DE WETTEN SPREKEN.
Een Moeder
verliest door de dood haar kind. Hierna merkt zij vooral wanneer zij het kerkbof
nadert een branderig gevoel rond de navelstreek. Haar echtgenoot vraagt de verklaring
hiervan aan een bekend parapsycholoog. die haar naar een psychometriste verwijst.
Ook wordt door vrienden van hem de mening gevraagd van Meester Zelanus. Deze antwoordt
haar:
Dit is mijn antwoord. Moeder, gij zijt in gevoel nog steeds met Uw kindje
verbonden. Gij voelt U nog immer één met Uw lieveling, al werd deze in het leven
na de dood opgenomen.
Dit is begrijpelijk want als moeder hebt gij Uw kind lief en
kunt gij dit niet meer vergeten. Ge wilt het gevoel, dat het U schonk. behouden.
Wanneer gij nu de plaats nadert, waar gij het stoffelijk lichaampje achterliet, wordt
het brandende gevoel steeds groter. Als ge naar huis terugkeert, verwaast het.
Duizenden
moeders van Uw wereld beleven hetzelfde, al zijn de reacties verschillend en beheerst
het ene leven zich dieper en sterker dan het andere. In het gevoel, dat gij en andere
moeders beleven. bevinden zich zeven graden, wat wil zeggen, dat de ene moeder de
liefde dieper ondervindt dan gene. Gij hebt lief op honderd procent. maar gij bent
daarin gesplitst en ge wordt nu onbewust door Uw liefde en door Uw verlies geleefd.
Wanneer gij dit aanvaardt, kan ik het volgende beeld analyseren. dat ons met deze.
Uw . gesplitste persoonlijkheid, verbindt en natuurlijk vaststelt. dat de realiteitswetten
voor de ziel zich niet laten bedriegen, maar door duizenden verschijnselen als wetten
gestalte krijgen.
Een diep doorvoeld gedicht, een rein lied, een goed geestelijk
afgestemd boek. een toneelstuk. een film, of een taak. die gij aanvaardt om anderen
te helpen en te dienen, het zijn mogelijkheden voor U om het verloren geluk te beleven.
Deze wegen, die gij betreedt om weer te komen in de verloren wereld. voeren U echter
ook tot de gevoelens. die gij ervaart. wanneer gij langs het kerkhof gaat.
Dat U
deze vlam voelt branden in de omgeving van de navel is heel natuurlijk, omdat U op
deze plaats door de navelstreng de eenheid met Uw kind onderging. Maar - gij zult
mij dit moeten beamen - het warmtegevoel ontstaat vanuit Uw liefdevolle hart. dat
het dan doorzendt. Het brandende gevoel, dat U ondervindt. openbaart werelden, onmetelijkheden
voor de liefde. Ge ondergaat het. doordat deze liefde niet ten volle beleefd kon
worden en door de dood een ontijdig einde nam. Maar zij is er en ze wordt door de,
vele mogelijkheden, die ik al noemde. nog gevoed. Ik kan hierover een boek schrijven
ook al omdat Uw gevoelens voor Uw kind mij met vorige levens verbinden. En ook, omdat
ik de ziel van het kind als een natuurlijk gevoelsleven voor mij zie, waardoor gij
als moeder in deze toestand kon worden opgetrokken. Immers was de gevoelsgraad van
Uw kind niet op zulk een kracht en bewustzijn, dan zoudt gij U onherroepelijk anders
hebben gevoeld en niet zó beïnvloed als thans het geval is. Een en ander samenvattend
herhaal ik:
Gij bezit een sterk karakter, maar Uw hoge gevoelsgraad in verbinding
met die van Uw kind overheerst U en Maakt het verschijnsel bewust. Dat de parapsycholoog
noch de psychometrist deze toch zo eenvoudige psychologie niet peilen kan, is duidelijk.
De eerste heeft zijn zo veelbetekenende faculteit nog niet verdiend, temeer daar
hij zijn sprong over de kist niet wil of durft te maken, terwijl de tweede bewust
of onbewust vanuit de fantasie spreekt. De behaalde sensitiviteit levert misschien
wel eens een treffer op, maar bezit niet de verbinding met het weten en de zekerheid
van het gezag, dat de hemeling toebehoort.
Wij zeggen U, dat de "Universiteit van
Christus" elk, gevoelsleven peilt, elke liefdegraad ontleedt, doordat wij op Golgotha
onze studie mochten beëindigen!
Ik verzeker U, dat U dit gevoel nimmer zult verliezen,
wel zal het minderen naarmate Uw leven zich van het stervensuur van Uw kind verwijdert.
Het maakt zich losser van het gebeuren en ge beleeft Uw smart én Uw geluk anders.
Nochtans blijft de door U gevoelde en heilige eenheid als een. eeuwigdurende gelukzaligheid
diep in Uw ziel leven, om straks in het astrale bestaan door Christus opnieuw verbinding
te ontvangen.
Meester Zelanus.
DE
WETTEN SPREKEN.
Mevrouw V.
schrijft:
Hooggeachte Meester Zelanus. Tijdens de oorlogshandelingen hier verloor
ik mijn kinderen. Bij een zitting met een trancemedium kreeg ik de boodschap, dat
mijn kinderen, die niet katholiek, doch volgens uw leer in de zekerheid van Gods
heilige wetten opgevoed zijn, thans in het leven na de dood tot het katholicisme
zijn overgegaan. Volgens de boeken van Meester Alcar is dit onmogelijk. Wilt u mij
opheldering geven?
Het antwoord van Meester Zelanus is: Ik moet u zeggen, dat u met
bedrog te maken kreeg. Voor God zijn al Zijn kinderen één, uit welke godsdienst zij
ook tot Hem komen. Een godsdienst heeft geen betekenis aan Gene Zijde. Hier spreekt
alleen het gevoelsleven van de ziel, haar verkregen liefde. Déze bepaalt haar plaats
in het astrale bestaan en niet het lidmaatschap van een of andere kerk. Aan deze
zijde gekomen staat iedere kerkelijke of buitenkerkelijke ziel voor Christus en Hij,
Die waarlijk Universeel is en daardoor bóven de kerken staat, verbindt dit kind dadelijk
met de levensgraden, die God schiep. In het licht daarvan lost elk dogma op, m.a.w.:
Hier bestáát geen aardse instelling als de katholieke godsdienst.
Gij hebt geen waarachtig
geestelijk contact beleefd, gij waart in handen van het occulte bedrog. Uw kinderen
hebben deel aan de Goddelijke wetten, die onmetelijk en als zodanig niet door de
kerk te omranden zijn. Zij ontvangen in dit leven hun gids en deze zal hen zegevierend,
in reine, onbeperkte liefde tot God en tot u terugvoeren en op hun beurt andere,
kerkelijke zielen, overtuigen, dat de hun gepredikte eeuwige verdoemenis niet bestaat!
Had ge een ander woord verwacht?
Geve de stralende Goddelijke Voorzienigheid u telkens
en telkens weer het "weten", opdat ook gij eens met uw kinderen de gelukzaligheid
van de geestelijke ontwaking moogt beleven.
Uw broeder, Meester Zelanus.
DE
WETTEN SPREKEN.
Een geheimzinnige gebeurtenis heeft de afgelopen weken sterk de publieke
aandacht getrokken. Met grote kopletters vermeldden de dagbladen, dat er zich bij
een orkestrepetitie in Enkhuizen het volgende, zonderlinge verschijnsel had voorgedaan:
De musici waren juist begonnen aan het laatste oefennummer, een werk van Beethoven:
"Die Ehre Gottes aus der Natur", toen de dirigent, de heer Gerard H. Boedijn, plots
aftikte. Hij verklaarde niet verder te gaan, terwijl hij de voorzitter en de naderbij
komende orkestleden wees op iets in de partituur. Voor de ongelovige blikken van
deze mensen rees uit het papier van de Beethoven partituur een mannengezicht op.
"In den beginne was er niets ongewoons", zo deelde de heer Boedijn later mede, dat
wil zeggen, dat we de gehele avond zeer geconcentreerd hadden gerepeteerd en ook
bij het slot bleef dit het geval.
Plotseling, we waren op de rechterpagina gekomen,
merkte ik, dat op het linkervlak een vlek ontstond, die naar beneden uitliep. Op
dat ogenblik waren we de plaats, waar de vlek ontstond, ongeveer 48 seconden gepasseerd:
Ik heb dat later aan het aantal maten kunnen uitrekenen. De vlek dijde uit en de
contouren van een kop werden zichtbaar. Ik moet de armen toen hebben laten zakken,
de voorzitter geroepen hebben en gezegd hebben niet verder te kunnen gaan.
De voorzitter
had verwonderd naar de partituur gekeken en opgemerkt: "Er geschiedt hier iets vreemds".
Inmiddels waren ook de andere orkestleden naderbij gekomen en hadden zich om de lessenaar
geschaard. Terwijl zij toekeken werd de tekening op het helderwitte papier groter
en steeds duidelijker.
Binnen de contouren tekenden zich ogen, neus en mond af.
De
werking op het papier duurde anderhalf tot twee minuten, na dat tijdsverloop stond
er een mannenkop, waaraan niets meer veranderde.
De heer Boedijn deelde nog mede,
dat, van het begin dezer manifestatie af, door zijn beide armen een sterke elektrische
stroom ging, die van zijn vingertoppen naar de schouders. liep. Dit, verzekerde hij,
veroorzaakte een vrij pijnlijk gevoel, dat in kracht afnam en eerst na twintig tot
vierentwintig uur geheel verdween. Toen de dirigent de armen liet zakken, dachten
de musici aanvankelijk, dat hij onwel was geworden.
Hij moet nog van bril verwisseld
hebben om de partituur van dichterbij te bezien; zelf kan de heer Boedijn zich dit
echter niet herinneren.
De speciale verslaggever van "Parool", waaruit wij dit merkwaardige
gebeuren citeren, heeft de partituur kunnen bekijken. "Het papier was zeer zindelijk",
zo constateerde hij. "De tekening staat op het eerste blad, ongeveer te halver hoogte
en iets naar rechts op het blad. Ze is heel zwak, schimmig zou men kunnen zeggen,
als was ze met een met potloodzwart beduimeld stukje vlakgom tot stand gebracht.
De ogen echter zijn vrij felle stipjes, die vlak boven een notenbalk staan. De hoogte
van de tekening is ongeveer drie centimeter. Te spreken van een Beethoven kop is
overdreven. Van een uitgesproken gelijkenis is geen sprake.
De heer Boedijn, die
zich, naar hij verklaarde, nooit met spiritisme of parapsychologie heeft beziggehouden.
is niet van plan de partituur nog te gebruiken. Evenmin wil hij de partituur ter
stofbepaling afstaan.
De mening van de parapsycholoog, Dr Tenhaeff:
Er wordt naar
dit mysterie thans door Dr Tenhaeff, lector in de parapsychologie aan de Rijksuniversiteit,
een diepgaand onderzoek ingesteld. Voor een definitief oordeel acht deze het tijdstip
nog niet gekomen. Op grond van de rapporten, die hij ter bestudering kreeg, is hij
echter geneigd met de grootste voorzichtigheid aan te nemen, dat hier paranormale
verschijnselen in het spel zijn geweest. Zou dit inderdaad het geval zijn, dan zijn
die te zoeken in de richting van zogenaamd direct schrift. Ongelukkigerwijze zo deelde
hij mede, is dit juist een terrein, waarop de parapsychologie nog niet heel ver gevorderd
is en waarvan men eigenlijk nog betrekkelijk weinig afweet.
Spiritistische verschijnselen
kon Dr . Tenhaeff in dit geval niet zien. Er zou veel meer sprake zijn van een verschijnsel,
dat uit de geest van de heer Boedijn en zijn orkestleden, die immers met overgave
en inspanning musiceerden, voorkomt. Een massa hallucinatie achtte Dr Tenhaeff uitgesloten.
Te veel onbevooroordeelde personen hebben in alle nuchterheid het verschijnsel waargenomen.
Het oordeel van Meester Zelanus:
Hoe zeer dit verrassende en merkwaardige verschijnsel
de gemoederen bezighoudt moge ook nog blijken uit de vele brieven, die "Evolutie"
naar aanleiding hiervan...ontving en waarin men het oordeel van Meester Zelanus verzoekt.
De vraag werd ook gesteld op een der Inwijdingszittingen ten huize van het Genootschap.
Meester Zelanus antwoordde:
Wat u in Enkhuizen is geschonken, verklaarde ik al in
mijn boeken over de occulte wetten, "Geestelijke Gaven", als direct schrift. Wanneer
ge daarin leest over de geestelijke fotografie, de materialisatie en de dematerialisatie,
kent u ook de verklaring van dit occulte gebeuren. Want dit is het: Een occulte manifestatie,
door onze, astrale, wereld tot stand gebracht. Ik kan er avonden aan wijden, maar
in het kort geschiedde er dit.
Het verschijnsel kon worden opgebouwd, doordat de
astrale Meester, die er voor verantwoordelijk is, aan de drukinkt, het notenschrift,
de levensaura ontnam. Aura is de fijne, voor u onzichtbare, want astrale stof, die
elk lichaam, elk voorwerp bezit, of het zou uiteenvallen. Deze krachten werden verbonden
met die, welke aan de dirigent en enkele van zijn medespelenden onttrokken werden.
Hierdoor kon de astrale persoonlijkheid zijn verschijnsel verdichten en afdrukken.
Wanneer u een lei met een griffel beschrijft, dan is deze griffel voor u een stoffelijk
middel om uw doel te bereiken. Hier ontbrak dit stoffelijk middel echter geheel en
was de werking zuiver astraal.
Er zijn vele wetten, die ge moet kennen om dit verschijnsel
geheel te kunnen verklaren, maar zoals gezegd, die leest ge in "Geestelijke Gaven".
De gespeelde compositie trok de schepper er van aan en deze hielp de Meester bij
de manifestatie.
De pijn van de dirigent en zijn plotselinge, kortdurende geheugenstoornis
worden verklaard door het wegtrekken van zijn levensaura. Hij voelde dit van het
centrale zenuwstelsel uit. De astrale Meester wilde het proces kort en krachtig doen
verlopen, waardoor de benodigde aura snel en als het ware met een schok werd ontnomen.
Dit gaf de dirigent een pijnlijk gevoel, wat hij nog uren er na voelde. Het had ook
langzamer en minder fel gekund, maar dan had hij weken het bed moeten houden om de
uitputting, die dan gevolgd was, te boven te komen.
Ik kan u nog zeggen, dat u in
de toekomst meer van dit soort verschijnselen zult beleven. En deze zullen zoals
hier, let wel, buiten de media om geschieden! In de eerste plaats, omdat de eerste
zich makkelijker laten overrompelen, wat dit soort manifestaties ten goede komt,
en in de tweede plaats, omdat verschijnselen door "buitenstaanders"- als ik het zo
eens zeggen mag teweeggebracht, meer tot uw sceptici spreken. Eens zullen ook zij
door die onloochenbare bewijzen van het lichamelijke voortbestaan na de dood worden
overtuigd. Nog eens, deze uitleg is beknopt en daardoor onvolledig: Laten uw geleerden
mij de kans geven hun onwetendheid op dit terrein van de paranormale verschijnselen
weg te vagen!
Meester Zelanus.
DE WETTEN
SPREKEN!
Hoe komt de ziel ertoe een volgend bestaan op Aarde te aanvaarden?
Krijgt
zij daartoe opdracht en zo ja, van wie? Dwingen bepaalde wetten haar ertoe, of is
het haar eigen wil?
Als u het 'waarom' van de reïncarnatie kent en aanvaardt, bezit
u ook het antwoord op uw vraag. God toch wil, dat wij, Zijn kinderen, Hem in al Zijn
graden en eigenschappen bewust vertegenwoordigen. Dit kan onmogelijk in één leven
gebeuren, al is dat het armzalige, uitzichtloze geloof van talrijke dogmatisch ingestelde
mensen. Hij schenkt ons daarom miljoenen levens om dat stadium te bereiken. We stonden
en staan nog steeds voor een ontzaglijke opdracht, die we door de aanwezigheid van
Zijn leven in ons, eens zullen vervullen.
Het overwinnen van de kleinste wet kostte
ons al bloed en zweet. Telkens weer maakten we nieuwe fouten, die we dan weer moesten
rechtzetten, net zo lang tot de wet beleefd was en we innerlijk rijker en bewuster
verder konden gaan.
Indien wij een moord plegen, roepen de karmische wetten ons in
elk geval naar de Aarde terug. Daar moeten we dan de mensen, die we het leven ontnamen,
een nieuw leven teruggeven.
In het kort: We zullen net zo lang op de Aarde geboren
worden, tot we alle graden en alle toestanden, die tot die planeet behoren, hebben
overwonnen. We mogen dus niet zélf kiezen en ontvangen geen opdracht om geboren te
worden. We gáán, aangetrokken door de wetten, die we moeten beleven!
Pas wanneer
wij de sferen van licht in ons bezit hebben en voor honderd procent het verlangen
in ons leeft om op Aarde een taak te verrichten, die de mensheid geestelijk vooruit
kan helpen, pas dán krijgt de eigen wil geldigheid van bestaan. Nu bidden wij God
om een nieuw stoflichaam en Hij schenkt het ons, wanneer ons gebed, ons verlangen
volkomen bewust is. U ziet uit dit alles, welk een doeltreffend gezag ons leven bestuurt.
We ontvangen al of niet met onze instemming altijd juist dát, wat we voor onze evolutie
naar God terug nodig hebben! Hoe verklaart u de overeenkomst in karakters, die zo
vaak bestaat tussen kinderen, ouders en grootouders?
De overeenkomst in karakters
kan optreden, doordat we in de meeste gevallen aangetrokken worden door zielen van
onze eigen levensgraad. Daardoor kunnen ouders, die bijvoorbeeld aan de drank verslaafd
zijn, kinderen aantrekken, die al spoedig tot hetzelfde kwaad vervallen. Dit is echter
niet een kwestie van erfelijkheid, want de ziel is niet, zoals het lichaam, erfelijk
te belasten. Door hun kwade instincten werden deze zielen in verschillende levens
tot elkaar aangetrokken. In dit contact vervielen zij tot fouten, die hen in volgende
levens wéér bijeen zouden brengen, net zo lang tot de onderlinge schulden vereffend.
zouden zijn. Hier geldt dus het kernachtige en veelzeggende spreekwoord: soort zoekt
soort! Evenmin als bij een andere wet mag u echter generaliseren. Het kan bijvoorbeeld
gebeuren, dat karaktervaste, brave ouders slechtgeaarde kinderen krijgen. In dat
geval trok de hogere graad de lagere aan. Dit is dan het gevolg van de schuld, die
deze ouders ééns - in vorige levens - op zich laadden, toen zij deze ziel op de een
of andere wijze tekort deden. God geeft ons niets cadeau. Hij laat Zich ook niet
paaien door goede bedoelingen, gebeden of beloften. Wij zullen de fouten, die we
hebben gemaakt, door eigen kracht moeten herstellen, met als winst, dat wij en het
leven, waaraan we goedmaken, rijper nieuwe taken kunnen aanvaarden!
Meester Zelanus.
DE BRON VAN ALLE LEVEN: DE ALBRON.
In het boek ,,Het
ontstaan van het Heelal'' kunnen wij in het vijfde hoofdstuk uitvoerig lezen over
het ontstaan van de Schepping. In de lezingen, die in de jaren 1949 tot 1952 door
Meester Zelanus werden gehouden, werd er door hem verder gegaan met de ontleding
van de aan deze Grote Geboorte verbonden wetten. Hij plaatste ons daarmee voor de
werkelijke God van al het Leven. De dogmatische God de Vader werd veranderd in een
God van Liefde, die niet alleen het vaderschap, maar ook het moederschap vertegenwoordigt.
Een God, Die door het Alvaderschap, het Almoederschap en de Alliefde, door de mens
naar zijn beeld te scheppen, alles van Zichzelf gaf.
Dit beseffen wij te weinig in
ons leven. Wij vragen nog steeds, omdat ons gevoel te veel op het ,,halen'' is ingesteld.
Er is echter niets meer te halen. Alles wat wij ,,halen'' komt dus van een ander,
onze medemens.
Ons rest slechts het ,,geven'', waardoor wij gelijk aan God weer alles
zullen terugontvangen, maar steeds in een hogere toestand. Dat betekent evolutie,
ontwaken! Wij bepalen zelf het verloop van dit ontwaken.
In het onderstaande artikel
vinden wij de stilte en intense eenheid, die de baring van ons leven betekende.
Voordat
de Schepping begon, was er niets, totaal niets. Er was alleen leven. Er was ziel
en er was geest en dat noemen wij het protoplasma, de Bron, de Albron, waardoor alles
is geboren; de Bron, die alles bezit!
Wat wij nu - dat zult u aanstonds zien - op
Aarde bezitten, is Moeder Natuur. U kunt een boom zien, de dierenwereld, u kijkt
naar de ruimte, u ziet Zon, Maan en sterren. Al dat leven is uit die Bron ontstaan.
Wij spreken over protoplasma, maar wat is plasma? Dat- kan ik u vertellen. Indien
u zich daar één mee voelt, krijgt u, als het ware, het gevoel om te willen uitdijen,
om tot werking, tot gevoel, tot daden, tot manifesteren te komen. Het is een kracht,
die van binnenuit u komt en het gevoelsleven omvat, het geeft een opwekkend realisme,
een rechtvaardigheidsgevoel! Het is een gevoel van geluk, dat u overstraalt, dat
u opneemt, dat u inzuigt en dan raakt u op dat ogenblik het levensbloed van de Albron!
Het is zo, dat u, wanneer u de Kosmologie, wanneer u de Ruimte beleeft, toch door
dat levensbloed van de Albron heen moet om ook daarvan het allereerste ontstaan in
u op te nemen, zodat u kunt voelen: 'Ja, wanneer ik nu doorga, doordenk, dan gaat
er iets gebeuren.' En dat is reeds de nieuwe baring: Ik ga baren. Die Ruimte nu,
die onmetelijkheid, waar geen licht is, dat is alleen moederschap, dat is baring,
dat is het huis van de Ruimte, het hart, de bloedsomloop. Dat heeft persoonlijkheid,
dat heeft Alles. Baring, dat is levend fluïde, levensplasma. Dat is een ijle stof,
die eerst niet te zien is en toch zichtbaar wordt, want wij zien, wanneer wij gewend
zijn aan deze duisternis, als het ware mijlen en mijlen, miljoenen jaren in die ruimte
en die diepte, totdat wij daarginds, heel in de verte, denken: Is daar reeds iets
bezig zich te verstoffelijken? Er is licht en er is duisternis.
Wanneer u een tijd
neerligt, uw ogen sluit en ze daarna weer opent en u komt tot de vereenzelviging,
tot het éénzijn met die Ruimte, die Moeder - want dat is een Moeder, er wordt aanstonds
gebaard - dan lijkt het alsof de Zon opkomt. Een machtig licht is er ontstaan, scherper,
krachtiger dan de Zon op zijn hoogtepunt aan kracht en persoonlijkheid bezit voor
uw eigen tijd, voor het huidige stadium. In die duisternis komt er een gouden aura
naar voren, die niet zichtbaar is, die u niet kunt voelen. En toch voelt u die warmte,
die heerlijkheid, die stilte, die rechtvaardigheid! U bent hier beschermd tot in
het oneindige. Er is geen licht, er is slechts duisternis en toch ziet u iets. Dat
wil zeggen, dat ook in de mens in zijn diepste duisternis op Aarde - daar, waar het
leven straks komt en verstoffelijkt wordt - dat er in die mens, in die allerdiepste
werelden toch licht aanwezig is!
En nu moeten wij beamen, dat de Albron, de Almoeder
(dat is de Almoeder, die oneindigheid, die onmetelijkheid, waarin niets leeft, waarin
alleen de Almoeder leeft), alleen wil zijn: baring, moederschap. Er moet gebaard
worden en er zal een evolutie komen, die leven naar voren brengt!
J a, daar staan
we, niet één verkeerde gedachte moet er nu in ons zijn, willen wij de Albron, dit
Goddelijk éénzijn beleven, want nu zal God, zal de Albron tot ons spreken. Wij gaan
baren, ik dij uit, ik straal uit en hier staat de mens, die mij remt om mijzelf
te laten uitstralen. Die mens wil niet denken, wil niet voelen, die mens zegt: 'Ja,
wat kan mij dat nu schelen, ik houd mij dan maar liever weer vast aan de Aarde, dan
zink ik niet in elkaar, dit gaat te ver van mij weg.' 'Nee', schreeuwt en roept er
Iemand, een Stem uit de Ruimte, 'het veraf zijn is het dichtbij vertoeven! In Mijn
Bron, in Mijn Leven, in Mijn Baring is er geen veraf zijn, dat bent uzélf.
Straks
zult u Mijn Eenheid beleven. Maar leg nu toch die menselijke gevoelens af. U bent
wel mens, maar maak u in gedachten vrij van die maatschappij, vrij van de verdichte,
stoffelijke kosmos. Kom in Mijn levende Hart, want Ik ben de Almoeder, Die u wil
ontvangen!'
De Almoeder! In die Almoeder komen wij tot denken en voelen, het zich
overgeven van de mens! Wij durven niet te denken. U moet niet denken, want wanneer
u denkt, dan betreedt u al het huidige stadium. Dan heeft de wil, de menselijke wil
reeds 'het niets zijn' uitgeschakeld. U moet niets willen zijn, want dan bent u alles!
'U bent alles', zegt, Socrates, zegt Christus, 'indien u niets zegt, dan bent u alles.'
De mens, die vraagt, is niets, maar de mens, die deze stilte, die deze ruimte wil
beleven, is alles, ook al leeft hij onder de grond. Christus sprak in beeldspraak
en die beeldspraak krijgt nu vergeestelijking in deze Ruimte, in die Almoeder. Wij
gaan zien en voelen, dat op Aarde de Almoeder als het groen van uw roos is en wanneer
wij dieper gaan, wij in het hart van die Bron komen, waardoor de Moeder zich heeft
geopenbaard. Zij opent zich ... Die donkerte, die duisternis is de Almoeder, en het
licht, dat wij gaan waarnemen, die warmte, die wij gaan voelen, dit éénzijn, dat
we nu gaan beleven, is het geel van uw roos, de bloem, die als baring en schepping
één is. Nu voelen we, dat ook God als Vader aanwezig is op het ogenblik, dat de Almoeder
als baring zich nog moet vergeestelijken en verstoffelijken!
Kunt u dat vasthouden?
God is het Vaderschap, God is in die Ruimte, in die onmetelijkheid aanwezig, want
wij zien, dat er licht is.
Door die eenheid te ondergaan, dat hart te beleven, gaan
we innerlijk voelen, dat er licht is en warmte. Wij zien en die God ziet: Dat leven
is reeds bezig zichzelf zichtbaar te maken! Zo zweeft de mens door die ruimte. De
Meesters gaan voor. Broeders en zusters houden elkaars handen vast. U bent één met
uw moeder, die u eeuwen geleden hebt gekend, of u ziet daar een moeder met haar kind,
maar nu bewust van hun levens.
Hand in hand gaan ze nu, gekleed in een machtig, schoon,
universeel gewaad en gouden sandaaltjes aan. Hand in hand, als Goddelijke kinderen,
geven zij zich over aan deze Stilte, aan dit Alles, deze Albron, die Moeder is, maar
die ook Ziel, Geest en een Persoonlijkheid is. Maar die Persoonlijkheid is alleen
nu nog te zien als plasma, die is te voelen als stilte, want er is nog geen werking.
Langzamerhand- rustig is het - zien wij, dat er een kracht door deze Ruimte gaat,
die deze onmetelijkheid, dit lichaam - want het is een lichaam dit organisme vult,
de Moeder, de Almoeder is aan haar baringsproces begonnen.
Er komt aura en die aura
verbindt zich, verspreidt zich door deze onmetelijkheid. Dat is het lichaam, het
organisme voor de Almoeder, waaruit God geboren is, waaruit de Vader is ontstaan.
Wanneer de bijbel spreekt over de Vader, dan is dat reëel, dan is dat essentieel.
Maar wanneer wij spreken van God, dan staat God reeds hier achter ons, want het is
slechts een woord, het omvat en beeldt het vader en moederschap, het scheppen en
baren, de macht, het gevoel, de rechtvaardigheid, de liefde en de harmonie uit. Dat
is God, dat is de Almoeder als Vader!
Wij volgen dit alles en gaan nu langzamerhand
die aura zien. Overal komt er aura, overal komen er nevelen, zo nu en dan lichtend
met een prachtige omstraling, een omlijsting, zoals u dat op Aarde beleeft, wanneer
de Zon ondergaat en de wolken worden omstraald, waardoor u die gouden flitsen ziet.
Wij zien zo nu en dan in deze Ruimte een lichtend gewaad ontstaan. Dan staan we voor
levend plasma. Dit is allemaal ijle stof, dit is bloed, dit is de moedermelk van
de ruimte, dit is baring, dit is levende substantie, dit is ziel, dit is geest, want
wij gaan nu een verschijnsel zien en dit verschijnsel is een vonkje van de geestelijke
persoonlijkheid als Almoeder. Doordat wij licht zien, doordat wij de duisternis hebben
gezien en in deze duisternis de warmte voelen, voelen wij reeds iets van die persoonlijkheid
als kracht, rust, vrede en rechtvaardigheid, want stoornissen zijn hier niet te beleven.
Dit proces heeft biljoenen tijdperken geduurd. Miljoenen tijdperken, miljoenen jaren
volgens uw denken en voelen gingen er voorbij, voordat die nevelen dichter werden
en nu zien wij, dat die nevelen afstemming hebben op de wolken, zoals u die op Aarde
bezit.
Dat speelt zich slechts in enkele seconden af. Er komt duisternis, de wolken
gaan zich scheiden en het regent. Die toestand beleven wij aanstonds precies zo op
de Maan, die toestand van de Ruimte is de Almoeder in de stof, maar nu als levensadem,
gezien voor de mens en deze kosmos. Maar de Maan heeft precies hetzelfde beeld beleefd,
want zij heeft haar leven gesplitst. Het embryonale, stoffelijke leven kon beginnen
en dat beeld zien wij, beleven wij nu voor de Almoeder. In niets is er verschil.
Zo begon het eigenlijke baren voor de Schepping, méér is er niet. Maar in dat 'méér
is er niet' ligt alles, daarin beleven wij de ziel, de geest en de persoonlijkheid.
De flitsen, die wij waarnemen, zijn een deel van de Almoeder, zoals Zij zal zijn
en als persoonlijkheid moet worden, want Zij moet zich vergeestelijken, nee ... Zij
moet zich manifesteren, jazeker ...Zij moet zich verstoffelijken.
Zij beleeft aanstonds
elementale verdichtings en verhardingswetten. Die hele macrokosmos, deze ruimte,
waarin Zij leeft, zal gestalte krijgen, want vanuit Haar Leven zal deze ruimte -
en zullen andere ruimten - worden gevuld. Ja, waar gaan we nu naar toe? Als u dit
vasthoudt, hebben wij niets meer nodig, dan kunnen wij een vaart nemen en het ene
tijdperk na het andere beleven. Maar wanneer u aanstonds in dat gebeuren bent, dan
moet u door die duisternis heen, door die wolken heen. Maar u weet: Daarachter leeft
de Alziel, het Alleven, de Albron, maar vooral en vóór alles het Almoederschap.
Want
door te baren - toen de Moeder ging baren en wij in deze ruimte een verdichting ondergingen
- is het plasma vanuit het niets zichtbaar geworden. Dat plasma is reeds vaderschap.
Vader en moederschap zijn één. Die ruimte gaat door, er komt steeds meer leven en
uiteindelijk komen wij tot het verlichten van deze ruimte. Dat kunt u lezen in de
boeken 'Het Ontstaan van het Heelal' en 'De Volkeren der Aarde'. Wij zien nu, dat
het vaderschap verstoffelijking kreeg, zichtbaar werd; dat het gouden, universele
gewaad één licht geworden is. En wat is er nu in die biljoenen jaren gebeurd, wat
heeft zich hierin verstoffelijkt? Dit is nog geen stof, want u voelt wel: Wanneer
de stof naar voren treedt, dan moet er iets zijn, wat die stof kan waarnemen. Dit
is nog altijd Alziel, Algeest, maar de Albron als Moeder heeft zich verdicht als
een gouden licht! Ziet u: door baring hebben de Almoeder en de Alvader een eenheid
ondergaan; zij zijn beiden licht geworden, want dat licht, dat onzichtbaar voelende
licht heeft zich nu door die tijdperken, die miljoenen jaren, zichtbaar verstoffelijkt,
vergeestelijkt en nu zien wij de Almoeder en de Alvader in een Goddelijk, lichtend
paars gehuld.
Dit is nu het lichtende beeld, het licht als God, als Vader voorde
Ruimte. Dit is universeel, onmetelijk diep, maar dit is God als licht, want uit de
baring, uit de Moeder is dit licht ontstaan. Dus de Almoeder heeft baring en schepping
in zich; de Almoeder ging baren, maar dat werd schepping, want toen dat gevoel, dat
plasma uit haar heenging, bezat ook dat licht die aura, dezelfde krachten, die zij
bezat: Het gevoel om te scheppen en te baren, te veranderen, te evolueren. Want in
en achter dit alles leeft de gedachte, de wil: 'Ik wil mij manifesteren, vergeestelijken
en verstoffelijken voor mij n lichaam.' Nu is de Ruimte slechts het Goddelijke organisme,
het Goddelijke beeld. Deze Ruimte scheurde vaneen. De Almoeder als Vader dat is
vaderschap splitste zich. Zeven tijdperken hebben wij kunnen vaststellen in deze
Ruimte. Niet ineens was de Almoeder gereed en was dit universum klaar. Dat waren
tijdperken, zei ik u en nu hebben wij kunnen zien - dat leert ons aanstonds de stof,
dat bewijzen de hellen en de hemelen - dat er zeven overgangen zijn ontstaan, voordat
de Moeder vaderlijk gezag kreeg, voordat de Moeder baarde en haar kind, haar vaderschap
schiep. Dit is het licht van de Ruimte!
Is dat duidelijk? Dit bent u - aanstonds
zult u dat zien - als een Godheid; u bent dus universeel diep in baren en scheppen!
Deze Ruimte scheurde dus vaneen en splitste zich in miljarden vonken. En na deze
gebeurtenis vloeide het zo uit elkaar, zoals de wolken in uw atmosfeer nu nóg uiteenvloeien
en zich mengen. Wanneer de spanning zich ontlaadt en de krachten in de atmosfeer
afnemen, dan krijgt u het losscheuren van een wolk. Daarna krijgt u opnieuw een compacte
zelfstandigheid, waarin geen trilling, geen scheuring meer aanwezig is. Die spanning
is ontladen.
Maar wat gebeurt er nu? Wanneer wij van dat licht miljoenen vonken afnemen,
wat gebeurt er dan? Dan gaan wij weer terug naar de duisternis.
Dit is de Albron,
dit is God als licht. En nu splitst dit licht zich, dat scheurt, dat vloeit zo uit
elkaar, omdat het een oneindigheid heeft beleefd, omdat dit het uiteindelijke stadium
is om vanuit net moederschap tot het vaderschap voor God te komen, omdat dit het
uiteindelijke manifesteren is voor God als geest; dit is de Goddelijke geest.
Voel
nu: In deze Ruimte is er weer duisternis en toch is er licht. Ziet u, er is licht;
het vaderschap hebben we gekend, dit licht is vaderschap voor de Almoeder, de Albron,
God; God als Vader.
Wij hebben nu God als licht leren kennen, als geest, uit baring,
uit de Moeder. Daarachter leeft de Almoeder, en nu gaat dit licht zich manifesteren
als een tijdperk, als een zelfstandigheid in het 'nu'. Het heeft zich gesplitst,
en dat zien wij.
Nu kunt u vragen stellen: Bent u vader, bent u moeder, waarom bent
u eigenlijk moeder?
Miljoenen vonken hebben we in die Ruimte zien ontstaan, maar
u allen, u, vaders en moeders, vertegenwoordigen een ruimte, een universum, de macrokosmos!
De Albron splitste zich in miljarden vonken. Maar wat is er gebeurd?
Aanstonds beginnen
wij, dan gaan wij verder, dan beleven wij de Almoeder voor deze ruimte en dat werd
de maan en dat werd de zon. Die twee wetten en werelden in elkaar, die dóór elkaar
de manifestatie vanuit het moederschap het vaderschap ondergingen. Die wetten zijn
nu geestelijk astraal verstoffelijkt, dat werden Zon en Maan.
Er is alléén vader
en moederschap in deze ruimte!
Meester Zelanus.
DE MISGEBOORTE.
De moeder die haar zwangerschap vroegtijdig beëindigd ziet,
beleeft veel verdriet.
Het leven, dat zij dankbaar onder haar hart droeg en koesterde,
maakt zich van haar los.
Wanneer nu de dood als het absolute einde van alles wordt
gezien, is de misgeboorte voor haar een onbegrijpelijke en haast onaanvaardbaar gebeuren.
,,Als de mens met God in harmonie was gebleven, dan was er geen miskraam ontstaan''
zegt Meester Zelanus in dit artikel. Dat houdt dus in, dat de misgeboorte niets met
God heeft uit te staan, maar dat wij dit gebeuren in het bewustzijn van ons leven
moeten plaatsen. Moeder en kind zijn met dit gebeuren verbonden. Om het beleven te
kunnen verwerken, zal het hoofdbuigen noodzakelijk zijn.
De gedachte, dat de moeder
het andere leven weer verder in zijn of haar evolutie heeft geholpen, zal daarbij
voor haar krachtgevend zijn.
Wanneer ik u een duidelijk antwoord wil geven op dit
onmetelijke en voor vele mensen onverklaarbare gebeuren, moet ik u voeren door de
duizenden wetten en levensmogelijkheden van de ziel. U weet daar niets vanaf.
U moet
in de allereerste plaats aanvaarden, dat de ziel als mens alleen door telkens terug
te keren naar de Aarde naar een hogere toestand kan evolueren. In zijn ontwikkeling
verloor de mens zich. Door zijn onbewust handelen bezoedelde hij de Goddelijke, harmonisch
geschapen wetten en zichzelf. Daardoor kon de miskraam ontstaan. Als de mens met
God in harmonie was gebleven, dan was er geen miskraam ontstaan.
De chaos, die de
mens door zijn onbewust handelen aanrichtte, brengt ons naar de psychopathie. Alle
psychopaten zijn mensen, die de Goddelijke wetten veelvuldig overtraden, door hun
haat, hun wreedheid, hun moord, hun hartstochten.
Zij liggen na de stoffelijke dood
in de laagste, door hen zelf opgebouwde duistere werelden. Maar ook zij moeten volmaakt
naar God terug, want Deze kan geen van Zijn vonken verloren laten gaan. Hoe zouden
zij nu naar hun Schepper kunnen terugkeren, als zij niet telkens weer de gelegenheid
kregen nieuwe ervaringen op te doen om daardoor aan liefde en bewustzijn te winnen?
God stuurt hen in Zijn Wijsheid terug naar het aardse leven.
De bruutheid, die deze
zielen evenwel nog eigen is, overheerst het natuurlijke proces in de moeder en scheurt
het tere, nog maar half verstoffelijkte cellenweefsel vaneen, waarna de vloeiingen
beginnen en het leven de miskraam te aanvaarden heeft. De dokter kan, om dit te voorkomen,
de moeder middelen voorschrijven, maar deze medicijnen zullen en kunnen nu niet helpen,
omdat men voor de eigen, onherroepelijke wetten van het kind staat. Dit leven keert
nu terug naar het astrale bestaan, maar straks wordt het opnieuw door de moeder aangetrokken,
net zolang totdat het
innerlijke leven gereed is om de stoffelijke wetten verder
te ondergaan. Dan pas kan de normale geboorte volgen. Toch wordt het kind als psychopaat
geboren, wat duidt op zijn lage, nog dierlijke afstemming.
Het overtreden van de
Goddelijke wetten hebt u tijdens de laatste oorlog kunnen waarnemen.
Miljoenen mensen
leefden zich uit en zij allen zullen moeten terugkeren en de psychopathische levensgraad
moeten aanvaarden. Allen zullen zeven en meerdere miskramen veroorzaken, voordat
ze weer in harmonie zijn met het stoffelijke leven en de wetten voor het vader en
moederschap. Omdat u zich echter anders in deze materie zou verliezen, behandel ik
hier slechts de zeven bestaande levensgraden.
Wij weten, dat de ziel, komend uit
haar diepste, disharmonische graad door de zes maal zeven overgangsstadia naar de
zeven stadia van de normale, stoffelijke geboorte moet. Dat één moeder echter niet
negenenveertig keer een miskraam kan beleven weten wij ook! Hierin wordt de moeder
nu ten behoeve van het disharmonische zielenleven door een ontelbaar aantal andere
moeders geholpen. De ziel als mens moet dus door al die misgeboorten heen, voordat
zij haar natuurlijke
geboorte weer in eigen handen heeft. Elke moord is voor de
mens een misgeboorte.
Denkt u zich nu eens in, met het beeld van de laatste oorlog
voor ogen, voor hoeveel gevallen van ontijdige geboorten de mens in de toekomst nog
zal komen te staan ... een geestelijke en stoffelijke chaos, waaraan de mens, hoe
graag ook, niets kan veranderen. In de toekomst zorgen miljoenen moeders er echter
voor, dat de misgeboorte geheel oplost. Deze moeders behoeven echter met die psychopathische
levens niets te maken te hebben. Zij zijn gereed voor het hoogste moederschap en
willen dienen, overtuigd van hun universele staat. Zij wensen met inzet van hun lichaam,
hun liefde en hun kracht, keer op keer te doen, wat God in het oneindige deed, levend
in het heilige weten, dat zij in hun graad tijdens hun zwangerschap deze Goddelijke
Scheppingsdaad opnieuw verrichten.
Naast de onbewuste miskraam, die ik u duidelijk
maakte, bestaat er ook nog de bewuste miskraam. Die zal ik u nu verklaren.
Het leven
aan Gene Zijde is geheel gewijd aan studie.
Met heel onze persoonlijkheid zijn we
bezig door te dringen in de wetten, graden en toestanden, die het Goddelijke Heelal
beheersen om daardoor dichter tot onze Schepper te komen. Wij willen deze wetten
niet alleen zien, maar ook ondergaan.
Als dit verlangen op honderd procent in ons
is gekomen, schenkt God ons deze genade. Zo zal de ziel, die de verdichting en de
uitdijing van de stoffelijke geboortewetten wenst te beleven, van Hem de mogelijkheid
ontvangen om weer als kind in de moeder op te groeien. Dit duurt zolang, totdat dit
unieke proces in zijn geheel bewust beleefd is, waarna de ziel de moeder verlaat,
haar dankend voor de gelegenheid, die zij haar in haar liefde schonk. Een dankbaarheid,
die deze moeder straks - in het leven na de dood - als een hemel zo onmetelijk voor
zich zal zien.
Door deze mogelijkheid, winnen wij en ook de aardse moeder aan kosmisch
bewustzijn! Vindt u dit vreemd of onlogisch? Of gaan uw ogen open en komt er vreugde
in u, nu u een glimp ontvangt van de Goddelijke realiteitswetten? Voelt u aan, wat
u op Aarde nog te leren hebt?
Ik zou u nog veel meer waarheden kunnen geven, waarvan
wij de miljoenen levensgraden leerden kennen en bezitten. Ik zou u nog kunnen verklaren,
of het kind dan wel de moeder zélf verantwoordelijk is voor de disharmonie. Hoeveel
moeders zijn er immers niet, die hun kind niet wensen en het vóór of ná de geboorte
doden. Elk mens, ook wij die aan Gene Zijde leven, deden dit eens in onze beperktheid,
ons onbewustzijn om dan te beleven, hoe ontzaglijk Gods liefde is, door ons de gelegenheid
te geven, zólang het moederschap te ondergaan, totdat wij de genade ervan gingen
inzien.
Meester Zelanus.
VRAAG EN ANTWOORD.
Hieronder volgt een vraag, die in 1949 op één van de Vraag en Antwoordavonden is
gesteld en waarop Jozef Rulof het antwoord gaf.
In de courant las ik van een paard,
dat aan toevallen lijdt.
Kan dat en zo ja, zijn dat dezelfde verschijnselen als bij
de mens?
Mevrouw, een paard, een dier kan dezelfde ziekten bezitten als de mens,
want een paard heeft hersens, een zenuwstelsel, een gevoelsleven en wanneer daar
een stoornis in ligt, dan kan dat dier epilepsie ontvangen en elk ander verschijnsel,
dat ook de mens bezit.
Voelt u wel! Dat is allemaal mogelijk.
Ik heb dat bij ons
in de buurt ook meegemaakt.
Iemand had een paard en dat dier waarschuwde hem altijd
zo heerlijk. Het dier heette Piet en als Piet voelde, dat het begon, dan gingen die
achterbenen van Piet zo'n beetje draaien. Draaiende en trekkende ging Piet vooruit
en ineens stond Piet stil en dan gingen die oogjes lekker dicht en ging hij liggen.
Natuurlijk moest hij dan worden losgemaakt.
Dat duurde dan zo een kwartier. Daarna
stond Piet weer op en ging weer verder.
Ik heb dat dier wel twintig, dertig toevallen
zien krijgen. Maar dat ging zo mooi en zo rustig. Ik denk, dat Piet het beter begreep
dan de mens, want de mens spartelt harder en is angstiger dan het dier.
Piet ging
rustig liggen, hoofdje rechts op de grond. Het manifesteerde zich en dat beleefde
het dier.
Piet beleefde die verschijnselen. Stond daarna weer op en het was gebeurd.
Hebt u dat al eens bij een meegemaakt?
Ziet u andere verschijnselen. Waarom?
Ik kan
nu al ophouden, maar ik zou u kunnen vragen: 'Waarom ziet u andere verschijnselen
bij de mens?' Wij gaan er nu eens Kosmologie van maken. Een geestelijke grond.
Waarom
voelt de mens dit anders?
Omdat de mens denkt, meer bewustzijn bezit, gaat de mens
handelen en omdat de mens meer bewustzijn bezit, maar dit verkeerd heeft gebruikt,
verbruikt, heeft de mens zijn natuurlijke, ook Goddelijke eigenschappen afgelegd
en verloren.
De mens heeft zich gesplitst in duizenden dingen. De mens gaat onmiddellijk
denken en als u bij die dingen niet zou gaan denken en u kon u overgeven, was er
geen epilepsie.
Maar er is denken en er is gevoel. Er is ook bewust gevoel. We kennen
het paardbewustzijn, een hond en elk dier heeft bewustzijn.
Ja, de wetenschap is
wel zó ver, dat ze zegt: 'Ja, dat dier denkt dat en dat' en er zijn er ook die zeggen:
'We weten niet of een hond denkt.'
Denkt een dier, heeft een dier een persoonlijkheid?
Daar weet de wetenschap nog weinig vanaf, hoewel de psychiaters en de psychologen
ernstig aan het zoeken zijn. Maar u voelt wel, ze staan straks voor een ongelooflijke,
nu al ruimtelijke, diepe wereld. Maar omdat de mens zich direct instelt, wordt alles
erger. Honderd procent erger. Als u zich in alles kunt overgeven, gebeurt er niets.
Dan herstelt de natuur zichzelf.
Jozef Rulof.
VEGETARISME.
Vraag:
In het boek Vraag en Antwoord wordt gezegd dat vlees en vis eten gerust kan
en geen kwaad is, aangezien de dieren uit de mens zijn voortgekomen. Dat zegt u ook
in het Contactorgaan van maart 1981. Maar Meester Alcar zegt in het Ontstaan van
het Heelal over de vierde kosmische graad (blz. 439) "Men leeft hier ook vegetarisch,
want geen enkel dier wordt afgemaakt. Dierlijk voedsel wordt niet meer gebruikt,
omdat het verfijnde organisme het niet eens meer kan verteren".
Daarentegen wordt
in Vraag en Antwoord verteld dat Jezus Christus vis at. Dit staat ook in de Bijbel.
De Meesters zeggen echter (terecht) dat de Bijbel grotendeels uit onwaarheid bestaat.
Maar ik heb zelf ontdekt dat dat ook met het nieuwe testament het geval is. Dat het
nieuwe testament in de middeleeuwen door de Kerkvaders danig verminkt is. Ik ben
namelijk in het bezit van een evangelie, dat onmiddellijk nadat het geschreven is,
in veiligheid is gesteld in een Tibetaans klooster om het voor verminkingen te behoeden,
en dat pas eind vorige eeuw weer naar het Westen is gebracht en gedrukt en uitgegeven;
dit alles buiten de kerk om.
In dat evangelie, waarvan de kerk en de meeste mensen
niets afweten, en dat ook veel gedetailleerde en langer (93 hoofdstukken) is dan
de verminkte evangeliën (Mattheus, Markus, Lucas en Johannes) verteld Jezus? o.m.
over de wedergeboorte van de Ziel (reïncarnatie) en dat men zich niet moet verontreinigen
met het vlees en bloed van, geslachte dieren. Jezus trad ook vaak op als beschermer
van het dierenleven. Het voeden van de menigte met zes broden en zeven druiventrossen
en niet vijf broden en twee vissen zoals de kerk ons wil doen geloven) is ook veel
reëler dan het uitdelen van juist dorstig makende en aan bederf onderhevig zijnde
vis.
(Evangelie van de Heilige Twaalven, Uitg. Rozenkruis Pers, Haarlem)!
Bovendien:
wat Meester Alcar vertelt over de vierde graad geldt dan toch zeker voor Jezus die
uit de zevende graad komt, zelfs al heeft hij een lichaam van de derde kosmische
graad gehad.
Verder: wat te denken (dieren slachten zou volgens Vraag en Antwoord
niet tegen de naastenliefde zijn; volgens Heilige Twaalven juist wel) van de angst
en de pijn die men aan een te slachten dier berokkent?
In Contactorgaan maart 1981
staat (over vissen) ,,die eet u, die hebt u nodig" Is dat echt zo? Zelf eet ik reeds
zes en een half jaar geen vlees of vis meer. Ik zou het niet meer lusten, ik ben
veel minder vaak ziek dan toen ik nog vlees of vis at. ,,Die hebt u nodig " toen
ik eens in de omstandigheid verkeerde een stukje biefstuk te eten (Ik was toen twee
jaar vegetariër) verloor ik bijna mijn bewustzijn en werd doodziek met alle symptomen
van een acute vergiftiging.
Denkende dat het inbeelding was nam ik een proef en at
enige tijd later weer een stukje biefstuk (ongeveer 30 gram) met hetzelfde resultaat.
Vroegere griepaanvallen, allergische jeuk, zelfmoordneigingen, depressies en andere
nare geestelijke en lichamelijke afwijkingen zijn verdwenen sinds ik met deze ,,grove
fouten" van vlees en vis eten (zoals Jezus het noemt) gestopt ben. Opvallend is ook,
(ik heb onder vrienden en kennissen zowel vegetariërs als vlees en viseters) dat
de vegetariërs die ik ken veel meer openstaan voor hogere wijsheid en veel meer pure
naastenliefde hebben dan de vlees/viseters.
Graag Uw antwoord, c.q. dat van de Meesters
op deze vraag.
ANTWOORD:
Geachte heer,
U wilt op uw vraag een antwoord 'Zoals de
Meesters dit zien'. U begrijpt dat wij daarvoor dan eigenlijk een betrouwbare postverbinding
met Gene Zijde zouden moeten hebben.
Neen, daarvoor kunnen wij niet dienen.
Als wij
antwoorden dan is dat naar eigen voelen en denken volgens dátgene wat wij ons hebben
eigengemaakt uit de leer van Jozef Rulof en zijn Meesters en ons vaste vertrouwen,
dat wij in geval van zuiver afstemmen daarop, zeker mogen rekenen op hulp en inspiratie.
Zo, en niet anders mag u ons antwoord zien. Daarbij kunnen wij dan ook alleen maar
verklaren wat de Meesters aan ons door Jozef Rulof hebben doorgegeven en moeten wij
voorbijgaan aan alle stellingen en verkondigingen vanuit welke ándere bron dan ook,
hoe interessant het ook zou zijn daarover vrijblijvend te discussiëren.
Beginnen
wij met het Vegetarisme, dan staan we ogenschijnlijk voor tegenstrijdige uitspraken.
Tegenstrijdig, als we voorbijgaan aan de verschillen in de graden van evolutie, waarop
zulke verklaringen betrekking hebben.
In de lagere graden is de mens zelfs kannibaal
en smult met smaak en gretigheid van zijn eigen soortgenoten.
Of dat nu goed of slecht
is heeft voor die levensgraad zélf geen betekenis, want het gebeurde immers tóch.
Die mensen hadden daarvoor nog geen hoger onderscheidingsvermogen en zie, de zon
bleef schijnen en de Aarde bleef draaien. Ook al bouwde de mens aan zijn eigen oorzaak
en gevolg; God is en blijft Liefde en weet dat al zijn Leven eens anders zal zijn.
Nu, in onze tijd komen velen zover (mede door vele evangeliën) dat er een gevoel
ontstaat van liefde voor al het leven en ja..., dan smaakt het boutje van de ene
of de andere soort niet meer zo lekker, zeker niet als je daarvoor zelf met het slachtmes
aan de gang zou moeten.
God; het Leven zwijgt ook nu nog steeds, maar het wordt niettemin
toch wel heel wat realistischer beleefd, want nu groeit er ontzag en ook het organisme
gaat daarin mee, immers het verdraagt dat oervoedsel niet meer zo goed.
Prima zo,
zou God kunnen zeggen; zie Mijn oneindig geduld en Liefde werken feilloos, ook zonder
ge- en verboden, want Al Mijn Leven zal Mij eens op volle kracht vertegenwoordigen.
Daarmee bedoel ik, dat het niet gaat om wat de geboden en verboden zijn, maar om
wat wij zélf, als Goddelijke levensgraad vertegenwoordigen en dan staan we voor de
bijbehorende verschijnselen en die vereisen nu eenmaal geduld en liefde op niveau
en kracht van de oneindigheid.
Dat de Christus dit op honderd procent vertegenwoordigt
staat voor mij vast,evenals het weten dat Hij in al zijn daden en woorden absoluut
wist wat Hij deed.
Het ligt voor de hand dat de Christus de dieren tegen de mishandelende
mens van die tijd in bescherming nam.
Kosmisch gezien heeft echter alles wat leeft
zijn eigen bescherming in handen en zal geen leed geschieden waarmee het geen verbinding
bezit.
Maar, probeer nu eens een overtuigd Islamiet af te brengen van zijn 'geheiligde
rituele slachting'? Dat zal pas mogelijk zijn na een eindeloze ontwikkeling, stap
voor stap, waarbij inzicht en gevoel evolueert en die mens zélf zover komt.
Intussen
hebben wij ons oordeel op te schorten en tevens alleen maar voor ons zelf te handelen
naar ons eigen bewustzijn.
Als dat ons dan innerlijk voert naar vegetarisch leven,
dan is het prima, want dan zal ook ons organisme daarmee overeenstemmen en ondervinden
we geen ruwe schade. Als we echter door overheersende overtuigingskracht van anderen
overgaan tot een leef en eetprocedure die eigenlijk alleen nog maar verstandelijk
voor ons aanvaardbaar is, dan mist ons lichaam een kostbaar geschenk van God...,
n.l. de tijd voor aanpassing en kon het wel eens zo zijn dat de dokter er aan te
pas moet komen om die 'disharmonie' weer een beetje in het gareel te brengen.
Tot
zolang zal ons biefstukje en visje, waarvan de Meesters verklaarden dat het uit ons
eigen leven is ontstaan, door ons mogen worden aanvaard als een 'dagelijks brood',
waarvoor we dankbaar mogen zijn.
Als we echter geestelijk ontwaakt zijn en in gevoel
afstemming krijgen op de Vierde Kosmische Graad, wel dan hebben wij dat beslist niet
meer nodig.
Velen leven nu in een soort overgangsfase en daarin bestaan vele onzekerheden
die een verbinding bezitten tussen de vorige(eigengemaakte) en de volgende graad
en dan vallen er vreemde tegenstellingen te beleven. Harmonische evolutie is dus
het beste, maar de evangeliën brengen ons toch, in opdracht van Christus, een Kosmisch
verantwoorde versnelling, ook daarvan kunnen we thans zeer veel waarnemen en beleven.
De mens is universeel en oneindig diep.
In wezen véél te diep voor keiharde geboden.
Dat heeft alleen zin voor de lagere graad. In de leer van Jozef Rulof zult u geen
ge en verboden tegenkomen.
De Meesters leren ons alleen maar hoe de Goddelijke Levenswetten
fungeren en brengen ons bij wat onze eigen ontzagwekkende betekenis daarin is.
Dat
zet ons als mens op eigen benen en versterkt ons verantwoordelijkheidsgevoel: Vanzelfsprekend
is de kracht van denken en voelen van geweldige betekenis voor ons leven.
Als u dan
na twee jaar écht vegetarisme ineens tóch een biefstukje krijgt te verwerken, dan
staat u voor datgene waarvan de Meesters ons zeggen: 'Slechts één verkeerde gedachte
slaat u terug in de duisternis van het onbewustzijn en jaagt u uit uw Hemel...' Dat
het lichaam zulk een gruwelijke wreedheid maar zou moeten accepteren is natuurlijk
ondenkbaar.
De door u zo heftig ondervonden reactie duidt dan ook op een grote gevoeligheid,
maar ook is het best mogelijk dat uw biefstukje u tot de 'zonde' voerde en u zichzelf
onbewust een straf oplegde door een zware suggestie.
Dat is al evenmin nodig en nog
veel minder voorgeschreven vanuit een Bewuste Sfeer. Zoiets betekent een oud bekend
ritueel vanuit het kerkelijk denken en voelen en bewijst evenmin 'meesterschap' ook
al is het heel begrijpelijk, omdat wij mensen nu eenmaal, zonder het te beseffen,
vol zitten met duizenden dogma's.
P. L. H.
VRAAG EN ANTWOORD.
DE RAND VAN DE EEUWIGHEID.
Ik ben een lezer van de boeken van Jozef Rulof, die ik zeer boeiend vind.
Vooral
nu lees ik deze boeken met nog meer bezieling, omdat blijkt, dat veel geleerden en
astronomen er zo dichtbij zijn.
Ik heb destijds met veel belangstelling gekeken naar
de TV-serie 'Cosmos' van Prof. Carl Sagan.
Eén van mijn vrienden met wie ik graag
over deze onderwerpen spreek, gaf mij ook het boek over de gelijknamige serie ter
inzage en steeds blijkt dan weer hoe machtig veel Jozef Rulof ons geschonken heeft.
In één van de hoofdstukken van dit boek, getiteld: ,,De Rand van de Eeuwigheid'',
heeft Sagan het over tijd, ruimte en oneindigheid.
Ook vermoedt hij, dat achter ons
Heelal een ander universum schuil gaat.
Nu is mijn vraag: Kunt u mij helpen om de
woorden tijd, ruimte en oneindigheid beter te begrijpen? Veel dank voor de interessante
vraag uit uw brief. Inderdaad, steeds weer geven de boeken van Jozef Rulof ons antwoord
op onze vragen en twijfels en blijkt, dat de Meesters door hem onderwerpen van kosmische
betekenis en diepte aan ons hebben doorgegeven.
Wij dachten dan ook u het beste antwoord
te kunnen geven door hieronder een opname weer te geven van een gedeelte uit een
Vraag en Antwoordavond, gehouden op 22 december 1949. Lang geleden, maar nog steeds
springlevend en actueel.
De vraag luidde:
Is het mogelijk een aanwijzing te geven
hoe men tot het begrip kan komen van ruimte in verband met oneindigheid, dus oneindige
ruimte.
En verder:
Is het woord 'oneindigheid' dat door de mensen zoveel wordt gebruikt
geen onzin. Men kan immers noch wat het oneindige leven, noch wat de oneindige ruimte
betreft de betekenis van dit 'oneindige' verklaren en begrijpen. Is het misschien
zo, dat ruimte en tijd enkel voor ons op Aarde werkelijkheden schijnen, terwijl het
slechts begoochelingen zijn die oplossen in het leven na de dood.
Jozef Rulof antwoordt
hierop:
Bij de eerste vraag, meneer:
'Hebt u het boek 'Een Blik in het Hiernamaals'
gelezen?' Een hel, een duistere wereld is oneindig en eindig, want u komt er weer
uit.
Wanneer u momenteel vasthoudt aan een daad die u naar de duisternis voert, u
kunt uw hoofd niet buigen, de mens niet vergeven, dan komt er ook nooit een einde
aan die hardheid, die wereld. Alles trekt u aan door die hardheid. Als een mens niet
kan vergeven dan staat hij stil. Maar zegt u: 'Kom, laten we dat vergeten en vergeven
dan hebt u alweer een nieuwe wereld. Nu begint het nieuwe en komt het einde van een
gedachte.
Deze wereld heeft ook een einde. Deze wereld is rond. Wanneer er geen huizen
en geen herkenningstekens waren op deze wereld kwam er nooit een einde aan deze Aarde.
U zoudt dan zeggen: 'Er komt nooit een einde aan...Wij zijn hier al tien keer geweest,
waar zijn we nou begonnen?' Maar u weet de Aarde is eindig.
De duistere werelden,
de hogere werelden zijn oneindig en eindig.
De astronomen zeggen: 'Het oneindige,
uitdijende Heelal' er is geen einde aan dit' Heelal.' Dat is kletspraat. Wanneer
u dát vasthoudt, wordt het onzin, want dit universum is eindig, dat eindigt een keer.
Indien er geen einde was aan iets, aan ons bestaan, dus aan de levenswetten, dan
konden en kunnen wij gerust zeggen:
'Ja, wat heeft het te betekenen, dit leven; als
je in de kist gaat, dan is het afgelopen.' Maar we gaan door. Dood is er niet, dat
weten wij. Daarom krijgen wij een enorme oneindigheid.
Als u katholiek bent, of protestant
en u houdt aan de Bijbel vast, dan staat u voor het einde van uw leven, dan gaat
u de kist in. .
Ja, dan wordt er op een goede dag 'getrompetterd' daar in die ruimte
- de vorige keer hebben we er om gelachen en nu beginnen ze weer - dan worden wij
teruggeroepen en zullen wij zeggen: 'Ja, daar begint waarachtig weer een einde, nietwaar?
Maar door de eerste, tweede en derde sfeer, hoger en hoger, komen wij toch langzaamaan
in een ijlere graad en hebben wij weer werelden beleefd.
Nu kunt u zeggen, de oneindigheid
leeft in ons; ja, want wij gaan naar het Al, tot God terug. Nu is er een einde. Dat
woord is noodzakelijk, dit is het einde.
Als wij strakjes ophouden is er ook een
einde; aan een dag komt een einde, maar voor de ruimte niet.
Kijk, dat zijn allemaal
menselijke begrippen. De mensen hebben die dingen opgebouwd.
Voor God en voor de
ruimte is er geen dag en geen nacht. In de ruimte is er altijd licht. Ook, wanneer
de Aarde en dit universum oplossen, dan is er nóg licht. De zon gaat weg straks,
over miljoenen jaren dooft die zon uit, maar dan leeft die mens in een andere wereld.
wij gaan naar de astrale wereld, naar de vierde, vijfde, zesde en zevende Kosmische
Graad en dan zijn wij in het Al.
Maar de bedoeling is, dat, wanneer u de 'Fröbelschool'
hebt beleefd en de eerste klas, u dan naar de tweede klas gaat. U kunt nu zoveel
'klassen' en 'schooltjes' beleven, totdat u tot God, in God teruggekeerd bent. Nu
krijgt u het einde te zien van een gedachte, van een week, van een jaar, van een
oneindigheid die er niet is, voelt u wel: Dat woord oneindigheid is zeer zeker noodzakelijk,
dat kunnen wij nu gebruiken, maar is gevormd en gemaakt door menselijk denken en
voelen.
Wanneer de mensen dat woord oneindigheid kosmisch hadden gevoeld en gezien,
dan was er van ons woordenboek niets terecht gekomen, weet u dat? Want dan waren
er honderden woorden verdwenen, die wij nu nodig hebben om het stoffelijke principe,
onze persoonlijkheid, de maatschappij te kunnen uitbeelden.
Alles wat u ook hebt
op de Aarde het woordenboek erbij; als u leest liefde, dan weet u: Dat blijft bestaan
en oneindigheid is ook weer noodzakelijk. Zo krijgen wij te zien het einde van dit
en het nieuwe daarachter. Ook dat komt weer terug en als u in God bent - die vraag
is hier al gesteld - bent teruggekeerd, dan leven wij ook weer in de oneindigheid.
Er is eens gevraagd aan Meester Zelanus: 'Hoe zijn wij, als wij in God zijn?'
Ik
geloof, dat Wij het hier ook hebben behandeld ....
Ik zei: Ja, wat zal er nu gebeuren,
wanneer je werkelijk als God bent en je leeft in het Al?
Iemand vroeg: 'Ja, maar
wat gebeurt er dan?'
Ik zei: 'Heel eenvoudig.
Hoe we daar leven ... Nou... om 9
uur wordt er gebeld en dan gaan we brood halen en dan drinken we een kopje koffie.
En om 1 uur lekkere warme soep. Of die soep 'snert' heet, weet ik niet."
Een vraag
uit de zaal: 'Maar hebt u daar dan nog eten en drinken nodig?'
Hoe denkt u, wat bent
u. Dat moet u maar aan de Meesters overlaten, zij verklaren dat in de lezingen.
Maar
als u in God bent hebt u weer zeven graden en daarna komt u in de Albron. En dan
gaat u de Albron weer uit en gaat u weer door werelden en werelden; er is geen einde
en er is een einde, want het einde bent uzelf:
Dan bent u net alles, u bent leven,
liefde, licht, geluk, wind, regen en voedsel, kracht. U bent alles: Dan kunt u zeggen:
'Ik ben niets en ik ben alles, ik vertegenwoordig alles.
Ik ben eindig en verdwijn
ik uit uw ogen, dan ben ik oneindig.
Meester Alcar heeft mij dat mooi geleerd; ja,
aan Gene Zijde, want ik zei: 'Ja, maar U bent er toch:' Hij zei: 'Ja, maar ik ben
er niet.' Hij gaf mij een beeld van eindig. Dit te beëindigen, geëindigd zijn en
het oneindige. Hij zei: 'Tot kijk, tot straks, André.' Weg was hij. Hij zei: 'Hoor
je me nog.?' Ik zei: 'Ja, ik hoor U wel, maar ik zie U niet.' Hij zei: 'Waar ben
ik?' Ik zei: 'Ja, hoe moet ik U nu vinden? ' Hij zei : 'Ik ben in het binnenste der
Aarde.' En ik vond hem terug in het midden van de Aarde. Er was vuur en er was water,
er waren grotten, ik zag het darmstelsel van de Aarde. Toen ging Meester Alcar zich
wéér verplaatsen en gaf hij mij beelden, opdat ik alles zou begrijpen, waar u nu
om vraagt, voelt u wel:
En zo, door die beelden, krijgt u ook het gevoel; ja, dan
heb je het in bezit.
Als ik iets kort afmaak en zeg: 'De oneindigheid is dat, en
zus en zo, dan hebt u daar niets aan, want wanneer u iets voelt, dan is ook die oneindigheid
in uw handen. Dat weet u onmiddellijk. Daarom maak ik me een beetje druk. Ja, nu
kunnen we ophouden.
Jozef Rulof herhaalt thans het laatste gedeelte van de vraag.
Is het misschien zo, dat ruimte en tijd enkel voor ons op de Aarde werkelijkheden
schijnen, terwijl het slechts begoochelingen zijn?
Neen, om de drommel niet! Dat
is geen begoocheling. U gaat hier de kist in, dat is het einde. Maar achter de kist
wordt u weer wakker. Een nieuw leven. Of u gaat verder en staat weer voor een oneindigheid.
De eerste Sfeer! Hoe diep, dacht u, dat een gedachte was. Als u de oneindigheid voelt
van een gedachte: Iemand kan zijn hoofd niet buigen, iemand weet het altijd beter,
iemand kan niet luisteren, iemand kan niet denken. Dan staat u ook stil. Dan beleeft
u het eindige. Dan beleeft u de dag, dan beleeft u het uur, dan is er eigenlijk niet
eens één minuutje dat u toebehoort van een dag.
Ik ga elke dag na, wat ik heb gedaan;
wat heb ik verkeerd gedaan; dat verkeerd, dit fout, dat had ik zó moeten doen. Wat
leer ik elke dag.
Ik heb mensen gevolgd, tien, twaalf en vijftien jaar lang. Ik zei
u laatst, dat ik mensen kende, waarvan de man al in veertig jaar niets had gezegd
en de vrouw ook niet, dus die hebben wel wat geleerd in die veertig jaar!!
Maar wat
beleven wij op een dag, in een uur. Wat hebben eindigheid en oneindigheid eigenlijk
te betekenen voor u. . .. .meneer?
Kijk, als u de oneindigheid wilt beleven in alles
- moet u goed luisteren, wat ik zeg - als u een gesprek hebt met elkaar. Nu krijgt
de één niet gelijk van de ander. Er is er één die gelijk heeft. Hebben ze allebei
geen gelijk, dat geeft niet, dan bent u bezig te leven. Maar ik heb mensen uit elkaar
zien gaan; prachtige persoonlijkheden gingen stuk, kapot kan ik wel zeggen, alleen
maar, omdat zij hem en hij haar geen gelijk gaf.
'Ja, er valt niet te praten met
hem, ik smoor, ik stik in deze omgeving.' Ik zeg:
Leg mij deze problemen eens voor.
Wie gelijk heeft, krijgt gelijk.' Ik moest komen. Ik zeg: 'Goed, vertel eens op ...
nu jij '
Ik zeg: 'Ja, nu hebben jullie allebei gelijk.' Hoe bestaat het. Beiden gelijk!
Ik zeg: 'Begrijpen jullie dan niet, dat jullie stil staan.' Daar gingen wel liefst
drie maanden voorbij. Drie maanden ruzie, drie maanden ellende. 's Avonds kwam hij
thuis. Niets zeggen! Zij zei: 'Hier staat het eten, ik ga. 'Heerlijk, hè?
Om zó'n
dingetje!! Ik zeg: 'Jullie zijn niet waard, dat jullie elke dag, elke morgen nog
ontwaken en naar de zon kijken. Praat toch!! Behandel toch!!
Wat is een psycholoog?
Wordt zelf psycholoog!
Maar in de eerste plaats, één gedachte, één werk, één handeling
ontleden en maak daar een oneindigheid van en u staat direct weer beiden voor een
nieuwe ruimte, maar dat doen de mensen niet. Is dat zo ?
U kunt zo ontzagwekkend
elke dag leren, wanneer u maar luistert. Luistert u?
Ik leer elke dag van de mens.
Ik denk: 'Oh ja, die doet het zo Ik moet het zo niet doen, zó moet ik het doen.'
Dacht u, dat ik het alles zo maar in mijn zak had gekregen? Meester Alcar heeft mij
haast doodgerammeld. Ik zei: 'Sla nog eens even '.
Als u hier aan de mens iets vertelt
of u hebt met mensen iets te maken en ik zeg: 'Kijk, dat moet je zó doen en de mens
reageert: Och, och, dan is dat de eindigheid. De oneindigheid daar hoeft u niet eens
aan te denken, want bij het eerste woordje staat u stil, want de mens is angstig,
dat hij de mens iets afneemt. De mens is angstig, dat hij iets verliest. wij kunnen
niets verliezen! Dat is wáár!! Als u alles hebt u wilt geloven, u wilt beter, u wilt
bidden, leeft u door uw gevoel een oneindigheid. Er hoeft maar niet zóveel bij te
komen, of in dat gebed komt een twijfel en dat kraakt Uw gevoelsleven.
Maar waarom
ben ik zo lang met u bezig? Nu u de rest! Is het goed?
Jozef Rulof.
VRAAG EN ANTWOORD.
Ik zou graag willen weten of het denkvermogen
in de astrale wereld nu gelijk is aan het verstandelijk vermogen op Aarde. Of is
het anders ingesteld?
Antwoord:
Neen, het denkvermogen van hier is daar precies hetzelfde. Waarom? Van waaruit denkt
u?
Ja, dat zou ik graag eens willen weten.
U dénkt niet, u voelt. Er is geen denken.
Wat u 'denken' noemt, dat bestaat er niet. Er is alleen voelen. Maar wanneer ik hier
kom en uw mond gaat open, wordt het denken de stoffelijke wet. U gaat vanuit uw gevoelsleven
iets bedenken, iets bevoelen. Dat noemt u denken, maar dat is bevoelen, u verstoffelijkt
het. Een ander leven gaat pianospelen, schildert of schrijft, doet iets. U hebt een
aardse taak, nu wordt het stoffelijk gevoel, het innerlijke gevoelsleven verstoffelijkt.
Dat woord 'denken' kunt u, evenals het woord 'dood' en het woord 'verdoemdheid' en
duizenden andere woorden zo naast u neerleggen. Ik heb u laatst verteld, dat, wanneer
u werkelijk uw geestelijk leven beleeft, uw woordenboek wegvalt. U hebt straks 'achter
de kist' niets meer met uw maatschappelijk bewustzijn te maken. Wat is een schilderij?
Wat is muziek? Wat is dit, wat ik u vertel? Ik verklaar de wetten van de Ruimte door
mijn gevoelsleven. Ik denk hier niet bij. Dacht u, dat het moeilijk was om 25 uur
met u te praten? Dat gaat allemaal vanzelf. Het gevoel spreekt. Het gevoel zegt het.
Als u maar een paar woorden kent en u hebt dat in u opgenomen, dan gaan die woorden
er vanzelf iets bij zoeken en dat is allemaal gevoel. Dat noemt men inspiratie. Maar
nu kunt u die inspiratie aantrekken, u kunt het echter beter ZIJN. Ik BEN inspiratie.
Ik hoef niet te wachten, ik ,ben bewust, omdat ik mij de wetten voor geboorte, reïncarnatie,
krankzinnigheid, ziekten en alles, wat u op aarde kent, heb eigen gemaakt.
Ik wilde
in de grond slapen. Ik heb u pas verteld, dat wij in het Oude Egypte bewust naar
de dood gingen. Het gevecht met een tijger, het gevecht met een slang Eerst kijken.
Het dier stelt zich open. Wij lopen zo op het gevaar af. Bijt nu maar. Ik wil nu
eens weten, wat er met mij gebeurt, Wanneer ik dood ga.
Wat is doodgaan? Wat is sterven?
Bent u bang voor uw dood?
Vernietig mij hier en u krijgt een kus. Doorsteek mij en
ik dank u:
U kunt André, Jozef Rulof, gerust onder een tram gooien. Dan zegt hij:
'Dank u, dank u:
Voor ons is er geen dood. Voor ons is er geen stilstand. Wij gaan
er gewoon uit, dat lichaam mag u behouden, dat kunt u in de grond stoppen. Wij krijgen
Grote Vleugelen en wij zeggen: 'Wij nemen een vaart door deze Ruimten en nemen nu
waar, zoals wij voelen.'
'U zult waarnemen ,datgene wat u lief hebt', zei Christus,
'en dan ziet u MIJ:
Over twee weken kunt u volbewust zijn, indien u zichzelf wilt
verliezen. Hebt u liefde?
Bent u liefde?
Meester Zelanus.