ANTHONIE VAN DIJCK EN ZIJN TAAK VOOR DE MENSHEID.
Als wij het over
meester Alcar hebben, dan weten wij allemaal over wie wij spreken.
Waarschijnlijk
weten wij ook dat hij in zijn laatste stoffelijke leven de bekende Vlaamse schilder
Anthonie van Dijck was.
Maar weten wij wel iets meer over deze schilder dan alleen
maar het feit dat hij de beste leerling was van Peter Paul Rubens?
Laten wij even
teruggaan in de geschiedenis. Anthonie van Dijck werd geboren te Antwerpen als zevende
kind in het gezin van Frans van Dijck op 22 maart 1599.
Zijn vader was een koopman
in stoffen en laken en behoorde tot de welgestelde ingezetenen van de stad. Zijn
moeder heette Maria Cuypers, die de naam,had een bekwaam borduurster te zijn. Zij
stierf in het kraambed tijdens de geboorte van haar twaalfde kind op 17 april 1607.
Anthonie was toen acht jaar oud.
Op zijn tiende jaar ging hij in de leer bij de ANTHONIE
VAN DIJCK schilder Hendrik van Balen en in 1612 werd hij een leerling van Peter Paul
Rubens, alwaar hij zich ontplooide als een schilder van formaat, die al zijn medeleerlingen
verre overtrof in de schilderkunst. Hij werd een der voornaamste medewerkers van
Rubens en dit bleef hij totdat hij in september 1620 zijn eerste reis naar Engeland
maakte op verzoek van Lord Thomas Howard, de graaf van Arundel.
Hij werd door de
Engelse koning Jacobus I aangesteld als hofschilder met een traktement van 200 pond
per jaar. Anthonie voelde zich aan het hof toch niet op zijn plaats en in februari
1621 vertrok hij weer naar Antwerpen. Rubens ontving hem met open armen, want hij
werd overstelpt met orders voor de 'versiering van kerken en kloosters.
Zijn verblijf
te Antwerpen duurde niet lang, want op 3 september 1621 vertrok hij voor een reis
naar Italië. De eerste stad die hij aandeed was Genua, later volgden Venetië, Florence,
Rome, zelfs Sicilië vereerde hij met een bezoek. In Italië bouwde hij zich een grote
reputatie op als portretschilder en hij was een graag geziene gast aan het pauselijk
hof.
In de zomer van 1626 arriveerde Anthonie weer in Antwerpen, juist op een tijdstip
dat Rubens op een diplomatieke missie was naar Spanje en pas weer in 1630 zou terugkeren.
In 1627 maakte hij nog een korte reis naar Engelánd, maar omdat zijn beschermheer
de graaf van Arundel zijn invloed aan het hof had verloren, gelukte het Antonie niet
om bij de koning in audiëntie te worden ontvangen. Hij keerde weer terug naar Antwerpen
en schilderde vele religieuze stukken, totdat in 1631 de reiskoorts hem, weer te
pakken kreeg en hij de reis naar de noordelijke Nederlanden aanvaardde.
In 's-Gravenhage.
verbleef hij aan het stadhouderlijke hof van Frederik Hendrik en diens vrouw Amalia
van Solms. Van hen beide en hun kinderen schilderde hij een aantal portretten. Hij
verbleef ook enige tijd in Haarlem alwaar hij kennismaakte met de bekende Nederlandse
portretschilder Frans Hals.
Weer keerde hij terug naar Antwerpen, maar niet voor
lang, want in het voorjaar van 1632 reisde hij voor de derde keer naar Engeland.
Nu was de sfeer aan het Engelse hof verbeterd en Anthonie raakte zeer bevriend met
de Engelse koning. Deze Karel I overlaadde hem met gunsten en sloeg hem tot ridder.
Anthonie keerde na enige tijd weer terug naar Vlaanderen en verbleef afwisselend
in Antwerpen en Brussel. In de laatstgenoemde stad was hij werkzaam als hofschilder
van Isabella, de regentes der Zuidelijke Nederlanden. Op 18 oktober 1634 werd hij
tot eredeken van het Sint Lucasgilde benoemd. een eer die vóór hem alleen Rubens
ten deel was gevallen. In dat zelfde jaar keerde hij weer terug naar Engeland waar
hij met vreugde door het Engelse hof werd ontvangen. De gehele Engelse adel kwam
bij hem op het atelier om door hem te worden geportretteerd.
In 1640 k reeg hij bericht
vanuit Antwerpen dat Peter Paul Rubens was overleden, tévens was door politieke verwikkelingen
koning Karel 1 genoodzaakt zijn hof naar York over te brengen.
Deze twee feiten
deden Anthonie besluiten om weer naar Antwerpen terug te keren. Hij beleefde nu weer
een productieve periode en kreeg meer opdrachten dan hij kon afleveren. Dit duurde
niet lang, want weer kreeg de reiskoorts hem te pakken en in januari 1641 vertrok
Anthonie naar Parijs in de hoop van de Franse koning Lodewijk XIII de opdracht te
krijgen om enkele zalen van het Louvre te mogen beschilderen.
Door tegenwerking van
het Franse schildersgilde ging de opdracht zijn neus voorbij en werd Nicolaas Poussin
met de opdracht belast. Anthonie zag nog wel kans om een portret te schilderen van
kardinaal Richelieu, maar door zijn afnemende gezondheid besloot hij naar Engeland
terug te keren om zich bij zijn vrouw Mary Rutven te voegen met wie hij in 1639 was
gehuwd.
|
Op 16 november 1641 verkreeg Anthonie van de Franse koning een reispas voor
hemzelf, zijn reiswagen met vier paarden en vijf bedienden. Het zou de laatste maal
zijn dat hij zich op reis begaf naar Engeland en Europa zou de Prins van de schilderkunst
nooit meer aanschouwen.
In Londen aangekomen kreeg Anthonie een zware longziekte
en zijn gezondheid ging nu snel achteruit. Op 1 december 1641 schonk zijn vrouw het
leven aan een dochter, op 4 december liet Anthonie zijn testament maken en op 9 december
1641, juist op de dag dat zijn dochter bij het doopsel de naam Justina ontving, sloot
Anthonie van Dijck voorgoed de ogen op de leeftijd van 42 jaar, 8 maanden en 17 dagen.
Hij kreeg van de Engelse koning een staatsbegrafenis die alleen de allergrootsten
van het land ten deel vielen. Op 11 december 1641 werd zijn stoffelijk overschot
bijgezet in de St. Pauls Cathedralo Deze kerk werd tijdens de grote brand van Londen
in 1666 volledig in de as gelegd, zodat de juiste plaats van het graf van Anthonie
van Dijck niet meer te achterhalen valt.
Het bovenstaande was zeer in het kort het
leven van Anthonie van Dijck. De lezer zal begrijpen dat hij een van de begenadigde
kunstenaars was die zijn inspiratie uit hogere bronnen ontving. Anthonie van Dijck
stemde zich af op het hogere en maakte zich ontvankelijk voor de krachten die op
hem inwerkten. Als kunstenaar voelde hij soms heel duidelijk de inwerking van voor
hem onzichtbare machten. In zijn vele gesprekken met Peter Paul Rubens kwam dit dikwijls
naar voren. Anthonie van Dijck was zelf van mening dat zijn meesterschap als schilder
geen doel op zichzelf was, maar eerder een middel om een doel te bereiken wat hem
tijdens zijn leven op Aarde nog niet geheel helder voor ogen stond. Tijdens dit leven
zag hij die machten en krachten dikwijls in de vorm van nauwelijks waarneembare gedaanten
en schimmen, waarvan hij de stellige overtuiging had dat dezen hem inspireerden en
zijn werk die grootheid gaf waardoor hij zich onderscheidde van alle andere schilders.
Een bepaalde graad van helderziendheid moest hem wel aangeboren zijn.
Nu 350 jaar
later weten wij meer van deze kunstenaar. Het is ons nu bekend, dat hij als Meester
Alcar zijn werk voortzet ten behoeve van de gehele mensheid.
Het kunstenaarschap
van Anthonie van Dijck werd gevormd in vele voorafgaande levens, zoals wij die allemaal
hebben moeten beleven om te geraken tot wat wij nu zijn. In deze eeuw liet hij door
Jozef Rulof een serie boeken tot stand komen, die voor de gehele mensheid van belang
is en de zoekende en vragende mens een uitleg geven voor al zijn problemen. Het was
geen toeval dat hij schilder was, want diegene die het ware kunstgevoel bezit zal
openstaan voor alle andere gaven die God de mensheid schenkt.
Kunst onverschillig
of dit toonkunst dan wel beeldende kunst is, zal de mens die er voor openstaat de
juiste richting aangeven, waar hij moet zoeken om een antwoord te vinden op al zijn
levensvragen.
Meester Alcar begon tijdens zijn aardse leven door onder andere het
schilderen van religieuze voorstellingen de mensheid er van te doordringen dat doodgaan
een irreëel iets is, een menselijk abstract begrip, beter gezegd een wanbegrip.
Hij
die de KUNST verstaat en de boeken van Jozef Rulof leest is van zichzelf overtuigd
van een eeuwig voortgaan. Geboren uit de wateren en weer terug tot de Alvader, denk
niet in jaren of eeuwen, tijd speelt in de evolutie van de mensheid geen enkele rol.
Vergeet de tijd want de eeuwigheid is ruim bemeten en geeft de evoluerende mens alle
gelegenheid om met vallen en opstaan daar te komen waar zijn einddoel ligt.
Wees
niet bang voor de schijnbaar ingewikkelde wetten van de metafysica, Na een of twee
keer lezen van de boeken zullen ze uw geestelijk bezit nog kwartier lezen vergt voor
velen onder ons een half uur nadenken en dat is gene zijde precies bedoelen: MENS
DENK NA!!
Deze eeuw wordt niet voor niets de Eeuw van Christus genoemd, een enorme
technische vooruitgang gepaard gaande met een groeiende honger naar lectuur, die
de mens wil overtuigen van een leven na de dood, een eeuwigdurend leven, waarin wij
echter niet op onze lauweren kunnen gaan rusten, maar waar wij ons moeten bekwamen
voor de taak die ons later zal worden opgelegd en die wij graag zullen aanvaarden,
omdat wij dan de wetenschap zullen hebben, dat wij vooruit gaan door te DIENEN.
De
wereld heeft vele wijsgeren gekend, die reeds aanvoelden dat het bij de dood ophoudt,
o.a. Socrates, Plato, Kant, Rudolf Steiner en Frederik van te noemen. Zij allen zetten
hun gedachten op papier en gaven aan de gevoelens verstonden grote geestelijke wijsheid
mee.
Dit zijn mijn gedachten die ik op papier zette, waarbij ik een oprechte hoop
heb, dat het velen zal bereiken, misschien zal het voor hen een deur openen naar
een bewuster leven en zal het hun angsten wegnemen of kwellende vragen beantwoorden.
R. H. M. M.
BEGRAVEN TALENTEN.
Een levendige stroom van muziek brengt u de gemoed stemming voor de geest van de
kunstenaar op het ogenblik dat hij die componeerde en evenzo van hen die ze uitvoerden.
In de toekomst zal muziek voor elkeen even nodig blijken te zijn als lezen en schrijven
het nu is, want het zal ons hoe langer hoe duidelijker worden welk een veelomvattende
levensfactor muziek voor een ieder is.
Velen hebben meer "muziek in zicht" dan over
het algemeen gedacht wordt en ieder van hen zou deze kunnen uiten op het één of andere
instrument of met hun eigen stem, zelfs al werden zij door niemand geholpen.
Muziek
is elke menselijke ziel aangeboren en trilt mede met de harmonie van het heelal.
Vele der aangrijpendste melodieën zijn ontstaan zonder dat er studie aan vooraf is
gegaan, direct uit het hart gevloeid, zoals bijvoorbeeld bij de gevangen negers in
Amerika dikwijls is voorgekomen.
Om veel van de levensgeest der natuur in u op te
nemen, behoeft ge niet juist in de zinnelijke omgeving er van te zijn. Kunt ge vanuit
uw kamer zo in het vrije veld stappen of uit uw venster een mooi uitzicht hebben
in de ongerepte natuur, des te beter. Maar. wanneer ge lange wandelingen gaat maken
in heide of bos om zodoende een frisser gezondheidselement in u te kunnen opnemen,
dan kunt ge u dikwijls vergissen. Is uw lichaam in het één of ander opzicht zwak,
of het weer kil of scherp koud, dan kunt ge op die wijze meer kracht uitgeven dan
ge ontvangt en zwakker en vermoeider thuis komen dan ge bent heengegaan, want dan
hebt ge niets van de kracht van al wat om u heen leeft tot u kunnen nemen. Als uw
geest te veel met uw lichaam te doen heeft, kan hij die andere krachten niet bereiken.
Daarvandaan komt het dat zo menige landbouwer reeds tegen zijn vijftigste jaar op
en oud en ziekelijk is, al heeft hij temidden der mooie natuurtonelen geleefd. Hij
kon daar echter niet van genieten, omdat hij in een boom voornamelijk brandhout zag
en die op zijn tijd zonder het minste hartzeer omhakte. En hij kon naar onze materiële
levensverhoudingen gerekend niet anders dan zijn economisch welzijn voor alles laten
gelden.
Door echter in de natuur slechts dat te waarderen waaruit hij munt kon slaan
en bijna niets van de geestelijke grond er van te beseffen, sneed hij zich een grote
krachtbron van zijn leven af.
Maar gij, die gaarne aan deze dingen denkt, gij kunt
zulke natuurkrachten tot u trekken: zelfs al zijt ge in een kamer midden in de stad
en al wordt de hemel bijna ingesloten door al de hoge gebouwen om u heen, toch kunnen
zij de bossen en de witte hoge golven en de lichte bries die met de zonnige wolken
speelt niet uit uw gedachten verbannen. Noch kunnen zij het verhinderen dat hun spirituele
kracht tot u komt en uw lichaam en geest als met een toverstaf aanraakt.
Waarom houden
kinderen er zo van om de neervallende sneeuwvlokken gade te slaan? Omdat de geest
in zijn nieuwe lichaam veel sterker het verband voelt met de geest en de kracht van
de sneeuwvlok. Omdat die geest dan nog veel meer open staat voor de spirituele invloed
die er van uitgaat dan enige jaren later, wanneer die alweer begraven licht onder
de stoffelijke gedachten die bijna alom heersen onder de volwassen mensen, met wie
het kind in dagelijks contact leeft. Toen de Christus van Judea tot de Joodse ouderen
zijde: "Zo gij lieden niet wordt gelijk dit kindeke, zo kunt gij het Koninkrijk der
Hemelen niet binnen treden", meende hij, zoals de tekst het reeds uitdrukt, dat een
geest bij elk nieuw lichaam dat hij gebruikt in zijn jongere levensjaren een helderder
begrip en vermogen heeft om de grond van alle dingen om hem heen te aanschouwen en
er van te genieten dan op latere leeftijd en dat de frisse kracht en de levensvreugde
van kinderen niet, zoals gewoonlijk verondersteld wordt, komen door de jeugd van
het fysieke lichaam, maar doordat dezelfde geest, die bij zijn laatste lichamelijke
dood een gewicht heeft afgeworpen wat hem te zwaar was om te dragen, nu in zijn nieuwe
omhulsel een tijdlang zijn groot geestelijk vermogen gevoelen kan.
Dat is juist de
geestelijke gesteldheid die wij ons zelve willen bezorgen. Wij hebben ook hard nodig
die spirituele kracht die het kind ontvangt. Die zal ons eeuwig jong doen blijven.
Wij verlangen met ons hele hart naar dit vermogen van de kindsheid zonder haar onwetendheid
en hulpeloosheid. Wij wensen wijs te zijn zonder het onaantrekkelijke en afgeleefde
van de ouderdom. Groter wijsheid moet leven en jeugd aanbrengen in de wijdste zin.
Ouderdom en verval van krachten zijn geen tekenen van de hoogste wijsheid. Zij zijn
tekenen van onwetendheid. "De boom kent men aan zijn vruchten"
Een oogst van zwakheid
en afnemende krachten wijst ergens op een defect.
Gesteld dat gij opeens zoudt bemerken
dat gij enige nieuwe organen en zintuigen had gekregen, overeenkomende met uw mond,
uw maag en uw zintuig van de smaak; gesteld ook dat ge in bomen, planten en alle
gezonde en sterke schepselen een nieuwe substantie of nieuw element zoudt vinden
dat ge nooit gezien of waarvan ge vroeger nooit gehoord had en dat uw nieuwe mond
in staat was het in te nemen en te maken dat het zich' vereenzelvigde met uw geest
en lichaam en dat het bleek een bron van kracht en verfrissing voor beide te worden,
nu, precies op dezelfde wijze dienen uw andere geestelijke zintuigen u en evenzo
nemen zij deze spirituele tot zich om u te verfrissen en te vernieuwen.
Alleen zijn
deze vermogens, overeenstemmend met uw stoffelijke mond, smaak en maag, nu nog in
een betrekkelijk zwakke toestand. Zij zijn gelijk aan de zwakke kindermaag met haar
beperkte vatbaarheid om onderhoud en kracht te putten uit stevig voedsel, in haar
jonge jaren. Maar evenals de kinderen moeten deze geestelijke organen of vermogens
sterker worden door oefening, opdat zij meer van het voedsel dat hun gegeven wordt,
in zich kunnen opnemen. Deze gezonde, sterke gedachte, de lessen van de geest en
van de kracht der natuur, zal u niet alleen ten zegen worden, maar ook uw sluimerende
talenten tot hun recht te laten komen.
Prentice Mulford.
ZIJ DIE ONS VOORGINGEN....
Marie Corelli werd op 1 mei 1855 geboren en verliet
het aardse leven op 24 april 1924. Zij schreef tijdens haar leven vele boeken, die
ons stuk voor stuk met de realiteit van het leven verbinden. De dood werd door haar
niet gezien als het absolute einde van alles. Een bekende uitspraak van haar was:
,,EEN DOOD IS ER NIET, WAT ZO SCHIJNT IS OVERGANG''.
Wij weten van Jozef Rulof dat
zij onder inspiratie schreef. Zo verhaalde zij in haar boek Barabbas het machtige
epos rond Golgotha. Er is geen moment in de geschiedenis van de mens op te noemen
dat dieper ingrijpt op de menselijke geest dan het gebeuren op Golgotha. Marie Corelli
was een wonderbaarlijk instrument.
Ondanks haar grote betekenis had- die zij voor
vele mensen die in haar tijd naar geestelijke wijsheid zochten - treffen wij echter
in de encyclopedie slechts een onbeduidende persoonsbeschrijving van haar aan: Een
schrijfster van formaat die in het midden van de vorige eeuw werd geboren. Haar werk
wordt omschreven als ,,oppervlakkig, religieus pathetisch''.
Marie Corelli is een
van de vele zielen die zich volledig heeft ingezet om de mensheid tot een beter ,,zijn''
te voeren. Wij vonden het alleszins te rechtvaardigen, in het kader van ons denken
nog eens even bij haar werk stil te staan.
Uit haar boek ,,Het Eeuwige Leven'' citeren
wij hieronder een gedeelte, waaruit haar voelen en denken in een wereld van een honderd
jaar geleden volledig tot zijn recht komt. Ze kan hiermee een van de wegbereiders
voor de Universiteit van Christus worden genoemd.
In het Evangelie van de enige
Goddelijke Vriend, die deze wereld ooit heeft gehad, of ooit zal hebben, lezen wij
van een stem, de ,,Stem eens roepende in de woestijn''. Er zijn duizenden van die
stemmen geweest, de meesten zonder uitwerking. Hun echo's vormden een belangrijk
deel van de wereldgeschiedenis, van de oorsprong van de wereld af hebben zij hun
waarschuwingen en smekingen vergeefs doen horen. De woestijn heeft er nooit acht
op geslagen. De woestijn wil ze ook nu niet horen. Waarom voeg ik dan een ongewenste
noot bij het koor van afgewezen aanklachten? Hoe durf ik mijn stem in de woestijn
verheffen te als andere stemmen, veel sterker en lieflijker, verdrinken in het gelach
van de dwazen en de bespotting van de goddelozen? Waarlijk ik weet het niet. Maar
ik ben er van overtuigd dat ik niet word gedreven door eigenliefde of aanmatiging.
Het is slechts uit liefde en medelijden met de lijdende mensheid, dat ik beproef,
een nieuwe, versmade stem te worden, een stem, die, indien al gehoord, mogelijk alleen
dient om de spotlust van de een of andere dwaas op te wekken maar, al zou dit zo
zijn, dan zou ik het toch niet anders wensen. Ik heb er nooit naar gestreefd één
met de wereld te zijn, of mijn woorden in te richten naar de conventionele stromingen
van het ogenblik.
Ik ben menigmaal aangevallen, toch ben ik niet gewond. Ik ben eveneens
dikwijls geprezen, ik ben niet hoogmoedig geworden. Ik heb geen tijd om te letten
op de meningen, die hetzij goed, hetzij kwaad, mij onverschillig zijn. En wat smart
ik moge hebben gevoeld of gevoeld door de invloed van de menselijke boosaardigheid,
dan is dit slechts door het feit, dat menselijke slechtheid bestaat - niet door de
poging, die gedaan is mij kwaad te doen. Wat mij betreft, ik heb geen ogenblik te
verliezen in dat, wat men leven noemt, doch wat inderdaad geen leven is. Ik volg
de hemelse zaligheid - niet de schaduwen. Dus of gij, - die in de duisternis die
gij zelf hebt gemaakt ronddoolt,- wenst te komen tot het kleine licht, dat mij voorlicht,
of dat gij u geheel van mij af wil keren, in de door u zelf geschapen donkere afgronden,
is mijn zaak niet. Ik kan u niet dwingen mij gezelschap te houden. God zelf kan het
niet doen, want het is Zijn wil en Wet dat elke menselijke ziel zijn eigen eeuwigheid
zal scheppen. Geen sterveling kan het heil van een ander maken.
Ik ben, evenals gij,
in de ,,Woestijn'' - maar ik weet dat er middelen zijn om haar te doen bloeien als
een roos! Echter - al werd mijn gehele hart en al mijn liefde over u uitgestort,
toch zou ik u de Goddelijke heerlijkheid niet kunnen leren, tenzij gij eveneens met
uw gehele hart en al uw liefde, vast en onomstotelijk wilde leren. Desalniettemin,
ten spijt van uw mogelijke onverschilligheid - uw halsstarrigheid kan ik u, zelf
vrede en rust voor mijzelf genietende, niet voorbij gaan zonder tenminste te hebben
beproefd, die vrede en die rust met u te delen. Velen van u zijn zeer bedroefd, en
ik zou liever zien dat u gelukkig was. Uw levenswijze is beuzelachtig en niet bevredigend
- uw zogenaamde aangename zonden brengen u in ongedachte smarten en ongelegenheden
- uw idealen met betrekking tot genot en vooruitgang blijven ver beneden uw dromen
- uw vermaken liggen als een lijkkleed op uw oververmoeide zinnen - uw jeugd snelt
heen, als een vlokje dons van de distels, gedreven door de wind - en gij besteedt
al uw tijd met koortsachtig te beproeven te leven, zonder het LEVEN te verstaan.
Het leven, het voornaamste van alles, het wezen van alles - het LEVEN, dat het uwe
is, om vast te grijpen en vast te houden en te herscheppen, telkens en telkens weer
in uw eigen persoon - dit kostbare kleinood werpt gij weg en als het buiten uw bereik
valt door uw eigen daad, meent gij, dat zulk een einde nodig en onvermijdelijk was.
Arme, ongelukkige stervelingen! Zo zelfgenoegzaam, zo trots, zo onwetend. Evenals
enkele onnozele eenvoudige lieden, die, als zij een diamant gevonden hebben, geen
onderscheid er in zien met een stuk glas; gij met het Heelal rondom u vliegende in
machtige cirkels ter verdediging en bescherming, steeds herscheppende een macht,
die u ter beschikking staat om te gebruiken en in bedwang te houden. Gij meent dat
de ganse Kosmos een voortbrengsel is van niets dan blind, dom Toeval en dat het Goddelijke
Leven, dat in u trilt, geen ander doel heeft dan u naar de DOOD te voeren! Zeer verwonderlijk
en zeer deerniswaardig is het, dat zo'n dwaasheid, zulk een godslastering nog bestaat
- en dat de mensheid aan de Almachtige Schepper nog altijd minder wijsheid en minder
liefde toeschrijft dan die, waarmee Hij zijn schepselen heeft begiftigd. Want de
allereerste les van de wetenschap is, dat Leven het Wezen van God is en dat elk goed
resultaat van het individuele Leven onsterfelijk is als God zelf! De ,,Woestijn''
is uitgestrekt - en daarin vinden wij onszelf toch.
Sommigen verdwaald ronddolende
- enigen lusteloos in de duisternis, neerhurkende, te vermoeid om zich te bewegen,
anderen ronddrentelend in ijdele onverschilligheid, nu en dan in twijfel vragende,
hoe spoedig en waar de reis zal eindigen - en weinigen, steeds ontdekkende dat het
in het geheel geen ,,Woestijn'' is, maar een tuin van lieflijke visioenen en geluiden,
waar elke dag zaligheid moest zijn en elke nacht zegen. Want als de sluier van hetgeen
slechts schijn is, wordt opgeheven, dan worden wij niet meer verleid om schijn voor
wezen te nemen. De werkelijkheid van het Leven is Geluk; de Begoocheling van het
Leven, die wij zelf scheppen door onjuiste waardering en onvolmaakt begrip van onze
eigen krachten, moet wel smart veroorzaken, want in zulk een zelfmisleiding zien
wij slechts vaag de waarheid, evenals iemand, die blind geboren werd, slechts kan
gissen, hoe schoon de heldere dag is. Maar voor de ziel die Zichzelf heeft gevonden,
zijn er geen misleidende lichten of schaduwen meer tussen zijn eigen eeuwigheid en
de eeuwigheid van God. Over de ganse wereld zijn er godsdiensten van verschillende
soorten, meer of minder zich voegend naar de verschillende typen en rassen van de
mensheid.
De meeste van deze geloofsvormen zijn geboren uit het peinzend brein van
de mens zelf en hebben niets GODDELIJKS in zich. In de vroegste eeuwen waren bijna
alle geloofsbelijdenissen niets dan middelen om de onwetenden en zwakken door schrik
te dwingen - en enige ervan waren zo bloeddorstig en ruw, dat men er niet van kan
lezen zonder een huivering of afkeer. Hoe het zij, van het eerste ontwaken van het
verstand af blijkt, dat de mens steeds de noodzakelijkheid heeft gevoeld in iets
sterkers en duurzamers te geloven, dan hijzelf is - en zijn eerste tasten naar waarheid
leidde er hem toe, liever dwaze denkbeelden te ontwikkelen van iets, dat wreder,
meedogenlozer en slechter dan hijzelf is, dan idealen schoner, rechtvaardiger, getrouwer
en liefdevoller dan hijzelf te koesteren.
De dageraad van het Christendom bracht
de eerste schemerachtige mogelijkheid, dat een evangelie van liefde en medelijden
ten slotte meer dienstbaar kon zijn aan de noden van de wereld, dan een onbarmhartig
wetboek van slachting en wraak, ofschoon de geschiedenis ons leert, dat de annalen
van de christenheid zelf bevlekt zijn met misdaad en tot schande gemaakt door het
vergieten van onschuldig bloed. Slechts in latere jaren is de wereld vaag bewust
geworden van de ware Kracht, die achter en door alle dingen werkt - de ziel van het
Goddelijke, of het psychisch element, dat alle zichtbare en onzichtbare Natuur leven
geeft en bezielt. Deze ziel van het Goddelijke - dit psychisch element echter, is
van de hedendaagse christelijke geloofsbelijdenis bijna geheel uitgesloten, hetgeen
ten gevolge heeft, dat de geloofsbelijdenis zelf haar kracht heeft verloren. Ik durf
zeggen, dat slechts een heel klein deel van de miljoenen personen, die in verschillende
vormen de christelijke kerk aanbidden, waarlijk en oprecht geloven, hetgeen zij openlijk
getuigen. Geestelijkheid en leken tezamen zijn besmet met de ergste van alle huichelarijen
- namelijk God tot getuige te roepen van hun geloof, terwijl zij weten ongelovig
te zijn.
Het is mogelijk dat gevraagd wordt, hoe ik zo'n bewering durf te uiten?
Ik durf, omdat ik ,,weet''.. Het zou onmogelijk zijn voor een volk van dit of enig
ander land oprecht de christelijke geloofsbelijdenis te volgen en toch met hun leven
voort te gaan als zij doen. Hun leven logenstraft de godsdienst die ZIJ belijden
en het schouwspel van het dagelijks leven van de regeringen, bedrijven, beroepen
en van de maatschappij doet mij voelen dat het hedendaagse christendom met al zijn
kerken en plechtige gebruiken een van de bedroevendste en grootste huichelarijen
is. Gij, die deze bladzijden leest noemt uzelf ongetwijfeld een christen. Maar bent
gij er een? Gelooft ge werkelijk dat als de dood tot u zal komen, dat die werkelijk
geen dood is, maar de eenvoudige overgang in een ander en beter leven? Gelooft gij
in de werkelijke onsterfelijkheid van de ziel en beseft ge, wat het betekent? Gij
doet het? Gij zijt er van overtuigd? Lééft gij dan als één, die er van overtuigd
is? Bent ge volkomen onverschillig voor de rijkdommen en de zuiver materialistische
voordelen van de wereld? Bent ge even gelukkig in armoede als in weelde, geeft ge
niet om het oordeel van de wereld? Bent ge besloten tot de hoogste en onzelfzuchtigste
idealen van leven en gedrag?
Ik zeg niet, dat ge het niet bent; ik vraag u eenvoudig
of ge het bent. Indien uw antwoord bevestigend is, logenstraf uw geloofsbelijdenis
dan niet door uw dagelijkse gewoonten, gesprekken en manieren; want dat is wat duizenden
die zich voor christenen uitgeven doen, en de geestelijkheid is er evenmin vrij van.
Ik weet natuurlijk zeer goed dat ik uw waardering of zelfs uw aandacht niet moet
verwachten voor zuiver geestelijke zaken. De wereld is het te veel met u eens, zodat
ge in uw mening gestijfd wordt en versterkt in uw vooroordeel. Evenwel, zoals ik
reeds eerder zei, is dit mijn zaak niet, uw gemoedsleven is het mijne niet en met
uw vooroordelen heb ik niets te maken. Mijn geloofsbelijdenis is gebouwd op de NATUUR
- de Natuur die rechtvaardig, onoverwinnelijk en toch teder is - de Natuur die ons
toont, dat het Leven, zoals wij het nu kennen, in deze tijd en in deze wereld een
zegen is, zo rijk in zijn tot nu toe ongebruikte machten en
vermogens dat het in
waarheid gezegd kan worden van de grootste meerderheid van de menselijke schepsels,
dat ternauwernood een van hen ooit begonnen is te leren hoe te leven...
N.N.
VINCENT VAN GOGH.
,,Van alle filosofen en magiërs was Christus, de Enige,
die met absolute zekerheid het eeuwige leven heeft bevestigd, de oneindigheid van
de tijd, het niets van de dood, de noodzaak en reden om sereen en toegewijd te zijn."
Zo luidden in vrije bewoording de gedachten welke Vincent van Gogh vastlegde in zijn
elfde brief aan Bernard. Vincent schreef verder:
,,Christus leefde in sereniteit
als een kunstenaar, groter kunstenaar dan alle anderen, want Hij minachtte hert marmer,
de klei en de kleur. Hij werkte in het levende vlees.
Dat wil zeggen, dat deze ongehoorde,
met het stompe instrument van ons grof en neurotisch denken nauwelijks te bevatten,
Kunstenaar geen beelden ooit maakte, noch schilderijen nog boeken; zelf zegt Hij
het majesteuzelijk. Hij schiep........ levende mensen, onsterfelijken."
Met de 100-jarige
herdenking van Vincent's geboortedag is er in Nederland veel aandacht besteed aan
deze geniale mens. Beseft iedereen echter ook de achtergrond van dit tragische leven?
Zoals algemeen is bekend, wilde Vincent voordat hij begon te tekenen en te schilderen,
dominee worden. Hij heeft deze studie echter niet kunnen volbrengen maar in zijn
meesterlijke scheppingen voelt men de grote liefde die deze mens bezat voor God en
voor al het leven. Daarom en uitsluitend daarom ontroeren zijn soms bijna kinderlijke
schilderijen en tekeningen ons telkens zo diep!
Vincent gaf ook blijk een Denker
te zijn toen hij de volgende profetische woorden aan Bernard schreef:
,,De Wetenschap
-- de wetenschappelijke redenering -- lijkt mij een instrument dat in de toekomst
ver zal gaan. Want let op: men veronderstelde dat de wereld plat was. Het was waar
ook; zij is vandaag-de-dag nog plat, van Parijs naar Asnieres bijvoorbeeld. Alleen
verhindert dit de wetenschap niet om te bewijzen dat de aarde bovenal rond is. Geen
mens betwist het tegenwoordig.
Welnu, ondanks dit, gelooft men tegenwoordig dat het
leven plat is en van de geboorte tot de dood gaat. Waarschijnlijk echter is het leven
evenzo rond en in uitgestrektheid en capaciteit verre superieur aan het oppervlak
dat ons thans bekend is.
Toekomstige generaties zullen waarschijnlijk meer licht
werpen op dit interessante vraagstuk en dan zal de Wetenschap zelf tot conclusies
kunnen komen die meer of minder parallel lopen met de lezing van Christus betreffende
de andere helft van het leven."Zeer fijn gevoeld was ook de navolgende gedachte die
Vincent vastlegde in een brief aan zijn broeder Theo:
,,Is het totale leven hier
voor ons zichtbaar of wel kennen wij aan deze zijde van de dood slechts een halfrond?
Wat mij betreft, ik pretendeer het niet te weten, maar het zien van de sterren doet
mij altijd dromen, precies zoals de zwarte stippen van steden en dorpen op een kaart
mij te dromen geven.
Waarom, vraag ik mij af, zouden dan de lichtende stippen van
her firmament minder toegankelijk voor ons zijn als de zwarte op de kaart van Frankrijk?
Als we de trein nemen om ons te begeven naar Tarascon of Rouaan, nemen we de dood
om een ster te bereiken. Wat vast waar is in deze redenering, is dat terwijl wij
leven, wij de ster niet kunnen bereiken, evenmin als we de trein kunnen nemen na
onze dood. Zodat het me niet onmogelijk toeschijnt, dat de cholera, de niersteen,
de kanker, de hemelse vervoermiddelen zijn, evenals stoomboten, omnibussen en spoorwegen
het aardse te zijn."
De toekomst zal leren, dat Vincent meer dan alleen maar een
groot schilder is geweest.
N.N.
INSPIRATIE.
Hoe dikwijls wordt dit woordje niet gebruikt? ,,Inspiratie"! Het klinkt zo eenvoudig,
zo vanzelfsprekend haast en toch, wie kan zich erop beroemen het mysterie van dit
kleine woordje ooit te hebben doorgrond?
Vormt inspiratie niet bijna altijd de achtergrond
van de grote uitvindingen, de onsterfelijke muziek en de geniale schilder en beeldhouwwerken?
Kan een kunstenaar waarlijk kunst scheppen zonder inspiratie? Hadden Leonardo da
Vinci, Rafael of Michelangelo hun kunt zonder dit tot stand kunnen brengen?
Wanneer
wij het leven volgen van Bach, Beethoven of Liszt dan kunnen wij constateren dat
deze grootmeesters der kunst de muziek, die door hen werd ,,geschapen" , eerst in
de geest hebben gehoord! Zij behoefden dikwijls niet anders te doen dan vast te leggen
hetgeen hun werd ,,ingegeven"!
Soms sprong Beethoven midden in de nacht uit bed om
een melodie op papier te zetten die door zijn geest speelde! Menige grote geleerde
die verstrikt was geraakt in een wetenschappelijk probleem kreeg opeens de oplossing
,,kant en klaar"gepresenteerd tijdens zijn droom of terwijl hij lag te rusten!
Wat
is dit voor een mysterie? Hoe kan een melodie in iemands geest worden gespeeld die
nog niemand kent? Hoe kan een oplossing van een ingewikkeld wetenschappelijk probleem
worden gegeven tijdens een rustperiode van non-activiteit -- terwijl de knapste
geleerde tijdens hun activiteit geen oplossing konden vinden? Waar komt dit vandaan?
Wat is dit voor en wereld waarmede zulke mensen in aanraking komen? Of is dit weer
,,gewoon"? Het is merkwaardig hoe veel ongewone dingen door de meeste mensen ,,gewoon"
worden gevonden niettegenstaande het feit, dat geen sterveling er een verklaring
voor weet te geven!
De mens die ervan overtuigd is, dat er een geestenwereld bestaat
zal wellicht het raadsel van de inspiratie kunnen verklaren door de beïnvloeding
die ons vanuit die ruimte bereikt! Indien wij door astrale krachten krankzinnig kunnen
worden gemaakt, waarom zouden wij dan ook niet door hoger bewuste wezens kunnen worden
geholpen? Waarom zou het niet zo kunnen zijn, dat indien ons gevoelsleven ontvankelijk
is voor hogere beïnvloeding, deze beïnvloeding dan ook kan plaatsvinden? Is het absurd
te veronderstellen dat niet alleen op aarde maar ook in de geestenwereld een strijd
wordt gevoerd tussen goed en kwaad?
Waar is de inspiratie van Hitler vandaan gekomen?
Kan die uit dezelfde bron zijn ontstaan als de inspiratie die kunst tot stand brengt!
Of is het redelijk te veronderstellen dat deze werelden niets met elkaar hebben te
maken en ver van elkander -- in de geest -- zijn verwijderd?
Dr. Paul Brunton heeft
erop gewezen dat de aarde is omringd door een geestenwereld die een lage geestelijke
afstemming bezit. Er is geestelijke kracht maar vooral liefde voor nodig om door
deze fatale gordel heen te breken en om het reine geestelijke te beleven. De mens
die zich -- evenals Hitler dit heeft gedaan -- afstemt op het kwade, doordat de liefde
in hem niet kan overheersen, zal wellicht ,,inspiratie" ontvangen uit deze demonensfeer
die onze aarde als een astrale dampkring omknelt. Zulk een ,,inspiratie" betekent
afbraak, zelfvernietiging en ellende voor de mens. Geleerden die uit deze bron putten
zullen de mensheid uitvindingen ,,ten geschenke"geven die alleen een vloek betekenen
voor het mensdom en voor de planeet! ,,Kunst" die mede vanuit een dergelijke bron
wordt geschonken kan niet anders zijn dan pervers en liederlijk!
Er moet echter ook
een andere bron bestaan voor onze inspiratie die de zegenrijke uitvindingen tot stand
helpt brengen en de Kunst met een grote ,,K" helpt scheppen. Deze hogere bron zal
zich de taak hebben opgelegd om de mensheid te steunen en te helpen. Zij zal de geleerde
die is vastgelopen in zijn onderzoek helpen om zijn genezende medicijnen aan de
mensheid te kunnen doorgeven. Zij zal de grote schilders en beeldhouwers stuwen om
Kunst te scheppen voor de mensheid. Bij het aanschouwen van deze Kunst of naar het
luisteren van de lieflijke tonen van zulk een ,,geïnspireerde" symfonie zal het hoger
gevoel in de mens boven komen waardoor hij weer een hogere geestelijke trede kan
bereiken. Dit zal dan de liefde zijn, die ons wordt geschonken uit deze bron die
wij als de ware inspiratie willen beschouwen.
N.N.
EINSTEIN, DE
MAN DIE HET ATOOM HEEFT OVERWONNEN,
WERKER
VAN GOD!
Steeds weer wordt hij door het spookbeeld gekweld in hoeverre zijn verantwoordelijkheid
is verbonden aan zijn uitvinding.
15 maart 1954 was de dag waarop de wereld hulde
bracht aan één van haar geniaalste zonen: Prof. Albert Einstein. Op die dag werd
één van de allergrootste wetenschappelijke genieën die de wereld ooit heeft gekend,
75 jaar.
,,De nieuwe Copernicus", is de bijnaam die vele van zijn collega's hem hebben
gegeven. Heeft niet Einstein door zijn beroemde relativiteitstheorie -- een werk
van slechts 64 pagina's dat slechts door een enkeling in de gehele wereld in zijn
volle omgang wordt begrepen -- de moderne wetenschap in zijn diepste fundamenten
geschokt? Hoe ver schijnt nu de tijd achter ons te liggen, dat de wetenschap meent
alleen een ,,mechanisch heelal" te moeten zien. Hoe ver schijnt de tijd achter ons
te liggen, dat het christelijk geloof een strijd op leven en dood moest voeren tegen
de destijds ,,moderne" natuurwetenschappen, die in de vorm van het darwinistisch
evolutionisme zo veel opgang maakte?
Albert Einstein heeft, meer dan iemand anders,
er toe bijgedragen, dat dit zielloze beeld, dat de wetenschap als waarheid aanvaardde,
ineenstortte.
De bescheiden geleerde, die zelf niet kan begrijpen waarom hij zo beroemd
is en die in slobberbroek en wijde trui de eenvoud in persoon is, leeft teruggetrokken
als een kluizenaar. Zijn doorgroefd gezicht, zijn lange witte haren en zijn grote,
bijna kinderlijke ogen, verraden niets van de machtige gedachten die achter dit brede
voorhoofd schuil gaan. Hij begrijpt de maatschappij niet en de maatschappij hem niet.
Alzo leeft de mens Einstein, die de allergrootste wetenschappijke onderscheiding
heeft gehad, eenzaam en onbegrepen temidden van een wereld waaraan hij door zijn
genie een nieuwe vorm heeft gegeven.
De Franse schrijfster Antonia Valentin zal binnenkort
een boek uitgeven dat de titel draagt ,,Le Drame d'Albeert Einstein". In dit boek
wordt de nadruk gelegd op de tragedie, dat de man die het atoom heeft overwonnen
ook het fundament heeft gelegd voor de atoombom, die in Japan aan tienduizenden mensen
het leven heeft gekost.
Einstein heeft de bom op Hirosjima als een persoonlijke smart
gevoeld. De gedachte aan dit onheil laat hem nimmer los en steeds weer wordt hij
door het spookbeeld gekweld in hoeverre zijn verantwoordelijkheid is verbonden aan
deze uitvinding! Wie echter Einstein kent en deze eenvoudige en oprechte geleerde
in de ogen heeft gezien, twijfelt niet, dat deze man alleen het beste met de mensheid
voor heeft. Dit maakt alles juist nog veel droeviger.
Einstein wordt niet begrepen.
Dit geldt echter niet alleen voor de geleerde Einstein, maar ook voor de mens Einstein.
Willen vele geleerden niet aan de hand van zijn theorieën aantonen, dat de schepping
een toevalsproduct is? De grijze geleerde wijst deze geestelijke armoede echter met
nadruk van de hand.
Zijn anders zo kalme en kinderlijke ogen krijgen dan een felle
gloed: ,,God dobbelt niet met het heelal", luidt het met kracht gegeven antwoord
van een man die beter dan wie ook de grootheid en het mysterie van de schepping voelt.
Einstein is een zeer gelovig man ,,Als ik niet in een God zou kunnen geloven, dan
zou ik krankzinnig worden", heeft hij eens tegen één van zijn weinige vrienden gezegd.
Uiteraard spreekt het bijna vanzelf dat de Godsgedachte van Einstein niet bekrompen,
kleingeestig en naïef zal kunnen zijn. Zij is even ruim en reëel als het hele denken
van Einstein dit is. Zijn God stijgt uit boven ruimte en tijd, manifesteert zich
in planeten, zonnen en sterrenspiralen. Even goed vindt hij echter deze God ook weer
terug in het kleinste atoom -- een lichtgolf, een kosmische straal!
Einstein heeft
zich hoe langer hoe meer gedistantieerd van zijn collega's -- van de wetenschap.
Nu hij tenvolle beseft, welk gebruik deze maakt van zijn enorme geestelijke gaven,
wil hij hiermede zo weinig mogelijk hebben uit te staan. ,,De wereld wordt geregeerd
door drie grote machten; de domheid, de angst en de hebzucht", zo verklaarde hij
enige tijd terug. ,,Alles wat tot nu toe werd verkregen, is in de handen van onze
generatie evenveel als een scheermes in de hand van een kind van drie jaar!"
Elk
nadenkend mens zal zich moeten neerleggen bij deze felle aanklacht van prof. Albert
Einstein. Niettemin zal het kind van drie jaar eens volwassen worden en wanneer dit
is geschied, en wanneer het scheermes dan zó zal kunnen worden benut als Einstein
dit heeft bedoeld, dan zal de wereld met dankbaarheid en eerbied terugdenken aan
de grijze geleerde prof. Albert Einstein, die door zijn genie de mensheid meer dan
hij misschien zelf besefte op weg heeft geholpen, om dichter te komen bij het mysterie
God.
De Schepper, de Universele Geest, waaraan elk mens in het diepst van zijn hart
gelooft - moét geloven, omdat de mens hiervan zelf deel uitmaakt - openbaart zich
in myriaden facetten in dit universum. De hoogste vorm van deze openbaring is de
mens zelf. Niet door zijn vergankelijk lichaam, maar door zijn onvergankelijke geest!
Deze geest ontvangt doorlopend de Goddelijke bezieling - de stuwing - vanuit de oerbron,
die hem gestalte heeft doen geven. Deze stuwing zal de geest een steeds hoger bewustzijn
schenken, totdat deze zijn kosmische kringloop heeft volbracht en bewust is teruggekeerd
tot de God van al het leven.
Einstein is één van deze vele werktuigen in de handen
van de Universele Geest. Zijn taak was het om de mens meer bewustzijn te schenken,
omdat deze zijn eigen schepping zou leren doorgronden. Zo was het ook de formule,
waarop de atoomsplitsing mogelijk bleek, eigenlijk als Godsgeschenk bedoeld. De mens
heeft dit echter nog niet begrepen en gebruikt de hem geschonken openbaringen op
een verkeerde manier. De kernsplitsing die een ongekende energie doet vrij komen,
was het geschenk van God. De atoombom was de psychopathische vervorming hiervan,
die door de mens werd verstoffelijkt! Hoe dan ook, het geschenk is er en blijft wachten
op de bewuste mens van morgen, die deze gave op de juiste wijze zal weten te benutten
tot zegen van de gehele mensheid. Eens moest deze openbaring aan de mens worden geschonken
en al lijkt het Einstein toe, dat dit geschenk kan worden vergeleken met een scheermes
in de handen van een kind, dan denken wij onwillekeurig aan Einstein's eigen woorden
waarmee hij dit weer tegenspreekt: God dobbelt niet met het heelal!
N.N.
DE KRACHT VAN DE GEDACHTE.
Veelal wordt aangenomen dat alleen
onze daden beslissend zijn voor ons welzijn, onze beoordeling en onze afstemming
als persoonlijkheid in de stoffelijke en geestelijke werelden. De maatschappij beoordeelt
en veroordeelt de mens alleen en uitsluitend aan de hand van bepaalde daden en gezegden.
Gedachten zijn vrij en niemand zal worden veroordeeld, omdat hij in gedachten bijvoorbeeld
een misdaad pleegt! Tenslotte pleegt de persoon in kwestie, de laakbare handeling
niet en dit -- zo zegt de maatschappij -- ia voldoende.
De gedachte vormt echter
de inleiding tot de daad en al kan een verkeerde gedachte moeilijk als strafbaar
feit worden beschouwd, dan blijft zij toch een essentieel deel vormen van het geheel.
Wanneer wij er in kunnen slagen onze verkeerde gedachten te onderdrukken, te verdrijven
of in toom te houden, dan zijn wij reeds een heel stuk gevorderd in onze bewustwording.
Wij zijn dan bezig op een hoger geestelijk plan te komen. Wij zijn dan bezig het
dierlijke gevoelsleven af te leggen!
,,Hebben gedachten dan werkelijk zoveel te betekenen?",
zo zullen velen zich afvragen. ,,Is het niet voldoende dat je geen verkeerde dingen
doet? Hier komt het toch zeker op aan?!" Zo is het echter niet! De gedachte is namelijk
niet abstract, zoals algemeen wordt aangenomen, maar wel degelijk concreet! Hier
op aarde leeft de mens in een stoffelijk omhulsel. De verstoffelijking van zijn gedachten
vormen de daad. Hier kan hij deze daad achterwege laten doordat hij zijn wil inschakelt
en zijn lichaam belet aan een bepaalde impuls toe te geven. In de wereld van de geest
echter -- en dat is de wereld die elk mens op aarde straks krijgt te beleven en te
aanvaarden -- beschikken wij niet meer over een stoffelijk omhulsel, dat wel eens
een belemmering voor ons bleek te zijn, maar dikwijls ook onze bescherming vormde
tegen onze onbewuste gedachten!!
In de wereld van de geest zijn wij, zoals wij denken
en beleven wij, wat wij in gedachten nemen. een gedachte vertegenwoordigt daar een
ruimte -- een wereld -- waarin wij voor onszelf een fundament kunnen bouwen, of waarin
wij onszelf kunnen verliezen! De vertragingsfactor tussen geest en stof, die wij
op aarde beleven, bestaat straks voor ons niet meer. Het is dus van ongelooflijk
grote waarde, dat wij ons volkomen leren bevrijden van verkeerde gedachten. Dit is
de aller-moeilijkste taak die de mens heeft op aarde. Het is echter ook de dankbaarste,
want, zoals onze gedachten zijn, zo zal ook de wereld zijn waarin wij straks in de
geest zullen vertoeven! Is er haat in ons, dan zullen wij ook haat om ons heen voelen!
Is er hartstocht in ons, dan zullen wij door hartstocht worden leeggezogen. Elke
gedachte vormt een toestand en elke toestand beleven wij in de meest concrete vorm!!
Daarom durfden wij te schrijven, dat de gedachte niet abstract maar concreet is!
Rudolf Steiner schreef in zijn zeer belangwekkende werk: ,,Wie erlangt man Erkenntnisse
der höheren Wetten?" dat gevoelens en gedachten werkelijke feiten zijn, zoals tafels
en stoelen in de fysieke zintuiglijke wereld. In de wereld van de geest hebben gevoelens
en gedachten dezelfde uitwerking op elkander als in de stoffelijke wereld de tasbare
dingen. Elke verkeerde gedachte die men heeft, heeft in de wereld van de geest een
even funeste uitwerking als een geweerkogel in het wilde weggeschoten, die alle fysieke
voorwerpen vernietigt die zij treft!!
Hoe vaak deinst de mens niet terug voor een
verkeerde daad? Om er echter verkeerde gevoelens en gedachten op na te houden, lijkt
hem ongevaarlijk voor de overige wereld! Hoe belangrijk is het daarom dat de mens
zich realiseert, wat hij doet, als hij zich laat overheersen door zijn lagere gevoelens
en gedachten!
Zoals gezegd, de strijd is hel moeilijk en zwaar en toch is dit een
strijd, die noodzakelijk moet worden gestreden, willen wij ons een periode van veel
ellende en smart besparen in de wereld, die wij na ons stoffelijk leven betreden.
Wij moeten zover zien te komen, dat wij bevrijd zijn van alle lagere gevoelens en
gedachten. Pas dan mogen wij spreken van geestelijk bezit! De weg naar deze toestand
is de weg van de strijd. Wanneer wij bijvoorbeeld een diefstal zouden willen plegen
en wij geven aan deze verkeerde gedachte niet toe, dan zijn wij strijdende tegen
een verkeerde karaktereigenschap. Houden wij, die strijd vol, dan zullen wij de uiteindelijke
toestand beleven, dat wij die verkeerde handeling niet meer kunnen plegen. Dan hebben
wij geestelijk bezit!
Onze gedachtewereld moet zich doorlopend instellen op het hogere,
dan zullen wij ook dit Hogere eens als bezit kunnen aanvaarden. Totdat die toestand
is bereikt, spreken wij van afstemming! Liefde voor de schepping ontwikkelt deze
afstemming op het Hogere in ons. Eerbied voor onze medemens, onverschillig van welke
kleur of ras, geeft ons een geestelijk fundament, dat slechts door liefde in stand
kan worden gehouden, lost op in de draaikolk van onze verkeerde gevoelens en gedachten!
Wij stijgen en dalen tegelijk met onze gedachten. Laten wij -- nu wij het voorrecht
bezitten om van deze ontzagwekkende krachten kennis te kunnen nemen -- elke dag trachten
in gedachten te stijgen. Het resultaat zal in deze, maar vooral in de volgende wereld,
van overweldigend belang blijken te zijn!
Sinclair Weston.
,,OVER KUNST GESPROKEN"
U houdt zeker van kunst, mijnheer, mevrouw, jongens
en meisjes? Natuurlijk, zult u zeggen, wie houdt er niet van? Wij gaan naar de bioscoop,
het toneel, de concertzaal, ik schilder zelf, mijnheer, heb een mooie stem, doe aan
muziek, schrijf leuke verhalen, ben bij een ballet aangesloten, of -- om eventjes
verder te gaan, -- ik ben expert op dat gebied, kunstverzamelaar, recensent, professor,
artiest!? En nu zijn wij zo ver, u bent artiest, of noemt zocht artiest, misschien
bent u een bekende ook; één -- die ,,arrivé"is en om zijn broodje niet meer hoeft
te vechten, of wel? Gelukkig voor u, wij gunnen het u van harte, zoals wij het ook
uw kunstbroeders toewensen, die minder met voorspoed gezegend zijn.
Maar -- doet
u nu ook heus aan kunst? Misschien een kinderlijke of naïeve vraag; u moet ons dit
niet kwalijk nemen, wij hebben een zo diep respect en eerbied voor alles wat met
DE kunst te maken heeft, dat wij gauw een beetje aarzelen, als u zich artiest of
kunstenaar noemt!
Maar u vindt dit toch niet erg, beste vriend of vriendin? Wij zijn
allemaal een beetje sceptisch ten opzichte van e waarde van prestaties, waarvoor
geniën als Leonardo da Vinci, Titiaan, Rafaël, Rembrandt, Bach, Beethoven, Mozart,
Dante, Shakespeare, Goethe, alles hadden moeten inzetten, de laatste druppel bloed
hadden moeten geven, om de wereld DE waarachtige kunst te kunnen schenken en daarmee
ook de fundamenten hiervoor, wij bedoelen -- de voorbeelden en maatstaven voor alles,
wat met kunst en meesterschap te maken heeft. En juist daarom gaat het ons nu. Wanneer
mogen wij en kunnen wij over 't algemeen van kunst spreken? Van een kunstenaar?
Zeker,
het kunnen niet allen Rafaëls en Wagners zijn, een beetje verschil moet er wel bestaan,
is het niet zo? Maar toch bestaan er zekere regels en normen, wetten zullen wij maar
zeggen, welke bepalen, wanneer de kunst begint -- en wanneer zij ophoudt kunst te
zijn, of helemaal geen kunst is. Wij denken namelijk, dat de mensen van deze tijd
ietwat te gemakkelijk met deze bepalingen, deze wetten, omspringen, dat er kortweg
alles onder het begrip kunst wordt gerangschikt, wat het amusement, het versieren
der huiskamer en de nagedachtenis van rampen dient. Of het nu de film is, of het
zeegezicht, dat in de slaapkamer hangt, of het monumentaal van een Zatkine of Epstein,
men spreekt van en over kunst en beseft daarbij niet eens, dat deze ,,prestaties"
met kunst prakties niet veel hebben uit te staan! Schrikt u niet, mevrouw, misschien
is er kunstgevoel aanwezig, of was aanwezig bij het maken van het één of ander, maar
-- kunst is nog heel iets anders, dan het kladderen met verf of klei, of een succesvol
thriller in elkaar zetten!?
Kunst is zoals wij het moeten zien, een diepgaande uiting
van de scheppende krachten, van het scheppende vermogen van de mens. En -- waar komen
deze krachten vandaan? En wanneer treden zij in werking, onder welke voorwaarde?
Van wie ontving een Bach zijn inspiraties voor de Mattheus Passion, een Rembrandt
voor zijn Nachtwacht, een Wagner voor zijn Parsival, een Goethe voor zijn Faust?
En waarom is niet iedereen een Wagner of Mozart? Hoef je dan niet slechts een studie
te volgen op een toneelschool of conservatorium en hard te werken, om straks deze groten
te kunnen evenaren, of tenminste te benaderen? Of -- als je meer van het rhythme
van deze tijd houdt -- om een groot bandleider te worden of een vermaarde filmster?
Eenvoudig? Neen, eenvoudig is het niet, helemaal niet! Maar -- omdat wij het net
over de filmster hebben, luistert goed, jongens en meisjes, onder jullie zijn beslist
weinig favorieten, die aanspraak kunnen maken kunstenaar te zijn; kunstenaar in de
zin des woords, zoals wij het willen vooropstellen.
,,Fotogeniek" te zijn en een
goede grappenmaker, maakt nog geen kunstenaar, dat kan uw schillenboer ook, als hij
zijn zondags pakje aantrekt en een hele bruiloft bezig houdt! Dat kon tante Mien,
als zij iets meer durf had gehad; en de ober van het Royal is net als Clark Gabel,
tenminste het snorretje lijkt op hem.
Wij konden zo doorgaan, een mooi stemgeluid
maakt nog geen Kathleen Ferrier en met een paar behoorlijk geschilderde appeltjes
ben je nog geen Rembrandt! Neen lady's en gentlemen, het kunstgevoel is niet te koop!!,
dat weten wij nu toch zeker allemaal, ook het vermogen niet om te scheppen en ook
het zuivere denken en voelen niet, dat er bij behoort. Hoort u het? Dit zijn eigenschappen,
karaktertrekken, die bij een hoger gevoelsleven behoren en zonder die, geen kunstenaar
een kunstenaar kan zijn of worden.
Wie aan centjes denkt, beste vrienden, als hij
scheppende is, mag en kan gerust zijn penceel of potlood neerleggen en dat is dan
een heel grof geformuleerde voorwaarde, de anderen zijn subtieler, raken wetten,
welke rechtstreeks met de ruimte, met Gods schepping te maken hebben en zonder die
geen echte kunst kan worden verstoffelijkt.
Als u ook een schilder bent, een ,,moderne
impressionist", zoals zij, de recensenten, dan zeggen en u hoeft nog niet eens een
Picasso te zijn, u weet het wel, die zich op het kubistisch futuristische geabonneerd
heeft, vanwege het succes, -- dan probeert u eens een mooi lichaam te schilderen,
zoals dit eens Van Dijck of Vermeer kon, probeert u het eens, kunstenaar en als je
dan nog bij de steun opgeeft kunstschilder te zijn, dan ben je of inderdaad een begenadigd
kunstenaar, of een bedrieger, voor je zelf en voor anderen.
Een kind van vijf jaar
schildert net zo als gij, misschien nog beter, omdat het voor het scheppen makkelijker
open staat, dan gij die alleen zich zelf ziet en zoekt. En zo zijn er duizenden,
honderdduizenden, die het op zolders, in cafés en in de grote salons over kunst hebben,
die met vliegende dassen en fluwelen broeken rondlopen, of, als zij geslaagd zijn,
het zwarte colbertje met de gestreepte broek verkozen hebben.
Kunstenaars! Ja wel! Laat
u maar liever de mooie piano in rust, hij zal u iets kunnen vertellen over klanken,
die u nooit en nimmer had kunnen opwekken en die u niet eens zult kunnen begrijpen.
Als Mozart nog langer had geleefd, had hij misschien nog vijftig symfonieën geschreven!
En waarom is er niet één onder u allen, die deze taak had kunnen overnemen? U zult
het toch zeker graag willen doen, maar u kunt het niet!! Daarvoor is het éénzijn
nodig met krachten, die kosmisch diep zijn, maar welke u niet lusten, kunstenaar,
omdat er geen greintje respect en begrip van het wezen der waarachtige kunst in u
leeft. Hard? Wij zijn niet hard, wij willen alleen eerlijk zijn en duidelijk!Wij
beminnen de kunst en de genieën, die haar dienden en zelfs al bent u geen genie,
als uw werk voor schoonheid en harmonie open staat en u het volmaakte daarbij zoekt,
de Goddelijke afstemming van het leven, dan bent u al onze vriend en geven wij u
graag de bloemen van ons hart.
Begrijp ons goed, kunstenaar, wij dienen uw gezag
beter door het vasthouden van eisen en maatstaven op een hoog niveau, dan dat wij
prestaties, onder het mom van kunst goed praten, die geen prestaties zijn, maar alleen
de normen voor de kunst gaan verlagen. Omdat het wezen der kunst Goddelijk is, dus
door de ruimte bezield, is het ook harmonisch en volmaakt! Daarvoor heeft Michel
Angelo gestreden en een Beethoven en daarvoor beleefde Bach zijn Golgotha, ook in
de ruimte, als u het weten wilt!
De mens wil niet denken, ook u niet, die aan kunst
doet, anders ging ge uw eigen doeken verscheuren en bij een huisschilder voor het
broodje werken en misschien -- wij zeggen misschien -- wordt na dit hoofdbuigen iets
in u wakker, wat uw eigen verf tot nu toe tegen hield en kun je straks een bezieling
beleven, die van het appeltje een universum maakt, maar, ook dan ben je er lang nog
niet, beste vriend, dat wonder moet eerst u bezit, uw innerlijk bezit worden en dat
te bereiken, valt niet mee, daar begint namelijk de Goddelijke Wijsbegeerte!?
B.v.
Baden.
OPWARMING, KLIMAATVERANDERING
EN OVERBEVOLKING
OP AARDE.
In dit artikel probeer ik uitleg te geven over het probleem, dat de hele
wereldbevolking bezig houdt.
Wetenschappers zijn nu al jaren bezig om de oorzaak
van de opwarming van de aarde en de klimaatsverandering te vinden. Er wordt heel
wat over en weer gesteggeld wat nou waar of niet waar is. Grote conferenties worden
er gehouden om alles in kaart te brengen en uit te vogelen wat in de toekomst de
gevolgen voor de mensheid zal zijn, indien er niet wordt ingegrepen. Bekende namen
zoals Al Gore en Bill Clinton houden zich met dit probleem bezig en geven over de
hele wereld lezingen. Mijn vraag komt nu om de hoek kijken, waarvoor doen ze dat!
Is het werkelijk zo, dat ze de mensheid willen waarschuwen, of is het inspringen
op iets wat deze wereld bezig houdt en ze daar dik geld aan proberen te verdienen.
Wat mij wel opvalt is, dat men verschrikkelijk bezig is met bangmakerij en doemscenario's.
Op 3 februari 2007 kwamen al de wetenschappers, die in Parijs op een conferentie
bijeen waren, tot een eensluidende uitspraak: De mens is de oorzaak van al deze veranderingen
door teveel Co2 uitstoot. Natuurlijk zijn er ook andere wetenschappers die het tegenovergestelde
beweren, maar niemand kan tot nu toe voor honderd procent aanwijzen wat de oorzaak
is.
Als ik de boeken van Jozef Rulof erbij haal, kan ik wel verschillende oorzaken
aanwijzen die mede van invloed kunnen zijn voor deze problemen. Maar daar vind ik
ook geen duidelijke oorzaak. Er speelt ook nog mee, dat er in die tijd geen of weinig
problemen waren met de bovenstaande punten en Gene Zijde zich daar ook niet over
heeft uitgesproken. Wel, dat de overbevolking voor grote problemen zou kunnen zorgen.
Toch wil ik naar aanleiding van deze boeken, oorzaken aanhalen waar ik de wetenschappers niet
in het openbaar over heb horen spreken. Tenminste ík heb ze er nog nooit over gehoord,
óf ze weten het niet, óf ik heb het gemist.
Onze aarde bestaat volgens de wetenschappers
ongeveer 4.5 miljard jaar. En toch staat onze aarde nog maar in haar kinderschoenen.
Zij is nog steeds bezig met haar evolutie net als de mens. Deze evolutie betekent,
dat er aardbevingen, zeebevingen, overstromingen, stormen, orkanen, windhozen en
vuurspuwende vulkanen kunnen voorkomen. Wist u trouwens, dat de vulkaankraters de
longen van de aarde zijn?
Er zal eens een tijd komen, dat al deze rampen niet meer
op aarde voorkomen. Het klimaat zal op heel de aarde hetzelfde zijn en er zullen
zich geen rampen meer voordoen. Dat er op aarde periodes voorkomen van extreme hitte
of extreme koude, heeft ook met de evolutie van de aarde te maken. Zoals u waarschijnlijk
wel weet: Evolutie betekent groei, groei betekent werking en deze werking van de
aarde zien wij in al deze dingen terug.
Overbevolking:
Een andere oorzaak voor deze
klimaatsverandering en opwarming van de aarde is de overbevolking. Deze overbevolking
is door onze eigen schuld ontstaan. Ja, wij allen zijn daar schuld aan. U, ik, ieder
mens op deze planeet. Onze planeet aarde zou eigenlijk al helemaal niet meer bewoond
moeten zijn. Maar wij als mens hebben ons in vorige levens zo vergeten, dat we nog
steeds weer terug moeten naar de aarde (incarneren), om goed te maken wat we eens
fout hebben gedaan. Kijkt u maar eens in de geschiedenis terug wat de oorzaken zijn:
Oorlogen, moord, verkrachting, zelfmoord, abortus, je medemens bestelen en nog veel
meer oorzaken die direct te maken hebben met overbevolking.
Al deze daden moeten
worden goedgemaakt. Dat houdt in, dat we steeds maar weer terug moeten naar de aarde.
Laten we de Tweede Wereldoorlog als voorbeeld nemen. Miljoenen mensen zijn toen te
vroeg overgegaan. Hun levens werden abrupt afgebroken, ondanks dat het hun tijd niet
was. Als al deze mensen normaal hun leven hadden af kunnen maken, waren er heel veel
bij geweest die niet terug hadden hoeven komen. Maar door hun te vroeg overgaan,
keren deze zielen weer terug naar de aarde om de jaren die hun in dat leven zijn
afgenomen alsnog op aarde af te maken. Degene door wie ze om het leven zijn gekomen
moet hem of haar dat leven teruggeven, dus de dader zal ook terug moeten naar de
aarde als moeder om deze ziel het leven weer te geven. Omdat ook nog kosmisch vastligt,
wanneer een ziel als man of als vrouw terug naar de aarde gaat, komt er nog een probleem
bij. De ziel die het leven moet ontvangen van die moeder, kan soms wel honderden
of duizenden jaren moeten wachten voordat de dader als moeder op aarde komt en dan
kan ze haar moord goedmaken door hem het leven terug te geven.
Deze moeder die er
vaak vele levens over doet om van man naar vrouw op deze aarde terug te keren, moet
door deze moord dus vele malen naar de aarde terug voor ze als vrouw deze ziel kan
ontvangen. Dus ook deze ziel had waarschijnlijk, indien hij niet had gemoord, niet
meer op aarde hoeven terug te komen. Als we dit bij elkaar optellen, kunt u er zich
misschien een voorstelling van maken. Zolang de mens bestaat, brengt deze verschrikkelijk
veel dingen teweeg, waardoor ze aan de aarde vast blijven zitten en ze niet verder kunnen
aan Gene Zijde. Steeds weer terug. Dat verklaart de gigantische overbevolking, die
er op onze aarde heerst. Dus: ''eigen schuld dikke bult''.
Nu ik de oorzaak een beetje
in kaart heb gebracht en u hopelijk iets duidelijker is geworden wat de oorzaak is
van overbevolking, kom ik nu terug op de opwarming der aarde die hier direct mee
heeft uit te staan.
In de jaren 60 van de vorige eeuw waren er drie miljard inwoners
op deze planeet. Nog geen 50 jaar later is dit al verdubbeld naar zes miljard.
Waar
mensen zijn, moeten huizen komen om te wonen, winkels en andere voorzieningen. Fabrieken
om voor deze mensen te produceren en bedrijven waar ze kunnen werken. Je zou dus
bijna kunnen zeggen, dat ook de gebouwen en andere voorzieningen op deze aarde zijn
verdubbeld. U weet ook, dat de mens warmte produceert door zijn lichaamstemperatuur.
In streken waar het soms koud is, wordt gestookt door centrale verwarming of gaskachels
of misschien wel met houtvuur.
Op al deze plaatsen wordt de kou getemperd door verwarming
van de mens. In een gebouw, zelfs al wordt er niet gestookt, zal het in de winter
nooit zo koud zijn als in de open lucht. Kijk ook maar eens hoeveel auto's, bussen
en treinen, er in de laatste vijftig jaar zijn bijgekomen. Dit zijn ook allemaal
warmte producerende instrumenten. Als we dit alles bij elkaar optellen is het niet
zo verwonderlijk, dat het minder koud wordt in de winter op sommige plaatsen op aarde.
Met andere woorden: de kou wordt verdreven door de warmte die wij als mens produceren.
Het is ook al jarenlang bekend, dat het op het platteland altijd veel harder vriest
dan in de stad. En in de zomerdag blijft de warmte hangen in de stad.
Misschien bent
u na een erg warme dag 's avonds wel eens lekker een stuk gaan fietsen of wandelen
in het bos of buitenaf. Is het u dan nooit opgevallen, dat wanneer u weer tussen
de eerste huizen van de stad komt, u de warmte weer tegemoet komt, iets waar u buiten
de stad weinig van hebt gemerkt.
Dus voor mij is het zeer simpel: Er wordt steeds
meer warmte op deze aarde geproduceerd, dus moet het wel minder koud worden. Maar
ik ben er van overtuigd, dat, al zal de mens de milieuregels ook aan zijn laars lappen
en ook niets doen aan de Co2 uitstoot, moeder aarde zelf wel in zal grijpen, zodat de
natuur en alles zich weer herstelt.
Laten we dan ook niet verbaasd opkijken, als
in de toekomst er zich nog meer problemen zullen gaan voordoen.
Henk Roesink.
NATUURWETTEN.
Natuurwetten
zijn a.h.w. de Regels van onze Goddelijke Kern. Het zijn de regels die we allemaal
allang weten vanuit ons Geweten, de Kennis in onze Ziel, waarmee kinderen al geboren
worden. Zij zijn al blij en lachen daarom vaak. Ze verwachten liefde en rechtvaardigheid,
negativiteit is hen vreemd.
Als wij als ouders onze jonge kinderen de Natuurwetten zouden voorleven, zullen zij later niet gauw ontsporen. Vanuit ons verstand leggen wij ouders hun een patroon op, waarvan zij zich later weer moeten ontdoen. Kinderen moeten aan onze verstandsnormen voldoen, terwijl wij geen oog hebben voor wat zij meebrengen aan universele Zielswaarden.
Zo raken veel van de huidige nieuwetijdskinderen al op jonge leeftijd gefrustreerd. Zij vinden hier op aarde tegenstrijdige normen en waarden en zijn nog niet bij machte daartegen hun stem te verheffen, maar zij zullen later de leiders van de Nieuwe Tijd zijn en hun Missie met veel pijn en moeite zien te bereiken.
In de komende tijd zullen veel mensen na doorstane ellende al of niet door klimaatsverandering rijp geworden zijn om zich op hun leven te bezinnen en komen dan uiteindelijk bij de Natuurwetten terecht. In de 10 Geboden en het Onze Vader is daar al een goede aanzet aan gegeven, en nu na zoveel duizend jaar lappen wij dat nog steeds aan onze laars. Met alle gevolgen van dien, zo boven, zo beneden, zo binnen in onszelf, als buiten in de natuur.
Wij zijn de scheppers van ons eigen leven in het verleden, nu en in de toekomst.
Hopelijk gaan wij ooit volgens de Natuurwetten te werk, wij krijgen dan een betere
wereld.
Maria Staring.