HIJ IS EÉN VAN ONS.
Over Jezus bestaan zeer uiteenlopende geloofsovertuigingen, leerstellingen en meningen die variëren van Gods eniggeboren Zoon tot rebellerend volksmisleider toe. WIE IS JEZUS? En wat betekent Hij voor ons?
Het is niet eenvoudig dit fenomeen in beknopte vorm te behandelen, maar wij zullen toch een poging wagen omdat het vooral voor jullie, jonge generatie, van essentieel belang is dat de vele dogma' s en misvattingen die omtrent dit heilige leven de ronde doen hopelijk mede hierdoor uit de weg kunnen worden geruimd...
In het monumentale werk ,,Het Ontstaan van het Heelal'' van Jozef Rulof, (dit boek moet je beslist lezen!) wordt onder meer uitvoerig uiteengezet hoe al het leven is ontstaan, zich vervolgens heeft ontwikkeld en via een kringloop door ruimte en tijd, via moeder en vaderschap en reïncarnatie is geëvolueerd totdat het uiteindelijk onze prachtige planeet, die wij zeer terecht Moeder Aarde noemen, had bereikt.
 
Dit ,,uiteindelijk'' moet je overigens niet letterlijk opvatten want de Aarde is niet het eindstation maar slechts een, zij het zeer essentieel, tussenstation. Ons leven, nauwkeuriger gezegd al het leven, gaat namelijk verder. Oneindig veel verder...
Dit geboorte en daaropvolgend evolutieproces van de mens, van het dier en de natuur geschiedde golfsgewijze. Dat wil zeggen dat niet al het leven zich tegelijkertijd ontwikkelde en na verloop van tijd evenmin tegelijk naar andere planeten uitweek, want dit had tot chaos geleid en chaos past niet in het Goddelijk Plan.
Dit artikel beperkt zich tot de ALLEREERSTE golf leven tijdens diens evolutionaire weg door het universum. De eerste golf van zeer vele...
Het is allemaal biljoenen tijdperken geleden begonnen...

Als eencellig diertje, transparant als een minuscuul druppeltje vocht, was het eerste embryonale leven in het universum aan zijn lange reis begonnen.
Hoe heeft dit wonder zich voltrokken?
Het is toch bijna onvoorstelbaar dat deze nietige levens eens de architecten zouden zijn, de bouwers van de hemelen... maar tevens de constructeurs van de hellen!
En vooral dat één van deze minuscule celletjes ooit Jezus zou worden!
Maar laten wij op de zaak niet vooruitlopen en terug keren tot het begin...
De mens heeft behalve een fysiek lichaam, al leek dat in het begin maar op een druppeltje vocht, tevens een astraallichaam. Een tweede lichaam maar dan van geestelijke substantie.

Dit is de geestelijke substantie die het fysieke leven mogelijk maakt en in stand houdt.
Na de dood van het stoffelijk wezen trekt deze geestelijke substantie, het astrale leven, zich als ziel terug in de astrale wereld van zijn planeet om daar de wedergeboorte af te wachten, want dit leven moet verder.
Van dit gebeuren heeft de mens geen bewuste herinnering. Alleen zijn onderbewustzijn ,,herinnert'' zich deze gebeurtenissen en slaat alles op in zijn ,,geheugenbank''. En aldus evolueerde de mens gedurende een ontelbaar aantal levens totdat zijn gevoelsleven, zijn bewustwordingsproces, zo ver was ontwikkeld, dat hij vanaf dat moment eigen verantwoordelijkheid zou dragen voor zijn gedrag. Het stoffelijke lichaam was weliswaar intussen vervolmaakt - voor dit kunstwerk had Moeder Aarde gezorgd - maar hoe was het met de mens zijn geest gesteld, met zijn gevoelsleven, met zijn bewustzijnsgraad?

Hij gedroeg zich nog als een dierlijk wezen. Hij was geestelijk niet met zijn lichaam meegegroeid en had op dit gebied een ontzagwekkend grote achterstand in te halen. En de planeet die hij vanwege zijn verdere evolutie na zijn leven op Aarde zou moeten betreden was uitsluitend voor een hoog geestelijk bewust leven toegankelijk. Voor wezens met een grofstoffelijk bewustzijn, laat staan dierlijke mentaliteit zouden haar poorten gesloten blijven.
Maar Moeder Aarde zou ervoor zorgen dat haar kinderen ook innerlijk gereed zouden worden gemaakt om deze en andere planeten te kunnen betreden want anders zou het evolutieproces van de mens bij haar zijn vastgelopen. En er wachtten de mens nog prachtige planeten, allen behorende tot een hogere kosmische orde waar men samen met zijn tweelingziel een paradijselijk bestaan zou leiden.
Dit geestelijk gereedmaken voor een hoger bestaan kon op Aarde, in de stof, niet plaatsvinden. Daarvoor zouden de sferen aan gene zijde dienen. Het gebied in deze astrale wereld waar de mens na zijn laatste dood op Aarde naar toe zou worden getrokken was al door hem zelf bepaald en had inmiddels gestalte gekregen.

Vanaf het ogenblik dat hij eigen verantwoordelijkheid zou dragen voor zijn daden was hij begonnen om aan zijn nieuwe ,,woning'' in het hiernamaals te bouwen. Hij was in feite vanaf dat moment zijn eigen architect geworden. En aldus waren honderdduizenden wezens op aarde al vele eeuwen lang bezig aan deze wereld in de geest te bouwen; aan deze spookachtige wereld, want deze bleef onbewoond totdat... totdat de aardse mens zijn kringloop op Aarde zou hebben voltooid en de wet van de evolutie hem zou dwingen  om deze tot nog toe onbewoonde astrale wereld te betreden.
Hoe beleefde de eerste mens deze nieuwe wereld? Nadat hij na zijn laatste dood op Aarde uit een langdurige diepe slaap was ontwaakt, voelde hij zich springlevend! Voor zijn gevoel was er niets veranderd. Hij voelde zich nog precies hetzelfde als voor zijn dood. Hij droeg dezelfde kledingstukken en had zelfs nog dezelfde lichamelijke kwaaltjes en lichamelijke gebreken.
Dat op zich was minder vreemd dan het leek. Er bestond immers geen dood. Deze was er nooit geweest. Er bestond alleen eeuwig leven! En deze astrale wereld was in feite een projectie van zijn eigen gevoelsleven, van zijn eigen innerlijk. Hij was, al wist hij hier niets van af, zoals al het leven al een ontelbaar aantal keren ,,doodgegaan'' zonder echt dood te ZIJN maar nu was de zaak toch anders. Hij leefde nu in een andere wereld als astrale persoonlijkheid voor de eerste keer in vol bewustzijn. Hier, in deze voor hem nieuwe wereld, zou hij uiteindelijk leren om de treden van de voor hem onzichtbare ladder te beklimmen, treden die de verbinding terug naar God zouden vormen.

Maar ook in de astrale wereld beschikte de mens nog over zijn eigen vrije wil. Hij had een keuze. Hij kon dus ook het pad kiezen dat hem nog verder omlaag zou voeren! God had hem bij de schepping een vrije wil gegeven en van dwang was ook hier geen sprake.
Natuurlijk beseften de wezens die in deze wereld waren terechtgekomen dit alles niet.
Sterker nog: Zij hadden zelfs geen notie van wat er met hen was gebeurd. Er brak dan ook onbeschrijfelijke paniek uit en chaos. Zij schreeuwden om hulp en zochten bij elkaar bescherming. Wat was er met hun wereld gebeurd? Waar waren hun kinderen gebleven en hun overige familieleden?
Men was in een troosteloos gebied terechtgekomen. Er heerste hier alleen maar diepe duisternis. Zij hadden honger en dorst en wachtten totdat de zon zou opkomen. Maar de zon kwam niet op. Deze zou hier nooit meer opkomen!
Geen van hen kon beseffen dat de wereld om hun heen slechts een afspiegeling was van hun eigen kil en duister innerlijk en dat zij door hun eigen mentale leegte en eeuwenlang dierlijk gedrag dit troosteloze oord, deze wereld van verschrikking, zelf hadden doen ontstaan, zelf hadden geschapen. Een wereld in de geest, die voor de aardse mens onzichtbaar was maar voor degenen die hier hun leven zouden voortzetten hard en reëel als graniet.

Vele mannen en vrouwen gaven zich aan elkaar over en bedreven de geslachtsdaad. Er leefde hartstocht in hen maar dit heftige verlangen hield niet op. Waren hun lichamen veranderd? Hun angst en onzekerheid nam maar toe. Wat was er tijdens hun slaap allemaal gebeurd? En die immense donkerheid die maar niet afnam.
Enkelen trachtten hun omgeving te verkennen en volgden een pad waar echter maar geen einde aan kwam. Hun angstgevoelens werden steeds heftiger. Maar niemand hoorde hun geschreeuw en enkelen werden waanzinnig van angst. Maar er scheen geen andere keuze te zijn. Het was blijven zóeken of hier blijven en krankzinnig worden.
De sterksten onder hen bleven echter toch doorlopen in de eindeloze duisternis en hervonden uiteindelijk hun oude vertrouwde, aardse omgeving.

Daar ontmoetten deze astrale mensen weer hun familieleden en maten die echter tot hun verbijstering en ongeloof geen teken van herkenning gaven. De astrale wezens beseften niet dat zij voor de aardse mens onzichtbaar waren geworden. Men liep dwars door hen heen en op hun geschreeuw werd geen acht geslagen. De astrale  mensen liepen op hun beurt eveneens gewoon door de aardse mens heen zonder dat dit blijkbaar door deze werd gevoeld. Niettemin waren zij opgelucht om hun oude wereld weer te hebben hervonden al was die niet meer gelijk aan de wereld waarin zij voorheen leefden.
Zij haastten zich terug naar hun maten om hun van hun ontdekking te vertellen en ondervonden tot hun grote verwondering dat deze weg terug bliksemsnel was verlopen. Zij behoefden niet meer het donkere pad terug te nemen maar waren binnen een fractie van een seconde weer terug. Zij behoefden zich slechts op de omgeving te concentreren waar zij naar toe wilden!

Door concentratie verplaatsten zich nu alle astrale mensen naar hun oude wereld en ontdekten nog meer wonderen.
Door zich met de aardse mens in de geest te verbinden en bezit van hem te nemen, kregen zij vat op hem en ontdekten dat zij hem door gedachten kracht vrij gemakkelijk konden manipuleren. Het astrale wezen zag nu door de ogen van de aardse mens de zon weer schijnen en voelde weer warmte. Hij voelde zich als voorheen. Nu zouden zij zich opnieuw kunnen uitleven en dwongen hun slachtoffers om aan hun dierlijke verlangens gevolg te geven. Zij wilden eten en drinken en merkten dat de aardse mens deze verlangens gelijk overnam. Maar zij wilden zich vooral uitleven. De astrale man daalde nu in het lichaam van de aardse man af en de astrale vrouw in het lichaam van de aardse vrouwen beleefden op deze wijze de paring van de aardse mensen mee.

En vooral op dat gebied waren zij onuitputtelijk.
Maar ook op ander terrein was de astrale mens onuitputtelijk. Moord, drinkpartijen en geweld vierden hoogtij. Het aardse lichaam bleek echter tegen deze extreme belasting niet bestand. Dit resulteerde dan ook veelal in een vroegtijdige dood van het slachtoffer met als gevolg voor de astrale mens weer het terug naar af.
Niet zelden huisden meerdere astrale wezens in één lichaam bij elkaar en er was in die tijd vrijwel geen aards wezen dat niet was bezeten.
Het onvermijdelijke gevolg was dan ook dat deze als regel krankzinnig werd en in zijn wanhoop zelfmoord pleegde of lichamelijk bezweek.
De astrale mens trad zo overheersend op dat dit tot fatale gevolgen leidde. Geen mens op deze plek van de Aarde was meer vrij van deze beïnvloeding want de eerste hel van het leven na de dood was intussen leeggestroomd. Iedere ziel keerde vandaar naar de Aarde terug. Dit zou eeuwenlang blijven doorgaan.

Door dit gebeuren leefden de mensen op Aarde aanzienlijk korter. Hierdoor ontstond dan ook schaarste aan aardse lichamen en de astrale wezens leverden vaak bikkelharde gevechten om een lichaam in bezit te kunnen nemen of te behouden.
Deze schaarste had echter ook een positieve kant. Zij dwong de astrale mens namelijk om behoedzamer om te gaan met het lichaam van zijn slachtoffer. Zich alleen maar door hem uit te leven resulteerde immers in diens voortijdig einde en het was niet meer zo eenvoudig om een nieuw aards lichaam te bemachtigen.
En zo kon het gebeuren dat enkele astrale wezens voortaan hun slachtoffers tegenover andere astrale indringers gingen beschermen. Zij behoedden hem zelfs voor gevaren en leerden hun eigen dierlijke verlangens te beteugelen. Na het natuurlijke einde van de aardse mens belandde het astrale wezen weliswaar weer in zijn eigen duistere sfeer maar er was intussen toch iets veranderd. Het leek alsof die duisternis niet meer zo intens was als voorheen.

En na een aantal daarop volgende ervaringen was hij er zelfs zeker van dat de duisternis in zijn eigen onstoffelijke wereld langzaam aan het oplossen was.
Maar zij ontdekten nog meer wonderen:
Tijdens de jacht op een wild dier werd de jager door het dier verscheurd en tijdens dit gebeuren zagen zij dat zich uit het dode lichaam van de jager een tweede lichaam losmaakte dat in dezelfde astrale wereld terecht kwam als die waarin zij zichzelf bevonden.
Zij bespraken onderling deze toestand en kwamen tot de conclusie dat er kennelijk geen dood bestond. Wat met deze onfortuinlijke jager was geschied was feitelijk ook hen overkomen. Zij waren toch ook op aarde gestorven maar leefden nog. Alleen in een andere toestand. Er was dus geen dood. Maar als er geen dood was wat kwam dan hierna?
Er vormde zich een groep die hier dieper op wilde ingaan en deze situatie wilde bespreken.

Deze mensen kwamen tot de conclusie dat alleen diegenen die een beschermende taak op de aardse mens hadden uitgeoefend een verbetering in hun eigen wereld hadden waargenomen terwijl bij hun maten die zich intussen alleen maar op de aardse mens hadden uitgeleefd geen enkele verandering in hun duistere wereld was opgetreden. Er was kennelijk geen dood. Dat was door die verongelukte jager aangetoond.
Maar als er geen dood was en hun duistere wereld alleen veranderde als zij zelf veranderden dan moest er toch iets anders zijn waar zij naar toe moesten leven. Deze toestand hier kon toch geen eindstation zijn!
Er moest nog iets zijn, zoiets als een opperwezen die dit alles regelde en waar zij naar moesten leren luisteren en die zij moesten gehoorzamen.
Het erkennen van deze feiten zou voor de astrale mens een mijlpaal betekenen voor zijn geestelijk ontwaken en een ommekeer teweeg brengen in zijn hele verdere bestaan..

Eén van deze astrale mensen die zich tussen deze groep bevond bleek het meeste gevoel en inzicht te hebben. Hij was een sterke persoonlijkheid en naar hem werd dan ook geluisterd.
Deze man zou voortaan hun leider zijn. Het was: Jezus. Jezus Christus zou de eerste Meester in Gods universum zijn.
Jezus en de Zijnen ontdekten dat naarmate zij zelf veranderden ook de wereld om hen heen veranderde. Hun astrale wereld ging hoe langer hoe meer op die van de Aarde lijken. En deze wereld bleef voor hun voormalige maten hermetisch gesloten!
De astrale mens kon dus de duisternis overwinnen door de aardse mens te helpen, door hem te dienen. Een andere weg was er kennelijk niet. Zij wisten nu dat de mens zelf moest veranderen om niet in de duisternis terug te worden gezogen.

Zij leerden beseffen dat er wetten waren, wetten van een opperwezen die hen dwongen hun zelfzuchtig, gewelddadig leven achter zich te laten. Alleen dán zouden zij van hun duisternis worden verlost. En geen seconde eerder!
Jezus ging met Zijn volgelingen op verkenning uit. Hij wilde dit opperwezen leren begrijpen. Hij wilde dit opperwezen leren gehoorzamen en leren liefhebben.
Voor de astrale mens bestond geen afstand meer of tijd. Met de snelheid van een bliksemschicht kon hij overal naar toe.
Hij hoefde slechts zijn concentratievermogen te gebruiken. Zijn gedachten kracht te richten op het wezen of de plek waar hij naar toe wilde en aldus bezochten Jezus en Zijn volgelingen ook andere plekken op Aarde. Zij ontdekten dat zij niet de enige mensen waren op Aarde maar dat er ook op andere plaatsen in de wereld mensen woonden. En ook die mensen moesten worden beschermd van de inwoners van de hellen, hellen die zich intussen steeds meer gingen verdichten. Hellen waarvan hun bewoners zich bij de aardse mensen gingen uitleven.
Jezus en de Zijnen zouden er alles aan doen om de aardse mens in die strijd bij te staan. Het was een moeizaam en langzaam proces maar de missie van
Jezus zou slagen omdat Zijn missie de missie van God Zelf was.
Jezus begreep als eerste mens in de ruimte dat alle wetten in essentie tot één enkele wet terug was te voeren. En die alles overheersende universele wet was onbaatzuchtige dienende liefde!... .

En zo verdichtten zich in de loop van talloze eeuwen de sferen van licht tot hemelen waarin de mens uiteindelijk voldoende geestelijk bewustzijn zou verkrijgen om de  wedergeboorte in de stof op een andere, hogere planeet mogelijk te maken. Een planeet waar Hij en Zijn tweelingziel als Goden zouden leven.
Maar ook deze wonderbaarlijke planeet van de vierde kosmische graad was niet het einde maar slechts een tussenstation naar nog hogere gebieden.
De mens had dus zelf zijn hellen geschapen maar hij zou ook de schepper zijn van het licht, van de hemelen...
En aldus evolueerde de mens na verloop van talloze eeuwen in ruimte en tijd totdat hij het goddelijke AL zou bereiken.
Tot deze eerste mensen behoorde Jezus.
JEZUS ZOU MET DE ZIJNEN ALS EERSTE HET DOMEIN VAN GOD BINNENTREDEN.

,,God heeft de mens naar Zijn evenbeeld geschapen'' zou in het AL bewaarheid worden!
Het aardse intellect had intussen al berekend dat de maat van het menselijk lichaam vrijwel exact het midden hield tussen die van het heelal en die van het atoom.
Jezus, het hoogste bewustzijn onder de mensen en tevens eerste mens die een Bewuste God was geworden bevestigt dit fenomeen door Zijn aanwezigheid als absoluut middelpunt in Gods universum! Jezus vormt dan ook de ultieme schakel met God.
,,Ik en de Vader zijn één. Ik ben de Weg en de Waarheid'', woorden van Jezus, zijn even zovele Goddelijke geboden geworden waar geen mens in de kosmos omheen kon. Maar Jezus en de Zijnen zagen dat niet alle mensen op Aarde voor deze weg hadden gekozen. Integendeel. Het merendeel had een andere weg ingeslagen... Een weg die omlaag zou voeren. Een weg die de astrale duistere sferen zouden verdichten tot hellesferen waar toestanden heersten waar de aardse mens zich niet eens een voorstelling van kon maken.
 
Deze hellen bestaan nog steeds, evenals de hemelen, de sferen van licht, de astrale gebieden rondom Moeder Aarde.
Maar al het leven moet naar God terug en geen enkele ziel kan onderweg blijven steken...
Ja, je hebt het goed begrepen: Eeuwige verdoemdheid bestaat derhalve niet! Wel eeuwig leven! Voordat Moeder Aarde in Goddelijke energie zal zijn opgelost zullen al deze levens, zonder enige uitzondering, op hogere planeten hun evolutie voltooien.
Jezus had tijdens Zijn lange en vaak zware weg die Hem terug zou voeren naar Zijn Vader als eerste ondervonden dat Liefde het goddelijke cement was dat het universum in stand hield en besloot om deze God van Liefde die Hij had Ieren kennen aan de mens op Aarde door te geven. Hij wilde zodoende de mensheid de weg naar Zijn Vader wijzen. En dit kon maar op één manier: Hij zou Zich weer op Aarde geboren laten worden, als mens onder de mensen. Jezus wist dat zijn missie zou slagen. Maar Hij wist ook hoe Zijn leven op Aarde zou eindigen. Hij kende de dramatische afloop, vandaar dat Hij alléén deze taak op zich wilde nemen.

Dit alles is intussen geschiedenis. De hele wereld weet wat er nu, bijna 2000 jaar geleden, heeft plaatsgevonden... Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog heeft Jezus voortbouwende aan zijn liefdevolle missie de ,,Universiteit van Christus'' op Aarde gesticht.
 Eerder was dit niet mogelijk geweest. Eerst moest het goede op Aarde het kwaad overheersen en dat was tot op dat moment nog niet eerder voorgekomen. Het hogere bewustzijn had de meerderheid. Voor het eerst in de menselijke geschiedenis had het merendeel van de mensheid nu voor het goede gekozen. Hiervoor was deze lange, bloedige wereldoorlog nodig geweest. De volkeren van de Aarde zouden nu kleur moeten bekennen. Het aan de kant blijven staan was niet meer mogelijk. Iedereen was bij deze wereldbrand betrokken. Mede hierdoor is deze universele oorlog van kosmische betekenis geweest. Door de ,,Universiteit van Christus'' was de verbinding van het Al met de Aarde eindelijk een feit geworden. Door het gesproken woord en de vele boeken zijn de liefdevolle boodschappen afkomstig vanuit het Al voor de mens op Aarde die hiervoor open staat bereikbaar. De Geestelijke Wetenschap had zijn intrede gedaan.

En nog is Jezus missie niet ten einde. Hij zal Moeder Aarde blijven bezielen want de strijd tussen Licht en Duisternis, tussen Goed en Kwaad, de strijd van de hellebewoners tegen de goedwillende mensen op Aarde is nog lang niet ten einde.
Dat bewijst de toestand in de wereld. Dat kun je letterlijk  elke dag op je televisiescherm waarnemen en in de kranten lezen!
Aan jou de keuze om aan de kant van Jezus en de Zijnen te staan.
Besef dat Zijn weg evenals van ieder van ons van het duister naar het licht voerde. Zelfs Jezus moest door het ongoddelijke te beleven en te overwinnen het goddelijke verdienen.
Jezus was de pionier van de mensheid, de wegbereider, de voortrekker die als eerste de weg terug naar Zijn Vader had gevonden. Hij is onze goddelijke gids.
Zijn weg is dan ook de jouwe en de onze, en van de gehele mensheid.
Vandaar: JEZUS IS EEN VAN ONS...
D.B.