DE VROUWELIJKE EN DE MANNELIJKE ZIEL.
DE
UNIVERSITEIT VAN CHRISTUS ZEGT ONS:
ZIE HOE ALLES LEEFT,
HOE ALLES TERUGKEERT
EN DIT GEBEURT DOOR EEN ONFEILBARE KRACHT,
EEN WET EN DIE WET IS GOD.
Het zijn de meesters
van Gene Zijde, van de Universiteit van Christus, de engelen uit het leven na de
stoffelijke dood, die de mens op Aarde het hoogste bewustzijn willen schenken. Zij
hebben daartoe geschreven en gesproken door hun instrument Jozef Rulof (1898-1952)
om de mensheid door hun wijsheid op te trekken. Zij hebben daartoe de wetten van
de hemelen en de hellen en die van de sterren en planeten in de door God geschapen
ruimte u verklaard. Hierdoor zal er uiteindelijk geen vraag meer in u blijven, want
deze Meesters zijn in al die wetten bewust.
Nóg bevindt de mens zich in een stoffelijke
bewustzijnstoestand en moet innerlijk voor de Goddelijke wetten ontwaken.
Maar omdat
deze Meesters, tot wie Christus vanuit het Goddelijk Al heeft gesproken, gereed zijn
de verlangende massa de hoogste Openbaringen te ontsluieren, zal dit ontwaken kunnen
volgen. Wij hebben door ons instrument tot uw leven gesproken, in deze eeuw - de
Eeuw van Christus - waarin de volken der Aarde in eenheid voor elkaar moeten arbeiden
om in alle karaktereigenschappen te ontwaken. Zij kunnen daardoor in welvaart en
geluk leven, gezegend in de naam van Hem, Die eeuwen terug niet begrepen is, maar
Die - om de mensheid te leren - op het kruishout stierf.
Open uzelf, stem u af op
hetgeen wij u te zeggen hebben. U kunt dan uw gevolgtrekkingen maken en niet één
Goddelijke wet zal onverklaarbaar blijken. Het is deze eeuw, die u binnenvoert in
het Duizendjarige Rijk en in het 'Koninkrijk Gods op Aarde en aan Gene Zijde' in
het werkelijke en eeuwigdurende bestaan voor de ziel als mens.
Lees daarom de boeken,
die wij door ons instrument aan u hebben geschonken om al de Goddelijke Openbaringen
in stoffelijke en geestelijke toestand voor u te belichten, zodat u uw Goddelijke
afstemming zult leren kennen. Dit alles brengt u de 'Eeuw van Christus'. Hiervoor
onderging Gods Zoon de kruisdood.
Wij, aan deze zijde, kregen er Zijn Leven en Zijn
Woord door, de machten en krachten om ons met uw leven te verbinden. U kunt zélf
ervaren of dit mogelijke is ook dit gebeuren is wet geworden!
In de komende tijden
zult u kunnen vaststellen, dat de hemelen voor u en de uwen zijn opengegaan. U zult
- indien u zich ervoor openstelt - op al uw vragen het Goddelijk bewuste antwoord
ontvangen. Pas dan zal de ruimte, waarin u leeft, ons geestelijke, waarachtige woord
stralend verlichten en zullen wij tot onverbrekelijke eenheid komen. Dit is Christus'
wil.
Toen Christus na Zijn Kruisdood Zijn Lichaam verliet, begaf Hij Zich naar de
hoogste hemel in ons leven en zette zich temidden van hen neer. Temidden van mensen,
die ééns op Aarde hebben geleefd en in de sferen van licht ruimtelijk bewust zijn
geworden.
Hij trok hen allen in Zich op en sprak: 'Wat zult u thans gaan doen, wat
zult u aan de mensheid schenken, nu u weet, dat Mijn Universele Denken en Voelen
aan het kruishout werden gesmoord? Ik zeg u: Breng niettemin Mijn Waarheid en Mijn
Leven aan deze mensheid. Zet Mijn Werk voort. Mijn Taak is op aarde volbracht. Voer
de mensen op Mijn Weg. Breng de kinderen van God tot het Universele Weten, opdat
al het leven God als een Vader van Liefde zal leren kennen. Eens zal men u geheel
aanvaarden! Hierna lost Hij voor hun ogen op en keerde terug naar Zijn Goddelijk
Bestaan, van waaruit Hij voort zou gaan om de wereld Zijn Liefde en Zijn Kennis te
schenken.
De Meesters daalden daarna af naar de eerste sfeer en verenigden zich in
de 'Tempel van Christus'.
Deze tempel wordt in stand gehouden en werkt door onze
Albewuste Mentor.
In deze tempel wordt aan de zielen, die naar hoger weten en kunnen
streven, de mogelijkheid geschonken om zich in Zijn Goddelijke Persoonlijkheid in
te leven. Daardoor worden zij verbonden met de wetten, die Gods Schepping in stand
houden. Op deze gewijde plaats mediteerden de Meesters en ontwierpen zij, door Christus
vanuit het Al bezield en voorgelicht, hun plannen, die de mensheid van de eeuwige
gelukzaligheid moesten verzekeren.
Daardoor hebben wij, die ons de wetten van God
hebben eigen gemaakt, voor uw leven onder meer de boeken 'De Kringloop der Ziel',
'Het Ontstaan van het Heelal' en 'De Volkeren der Aarde' geschreven, waarin de Goddelijke
wetten diep ontleed zijn. In deze boeken schenken wij een wijsheid, welke niet van
uw wereld is. Wij vragen u: Kan een professor, kan een godgeleerde van uw wereld
Gods Hart binnengaan, wanneer er disharmonie in hem is? Gelooft u één ogenblik, dat
hij zó tot eenheid met de Goddelijke en dus harmonische wetten kan komen?
Hierdoor
alleen is het peil van zijn wijsheid vastgesteld Door onze volmaakte en hemelse liefde
konden wij in Gods Universeel Denken worden opgetrokken en hierdoor ook zijn wij
nu in staat die wijsheid op Aarde te brengen.
Wij denken aan de godsdiensten van
de Aarde, die voor het merendeel geloven, dat de hemel de eindbestemming is voor
de mens. Alsof wij hemelingen - zoals zij zeggen - in onze toestand, hoe rijk en
gezegend ook, God zouden kunnen beleven.
Onze liefde, ons bewustzijn is reeds geestelijk
afgestemd, maar is zij Goddelijk? Maar God eist dit van ons geen deel, geen graad
van Zijn Leven mag ons onbekend blijven. Een onmetelijke weg ligt nog voor ons! Wij
volgden de ontwikkeling van het innerlijke leven: De ziel.
Ontzaglijke werelden doemen
voor ons op, de werelden van onszelf. Wat weet de aardse geleerde van al de onmetelijke
wetten af, hóe wil hij begrijpen en verklaren, wát wil hij vaststellen hij, die gelooft,
dat de mens het product is van één gering leven? Hoe wil hij, die zelf nog in disharmonie
leeft, de aard en de diepte van de psychopathie vaststellen, terwijl de oorzaken
ervan levens en levens terugliggen? Hoe van de bezetenheid, van de homoseksualiteit?
Hoe wil hij een definitie van de liefde geven, terwijl hij hoogstens stoffelijke
ervaringen daaromtrent kan bezitten?
Wat weet hij van de wil af en de mogelijkheden
ervan? De mens op Aarde denkt niet, voelt dat ontzaglijke wonder niet. Hij leeft
maar, zoals het hem invalt, denkt aan niets, aan geen God, aan geen schepping en
ook niet aan hen, die aan Gene Zijde leven. Zij vragen zich niet af, waarom het ene
leven het moederlichaam bezit en kinderen baart en het andere leven het scheppend.
vermogen heeft ontvangen.
Weet echter, dat God rechtvaardig is, dat Hij geen onderscheid
kent. Wanneer God alleen voor de vrouwelijke ziel - wat de verbinding met God is
en een hogere liefde betekent - deze genade heeft weggelegd en niet voor de mannelijke
ziel, dan zou dat niet rechtvaardig zijn.
Maar dat is niet het geval. Voor de ziel
zijn er beide lichamen, want het scheppend vermogen gaat in het stuwend organisme,
het vrouwelijke lichaam, over. De ziel maakt zich beide gevoelskrachten eigen. Iedereen
zal de reine moederliefde leren kennen om het wonder van God in al zijn diepte te
kunnen beleven. Het is het ontstaan van de schepping, maar als individueel leven.
De moeder beleeft dit wonder. In het moederlichaam is die eerste werking en het ontstaan
van de schepping aanwezig. Het moederlichaam bezit die kracht en dat vermogen, want
in dat lichaam ontwikkelt zich het eerste stadium van het embryonale leven. In de
moeder Ontwaakt en leeft het embryo, zoals dat op iedere planeet gebeurd is en ook
dat leven wordt door een dichte massa, nu het menselijke en stoffelijke organisme,
afgesloten.
Met kent het wonder van het geboren worden, maar de betekenis ervan ...,
nee. Duizenden jaren zullen er voorbijgaan, voordat de mens dit alles kan aanvaarden
en kan volgen.
Tegen hen, die dorsten en verlangen om meer over dit machtige gebeuren
te horen, die het raadsel en het wonder van de schepping willen leren kennen en vooral
hun eigen leven en afstemming, zeggen wij: iedereen zal en móét moeder worden. Dat
is bezielend leven, dat is een man en een vrouw op Aarde, dat is het scheppende en
het stuwende en dienende leven. God gaf de mens alles.
Duizenden malen zal men in
het mannelijke en vrouwelijke lichaam geboren worden om te ontwaken en om het scheppingsplan
te beleven. Dit is het essentiële, waardoor de menselijke ziel ontwaakt. Als dit
niet zo was, dan waren wij en was al dat leven er niet geweest.
Als het moederlichaam
er niet was geweest, waren de Aarde en al die andere planeten niet geboren. Het menselijke
lichaam beleeft het scheppingsplan, is het scheppingsplan, want in het menselijke
lichaam ligt het scheppend vermogen en is de dienende kracht vastgelegd. Met dat
alles gaf God Zichzelf, schiep God een wezen, dat in verkleinde vorm Zijn Schepping
vertegenwoordigde. In mens en dier ligt de schepping vast en wij zien in hen en in
de natuur dit ontzaglijke wonder terug. Daarin is dát aanwezig, wat , het universum
heeft verbonden en wat de kringloop van al het leven is. God gaf zich geheel, God
schiep wonderen en de mens bezit deze wonderen, maar begrijpt ze niet.
Kijk over
de Aarde, dierenrijk, naar de Wáár men ook kijkt, is de wedergeboorte aanwezig.
Men
zoekt en tracht dit raadsel op te lossen en toch zal men niet achter de waarheid
komen, want men loopt zich tegen het raadsel 'dood' te pletter en juist daarachter
ligt de oplossing.
Maar hoe komt het dan, zult u zich afvragen, dat de ziel, die
een nieuw, stoffelijk bestaan ontvangt, zich niets van haar vorige levens herinneren
kan?
Kijk zelf eens terug naar de jaren, die u in dit leven doormaakte. Hoe machtig
veel beleefde u niet? Wat maakten velen van u niet aan verschrikkingen door? Hoeveel
indrukken probeert u niet te vergeten om maar onder de druk ervan weg te komen?
En
denk nu eens in, dat al dat leed, al die zorgen, al die strijd ook, in een volgend
bestaan weer in heel hun martelende zwaarte op u zouden vallen?
Waar wilt u de kracht,
de moed, de frisheid en de spontaniteit vandaan halen ,om de moeilijkheden, die zich
wéér aanmelden, het hoofd te bieden?
Dank God ervoor, dat Hij u in Zijn Wijsheid
die vaak afschuwelijke herinneringen bespaart. Want - en hieraan moet u in dit verband
ook nog denken - hoe beleefde u tot nu toe uw levens? Overtrad u niet in de meeste
daarvan Gods harmonische wetten door in moord, roof en hartstocht onder te gaan?
U zou in het nieuwe bestaan geen stap meer durven verzetten, besmeurd als u zich
zou voelen door de wandaden, die u ééns door uw onverstand beging.
Nu zult u beseffen
hoe wijs en goed het is, dat dit alles in uw onderbewustzijn verzegeld ligt.
Straks,
als u in de sferen van licht leeft, zult u steeds opnieuw in die ellende mogen afdalen
om dan uzelf geheel te leren kennen. Nu, in deze staat van uw ontwikkeling zou het
u breken!
God keert ieder ogenblijk tot de mensen terug, maar zij zien en horen daar
niets van.
De mensen roepen: 'Waarom en waarvoor?' en vragen om gaven, om geluk en
om datgene, wat hun pas over duizenden jaren kan worden gegeven, omdat zij dan pas
de diepte van hun vragen begrijpen.
Maar als het antwoord komt en dit niet is, zoals
zij het zich hadden voorgesteld, dan gooien zij het wonder van zich af en roepen
uit: Nee, dat niet, dat is het niet, wat ik bedoel. Dat is te zwaar en het kost mij
teveel kracht.
Dan slingeren zij al die gaven weer de ruimte in en vervloeken zichzelf
en God. Wie wil voelen, kan de diepte van de schepping begrijpen, omdat die in hem
ligt. Wie wil zien, opent zijn ogen. Niet de stoffelijke ogen, want die zijn geestelijk
blind en zolang de mensen niet innerlijk zien en zichzelf afleggen, zullen zij blind
blijven.
Door van binnenuit te zien, leren zij zichzelf kennen en dan straalt er
een geweldige kracht van hen uit en beleven zij de schepping. Dan zullen zij beleven,
wat biljoenen jaren geleden is gebeurd en wat nu nog in hen leeft, omdat zij nog
op Aarde leven en als kinderen van God Zijn Voortbestaan vertegenwoordigen - Zijn
Leven en Zijn Onmetelijkheid - om in de bewuste graad te willen bezitten, wat God
hun schonk.
Meester Zelanus.
HET GODDELIJKE VADER EN
MOEDERSCHAP.
De mens beleeft een Goddelijke splitsing: Het is het baren van de moeder,
het scheppen van het mannelijk gezag, het zich geven en dienen voor de moeder, waarna
het nieuwe leven komt.
De eerste verschijnselen, die wij in de ruimte mochten waarnemen,
waren de allereerste fundamenten, die door de Goddelijke Almoeder werden gelegd.
Wat de natuur nu nog in dit leven naar voren brengt, schept en baart, dat is uit
de Albron ontstaan, dat waren haar krachten, dat was een levensfluïde.
Wanneer u
dit kunt vasthouden, wanneer u zich kunt indenken in deze stof, dan voelt u, dat
alles uit het Aldenken is geboren. De metafysische leer legt fundamenten en de geleerden
zijn nu al zo ver om aan te voelen en te aanvaarden, dat uit die ijle ruimte alles
is ontstaan; ook God en u als mens, het dier en Moeder Natuur.
Toen die ruimte het
Goddelijke gewaad, het lichtende gewaad had aanvaard; dus vanuit die duisternis,
dat niets - dat miljoenen eeuwen, tijdperken heeft geduurd - was God nu een lichtende
persoonlijkheid; die Gestalte was te zien, al waren er nog geen mensen. De Albron
wist: ik heb mijn gewaad lichtend verlichtend geschapen, ik ben licht geworden. En
dat licht is een Goddelijk harmonisch stelsel, een fundament voor de Goddelijke bron.
Aldus: de Albron legde fundamenten voor de Goddelijke Persoonlijkheid. Als u dit
kunt aanvoelen, dan moet u begrijpen, dat u - wij keren later tot het menselijke
denken en voelen terug - door elke gedachte en vanuit elk punt uw Goddelijk wezen
bezielt, een fundament geeft en dat kunt u straks, wanneer wij de maatschappij betreden
voor alle karaktereigenschappen zelf vaststellen, want de bedoeling van de Meesters
is om uw Goddelijk denken en voelen tot evolutie te voeren. Dat is de bedoeling;
pas dan wordt u mens, bewust mens.
Dan leren wij de graden van deze persoonlijkheid
zien. Wij voelen de stof, wij voelen de dierlijke, de voordierlijke, de grofstoffelijke
graden en daarna beleven wij de geestelijke mentaliteit, waarna wij de sferen van
licht als ruimten van licht betreden en waarin u als mens uw persoonlijkheid, ten
opzichte van het Goddelijke Al, terug zult voeren en leren kennen, en daarna hebt
te aanvaarden. God, de Albron legde in de allereerste plaats het eerste fundament
neer en dat was werking. In die onmetelijkheid kwam werking en die werking ging zich
en zou zich verstoffelijken. Dat waren de nevelen, dat werden de wolken. Al die tijdperken
door zien wij die evolutie. U kunt het straks beleven wanneer u achter de kist bent;
dan neemt het Goddelijk gezag u bij de hand, voert u naar dat eerste fundament en
dan hebt u dat te aanvaarden; dan zien wij het licht Gods.
Toen dat uiteindelijke
stadium kwam, had de Albron zich gesplitst. De mens op Aarde vraagt zich af: ,,Wat
is nu Goddelijke splitsing?" De mens beleeft een Goddelijke splitsing: Het is het
baren voor de moeder, het scheppen voor het mannelijk gezag, het zich geven en dienen
voor de moeder, waar- na het nieuwe leven komt.
Dat ogenblik is er nóg! U kunt door
deze zittingen dit éénzijn met de Goddelijke wetten aanstonds beleven dat u een Goddelijk
profeet bent als mens en dat u het Goddelijk gezag door de wetten, door uw menszijn,
door uw vader en moederschap vertegenwoordigen zult. U zult geen minderwaardigheidscomplex
meer bezitten; u zult groot zijn en ruimtelijk bewust, gelukkig, welsprekend en welwillend!
De Albron was het, die de eerste gedachte voor het scheppingsplan uitzond. En dat
is ten opzichte van elk leven, waarin u nu bent, het Goddelijke baringsproces, het
moederschap.
Het licht, dat de Albron vertegenwoordigt, is Algoddelijk; het is uit
het Alvermogen geboren en zal nu een eigen evolutie voortzetten. Wanneer u deze stilte
voelt, wanneer u dit licht wilt zien, sluit dan uw ogen en de gelukzaligheid van
en voor dit openbaringsproces spreekt onder uw menselijk hart. Zal er iets geschieden
op dit ogenblik? Ja zeker! Hoe moet dit evolutieproces voortgaan, hoe zal dit Almoederlijke
gezag zichzelf vertegenwoordigen? De wetten in de natuur, de wetten van de ruimte
verklaren ons nu, dat dit God zal zijn als een lichtende gestalte, als een Persoonlijkheid
van licht; niets meer en niets minder. Maar in die bron, in dat Leven, daarin - u
zult het straks kunnen zien en aanvaarden - is alles aanwezig. U begrijpt, wij gaan
schrede voor schrede verder. Vanuit dit licht moeten wij terugkeren naar de Aarde.
En nu begint het; fundamenten voor de toekomst, profetieën. God splitste Zich en
is nu een lichtend Wezen. De onmetelijkheid is nu gevuld door Almoederlijk voelen
en denken, gekristalliseerd door een Goddelijk gewaad als licht, waaruit aanstonds
een nieuw leven geboren moet worden, en dat is de zon als scheppende kracht. Nu kunt
u onmiddellijk uw woordenboek terzijde leggen, want nu is de Zon Vader, Almoederlijk
bezield en hij moet ons verklaren, of wij deze machtige openbaringen als mens straks
onder onze harten zullen dragen.
God splitste Zich in het oneindige. Nu komen wij
reeds met de God van al het leven in aanraking. Wij staan voor Hem; Hij moet Zich
splitsen en verdelen, omdat de schepping wil beginnen. God kreeg nu reeds een eigen
zelfstandigheid, want dit licht is zelfstandig; dit is een wereld, is een ruimte,
dit is vader, is moeder, dit is waarheid, rechtvaardigheid, harmonie, welwillendheid,
liefde en gelukzaligheid; een ruimte. Alles is ruimte!
De Almoeder zegt: ,,Mijn kind,
ga en splits u. Doe wat ik deed; vermenigvuldig u, laat u zien. Ga verder; u moet
verder. Keer terug tot het moederschap; keer terug tot mij, hier in deze duisternis,
waarin ik leef en waarin toch alles aanwezig is". En later, wanneer wij het Goddelijke
Al betreden als bewuste persoonlijkheden en als mens, zullen wij zien, dat die Goddelijke
fundamenten voor uw leven als Goddelijke principes zijn gelegd, en dan spreekt het
Goddelijke gezag tot uw leven en uw eigen verkregen persoonlijkheid.
Ja, de Albron
- die de mens als God mocht leren kennen - sprak tot een kind van haar hart en zei:
"Ga in de ruimte en vertegenwoordig mij. Gij zijt ziel van mijn ziel, leven van mijn
leven; gij zijt moeder van mijn moederschap. Gij zult vader zijn opdat gij zult scheppen,
maar gij zult mij vertegenwoordigen in harmonie. Iedere wet zult gij beleven volgens
de wetten, die ik u gaf en waardoor ik mijzelf kon manifesteren".
Wij behoeven hier
niet lang bij stil te staan, want dit licht splitste zich in de ruimte; God was dit
nu. Als een lichtend gewaad splitste Hij Zich in myriaden deeltjes. Er kwamen lichamen
tevoorschijn - ook duisternis, omdat die miljoenen delen licht namen van de Albron,
van dat Almoederlijke instinkt, van die Albron, die gevend, dienend en harmonie was
- opdat het leven zou voortgaan, opdat die persoonlijkheid zou beginnen die zelfstandigheid
te vertegenwoordigen.
Toen kwam de macrokosmos, het heelal, waarin u leeft en dat
u straks duidelijk zal worden.
God splitste Zich. Nu staan wij voor een God, voor
een openbaring - dus ontstaan uit de Albron, de Almoeder, het Alvermogen.
Wij zien
een gebeuren ontstaan, een ruimte die verdicht is, een ruimte die niets anders is
dan licht. Maar dat licht bezit alles en dit wordt ons duidelijk, naarmate wij de
stoffelijke werelden betreden. Wanneer wij de stoffelijke werelden betreden, dan
staan wij voor een wet, die Albronnelijk bezield is, Alwetend is bestuurd. Die gedachte
moet zich verstoffelijken en zal tot het Alstadium moeten terugkeren om daar de Albron,
als stoffelijk wezen of als geestelijke persoonlijkheid, te vertegenwoordigen. Dat
is de bedoeling van de Albron en hierdoor kwamen de eerste openbaringen tot zelfstandigheid.
Dat eerste denken was een zelfstandigheid, want dat denken bracht leven, werking,
voor. En die werking werd een nevel, een wolk en die wolk veranderde weer; er kwam
steeds meer kracht, steeds meer evolutie. Men leert daarin zeven overgangen kennen
en eindelijk werd het licht; dat licht splitste zich weer in myriaden deeltjes en
werd de macrokosmos.
Het volgende stadium voert ons onmiddellijk naar het moederschap
vanuit de Albron ontstaan voor de macrokosmos: Dat is de Maan als planeet en de Zon
als scheppende kracht. De Albron is vader en moeder, en uit die Albron moet dat vader
en moederschap verstoffelijkt naar voren treden, wil God - die Albron - Zichzelf
kunnen vertegenwoordigen. Ook de Maan, een groot machtig deel van dat Goddelijke
gewaad, komt tot werking. Beide delen hebben alles beleefd in het voorstadium.
Noemt
de Aarde - de bijbel - dat de Goddelijke openbaringen? Neen, dit zijn de Goddelijke
openbaringen voor u, voor de ruimte en voor alles! De bijbel heeft een openbaring
tot stand gebracht en beschreven, ontleed, betast, bevoeld vanuit een stoffelijk
menselijk denken. Nu beleeft u die bron vanuit het Goddelijke denken en voelen en
zo kunt u straks vaststellen, dat u los bent van de bijbel, en kunnen wij straks
ontleden wat waar is en wat onwaarheden heeft gebracht, omdat de mens, die deze dingen
in de bijbel heeft beschreven, de scheppingen, de allereerste Almoederlijke openbaringen
niet heeft gekend. Dat moet u duidelijk worden, zodat u eindelijk grond, eindelijk
een fundament krijgt, waar u altijd en eeuwigdurend op kunt staan, op kunt voortbouwen,
opdat de Goddelijke persoonlijkheid tot uw maatschappij, ruimte, vader en moederschap,
leven, liefde, licht en vertrouwen zal spreken. Eindelijk zult u de grote vleugelen,
die u door het Almoederlijk gezag zijn geschonken, gebruiken. De Maan begint. De
Maan verdicht zich, verruimt zich. Er komt leven, er komen nevelen. Er komen wolken
in dat stadium. In dat ene lichaam zien wij, dat het moederlijke gezag reeds voor
de ruimte een eigen zelfstandigheid - in die ruimte - heeft aanvaard. Die ruimte
is Goddelijk bezield. Die moeder is een afscheiding van de Albron, de Maan is Goddelijk
bewust leven. Bewust, want bewust is die kracht uitgezonden, bewust kwam er verandering.
Dat bewustzijn zette zich voort. Het ene leven bouwde het andere op, de verschijnselen,
die naar voren traden, kon men die zelfstandigheid schenken.
En eindelijk - wij blijven
niet stilstaan bij dat eerste vader en moederschap - zijn wij als mens daar tot onze
zelfstandigheid gekomen.
De maan begint; dat macrokosmische lichaam begint zich te
verdelen. Ik zei u: Er komen nevelen, wolken, een afscheiding, de splitsing gaat
voort, dit is een geboorte. De wetenschap kan reeds aanvaarden, dat wij mensen in
het embryonale leven zijn ontstaan. De Maan bracht embryonaal leven voort. Al het
leven in het allereerste stadium, het Alembryonale bewustzijn.
Houd dit vast. Leg
dit neer als een fundament, waarop u staat. Eindelijk gaat u beweging voelen, een
zekerheid, wat de bedoeling is.
Wij. zien nu wat in het oneindige gebeuren geschiedde,
reeds in deze kleine ruimte. Nu is de Maan maar een kleine ruimte. Het lijkt veel,
het is groot, maar het is slechts een kleine ruimte. Straks zult u begrijpen en kunnen
aanvaarden, dat dit gehele universum, hoe onmetelijk ook, slechts een vonk is van
de Albron; een deeltje maar. U hebt veel meer; u krijgt nog meer als mens, als uw
Godheid naar voren treedt!
Dus, de Maan begint aan haar eigen evolutie, hetzelfde
proces, dat wij voor de Almoeder, de Albron hebben gezien en gevolgd. De Maan heeft
geen andere wetten.
De gehele ruimte, al het leven in die ruimte - waarin die wetten
leven - is alleen afgestemd op vader en moederschap. En vader en moederschap is evolutie,
is werking; alleen maar werking; er moet beweging komen. En wat zien wij nu? Vanuit
de kern, het hart van dit macrokosmische lichaam - nu houdt u die Maan vast; die
kern leeft onder uw hart, dat bent u zelf - scheidt zich iets af. Er komt nieuw leven
tot stand, er komt nieuw bewustzijn. Het is embryonaal leven; een vonkje scheidt
zich af. Door die verdichtingen, die wij in de ruimte hebben waargenomen, komt er
nu nieuw leven. Daarvoor heeft het - en daarom is de schepping begonnen - het vader
en moederschap uit de Albron beleefd, is het ontstaan en heeft het zich nu reeds
in deze ruimte voortgeplant.
Die ruimte is moederlijk en vaderlijk bezield en wanneer
wij straks het huidige stadium betreden, ook dan zien wij, dat er niets en niets
anders is in de ruimte dan vader en moederschap; uw gehele universum. En dan blijkt
het, dat het vader en moederschap - uw vrouwzijn en manzijn, uw moederlijke kracht,
uw scheppend gebeuren - het allerheiligste is, dat u als mens in uw handen hebt en
zo minderwaardig wordt beleefd, zo nietig en armoedig. Want wij stellen aanstonds
de fouten vast; wij zien de afbraak. Omzeilen wij de bijbel? Neen, wij gaan door
de wetten van Moeder Natuur regelrecht naar het Goddelijke hart van uzelf terug en
betreden op macrokosmische afstemming uw Goddelijk bewustzijn, uw Goddelijk gevoelsleven,
uw Goddelijk karakter, uw Goddelijk vader en moederschap, uw Goddelijke liefde. En
dáár gaat het om! En dan kunt u zien, hoe gij uw eigen karakter nu reeds tijdens
dit leven op Aarde kunt bezielen en tot evolutie kunt voeren.
Dit was een gedeelte
uit de lezing De mens en zijn God, die werd. uitgesproken door:
Meester Zelanus.
BEWUSTZIJN/BEWUSTWORDING.
Een nog steeds doorlopend
thema.
Vaak zoeken wij de bewustwording in het vele weten, in de kennis van hetgeen
de Meesters via Jozef Rulof hebben gezegd en geschreven. Ja, velen van ons weten
zelfs aan te geven op welke pagina van welk boek het één en ander te vinden is!
Het
is machtig te weten waar wij zijn ontstaan, alles te weten van het universum. Dat
zijn de eerste fundamenten voor ons leven. Maar dat is niet voldoende, want waar
het in feite om gaat is de bewustwording van onszelf! Over het algemeen maar heel
weinig. Wij zijn ook angstig om met onszelf bezig te zijn. Wij lopen er dan ook dikwijls
liever met een grote boog omheen. Maar daarmee doen wij onszelf wel te kort.
Uit
één van de vele lezingen stelden wij onderstaand artikel samen. Het brengt ons in
contact met hetgeen waar het in feite om gaat. Het gaat om onszelf! Wij moeten er
dan ook zelf aan beginnen.
Meester Zelanus zegt tot slot in dit artikel:
De Albron
moet door uzelf in u tot bewustwording komen! Die bron in u is Goddelijk diep en
kan u bezielen en tot eenheid brengen.
Ken uzelf. Wie bent u? Waar begint het leven
en waar eindigt het?
Iedere seconde bouwt u aan een universum en iedere keer valt
het weer in elkaar, wordt het vertrapt en zuigen de straatgoten van de stad het in
zich op.
Ik zou u willen vragen: Wat hebt u van Frederik en van René uit 'Maskers
en Mensen' in u? Velen van u struikelden reeds over het 'denken' van het eerste deel
van dit boek. Wij hebben het zo geschreven dat niemand in staat is er zomaar naar
binnen te wandelen. U ziet nu hoe moeilijk u zelf bent. Want dat bent u!
Wat hebt
u van Erika in u? Wat van de kaartlegster waar Frederik naartoe ging? En wat van
de vrouw die in het krankzinnigengesticht werd opgesloten omdat een ander haar centjes
wilde bezitten?
Vandaag heet het voor de ruimte: 0, ik kan je niet missen. Ik kan
niet zonder je leven. Morgen gaat de deur open en wordt u eruit getrapt. Hebt u dat?
De geschenken die vandaag Goddelijk betekenis hebben, gaan morgen de kachel in. Wat
hebt u daarvan?
Ik weet dat er mensen onder u zijn die God en Christus waarachtig
zouden kunnen liefhebben en, als ze de middelen zouden bezitten, alles zouden willen
geven om de wereld dit geluk te kunnen geven.
U zou graag planeten en sterren, Maan,
Zon en Aarde ontleed voor u willen zien, maar begin nu eindelijk eens in deze eeuw
fundamenten te leggen, want straks breekt u uw nek en kunnen wij u opvangen! En dan
is er geen houvast, geen bloem en geen vogel. Dan komt geen mens naar u toe, want
u sneed de kosmos in het Goddelijke hart. U vermoordt niet alleen uzelf, uw gedachteleven,
uw gevoelsleven, uw vader en moederschap, maar u vermoordt alles ... door één menselijke
gedachte! Wordt u angstig?
Dacht u een sfeer van licht te kunnen beleven, zomaar
naar Zon, Maan en sterren te kunnen vliegen, terwijl u het leven van een bloem, een
vogel die uit u is geboren, verwaarloost? Dat leven vraagt: 'Waarom kijkt u niet
naar mij?'
Begrijpt u dit? Dit wordt in de toekomst geestelijk denken en voelen.
De mens zegt zelf: 'Ik kan niet denken. Ik weet niet waaraan ik moet beginnen.'
En
u hebt de fundamenten van Christus!
Wij gingen met u door Gethsemané en voelden ons
toen gekraakt. Ik liet u ook kraken, ópdat u eindelijk eens zou willen gaan zitten
om te denken: 'Wat ben ik, wie ben ik en wat wil ik?' Gethsemané is de plaats op
deze wereld waar waarlijk is gedacht!
Aan Gene Zijde hebt u eeuwigdurend dag. De
duisternis is er ook, indien het u niet kan schelen of u ontwaakt. Dan komt de eerbied,
het ontwaken, het willen beleven, dan komt het heilige ontzag voor de ruimte, hoe
de wetten ontstonden en tot verdichting kwamen en hoe planeet na planeet aan de eigen
taak kon beginnen. Dat gaat u voelen en zien. Wanneer u dat beleeft en u eigen wilt
maken, dan ligt u weer in Gethsemané en geeft u zich over aan de Goddelijke leiding
en bezieling, waarmee u één bent, waardoor u het leven kreeg. Dan komt er alleen
maar over uw lippen: 'Uw wil geschiede'.
Als we konden wachten totdat de eerste
geestelijke vraag in ons komt, verzekerd van ruimtelijk gevoel, van ruimtelijke kracht,
dan legden wij voor dit leven en voor alle ruimten ons eerste menselijke fundamentje.
Tracht uit alles de hogere gedachten naar voren te brengen. Zit neer en beleef de
rust. Beleef het denken.
U gaat dan beginnen en leest over de eerste sfeer, over
hellen en hemelen ... en u wordt angstig. Ja, er spreekt iets. Wat is er van u? Wat
is daarvan in u dat daar werd ontleed?
De mens ligt neergeknield in Gethsemané. Hij
bidt en praat. Hij denkt dat hij is bezield en hij wil de wereld over. Hij rent als
een bezetene door Jeruzalem en wil iedereen overtuigen en zegt: 'Ja, ik voel het!'
Maar wanneer hij voor Golgotha staat en zijn eerste voetstap omhoog moet zetten,
staat hij voor het bezwijken. ,Nee, voor het teruglopen, het wegrennen naar een verzekerde
maatschappij, naar de gemakzucht, want daar gaat het vanzelf!
'Ik ben nog zo jong.
Ik heb nog niets van het leven geleerd. Het leven heeft me nog niets geschonken.
Waarom zou ik me druk maken om de mensen op te vangen? Voor wat, voor wie?'
Toch
zult u het kruis dat men de Christus op de schouders heeft gelegd eens moeten leren
dragen! En dat doet u door gedachten. U kunt de mens dragen door karaktertrekken,
door een mooi gesprek en door te willen luisteren.
Wanneer de mens u over zijn leed
vertelt en u voelt dat die mens met zijn leed en smart te koop loopt en het aan iedereen
wil schenken, dan wordt het nooit kosmisch voelen en denken. Nooit en te nimmer geestelijke
verruiming, ontwaking en bewustwording. Dan wordt het kletspraat!
De mens die in
Gethsemané wil dienen, die zwijgt, die legt zich neer en is eenvoudig. Maar wanneer
u gaat praten, dan treedt u in het licht. Wanneer er woorden over uw lippen komen,
dan hebt u uzelf verstoffelijkt en kan het andere leven u aanvallen, u een pak slaag
geven.
Nu moet u eens terugkijken naar het afgelopen jaar. Wat is het voor een jaar
voor u geweest? Hebt u over de dingen nagedacht of hebt u pret gemaakt? Hebt u vijf
minuten aan uzelf kunnen geven, aan uw 'ik', aan uw innerlijke leven? Hebt u waarlijk
wel eens een goed gesprek met uzelf en het leven kunnen hebben en gezegd: 'Ja, daarin
was ik verkeerd!'? 'Hoe bestaat het', hoeft er niet bij.
U hoeft geen angst te hebben,
want u gaat zo weer op zoek. Het leven is evolutie en bouwt op, maar er zijn ogenblikken
dat Gethsemané tegen ons spreekt en straks ook Golgotha.
U wilt zo graag in het heelal
vertoeven en weten wat daarna komt?
Dat leeft in u, want u bent licht. U bent dagbewust
en u bent duister.
De Albron moet door uzelf in u tot bewustwording komen! Die Bron
in u is goddelijk diep en kan u bezielen en tot eenheid brengen.
Meester Zelanus.
HET ZESDE ZINTUIG.
DE UNIVERSITEIT VAN CHRISTUS ZEGT ONS:
DE GEESTELIJKE HELDERZIENDHEID
IS HET WAARNEMEN
BUITEN HET BEWUSTZIJN OM, HET ZIEN IN DE GEEST.
Hoe werkt, hoe beleeft men de geestelijke helderziendheid, het beroemde zesde zintuig;
waarvan toch zo weinig bekend is op Aarde? Wanneer het medium voor onze wereld: Gene
Zijde een taak te verrichten heeft, kan de astrale Meester dit gevoelsleven optrekken
en komt deze bovennatuurlijke éénheid tot stand. Op eigen kracht is het zesde zintuig
of de geestelijke helderziendheid niet te beleven en toch denken heel veel mensen,
dat ze deze gave zelfs bezitten. Dat dit niet moge!ijk is, zullen wij u aantonen.
Wie gevoelig is kan op eigen kracht waarnemen, maar dringt nimmer door tot de astrale
helderziendheid, omdat deze gave tot óns leven behoort. Deze helderziendheid kan
geestelijk en zelfs kosmisch zijn, waarvan de laatste de hoogste is, die een medium
bereiken kan.
Slechts enkele mensen zijn ertoe in staat, omdat deze gave slechts
bij uitzondering wordt toegepast. In deze toestand lost de helderziende volkomen
op in hetgeen moet worden waargenomen. Maar wie toch meent op eigen kracht te kunnen
denken of handelen verbreekt het geestelijk contact en staat alleen.
Omdat deze gave
alleen door een geest van het licht te beleven is, kan een medium duidelijk voelen
of het zelf bezig is of dat Gene Zijde inwerkt. Wie zich suggereert in contact te
zijn, weet ook hoe de verschijnselen komen en kan nu doen of Gene Zijde hen opriep
'Dit zelf willen zien voert de mens naar het bewuste instellen, waardoor hij het
eigen ik het halt toeroept en zijn machteloosheid moet aanvaarden. Maar al uw zieners
en zieneressen, die zich thans met de toekomst bemoeien, kunnen er van verzekerd
zijn, dat géén geest in staat is hen bij te staan in hun geknoei, omdat een geest
van het licht zichzelf niet bemodderd wil zien. Door onze wereld wordt dit voorkomen,
we waken over deze gave of wij vernietigen ons eigen verkregen bezit en dienen de
duisternis. Het helderzien kan bewust en onbewust worden beleefd, alléén het bewuste
medium dient voor ons leven, de onbewuste helderziendheid wordt eigenlijk door geestelijke
inspiratie ontvangen. Het is dus mogelijk, dat u deze gave beleven kunt en toch niet
weet dat de mediamieke sensitiviteit in u is. Ja, u kunt haar zelfs beleven als u
van Deze Zijde niets weet. Voor de wereld is er juist U contact omdat het aardse
bewustzijn volkomen uitgeschakeld is. Deze werking is anders dan de bewuste helderziendheid,
maar soms van een ongelooflijke kracht en een onfeilbaarheid, die het bewuste medium
niet eens kan beleven.
De geestelijke helderziendheid is het bewuste beleven van
beelden, die de ziener worden gegeven voor de mensen die tot hem komen. De onbewuste
weet niet, dat de beelden gegeven zijn, soms echter ook wel. Dat heeft. te maken
met de persoonlijkheid en de instelling van het innerlijke leven en de gevoeligheid
ten opzichte van ons leven.
Deze media leven in de derde en vierde levensgraad en
zijn geschikt om geestelijke boodschappen op te vangen. De ziener of zieneres stelt
zich op ons leven in en ontvangt nu geestelijke boodschappen. Maar deze gevoelsgraad
bezit meestal nog andere gaven, op verschillende wijzen kunnen wij door dit leven
werken.
Meestal geven wij door het medium berichten van uw gestorvenen en overbruggen
zo de kloof tussen leven en beleeft. Nu spreekt u door het medium met uw geliefde.
De Meester aan Deze Zijde geeft de boodschappen door en het medium weer aan u. Uw
geliefden weten hoe u het maakt, ze kunnen u vanuit ons leven in alles volgen, zodat
u uw hoofd moet buigen voor hun liefde en wijsheid, omdat ze hierdoor bewijzen van
voortleven vastleggen.
Van gevoel tot gevoel is de Meester met het medium één en
die eenheid moet bewaard blijven of er zouden stoornissen ontstaan. Die stoornissen
heeft het medium in handen. Machtig is nu wat u kunt ontvangen, heilig de geestelijke
boodschappen. Miljoenen mensen hebben op deze wijze hun geestelijke liefde mogen
beleven en waren God dankbaar voor het verkregen bezit.
Deze media hebben prachtig
werk verricht en wanneer zij het zesde zintuig konden behouden, beleefden ze de sferen
van licht.
Gene Zijde tracht door deze gave de lijdende mensheid te helpen en probeert
hierdoor het geestelijk evenwicht van de achtergebleven en te herstellen.
Wij geven
u geen raad of u moet verhuizen, daarmede hebben wij niets te maken, toch hebben
tal van media zichzelf, door hun zien en hun gedrag, geestelijk vermoord en verloren
zij hun gaven.
Het aardse hebben wij afgelegd en wij kunnen niet terugkeren in uw
beslommeringen, wij behandelen alléén geestelijke problemen en stoffelijke ellende,
die lichamelijk wordt gevoeld en beleefd. Door ons éénzijn willen wij hoger opwaarts
gaan en niet dálend deze reine gave vertegenwoordigen.
Het is hierdoor dat niet één
charlatan een geestelijke boodschap kan ontvangen. De charlatan is onmiddellijk in
strijd met de astrale wetten en moet zijn machteloosheid aanvaarden. Als hij toch
wil zien wordt het een chaos. Deze mensen sluiten zich voor het hogere leven af,
want iedere stoffelijke handeling voert hen én de gaven naar de duisternis.
Ons leven
eist, dat ook wij de geestelijke graden van de helderziendheid beleven en niet de
stoffelijke. Met het laatste bezoedelen wij ons bewustzijn en dat is de bedoeling
niet. Zo het medium niet kan luisteren, trekt de Meester zich terug, maar dan treden
tal van duistere elementen naar voren en leven zich door het medium uit. Vroeg of
laat kan dit medium nu vaststellen dat het helderzien geen astrale betekenis meer
heeft. Ze beleven thans het kwaad of de sensatie. . Wanneer de geestelijke boodschappen
fout opgenomen worden, is dat niet onze schuld. Nu moet het medium de fout bij zichzelf
zoeken; dan zijn er stoornissen gekomen en is het instellen verkeerd.
Een geestelijke
Meester kán geen fouten maken, want de werkelijkheid leeft om en in zijn eigen bewustzijn,
hij neemt waar en geeft het waargenomene aan het medium door. Zijn de opname en het
instellen maar even verzwakt, dan komt het innerlijke leven tot bewustzijn en tot
werken en handelen en dat beïnvloedt de geestelijke boodschap. Media moeten daarom
niet denken, dat Gene Zijde verkeerde boodschappen geeft, op dat zelfde ogenblik
is het medium zélf bezig: Indien u dit door een medium beleeft, kunt u beter even
wachten totdat het instrument zijn eigen zekerheid teruggevonden heeft. Het helderzien
trekt de helderhorendheid aan en het medium is in staat helder te horen wat de Meester
te zeggen heeft. Nu ziet het medium zijn Meester en zijn ze tot de geestelijke eenheid
gekomen, nu kunnen er geestelijke wonderen worden beleefd. Op het ogenblik dat de
ziener waarneemt, verliest hij zijn eigen bewustzijn en lost op in hetgeen men hem
geeft. Op de ogenblikken, waarin het medium buiten zich om hoort spreken, is de astrale
Meester niet in het medium, maar heeft zichzelf door de aura van zijn instrument
verdicht.
Dit spreken is anders dan het van binnen uit gesproken woord dat het medium
niet buiten zich om, maar IN zich hoort en weer enigszins gevaarlijk is, omdat dit
spreken door zijn eigen gevoelsleven heengaat en de man zichzelf hoort. Tal van media
zijn erdoor bezweken, ze konden de geestelijke stern niet meer van de eigen stem
onderscheiden en gaven zelf antwoord. Alleen de vierde graad kan overwonnen worden;
de media die daartoe behoren zijn op tal van mogelijkheden te bereiken. De derde
graad van het gevoelsleven loopt zich steeds tegen de ingestelde gedachte te pletter
en wordt volkomen uitgeschakeld.
Het gevoelsleven speelt dus een grote rol in al de
geestelijke gaven en dat hebt u als mens in handen.
De gave leeft inde ruimte en
is in onze handen. Op eigen kracht dringt NIEMAND door tot de astrale wetten; uw
aardse bewustzijn roept u het halt toe. Het helderziende medium komt tot ons en wij
tot hem, waarop de geestelijke eenheid wordt beleefd Ook de ziener in de vierde graad
is niet in staat om op eigen kracht te zien. De vijfde graad zou dat wel kunnen,
maar die is weer niet van de Aarde te beleven of de Meester van Deze Zijde moet een
grote taak voor de Aarde hebben te volbrengen. Als dat zo is, kan zelfs de zevende
graad worden beleefd, maar dat behoort, tot het bovennatuurlijke waarnemen en is
tevens kosmisch diep.
U kunt aan het medium zien of deze zijn eigen bewustzijn losgelaten
heeft. Aan dit waarnemen ligt het innerlijke denken en voelen vast, dan verwaast
het stoffelijke licht in zijn ogen en is het naar binnen gekeerd. wij noemen dat
de bewuste trance, die het medium alleen door zijn Meester beleven kan. Het moet
u dus duidelijk zijn dat een medium niet in korte tijd deze hoogte kan behalen. Hiertoe
is ontwikkeling nodig. Het is het samensmelten van twee zielen in een toestand.
Er
zijn tevens tal van mensen op Aarde die de geestelijke helderziendheid beleven en
toch geen gaven bezitten. Ze weten eigenlijk niet eens wat er gebeurt, als ze plotseling
gaan zien. Dit zijn de onwetenden en toch gevoeligen van geest. Het gevoelsleven
verbindt hen met de astrale wetten of het is natuurlijk niet mogelijk.
Nu werkt Gene
Zijde plotseling in en komt de geestelijke verbinding tot stand. Deze eenheid dient
meestal om deze mensen voor iets te beschermen, een waarschuwing bijvoorbeeld, die
dan door een familielid tot stand komt, de beschermgeest van het aardse wezen. Dit
komt heel veel voor. Zelfs in uw slaap bent u te bereiken, maar dan zult u hetgeen
men u wil geven moeten dromen. Dit zijn helderziende dromen en dezen kunnen u alleen
worden gegeven. Deze helderziendheid maakt u wakker en kan ontvangen worden tussen
de derde en de vierde graad van de slaap. Dit is het halfwakend inslapen. Slaapt
u normaal in, dan gaat u over de drempel van de derde graad de vierde binnen. Maar
hierin valt er niets meer te dromen, omdat hier het organisme deze bezieling niet
kan opvangen, want bezieling is werking en u bent uitgeschakeld. Ziel en lichaam
moeten dus in harmonie zijn met de ontvangen droom en dit is zoals gezegd, de halfwakend
bewuste slaap. Tijdens het wakker worden weet u nu wat u gedroomd heeft.
In de vierde
graad van de slaap is er geen beleven meer, dit is door de slaap uitgeschakeld. Wie
dus heel diep slaapt, hetgeen de normale slaap in de vierde graad betekent, kan geen
geestelijke dromen ontvangen. U ziet weer, toe alles toch met elkaar te maken heeft
en hoe het ene niet aan het andere ontkomen kan. Het zegt u ook dat de ziel tijdens
deze slaap toch wakker is.
Is de ziel ingeslapen, wat de vierde graad is, kan men
u geen dromen laten beleven, want ook het innerlijke leven is ingeslapen. Wij werken
op die eigenschappen van u in, die voor de droom gevoelig zijn en nu neemt u ons
weten gemakkelijk Over. Eigenschappen die deze sensitiviteit nog missen, dus als
de andere eigenschappen nog moeten ontwaken voor de geestelijke sensitiviteit, zijn
niet in staat om te kunnen opvangen.
Vele helderzienden denken dat een beeld tot
ons leven behoort, wanneer zij het maar ingewikkeld maken. Maar dat zijn slechts
kun eigen gedachten. Ons leven is als uw eigen leven: Eenvoudig, indien u de wetten
maar kent. Indien een medium voor u ziet, moet ook álles kloppen, moet en mag het
geen gezoek worden, want dan is het gevoelsleven op het eigen fantaseren ingesteld:
Men verkoopt u thans een verhaaltje: En door dit kinderlijke verhaaltje gingen tal
van volwassenen op de loop en bleven voor hun verdere leven op hol, daar ze door
die zogenaamde boodschap in de hoogmoedswaanzin werden opgetrokken.
Dat willen ze
zelf, gaarne willen ze meer zijn dan ze aan gevoel bezitten en ze weigeren dus maar
liever het valse bericht te controleren. Gene Zijde heeft het gezegd, alles is echter
schromelijke wartaal.
Maar neem het hen eens af?
Gene Zijde weet dat er slechts enkele
goede media op Aarde leven, die waarachtig in verbinding zijn met de astrale wereld.
Wij verzekeren u dat u links en rechts van deze media zoudt horen, maar waar leven
deze mensen? Ze zijn er niet!! Zij, die zich er voor uitgeven, hebben u iets te zeggen
en dit is aan hun taak voor deze wereld vast te stellen. Duidelijker kunnen de geestelijke
gaven voor uw leven niet spreken of het onvermijdelijke halt is voor hen de machteloosheid
en het hoofdbuigen voor de astrale wetten. Verlies nimmer uw gezonde kritiek, onderzoek
maar behoud het goede! Indien u zich bewust bent van de waarachtigheid, zet dan uw
eigen leven voor onze wereld en onze media in, help hen, zodat zij hun moeilijke
taak kunnen afmaken. Sta hen in alles bij, maar breek af wat verkeerd en bedrog is,
u helpt ons en u dient Christus. Op onze hulp kunt u rekenen, want wij komen uit
de naam van God tot uw leven. De,Meesters van de Universiteit van Christus.
Meester
Zelanus.
DE WETTEN SPREKEN IS VERLENGING VAN LEVEN MOGELIJK?
De normale levensduur van de mens in het huidige stadium van zijn ontwikkeling heeft
als wetenschappelijke grens 125 tot 150 jaren. Er bestaat echter geen reden om aan
te nemen, dat deze grens niet zou kunnen worden overschreden.
Aldus schreef de Russische
geleerde, Prof Dr. A. A. Bogomolets, directeur van het Instituut voor Experimentele
Biologie en Pathologie en winnaar van de Stalinprijs Eerste Klasse, in zijn opmerkelijke
boek "De Verlenging van het Leven.
Professor Bogomolets vond tijdens zijn onderzoekingen
in 1943 een serum uit, dat hij de naam ACS gaf en waarvan hij verwachtte, dat het
veroudering van weefselcellen zou tegengaan. Zelf heeft hij de waarde van zijn theorieën
niet kunnen bewijzen, want enige maanden geleden stierf hij aan een kwaadaardige
ziekte, waartegen zijn serum niet hielp.
Hieronder geven wij in de vertaling van
de "Wereldspiegel" een beknopte weergave van zijn boek. Vervolgens publiceren wij
een commentaar daarop van de hand van de Engelse popularisator van wetenschappelijk
nieuws, Ritchie Calder.
Wie van beiden heeft gelijk? We legden het gewichtige vraagstuk
voor aan Meester Zelanus. Zijn antwoord vindt u verderop.
UIT HET BOEK VAN DE RUS.
Hoofdstuk 1 - De physicochemische theorie van het oud worden.
Uitgangspunt is de
gedachte, dat de vitaliteit van het organisme als geheel, afhankelijk is van de levenskracht
van de cellen, waaruit het geheel is opgebouwd. Door verlies van de levenskracht
van bepaalde cellen of celcomplexen (organen), wordt het organisme als geheel oud,
gaat tekenen van seniliteit vertonen en sterft tenslotte af. Het vraagstuk naar levensverlenging
is dus verlegd naar het vraagstuk, hoe men de cellen hun levenskracht kan doen behouden.
Een lichaamscel is een structuur welke in hoofdzaak bestaat uit een massa, die chemisch
als colloid wordt gedefinieerd.
In deze colloid massa treden regelmatig veranderingen
op, welke een jonge gezonde cel zodanig kan verwerken, dat de structuur gehandhaafd
blijft en de cel goed functioneert. Wanneer dit niet meer mogelijk is door verlies
van herstelfunctie, ontaardt het colloid van de cel, hetgeen fysisch chemisch, doch
ook microscopisch vast te stellen is. Men kan nu zeggen dat de cel oud wordt. Parallel
hiermede veroudert het lichaam. Ontaarde colloiden b.v. verliezen het vermogen, vocht
vast te houden. De uitdroging van het organisme, wanneer dit ouder wordt, is hiervan
het gevolg. Ieder kent deze uitdrogingsverschijnselen, zoals het slap en rimpelig
worden van de huid bij oudere individuen. Vocht toevoer kan dit niet verhelpen, daar
het vochtverlies geen oorzaak, maar gevolg van de veroudering is. Wat het proces
tegengaat, is vernieuwing van de celstructuur door de herstelfuncties aan te zetten.
Terwijl vele onderzoekers de specifieke cellen (lever-, nier-, hart-, zenuwcellen,
etc.) als de belangrijkste aangrijpingspunten voor het proces der seniliteit beschouwen,
wordt in deze studie de betekenis van het onspecifieke bindweefsel (waartoe het reticulo-endotheliale
stelsel gerekend wordt) van primair belang geacht. De veranderingen in dit bindweefsel,
dat als opvul en steunweefsel in en tussen de organen kan worden beschouwd, zouden
zo niet eerst, dan toch tegelijkertijd met de veranderingen der specifieke orgaancellen
zichtbaar worden. Gesteld wordt, dat de bindweefselontaarding de belangrijkste en
primaire factor is bij de veroudering van een organisme.
Hoofdstuk 2 - Het endocriene
systeem en veroudering.
In het tweede hoofdstuk wordt de betekenis van het endocriene
systeem, dat wil zeggen het samenstel van klieren, die stoffen in het bloed afscheiden,
welke voor groei, ontwikkeling, stofwisseling, voortplanting, lichamelijke prestaties
enz. van het grootste belang zijn, uiteengezet. Speciaal de geslachtsklieren worden
in dit verband van bijzondere betekenis genoemd. Stoornissen in de functie van deze
klieren leiden tot toestanden, die de herstelfunctie van de cellen ongunstig beïnvloeden.
Hoofdstuk
3 - Zenuwstelsel en veroudering.
Het zenuwstelsel is van grote betekenis voor gezondheid
en levensduur. Door middel van een bepaald gedeelte, het vegatieve stelsel genoemd,
reguleert het de functie van onze inwendige organen. Het oefent zijn functie uit
buiten onze wil om.
De herstelfunctie der cellen blijkt o.a. van dit zenuwstelsel
afhankelijk te zijn. Psychische belevenissen blijken het stelsel te beïnvloeden,
dat op zijn beurt weer de orgaanfunctie ( celfunctie) verandert. Hartkloppingen bij
schrik, blazen, transpireren enz. zijn daar voorbeelden van. Toestanden van psychische
geprikkeldheid en emotionaliteit zijn schadelijk voor de cellen, zij verkorten de
levensduur.
Hoofdstuk 4 - Chronische vergiftiging van het organisme.
Gewezen wordt
op de vergiftiging, welke het organisme kan treffen door oorzaken van buiten af.
Deze kunnen liggen in het dieet. Voorbeelden van schrijvers, die denken door dieetmaatregelen
het leven te kunnen verlengen, zijn er te over. De schadelijke inhoud van infectieziekten,
niet alleen de ernstige als tyfus, difterie, syfilis, tuberculose enz., doch ook
de lichte aandoeningen als verkoudheid, angina, griep enz. op het reticulo-endotheliale-systeem
wordt van belang geacht voor de verdere gezondheid en levensduur. Vooral alcohol
is schadelijk door de degeneratieve werking op het bindweefsel. Verder wordt in dit
hoofdstuk melding, gemaakt van de theoretische beschouwingen van veelal oudere biologen
over de levensduur bij verschillende diersoorten. Al lang geleden is er een relatie
gezocht tussen de tijd, die het dier nodig heeft om volwassen te geraken, en de gemiddelde
leeftijd van de betrokken soort. Aan de hand van enkele willekeurige voorbeelden
wordt de levensduur op ongeveer vijf maal de tijd, nodig voor de volledige lichamelijke
ontwikkeling, geschat. Op de mens toegepast, zou dit betekenen dat diens levensduur
op ongeveer 150 jaren geschat moet worden. Tevens echter wordt de opmerking gemaakt,
dat er vele uitzonderingen op deze formule blijken te bestaan.
Hoofdstuk 5 - Voorbeelden
van lange levensduur bij de mens.
Hierin worden vele voorbeelden genoemd van mensen,
waarbij, volgens literatuur of overlevering, de formule is opgegaan. De meeste voorbeelden
betreffen individuen, die reeds lange tijd geleden gestorven zijn, doch ook vele,
thans nog in Rusland levende personen worden aangehaald als voorbeeld, dat een levensduur
van 120 tot 150 jaar tot de mogelijkheden behoort. Een aantal beroemde, hoogbejaarde
persoonlijkheden wordt genoemd, wier geestelijke prestatievermogen tot het einde
van hun leven zeer bijzonder was gebleven.
Hoofdstuk 6 - Algemene moeilijkheden voor
de natuurlijke levensduur.
In dit gedeelte wordt de vraag beantwoordt, waarom de
mens de hoge leeftijd, welke hem biologisch toekomt, zo zelden bereikt. Genoemd worden
de schadelijke invloeden van de samenleving en de daarin heersende sociale toestanden.
Gememoreerd worden de maatregelen, waarmede men vroeger de levensduur trachtte te
verlengen, doch die kennelijk weinig effect sorteerden.
Hoofdstuk 7 - Pogingen tot
verjonging.
Nadat het bijgeloof en de kwakzalverij in vroeger eeuwen ten opzichte
van dit punt zijn aangestipt, worden meer recente pogingen van biologen genoemd.
De proeven van Brown Séquard met testis(zaadbalextracten) en overplanting van klieren
van jonge dieren bij oudere mensen door Voronoff, hebben niet de beoogde resultaten
opgeleverd. De ontdekking van de hormonen uit de kiemklieren heeft eveneens de verwachtingen
in deze richting teleurgesteld.
Hoofdstuk 8 - Aanzetten van de functies van het organisme
door cytotoxische prikkeling.
In dit hoofdstuk wordt de kern van de door Bogomolets
ontwikkelde gedachtegang weergegeven.
Uitgangspunt vormt het feit, dat inspuiting
van een weefselextract van een dier bij een dier van een andere soort o.a. aanleiding
kan geven tot het vormen van stoffen, welke op die soort weefselcellen werken, waarvan
ook bet extract bereid was. Deze stoffen worden in het bloedserum van behandelde
dieren gevonden en heten cytotoxische stoffen, het serum heet cytotoxisch serum.
Grote hoeveelheden serum lossen de corresponderende weefselcellen, waarop het werkzaam
is, op; kleine hoeveelheden daarentegen prikkelen deze cellen, d.w.z. zetten ze aan
tot verhoogde functie. Hier ligt een mogelijkheid het probleem van de veroudering
aan te pakken, al blijft de praktische uitvoerbaarheid zeer moeilijk.
Deze vondst
van Bogomolets en medewerkers is nu, dat een Cytotoxisch serum, dat ten opzichte
van reticulo-endotheliaal weefsel is bereid, in kleine hoeveelheden toegediend, de
functie daarvan, evenals van het aanverwante bindweefsel, sterk stimuleert. Op deze
manier is het volgens de auteurs mogelijk, een aantal ziekten te bestrijden of te
verbeteren. Genoemd wordt de gunstige werking bij infectie ziekten van allerlei aard,
hoewel ten opzichte van tuberculose een grote reserve in acht genomen wordt. Er zou
een bepaalde invloed zijn op de kankergezwellen; hoewel deze niet kunnen verdwijnen,
en operatie noodzakelijk geacht blijft, zou het op het nagroeien van kwaadaardig
weefsel een storende, dus voor de mens nuttige invloed hebben. Een gunstige invloed
op de genezing van beenbreuken wordt vermeld. Aandoeningen van het zenuwstelsel en
ook bepaalde vormen van krankzinnigheid zouden door toediening van het serum verbeterd
zijn.
Er worden suggesties gemaakt dat, door het zoeken naar juiste dosering, de
mogelijkheid bestaan kan, dat de levensduur verlengd kan worden, door het fris en
intact blijven van het bindweefsel. Proeven in deze richting, waarbij een verlenging
van de gemiddelde levensduur is gebleken, ontbreken nog, hetgeen ook niet anders
verwacht kon worden.
Een aantal aandoeningen, waarbij het serum, ACS genoemd, nuttig
zou kunnen zijn, wordt opgesomd, terwijl bij een ander aantal geen effect wordt verwacht.
De nadruk wordt gelegd op het feit dat het onderzoek naar de waarde van het serum
zich eigenlijk nog in het experimentele stadium bevindt.
Hoofdstuk 9 - Het voorkomen
van vroegtijdige veroudering.
In dit hoofdstuk wordt gezegd, dat men nog verre van
de oplossing van dit probleem is verwijderd doch dat de mogelijkheid bestaat het
eens tot oplossing te brengen. Volgens de auteur moet het probleem van de biochemische
kant benaderd worden, hoewel alle vroegere meningen niet als volledig waardeloos
zijn te beschouwen.
EEN ENGELSMAN OVER DE TIJD VAN ONS LEVEN.
De geleerden weten
nog altijd niet, wat "ouderdom" eigenlijk is. Professor Bogomolets, de Rus, meende
dat hij het wist, maar hij stierf eraan, voordat hij zijn theorie had bewezen.
De
wetenschap der "geriatrie" (de studie van de ouderdom, evenals "pediatrie", de studie
van de kinderjaren) verkeert nog in een ontwikkelingsstadium. Tal van eminente geleerden,
waaronder de grote Engelse kenner op het gebied der organische chemie, Sir Robert
Robinson, zijn "gerontoloog" geworden en leggen zich met ernst op het vraagstuk toe.
Er bestaat een Internationale Vereniging tot Bestudering van de Ouderdomsverschijnselen,
die kort geleden, onder voorzitterschap van Lord Nuffield te Londen een congres heeft
gehouden over dit onderwerp.
Zoals Sir Francis Fraser bij die gelegenheid opmerkte,
zijn klinische onderzoekingen inzake ouderdomsverschijnselen het moeilijkst van alle
onderzoeksgebieden, aangezien er altijd zoveel ongecontroleerde factoren in het spel
zijn. Op spoedige resultaten mag men niet rekenen. Zolang de mens denkt. heeft hij
gepeinsd over dit probleem en gejaagd op het Levenselixer. Ook al is de vooruitgang
der wetenschap in deze eeuw versneld voortgegaan, toch valt het te betwijfelen, of
het Atoom-tijdperk hierop een antwoord zal vinden. In vergelijking met dit probleem,
was het atoom niet meer dan een vrij moeilijke kruiswoordpuzzel. De ouderdomsverschijnselen
zijn onverbrekelijk verbonden met de complicaties van ons sociale bestaan.
Vlees kan
onsterfelijk zijn. In het Rockefeller Instituut voor Medisch Onderzoek te New York
is men er nu al 34 jaren lang in geslaagd, een stuk hart levend te houden. Op 17
Jan. 1912 nam dr. Alexis Carrel een ei uit een broedmachine, haalde het ongeboren
kuiken eruit, sneed het kloppend hart uit het lichaam, zonderde daar een stukje ter
grootte van een vijfde centimeter in het vierkant van af en legde dit in het embryonale
vocht van een kuiken.
Er gingen twee dagen voorbij. Het stukje werd eens zo groot.
Carrel sneed er de helft af, waste de andere helft schoon om het vrij te maken van
dodelijke afvalstoffen en legde het weer in een hoeveelheid vers vocht.
Met behulp
van soortgelijke processen is men erin geslaagd, met een steriele glaspomp in plaats
van een hart, duizenden organen, harten, longen, milten, levers, voortplantingsorganen
en klieren weken- en maandenlang in leven te houden.
Maar de mens in zijn geheel
kan niet in leven worden gehouden, ook al gelooft Loeb, dat het menselijke leven
zou kunnen worden uitgestrekt tot 1900 jaren, indien een menselijk wezen van zijn
geboorte tot zijn dood werd bewaard in een hygiënische ijskast op een temperatuur
van 45,5" F.
Wij beginnen al oud te worden op het ogenblik, dat wij verwekt worden.
Precies als een thermostaat op een kooktoestel, beginnen controlerende mechanismen
hun werkzaamheid. De controle komt tot stand door de gecompliceerde kliersystemen
en een van de doeleinden der gerontologen bij hun Jongste onderzoekingen is, hun
studies van deze klieren in verband te brengen met de problemen van bet ouder worden.
Daar is bijvoorbeeld de zwezerik, waarvan de werkzaamheid na de jeugd afneemt. Hoewel
er heel wat werk aan is besteed, is men niet veel wijzer geworden. Maar het staat
vrijwel vast, dat deze klier een factor is bij de groei.
Het is, als het ware, een
rangeer locomotief, die ons heensleept over de bergkam van de groei-jaren en ons
gedurende de rest van ons leven de helling laat afrijden. Misschien, zo er een manier
was om de werkzaamheid van de zwezerik te doen voortduren, zou....
Maar dat is speculatie.
Toch hangt de lengte van ons leven ongetwijfeld samen met onze groeiperiode. De dieren
en planten met de langste levensduur - walvissen (500 jaren), schildpadden (300 jaren),
olifanten (100 jaren) en het Californische Brazielhout (3000 jaren) bijvoorbeeld
- zijn de reuzen van hun soorten. Misschien is de prijs voor een verlengde menselijke
levensduur,dat wij een ras van reuzen dienen te worden.
Het heeft geen enkele zin,
te hopen een langere levensduur te bereiken door zulke kunstgrepen als de klier-overplantingen
van Voronoff of het serum van Bogomolets. Dit zijn slechts tijdelijke stimulansen.
Het leven houdt het waarschijnlijk net zo lang uit als het zwakste orgaan en eens
zullen wij wellicht in staat zijn, afgeleefde organen te vervangen door nieuwe -
een nieuwe lever of schildklier of hart - van onze voorraad levende organen op de
basis van het werk van Carrel. Maar zover hebben wij het nog niet gebracht.
De te
verwachten levensduur van een kind, dat zestig jaar geleden werd geboren, was veertig
jaren. Thans is het drie-en- zestig. "Te verwachten" betekent in dit verband de gemiddelde
levensduur, welke een geslacht mág hopen te bereiken. Kindersterfte brengt dit gemiddelde
naar beneden, zodat wij, dank zij het in stand houden van leven door betere omstandigheden
en door vorderingen van de medische wetenschap, drie-en-twintig jaren hebben toegevoegd
aan de kansen van de baby, die heden ten dage wordt geboren.
Maar zelfs dit feit
kan een bezwaar worden, indien de oudere mensen geen nuttige bijdrage tot de samenleving
kunnen leveren en, in stijgende getale, een last worden voor de jongeren.
Het is
een ernstig probleem voor de toekomst van onze sociale verzekeringen.
Het vraagstuk
van het ouder worden is niet, hoe wij allen honderdjarigen kunnen worden, maar hoe
het ons mogelijk zal zijn, ook in onze ouderdom te genieten van een compleet leven
en een goede gezondheid.
De Universiteit van Christus antwoordt:
De mens zou zijn
stoffelijke levensduur inderdaad kunnen opvoeren, doch tal van wetten roepen hem
hierbij het halt toe.
Dat het kan, bewijst al, dat hij de normale, d.i. kosmisch
vastgestelde tijd niet bezit. Als alle verschijnselen in de Goddelijke Schepping
wordt ook de menselijke levensduur bepaald door vaste wetten, die rekening houden
met de ontwikkelingsfase waarin de mens verkeert. Bij zijn ontstaan uit God, biljoenen
eeuwen terug, bedroeg die leeftijd ongeveer zeven maanden.
Thans kan deze inderdaad
tot honderd en vijftig jaren opklimmen - voor zover de mens althans geëvolueerd is
tot het hoogste lichamelijke stadium: Het blanke en enkele gekleurde rassen. Ik zeg:
kan, want in de praktijk komt het hoogst zelden voor. De oorzaak hiervan is, dit
de mens zijn organisme heeft bezoedeld. Hierdoor komt het, dat dit niet voldoende
kracht en stevigheid heeft om zijn bezitter langer dan zeventig, tachtig of honderd
jaren te dienen. Die bezoedeling begon reeds in het oerwoud, miljoenen jaren terug.
Om dit te kunnen volgen, moet men aanvaarden, wat in de boeken van ons instrument
als het ontstaan en de ontwikkeling van Gods schepping werd beschreven. Daarin werd
geopenbaard, boe de mens zich uit een minuscule cel, het embryo, in een langdurig
proces zijn huidige lichaam bouwde. Niemand met een beetje inzicht in de door de
reeds door de stoffelijke wetenschap gewonnen wijsheid, zal toch nog vasthouden aan
de stellingen van de Bijbel, dat de mens als lichaam direct door God geschapen werd,
zoals de paragrafen over Adam en Eva willen aantonen. In de ganse natuur kan men
waarnemen, dat het leven zich volgens trappen van geleidelijkheid van een lager naar
een hoger stadium ontwikkelt. Zo ook het menselijke organisme. Wanneer we ons bepalen
tot uw Aarde, dan nemen we daar zeven verschillende menselijke lichamen waar, door
uw geleerden rassoorten, door ons organische graden genoemd.
De mens, die zijn lichaam
zover heeft ontwikkeld, dat hij de planeet Aarde kan betreden om daar te evolueren,
bezit nog een ruw, donker gekleurd organisme. Zijn zielenleven is eender afgestemd,
zodat hij zichzelf voert naar de enige plaats, waar hij "thuis" is: het oerwoud.
Hier ontvangt hij het ene leven na het nadere, zolang tot hij een hogere lichamelijke
en geestelijke graad binnentreedt. Dit duurt tot de mens eindelijk de hoogste vorm
van lichamelijk leven in zijn bezit heeft, waarna Moeder Aarde hem niets meer te
bieden heeft, zodat hij naar de astrale en daarna naar de mentale gebieden overgaat
om verder te arbeiden aan lichaam en ziel. Wanneer de mens nu in zijn evolutieproces
de Goddelijke harmonie betracht had, zou hij, gevorderd tot de hoogste graad, in
één leven de honderd en vijftig jaar kunnen behalen.
De mens, niet één uitgezonderd,
verloor zich in disharmonie met alle gevolgen van dien. Dit begon, zoals gezegd,
reeds in het oerwoud. Gedreven door hartstocht paarde de hogere graad met de lagere,
waardoor de lichamen bezoedeld werden en de natuurlijke afstemming verloren ging.
Dit geschiedde al, wanneer bijvoorbeeld vier naar drie ging, maar nog erger werd
het, toen vier zich met een en zes zich met drie verbond.
Al deze graden leefden
zich volkomen uit, de kinderen zetten de afbraak voort en na duizenden eeuwen was
elke natuurlijke levensgraad voor het menselijk lichaam zo grondig bezoedeld en gesplitst,
dat er thans, niet één mens op Aarde is, die zeggen kan: Ik bleef onbesmet, ik beschermde
mijn oerafstemming en bezit het lichaam, dat God voor mijn graad van leven schiep!
Door het lichamelijk éénzijn van hoog met laag ontstond de ene ziekte na de andere.
De lichamen verzwakten er door, verloren",.hun natuurlijke weerstand en stierven
als gevolg daarvan vóór hun 'ruimtelijk bepaalde tijd.
Uw wetenschap kan dit alles
slechts bevestigen, want nog tot op de dag van heden ontmoet zij van het geslachtelijk
verkeer tussen blank, bruin, geel en zwart de droeve gevolgen, zowel lichamelijke
als geestelijke.
Geen mens, en ook God niet, kan deze ellendige verschijnselen met
één slag opheffen en nieuwe "natuurlijke lichamen" scheppen, want bij ons ontstaan
kregen wij de Schepping van onze Goddelijke Maker in handen.
Gods bevel aan ons luidt,
dat we Hem in alles zullen. vertegenwoordigen. De ziel als mens, die zich in welken
vorm dan ook uitleeft, doet dit niet en moet daarvan de gevolgen ondervinden, wil
hij leren en tot inzicht komen. Dit eist tijd en inspanning, maar de mogelijkheid
er toe bezitten we - uit hoofde van onze Goddelijke afstemming! Zoals uw geleerde
vaststelt, zijn er enkele mensen op Aarde, die hun levenstijd verruimd zien. Zij
zijn de uitzonderingen, die de regel bevestigen. Het is alleen mogelijk, doordat
zij voor dit leven over een gezond lichaam beschikken en vrij zijn van karma.
Nog
dit: Ik kan slechts hopen, dat gij als geleerde kunt aanvaarden, dat het menselijk
leven na de lichamelijke dood verder gaat. Er wachten hem andere, hogere werelden.
Niemand zal toch willen beweren, dat een mens van de Aarde, hoe edel ook, reeds in
God zijn afstamming vindt en Hem in zijn lichaam, zijn gevoel en zijn daden vertegenwoordigt.
Tot die universele staat heeft hij zich nog bij lange na niet ontwikkeld. De boeken
van mij n Meester Alcar en het mijne over "De Volkeren der Aarde" tonen u op gedegen
ziel als mens na de Aarde nog vooraleer zij haar "Al", haar betreden.
Wanneer wij
de Aarde de derde kosmische levensgraad noemen, wacht ons dus hierna de vierde. Daar
is de mens absoluut vrij van karma of ziekte. Om hem te kunnen binnengaan, zijn eeuwen
van voorbereiding, zelfontleding en scholing nodig. Hier wordt de kosmische levensduur
door niets aangetast en bereikt de mens de vastgestelde tijd. In het eerste stadium
is deze volgens uw aardse rekening twee honderd en vijftig jaren. Maar daar ook hier
alles evolutie is, klimt het aantal jaren naar verhouding. Op de zesde kosmische
levensgraad meet één leven reeds miljoenen jaren - en gij kunt dit aanvaarden - als
ge weet, dat de ziel als mens dan voor het Goddelijke Al staat en eeuwig en tijdloos
wordt.
Om u een volkomen beeld te geven, dien ik uitvoerig bij elke wet stil te staan.
Dit geschiedt in de boeken over "De Kosmologie van uw Leven", die gij straks van
ons instrument ontvangen zult. Uit het weinige, dat ik u gaf, kunt ge u echter althans
een beeld vormen.
God is een Vader van Liefde en Hij was nooit anders. Niet Hij schiep
de menselijke chaos, daarvoor zijn wij als mensen tezamen verantwoordelijk. Ons geweld,
onze hartstocht schiepen ziekte en ellende en verkleinden de ons toegemeten levenstijd.
Uw serums hebben derhalve geen waarde. Dat zouden wij en uw geleerden wel willen,
maar het is niet mogelijk. Gij vertrapte uw universele eenheid en gij ontvangt deze
met alle rechten daaraan verbonden eerst terug, wanneer gij uw leven doet bepalen
door de harmonie, die God u voorschreef!
Meester Zelanus.
ZO GAAT HET GOED!
Met graagte en bewondering lees ik de artikelen.
Veroorloof
mij, alvorens ik tot mijn eigenlijke vraag aan Meester Zelanus overga. een korte
inleiding. Ik ben reeds jaren een volgeling van Jozef Rulof en bezit al zijn boeken.
Ik weet niet of hij zich mij nog herinnert, want het is nu al heel wat jaren geleden,
dat ik bij hem kwam met de volgende vraag: Ik wil psychiater worden een verlangen
dat nog groter werd na het lezen van uw boek "Zielsziekten van Gene Zijde Bezien".
Denkt u dat ik hiervoor geschikt ben?
Hij stelde zich OP zijn Meester Alcar in en
zei me toen: Behaal uw titel. Dóe het! U bent er geschikt voor. Ga zo door en lees
alles wat Gene Zijde u schenkt. dan kunt ge later stellig veel voor de zielszieken
doen.
Ik begon ijverig en met de vaste wil om te slagen. Al dadelijk voelde ik aan
dat ik mijn medestudenten door Jozef Rulof' s boeken sprongen voor was. Zij immers
wisten niets of bitter weinig van het astrale bestaan en zijn invloed op de stoffelijke
mens. Velen spoorde ik aan om eveneens kennis te nemen van die boeken, maar de meesten
haalden hun schouders op. Intussen is er iets veranderd en ik kan u zeggen. dat men
Jozef Rulof in onze kringen volgt! Wat jaren geleden nog waanzin genoemd werd geklets
van
spiritisten, krijgt nu meer en meer betekenis. Er zijn er onder de hoogleraren.
die zijn boeken lazen of er althans kennis van namen. Toch buigen zij hun hoofden
nog niet, zij kunnen het niet, want met Jozef Rulof en diens Meesters te aanvaarden.
bekennen zij hun eigen onmacht. Dus schelden zij hem voor een kwakzalver. Het volgende
voorval ter illustratie: Een hoogleraar werd door een student de vraag gesteld "Wat
denkt u van Jozef Rulof's boek: "Zielsziekten" van Gene Zijde bezien"?!" Het antwoord
kwam kort en krachtig: "Kletskoek!"
Dank u vervolgde de student, maar ik ben zo
vrij het anders te zien. Ik heb hem van zeer nabij een diagnose horen stellen en
de genezing tot stand zien brengen. Wat moet de psychiater niet torsen en vragen
om tot het ziektebeeld te komen om dan nog vaak zijn onmacht te moeten accepteren.
En hij doet het in een flits en met absolute zekerheid. Dit kan men toch geen kletskoek
noemen. De geleerde werd nijdig en riep: "Wat doet u dan eigenlijk hier.
Volg uw
colleges dan liever bij een charlatan! Maar toch kreeg de student hulp van een ander.
Deze zei: Ik lag op sterven en de doctoren. waaronder een specialist. konden de kwaal
niet vinden. Toen werd Jozef Rulof er bij gehaald.
Na één blik tekende hij op een
papiertje de oorzaak van de ziekte en zijn diagnose moest toen door de artsen als
juist aanvaard worden. Waarom is nu het een raak en het ander kletskoek - het komt
toch alles uit één bron?!" De professor verbood er langer over te spreken...
Dit
alles gebeurde jaren geleden, maar nog ontmoet ik collega's, die het niet zijn vergeten
en zich intussen de boeken aanschaften. Als ik alleen voor mij zelf spreek, kan ik
u zeggen, dat ik door de hulp van Gene Zijde bij mijn zieken al veel tot stand mocht
brengen. Ik dank Jozef Rulof daarom uit de grond van mijn hart, dat hij mij eens
de inspiratie schonk mijn studie te beginnen. Zo gaat het anderen.
Weest er van overtuigd,
dat vele geleerden zich op "Evolutie" zullen abonneren, omdat ook zij gaan begrijpen,
dat er een nieuwe eeuw, en wel de "Eeuw van Christus", op komst is.
Zij en ik hebben
heilige eerbied voor Jozef Rulof's streven om de mensheid een hoger bewustzijn te
brengen. Zijn leer is ontzagwekkend! De Meesters, die door hem schrijven en spreken,
vertegenwoordigen een Universiteit, die niet van deze wereld is, ik weet, dat zij
nimmer het antwoord zullen schuldig blijven op welk probleem dan ook. Dat is het
wat mij zo blij maakt, want wij, die het aardse weten vertegenwoordigen, zijn nog
zo machteloos! We zullen alleen door wonderen daarvan verlost kunnen worden. Ik zeg
u en als psychiater kan en mag ik dit: Jozef Rulof brengt dit wonder. Door zijn
Meesters, die het stoffelijke oog verloren, maar een hemelse, alziende blik er voor
terugkregen. Zij zien in het diepste onderbewustzijn en wéten, terwijl wij dit innerlijk
van de buitenkant af moeten benaderen om dan al combinerend het ziektebeeld op te
bouwen. Daarom zijn er met mij, die Jozef Rulof zouden willen smeken, licht ons voor,
houd lezingen voor ons, geef ons college. Ik ijver hiervoor, maar wordt er fel en
vaak minderwaardig om aangevallen. Ik werk echter in stilte voort en vraag u daarom
ook mijn naam nog niet te noemen. Het zal mij echter eens lukken de aardse universiteit
voor Jozef Rulof en zijn Meesters te openen, opdat de geleerden zich dan zelf van
zijn weten kunnen overtuigen!
En nu mijn vraag aan Meester Zelanus:
Wat u neerschreef
in uw artikel over het moederschap en de misgeboorten, geldt dat niet ook voor alle
krankzinnigen? Zijn zij niet alle disharmonisch ingesteld. Ligt de oorzaak niet altijd
in hun gedragingen in vorige levens? Dit zou dan onze machteloosheid verklaren, want
hoe moeten wij daarin zien? Toch betekent de krankzinnigheid leerschool voor de ziel,
is dit zo, Meester Zelanus?
Waarde vriend, wij weten wie gij zijt en wat gij op Aarde
nog bereiken zult. Gij las het boek: "Door de Grebbelinie naar het Eeuwige Leven?
Weet dan, dat gij de Theo daarin één leven voor zijt. Ook hij keert terug naar de
Aarde om uw faculteit tot geestelijke bewustwording te brengen. Gij voelt dat goed
aan, uw krankzinnigen zijn bezig zich te herstellen.
Ik kom hier te zijner tijd nog
uitvoerig op terug. Denk voort in deze richting en ge zult nog beter begrijpen, dat
de "Eeuw van Christus" de Universiteit zal worden voor alle faculteiten der Aarde.
Wij zijn wachtende op onze tijd. We zijn geheel gereed om in uw hogescholen college
te geven. Wij wéten - door Hem, die onze Mentor is en u en ons voorging naar Golgotha.
Gaarne geven wij u onze hulp. Stuur uw vragen en problemen in en wij zullen u antwoorden.
Nog dit. Ik weet, dat ge een boek wilt schrijven. Wacht daar nog mee. Pas later zijt
ge hiertoe in staat. Nu zet ge goed uw ogen open, ge denkt en voelt aan: onze helpers
beïnvloeden uw leven. Ge krijgt het teken van ons, zoals wij ook door u uw zieken
helpen. "De Universiteit van Christus" staat achter u, ge zult de macht hiervan telkens
meer voelen!
Meester Zelanus.
DE
MEESTERS ZEGGEN.
En nu begint de taak, ook voor u, in uw maatschappij. Ik zal u bewijzen
dat ge geen instrument behoeft te zijn. Als ge tot de mens gaat spreken, dan doet
ge net zoveel als wij, hier op de bühne! Als ge de boeken aanvaardt voor waarheid,
ze pertinent in u opneemt en er geen 'maars' meer zijn, dan kunnen er geen fouten
ontstaan en legt ge fundamenten.
Het moet mogelijk zijn, door de boeken in u op te
nemen - dat is de studie voor u om u gereed te maken - hier de lezingen voort te
zetten.
Aldus sprak Meester Zelanus op een zondagmorgen in het jaar 1951 in Diligentia
in Den Haag.
Hij vervolgde: Maar dan moet ge beginnen met: Bent u WAAR en WAARACHTIG?
Dan kan de geest u bezielen en kan, wanneer u over 'Een Blik in het Hiernamaals'
spreekt, de geestelijke en astrale wereld u opnemen om de blijdschap van de bewuste
mens door te geven aan de mens die voor u zit. Dat kan allemaal!
Maar bent u nog
opstandig in alles, geestelijk in uw voelen en denken gereed om de mens tot Pilatus
te voeren, om de rechtspraak van de Aarde te vertegenwoordigen, dan bent u niet in
staat te evolueren, geestelijk te ontwaken, want dan voert de onrechtvaardigheid
van uw maatschappij u tot het dode punt.
Is dat niet zo? Wat doet u nu...?
U gaat
met mensen om. Bent u lief en hartelijk voor de mens?
Als de mensen over u zeggen:
'Dat is een pracht kerel!',dan is dat de eer voor uw geestelijk bezit voor uw geestelijke
persoonlijkheid. U moet proberen, als taak -- reeds in uw maatschappij -- uw uitstralingen
op anderen te doen overgaan, wat niet wordt begrepen, zodat de mens waarmee u te
maken heeft kan zeggen: 'Zijn woord is wet:"
'Nu begint u als een machtige machine
voor het goede te denken' ,zei de
Meester tegen André.
'U bent op tijd, niet prikkelbaar,
noch overheersend. U slaat en trapt niet en wanneer er een gesprek met een ander
komt, dan luistert ge, u blijft bij dat éne probleem en hebt geen 'maars': Want ik
moet uw 'maars' niet...:
Ik heb te verklaren dat God niet verdoemt: Er is alleen
LIEFDE:
En nu komt ge niet tot de 'maars' van uw maatschappij, want die hebben geen
betekenis:
Mijn woord is WET! Mijn woord is wet, elke gedachte is een wet:
Natuurlijk,
ge hebt moeilijkheden met uw kinderen.....
Hebt ge niet voldoende eten en drinken?
Dan zegt de wet van Gene Zijde: 'Deed ge uw best, hebt ge alles van uw Liefde hiervoor
ingezet, zodat uw heer en meester daar kan zeggen: 'Die man werkte zich dood, hij
verdiende zijn loon, er is op dat leven niets te zeggen: Dat is reeds geestelijke
rechtvaardigheid, dat is geestelijk WILLEN.
Laat ge uw eigen huis vervuilen om het
bij een ander op te bouwen? Zijt ge rondom in harmonie met uw 'ik', die het mogelijk
maakt zich een plaats in deze maatschappij te verzekeren? Wij hebben het niet meer
over leugen en bedrog. Wij hebben het over bezieling, over het eigen willen, het
bewuste doordenken, het niets op een anders schouder leggen: U doet alles zelf, zelf
en zelf: U staat niet open om iedere dag maar weer te ontvangen, maar ploetert en
maakt desnoods uw lichaam kapot om tot uitdijing te komen. U bent bezielende werking
en uitstraling. U moet zijn, zoals Jeus zei: Een werkende ezel, die dag en nacht
denkt, eerst voor het huisgezin, zodat de mens u leert begrijpen en kan zeggen: Kijk
die eens:
Maar altijd weer denken, denken en denken. Het eerst voor eten en drinken.
Natuurlijk, hebt uw pret, geluk en behaaglijkheid - is het niet zo? - maar ga niet
hoger dan ge aan gevoel bezit:
Ook Andrê kreeg altijd weer aardse, stoffelijke lessen
en toen begon Meester Alcar aan de geestelijke ontwaking, de reizen naar het Hiernamaals.
Eerst naar de demonen en Meester Alcar zei: ' Wordt niet boos, of ze hebben u; ze
breken u en zuigen u leeg. Wordt niet kwaad, maar bezie de ellende; ge kunt niets
doen, ik moet u alleen de wetten verklaren '.
Hand in hand, Meester en adept, gingen
wij door de duisternis, van hel tot hel en zagen de ellende. Als men dat allemaal
heeft gezien, de werkelijkheid heeft moeten beleven en dan naar de Aarde terugkomt,
dan weet ge dat één verkeerde karaktertrek of bezoedeling van de mens, hem doet afstemmen
op rotheid, op geestelijke stank en dan knaagt het van pijn in een mens, zodat ge
het zou willen uitschreeuwen: ' Vermoordt mij dan maar ,neemt mijn bloed, mijn licht,
mijn ogen, ja, mijn hele 'zijn', indien ik maar iets in u tot ontwaking kan brengen!'
Ja, zeker, eindelijk gaat ge voelen wat de Christus bedoelde toen Hij de machteloosheid
voor Zich en Zijn Godheid had te aanvaarden als Hij de mens zag, deze hoorde praten,
voelen en denken.
Nooit komt er in de mens een gevoelt je vrij voor een ander leven,
altijd maar voor zichzelf. Ik zeg, zelf, zelf, zichzelf het eerst! Dan gingen wij
de mogelijkheden zien, die er waren, die de persoonlijkheid, de mens kraakten en
dan was er een pardon. Maar eerst zelf proberen tot uitdijing te komen, te handelen
en te denken ten opzichte van de innerlijke persoonlijkheid, voor Gene Zijde.
En
daarna gingen wij die uitstraling ,dat weten verspreiden en aan de mens doorgeven.
En nu, ge ziet het, nu staan wij voor de Eerste Sfeer en gij die daarin hebt geleerd
- ge hebt de boeken gelezen - nu staan we voor elkaar en moeten wij zeggen:' Zijn
al uw woorden en uw gevoelens geestelijk ontwaakt? Is waarlijk alles in u in harmonie
met de Ruimte?'
Wat is ruimte?
Dat is uw sfeer, uw innerlijk, uw denken, uw voelen.
Dat is nu niet meer de macrokosmos, maar dat is de plaats waar ge leeft. Ziet u?
Dorst ge, leest ge de boeken en tracht ge iets van 'Frederik' in u op te nemen, wilt
ge de 'René' in u tot de bezieling voeren, dan kunt ge alleen maar LIEFDE voor de
mens zijn, want Frederik gaf u het voorbeeld.
De mensen die zeggen: Wat heb ik met
die boeken te maken, de nonsens die deze man daar schrijft zeggen me niets. Tegen
die mensen valt niet te spreken. Dat behoeven echter geen demonen te zijn, maar dat
zijn de onbewusten en koudbloedigen van geest. Die mensen dorsten niet en breken
het dorstige in de mens zelfs af. U moet zich nu beraden, zoals het kind in de natuur
beleeft. Bekijk moeder Aarde, God zorgde voor alles, de Aarde bevat groei en bloei.
Hebt ge dat lief?
'Vrouw wat zou je ervan denken ?'
Altijd weer de gedachte - niet
naar de maatschappij - een kleinigheid voor de geestelijke ontwaking geven, zodat
uw leven altijd weer rechtsaf, naar de geestelijke sfeer gaat, ziet u. Tracht uzelf
één te maken met het leven waarmee ge te maken hebt. En wil dat leven niet, probeer
ALLES, ga er duizend maal overheen, probeer telkens weer die ziel op te trekken,
uw gevoelens - indien u pertinent weet dat ze goed zijn - aan die persoonlijkheid
te geven, zodat dat leven tot uitdijing, tot geestelijke ontwaking, tot het neerzitten,
het luisteren en het praten komt. Beleef eens een geestelijke stilte in een mens.
Nu
leeft de mens naast elkaar en kent zichzelf en de ander niet.
Is het niet waar,
dat ge 30 of 40 jaar naast elkaar leeft en elkaar nog niet kent? Dat gebeurt ook!
Dat ligt in de sferen in slechts vijf seconden volkomen open. Dagelijks gaat u met
moeder of vader, met broeders en zusters en vrienden om en kent de mens niet.
Ziet
u, dit is geestelijke ontwaking; hoe kom ik tot het ijlere, betere, hogere harmonische
denken voor de mens en voor mijzelf en voor u? Dijt uit, dijt uit. U behoeft elkaar
niet door geld en bezit te dragen, ge moet elkaar dragen en vertegenwoordigen door
uw voelen en denken, uw geestelijk éénzijn.
Dat wil niet zeggen dat u dag en nacht
in de boeken van de Meesters moet lezen, maar dat betekent: Het dorsten naar de karaktertrekken
die u tot de uitdijing voeren, het luisteren en voelen, het welwillend openstaan
voor de nieuwe,volgende gedachte, dit leven ijler te maken! IS DAT NU ZO MOEILIJK?
Tot zover:
Meester Zelanus.
DE
MEESTERS ZEGGEN.
Wie begrijpt Christus?
Wánneer u de Tempel voor de Moeder betreedt
; wanneer u de Tempels ondergaat voor de Kunsten en de Wetenschappen en die van de
medici, ja dan eerst begint gij ,dankbaar te zijn!
U begint dié RUIMTE in u op te
nemen en tegen God te zeggen: ,, Ja, in mij móet dankbaarheid ontwaken, want die
dankbaarheid, het gevoel ,het welwillende gevoel dat ik gelukkig ben, brengt mij
naar de nieuwe bezieling." Het is de éérste stap, het éérste fundament om de Liefde
te beleven, de Liefde te ondergaan! Want het gevoel om te kunnen stuwen, te bezielen
en te inspirerén, de mens iets te kunnen schenken, dat maakt uw geluk uit wanneer
u daar ligt neergeknield op de trappen van de Tempel van de Moeder!
Dit majestueuze
gebouw vindt u in elke sfeer! Het is een machtige éénheid! En in dat gebouw beziet
en beleeft u de Moeder; God als, Moeder!
Hier, voor de eerste sfeer, dan voor de
tweede, de derde, de vierde en dan maakt u zich gereed voor de vierde Kosmische graad
Alles van de Aarde is nu weg. Ziet u die mannen en vrouwen, die persoonlijkheden
daar neerliggen, dan heeft uw geleerdheid niets meer te betekenen!
Wanneer u dit
goed voelt, dan kunt u het ook aanvaarden dat alles wat de Aarde bezit niets meer
heeft te betekenen, indien u uw persoonlijkheid daarin heeft verloren, als u afdalend
de Goddelijke stelsels onderging!
Dat wil zeggen: Hoe hebt gij uw daad verricht?
Had ge waarlijk de moeder lief? Was die moeder ,,liefde"? Was zij een openbaring?
Had zij het verlangen om liefde te geven; de rechtvaardigheid te ondergaan, wat wil
zij?
Heeft zij waarlijk het ruimtelijk voelen en denken, opdat het leven achter de
kist bewustzijn bezit?
Dat hebt u allemaal in handen, dat leeft er in u!
Neer te
liggen aan de voeten van de Meesters , dat is geen kunst!
Wanneer het welwillende
Bewuste Wezen over uw persoonlijkheid waakt , is geen kunst!
Maar, neer te liggen
in eenzaamheid betekent alles, want u krijgt niets cadeau, elke stap moet u zich
eigen maken.
U moet denken, leren denken! Wat wil welwillendheid zijn?
En dan komen
wij tot die machtige Scheppingen..., die Openbaringen, die God door Zijn Ruimtelijke
Persoonlijkheid aan het menselijke kind van de Aarde gaf en nu gaan wij Hem zien..,
leren wij Hem voelen, we gaan Hem nu kennen!
Dan valt de Stilte in u, dan is er niets
meer te zeggen; we willen alleen beleven!
Dan liggen wij neergeknield aan de voeten
van de Moeder!
Neen, niet de gestalte...,maar; de geboorte..,hoe kreeg zij haar leven!
Hoé bracht zij zichzelf tot de stoffelijke openbaring?
Het is het contact zijn
met de ruimte, nu staan, we niet alleen, u komt niet alleen, tot het Moederlijke
hart, maar staat nu voor vader en moederschap...; het contact met een planeet en
de ruimte!
Want u gaat weer terug tot de geboorte, tot psychopathie; tot de krankzinnigheid,
indien u nog lagere eigenschappen als verlangens beleeft en laat uitdijen. ,,Moeder
zijn'' betekent voor de ruimte; het contact beleven met een WET, die geboorte IS!
Het is baringsproces! Het is scheppend vermogen..; bezieling...; stuwing én inspiratie.
Het is WETEN. ALLES is WETEN!
Maanden...,neen jaren, liggen de mensen daar neergeknield
om te denken. Wanneer komt u tot die heilige, geestelijke, maatschappelijke, stoffelijke
meditatie? Elk ding van het leven kan u die éénheid geven! Een bloem kan u vertellen
waar zij is geboren...en hoe zij haar kleuren kreeg. Men vraagt ons: Hoe moet ik
beginnen te denken?
Wanneer dat kind daar neerligt en de Meester waakt en, zijn gedachten
toezendt aan zijn adept, dan voelt dit leven zich omstraald. Er komt een heilig verlangen
in dit leven. Het is een zachte aanraking. Het is als het gesprek dat de Moeder beleeft
met haar kind op de vierde kosmische graad en zoals dit ook reeds meermalen op Aarde
gebeurt. Wanneer deze heilige eenheid tot ontwaking komt, beleeft u iets van de Goddelijke
telepathie, neen; u beleeft het heilig éénzijn voor groei; bloei; ontwaking....
Voor
de welwillendheid van een ziel; voor een persoonlijkheid die spreekt; voor het universele
beeld van een broeder die tot bewustzijn komt! Dat wil zeggen; uw verleden gaat spreken!
U kunt nu vader en moederschap aanvaarden! U bent niet meer vreemd in deze maatschappij,
want elk leven behoort u toe!
Ik heb eens gezegd; er zijn vaders en moeders onder
u die u van u wegzendt.
Ik heb u ook duidelijk gemaakt dat u niet alles van uzelf
moet weggeven, omdat dit de bedoeling niet is. Elk mens moet zich een maatschappelijk
bewustzijn opbouwen. U hebt voor uzelf te zorgen!
De mens die dit nog niet kan, dat
is een psychopaat; dat is de ziekelijke krankzinnigheid; de ziekelijke persoonlijkheid,
die aanvaarden moet dat een ander, de welbewuste, zijn leven helpend en dragend wil
verzekeren.
Maar, de bewuste mens, die aanvoelt waarom het gaat, die legt door elke
gedachte het universele beeld in de handen van de Messias! Want Hij -- zoals ook
de bijbel het u zegt; het door het Evangelie tot u werd gebracht -- vangt uw gedachte
altijd op! Zo komt de natuurlijke eenheid tot stand.
Het is niet zo eenvoudig om
u los te maken van de maatschappij waarin u leeft, maar toch is dat mogelijk, wanneer
de heilige bezieling in u komt.
U spreekt van dankbaarheid! Maar wat is de waarlijke
dankbaarheid?
Dat heeft met ALLES contact!
Wanneer u DIE fundamenten hebt gelegd,
dan BENT u voor honderd procent Moeder en Vader; want DAAR gaat het om!
Het is het
éénzijn met een Goddelijke wet.
Nu is elke gedacht een deel van Zijn Schepping! De
waarachtigheid van de Macrokosmos die voor de mensen niet te dragen is, geeft toch
dit beeld, dat ook in uw hart aanwezig is, want het is het directe gevoel; het is uw
directe gedachte! Nu krijgt elke gedachte weer een Macrokosmische éénheid te ondergaan
en die voedt u, die brengt u tot stuwing en ontwaking.
Maar u moet die daad beleven
en vasthouden; u moet niets meer willen verliezen; u moet d ie stuwing vervolmaken!
Er zijn er nog zoveel, hier op deze wereld, die zeggen; Ik wil dit en ik wil dat.
Maar waar ligt het eerste fundament?
Wanneer u de sferen betreedt dan kunt u waarlijk
zeggen; ik wil dit en ik wil dat. Maar waar ligt het eerste fundament?
Wanneer u
de sferen betreedt dan kunt u waarlijk zeggen; ik heb alles verdient! Er zijn waarlijk
mensén die nog aan hun geestelijke studie, aan hun welsprekendheid moeten beginnen.
Wat wilt u aanstonds doen? Daar een taak aanvaarden voor Christus, voor Goden de
Ruimte? Het betekent neerzitten en luisteren! Maar dan ook op honderd procent neerzitten
en uzelf kunnen overgeven, dat is een machtige studie! Daarvoor zijn er honderden
en duizenden gesneuveld in het oude Egypte!
Hierdoor kregen de tempels van Ra, Ré
en Isis hun persoonlijkheid in handén. Zij gingen dóór de krankzinnigheid en de dood,
maar ze keerden terug!
Langzaamaan, komt dat gevoél omhoog ,langzaamaan begint u
te beseffen dat u méér bent als mens. Dat kan de bijbel u echter niet geven en dat
is ook niet te leren. Dat hebt u door de dingen in de maatschappij, steen voor steen,
op te bouwen. Een Tempel trekt u op, waarin u aanstonds leeft en eerst dan spreekt
het leven achter de kist tot uw persoonlijkheid!
Waar moeten wij het over hebben?
U regelrecht te verbinden met de planetenstelsels - u door de boeken ,,Het Ontstaan
van het Heelal geschonken - is geen kunst. Maar, de geestelijke wetten zo te ontleden
dat u er in de maatscháppij iets aan hebt, zegt meer; omdat u aanstonds toch voor
deze waarheid komt te staan! En nu heet het; hoe moet ik mij buigen? Honderd procent,
dag en nacht.. .WILLEN beleven! WILLEN bezielen! WILLEN stuwen! DAT is het! Een gedachte
afmaken! Altijd zorgen dat de waarheid, de werkelijkheid het openbaren en het overgeven
naar voren treedt!
Nu komt u achter de kist en altijd weer is dan het eerste woord:
,,Waar ben ik?" ,,Waar leef ik?"
Nu moet u dat menselijke gelaat eens bekijken.
Waarom
hebt u hier zo'n drukte? Waarom voelt u zich hier op Aarde zo geweldig? ,,Aanstonds''
hebt u niets meer te vertellen. Wat bent u, als u minister bent of een groot kunstenaar?
Wat is het wat de wereld u schenkt en waardoor u door die wereld wordt aanvaard?
Ga maar eens na wat u doet, wat er al zo op de wereld te koop is, dan krijgt u een
beeld. U bent aanstonds, achter de kist, alléén maar een gedachte een gevoel! Maar,
dat ,,gevoel" heeft Goddelijk ontzag! Dat ,,gevoel" stemt u af op de welsprekendheid
van de Ruimte!
Waar het mij om gaat, door al deze lezingen over wat u in de Sferen
van Licht, maar ook in de duisternis, kunt beleven en zult ondergaan, is: De mens
wakker te schudden, de mens tot openbaring te brengen voor zijn eigen ,,gevoel",
voor zijn eigen gedachten, zodat hij altijd kan zorgen in harmonie te zijn met alles!
Begin er eens aan! Het is toch eenvoudig. Als u dit kunt leren, als u er aan begint
om ernstig te denken dan stoort u zich niet aan de maatschappij, dan stoort u zich
niet aan de mens die afbreekt, want immers HIJ is de vernietiger niet U.
Sla nu maar
eens niets over, doe nu maar eens eventjes mee aan die afbraak, aan het geroddel,
aan de bezoedeling en mismaking van een mens, waarnaast u leeft, nu wij weten dat
gij staat tegenover een Goddelijke Cel, tegenover een Goddelijke Kern! Hóé kunt u
een Goddelijke Kern zo mismaken? Zó vernietigen? Waarom breekt u zo'n Kern af, als
dat kind nog niet bewust, is?
U slaat niet meer met zwaarden, u schiet niet meer,
wanneer u Golgotha WAARLIJK beleeft! Door elke verkeerde gedachte, GELOOFT HET TOCH,
AANVAARDT HET TOCH, slaat ge opnieuw de doornenkroon in het hoofd van de Messias!
Door elke grauw en snauw 1aat u zijn bloed vloeien! En dat moeten wij kwijt. U moet
niemand meer iets aan willen doen! U moet angstig worden voor UZELF.
Waarom zegt dan
de mens die de hartelijkheid bezit; kijk eens...wat een heerlijk gevoel? Wanneer
begint u te bouwen aan Universele, Geestelijke rust? Boeken lezen.. is geen kunst.
Maskers en Mensen te beleven en niet te ondergaan en dan half te bezwijken, dat is
geen kunst... .NEEN. STAANDE te blijven in de maatschappij, ALLES te aanvaarden,
ziekten, melaatsheid, ALLES! Ook al vernietigt men u...U BENT NIET TE VERNIETIGEN!!
! Want u bent LÉVEN en stralend bewust! U blijft dat.. .ALTIJD... De opgewektheid
van uw karakter trekt zonnestelsels aan. U BENT een Zonnestelsel! U bent levend Licht,
bezielende waarachtigheid, heilige rechtvaardigheid en dan is er van demonisme geen
sprake!
Wanneer u in de hellen, in die duisternis afdaalt, dan moet u die mensen
daar kunnen liefhebben. U moet die mensen in uw hart kunnen optrekken!
Wanneer voelt
u zich beledigd? God en Christus zijn nimmer beledigd! Geen Meester is er beledigd,
maar een Meester kan streng zijn, want hij laat u wachten!
Daar liggen ze...neergeknield
voor de Tempels Miljoenen mensen kunt u daar vinden...
DOM zijn ze JAZEKER...dom,
want ze verspelen hun tijd:
Slechts voor enkelen is deze Goddelijke begenadiging
waarachtig gefundamenteerd, omdat wij weten, dat zij de stilte...,het éénzijn met
de Moeder ondergaan.
Wat is hier op Aarde, hoe is hier op Aarde de moeder vergeleken
met het heilig ontzag van de mens ,,achter de kist"?
Wanneer dit moederlijke, scheppende,
barende gevoelsleven tot openbaring komt onder uw hart. Ja, mijn zusters en broeders...,dan
ligt ge neer en bent u als een klein kind :
Dan komt de professor en het koningskind
van de planeet Aarde tot ons en mogen wij deze kinderen, deze cellen van God, bewust
begeleiden...naar de eerste stap. Hoe hoger, zeggen wij - dat heb ik u duidelijk
gemaakt - u opstijgt op de maatschappelijke ladder, des te zwaarder, des te moeilijker
wordt uw leven. Hoeveel ballast brengt u mee? Het gaat er niet om dat u alles maar
weg moet smijten, maar...,wat vragen u de Goddelijke Wetten?
Wat vraagt u God en
Christus?
Het Licht uit de Ruimte dwingt u thans te buigen en nu komt het woord:
Wat hebt u met uw middelen gedaan? Hebt u gewerkt voor opbouw of afbraak? Diende
u alleen maar uzelf? Wanneer gij uzelf liefhebt en het dienen niet verder gaat dan
uw eigen vloertje, de drempel van uw huis..., dan bezit u ook in het leven ,,achter
de kist" maar een klein kringetje..., u bent niet meer dan dit, want alles kruipt
op u af. Elk woord is een fundament...NEEN...dat is een MUUR: Daar kan het andere
leven niet doorheen! U stuurt alles weg van uw leven..., want gij kent het leven
niet: Wilt u nu spreken van dankbaarheid? Is dat de opoffering voor uw bestaan? Er
zijn er reeds onder u, die zich doodwerken om de Tempel, de Universiteit van Christus
NU te willen optrekken , wij kennen deze kinderen. Maar wanneer dit er honderden
zijn...en allen beginnen om die waarachtigheid te betreden en uit te voeren, dan
geschieden er Goddelijke Wonderen: Maar dan loopt u geen maanden en maanden te zoeken
, dan doet u het NU...: Dan is uw voetstap verzekerd: U bent dan geen kind meer van
de maatschappij, maar u bent een kind..:, levenslustig en verruimd Goddelijk bewust:
Tot éénheid gekomen bent u , met Licht, Leven, Liefde en Rechtvaardigheid:
NU LEEFT
EN SPREEKT DE DANKBAARHEID "GODDELIJK" IN UW HART!
Meester Zelanus.