ANTHONIE VAN DIJCK EN ZIJN TAAK VOOR DE MENSHEID.
Als wij het over meester Alcar hebben, dan weten wij allemaal over wie wij spreken.
Waarschijnlijk weten wij ook dat hij in zijn laatste stoffelijke leven de bekende Vlaamse schilder Anthonie van Dijck was.
Maar weten wij wel iets meer over deze schilder dan alleen maar het feit dat hij de beste leerling was van Peter Paul Rubens?
Laten wij even teruggaan in de geschiedenis. Anthonie van Dijck werd geboren te Antwerpen als zevende kind in het gezin van Frans van Dijck op 22 maart 1599. 
Zijn vader was een koopman in stoffen en laken en behoorde tot de welgestelde ingezetenen van de stad. Zijn moeder heette Maria Cuypers, die de naam,had een bekwaam borduurster te zijn. Zij stierf in het kraambed tijdens de geboorte van haar twaalfde kind op 17 april 1607. Anthonie was toen acht jaar oud.

Op zijn tiende jaar ging hij in de leer bij de ANTHONIE VAN DIJCK schilder Hendrik van Balen en in 1612 werd hij een leerling van Peter Paul Rubens, alwaar hij zich ontplooide als een schilder van formaat, die al zijn medeleerlingen verre overtrof in de schilderkunst. Hij werd een der voornaamste medewerkers van Rubens en dit bleef hij totdat hij in september 1620 zijn eerste reis naar Engeland maakte op verzoek van Lord Thomas Howard, de graaf van Arundel. 
Hij werd door de Engelse koning Jacobus I aangesteld als hofschilder met een traktement van 200 pond per jaar. Anthonie voelde zich aan het hof toch niet op zijn plaats en in februari 1621 vertrok hij weer naar Antwerpen. Rubens ontving hem met open armen, want hij werd overstelpt met orders voor de 'versiering van kerken en kloosters.
Zijn verblijf te Antwerpen duurde niet lang, want op 3 september 1621 vertrok hij voor een reis naar Italië. De eerste stad die hij aandeed was Genua, later volgden Venetië, Florence, Rome, zelfs Sicilië vereerde hij met een bezoek. In Italië bouwde hij zich een grote reputatie op als portretschilder en hij was een graag geziene gast aan het pauselijk hof.

In de zomer van 1626 arriveerde Anthonie weer in Antwerpen, juist op een tijdstip dat Rubens op een diplomatieke missie was naar Spanje en pas weer in 1630 zou terugkeren. In 1627 maakte hij nog een korte reis naar Engelánd, maar omdat zijn beschermheer de graaf van Arundel zijn invloed aan het hof had verloren, gelukte het Antonie niet om bij de koning in audiëntie te worden ontvangen. Hij keerde weer terug naar Antwerpen en schilderde vele religieuze stukken, totdat in 1631 de reiskoorts hem, weer te pakken kreeg en hij de reis naar de noordelijke Nederlanden aanvaardde.
In 's-Gravenhage. verbleef hij aan het stadhouderlijke hof van Frederik Hendrik en diens vrouw Amalia van Solms. Van hen beide en hun kinderen schilderde hij een aantal portretten. Hij verbleef ook enige tijd in Haarlem alwaar hij kennismaakte met de bekende Nederlandse portretschilder Frans Hals.

Weer keerde hij terug naar Antwerpen, maar niet voor lang, want in het voorjaar van 1632 reisde hij voor de derde keer naar Engeland. Nu was de sfeer aan het Engelse hof verbeterd en Anthonie raakte zeer bevriend met de Engelse koning. Deze Karel I overlaadde hem met gunsten en sloeg hem tot ridder.
Anthonie keerde na enige tijd weer terug naar Vlaanderen en verbleef afwisselend in Antwerpen en Brussel. In de laatstgenoemde stad was hij werkzaam als hofschilder van Isabella, de regentes der Zuidelijke Nederlanden. Op 18 oktober 1634 werd hij tot eredeken van het Sint Lucasgilde benoemd. een eer die vóór hem alleen Rubens ten deel was gevallen. In dat zelfde jaar keerde hij weer terug naar Engeland waar hij met vreugde door het Engelse hof werd ontvangen. De gehele Engelse adel kwam bij hem op het atelier om door hem te worden geportretteerd.
In 1640 k reeg hij bericht vanuit Antwerpen dat Peter Paul Rubens was overleden, tévens was door politieke verwikkelingen koning  Karel 1 genoodzaakt zijn hof naar York over te brengen.

Deze twee feiten deden Anthonie besluiten om weer naar Antwerpen terug te keren. Hij beleefde nu weer een productieve periode en kreeg meer opdrachten dan hij kon afleveren. Dit duurde niet lang, want weer kreeg de reiskoorts hem te pakken en in januari 1641 vertrok Anthonie naar Parijs in de hoop van de Franse koning Lodewijk XIII de opdracht te krijgen om enkele zalen van het Louvre te mogen beschilderen.
Door tegenwerking van het Franse schildersgilde ging de opdracht zijn neus voorbij en werd Nicolaas Poussin met de opdracht belast. Anthonie zag nog wel kans om een portret te schilderen van kardinaal Richelieu, maar door zijn afnemende gezondheid besloot hij naar Engeland terug te keren om zich bij zijn vrouw Mary Rutven te voegen met wie hij in 1639 was gehuwd.
|
Op 16 november 1641 verkreeg Anthonie van de Franse koning een reispas voor hemzelf, zijn reiswagen met vier paarden en vijf bedienden. Het zou de laatste maal zijn dat hij zich op reis begaf naar Engeland en Europa zou de Prins van de schilderkunst nooit meer aanschouwen.
In Londen aangekomen kreeg Anthonie een zware longziekte en zijn gezondheid ging nu snel achteruit. Op 1 december 1641 schonk zijn vrouw het leven aan een dochter, op 4 december liet Anthonie zijn testament maken en op 9 december 1641, juist op de dag dat zijn dochter bij het doopsel de naam Justina ontving, sloot Anthonie van Dijck voorgoed de ogen op de leeftijd van 42 jaar, 8 maanden en 17 dagen.
Hij kreeg van de Engelse koning een staatsbegrafenis die alleen de allergrootsten van het land ten deel vielen. Op 11 december 1641 werd zijn stoffelijk overschot bijgezet in de St. Pauls Cathedralo Deze kerk werd tijdens de grote brand van Londen in 1666 volledig in de as gelegd, zodat de juiste plaats van het graf van Anthonie van Dijck niet meer te achterhalen valt.

Het bovenstaande was zeer in het kort het leven van Anthonie van Dijck. De lezer zal begrijpen dat hij een van de begenadigde kunstenaars was die zijn inspiratie uit hogere bronnen ontving. Anthonie van Dijck stemde zich af op het hogere en maakte zich ontvankelijk voor de krachten die op hem inwerkten. Als kunstenaar voelde hij soms heel duidelijk de inwerking van voor hem onzichtbare machten. In zijn vele gesprekken met Peter Paul Rubens kwam dit dikwijls naar voren. Anthonie van Dijck was zelf van mening dat zijn meesterschap als schilder geen doel op zichzelf was, maar eerder een middel om een doel te bereiken wat hem tijdens zijn leven op Aarde nog niet geheel helder voor ogen stond. Tijdens dit leven zag hij die machten en krachten dikwijls in de vorm van nauwelijks waarneembare gedaanten en schimmen, waarvan hij de stellige overtuiging had dat dezen hem inspireerden en zijn werk die grootheid gaf waardoor hij zich onderscheidde van alle andere schilders. Een bepaalde graad van helderziendheid moest hem wel aangeboren zijn.
Nu 350 jaar later weten wij meer van deze kunstenaar. Het is ons nu bekend, dat hij als Meester Alcar zijn werk voortzet ten behoeve van de gehele mensheid.

Het kunstenaarschap van Anthonie van Dijck werd gevormd in vele voorafgaande levens, zoals wij die allemaal hebben moeten beleven om te geraken tot wat wij nu zijn. In deze eeuw liet hij door Jozef Rulof een serie boeken tot stand komen, die voor de gehele mensheid van belang is en de zoekende en vragende mens een uitleg geven voor al zijn problemen. Het was geen toeval dat hij schilder was, want diegene die het ware kunstgevoel bezit zal openstaan voor alle andere gaven die God de mensheid schenkt.
Kunst  onverschillig of dit toonkunst dan wel beeldende kunst is, zal de mens die er voor openstaat de juiste richting aangeven, waar hij moet zoeken om een antwoord te vinden op al zijn levensvragen.
Meester Alcar begon tijdens zijn aardse leven door onder andere het schilderen van religieuze voorstellingen de mensheid er van te doordringen dat doodgaan een irreëel iets is, een menselijk abstract begrip, beter gezegd een wanbegrip.

Hij die de KUNST verstaat en de boeken van Jozef Rulof leest is van zichzelf overtuigd van een eeuwig voortgaan. Geboren uit de wateren en weer terug tot de Alvader,  denk niet in jaren of eeuwen, tijd speelt in de evolutie van de mensheid geen enkele rol. Vergeet de tijd want de eeuwigheid is ruim bemeten en geeft de evoluerende mens alle gelegenheid om met vallen en opstaan daar te komen waar zijn einddoel ligt.
Wees niet bang voor de schijnbaar ingewikkelde wetten van de metafysica, Na een of twee keer lezen van de boeken zullen ze uw geestelijk bezit nog kwartier lezen vergt voor velen onder ons een half uur nadenken en dat is  gene zijde precies bedoelen: MENS DENK NA!!

Deze eeuw wordt niet voor niets de Eeuw van Christus genoemd, een enorme technische vooruitgang gepaard gaande met een groeiende honger naar lectuur, die de mens wil overtuigen van een leven na de dood, een eeuwigdurend leven, waarin wij echter niet op onze lauweren kunnen gaan rusten, maar waar wij ons moeten bekwamen voor de taak die ons later zal worden opgelegd en die wij graag zullen aanvaarden, omdat wij dan de wetenschap zullen hebben, dat wij vooruit gaan door te DIENEN.
De wereld heeft vele wijsgeren gekend, die reeds aanvoelden dat het bij de dood ophoudt, o.a. Socrates, Plato, Kant, Rudolf Steiner en Frederik van te noemen. Zij allen zetten hun gedachten op papier en gaven aan de gevoelens verstonden grote geestelijke wijsheid mee.
Dit zijn mijn gedachten die ik op papier zette, waarbij ik een oprechte hoop heb, dat het velen zal bereiken, misschien zal het voor hen een deur openen naar een bewuster leven en zal het hun angsten wegnemen of kwellende vragen beantwoorden.
R. H. M. M.

                                                   BEGRAVEN TALENTEN.
Een levendige stroom van muziek brengt u de gemoed stemming voor de geest van de kunstenaar op het ogenblik dat hij die componeerde en evenzo van hen die ze uitvoerden. In de toekomst zal muziek voor elkeen even nodig blijken te zijn als lezen en schrijven het nu is, want het zal ons hoe langer hoe duidelijker worden welk een veelomvattende levensfactor muziek voor een ieder is.
Velen hebben meer "muziek in zicht" dan over het algemeen gedacht wordt en ieder van hen zou deze kunnen uiten op het één of andere instrument of met hun eigen stem, zelfs al werden zij door niemand geholpen.

Muziek is elke menselijke ziel aangeboren en trilt mede met de harmonie van het heelal. Vele der aangrijpendste melodieën zijn ontstaan zonder dat er studie aan vooraf is gegaan, direct uit het hart gevloeid, zoals bijvoorbeeld bij de gevangen negers in Amerika dikwijls is voorgekomen.
Om veel van de levensgeest der natuur in u op te nemen, behoeft ge niet juist in de zinnelijke omgeving er van te zijn. Kunt ge vanuit uw kamer zo in het vrije veld stappen of uit uw venster een mooi uitzicht hebben in de ongerepte natuur, des te beter. Maar. wanneer ge lange wandelingen gaat maken in heide of bos om zodoende een frisser gezondheidselement in u te kunnen opnemen, dan kunt ge u dikwijls vergissen. Is uw lichaam in het één of ander opzicht zwak, of het weer kil of scherp koud, dan kunt ge op die wijze meer kracht uitgeven dan ge ontvangt en zwakker en vermoeider thuis komen dan ge bent heengegaan, want dan hebt ge niets van de kracht van al wat om u heen leeft tot u kunnen nemen. Als uw geest te veel met uw lichaam te doen heeft, kan hij die andere krachten niet bereiken. Daarvandaan komt het dat zo menige landbouwer reeds tegen zijn vijftigste jaar op en oud en ziekelijk is, al heeft hij temidden der mooie natuurtonelen geleefd. Hij kon daar echter niet van genieten, omdat hij in een boom voornamelijk brandhout zag en die op zijn tijd zonder het minste hartzeer omhakte. En hij kon naar onze materiële levensverhoudingen gerekend niet anders dan zijn economisch welzijn voor alles laten gelden.

Door echter in de natuur slechts dat te waarderen waaruit hij munt kon slaan en bijna niets van de geestelijke grond er van te beseffen, sneed hij zich een grote krachtbron van zijn leven af.
Maar gij, die gaarne aan deze dingen denkt, gij kunt zulke natuurkrachten tot u trekken: zelfs al zijt ge in een kamer midden in de stad en al wordt de hemel bijna ingesloten door al de hoge gebouwen om u heen, toch kunnen zij de bossen en de witte hoge golven en de lichte bries die met de zonnige wolken speelt niet uit uw gedachten verbannen. Noch kunnen zij het verhinderen dat hun spirituele kracht tot u komt en uw lichaam en geest als met een toverstaf aanraakt.

Waarom houden kinderen er zo van om de neervallende sneeuwvlokken gade te slaan? Omdat de geest in zijn nieuwe lichaam veel sterker het verband voelt met de geest en de kracht van de sneeuwvlok. Omdat die geest dan nog veel meer open staat voor de spirituele invloed die er van uitgaat dan enige jaren later, wanneer die alweer begraven licht onder de stoffelijke gedachten die bijna alom heersen onder de volwassen mensen, met wie het kind in dagelijks contact leeft. Toen de Christus van Judea tot de Joodse ouderen zijde: "Zo gij lieden niet wordt gelijk dit kindeke, zo kunt gij het Koninkrijk der Hemelen niet binnen treden", meende hij, zoals de tekst het reeds uitdrukt, dat een geest bij elk nieuw lichaam dat hij gebruikt in zijn jongere levensjaren een helderder begrip en vermogen heeft om de grond van alle dingen om hem heen te aanschouwen en er van te genieten dan op latere leeftijd en dat de frisse kracht en de levensvreugde van kinderen niet, zoals gewoonlijk verondersteld wordt, komen door de jeugd van het fysieke lichaam, maar doordat dezelfde geest, die bij zijn laatste lichamelijke dood een gewicht heeft afgeworpen wat hem te zwaar was om te dragen, nu in zijn nieuwe omhulsel een tijdlang zijn groot geestelijk vermogen gevoelen kan.

Dat is juist de geestelijke gesteldheid die wij ons zelve willen bezorgen. Wij hebben ook hard nodig die spirituele kracht die het kind ontvangt. Die zal ons eeuwig jong doen blijven. Wij verlangen met ons hele hart naar dit vermogen van de kindsheid zonder haar onwetendheid en hulpeloosheid. Wij wensen wijs te zijn zonder het onaantrekkelijke en afgeleefde van de ouderdom. Groter wijsheid moet leven en jeugd aanbrengen in de wijdste zin. Ouderdom en verval van krachten zijn geen tekenen van de hoogste wijsheid. Zij zijn tekenen van onwetendheid. "De boom kent men aan zijn vruchten"
Een oogst van zwakheid en afnemende krachten wijst ergens op een defect.
Gesteld dat gij opeens zoudt bemerken dat gij enige nieuwe organen en zintuigen had gekregen, overeenkomende met uw mond, uw maag en uw zintuig van de smaak; gesteld ook dat ge in bomen, planten en alle gezonde en sterke schepselen een nieuwe substantie of nieuw element zoudt vinden dat ge nooit gezien of waarvan ge vroeger nooit gehoord had en dat uw nieuwe mond in staat was het in te nemen en te maken dat het zich' vereenzelvigde met uw geest en lichaam en dat het bleek een bron van kracht en verfrissing voor beide te worden, nu, precies op dezelfde wijze dienen uw andere geestelijke zintuigen u en evenzo nemen zij deze spirituele tot zich om u te verfrissen en te vernieuwen.

Alleen zijn deze vermogens, overeenstemmend met uw stoffelijke mond, smaak en maag, nu nog in een betrekkelijk zwakke toestand. Zij zijn gelijk aan de zwakke kindermaag met haar beperkte vatbaarheid om onderhoud en kracht te putten uit stevig voedsel, in haar jonge jaren. Maar evenals de kinderen moeten deze geestelijke organen of vermogens sterker worden door oefening, opdat zij meer van het voedsel dat hun gegeven wordt, in zich kunnen opnemen. Deze gezonde, sterke gedachte, de lessen van de geest en van de kracht der natuur, zal u niet alleen ten zegen worden, maar ook uw sluimerende talenten tot hun recht te laten komen.
Prentice Mulford.

                                            ZIJ DIE ONS VOORGINGEN....
Marie Corelli werd op 1 mei 1855 geboren en verliet het aardse leven op 24 april 1924. Zij schreef tijdens haar leven vele boeken, die ons stuk voor stuk met de realiteit van het leven verbinden. De dood werd door haar niet gezien als het absolute einde van alles. Een bekende uitspraak van haar was:
,,EEN DOOD IS ER NIET, WAT ZO SCHIJNT IS OVERGANG''.
Wij weten van Jozef Rulof dat zij onder inspiratie schreef. Zo verhaalde zij in haar boek Barabbas het machtige epos rond Golgotha. Er is geen moment in de geschiedenis van de mens op te noemen dat dieper ingrijpt op de menselijke geest dan het gebeuren op Golgotha. Marie Corelli was een wonderbaarlijk instrument.

Ondanks haar grote betekenis had- die zij voor vele mensen die in haar tijd naar geestelijke wijsheid zochten - treffen wij echter in de encyclopedie slechts een onbeduidende persoonsbeschrijving van haar aan: Een schrijfster van formaat die in het midden van de vorige eeuw werd geboren. Haar werk wordt omschreven als ,,oppervlakkig, religieus pathetisch''.
Marie Corelli is een van de vele zielen die zich volledig heeft ingezet om de mensheid tot een beter ,,zijn'' te voeren. Wij vonden het alleszins te rechtvaardigen, in het kader van ons denken nog eens even bij haar werk stil te staan.
Uit haar boek ,,Het Eeuwige Leven'' citeren wij hieronder een gedeelte, waaruit haar voelen en denken in een wereld van een honderd jaar geleden volledig tot zijn recht komt. Ze kan hiermee een van de wegbereiders voor de Universiteit van Christus worden genoemd. 

In het Evangelie van de enige Goddelijke Vriend, die deze wereld ooit heeft gehad, of ooit zal hebben, lezen wij van een stem, de ,,Stem eens roepende in de woestijn''. Er zijn duizenden van die stemmen geweest, de meesten zonder uitwerking. Hun echo's vormden een belangrijk deel van de wereldgeschiedenis, van de oorsprong van de wereld af hebben zij hun waarschuwingen en smekingen vergeefs doen horen. De woestijn heeft er nooit acht op geslagen. De woestijn wil ze ook nu niet horen. Waarom voeg ik dan een ongewenste noot bij het koor van afgewezen aanklachten? Hoe durf ik mijn stem in de woestijn verheffen te als andere stemmen, veel sterker en lieflijker, verdrinken in het gelach van de dwazen en de bespotting van de goddelozen? Waarlijk ik weet het niet. Maar ik ben er van overtuigd dat ik niet word gedreven door eigenliefde of aanmatiging. Het is slechts uit liefde en medelijden met de lijdende mensheid, dat ik beproef, een nieuwe, versmade stem te worden, een stem, die, indien al gehoord, mogelijk alleen dient om de spotlust van de een of andere dwaas op te wekken maar, al zou dit zo zijn, dan zou ik het toch niet anders wensen. Ik heb er nooit naar gestreefd één met de wereld te zijn, of mijn woorden in te richten naar de conventionele stromingen van het ogenblik.

Ik ben menigmaal aangevallen, toch ben ik niet gewond. Ik ben eveneens dikwijls geprezen, ik ben niet hoogmoedig geworden. Ik heb geen tijd om te letten op de meningen, die hetzij goed, hetzij kwaad, mij onverschillig zijn. En wat smart ik moge hebben gevoeld of gevoeld door de invloed van de menselijke boosaardigheid, dan is dit slechts door het feit, dat menselijke slechtheid bestaat - niet door de poging, die gedaan is mij kwaad te doen. Wat mij betreft, ik heb geen ogenblik te verliezen in dat, wat men leven noemt, doch wat inderdaad geen leven is. Ik volg de hemelse zaligheid - niet de schaduwen. Dus of gij, - die in de duisternis die gij zelf hebt gemaakt ronddoolt,- wenst te komen tot het kleine licht, dat mij voorlicht, of dat gij u geheel van mij af wil keren, in de door u zelf geschapen donkere afgronden, is mijn zaak niet. Ik kan u niet dwingen mij gezelschap te houden. God zelf kan het niet doen, want het is Zijn wil en Wet dat elke menselijke ziel zijn eigen eeuwigheid zal scheppen. Geen sterveling kan het heil van een ander maken.

Ik ben, evenals gij, in de ,,Woestijn'' - maar ik weet dat er middelen zijn om haar te doen bloeien als een roos! Echter - al werd mijn gehele hart en al mijn liefde over u uitgestort, toch zou ik u de Goddelijke heerlijkheid niet kunnen leren, tenzij gij eveneens met uw gehele hart en al uw liefde, vast en onomstotelijk wilde leren. Desalniettemin, ten spijt van uw mogelijke onverschilligheid - uw halsstarrigheid kan ik u, zelf vrede en rust voor mijzelf genietende, niet voorbij gaan zonder tenminste te hebben beproefd, die vrede en die rust met u te delen. Velen van u zijn zeer bedroefd, en ik zou liever zien dat u gelukkig was. Uw levenswijze is beuzelachtig en niet bevredigend - uw zogenaamde aangename zonden brengen u in ongedachte smarten en ongelegenheden - uw idealen met betrekking tot genot en vooruitgang blijven ver beneden uw dromen - uw vermaken liggen als een lijkkleed op uw oververmoeide zinnen - uw jeugd snelt heen, als een vlokje dons van de distels, gedreven door de wind - en gij besteedt al uw tijd met koortsachtig te beproeven te leven, zonder het LEVEN te verstaan.

Het leven, het voornaamste van alles, het wezen van alles - het LEVEN, dat het uwe is, om vast  te grijpen en vast te houden en te herscheppen, telkens en telkens weer in uw eigen persoon - dit kostbare kleinood werpt gij weg en als het buiten uw bereik valt door uw eigen daad, meent gij, dat zulk een einde nodig en onvermijdelijk was. Arme, ongelukkige stervelingen! Zo zelfgenoegzaam, zo trots, zo onwetend. Evenals enkele onnozele eenvoudige lieden, die, als zij een diamant gevonden hebben, geen onderscheid er in zien met een stuk glas; gij met het Heelal rondom u vliegende in machtige cirkels ter verdediging en bescherming, steeds herscheppende een macht, die u ter beschikking staat om te gebruiken en in bedwang te houden. Gij meent dat de ganse Kosmos een voortbrengsel is van niets dan blind, dom Toeval en dat het Goddelijke Leven, dat in u trilt, geen ander doel heeft dan u naar de DOOD te voeren! Zeer verwonderlijk en zeer deerniswaardig is het, dat zo'n dwaasheid, zulk een godslastering nog bestaat - en dat de mensheid aan de Almachtige Schepper nog altijd minder wijsheid en minder liefde toeschrijft dan die, waarmee Hij zijn schepselen heeft begiftigd. Want de allereerste les van de wetenschap is, dat Leven het Wezen van God is en dat elk goed resultaat van het individuele Leven onsterfelijk is als God zelf! De ,,Woestijn'' is uitgestrekt - en daarin vinden wij onszelf toch.

Sommigen verdwaald ronddolende - enigen lusteloos in de duisternis, neerhurkende, te vermoeid om zich te bewegen, anderen ronddrentelend in ijdele onverschilligheid, nu en dan in twijfel vragende, hoe spoedig en waar de reis zal eindigen - en weinigen, steeds ontdekkende dat het in het geheel geen ,,Woestijn'' is, maar een tuin van lieflijke visioenen en geluiden, waar elke dag zaligheid moest zijn en elke nacht zegen. Want als de sluier van hetgeen slechts schijn is, wordt opgeheven, dan worden wij niet meer verleid om schijn voor wezen te nemen. De werkelijkheid van het Leven is Geluk; de Begoocheling van het Leven, die wij zelf scheppen door onjuiste waardering en onvolmaakt begrip van onze eigen krachten, moet wel smart veroorzaken, want in zulk een zelfmisleiding zien wij slechts vaag de waarheid, evenals iemand, die blind geboren werd, slechts kan gissen, hoe schoon de heldere dag is. Maar voor de ziel die Zichzelf heeft gevonden, zijn er geen misleidende lichten of schaduwen meer tussen zijn eigen eeuwigheid en de eeuwigheid van God. Over de ganse wereld zijn er godsdiensten van verschillende soorten, meer of minder zich voegend naar de verschillende typen en rassen van de mensheid.

De meeste van deze geloofsvormen zijn geboren uit het peinzend brein van de mens zelf en hebben niets GODDELIJKS in zich. In de vroegste eeuwen waren bijna alle geloofsbelijdenissen niets dan middelen om de onwetenden en zwakken door schrik te dwingen - en enige ervan waren zo bloeddorstig en ruw, dat men er niet van kan lezen zonder een huivering of afkeer. Hoe het zij, van het eerste ontwaken van het verstand af blijkt, dat de mens steeds de noodzakelijkheid heeft gevoeld in iets sterkers en duurzamers te geloven, dan hijzelf is - en zijn eerste tasten naar waarheid leidde er hem toe, liever dwaze denkbeelden te ontwikkelen van iets, dat wreder, meedogenlozer en slechter dan hijzelf is, dan idealen schoner, rechtvaardiger, getrouwer en liefdevoller dan hijzelf te koesteren.

De dageraad van het Christendom bracht de eerste schemerachtige mogelijkheid, dat een evangelie van liefde en medelijden ten slotte meer dienstbaar kon zijn aan de noden van de wereld, dan een onbarmhartig wetboek van slachting en wraak, ofschoon de geschiedenis ons leert, dat de annalen van de christenheid zelf bevlekt zijn met misdaad en tot schande gemaakt door het vergieten van onschuldig bloed. Slechts in latere jaren is de wereld vaag bewust geworden van de ware Kracht, die achter en door alle dingen werkt - de ziel van het Goddelijke, of het psychisch element, dat alle zichtbare en onzichtbare Natuur leven geeft en bezielt. Deze ziel van het Goddelijke - dit psychisch element echter, is van de hedendaagse christelijke geloofsbelijdenis bijna geheel uitgesloten, hetgeen ten gevolge heeft, dat de geloofsbelijdenis zelf haar kracht heeft verloren. Ik durf zeggen, dat slechts een heel klein deel van de miljoenen personen, die in verschillende vormen de christelijke kerk aanbidden, waarlijk en oprecht geloven, hetgeen zij openlijk getuigen. Geestelijkheid en leken tezamen zijn besmet met de ergste van alle huichelarijen - namelijk God tot getuige te roepen van hun geloof, terwijl zij weten ongelovig te zijn.

Het is mogelijk dat gevraagd wordt, hoe ik zo'n bewering durf te uiten? Ik durf, omdat ik ,,weet''.. Het zou onmogelijk zijn voor een volk van dit of enig ander land oprecht de christelijke geloofsbelijdenis te volgen en toch met hun leven voort te gaan als zij doen. Hun leven logenstraft de godsdienst die ZIJ belijden en het schouwspel van het dagelijks leven van de regeringen, bedrijven, beroepen en van de maatschappij doet mij voelen dat het hedendaagse christendom met al zijn kerken en plechtige gebruiken een van de bedroevendste en grootste huichelarijen is. Gij, die deze bladzijden leest noemt uzelf ongetwijfeld een christen. Maar bent gij er een? Gelooft ge werkelijk dat als de dood tot u zal komen, dat die werkelijk geen dood is, maar de eenvoudige overgang in een ander en beter leven? Gelooft gij in de werkelijke onsterfelijkheid van de ziel en beseft ge, wat het betekent? Gij doet het? Gij zijt er van overtuigd? Lééft gij dan als één, die er van overtuigd is? Bent ge volkomen onverschillig voor de rijkdommen en de zuiver materialistische voordelen van de wereld? Bent ge even gelukkig in armoede als in weelde, geeft ge niet om het oordeel van de wereld? Bent ge besloten tot de hoogste en onzelfzuchtigste idealen van leven en gedrag?

Ik zeg niet, dat ge het niet bent; ik vraag u eenvoudig of ge het bent. Indien uw antwoord bevestigend is, logenstraf uw geloofsbelijdenis dan niet door uw dagelijkse gewoonten, gesprekken en manieren; want dat is wat duizenden die zich voor christenen uitgeven doen, en de geestelijkheid is er evenmin vrij van. Ik weet natuurlijk zeer goed dat ik uw waardering of zelfs uw aandacht niet moet verwachten voor zuiver geestelijke zaken. De wereld is het te veel met u eens, zodat ge in uw mening gestijfd wordt en versterkt in uw vooroordeel. Evenwel, zoals ik reeds eerder zei, is dit mijn zaak niet, uw gemoedsleven is het mijne niet en met uw vooroordelen heb ik niets te maken. Mijn geloofsbelijdenis is gebouwd op de NATUUR - de Natuur die rechtvaardig, onoverwinnelijk en toch teder is - de Natuur die ons toont, dat het Leven, zoals wij het nu kennen, in deze tijd en in deze wereld een zegen is, zo rijk in zijn tot nu toe ongebruikte machten en 
vermogens dat het in waarheid gezegd kan worden van de grootste meerderheid van de menselijke schepsels, dat ternauwernood een van hen ooit begonnen is te leren hoe te leven...
N.N. 

                                                   VINCENT VAN GOGH.
,,Van alle filosofen en magiërs was Christus, de Enige, die met absolute zekerheid het eeuwige leven heeft bevestigd, de oneindigheid van de tijd, het niets van de dood, de noodzaak en reden om sereen  en toegewijd te zijn." Zo luidden in vrije bewoording de gedachten welke Vincent van Gogh vastlegde in zijn elfde brief aan Bernard. Vincent schreef verder:
,,Christus leefde in sereniteit als een kunstenaar, groter kunstenaar dan alle anderen, want Hij minachtte hert marmer, de klei en de kleur. Hij werkte in het levende vlees.

Dat wil zeggen, dat deze ongehoorde, met het stompe instrument van ons grof en neurotisch denken nauwelijks te bevatten, Kunstenaar geen beelden ooit maakte, noch schilderijen nog boeken; zelf zegt Hij het majesteuzelijk. Hij schiep........ levende mensen, onsterfelijken."
Met de 100-jarige herdenking van Vincent's geboortedag is er in Nederland veel aandacht besteed aan deze geniale mens. Beseft iedereen echter ook de achtergrond van dit tragische leven?
Zoals algemeen is bekend, wilde Vincent voordat hij begon te tekenen en te schilderen, dominee worden. Hij heeft deze studie echter niet kunnen volbrengen maar in zijn meesterlijke scheppingen voelt men de grote liefde die deze mens bezat voor God en voor al het leven. Daarom en uitsluitend daarom ontroeren zijn soms bijna kinderlijke schilderijen en tekeningen ons telkens zo diep!

Vincent gaf ook blijk een Denker te zijn toen hij de volgende profetische woorden aan Bernard schreef:
,,De Wetenschap -- de wetenschappelijke redenering -- lijkt mij een instrument dat in de toekomst ver zal gaan. Want let op: men veronderstelde dat de wereld plat was. Het was waar ook; zij is vandaag-de-dag nog plat, van Parijs naar Asnieres bijvoorbeeld. Alleen verhindert dit de wetenschap niet om te bewijzen dat de aarde bovenal rond is. Geen mens betwist het tegenwoordig.
Welnu, ondanks dit, gelooft men tegenwoordig dat het leven plat is en van de geboorte tot de dood gaat. Waarschijnlijk echter is het leven evenzo rond en in uitgestrektheid en capaciteit verre superieur aan het oppervlak dat ons thans bekend is.

Toekomstige generaties zullen waarschijnlijk meer licht werpen op dit interessante vraagstuk en dan zal de Wetenschap zelf tot conclusies kunnen komen die meer of minder parallel lopen met de lezing van Christus betreffende de andere helft van het leven."Zeer fijn gevoeld was ook de navolgende gedachte die Vincent vastlegde in een brief aan zijn broeder Theo:
,,Is het totale leven hier voor ons zichtbaar of wel kennen wij aan deze zijde van de dood slechts een halfrond? Wat mij betreft, ik pretendeer het niet te weten, maar het zien van de sterren doet mij altijd dromen, precies zoals de zwarte stippen van steden en dorpen op een kaart mij te dromen geven.

Waarom, vraag ik mij af, zouden dan de lichtende stippen van her firmament minder toegankelijk voor ons zijn als de zwarte op de kaart van Frankrijk? Als we de trein nemen om ons te begeven naar Tarascon of Rouaan, nemen we de dood om een ster te bereiken. Wat vast waar is in deze redenering, is dat terwijl wij leven, wij de ster niet kunnen bereiken, evenmin als we de trein kunnen nemen na onze dood. Zodat het me niet onmogelijk toeschijnt, dat de cholera, de niersteen, de kanker, de hemelse vervoermiddelen zijn, evenals stoomboten, omnibussen en spoorwegen het aardse te zijn."
De toekomst zal leren, dat Vincent meer dan alleen maar een groot schilder is geweest.
N.N.

                                                           INSPIRATIE.
Hoe dikwijls wordt dit woordje niet gebruikt? ,,Inspiratie"! Het klinkt zo eenvoudig, zo vanzelfsprekend haast en toch, wie kan zich erop beroemen het mysterie van dit kleine woordje ooit te hebben doorgrond?
Vormt inspiratie niet bijna altijd de achtergrond van de grote uitvindingen, de onsterfelijke muziek en de geniale schilder en beeldhouwwerken? Kan een kunstenaar waarlijk kunst scheppen zonder inspiratie? Hadden Leonardo da Vinci, Rafael of Michelangelo hun kunt zonder dit tot stand kunnen brengen?

Wanneer wij het leven volgen van Bach, Beethoven of Liszt dan kunnen wij constateren dat deze grootmeesters der kunst de muziek, die door hen werd ,,geschapen" , eerst in de geest hebben gehoord! Zij behoefden dikwijls niet anders te doen dan vast te leggen hetgeen hun werd ,,ingegeven"!
Soms sprong Beethoven midden in de nacht uit bed om een melodie op papier te zetten die door zijn geest speelde! Menige grote geleerde die verstrikt was geraakt in een wetenschappelijk probleem kreeg opeens de oplossing ,,kant en klaar"gepresenteerd tijdens zijn droom of terwijl hij lag te rusten!

Wat is dit voor een mysterie? Hoe kan een melodie in iemands geest worden gespeeld die nog niemand kent? Hoe kan een oplossing van een ingewikkeld wetenschappelijk probleem worden gegeven tijdens een rustperiode  van non-activiteit -- terwijl de knapste geleerde tijdens hun activiteit geen oplossing konden vinden? Waar komt dit vandaan? Wat is dit voor en wereld waarmede zulke mensen in aanraking komen? Of is dit weer ,,gewoon"? Het is merkwaardig hoe veel ongewone dingen door de meeste mensen ,,gewoon" worden gevonden niettegenstaande het feit, dat geen sterveling er een verklaring voor weet te geven!
De mens die ervan overtuigd is, dat er een geestenwereld bestaat zal wellicht het raadsel van de inspiratie kunnen verklaren door de beïnvloeding die ons vanuit die ruimte bereikt! Indien wij door astrale krachten krankzinnig kunnen worden gemaakt, waarom zouden wij dan ook niet door hoger bewuste wezens kunnen worden geholpen? Waarom zou het niet zo kunnen zijn, dat indien ons gevoelsleven ontvankelijk is voor hogere beïnvloeding, deze beïnvloeding dan ook kan plaatsvinden? Is het absurd te veronderstellen dat niet alleen op aarde maar ook in de geestenwereld een strijd wordt gevoerd tussen goed en kwaad?

Waar is de inspiratie van Hitler vandaan gekomen? Kan die uit dezelfde bron zijn ontstaan als de inspiratie die kunst tot stand brengt! Of is het redelijk te veronderstellen dat deze werelden niets met elkaar hebben te maken en ver van elkander -- in de geest -- zijn verwijderd?
Dr. Paul Brunton heeft erop gewezen dat de aarde is omringd door een geestenwereld die een lage geestelijke afstemming bezit. Er is geestelijke kracht maar vooral liefde voor nodig om door deze fatale gordel heen te breken en om het reine geestelijke te beleven. De mens die zich -- evenals Hitler dit heeft gedaan -- afstemt op het kwade, doordat de liefde in hem niet kan overheersen, zal wellicht ,,inspiratie" ontvangen uit deze demonensfeer die onze aarde als een astrale dampkring omknelt. Zulk een ,,inspiratie" betekent afbraak, zelfvernietiging en ellende voor de mens. Geleerden die uit deze bron putten zullen de mensheid uitvindingen ,,ten geschenke"geven die alleen een vloek betekenen voor het mensdom en voor de planeet! ,,Kunst" die mede vanuit een dergelijke bron wordt geschonken kan niet anders zijn dan pervers en liederlijk!

Er moet echter ook een andere bron bestaan voor onze inspiratie die de zegenrijke uitvindingen tot stand helpt brengen en de Kunst met een grote ,,K" helpt scheppen. Deze hogere bron zal zich de taak hebben opgelegd om de mensheid te steunen en te helpen. Zij zal de geleerde die is vastgelopen in zijn onderzoek  helpen om zijn genezende medicijnen aan de mensheid te kunnen doorgeven. Zij zal de grote schilders en beeldhouwers stuwen om Kunst te scheppen voor de mensheid. Bij het aanschouwen van deze Kunst of naar het luisteren van de lieflijke tonen van zulk een ,,geïnspireerde" symfonie zal het hoger gevoel in de mens boven komen waardoor hij weer een hogere geestelijke trede kan bereiken. Dit zal dan de liefde zijn, die ons wordt geschonken uit deze bron die wij als de ware inspiratie willen beschouwen.
N.N.  


                EINSTEIN, DE MAN DIE HET ATOOM HEEFT OVERWONNEN,
                                                WERKER VAN GOD!
Steeds weer wordt hij door het spookbeeld gekweld in hoeverre zijn verantwoordelijkheid is verbonden aan zijn uitvinding.
15 maart 1954 was de dag waarop de wereld hulde bracht aan één van haar geniaalste zonen: Prof. Albert Einstein. Op die dag werd één van de allergrootste wetenschappelijke genieën die de wereld ooit heeft gekend, 75 jaar.
,,De nieuwe Copernicus", is de bijnaam die vele van zijn collega's hem hebben gegeven. Heeft niet Einstein door zijn beroemde relativiteitstheorie -- een werk van slechts 64 pagina's dat slechts door een enkeling in de gehele wereld in zijn volle omgang wordt begrepen -- de moderne wetenschap in zijn diepste fundamenten geschokt? Hoe ver schijnt nu de tijd achter ons te liggen, dat de wetenschap meent alleen een ,,mechanisch heelal" te moeten zien. Hoe ver schijnt de tijd achter ons te liggen, dat het christelijk geloof een strijd op leven en dood moest voeren tegen de destijds ,,moderne" natuurwetenschappen, die in de vorm van het darwinistisch evolutionisme zo veel opgang maakte?

Albert Einstein heeft, meer dan iemand anders, er toe bijgedragen, dat dit zielloze beeld, dat de wetenschap als waarheid aanvaardde, ineenstortte.
De bescheiden geleerde, die zelf niet kan begrijpen waarom hij zo beroemd is en die in slobberbroek en wijde trui de eenvoud in persoon is, leeft teruggetrokken als een kluizenaar. Zijn doorgroefd gezicht, zijn lange witte haren en zijn grote, bijna kinderlijke ogen, verraden niets van de machtige gedachten die achter dit brede voorhoofd schuil gaan. Hij begrijpt de maatschappij niet en de maatschappij hem niet. Alzo leeft de mens Einstein, die de allergrootste wetenschappijke onderscheiding heeft gehad, eenzaam en onbegrepen temidden van een wereld waaraan hij door zijn genie een nieuwe vorm heeft gegeven.
De Franse schrijfster Antonia Valentin zal binnenkort een boek uitgeven dat de titel draagt ,,Le Drame d'Albeert Einstein". In dit boek wordt de nadruk gelegd op de tragedie, dat de man die het atoom heeft overwonnen ook het fundament heeft gelegd voor de atoombom, die in Japan aan tienduizenden mensen het leven heeft gekost.

Einstein heeft de bom op Hirosjima als een persoonlijke smart gevoeld. De gedachte aan dit onheil laat hem nimmer los en steeds weer wordt hij door het spookbeeld gekweld in hoeverre zijn verantwoordelijkheid is verbonden aan deze uitvinding! Wie echter Einstein kent en deze eenvoudige en oprechte geleerde in de ogen heeft gezien, twijfelt niet, dat deze man alleen het beste met de mensheid voor heeft. Dit maakt alles juist nog veel droeviger.
Einstein wordt niet begrepen. Dit geldt echter niet alleen voor de geleerde Einstein, maar ook voor de mens Einstein. Willen vele geleerden niet aan de hand van zijn theorieën aantonen, dat de schepping een toevalsproduct is? De grijze geleerde wijst deze geestelijke armoede echter met nadruk van de hand.

Zijn anders zo kalme en kinderlijke ogen krijgen dan een felle gloed: ,,God dobbelt niet met het heelal", luidt het met kracht gegeven antwoord van een man die beter dan wie ook de grootheid en het mysterie van de schepping voelt. Einstein is een zeer gelovig man ,,Als ik niet in een God zou kunnen geloven, dan zou ik krankzinnig worden", heeft hij eens tegen één van zijn weinige vrienden gezegd.
Uiteraard spreekt het bijna vanzelf dat de Godsgedachte van Einstein niet bekrompen, kleingeestig en naïef zal kunnen zijn. Zij is even ruim en reëel als het hele denken van Einstein dit is. Zijn God stijgt uit boven ruimte en tijd, manifesteert zich in planeten, zonnen en sterrenspiralen. Even goed vindt hij echter deze God ook weer terug in het kleinste atoom -- een lichtgolf, een kosmische straal!

Einstein heeft zich hoe langer hoe meer gedistantieerd van zijn collega's -- van de wetenschap. Nu hij tenvolle beseft, welk gebruik deze maakt van zijn enorme geestelijke gaven, wil hij hiermede zo weinig mogelijk hebben uit te staan. ,,De wereld wordt geregeerd door drie grote machten; de domheid, de angst en de hebzucht", zo verklaarde hij enige tijd terug. ,,Alles wat tot nu toe werd verkregen, is in de handen van onze generatie evenveel als een scheermes in de hand van een kind van drie jaar!"
Elk nadenkend mens zal zich moeten neerleggen bij deze felle aanklacht van prof. Albert Einstein. Niettemin zal het kind van drie jaar eens volwassen worden en wanneer dit is geschied, en wanneer het scheermes dan zó zal kunnen worden benut als Einstein dit heeft bedoeld, dan zal de wereld met dankbaarheid en eerbied terugdenken aan de grijze geleerde prof. Albert Einstein, die door zijn genie de mensheid meer dan hij misschien zelf besefte op weg heeft geholpen, om dichter te komen bij het mysterie God. 

De Schepper, de Universele Geest, waaraan elk mens in het diepst van zijn hart gelooft - moét geloven, omdat de mens hiervan zelf deel uitmaakt - openbaart zich in myriaden facetten in dit universum. De hoogste vorm van deze openbaring is de mens zelf. Niet door zijn vergankelijk lichaam, maar door zijn onvergankelijke geest! Deze geest ontvangt doorlopend de Goddelijke bezieling - de stuwing - vanuit de oerbron, die hem gestalte heeft doen geven. Deze stuwing zal de geest een steeds hoger bewustzijn schenken, totdat deze zijn kosmische kringloop heeft volbracht en bewust is teruggekeerd tot de God van al het leven.

Einstein is één van deze vele werktuigen in de handen van de Universele Geest. Zijn taak was het om de mens meer bewustzijn te schenken, omdat deze zijn eigen schepping zou leren doorgronden. Zo was het ook de formule, waarop de atoomsplitsing mogelijk bleek, eigenlijk als Godsgeschenk bedoeld. De mens heeft dit echter nog niet begrepen en gebruikt de hem geschonken openbaringen op een verkeerde manier. De kernsplitsing die een ongekende energie doet vrij komen, was het geschenk van God. De atoombom was de psychopathische vervorming hiervan, die door de mens werd verstoffelijkt! Hoe dan ook, het geschenk is er en blijft wachten op de bewuste mens van morgen, die deze gave op de juiste wijze zal weten te benutten tot zegen van de gehele mensheid. Eens moest deze openbaring aan de mens worden geschonken en al lijkt het Einstein toe, dat dit geschenk kan worden vergeleken met een scheermes in de handen van een kind, dan denken wij onwillekeurig aan Einstein's eigen woorden waarmee hij dit weer tegenspreekt: God dobbelt niet met het heelal!
N.N.

                                       DE KRACHT VAN DE GEDACHTE.
Veelal wordt aangenomen dat alleen onze daden beslissend zijn voor ons welzijn, onze beoordeling en onze afstemming als persoonlijkheid in de stoffelijke en geestelijke werelden. De maatschappij beoordeelt en veroordeelt de mens alleen en uitsluitend aan de hand van bepaalde daden en gezegden. Gedachten zijn vrij en niemand zal worden veroordeeld, omdat hij in gedachten bijvoorbeeld een misdaad pleegt! Tenslotte pleegt de persoon in kwestie, de laakbare handeling niet en dit -- zo zegt de maatschappij -- ia voldoende.

De gedachte vormt echter de inleiding tot de daad en al kan een verkeerde gedachte moeilijk als strafbaar feit worden beschouwd, dan blijft zij toch een essentieel deel vormen van het geheel. Wanneer wij er in kunnen slagen onze verkeerde gedachten te onderdrukken, te verdrijven of in toom te houden, dan zijn wij reeds een heel stuk gevorderd in onze bewustwording. Wij zijn dan bezig op een hoger geestelijk plan te komen. Wij zijn dan bezig het dierlijke gevoelsleven af te leggen!
,,Hebben gedachten dan werkelijk zoveel te betekenen?", zo zullen velen zich afvragen. ,,Is het niet voldoende dat je geen verkeerde dingen doet? Hier komt het toch zeker op aan?!" Zo is het echter niet! De gedachte is namelijk niet abstract, zoals algemeen wordt aangenomen, maar wel degelijk concreet! Hier op aarde leeft de mens in een stoffelijk omhulsel. De verstoffelijking van zijn gedachten vormen de daad. Hier kan hij deze daad achterwege laten doordat hij zijn wil inschakelt en zijn lichaam belet aan een bepaalde impuls toe te geven. In de wereld van de geest echter -- en dat is de wereld die elk mens op aarde straks krijgt te beleven en te aanvaarden -- beschikken wij niet meer over een stoffelijk omhulsel, dat wel eens een belemmering voor ons bleek te zijn, maar dikwijls ook onze bescherming vormde tegen onze onbewuste gedachten!!

In de wereld van de geest zijn wij, zoals wij denken en beleven wij, wat wij in gedachten nemen. een gedachte vertegenwoordigt daar een ruimte -- een wereld -- waarin wij voor onszelf een fundament kunnen bouwen, of waarin wij onszelf kunnen verliezen! De vertragingsfactor tussen geest en stof, die wij op aarde beleven, bestaat straks voor ons niet meer. Het is dus van ongelooflijk grote waarde, dat wij ons volkomen leren bevrijden van verkeerde gedachten. Dit is de aller-moeilijkste taak die de mens heeft op aarde. Het is echter ook de dankbaarste, want, zoals onze gedachten zijn, zo zal ook de wereld zijn waarin wij straks in de geest zullen vertoeven! Is er haat in ons, dan zullen wij ook haat om ons heen voelen! Is er hartstocht in ons, dan zullen wij door hartstocht worden leeggezogen. Elke gedachte vormt een toestand en elke toestand beleven wij in de meest concrete vorm!! Daarom durfden wij te schrijven, dat de gedachte niet abstract maar concreet is!
Rudolf Steiner schreef in zijn zeer belangwekkende werk: ,,Wie erlangt man Erkenntnisse der höheren Wetten?" dat gevoelens en gedachten werkelijke feiten zijn, zoals tafels en stoelen in de fysieke zintuiglijke wereld. In de wereld van de geest hebben gevoelens en gedachten dezelfde uitwerking op elkander als in de stoffelijke wereld de tasbare dingen. Elke verkeerde gedachte die men heeft, heeft in de wereld van de geest een even funeste uitwerking als een geweerkogel in het wilde weggeschoten, die alle fysieke voorwerpen vernietigt die zij treft!!

Hoe vaak deinst de mens niet terug voor een verkeerde daad? Om er echter verkeerde gevoelens en gedachten op na te houden, lijkt hem ongevaarlijk voor de overige wereld! Hoe belangrijk is het daarom dat de mens zich realiseert, wat hij doet, als hij zich laat overheersen door zijn lagere gevoelens en gedachten!
Zoals gezegd, de strijd is hel moeilijk en zwaar en toch is dit een strijd, die noodzakelijk moet worden gestreden, willen wij ons een periode van veel ellende en smart besparen in de wereld, die wij na ons stoffelijk leven betreden. Wij moeten zover zien te komen, dat wij bevrijd zijn van alle lagere gevoelens en gedachten. Pas dan mogen wij spreken van geestelijk bezit! De weg naar deze toestand is de weg van de strijd. Wanneer wij bijvoorbeeld een diefstal zouden willen plegen en wij geven aan deze verkeerde gedachte niet toe, dan zijn wij strijdende tegen een verkeerde karaktereigenschap. Houden wij, die strijd vol, dan zullen wij de uiteindelijke toestand beleven, dat wij die verkeerde handeling niet meer kunnen plegen. Dan hebben wij geestelijk bezit!

Onze gedachtewereld moet zich doorlopend instellen op het hogere, dan zullen wij ook dit Hogere eens als bezit kunnen aanvaarden. Totdat die toestand is bereikt, spreken wij van afstemming! Liefde voor de schepping ontwikkelt deze afstemming op het Hogere in ons. Eerbied voor onze medemens, onverschillig van welke kleur of ras, geeft ons een geestelijk fundament, dat slechts door liefde in stand kan worden gehouden, lost op in de draaikolk van onze verkeerde gevoelens en gedachten!
Wij stijgen en dalen tegelijk met onze gedachten. Laten wij -- nu wij het voorrecht bezitten om van deze ontzagwekkende krachten kennis te kunnen nemen -- elke dag trachten in gedachten te stijgen. Het resultaat zal in deze, maar vooral in de volgende wereld, van overweldigend belang blijken te zijn!
Sinclair Weston.
                                       ,,OVER KUNST GESPROKEN"
U houdt zeker van kunst, mijnheer, mevrouw, jongens en meisjes? Natuurlijk, zult u zeggen, wie houdt er niet van? Wij gaan naar de bioscoop, het toneel, de concertzaal, ik schilder zelf, mijnheer, heb een mooie stem, doe aan muziek, schrijf leuke verhalen, ben bij een ballet aangesloten, of -- om eventjes verder te gaan, -- ik ben expert op dat gebied, kunstverzamelaar, recensent, professor, artiest!? En nu zijn wij zo ver, u bent artiest, of noemt zocht artiest, misschien bent u een bekende ook; één -- die ,,arrivé"is en om zijn broodje niet meer hoeft te vechten, of wel? Gelukkig voor u, wij gunnen het u van harte, zoals wij het ook uw kunstbroeders toewensen, die minder met voorspoed gezegend zijn.

Maar -- doet u nu ook heus aan kunst? Misschien een kinderlijke of naïeve vraag; u moet ons dit niet kwalijk nemen, wij hebben een zo diep respect en eerbied voor alles wat met DE kunst te maken heeft, dat wij gauw een beetje aarzelen, als u zich artiest of kunstenaar noemt!
Maar u vindt dit toch niet erg, beste vriend of vriendin? Wij zijn allemaal een beetje sceptisch ten opzichte van e waarde van prestaties, waarvoor geniën als Leonardo da Vinci, Titiaan, Rafaël, Rembrandt, Bach, Beethoven, Mozart, Dante, Shakespeare, Goethe, alles hadden moeten inzetten, de laatste druppel bloed hadden moeten geven, om de wereld DE waarachtige kunst te kunnen schenken en daarmee ook de fundamenten hiervoor, wij bedoelen -- de voorbeelden en maatstaven voor alles, wat met kunst en meesterschap te maken heeft. En juist daarom gaat het ons nu. Wanneer mogen wij en kunnen wij over 't algemeen van kunst spreken? Van een kunstenaar?

Zeker, het kunnen niet allen Rafaëls en Wagners zijn, een beetje verschil moet er wel bestaan, is het niet zo? Maar toch bestaan er zekere regels en normen, wetten zullen wij maar zeggen, welke bepalen, wanneer de kunst begint -- en wanneer zij ophoudt kunst te zijn, of helemaal geen kunst is. Wij denken namelijk, dat de mensen van deze tijd ietwat te gemakkelijk met deze bepalingen, deze wetten, omspringen, dat er kortweg alles onder het begrip kunst wordt gerangschikt, wat het amusement, het versieren der huiskamer en de nagedachtenis van rampen dient. Of het nu de film is, of het zeegezicht, dat in de slaapkamer hangt, of het monumentaal van een Zatkine of Epstein, men spreekt van en over kunst en beseft daarbij niet eens, dat deze ,,prestaties" met kunst prakties niet veel hebben uit te staan! Schrikt u niet, mevrouw, misschien is er kunstgevoel aanwezig, of was aanwezig bij het maken van het één of ander, maar -- kunst is nog heel iets anders, dan het kladderen met verf of klei, of een succesvol thriller in elkaar zetten!?

Kunst is zoals wij het moeten zien, een diepgaande uiting van de scheppende krachten, van het scheppende vermogen van de mens. En -- waar komen deze krachten vandaan? En wanneer treden zij in werking, onder welke voorwaarde? Van wie ontving een Bach zijn inspiraties voor de Mattheus Passion, een Rembrandt voor zijn Nachtwacht, een Wagner voor zijn Parsival, een Goethe voor zijn Faust? En waarom is niet iedereen een Wagner of Mozart? Hoef je dan niet slechts een studie te volgen op een toneelschool of conservatorium en hard te werken, om straks deze groten te kunnen evenaren, of tenminste te benaderen? Of -- als je meer van het rhythme van deze tijd houdt -- om een groot bandleider te worden of een vermaarde filmster? Eenvoudig? Neen, eenvoudig is het niet, helemaal niet! Maar -- omdat wij het net over de filmster hebben, luistert goed, jongens en meisjes, onder jullie zijn beslist weinig favorieten, die aanspraak kunnen maken kunstenaar te zijn; kunstenaar in de zin des woords, zoals wij het willen vooropstellen.

,,Fotogeniek" te zijn en een goede grappenmaker, maakt nog geen kunstenaar, dat kan uw schillenboer ook, als hij zijn zondags pakje aantrekt en een hele bruiloft bezig houdt! Dat kon tante Mien, als zij iets meer durf had gehad; en de ober van het Royal is net als Clark Gabel, tenminste het snorretje lijkt op hem.
Wij konden zo doorgaan, een mooi stemgeluid maakt nog geen Kathleen Ferrier en met een paar behoorlijk geschilderde appeltjes ben je nog geen Rembrandt! Neen lady's en gentlemen, het kunstgevoel is niet te koop!!, dat weten wij nu toch zeker allemaal, ook het vermogen niet om te scheppen en ook het zuivere denken en voelen niet, dat er bij behoort. Hoort u het? Dit zijn eigenschappen, karaktertrekken, die bij een hoger gevoelsleven behoren en zonder die, geen kunstenaar een kunstenaar kan zijn of worden.
Wie aan centjes denkt, beste vrienden, als hij scheppende is, mag en kan gerust zijn penceel of potlood neerleggen en dat is dan een heel grof geformuleerde voorwaarde, de anderen zijn subtieler, raken wetten, welke rechtstreeks met de ruimte, met Gods schepping te maken hebben en zonder die geen echte kunst kan worden verstoffelijkt.

Als u ook een schilder bent, een ,,moderne impressionist", zoals zij, de recensenten, dan zeggen en u hoeft nog niet eens een Picasso te zijn, u weet het wel, die zich op het kubistisch futuristische geabonneerd heeft, vanwege het succes, -- dan probeert u eens een mooi lichaam te schilderen, zoals dit eens Van Dijck of Vermeer kon, probeert u het eens, kunstenaar en als je dan nog bij de steun opgeeft kunstschilder te zijn, dan ben je of inderdaad een begenadigd kunstenaar, of een bedrieger, voor je zelf en voor anderen.
Een kind van vijf jaar schildert net zo als gij, misschien nog beter, omdat het voor het scheppen makkelijker open staat, dan gij die alleen zich zelf ziet en zoekt. En zo zijn er duizenden, honderdduizenden, die het op zolders, in cafés en in de grote salons over kunst hebben, die met vliegende dassen en fluwelen broeken rondlopen, of, als zij geslaagd zijn, het zwarte colbertje met de gestreepte broek verkozen hebben.

Kunstenaars! Ja wel! Laat u maar liever de mooie piano in rust, hij zal u iets kunnen vertellen over klanken, die u nooit en nimmer had kunnen opwekken en die u niet eens zult kunnen begrijpen. Als Mozart nog langer had geleefd, had hij misschien nog vijftig symfonieën geschreven! En waarom is er niet één onder u allen, die deze taak had kunnen overnemen? U zult het toch zeker graag willen doen, maar u kunt het niet!! Daarvoor is het éénzijn nodig met krachten, die kosmisch diep zijn, maar welke u niet lusten, kunstenaar, omdat er geen greintje respect en begrip van het wezen der waarachtige kunst in u leeft. Hard? Wij zijn niet hard, wij willen alleen eerlijk zijn en duidelijk!Wij beminnen de kunst en de genieën, die haar dienden en zelfs al bent u geen genie, als uw werk voor schoonheid en harmonie open staat en u het volmaakte daarbij zoekt, de Goddelijke afstemming van het leven, dan bent u al onze vriend en geven wij u graag de bloemen van ons hart.

Begrijp ons goed, kunstenaar, wij dienen uw gezag beter door het vasthouden van eisen en maatstaven op een hoog niveau, dan dat wij prestaties, onder het mom van kunst goed praten, die geen prestaties zijn, maar alleen de normen voor de kunst gaan verlagen. Omdat het wezen der kunst Goddelijk is, dus door de ruimte bezield, is het ook harmonisch en volmaakt! Daarvoor heeft Michel Angelo gestreden en een Beethoven en daarvoor beleefde Bach zijn Golgotha, ook in de ruimte, als u het weten wilt!
De mens wil niet denken, ook u niet, die aan kunst doet, anders ging ge uw eigen doeken verscheuren en bij een huisschilder voor het broodje werken en misschien -- wij zeggen misschien -- wordt na dit hoofdbuigen iets in u wakker, wat uw eigen verf tot nu toe tegen hield en kun je straks een bezieling beleven, die van het appeltje een universum maakt, maar, ook dan ben je er lang nog niet, beste vriend, dat wonder moet eerst u bezit, uw innerlijk bezit worden en dat te bereiken, valt niet mee, daar begint namelijk de Goddelijke Wijsbegeerte!?
B.v. Baden. 

                               OPWARMING, KLIMAATVERANDERING
                                       EN OVERBEVOLKING OP AARDE.
In dit artikel probeer ik uitleg te geven over het probleem, dat de hele wereldbevolking bezig houdt.
Wetenschappers zijn nu al jaren bezig om de oorzaak van de opwarming van de aarde en de klimaatsverandering te vinden. Er wordt heel wat over en weer gesteggeld wat nou waar of niet waar is. Grote conferenties worden er gehouden om alles in kaart te brengen en uit te vogelen wat in de toekomst de gevolgen voor de mensheid zal zijn, indien er niet wordt ingegrepen. Bekende namen zoals Al Gore en Bill Clinton houden zich met dit probleem bezig en geven over de hele wereld lezingen. Mijn vraag komt nu om de hoek kijken, waarvoor doen ze dat! Is het werkelijk zo, dat ze de mensheid willen waarschuwen, of is het inspringen op iets wat deze wereld bezig houdt en ze daar dik geld aan proberen te verdienen.
Wat mij wel opvalt is, dat men verschrikkelijk bezig is met bangmakerij en doemscenario's. 

Op 3 februari 2007 kwamen al de wetenschappers, die in Parijs op een conferentie bijeen waren, tot een eensluidende uitspraak: De mens is de oorzaak van al deze veranderingen door teveel Co2 uitstoot. Natuurlijk zijn er ook andere wetenschappers die het tegenovergestelde beweren, maar niemand kan tot nu toe voor honderd procent aanwijzen wat de oorzaak is. 
Als ik de boeken van Jozef Rulof erbij haal, kan ik wel verschillende oorzaken aanwijzen die mede van invloed kunnen zijn voor deze problemen. Maar daar vind ik ook geen duidelijke oorzaak. Er speelt ook nog mee, dat er in die tijd geen of weinig problemen waren met de bovenstaande punten en Gene Zijde zich daar ook niet over heeft uitgesproken. Wel, dat de overbevolking voor grote problemen zou kunnen zorgen. 

Toch wil ik naar aanleiding van deze boeken, oorzaken aanhalen waar ik de wetenschappers niet in het openbaar over heb horen spreken. Tenminste ík heb ze er nog nooit over gehoord, óf ze weten het niet, óf ik heb het gemist.
Onze aarde bestaat volgens de wetenschappers ongeveer 4.5 miljard jaar. En toch staat onze aarde nog maar in haar kinderschoenen. Zij is nog steeds bezig met haar evolutie net als de mens. Deze evolutie betekent, dat er aardbevingen, zeebevingen, overstromingen, stormen, orkanen, windhozen en vuurspuwende vulkanen kunnen voorkomen. Wist u trouwens, dat de vulkaankraters de longen van de aarde zijn?

Er zal eens een tijd komen, dat al deze rampen niet meer op aarde voorkomen. Het klimaat zal op heel de aarde hetzelfde zijn en er zullen zich geen rampen meer voordoen. Dat er op aarde periodes voorkomen van extreme hitte of extreme koude, heeft ook met de evolutie van de aarde te maken. Zoals u waarschijnlijk wel weet: Evolutie betekent groei, groei betekent werking en deze werking van de aarde zien wij in al deze dingen terug.
Overbevolking:
Een andere oorzaak voor deze klimaatsverandering en opwarming van de aarde is de overbevolking. Deze overbevolking is door onze eigen schuld ontstaan. Ja, wij allen zijn daar schuld aan. U, ik, ieder mens op deze planeet. Onze planeet aarde zou eigenlijk al helemaal niet meer bewoond moeten zijn. Maar wij als mens hebben ons in vorige levens zo vergeten, dat we nog steeds weer terug moeten naar de aarde (incarneren), om goed te maken wat we eens fout hebben gedaan. Kijkt u maar eens in de geschiedenis terug wat de oorzaken zijn: Oorlogen, moord, verkrachting, zelfmoord, abortus, je medemens bestelen en nog veel meer oorzaken die direct te maken hebben met overbevolking.

Al deze daden moeten worden goedgemaakt. Dat houdt in, dat we steeds maar weer terug moeten naar de aarde. Laten we de Tweede Wereldoorlog als voorbeeld nemen. Miljoenen mensen zijn toen te vroeg overgegaan. Hun levens werden abrupt afgebroken, ondanks dat het hun tijd niet was. Als al deze mensen normaal hun leven hadden af kunnen maken, waren er heel veel bij geweest die niet terug hadden hoeven komen. Maar door hun te vroeg overgaan, keren deze zielen weer terug naar de aarde om de jaren die hun in dat leven zijn afgenomen alsnog op aarde af te maken. Degene door wie ze om het leven zijn gekomen moet hem of haar dat leven teruggeven, dus de dader zal ook terug moeten naar de aarde als moeder om deze ziel het leven weer te geven. Omdat ook nog kosmisch vastligt, wanneer een ziel als man of als vrouw terug naar de aarde gaat, komt er nog een probleem bij. De ziel die het leven moet ontvangen van die moeder, kan soms wel honderden of duizenden jaren moeten wachten voordat de dader als moeder op aarde komt en dan kan ze haar moord goedmaken door hem het leven terug te geven.

Deze moeder die er vaak vele levens over doet om van man naar vrouw op deze aarde terug te keren, moet door deze moord dus vele malen naar de aarde terug voor ze als vrouw deze ziel kan ontvangen. Dus ook deze ziel had waarschijnlijk, indien hij niet had gemoord, niet meer op aarde hoeven terug te komen. Als we dit bij elkaar optellen, kunt u er zich misschien een voorstelling van maken. Zolang de mens bestaat, brengt deze verschrikkelijk veel dingen teweeg, waardoor ze aan de aarde vast blijven zitten en ze niet verder kunnen aan Gene Zijde. Steeds weer terug. Dat verklaart de gigantische overbevolking, die er op onze aarde heerst. Dus: ''eigen schuld dikke bult''.

Nu ik de oorzaak een beetje in kaart heb gebracht en u hopelijk iets duidelijker is geworden wat de oorzaak is van overbevolking, kom ik nu terug op de opwarming der aarde die hier direct mee heeft uit te staan.
In de jaren 60 van de vorige eeuw waren er drie miljard inwoners op deze planeet. Nog geen 50 jaar later is dit al verdubbeld naar zes miljard.
Waar mensen zijn, moeten huizen komen om te wonen, winkels en andere voorzieningen. Fabrieken om voor deze mensen te produceren en bedrijven waar ze kunnen werken. Je zou dus bijna kunnen zeggen, dat ook de gebouwen en andere voorzieningen op deze aarde zijn verdubbeld. U weet ook, dat de mens warmte produceert door zijn lichaamstemperatuur. In streken waar het soms koud is, wordt gestookt door centrale verwarming of gaskachels of misschien wel met houtvuur.

Op al deze plaatsen wordt de kou getemperd door verwarming van de mens. In een gebouw, zelfs al wordt er niet gestookt, zal het in de winter nooit zo koud zijn als in de open lucht. Kijk ook maar eens hoeveel auto's, bussen en treinen, er in de laatste vijftig jaar zijn bijgekomen. Dit zijn  ook allemaal warmte producerende instrumenten. Als we dit alles bij elkaar optellen is het niet zo verwonderlijk, dat het minder koud wordt in de winter op sommige plaatsen op aarde. Met andere woorden: de kou wordt verdreven door de warmte die wij als mens produceren. Het is ook al jarenlang bekend, dat het op het platteland altijd veel harder vriest dan in de stad. En in de zomerdag blijft de warmte hangen in de stad.

Misschien bent u na een erg warme dag 's avonds wel eens lekker een stuk gaan fietsen of wandelen in het bos of buitenaf. Is het u dan nooit opgevallen, dat wanneer u weer tussen de eerste huizen van de stad komt, u de warmte weer tegemoet komt, iets waar u buiten de stad weinig van hebt gemerkt.
Dus voor mij is het zeer simpel: Er wordt steeds meer warmte op deze aarde geproduceerd, dus moet het wel minder koud worden. Maar ik ben er van overtuigd, dat, al zal de mens de milieuregels ook aan zijn laars lappen en ook niets doen aan de Co2 uitstoot, moeder aarde zelf wel in zal grijpen, zodat de natuur en alles zich weer herstelt. 
Laten we dan ook niet verbaasd opkijken, als in de toekomst er zich nog meer problemen zullen gaan voordoen.
Henk Roesink.

                                                     NATUURWETTEN.
Natuurwetten zijn a.h.w. de Regels van onze Goddelijke Kern. Het zijn de regels die we allemaal allang weten vanuit ons Geweten, de Kennis in onze Ziel, waarmee kinderen al geboren worden. Zij zijn al blij en lachen daarom vaak. Ze verwachten liefde en rechtvaardigheid, negativiteit is hen vreemd.

Als wij als ouders onze jonge kinderen de Natuurwetten zouden voorleven, zullen zij later niet gauw ontsporen. Vanuit ons verstand leggen wij ouders hun een patroon op, waarvan zij zich later weer moeten ontdoen. Kinderen moeten aan onze verstandsnormen voldoen, terwijl wij geen oog hebben voor wat zij meebrengen aan universele Zielswaarden.

Zo raken veel van de huidige nieuwetijdskinderen al op jonge leeftijd gefrustreerd. Zij vinden hier op aarde tegenstrijdige normen en waarden en zijn nog niet bij machte daartegen hun stem te verheffen, maar zij zullen later de leiders van de Nieuwe Tijd zijn en hun Missie met veel pijn en moeite zien te bereiken.

In de komende tijd zullen veel mensen na doorstane ellende al of niet door klimaatsverandering rijp  geworden zijn om zich op hun leven te bezinnen en komen dan uiteindelijk bij de Natuurwetten terecht. In de 10 Geboden en het Onze Vader is daar al een goede aanzet aan gegeven, en nu na zoveel duizend jaar lappen wij dat nog steeds aan onze laars. Met alle gevolgen van dien, zo boven, zo beneden, zo binnen in onszelf, als buiten in de natuur.

Wij zijn de scheppers van ons eigen leven in het verleden, nu en in de toekomst. Hopelijk gaan wij ooit volgens de Natuurwetten te werk, wij krijgen dan een betere wereld.
Maria Staring.

          

 

 

HOME.
NEXT.