BESCHRIJVING VAN DE BOEKEN VAN JOZEF RULOF.
EEN BLIK IN HET HIERNAMAALS.
De trilogie 'Een Blik in het Hiernamaals' is de eerste boektitel van Jozef Rulof
en als zodanig een uitstekende kennismaking met zijn schrijvend mediumschap. De trilogie
is gebouwd rondom het basisbeginsel voor de verruiming van ons geestelijk bewustzijn:
'Er is leven na de dood'.
In het voorwoord van de eerste druk schreef Jozef Rulof:
'De uitgave van dit boek heeft tot doel de mensheid de overtuiging te schenken van
haar -- in hogere bestaansvorm -- voortleven na de lichamelijke dood.' Dus niet alleen
'leven na de dood' maar heel concreet bewust voortleven van de menselijke persoonlijkheid
als geest. De 'geest' is hierbij geen vaag concept of een bijproduct van de hersenen,
zoals de aardse wetenschap haar omschrijft. De geest treedt in deze boeken naar voren
als een menselijke persoonlijkheid, die zich bij het sterven losmaakt van het aardse
lichaam en als geest verder leeft. Die geest heeft ook een lichaam, een astraal of
geesteslichaam, dat er in beginsel net zo uitziet als het aardse lichaam omdat het
vorm is gegeven door dezelfde geestelijke persoonlijkheid. De aard en opbouw van
dit astrale lichaam wordt uitvoerig beschreven in deze boeken.
De trilogie maakt
duidelijk dat de geesten zich zowel in de 'hemelse sferen' bevinden als hier op aarde.
Zij zijn voor de meeste mensen niet zichtbaar, omdat zij geen fysiek lichaam meer
dragen. Jozef Rulof echter kon ze reeds als klein kind waarnemen en met hen praten.
Door zijn hoge mate van helderziendheid en helderhorendheid en zijn rein gevoelsleven
kon hij ontwikkeld worden tot een zuiver medium voor de geesten om zich op aarde
kenbaar te maken.
Jozef wordt in deze boeken 'André' genoemd. Het eerste deel van
deze trilogie beschrijft op welke wonderlijke wijze André de geest Alcar leert kennen.
In eerste instantie wil André niets weten van geesten of spiritisme, maar Alcar zoekt
zelf contact met André omdat Alcar aan de mensheid zijn wijsheid en liefde wil geven.
Het boek bevat honderden bewijzen die Alcar aan André geeft om aan te tonen dat de
geest werkelijk voortleeft na de lichamelijke dood. Alcar laat zien dat hij en zijn
'broeders en zusters' al hun menselijke gevoelens en vermogens behouden hebben. Om
dit ook voor andere mensen duidelijk te maken vraagt Alcar aan verschillende geesten
om opnieuw op aarde te schilderen door gebruik te maken van het lichaam van André.
André zelf bezit geen tekentalent, maar de geestelijke schilders scheppen machtige
kunstwerken die getuigen van hun hoge bekwaamheid.
André ontvangt deze schilderswerken
in een toestand van trance. Het schilderen wordt tevens gebruikt om deze trance te
verdiepen. Na jaren van ontwikkeling is André tijdens deze trance in staat om als
geest uit zijn lichaam te treden. Hierdoor kan hij met eigen geestelijke ogen controleren
wat Alcar hem verteld over de geestelijke werelden.
Alcar en André maken samen honderden
'astrale' reizen naar de sferen van licht en duisternis. Alcar neemt André mee naar
de hoogste 'hemelen', om aan de mensheid een algemeen overzicht te geven welk geluk
de mens te wachten staat na zijn aards sterven. André ziet in de 'kindersfeer' zelfs
zijn eigen doodgeboren kind terug, en kan hierdoor zijn vrouw steunen met de boodschap
dat het kind voortleeft in hemels geluk, opgevoed door geestelijke moeders. Alcar
laat André zien hoe de mens als geestelijke persoonlijkheid verder bouwt aan kunst
en wetenschap, om vervolgens die wetenschap op aarde te brengen. Vele geesten van
het licht zijn voortdurend bezig om de aardse wetenschapper en medicus te inspireren
om de vreselijke ziekten te genezen. Alcar voert André ook naar de zeven sferen van
duisternis, waar de duistere geesten hun astrale woonplaats hebben gevonden. André
wordt in deze donkere gebieden aangevallen door duistere entiteiten die hem willen
overheersen. Alcar redt hem uit hun klauwen, maar André heeft hierdoor geleerd hoe
'werkelijk' de astrale krachten zijn.
Tenslotte maken Alcar en André in de geest
ook vele reizen op aarde waar ze het leven van de mens bekijken vanuit hun astrale
onzichtbaarheid. André merkt tot zijn grote verbazing dat de aardse mens niet dikwijls
alleen is, maar meestal omgeven door geesten. De lichtgeesten helpen elke mens die
hiervoor open staat, terwijl de duistere geesten de aardse mens proberen te beïnvloeden
om hun duistere hartstochten te volgen. André kan duidelijk zien hoe de mens op aarde
zelf bepaalt welke geestelijke invloed hij aantrekt. Mensen die liefde geven aan
alles wat leeft worden geholpen door lichtende geesten om het geestelijk niveau van
de mensheid te verhogen. Mensen met duister innerlijke gevoelens trekken hun soortgenoten
uit de astrale gebieden aan, die eveneens elkaar versterken.
André ziet op zijn uittredingen
zaken, die nog door geen mensenogen zijn aanschouwd. Zo ziet hij wat er gebeurt met
de geest van een musicus die op aarde gecremeerd wordt. André is getuige van het
ondragelijke lijden dat deze geest doormaakt, wat André overtuigt van de verschrikkelijke
gevolgen van de geestelijke onwetendheid van de mensheid. Daarom stelt hij vanaf
dat moment zijn leven en lichaam beschikbaar aan Alcar om de geestelijke wetenschap
op aarde te brengen.
Deze boeken geven geestelijke 'kennis van zaken' om beslissingen
over leven en dood te kunnen nemen. De trilogie bevat meer informatie over het leven
na de dood dan elk ander boek dat op de markt is. 'Een Blik in het Hiernamaals' verbindt
ons aardse bestaan met het leven na de dood en toont hoe we geestelijk kunnen evolueren
door het geven van liefde.
ZIJ DIE TERUGKEERDEN
UIT DE DOOD.
De tweede titel van Jozef Rulof, 'Zij die terugkeerden uit de dood' is eveneens een
uitstekende kennismaking met zijn reeks boeken.
Jozef werkte geruime tijd als genezend
medium. Onder leiding van zijn geestelijke leider Alcar genas hij vele mensen. Andere
mensen die bijna aan het eind van hun aardse leven waren, kon hij door zijn genezende
uitstraling helpen in hun laatste dagen op aarde. Dikwijls kon hij door zijn helderziendheid
contact houden met deze mensen tijdens en ook na hun sterven op aarde. In het boek
'Zij die terugkeerden uit de dood' lezen we hoe drie van zijn patiënten na hun dood
terugkeren naar Jozef om hem en de mensheid te vertellen over hun ervaringen.
De eerste patiënt heeft tijdens zijn leven een onvoorwaardelijke liefde gegeven aan
alle mensen die zich tot hem richtten. Zijn sterven verloopt heel rustig en ingetogen,
omdat hij als geestelijke persoonlijkheid zich tijdens zijn leven al heeft losgemaakt
van aardse gevoelens. We kunnen lezen op welke wijze zijn geest zich tijdens het
sterven losmaakt van zijn aardse lichaam, en hoe hij 'gehaald' wordt door zijn overleden
zoon. Een liefde die over de dood heen zielen met elkaar verbindt.
In het tweede deel
vertelt Jeanne hoe zij tijdens haar sterven veel last heeft van de droefheid van
haar zuster die voor haar zorgt. Haar zuster wil Jeanne voor het aardse leven behouden,
en Jeanne ervaart dit als 'weerstand' die het moeilijk maakt voor haar om van het
aardse bestaan afscheid te nemen.
Het derde deel draagt als ondertitel: De terugkeer
van iemand die spotte met hetgeen hij niet begreep. Die 'iemand' is Gerhard, een
kennis van Jozef Rulof. Gerhard spot met het idee dat er een geestelijke wereld zou
bestaan. Zijn motto luidt: 'dood is dood' en 'de doden moet je laten rusten'. Jozef
kan hem niet overtuigen dat de 'doden' zelf tot hem zijn gekomen om de mensheid van
hun hemels leven te overtuigen. Gerhard sluit zich volkomen af voor deze geestelijke
wetenschap.
Na zijn dood komt Gerhard terecht in een astrale sfeer die door zijn afgeslotenheid
vorm heeft gekregen. Hij vindt zichzelf opgesloten in een soort van astrale 'bunker'
waar hij niet uit kan totdat hij zich innerlijk opent voor de geestelijke waarheid
van een voortleven na de dood. Hij moet tot zijn wanhoop ervaren dat de astrale sfeer
een perfecte spiegel betekent van zijn innerlijke gevoelens.
Na zijn 'terugkeer uit
de dood' vertelt hij aan Jozef over zijn verschrikkelijke strijd 'op leven en dood'
om zijn ongeloof, zijn spot en zijn afgeslotenheid af te leggen. Hij schreeuwt de
lezer toe om al tijdens het aardse leven aan het geestelijke voelen en denken te
beginnen, om niet in eenzelfde ellende te verzeilen. Door het beschrijven van zijn
strijd geeft hij ons een diep inzicht hoe we onze lagere karaktereigenschappen kunnen
afleggen en ons kunnen openen voor het 'licht' van onze eigen geestelijke evolutie.
'Zij die terugkeerden uit de dood' gaat verder waar de ' bijna-doodervaringen' eindigen.
Het boek biedt het vervolg op de ervaringen van miljoenen mensen over de hele wereld
die reeds een glimp van een geestelijk voortbestaan mochten ervaren.
DE
KRINGLOOP DER ZIEL.
De eerste twee titels van Jozef Rulof, 'Een Blik in het hiernamaals' en 'Zij die
terugkeerden uit de dood' presenteren het eerste beginsel voor de verruiming van
ons geestelijk voelen en denken: er is leven na de dood. In 'De Kringloop der Ziel'
maken we kennis met het tweede fundament: de reïncarnatie of wedergeboorte.
Jozef
Rulof ontving deze machtige roman in drie delen van de geest Lantos. In het eerste
deel vertelt Lantos over zijn laatste leven op aarde, dat zich afspeelde in Frankrijk
tijdens de middeleeuwen. Als jongetje reeds treedt het 'aangeboren' gevoel voor kunst
naar voren. Hij wordt een gevierd beeldhouwer, maar is niet gelukkig omdat hij niet
kan samenleven met zijn jeugdvriendinnetje Marianne. Wanneer hij Marianne in moeilijke
omstandigheden terugziet, pleegt hij een zware misdaad. Hierdoor belandt hij in de
kerker. Door uitputting van zijn lichaam wordt hij in de gevangenis steeds gevoeliger
voor de onzichtbare wereld. De duistere intelligenties uit het leven na de dood halen
hem over om zelfmoord te plegen, doordat ze hem voorhouden dat hij hierdoor van zijn
aardse lijden verlost zal worden.
De zelfmoord stortte hem in een diepe ellende. Als
geest moet hij ervaren dat hij wel zijn lichaam kon vernietigen, maar niet zijn eigen
leven. Hij blijft verder leven als geest, maar zit vast aan zijn aardse lichaam,
omdat hij zijn kosmisch tijdstip van sterven eigenhandig wilde vervroegen. In het
boek beschrijft Lantos het ondraaglijke lijden dat hij hierdoor voor zichzelf heeft
geschapen. Aardse pijn vergaat in het niets in vergelijking met wat hij door zijn
zelfmoord moet ervaren. En wanneer aan zijn lijden een einde kwam, was er maar één
drang in hem: zorgen dat de mens op aarde deze geestelijke realiteit te weten komt
om onnodig lijden te voorkomen.
In het tweede deel, dat als ondertitel draagt 'het
geestelijk leven' beschrijft Lantos zijn 'wandeling' over de aarde, eeuw na eeuw,
om de mens te leren kennen en te behoeden voor zijn onwetendheid. Hij beschrijft
hoe hij als geest leert om de mensen op aarde te beïnvloeden. Door het toepassen
van de inspiratie kan hij veel mensen helpen en voor hen als 'beschermengel' werken.
Bovendien ziet hij dat zijn eigen 'lichtuitstraling' toeneemt naarmate hij meer liefde
geeft en daadwerkelijk voor anderen iets betekent in hun geestelijke evolutie.
Negen
eeuwen lang bestudeert hij als geest het menselijke leven op aarde. De kennis die
hij in deze eeuwen vergaarde vat hij samen in 'De Kringloop der Ziel'. Zo beschrijft
hij hoe de ziel na een aards leven naar de wereld van het onbewuste gaat om zich
klaar te maken voor een nieuwe geboorte. In deze wereld komt het gevoelsleven tot
rust, zodat de ervaringen van het vorig leven de ontwikkeling van het embryo in het nieuwe
leven niet storen. Lantos beschrijft hoe de ziel zich verbindt met de nieuwe cel
op het ogenblik van de bevruchting.
Lantos laat de lezer zien hoe de mens leeft in
de gevolgen van zijn eigen verleden. In het boek analyseert hij diepgaand 'de wet
oorzaak en gevolg'. Zo verklaart hij de oorsprong van zijn eigen gevoel voor kunst,
want hij ziet vele voorgaande levens waarin hij heeft gewerkt om zijn kunnen op te
voeren om iets moois te scheppen.
Door de aardse mens eeuw na eeuw te volgen ziet
hij hoe onze karaktereigenschappen evolueren en hoe wij zelf onze toekomst scheppen
als gevolg van handelingen uit vorige levens. Lantos beschrijft hoe deze wet als
een boemerang tot ons leven terugkomt, totdat wij in harmonie hebben gebracht wat
wij in disharmonie hadden achtergelaten. Lantos wordt innig dankbaar wanneer hij
de rechtvaardigheid van deze wet leert kennen, en ervaart dat de mens steeds weer
nieuwe levenskansen krijgt om aan zijn innerlijk te werken en zijn gevoel te verruimen
tot een universele liefde.
In het derde deel van het boek geeft Lantos ons een intrigerend
beeld van het wezen van een tweelingziel. Zijn innige band met zijn jeugdliefde Marianne
is het resultaat van de vele levens waarin deze tweelingzielen met elkaar waren verbonden
en elkaar hebben liefgehad. Tevens voelt hij dat hij ooit opnieuw met haar verbonden
zal worden, om in het leven na de dood voor eeuwig samen in liefde en harmonie verder
te gaan.
ZIELSZIEKTEN
VAN GENE ZIJDE BEZIEN.
De vierde titel van Jozef Rulof is 'Zielsziekten van Gene Zijde bezien'. Alcar, de
geestelijke leider van Jozef Rulof, analyseert in dit boek de psychische problematiek.
Alcar heeft in de sferen van licht een 'graad' behaald die als 'meester' wordt aangeduid.
Deze graad wordt verleend aan een geest die al het leven op aarde kan doorgronden.
Deze graad kan slechts behaald worden na honderden jaren studie als geestelijke student.
Meester Alcar geeft vanuit zijn astraal leven een diepgaande analyse van de psychische
ziekten op een niveau waar de officiële aardse psychologie en psychiatrie zelfs in
de huidige tijd nog geen weet van heeft.
Dit boek is geschreven in de eerste helft
van de twintigste eeuw, en maakt gebruik van de toenmalige benamingen voor psychische
ziekten. Zo spreekt het boek over 'psychopathie' en 'psychopaat'. Nu zou men bij
deze problematiek wellicht spreken over 'mentale of geestelijke handicap'. Meester
Alcar legt in dit boek de werkelijke oorzaak van deze geestelijke handicap bloot,
en verklaart waarom er verschillende graden of niveaus onderscheiden kunnen worden.
De hedendaagse psychiatrie maakt een onderscheid tussen neurotische en psychotische
problematiek. Menselijk vertaald heeft men het dan over 'zwakte van geest'. Hij maakt
duidelijk dat veel psychologische problemen waar mensen mee te kampen hebben hun
oorsprong vinden in verkeerde denkbeelden die het zenuwstelsel storen. Zo heeft de
'eeuwige verdoemdheid', die door bepaalde religies gepredikt wordt of werd, zware
sporen nagelaten in het denken van miljoenen mensen, die zich hierdoor bezwaard voelen
en geen levenskracht meer kunnen opbrengen om hun zogenaamd 'zondige leven' te verbeteren.
Ook de vernietigende invloed van andere waandenkbeelden worden uitvoerig geanalyseerd.
Meester
Alcar laat in dit boek duidelijk zien hoe de grootste geestelijke oorzaak van zenuwziekten
gelegen is in de onwetendheid van geestelijke werkelijkheden. Zolang de mens niet
aanvaardt dat hij na de aardse dood verder leeft, en dat 'geesten' op diverse wijzen
met de aardse mensen in contact staan, kan zijn denken niet evolueren. En indien
hij niet durft te denken in termen van wedergeboorte, kan hij zijn psychische 'binnenwereld'
nooit begrijpen. Hierdoor blijven de 'zielsziekten' ook voor de psychiatrie onbegrijpbaar.
Meester
Alcar toont door tal van voorbeelden aan hoe vele psychotische problematiek te maken
heeft met astrale beïnvloeding. Deze negatieve invloed van duistere geesten kan variëren
van het licht versterken van lagere gevoelens in de aardse mens enerzijds, tot de
diepste graad van bezetenheid anderzijds. Vroeger sprak men hier over 'krankzinnigheid',
een term die in het boek veelvuldig gebruikt wordt. Meester Alcar beschrijft de oorzaken
en kenmerken van deze zware problematiek zeer uitvoerig.
De lezer wordt daarom aangeraden
eerst 'Een Blik in het Hiernamaals' en 'Het Ontstaan van het Heelal' te lezen, om
de rechtvaardigheid van al deze geestelijke wetten beter te kunnen voelen en begrijpen.
HET ONTSTAAN VAN HET HEELAL.
De machtige trilogie 'Het Ontstaan van het Heelal' is het hoogtepunt in de eerste
serie van vijf titels die Jozef Rulof mediamiek ontvangen heeft van de meesters van
het licht uit het leven na de dood. Deze trilogie bouwt voort op de fundamenten van
de geestelijke wetenschap zoals die uitgebreid beschreven en toegelicht zijn in 'Een
Blik in het Hiernamaals' (de werkelijkheid en aard van ons geestelijk voortleven)
en in 'De Kringloop er Ziel' (de impact van onze vorige levens op ons innerlijk gevoelsleven).
'Het
Ontstaan van het Heelal' geeft een alomvattend beeld van het ontstaan, de ontwikkeling
en de bestemming van al het leven in het heelal, en het menselijke leven in het bijzonder.
Dit beeld werd gegeven door de hoogste meesters, die een studie hebben gemaakt van
al het leven, en die door konden dringen tot het allereerste ontstaan van het leven.
Als eerst waarneembaar verschijnsel in het heelal zagen ze een kosmische levensaura.
Dit ijle levensplasma verdichtte zich tot kosmische nevels, waaruit sterren en planeten
geboren werden. De eerste fase in de evolutie van het heelal noemen de meesters de
eerste kosmische levensgraad. Op een planeet van deze eerste levensgraad ontwikkelden
zich oercellen, die zich in een gigantisch evolutieproces tot mens zouden voortstuwen.
De meesters spreken hier over het embryonale stadium van de menselijke cel, omdat
dit wonderlijke proces nog steeds is terug te vinden in de moederschoot op aarde.
In de trilogie beschrijven de meesters waar en hoe de menselijke ziel ontstond. Hoe
deze ziel de eerste cellen reeds bezielde om zich te verruimen en te verbinden met
andere cellen. Hoe in dat allereerste stadium de ziel reeds zorgde voor de bezieling
van het volgende leven, de volgende reïncarnatie. Hoe het wonderlijke samenspel tussen
ziel en stoffelijke substantie de vorming en opbouw van het menselijk lichaam creëerde,
langs een gigantische ontwikkelingsweg over vele planeten om tenslotte op de aarde
als hoofdplaneet van de derde kosmische levensgraad de menselijke gestalte te bereiken.
In het tweede deel ontleden de meesters waar en hoe ons gevoelsleven is ontstaan.
Hoe de ervaringen van al die vorige levens in ons onpeilbare onderbewustzijn liggen
opgeslagen, om van daaruit ons menselijk bewustzijn op te bouwen. Hoe het instinct
tot stand is gekomen, en hoe we ons boven dat instinct konden verheffen. Hoe wij
ons lichamelijk en geestelijk verhouden tot het dier, en waar de splitsing tussen
mens en dier tot stand is gekomen. Waar de menselijke ziel verbleef tijdens de vorming
van de aarde, en hoe wij als ziel naar de aarde kwamen. Hoe de rassen en de volkeren
op aarde zijn ontstaan. Hoe de mens zelf het hiernamaals heeft opgebouwd, de sferen
van duisternis en licht. En hoe de eerste zielen reeds afscheid konden nemen van
deze derde kosmische levensgraad, om hun tocht naar de volgende planeet aan te vangen.
In het derde deel geven de meesters een onthullend beeld van het leven op de planeten
van de vierde kosmische levensgraad, waar naar toe elk mens op aarde dankzij de reïncarnatie
en het aardse hiernamaals ooit zal evolueren. De beschrijving van deze toekomst voor
ons allen is uniek en is in geen ander boek op aarde terug te vinden. De meesters
wilden ons hiermee een beeld geven van de werkelijke diepte van onze goddelijke ziel,
en de plaats van het aardse leven in onze kosmische evolutie.
TUSSEN LEVEN EN DOOD.
Tussen Leven en Dood' is de zesde titel in de reeks die Jozef Rulof mediamiek ontvangen
heeft. Het boek is een meeslepende roman over het tempelleven van de priesters in
het Oude Egypte. Het historische waar gebeurde verhaal speelt zich af in de tempel
van Isis, ongeveer 4000 jaar geleden.
Door het boek leren we Dectar kennen als priester
in de tempel. Dit tempelleven is één van de belangrijke vorige levens van Jozef Rulof.
In dat leven leerde hij de magische krachten kennen en overwinnen, en legde zo de
basis voor zijn latere mediumschap. Voor het leven van Jozef Rulof waren deze krachten
naar zijn onderbewustzijn gezonken, maar Alcar -- de geestelijke leider van Jozef
-- gebruikte die krachten uit het onderbewustzijn om het mediumschap op te bouwen.
Door zijn tempellevens kon Jozef een hoogte in het mediumschap bereiken die zelden
op aarde vertoond is.
'Tussen Leven en Dood' geeft ons een indringend beeld van de
macht van de Oud-Egyptische tempels. De priesters legden zich leven na leven toe
op het overheersen van hun lichaam en hun denken, zodat zij tijdens hun meditaties
door niets meer werden gestoord. Het boek beschrijft hun lessen in concentratie,
en de bikkelharde proeven die zij moesten afleggen om aanvaard te worden als priester.
Het boek onthult hun kennis over leven en dood, met inbegrip van een diepgaande analyse
van het sterven, de dood als persoonlijkheid, de slaap als toegang tot het astrale
leven, genezingen door concentratie, en een metafysische studie van het karakter.
Alle
priesters stonden onder de strenge controle van de hogepriesters. Hun macht was onbeperkt.
Zij controleerden door hun vlijmscherpe concentratie niet alleen alle gedragingen
van de priesters, maar zelfs hun gedachten. Als een priester één gedachte ontwikkelde
die niet volgens de regels van de tempel opgebouwd werd, werd hij hiervoor pijnlijk
gestraft. Herhaalde zich deze gedachten, dan werd hij gedood. In deze hel van macht
en koude concentratie wordt in het boek één priester gevolgd, Venry. Deze priester
was een 'natuurtalent' met een zeldzame hoogte van aangeboren helderziendheid en
concentratievermogen. Venry voelde dat de tempel ontdaan was van elk gevoel van liefde,
en hij zocht naar een weg om de tempel terug naar het licht te brengen. In de tempel
leert hij ook zijn tweelingziel kennen, wat zijn hogere gevoelens van liefde en harmonie
nog versterkte.
Al deze gevoelens brachten hem, tezamen met zijn leermeester Dectar,
in een strijd op leven en dood met de opperste hogepriester Iseués. Deze strijd werd
op het hoogste niveau gevoerd, tot aan het hof van de farao. Tijdens de tempelzitting
trad Venry uit zijn lichaam en ontving hij van de 'Godin van Isis' astrale en kosmische
wijsheid, die in 'Tussen Leven en Dood' is opgetekend. De boeken die Jozef Rulof
nu ontvangen heeft zijn in feite een voortzetting van deze kennis. Toen konden de
meesters niet verder gaan, omdat de priesters zichzelf wilden beleven en de magische
krachten in eigen handen wilden houden. Uiteindelijk vielen de tempels in handen
van de zwarte magie. Enkele priesters bleven hun hogere idealen trouw en versluierden
de kennis, opdat die niet in handen zou vallen van oningewijden.
In de huidige tijd
is die versluiering niet meer nodig. Nu kan de hoogste wijsheid op aarde gebracht
worden, omdat de mensheid voor de geestelijke ontwaking staat en geestelijke kennis
kan aanwenden om zich naar het licht te stuwen. Nu liggen de boeken open voor elke
geïnteresseerde.
GEESTELIJKE GAVEN.
Geestelijke Gaven' is de zevende titel in de reeks die Jozef Rulof mediamiek ontvangen
heeft. Het is geschreven door meester Zelanus, die we in de derde titel 'De Kringloop
der Ziel' hebben leren kennen als Lantos. Meester Zelanus is de hoogste astrale leerling
van meester Alcar, Jozef's geestelijke gids. Zelanus heeft negen eeuwen lang het
leven op aarde en in het hiernamaals bestudeerd, en 'Geestelijke Gaven' bevat zijn
diepgaande analyse van parapsychologische verschijnselen en krachten.
Meester Zelanus
geeft in dit boek een uitgebreide ontleding van alle graden van het mediumschap.
Alle gaven die Jozef Rulof bezat worden uitvoerig uitgelegd in evenveel hoofdstukken:
het schrijvend mediumschap, het spreken onder inspiratie, de psychische trance, het
mediamieke schilderen en tekenen, de geestelijke helderziendheid en het genezende
medium. Daarnaast komen ondermeer de volgende bovennatuurlijke verschijnselen uitvoerig
aan bod: de communicatie met het kruis-en-bord en de planchette, geestesfotografie,
directe stem, materialisaties en dematerialisaties, levitatie, apports, kloptonen
en spookverschijnselen. Bovendien worden de graden van de menselijke slaap haarfijn
en helder ontleed. Onze slaap blijkt de poort te zijn tot alle graden van het mediumschap.
Ook de rol van het fysieke lichaam in het tot stand komen van de parapsychologische
verschijnselen komt uitvoerig aan de orde.
De term 'gaven' heeft een veelzeggende
betekenis. Meester Zelanus maakt ons duidelijk dat de meesters van het licht alle
astrale wijsheid en krachten in eigen handen te houden, en hun boodschap 'geven'
aan het medium dat zich hiervoor openstelt. De schrijver geeft aan dat de astrale
wereld hiertoe het initiatief neemt, en niet het medium. Als de mens op aarde ook
maar één gedachte of wens heeft om geestelijke wijsheid te ontvangen stoort dat reeds
het mediumschap, omdat de mens dan zelf aan het denken is en dus geen zuiver kanaal
kan zijn voor de hemelse wijsheid die de meesters willen doorgeven. Meester Zelanus
doet in het boek verslag van tientallen mensen die hij astraal heeft gevolgd, en
die dachten dat ze astrale boodschappen ontvingen. De meeste mensen waren, zonder
dat te weten, zelf bezig. Ze stelden vragen, en hun eigen onpeilbare onderbewustzijn
gaf hun de antwoorden.
Dit eigenmachtig willen bezitten van de occulte krachten wijst
meester Zelanus toe aan de 'Oosterse' mentaliteit. In het boek volgt hij de fakir
uit het Oosten, de witte en zwarte magiër, en de oosterse ingewijde. Zij allen willen
de occulte krachten voor eigen belang aanwenden, waardoor ze zich afsluiten voor
de hemelse wijsheid. Ze kunnen dus niet boven hun eigen voelen en denken uitkomen,
zodat ze het niveau van een hoogstaand westers medium niet kunnen evenaren, hoe machtig
en 'kunstig' ze ook zijn op hun eigen terrein. Het Oosten komt echter naar het Westen,
en ook in de westerse landen eigenen zich vele mensen de occulte krachten toe en
werpen zich op als genezers en kanalen voor hogere energieën. Meester Zelanus geeft
in 'Geestelijke Gaven' de ultieme sleutel om als lezer het onderscheid te kunnen
maken tussen een waarachtig en hoogstaand mediumschap, en het geknoei van vele charlatans.
Het bedrog op dit terrein is echter zo verschrikkelijk groot dat de nuchtere mens
met recht niets meer wil weten van al dat geestelijke gedoe. 'Geestelijke Gaven'
scheidt hierin het licht van de duisternis. Om dit indringende boek goed te begrijpen
is het raadzaam eerst 'Een Blik in het Hiernamaals' en 'Het Ontstaan van het Heelal'
te lezen.
Dit boek is te bestellen bij de boekhandel, of bij:
DOOR
DE GREBBELINIE NAAR HET EEUWIGE LEVEN.
Ook dit boek heeft Jozef Rulof mediamiek ontvangen. Hij schrijft in het voorwoord:
'De intelligentie, die het mij doorgaf, werd door mijn leider Alcar tot mij gebracht.
Deze stond hem toe over zijn leven, over zijn sterven op het slagveld tijdens de
meidagen van 1940 en over zijn binnentreden in de geestelijke wereld te vertellen.
Moge ook dit boek helpen u van uw eeuwig leven te overtuigen.'
De geestelijke schrijver
die in zijn aardse leven 'Theo' heette, is gesneuveld als soldaat in de loopgraven
van de Grebbelinie in de Tweede Wereldoorlog. In het boek onderzoekt de schrijver
de redenen die mensen aanvoeren om oorlog te voeren. Het 'Gij zult niet doden' van
Mozes wordt in het licht van de geestelijke wetenschap gehouden en tegenover de 'wettige
zelfverdediging' afgewogen. Zijn er situaties waarin je mag doden? Zijn er 'rechtvaardigheidsgronden'
te vinden om die kogel af te vuren? Moet je alles laten gebeuren, of mag je terugvechten?
Is een gewapend optreden geestelijk geoorloofd? Moet je strijden voor je vaderland?
Is het voorbeeld van Christus op Golgotha alles zeggend, of zijn er 'maars' te bekennen?
Vragen die Theo zich tijdens en na zijn aardse leven stelde, en waar hij in het geestelijk
leven een afdoend antwoord op gevonden heeft.
Theo kwam tijdens zijn aardse leven
al in conflict met zijn eigen handelingen. Als beroepsmilitair trainde hij andere
soldaten om met wapens om te gaan, terwijl zijn geweten hem influisterde dat je nooit
mag doden.
Na zijn dood kwam hij erachter waarom hij eigenlijk militair was geworden,
en dat de granaat die hem uit zijn lichaam slingerde geen toeval was. Dat zijn eigen
leven die granaat in zekere zin had opgezocht. Hij kwam daar tot de onthutsende ontdekking
dat er in zijn eigen gevoelsleven nog iemand anders leefde. Iemand die net zo 'eigen'
aanvoelde als zijn normale persoonlijkheid. Nader onderzoek leerde hem dat zijn eigen
vorig leven als persoonlijkheid zichzelf liet voelen. Die persoonlijkheid was gebiologeerd
door de vraag wat er met de ziel gebeurt als zij met een schok uit het lichaam geslingerd
wordt. Deze vraag zette zich volkomen vast in zijn gevoelsleven, en hij kon er niet
meer van los komen. Hij moest en zou hierop het antwoord hebben, want anders kon
zijn ziel geen rust meer vinden.
Zo wijst het boek ons op de grote verantwoordelijkheid
van datgene waar we ons gevoel richten. Wij zijn de scheppers van onze eigen toekomst,
meer dan we ons als mens realiseren, omdat de oorzaken van onze huidige levenssituatie
dikwijls in vorige levens verborgen ligt.
Naast de 'wet oorzaak en gevolg' en reïncarnatie
beschrijft Theo ook zijn eigen ervaringen op het gebied van spiritisme, geloof, huwelijk
en partnerkeuze, universele liefde en tweelingzielen.
Zowel tijden zijn leven op
aarde als in het leven na de dood wordt Theo geholpen door zijn vader met wie hij
een warme vriendschappelijke band had. Op aarde was zijn vader zijn 'beschermengel',
in het geestelijk leven is hij zijn leider, die hem de weg wijst naar de hogere lichtsferen.
Theo beschrijft in het boek hoe het zien van de innige liefde tussen zijn vader en
diens tweelingziel voor hem de grootste stuwing betekende om zich een hogere liefde
eigen te maken.
'Door de Grebbelinie naar het eeuwige leven' is een goed toegankelijk
boek, ook als kennismaking met de reeks. De schrijver staat nog dicht bij onze aards
voelen en denken, en is heel herkenbaar als mens op zoek naar het hogere.
MASKERS
EN MENSEN.
Deze machtige roman in drie delen neemt een heel eigen plaats in, in de reeks boeken
die Jozef Rulof mediamiek ontvangen heeft. Deze trilogie gaat niet over 'iets' maar
over 'alles'. Hij bevat een compilatie van thema's uit alle andere boeken van de
reeks en vervlecht die in een rijke mix van drama en geestelijke kennis. Voor een
goed begrip van het boek is het raadzaam eerst de meeste andere boeken van de reeks
te lezen.
'Maskers en Mensen' is geschreven door Frederik van Eeden, een Nederlandse
schrijver uit het begin van de twintigste eeuw. Toen Frederik na zijn dood zijn geestelijke
ogen opensloeg, zag en voelde hij dat hij met zijn aardse boeken de geestelijke realiteiten
niet had vertolkt. Onuitspreekbaar was zijn geluk toen hij door het mediumschap van
Jozef Rulof in staat werd gesteld zijn schrijverstalent te benutten voor het schrijven
van deze geestelijk-wetenschappelijke trilogie.
In 'Maskers en Mensen' analyseert
hij de maskers waar wij ons als mensen voor geplaatst zien. Hij legt alle grote levensvragen
neer, en kijkt welke antwoorden de mens op aarde voor zichzelf verzonnen heeft. Dan
gaat hij onbevooroordeeld in op de antwoorden, en laat zien dat ze slechts een oppervlakkige
verklaring vormen van mensen die denken iets te weten. Al die antwoorden zijn maskers,
waarachter de mens op aarde niet kan kijken omdat hij niet boven zijn aardse realiteit
uit komt.
Om achter de maskers te kijken moeten we eerst leren denken. De mens denkt
dat hij kan denken, maar meestal is dat slechts een leeg gepraat, het nakauwen van
wat anderen al gedacht hebben. Echt denken vraagt een veel grotere inspanning en
voorzichtigheid. In deze trilogie laat Frederik ons zien hoe we echt kunnen denken.
Hij leert ons een gedacht te onderzoeken en te kijken waar die gedachte vandaan komt.
Waar en wanneer die gedachte geboren is. Waarom wij die gedachte wel of niet kunnen
geloven, of voor waarheid aannemen. Frederik raadt ons aan al onze 'zekere' waarheden
eerst overboord te gooien, en dan te kijken wat het leven zelf ons te zeggen heeft.
Hij volgt in dit boek meerdere zwangerschappen, geboorten, het opgroeien van een
geestesziek kind: natuurlijke gebeurtenissen die een universiteit aan kennis in zich
dragen voor diegenen die achter de maskers leren kijken.
'Maskers en Mensen' is geschreven
als een geestelijke roman. Elk personage van het meeslepende verhaal staat symbool
voor bepaalde eigenschappen van de menselijke persoonlijkheid. Het verhaal kent verschillende
lagen van betekenisgeving. Die lezer die snel wil weten wat de schrijver wil zeggen
komt bedrogen uit, want de trilogie is zorgvuldig opgebouwd in spiraalsgewijze onthullingen.
De schrijver vraagt aan de lezer veel tijd en geduld, noodzakelijke factoren om tot
het eigen voelen en denken te komen, los van de 'gevestigde waarden'. De roman voert
ons in een veelheid van reële levenssituaties, waarin de grote levensvragen vanzelf
om een antwoord vragen. De personages brengen de visies in van de wetenschappen,
de religies, en het maatschappelijke denken. Frederik nodigt de lezer uit om alle
visies te onderzoeken, en die te vergelijken met het eigen oorspronkelijke voelen
om zo tot 'kennis' te komen.
De hoofdpersoon van het verhaal formuleert het als volgt:
'Ik wil voorzichtig de bewijzen aandragen, steen voor steen mijn universiteit bouwen.
Ik leg de ene laag na de andere op het fundament, en je zult het zien, zo kom ik
er!'
JEUS VAN MOEDER CRISJE.
Jozef (1898-1952) is
geboren in het landelijke 's Heerenberg in Nederland. Zijn moeder Crisje heeft hem
‘Jeus’ genoemd. Jeus is buitengewoon gevoelig, hij voelt en ziet dingen die anderen
niet zien. Als klein kind al ziet hij een lichtuitstralende gestalte uit het leven
na de dood. Deze geest maakt zich later bekend onder de naam Alcar. Als geestelijke
gids staat hij Jeus in alles bij en verklaart hem het leven in al zijn facetten.
Jeus leert hem kennen als een echte vriend, op wie hij altijd kan rekenen.
Op school
kan Jeus niet goed leren, omdat zijn gevoelsleven niet open staat voor de droge leerstof.
Al die boekenwijsheid kan hem niet boeien. Hij luistert veel liever naar Alcar, die
hem met veel gevoel de schoonheid en de werking van Moeder Natuur laat zien. Later
verklaart Alcar waarom Jeus geen boekenwijsheid mocht opnemen. Al die maatschappelijke
kennis zou namelijk de wijsheid die de geestelijke wereld aan Jeus wil doorgeven
in de weg staan. ‘Het leven in twee werelden’ – zoals het eerste deel van de biografie
‘Jeus van Moeder Crisje’ beschrijft – is voor Jeus al moeilijk genoeg.
Jeus krijgt
zijn opleiding rechtstreeks uit het leven na de dood en zijn geestelijke meester
doorgrondt de mens veel dieper dan de meesters uit de aardse scholen. Alcar laat
Jeus zien hoe de mensen om hem heen leven. Wat ze zeggen en wat ze verzwijgen. Wat
ze weten en wat ze vooral ook nog niet kennen. Jeus beleeft hierin een enorme leerschool,
beschreven in het tweede deel van de biografie, die als subtitel draagt: ‘Jeus onder
de mensen’.
Wanneer Jeus op volwassen leeftijd naar Den Haag verhuist, moet hij zijn
persoonlijkheid wapenen tegen het veeleisende stadse leven. De mensen in Den Haag
noemen hem ‘Jozef’ en hij moet als taxichauffeur hard werken om het dagelijks brood
voor hem en zijn vrouw te verdienen. Tegelijkertijd gaat de geestelijke wereld nu
pas echt beginnen.
Het derde deel van ‘Jeus van Moeder Crisje’ beschrijft hoe Alcar
het mediumschap van Jozef Rulof tot grote hoogte opvoert. Het schilderend mediumschap
ontwaakt en de geestelijke schilders maken gebruik van het fysieke lichaam van Jozef
om hun eerste schilderijen te maken. In die periode treedt ook het genezend mediumschap
naar voren en vestigt Jozef zich als magnetiseur. En wanneer Jozef als medium ver
genoeg ontwikkeld is, kan meester Alcar beginnen met zijn belangrijkste taak: het
schrijven van de geestelijk-wetenschappelijke boeken. Meester Alcar brengt Jozef
in trance, neemt zijn lichaam over en schrijft de eerste trilogie: ‘Een Blik in het
Hiernamaals’.
VRAAG
EN ANTWOORD.
In de periode 1949-1952 beantwoordde Jozef Rulof tijdens contactavonden
in het gebouw ‘Ken U Zelven’ in de De Ruyterstraat in Den Haag vragen van toehoorders.
Veel van de vragen gingen over de inhoud van de eerder verschenen boeken, andere
vragen handelden over de thema’s en levensvragen waar de toehoorder mee bezig was.
Eerst werden de vragen en antwoorden schriftelijk vastgelegd en uitgewerkt door mevr. C. Bruning, die door Jozef Rulof hiervoor was aangewezen. Jozef Rulof heeft hetgeen was vastgelegd, gewijzigd en aangevuld tot het een voor hem verantwoord geheel was geworden, en dit geheel vindt u in deel 1 van Vraag en Antwoord.
Later werden de contactavonden op de wire-recorder (de voorloper van de bandrecorder)
vastgelegd. Recent werd de tekst van deze geluidsopnames uitgetypt.
Teneinde de lezer
de oorspronkelijk uitgesproken tekst zo compleet mogelijk aan te reiken, bevatten
deel 2, 3 en 4 van Vraag en Antwoord woordelijk de door Jozef Rulof uitgesproken
tekst. De samenstellers zijn zich hierbij bewust van het feit, dat deze boeken geen
vloeiende teksten in fraai Nederlands bevatten. Deze boeken hebben dan ook als hoofddoel
aan de reeds gevorderde lezer studiemateriaal ter beschikking te stellen, opdat zij
hun geestelijke kennis en inzicht verder kunnen verrijken.
Delen 5 en 6 van Vraag en Antwoord bevatten de antwoorden die Meester Zelanus aan toehoorders gaf tijdens contactavonden aan de Sarphatiestraat in Amsterdam. Ook deze delen bevatten de woordelijk uitgesproken tekst. Hier werden soms ook vragen gesteld over de lezingen die Meester Zelanus in dezelfde periode in het gebouw ‘Diligentia’ in Den Haag hield, en die zijn vastgelegd in de drie delen van de ‘Lezingen’.
Tijdens deze avonden wezen de sprekers er herhaaldelijk op dat de antwoorden bedoeld
waren voor mensen die alle vorig uitgegeven boeken hadden gelezen.
DE
KOSMOLOGIE VAN JOZEF RULOF.
Deze boeken vormen het hoogtepunt van datgene wat Jozef
Rulof ontvangen heeft. Ze bouwen voort op alle andere boeken, in het bijzonder op
‘Het Ontstaan van het Heelal’. Als uitgetreden geestelijke persoonlijkheid bereist
Jozef Rulof samen met zijn geestelijke leiders Alcar en Zelanus het heelal. Ze ontleden
de fundamentele levenswetten waar al het leven op stoelt en dringen door tot de oorsprong
en het wezen van de kosmos. Ze ervaren dat al het leven groot of klein begrepen kan
worden als een variatie op drie basiswetten, en ze zien hoe het samenspel van deze
fundamentele wetten het leven doet evolueren.
Teruggekomen in zijn stoffelijk lichaam
en de aardse werkelijkheid moet Jozef Rulof al deze kosmische kennis verwerken. In
deze boeken wordt tevens zijn strijd beschreven om niet te bezwijken onder deze Al-wijsheid.
We leren Jozef Rulof kennen in talrijke aspecten van zijn persoonlijkheid, en zien
hoe Jeus, Jozef, André en Dectar samenwerken om ‘het mediumschap’ te dragen en zo
het brengen van deze astrale wijsheid op aarde mogelijk te maken.
Gezien de diepgang
van de beschreven kennis veronderstellen deze boeken dat de lezer alle voorafgaande
boeken bestudeerd heeft, in het bijzonder ‘Het Ontstaan van het Heelal’ en de drie
delen van de ‘Lezingen’, die als een voorbereiding op de Kosmologie beschouwd kunnen
worden.
Al deze boeken zijn te bestellen door op onderstaande link te klikken.