DE TRIOMF VAN EEN ZOEKER KLUIZENAAR IN EEN GROT.
Ik behoor opnieuw tot
de levenden en wellicht kan ik u daardoor helpen. In wezen is er geen verschil, of
u bent des duivels of u behoort tot het licht. Wie de duisternis niet kent, kent
ook de heiligheid niet van het licht. Beide moeten wij leren kennen om tot de volmaaktheid
te komen. Velen doen er eeuwen over, anderen zelfs miljoenen jaren, weer anderen
kunnen in korte tijd heel veel bereiken.
Ik heb lang, heel lang geslapen, sinds kort
werd ik wakker.
Er is droefheid in mijn innerlijk, het is kapot, want voortdurend
leefde ik in onmetelijke ellende, voortgedreven als ik werd door haat ,hartstocht
en jalousie, want ik wilde ten koste van mijzelf ook anderen vernietigen. Eeuwen
geleden beleefde ik dit. Ja, heel veel spijt heb ik daar nu van. Toch ben ik dankbaar
weer tot de levenden te behoren. God schonk mij licht, nieuw, trillend leven.
Foei,
foei, foei!
Gods vuur brandt diep in, het is heilig, nu weet ik dit.
U hier geeft
mij moed door uw woorden, door uw liefdevolle gevoelens. Het helpt mij in het overwinnen
van mijn moeheid - ik ben moe, zo vreselijk moe!
Men liet mij waarnemen. Heel veel
mocht ik zien om hierdoor te ontwaken.
Wat is toch dit, ( bedoeld werd het kruishout)
. schroeit, het vlamt en brandt door tot in mijn ziel, dat wat jullie daar vasthouden.
Nog drie dagen hierna vertoonden André's handpalmen rode, branderige striemen,die
door het astrale licht, dat van het kruis uitging, werd veroorzaakt.)
Ik voel mij
iets rustiger. Er is meer warmte in mij, ik ben niet langer zo koud.
In de stilte
gloort nieuw licht, nieuw leven.
Geef mij dat wiel, ik moet er door!
In wezen zijn
wij gelijk. Ik wil het goede. U doet uw best en ik doe het. Als u mij wilt helpen,
vraag ik u rustig aan mij te denken.
U ziet mij in een spelonk, heel ver achterin,
alleen en verlaten. Daar lig ik en kom ik tot andere gedachten. In die koude, die
eenzaamheid leefde ik ook in mijn laatste leven op Aarde, waarin ik ten onder ging.
Voor wie zijn die bloemen? Ik zie bloemen, witte, blauwe en andere kleuren en uit
die bloemen komt licht, dat mij warm omstraalt. Daar, vanwaar ik kom, weet men van
al deze dingen niets. De mensen liggen neer en ze zijn onbewust, dood, levend dood.
Toch herken ik genieën, die eens op Aarde leefden, genieën in het kwaad, want zij
dienden het kwaad. Onheilspellend zijn hun gedachten en toch is er een kracht in
hen, die hen tot denken en voelen dwingt. Zij zondigden zwaar, maar diep, heel diep
in hen leeft een reine natuur.
Dat zijn mijn vrienden, mijn broeders en zusters.
Wij allen gingen ten onder.
Veel, 0, heel veel heb ik in mijn levens mogen bereiken.
Zo veel, dat men mij heilig verklaarde. En toch was ik een duivel. Om mijn schouders
droeg ik het witte Kleed en de hoogste versierselen van mijn orde maar mijn ziel
was zwart. Ik brak onder het mom van heiligheid iedereen af, die mij naderde. Tempels
en kerken vernietigde ik, vele levens achtereen. Hier tussendoor kwam ik zover dat
ik naar buiten als een volmaakt mens leefde, want ik kende de wetten. Ik behoorde
zo tot het licht en tot de duisternis. Ik ben bewust en onbewust, mijn hart is zwak
en toch krachtig, doordat ik niets anders doe dan analyseren.
"Keer uzelf binnenste
buiten," zei uw Meester tot u. Deze stem hoorde ook ik en er kwam warmte in mijn
verlatenheid en de wil om mij te herstellen.
Ik leef opnieuw en ik krijg hulp! Voelt
u, wat er thans in mij omgaat?
In dit gevoel kniel ik neer en dank ik God voor al
het leed, dat ik doormaakte. Er is liefde in mij. Ondanks alles heb ik lief. Lief
heb ik en gij hier eveneens.
Als de warmte in mij komt, die deze kinderen bezitten,
ben ik gereed om de allergrootste en allerdiepste problemen te overwinnen. Dan leg
ik mij neer aan de voeten van mijn Meesters. Ziedaar de mogelijkheid, één mogelijkheid
om tot mijzelf te komen. Het is mij een behoefte u te danken. Door u gaan mijn gevoelens
omhoog. Daarom dank ik u en ook dat gij mij opneemt in uw hart. U bent jong, kinderen
bent u, en ik ben een oude man, oud, heel oud koud.
God van al het leven, als mijn
woorden tot u komen, vergeef mij dan. Als mijn gevoelens U bereiken, zendt dan tot
mij Uw warmte. Geef mij opnieuw bezieling, geef mij nieuw leven. Ik ben niet waard,
dat ik zie, dat ik hoor en voel en toch, Gij wilt het. Ik was ondankbaar. Ik stal
het bloed van anderen en zoog hen leeg. Ik zal nu mijn eigen bloed geven voor hen,
die dorsten. Mijn arme ik zal ik verpletteren, ten koste van alles. Neem van mij
aan, dat. een heilig verlangen in mij is om U te dienen. Bewieroken zal ik mijzelf
en anderen niet, ook U niet, want ik weet uit het verleden, dat U dit niet wilt.
Breek mij, Vader, breek mij aan stukken, vernietig mijn kwade ik, het ik, dat mij
verpletterd heeft. Ik wil zijn als een kind, Vader, als een nietig kind van U. Ik
wil scheppen, mijn God, moge ik de krachten daartoe ontvangen. 0, God, ga in mij
en ontsluit de deuren van mijn ziel. Toe, doe het, geef mij een nieuwe kans.
Ik zal
mijn best doen. Geef mij de lenigheid terug van het wilde dier, de zachtheid van
een engel en de" kracht, zoals de bliksem slechts bezit. Ik verzeker U, mijn God,
dat ik voor alles wat komt, mijn hoofd zal buigen en mijn stem, die zoveel leed over
anderen en mijzelf bracht, zal verzwakken tot een nederig gefluister, zodat ik kan
ingaan om de vreugden des hemels te genieten. Ik dank U voor alles, mijn Vader Amen.
Vrienden,
ik dank u. Ik dank u allen. Ik kom terug. Mag ik tot u terugkeren? Meester Yongchi.
DE MENS EN ZIJN GEESTELIJKE ONTWAKING.
Dit artikel werd samengesteld
uit een deel van een destijds door Meester Zelanus uitgesproken lezing. Meester Zelanus
wil ons helpen om met onze geestelijke ontwaking te kunnen beginnen. Hij gaat echter
niet voorbij aan de ernst die aan dit geestelijke ontwaken ten grondslag ligt. Hij
plaatst ons voor die karaktereigenschappen die ons rechtstreeks met ons ,,Golgotha''
verbinden. Hij geeft ook aan hoe moeilijk het voor ons is één gedachte tot geestelijke
ontwaking te voeren, laat staan wanneer wij aan heel ons maatschappelijke denken
en voelen willen beginnen.
Al geeft Meester Zelanus de ernst van dit alles duidelijk
aan, hij geeft ons ook een sleutel in handen om er toch op elk moment van ons leven
mee te kunnen beginnen. Hij geeft ons daarmee in handen, dat wanneer er fouten zijn
gemaakt, wij daarbij niet moeten blijven stilstaan. Daardoor wordt het leed en de
smart voor ons alleen maar verergerd. Wij dienen voor het gebeurde ons hoofd te buigen
en dan kunnen we aan een nieuw leven beginnen.
Elk moment biedt ons deze gelegenheid.
,,Maak alles goed'', zei de Meester in 1950 en dat geldt ook nu nog!
Wat ons bewustzijn
betreft blijft dit voorlopig nog wel eigentijds.
In het leven na de dood kunt u
waarnemen, hoe de aardse kringloop door de eerste mensen werd volbracht. Deze kosmische
kringloop en wandeling over de Aarde duurde miljoenen tijdperken. Daarna kon men
pas zeggen: 'Ik heb deze ruimte in mijn bezit.' Eens zal het universum waarin wij
leven in uw handen worden gelegd en dan kunt u zeggen: 'Dit behoort mij toe.' Dat
dringt nog steeds niet tot de mens door. Wanneer uw ziel spreekt en uw persoonlijkheid
zich wil uiten, dan kan men aan de uitstraling in uw ogen zien hoe uw gevoelens zijn,
hoe het leven is en dan bent u al gemarteld en geslagen voordat het woord is verstoffelijkt.
En daar moet de mens mee ophouden. Dat moet veranderen.
U moet uzelf op de kosmos
afstemmen. Ook wij gingen door de Pilatus en de Kajafas die weg op, regelrecht naar
Golgotha!
Waarom heeft Christus Golgotha aanvaard en waarom moet ook u naar Golgotha?
Wat heeft Golgotha voor uw leven, voor de maatschappij, voor de kerk en alle mensen
te betekenen? U kunt Boeddha, Mohammed of Ramakrishna volgen. U kunt tempel in en
tempel uit gaan. Er is er maar één en dat is Christus! Hij kwam vanuit het goddelijke
Al naar de Aarde om Zijn liefde, Zijn geestelijk bewustzijn en goddelijke persoonlijkheid
op Aarde te brengen. Wanneer wij Golgotha beleven, dat wil zeggen dat wij aan het
kruis zijn geslagen, de dood hebben aanvaard, de mismaking hebben beleefd en de mishandeling
hebben ondergaan; dat wij zijn bespuwd, gemarteld en geslagen en gekroond met doornen,
dan gaan wij neerliggen, vrij van alles. Wat kan het ons schelen dat ons lichaam
kapot werd geslagen, want wij weten: De ziel gaat verder als een astrale persoonlijkheid.
Wij weten nu waarvoor wij dat hebben beleefd, want nu dringt het tot ons door dat
elke gedachte een kruisdood moet ondergaan. Elke gedachte moet door de persoon1ijkheid
los worden gemaakt van de stof en moet de geestelijke bewustwording krijgen, waarna
de mens ontwaakt. En dat is nog maar voor één gedachte, laat staan als het om het
denken en voelen van de hele maatschappij gaat.
Als wij nu deze mensheid eens bezien,
dan kunnen wij vaststellen in welke graad van bewustzijn zij is gekomen. Hoe kan
de mens ontwaken? Wat is geestelijke ontwaking en waarom is Christus naar de Aarde
gekomen? Waarom gaven de apostelen zich en zijn er op Aarde mensen die zich afbeulen
om het andere leven van God tot ontwaking te voeren?
De laatste woorden die Christus
aan het kruis van gevoel tot gevoel heeft gesproken, waren niet bestemd voor de maatschappij
of voor het leven dat Hem niet eens heeft aangeraakt tijdens Zijn leven op Aarde,
maar gingen regelrecht naar Judas. Hiervan weet de bijbel niets.
Toen Judas daar
neerlag en de waanzin beleefde en zei: 'Mijn God, mijn God; ik heb mij vergrepen
aan Zijn leven; ik heb Hem toch niet verraden', vertegenwoordigde hij daarmee de
menselijke maatschappij, waarin u nog steeds leeft.
Christus, Die dit alles onderging,
de spijkers in Zijn handen voelde en de lanssteek onder Zijn hart, was ingesteld
op de Goddelijke persoonlijkheid van Judas en diens ontwaking. Toen men het kruis
optrok en men Zijn leven in de grond plaatste, Hij rustig neerhing om te sterven,
toen dacht Hij niet alleen aan Zichzelf. Hij ging regelrecht naar Zijn geliefd kind,
de beste die Hij had en die zich aan zichzelf zou vergrijpen.
Maar Judas hoorde Hem
niet , was opgelost in zijn smart, zijn voelen en denken.
Ik kan je niet meer helpen,
Judas, nu jij zelf de handen uitsteekt naar je machtige 'ik'. Waarom doe jij dat
toch? Waarom ga jij het leed en de smart verergeren? Buig en begin aan een. nieuw
leven. Maak alles goed. Je hébt Mij niet verraden. Ik weet wat jij hebt gevoeld.'
Judas voelt een pijn in zich, een smart, die zo ontzagwekkend is, dat daarmee niets
valt te vergelijken. Wanneer de zielssmarten u over de lippen komen en het gekerm,
het gekreun vanbinnen begint, dan ondergaat u werkelijk Golgotha en bent u één met
Zijn leven. En dat moet u nu kunnen ondergaan voor elke karaktertrek. Wanneer u Golgotha
dan verlaat, zult u zien waar u leeft, hoe uw sfeer is achter de kist, de wereld
waar u straks zult komen en leven.
Op Golgotha bewees Christus dat u elke karaktertrek
naar de God van al het leven moet sturen, wat betekent dat u uw leven moet verruimen
en pas dan komt de geestelijke ontwaking. Iedere gedachte krijgt daardoor die ruimte,
dat leven, die natuur, de fundamenten die door de bewuste persoonlijkheid worden
gevoed en dan pas weet u wat bewustzijn is, niet alleen voor hier maar ook voor later
daar!
Verplaatst u zich eens in de toestand van Petrus, Johannes en de anderen, die
met de Messias wandelden en jarenlang de wijsheid van de Meester, hun rabbi, ontvingen.
In Zijn ogen hadden zij het Goddelijke licht kunnen zien en toch was er zo nu en
dan twijfel. Toen Hij hand in hand met hen over de Aarde ging, was het heel eenvoudig,
omdat zij gedragen werden, net zoals een vader en moeder met hun kind doen. Wanneer
wij echter tot de zelfstandigheid komen - waarvoor wij leven; als wij man, vrouw,
vader, moeder, zuster of broeder worden en het Goddelijke, ruimtelijke gezag tot
ons spreekt - ja, dan zullen wij eens voor de ruimte, voor de Albron, de Alziel,
de Almoeder kleur moeten bekennen en moeten bewijzen wat wij kunnen.
Dan staat u
voor Golgotha en wordt u gekruisigd. U hebt uw kist, uw maatschappij, de volkeren
der Aarde en uw chaos in u en toch bezit u ook liefde. Dan zult u al die wetten overstralen
want u bent geestelijk ontwaakt. U hebt uzelf in handen, er kan u niets gebeuren,
niets! Die zekerheid is in u, want aanstonds moet u bewijzen dat u geestelijke zekerheid
bezit, of uw karakter werkelijk al die ruimten kan aanvaarden, kan dragen, wil dragen
en vertegenwoordigen. Wij moeten bewijzen wat we kunnen en willen, want de Aarde
is ervoor om tot die ontwaking te komen en u hebt lichamen gekregen om uzelf te evolueren.
Hiervan begrepen en bezaten de apostelen niets. Niets op deze wereld kan dit vertegenwoordigen,
indien die geestelijke ontwaking er niet is.
Toen Christus zich veertig dagen achtereen
afzonderde en er regen kwam, nam Hij twee druppels water vanuit de ruimte en zei:
'Eén druppel is gelijk een levenszee. Een vonk vertegenwoordigt werelden en ruimten,
oceanen van regen en wind, want Ik ben ziel van Zijn ziel en leven van Zijn leven'.
En zo is het!
Op Aarde vraagt men zich af waarom een mens dat kan. Indien u de geestelijke
ontwaking krijgt, zult u geestelijk worden gevoed. Als er echter slechts één karaktertrek
in u is die het lagere, de afbraak, de vernietiging vertegenwoordigt, dan krijgt
u honger omdat nu het dier in u spreekt!
Natuurlijk weten wij, dat u uw lichaam moet
voeden en moet verzorgen. Maar vertel de ruimte wat u nodig hebt. Wij stellen uw
persoonlijkheid vast en zeggen hoe uw geestelijke ontwaking is door uw loop, uw gelaat
en uw spreken, en u weet wie u bent. De ruimte zal u dan zeggen waaraan u moet beginnen
om dat Golgotha te betreden!
Laat het maar los, loop er maar van weg, maar besef
goed dat de mens, de maatschappij, het dierlijke gedoe, het onbewuste, Hem daar heeft
afgeslacht. Hij is niet voor de mensheid gestorven maar het is de mens, die Hem bewust
vermoordde! En daarmee valt het bewustzijn van de kerken.
Wanneer het u duidelijk
wordt dat u alles overboord kunt gooien, dan betreedt u het naakte, geestelijke Golgotha.
Duizenden lezingen zouden wij kunnen geven alleen om voor Golgotha neer te kunnen
knielen en eindelijk te kunnen zeggen: 'Nu hebben wij niets meer.' En nu hébben wij
ook niets meer! wij zijn vrij van aardse gedachten. Wij hebben niets meer met de
maatschappij te maken en hebben het geloof beleefd, de katholieke kerk, het protestantisme,
Boeddha, Mohammed. Wij hebben de bijbel in ons en wat daarvan niet waar is overboord
gegooid. Het laatste oordeel. Weg! Het begin van de Aarde. Weg! Het begin van de
schepping. Weg! God schiep geen mens uit wat klei en levensadem en een halve rib.
Wij werden in de wateren geboren! Wij zijn als embryonaal leven in de wateren geboren.
Geleidelijk maakten wij ons vrij van de wateren. Madame Blavatsky, theosofie, wij
waren daar éérst mens, toen kwam het dier en daarna pas Moeder Natuur en niet andersom.
Doordat de Albron zich splitste, kregen wij deze ruimte in handen en baarden wij
al het leven in die ruimte, niet alleen het dier en Moeder Natuur, maar zelfs de
planeten! U bent een wereldwonder, een ruimtelijk ik, een planeet, u dijt uit.
Laat
uw karaktereigenschappen uitdijen opdat de geestelijke ontwaking in u zal spreken.
Beziel, beleef en buig voor de Judas voor elke eigenschap. Dit is de naaktheid waarvoor
u staat, de reine natuur, het reine ik dat tot u spreken moet. Beleeft u dat elk
ogenblik, overdag? U hoeft niet voor Judas te bidden want u kunt niet voor een ander
bidden. U kunt niet voor één mens die moet sterven bidden: '0, laat mij hem behouden',
want het sterven is evolutie.
Ook kunt u uzelf niet laten aanbidden, laten bekleden
en behangen met schone gewaden. Dat heeft niets te betekenen wanneer 'dit' niet spreekt.
Wanneer is de moeder mooi? Wanneer heeft de vader het ruimtelijke, scheppende gezag
in handen? Wanneer hij de moeder in liefde tegemoet treedt en zegt: 'Ja, mijn kind;
jouw gedachten zijn de mijne; jouw leven is van mij. Wij genieten de universele,
ruimtelijke kus en zullen baren en scheppen, zoals de Almoeder dat heeft gekend!
Wat is de Almoeder? De Almoeder, die bron, leeft in u, wat de vertegenwoordiging
is van: 'De mens zal zijn zoals Ik ben'.
In het boek 'De Volkeren der Aarde' hebt
u kunnen lezen, dat iedereen en elk bewustzijn die ontwaking, die uitdijing in de
eerste sfeer ondergaat. Wij willen dat bezitten, we willen Judas zijn, we willen
Petrus zijn.
Maar wanneer wij Petrus gedachten en gevoelens volgen, dan trappen wij
hem vijfentwintig keer van ons af. Men ergert zich zwart aan deze mens, die, terwijl
hij op een Goddelijk fundament staat en het hartenbloed van de Messias ziet vloeien,
nog kan zeggen: "Ik ken Hem niet." Als u daarbij stilstaat, dan lopen de tranen u
over de wangen. Uw ziel en uw geest lopen weg, u hebt niets meer omdat hier een verloochening
naar voren treedt, zo ontzaglijk, dat die u volkomen in elkaar trapt! Een geseling
of kruisdood is daar niets bij. Aan het kruis te worden geslagen, zich op te hangen
aan een touw of vanaf een hoge ruimte naar beneden te springen is niet zo erg als
slechts even uw moeder of vaderschap, uw vriend of zuster te bedriegen, te beliegen
of te verloochenen.
Ja, daar gaan wij heen. Dan spreekt de werkelijkheid tot ons
én kunt u schreien van geluk: Dan is er geen angst meer, dan ben u mens en komt u
tot bezieling. Dan raakt u niet uitgekeken op die menselijke oogjes, die een universum
vertegenwoordigen, waarin de Albron, het vader en moederschap aanwezig is. Dat gaat
u voelen en beleven. Dan weet u waarvoor u leeft en krijgt u bezieling, fundament,
liefde en weten! Alles wordt wijsheid en dan komt de Universiteit van Christus onder
uw hart. 'Ja', zegt u, 'sla mij maar, hang mij maar op, sla mij maar aan het kruis.
Als ik dan maar de vleugelen krijg!'
Doe maar als die ene mens daar aan de rechterzijde
van Christus deed en zeg: 'Ik heb u niet nodig'. Maar weet u wat het betekent: 'Heden
zult gij met Mij zijn in het paradijs'? Het betekent dat u uw hoofd kunt buigen en
kleur kunt bekennen voor alles wat leeft, voor uw menszijn,voor moederschap, licht,
leven, liefde en persoonlijkheid, uw goddelijke afstemming. Dan ben u onmiddellijk
in het paradijs en betreedt u de graad van bewustwording voor uw eigen ik, zoals
u voelt, zoals uw gevoel is. Maar dan hebt u duizenden wetten beleefd en weet u precies
dat u die mens daar niet moet helpen, niet moet aanraken. Dat moet die mens zelf
doen! Dan gaat u niet dragen, want wanneer u die mens draagt, dan helpt u hem van
de wal in de sloot, naar een duisternis. Zij moeten het zelf doen en zelf zult u
uw goddelijke kern vergeestelijken en verruimen. Dat is geestelijke ontwaking.
Hoeveel
karaktereigenschappen leven er in u? Een kind baren is machtig, moeder, machtig.
Maar wanneer de moeder haar kind, haar leven en geboorte niet begrijpt?
De werelden
en ruimten door God geschapen, hebben een hardheid naar voren gebracht en een waarachtigheid
vergeestelijkt en verstoffelijkt, zo ontzagwekkend, zo diep en enorm, dat u alleen
daaraan de realiteitswetten - die ontzaglijke verdichtingswetten en uitdijïngsgraden
kunt voelen, waardoor Moeder Aarde haar baan om de Zon heeft moeten aanvaarden. Want
de menselijke wil is zo ontzagwekkend diep en groot, onmetelijk diep aan kracht,
bewustzijn en bezieling, dat u die kunt afmeten aan de baan die Moeder Aarde in dit
universum beleeft en aflegt, elke dag, iedere seconde. Zo sterk is de menselijke
wil dat u al die zwaartekrachten en wetten in handen krijgt!
De menselijke bézieling
wordt zo ontzagwekkend diep en bewust, zo sprekend, welluidend en rechtvaardig dat
u alle planeten en sterren in uw handen kunt afwegen, want u bent een Goddelijk bewuste,
indien de liefde tot u spreekt en over uw lippen komt én indien u dat uitstraalt!
Meester Zelanus.
DE MEESTERS OVER DE DOODSTRAF.
Het woord dat u heden wordt geschonken komt regelrecht van Golgotha tot u, het is
niet van uw wereld. Als ik u deze wetten in hun volle diepte wil verklaren, heb ik
vele uren nodig. Waar het hier om gaat kan u echter nu reeds duidelijk zijn: Elke
oorlog is door zijn volken zelf gewild. Het waarachtige Christuskind ging liever
de leeuwenkuil in dan Hem en Zijn geboden te verloochenen. Het zou de brandstapel
verkiezen boven het zwaard, want het is niet mogelijk in de rechterhand het kruis
te dragen en in de linker het zwaard. Zulks is bewuste afbraak, de bezoedeling van
Hem en zichzelf, het betreden van een hellesfeer. Wat willen zij met het leven van
Christus beginnen? Hoe willen zij hun denken en handelen verantwoorden als zij voor
het Goddelijk licht staan? Geen ziel op uw wereld is zonder schuld. Een ieder die
streng en bewust over zichzelf durft oordelen, kan dit gemakkelijk vaststellen. Wie
kan van zichzelf getuigen dat hij de liefde beoefent, gelijk God en Christus dit
voorschrijven? Wie van u is volkomen vrij van leugen en bedrog, haat of hartstocht?
Wie kan zijn naaste, vooral hem die hem kwaad deed, zeven maal zeventig maal vergeven
en hem dienen?
Wij, die in het leven na de dood een hemel ons bezit kunnen noemen,
konden deze betreden alleen doordat wij onze verkeerde eigenschappen overwonnen en
in goede konden omzetten. Wij bogen ons hoofd voor Golgotha en aanvaardden Christus
leven. Wij braken onszelf duizend en meer malen af, in de wetenschap dat zo alleen
een nieuwe, reine, geestelijke persoonlijkheid uit ons kon opgroeien. Wij zetten
onszelf zonder voorbehoud in voor onze onbewuste zusters en broeders en hielpen hen
aan liefde, kracht en wijsheid winnen. Zo groeiden wij zelf, we werden dienend, gevend,
wetend, er kwam licht en ruimte in ons, we straalden door onze eigenschappen en betraden
tenslotte een hemel.
Voelt gij waarom ik u dit alles meedeel? Omdat ge nu kunt weten,
hoever ge ook zelf nog van de geestelijke persoonlijkheid afstaat. En ook kunt ge
erdoor weten, hoe gij, die u thans bezeerd voelt door uw onbewuste landgenoten en
,,recht gesproken'' wilt zien, jegens hen te handelen hebt.
Gij noemt hen landverraders,
omdat zij met uw vijanden heulden, maar hoe handelt gij zelf? Gelooft gij waarlijk
één ogenblik dat gij op uw beurt met een onchristelijke handelswijze, dag in dag
uit, de geestelijke bewustwording van uw land en uw volk dient? Zijt gij er u van
bewust dat gij uw God en Christus verraadt, schier ieder uur dat ge leeft en wel
door Hun heilige wetten te overtreden en daardoor de harmonie in de kosmos te verstoren?
Denkt u hier eens terdege over na en laat de ernst van dit woord diep op u inwerken,
het kan beslissend zijn voor uw leven op Aarde en het leven hierna!
Bezield en gestuwd
door de myriaden zielen die de hemelen bevolken, die u beminnen met de volheid van
hun geestelijk en ruimtelijk ik, spreek ik thans duidelijke taal. Onbewust van uw tekortkomingen,
onbewust van het feit dat ge, door tegen de Goddelijke wetten te handelen, zelf voor
uw ellende verantwoordelijk bent, spreekt gij uw vervloeking uit over hen die in
uw oorlog tekortschoten. Uw maatschappij schreeuwt om hun veroordeling, hun misdaden
worden in felle kleuren geschilderd, ja, droevig velen eisen de dood van de schuldigste
onder hen en worden dan geleid door een onverzoenlijke haat, die huiveringwekkend,
die dierlijk is.
Zij vergeten echter hun eigen tekortkomingen jegens God en Christus,
hun maatschappij en hun naaste. Zij vergeten dat zij zelf de ene fout na de andere
maken. Zij vergeten dat zij zelf in hun beste ogenblikken hun God om vergeving smeken.
Zij, die jegens hun onbewuste naasten evenwel niet eerst het vergevende woord kunnen
spreken. En niet alleen vragen zij God om erbarmen, maar zij bidden Hem tevens hun
de tijd en de gelegenheid te schenken hun fouten goed te maken, dezelfde gelovige
lieden, die thans het recht eisen en nemen om op hun schuldige medemensen de doodstraf
toe te passen.
Wat is dit voor bewustzijn? Dit is alles onredelijk en leugenachtig,
hij, die zo denkt en handelt, huichelt, hij hoont zijn kerk en beledigt zijn Goddelijke
Schepper.
Wie kan dit tegenspreken?
Kinderen van de kerken haten, zij durven de vernietiging
van hun zondige naasten te gelasten, zelfs gaan zij in hun hoon zover, dat ze intussen
onbezwaard hun gebeden tot God opzenden. Zij en hun overheid spreken het doodvonnis
uit in naam van God en het recht, alsof God zich door hen vertegenwoordigd wil zien.
Zou een moeder één van haar kinderen bewust kunnen vernietigen? Is een vader in staat
zijn kwade en onbewuste kind te martelen, zolang tot de ziel zich van het stoflichaam
moet losmaken? Hoe zou een God dit dan kunnen doen, God, Wiens liefde onnoembaar
groter is dan die van een aardse vader en moeder? Welk een geloof, welk een bewustzijn
spreekt er uit hem, die waarlijk van mening is dat God een aards gezag nodig heeft
om Zijn schuldige kinderen te vernietigen? De waarheid is dat God met al hun handelingen
niets heeft uit te staan en in Zijn onmetelijke liefde elk Zijner kinderen de mogelijkheid
biedt zich de geestelijke levensgraad eigen te maken.
Beter dan op Aarde, weten wij,
die vrij van de stof door Gods liefde de wetten van Zijn schepping leerden kennen
en eigen maakten, hoe uw onbewusten handelen. Wij zagen hen gaan en we hadden hun
kunnen toeroepen: Volg de satanische mentaliteit van het hakenkruis niet. Daar is
een ander kruis, dat van Golgotha af uw weten wil verlichten. Wend u af van verraad
en geweld, want ge voert uzelf naar duistere hellen en moet eeuwen van strijd en
ellende doorleven om u daarvan los te maken. Ge besmet uzelf, uw vrouw en kind met
de heidense theorieën van uw ,,kameraden'' en ge zult u daardoor uit uw maatschappij
stoten. We hadden hun dit kunnen toeroepen, maar wij, die er zelf eens voor stonden
onze eigenschappen op een hemel af te stemmen, weten, dat een mens niet beter kan
handelen dan zijn levensgraad toestaat. Het zou ons dus niet geholpen hebben hen
te wijzen op hun domme, onverantwoordelijke manier van doen, op hun vreselijk falen.
Maar juist nu wij, beter dan gij, de draagwijdte van hun schuld kennen, dringen wij
er met des te meer klem op aan, dat uw volk hun de kans geeft hun fouten te boeten
en hun innerlijke te vergeestelijken. Voorzeker is hun mentaliteit verknoeid, zijn
hun leerstellingen giftig, hierdoor en door de daden die zij verrichten, zijn zij
een gevaar voor een gezonde, op liefde en op dienen gerichte samenleving. Laat ze
u dienen, maak van hun leven werking, laat ze trachten goed te maken wat ze misdeden,
maar snijd hun levens niet af, ge vergrijpt u daardoor aan de Goddelijke wetten en
beneemt hun voor dit leven de kans hun inzichten te wijzigen en een ander hoger bestaan
op te bouwen, de kans, die gij zelf u God dagelijks afbidt!
Hen doden is een laffe,
goedkope oplossing, een vurig christenkind onwaardig. Een waarachtig volgeling van
Christus zet alles van zichzelf in om een onbewuste ziel naar een hoger, geestelijk
stadium op te trekken. Hij vergeeft zeven maal zevenhonderd maal als het moet, hij
bezielt het domme gevoelsleven en tracht het onverpoosd met liefde, geduld en begrip
op de gemaakte fouten te wijzen. De waarachtige christen is altijd en in elke situatie
een apostel, die gelijk zijn Goddelijke Meester de zondaars opzoekt om hen door woord
en voorbeeld voor de Alvader te redden. Hij stelt de liefde boven het geweld, gelijk
zijn Meester, die op Golgotha daarvan het treffende bewijs gaf. Dit alles is geen
wartaal, het is geestelijke en kosmische realiteit, die door elke gelovige, van welke
kerk dan ook, kan worden onderkend! Miljoenen onder u bidden iedere dag: Vader vergeef
ons onze schulden, zoals ook wij vergeven onze schuldenaren. Het was een makkelijke belofte,
zolang uw schuldenaren hun schuld niet groot maakten. Thans echter, nu hun schuld
aan u afschuwelijk groot is, hebt ge eerst goed de kans uw woord waar te maken of
prevelde u het slechts gedachteloos zonder de vergaande consequenties ervan te beseffen?
De onbewusten onder uw volk brachten leed en ellende over u, al kunt ge thans weten,
dat gij het zelf was. De Goddelijke wetten zijn zo rechtvaardig, dat u geen haar
op uw hoofd was gekrenkt als u vrij van schuld zou zijn geweest. Toch gelooft ge
dat ge thans het recht bezit die onbewusten voor hun daden met de dood te straffen?
Gij, kleinzieligen, hoe weinig beseft ge wat u te doen staat! Er zijn zielen in uw
midden teruggekeerd, die door de brute heidenen stoffelijk en geestelijk zijn mismaakt,
die door hun beulen zijn afgeranseld en gemarteld, die als een Christus aan de muur
zijn geslagen en die desondanks zijn teruggekeerd met een hart vol liefde en nog
konden zeggen: ,,Wat was God goed voor ons, wij behoren nog tot de levenden! Wij
hebben het leed in heel zijn verschrikking leren kennen en toch zijn wij er dankbaar
voor. Door pijn en smart zijn wij tot nadenken en tot bezinning gekomen, zodat wij
rijker en bewuster werden. Wij wonnen aan waarden, die wij tot nog toe onbestaanbaar
achtten, door hen die ons sloegen. Wij kunnen hun vergeven, ook al, omdat wij aan
hun fouten de onze konden afmeten. Pas nu durven wij de Calvarieberg te betreden
en opzien naar het kruis. Want we dienden het leven van God en wij hebben lief wat
Hij schiep. We leggen er bloemen neer, die we meebrachten uit de hel van de concentratiekampen,
alwaar ze tot verdichting kwamen door in onze handelingen, gevoelens en gedachten
de liefde van Christus te laten stralen!''
Zie, zo spreekt de mens, die zich te midden
van het dierlijke geweld heeft losgemaakt van haat en leugen en nu de liefde stelt
tegenover hardheid. Hoe moet het kerkse kind zich voelen tegenover deze grote, edele
karakters, terwijl het -- al biddend -- met stenen gooit naar zijn broeders?
Geen
volk, geen mens heeft het recht te doden, zegt Christus en Hij bewees door Zijn leven
en Zijn kruisdood, hoezeer Hij Zelf achter dit gebod stond. Wij, die zijn ware, diepe
persoonlijkheid leerden kennen en liefhebben, herhalen Zijn woord. Niet slechts om
hen die door uw onbewuste ik dreigen gedood te worden, maar vooral ook om hen die
de straf zullen uitspreken en haar moeten uitvoeren.
Want weet, dat de mens die bewust
om welk motief dan ook een ander zielenleven ombrengt, zichzelf in de eerste plaats
vernietigt. Hij schept een wet die hem zal dwingen die vreselijke daad goed te maken,
omdat God als een Vader van liefde en rechtvaardigheid niet kan toestaan dat het
door Hem geschapen leven wordt gedood. Hij laat zich door geen mens, in welke kwaliteit
dan ook, Zijn rechten uit handen nemen. Laten derhalve de rechter en hij die het
vonnis uitvoert, goed bedenken dat zij zichzelf volgens de Goddelijke wetten tot
moordenaars maken!
Uw Nederlandse volk vertegenwoordigt onder de overige landen de
hoogste op Aarde levende gevoelsafstemming. Nog heeft het echter de geestelijke levensgraad
niet bereikt, wat voor een ieder van u duidelijk kan zijn. Gij zijt echter als massa
op de weg die u tot het levenslicht van Christus kan voeren.
Gij bezit en vorstin
die aan de geestelijke herbewapening begon met hen die, als zij, voor Golgotha willen
strijden en dienen. Uw volk mag derhalve de doodstraf niet toepassen, anders voert
ge uw persoonlijkheid naar omlaag en begeeft u zich in de duisternis, ver van
Golgotha's licht. Juist gij moet de overige volken voorgaan en in uw land die doodstraf
opheffen, wat niet zal nalaten een ontzaglijke indruk te maken. Dan toont gij u pionier,
wegbereider van het Koninkrijk Gods waarover Christus sprak en waarin voor haat,
verkeerd begrepen recht en vernietiging geen plaats is.
Gij persoonlijk, uw vorstin,
uw regeerders en uw rechters staan voor een zware, maar machtige beslissing. Heel
de ruimte ziet toe hoe gij handelen zult, of ge de liefde of het geweld, Christus
of de duivel, zult kiezen. Bezin u op de waarden die ge u reeds eigen maakte. Geef
andere volken het lichtende voorbeeld, zoals Christus het eens deed tegen alle geweld,
hoon en verdachtmaking in. Kniel met uw vorstin op Golgotha neer en dank God voor
de genade dat ge nog tot de levenden behoort, dank Hem dat ge het heidendom en de
bruutheid van het onbewuste kind hebt mogen ondergaan, want daardoor ontving u levenswijsheid,
kracht, moed en ruimtelijk bewustzijn -- de eigenschappen, die gij voor uw hemeltocht
van node hebt -- en doe van dit gezegende gevoel uit goed aan hen die u sloegen.
Christus zou nimmer het doodvonnis over hen uitspreken.
Durft gij het dan wel?????
Meesters van Gene Zijde.
DE UNIVERSITEIT VAN CHRISTUS.
Op dit ogenblik zijt gij met de hemelen verbonden. Of dit waarheid is, zal ik u moeten
bewijzen. Ik zal u moeten optrekken in de oneindigheid van die hemelen en eerst wanneer
mij dit gelukt is, zult ge kunnen beamen dat het woord, hetwelk u thans wordt geschonken,
op uw wereld nog nimmer is gevormd.
Toen Christus op Golgotha zijn stoffelijke ogen
sloot, had Hij nog miljoenen jaren kunnen spreken over Zijn Weg, Zijn Waarheid en
Zijn Leven. Deze woorden, die Hij tijdens Zijn rondgang over de aarde Zelf uitsprak,
betekenen, dat Zijn Leven Universeel was en dat Zijn Weg macrokosmische betekenis
had. Dit alles had Hij als Waarheid aan het mensdom willen schenken, maar het brute
geweld weigerde het te aanvaarden en bracht Hem om.
Christus, als Goddelijk Bewuste,
wist dit. Mij gaat het nu echter alleen om de vraag, wat Hij de mensheid nog had
kunnen schenken, wanneer men Hem de gelegenheid daartoe had geboden. Hebt u hier
nimmer eens over nagedacht?
Hij schonk u onmetelijk veel, maar het was nog lang niet
alles. De Goddelijke
Vertegenwoordiger had de mensheid meer kunnen geven dan stoffelijk
en geestelijk bewustzijn. Hij had haar de Alkennis kunnen en willen brengen. Die
kennis is voor ons, hemelingen, de Universiteit van Zijn Persoonlijkheid en wij noemen
haar deswege de ,,Universiteit van Christus''.
Kunt ge reeds aanvoelen, wat de ,,Universiteit
van Christus'' te brengen heeft? Heeft men op uw aarde eerder gesproken over Christus
Universiteit? Voelt ge aan, dat uw aardse hogescholen bij haar weinig betekenis hebben?
Toen Christus na Zijn kruisdood het lichaam verliet, begaf Hij Zich naar de hoogste
Hemel in ons leven en zetten Hij Zich neer te midden van de Engelen -- van mensen
dus, die eens op aarde leefden en in de sferen van licht ruimtelijk bewust werden.
Hij trok hen allen in Zich op en sprak:
,,Wat zult gij thans doen, wat zult GIJ aan
de mensheid schenken, nu gij weet, dat Mijn Universele denken en voelen aan het kruishout
werd gesmoord?'' Ik zeg u: ,,Breng niettemin Mijn Waarheid en Mijn Leven aan deze
mensheid. Zet gij Mijn werk voort, MIJN taak op aarde is volbracht. Voer de mensen
op Mijn weg. Breng de kinderen van God tot het Universele weten, opdat al het leven,
God als een Vader van Liefde zal leren kennen. Eens zal men uw gebed aanvaarden!''
Hierna loste Hij voor hun ogen op en keerde terug naar Zijn Goddelijk bestaan, vanwaar
Hij voort zou gaan, om de wereld Zijn Liefde en Zijn kennis te schenken. Wat deden
de Meesters hierna? Zij daalden af naar de eerste sfeer en verenigden zich in de
,,Tempel van Christus'', die bestaat en arbeidt door onze Albewuste Mentor. In deze
tempel wordt de naar hoger weten en kunnen strevende zielen de mogelijkheid geschonken
om zich in Zijn Goddelijke Persoonlijkheid in te leven en daardoor verbonden te worden
met de Wetten, die Gods Schepping in stand houden. Op deze gewijde plaats mediteerden
de Meesters en ontwierpen zij, door Christus van het Al uit bezield en voorgelicht,
hun plannen, die de mensheid van de eeuwige gelukzaligheid moesten verzekeren. Ik
verbind u nu met de tijd, dat we zelf in deze tempel leerden om ons gereed te maken
voor de taak, die wij thans door André (Jozef Rulof) vervullen. Ge zult hierdoor
de macht van deze Tempel leren kennen en weten, wat u thans in uw eeuw aan wijsheid
zult gaan ontvangen, want het is daar, dat hij zijn stoffelijke verschijning zal
beleven, onder de alleszeggende naam ,,De Universiteit van Christus''!
Toen wij deze
Tempel betraden, waren we juist als de geleerden en dogmatisten van uw aarde: We
dachten iets te weten van God en het leven. Eenmaal opgenomen in die macht wisten
we dra beter. Immers, wat konden wij, wat kunnen uw universiteiten en godgeleerden
weten van de Goddelijke Almacht, die we slechts volgens onze stoffelijke graad vermochten
te peilen? Wat blijft er van de aardse kennis over, wanneer we verbonden worden met
de ruimtelijke wetten, die de vorming en de ontwikkeling bepaalden van het heelal,
de mens, het dier en het plantenleven?
Na een zekere tijd van voorbereiding zeiden
de Meesters tot ons: ,,Kom, vrienden, wij mogen door Christus thans teruggaan naar
het stadium van de eerste Openbaringen, de tijd toen God aan Zijn Schepping begon.''
En zie, wij zagen de eerste verschijnselen tot ons komen. We werden hierdoor één
met de Goddelijke Persoonlijkheid. Vergeet niet, dat wij onze eigenschappen op geestelijk
graad hebben afgestemd. We mogen zeggen, dat onze liefde, ons voelen en denken in
harmonie is met de hemelen, er is niets meer in ons, dat beperkt of stoort.
Wie van
uw aarde kan dit nazeggen? Kan een professor, kan een godgeleerd van uw wereld Gods
hart binnengaan, wanneer er disharmonie in hem is? Gelooft ge één ogenblik, dat hij
zo tot eenheid met de Goddelijke en dus harmonische wetten kan komen? Hierdoor alleen
al is het peil van zijn wijsheid vastgesteld! Door onze volmaakte en hemelse liefde
konden wij in Gods universeel denken worden opgetrokken en hierdoor ook zijn wij
thans in staat die wijsheid op aarde te brengen. Wij dan zagen, hoe Zijn Wezen zich
in Myriaden delen splitste, we beleefden, hoe de lege ruimten zich vulden door Zijn
ectoplasma, Zijn fluïde, Zijn licht, Zijn bezieling, Zijn liefde. We zien voor ons,
hoe de macrokosmos tot verdichting en uitdijing komt en hoe de mens zijn evolutie
aanvangt. We beleven zijn eerste dood, zijn terugkeer naar het astrale bestaan, waar
hij wacht tot hij opnieuw wordt aangetrokken, om verder te werken aan de verstoffelijking
van zijn Goddelijke graad. Van planeet tot planeet volgen we het menselijk leven
en zien we, hoe het steeds meer het stadium, het uiterlijk benadert, dat u thans
als vertegenwoordigers van het hoogste organisme op uw wereld, het blanke ras, bezit.
Machtig, onzegbaar machtig is deze feilloze ontwikkeling van het Goddelijk plan,
dat nimmer in gevaar is, daar zij één weg volgt, die het leven regelrecht terugvoert
tot Zijn Schepper. De Meesters zeggen: ,,Dit is de weg, waarvan Christus sprak, de
weg, die ook Hij ging en die Hem tot het Goddelijk Al voerde. Aanvaardt die weg als
waarheid en gij zult deel hebben aan Zijn leven.'' Hoe zouden wij, die hier de werkelijkheid
voor ons zien, nog buiten die weg om willen gaan?! We zien toch de verschijnselen
van Zijn bestaan voor ons, we leven er in. Wij moeten aanvaarden, dat de Schepping
zich zo en niet anders voltrok. Door haar te volgen, worden we schepping, één als
we zijn met Hem. Die ons eens Zijn ganse Persoonlijkheid schonk. Onze wandeling op
aarde eindigt op het ogenblik, dat de mens zijn kringloop volbracht heeft. Zijn beleven
houdt voor deze graad van bewustzijn op, daar hij hem thans heeft eigen gemaakt.
Zijn ziel echter gaat verder, immer verder, want zij heeft haar Goddelijke afstemming
nog niet bereikt. Nog leerden zij slechts een deel van
Zijn wetten kennen, er wachten
haar dus hogere werelden.
,,Deze wet geldt voor elk door God geschapen leven, hoe
nietig ook'', zegt de Meester. ,,Elk stofje, elk atoom toch is door Hem bezield en
dus oneindig. Om u dit te bewijzen, maak ik u één met de macrokosmos in stoffelijke
vorm.'' Onze ogen verbinden ons met het macrokosmische leven, met de sterren, zonnen
en planeten daarvan. Zij ontvingen van u, aardse mensen, namen, maar voor de astrale
Meesters zijn het levensgraden, levenswetten. ,,Volg nu'', onderwijzen de Meesters,
,,dat elke ster, elke planeet, een nieuw leven zal scheppen. Hierdoor ziet ge het
vader en moederschap van de ruimte, dat in haar bezit is, doordat ook haar Schepper
Vader en Moeder is. Begaafd met Goddelijke splitsing zal zij een nieuw en hoger leven
optrekken en daardoor evolueren, zoals wij mensen dat zullen doen.''
En wij beleven
de universele wet. Op krachten van de Meesters komen wij in verbinding met de zielen,
die de wetten van de hoogste hemel tot de hunne maakten en nu, voortgestuwd door
de evolutiewet, naar de mentale gebieden zullen overgaan. We denken aan de godsdiensten
van de aarde, die voor het merendeel geloven, dat de hemel de eindbestemming is voor
de mens. Alsof wij hemelingen in onze staat, hoe rijk en gezegend ook, God zouden
kunnen genieten, zoals zij zeggen. Onze liefde, ons bewustzijn is reeds geestelijk
afgestemd, maar is zij al Goddelijk? Maar God eist dit van ons, geen deel, geen graad
van Zijn leven mag ons onbekend blijven, een onmetelijke weg ligt nog voor ons! We
beleven de mentale gebieden, die tot de vierde kosmische graad behoren. We zien hogere
vormen, dieper bewustzijn, schonere harmonie. Machtige gevolgtrekkingen kunnen we
maken ten opzichte van het aardse leven en het onze in de hemelen. Ook wij hebben
lief -- één liefde, die ons zoals gezegd de mogelijkheid geeft Gods leven en denken
te onderzoeken -- maar wat is zij in vergelijking met die, welke wij hier op dit
nieuwe kosmische stelsel zien stralen?
We ervaren, hoe de mens hier volgens uw berekening,
in één leven duizend en meer jaren oud wordt. Is dit zo vreemd? Bewijst het niet,
dat het leven hier een hogere bestaansvorm geniet en dat gij van de aarde uw korte
levensduur aanvaarden moet als gevolg van de beperktheid, die uw graad nog bezit?
We gaan voort en maken ons los van de vierde kosmische graad om de vijfde en zesde
te betreden. Steeds dichter benaderen wij het Goddelijk stadium, dat in het ,,Al''
besloten ligt. Onbeschrijfelijk is de schoonheid en de macht van de mens, die tot
deze werelden behoort. Wat is er op onze reis overgebleven van de wijsheden, die
uw aardse godgeleerden verbreiden? Schrikbaar arm is het, wat zij bezitten en nochtans
als heilige waarheden uitdragen. Zij geloven, dat een berouwvol gevoel ons verzekert
van Gods werelden en wij ervaren, dat er biljoenen wetten en graden door ons beleefd
en tot bezit gemaakt moeten worden om één deeltje van onze persoonlijkheid op Zijn
Almacht af te stemmen. Zij geloven, dat Gods werelden in één leven te winnen zijn
en wij constateren, dat het getal levens, om dit te bereiken, niet uit te spreken
is. Hoe klein ziet de mens van uw aarde zijn Goddelijke Vader, hoe gering is zijn
kennis. En nog hebben wij het ,,Al'' niet betreden.
We staan voor de grens ervan.
Op de krachten van de Meesters, op de wil van Christus zijn we tot hier genaderd.
Overstraald door Gods gouden licht, zien we de hoogste graad van leven. Voor ons
staat de Goddelijke Persoonlijkheid als mens en Hij vindt goed, dat wij ons met Zijn
voelen en denken verbinden. eens waren zij mensen als wij, eens schiepen ook zij
disharmonische toestanden, eens bouwden ook zij aan de verdichting van de hellen,
maar als delen van God ontwikkelden zij zich op Zijn bevel zolang tot zij Hem als
een zichtbare gestalte konden vertegenwoordigen. Zij waren vonk, embryo als wij en
dit leert ons, dat elk kind van God eens tot Hem zal terugkeren. Eens zullen wij
allen met hen kunnen zeggen:
,,Ik ben ruimte, ik ben licht en liefde, zoals God wilde,
dat ik werd. Alles wat onder mijn graad leeft hoort mij toe, want ik beleefde het.
In mij leeft het macrokosmisch geheel, want ik overwon die stelsels en verruimde
daardoor mijn weten, mijn persoonlijkheid. In mij is het Goddelijk bewustzijn ontwaakt,
zodat ik één ben met mijn Vader.''
Dan sluiten wij, overweldigd door het machtige
leven van Christus en de Zijnen, de ogen.
Wanneer zij weer opengaan, vinden wij onszelf
opnieuw terug in het beginstadium van de Schepping en de Meester zegt: ,,Gij hebt
nu iets van de Goddelijke werkelijkheid beleefd, maar dacht ge, dat er nog niet meer
was? Gij hebt beelden ontvangen, thans zult ge wet na wet, graad na graad voor u
zien en bij alle zullen wij zolang stilstaan, tot ge hen volkomen kent.''
Opnieuw
gaan we vanuit het eerste stadium tot het Goddelijke Al. Nu om de evolutie van ons
lichaam te beleven en als dit is geschied, zegt de Meester weer: ,,Gelooft ge, dat
ge nu alles kent en dat de ,,Universiteit van Christus'' niets meer te bieden heeft?''
We volgen thans de ontwikkeling van het innerlijke leven, de ziel. Ontzaglijke werelden
doemen voor ons op, de werelden van ons zelf. En weer vragen wij ons af, wat weet
de aardse geleerde van deze onmetelijke wetten af, hoe wil hij begrijpen en verklaren,
wat wil hij vaststellen -- hij -- die gelooft, dat de mens het product is van, één
gering leven? Hoe wil hij, die zelf nog in de disharmonie leeft, de aard en de diepte
bijvoorbeeld van de psychopathie vaststellen, terwijl de oorzaken er van levens en
levens terug liggen? Hoe van de bezetenheid, van de homoseksualiteit? Hoe wil hij
een definitie van de liefde geven, terwijl hij hoogstens stoffelijke ervaringen daaromtrent
kan bezitten?
Wat weet hij van de wil af en de mogelijkheden er van? Wat van de inspiratie,
de bezieling? Zo kan ik voortgaan, want deze vragen doemen op, terwijl ik en miljoenen
andere hemelingen al deze werkingen van de ziel voor ons zien. Maar dan kondigt zich
alweer een andere faculteit van de ,,Universiteit van Christus'' aan, die, welke
de dierenwereld leert. Ook deze voert ons terug naar het beginstadia van de Goddelijke
Schepping. De beelden tonen ons aan, dat het dierlijke leven zich uit de mens ontwikkeld
heeft. Weer zien we, dat ook deze vorm van Goddelijk Leven en denken een evolutieproces
doormaakt en dat ook hij tot Zijn Schepper terugkeert. Hierna legt het bloemenleven
haar geheimen voor ons open en opnieuw beleven wij Goddelijke Openbaringen.
Ziet,
mijn kinderen, dit alles had Christus u kunnen schenken, wanneer Hem de mogelijkheid
daartoe was geschonken. Thans zal dit geschieden in de Eeuw, die in Zijn teken zal
staan. Kent ge nu iets van de macht, die Zijn Universiteit vertegenwoordigen zal?
Door haar zal Hij in u midden zijn, door haar zult ge het Koninkrijk Gods beleven.
Deze Universiteit zal het kosmisch bewustzijn schenken, d.i. de ontleding van iedere
wet, welke in de ruimten Gods gestalte kreeg. Dat deze woorden niet ijdel of bedrieglijk
zijn, zullen wij bewijzen. Uw volk bezit thans in André het instrument, door hetwelk
wij u die bewijzen kunnen geven. Door hem zullen wij u op de weg, in de waarheid
en het leven van Christus voeren. Door hem staat uw wereld voor uw nieuwe bewustwording,
als levend bewijs, dat Christus u nimmer alleen liet en de belofte gestand wil doch,
die Hij in het laatst van zijn aardse leven gaf. Uw dogmatisten zullen hiertegen
stellig in verzet komen, zij deden dat de eeuwen door. Als in de tijden van Christus
zelf, als in die van de andere profeten zullen zij de hogere waarheid niet beseffen
en deze als duivels verwerpen of kleineren. De eeuwige waarheid is evenwel niet aan
te tasten, zij zal zegevieren over aardse dogma's en hypothesen -- doordat zij uit
God is!
Meester Zelanus.
DE UNIVERSITEIT
VAN CHRISTUS.
STRAAL ALS EEN FAKKEL EN LICHT ANDEREN VOOR
OP
DE WEG VAN CHRISTUS!
Want: ,,Er is maar één weg, welke naar God voert, ook al lijkt
het, dat er duizenden wegen bewandeld kunnen worden. Het is de weg, welke Christus
voor ons heeft gebaand!
Door Christus na te volgen, keert de mens tot God terug!
De weg, welke de mens als ziel heeft te gaan, wordt als volgt beschreven in de boeken
,,Geestelijk Gaven'':
,,De rassoorten op aarde zijn de zeven graden voor het stoffelijke
organisme. De eerste vier graden leven thans nog in het oerwoud, de drie overige
graden zijn over de aarde verspreid, waarvan de zesde en zevende graad uw maatschappij
vertegenwoordigt. Om tot de hoogste graad te behoren, moet de ziel vele malen naar
de aarde terugkeren (de wedergeboorte). De wetenschap is daar echter nog niet van
overtuigd, evenmin kan zij aanvaarden, dat de mens na zijn laatste aardse leven als
een astrale persoonlijkheid verder gaat en de ziel ook na het stoffelijke leven een
persoonlijkheid is.
Wij aan Gene Zijde echter hebben ons eeuwigdurend voortgaan moeten
aanvaarden. Toen wij na ons aardse leven dit astrale bewuste leven binnentraden,
voelden wij ons in niets veranderd. Integendeel, we begrepen eerst toen ten volle,
hoe ontzagwekkend diep het leven op aarde en hoe reëel het geestelijk leven is. Wij
gingen zien hoe machtig Gods wetten zijn. Het is Zijn wil, dat deze wetten bewust
ons bezit zullen moeten worden, om daardoor tot Hem te kunnen terugkeren.
Wij gingen
de graden voor het gevoelsleven op aarde beleven en leerden die eerst aan deze zijde,
bewust kennen en zagen we dat deze graden voor het gevoelsleven, stoffelijk en geestelijk
zijn. We stelden vast, dat het organische leven u deze gevoelsgraden schonk. Door
de ene graad na de andere te beleven kan het innerlijk leven groeien.
Degene, welke
alle zeven graden doorliep, maakte zich een bewustzijn eigen, dat zowel stoffelijk
als geestelijk is. Indien u het aardse leven verlaat en de astrale wereld binnentreedt,
bepaalt uw innerlijk leven de plaats, die u aan deze zijde toekomt. Hier vindt u
de zeven graden voor het gevoelsleven terug, als de zeven hellen en hemelen.
Ons
eigen innerlijk bepaalt waar we hier zullen wonen. God oordeelt niet en Hij wijst
ons evenmin een plaats aan. Zelf zijn wij het die oordelen! De bewustzijnsgraad voor
ons zielenleven is het die ons doet afstemmen op één der hellen of hemelen. Indien
deze graden voor geest en stoflichaam niet op aarde hun bestaan hadden gekregen zouden
er geen hellen en hemelen zijn geweest. Ze zouden niet hebben kunnen ontstaan.
De
griezelige gedachte omtrent het laatste oordeel, voor welke wij in dit verband komen
te staan, heeft aan deze zijde geen betekenis! Het was God, Die al die levensgraden
voor het stoffelijke en astrale Heelal schiep. Hij was het, Die ons de mogelijkheid
schonk verder te gaan, waardoor een ieder van ons de wet van het terugkeren tot de
Alvader beleven kan.
God schiep het stoffelijke organisme en het zielenleven, het
stoffelijke heelal en het astrale universum voor ons als mens -- het hoogst begaafde
wezen in de ruimte, dat Hij maakte naar Zijn beeld. Om ons de graden van het gevoelsleven
eigen te maken schenkt God ons vele levens.
Dacht u lezer, dat u het ,,AL'' kunt
bereiken door één beleefd aards leven? Dat u zich in één simpel, stoffelijk leven
gereed kunt maken om in de sferen van uw Goddelijke Vader te leven? O, nee, om eens
zover te komen zult u alle wetten en graden in de Kosmos moeten beleven, want ik
herhaal het: ,,Het is Gods wil, dat u Zijn schepping bewust leert kennen. Kosmisch
is daardoor de betekenis van uw leven op aarde. Uw aardse levens zijn het die u in
deze zeven stoffelijke en geestelijke graden naar alle rassen en volken der Aarde
voeren en u de gelegenheid schenken lichaam en geest zo hoog op te voeren, dat zij
het hoogste stadium voor de aarde bereiken.
Meester Zelanus.
MENSEN DIE
DENKEN MET DE LEVENS VAN ANDEREN
TE KUNNEN DOEN WAT ZIJ
WILLEN,
LOPEN ZICH VROEG OF LAAT
TEGEN
DE WETTEN VAN GOD TE PLETTER.
DE UNIVERSITEIT VAN CHRISTUS ZEGT
ONS:
DE MENS, DIE GOLGOTHA VOLGT,
WEET
ZICH DOOR GOD GEDRAGEN.
Hij weet, dat de Tien Geboden voor hen zijn geschreven en
handelt er naar. Het zijn Gods wetten en die van het leven na de dood, die u op Aarde
te leren en na te volgen hebt. U zult moeten aanvaarden, dat wij mensen ons eigen
leven in handen hebben en van het leven van anderen moeten afblijven. Mensen die
denken met de levens van anderen te kunnen doen wat zij willen, lopen zich vroeg
of laat tegen de wetten van God te pletter. De christen en zijn kerk moeten beseffen,
dat een grote stap hen scheidt van het bewuste geestelijke leven, zoals dat door
Christus gestalte kreeg. U allen leeft thans in de Eeuw van Christus en u zult tot
het hoofd buigen moeten komen, u moet thans aanvaarden, halsstarrig weigeren dit
te doen voert u regelrecht naar de afgrond. In deze eeuw, dit te verwerpen is niet
meer mogelijk. Wie Christus niet aanvaarden kan, is en blijft een onbewuste en zal
het Koninkrijk Gods niet kunnen binnentreden. U sluit uzelf er door van de eeuwigheid
af. Christus moet aanvaard worden, want de sferen van licht werden door Hem opgebouwd.
Hoe wilt u hier, aan Gene Zijde binnentreden zonder Hem te aanvaarden en lief te
hebben! Gods wil is het, dat ge Golgotha na volgt. Leer van Christus, Die alles van
Zichzelf gaf om u Zijn Liefde te bewijzen. God heeft de mens een eigen vrije wil
gegeven om handelend te kunnen optreden en zich op het Goddelijke af te stemmen.
De mens leeft in een stoffelijke toestand, die de Aarde is, toch zal zich geestelijk
moeten afstemmen, wil hij aan deze zijde licht en geluk bezitten. Hij die zich op
Aarde van de stof voelt bevrijd, is reeds een gelukkig wezen. Zij, die op Aarde het
geestelijk leven willen, zijn gelukkige wezens aan deze zijde en zullen bij aankomst
hier, licht zien, gelukkig zijn met velen, die voor hen zijn overgegaan.
Wanneer
de mens de weg bewandelt, die wij allen bewandelen moeten, aan zich zelf wil werken,
zullen hogere wezens hem beïnvloeden en zal de Aarde in licht toenemen. Het is de
weg, die u over Golgotha voert, iedere seconde staat ge daar voor en voor uw dood.
Denk daaraan en stem uw leven daar op af!
In uw korte aardse leven, kunt u meer bereiken
dan in enige honderden jaren aan deze zijde. Weet, dat wanneer men in duisternis
leeft, men niets dan duisternis is en koude bezit. Indien men de wetten van God overschreden
heeft, wanneer men een ander leven heeft vernietigd, zal dit leven terug moeten naar
de Aarde en onherroepelijk dat zielenleven ontmoeten, waaraan goed gemaakt moet worden.
Er leven in de duisternis miljoenen wezens die verlangen om terug te keren. Onder
hen bevinden zich diegenen, welke alle natuurwetten hebben overschreden. Hoe komen
al deze zielen uit deze toestand? Geen voor of achteruit, geen ruimte, geen leven
meer te voelen, niets dan duisternis. Wij kennen deze toestanden. Er is een begin
en een einde. Eens zal het goede zegevieren en zal de mens zich met het hogere verbinden,
door zich vrij te maken van hun dierlijke afstemming, om de grondstoffelijke binnen
te treden en wanneer zij die stoffelijke hebben bereikt, zullen zij het geestelijke
aanvoelen. Anderen keren terug en zullen helpen om voor het goede te werken. Wanneer
de mens weet, dat het leven eeuwig is, zullen zij aan vernietiging niet meer meedoen.
Alles regelt zich hier vanzelf, want het zijn stoffelijke en geestelijke wetten.
Aan alles komt een einde en de laagste graad gaat in de hoogste over en de hoogste
daalt tot de laatste graad af om hen te helpen. Wie zich aan de liefde van anderen
vergrijpt, gaat ten gronde omdat hij fouten begaat en zal dit in een ander leven
moeten goedmaken. Wie God niet kent, zal Hem eens leren kennen. Wie Mij niet zoekt,
zegt Christus, zal de Vader evenmin zien, noch vinden. Wie ons niet aanvaardt, aanvaardt
ook geen God, want uit naam van God zijn wij gekomen, duizenden met ons dalen naar
de Aarde af. Duizenden met ons spreken van liefde en geloof, duizenden met ons weten,
dat allen zullen terugkeren. Zou men in één leven tot God kunnen terugkeren? Kunnen
wij ons in één kort aards leven Gods wetten eigen maken? Geestelijk arm is de mens,
indien hij zichzelf niet wil leren kennen en nog niet weet dat alles liefde is en
God een Vader is van rechtvaardigheid. God ziet toe hoe de mensen zich vergeten,
maar God kent al Zijn kinderen.
Toch vragen zij om geluk en om aards bezit, maar
de diepte van het eigen leven kennen zij niet. Met het verleden willen zij niets
te maken hebben, zij willen leven en gelukkig zijn, want een ieder heeft recht op
geluk. Iedere seconde worden er mensen op Aarde geboren, doch er moeten juist mensen
ontwaken en innerlijk worden geboren. De innerlijke mens is en blijft zoek. De Aarde
is een paradijs, God heeft het zo gewild, maar de mens heeft dit paradijs in een
afschuwelijke hel veranderd. Arme mensen, arme Aarde, maar in haar leeft het en daar
ligt het leven van God. De Aarde schenkt alles aan de mensen, wie zij een plaats
gaf om te kunnen leven. Doch hoe handelt de mens? Er is niets op Aarde en niets aan
deze zijde of de mens heeft het tot stand gebracht. Er is geen leed, of de mens heeft
dat gewild, heeft het geschapen. Indien er geen wedergeboorte zou zijn, hoe konden
wij verder gaan op de eeuwige weg? Alles ligt vast, die werkingen zijn in en door
ons geboren.
Wie zich eerlijk openstelt en zich geheel overgeeft, zal voelen en begrijpen,
zal oorzaak en gevolg waarnemen.
Gods eenvoud ligt in alles en houdt alles in stand.
Aan ons die eenvoud te leren kennen en eigen te maken. Uit het ene wordt het andere
geboren. Wat de mens vandaag bezit, zal hij morgen weer verliezen. Dit alles doet
hem echter ontwaken en dan zal hij voelen dat er een wet bezig is om hem te doen
buigen. Wanneer hij dit kan, dan is hij zover en is het leven op Aarde niet voor
niets geweest. Eens komen allen aan deze zijde en staan de mensen voor al deze wetten.
Dan zien zij dat ons leven waarheid is en wij de waarheid hebben gesproken. Dan eerst
zullen zij dankbaar zijn voor hetgeen zij op Aarde van deze zijde hebben ontvangen.
De mensheid ontvangt dan een beeld van de schepping, over de gehele Aarde werken
wij thans op de mensheid in. De mensen op Aarde moeten weten, dat hun geliefden leven
en dat zij hun vader en moeder zullen terugzien. Zij moeten weten, dat zij op Aarde
hun eigen geluk in handen hebben, moeten voelen dat, dat leven op Aarde slechts tijdelijk
is. Een groter geluk kunnen zij zich niet indenken. Waar zij ook leven, in welke
toestand de mens ook verkeert, zoals God het aan de mens heeft gegeven, is door hen
niet begrepen.
Eens komt er geluk en zult u, uw Vader van liefde kennen en weten
dat uzelf schuld hebt aan alles. Dit is hard en toch, ook wij hebben dit moeten aanvaarden.
Hoe verschrikkelijk het leven op Aarde is, eens komt er een tijd en zult ge uw hoofd
buigen en God voor alles danken. Dan eerst zult u begrijpen, dat gij zelf schuld
zijt aan uw eigen ongeluk. Op Aarde wil de mens niet begrijpen. Christus kwam en
dit was reeds eeuwen van tevoren voorspeld, doch de mensen zagen Hem als een gewoon
mens en zij sloegen de Heiligste Mens, Die er ooit heeft geleefd, aan het Kruis.
Doch Christus leven en geloof blijft, want het is uit het Goddelijke. Christus was
als God en bracht deze boodschap op Aarde.
Wie al het leven lief heeft, treedt de
sferen van licht binnen. Wie het leven vernietigt, daalt in de duisternis af. Voel
aan, wat de liefde brengt, wat de reine liefde is en aanvaard het. Christus bracht
Zichzelf en offerde Zich voor de mensheid op, wist van tevoren wat zou geschieden.
Toch kwam Christus naar de Aarde om van onze Vader in de Hemel te vertellen. Alleen
door Christus kunnen wij de Goddelijke sferen bereiken.
Christus bracht ons, mensen,
het hemelse geluk. Dit werd niet aanvaard, niet begrepen en nog voelt men niet wat
dit betekent. Duizenden jaren geleden reeds had er vrede en rust op Aarde kunnen
zijn. Maar de mensen aanvaarden niet, geloofden niet en gingen ten onder. Van die
tijd af had het leven op Aarde een paradijs kunnen zijn, maar nog is daar geen verandering
in gekomen, naar al die eeuwen is er niets veranderd. Al die geestelijke wetten zijn
er nog, doch de dood zwaait nog steeds zijn scepter, is heer en meester op Aarde
en bezorgt de mensen angst, zo ook leed en smart. Zie door dat zwarte masker heen,
gij ziet geen luchtkastelen, maar het eeuwige leven en ons, die voor u heengingen.
Wij, die aan Gene Zijde leven, hebben de boodschap van Christus leren kennen en begrijpen
en aanvaarden dat de gehele Kosmos bewoond is. Wij hebben geleerd dat wij als God
zijn en bewust daarin overgaan. Dit moet gij u eigen maken. Gij moet aanvaarden,
dat gij eeuwig voortleeft, eerst dan zult gij in de geest ontwaken en ziet gij in
de andere mens uw zuster en broeder. Hebt elkander lief, zoals gij uzelf lief hebt.
Zie omhoog, het hemelse geluk wacht u, aan u dit te verdienen, dit alles eigen te
maken.
Mens op Aarde, mijn zusters en broeders, zoekt dus het goede en tracht in
uw eigen huis rust en vrede te scheppen. Aanvaard dat gij eeuwig voortgaat en straks
deze wereld zult binnentreden. God waakt en staat niet toe dat één Zijner kinderen
leed ontvangt. Voel aan wat dit zeggen wil. Geen leed kan u treffen, wanneer de wet
van oorzaak en gevolg de uwe niet is. Dat zegt dus dat gij alles, maar dan ook alles
in het diepe verleden hebt goed gemaakt en thans op Aarde bent voor het één of andere
doel. God waakt, ook al ligt uw eigen lot in uw handen, gij hebt alles, alles van
uw God ontvangen, maar weet dat zij die heengingen over u waken en van hieruit u
zullen helpen. Bewijs wat gij wilt, wat in u is en zorg dat gij bereid zijt te sterven
en te trachten in de chaos het goede te zoeken. De tien geboden eisen het van u en
de uwen. Gij stemt uzelf af op ellende of het geluk van de Goddelijke Ruimte, in
niets kan het andere leven u dwingen. Christus heeft ons geleerd en de openbaringen
van Gene Zijde bewijzen Zijn woorden.
Christus heeft liefde op Aarde gebracht, Zijn
Eeuw zal haar in ieder mens doen ontwaken. Hebt gij door de liefde niet uw eigen
leven in handen gekregen? Kunnen de wetten van God en in de ruimte anders tot uw
leven spreken? Wie in liefde wil groeien moet weigeren het leven van God te doden!
Eerst dan volgt u bewust Christus! Dan vertegenwoordigt u God in al de levensgraden
en hebt u gehandeld zoals gij handelen moet! Geen macht ter wereld, die u dit kan
beletten. Uw eigen wil overheerst alles van de Aarde, God gaf u dit geschenk.
Tracht
in de geest te ontwaken en de schatten des geestes zullen u worden toegereikt. Laat
u niet de duisternis in jagen, nu gij weet, hoe al de onbewusten nog willen leven,
weet nu welke weg gij te volgen hebt. Hoe wonderbaarlijk natuurlijk is eigenlijk
alles, als gij het doel van het leven op Aarde aan deze zijde begrijpt. De wetten
van Christus kunnen op Aarde beleefd worden, want Golgotha bracht die tot uw eigen
bewustzijn. Er aan ontkomen kan niet! Niets kan de vonk Gods helpen, indien de wetten
van Christus worden overschreden, want gij hebt uw eigen leven in handen gekregen.
Maar God wilde, dat wij in liefde Zijn Leven zouden tegemoet treden.
Begin nog heden,
nu moet het geschieden, want morgen wordt gij misschien uit dat aardse leven weggerukt
en leeft gij aan deze zijde. Dan kan alleen reine liefde uw redding en uw geluk zijn
in dit leven van de realiteit. God geve u de kracht uw kruis te dragen. God bescherme
u en de uwen. In wezen zijn wij één, doch wij hebben onze kringloop volbracht en
al het leed geleden. Aanvaard deze boodschap, het is een grote genade dit alles in
uw stoffelijke leven te mogen ontvangen. Aan uw menselijke horizon flikkert een heel
zwak licht. Dat is het licht van de geestelijke bewustwording. Voelt aan gij mens
der Aarde hoe zwak dit licht is. Hoe meer u op Aarde thans beseft, dat er een leven
na dit leven is en dat uw ziel voortgaat en eens de astrale hellen of de hemelen
zult betreden, des te schoner kan uw leven daar en in onze wereld worden, want dit
weten geeft u de ontwaking. Gij weet dan dat leed en smart en ondervinding tot de
geestelijke evolutie behoren en dat gij bezig zijt u de schatten van Golgotha eigen
te maken.
Wanneer u dit op Aarde voelt, is u niet meer in staat het leven van God
te vernietigen.
Meester Zelanus.
WAAR
IS CHRISTUS....................................?
DE UNIVERSITEIT
VAN CHRISTUS ZEGT ONS:
WIE ERNSTIG AAN ZIJN OPSTANDING,
AAN
ZIJN GEESTELIJKE ONTWAKING WIL BEGINNEN,
KAN ALTIJD OP ASTRALE BIJSTAND
REKENEN.
Eens, voor de één vroeg, voor de andere laat, zult gij mens der Aarde, het
leven van de geest binnentreden. Wij zeggen u, vroeg of laat, onverwacht, bereid
of onvoorbereid, eens treedt gij dit leven binnen. Velen ontvangen aan deze zijde
geluk, licht, liefde en sferenschoonheid en leven dan in harmonie en hemelse vreugde
voort. Het zijn zij, die zich op Aarde reeds die geestelijke schatten hebben eigen
gemaakt, doordat zij leefden, zo God het wilde. Zij hebben leed en smart, alsook
alle andere ellende aanvaard, het kruis moedig gedragen dat God hun op de schouders
heeft gelegd. Het zijn wezens, die hun hoofden voor Gods Heilige Leiding hebben gebogen.
Zij stelden zich voor die Heilige leiding open en handelen naar een innerlijke stem
en zijn van een eeuwig voortleven overtuigd. De weg, die zij bewandelen, voert hen
omhoog, evenals de weg die wij aan deze zijde bewandeld hebben en nog bewandelen
zullen. Dit zijn ontwaakten en kinderen van één God. Zij brengen geluk, liefde en
zonneschijn over alles wat zij in het leven op Aarde ontmoeten. Aan deze zijde ontvangen
zij geluk en velen wachten hier met ongeduld het ogenblik af om met hen verbonden
te worden. Met reine liefde zullen zij u omringen. Hun ouders, zusters en broeders,
vrienden en kennissen zullen zij terug zien. In hemelse vreugde zullen zij voortgaan
op de weg naar de volmaking. Alle aardse smart en leed is dan gedaan. Deze gelovigen,
die eenvoudigen van hart, ze zijn allen kinderen in de geest. Zij kennen zichzelf
en hebben hun verkeerde eigenschappen afgelegd. Zij kennen haat nog hartstocht, maar
het zijn de sterken van geest, die zich dat alles in het aardse leven hebben eigen
gemaakt. Eens, allen weten het, zullen zij het land aan gene zijde, in de sferen
van licht binnentreden en zijn zij wakker en bewust. Maar hoe zullen zij hier binnentreden,
die klagen en roepen: ,,Waarom en waarvoor?'' Die te zwak zijn om te dragen? Die
innerlijk zijn ingeslapen? Die zichzelf als een persoonlijkheid voelen en op een
voetstuk plaatsen? Die haten en van hartstocht verteren?
Die aan God noch verbod
geloven? Die armen van geest, die levende doden, hoe zullen zij hier binnengaan?
Zij komen aan deze zijde voor een arm en onbewust leven te staan en zullen in de
duistere sferen hun woonplaats vinden, daar, waar haat, hartstocht en geweld hen
wacht. Zij zullen hen ontmoeten, die in het aardse leven de mensheid hebben bedrogen.
Honderden jaren kunnen er voorbij gaan, voordat zij de sferen van licht zullen binnentreden.
Honderden jaren van leed, smart en diepe ellende, zoals gij op Aarde niet kent en
nimmer hebt gevoelt. Hier wordt hen voorgehouden om aan een nieuw leven te beginnen.
Op Aarde wilden zij niet en waren te zwak, beleefden het aardse leven op dierlijke
wijze en verguisden en vernietigden alles, ook Hem, Die hun het leven gaf, hun God,
de Schepper van Hemel en Aarde. Hier komen zij voor het machtige leven te staan,
het leven van de geest, dat zij niet kenen, noch eraan geloofden. Aan deze zijde
zal hun aardse bezit en geluk, smart betekenen. In duisternis en koude zullen zij
hier leven. Geen geleerdheid, niets van al hun kennis heeft aan deze zijde betekenis.
Hun voetstukken vallen ineen, hun heerschappij is vernietigd, zij leven voort, maar
in diep, schier menselijk lijden. De mens weet niet waarom hij op Aarde is, vanwaar
hij komt en waarheen hij gaat. De mens moet in dit weten nog ontwaken en thans zal
dit geschieden.
Tot op heden heeft de mens rond getast, is hij als een blinde door
Gods Ruimte gedwaald. Thans zal echter het licht van Gene Zijde, het licht van de
hemelen, over zijn pad strijken en hem ziende maken. Nu is dit mogelijk, in de Eeuw
van Christus. Nu zult ge weten door de Meesters van Gene Zijde, door Zijn Engelen,
zult gij God leren kennen en Zijn gehele Schepping. Nu eerst is dat mogelijk, tot
nu toe luisterde ge liever naar de stemmen, die u tot het kwaad en de duisternis
riepen. Thans pas is het ogenblik daar dat uw geest zich openvouwt, bereid om kennis
te nemen van de wetten, die het heelal en het leven regeren, opdat de mens zal weten,
dat er een eeuwig voortgaan is en dat God geen verdoemenis kent, maar daarentegen
een Vader is van Liefde. Die verdoemenis leeft in een eigen leven, want God verdoemt
niet. Op Aarde reeds heeft het hen tegengehouden, zij kwamen tot die opvatting omtrent
verdoemenis niet van hun onbewuste ik los en treden dus ook in ons leven een onbewuste
wereld binnen. Nu moeten zij leren, dat God alleen Liefde is en dan volgt vanzelf
het geestelijk ontwaken. Aan deze zijde vragen zij waar Christus leeft, zij willen
Christus zien.
Dat heeft men hun op Aarde vertelt, doch de wetten van ons leven hebben
een andere betekenis dan hun dominee heeft bedacht. Zij zoeken hier naar hun geestelijken,
maar ook dezen kunnen niet antwoorden, ook zij moeten nog ontwaken. Op Aarde werden
zij van Christus leven overtuigd maar nu, aangekomen aan gene zijde, vinden zij Christus
niet. Een enorme teleurstelling is het gevolg en dan schrijnen zij als kinderen,
omdat zij voelen, dat men op Aarde heeft bedrogen. De katholieken zoeken hier naar
hun pastoor en willen ook hier te biecht gaan en de heilige communie ontvangen, maar
deze geestelijke mist hier zijn toebehoren en zoekt zelf. Ook hij moet nog in de
geest ontwaken. De astrale wetten zijn op Aarde niet begrepen, men weet er weinig
van en toch bracht Christus u het heilige evangelie.
U moet hen eens horen, deze
armen van geest, eerst dan begrijpt u, hoe noodzakelijk het is, dat als deze wantoestanden
oplossen. Het ontwaken voor de astrale wereld staat erdoor stil. De mens remt zichzelf
erdoor. De aardse onwetendheid houdt het Koninkrijk Gods voor het zieleleven gesloten.
Men leert op Aarde wanbegrippen. Men leert het Kind van God, de volwassen mens, zaken
die geen betekenis meer hebben, maar desondanks geleerd moeten worden. De kerk bewijst
daardoor niets af te weten van ons leven. In de toekomst wordt dat anders, u zult
dat straks leren kennen. Meesters werken aan een groot plan voor de Aarde. Alle volken
van Israël zullen geestelijke wijsheid ontvangen. Het menselijke wezen in dit schemerland,
stelt vragen en wil alles van God weten. Hier dreigt men niet meer met de verdoemenis,
het leven kan zonder bijgeloof ontwaken. Al deze zielen zijn diepgetroffen door de
op Aarde heersende onbewustheid, die het leven mismaakt voor de astrale wereld. Precies
als op Aarde voelt het innerlijk leven dat er een God is, maar op Aarde dringt men
nog niet tot de waarachtigheid van God door, maar hier kunnen wij hun vragen beantwoorden.
Nu komt er een bewustzijn in hun.
Het vragen stellen alleen helpt hen aan deze zijde
niet, zo wij in de geest willen ontwaken, moeten wij het leven van God dienen. Christus
zelf gaf het voorbeeld en zette Zijn Eigen Leven er voor in. Dat is het overwinnen
van de lagere levensgraad en het alles geven van onszelf! De dood op Aarde zou in
dit leven heel veel hebben kunnen zeggen, maar wie in dit leven dood is kan tijdens
dit gigantische proces niet waarnemen, de astrale ogen drukken zichzelf toe. Ingeslapen
komen zij hier aan en zij slapen zich uiteindelijk zelf wakker, waarna het vragen
stellen volgt. Niet een van al deze miljoenen zielen in dit schemerland heeft gediend,
want wie dient leeft in Christus en die zielen gaan hoger en beleven de heiligheid
waarop zij afstemming hebben. Tijdens het stoffelijke leven leerden zij zichzelf
in het leven van God kennen. Wist de mensheid maar dat er een eeuwigdurend voortgaan
zonder een eeuwigdurende verdoemenis is, dan zou het aardse leven spoedig veranderen.
Want dit bewustzijn voert u onmiddellijk naar het geestelijk ontwaken. Uw maatschappij
zou direct veranderen en in het menselijk hart zou Liefde komen.
Nu de Eeuw van Christus
een aanvang heeft genomen, komt deze wonderbaarlijke afstemming en wetenschap over
uw wereld en dit zal de mensheid naar het geestelijke bestaan optrekken. De stoffelijke
ontwikkeling heeft de geestelijke bezieling tegengehouden. nu echter de massa voor
Christus voelt en zij rechtvaardigheid wil betrachten, komt hier verandering in.
Dit alles zegt u, dat er andere tijden zullen komen.
In het boek "De Volkeren der
Aarde"*) staat geschreven, dat de eeuw van de techniek is begonnen. Niets geschiedt
er op de wereld, wat wij niet weten! Geen van de vindingen, die wij aan uw Aarde
brachten, heeft tot doel de mensheid te vernietigen, ook al ontwikkelde de onbewuste
massa ze voor het kwaad -- de winst van hun aanwezigheid komt niettemin aan God en
aan uw mensheid. Gij en velen met u, die het goede, het eerlijke, het welwillende
zoeken, bereiden de nieuwe levensgraad voor. Het koninkrijk Gods is op komst, uw
eigen ziel -- de Goddelijke vonk in u -- kan het u zeggen, als ge in de stilte van
uzelf keert en ge de alarmerende klanken van de heersende ontreddering kunt buitensluiten.
Gij zijt een deel van God, dit neemt ge toch ondanks alles aan? Wel dan vragen wij
u: Is God te vernietigen? Gij en de volken ontvangen de geestelijke, gelukkige levensstaat,
die u behoort. Door de dood leerden wij de ontwaking zien, door de stoffelijke afbraak
gingen wij tot het licht. Nooit is het anders geweest!
Door de atoomenergie, de splitsing
van de stoffelijke cel, kan de mensheid duizenden wonderen worden geschonken. De
toepassing van atoomenergie verzekert de mensheid straks, op Gods tijd, van het onbewuste
contact met de astrale wereld, met de vierde dimensionale wetten van het leven na
de dood. Als ge even wilt bedenken, dat al uw technische bevindingen door de geestelijke inspiratie
-- door onze wereld -- konden ontstaan moet het u duidelijk zijn, dat het astrale
ik uw leven en welzijn bewust in handen heeft. Juist het feit, dat er thans vindingen
van ongekende kracht en macht tot stand komen, bewijst het begin van een nieuwe tijd.
In de Eeuw van Christus zal de mensheid aan haar betere ik bouwen en zich Christus
leven en bewustwording eigen maken. Nu krijgt uw leven op Aarde betekenis. Christus
sprak: ,,In Mijn tijd zal de mensheid wonderen beleven.'' Die wonderen komen straks,
op Aarde. Het kind van de Aarde, dat het stoffelijke leven verliet en aan deze zijde
ontwaakte, keert opnieuw terug om er die hemelse schatten in te brengen. Ge zult
die wonderen door hen ontvangen, opdat gij de geestelijke bewustwording zult verkrijgen
en die heiligheid zal tot uw leven spreken. Wij vragen u, ga met hen die gereed zijn
uw leven te verwarmen. Zij willen u dienen, ze willen u in hun onmetelijkheid optrekken
en u ziende maken, zodat ge eens kunt zeggen:
,,IK WEET!''
Meester Zelanus.