zij danken God, dat Hij het mogelijk heeft gemaakt een contact op te bouwen tussen hen en ons. En nog groter is hun jubel, nu dat mogelijk is in een periode in 's wereld geschiedenis, zo gigantisch, zó imposant, dat zij door hen wordt aangeduid met de naam: 'De Eeuw van Christus'.Onze geliefden van Gene Zijde hebben met ons meegeleefd in de dagen, dat wij door een baaierd van verschrikking moesten, toen de heidenen hun laatste kans trachtten te benutten om hun wetten te stellen boven de wetten, die de goedwillenden hadden gemaakt om een gelukkige samenleving op te bouwen.
Zij waren bij ons in de uren, dat er onder ons waren, die wanhoopten en zich afvroegen: Bestaat God eigenlijk wel? En zo Hij bestaat, is Hij dan niet alle controle over Zijn eigen schepping kwijt? En hoe is het mogelijk, dat er miljoenen mensen, waaronder vrouwen en kinderen, omkomen, koelbloedig afgeslacht worden? Dit is niet de eerste oorlog, er zijn er honderden geweest en staande voor de daarin omgekomen mensen vragen we: Waarom staat God toe, dat zij omkwamen door het geweld. Werden ze daartoe geboren? Waarom spreekt God niet? Waarom grijpt Hij niet in? Waartoe dienen al die offers?

Maar in die dagen waren God en Christus dichter bij ons dan ooit en met Hen onze geliefden. Zij wanhoopten niet, want zij zagen de wereld voor zich, die na de strijd zou kunnen worden opgebouwd.
Thans is het zover, de bevrijding is gekomen. Wij, die de oorlog doorstaan hebben, jubelen. Maar nog groter is de jubel aan Gene Zijde, omdat onze geliefden daar beter dan wij weten wat die bevrijding ons brengen kan.
Ik heb mijn lezing aangekondigd onder de titel: 'Apostel in de Eeuw van Christus'. In dit verband enige opmerkingen. Het is merkwaardig gesteld met ons, mensen. Wanneer het gaat om zaken van groot gewicht, zaken die ons hart en onze ziel, ons gevoel en ons denken aangaan, menen wij, dat God wel zorgt voor een goed verloop. Een zaak of een studie, ja, daar moet men zijn tijd voor geven, niemand, die dit aanvecht. Om haar tot een goed eind te brengen, wil men graag kreunen. Hoe anders handelen velen echter ten opzichte van hun huwelijk bijvoorbeeld. Als zij na een jaar of twee plots tot de ontdekking komen, dat ze zich eigenlijk niet meer zo gelukkig voelen als in de eerste tijd, zijn ze ernstig verbaasd en vragen ze zich af:

Toen we trouwden waren we zo blij, maar hoe komt het nu dat ons geluk weggevloeid schijnt als zand tussen onze vingers? Dit is het geval. Het heeft hun nimmer klaar voor ogen gestaan, dat juist als het gaat om zaken, die hart en ziel raken, zij harder moeten werken dan ooit! Geluk, het wil zich opgebouwd zien. Er is niemand die het ons om niets schenkt, ook God niet. De Goddelijke vonk in ons zegt, dat wij alles wat wij bereiken willen in dit leven ook kunnen bereiken. De mens is als schepping Gods machtig, maar wij moeten er alles van ons zelf voor willen inzetten. Dit vergeten wij te vaak, of het is althans maar heel zelden tot ons doorgedrongen. Zo is het wanneer wij staan voor de opbouw van de wereld, die door het kwade in de mens zo ernstig geteisterd is. Als in het huwelijk, moeten wij nu niet wachtend uitzien, maar liever werken. Het gaat er namelijk om apostel te zijn, werkend voor de Eeuw van Christus. Voor die taak staan wij niet alleen, wij genieten daartoe de hulp van hen, die ons naar Gene Zijde voorgingen, naar een bestaan, dat - ik leg hier de nadruk op - zij zichzelf hebben opgebouwd.

Zij kregen het niet, het werd hun niet geschonken door God, zij bouwden het uit eigen krachten op. Dit bestaan geeft hun veel voor op het leven hier op Aarde, waar wij gebonden zijn aan de stof. Zij daarentegen zijn niet gehouden aan plaats of aan tijd; zij gaan waarheen zij willen en wanneer zij willen. Versta mij wel, natuurlijk alleen in geval zij een lichtende afstemming bezitten, als zij dus behoren tot de sferen van het licht, want wanneer zij zich daar niet een plaats verworven hebben, zijn ook zij wel degelijk gebonden aan een plaats. Hun verkeerde eigenschappen ketenen hen vast, verhinderen hen om hoger te gaan en pas als zij die overwonnen hebben, kunnen zij zich vrij bewegen.

Het wezen, dat de sferen van licht bereikte, gaat waarheen het wil. Het volgt de roep, die het in zich heeft en zo het de wetten van de schepping wil kennen, zegt God: Ga Mijn kind, maar neem een goede gids mee, er zijn er velen. Ga in Mijn wereld en verken haar. Ga terug tot in alle stadia, ja, Ik sta u toe terug te gaan tot het begin. Tot daar waar Ik Mijn eerste openbaring deed. Ga terug zelfs tot daar waar Mijn eerste gedachte leeft, ge toeft dan, let wel - in Mijn hart en Ik weet - of Ik mocht het niet toestaan - dat ge liefde bezit, dat ge rein zijt afgestemd en dat ge dus weet hoe ge te handelen hebt.
Zie en verken, ervaar en mediteer, opdat ge begrijpen gaat, wat Ik wilde, toen Ik Mij openbaarde. Ga terug naar Mijn eerste stadium toen Ik nog niet zichtbaar was, dan zult ge Mij en Mijn wereld kennen, dan zult ge ook uzelf kennen. Eerst daarna zult ge weten wat het zeggen wil méns te zijn!'

Uwen mijn geliefden hebben deze reis aanvaard; ze zijn in Gods hart gegaan. En zij zijn het, die ons thans willen voorlichten, ons willen zeggen: zo is God, zo zijn wij als mens geschapen, zo leeft mijn zuster, zo handelt mijn broeder, zo leeft en voelt het dier, dat is de taak van het dier, van de plant, van de planeet. Onze geliefden in het leven na de dood zijn dus onze gidsen, zij zijn niet - ik zeg het u nogmaals en nogmaals - onbereikbaar voor ons, zij leven en willen u meenemen, wanneer ge u tenminste op hen wilt afstemmen. Wanneer ge weigert, wanneer ge zegt: 'Ik kan er niet aan geloven, mijn kerk sprak er nimmer over,' blijf dan staan voor uw zelfgeschapen kloof en wacht tot het ogenblik, dat ge zelf die kloof overschrijden moet en ge in het hiernamaals ervaren zult, dat het toch zo was als ik u hier vertel. Ge ziet daar dan uw geliefden voor u en ze zullen u ondanks uw ongeloof toch aanvaarden en u niet minder liefdevol benaderen. Maar toch, als ge u hier op Aarde op hen kunt afstemmen, wanneer gij hen hier reeds als gids kunt aanvaarden, zijn zij er des te blijer om. Want dan kunnen zij u helpen hier een apostel te worden, want zo willen zij u zien: Actief werkzaam, dienend, vurig, wetend, bewust handelend tegen uw zusters en broeders, die de levende werkelijkheid nog niet ervaren of nog niet aanvaarden konden.

Wanneer uw geliefden nu tot u konden spreken, zouden zij u zeggen: 'Kijk, geef u aan mij over, zie in mij in de eerste plaats uw geliefde en in de tweede plaats uw meester. Stel u op mij in, vertrouwen toon u ontvankelijk, dan begint onze tocht'.
En dan zullen zij u niet meteen meenemen door de ruimten Gods, zij zullen u vooraf nog zeggen: Wilt ge de eerste wet kennen, die wij hier in het leven na de dood te horen kregen?
Het is de wet van de dienstbaarheid. Geen stap komen wij verder in het leven na de dood - en dat geldt precies zo voor u, die nog op Aarde vertoeft- geen stap komen wij verder, wanneer ons de wil ontbreekt om te dienen. Pas als die in ons leeft kunnen wij verder gaan en komt het ogenblik, dat ge Gods ruimten kunt gaan verkennen.' De wil om te dienen moet in ons zijn. Christus Zelf heeft het ons in Zijn leven op Aarde getoond. Waren al die jaren, die Hij hier verbleef, geen jaren van dienstbaarheid? Ging er een dag of een uur voorbij zonder dat Hij daadwerkelijk diende?

En sprak Zijn dienstbaarheid niet het schoonst tot ons, toen Hij op Golgotha voor ons stierf? Wij mensen kunnen geen stap doen zonder te treden in het voetspoor dat Hij maakte. Overal waar we zijn, op Aarde zowel als in de astrale werelden, staan wij voor Christus. Het niet aanvaarden van Christus, het niet aanvaarden van de wetten, die Hij ons leerde, houdt in, dat wij niet verder kunnen. Hem moeten we willen volgen als gids, want Hij is degene, die de weg kent, doordat Hij hem zocht en baande, de weg, die wij stuk voor stuk hebben te gaan, omdat alleen hij naar God voert.
Als dus onze geliefden ons wijzen op de noodzakelijkheid van het dienen, spreken zij uit Zijn naam, getuigen zij van Zijn voorbeeld, handelen zij naar
Zijn ervaring. En deze zegt, dat alleen de daad, die dient, zin heeft, alleen de daad, die dienend gesteld is, nut heeft en ons verder en hoger brengt Die ervaring leert ook, hoe de waarachtig dienende mens moet zijn. Deze is altijd bezig. Hij voert zijn karaktereigenschappen op, is behulpzaam jegens ieder die hem nodig heeft en hij verwacht geen dank daarvoor. Hij kent geen jaloersheid, geen haat; onregelmatigheden staat hij niet toe, hij kent geen zwakte, geen twijfel; hij kent alleen de dienende daad.

De dienende mens is immer op weg met voor zich een stralende ster: Het licht van Christus.
Die dienende mens is men niet, die moet men worden. En dit geschiedt maar niet zo, dit gaat eerst na een ontzaglijke strijd, die vaak bovenmenselijk lijkt We kunnen dit lezen in de boeken van Jozef Rulof. Ik neem als voorbeeld Gerhard uit het boek: 'Zij die terugkeerden uit de dood', die ook steeds weer struikelde, opstandig werd en de broeder vervloekte, die hem wees op zijn fouten. Gerhard vond de opgaaf te moeilijk en men liet hem ten laatste alleen, niet met de bedoeling hem in de steek te laten, maar om hem in de eenzaamheid tot bezinning te doen komen.
Wanneer wij het over de dienende mens hebben, komen wij dadelijk bij de samenleving van thans. Wanneer wij mensen waarlijk gediend hadden, stuk voor stuk, had deze samenleving nooit kunnen worden zoals zij thans is.
Gene Zijde zegt: 'Leer te dienen, als ge een samenleving wilt opbouwen, zoals wij die hier kennen. Wij leerden dienen en het resultaat was een hemel aan Gods Zijde.'

En als wij nu bewust levende mensen willen worden, antwoorden wij hen daarop: 'Wij voelen uw liefde en wij weten, dat ge het goede met ons voor hebt; welaan, wij zetten ons in. Meer nog dan toen ge op Aarde waart, bezielt ge ons. Wanneer gij dus zegt, dat we dienen moeten, dan zullen wij ook dienen, leer mij alleen hoe'.
En onze geliefde belooft: Met alle liefde in mij zal ik u de weg wijzen en u zeggen hoe ge dienen moet Ook zal ik u wijzen welke de consequenties zijn, wanneer ge zegt: Mijn God wil ik dienen. Mijn Christus help mij, opdat ik waarlijk zal zijn een apostel, die handelt en spreekt uit uw naam!
Want deze consequenties zijn vele. Zij houden in, dat wij niet zoals tot nu toe genoegen mogen nemen met een halve poging. Geëist wordt dat wij iedere dag, iedere seconde, actief, bewust, bezield dienend zijn én niet alleen jegens hen, van wie wij houden, maar ook zoals Christus, dienend jegens de mens; die wij niet kennen. En zelfs jegens hem, die ons leed te dragen heeft gegeven, voor velen zo zwaar, dat het bijna onmogelijk te dragen scheen. Ook ten overstaan van onze vijanden eist Christus van zijn apostelen, dat zij vergeven en liefhebben.

De consequenties zijn vele. Zij houden in, dat wij alles wat wij zo op de dag doen, tegenover onze vrouw, onze man, onze kinderen, onze vrienden, onze buren, onze collega's ontleden en corrigeren moeten, terwijl we ons telkens weer afvragen: 'Doe ik ,met wat ik doe goed? Handel ik, zoals Christus gehandeld zou hebben?
De consequenties zijn vele, maar als ge het aandurft, behoort u het Koninkrijk der Hemelen, niet in de astrale wereld alleen, maar reeds hier op Aarde. Wij zijn geen dagdromers, die ons vermeien in een wereld hierna. Christus zegt:
'Het Koninkrijk Gods leeft op aarde, het leeft in uw omgeving, het groeit en bloeit op onder uw eigen handen. Ge trekt het zelf op; het is er, wanneer u er in geloven wilt en er aan bouwen.
De consequentie is verder, dat wij ons bezinnen op begrippen als God, vader, moeder, kind, Christus, Golgotha, liefde, bezit, rijkdom en armoede. Begrippen, die we - en ge zult het zelf moeten erkennen - nog nimmer tot in de volle diepte hebben ontleed of aangevoeld.

Wat spreek ik uit, wanneer ik zeg God? Besef ik de onmeetbare diepte in dit woord, dat wij toch dagelijks gebruiken? Wat bedoel ik wanneer ik zeg: 'Ik houd van mijn vrouw? Ik voel liefde voor mijn man? Voelt ge die liefde waarlijk en in de diepste graad?
Gelooft ge niet met mij, zegt uw geliefde aan Gene Zijde, dat ge nog dieper kunt? En is het dan niet de moeite waard dieper te gaan en aan uw geluk te bouwen, zo dat ge werkelijk kunt zeggen: Ik heb lief en dat in de geestelijke graad? Het is Gene Zijde; die u wil leren die liefde te kennen en wanneer ge straks de passages leest, welke Jozef Rulof daaromtrent van Meester Alcar en Meester Zelanus heeft ontvangen, zult ge met mij zeggen: Ja, dat een dergelijke diepte in de liefde is te beleven, dat heb ik nog nooit ervaren!

Voel en besef ik goed, dat ik vader of moeder ben? Hoe beleef ik dat vaderschap? Ben ik waarlijk dienend in mijn vaderschap? Begrijp ik de moeder? Is mijn eerbied voor de moeder heilig, rein, is ze opbouwend, of neerhalend? Heb ik haar lief alleen om mijzelf, of heb ik haar lief in het besef van de genade, welke God in haar legde, toen Hij haar maakte tot een verbinding tussen Hem en ons? En ik ben ik waarlijk een goede moeder? Dien ik mijn kind op de juiste wijze? Stel ik mij op rein geestelijke wijze in, als ik mijn taak als moeder vervul? Of ontbreekt daaraan nog veel? Ken ik alle diepe graden, die God in het moederschap legde?

En dan: Geef ik mijn vriend iets? Of eis ik alles van hem? Denk ik kwaad, waar niets kwaads te denken valt? Besef ik wel altijd, dat ik sta tegenover een mens met duizenden werelden in zich en beoordeel ik hem niet verkeerd, daar ik toch al die werelden niet of niet geheel ken? En hoe beleef ik die vriendschap dient zij om over politiek te praten of te dansen, of is zij werkelijk een verbond tussen twee zielen, die elkander ontmoet hebben op hun weg naar God en van elkaar willen leren hoe die weg juist te bewandelen? 
Wanneer God mij rijk gezegend heeft met aardse goederen, besef ik dan mijn verantwoordelijkheid jegens hen, die om mij zijn?
En wanneer ik arm ben, gedraag ik mij dan opstandig of kijk ik glimlachend omhoog en zeg: Mijn Vader, ik begrijp U; ik begrijp het doel van alles. Ik wil liever trachten mij geestelijke rijkdommen te verwerven, dan neer te zitten en te morren.

Zo is het met alle kanten van het leven, welke wij raken. Zij behoeven voor de dienende mens een diepgaand onderzoek. Het is bij dit onderzoek, dat Gene Zijde, dat uw geliefden, bij monde van Jozef Rulof en bij die van zijn medewerkers, in de komende jaren u willen helpen. Zij, die door geen grenzen gebonden zijn, zij, die Gods ruimten doorkruisten, zij willen ons verziend, alvoelend en ruimtelijk diep maken, wanneer wij zulks toestaan. Zij willen met ons hand in hand gaan, alsof er geen kloof tussen de astrale wereld en die van de stof, tussen de astrale en stoffelijke mens bestaat. Zij willen met ons het Koninkrijk Gods op Aarde gaan vestigen, naar het voorbeeld van dat, wat er aan Gene Zijde leeft. Dit kan alleen, wanneer wij daarnaar verlangen, wanneer wij het intens willen. Als dat het geval is, dan zullen we rijk en machtig zijn en zullen we de eeuwigheid van het leven en onze goddelijkheid voelen, elke dag en ieder uur.

En om u te laten horen, dat het waarlijk de bedoeling is van Gene Zijde apostelen te kweken in Christus naam, lees ik u voor een oproep van Meester Alcar, door hem uitgesproken op een van de zittingen, welke ik het voorrecht had mee te maken met Jozef Rulof als instrument.
Wij, meesters van Gene Zijde, willen van u maken werkers van het Licht, dienaren van Christus, indien in u het ontwaken wil komen, indien u toestaat, dat Christus aan ons de genade geeft om u te openen voor de aarde en voor ons leven. Maar dan vragen wij van u de volle overgave en het inzetten van de gehele persoonlijkheid. Wij willen van u maken, wat wij zelf zijn geworden.
Wij willen van u maken steunpilaren voor ons werk. Wanneer de wetten van God door Golgotha tot u komen, wanneer de wetten van Christus spreken, zult gij dat voelen. Gij zult het zien in uw eigen leven, omdat het ontwaken u doet sidderen. U zult beven, niet van angst, maar van geluk, want u voelt zich opgetrokken in de oneindigheid van God; dienende, wetende dat alles goed is, ontvangt u de inzegening van ons werk.
Naast mij zijn de Meesters, wij willen u en de mensheid naar de graad van leven voeren, die God voor het menselijk leven geschapen heeft, waarvan nog nimmer één woord is gesproken, omdat de wereld tot op dit ogenblik het bewustzijn nog niet heeft bezeten.
Wij voeren u door de duisternis naar het Koninkrijk Gods, naar de wetten van ons leven, naar de heiligheid, die wij hebben aanvaard, die wij hebben gekregen door onszelf af te leggen, onszelf in te zetten voor het leven van God.

Van u maken wij rotsen in de branding. Van u maken wij bewuste zielen, die ingaan in de wetten van God, die zullen spreken zoals er nog niet is gesproken, zoals de aarde nog niet heeft leren kennen, zoals geen bewuste tot de wereld heeft kunnen spreken, omdat wij door de Eeuw van Christus worden bezield.
Wij spreken door Christus. Wij worden ontvangen en opgenomen in de ruimte, waarin Christus zijn eigen bewustzijn heeft aanvaard. Het is mogelijk voor ons, dat het Al voor ons spreekt, dat de hoogste Meesters in die ruimte tot ons komen en dan wordt graad met graad verbonden. Van gevoel tot gevoel zullen wij dan één zijn. Wij zullen zijn als kleine kinderen, maar de wijsheid tot de Aarde brengen. Wij zullen spreken tot uw eigen kern. De persoonlijkheden der Aarde zijn ons bekend. Er is geen graad op Aarde of wij hebben deze bewustzijnstoestand leren kennen. Wij groeven ons in. Wij leefden maanden en maanden in deze persoonlijkheid, waarvan wij iedere gedachte in ons opnamen, wijsheid en onbenulligheid. Niettegenstaande dat gingen wij verder. Nu zijn wij gereed. Thans zullen de Meesters spreken.

Eindelijk dan toch zal het ogenblik aan ons worden geschonken, dat de lichten in de duisternis ontstoken worden, dat het leven verlicht wordt door het heilige vuur van Christus.
Leven willen betekent ontwaken in de geest. In het Schemerland kunt u dat voor u zien. Daar leven de vonken Gods in het onbewuste stadium van het ik zijn.
Alle zielen zullen wij helpen om tot ontwaking te komen. Voor alle graden en stadia hebben wij stof, hebben wij wijsheid, want velen van ons wachten. Velen zullen u onderwijzen. Velen weten, waaraan  de mensheid behoefte heeft.
Voor iedere ziel zal de eigenlijke ziel spreken; voor iedere karaktertrek de karaktertrek van uw eigen soort, zoals die deel uitmaakt van uw persoonlijkheid.
Wij zullen spreken tot de gehele mensheid. God gaf ons deze genade. Christus wil, dat het woord diepte krijgt, bezielend zal zijn, dat het spreekt tot uw bewustzijn, alle dagen en ieder uur, ook van uw slaap. U zult genezen ontwaken en er zal heiligheid in u zijn.

God, mijn God, schenk aan hen en ons deze genade. Wetend zullen wij hen maken, dienaren voor Golgotha; dienaren zoals ook de apostelen daar hebben gestaan. Maar nu met het weten in ons, bewust als wij zijn, bewust van Uw Heiligheid. Amen.
Deze boodschap werd nog in de oorlog door Meester Alcar gericht tot een groepje mensen, maar zij gold en geldt nog voor iedereen, die waarachtig van zins is aan Christus verheven doelstellingen zijn beste krachten te geven en mee te helpen een betere, gezonde, geestelijke samenleving op te bouwen, waarin het goed is te leven en waarin iedere ziel de plaats krijgt, die zij behoeft.
In de Eeuw van Christus wil Gene Zijde niet komen tot een nieuwe partij, niet tot een nieuwe godsdienst, maar tot een nieuwe gemeenschap. Zij wil vurige, bezielde wezens naar zich toetrekken, die grote verantwoordelijkheid kunnen dragen ten opzichte van zichzelf en van anderen en die bereid zijn alles van zichzelf in te zetten om te vechten voor een hoog geestelijk leven op Aarde.
U kunt een apostel zijn, als ge luisteren wilt, als ge ernstig wilt zijn en wilt mediteren. 'Dit houdt niet in,' zegt Gene Zijde, dat wij sombere, alleen maar ernstige mensen moeten worden. Leef vrolijk, leef prettig, maar bewust, zó dat ge Christus in de ogen kunt kijken en zeggen: Ik leef naar uw wil, naar uw voorbeeld.

En ik wil deze Zondagmorgen besluiten met u te vragen of ge u deze dag en iedere volgende dag, eens op nieuwe, frisse wijze wilt instellen op alle facetten van het leven, die ik zojuist heb opgenoemd. Ge zult er rijker, veelzijdiger en dieper door worden en met de dag beter gaan beseffen hoe ge als volgeling van Christus uw leven in te richten hebt. Zie, in het dienen in de allereerste plaats uw taak. God dient; de planeten dienen; Christus dient; de aartsvaders dienden; het dier dient; de bloem, het water, het licht, het donker, alles in de samenleving dient, en dit geldt zeker voor de mens, waarin toch de goddelijke vonk brandt.
Ik bid met u, dat Christus opnieuw tot ons zal spreken, opnieuw Zijn woorden over de wereld zal bazuinen, bij monde van de meesters en uw geliefde aan Gene Zijde, opdat wij als apostelen van Zijn Eeuw terdege onze taak zullen kennen! Ik dank u wel.
L. U.  

                                                      IK EN DE VADER.
Een uitspraak van Jesus als Mens - evenals wij - is “Ik en de Vader zijn Een”, De Vader uit Wie wij voortkomen. Zoals ook het “Onze Vader´´ laat zien. God is onze Vader, wij  zijn
uit God.
Dit kan niet vaak genoeg herhaald worden, voordat wij ons door dit
begrip laten doordringen.
Wij zijn geconditioneerd en grootgebracht met het idee van God buiten ons, heel ver weg in de Hemel, als een oude Man met een baard en aan Hem overgeleverd.
Wij zijn als het ware gehersenspoeld, want dit idee leeft in onze hersens, ons verstand.
Het is er haast niet uit te branden.
Dit in tegenstelling tot de dieren die ook uit God zijn, maar niet de gave van vrije wil en verstand hebben, dus hierdoor ook niet belemmerd kunnen worden. Zij leven goddelijk, want God = Leven. Zij verzetten zich niet en nemen het leven zoals het komt.
Zij raken ook nooit teleurgesteld of gefrustreerd, want zij hebben geen verwachtingen.
Wij mensen zijn echter de
Kroon op de Schepping, omdat wij ons Bewust kunnen worden Goddelijk en God te zijn en zolang wij dat niet weten of beseffen, kunnen wij een puinhoop van ons leven maken door onze vrije wil en ons verstand.
God IS, wij ZIJN!
Maria Staring.



 

HOME.
NEXT.