ARTIKELEN VAN EN OVER JOZEF RULOF GEPUBLICEERD IN DE JAREN 1953 TOT 1958 UIT DE EUROPESE HERAUT EN ANDERE SCHRIJVERS. 
WIJ HOPEN DAT HEEL VEEL BEZOEKERS DEZE ARTIKELEN LEZEN EN MOGEN  INZIEN DAT ER MAAR ÉÉN DING TELT: LIEFDE!!!!!
DAT ER GEEN DOOD BESTAAT MAAR EEN EEUWIG VOORTGAAN.
GEEF DEZE ARTIKELEN DOOR AAN IEDEREEN DIE ER VOOR OPEN STAAT,  AAN GENE ZIJDE ZAL MEN ER U DANKBAAR VOOR ZIJN.
IS HET U ERNST MET DE LEER, WELKE DOOR JOZEF RULOF WERD GEBRACHT? WERK DAN MEE AAN DE VERBREIDING VAN DE BOEKEN EN ARTIKELEN VAN JOZEF RULOF: WEES EEN GODSGEZANT IN DE ,,EEUW VAN CHRISTUS''.   
WIE WAS JOZEF RULOF.

In 1898 werd in het plaatsje ’s-Heerenberg, in Gelderland, een jongetje geboren bij Katholieke Ouders. Deze gaven hem de naam Jeus. Reeds gedurende haar zwangerschap beleefde zijn vrome moeder Crisje – die, zonder het zelf te weten, mediamiek was, -- wonderlijke dingen. Maar niemand, ook de pastoor niet tot wie zij zich dikwijls wendde, kon haar hierover een verklaring geven.
Toen Jeus het levenslicht had aanschouwd, gebeurden er weldra mysterieuze voorvallen in de eenvoudige arbeiderswoning te ’s-Heerenberg. De ouders van Jeus maakten zich ongerust over dit vreemde kind, maar aangezien hun jongen overigens zowel verstandelijk als lichamelijk volkomen normaal was, lieten zij hem maar zijn gang gaan.

Jeus ging veel de natuur in en ofschoon hij steeds helemaal alleen was, beweerde hij, dat hij met andere kinderen op een weide had gespeeld. Hij had o.a. ook een grote vriend die hij ,,de Lange” noemde. Deze ,,Lange” leek erg op zijn vader, vertelde hij en haalde hem dikwijls af.
Op 5 jarige leeftijd vertelde Jeus reeds aan zijn vrienden in het dorp: ,,as ik groot bun, gao ‘k boeke schrie’ve !”  
Wat dit wonderlijke knaapje allemaal heeft beleefd, kunt u lezen in de autobiografische trilogie ,,Jeus van Moeder Crisje”
Jeus was op school geen goede leerling. Ofschoon hij bijzonder intelligent was, kon de leraar niet veel schoolkennis in zijn hoofd krijgen daar Jeus in gedachten liever door de natuur zwierf en aan zijn ,,Lange” dacht en aan zijn merkwaardige vriendjes met wie hij op de weide had gespeeld. Toen zijn vader vroegtijdig stierf en Jeus achter de lijkkoets aanliep waarin het stoffelijke overschot van ,,Lange Hendrik” was opgebaard, kreeg hij van zijn broers een standje omdat hij met zulk een grote stappen liep. Zij vonden dit oneerbiedig tegenover hun overleden vader die ook altijd zulke grote stappen had genomen. Jeus echter antwoordde, dat hij helemaal niet oneerbiedig wilde zijn en dat hij alleen zulke grote passen nam, om gelijk te blijven met zijn vader die op dat ogenblik naast hem liep!

Reeds op zeer vroege leeftijd ging Jeus zelf de kost verdienen. Hij nam de plaats in van zijn overleden vader in huis. Jeus werkte in verschillende bedrijven, waaronder een borstelfabriek en een houtzagerij. Enige jaren later moest hij onder dienst, in welke tijd hij zijn eerste meisje leerde kennen.
Zijn leven is dat van een gewone, onontwikkelde dorpsjongen alleen met dit verschil, dat hij van tijd tot tijd contact heeft met zijn ,,Lange” uit de geheimzinnige ,,andere” wereld. Jeus trekt later naar de stad en doet zo’n beetje van alles om aan de kost te komen. Zijn laatste werkkring was die van chauffeur in den Haag waar hij ook zijn echtgenote – een charmant Weens vrouwtje – leerde kennen, die hem later met al haar liefde zou steunen bij zijn grote taak. Als Jeus geestelijk volwassen is neemt ,,de Lange” hem onder handen.
Het tot nog toe speelse contact is nu uit. Jeus leert begrijpen, dat hij voor zijn ,,Lange” een taak heeft te verrichten. ,,Er moeten lezingen worden gehouden en boeken worden geschreven. De mens moet leren aanvaarden dat er geen dood is en dat God zijn kinderen niet verdoemt! Bovendien moeten de Wetten van de Ruimte door jou worden vastgelegd!” zo spreekt ,,de Lange” tegen Jeus. ,,De Lange” is in werkelijkheid een Meester van de Ruimte en wordt aldaar Alcar genoemd. Meester Alcar is, volgens de beschrijving van Jeus, een grote statige man met een schoon, liefdevol gelaat. Zijn gewaad, dat hij als een Romeins kleed om zich heen heeft gedrapeerd straalt een verblindend licht uit in allerlei prachtige kleuren.

Jeus wijst er in zijn plat Gelders op, dat hij – Jeus – zo stom is als het achterend van ’n varke. ,,Hoe kunt u mij voor zulk werk gebruiken? Ik kan nauwelijks lezen of schrijven?!” En inderdaad heeft Jeus niet teveel beweerd. De schoolopleiding van Jeus is – om het zachtjes uit te drukken – onvoldoende. Bovendien kan Jeus alleen wat plat Gelders spreken. Een behoorlijk boek heeft hij nog nimmer in handen gehad, laat staan gelezen en toch is dit alles bijzaak.
Meester Alcar wilde namelijk juist dat Jeus – die later als Jozef Rulof zo bekend zou worden – zuiver bleef van alle aardse kennis. Jeus zou alleen maar moeten ,,ontvangen” door Meester Alcar en andere Meesters van Gene Zijde die een taak hadden te verrichten. Hiervoor was het alleen nodig, om mediamiek open te staan voor dit wonder. Zelf denken en eigen kennis zouden het zuivere kanaal alleen kunnen verstoppen voor de Meesters der Ruimte.

Jeus kreeg een machtige ,,opleiding” door zijn Meester Alcar. Voor deze opleiding zijn echter geen aardse middelen nodig. Integendeel. Meester Alcar verbiedt Jeus om te trachten zich aardse kennis eigen te maken. Het kanaal moet zuiver blijven en hoe ongerepter hij is van binnen, des te beter kunnen de Meesters zich door hem manifesteren. De opleiding geschiedt echter op andere – voor gewone stervelingen onbegrijpelijke – Wijze. Meester Alcar bevrijdt Jeus namelijk van zijn stoflichaam en laat hem uittreden. Als astraal lichaam wordt Jeus door Meester Alcar nu meegenomen naar andere werelden waar de mensen, na het beëindigen van hun aards leven, verder leven als geest.
Jeus krijgt Kosmisch onderwijs en maakt de ene reis na de andere met zijn grote leider. Teruggekomen van deze reizen gaat Jeus telkens achter een schrijfmachine zitten en stelt zijn lichaam beschikbaar aan een Meester van Gene Zijde die door Jeus gaat schrijven.
Zo ontstonden wonderbaarlijke werken over het ontstaan van het Heelal, krankzinnigheid, geestelijke gaven van de mens enz. enz.

Bovendien leerde Jeus ziekten genezen door hulp van zijn grote leider Alcar. Jeus mocht echter nooit de plaats innemen van een geneesheer maar mocht alleen helpen als medische hulp ontoereikend bleek of voor het vaststellen van de diagnose. Alsof dit nog niet genoeg was werd ook door Jeus geschilderd. Zowel Meester Alcar als verscheidene andere intelligentie's brachten door Jeus meesterlijke schilderijen tot stand, die door kunstkenners met verbazing werden aanschouwd. Binnen enkele uren werden grote doeken met de wonderlijkste bloemen – zoals wij die op aarde nog nimmer hebben gezien – beschilderd. Vele taferelen van Gene Zijde, Symbolieken en Zeeschilderijen kwamen tot stand. Jozef Rulof heeft enkele malen in het openbaar gedemonstreerd hoe zulk een schilderij tot stand kwam.

In de grote zaal van Diligentia in Den Haag heeft hij, staande op ’t toneel, bloemstukken e.d. geschilderd in een tijd die voor elke aardse schilder, hoe bedreven ook, onmogelijk werd geacht.
Alle schilderijen zijn tot in bijzonderheden uitgewerkt en van zulke prachtige kleuren dat men er niet op uitgekeken raakt. Ook in volstrekte duisternis kwamen zulke schilderijen tot stand met hetzelfde resultaat.
Ofschoon Jozef Rulof reeds twintig boeken heeft laten verschijnen is er nog niemand in geslaagd hem op één tegenstrijdigheid te wijzen. Dat zal ook nimmer mogelijk zijn, want de boeken zijn door Kosmisch bewuste Meesters uit de Ruimte tot stand gekomen en zijn derhalve onfeilbaar. Jozef Rulof heeft ook vele honderden lezingen en spreekbeurten gehouden. Op deze lezingen mocht iedereen in de zaal hem vragen stellen, mits zij geen betrekking hadden op de politiek, strikt medisch of technisch terrein. De antwoorden waren altijd onfeilbaar.

Stelt u zich eens voor een dorpsjongen uit de Achterhoek die door dikwijls zeer geselecteerd publiek – waaronder mensen der Wetenschap – werd ondervraagd! Het is nimmer gebeurd dat Jozef Rulof geen of een foutief antwoord gaf. Artsen, Biologen, Filosofen, Sterrenkundigen, Rechters, Kunstenaars enz. kregen van deze dorpsjongen college!
Natuurlijk was het niet Jozef Rulof zelf die antwoordde, maar een Meester van Gene Zijde die zich alleen van het lichaam van Jeus bediende.
Wie Jozef Rulof ooit op zulk een bijeenkomst persoonlijk heeft meegemaakt, zal hem niet licht meer vergeten. Jeus was van middelmatige grootte, flink gebouwd en breed van borst en schouders. Onder een machtig denkervoorhoofd keken zijn diepliggende grijze ogen, doordringend en een beetje spottend de wereld in. Hij had een wilskrachtige mond met een onmiskenbare humoristische trek bij de mondhoeken. Jozef Rulof was een grote persoonlijkheid die een blijvende indruk bij alle mensen achterliet.
Jeus is direct na de oorlog naar de Verenigde Staten gegaan. Hij heeft daar – zonder dat hij ooit Engelse les heeft gehad – in Carnegiehall in New York lezingen gehouden in het Engels! Amerika accepteerde hem echter niet, omdat Jeus de daar machthebbende leiders op Occult gebied ontmaskerde en voor Charlatans uitmaakte. Nu is het bekend, dat nergens zoveel bedrog op spiritistisch terrein wordt gepleegd als juist in Amerika.

Jozef Rulof kwam teleurgesteld terug en ging hier verder met zijn machtige lezingen, waarvan de meeste op de Wirerecorder werden opgenomen.
De lezingen van Jeus die gemiddeld zowat anderhalf uur duurden, werden voor de vuist weg uitgesproken, zonder dat van te voren iets op papier werd gezet! Elke lezing was een parel op het gebied der Retorica.
De zin van het werk der Meesters was om de mensheid de angst te ontnemen voor de dood en om ze aan te tonen, dat er geen eeuwige verdoemdheid bestaat. God was slechts Liefde.
Natuurlijk haalde Jozef Rulof zich het ongenoegen van de kerken op zijn hals die zich in hun Dogma’s aangetast voelden. De Charlatans op Spiritistisch en Theosofisch terrein werden door Jozef Rulof ontmaskerd en ook van die kant werd hij tot doodsvijand uitgekreten. Het ene heilige huisje na het andere werd door deze Geestelijke Wetenschap omver geworpen en Jozef Rulof die gewild had dat alle Godsdiensten en alle Sekten één zouden worden, stond moederziel alleen tegenover een wereld van leugen, bedrog, vooroordeel en boekenwijsheid. Ook de geleerden wilden niets van hem aannemen. Ofschoon Jozef Rulof zelf de moed en het karakter had de geleerden uit te dagen voor een openlijk debat, lieten zij meesmuilend verstek gaan! Immers Jozef Rulof was toch maar een dorpsjongen uit de Achterhoek? Waarom zouden die geleerde Heren zich inlaten met iemand die geen titel voor zijn naam had?

Als men in deze maatschappij niet liefst drie titels voor zijn naam heeft staan dan ,,betekent” men immers niets en telt men toch niet mee?
Het is de grote tragedie van onze tijd, dat de mensheid geleerdheid verwart met wijsheid!!
Hoe het zij, Jozef Rulof  heeft zeer vele aanhangers In Nederland en ook in andere landen en wat hij niet gedurende zijn leven heeft kunnen bewerkstelligen zal hij, na zijn heengaan in november 1952 tot stand brengen in de vorm van de ons achtergelaten leer en boeken.
Dit is een machtig testament dat wij vanuit Gene Zijde hebben mogen ontvangen en waarin zowel de zin van ons leven als het ,,vanwaar waarheen” onfeilbaar wordt beantwoord.
De kloof tussen stoffelijke en geestelijke wetenschappen is door het zuiverste Instrument van Gene Zijde – Jozef Rulof -- op waarlijk overweldigende wijze overbrugd. 

                            HET ADEPT VOOR DE MEESTERS VAN GENE ZIJDE!
Door Jeus van moeder Crisje aan te voelen, wordt het duidelijk, dat hij nimmer goed zal vinden, dat men hem straks een wit laken om zijn schouders hangt of op een voetstuk plaatst, omdat hij door zijn eenvoud en heilige plichtsbetrachting waaraan meester Alcar reeds in zijn jeugd gewerkt heeft, het kind van Crisje zal blijven!
De spiritualisten en vrienden, kunnen dat nu reeds vaststellen, zij zijn niet in staat om hem te beïnvloeden, hij trapt dat stuntelige ding onder zijn voeten vandaan. Wie ondanks alles toch proberen zal om, naar de eigen gevoelens en inzichten, zijn leven opdringerig te overheersen, krijgt dan zijn verkregen persoonlijkheid te zien en zal hij weten te handelen zoals wij het van hem gewend zijn. Ook daaraan werkt meester Alcar! Wil Jeus zijn Universele taak volgens de wetten van de ruimte afmaken, dan zal hij een gelukkig kind moeten blijven.
Maar, hij aanvaardt het moeilijkste werk op aarde, omdat het nuchtere Westen niet open staat voor de Metafysische wetten en van occulte wetenschap niets weet. Dat gevoelsleven maakt af wat het niet kent, kraakt alles, bezoedelt het en krijgt het straks op zijn dak.

Wie hem echter volgt en zijn leer aanvaarden kan, krijgt een machtige ruimte te beleven en een geestelijk bewustzijn, doch wie hem door de eigen gevoelens en gedachtesfeer wil overheersen, staat voor meester Alcar en wil zeggen, ook zijn volgelingen hebben de meesters te aanvaarden. Ook van hen eisen de meesters alles, de volle overgave, plichtsbetrachting, liefde en eenvoud, het ,,willen dienen''! En dat wordt het inzetten van het levensbloed, bewust, voor honderd procent, omdat het nu gaat om Goddelijke wetten en het geluk, de geestelijke evolutie voor de mensheid! Als beloning krijgen zijn volgelingen een geestelijk bewust leven, een andere en betere liefde, ja een sterke persoonlijkheid.! En dat weet Jeus, geen mens die hem volgen wil kan er aan ontkomen en eens zal elk mens er aan moeten beginnen, want al het leven heeft deze weg te volgen! En deze weg is zeker, die gaat bewust door de ,,kist'', maar daar achter leeft de ziel als en machtig mooi wezen voort en gaat verder, steeds hoger, totdat het Goddelijke ,,Al'' is bereikt, om daar de God van al het leven voor miljoenen wetten te vertegenwoordigen!

En een heilige wordt Jeus ook niet! Omdat hij zal leren, dat dit heilig doen voor de aarde niets te betekenen heeft, armoedig en zielig gedoe is. Hij zal doodgewoon blijven als mens, maar de zaken van de aarde eerbiedigen. Je zult nooit kunnen zeggen, als je hem later ontmoet, ik had zo voor me zelf gedacht, die man draagt toch wel een wit laken, is ontzettend ernstig en doet mystiek, maar dat is mij tegengevallen. En wat u dan tegenvalt, dat bent u zelf! Ge wilt hem zien door uw eigen bril en bewustzijn, maar dan ziet u hem verkeerd. U zult hem zien met zijn hoed op halfzeven, jongensachtig, opgewekt, speels, omdat zijn meester het zo wil. Want wat hij te dragen krijgt, is ontzagwekkend, maar wij spreken elkaar nader. Maar van binnen is hij heilig, zo harmonisch en in harmonie met zijn meester, als geen mens in uw kring en ruimte is, want voor hem is alles gevoel, doch vooral opgewektheid, natuurlijke zelfstandigheid, het open zijn zoals ook moeder natuur is, want Jeus heeft niets te verbergen, doet niet dik of hoogmoedig, hij kent die eigenschappen niet meer! Hij weet het, de heiligheid van de aarde zijn voor uw wereld franjes, opschik, kale drukte, gouden kalf allures. Kijk maar om u heen en u weet het.

En dat is niks voor Jeus, hij is angstig voor rijkdom, hij kent die levens, hun gegolf en gepraat raakt alleen hun armoedig bewustzijn, hij kijkt door die ellendige dikdoenerij heen en trap er op. In geen geval mag hij zijn opgewekt karakter verliezen, want, daardoor verzet hij bergen, dat wordt u straks duidelijk. Wij leren hem, dat de sferen van licht opgebouwd werden door het kind van Onze Lieve Heer en dat is het paradijsachtige gevoelsleven, zo gelukkig, zo bewust, altijd dragende, denkende, van ophoping van gedachten, van verwaarlozen van karaktertrekken is er geen sprake meer en thans leeft de mens anders, is steeds in harmonie met de oneindigheid, waarvoor Jeus dient! Zou hij zwaarmoedig worden, dan breekt dat zijn karakter, immers, ook Christus was een Goddelijk gelukkig kind!

Wat deze ,,Jozef'' zoals men hem noemt in de stad, beleven zal, dat hebben de groten van uw wereld nimmer gekend. De wetten zullen het u vertellen, die Jeus ziet en beleeft en hem door de engelen worden verklaard. Nu reeds is hij Ramacrisnha voorbijgerend. Dit heeft Ramacrisnha niet beleefd, omdat hij nimmer astrale hulp en ontwikkeling heeft willen aanvaarden. Wat wist Socrates van deze ruimte, waarin Jeus nu leeft, af? Niets! Heeft Plato dit gekend? Nee! Heeft uw Krisnamurti dit beleefd? Nee, want men zond dit leven naar uw universiteit en daar zijn deze wetten en machten niet te leren! Het is allemaal doodeenvoudig, omdat deze wijsheid alleen ontvangen kan worden en wie deze ontwikkeling niet bezit, komt nimmer achter de kist vrij van de stoffelijke wetten, de stelsels, daar is een enorme studie voor nodig en die ontvangt hij uit het leven na de dood, door de hoogste meesters! Het is waarheid, Jeus is een begenadigd instrument, een ,,PAULUS'' VOOR DEZE EEUW!
N.N.
 
 
           DE ZIEL DIE VOOR GOD WIL DIENEN KAN NIET TEN ONDER GAAN.
 Geen woord, dat ge voor God en al Zijn leven uitspreekt, is te vernietigen, na duizenden jaren staat ge opnieuw voor uw taak. God zal ons werk niet vernietigen, eens mogen wij het afmaken. Maak nu vergelijkingen met de levende openbaringen en de realiteitswetten van de ruimtelijke liefde.
Het is Christus wil, dat de bewusten in de geest u dat voorleggen, zodat de boeken van Jozef Rulof dieper tot uw zielenleven mogen doordringen.

 Het is de bewusten in de geest mogelijk geworden om u een beschrijving te geven van de levende openbaringen, welke in de Eeuw van Christus tot uw zielenleven zullen spreken. Daarom is het van het grootste belang, het leven te beschrijven van een mensenkind, wat geboren is om zijn taak te voltooien in het belang van de gehele mensheid. Toen dit zielenleven geboren zou worden, was het gereed voor de geestelijke gaven. Aan deze zijde heeft de ziel de wetten leren kennen. Met zijn Meester beleefde hij alle hellen en hemelen en alle levensgraden in de ruimte.
 Dan komt de geboorte op aarde. In de boeken ,,Het Ontstaan van het Heelal'', is dit terugkeren naar de aarde beschreven.

De Meester wilde, dat hij als kind niets zou leren, een school was voor hem niet nodig; het zou hem voor het mediumschap ongeschikt maken. En dat heeft zijn geestelijke leider, Meester Alcar, voorkomen. Hij wist waar het kind geboren zou worden, de hoogste Meesters van deze zijde konden het waarnemen en voerden hem naar dit zielenleven, dat zich onder al die miljoenen op aarde bevond. Voor de Meester was dit een openbaring. Hij ziet een dorpje voor zich, een lieflijke natuur en weet nu, dat hij alles voor het instrument zal kunnen doen. De ziel leeft in de moeder en hij ziet de moeder voor zich. De moeder voelt nu reeds en zegt het dan ook, dat ze thans een bijzonder kind draagt. Deze is anders dan de anderen, die ze heeft. Ze voelt aan het trappen van het kind en aan de gevoelens, die ze door dit éénzijn beleeft, voor haar is het een wet: Dit kind heeft iets!

In de moeder komt het zielenleven tot ontwaking. Tussen de vierde en de vijfde maand begint Meester Alcar aan de ontwikkeling en maakt het zielenleven wakker, zodat straks het zenuwgestel gereed is om het gevoelsleven te kunnen opvangen. Hetgeen aan deze zijde is beleefd moet tot ontwaking komen. Al vroeg komt het kind onder de astrale inwerking en is het met de Meester in verbinding. De gehele verdere jeugd van dit kind, zoals het temidden van de omgeving waarin het leeft, de occulte inwerking ondergaat, is beschreven in de trilogie ,,Jeus van Moeder Crisje''. Wanneer ge deze regels leest, zoek dan ,,JEUS'', de roman over een kind, ons instrument en u krijgt een onvoorwaardelijk beeld, hoe de Meester dit leven optrekt. Deze jeugd is een openbaring. Het kind trapt zijn klompen stuk en beleeft door Gene Zijde bovennatuurlijke wetten, het speelt op de wolken met zijn vriendjes en leeft tijdelijk tussen leven en dood, maar kent de wetten nog niet. Deze Jeus heeft iets, wat al de andere kinderen niet bezitten, maar hij blijft speels en opgewekt, is bewust en onbewust een instrument in handen van deze wereld.

Op de leeftijd gekomen, stuurt de Meester hem naar de stad, want hij kan met hem in dat dorpje niets beginnen. Zijn jeugdhelderziendheid komt tot ontwaking en nu kan Gene Zijde inwerken.
In zijn jeugd treedt hij reeds uit zijn organisme, maar dat moet anders worden, de Grote Vleugelen moeten bewust beleefd kunnen worden.
Door het tekenen en schilderen en het genezen van zieken, komt het eerste contact met deze wereld tot stand en Gene Zijde begint aan de kosmische ontwikkeling. In vijf seconden treden er vijf geestelijke gaven in werking, op het zelfde ogenblik, dat zijn Meester op hem inwerkt is Jeus -- later als André - helderziend, helderhorend, schilder, teken en genezend medium geworden. De Meester vindt nu, dat hij aan de psychische en fysische trance kan beginnen. Inmiddels wordt Jeus bij de hoogste Meesters aan deze zijde geroepen, die op aarde een kring van mensen hebben gevormd, waar zij mede zijn ontwikkeling onder handen zullen nemen.

De Meesters vertellen de aanzittenden, waar Jeus zich bevindt en zij moeten hem halen, hij moet deze zittingen meemaken. Jeus is gevonden in de grote stad en nu kan de Meester zijn instrument een ontwikkeling schenken, zoals het oude Egypte met al zijn heiligheid niet heeft kunnen beleven. De hoogste Meesters trekken hem tijdens de psychische zitting in hun leven op en daardoor ontvangt hij hetgeen voor zijn mediumschap nodig is. In het eerste jaar is de psychische trance ontwikkeld en dan kan er aan de donkere zittingen voor de fysische trance begonnen worden. Want door de fysische trance kan de Meester aan de Grote Vleugelen beginnen. Al de fysische gaven komen tot ontplooiing en de aanzittenden beleven er wonderen door. In drie jaar is ook dat stadium bereikt en dan begint Meester Alcar aan het bewuste uittreden.

Intussen wordt er geschilderd en genezen, het helpen van mensen is zijn dagelijkse taak en door de zieken leert hij de stoffelijke en astrale wetten kennen. Hij moet al deze wetten beheersen, wil hij straks niet onder een kosmische last -- de grote Vleugelen -- bezwijken.
Al deze gaven bevinden zich op één hoogte. Onfeilbare diagnoses worden er gesteld en tal van door hun artsen opgegeven zieken geholpen en genezen.
Nu staat Jeus voor de ruimte! Hij weet niet wat Gene Zijde eigenlijk met hem voor heeft en dat bewustzijn zou ook teveel voor hem zijn, eerst straks zal hij zichzelf leren kennen. De Meester zal hem terugvoeren naar het oude Egypte en dan mag hij weten, wie hij daar is geweest. Straks zal hij zijn eigen verleden ontvangen. Zijn Egyptische persoonlijkheid zal tot ontwaking komen. Maar door zijn gevoelsleven is hij thans het instrument in handen van de Meesters.

Jeus buigt zich voor zijn Meester en is als een klein kind: Hij zal dienen, zoals alleen het bewuste kind van Christus dienen kan. In zijn leven is die kracht aanwezig.
 Meester Alcar is drie jaar verder en staat nu met zijn instrument voor de astrale wetten. Jeus staat naast zijn stofkleed en moet thans bewijzen wat hij in deze jaren , eigenlijk van zijn jeugd af, geleerd heeft. Meester Alcar wil, dat hij zich buiten hem om oriënteert. De Meester eist alles van zijn instrument, geeft alles, maar wil, dat hij zichzelf nimmer kan verliezen, doch hiervoor moet het instrument de wetten leren kennen. Meester Alcar voert hem flitsend door de ruimte en vraagt hem plotseling: ,,Waar zijn wij op dit ogenblik André? Concentreer je op het leven, waarin wij zijn. Ik moet je thans voor de wetten stellen, zodat je steeds in staat zult zijn om op eigen kracht terug te keren naar je organisme. Je moet je dus in alles kunnen oriënteren. Waar zijn wij?''

Direct komt het antwoord: ,,Wij zijn in Indië, Meester.''
,,Prachtig!'' De Meester flitst weg, hand in hand zweven ze door de ruimte. Hij vraagt: ,,En thans?'' André stelt zich in en zegt: ,,In het hoge Noorden, Meester.'' ,,Heel goed, mijn jongen, maar wij gaan verder. En nu?'' ,,In het midden der Aarde, Meester.'' ,,Voldoende, André, wij zijn in het midden der Aarde, heel goed, je instellen laat niets te wensen over. Nu kunnen wij aan de verdere ontwikkeling beginnen en kan ik je de wetten van ons leven verklaren. Voor heden voldoende.''

Iedere nacht moest Jeus uittreden, het organisme is thans in de vijfde graad van slaap, hij kan nu de stoffelijke wereld verlaten en overdag zieken genezen, schilderen en schrijven, want hetgeen hij ontvangen heeft, moet vastgelegd worden. Een jaar later komt zijn eerste boek uit en wel ,,Een blik in het Hiernamaals''. De hellen zijn beleefd en de hogere sferen volgen, Jeus moet dat alles verwerken en hij komt er doorheen, ook al voelt hij zich soms lamgeslagen, een kosmische last drukt op zijn menselijk kinderlijke schouders. Maar korte tijd later komt het tweede deel van ,,Een blik in het Hiernamaals '' uit.

Korte tijd daarna, nadat de hoogste sferen zijn beleefd, waar Jeus de engelen heeft mogen bewonderen, waar de Meester van zijn Meester Alcar hem opvangt en hem het allerhoogste aan Gene Zijde toont, wordt die geestelijke reis beschreven en verschijnt ook het derde deel. Meester Alcar heeft bereikt, dat Jeus, die geen cent bezit, zijn eigen boeken kan uitgeven. De schilderijen, die gemaakt en verkocht worden, moeten de boeken vertegenwoordigen; zijn Meester heeft alle bedrog uitgeschakeld, hij wil zijn werk in eigen handen houden en dat is geschied. In de hellen is Jeus twintig maal bezweken, hij kan niet van die verschrikkelijke mensen loskomen, de duisternis houdt hem gevangen. Hij leeft op Aarde, hij eet en drinkt, waar Jeus kijkt, ziet hij de hellen voor zich, zijn gevoelsleven splitst zich in de miljoenen graden, hij leeft op Aarde en is er nu al niet meer. Waar is het einde? Daarvoor zal zijn Meester zorgen, maar niettegenstaande die geweldige hulp, moet Jeus toch zichzelf blijven en moet hij die wetten in het organisme verwerken.

Hij is met zijn Meester in de hel en kan niet verder. Zijn keel wordt dichtgesnoerd, hij moet zich leren instellen, hij moet de astrale werelden overwinnen. Zijn Meester zal hem helpen, maar Jeus moet zichzelf worden in deze wereld, opdat hij zijn eigen bescherming heeft. De Meester zegt tot zijn lieve broeder en vriend, die hij aan Gene Zijde heeft gekend en met wie hij tezamen al die wetten heeft beleefd, waarvan Jeus echter nu niets meer weet: ,,Goed, mijn waarde, dan zullen wij terugkeren en maar ophouden. Wij zijn gewogen en te licht bevonden.''

André schreit en Jeus is gebroken. Deze twee persoonlijkheden helpen elkaar. André is het instrument, Jeus nog steeds het kleine kind uit het dorpje. Ineens voelt Jeus, dat hij André moet helpen. Is dat soms mijn wapen, denkt hij? ,,Jeus, Jeus'', roept hij heel hard, ,,ik ben er Meester. Ze mogen mij vernietigen, u zult mij helpen, ik WIL leren.''
Jeus zinkt ineen en bidt: ,,O, God, sta mij bij. Laat de duivelmensen tot mij komen, o God, ze mogen mij vernietigen, maar laten ze mij niet aftrekken van mijn plaats voor U en laat hen door Uw kracht breken op Uw tegenwoordigheid in mij. O God, als ik zo verschrikkelijk slecht ben en ik zie het niet, laat het mij dan weten, laat het mij zien. Breek mij, o God, breek mij af tot in het allerdiepste van mijn ziel, maar, o God, houd mij vast, houd mij vast nu ik voor de diepste hellen sta en bouw mij daar weer op. Ik buig mijn hoofd, ik geef mij aan Uw afgezant over. Zal ik?''

De woorden van zijn Meester sneden als vlijmscherpe messen door zijn ziel. Nu voelt hij zich gesterkt en wil ernstig luisteren naar al die duistere wezens, die hem willen vermoorden. Jeus weet nu, dat hij er doorheen moet, het is voor zijn eigen bestwil. Gebeurt er iets, dan kan hij zich oriënteren. De Meester voelt hem en hij kijkt zijn grote leerling in diens kinderlijke ogen. Hand in Hand dalen ze af. Jeus leert nu, hoe die helbewoners zijn, ze sleuren hem door de ruimte en willen zijn leven bezoedelen. De Meester laat hem plotseling alleen, nu moet hij bewijzen wat hij kan. Toch zal Meester Alcar ingrijpen indien hij ziet, dat zijn hulp nodig is. Jeus behaalt zijn occulte graad en lost volkomen in hun duivelse handen op. Nu kan niets hem meer tegenhouden, hij zal thans zelfs de kosmische wetten kunnen verwerken, waaraan straks begonnen zal worden. De Meester staat toe, dat men zijn instrument aanvalt. Jeus moet bewijzen wat hij kan, ook hem worden geen voetstappen geschonken, al is hij in goede handen, Gene Zijde eist van hem de volle inzet van zijn persoonlijkheid. Niet één mens kan er aan ontkomen, ook Jeus niet, niet één instrument in handen van onze wereld. Allen betalen hun eigen tol! Nu kan Meester Alcar verdergaan. De ruimte volgt. Jeus beleeft de sterren en planeten, hij ziet het ontstaan van de schepping, doch voordat zijn Meester er aan begint, leert hij in de sfeer der Aarde in de krankzinnigengestichten de bezetenheid kennen. Ook dat boek, n.l. ,,Zielsziekten door Gene Zijde bezien'', wordt vastgelegd en nu is hij gereed om Gods heilige schepping in het leven op Aarde te verwerken. De graden der krankzinnigheid hebben hem er voor gereed gemaakt, die ellende deed de deur dicht.

De verkregen stof gaat over alles, wat de Aarde tot nu toe ontvangen heeft. André dringt door zijn contact dieper in het leven, de occulte wetten, dan er één occultist heeft bereikt. De boeken ,,Geestelijke Gaven'', die inmiddels werden beleefd en geschreven, tonen dat aan.
 Zegt het u niets? Wilt gij, ondanks al de heilige contacten toch verder gaan?? Wilt gij, mens der Aarde, uw Goddelijk verkregen contact door onwetendheid, uw menselijke denken en voelen, verbreken? Wilt gij, de door ons gelegde contacten volgens uw aardse weten en mogelijkheden tot geestelijke ontwaking voeren? Zo ja, ga dan uw eigen weg, aanvaardt echter thans, gij staat NU op eigen benen. Aan u om van uw leven alles te maken! Ik zeg u, wij blijven waken, wij moeten blijven bezielen, ook U, of gij zinkt terug vanwaar gij gekomen zijt. Daarheen voert gij u zelf, tot het -- niets -- terug, tot de armoede van geest. 
 
 
                                             HET MEDIUMSCHAP IS HEILIG,
    GELIJK HET GEESTELIJKE CONTACT VAN DE APOSTELEN HEILIG WAS.
U moet de geestelijke gaven door een geest van het licht kunnen beleven of het voert u in de ellende. Het schrijvend mediumschap is één van de schoonste gaven, omdat Gene Zijde nu het eigen leven kan doorgeven, wat geluk voor u en anderen betekent. Wanneer de gevoeligheid in u is, komen wij tot u en zult ge de geestelijke wonderen beleven.
Het medium, waardoor ik dit alles vastlegde, bezit die gevoeligheid. Hij leeft in de vierde graad voor de gaven, door hem kunnen we alles bereiken, dat wij ons voor ogen hebben gesteld. Dit schrijven geschiedde onmiddellijk op de machine en ging buiten het eigen bewustzijn van het medium om. Nu leeft hij in onze wereld en is uitgetreden, hij is daar met Meester Alcar, terwijl ik bezig ben, het boek: Geestelijke Gaven, door zijn organisme vast te leggen. Is het niet eenvoudig? Maar hoeveel wetten hebben wij hiervoor moeten overwinnen? Hij moest de wetten voor de gaven, de occulte wetten overwinnen en zich die eigen maken, zo wij wilden voorkomen, dat hij onder zijn werk zou bezwijken. Er zijn geen stoornissen meer, we hebben die overwonnen. Nu kan ik aan het boek werken en alles van ons leven omtrent geestelijke gaven doorgeven, terwijl mijn Meester met hem in de sferen leeft en hem daar weer andere wijsheid geeft.

Bij zijn terugkomst op aarde leest hij wat ik tijdens zijn geestelijke reis heb geschreven. Ik heb de mij toebedachte uren benut en wel op volle kracht, zodat geen seconde tijd verloren ging. We schakelen zijn bewustzijn dan ook volkomen uit, wat de hoogste graad is voor dit schrijven en wat alleen het oude Egypte heeft gekend. Mijn Meester voert hem intussen naar de sferen van licht of naar hetgeen hij moet leren, want zijn ontwikkeling gaat door. Alle Tempels aan deze zijde staan voor hem open, want hij dient Gene Zijde, de Meesters uit de hoogste sferen. De allergrootste media uit het oude Egypte hebben dit mediumschap gekend en ontvangen, omdat ook zij dienden en een taak voor de mensheid hadden te volbrengen. Ook zij traden door de Meesters aan deze zijde uit hun stoffelijk kleed en brachten de geestelijke wijsheid naar de aarde. Hun hiërogliefen tonen u aan hoever ze gekomen zijn. Het instrument, waardoor ik schrijf, beleeft deze genade. Maar hij beleeft de astrale wetten, zoals men die in het Oosten niet beleven kan, omdat dit volkomen buiten zijn eigen bewustzijn om geschiedt.

Meester Alcar heeft zijn instrument voor mij en anderen ontwikkeld en nu kunnen wij dit innerlijke en stoffelijke leven bespelen. Ik ben weer een leerling van Meester Alcar en u ziet hieruit, dat onze levens zich aan elkaar moeten aanpassen. Ons instrument leeft op Aarde, wij aan deze zijde en toch zijn we geestelijk één. We hebben hierdoor de kloof, die tussen leven en dood ligt, overbrugd. Zijn gevoelsleven is nu voor vijf en zeventig procent uitgeschakeld, slechts vijf en twintig procent bezit hij nog om zijn eigen lichaam te voeden, anders zou dit stoffelijk inslapen. Het fluïdekoord, dat beide lichamen verbindt, zorgt hiervoor en houdt hem met zijn lichaam verbonden. Wanneer dat breekt, keert de ziel niet meer naar de aarde terug. Ik blijf echter met mijn Meester verbonden en dat is weer nodig om eventuele stoornissen te kunnen opvangen. Een geestelijke muur is door ons om het medium opgetrokken en nu kan geen astrale persoonlijkheid ons waarnemen. Hierin blijf ik totdat het medium het organisme van mij overneemt.

Gene Zijde schreef door hem drie boeken in acht weken en elk boek is een levenswerk op zichzelf. En wanneer u dan weet, dat hij voor de maatschappij dom is, geen school als die van u heeft gekend, in een dorpje geboren werd, moet u toch wel ontzag voelen voor dit gebeuren, de reinheid van dit schrijven, want het komt regelrecht uit de sferen van licht. Daarom is elk boek een geestelijk document voor u en voor ons! Zou hij het op eigen kracht hebben gekund, op deze wijze ons leven hebben kunnen vertegenwoordigen?? Ik verzeker u, dat dit niet mogelijk is, hij zou onder zijn kosmische last bezwijken, maar wij helpen hem dragen. Door ons kreeg hij dit enorme bewustzijn, nu kan hij de astrale wetten beleven en zich tijdens het aardse leven staande houden.

De geestelijke gaven, dat moet u thans toch duidelijk zijn, houdt Gene Zijde in eigen handen. Deze geestelijke wonderen behoren tot de sferen van licht, die wijsheid kan u het lagere bewustzijn niet schenken. Het kwaad maakte zich meester van het occultisme, de hellen stroomden leeg, op aarde dienen leugen en bedrog de geestelijke gaven, waarvoor echter de sferen van licht geen achting voelen.
In de boeken Geestelijke Gaven vindt u de occulte wetten en gaven ontleed, deze waarheden zult gij hierin leren kennen.
De hoogste Meesters uit de sferen van licht zijn begonnen, zij bouwen aan de ,,Universiteit van Christus''. Zij schenken deze mensheid hoger bewustzijn, zij dienen ,,Christus''! Ook Jeus wilde dienen. Hij kwam vanuit de sferen naar de aarde en zal zichzelf leren kennen, ook dat zult gij beleven en is thans te volgen. En Jeus bezit het gevoel, de reine overgave, omdat hij zich die gevoelskracht door tal van levens eigen heeft gemaakt. Jeus schakelt zijn ,,wil'' uit en dat is alles wat hij heeft te doen. De ,,ontzagwekkende wil'' van de mens moet nu overwonnen worden, worden vrijgemaakt van elk stoffelijk weefsel en centraal zenuwstelsel. Dat is nu niet zo eenvoudig, doch wat de Meester bereikt, dat ziet u aan de ,,Levensharp'' van Jeus, hij is het instrument waarop Meester Alcar speelt en zijn wijsheid doorgeeft. Wanneer deze Goddelijke spijs op aarde is, is die zuiver en natuurlijk, onfeilbaar zeker aan uw leven geschonken. En dat heeft Meester Alcar in zijn bezit, hij dient voor de ,,Universiteit van Christus'', de hoogste orde in het leven na de dood.

Zei Christus niet tegen zijn Apostelen: Verlies je eigen leven en gij zult het ,,Mijne'' ontvangen. Welnu, Jeus verliest het zijne, maar hij zal het bewustzijn van zijn Meester in handen krijgen. Jeus krijgt de ruimtelijke ,,Alwetendheid'' van zijn Meester, hij wordt Kosmisch bewust.
JEUS ROEPT U TOE:
Maak ook van uw leven een HARP, die door GOD kan worden bespeeld.
 
 
                                          WAAROM JUIST JOZEF RULOF?
Ons onderwerp is allesbehalve eenvoudig. Wij verbeelden ons dan ook niet, dat wij op de boven geciteerde vraag een alles en iedereen bevredigend antwoord kunnen geven; daarvoor is het onderwerp te veeleisend, te diepgaand, om het in één artikel afdoende te kunnen behandelen. Bovendien stelt het bij de vraagsteller een zekere kennis van zaken voorop, kennis de occulte grondbeginselen, zonder welke geen serieus gesprek over deze materie plaats kan hebben. Want -- JOZEF RULOF was een ,,ingewijde", een medium, een ,,Grote Gevleugelde" en wat dit nu allemaal moet betekenen, daarvan moet u nu enigszins op de hoogte zijn, anders kunt u ons betoog niet volgen en lijken u onze beweringen net zo vreemd, als de hiërogliefen in de piramide van Gizeh.

Het enige logische antwoord op de vraag: waarom juist Jozef Rulof?, was eigenlijk de uitnodiging: ,,Lees dan de boeken, geachte vraagsteller of stelster, neem kennis van zijn werk, zijn persoonlijkheid, zijn leven en als er dan nog vragen in u zijn of opkomen, zullen wij het zeer op prijs stellen, deze te mogen beantwoorden". Want dan hebben wij voor het voeren van een productief gesprek een basis, een grondstelling en kunnen wij u een verantwoord beeld van dat grootse leven tonen en is voor u en ons de moeite waard. Dus -- als dit artikel de aanleiding voor u zal zijn, om de wonderbaarlijke boeken van deze ,,Paulus van De Twintigste Eeuw" ter hand te nemen, dan zijn wij voor ons geschrijf rijkelijk beloond en danken u.

Waarom is het juist Jozef Rulof en niet Billy Graham of Mary Baker Eddy, die de wereld het verlossende woord brengt? Waarom is het juist Jozef Rulof en niet één van de honderden geloofsbelijdenissen, welke het geestelijk leven van de mens voor zich opeisen, die de ware toedracht van geestelijke zaken aan u kan tonen?
Waarom is het juist deze Jozef Rulof uit de achterhoek van ons land, die u het Evangelie kan verklaren en toelichten, zoals nog geen kerk of godgeleerde het ooit hebben gekund?
WAAROM IS JOZEF RULOF DE WERELDLERAAR -- en niet uw Kerk of Krishnamurti? Waarin schieten zij te kort en wat geeft ons het recht tot deze taal, tot deze uitdaging aan theologen, theosofen en andere geestelijke faculteiten? Zijn wij antichristen of gek geworden spiritisten, dat wij een JOZEF RULOF boven uw kerkelijk gezag, ja, boven uw geestelijk leven plaatsen en zeggen: ziehier, deze wijsheid, deze kennis van Goddelijke zaken heeft nog nooit een mens aanschouwd! U KUNT NU DAARVAN KENNIS NEMEN en geen mens op deze Aarde zal er bedrogen door uitkomen! Integendeel. WIE ER VOOR OPEN STAAT, zal de dag zegenen die hem met Jozef Rulof in aanraking heeft gebracht. Hij zal dat ,,Evangelie van het Weten"nooit en te nimmer weer willen missen, hij zal een ander mens worden en zijn taal zal dat verdiepte bewustzijn, zal zijn ganse blijdschap en herboren zijn tot uiting brengen. Want er zijn wetten, geachte lezer, als deze in uw leven in werking komen en deze komen alleen tot werking, als u eerlijk naar waarheid en geestelijke verruiming verlangt, die u dan ook in de bewijzen kunnen optrekken, waarna praktisch toch ieder zoekende mens uiteindelijk verlangt.

HET LEVEN VAN CHRISTUS is u bekend. Hij stichtte geen kerk, maar bracht u het Evangelie de Liefde -- levenswijsheid, die uw levensgeluk zou verzekeren. Christus had het nooit, over heilige missen, biecht en eeuwige verdoemenis! Hij veegde eerder de Tempel schoon en leerde Zijn discipelen nederigheid en onthouding van overdadig bezit, maar stichtte geen celibaat! Hij corrigeerde het oude testament en lichtte in Zijn Bergrede de Tien Geboden toe en Hij liet er geen twijfel over, hoe deze moesten worden verstaan. Ja zeker, geachte lezer, een kerk, een geloofsbelijdenis, die op het gezag van Christus steunt, een kerk, die zich beroept op de directe navolging van Christus, maar die niet eens zijn Tien Geboden in praktijk weet te brengen, noch bij zichzelf, noch bij haar leden, kan zich toch onmogelijk als een plaatsvervangster van Onze Lieve Heer beschouwen. Of -- zij heeft het met de hemelen op een akkoordje gegooid, waarvan ons dan niets bekend is. Maar zoals wij de wetten van de Ruimte hebben leren kennen, is ons een heel andere terminologie van het Goddelijke Gezag getoond. Want van al dat theologische geredeneer, waarmee de kerk zich een eigen wereld heeft geschapen en van de ware Goddelijke toedracht heeft geïsoleerd, zijn wij daarbij niets tegen gekomen!??

SI scires donum Dei! Als ge Gods gave eens kende!
Het is hemeltergend hoe onbewust het mensdom, door zijn theologisch gezemel en gezwam, gehouden wordt! Komt toch voor de dag, met uw Goddelijke bewijsstukken, theologen! Vertelt toch eens uw broeders en zuster wat hen achter de kist wacht? Verklaar hen de Goddelijke ,,Rangordnung der Ideeën", waarom er kleurlingen rondlopen, psychopaten en geestelijke armen, toon hen de wonderen van het Heelal en verklaar hen hun Kosmische betekenis! Verklaar hen, waarom het Moederschap ver boven de maagdelijkheid uitkomt en uw afgrijselijke kloostermuren het eerst gesloopt moeten worden? Laat zien dat ge een godgeleerde bent en uw kosmisch doctoraat terecht bestaat. Maar ge kent alleen uw theologisch woordenboek, de Latijnse teksten van uw missen en preken, de geslachtsregisters van uw honderden Heiligen en -- de bijbel in en uitwendig.

Treurig is het. Een Sigmund Freud kwam er niet op uitgedacht, want u heeft een zonde complex, theoloog, u loopt met de zonde in uw zak en wordt gedreven door de vrees van deze zonde. Uw hele theologie is één en al bezwering der zonde! U heeft er een wetenschap van gemaakt, een faculteit der zonde gesticht en miljoenen zielen daarin betrokken. Hebt ge ooit erover nagedacht, dat deze zielen u eens ter verantwoording zullen roepen? Zo ongezond zo mensonwaardig is uw zondetheorie, dat u er niet alleen de eeuwige verdoemenis heeft bijgehaald, maar ook de Maagdelijkheid -- het celibaat -- tot een God welgevallige toestand heeft geproclameerd. Dat gaat lijnrecht tegen e wil van onze Schepper in. Daarmee bewijst u dat u God niet kent, dat u de Schepping niet kent, dat u en uw kerk om de Schepping heen draaien!

In ,,DE VOLKEEN DER AARDE" , door Gene Zijde Bezien" , staat te lezen:
,,In de Eeuw van Christus onzin te lanceren als goddelijke waarheid is niet meer mogelijk! De kerk moet ophouden de hemelen te verkopen voor geld en goederen, dat is afdalend, dat is onbewust, het schept dierlijk talent! Hemelen moeten verdiend worden! Door te bidden en missen te lezen, kan het zieltje geen hemel betreden, dit te denken is onbewust, het is het gesar van het geestelijk ik en het vervloeken van Gods Almacht. De mis van uw pastoor voert u daarom dan ook geen streep verder! Een aflaat heeft voor onze wereld en de wetten van God geen betekenis. Het biechten en vergeven worden kennen wij niet in ons leven, ook dat is aardse onzin! GOD kan u vergeven, maar het OORZAAK en GEVOLG blijft! Gij moet toch alles zelf weer goed maken!

Daarom is de biecht voor het onbeholpen kind, voor de onbewuste mens, aan Gene Zijde kennen wij haar niet, dar voeren de wetten van God ons tot de kern van het leven en daarin spreken wij tot het Allerhoogste! GOD komt dan tot ons leven, geen ziel of meester in ons leven kan ons daarbij helpen, ons iets schenken, omdat daardoor het ontwaken in de geest de zin zou verliezen. Voor de eigen levenswetten moeten wij ons hoofd buigen, dat gebuig kunnen wij niet afkopen. Doch de kerk verzekert u van wel, gij kunt een hemel kopen met al die heiligheid daarin, maar het kost geld!
Verkoop uw leven niet aan de kerk, maar laat het leven in de natuur en Al het Leven van God tot uw ik spreken en gij beleeft het Goddelijk Ontwaken!" (blz. 302-303)
En beluister en vergelijk nu deze stem met het navolgende, een taal, waarvan in De Volkeren der Aarde geschreven staat, ,,dat het valse geschetter van de kerken de gelovigen tot dwazen en verwaarloosden maakt en geestelijke zwakkelingen schept"

(blz. 302).
,,Vooral wordt het bloed van de Verlosser sacramentaal over onze ziel uitgegoten door de sacramentele absolutie. Nooit ondervindt de niet katholiek, als hij na bedreven zonden door wroeging gekweld wordt, de troost, dat een dienaar Gods hem als in een oordeel vol barmhartigheid in de naam des Heeren de woorden toespreekt: ,,Ego te absolvo", -- ik ontsla u van uw zonden". -- Wijl door deze woorden der vrijspraak het Bloed van de Verlosser op sacramentele wijze over onze zielen wordt uitgestort, zouden we het kunnen vergelijken met een heilzame balsem, die haar krachtige uitwerking verbindt aan die van de deugden van nederigheid en boetvaardigheid, onze zonde vergeeft, onze volkomen genezing uitermate begunstigt en de ziel bijstand verleent om de verloren krachten terug te krijgen."

Neen, zo eenvoudig en primitief zitten Gods zaken niet in elkaar! Ergo te absolvo -- Ik ontsla u van uw zonden -- als wij maar zo gemakkelijk van onze ,,zonden" te ontslaan waren!! ,,God kan u vergeven, zegt de ingewijde, maar het oorzaak en gevolg blijft. Gij moet toch alles zelf weer goed maken!" En daarmee sta je voor een andere wereld, een ander denken, een ander bewustzijn -- een andere geloofswetenschap! De psychologie der zonde verbindt u tegelijk met de Goddelijke realiteitswetten en blijft er van uw zonde therapie, geachte theoloog, niet veel meer over dan het masker van een geestelijke onkuisheid. Want uw ,,zonde" is voor de Ruimte niets anders dan EVOLUTIE, zij hoort bij de leerschool  die iedereen moet doorlopen en waar geen ander de noodzakelijke lessen voor je zelf opknappen kan. Anders leer je niets. En ze is in wezen net zo gezond als uw bezwijken voor de ,,verleiding van een goed sigaartje of een glaasje wijn! En omdat wij nu eenmaal met u of met uw kerk bezig zijn -- wij stelden in het begin de vraag, waarin schieten zij te kort? -- laten wij het dan ook nog over uw ,,nederigheid" hebben, want dit woord of begrip speelt in uw kerkelijke scholing een belangrijke rol, gezien de voortdurende aanhaling daarvan. En het is in wezen net zo een masker als dat zondebrevier, want zij horen bij de disciplinair begrippen van uw instelling!

Want waarom behoren bijvoorbeeld tot de zeven hoofdzonden vooral de ketterij, geloofsafval en het verzuim van de zondagsmis? Omdat deze zonden (!) het gezag van de Kerk raken, dus tot hoofdovertredingen worden gerekend. En -- geachte lezer, luister nu goed: de nederigheid wordt de mensen niet ingeprent, omdat de hoogheid en onmetelijkheid van Gods Schepping dit als een natuurlijke reactie van hen eisen, maar is het aspirientje het verdovingsmiddel, om het zelfstandig denken tegen te houden en behoort tot de zondetherapie van de kerk. Wiens verstand en gevoel weigert, de nogal wazige theorieën over het hiernamaals, de talloze tegenstrijdigheden en mystieke symbolieken, nog verder te kunnen aanvaarden, wordt onherroepelijk aan zijn verplichte ,,nederigheid van denken" -- want daarop komt het tenslotte neer -- herinnerd en op het matje geroepen! Je hersens mag je gebruiken in je stoffelijk leven in je geestelijk leven moet je het maar geloven en de deugd van nederigheid tonen, want anders bega je een doodzonde! GOD is gevoel, intelligentie en Liefde. Door het beleven wordt het gevoel van de mens wakker geschud, dus ook door het ,,zondigen". Door het denken wordt hij zich van zijn Goddelijke intelligentie bewust, want hij is een vonk Gods en bezit dus de eigenschappen van zijn Alvader en Moeder: door het denken wordt hij een zelfstandige persoonlijkheid; hij handelt dus naar de eisen van zijn Goddelijke afstemming en verkeert daardoor in een natuurlijke staat en kan er van zonde geen sprake zijn!

Het geestelijk kuddedier verkeert daartegen in de staat van zonde -- als wij dit misleidende woord willen gebruiken -- omdat Gods wetten in de eerste plaats uw geestelijke zelfstandigheid eisen, want zonder een doelbewust gebruik van uw hersens vindt u nooit de weg naar het Goddelijke Al! Het is de schuld van uw kerk, dat zij het Leven achter de kist tot een soort kleuterschool heeft verlaagd, een kinderlijk dwaze voorstelling van hemel, hel en vagevuur, waarvan de prestatie van de bouwmeester daarvan in geen enkele verhouding staat tot Zijn prestatie van de Schepping der Aarde bijvoorbeeld! Dat moet toch ieder mens aan het denken brengen, die voor deze theologische gedachtewereld geplaatst wordt? Maar dan wordt van u de ,,nederigheid" geëist en is het stopsein voor uw zelfstandig denken. -- God is Liefde. Jawel, de graad van liefde in u is het alles beslissende , zij is de draagster van uw leven, van uw zielenleven, zij is het ook, die uw hersens de juiste weg, het juiste spoor toont, dat over de goede aansluiting naar het land van belofte beschikt. Of geestelijk wetenschappelijk gesproken: de graad van liefde, die u zich in uw Aardse leven heeft eigen gemaakt, is het toegangsbewijs voor uw hemel in het Hiernamaals. Want er zijn hemelen en hellen, bestaanswerelden, vier kosmische graden buiten het Aardse universum om, waarvan u nu reeds een studie kunt maken, als u ons spoor kiest, geachte lezer.

Het hele godsdienstige leven van de mens, welke religie hij er ook op na houdt, heeft als fundamentele leerstelling het geloof in een Hiernamaals, in een Nirwana, in een eeuwige gelukzaligheid, waar de menselijke ziel uiteindelijk zal belanden, mits zij haar ,,loutering"heeft ondergaan. De manier, waarop zich deze loutering zal moeten afspelen, is bij de godsdiensten verschillend. De één bepaalt dit proces tot het aardse leven en bestaan, de ander gelooft in reïncarnatie of hemelse hiërarchie, die het zielenleven geleidelijk omhoog stuwen, -- maar het verdergaan der ziel is voor allen min of meer een feit, een hogere -- of De hogere doelstelling, die zij a-priori aanvaarden. Want anders was de hele religie een abstractie en voor het geestelijke leven van de mens totaal zinledig.
 In onze beschouwing bepalen wij ons tot het Westen, of preciezer gezegd, tot de Christenheid  in haar geheel, omdat CHRISTUS -- volgens onze waarneming en weten -- het hoogste bewustzijn vertegenwoordigt, waarmee de christelijke kerk het in dit geval met ons eens zal zijn.

JEZUS VAN NAZARETH was de zoon van een timmerman. Hij kwam dus uit een eenvoudig gezin, zonder een bepaalde maatschappelijke opleiding te hebben ontvangen. Hij verkondigde Zijn Heilig Evangelie gedurende slechts twee jaren en overleed nadat Hij Zijn tweeëndertigste jaar pas had overschreden.
Mohammed heeft voor zijn werkzaamheden 22 jaar gehad, en Buddha zelfs 45. Jezus slechts twee jaar! En toch heeft Zijn Leer de hele wereld twintig eeuwen lang in zijn ban gehouden en haar Het fundament voor alle beschaving geschonken. Er is niet één profeet of wereldleraar die een dergelijke invloed op de geestelijk ontwikkeling der mensheid heeft kunnen uitoefenen! Dit is reeds een groot wonder te noemen, een ontzagwekkend iets, dat alleen zijn verklaring kan vinden in de persoon van Christus zelf en Zijn Goddelijke opdracht, die Hij tot uitvoering bracht.

Wij geven dit feit vooral diegenen ter overdenking, die nog immer afzijdig staan tegenover de Messias, de historische en werkelijke CHRISTUS. Zij zijn wel in staat, als er het op aankomt, boekdelen te vullen over Mohammed, Buddha of over de ,,heilige Franciscus van Assisi", maar met de grootste van allen weten zij zich blijkbaar geen raad. Hij spreekt niet tot hun intellectualiteit, zij kunnen met deze schone eenvoud van denken niets beginnen en zijn derhalve ook niet in staat, Zijn Heilige Leven te het ontleden. Maar -- als zij het eerlijk meenden en wilden, stonden zij voor een groot wonder, een wetenschap op zichzelf, waarover zij dan nooit uitgeschreven kwamen.

De aardse Christus was van arme afkomst. Hij was geen schriftgeleerde in de zin van een tempelstudie van deze tijd en hij had ook geen invloedrijke promotors, die Hem tot een wereldleraar uitbazuinden. Christus stond met Zijn Goddelijke opdracht geheel alleen, want zelfs zijn discipelen -- de twaalf Apostelen -- vonden eerst het woord, het getuigenis, nadat het gebeurd was en de Meester hen het laatste schonk, wat Hij hen kon geven: het zichtbare bewijs van zijn realiteit achter het graf! Dit was het beslissende moment, waar de bijbelschrijvers dan ook spreken van de Heilige Geest, de heilige bewustwording, die over hen kwam.
Maar -- wat moet er al eerst gebeuren, eer Zijn volgelingen zo ver gekomen waren? De kruisdood en het voorafgaande drama, heeft hen allen tot in het diepst geschokt, maar hun eigenlijke opstanding vond eerst plaats, nadat CHRISTUS hen weer was verschenen en de Goddelijke Realiteit zich aan hen had geopenbaard.
De wereld had de vruchten van dat wonder kunnen plukken, als zij deze heiligheid had begrepen en aanvaard, maar de kosmische diepte van dat ,,verschijnsel" ging ver boven haar bewustzijn uit en wat er van overbleef noemde zich dan de ,,Hemelvaart Christi" en werd de kerkelijke ,,Heere" geboren!

In Lukas 4.24 lezen wij: ,,En Hij zeide: Voorwaar ik zeg u, dat geen profeet aangenaam is in zijn vaderland".
Dus ook CHRISTUS moest deze typische bekrompenheid van denken ondervinden, want Zijn tijdgenoten dachten in geen enkel opzicht anders als de mensen van heden. Gelooft u het niet? Wij zullen het u bewijzen. Als men het volk van Galilea waarmee Christus hoofdzakelijk te maken had, gering wilde beoordelen, zou men een fout begaan. Het land was een zogenaamd doorreisland voor de groothandel; het zat vol met grote kooplieden en kleine scharrelaars, ambtenaren van alle categorieën en soldaten. Het geestelijk leven stond sterk onder invloed der Griekse beschaving, het was een twee talen land, waar het Grieks met evenveel gemak werd gesproken, als het Hebreews. Christus stond -- in verhouding -- voor een evenzo realistisch denkende maatschappij, als wij heden ten dage. De mensen waren ook aan hun stand gehecht, aan hun afkomst, opvoeding, traditie en met vooroordelen behept zodra er iets gebeurde, dat met hun gewoonten en zeden niet in overeenstemming was, of de waarde van hun stand en geleerdheid niet wilde erkennen. Wie bijvoorbeeld jaren van studie nodig heeft en misschien zijn bijzondere afkomst nog moet laten werken, om in zijn maatschappij iets te kunnen betekenen, komt natuurlijk in opstand, als een ander dit zonder al deze voorwaarden bereikt en hun eigenlijke waarde daarmee tot nihil terugvoert. En als hij dan nog als een profeet optreedt, die de geestelijke grondvesten van zijn maatschappij aan het wankelen brengt, dan is het helemaal mis en gaat hij de brandstapel op!

Wij willen daarmee aantonen, dat de tegenwerkende krachten -- als het om de maatschappelijke en menselijke evolutie gat -- ook in de tijd van Christus reeds hetzelfde beeld vertoonden, als in onze tegenwoordige eeuw.
Het waren de overheden, die zich met de ,,opstoker uit Nazareth" niet op hun gemak voelden, het waren de schriftgeleerden en Farizeeërs die dat eigenwijze gepraat van een ongeletterde timmermanszoon niet wilden nemen; het waren de rijke kooplieden, de betere stand, die de volksmenner met onbehagen bekeken en het waren tenslotte de hartstochten, het leedvermaak en de sensatielust der menigte, waardoor CHRISTUS Zijn Golgotha moest aanvaarden. Er bestonden toen nog geen automobielen, straaljagers en atoomsplitsingen, maar het geroddel was hetzelfde, zo ook de hoogmoed en de stommiteit!

Geachte lezer, als CHRISTUS vandaag weer was herboren, misschien bij een gezin in de Jordaan te Amsterdam, denkt u dan, dat uw hoogleraren, uw universiteiten, kerken, dagbladen, schrijvers en overheden, NU anders zouden reageren? Welneen, want deze Christus zou het niet over Petrus en Gethsemané hebben, om u Zijn bijbelse legitimatie te tonen, zo gemakkelijk zou Hij het de kerken en de moderne Farizeeërs niet maken, maar u zou Hem weer precies zo willen verpletteren, zoals dit voor tweeduizend jaren gebeurde. Wij verbeelden ons niets en hebben de bewijzen. Onze maatschappij is geen haar veranderd ten opzichte van het gebeuren op Golgotha. Met al haar knielen en prevelen voor heiligenbeelden, altaren en crucifixen, is de ware werkelijkheid -- de ware toedracht -- nog niet tot haar doorgedrongen. Schimmen zijn nu eenmaal geen realiteiten, al behangt men deze met goud en juwelen en Christus leerde u de eenvoud en nederigheid, ook bij het uiterlijke vertoon van uw geloof!

Maar -- hij wist het, Hij doorzag Zijn tijd en overzag ook de tijden die moeten komen. ,,Deze dingen heb ik door gelijkenissen tot u gesproken: maar de ure komt, dat Ik niet meer door gelijkenissen tot u spreken zal, maar u vrijuit van de Vader zal verkondigen. -- Nog vele dingen heb ik u te zeggen, doch gij kunt die nu niet dragen: maar wanneer Die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der waarheid. Hij zal u in al de waarheid leiden; want Hij zal van zichzelven niet spreken, maar zo wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij spreken en de toekomende dingen zal Hij u verkondigen." (Joh. 16:12, 13, 25).
Wij schreven, het was de persoonlijkheid van Christus zelf en Zijn Goddelijke opdracht, die Hem dit wonder liet volbrengen, het wonder van een Evangelie, dat zich tweeduizend jaren staande kon houden, ondanks de enorme bezoedeling die het heeft moeten ondergaan, want met het groeien der menselijke intelligentie en bekwaamheden, verhief zich ook de intellectuele hoogmoed, de ijdelheid, het cynisme, de overschatting der eigen spirituele krachten en gewaarwordingen en was de bezoedeling een feit!

Maar ondanks alle afbraak en mismaking bleef de kern gehandhaafd, daar hebben de apostelen voor gezorgd en kon Het Woord de eeuwen overleven. Het was Gods wil en de enkeling gaf Hem gehoor en zette zijn leven ervoor in, dat de Geest der Waarheid niet kon worden onderdrukt en voor duizenden bezieling en vooruitgang bleef betekenen. Deze waren de eigenlijke representanten van de menselijke geest, de bruggenbouwers door de eeuwen heen, die bewustwording met bewustwording verbonden en daardoor het geestelijke leven zo ver konden opvoeren, dat het zich gereed kon maken, om de nieuwe geest der waarheid te ontvangen.

-- ,,Hij zal u in al de waarheid leiden"--beloofde CHRISTUS en wij weten, hoe zich deze belofte heeft vervuld! Wij weten het en hebben het beleefd, hoe zich de geschiedenis herhaalde. Wij kennen nu het leven van JEUS van moeder Crisje, van JOZEF RULOF uit 's Heerenberg, de profeet, waarvan geschreven staat: ,,Voorwaar ik zeg u, dat er geen profeet aangenaam is in zijn vaderland"! Wij hebben dat geroddel, de hoogmoed en de stommiteit beleefd, waarmee dit reine Leven werd bezoedeld en op de geestelijk brandstapel werd gegooid. Wij hebben de strijd gade geslagen, een onmenselijke strijd, tegen het onbewustzijn, de achterdocht en het geestelijk vergif van zijn tijd, de strijd tegen de traagheid en gemakzucht, zelfs onder zijn volgelingen. Wij hebben de haan horen kraaien en stonden met hem op de voorhof van Gethsemané, wij hebben dat leven gezien en beleefd met een reactievermogen van een secondeteller en wij weten waarvoor en waarom wij deze regels neerzetten! Wij herhalen het: Jozef Rulof was een ingewijde, één, die de Grote Vleugelen bezat, een medium. U weet toch wat een medium is, recensent? Een mens dus, die door zijn gaven geschikt is als middelaar te dienen tussen de stoffelijke en astrale werelden. U gelooft natuurlijk niet aan dat astrale bestaan, aan die werelden achter de kist, aan een Leven na de Dood?!

Maar er zijn duizenden, neen miljoenen mensen die reeds voor deze werelden -- voor dat bewustzijn -- openstaan en -- willen WETEN! Want daarvoor bracht CHRISTUS Zijn Evangelie der Liefde -- als u het nog niet weet,. -- en daarvoor aanvaardde Jozef Rulof zijn taak -- jawel, in opdracht van CHRISTUS -- om de zoekende en vragende mensheid het WETEN te schenken. Het weten, dat rechtstreeks zo uit de Ruimte tot u neerdaalde, dus de Albron vertegenwoordigde en WAARHEID is!
Gaat u gerust lachen en haal de schouders op, recensent, WIJ WETEN HET BETER DAN U en staan met ons leven daarvoor in, want de God van al het Leven weet Zijn kanalen te vinden en te kiezen hen dient hen de bewijzen toe, die zij nodig hebben, mar niet die bewijzen, die uw onbewustzijn van Hem willen eisen.
HET LEVENSWERK van JOZEF RULOF staat tot uw aller beschikking. Het schenkt u wijsheid en verruiming van uw denken en voelen en laat u het Hiernamaals zien, zoals het in werkelijkheid is. Het toont u geen Mystiek, maar de Goddelijke realiteitswetten.
Het brengt u geen Theologie, maar het Meesterlijke Woord. De Kosmologie van de RUIMTE. Het voert u in de heilige stilte, waar de Mens zichzelf leert kennen en het opent u de poorten tot een UNIVERSITEIT, die afstemming heeft op het hoogste gezag in de RUIMTE op CHRISTUS!

Laten wij eindigen met het boek der boeken, met ,,De Volkeren Der Aarde" van Jozef Rulof, waarin Gene Zijde tot uw spreekt:
,,De Eeuw van Christus roept u toe: Geleerdheid, die u naar de afgrond voert, heeft thans geen betekenis meer. Het halsstarrig weigeren te ontwaken geeft afstemming op de duistere hellen, men toont er door, blind te zijn, doofstom. Het is heel hard te moeten bekennen fout te zijn, doch dit behoort toch, als al het andere, bij het geestelijk ontwaken. Christus heeft het gewild. Het wanbegrip, de intellectuele hoogmoed, het geestelijk dogma -- dit alles sloeg wonden in het lichaam van Gods Heilig Kind en deed het angstig donker worden op Golgotha!
Leg het kuddediereninstinct af, wees in uw aardse weten niet waanwijs, maak u los uit de bekrompenheid van uw dogma's, wordt als het kind, dat ontvankelijk luisterend Christus woorden genoot, want dan wordt u het Koninkrijk Gods gegeven, op Aarde zowel als aan deze Zijde! Ge zult dan met Christus en door Christus tot in alle eeuwigheid daar zijn, waar Gods leven bloeit en groeit en waar Zijn licht uw leven verwarmt en opvoert. Het is te bereiken door de Eeuw van Christus te aanvaarden en deze te dienen. Gij hebt alles zelf in handen, want God schonk u Zijn Bewustzijn!
B. v. Baden. 


                                  OVER HET WERK VAN JOZEF RULOF.
Op zondagmorgen 17 juni 1945 gaf Leo Uittenbogaard onderstaande lezing. Dit is vlak voordat de eerste openbare,lezing van Jozef Rulof op 25 juli van dat jaar plaatsvond. Daarbij opende meester Alcar 'De Eeuw van Christus'.
Eeuwen geleden leefde er een zoeker op aarde, die verteerd werd door het verlangen God en Diens Schepping te leren kennen. Duizenden vragen woelden in hem, geen alledaagse, doch pertinente levensvragen. Vragen als: Was het een God, Die ons schiep? Hoe is die God? Waartoe schiep Hij ons, en hoe? Bepaalt Hij onze levensomstandigheden? Wat ligt er achter de dood? Ontvangen we maar één leven?

Als hij hoorde van een krankzinnige, dan riep hij uit: 'Hoe is het mogelijk, dat ik rijk en gezond ben en dat deze mens, die toch ook een schepping van God is, zijn leven doorbrengt verstoken van verstand en inzicht? Wie ter wereld verklaart me, waarom de ene mens ziek is, weer een ander gebrekkig of behoeftig? En waarom de ene mens leven moet in het oerwoud, vechtend tegen het wilde dier, terwijl mij alles gegund is wat beschaving en comfort te bieden hebben? Wie is verantwoordelijk voor die onrechtvaardige verschillen?'
Kortom, waarheen hij zijn blik ook wendde, Gods schepping ziende, kwam de ene vraag na de andere in hem op, zonder dat hij er het antwoord op kon geven, dat zijn ziel, gevoel en verstand bevredigde. Waarom maakte God, Die toch het universum schiep, het zo moeilijk Hem in Zijn wezen en wetten te verstaan?
                                   JOZEF RULOF EN ZIJN KOSMOLOGIE.
,,Wanneer verschijnt de Kosmologie, meneer Rulof?'', luidde de veel gehoorde vraag van het moment af, dat Jozef Rulof bekend maakte, dat hij het manuscript van een aantal delen van de Kosmologie had afgerond.
,,Wanneer de centjes er zijn, dames en heren'', was dan altijd zijn antwoord. ,,Geef mij vijftigduizend gulden en wij leggen ze in uw handen.'' 
'Wanneer verschijnt de Kosmologie?' is misschien wel de meest gestelde vraag onder de lezers van de boeken van Jozef Rulof. Alles moet worden verdiend. Dat geldt voor al het leven van God.

Ook Jozef Rulof, die het allerhoogste vertegenwoordigde, had dit te aanvaarden. En geloof ons, dat deed hij ook! In alles was hij dankbaar ingesteld. Hij sprak indertijd dan ook geen onwaarheid. De centjes wáren er doodeenvoudig niet! Vlak voordat hij in 1952 van ons heenging, had hij de benodigde middelen voor het derde deel van de trilogie over zijn leven: Jeus van Moeder Crisje, met als ondertitel 'Aan de voeten van zijn Meester'. Van dit boek verscheen in 1981 de tweede druk.
Voor alle fundamenten had hij tot dan zelf zorg gedragen.
Wij mogen daarbij zeker niet onvermeld laten de enorme steun, die zijn vrouw Anna hem daarbij gegeven heeft. Toen wij haar laatst nog bezochten, zei zij tegen ons, en dat is heilige ernst: 'Als ik er niet was geweest, hadden jullie geen boek gehad.'
En dat is waarheid.


Zij zorgde, dat de centjes van de verkochte boeken bijeen bleven voor de uitgave van een volgend boek. Jozef Rulof gaf ze liever weg aan iedereen, waarvan hij vond, dat hij of zij voor deze machtige wijsheid openstond. Wij kunnen dat allemaal lezen in de boeken 'Een Blik in het Hiernamaals' en in 'Jeus van Moeder Crisje'.
Hij gaf niet om geld, maar toch was het geld hard nodig: Zijn vrouw Anna verdient dan ook onze dankbaarheid. Ook zij legde hierdoor de fundamenten voor de geestelijke ontwaking voor deze mensheid en dat mag zeker hier nog wel eens gezegd worden. Wat deze beide mensen presteerden,  grenst bijna aan het ongelooflijke.

Jozef Rulof ging van ons heen. Een handjevol mensen, volgelingen genaamd, ach u heeft er eigenlijk al zoveel over kunnen lezen in de reeds verschenen nummers van het Contactorgaan, trachtten het geheel voort te zetten. Er was niet veel in het begin, maar langzamerhand kwam het geheel in stijgende lijn. Er werden steeds meer boeken verkocht en dat vroeg steeds weer om geld voor de noodzakelijke herdrukken. En dat waren er de laatste tijd wel een paar! Het kostte ontzettend veel tijd en geld. Hier tussendoor bleef onophoudelijk de vraag naar ons toe komen: 'Wanneer verschijnt de Kosmologie?'

Het boekenfonds werd ondertussen door vele mensen bedacht en dat vormde zo langzamerhand toch een zeker fundament voor de uitgave van de Kosmologie. Wij togen aan het werk. Wij pakten de manuscripten op en begonnen te lezen. Natuurlijk in de eerste plaats geboeid, maar anderzijds vervuld met zorg of wij wel in staat zouden kunnen zijn dit machtige werk zonder directe hulp van Jozef Rulof tot een goed einde te brengen. De Meesters noemden het immers de boeken voor de nieuwe bijbel. Dat is voorwaar toch niet niets.
Kortom, wij gingen aan het werk, maar het vlotte niet. Wij hadden ook niet het gevoel, dat er nu zo'n enorme druk op zat. Maar de door Jozef Rulof genoemde voorwaarde: 'Als de centjes er zijn', werd wel steeds realistischer. Wij besloten daarom dan ook geheel naar óns vermogen verder te gaan.

Voordat wij ons verhaal verder vervolgen is het toch nog wel eens goed om stil te blijven staan bij hetgeen waaróm wij vragen en de betekenis,die dat vragen en wellicht uiteindelijk het krijgen voor ons leven heeft of kan hebben.
Wij moeten daarvoor terug   naar de stilte en diepte, die zo schitterend staat beschreven in het derde deel van Jeus van Moeder Crisje. Het is als het ware een voorspel tot een enorme levenssymfonie. Als wij dit gevoel niet kunnen begrijpen en ons alleen op het 'hebben' instellen, zou het lezen van de Kosmologie wel eens op een groot fiasco kunnen uitlopen.
Aan de andere kant moeten wij beseffen, dat als wij diep op de Kosmologie ingaan, dit ook grote consequenties voor ons leven zou kunnen hebben.

Het voert ons namelijk terug tot de kern én de eenvoud van al het leven en dat maakt een mens dan los van alle stoffelijke schijnwaarden, die wij kunnen vergelijken met onze maatschappij. Als wij te vér gaan, kan dat betekenis voor ons leven krijgen. Jozef Rulof zei niet voor niets: 'De man of vrouw, die de maatschappij moet beleven kan de Kosmologie eigenlijk niet lezen (verwerken).

Hij of zij zou volkomen in opstand kunnen komen tegen de enorme onrechtvaardigheid van ons maatschappelijk stelsel, waarvan zij door het verdienen van het dagelijks brood haast onverbrekelijk deel uitmaken.
Wij gaan nu samen naar de stilte en diepte, die het beleven van het Al voor de mens van de derde kosmische graad mogelijk maakt.
En dan zijn wij zo ver. Het is november 1944 ... de zeventiende ... dat hij 's avonds in het keukentje Meester Alcar ziet en hoort en zijn Meester tot hem zegt: 'Jeus, zie je en hoor je mij?'

'Ja, Meester.'
'Neem dit dan even op. '
En dan volgt er:
'De indeling van de 'Kosmologie van Jozef Rulof'.
God.. . God als Leven ... God als Licht ... God als Ziel... God als Geest ... God als Vader ... God als Moeder ... God als Levenswetten ... God als Levensgraden ... God als Elementaire Wetten.. God als Kracht ... God als het Kleurenrijk... God als Verdichtingswetten... God als het Dierenrijk... God als Natuur... God als Rechtvaardigheid... God als Liefde... en dit is voorlopig alles Jeus en voldoende.
Denk hierover na, Jeus van Moeder Crisje, dat alles moeten wij thans volgen voor de 'Universiteit van Christus'. 

Jeus denkt: 'Mijn hemel, wat moet ik nu beleven. '
Hij heeft het ontstaan van het heelal gezien en beleefd en is dat nog niet genoeg? Já, geachte lezer, in dat koude keukentje, bij het zwakke lichtje van een schoenveter in wat olie, kreeg Jeus van Moeder Crisje deze boodschap. Enkele dagen later mag ik - Meester Zelanus - mij met hem ver- binden en kan ik Jeus zeg- gen:
'Jeus, wij breken een record voor Meester Alcar, wij zullen nu proberen om zes boeken te schrijven en te beleven in enkele maanden. ' Hij geeft terug:

'Hoe lang duurt het nog?' 'In het voorjaar van 1945 eindigt de oorlog, Jeus.
En dan hebben wij de Kosmologie in handen. '
Nu stelt Jeus zich op de ruimte in. Hij verwaast, maar hij staat toch met beide benen op de grond, hij zál nu niet meer bezwijken. Zijn geest en persoonlijkheid zijn universeel diep, eten en drinken hebben geen betekenis meer, hij zál de Meesters volgen en alles aanvaarden. Er zijn nu mensen die duizend gulden voor één boek willen geven, maar de boeken werden voor de mannen van Adolf 'afgesloten'.

Elk ogenblik kunnen ze worden verbrand, doch ook daar waken wij over, er gebeurt niks! Maar hij heeft er niet één in handen en hij weet: Ze worden thans kapot gelezen, de mensen, die de boeken hebben, delen ze uit. Thans weten wij reeds, dat wij duizenden joden voor de 'zelfmoord' mochten beschermen.
'Nee, dat doe ik 'nu niet', zegt die mens, 'ik draag alles, ik maak géén eind aan mijn leven, want ik weet, wat mij te wachten staat, ik wil thans mijn eigen karma beleven en ondergaan. 
Ziet u, lezer ... daarvoor hebben de Meesters gezorgd, omdat de zelfmoord én uw crematie het ergste is, wat u zichzelf schenken kunt.
En dan komt er: 'Ben je gereed, Jeus?'

'Ja; Meester.'
'Vanavond, november ... 1944 ... zul je uittreden voor de 'Kosmologie', voor 'de Goddelijke Wijsheid!'
Jeus wacht af. Nu gaan wij met ons drieën, we weten wat ons wacht en wat wij zullen beleven. Meester Alcar keert thans tot de 'ALBRON' terug, God als 'MOEDER' ... tot in de bron waar alles door ontstaan is en waaruit en waardoor ál het leven de, verstoffelijking kreeg. God is méér moeder dan vader.
Enfin} u weet wat Jeus van zijn Meester kreeg en dat moeten wij volgen, maar alleen door .het Goddelijke bewustzijn; de 'Mens' ... die het Goddelijke 'Al' heeft bereikt! Wij worden dus gevolgd door de Menselijke 'GOD' ... waarvoor 'Christus' de 'Mentor' is! En dit heeft géén mens van de Aarde beleeft en dat zal ook nooit meer een mens beleven, omdat géén mens ooit meer boven Jeus van Moeder Crisje uit gaat!

Dat is uitgesloten en dat zal ik u straks bewijzen, opdat u ons volgen kunt.
Christus zei eens: 'Zorg dat u met uw drieën tezamen bent, dan ben 'IK' bij u allen!'
En dat wil zeggen: Wij gaan op reis om God als Vader, als Zoon en als Heilige Geest te beleven! Jeus wij komen! Even later kijkt hij in onze ogen,  de eerste reis de Kosmologie van uw en voor ál het leven van God is begonnen ...!

Een enorme tijd brak nu voor Jeus van Moeder Crisje aan! Het werken aan het allerhoogste op een moment, dat het allerlaagste op Aarde hoogtij vierde! Dit kontrast is door ons slechts aan te voelen. maar Jeus beleefde de echte realiteit daarvan. Het vroeg álles, maar dan ook álles van hem. Hij slaagde erin. deze ALwijsheid voor ons 'binnen' te halen.
Zoals gezegd moest zelfs deze allerhoogste wijsheid zich buigen voor de stoffelijke wetten van het aardse slijk! De centjes waren er niet om deze wijsheid aan de wereld door te geven.

De Meesters besloten ondanks dit feit ons gereed te maken voor deze wijsheid en gingen na een geduchte voorbereiding daartoe, ons voorlezen uit de manuscripten. Meester Zelanus startte daarmee op 11 november 1951. Dit was bijna zeven jaar. nadat Jeus zijn eerste aanraking met dit gigantische werk beleefde. Dit kon gebeuren,nadat de Meesters ons 600 à 700 lezingen hadden gebracht. Thans zijn van deze lezingen nog 57 stuks op de geluidsband beschikbaar.
Was het al die jaren nu alleen maar het ontbreken van de centjes?
Wij weten dat echt niet. Wij zijn er wel van overtuigd, gezien de vele uitspraken van de Meesters, in dit artikel nog eens geïllustreerd met het voorbeeld, hoe de boeken tijdens de tweede wereldoorlog werden beschermd voor vernietiging. Deze geschiedenis herhaalde zich nog eens in het jaar 1953, toen tijdens de watersnoodramp de boeken op een wonderbaarlijke wijze op één van de Zuid-Hollandse eilanden behouden bleven. Nadat het water gezakt was, was er van het huis, waar op de zolder de totale boekenvoorraad was opgeslagen, praktisch niets over! De zolder vol met boeken stond er nog, ondersteund door enkele restanten van het huis!

Jozef Rulof zei ons tijdens zijn leven vaak: 'Wonderen bestaan niet! Er kan buiten de normale levenswetten niets bestaan! Dingen als wonderen ervaren betekent in feite, dat wij niet in staat zijn de realiteit van bepaalde gebeurtenissen naar waarde te schatten.'
In dit licht gezien kan het immers niet mogelijk zijn, dat naast het effect van het niet aanwezig zijn van de centjes, een handjevol mensen in staat zijn de uitgave van dit machtige werk uit te stellen, te vertragen of in het geheel niet uit te voeren. ofschoon wij vele malen hiermee wel door een aantal belangstellenden werden geconfronteerd. Volgens onze bescheiden mening moet er náást het geld toch ook nog een andere factor hebben meegespeeld.

Bij een nadere beschouwing hebben wij ons gerealiseerd, dat als mogelijke oorzaak tot het tot nu toe niet verschijnen van de Kosmologie kan worden aangewezen, dat overeenkomstig het gebeuren bij de lezingen er éérst voldoende fundamenten aanwezig moesten zijn, om dit werk maar enigszins te kunnen begrijpen. Eerst moesten zijn reeds eerder verschenen boeken daarvoor een gedegen fundament vormen.
Ná het jaar 1952, het jaar dat Jozef Rulof van ons heenging, hebben een kleine 35.000 boeken hun weg gevonden. Wij spreken thans de verwachting uit. dat er bij velen voldoende fundamenten aanwezig zullen zijn om dit kosmische werk op de juiste waarde te schatten. Dit fundament is volgens ons van wezenlijk belang. Wij hebben daarvoor immers de bewijzen in handen.

Meester Zelanus zegt in één van zijn lezingen het volgende:
Voordat wij beginnen met het voorlezen - het eigenlijke voordragen, kunt u zeggen - het beleven van de Kosmologie wil ik u toch nog even een klein woordje geven.
Wie de boeken allemaal goed heeft gelezen, is gereed om dit alles te begrijpen. In het begin is het heel eenvoudig, want dan maken wij lichamelijke, menselijke vergelijkingen. U komt te staan voor alles wat ik u in de jaren heb gegeven, om u gereed te maken voor dieper denken en om u een afstemming te geven voor het leven aan Gene Zijde, uw astrale wereld.

Ik heb u door de kracht van de Meesters en mijn eigen wil om de mens op Aarde tot hoger voelen en denken te brengen, een 600 à 700 lezingen gegeven, maar u zal - zoals ik zo vaak heb gezegd - nu voor uzelf kunnen vaststellen, dat wij nu aan het eigenlijke beleven gaan beginnen. Ik ging er altijd omheen en moest vanuit het universum vlug ineens geconcentreerd naar de Aarde een wet bepalen en in handen nemen; uw slaap, uw krankzinnigheid. Kerken hebben wij de fundamenten moeten ontnemen, maar legden daarvoor nieuwe fundamenten in de plaats.

Zo nu en dan hoort u André voorlezen; wellicht leest Meester Alcar straks, maar nu hoort u mij. U moet voor uzelf nu maar eens uitmaken, in welke toestand wij ons dan zullen bevinden, als op een gegeven ogenblik - ik hoop zo ver te komen, ik weet het niet - de Albron zal spreken; de mens die nu het Al vertegenwoordigt. Dat zal tot u doordringen en wanneer u dan denkt, dat u nog honderdbiljoenen tijdperken heeft af te leggen, voordat u die Ruimte hebt bereikt en uw Godheid in handen heeft - bewust nu als mens, als vader en moeder - dan zult u toch wel moeten toegeven en hebben te aanvaarden, dat dit, wat u thans gaat beleven, nergens op Aarde, beleefd wordt en wat zelfs de theosofie niet bezit.

Dit directe contact krijgt u en leggen de Meesters in handen van de mens!
U moet goed begrijpen, dat de Kosmologie u door de laatste lezingen voert. U moet zichzelf  zoals André dat doet, u hoort dat aanstonds - afvragen: Wie ben ik en waarom leef ik nu in deze toestand?
In het begin is het heel eenvoudig, het gereedmaken voor de vlucht naar de Ruimte. Straks kunt u met ons meegaan en zult u die reis beleven.
Daarom heeft u de boeken gelezen!

U stapt door de kist ..., wij gaan door de trance ..., door de dood komen wij vrij van het organisme .. en dan staat er een Meester vóór ons - André werd door Meester Alcar opgevangen - en hoort u: 'Bent u gereed?' Wanneer u de kist te aanvaarden heeft - dat heb ik u toch geleerd - bent u dan gereed voor de Meester, uw zuster of broeder? Is de eigenwijsheid, de drukte van de Aarde, de hoogmoedswaanzin of het lange gezicht van u weg, wanneer u voor de Goddelijke ernst komt te staan?

Is de bereidwilligheid, de rechtvaardigheid, het willen aanvaarden van de mens en het werkelijke liefhebben in u gekomen? Kan de Meester met u hand in hand gaan en bent u zo ver, dat hij vrij kan zijn en zeggen: 'Kom, stel u in op de wetten van leven en dood, op de wetten van het Hiernamaals en stem u af op Zon, Maan en sterren, op één punt in het universum, waarheen wij zullen gaan om aan de Kosmologie voor onszelf en de mens op Aarde te beginnen?'
Begrijp goed, mensen, kinderen van deze wereld, zusters en broeders:

HET GAAT OM UZELF!
Nu betreden wij de heilige, geestelijke en ruimtelijke ernst! Kom niet weer in deze omgeving met uw niet willen begrijpen en denk niet iets te weten. Ook al heb ik u in het verleden duizenden malen de Kosmologie verklaard, u weet nog niets!
Waar wij nu mee beginnen - geloof het - daar kunnen wij 10.000 jaar mee doorgaan en dan zijn wij nog niet uitgeput en hebben het laatste woord nog niet gesproken, zo ontzagwekkend diep is nu de mens.

Wanneer u straks voor de mens staat, dan zult u eerbied krijgen. Voor die persoonlijkheid? Nee, voor dat leven! U zult Jeus, Jozef, André en Dectar zien. Straks zult u ook voor uzelf moeten uitmaken, wie u eigenlijk nu bent. Maar, wanneer u de deur uitgaat en hier verdwijnt, wie bent u dan? Is uw woord in harmonie met de wetten van de Ruimte? Telkens kom ik tot u terug om aan de colleges, de ontledingen te beginnen en dan vraagt men zich af: Ben ik zo ver en gereed, heb ik maar één wil? Men vroeg aan André: 'Heeft de mens een wil, is de mens natuurlijk in zijn wil?'
'De Wil', zegt straks André tot Jeus, 'die was ik.' Speelsheid wordt nu niet meer geduld. 'Plat', dialect, Gelders geklets', zegt André, 'heb ik nu niet meer nodig, want de mensen lachen mij uit en jij en Jozef zullen mij vertegenwoordigen. Want wie sprak tot vader, wie speelde op de wolken? Dat was ik; ik was dat en niet jij!'

En dit betere ik, dat innerlijke ontwaken voor u is de Kosmologie om fundamenten te leggen voor uw geestelijke 'ik'. Datgene, wat u vanmorgen verlangt, is dat op honderd procent uitgebalanceerd, geïnspireerd? Is dat gevoelsleven van u - kan ik nu eerst vragen - honderd procent wel wetend, liefdevol, harmonisch rechtvaardig?
 Heeft u thans uw gehele persoonlijkheid hier op de plaats waar de Kosmologie van uw leven gaat beginnen?

Wilt u mij en de Meesters, wilt u de Ruimte wijsmaken, hier waarlijk voor honderd procent geestelijk te zitten? Hier liggen de Kosmische voetangels en klemmen.
En, dat betekent, dat Wimpie, dat Pietje - waar u nu piet tegen zegt, een volwassen persoonlijkheid is, een mens die gereed is, die moet zwoegen en werken in de maatschappij om zijn bestaan te vinden. Gingen zij niet met u door dat bestaan? Hadden wij geen medelijden met u, omdat wij weten hoe dat geploeter hier op Aarde is? Maar de wil, de menselijke wil, het willen inzetten en maken van elke goede gedachte, een reis naar de Maan, is het gereedkomen voor het betere ik in de mens.

U bent allemaal instrumenten, u heeft allemaal contact met uw Godheid! Maar bent u er reeds aan begonnen?
Vandaag snikt u en komt u binnenvallen met: 'Ik ben zo ontroerd' en morgen vliegen er harde, verschrikkelijke woorden over uw lippen. En wilt u dan overmorgen gereed zijn om maar weer opnieuw aan uw Kosmologie te beginnen en de fundamenten te leggen, die geestelijke afstemming bezitten op de eerste sfeer? Want die lezingen gaf ik u. 'De mens en zijn universele liefde' voert ons naar ruimtelijk bewustzijn en dat is de Kosmologie voor uw leven, voor uw karakter, denken en voelen, voor uw liefde, vader en moederschap! ...

Tot zover Meester Zelanus in zijn lezing over 'De Kosmologie voor de mens'.
De woorden, die toen op die zondagmorgen in november van het jaar 1951 door hem werden uitgesproken, gelden ook onverkort voor ons.
Zijn wij thans gereed om de Kosmologie van Jozef Rulof in onze handen te nemen? Dat is een op zich niet zo gemakkelijk te beantwoorden vraag. Dit kan een ieder maar beter voor zichzelf uitmaken!

Wij, als stichting, zaten of zitten met de vraag: Mogen wij wel of niet tot de uitgave van de boeken van de Kosmologie overgaan? Het klinkt wellicht tegenstrijdig met hetgeen wij net beweerden. Wij geloven of vertrouwen nog niet zo op dat gereed zijn voor de Kosmologie.
In deze tijd is het eigenlijk nog veel moeilijker voor de mens om tot de eenvoud terug te keren. Ons leven in 1984 is bepaald veel complexer dan het leven in 1952. Ons willen is tot ongekende hoogten opgevoerd. Voor de toegang tot de Kosmologie is, als wij de Meesters goed hebben begrepen, een heel andere wil nodig.

De ingang tot die wijsheid voert ons terug naar tijden, die wij ons nu nauwelijks nog kunnen voorstellen. Half Nederland was afgesloten door de Duitsers aan de ene kant en de Geallieerden aan de andere kant. De hel was op Aarde neergedaald. Miljoenen mensen verloren hun geloof, zij liepen als stoffelijke wrakken rond, waren uitgehongerd, het kwaad leek te zegevieren over het goede en alles dreigde ineen te storten.

In die tijd maakte één mens zich gereed, stelde zich in en ontving voor heel deze mensheid. Ook hij bezat niets meer, had honger en bezat geen stoffelijke warmte, omdat de brandstof voor de kachel op was.
Plaatsen wij dit voor ons hedendaagse leven, dan zouden velen van ons daar alleen al onder bezwijken!
Geen bazuingeschal, geen uiterlijk vertoon, terug naar het niets! Dat waren de voorwaarden om HET ALLES te mogen ontvangen. Jozef Rulof gaf dat alles en verdiende daarmee zijn Kosmologie.

Hij bezat geen aardse rijkdom, geen tempel of paleis, maar hij bewoonde een bovenwoning ergens in Den Haag. Deze bovenwoning bezat een platje. Daar zat hij vaak en kwam in contact met de sterren. Hij kwam daar vrij van zijn organisme en vloog de Ruimte in, zijn organisme, dat op het platje achterbleef beleefde de slaap. Het was vaak, dat hij de regen niet bemerkte en dat zijn vrouw hem tot  de 'werkelijkheid' moest terughalen.

De schijnwerkelijkheid was verschrikkelijk in de overgang, vooral als Adolf op hetzelfde moment zijn karaktertrekken, in de vorm van een V-2, richting Engeland afschoot. Nee, wij zullen de geboorte van zijn Kosmologie wel nooit helemáál kunnen begrijpen.
Wij kunnen u thans mededelen, dat het eerste deel van de Kosmologie van Jozef Rulof binnenkort in druk zal verschijnen en voor u allen verkrijgbaar zal zijn. Voor nadere mededelingen verwijzen wij u naar de rubriek Boekennieuws.

Wij vonden het noodzakelijk dit toch verheugende nieuws op deze wijze bij u in te leiden.
Bereid u op de ontvangst van het boek voor. Stel u er voor open en zorg, dat de inhoud van de reeds verschenen boeken u daarbij als fundament kan dienen. Wij werden er stil van, toen wij aan het lezen sloegen.
Wij wensen, dat u allen de ware sleutel voor de toegang tot deze Goddelijke Wijsheid zal kunnen vinden en gebruiken.
Stichting Wayti.

                           
 

HOME.
PAGINA 2.