GOD DRAAGT GEEN FLUWELEN HANDSCHOENEN!
Geef me maar een seintje als je ,,aan de overkant bent'' en laat me weten of alles klopt wat er in de boeken staat, zei iemand die mij heel dierbaar was, onlangs tegen mij. Kennelijk zag ik er op dat moment wat minder florissant uit!
Hoezo? Luidde mijn vraag. Twijfel je dan aan de woorden van de Meesters? Ik voelde me even uit het veld geslagen.
De man zat naast me achter het stuur van zijn peperdure bolide. Wel een verschil met mijn eigen bejaarde koffiemolen. Wij waren op weg naar een gezellig etentje.
Onze dames achterin de voiture, behaaglijk weggedoken in de royale, zachte lederen bank, waren in een huishoudelijk gesprek verdiept.

Maar het is toch eigenlijk raar dat alleen maar een handjevol mensen van Jozef Rulof heeft gehoord en de rest van de wereld niet. Dat alleen  maar WIJ van deze ,,leer'' afweten en waarom spreken wij altijd over Geestelijke Wetenschap? Dat is toch flauwekul want het IS toch in feite geen wetenschap maar ook maar weer een geloof!
De spreker in kwestie was iemand die als jongeling, nu alweer pakweg vijfendertig jaar geleden, door mijn toedoen de boeken van Jozef Rulof in handen had gekregen en vanaf dat moment zover mij tenminste bekend, volkomen overtuigd was van de waarheden die daarin zijn verkondigd.
En nu, intussen de vijftig gepasseerd, begon ineens de twijfel aan zijn ziel te knagen. Zou het allemaal wel waar zijn? Stel dat het toch anders is? En dat je, je hele leven lang een illusie hebt nagejaagd.

Zoals gezegd, ik voelde me even uit het veld geslagen maar niet voor lang. Ik had in de loop der jaren al heel wat keren deze en soortgelijke uitlatingen moeten aanhoren. En zelden, ja bijna nooit was de twijfel lang blijven hangen.
Ik kreeg niet de gelegenheid om verder hierop in te gaan. Wel kreeg ik enkele dagen hierna de ingeving om dit artikel te schrijven. En voor de lezers die misschien ook weleens hebben getwijfeld of nog op de wip staan kan het wellicht ook van nut zijn, want wie is in zijn leven nog nooit met het fenomeen twijfel geconfronteerd? Twijfel, het veel voorkomende en tevens meest geniepige en afbrekende element van ons gevoelsleven dat ons geloof in God, in onszelf en in onze overtuiging aan het wankelen kan brengen en ons totaal kan ontredderen of zelfs verlammen.

Tegen mijn gewoonte in beschrijf ik hierin authentieke episoden en ervaringen die mijn eigen leven betreffen.
Schrijver dezes heeft de Tweede Wereldoorlog zeer intensief beleefd. Zonder te overdrijven durf ik te zeggen dat ik vier jaar lang de dood elke dag als vaste begeleider naast mij heb gevoeld. Ik was in 1941 vanwege verzetswerk door het Duitse Feldkriegsgericht (een Nazi oorlogstribunaal) wegens militaire spionage ter dood veroordeeld en heb daarna dertien maanden in een dodencel doorgebracht. Op grond van mijn jeugdige leeftijd bleef de executie uit. Vervolgens heb ik elf concentratiekampen overleefd.
Gedurende deze eindeloos lange jaren geloofde ik in God noch in de Duivel. (Daarvoor eerlijk gezegd ook niet).

En als ik al tijdens mijn jaren van gevangenschap een keuze had moeten maken dan had ik hoogstwaarschijnlijk voor de Duivel himzelf gekozen want wat er dagelijks om mij heen plaatsvond kwam voor mijn gevoel meer overeen met Satans ogenschijnlijk onbeperkte macht dan die van een machteloze God die niet ingreep en dit alles maar liet gebeuren!
Wat hield mij dan op de been? Wat gaf mij de kracht om toch te overleven? Wat hielp mij keer op keer om mijn juiste keuzes te maken om commando's te mijden die geen overlevenden zouden kennen of om mij juist bij commando's of transporten op te stellen die, zoals achteraf zou blijken, wel overlevenden zouden hebben terwijl de achterblijvers in het concentratiekamp waarin ik zat vrijwel allen zonder uitzondering gedoemd waren te creperen?

Het was een innerlijke stem die mij bleef sturen en deze beslissingen voor mij nam. Ingevingen die ik blindelings opvolgde. Ik deed dit zonder ooit maar voor een ogenblik te twijfelen en zonder mij ooit af te vragen waar deze ,,stem'' vandaan kwam. Ik luisterde gewoon en reageerde zonder erover na te denken want tijd om een situatie rationeel te beoordelen was er nooit. Je moest ogenblikkelijk handelen en er was geen tijd om afwegingen te maken. Afwegingen die trouwens niet eens gemaakt konden worden omdat je niet wist wat er ging gebeuren. Intuïtief gehoorzaamde ik deze innerlijke stem die ik niet kon, noch wilde smoren, want zij verschafte mij steun, zij schonk mij moed en vertrouwen. Ik kreeg een gevoel van geborgenheid in mij zoals ik mij dat nog heel intens uit mijn kinderjaren herinnerde  toen ik aan de hand van mijn moeder op straat liep en haar liefde en warmte om mij heen voelde. Niets kon mij toen overkomen, want mijn moeder liep immers aan mijn zijde!

En het wonderlijke, het onverklaarbare, ja het -- gezien mijn negatieve instelling -- inconsequentie was dat ik nooit zelf maar voor een ogenblik aan het bestaan van deze onzichtbare en dus ongrijpbare raadgever heb getwijfeld! Integendeel, ik betrapte mij er zelfs op dat ik naar deze innerlijke stem ging verlangen die dat heerlijke gevoel van geborgenheid uit mijn kinderjaren weer in mij wakker maakte!
Ik ging blindelings staan waar deze liefdevolle stem mij heen stuurde.
Ik voelde onfeilbaar aan wie ik mijn vertrouwen mocht schenken en wie niet. Bij wie ik uit de buurt moest blijven en met welke SS’er of Kapo ik zelfs elk oogcontact moest vermijden.
Ook na de bevrijding in 1945 geloofde ik nog steeds niet in een God. Ook niet toen na vijf lange jaren een telegram van mijn schattige moeder uit Mexico City, de stad waar mijn ouders en oudere broer tijdens de wereldoorlog hadden vertoefd, arriveerde met de ontroerende woorden dat God haar gebeden had verhoord! Waar ik wel in bleef geloven was om naar deze innerlijke stem, die ik intussen spottend mijn ,,beschermengel'' had genoemd, te blijven luisteren! Als mijn verstand mij zei om dit of dat te doen maar mijn ,,beschermengel'' mij daarvan hield, dan luisterde ik onvoorwaardelijk naar deze stem die mij gedurende de zwaarste jaren van mijn leven overal doorheen had geloodst en die mij nooit verkeerd heeft geadviseerd. Mijn vrouw zei eens gekscherend tegen mij: Je hebt niet één, maar een heel regiment beschermengelen gehad. En die zijn nog steeds van jou aan het bijkomen!

Kort na de oorlog woonde ik een lezing van Jozef Rulof bij en verslond hierna zijn boeken ,,De Volkeren der Aarde door Gene Zijde Bezien'' en de ,,Kringloop der Ziel''. Dit zou een ommekeer betekenen in mijn leven!
Ik had naar mijn gevoel tot op dat moment in een dichte mist rondgelopen. Deze ,,erwtensoep'' was spontaan opgelost en ik WIST dat ik nu God eindelijk had gevonden. De God die ik altijd had ontkend. De God aan Wiens bestaan ik had getwijfeld.
Nu voelde ik God vlak naast mij staan. Sterker nog: Ik voelde God in mijzelf aanwezig. Ik voelde dat ik een deel was van Hemzelf. Dat ik Zijn geestelijk onbewust kind was en Hij mijn liefdevolle Vader. En dat laatste nooit meer zou veranderen.

En tevens voelde ik dat dit ook nooit anders was geweest. Dit was niet mijn eerste leven op Aarde. Evenmin mijn laatste.
Ik had al miljarden levens achter mij en tijdens al deze levens leefde ik al in Zijn eeuwigheid. In ieder leven had ik iets geleerd maar ook heel veel fout gedaan. Dit gebeuren hoorde tot mijn leerschool op Aarde, tot mijn evolutieproces en ik voelde dat Jozef Rulof en diens boeken mij uiteindelijk terug hadden gevoerd naar de God Die ik nu zo intens in mij voelde. Hetzelfde heerlijke gevoel van geborgenheid dat ik in mijn kinderjaren en daarna in de kampen door die mysterieuze innerlijke stem ondervond maakte zich weer van mij meester en plotseling als bij blikseminslag besefte ik het verband.

Voor mij was geen twijfel meer mogelijk. Dezelfde bescherming en liefde die ik indertijd als kind van mijn moeder had ondervonden, werd mij in het concentratiekamp door een ander liefdevol wezen gegeven. Door één van de talloze helpers van God. Door één van zijn Engelen die over mij waakte.
 Maar ik had mij gedurende die verschrikkelijke jaren toch niet voor dit hemelse wezen opengesteld? Kon deze mij dan toch bereiken? Was er misschien toch iets in mij aanwezig dat dit mogelijk maakt?
 Ik had, zoals ieder mens, een beschermengel maar waarom hoorde ik wel en bijvoorbeeld mijn kameraad niet deze innerlijke stem? Hier moest toch een verklaring voor zijn? Want beschermengelen kunnen geen wonderen verrichten en kunnen de mens alleen bereiken als die zijn gevoel voor hen openstelt, maar juist op dit punt had ik toch jammerlijk gefaald?
Ik geloofde toen immers nergens in en handelde intuïtief, bijna dwangmatig zoals een dier dat doet. Die redeneert en overweegt ook niet maar volgt zijn instinct. En dat precies heb ik toen ook gedaan.

EN DAT BLEEK UITEINDELIJK MIJN REDDING.
Het kanaal was hierdoor voor mijn beschermer opengesteld. Het werd niet langer geblokkeerd door mijn geestelijk onbewust denken en handelen of door mijn quasi intellectuele overwegingen!
Tijdens het lezen van de boeken van Jozef Rulof kreeg ik het gevoel dat in mijn leven het licht plotseling was doorgebroken en een onbeschrijfelijk gevoel van geestelijke bevrijding maakte zich van mij meester.
Ik las in feite iets wat mijn onbewuste ik al eeuwenlang wist maar dat ik weer was kwijtgeraakt. Dit gevoel lag in ,,een vergeten hoek'' van mijn ziel latent op de doorbraak te wachten. Wellicht was dit het aanknopingspunt geweest voor mijn hemelse beschermer! Daarom behoefde niemand mij van de waarheid te overtuigen, zelfs de Meesters van Gene Zijde niet, want de waarheid leefde in mij zelf! Hier was geen plaats meer voor negatief denken, voor die ellendige, geniepige twijfel!

Mijn gevoelsleven stond hier wagenwijd voor open. Ik voelde deze waarheden in mij tot leven komen en beleefde dat onbeschrijfelijke gevoel. Ik kreeg concrete antwoorden op al mijn vragen. Niet meer vaagheden en ontwijkende uitspraken maar antwoorden die mijn ziel raakten. Er werd niet om essentiële zaken heengedraaid maar ik kreeg antwoorden waar ik wat aan had waar ik wat mee kon doen. Richtlijnen voor mijn dagelijks leven. De onzekerheid over de dood viel van mij af, want er was geen dood. Brandende hellen bestonden alleen op Aarde maar niet in Gods Koninkrijk.
Kortom in mij lag een WETEN dat mijn leven zou veranderen.

Nooit zou deze wetenschap weer uit mijn leven verdwijnen. Nooit zou ik meer mijn innerlijke gevoel blokkeren door boekenwijsheid, door zogenaamde rationele overwegingen maar vooral niet door twijfel. En toch stak die twijfel nog heel even bij mij de kop op. Mocht je als mens dan niet meer je hersens gebruiken, mocht je dan niet rationeel denken? Zou je daardoor dan niet weer je gevoelsleven vertroebelen of zelfs verstoren? Meester Alcar gaf in één van zijn boeken hierop antwoord: Juist het tegendeel bleek waar! De mens had zijn verstand van de Schepper niet voor niets gekregen. Dit verstand heeft ons juist op een hogere bewustzijnstrede geplaatst dan die van het dier. En hoe intensiever wij leerden ons verstand te gebruiken des te meer zou ons gevoelsleven zich ontplooien wat voor ons geluk en licht zou betekenen.
Maar ons verstand moest dan wel ons hogere innerlijke gevoelsleven ondersteunen en niet tegenwerken of afremmen!
Mijn oorlogservaringen hebben dit ontwakingsproces in mij natuurlijk -- achteraf bezien -- niet alleen versneld maar leerden mij ook beseffen dat de God die in de concentratiekampen niet aanwezig scheen te zijn en alles maar toeliet zonder in te grijpen slechts een waandenkbeeld was en een product van mijn eigen onbeholpen denken.

Voortaan zou ik mijn leven anders gaan leiden, anders inrichten. Geen fouten meer maken en hard aan mijn geestelijk bewustzijn blijven werken!
Dat was tenminste het plan. En heb ik dit ook kunnen volbrengen? Natuurlijk niet!
Het gevoel van euforie, het gevoel dat ik op vleugeltjes door het leven zweefde, het gevoel dat ik tijdens het lezen van de boeken en tijdens de lezingen van Jozef Rulof had, bleef niet zo heel erg lang hangen. Ik hieraan als het ware gewend. Het was net zoals het bij een hevige verliefdheid toegaat. Het is niet blijvend (jammer genoeg overigens!)
Als het goed zit met je partner gaat verliefdheid over in liefde! Maar die zalige ,,vleugeltjes'' raak je -- helaas -- kwijt.
En wat de fouten betreft die ik niet meer zou maken.
Iemand heeft ooit gezegd: de weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens. De duivel mag hem van mijn part halen na die ellendige uitspraak maar hij heeft wel gelijk gehad!

Jozef Rulof zei een keer tijdens een lezing dat de mens zeven levens nodig heeft om één verkeerde karaktereigenschappen af te leggen. Ik had hem dit liever NIET horen zeggen, maar Jozef wist natuurlijk wel waar hij het over had!
Ik bleef dan ook, ondanks het feit dat er al enige tijd publicaties van mijn hand over de Geestelijke Wetenschap waren verschenen, net als voorheen doorgaan fout op fout te stapelen. Zo erg zelfs dat een goede vriendin op een keer tegen mij zei: ,,Je bent net een wegwijzer die de goede weg wijst maar zelf blijft staan!'' Ik was hier toentertijd razend over, te meer omdat de eerlijke ziel -- helaas -- ook de waarheid sprak. Theorie en praktijk bleken twee verschillende zaken!
Maar ik ben tenslotte ook maar een mens en tegen beter weten in ging ik me verdedigen. Het zal je toch maar gezegd worden!
,,Moet ik dan met gevouwen handen en zedig neergeslagen blik door het leven gaan?'' Leidde ik mijn ,,verdediging'' in.

,,Wees nou fair, wie kan van een mens verlangen dat hij in één leven al zijn fouten de nek omdraait terwijl er zeven levens voor één verkeerde karaktertrek staan? Toch zeker niemand?''
Mijn vriendin bleef mij glimlachend aankijken maar bleef zwijgen. Ik voelde op dat moment dat zij een beter mens was dan ik. Ook dat zij geestelijk bewuster was dan ik. En dat maakte mijn humeur er niet beter op.
Wat wil je: Zeven levens voor één fout karaktertrekje. Ze bleef maar zwijgen en dus raasde ik maar door.
De boeken van Jozef Rulof kunnen niet op slag de engel Gabriël van je maken. Van mij in ieder geval niet!
En wat die ,,wegwijzer'' betreft die wel de goede weg wijst maar hem zelf niet gaat zou ik toch willen opmerken dat ik, zoals wij allen, over dingen spreken en schrijven die wij ons zelf ook nog eigen moeten maken! Waar wij over spreken en schrijven is nog lang niet ons BEZIT, ook al geloven wij daar heilig in

Als iemand werkelijk denkt dat hij door het lezen van de boeken de Geestelijke Wetenschap in zijn binnenzak heeft zitten en een bewust mens is geworden dan moeten ze die maar gelijk opsluiten! Iedereen maakt fouten en iedereen blijft ze maken ook. Als dat anders was dan zaten wij hier niet op Aarde maar ergens hoog en droog in één of andere lichtsfeer!
Ziezo dat was ik even kwijt!
Mijn vriendin had mij, zonder mij ook maar één keer te onderbreken laten uitrazen.
Heiligen zijn we geen van allen, Don. Ik maak ook dagelijks fouten maar ik doe mijn best om die te overwinnen, ik werk dagelijks aan mijzelf!
En ik zeker niet? Reageerde ik agressief.

Als ik eerlijk wil zijn, nee. Je neemt de leer voor kennisneming aan en gelooft het wel verder. Je aanvaardt de leer en je gevoel is in dat opzicht zuiver, maar je leeft er niet naar! Je hebt, dankzij je journalistieke gaven waarschijnlijk al veel mensen in aanraking gebracht met de boeken van Jozef Rulof en zover wij met zekerheid hebben kunnen vaststellen, tenminste één mens voor zelfmoord weten te behoeden.
(Enkele jaren na de bevrijding moest ik vanwege een longaandoening, nog overgehouden uit de oorlog, voor een goed jaar naar een sanatorium in Davos. Daar kwam ik in aanraking met een jongenman die nog slechts op een halve long leefde en op het punt stond een einde aan zijn leven te maken.

Door op hem in te praten en hem de ,,Kringloop der Ziel'' te laten lezen, heeft deze weer moed gekregen om verder te leven. Hij is na enige tijd zelfs gezond naar Nederland teruggekeerd, is gelukkig getrouwd en vader geworden van een schattige dochter).
Mijn vriendin vervolgde: En met dit werk moet je zeer beslist blijven doorgaan. Dit is enorm belangrijk. Maar in het persoonlijke vlak schiet je nog in vele dingen tekort!
Zoals? Vroeg ik nog steeds agressief.
Zoals in zaken die liefde, geduld en begrip vergen. Je bent een rechtschapen vent en gelooft in wat je zegt en schrijft maar kunt ook erg hard zijn in je oordeel. Bovendien ben je een driftkikker en.....

Hou maar op! Snauwde ik haar af! Nou weet ik het wel. Ik zie nu nog haar lieve begrijpende ogen op mij gericht en nu dat zij er niet meer is zou ik zo heel graag tegen haar willen zeggen: Meisje, je hebt o zo gelijk gehad! Ik buig heel diep mijn hoofd voor je hoger gevoelsleven!
Ik zou haar mijn verontschuldiging willen aanbieden voor mijn botheid en onbegrip en orchideeën in haar handen willen leggen voor haar liefde, eerlijkheid, onbaatzuchtigheid en voor alle hulp die zijn mij heeft gegeven, want zij had deel uitgemaakt van het allerbeste dat mij in dit leven is overkomen. Heel vaak loop ik met schuldgevoelens rond omdat ik toen zo heel veel heb verprutst!

Zij is nu ruim dertig jaar geleden op Aarde gestorven. Ik had hier heel lang verschrikkelijk veel verdriet over. En heel vaak heb ik hierna perioden gehad dat ik haar nabijheid en haar geestelijke steun in mij heel sterk heb gevoeld! Ook nu terwijl ik dit artikel schrijf. En wat mijn beschermengelen betreft. Zullen die zo langzamerhand geen punthoofd hebben gekregen vanwege mijn hardleersheid? Ik ben geen gemakkelijke klant voor ze geweest. En dat ben ik ook nu soms nog niet!
Wanneer u de boeken van Jozef Rulof goed hebt begrepen dan zult u tot de conclusie zijn gekomen dat de weg die Christus en de Meesters van Gene Zijde ons heeft gewezen geen gemakkelijke weg is en dat deze in menig opzicht veel moeilijker te bewandelen is dan welke andere weg dan ook!

U weet dan dat God ons geen vergiffenis kan schenken voor de vele streken die wij gedurende onze talrijke levens hebben uitgehaald.
Er is geen God Die ons absolutie kan verlenen, maar helpt wel dragen. Hij heeft ook geen vertegenwoordiger op Aarde die ons de biecht afneemt en vervolgens zegt: Uw zonden zijn vergeven. Ga heen mijn kind en zondig niet meer!
De God die wij hebben leren aanvaarden is oneindig liefdevoller. Voor Hem bestaan geen zonden. Er is alleen onbewustzijn.
(En daar mankeert het bij ons mensen niet aan!)
Maar, op onbewustzijn staat geen straf. Dat lijkt -- zo op het eerste gezicht -- dus mooi meegenomen.
Onze God oordeelt niet, laat staan dat Hij iemand veroordeelt. En dus valt er niets te vergeven. Er is alleen ontwaking. Ontwaking door evolutie!
 
Maar deze kan wel keihard uitpakken:
GOD DRAAGT GEEN FLUWELEN HANDSCHOENEN!
En dat heb ik zelf aan de lijve ondervonden in de concentratiekampen. Maar dat ik daarin verzeild ben geraakt is niet Zijn schuld maar de mijne!
Ik wil er niet aan denken wat ik allemaal in vorige levens heb uitgespookt want er wordt geen haar op je hoofd gekrenkt als je het er niet zelf naar hebt gemaakt. Dingen die wij in het verleden fout hebben gedaan zullen wij dus zelf weer moeten rechtzetten, goedmaken.
Dit is voor ons niet de gemakkelijkste weg maar wel de enige rechtvaardige! Alle narigheid die ons in dit leven overkomt hebben wij in deze en uiteraard vorige levens anderen bezorgd en het beleven van deze narigheid betekent in feite alleen het doen oplossen van oorzaak en gevolg en vaak ook van karma, waardoor ons gevoelsleven evolueert. En met dat aflossen ben ik in dit leven behoorlijk bezig geweest al ben ik mij er ook van bewust dat er weer nieuwe fouten zijn bijgekomen.

Met deze wetenschap voor ogen behoef ik mij persoonlijk dus geen illusies te maken over een glorieus verleden maar slecht dankbaar zijn, heel erg dankbaar, dat ik nu in dit leven de mogelijkheid heb gekregen -- zij het op een keiharde manier -- om veel belastende bagage uit mijn minder fraaie verleden kwijt te raken. En dat geeft de burger weer moed!
En wat telt is, dat je aan het einde van je leven tegenover jezelf in alle eerlijkheid kunt zeggen: Ik ben nu een beter mens dan toen ik aan dit leven begon. En ik heb geleerd mijn hoofd te buigen! Zonder de boeken van Jozef Rulof had ik deze woorden nooit durven uitspreken.

En om tenslotte op mijn minder florissante uiterlijk terug te keren tijdens de autorit met die twijfelaar in zijn luxe auto....
Als het zover is, dat ik aan de ,,overkant'' sta, kan ik niet beloven dat ik hem een seintje zal sturen. Daar beslissen anderen over die wel een paar sferen hoger zullen leven dan ondergetekende. Wel ga ik het proberen! Zo zit ik namelijk ook in elkaar.
Maar waar die twijfelaar niet aan hoeft te twijfelen is dat ik al mijn beschermengelen in de armen zal vliegen -- wanneer ik daarvoor de kans krijg -- want dat hebben zij aan mij dubbel en dwars verdiend!
En ik ben er vast van overtuigd dat het lieve gezicht van mijn ondersteunende vriendin op Aarde daar ook bij zal zijn.
D.B. 
 
 
                                             ONS ZOEKEN NAAR GOD.
Ik heb u wellicht verklaard dat God slechts één woord, één naam is, zegt Meester Zelanus in één van zijn lezingen.
Deze uitspraak kon Meester Zelanus eerst doen nadat hij, voortbouwend op hetgeen in de boeken is vastgelegd en vele lezingen had gegeven.
Door deze boeken en lezingen, die op ons gevoelsleven zijn afgestemd, worden wij stap voor stap gereed gemaakt om uiteindelijk de Goddelijke Waarheid te kunnen begrijpen. De volgorde waarin de boeken van Jozef Rulof zijn verschenen, geven het beeld van een harmonieuze verandering met betrekking tot het ,,godsbegrip''. Een verandering van ons voelen over en denken aan een God als zelfstandige persoonlijkheid die alles van ons weet, ziet en hoort naar een universele God, waarmee wij door ons leven onverbrekelijk zijn verbonden. Voor de bevestiging van deze vergelijking hoeven wij alleen maar te verwijzen naar de inhoud van het eerste boek: ,,Een Blik in het Hiernamaals'' en de delen van ,,De Kosmologie van Jozef Rulof'', waarbij in dit verband zeker niet aan de inhoud van het machtige boek ,,Maskers en Mensen'' voorbij mag worden gegaan.

Uiteindelijk wordt het ons dus duidelijk dat God door ons leven, door ons ,,zijn'' vertegenwoordigd wordt. Daarom konden de Meesters ons dan ook uiteindelijk zeggen: ,,U BENT GODEN!''
De God van al het leven, die wij door de Meesters van Gene Zijde leerden kennen, vertegenwoordigt alles wat leeft. Deze God vertegenwoordigt het vader en moederschap, de wetten van harmonie, de rechtvaardigheid, de liefde, kortom alles wat wij als zelfstandigheid hebben leren kennen.
De Meesters wisten echter dat wij, ondanks hun wijze lessen, moeite zouden hebben om ons definitief van het oeroude godsbegrip los te maken.
 Ons godsbegrip is door de eeuwen heen geheel ,,verstoffelijkt'': Het is namelijk volkomen in ons aardse voelen en denken geïntegreerd.

Meester Zelanus zegt ons dan ook in één van zijn lezingen: ,,Voor het universum is het de ,,Wayti'', die in u leeft, die onder uw hart tot de gevoelens komt om te handelen, te dienen en lief te hebben. Die gevoelens hebben afstemming op de ,,Wayti'', anders zouden ze kelderen en zich verwijderen uit het Goddelijke, harmonische, rechtvaardige gareel en afdalen naar een wereld die niets te betekenen heeft!'' Bijna ieder mens staat op een verschillend punt in de beleving van het beeld van God. De boeken van Jozef Rulof houden daar volkomen rekening mee en daardoor zijn deze voor ons leven universeel. Zijn boeken vertegenwoordigen alle graden van de geestelijke ontwikkeling van de aardse mens. Zo zien wij in deze boeken zowel God de Vader vanuit het ,,kerkelijk denken'' als de God als vader en moeder, de ,,Wayti'', terug.
De meesters moesten deze weg wel volgen, want anders waren wij immers ons houvast verloren en hadden wij een dood punt te aanvaarden gekregen.
Dat er door velen van ons nog verschillend wordt gedacht over wie en wat God eigenlijk is, is eenvoudig te verklaren. Wij gaven er immers door ons onbewuste denken en voelen een eigen betekenis aan. Met andere woorden:

Wij hebben een God naar onze eigen beeltenis geschapen en deze God menselijke eigenschappen toegekend. 
De bekende schrijver Frederik van Eeden geeft dit menselijke zo schitterend in één van zijn boeken weer. Hij schrijft in ,,Pauls Ontwaken'': Wij zien aandachtig uit naar de openbaringen van de Macht die zich in het aller-innigste van de eigen ziel doet gelden. En als die Macht zich niet kenbaar maakt, kenbaar voor ons verstand, voor ons begrip, zichtbaar voor onze blik, kunnen wij dan bidden tot een leeg fantoom dat wij God noemen, een zelfgeschapen illusie, zichtbaar en persoonlijk geworden door het aanroepen zelf, zoals men bij de suggestibele mens engelen en duivelen kan oproepen door een enkel machtswoord? Wat baat dan het geloof van anderen, hoe vast en treffend ook. De verbeelding, krachtig geleid, kan alles voortoveren, de ganse hemel vol heiligen, niet bij enkele zwakken van geest maar bij duizenden, eeuwen achtereen!
Eeuwen achtereen is de mens op zoek naar het ,,geheim'' van God. Vanaf het moment dat de mens zich bewust werd van zijn ,,zijn'' is hij op zoek gegaan naar iets hogers. Een hogere macht, die in het bezit is van krachten die de mens kennelijk niet bezit. Een God, een opperwezen die hem kan helpen, ja, zelfs kan straffen!

Zo vinden wij op vele plaatsen op Aarde bouwwerken die getuigen van het zoeken van de mens naar God.
Wij weten dat de primitieve natuurvolken hun God vonden in het aanbidden van natuurverschijnselen. Wij als meer ,,ontwikkelde'' mensen halen daarvoor vaak onze schouders op. Wij weten immers nu dat Zon en Maan planeten zijn en dat de bliksem het gevolg is van temperatuur en luchtdrukverschillen.
Ondanks het feit dat we nu beter weten, is de mensheid toch op zijn zoektocht naar de ware God niet zoveel verder gekomen. Ook in onze tijd leven de mensen nog met vele angsten over het grote onbekende leven. In feite zijn wij ten opzichte van het denken van de primitieve mens -- die wij overigens eens ook zelf vertegenwoordigden -- weinig verder gekomen. De God van de natuurverschijnselen is immers in de loop der tijd ontwikkeld tot een God met menselijke kenmerken. Eigenlijk naar iets waarin we meer relatie met onszelf willen vinden. Wij bidden tot God als het gaat om onze onmacht, om bepaalde dingen te kunnen beheersen of te kunnen uitstellen. Onze relatie met God is een relatie om te willen bezitten, om zeker van onze zaak te kunnen zijn.

Wanneer wij echter zelf gaan verruimen, ondergaan onze gedachten over God ook veranderingen en verruiming. En dat gaat stap voor stap en haast bij iedereen anders.
Door de bijbel leerden wij in het verleden een God kennen waaraan werd geofferd om Hem gunstig te stemmen. Ook die God was uiteraard naar ons beeld, naar ons bewustzijn in die tijd. Dit verlangen naar offers komt uit het bewustzijn van onszelf: Wij als onbewuste mensen willen immers eerst zelf iets bezitten voordat wij bereid zijn iets voor een ander te doen, iets aan anderen te geven! Met deze creatie van God en nog vele andere creaties gaven wij onszelf al eeuwenlang een pak slaag!
Wij zijn het dus zelf die offers verlangen. God is de spiegel van onszelf! Wij waren het dus zelf die God de negatieve macht over ons leven gaven. Zo is het ook gesteld met ons denken aan een God van wraak en verdoemenis, waarvan wij door de Meesters inmiddels weten dat ook deze niet bestaat!
Zoals Meester Zelanus zei: ,,GOD IS SLECHTS EEN NAAM''. En God heeft nog vele andere namen. Zoveel culturen, zoveel namen.   
                                                                                                
                                           
                                            GOD IS SLECHTS EEN NAAM. 
                          EN GOD HEEFT NOG VELE ANDERE NAMEN . 
                                  ZOVEEL CULTUREN, ZOVEEL NAMEN.
Een God als persoon, zittend op een troon in de hemel, bestaat niet, leerden de Meesters van Gene Zijde ons. Wanneer wij nu naar ons dagelijks handelen kijken, moeten wij eerlijkheidshalve toch wel toegeven, dat wij nog maar al te vaak in zo'n God, zo'n toverdokter, geloven. Wij verwachten nog steeds veel van God en te weinig van onszelf. Wat er in ons leven fout gaat, wordt dan ook nog dikwijls aan Hem toegeschreven.

God is niet iets wat buiten ons staat. Wij dragen God in ons. Dat weten wij nu, nu wij het ware scheppingsgebeuren door de Meesters leerden kennen. Eens ontvingen wij ons leven en daarmee ontvingen wij Alles van God, er valt dus door God niets meer te geven! Wij kregen de opdracht mee om in ons leven dit Alles tot bewustzijn te voeren. Christus zei ons tweeduizend jaar geleden: ,,GOD DE VADER EN IK ZIJN EÉN''. Christus bedoelde daarmee te zeggen dat Hij de schepping in alle graden in Zijn leven heeft opgenomen en daardoor de God van alle leven in Zichzelf tot bewustzijn heeft gebracht.
Iedereen heeft dezelfde levensopdracht. Deze opdracht kan worden volbracht door bereid te zijn alles weg te geven van hetgeen wij van het leven hebben gekregen. Dit is nu Liefde. Alleen door dit te geven kan de God in ons bewust worden. Daardoor alleen kan de God in ons groeien en met ons één worden.

En dit alles is niet alleen bedoeld voor het Hiernamaals. Jozef Rulof zei vaak tegen ons: ,,Het gaat thans om het hiernamaals.''
Liefde is niet iets voor de eerste sfeer alleen. Deze sfeer ,,ligt'' voor velen van ons nogal ver weg. Iets heiligs waarmee we nog niet meer kunnen dan er alleen maar naar verlangen. Wij kunnen echter best proberen de eerste sfeer wat dichterbij te halen. Met andere woorden: Wij kunnen allemaal eraan meewerken dat die eerste sfeer op Aarde zichtbaar wordt! Wij kunnen dit bewijzen in het leven van alledag, onze samenleving, onze maatschappij. Onze maatschappij kent immers ook zijn eigen goden. Dat zijn de mensen die de macht over een ander hebben genomen. Genomen? Hebben zij die macht niet van onszelf gekregen? Is het ook hier niet weer ons eigen bewustzijn, uit onze zwakte, uit onze behoefte aan steun of, uit onze behoefte onze verantwoordelijkheden op anderen af te schuiven. Daardoor geven wij immers de ander de gelegenheid zaken voor ons te regelen. We moeten echter veel meer zelf richtingbepalend zijn en onze eigen kleur laten zien. We moeten persoonlijk willen bijdragen aan het door onszelf geschapen maatschappelijke proces. Daarbij moeten we beginnen bij onszelf en niet afwachten wat een ander ons opdraagt. Het is dan ook het beste ons dagelijks werk te doen met een dienend gevoel, dus met liefde voor de ander en voor ons werk. In de schitterende trilogie van ,,Jeus van moeder Crisje'' kunnen we de vele voorbeelden vinden op welke wijze het maatschappelijke proces beleefd moet worden, wil ons ,,Mens-zijn'' verder groeien.

Alleen op die wijze wordt onze geestelijke en maatschappelijke ruimte steeds groter. Zo zal er een tijd komen dat de maatschappelijke ,,goden'' overbodig zullen worden, omdat ieder voor zich heeft leren inzien waar het om gaat. De maatschappelijke wetten zullen dan zelfs door ons bewuste handelen één voor één kunnen verdwijnen. De geestelijke bewustwording is dan de WET geworden. Er zal dan een andere mentaliteit op Aarde komen. We zullen de God in onszelf hebben teruggevonden en de God van al het leven niet langer buiten onszelf zoeken. Er is dan geen ruimte meer voor geweld, in welke vorm dan ook. Er zal dan geen leger meer nodig zijn en geen politie om ons in het gareel te houden, want iedereen past dan op zichzelf! Ja, zelfs het geld zal dan zijn huidige, egoïstische functie gaan verliezen, waardoor de werkelijke waarden een plaats in ons leven zullen kunnen krijgen. Het willen bezitten zal dan plaats hebben gemaakt voor het geven.

Zo zal het ,,sociale, menselijke leven'' het uiteindelijk gaan winnen van het ,,economische, onmenselijke leven''. Het economische leven kent immers geen liefde, maar wil de ,,welvaart'' bevorderen. Het gaat ons echter om ,,welzijn''. Het kardinale verschil tussen deze twee begrippen vinden we in de woorden zelf terug. Het begrip (wel)VAART geeft een begrenzing aan. Want al rijdt men nog zo snel bijvoorbeeld 80, 100, 1000 km per uur, men krijgt altijd nog een beperking van de maximum snelheid te beleven. Dat is niet bij (wel)zijn het geval, want ,,zijn'' is alles en kent geen grenzen! Wanneer wij allen die weg vinden, zal het bewustzijn van de eerste sfeer uit ons stralen met een: ,,WAT KAN IK VOOR U ZIJN, WAT KAN IK VOOR U DOEN VANDAAG?''
Dan zal ons belangrijkste doel niet meer zijn het ,,naar de beurs gaan'', maar het bereiken van de warme, liefdevolle uitstraling van een eerste sfeer op Aarde. En, lezer, wees nu eerlijk, verlangen wij niet allemaal naar dat thuiskomen?
 N.V.
 
                                   WERELDEENHEID IN CHRISTUS.
Er moet eenheid komen onder de volken, liefdebanden moeten hen gaan binden, de trouw moet hun wapens overbodig maken, onbaatzuchtigheid moet voor machtswellust en gierigheid in plaats treden. Er moet begrip en eerbied komen onder de volken, eerst dan zullen op aarde vrede en rust heersen.
Dit is Gods wil.
Het is een harde en verschrikkelijke leerschool, die de mensheid zichzelf oplegt om tot die eenheid te geraken. Als God thans ingreep, zouden de volken niet gebaat zijn, integendeel. Uit de pijn en de smart, die de mensheid thans ondergaat, zal een nieuwe wereld geboren worden, die maar één naam kan dragen en wel: het Koninkrijk Gods!
Er zullen maar weinig mensen zijn, die, staande temidden van het razende geweld, dat de aarde doet schudden, aan deze geboorte kunnen geloven. En toch zal een ieder van u dit moeten aanvaarden. Zover is de evolutie van de mensheid thans gevorderd. Het kwaad is in de minderheid op uw wereld.

Overheersend in aantal zijn de goedwillenden van geest. Vallend en opstaand zullen deze thans de weg gaan, gelouterd door het leed en bezield door de heilige wil om de wereld thans rein en geestelijk op te bouwen.
Nog is het krijgsrumoer niet verstomd, nog heersen dood en vernietiging, maar dadelijk zal het stil worden op uw aarde. Dan is het kwaad uitgeraasd en zullen de stemmen zich kunnen laten horen, die spreken van liefde en eendracht.
Zo en niet anders luidt het plan Gods: De volken zullen één zijn en liefde zal hen binden. Aan u, mensen der aarde, de taak u die eenheid, die liefde eigen te maken. De Meesters van Gene Zijde zullen u daarbij helpen. De ,,Eeuw van Christus'' is ingegaan. Bezin u er eens op, wat dit zeggen wil. Leef naar Zijn hoog, heerlijk voorbeeld en ge zult een apostel zijn, op wie Zijn blikken met welgevallen rusten.
Ontwaak, mens der aarde, ontwaak voor uw God. Hij bedriegt u nooit.
Jozef Rulof. 
 
      WAT GIJ DE MINSTE MIJNER BROEDERS HEBT GEDAAN............
Een zilveren en een gouden sleutel welke elkander kruisen, met daarboven de tiara, vormen samen het wapen van de Vaticaanstad. Een stad, die ondanks haar kleine oppervlakte, eigen treinen bezit met corresponderende aansluitingen tot de Italiaanse staatstreinen, eigen post, telegraaf, muntwezen, radiostations, krachtwerken, mechanische werkplaatsen, drukkerij en handelsmonopoly. Een stad, die over grote rijkdommen beschikt, dan welk land ook ter wereld. Een stad, die de macht heeft om de wereldbank te laten springen, wanneer zij al haar bezittingen plotseling zou opvorderen. Het Vaticaan drijft als een eiland van ongekende weelde in de haar omringende wereld, een wereld waarvan volgens de meest recente statistieken drievijfde gedeelte honger lijdt of tenminste ondervoed is!

Wij hebben kort geleden in een katholiek tijdschrift een soort pleidooi gelezen, dat was geschreven naar aanleiding van het feit, dat er van steeds meer zijden verzet rees tegen deze opeenstapeling van rijkdommen, terwijl de mensen in vele landen op straat bij duizenden crepeerden van de honger! De schrijver van genoemd artikel heeft alle mogelijke en mogen wij het zeggen? onmogelijke argumenten bij elkaar verzameld om de bestaande toestand te rechtvaardigen, echter zonder blijkbaar aan het Franse spreekwoord te denken, dat zegt: Qui s'excuse s'accuse. Wie zich verontschuldigd beschuldigd zich!

En inderdaad was genoemd artikel een ongewilde zelfbeschuldiging zonder weerga. Hoe kan het ook anders? W ie kan de moed opbrengen, het behoud van kunstschatten hoe zeldzaam en schoon ze ook mogen zijn -- te stellen boven de behoeften van de noodlijdende mens? Waarom slaan wij de waarde van onbezielde materie hoger aan dan het gevoelsleven van onze naaste, van onze medemens? Wat is dit voor een onbewust gedoe, d:at de ene mens zich mag verlustigen in de wereld die rondom hem ligt opgestapeld, terwijl zijn medemens, zijn broeder of zuster, van ellende en ontbering omkomt. Wie geeft hem het recht aldus te handelen? Christus soms? Christus de soberste en eenvoudigste van allen? Christus, die heeft gezegd: "Wat gij de minste mijner broeders hebt gedaan, dat hebt gij MIJ gedaan"!

In wezen zijn de problemen, die de mens voor zichzelf heeft opgebouwd, eenvoudig en gemakkelijk op te lossen. Het ingewikkelde maken wij er zelf van. Wij, die altijd vanuit ons zelf redeneren. Wij, die willen vasthouden wat wij hebben gekregen en HOE hebben wij het meestal in ons bezit gekregen? inplaats van te redeneren vanuit het harmonische, vanuit God! Twijfelt ge nog aan de rechtvaardigheid van deze kritiek? Welnu, tracht u dan te vereenzelvigen met het volgende denkbeeld: Stelt u zich voor, dat Christus weer tot onze planeet zou afdalen. Hoe zou Hij dan handelen. Meent ge, dat Hij zich zou tooien met pracht en praal en zich zou laten ronddragen? Meent ge, dat Christus met welbehagen naar de meest kostbare opeenstapeling van kunstschatten zou kijken, terwijl miljoenen mensen die honger lijden, door de opbrengst hiervan zouden kunnen worden gevoed, gehuisvest en gekleed? Welnu, geeft hierop antwoord, roomse kerken van Christus en als ge dit antwoord met alle oprechtheid "Ja" kunt doen luiden, dan bekennen wij ongelijk. Dit is echter niet mogelijk. Ge weet, dat Christus anders zou handelen, dan uw aardse leider, die ge de vertegenwoordiger van Christus meent te mogen noemen.

Geen weldenkend mens zal verlangen, dat de roomse kerk alles wat nu maar waarde heeft te liquideren. God en ook de mensen gunnen haar een comfortabel bestaan. Wij behoeven geen extremisme. Niet van het ene uiterste naar het andere. Neen, wat wij willen is slechts, dat er in het belang van de mens wordt gehandeld, de mens, de hoogste openbaring van Goddelijke liefde. Eerst de mens en dan de kunstschatten. Alle kunstschatten ter wereld hebben immers niet de waarde van ÉÉN enkel mens. Waarom schijnt deze simpele waarheid niet door dringen tot hen, die zich geroepen voelen de mens voor te gaan op de weg die GOD leidt!
Sinclair Weston.
 
                                  DE UNIVERSITEIT VAN CHRISTUS.
Op dit ogenblik zijt gij met de hemelen verbonden. Of dit waarheid is, zal ik u moeten bewijzen. Ik zal u moeten optrekken in de oneindigheid van die hemelen en eerst wanneer mij dit gelukt is, zult ge kunnen beamen dat het woord, hetwelk u thans wordt geschonken, op uw wereld nog nimmer is gevormd.
Toen Christus op Golgotha zijn stoffelijke ogen sloot, had Hij nog miljoenen jaren kunnen spreken over Zijn Weg, Zijn Waarheid en Zijn Leven. Deze woorden, die Hij tijdens Zijn rondgang over de aarde Zelf uitsprak, betekenen, dat Zijn Leven Universeel was en dat Zijn Weg macrokosmische betekenis had. Dit alles had Hij als Waarheid aan het mensdom willen schenken, maar het brute geweld weigerde het te aanvaarden en bracht Hem om.
Christus, als Goddelijk Bewuste, wist dit. Mij gaat het nu echter alleen om de vraag, wat Hij de mensheid nog had kunnen schenken, wanneer men Hem de gelegenheid daartoe had geboden. Hebt u hier nimmer eens over nagedacht?

Hij schonk u onmetelijk veel, maar het was nog lang niet alles. De Goddelijke Vertegenwoordiger had de mensheid meer kunnen geven dan stoffelijk en geestelijk bewustzijn. Hij had haar de Alkennis kunnen en willen brengen. Die kennis is voor ons, hemelingen, de Universiteit van Zijn Persoonlijkheid en wij noemen haar deswege de "Universiteit van Christus".
Kunt ge reeds aanvoelen, wat de "Universiteit van Christus" te brengen heeft? Heeft men op uw aarde eerder gesproken over Christus Universiteit? Voelt ge aan, dat uw aardse hogescholen bij haar weinig betekenis hebben?
Toen Christus na Zijn kruisdood het lichaam verliet, begaf Hij Zich naar de hoogste Hemel in ons leven en zetten Hij Zich neer te midden van de Engelen -- van mensen dus, die eens op aarde leefden en in de sferen van licht ruimtelijk bewust werden. Hij trok hen allen in Zich op en sprak:

"Wat zult gij thans doen, wat zult GIJ aan de mensheid schenken, nu gij weet, dat Mijn Universele denken en voelen aan het kruishout werd gesmoord?" Ik zeg u: "Breng niettemin Mijn Waarheid en Mijn Leven aan deze mensheid. Zet gij Mijn werk voort, MIJN taak op aarde is volbracht. Voer de mensen op Mijn weg. Breng de kinderen van God tot het Universele weten, opdat al het leven, God als een Vader van Liefde zal leren kennen. Eens zal men uw gebed aanvaarden!"
Hierna loste Hij voor hun ogen op en keerde terug naar Zijn Goddelijk bestaan, vanwaar Hij voort zou gaan, om de wereld Zijn Liefde en Zijn kennis te schenken. Wat deden de Meesters hierna? Zij daalden af naar de eerste sfeer en verenigden zich in de "Tempel van Christus", die bestaat en arbeidt door onze Albewuste Mentor. In deze tempel wordt de naar hoger weten en kunnen strevende zielen de mogelijkheid geschonken om zich in Zijn Goddelijke Persoonlijkheid in te leven en daardoor verbonden te worden met de Wetten, die Gods Schepping in stand houden. Op deze gewijde plaats mediteerden de Meesters en ontwierpen zij, door Christus van het Al uit bezield en voorgelicht, hun plannen, die de mensheid van de eeuwige gelukzaligheid moesten verzekeren. Ik verbind u nu met de tijd, dat we zelf in deze tempel leerden om ons gereed te maken voor de taak, die wij thans door André (Jozef Rulof) vervullen.

Ge zult hierdoor de macht van deze Tempelieren kennen en weten, wat u thans in uw eeuw aan wijsheid zult gaan ontvangen, want het is daar, dat hij zijn stoffelijke verschijning zal beleven, onder de alleszeggende naam "De Universiteit van Christus"!
Toen wij deze Tempel betraden, waren we juist als de geleerden en dogmatisten van uw aarde: We dachten iets te weten van God en het leven. Eenmaal opgenomen in, die macht wisten we dra beter. Immers, wat konden wij, wat kunnen uw universiteiten en godgeleerden weten van de Goddelijke Almacht, die we slechts volgens onze stoffelijke graad vermochten te peilen? Wat blijft er van de aardse kennis over, wanneer we verbonden worden met de ruimtelijke wetten, die de vorming en de ontwikkeling bepaalden van het heelal, de mens, het dier en het plantenleven?

Na een zekere tijd van voorbereiding zeiden de Meesters tot ons: "Kom, vrienden, wij mogen door Christus thans teruggaan naar het stadium van de eerste Openbaringen, de tijd toen God aan Zijn Schepping begon." En zie, wij zagen de eerste verschijnselen tot ons komen. We werden hierdoor één met de Goddelijke Persoonlijkheid. Vergeet niet, dat wij onze eigenschappen op geestelijk graad hebben afgestemd. We mogen zeggen, dat onze liefde, ons voelen en denken in harmonie is met de hemelen, er is niets meer in ons, dat beperkt of stoort.
Wie van uw aarde kan dit nazeggen? Kan een professor, kan een godgeleerd van uw wereld Gods hart binnengaan, wanneer er disharmonie in hem is? Gelooft ge één ogenblik, dat hij zo tot eenheid met de Goddelijke en dus harmonische wetten kan komen? Hierdoor alleen al is het peil van zijn wijsheid vastgesteld! Door onze volmaakte en hemelse liefde konden wij in Gods universeel denken worden opgetrokken en hierdoor ook zijn wij thans in staat die wijsheid op aarde te brengen. Wij dan zagen, hoe Zijn Wezen zich in Myriaden delen splitste, we beleefden, hoe de lege ruimten zich vulden door Zijn ectoplasma, Zijn fluïde, Zijn licht, Zijn bezieling, Zijn liefde.

We zien voor ons, hoe de macrokosmos tot verdichting en uitdijing komt en hoe de mens zijn evolutie aanvangt. We beleven zijn eerste dood, zijn terugkeer naar het astrale bestaan, waar hij wacht tot hij opnieuw wordt aangetrokken, om verder te werken aan de verstoffelijking van zijn Goddelijke graad. Van planeet tot planeet volgen we het menselijk leven en zien we, hoe het steeds meer het stadium, het uiterlijk benadert, dat u thans als vertegenwoordigers van het hoogste organisme op uw wereld, het blanke ras, bezit.
Machtig, onzegbaar machtig is deze feilloze ontwikkeling van het Goddelijk plan, dat nimmer in gevaar is, daar zij één weg volgt, die het leven regelrecht terugvoert tot Zijn Schepper. De Meesters zeggen: "Dit is de weg, waarvan Christus sprak, de weg, die ook Hij ging en die Hem tot het Goddelijk Al voerde. Aanvaardt die weg als waarheid en gij zult deel hebben aan Zijn leven." Hoe zouden wij, die hier de werkelijkheid voor ons zien, nog buiten die weg om willen gaan?! We zien toch de verschijnselen van Zijn bestaan voor ons, we leven er in. Wij moeten aanvaarden, dat de Schepping zich zo en niet anders voltrok. Door haar te volgen, worden we schepping, één als we zijn met Hem. Die ons eens Zijn ganse Persoonlijkheid schonk. Onze wandeling op aarde eindigt op het ogenblik, dat de mens zijn kringloop volbracht heeft. Zijn beleven houdt voor deze graad van bewustzijn op, daar hij hem thans heeft eigen gemaakt. Zijn ziel echter  gaat verder, immer verder, want zij heeft haar Goddelijke afstemming nog niet bereikt. Nog leerden zij slechts een deel van Zijn wetten kennen, er wachten haar dus hogere werelden.

"Deze wet geldt voor elk door God geschapen leven, hoe nietig ook", zegt de Meester. "Elk stofje, elk atoom toch is door Hem bezield en dus oneindig. Om u dit te bewijzen, maak ik u één met de macrokosmos in stoffelijke vorm." Onze ogen verbinden ons met het macrokosmische leven, met de sterren, zonnen en planeten daarvan. Zij ontvingen van u, aardse mensen, namen, maar voor de astrale Meesters zijn het levensgraden, levenswetten.
  "Volg nu", onderwijzen de Meesters, "dat elke ster, elke planeet, een nieuw leven zal scheppen. Hierdoor ziet ge het vader en moederschap van de ruimte, dat in haar bezit is, doordat ook haar Schepper Vader en Moeder is. Begaafd met Goddelijke splitsing zal zij een nieuw en hoger leven optrekken en daardoor evolueren, zoals wij mensen dat zullen doen."

En wij beleven de universele wet. Op krachten van de Meesters komen wij in verbinding met de zielen, die de wetten van de hoogste hemel tot de hunne maakten en nu, voortgestuwd door de evolutiewet, naar de mentale gebieden zullen overgaan. We denken aan de godsdiensten van de aarde, die voor het merendeel geloven, dat de hemel de eindbestemming is voor de mens. Alsof wij hemelingen in onze staat, hoe rijk en gezegend ook, God zouden kunnen genieten, zoals zij zeggen. Onze liefde, ons bewustzijn is reeds geestelijk afgestemd, maar is zij al Goddelijk? Maar God eist dit van ons, geen deel, geen graad van Zijn leven mag ons onbekend blijven, een onmetelijke weg ligt nog voor ons! We beleven de mentale gebieden, die tot de vierde kosmische graad behoren. We zien hogere vormen, dieper bewustzijn, schonere harmonie. Machtige gevolgtrekkingen kunnen we maken ten opzichte van het aardse leven en het onze in de hemelen. Ook wij hebben lief --  één liefde, die ons zoals gezegd de mogelijkheid geeft Gods leven en denken te onderzoeken -- maar wat is zij in vergelijking met die, welke wij hier op dit nieuwe kosmische stelsel zien stralen?

We ervaren, hoe de mens hier volgens uw berekening, in één leven duizend en meer jaren oud wordt. Is dit zo vreemd? Bewijst het niet, dat het leven hier een hogere bestaansvorm geniet en dat gij van de aarde uw korte levensduur aanvaarden moet als gevolg van de beperktheid, die uw graad nog bezit? We gaan voort en maken ons los van de vierde kosmische graad om de vijfde en zesde te betreden. Steeds dichter benaderen wij het Goddelijk stadium, dat in het "Al" besloten ligt. Onbeschrijfelijk is de schoonheid en de macht van de mens, die tot deze werelden behoort. Wat is er op onze reis overgebleven van de wijsheden, die uw aardse godgeleerden verbreiden? Schrikbaar arm is het, wat zij bezitten en nochtans als heilige waarheden uitdragen. Zij geloven, dat een berouwvol gevoel ons verzekert van Gods werelden en wij ervaren, dat er biljoenen wetten en graden door ons beleefd en tot bezit gemaakt moeten worden om één deeltje van onze persoonlijkheid op Zijn Almacht af te stemmen. Zij geloven, dat Gods werelden in één leven te winnen zijn en wij constateren, dat het getal levens, om dit te bereiken, niet uit te spreken is. Hoe klein ziet de mens van uw aarde zijn Goddelijke Vader, hoe gering is zijn kennis. En nog hebben wij het "Al" niet betreden. We staan voor de grens ervan.

Op de krachten van de Meesters, op de wil van Christus zijn we tot hier genaderd. Overstraald door Gods gouden licht, zien we de hoogste graad van leven. Voor ons staat de Goddelijke Persoonlijkheid als mens en Hij vindt goed, dat wij ons met Zijn voelen en denken verbinden. eens waren zij mensen als wij, eens schiepen ook zij disharmonische toestanden, eens bouwden ook zij aan de verdichting van de hellen, maar als delen van God ontwikkelden zij zich op Zijn bevel zolang tot zij Hem als een zichtbare gestalte konden vertegenwoordigen. Zij waren vonk, embryo als wij en dit leert ons, dat elk kind van God eens tot Hem zal terugkeren, Eens zullen wij allen met hen kunnen zeggen: "Ik ben ruimte, ik ben licht en liefde, zoals God wilde, dat ik werd. Alles wat onder mijn graad leeft hoort mij toe, want ik beleefde het. In mij leeft het macrokosmisch geheel, want ik overwon die stelsels en verruimde daardoor mijn weten, mijn persoonlijkheid. In mij is het Goddelijk bewustzijn ontwaakt, zodat ik één ben met mijn Vader."

Dan sluiten wij, overweldigd door het machtige leven van Christus en de Zijnen, de ogen.
Wanneer zij weer opengaan, vinden wij onszelf opnieuw terug in het beginstadium van de Schepping en de Meester zegt: "Gij hebt nu iets van de Goddelijke werkelijkheid beleefd, maar dacht ge, dat er nog niet meer was? Gij hebt beelden ontvangen, thans zult ge wet na wet, graad na graad voor u zien en bij alle zullen wij zolang stilstaan, tot ge hen volkomen kent."
Opnieuw gaan we vanuit het eerste stadium tot het Goddelijke Al. Nu om de evolutie van ons lichaam te beleven en als dit is geschied, zegt de Meester weer: "Gelooft ge, dat ge nu alles kent en dat de "Universiteit van Christus" niets meer te bieden heeft?"

We volgen thans de ontwikkeling van het innerlijke leven, de ziel. Ontzaglijke werelden doemen voor ons op, de werelden van ons zelf. En weer vragen wij ons af, wat weet de aardse geleerde van deze onmetelijke wetten af, hoe wil hij begrijpen en verklaren, wat wil hij vaststellen-- hij -- die gelooft, dat de mens het product is van, één gering leven? Hoe wil hij, die zelf nog in de disharmonie leeft, de aard en de diepte bijvoorbeeld van de psychopathie vaststellen, terwijl de oorzaken er van levens en levens terug liggen? Hoe van de bezetenheid, van de homoseksualiteit? Hoe wil hij een definitie van de liefde geven, terwijl hij hoogstens stoffelijke ervaringen daaromtrent kan bezitten? Wat weet hij van de wil af en de mogelijkheden er van? Wat van de inspiratie, de bezieling? Zo kan ik voortgaan, want deze vragen doemen op, terwijl ik en miljoenen andere hemelingen al deze werkingen van de ziel voor ons zien.

Maar dan kondigt zich alweer een andere faculteit van de "Universiteit van Christus" aan, die, welke de dierenwereld leert. Ook deze voert ons terug naar het beginstadia van de Goddelijke Schepping. De beelden tonen ons aan, dat het dierlijke leven zich uit de mens ontwikkeld heeft. Weer zien we, dat ook deze vorm van Goddelijk Leven en denken een evolutieproces doormaakt heeft en dat ook hij tot Zijn Schepper terugkeert. Hierna legt het bloemenleven haar geheimen voor ons open en opnieuw beleven wij Goddelijke Openbaringen. 

Ziet, mijn kinderen, dit alles had Christus u kunnen schenken, wanneer Hem de mogelijkheid daartoe was geschonken. Thans zal dit geschieden in de Eeuw, die in Zijn teken zal staan. Kent ge nu iets van de macht, die Zijn Universiteit vertegenwoordigen zal? Door haar zal Hij in u midden zijn, door haar zult ge het Koninkrijk Gods beleven. Deze Universiteit zal het kosmisch bewustzijn schenken, d.i. de ontleding van iedere wet, welke in de ruimten Gods gestalte kreeg. Dat deze woorden niet ijdel of bedrieglijk zijn, zullen wij bewijzen. Uw volk bezit thans in André het instrument, door hetwelk wij u die bewijzen kunnen geven. Door hem zullen wij u op de weg, in de waarheid en het leven van Christus voeren. Door hem staat uw wereld voor uw nieuwe bewustwording, als levend bewijs, dat Christus u nimmer alleen liet en de belofte gestand wil doch, die Hij in het laatst van zijn aardse leven gaf. Uw dogmatisten zullen hiertegen stellig in verzet komen, zij deden dat de eeuwen door. Als in de tijden van Christus zelf, als in die van de andere profeten zullen zij de hogere waarheid niet beseffen en deze als duivels verwerpen of kleineren. De eeuwige waarheid is evenwel niet aan te tasten, zij zal zegevieren over aardse dogma's en hypothesen -- doordat zij uit God is!
Lezing door Gene Zijde Bij monde van: 
Jozef Rulof.

                            CHRISTUS GEEFT EEN LEVEN ZONDER ANGST.
De boeken van Jozef Rulof hebben het vermogen om je in het diepste van je ziel te raken. Dit overvalt je niet eenmaal, maar iedere keer weer opnieuw en iedere keer weer anders en weer een beetje dieper. Een goed teken natuurlijk, want dat betekent dat je vordering maakt op je weg. Als gevolg daarvan leer je ook steeds meer angsten van jezelf zien. Angsten die, zo blijkt immers uit de praktijk, heel dicht bij je vermogen tot liefhebben schijnen te leven. Angsten waarvan je in eerste instantie misschien niet eens bewust was, totdat ze vroeg of laat opeens aan de oppervlakte verschijnen. Tot je verbazing en schrik kun je dan bemerken dat ze al die tijd een onlosmakelijk deel van je leven zijn geweest en je persoonlijkheid op een bepaalde manier hebben beïnvloed of zelfs hebben gevormd. Angsten die ook alles hebben te maken met de mate van waarachtigheid die je vertegenwoordigt in je leven. Hoe diep reiken de wortels van de angst eigenlijk? En in welke mate is je leven waarachtig? Zou je dit kunnen nagaan? Kun je jezelf zo diep ontleden?

Eén van de beste manieren om je angsten bloot te leggen is misschien wel om je leven te spiegelen aan dat van Christus. Waarom Christus zal menigeen zich afvragen, die voor het eerst in aanraking komt met de boeken van Jozef Rulof, want tegenwoordig wordt Christus door een groeiend aantal mensen steeds meer beschouwd, vooral in New Age kringen als één van de vele spirituele leraren die er nu eenmaal in de geschiedenis zijn geweest. Waarom nemen de Meesters van Jozef Rulof juist Hem als grote voorbeeld? Als we de woorden van de Meesters over Christus volgen, dan gaan we beseffen dat Hij buiten alle categorieën, buiten alle kaders valt waarover de mensheid beschikt om de groten van de Aarde een plek te geven in de geschiedenis.

Alle grote ingewijden, heiligen, leraren en denkers  uit de geschiedenis konden achteraf min of meer in een historisch kader worden gezet, dat wil zeggen: Hun leer bezat weliswaar een verheven licht, maar het was op de één of andere manier te plaatsen in de context van de tijd waarin zij leefden. Ergens staan al die groten dus nog dicht bij de dagelijkse mens, zeker als men hun levensloop dieper beschouwt en volgt. Men kon zich nog enigszins met hen identificeren.
Met Christus lijkt dat in eerste instantie anders te liggen. Toen Hij Zich op Aarde bekend maakte was het, alsof men niet men een mens te maken had die God zocht, zoals het leven van alle andere, verlichte leraren in de geschiedenis dat liet zien, maar een mens die aan God gelijk scheen te zijn, die Zich met God kompleet identificeerde en gelijkgestelde en die zich ook als zodanig uitsprak: Ik en de Vader zijn één (Joh 10:30) Wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien (Joh. 14-9). Ik ben het licht der wereld. Wie Mij volgt, zal nimmer in de duisternis wandelen (Joh. 8-12) zijn maar enkele voorbeelden van Zijn uitspraken die op Goddelijke autoriteit gebaseerd schenen te zijn.

Geen waarachtig ingewijde op Aarde heeft het ooit in zijn hoofd gehaald om dergelijke woorden te durven uitspreken. Om deze gezaghebbende woorden kracht bij te zetten demonstreerde Hij onvoorstelbare Goddelijke krachten en vermogens. Uiteindelijk liet deze Goddelijke Mens Zich als de meest kwetsbare mens op Aarde gevangen nemen, geselen en doden, zonder ook maar één enkele vinger ertegen op te heffen.
 Volgens de christenen stierf Christus voor ons, bevrijdde ons daarmee van onze zonden en maakte het mogelijk dat wij, door alleen in Hem te blijven geloven, na onze dood het paradijs kunnen betreden. Voor hen is dit het enige wat telt. Reïncarnatie, kosmische kringlopen en graden, het feit dat God niet verdoemt, astrale werelden, de astrale persoonlijkheid en geestelijke gaven zijn enkele begrippen waarvan het christendom niets wil weten. Hun credo is het geloof in het evangelie van Christus, buiten dat bestaat er verder weinig, of het moet al van de duivel zijn. Op zich kan men met een zuiver geloof in het evangelie het zeer ver brengen. Christus woorden zijn immers heel duidelijk en bieden de kans op een schitterend leven van liefde, wijsheid, kracht en waarheid, mits men het geloof aan Zijn woorden ook in de praktijk brengt.

Lukt dit niet, dan zullen er heel snel momenten komen dat het veelal onbevredigende gevoel en het bijna altijd malende verstand diepere verklaringen aan het geloof kan vragen. De kerk houdt hier niet zo van en weet er ook niet mee om te gaan en vraagt de volgelingen om te blijven liefhebben, geduldig te zijn en kracht op te brengen om te blijven vergeven. De volgelingen worden dus veelal terugverwezen naar de woorden van Christus. Dat dit niet goed werkt zien we aan de leegloop in de kerken, omdat de praktijk van het huidige, snel veranderde leven vaak om concrete antwoorden schijnt te vragen, soms zelfs te schreeuwen. Het geloof alleen was dus niet voldoende voor heel veel mensen en de mate waarin men Christus woorden in de praktijk heeft gebracht was dus ook niet voldoende. Dit klinkt misschien hard, maar als Zijn woorden iedere dag zouden worden beleefd en toegepast, dan zouden wij een dermate harmonieus en stralend leven bezitten dat het Goddelijke zich stap voor stap aan ons zou openbaren en we zouden meer zien, voelen en horen dan we aan vragen zouden kunnen stellen. Wij zouden waarlijk het Koninkrijk Gods in onszelf hebben gevonden.

De praktijk is echter anders. Toch meent de mens vragen te kunnen stellen, antwoorden af te smeken en soms zelfs te eisen. Vooral als men overvallen wordt door ernstige en diepgrijpende gebeurtenissen, zoals ongelukken, oorlogen, ziekten en verlies van dierbaren. Een opstand tegen God is dan niet zelden het gevolg. Ieder mens heeft hier wel begrip voor, omdat iedereen wel eens met dat zelfde bijltje heeft gehakt. Bevredigende antwoorden heeft de mens echter niet altijd gevonden en het vertrouwen in het dogma van de kerk loopt snel achteruit of het gevoel van de mens is in veel gevallen zelfs verstikt door de verdoemdheid en de vele tegenstrijdigheden die hij maar heeft te slikken. Gods wegen zijn immers ondoorgrondelijk.

Velen kregen daardoor te maken met een geloofscrisis. Het geloof, het vertrouwen in en de liefde voor God en Christus dreigt in zo'n situatie op te drogen of zelfs geheel te worden afgelegd. En als de mystieke, religieuze of ,,oer'' gevoelens, of hoe je het ook wilt noemen, in de mens niet meer voldoende worden gevoed, dan kan het kleine (waak)vlammetje, welke de restwaarde van dat gevoel vertegenwoordigt moeilijk weerstand bieden tegen de soms overrompelende gebeurtenissen in zowel het persoonlijk leven als het wereldgebeuren. Er wordt dus op dat moment een zware wissel getrokken op de kwaliteit van datgene, wat van het geloof en van het ,,intiemste'', spirituele gevoel is overgebleven.

In een dergelijke situatie kan de angst zich dan meer en meer in je leven doen gelden. Een diepe, zachtjes knagende en zeurende angst, die zich niet zomaar laat ontmaskeren. Eén die vaak net onder het oppervlak van het dagbewustzijn opereert,  doch die zijn wortels lijkt te hebben in de onpeilbare diepten van het onderbewustzijn en zich aldus stevig verankerd heeft in de structuur van je persoonlijkheid. Een angst die in alles wat je de gehele dag doet, denkt of voelt, in meer of mindere mate, een vinger in de pap heeft. Misschien herkent u die angst wel. Waar komt deze angst vandaan? Vaak heeft deze angst met de vele traumatische ervaringen uit vorige incarnaties van doen en/of vanuit je vroege jeugd of zelfs van gebeurtenissen nog niet zo lang geleden. En die als weggedrukte en onverwerkte gevoelens in het onderbewustzijn sluimeren, maar niettemin nog steeds een grote invloed uitoefent op de persoonlijkheid. Het gevolg hiervan is dat de persoonlijkheid vaak onzekerder, nerveuzer, emotioneel en geestelijk geblokkeerd kan raken en daardoor teruggetrokkener leeft en schroomt in zijn keuzes en zijn daden, al heeft hij dit in het begin misschien niet zo door, omdat hij denkt dat dit nu eenmaal bij het leven hoort.

Het lukt hem dan niet meer goed om natuurlijk, spontaan en voluit in vertrouwen en vreugde zijn eigen leven te beleven, te openen zijn energie en liefde harmonieus te laten stromen. Gaandeweg zoekt de persoonlijkheid dan meer houvast, leiding en afleiding, maar omdat hij inmiddels het geloof aan een hogere, Goddelijk leven, aan een God van liefde heeft afgelegd, is de angst inmiddels al zover bij hem naar binnen geslopen dat deze een trouwe, doch ongewenste metgezel en adviseur wordt in het dagelijks leven. De kracht van het geloof, de praktijk van het geestelijk leven, die een zuiverende, genezende en kalmerende werking heeft op deze angst, is weggevallen en maakt dat de persoonlijkheid alleen de confrontatie hiermee zal moeten aangaan. Het kan zelfs zover komen dat het lijkt dat de persoonlijkheid op de angst gaat teren. Deze angst blijkt dan niet zelden een zeer krachtig voedsel te zijn waarop hij het lang kan uithouden.

Maar de angst als voedsel heeft consequenties voor de geestelijke spijsvertering. Men wordt namelijk van binnenuit langzaam opgevreten, zoals een houttor langzaam een eiken draagbalk van een huis opvreet. Ogenschijnlijk is er niets aan de hand, de balk is immers al honderd oud, maar hij kan het ieder moment begeven en met hem het hele huis. Angst is een masker van de meest hardnekkige en diepste soort. Angst lijkt ongrijpbaar, onzichtbaar en oncontroleerbaar, doch is continu van grote invloed op de persoonlijkheid van de mens. Angst is een voedingsbodem voor een onafzienlijk assortiment aan ongewenst onkruid en wildgroei. Angst komt voor de afgunst, voor de woede, voor de haat. In diepste essentie kan men stellen dat angst de afwezigheid van God is in de persoonlijkheid.

Angst is dat er reeds een kleur is bekend, namelijk dat er niet langer meer een vertrouwen is in de kwaliteit van de relatie met God, met de Goddelijke kern in zichzelf. Men weet zelfs niet eens meer hoe een dergelijk leven voelt, men is het vergeten en heeft de innerlijke Godheid versluierd achter de vluchtige geneugten, materiële verlokkingen en zekerheden, achter een schijnleven, in de hoop dat zo de angst verdwijnt. Niet langer is men in staat om met het hogere leven in zichzelf te communiceren, men wil dit zelfs ook niet eens,  verbitterd en trots als men vaak is, opdat de broodnodige stabiliteit en innerlijke vrede zou kunnen worden hervonden, de zuigende angst kan worden gesmoord en de goede richting weer kan worden bepaald. Daarvoor in de plaats echter kiest de persoonlijkheid surrogaat oplossingen, omdat het hem aan moed, bezieling en vertrouwen ontbreekt om dóór de angst, zijn angst te gaan waarachter zijn goddelijke bron leeft en op hem wacht... 

Als de goddelijke kern, de God in de mens, die vanuit de Albron aan de mens is geschonken en die door de persoonlijkheid van de mens tot de ontwaking moet worden gebracht en moet worden vertegenwoordigd, wordt genegeerd, dan wordt de persoonlijkheid van zijn bron afgesneden. De persoonlijkheid, welke blijkbaar op dat moment de ,,puberteit'', nog lang niet is gepasseerd, koestert dan de illusie dat zij het zonder die onuitputtelijke bron van leven, licht en liefde kan stellen. Zoals een jong mens in de puberteit denkt dat hij alle goede adviezen van zijn ouders in de wind kan slaan. En voor een bepaalde tijd lukt dat de persoonlijkheid ook, totdat er opeens situaties in zijn leven opdoemen die uitwijzen dat hij niet is opgewassen tegen alle moeilijkheden en keuzes die op zijn weg komen.

Ondanks talrijke waarschuwende signalen en aanvaringen die hem overvallen, ondanks een steeds grotere opeenstapeling van twijfels, teleurstellingen en een groeiend gevoel van knagende ontevredenheid en innerlijke leegte, kan hij hardnekkig blijven volhouden dat hij het toch beter weet. Daarbij sluit hij zichzelf vaak nog meer af dan al het geval was, omdat hij zich in zijn trots voelt aangetast, of, in het ergste geval, wordt hij destructief... Ook dit kan de persoonlijkheid van een mens lang volhouden, zéér lang... Vanuit deze, uiteindelijk op niets uitlopende situatie gedijt de angst in de mens als onkruid in het korenveld, holt hem van binnen als het ware uit en groeit evenredig mee naarmate hij zich verder van de goddelijke bron in hemzelf verwijdert. Gelukkig is diegene, die in aanraking komt met de geestelijke wetenschap van Jozef Rulof en er ontvankelijk voor is.

Talloze onbeantwoorde vragen kunnen nu beantwoord worden, de vlam van het mystieke gevoel, van de liefde wordt weer aangewakkerd en de mens als persoonlijkheid hervindt zijn geestelijke houvast, zijn stabiliteit en zelfs zijn oorsprong en zijn toekomst, dat wil zeggen de juiste plaats die hij als persoonlijkheid in het kosmische leven dient in te nemen. Daardoor wordt hij tevens weer een vriendelijker mens voor zichzelf en zijn omgeving. Het (kleine) geloof wordt meer en meer getransformeerd in een innerlijk weten. De angst lijkt te zijn opgelost in de stralen van zijn eigen innerlijk licht...

Naast het dankbaar tot je nemen van al die prachtige kennis, naast de verrukking die je krijgt van je innerlijke vlam die je opeens zoveel warmte geeft en die je pad meer verlicht, kom je langzaamaan meer in de situatie dat je al die pracht niet langer meer alleen voor jezelf wilt houden, maar dat je deze wilt uitdelen. Je gaat voelen dat alléén al het gebaar van het uitdelen je warmte, vreugde en geluk geeft, alsof je jezelf voelt uitdijen in iets groters, iets anders wat veel mooier is dan je voorheen kende... Maar ook hier liggen weer levenslessen en valkuilen, want ook in deze situatie kan zich wederom een diepe angst aandienen, nu echter met een ander masker op. Aan de ene kant bezit je namelijk de kennis van de boeken en het heerlijke gevoel om steeds meer uit te delen, aan de andere kant brengt dat echter een grotere, geestelijke gevoeligheid met zich mee, die vreemd is voor de maatschappij, voor misschien zelfs veel van je familieleden, kennissen, collega's en vrienden. En die intense gevoeligheid kan dan vervolgens zwaar onder vuur komen te liggen. Er is een uitdrukking die zegt:

,,Dat wat je sterkste kwaliteit is, is tevens je achilleshiel...'' Dat wil in dit geval zeggen dat, als die gevoeligheid niet voldoende incasseringsvermogen en zuiverheid bezit, als hij niet is ingebed in een sterke persoonlijkheid - die op zijn beurt door de goddelijke bron moet zijn bezield - je langzaam zal worden aangevreten door weer een andere, fundamentele angst. Namelijk een angst die je blokkeert in je acceptatie als onrecht of ongeluk je overvalt en die je remt in je vertrouwen en in je potentiële vermogen tot een grotere liefde, de geestelijke liefde, omdat je gevoeligheid de pijn, die daarbij optreedt, niet altijd goed weet te verdragen.

Een pijn die zich laat voelen bij het schenken van die liefde, van dat vertrouwen, van je bewust- zijn, van je overgave, als deze niet wordt begrepen en aanvaard of zelfs wordt beschimpt of misbruikt door andere mensen of als het lijkt dat de Hemel je gebeden niet schijnt te horen...
Nu zou ontwikkeling van ware gevoeligheid gelijktijdig op moeten gaan met de ontwikkeling van de persoonlijkheid naar een meer volwassen staat. Een persoonlijkheid die dan uiteindelijk bij machte zal zijn om dat wat hij in zijn leven voelt en ondergaat weet te dragen, juist als hij niet wordt aanvaard of gehoord. Het leven geeft je trouwens dagelijks de benodigde lessen daartoe.

Als je hier eerlijk naar durft te kijken, dan zul je zien dat de minder leuke kanten van je leven juist mede voor die harmonieuze ontwikkeling zorgdragen. Als je die noodzakelijke levenslessen voor de opbouw van je persoonlijkheid, die je wellicht minder tot de verbeelding spreken, maar tot de dagelijks terugkerende realiteit behoort, negeert en ervoor wegvlucht, dan dreigt de gevoeligheid al gauw meer een overgevoeligheid, een sensitiviteit te worden en je kunt dan al snel weg zweven... Deze overgevoeligheid gaat dan dus vaak met de nog ,,onvolwassen'' persoonlijkheid op de loop, met alle, soms gevaarlijke en pijnlijke consequenties van dien.

De persoonlijkheid heeft in dit geval dus nog niet een wezenlijke verbinding met het goddelijke in hem zelf weten te maken, die als zodanig in zijn eigen innerlijk, in zijn sociaal en maatschappelijk leven geïntegreerd is tot een evenwichtige en natuurlijke situatie, zodat er een weerstand is opgebouwd, die hem een sterk en lichtend referentiekader verschaft waarop hij te allen tijde kan terugvallen. De ontwikkeling en de variëteit van de meest uiteenlopende voorbeelden van sensitiviteit naar ware gevoeligheid, voor zover die al in de hoogste graden plaatsvindt, is er een, die uitgebreid te zien en te bestuderen is in bijvoorbeeld de zogenaamde spirituele en spiritistische wereld, tegenwoordig ook wel de New Age wereld genoemd.

Je schrikt soms van de vele valkuilen en gevaren die daar continu op de loer liggen en die dan ook geregeld toeslaan... 
Beter is het dus om een leven zonder angst te leiden, eerst de sensitiviteit naar de ware gevoeligheid te brengen en de persoonlijkheid op te voeden, maar hoe doe je dat? Contact maken met de goddelijke kern in jezelf en deze tot je laten spreken waardoor angst en twijfel verdwijnen of in ieder geval meer worden beteugeld en vandaar uit iedere dag een onbewuste en vaak krankzinnige maatschappij tegemoet treden, te moeten opschieten met collega's die je eigenlijk maar een beetje vreemd vinden, te moeten leven met familieleden die je doodzwijgen en "misschien ook nog jezelf geconfronteerd zien met ziekte en of verlies van een dierbare, lijkt véél gemakkelijker gezegd dan gedaan.

Als gevolg daarvan moet je serieus oppassen om tijdens dat proces niet een moderne kluizenaar te worden, nu eens niet in de bergen, maar in de menigte... Op dat moment geeft Christus ons fundamentele richtlijnen, aanwijzingen en voorbeelden, geeft Hij onvoorwaardelijk Zijn licht, liefde en waarheid, die wij ó zó nodig hebben, willen wij zonder té véél kleerscheuren, zonder verlies van bezieling of zonder het bijltje er bij neer te gooien, onze geestelijke weg in deze maatschappij kunnen blijven vervolgen. Hoe dieper je je probeert in te voelen in de gebeurtenissen, in de woorden en de persoonlijkheid van Christus leven, hoe dieper je jezelf leert kennen, hoe meer je gaat beseffen wat voor wezen je in diepste essentie eigenlijk bent...

Alsof Hij álle geestelijke wetten, die de mens voor zijn evolutionaire groei heeft te doorlopen, door Zijn persoonlijkheid en leven vertegenwoordigde en ten toon spreidde voor allen die ogen hadden om te zien. En dat was precies wat Hij dan ook deed en waartoe Hij ook in staat was, omdat Hij uit de zevende Kosmische Graad, uit het AL kwam, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Boeddha, die afstemming had op de derde lichtsfeer van onze derde Kosmische Graad. Daarom verwijzen de Meesters van Jozef Rulof naar Christus als het grote voorbeeld.

Meester Zelanus behandelt al die zéér belangrijke, geestelijke wetten en richtlijnen voor de mens in vijf opeenvolgende lezingen in het boek '57 Lezingen, deel 1, getiteld: ,,De mens en Gethsemané'', ,,De Pilatus in de mens'', ,,De Caïphas en de mens én Jeruzalem in de mens'', ,,De mens en Golgotha'' en ,,De mens en zijn geestelijke ontwakening''. Deze uiterst belangrijke en fundamentele lezingen van de Meester geven een verbazingwekkend inzicht hóé wij als mens op aarde ons dienen in te stellen op het leven in onszelf met betrekking tot datgene wat niet waarachtig is en wat ons aldus gevangen houdt in angst, twijfel en geestelijke dwaling en misleiding. Daaruit voortvloeiend schetst de Meester de situatie waarin de persoonlijkheid zich geroepen gaat voelen om de God in hemzelf te zoeken, te vinden en te vertegenwoordigen. De lezingen van de Meester zijn zó diep bezield, dat dit proces buitengewoon indringend voor je wordt en je gaat alles tot in het diepste van je wezen vóelen.

Nu werd Christus niet aanvaard, zult u zeggen, wacht mij dan ook dat lot? Ook wij, lezers van de boeken van Jozef Rulof, worden over het algemeen genomen nog niet aanvaard door de maatschappij en misschien ook niet door veel familieleden en vrienden. Gelukkig worden we niet meer gekruisigd of op de brandstapel gezet, maar geestelijk gebeurt dat nog wel. Dat is één kant van de medaille en die is inmiddels al wel volgeschreven. De andere kant van de medaille moet nog beschreven worden. Voor mijzelf geldt dat ik op de hoogte ben met Christus aanwijzingen, verder uitgediept en verklaard door Meester Zelanus en dat Christus mij en ieder mens verzekerd heeft van Zijn steun en hulp. Daarbij willen ook de Meesters uit de lichtsferen mij en ieder mens helpen, die zich de inhoud van de boeken serieus wil eigen maken, dus het komt er nu op aan, want ik zal zélf het initiatief moeten nemen, anders doet iets ánders in mijzelf het wel voor mij en dan glij ik weer af naar een middelmatig, onbewust en angstig leventje...

In hoeverre kan ik dus het leven van mijzelf en het leven wat tot mij komt dragen? Is mijn waarachtigheid voldoende, mijn persoonlijkheid volwassen genoeg om mijn gevoeligheid te dragen en niet te twijfelen en geen angst te tonen, als ik vermalen dreig te worden door alles wat van buiten mij of zelfs vanuit de donkere poelen in mijzelf op mij afkomt. Of ben ik in staat om dat leven op te vangen in acceptatie en liefde? En wát dan nóg als ik dan geslagen word, genegeerd, beschimpt, belazerd, of beroddeld, wat zou dat dan eigenlijk? Is dat  nu echt zó érg?

Já, dat is héél érg, als mijn persoonlijkheid het weer eens niet weet op te vangen tenminste. Dan wordt het wéér hetzelfde liedje... Weer een brok disharmonie en pijn erbij. 'Ga maar door zo jongen, stapel maar op, zak er maar verder in weg... en maar volhouden hóór...! Jij hebt immers gelijk, dat mag ook weleens... Tenslotte is de wereld één grote rotzooi waar je niets van kunt verwachten. Iedereen erin denkt toch alleen aan zichzelf. Hoe voel je je nu? Gaat het al wat beter? Of voel je, je een beetje gespleten... Já, vervelend hè! Dat komt door dat geestelijke gedoe uit die boeken. Je bent er helemaal van slag van. Ik herken je ook niet meer. De ene keer reageer je heel lief en de andere keer word je zo snel boos. Arme jongen, je bent jezelf niet... Hoe moet dat nu verder met je?'

Mijn enige redding, genezing, vreugde, liefde, vriendschap, vaderschap... moet dan op dat moment de kwaliteit van mijn verbinding met het goddelijke leven in mijzelf zijn. Niet het ophouden van de prestige, de eigenliefde en het krampachtig voorkomen van het eventuele gezichtsverlies van mijn persoonlijkheid. Het is een illusie om te denken dat de persoonlijkheid alle antwoorden op het leven weet, dat hij in staat is om alle moeilijkheden op eigen kracht te overwinnen. Dat kán hij niet! Altijd zal hij op z'n zachtst gezegd, vroeg of laat, te kort schieten... Inmiddels heb ik daar genoeg praktijkervaring in opgedaan... en wie niet?

Wat heeft het dan voor zin om daarmee door te gaan? Dat wat werkelijk gewicht in de schaal legt is de verbinding die de persoonlijkheid onderhoudt met de God in hemzelf. Als ik in staat ben om te voelen dat de kwaliteit, de intensiteit van deze verbinding in mij puur, zuiver en echt genoeg is, als mij dit daadwerkelijk is gelukt, als de waarachtigheid in mij gaat zegevieren, dan valt dit niet te beschimpen, te belazeren, te beroddelen of te slaan, omdat deze verbinding, dit leven alle disharmonie overstijgt. Onaantastbaar, onverstoorbaar voor dat wat uit het schaduwrijk tot mij komt wil zij mij blijven voeden, mij rustig en heel maken, alleen indien ik mij van haar bewust word, haar tot leven wek in mijn persoonlijkheid en deze zich ermee identificeert.

Er is een oud Egyptische wijsheid die in dit verband toepasselijk is en die luidt:
We zijn hier terecht gekomen om te leven en niet om het leven te ontvluchten. 
Het blauwgroen blad van de lotus blijft schoon en droog ook al drijft het op modder.
Kijk, daar komt een vreemde op mij af die mij met een, naar mijn gevoel, té nieuwsgierige, té brutale blik aanstaart en mij vervolgens ook zo toespreekt. Waarom voel ik toch gelijk een antipathie voor deze mens, waarom een weerzin om hem in de ogen te kijken, alleen al omdat hij me op die manier aanstaart en toespreekt? Tevens voel ik ook al een pijn op deze plek hier, in mijn lichaam, in mijn gevoel. Deze vreemde - ik moet dit nu toegeven - is echter mijn broeder in vermomming die mij wijst - hij is zich hiervan hoogstwaarschijnlijk niet eens bewust - op een plek in mij die ik voeding moet geven, die ikzelf moet genezen, omdat die plek duisternis in mij vertegenwoordigt en tot ontwaking moet komen.

Op die momenten lijkt het alsof er opeens een enorm rotsblok in je gevoel ligt, die je met geen mogelijkheid weg kan krijgen... Ik kan deze vreemdeling, mijn broeder, van niets de schuld geven, van niets! Ik kan mijn ongenoegen en pijn niet op hem gaan projecteren, alleen omdat mijn persoonlijkheid vindt dat de oorzaak van alles bij hem ligt. Want uiteindelijk komt het op mij neer hoe Ik met de situatie omga, hoe Ik met die pijn omga. Door mij alleen maar te gaan afreageren op hem verandert niets aan de situatie, helemaal niets, sterker nog, deze wordt er alleen maar erger door, behalve dan indien er een goed opbouwend gesprek mogelijk is met wederzijds respect en begrip. Maar als ik mijzelf laat gaan, alleen omdat hij zich laat gaan, dan val ik terug in de angst en ben ik weer een zielig product... Wég reine meditatie, wég afstemming...

En juist die reine meditatie over Christus' woorden, over Meester Zelanus' diepgaande lezingen in een zuivere stilte, die je vervolgens tot je innerlijk bezit probeert te maken door er in je dagelijks leven mee te werken, bewerkstelligt het wonder, waardoor je bevrijd kunt worden van de zwaarte, de onmacht, de onbewustheid en dus de angst. De persoonlijkheid weet dit inmiddels dónders góéd, hij heeft dat reine leven immers al even mogen aanraken... De vraag is of hij kan doorzetten. Makkelijk is dat niet, niemand heeft gezegd dat het makkelijk was, maar op een gegeven moment heb je weinig tot geen keuze meer...

De Meesters zeggen trouwens dat de inspanningen in de verste verte niet opwegen tegen de beloningen, maar dat gevoel had je inmiddels al wel een beetje... Tenslotte gaat het hier om de ontwaking van God in je zelf! Kan er een grotere uitdaging voor de persoonlijkheid bestaan? Zal hij dat inzien? Dat is geen fabeltje, geen utopie, dat is niet alleen weggelegd voor enkele begenadigde en uitzonderlijke mensen. Néé, dit is ván en vóór iéder mens, niet één uitgezonderd. Wij mogen eindelijk eens onze minderwaardigheidsgevoelens afleggen, onze angst voor ,,volmaaktheid'' doorbreken - ook zo'n masker - en daarbij onze stoute schoenen aantrekken.

En met vallen en opstaan winnen we aan onderscheidingsvermogen, aan ervaring, aan vertrouwen, aan bezieling, aan moed en leggen we fundamentje na fundamentje, die niemand ons meer kan afnemen.
 Meester Zelanus zegt nu: U hebt alles in eigen handen uzelf, uw Godheid U bent een deel van Zijn leven, van Zijn licht. U bent vader en moeder: U bent een Goddelijke persoonlijkheid in de menselijke levensgraad, dat is het leven op aarde. Maar aanstonds zult ge zijn: astraal licht, astraal leven, astraal gevoel geestelijke liefde en die heeft alles. Die buigt zich, die heeft lief, die dient.

Elkeen voor zich dient. De mens neemt in zich op: ik ga dienen. En als u dan beiden gaat beginnen om te dienen, is het leven op aarde een paradijs. Dan beleeft ge het Koninkrijk Gods, waarvoor de Messias Zijn leven gaat Waar vandaan Hij kwam, dat is het Goddelijke Al. Klamp u aan Zijn leven vast, aan Zijn woord, aan Zijn gevoel en ge zijt eeuwigdurend zeker:
Niets kan u geschieden. U hebt geen angst meer voor de dood, want wij hebben u de boeken geschonken van Zijn leven. U bent een groot, bewust 'gevleugelde'.
(Uit: De mens en zijn geestelijke ontwaking; 57 Lezingen, deel 1, pag.357).
A.V.

                                    GOLGOTHA IN DE OPENBARINGEN.
Omtrent Christus kruisdood bestaan vele en uiteenlopende meningen. Er zijn historici, die Jezus van Nazareth ,,classificeren'' als een fanaticus, die het als zijn taak zag het rijk van Koning David in de oude luister te herstellen. Hierdoor verklaren zij de aanhang, die hij vond bij zijn verdrukt Joods volk. Dit zag in Hem zijn bevrijder, wat de woede en de teleurstelling verklaart, toen het moest ervaren, dat zijn leider op het beslissende ogenblik faalde en niet meer dan een grootspreker bleek te zijn, die de kruisdood derhalve meer dan verdiende.

De Franse schrijver Renan schildert Jezus als een innemende zonderling, die zich maar al te graag door zijn medeburgers liet bewieroken en op den duur niet meer buiten hun enthousiaste aanbidding kon. Tegen het eind van zijn leven volgde toen de catastrofe, welke het ellendig deel wordt van een ieder, die leeft ,,boven zijn stand''. Verlangend naar de dood, die hem van zijn schijnheldendom kon verlossen, omhelsde hij toen het kruishout, dat hem weliswaar vreselijke pijnen gaf, maar hem tevens kroonde met het aureool van een held.

Filosofen als Schopenhauer en Nietzsche tekenen Christus als een pessimist, die aan Zijn ,,Weltschmerz'' te gronde ging. Anderen geven als hun mening, dat de reine, schuldeloos levende Jezus zich aan zijn vijanden overgaf in het stellige vertrouwen, dat God hem te hulp zou komen om de wereld hierdoor een beslist antwoord te geven op de vraag: ,,Beloont God het goede en  straft Hij waarlijk het kwade? De armzalige kreeg zijn antwoord: God zweeg en liet Zijn Kind  in afschuwelijke pijnen omkomen, wat volgens deze beschouwers Jezus wanhoopskreet aan het kruis verklaart...
De opvatting van de christelijke kerken wijkt hiervan geheel af. Zij leren, dat Christus door Zijn kruis de wereld heeft verlost. Om dit dogma te kunnen begrijpen moet men terug tot de tijd, dat God wereld en mens schiep. Het moet toen Zijn bedoeling zijn geweest, dat Zijn schepselen ,,een op een bovennatuurlijk niveau verheven bestaan'' gingen leiden. Deze Adam en Eva echter zondigden door het eten van een verboden vrucht, wat opstand betekende tegen de Goddelijke Wil.

Zij werden uit het Paradijs verdreven en met hen al hun nakomelingen, die belast met de erfzonde als bannelingen over de wereld gingen. God was ,,oneindig beledigd'' en geen menselijk berouw, geen menselijk offer kon Hem de gevraagde ,,oneindige voldoening'' geven. ,,Er bleef dus slechts één mogelijkheid'', zeggen de kerken, ,,de verlosser der wereld moest God en mens tegelijk zijn. Mens om te kunnen voldoen voor wat de mensen misdeden, God om aan de zoendaad oneindige waarde te geven''.  Aan deze eisen voldeed Gods Zoon: Jezus Christus. Deze schonk Zijn Vader oneindige voldoening en oneindig eerherstel. Hij bevrijdde daardoor de mensheid van de zondeschuld en kocht haar los van de slavernij des duivels.

                                           DE LEER VAN DE HEMELEN.
Wat leren nu de Engelen over deze gewichtigste van alle vragen?  Wat aanschouwden zij, toen zij als mens in het gezag der hemelen werden opgenomen en begeleid door hun Meesters zich naar Golgotha spoeden om er de waarheid omtrent Christus leven en handelen te leren kennen? Het antwoord bevat Jozef Rulof's boek ,,De Volkeren der Aarde door Gene Zijde bezien'', hem geschonken door Meester Zelanus als vertegenwoordiger van Gods universeel geworden Kinderen. Voor wie in het aardse, dogmatische denken is opgegroeid zullen Zijn Openbaringen schokkend en profaan zijn. Zij waren het ook voor ons, maar we lieten de astrale leerstellingen tot ons leven spreken, we overdachten ze en maakten ons er één mee. Stout, maar verbijsterend reëel en eenvoudig, ongekend, maar indrukwekkend en bevrijdend, zo zijn de aard en de betekenis van de hemelse Openbaringen het duidelijkst gekenschetst. In hun licht schrompelen de stoffelijke opvattingen ineen tot klein menselijke gevoelens, onmachtig om ook maar een gering deel van de Goddelijke werkelijkheid tot bewustwording te brengen. Ontzaglijk en revolutionair zijn de mededelingen van de Hemelingen, ze moeten het zijn, doordat zij uit Gods Persoonlijkheid gestalte ontvingen!

Dit dan zijn de waarheden, die de Engelen, knielend op Golgotha, uit Christus mond ontvingen: Toen God aan zijn schepping begon en Zichzelf in biljoenen deeltjes splitste, ontving Christus met ons het leven. Hij was als wij en kreeg van Zijn Vader niet meer. Als rechtvaardige God kon Deze voor geen van Zijn Kinderen onderscheid maken. Als een Vader van Liefde kon Hij onmogelijk het ene kind boven het andere stellen en een astraal wezen scheppen; dat als Zijn enige volmaakt Zoon in de ruimte hoog boven Zijn andere schepselen zou tronen. Zo maakte Christus alle stadia van het leven door, Hij leerde de door Zijn Vader geschapen stoffelijke en astrale wetten kennen, bouwde aan de hellen en de hemelen,  overwon de ene kosmische graad na de andere en bereikte eindelijk het Alstadium, zodat Hij kon zeggen: ,,Ik en Mijn Vader zijn één!'' Alleen door het ganse Goddelijke Scheppingsplan graad na graad te ontmoeten, te verkennen en eigen te maken, is Christus Goddelijk geworden en alleen dardoor is Hij God en mens tegelijk.

Wordt Zijn Heilige Persoonlijkheid nu geringer, wordt zij erdoor mismaakt? Nee! Dit deden de kerken door hun dogma. Zij brachten een scheiding tussen Hem en ons en maakten Hem onbereikbaar door Hem een hogere scheppingsvorm toe te kennen. Iedere voetstap, die wij op Aarde of in de andere werelden Gods zetten, is ook door Christus geplaatst. Onze evolutie was de Zijne, onze strijd naar bewustwording werd door Hem volbracht. Ons falen werd ook Zijn deel, zoals Zijn victorie eens de onze zal zijn!
Geen kind van God, ook Christus niet, bleef buiten de disharmonie. Dit was ook niet mogelijk. Zoals een kind door te vallen leert lopen, leerden wij door de duisternis van de disharmonie de reine zekerheid van het licht kennen. God wist, dat wij ons als mens in het geweld van Zijn Wetten zouden vergeten, maar Hij wist ook, dat we door te vallen zouden leren en dat het ene zielenleven het andere zou helpen om tot Hem terug te keren.

Hij schiep niet eerst twee mensen, Hij schiep er biljoenen. Hij bouwde geen paradijs om er de mensen na het eten van een vrucht weer uit te verdrijven. Hij werd niet beledigd en eiste geen voldoening. Zo handelt alleen een menselijke God. Op het ogenblik, dat Hij ons schiep, had Hij ons niet meer te schenken. Hij gaf Zichzelf aan ons en hierdoor wist Hij, dat Hij Zichzelf eens in Zijn volheid door ons verstoffelijkt zou zien. Als eersten bereikten Christus en de Zijnen dit Goddelijke stadium. Met al Hun vermogens, met al Hun geluk kunnen zij echter eerst volledig zijn, wanneer elke door God geschapen ziel Hun hoogte heeft bereikt. In dat gevoel keerde Christus terug naar de Aarde om daar eens en voorgoed de Wetten en de Wensen van Zijn Vader bekend te maken. De ook eens door Hem beleefde graad van het aardse leven kennend, wist Hij heel goed, dat wat Hij namens Zijn Vader eiste, de mensen een soort waanzin zou schijnen.

Dit legde Hem de plicht op de uitvoerbaarheid van die Wetten door Zijn eigen leven te bewijzen. Hiertoe en hiertoe alleen aanvaardde Hij de kruisdood! Aan het schandhout op Golgotha maakte Hij Zijn eigen geboden waar, die, welke voorschreven, dat de mens, waar en wanneer dan ook, in liefde zou handelen. Daar bewees Hij, dat alleen de daad, door de mens op eigen kracht volbracht, betekenis had voor God en Hemzelf.
Zo en niet anders is de betekenis van Christus Leven en Kruisdood.
De dogma's leren, dat God toornt en wreekt, dat Hij onze zonden aan Zijn Zoon met de dood des kruises heeft gestraft en dat Deze ons met de enige offerande Zijns lichaams verlost heeft. Christus echter roept van Zijn Kruis Gods kinderen toe, dan Zijn en Hun Vader alleen liefde is en niet wreken of veroordelen kan en dat zij de hemelen slechts op eigen kracht kunnen verwerven, zoals Hijzelf dit bewees! Twee leerstellingen, een aardse en een Goddelijke. De eerste, gebouwd op overleveringen van stoffelijk gebonden mensen, de tweede op verschrikkelijke, maar daardoor onherroepelijke wijze waar gemaakt door de Godmens, hangend aan een paal, tronend boven de massa. De laatste is de onze. Aan u om te kiezen, welke gij wilt navolgen. Die, welke u misleidt en schaadt door een ander voor de delging (aflossing) van uw zonden en uw verlossing verantwoordelijk te stellen, of die, welke u dwingt tot een vreselijk, langdurig gevecht tegen uzelf, maar die u eens, zoals Christus het ondervond, gaaf en krachtig zal voeren tot voor de poorten van het Koninkrijk Gods!
L.U.
 
 

 

HOME.
NEXT.