TEGEN CREMATIE! MAAR WAAROM? 
Als door de wind gedragen zweefden zij het crematorium tegemoet.
 Kijk, André, dat mooie gebouw, daar op die heuvels is de pijnbank voor de geest. Voor hen, die zich op Aarde misdragen hebben, neemt het leven na de dood daar een gruwelijke aanvang. Het heet een huis des vredes te zijn, maar in werkelijkheid is het , het huis der smarten. O, mens, begrijp in uw onwetendheid, dat gij uzelf en de anderen op die pijnbank legt en dat gij degenen, die van u heengaan, daardoor niet alleen eert, maar dat gij hen martelt op de vreselijkste wijze, die er bestaat. Geloof in ons en neem deze waarschuwing ter harte, want gij spot in uw onwetendheid met Gods wetten. Wij, die in het land aan de overzijde van het graf leven, wij willen u de goede weg wijzen, welke naar de waarheid leidt.

Wij hebben geen egoïstische verlangens, wij verlangen slechts u te helpen. Wij willen u de waarheid brengen, omdat wij weten, hoe ontzettend hier geleden wordt, hier, in dit huis der smarten. Wij roepen u nogmaals toe: Blijf op Gods wegen. Ga zelf geen wegen bouwen, welke slechts stoffelijk zijn en donker, omdat zij door de duisternis gaan en de bouwers blind waren en het geestelijke licht dus niet konden zien. Wij roepen u toe: MAAK EEN EIND AAN DEZE VRESELIJKE TOESTANDEN EN KEER TERUG TOT DE NATUUR, die gij reeds zo lang verlaten hebt. Open uw ogen en zie hoe wij u zullen steunen. Zie, hoe uw vrienden bij u staan, uw zusters en broeders, die voor u heengingen. Wij willen u helpen en wij willen hen helpen, die op deze wijze gefolterd worden. Wij zijn om u heen, maar uw stoffelijke ogen zien ons niet, omdat gij u afgesloten hebt en de waarheid niet wilt zien. Open uw ogen en oren en ge zult ons niet alleen zien, maar ook horen spreken. Voorwaar, wij kunnen dat, omdat wij de kracht daartoe van God ontvangen hebben.

Wij zijn naast u, om u te beschermen, wanneer ge bescherming nodig hebt. O, zoek niet verkeerd, zoek op duistere dagen niet naar het zonnelicht, dat er niet is, maar wacht, totdat het weer licht wordt. Dan zult ge ons zien, want wij zijn dat zonnelicht....
Tot zover Meester Alcar in ,,Een Blik in het Hiernamaals''. 
De bovenstaande boodschap van Meester Alcar waarschuwt ons op ernstige wijze voor de crematie. Uit zijn woorden blijkt duidelijk dat de mens op Aarde niet weet wat hij veroorzaakt en wat hij zichzelf aandoet indien hij besluit zich te laten cremeren. Wat heeft de mens ertoe bewogen om meer en meer van begraven af te zien en op zoek gaan naar een andere vorm van lijkbezorging. Waarom valt er een steeds groeiende voorkeur voor crematie te constateren? Is dit een bewuste keuze geweest, met een duidelijke kennis van zaken? Of handelt de mens vanuit onbewuste impulsen, verblind door bijvoorbeeld de ogenschijnlijke hygiëne en doeltreffendheid van de hedendaagse technische mogelijkheden?

Of is het uiteindelijk, zoals Meester Alcar in het bovenstaande citaat schetst onwetendheid en worden er wegen gebouwd die slechts stoffelijk en donker zijn, omdat zij door de duisternis gaan?
Voordat we in dit artikel dieper op deze vraagstukken zullen ingaan, wil ik u eerst meenemen in een stukje historie waarin we het ontstaan en de ontwikkeling van de lijkverbranding in vogelvlucht zullen passeren. Dit is niet alleen interessant om te volgen, maar het is ook een beetje noodzakelijk willen we een compleet beeld krijgen van het onderwerp en heel belangrijk, willen we de woorden van Jozef Rulof en de Meesters in het verdere betoog beter begrijpen en kunnen aanvoelen.

HISTORIE:
In vroegere tijden was men alleen gewend om de dierbaren te begraven. Niettemin werd er in vroegere tijden in Europa gecremeerd. Vanaf het midden van de Bronstijd tot in historische tijden werd er niet alleen door de Kelten en Germanen, maar ook door de Romeinen en de Grieken aan lijkverbranding gedaan. Met de komst van het Christendom kwam daar echter grote verandering in. Daar zijn verschillende redenen voor aan te voeren. Het begraven van de doden is evenzeer een Joodse als een christelijke traditie. Lijkverbranding in Israël was ongewoon. Enkel in zeer uitzonderlijke gevallen werd het toegepast, voornamelijk als straf. Zo werden mensen in die tijd verbrand als zij zich schuldig hadden gemaakt aan bloedschande (Lev. 20:14, 21:9). Achan werd gestenigd en daarna verbrand, nadat hij zich had vergrepen aan oorlogsbuit waarop de ban lag (Joz.7:25).

De christenen erfden van de Joden zowel het begraven als de afkeer tegen lijkverbranding. Niettemin werd de verbranding door de christenen in bijzondere gevallen toegepast, zoals bij het verbranden van ketters en heksen en bij rampen als de pest. Men veronderstelt echter dat er belangrijkere redenen voor de christenen waren om hun doden te begraven. In eerste instantie werd Jezus Zelf begraven in een door Jozef van Arimatea aangekocht graf (Matt. 27:60). Daarnaast was Christus uit het graf opgestaan. De christenen geloven dat ook zij uit het graf zullen verrijzen (Joh. 5:28, 5:29). Dit geloof aan de verrijzenis impliceerde dat men te ruste werd gelegd in een graf, in een soort slaap zou men kunnen zeggen, in afwachting op het moment dat het tijdstip daar was, ergens in de toekomst, waarop men door de macht van de terugkerende Christus uit het graf verrees als een nieuw mens met een nieuw lichaam.

De christelijke lijkbezorging bezat dus religieuze motieven en de behandelingen van het lijk en de lijkplechtigheden kregen zo een religieus karakter. Daarbij heeft de verering van de martelaren ook bijgedragen aan de overtuiging van het begraven. Op het graf van de martelaren werd een altaar gebouwd en daaroverheen weer een kerk of een kapel. Men werd dicht bij het graf van de martelaar begraven in de hoop dat op deze wijze ook de eigen ziel dichtbij de ziel van de martelaar was, welke in de heerlijkheid van Christus vertoefde. 
De eerste christenen kozen dus voor het begraven. Toch was het idee van een verrijzenis uit de as de kerk niet onbekend. Dit kunnen we terugzien in de oudchristelijke literatuur en kunst waarin men regelmatig het symbool van de Fenix tegenkomt. De fenix was aan het eind van de eerste eeuw, bij Clemens Romanus (volgens de overlevering de tweede bisschop van Rome na het verblijf van de apostel Petrus aldaar) het symbool van de verrijzenis. Hij schrijft over de fenix in zijn eerste brief van Clemens aan de Korinthiërs, omstreeks het jaar 96.

De fenix is een mythologische vogel die zich vrijwillig in het vuur van een houtstapel stort, om er vervolgens getransformeerd en getooid in prachtig gekleurde en vernieuwde veren uit tevoorschijn te komen.
Toch bestonden er situaties die het aanvaarden van de lijkverbranding voor de christenen beletten. In de ogen van de heidenen was het begraven van de doden door de christenen een dankbaar onderwerp om hun het leven zuur te maken. De heidenen wisten dat de christenen niet verbrand wilden worden, omdat zij anders van hun onsterfelijkheid werden beroofd. Zo groeven heidenen in 177 na Christus de lijken van Lyon op om ze te verbranden. De as werd vervolgens in de Rhone geworpen.

Ook de graven van de martelaren van Nicodemië werden opengelegd en de overblijfselen werden verbrand en in zee geworpen, omdat men hun geen eer zou bewijzen in hun graven. Vanaf die tijd werd het verbranden van lijken dan ook door de christenen totaal geweerd. In bijna 20 eeuwen katholicisme werd de begrafenisritus vervolmaakt tot een symbool van het geloof in de verrijzenis en het eeuwig leven. In het liturgisch spraakgebruik vindt men teksten terug als het toevertrouwen van de overledenen aan de schoot der Aarde. Hiermee wilde men tot uitdrukking brengen dat de mens tot de Aarde behoorde, welke Gods schepping was. Gelovige verbondenheid ging gepaard met eerbied voor het menselijk lichaam. Beide, lichaam en ziel, waren voorbestemd tot een eeuwig voortbestaan in afwachting van een opstanding tot eeuwig leven. Een graf werd dus met eerbied behandeld, omdat daarin het lichaam van de mens rustte.

Deze wijze van begraven bracht voor veel mensen tevens een ander gevoelsaspect met zich mee. De band met de overledene was niet voorgoed afgesneden. Bij het graf kon men zo in alle rust verwijlen bij de geliefde, waardoor een blijvende verbondenheid met de dierbare overledene levend werd gehouden. Het verstrooien van de as, dat steeds meer in zwang raakt, was en is voor velen, zeker in emotioneel en geestelijk opzicht, een gebaar van: Voor altijd verdwenen.
Ondanks de lange traditie van begraven in Europa dook de crematiegedachte in het midden van de 19e eeuw toch weer op. In de literatuur wordt Jacob Grimm algemeen beschouwd als de vader van de moderne crematiebeweging.

Bekend is zijn voordracht ,,Über das Verbrennen der Leichen" gehouden in de Koninklijke Academie van Wetenschappen te Berlijn in 1849, waarin een duidelijke sympathie voor lijkverbranding naar voren kwam, vooral vanwege opmerkingen en conclusies van meer persoonlijke aard. Hij beschouwde het verbranden met betrekking tot opstanding, dag des oordeels en eeuwig leven als geen probleem. Door te geloven aan alleen een geestelijke opstanding kon men de crematie in haar waarde laten.
Ook de Nederlander J. Molenschott, hoogleraar te Heidelberg, pleitte voor lijkverbranding in zijn publicatie Der Kreislauf des Lebens in 1852. Zijn opmerkelijke denkbeelden bestonden uit het verbranden van de doden omwille van de ammoniak die de lucht zou verrijken. De as, die bouwstoffen voor nieuwe planten, dieren en mensen bevatte, zou in zijn opinie kunnen worden gebruikt om grond te bemesten.

Ook waren er andere kwesties in vroegere tijden waar men mee te kampen had. De huidige kerkhoven beantwoordden aan het beeld van een bed. Een rustplaats voor de overledene. In de voorgaande eeuwen was dit echter wel anders. De gelovigen werden zo dicht mogelijk bij en rond de kerk begraven (de rijken werden in de kerk begraven), die in het centrum van het dorp of de stad stond. Grafschenners door mensenhanden of door natuurlijke omstandigheden waren meer regel dan uitzondering en ten tijde van een oorlog waarbij tienduizenden soldaten stierven, die vaak zomaar ergens in massagraven werden gegooid, was het niet verwonderlijk dat dit tot onverantwoordelijke situaties leidde, omdat de medische wetenschap, en de hygiëne eenvoudig nog niet op een aanvaardbaar peil stonden. Als een lijk niet goed wordt begraven kunnen zich bacteriën verspreiden, vooral als de dode aan een besmettelijke ziekte is overleden, iets wat in vroegere tijden veelvuldig voorkwam.

Als antwoord op deze toestanden dienden twee artsen in 1869 op het internationale medische congres te Florence, in naam der openbare gezondheid en der beschaving, met succes een motie in, waarbij het congres de wens uitsprak, dat alle mogelijke middelen zullen worden aangewend om de gezondheidswetten te doen wijzigen, zodanig dat de verbranding der lijken in de plaats van de tegenwoordige begraafmethode wordt gesteld. Gelijkertijd ontstond de succesvolle propaganda voor invoering van crematie vanuit vrijmetselaarskringen in Italië. Het internationale vrijmetselaarscongres te Napels in 1869 sprak zich uit voor de bevordering van de crematie. Enkele jaren later schreef het koninklijk Lombardisch Instituut voor Wetenschappen en Letteren een prijsvraag uit voor het ontwerpen van een methode die het begraven zou kunnen vervangen. Men kon nu eenmaal niet zomaar tot verbranding van lijken overgaan omdat men dan met vele praktische zaken werd geconfronteerd.
In 1873 werd te Wenen op de wereldtentoonstelling voor het eerst een verbrandingsapparaat geëxposeerd.

Het ontwerp van deze omgebouwde oven werd door prof. C. Reeclam, gerechtelijk arts te Leipzig en Friedrich Siemens, glasfabrikant in Dresden, als antwoord op de prijsvraag van het Lombardisch Instituut ingezonden. Dit winnend ontwerp voldeed aan de hygiënische en ethische eisen. Voortaan zou de techniek geen belemmering meer hoeven te vormen voor de invoering van de lijkverassing. Onmiddellijk in datzelfde jaar vond de eerste verassing plaats in het op het Campo Santo te Milaan gelegen crematorium. De eerste wettelijke regeling van de lijkverbranding kwam ook in Italië tot stand, nl. op 22 juni 1874. In 1878 volgde Duitsland met een crematorium te Gortha in het Thüringer Woud. Uiteindelijk werd dus in de 19e eeuw de eeuwenoude traditie van het begraven in Europa doorbroken. Voorlopers waren Italië en Duitsland. Redenen van ethiek en hygiëne waren de grootste drijfveren hierachter.

Ofschoon men in alle christelijke kerken lange tijd huiverig stond tegenover crematie, omdat zij indruiste tegen de eeuwenoude algemeen christelijke traditie, kwam het verzet van de Rooms Katholieke Kerk het sterkst naar voren en duurde ook het langst. Dit was mede het gevolg van de antichristelijke en antikerkelijke tendens in de propaganda van de Vrijmetselaars. Sedert de Instructie van het H. Officie van 5 juli 1963 is de discipline van de rooms-katholieke kerk inzake crematie echter verzacht, alhoewel zij de voorkeur heeft voor begraven.
De Protestantse Kerk en de Gereformeerde Kerk voeren een tolerant beleid ten aanzien van de crematie. In Joodse kringen werd lijkverbranding door de orthodoxie in strijd geacht met de Joodse gedachte en streng verboden. Het progressieve Jodendom is ten aanzien van de crematie verdeeld.

Het duurde tot 1914 voordat de eerste, niet legale, crematie in Nederland plaatsvond. Omdat de wetgever verzuimd had aan te wijzen wie er voor het niet begraven aansprakelijk gesteld moest worden, konden de beklaagden niet vervolgd worden. En hoewel de wetgever niet de bedoeling had crematie toe te laten, had zij verzuimd deze bedoeling om te zetten in een verbod met bijbehorende strafwettelijke sanctie. Uiteenlopende en tegenstrijdige politieke, ethische en godsdienstige meningen in de politiek maakte dat de herziene Wet op de lijkbezorging in Nederland pas in 1968 de crematie uiteindelijk legaliseerde. Tegenwoordig is de crematie uitgegroeid tot een algemeen geaccepteerde manier van lijkbezorging, welke steeds meer door de westerse mens wordt toegepast.
 
Hieronder volgen enige cijfers ter illustratie:
 Crematies in Nederland naar godsdienst:
                          1935                                   1970
 Ned. Herv.       337                                   4.099
 Rooms Kath.       3                                    1.187
 Gereform.            1                                       119
 Overige            117                                    1.050
 Geen godsd.     289                                    8.494
 Totaal            ----------                                 ---------
                          747                                     14.949
 
 Crematies en crematiepercentage in Nederland:
 Jaar                   Crematies                          Aantal sterfgevallen                  %
 1940                       1.061                                       87.686                               1,21
 1970                     14.949                                    109.619                              13,64
 Bronnen: Grote Winkler Prins

Wat betreft de historische gegevens over crematie heb ik dankbaar gebruik gemaakt van het boek: Crematie in Nederland 1875-1955, de Vereniging van Facultatieve Crematie en de Wet op de Lijkbezorging, door I. Franke.
 Nu, anno 2000, ligt de verdeling van begraven en cremeren op 50-50.  Crematie groeit dus zeer verontrustend door. Het is opmerkelijk te noemen dat met het proces van ontkerkelijking en de enorme vooruitgang van wetenschap en techniek, tevens gelijktijdig het proces van groeiende acceptatie van crematie in de Westerse wereld is te volgen. In welke mate het één met het ander te maken heeft valt niet onmiddellijk te zeggen. De nog steeds in omvang toenemende individuele geloofsovertuiging van de Westerse mens over existentiële onderwerpen en levensvragen zijn mede door de ontkerkelijking en de wetenschap zo divers in beleving en uitdrukking geworden, dat het moeilijk is hier algemene redenen voor aan te geven.

Niettemin lijkt het erop alsof door deze ontwikkeling de mens dieper is afgedaald in de materie en daardoor zijn meer natuurlijke afstemming van hoe hij dient te leven en te sterven voor een belangrijk deel heeft verloren.
Daarentegen zijn de medische en hygiënische richtlijnen, alsmede de menselijk maatschappelijke ethiek (wat iets anders is dan kosmische ethiek), alleen maar verder geëvolueerd en op een hoger plan gebracht.
 Tevens bestaan er situaties in kleine dorpen en gemeenten waar de begraafplaats gekoppeld is aan de kerk. Voor niet kerkelijke mensen kan het dan een te grote stap zijn om zich op een dergelijke begraafplaats te laten begraven, terwijl het crematorium een meer neutrale instelling heeft.

Als laatste argument kan de dieper doorgevoerde materialistische visie inzake efficiency en kostenbesparing in relatie tot lijkbezorging worden genoemd. Termen als ,,als ik dood ben, moet ik niemand meer tot last zijn'' zijn niet ongewoon. ,,Tenslotte zadel je, je kinderen of de nabestaanden op met de zorg en de financiële verplichting van het onderhouden van een graf''. Crematie kent die zorg niet en is goedkoper dan begraven.
Naast bovengenoemde redenen om tot crematie over te gaan, schuilt er misschien nog een reden in het Westerse bewustzijn. Wellicht een persoonlijke voorkeur die op meer gevoelsmatige en ,,romantische'' ideeën is gestoeld en past bij het klinisch beeld van deze tegenwoordige ,,ontaarde'' bureaucratische en technologische maatschappij. Als dode terugkeren naar de Aarde, waar wormen en ander ongedierte aan je zullen knagen, waar het bovendien stinkt en waar het vooruitzicht van voorgoed dood neer te moeten liggen een ondefinieerbare eeuwigheid toeschijnt, strookt niet met het bijna steriele, gecomputeriseerde interieur van onze hedendaagse, van alle materiële gemakken voorziene woningen en kantoren. Nee, het idee van een schone, hygiënische en snelle verbranding spreekt dan meer tot de verbeelding.

Daarbij kijkt de Westerse mens ook nog eens met een schuin oog naar het Oosten. In tegenstelling tot de (oud) Christelijke Europeanen hebben de Hindoes van bijvoorbeeld India en Suriname een totaal andere kijk op crematie. Als dodenbezorging heeft het cremeren voor de Hindoes een religieuze betekenis. In de Yajoer Veda (40:15) staat: ,,Bhasmaantam shariram'', wat betekent: Het lichaam heeft zijn einde in de as. Het verbranden in vuur wordt daarom beschouwd als de snelste en zuiverste manier om het lichaam terug te geven aan de kosmos. Hier vinden we dus het aspect van snelheid en zuiverheid (sterielheid) terugkomen en dan nog wel in harmonische relatie tot de kosmos. Aspecten die de tegenwoordige Westerse mens schijnen aan te spreken.

In de boeken ,,Een Blik in het Hiernamaals'' en ,,Vraag en Antwoord, deel 1'' van Jozef Rulof wordt publiekelijk een ernstige en grote waarschuwing voor de crematie. Niet eerder in de ons bekende geschiedenis wordt op een zo indringende wijze een verhelderend beeld gegeven van de verregaande gevolgen voor de mens indien hij zich laat cremeren. Deze standpuntbepaling is des te opmerkelijker omdat men tegenwoordig steeds meer stemmen hoort, die zeggen dat crematie voor de bewustere mens, dat wil zeggen de mens die het goede en God in zijn leven heeft gezocht, niet zoveel kwaad kan. Wat deze mensen dan precies bedoelen met ,,niet zo veel'' is voor niemand duidelijk en voor henzelf waarschijnlijk ook niet. Om dit ,,niet zo veel kwaad'' goed te kunnen inschatten is kennis nodig, heel veel kennis. Meester Alcar bezat deze kennis en in ,,Een Blik in het Hiernamaals'' zegt hij hierover het volgende: 

Maar niet alleen voor ongelukkigen van geest is de crematie af te keuren, ook de gelukkigen hebben er nog enigszins onder te lijden. Dit hangt geheel af van de mate van hun innerlijke kracht. Maar zelfs wanneer zij in de eerste of tweede sfeer thuishoren, dan nog is crematie voor hen af te raden. Alles komt dus hier op neer, hoe zij innerlijk zijn en op het geestelijke zijn afgestemd. Zoals dus hun licht is, dat zij bezitten, zo zal hun geluk en kracht zijn. Zo ook hun leed en smart, zo hun lijden.
Een geest, die van de Aarde onmiddellijk naar de derde of vierde sfeer gaat, zal zo goed als niets van de crematie voelen, maar hoewel deze geesten niet meer aan hun lichaam vastzitten, zullen zij -- bij aankomst in hun sfeer -- toch voelen, dat zij iets missen en daarvan last ondervinden.

Door de ontzettende hitte van de verbrandingsoven wordt het stoffelijk lichaam verteerd met een geweld, dat tegen de natuurwetten indruist en volkomen tegen Gods bedoeling is. Moge deze gewelddaad dus eerlang -- tot heil der mensheid -- geheel hebben afgedaan en voor de gewone teraardebestelling plaats maken. 
Alvorens we de geestelijke consequenties van crematie nog dieper zullen gaan bekijken, moeten we eerst onderzoeken hoe crematie heden ten dage precies in zijn werk gaat. Dit is nodig willen we ons vervolgens beter kunnen voorstellen welke verregaande invloed dit proces heeft op het dode, fysieke lichaam en in het bijzonder, op de bij het fysieke lichaam behorende, levende astrale persoonlijkheid, die een proces heeft te ondergaan om zich geheel van zijn fysieke lichaam te kunnen bevrijden teneinde naar die geestelijke wereld te kunnen vertrekken waarop hij innerlijk afstemming heeft. Om mij hiervan zo goed mogelijk te informeren maakte ik een afspraak met het dichtstbijzijnde crematorium.

Een vriendelijke vrouw verwelkomde mij aan de ingang van het prachtige en harmonieus gelegen complex. Ik vertelde haar dat ik nieuwsgierig was naar het proces van crematie en hoe dat allemaal in zijn werk gaat. We weten bijna allemaal uit eigen ervaring of uit tv beelden dat een kist bij een begrafenis voorzichtig in het uitgegraven gat in de Aarde wordt neergelaten. Vervolgens loopt men langs de kist en werpt een bloem of wat aarde op de kist en men neemt afscheid. Wat er precies achter de gordijnen met de kist gebeurt of wat er met de kist gebeurt als deze de vloer in zakt bij een crematie blijft echter een mysterie. De manier waarop mijn gids het gesprek met mij begon is typerend voor deze branche en voor het bewustzijn van onze maatschappij, want zij ging er onmiddellijk van uit dat mijn ,,tijd'' voorlopig nog niet kon zijn aangebroken, dit gezien haar inschatting van mijn leeftijd. Tevens behoort de dood bij het leven, nietwaar mijnheer? Ik knik ja. Bij dergelijke gesprekken begint het altijd in mijn buikstreek te kriebelen en kan ik een glimlach niet onderdrukken.

Want praten over de dood vereist in deze maatschappij nu eenmaal veel tact en voorzichtigheid, helemaal als men in een crematorium werkt.
Zij nam me al pratende mee en liet mij alle zalen en kamers zien en hun betreffende functies. Uiteindelijk kwamen we bij een mooie, rustige zaal aan waar de laatste bijeenkomst wordt gehouden alvorens de crematie een aanvang neemt. De zaal bezat geen gat in de grond waar de kist in zou gaan verdwijnen, maar er stond een rechthoekige verhoging met dezelfde afmetingen als van de lijkkist. Deze verhoging staat op een rail en heeft als functie de kist over de rail te transporteren naar een ruimte achter mooie gordijnen.

Nadat iedereen afscheid heeft genomen van de dierbare overledene, wordt de kist over de rail de ruimte achter de gordijnen binnen gereden. Feitelijk hoort de kist weg te rijden als de aanwezigen zich nog in de zaal bevinden, maar dit gebeurde maar zelden, omdat bijna niemand wil zien hoe de kist via de rail achter de gordijnen verdwijnt. Staat de kist eenmaal achter de gordijnen in de nieuwe ruimte, dan wordt de kist op een karretje geplaatst en de ruimte uitgereden, een gang op, waar de bloemen en kransen van de kist worden afgenomen, op één enkele bloem na en vervolgens wordt de kist verder gereden een tegenoverliggende deur door de ruimte in waar de ovens zich bevinden. De bloemen en kransen worden in een soort bezinningstuin neergelegd, waar men na het hele gebeuren even kan vertoeven. Uiteindelijk wordt de kist van het karretje op een soort slee gezet die de kist de oven in schuift.

Als men zo voor de deuren van de oven staat, bekruipt je het gevoel dat er iets niet klopt. Veel tijd om hier verder bij stil te staan krijg ik niet, want mijn vriendelijke gids neemt mij verder een deur door en we komen nu in de ruimte waar de ovens, de bedieningspanelen en afvoerleidingen tot in detail te zien zijn. Dit geeft een zeer eigenaardig gezicht, bijna onwerkelijk, vooral vanwege de blinkende aluminium panelen die de ovens afdekken en de computergestuurde bedieningspanelen met rood en groen flikkerende lampjes en gekleurde drukknoppen. Dit alles vormt een buitengewoon, bijna extreem contrast met de wetenschap dat zich binnen in de oven een astrale mens bevindt die zichzelf misschien, al dan niet met de grootste moeite, tracht te bevrijden van zijn, inmiddels in brand staand, stofkleed. Want het toeval wilde dat er op dat moment net een crematie in volle gang was. Mijn gids maakte mij hierop attent door met een handel een luikje weg te klappen zodat zij een blik kon werpen in de oven. Zij vertelde vervolgens dat de crematie reeds enige tijd aan de gang was en of ik ook in de oven wilde kijken. Terloops vermeldde ze ook nog dat zij hier reeds twintig jaar werkte, maar dat het haar een lange tijd had gekost om voor het eerst bij een crematie een blik in de oven te werpen.

Dit zijn van die momenten waarop je snel moet beslissen en dus luisterde ik naar wat mijn innerlijke stem zei en die zei onmiddellijk: Kijken! Ik klapte met behulp van de handel het luikje weg en keek door het glas (blijkbaar speciaal glas omdat het niet smolt door de hoge temperaturen) in de oven. In de lengterichting, van boven naar beneden, zag ik de overblijfselen van een skelet, waarvan de schedel en de ruggengraat nog het duidelijkst te herkennen waren, omdat ze donker afstaken tegen het omringende vuur, waarvan de vlammen zo'n 30 tot 40 centimeter hoog reikten. De bodem van de oven was bedekt met brokken smeulende as.

De aanblik van dit alles is zowel intrigerend als afstotend tegelijkertijd en er vliegen binnen enkele seconden als het ware duizenden dingen door je heen. Ik besef dat wat ik nu heb neergeschreven nogal luguber overkomt, maar het levert -- denk ik -- een belangrijke bijdrage om de uitleg van de Meester van Gene Zijde over de gevolgen van crematie voor de mens dichter bij ons aardse denken en voelen te brengen. En ik kan u verzekeren dat een dergelijke ervaring van alleen even te kijken in de oven waar zich het proces van de crematie afspeelt diep ingrijpt, zeker indien je over de meegedeelde kennis van de Meesters over crematie beschikt en als zodanig wordt je denken en voelen over dit onderwerp aanzienlijk verdiept.

Voordat de kist de oven in gaat, is de oven reeds op een temperatuur gebracht van zo'n 700 graden Celsius. Van daaruit wordt de temperatuur langzaam opgevoerd tot maximaal 1300 graden Celsius. Vlammen zijn er in eerste instantie niet te zien, de oven is gevuld met hete lucht. Als de kist naar binnen wordt geschoven kan er even een spontane verbranding ontstaan, waarbij de verf van de kist in een oogwenk in de verzengende hitte oplost. Ook kunnen er even zwarte rookpluimen uit de schoorsteen komen, die van binnenuit de ovenruimte door een raam in het dak te zien was. Maar dat komt dan omdat de overledene bepaalde kleren aanhad of in het ergste geval rubberen laarzen droeg. Niettemin werd er mij verzekerd dat crematie een zeer schoon proces is waarbij nauwelijks afvalstoffen in de buitenlucht terecht komen. Daarbij duurt de crematie hooguit anderhalf uur mijnheer, in tegenstelling tot het begraven waarbij het dertig jaar duurt voordat het lichaam is vergaan. Ik kon merken dat men trots was op de productieresultaten, de hygiëne en de efficiency en de voorkeur van crematie boven begraven werd steeds duidelijker gepropagandeerd, vooral toen ik kennis maakte met de directeur van het complex voor wie crematie een uitgemaakte zaak was.

In de ruimte waar de ovens zich bevinden bevonden zich op een tafel ook enkele kratten. Eén daarvan was tot de nok toe gevuld met stalen heupen en knieprotheses en wat dies meer zij. Een andere krat was met een bodemlaag bedekt met verwrongen gouden sieraden en tanden. Dit goud werd regelmatig geschonken aan goede doelen. Twee andere kratten bevatten brokken as uit de ovens, er bovenop lag een steentje met een nummer er in aangebracht. Deze nummers vertegenwoordigden namen van de overledenen opdat men zo niet in de war zou geraken.

Deze brokken as, ter grootte van een vinger of een vuist, dienen eerst door een soort maaltrommel met zeef te gaan, alvorens men van ,,bruikbare'' as kon spreken. Ik was verbaasd te horen dat het merendeel van de nabestaanden de as niet me nam naar huis. De verdere verwerking van deze geweigerde as werd met een zekere regelmaat door een schip op zee geloosd. Een ander deel van de nabestaanden strooit de as uit over een daartoe bestemde plek op het terrein van het crematoriumcomplex. Het kleinste deel van de nabestaanden nam de as mee. Ik zal u de verhalen van mijn gids over wat zij zoal meemaakte verder besparen, ze zijn in deze context ook niet belangrijk, maar ongewoon waren zij wel.

Om te weten te komen wat er op het moment van de crematie feitelijk met het fysieke lichaam en de astrale persoonlijkheid gebeurt, geeft Jozef Rulof in het boek ,,Vraag en antwoord, deel 1'' eenduidig antwoord:  
Omdat bij crematie de natuur het evolutieproces ontnomen wordt, staat de mens voor eigen geschapen wetten en die slaan hem, folteren hem, mismaken hem zo, dat hem horen en zien vergaat en hij zijn natuurlijk leven verliest! De mens heeft zoveel uitgevonden op Aarde, dat niet Goddelijk meer is, waarvan hij denkt: ,,Zo is het beter''. Maar laat hij afblijven van ,,ziel en geest'', want zij hebben andere wetten te beleven en die zijn nog altijd Goddelijk!
 Wat vernietigt u nu eigenlijk door crematie? Welke levenssappen ontneemt u de geest? Of denkt u, wanneer ge de grond ingaat -- hier dus bent gestorven -- dat de geest niets meer met het organisme te maken heeft? Luister, dan zal ik u deze wetten verklaren en kunt ge ze aanvaarden. Het is de Goddelijke waarheid, ik heb die mensen gezien en de wetten mogen beleven.
 
Wij, als mensen nemen de grondstoffelijke levensaura van het organisme in ons op en dat is de stof, die aan Gene Zijde dient om ons grond onder de voeten te geven, anders zouden wij wegzinken en hadden wij geen bestaan meer. Die stof krijgen wij pas volkomen -- een aura is het dus -- wanneer het organisme in de zevende graad van verrotting is gekomen, dan zuigen wij die aura in ons op en dit begint reeds, wanneer wij het organisme hebben verlaten. Kunt u dat nog, als u bent gecremeerd? Nee, door één wet, verbranding nu, ontneemt de mens zich, vernietigt de mens zijn verdergaan, de bron van leven en bestaan, hij vernietigt geestelijke fundamenten, die hij nu mist en daardoor als een zeepbel ronddwarrelt, geen grond bezit onder zijn voeten. En dit geschiedt door crematie! 

Naast alle hinderlijke last en in het ergste geval de onvoorstelbare verschrikking die de astrale persoonlijkheid bij een crematie dient te ondergaan, indien hij geen afstemming heeft op de hogere lichtsferen, krijgt hij dus onmiddellijk te maken met een fundamentele natuurwet. Deze wet werkt buitengewoon vernuftig en harmonisch voor hem als hij zich laat begraven. De natuurlijke rust en de tijdsduur die de astrale persoonlijkheid ten volle krijgt bij een begrafenis, geeft hem alle gelegenheid om de levensaura van het stoffelijk lichaam op te nemen, zonder daarbij te worden gestoord en deze te gebruiken om in zijn nieuwe wereld goed te kunnen functioneren. Bij een crematie werkt dezelfde wet echter kompleet averechts voor hem en zelfs desastreus, want er is geen sprake van een natuurlijke rust en tijdsduur deze is teruggebracht tot anderhalf uur in plaats van jaren zoals bij een begrafenis.

In het boek ,,Een Blik in het Hiernamaals'' laat Meester Alcar Jozef Rulof (André genoemd) een crematie van nabij meemaken. Zij bevinden zich in de astrale wereld en kunnen alles wat in de stoffelijke, aardse wereld plaatsvindt gadeslaan: 
André keek en kon met zijn geestelijke ogen duidelijk het lichaam in de verbrandingsoven waarnemen. De hitte, welke er heerste, was geen belemmering voor hen, daar het stoffelijke hitte was. Nog steeds werd het orgel bespeeld, maar de mensen, die de ,,overledene'' de laatste eer bewezen, waren heengegaan. André zag nu, dat het lichaam ineenkromp, zich heen en weer wentelde en zich kronkelde als een levend mens, terwijl hij daarbij een schreeuwen, brullen en huilen hoorde, dat hem van ontzetting deed beven. Het was niet om aan te zien en aan te horen. Hoe afgrijselijk werd hier geleden!

Daar voor hem bevonden zich twee lichamen, het stoffelijke en het geesteslichaam. Het ene ogenblik stonden ze, dan vielen ze en kronkelden dan weer om elkaar heen. ,, Alcar, ik kan niet meer. Laat ons hier weggaan''. 
In dit verband rijst misschien de vraag hoe het dan precies zit met de gevolgen voor de mens als hij zelfmoord pleegt en door wilsbeschikking, gecremeerd wordt. Zal hij dan het verrottingsproces van zij fysieke lichaam moeten meemaken, terwijl het omhulsels reeds tot as is verbrand? (Het is namelijk zo dat iemand die zelfmoord pleegt, zich niet van zijn fysieke lichaam kan losmaken. Hij blijft aan zijn fysieke lichaam vastzitten voor een tijdsduur die hem op Aarde was gegeven totdat hij op een natuurlijke wijze zou zijn gestorven. De zelfmoordenaar, als astrale persoonlijkheid, beleeft dus het verrottingsproces van zijn fysieke lichaam op een buitengewone intense manier mee).

Jozef Rulof geeft hierop antwoord in het boek ,,Vraag en Antwoord, deell'': 
Nee, als u gecremeerd wordt, is er van rottingsproces geen sprake meer. U denkt nu wellicht, dan is crematie beter, je bent dan spoedig van al die narigheid af, maar, wat gaat er dan gebeuren? Indien een zelfmoordenaar wordt gecremeerd, wat door ,,wilsbeschikking'' kan gebeuren, nietwaar, wordt het organisme verbrand, maar de geest zit thans aan zijn brand vast. Mocht u dit niet begrijpen, dan is dit te verklaren, wanneer u bijvoorbeeld een moordenaar volgt, die door ,,wroeging'' lijdt, zo vreselijk, dat zijn geest die smarten niet kan verwerken en toch tot het leven blijft behoren. Die man loopt met zijn ellende rond, hij kan zich er niet van bevrijden, die mens beleeft dit. Wij blijven ,,achter de kist'' zoals wij hier zijn, met andere woorden, aan ons innerlijk is niets veranderd.

De brand nu door crematie tot stand gekomen, is verschrikkelijk. Je bent geestelijk verbrand en dat is niet te genezen, dat moet de mens zelf genezen, doordat hij aan een beter leven begint en vanzelfsprekend al zijn fouten goedmaakt. Langzaam verdwijnen de littekens door de crematie ontvangen, doch voordat hij ervan is bevrijd, zijn er wel een vijfhonderd jaar voorbij gegaan en langer duurt het, voordat de mens weer terug is tot de harmonische wetten van God. 
Wat betreft de gevolgen voor kinderen als zij gecremeerd worden zegt Jozef Rulof, ook in ,,Vraag en Antwoord, deel 1'': 

Luister goed, in de eerste plaats dit: Er worden weinig kinderen gecremeerd en dat is maar goed ook! Nee, het kind lijdt niet door de crematie. Hoe meer bewustzijn wij bezitten voor foutieve gedachten en liefdeloosheid, des te meer heeft dit betekenis voor de crematie. Hoe meer wij dus de duisternis vertegenwoordigen, des te meer kan de crematie ons slaan en lopen wij met die wet rond. Het kind bezit dus niet het bewustzijn van de volwassen mens met al zijn kwaad. Hierdoor, dit moet u toch duidelijk zijn, heeft de crematie geen vat op dat leven, omdat het gevoelsleven zich zelf voor al die ellende heeft uitgeschakeld. Dit kunt ge begrijpen. Er leven geen kinderen van vier tot veertien jaar in de hellen, dat is niet mogelijk!

Nee, de kleintjes hebben niets te maken met de crematie, alleen de volwassen mens. Maar door de crematie is toch ook het kind iets kwijt en dat doen nu die goede, die liefhebbende ouders. 
Tot slot de vraag wat er gebeurt als de mens door een ongeluk verbrandt. Jozef Rulof zegt hierover ook weer in het boek ,,Vraag en Antwoord, deel1'': 
Nu is de geest onmiddellijk vrij, want het gevoelsleven wilde immers geen zelfmoord.
De mens die een dodelijk ongeval beleeft, ondergaat een geestelijke schok. Nu voltrekt zich voor de levensaura een proces, namelijk het nemen van de lichamelijke aura, wat anders maanden duurt, in slechts enkele minuten en dit betekent voor het gevoelsleven en de persoonlijkheid de schok en dit heeft de persoonlijkheid te verwerken! 

Niettemin kan de vraag blijven hangen wat er dan precies gebeurt met al die mensen uit de Oosterse landen die zich laten verbranden. Lijkverbranding in het Oosten wordt immers al duizenden jaren toegepast. Door Jozef Rulof weten wij echter dat lijkverbranding voor ieder mens nadelige gevolgen heeft.
Tegenwoordig is het begraven echter ook niet langer zonder gevaren. Veel ,,doodskisten'' zijn tegenwoordig allang niet meer alleen van puur hout gemaakt. In veel kisten is anorganisch materiaal zoals fineer (spaanplaat) en kunststof verwerkt. Dit maakt dat de doodskist tot een soort conserveerblik wordt omgetoverd. En dit heeft verregaande gevolgen. Na tien jaar wordt een zogenaamd huurgraf ,,geschut''. Dit houdt in dat het graf wordt leeggehaald en dat het stoffelijk overschot in een ander graf wordt gelegd, laat ik het zo maar vriendelijk uitdrukken. Als de kist uit puur hout bestond, dan zal deze bij het openleggen, het zgn. ,,schudden'' van het graf totaal vergaan zijn. Van de stoffelijke resten zullen zo goed als alleen de botten zijn achtergebleven.

Van ooggetuigenverslagen weten wij echter dat er ook praktijkgevallen voorkomen waarbij graven worden geschud, die kisten laten zien die nog niet vergaan waren. Helemaal intact waren ze natuurlijk niet meer, maar de contouren van een doodskist waren nog goed te onderscheiden. De stoffelijke resten uit deze kisten waren dan ook nog lang niet vergaan en bezaten zelfs nog de vormen van een menselijk lichaam. Wellicht dringen zich nu beelden bij u op van het balsemen van stoffelijke overschotten, zoals dat bijvoorbeeld in het Oude Egypte gebeurde. Jozef Rulof zei hierover in ,,Vraag en Antwoord, deel 2'' het volgende:

U hebt het al gehoord, meneer Brand. Als u zich hier en daar en overal door het leven, door het lichaam laat balsemen, dan mist u iets van een aura. Daar ligt iets, ook al is dat een mummie, maar daar ligt leven. Dat is onbewust leven en houdt door wettelijke medicijnen -- u kent de balseming, wat er allemaal voor nodig is weet ik ook niet precies, maar goed -- houdt u iets tot stand en dat mist u volkomen aan Gene Zijde, dat mist uw geestelijke persoonlijkheid aan aura.

Want u neemt aan dat de persoonlijkheid het gevoel is met kennis, maar het leven aan Gene Zijde is het astrale gevoelsleven. Voelt u, waarheen ik wil? Dus u mist telkens iets van uw eigen leven, u gaat uw leven versnipperen. En uiteindelijk, als u zich overal zou laten balsemen, is dat een psychopathische toestand. U bent nog niet ziekelijk psychopathisch, maar u bent lichamelijk zwak, onbewust, want het leven, u hebt misschien maar vijfendertig of veertig procent van de honderd procent aan kracht, aan leven, dat u eigenlijk in een nieuw leven krijgt en bezit. Is dat duidelijk? Wist u dat het zover gaat met balsemen? Zover gaat dat! 

Tegenwoordig hebben we dus bij het begraven ook met een aantal dingen rekening te houden. De kist dient dus van een pure houtsoort te zijn gemaakt, liever van vuren dan van eiken. Desnoods van een jutezak. Als het verrottingsproces maar op een natuurlijke en ,,snelle'' manier verloopt.
Misschien vraagt u zich af waarom ik zo gedetailleerd ben geweest? Welnu, als men de woorden van Meester Alcar en van Jozef Rulof over de verregaande gevolgen van crematie niet kan accepteren, omdat ze bijvoorbeeld nu eenmaal nog niet wetenschappelijk te bewijzen zijn, dan zou het kunnen zijn dat het geschetste beeld van het onnatuurlijke en koude fabrieksmatige proces van de hedendaagse crematie u misschien op andere gedachten gaat brengen. De uitleg van de Meester en van Jozef Rulof spreekt voor zich, of je aanvaart of je aanvaardt het niet. Een tussenweg is er nu eenmaal niet. Als er toch nog twijfel is, bezoek dan eens een crematorium en laat u rondleiden. U kunt dan immers voor uzelf voelen hoe deze, door mensen bedachte, technische gedrochten op het meest heilige, uw kostbare gevoelsleven, inwerken. De mensen die er werken voelen er niets van, ongelooflijk, doch waar en een trieste realiteit.

Alles speelt zich af in bijna steriele ruimten bij koud TL-licht en kale, betonnen muren, zonder blauwe lucht, zonder gras, zonder bloeiende bomen, zonder zingende vogels. De astrale persoonlijkheid, voor zover deze nog niet van zijn stofkleed is bevrijd, ligt daar alleen, alleen in een machine, voortijdig achtergelaten door al zijn dierbaren, die zich verscholen achter een gordijntje, omdat angst en onwetendheid in hun overheersten. Toch is dit hun gevoel wat dan op dat moment spreekt, alleen weten zij dit niet te interpreteren. Zelfs als men niet aan een voortbestaan, in één of andere vorm, na de dood gelooft, kan men zich toch moeilijk voorstellen dat men zijn lichaam op deze wijze de laatste weg wil zien afleggen?

Het prachtige en natuurlijke proces, zoals God het heeft bedoeld, de scheiding van lichaam en geest als het lichaam zijn taak moet neerleggen, deze geest, deze menselijke versluiering van de ziel, van de Goddelijke vonk, onderwerpt men vrijwillig aan een ,,dodelijke'' machine.
Als we willen weten wat in overeenstemming met de natuur is, met de Goddelijke wetten, omdat we dit zelf niet goed meer weten of aanvoelen, laat ons dan kijken naar het leven van de Christus. Hij liet zich begaven. Als Hij de Goddelijke Mens, gewild zou hebben dat men Zijn lichaam zou hebben gecremeerd, omdat dat het beste was, dan zou dit onherroepelijk zijn gebeurd. Maar dat wilde Hij niet. Zouden wij het dan beter weten dan Hij?
 A.V.
 
                                           CREMATIE, NOGMAALS! 
VRAAG:

Wij zijn jarenlang in contact geweest met een genezend medium, de heer C zuiver en betrouwbaar zoals Jozef Rulof. Nadat hij over was in het jaar 1958 kwam hij al gauw  door bij het helderhorend medium, dat tot zijn vriendenkring behoorde en zei:
Die boeken van Jozef Rulof moeten onder de mensen. Deze zijn buitengewoon leerzaam. Lees die boeken en onthoud ze! Ze zijn een wegwijzer en zijn ook om je staande te houden. De boeken van Jozef Rulof zijn zeldzaam mooi. Ze zijn natuurlijk en waar! Dit komt van uit het Licht, dit is WAARHEID!
Je zou het zo kunnen zeggen: Dit is de Waarheid en het Leven. In deze woorden zit alles.

Nog een andere keer kwam C. spontaan door en zat vol van de crematie. Hij moest ons waarschuwen met het volgende voorval, dat hij zelf in de sferen had meegemaakt. Hij bracht een man mee, die kortgeleden was gecremeerd en die uitriep:
 'Oh, oh, wat heb ik beleefd! Zeg het aan de mensen: LAAT JE NOOIT VERBRANDEN! Ik heb zo iets verschrikkelijks beleefd, zo verschrikkelijk, het is niet te vertellen, niet te vertellen! Ik heb het verbranden overal gevoeld. De verbranding is op mij teruggekaatst, want ik werd meegetrokken. Ik moest er bij zijn. Hoewel ik met het lichaam niet verbonden was, hetgeen ook wel gebeurt, heb ik alles moeten doorstaan, wat mijn lichaam heeft ondervonden.

Het is één grote weerkaatsing! Zoiets verschrikkelijks, dat kan ik niet vertellen! Waarschuw de mensen dat zij dat nooit moeten laten doen! De reactie op het gehele gebeuren is verschrikkelijk. Dat moet nooit meer gebeuren! Ik kan het eigenlijk nog niet vertellen. 
Het medium C. zei verder:
Ik heb dat nu ook gezien, hoe dat allemaal daar gaat en hoe mooi en hoe prachtig hygiënisch dat gaat; het is één gruwel! Als dat eens tot de mensen doordrong, wat zou dat een voorrecht zijn wanneer de mensen daarvoor bewust werden. De man van daarnet doet niets anders dan huilen, zo ondersteboven is hij. Ik zelf was er ook ellendig van. Ik moest het meemaken, want anders kan ik er niet over spreken. De muziek was schitterend, maar doordat het zoiets verschrikkelijks was, leek het een drama en zo klonk de muziek ook in de oren bij ons in het leven na de dood.

Het is het grootste vraagstuk van de Aarde, die verbranding, het grootste, waar een verschrikkelijke tegenwerking bij is, omdat zij, die de crematoria leiden, zoveel drang op de mensen uit oefenen. DE CREMATORIA zijn één van de grootste drama's op Aarde.
ANTWOORD:  dood wordt dit een zware geestelijke foltering genoemd. Wie zich inleeft in de wetten van de geest, zal zeker deze waarschuwing aanvaarden en zich dikwijls afvragen of hier tegen op Aarde niet met meer kracht zou moeten worden ingegaan. In eigen familie, vrienden en kennissenkring zal men dan ook zeker alles doen om deze waarschuwing door te geven. Maar als dit serieus wordt geprobeerd, dan ervaart men tevens hoe moeilijk het is om één mens te overtuigen. In het algemeen voelt en begrijpt de mens immers niets van de geestelijke achtergronden van leven en dood en kent niets van de eigen geestelijke diepten. Materieel en stoffelijk is het massadenken en voelen en dan is de dood een definitief en onherroepelijk einde.

De maatschappelijke instellingen ter bevordering van crematie bezitten het grote voordeel in te spelen op dit geestelijk dode massagevoel; de zekerheid van een miljoenvoudige kring van voorstanders. Hun argumenten passen geheel in het aardse, menselijke denkpatroon en dit blijkt dan ook duidelijk uit een enorme toename van het aantal crematies. Het massale ongeloof in een eeuwigheidsbestaan is dermate overheersend dat van een grootscheepse bestrijding in dit geval nog geen sprake kan zijn. Dit maakt het in de praktijk dan ook uiterst moeilijk om hierover in breder verband feitelijke informatie te verstrekken.
 Vandaar dat wij vanuit het Genootschap uiterst behoedzaam zijn met publicaties over dit onderwerp. In feite is het onmogelijk om dit éne uit het totale verband te lichten en als een apart gegeven op grote schaal naar buiten uit te dragen. Het kan immers nooit goed zijn om de ene mens te overtuigen, de ander met angst en dreiging te bewerken die immers onmogelijk begrepen zou kunnen worden. Daarom kunnen wij dan ook geen ingezonden stukken over crematie plaatsen waarin personen, die de crematie ondergingen met naam of bijzonderheden worden genoemd.
Wayti.
 
 
                                      STERVEN EN CREMATIE. 
Dit stukje is gebaseerd op het verhaal van 'tante' uit het eerste deel van 'Een Blik in het Hiernamaals'.       
We volgen een vrouw die afstemming heeft op een hoge sfeer van licht.
Aan het eind van haar leven kon ze voldaan terugkijken. Ze heeft haar levenskrachten goed besteed. Haar leven is voor velen een zegen geweest.
Toen ze voelde dat ze ging sterven, legde ze zich in rust neer. Heel natuurlijk laat ze het aardse lichaam los en gaat ze over naar het leven van de geest. Haar gevoel is niet langer gericht op het in stand houden van het aardse lichaam. De gevoelskrachten worden uit het aardse lichaam teruggetrokken en bouwen het geestelijke lichaam op. Door dit terugtrekken vermindert de werking van het levenskoord dat de verbinding vormt tussen beide lichamen.

Haar sterven op Aarde is het geboren worden in de geest. Net zoals bij de aardse geboorte de navelstreng haar functie verliest en verbroken wordt, wordt bij de geestelijke geboorte het levenskoord verbroken.
Hoelang het duurt voordat het levenskoord breekt, wordt bepaald door de snelheid waarmee het gevoel teruggetrokken kan worden uit het aardse leven. Dit heeft grote gevolgen bij crematie.
Haar levenskoord kon heel snel breken, omdat ze tijdens haar aardse leven al volledig geestelijk voelde en dacht. Haar gevoel  was op het einde van haar leven reeds teruggetrokken uit het aardse bestaan.
Het eerste wat ze geestelijk ziet is haar overleden man, die haar komt halen.

Hij brengt zijn vrouw naar de geestelijke sfeer, waar ze nu beiden thuishoren.
Hun sfeer en hun kleding is volkomen in overeenstemming met hun innerlijk gevoelsleven. De geestelijke omgeving weerspiegelt het licht en de liefde die ze van binnen voelen.
In het hiernamaals kunnen deze geliefden zich verbinden met al het leven dat tot hun eigen sfeer behoort. Ze zien hun overleden kind terug en kunnen samen in geluk verder leven.

Nu de crematie:
We volgen een man van wie het karakter lijkt op de musicus die in Een Blik in het Hiernamaals gecremeerd wordt.
Ook die man is nog niet bezig met geestelijke liefde:
Hij kijkt alleen naar het lichaam, naar de aardse stof, en hij bekommert zich nog niet om zijn innerlijk leven, om zijn gevoelsleven, om zijn innerlijk licht. Het gaat hem om het uiterlijke, voor hem bestaat er alleen wat hij met zijn stoffelijke ogen kan zien. Hij kijkt naar zijn medemens als naar één ding, een object van begeerte.

Hij is alleen ingesteld op zijn eigen genot. Hij tracht zijn wil op te leggen aan andere mensen, om hen te gebruiken als  prikkeling voor zijn hartstocht.  Hij vraagt zich niet af hoe een ander mens zich voelt, maar hij zoekt alleen naar middelen om zijn eigen behoeften te bevredigen.
 Hij gebruikte al zijn levenskrachten om zijn materieel bezit en zijn persoonlijke roem te vergroten, ten koste van anderen en zichzelf. Hij brak stap voor stap zijn gezondheid af, en zijn lichaam presenteert hem nu de rekening. Hij werd beheerst door zijn stoffelijk bezit. Hij dacht er liever niet aan dat hij later alles zou moeten achterlaten, en dat hij geen geestelijke bezit heeft opgebouwd.

Zijn overleden moeder zou hem graag helpen, maar zij staat machteloos. Haar liefdevolle geestelijke kracht wordt door hem niet opgenomen. Hij staat niet open voor geestelijke liefde, hij wil alleen aards bezit. Zijn schilderstalent gebruikte hij alleen om zijn eigen ijdelheid te strelen, maar het leidde tot afbraak van anderen en zichzelf.
Zelfs op zijn sterfbed is hij nog onverdraagzaam. Afhankelijk te zijn van anderen. maakte hem opstandig, hij wil immers alles zelf controleren.
Hij verliest nu die controle, maar zijn hele gevoelsleven staat ingesteld op zijn aardse lichaam. Dat lichaam is het middel om zich te kunnen uitleven, om geroemd te worden, om te bezitten. Wat is hij zonder zijn lichaam? Hij is nog niet begonnen aan zijn geestelijk leven. Hij heeft alleen voeding gegeven aan egoïstische gevoelens. Die gevoelens zijn te zien als de uitstraling van zijn geestelijke lichaam.

Omdat zijn gevoel blijft uitgaan naar het aardse lichaam kan het levenskoord niet breken op het moment dat de dood intreedt.
Zijn hele gevoelsleven is verstrengeld met het stoffelijke bestaan. Hij heeft maanden nodig om zijn gevoel naar de geest over te brengen en pas daarna zal het levenskoord op natuurlijke wijze kunnen breken.
Wanneer hij als geest ontwaakt, ziet hij de aardse werkelijkheid als in een mist. Alleen zijn eigen aardse lichaam ziet hij scherper, omdat hij geestelijk alleen op zichzelf is ingesteld. Hij voelt dat hij niet meer in zijn lichaam terug kan, want dat lichaam is afgestorven. Hij voelt echter ook dat hij zich niet van zijn lichaam kan verwijderen, omdat het levenskoord hem tegenhoudt. Zijn hele gevoelsleven is nog verstrengeld met de aardse materie.

Hierdoor begint hij te beseffen wat hem te wachten staat. Hij zit vastgeklonken aan dat lijk, dat aanstonds in de oven geschoven zal worden. Hij probeert zijn nabestaanden te overtuigen om de crematie af te breken, maar zijn geschreeuw wordt niet meer gehoord.
Tijdens zijn aardse leven koos hij voor crematie, niet wetende welk geestelijk lijden hem te wachten zou staan. Nu beseft hij dat hij voor zijn gevoel levend verbrand zal worden. Het levenskoord geeft ingrijpende veranderingen in het aardse lichaam door aan het geestelijke lichaam. Geen lichtgeest kan hem helpen, omdat hij zich door zijn eigen wil in deze toestand heeft gebracht.
Wayti.
 
                                                BEGRAVEN OF CREMEREN. 
 Lieve Bezoekers wij hopen dat het onderstaande verhaal er u toe zal bewegen af te zien van crematie.
Het grootste medium dat er na Christus op Aarde is geweest, Jozef Rulof en vele malen in de sferen aan Gene Zijde is geweest onder leiding van zijn begeleider Meester Alcar,  zegt hier het volgende over, wat u ook kunt lezen in het boek EEN BLIK IN HET HIERNAMAALS, Jozef Rulof (André genoemd)werd bij een van zijn uittredingen door Meester Alcar meegenomen naar een crematie

Zij moesten enige kamers door om in de sterfkamer te komen, waar vele mannen en vrouwen om hun overgegane vriend heen stonden. Dit zijn, zijn vrienden die straks zullen zingen en hem een afscheidsgroet brengen. Hoor, daar beginnen ze al. Ze zongen met volle kracht uit volle borst en wilden hierdoor tonen, hoe dierbaar de afgestorvene hun was en hoe vreselijk zij dit afscheid vonden. Het was hun dirigent, André zag dat vele kransen en bloemstukken van verschillende muziek en zangverenigingen om de baar lagen. Kom dichterbij André dan zul je zo aanstonds, wanneer zij hun klaagliederen - welke zijn lijden nog vergroten - hebben geëindigd, kunnen horen wat de werkelijke waarheid is. Het gezang was ten einde en allen gingen een voor een langs de baar om van hun leider en vriend afscheid te nemen.

Hoor je niets André?
Ja Alcar maar ik weet niet vanwaar het komt. Ik hoor een zacht gejammer, is dat van de achterblijvende?
Ten dele mijn jongen.
Kom Naderbij!
Zij gingen nu vlak naast de kist staan en André zag daarin een man van ongeveer zestigjarige leeftijd liggen.
Hoor je nu iets?

Het gejammer drong nu veel sterker tot hem door. Ja Alcar het is verschrikkelijk en ik zie ook het Geesteslichaam, dat zich heen en weer wentelt. Het wil weg Alcar ziet ge dat? Ja Jongen. Het wil weg maar het kan niet weg. Het wordt vastgehouden. Daar voor je, mijn jongen, wordt de grootste smart geleden en deze ongelukkige heeft ze zichzelf bereid. Hij, die daar vastzit aan zijn stoffelijk lichaam, zal worden verbrand, André!

O, Alcar wat is dat vreselijk! Moet hij dat doormaken terwijl hij leeft? Dit is het juist mijn zoon, en straks zal hij nog veel meer moeten lijden. Zijn stoffelijk lichaam zal worden verbrand, terwijl hij dit Geestelijk zal moeten ondergaan. Nu kun je zien, hoe onmenselijk wreed zijn broeders zijn, al handelen zij uit onwetendheid.

Vanaf dit ogenblik zullen wij tezamen trachten, de mensheid te helpen André, door haar met nadruk te wijzen op de gevaren, welke de lijkverbranding met zich brengt, welke waarschuwing natuurlijk in de allereerste plaats is bestemd voor degenen, die niet volgens Gods geboden hebben geleefd. Dit kunnen zij weten, door zichzelf te leren kennen. Wat een zware straf moeten deze mensen ondergaan, wanneer zij zo diep zijn gezonken, dat zij de verassing van hun lichaam moeten doorstaan, terwijl zij daarmede nog zijn verbonden door de levensdraad.

Wat een ondragelijke kwelling moeten zij gedurende het verbrandingsproces ondergaan, terwijl het fluide-koord hen gevangen houdt en zij niet van hun plaats kunnen, tenzij zij hun stoffelijk omhulsel zouden meedragen. Dat is evenwel uitgesloten, daar de stof het voertuig is van de geest en niet de geest het voertuig van de stof; dit geldt natuurlijk alleen voor dit gebeuren. Wanneer we eenmaal afscheid hebben genomen, dan is het gedaan met onze macht over ons stoffelijk kleed en hiermee wordt dan in de regel volgens ons eigen verlangen gehandeld.

Wanneer deze mens op de hoogte was geweest van een leven na het aardse leven, dan zou hij in zijn laatste wilsbeschikking hebben bepaald, dat zijn stoffelijk overschot volgens Gods eeuwige wetten aan de schoot van moeder aarde zou moeten worden toevertrouwd. Volgens deze eeuwige wetten wordt de mens uit stof geboren en zal hij tot stof weerkeren, maar het is niet de bedoeling dat dit gewelddadig geschiedt, doch langzaam, geleidelijk, volgens de natuurlijke weg.

Voortaan zal het onze taak zijn, de mensen hiertegen te waarschuwen en wanneer zij weten, hoe afschuwelijk het is, dan bereiken wij misschien dit, dat zij zullen besluiten zich later niet te laten verbranden. Dit zal ons werk zijn en daarom neem ik je mee, mijn zoon.
Deze crematie moet je bijwonen, hoe zwaar het je ook moge vallen om later over dit gebeuren te kunnen spreken. Toch zullen er velen zijn, die zich niet aan onze woorden storen, maar al zijn het er maar enkelen, die dit wel doen, dan zullen wij al heel dankbaar zijn.

Als door de wind gedragen, zweefden zij het crematorium tegemoet. Kijk André dat mooie gebouw daar op die heuvel, is de pijnbank voor de geest. Voor hen, die zich op aarde hebben misdragen, neemt het leven na de dood daar een gruwelijke aanvang. Het heet een huis des vredes te zijn, maar in werkelijkheid is het, het huis der smarten. O, mens, begrijp in uwe onwetendheid, dat gij uzelf en anderen op die pijnbank legt en dat gij degenen die van u heengaan, daardoor niet alleen eert, maar dat gij het martelt op de vreselijkste wijze, die er bestaat.

Geloof in ons en neem deze waarschuwing ter harte, want gij spot in uw onwetendheid met Gods wetten.
Wij, die in het land aan de overzijde van het graf leven, wij willen u de goede weg wijzen, welke naar de waarheid leidt. Wij hebben geen egoïstische verlangens; wij verlangen slechts u te helpen. Wij willen u de waarheid brengen omdat wij weten, hoe ontzettend hier wordt geleden, hier in dit huis der smarten.
Wij roepen u nogmaals toe: Blijf op Gods wegen. Ga zelf geen wegen bouwen, welke slechts stoffelijk zijn en donker, omdat ze door de duisternis gaan en de bouwers blind waren en het geestelijke licht dus niet konden zien. Wij roepen u toe:

Maak een eind aan deze vreselijke toestanden en keer terug tot de natuur, die gij reeds zo lang hebt verlaten. Kijk Andre, hier zijn reeds vele vrienden tegenwoordig van wie het stoffelijk hulsel werd verbrand en die allen meer of minder daaronder hebben geleden. Zij bidden met mij: Vader, vergeef hun fouten, want zij weten niet, wat zij doen. waar zijn we hier, Alcar? In de verbrandingskamer André. Wij zijn weer ongemerkt binnen gekomen.

Aanstonds zul je een geestelijke dokter zien, die de arme musicus door magnetische passen zijn hevige pijnen zal helpen verzachten. Zie, daar is hij reeds, want het is in de sferen bekend, wanneer er een ongelukkige zal worden verbrand. Maar niet alleen voor ongelukkige geesten is crematie af te keuren, doch ook de gelukkigen hebben er nog enigszins onder te lijden. Dit hangt geheel af van hun mate van innerlijke kracht; maar zelfs wanneer zij in de eerste of tweede sfeer thuisbehoren, dan nog is crematie voor hun af te raden.

Alles komt dus hier op neer, hoe zij innerlijk zijn en op geestelijke zijn afgestemd. Zoals dus hun licht is dat zij bezitten, zo zal hun geluk en kracht zijn. Zo ook hun leed en smart. Zo hun lijden. Een geest, die van de aarde onmiddellijk naar de derde of vierde sfeer gaat, zal zo goed als niets van de crematie voelen, maar hoewel deze geesten niet meer aan hun lichaam vastzitten, zullen zij - bij aankomst in hun sfeer - toch voelen dat zij iets missen en daarvan last ondervinden.

Door de ontzettende hitte van de verbrandingsoven wordt het stoffelijk lichaam verteerd met geweld, dat tegen de natuurwetten indruist en volkomen tegen Gods bedoeling is. Moge deze gewelddaad dus eerlang - tot heil van de mensheid - geheel hebben afgedaan en voor de gewone teraardebestelling plaatsmaken. Het gaat ons nu echter om deze arme zondaar, die nog met zijn lichaam is verbonden en aanstonds zwaar zal moeten lijden. Kijk André, de arme man wordt reeds op de katafalk, welke hem naar beneden zal brengen, geplaatst.

Wij noemen haar de dodenlift. Een laatste vaarwel werd hem door alle aanwezigen toegeroepen en onder de tonen van het statige orgel zakte de lift omlaag. Wij zullen hem volgen, mijn jongen. Wees sterk, want de foltering zal nu een aanvang nemen. Zie je hem en hoor je hem schreeuwen? Ja, Alcar.
Hij ziet en voelt reeds wat er zo straks met hem gaat gebeuren. André hield Alcar krampachtig vast.

Kom hier bij me staan, mijn jongen. Er ging iets vreselijks gebeuren. Beulen, moordenaars, is dat iemand eren? Doch deze scheldwoorden troffen hen niet daarboven, allen stonden daar met starre gezichten en waren vol van medelijden, zonder te weten hoe gruwelijk het lot was, van deze arme mens. Hij voelt nu reeds de helse pijnen André, welke zijn geesteslichaam zal moeten doorstaan. De lift was intussen in de verbrandingruimte neergedaald. Het is niet erg om te sterven, mijn zoon; want de dood is een machtig verlosser, maar om op een dergelijke wijze, welke op aarde haar weerga niet vindt, te worden gemarteld, is ontzettend.

De geest voelt, hoort en ziet alles, al heeft hij zijn lichaam verlaten, want hij blijft darmee verbonden door het fluide-koord. Dit geldt alleen voor hem, die vastzit aan zijn lichaam, die zich in het aardse leven heeft vergeten. Ook andere toestanden zijn er, doch deze zijn allen van hun stoffelijk lichaam gescheiden. Hij daarentegen blijft aan zijn lichaam geklonken totdat de band wordt verbroken. Hoe vreselijk Alcar, voor die arme man. Dat is nu eenmaal zo en ook weer het gevolg van zijn onwetendheid. Hij kan zich niet concentreren, omdat hij de materie te veel heeft liefgehad en het geestelijke in zich heeft verwaarloosd.

Wanneer hij tijdens zijn leven op aarde God had gevonden, dan zou alles nu heel anders voor hem zijn en zou hij deze foltering niet moeten ondergaan, omdat hij geestelijk dan anders was afgestemd. André keek en kon met zijn geestelijke ogen duidelijk het lichaam in de verbrandingsoven waarnemen.

De hitte, welke er heerste, was geen belemmering voor hen, daar het stoffelijke hitte was. Nog steeds werd het orgel bespeeld, maar de mensen die de overledene de laatste eer hadden bewezen, waren heengegaan. André zag nu, dat het lichaam ineenkromp, zich heen en weer wentelde en zich kronkelde als en levend mens, terwijl hij daarbij een schreeuwen, brullen en huilen hoorde, dat hem van ontzetting deed beven. Het was niet om aan te zien en aan te horen.

Hoe afgrijselijk werd hier geleden!
Daar voor hem bevonden zich twee lichamen, het stoffelijke en het geesteslichaam. Het ene ogenblik stonden ze, dan vielen ze en kronkelden dan weer om elkaar heen. O, Alcar, ik kan niet meer, laat ons hier weggaan. Alcar legde zijn hand om André´s schouders, hem op deze wijze steunde en zo gingen zij heen. Nog klonken hem de woorden in de oren: huichelaars schelmen en nog veel meer. Het is vreselijk Alcar, afschuwelijk. Dat is het.

Kom, mijn jongen, ik zal je helpen, anders kom je hier niet doorheen. O, Alcar, hoe ontzettend! Zoiets wil ik nooit meer zien. Dit kan geen mens verdragen. O, wat lijdt die man. Alcar legde hem de handen op het hoofd, omdat hij zo was geschokt door al het vreselijke, dat hij had gezien. Al heeft een mens nu ook nog zoveel kwaad gedaan Alcar en nog zoveel zonden bedreven, dan is dit toch wel een zeer zware straf voor hem. Er zijn nog zwaardere straffen; dit is er een van de vele, welke men aan zichzelf heeft te wijten. Vergeet dit nooit, André, André bad, dat God de arme zondaar genadig mocht wezen.

Zo is nu de crematie, mijn zoon, voor degenen, die aan het stoflichaam vastzitten. Het geesteslichaam zal eerst dan loskomen, wanneer de stof geheel is vernietigd. Je zult nu begrijpen hoe noodzakelijk het is, dat de mensen ook in dit opzicht de ogen worden geopend, omdat zij voortaan het kerkhof boven het crematorium zullen verkiezen. Dit proces zal enige uren duren en wanneer het vonnis is voltrokken, zal de geestelijke dokter hem naar een plaats in de sferen brengen, waar hij tot inkeer kan komen. Daar zal hij kunnen besluiten wat of hij wil, dat is omhoog of omlaag.

Maar wanneer hij na een tijd van bewusteloosheid zal ontwaken, want hij houdt dit niet uit, dan zal hij zijn eigen weg willen gaan en door felle haat gedreven, zal hij de mensen vervolgen, omdat hij denkt, dat zij hem dit lijden hebben aangedaan. Dan komt de tijd, dat hij moet ronddwalen met de vreselijke littekens - door de verbranding ontstaan - waarmede zijn geesteslichaam is bedekt. André was droevig gestemd. Het was een gruwelijke marteling. Hij had gezien, dat de arme man niet los kon komen, toen hij weg wilde.

Eerst moest zijn lichaam zijn verbrand, dan eerst zou het fluïdekoord breken. Hij had de beide lichamen gezien; het ene gevoelloos, het andere des te sensitiever en hij had gezien dat deze lichamen zich om elkander heen kronkelden, de stof en de geest, daar in die verschrikkelijke oven. Ge hebt gelijk, Alcar. Dit is geen huis des vredes, maar een huis des smarten. Daar wordt op aarde toch niet aan gedacht, André. Het geesteslichaam moet niet alleen aanzien, dat zijn stoffelijk voertuig wordt verbrandt, maar het moet ook de pijn en smart, welke de verbranding veroorzaakt, ondergaan. Dit is geen suggestie, maar droevige werkelijkheid, een werkelijkheid, welke geheel aan gebrek aan geestelijk gevoel is te wijten.

Maar de materialisten geloven dat niet. Hoe zou deze ongelukkige dan nu aan een God kunnen geloven, terwijl hij deze smarten moet doorstaan! Spreek nu eens met hem over God. Hij zou niet naar je luisteren en daarom is hij nog niet te helpen. Hij wordt door haat verteerd, welke nu nog feller en intenser is geworden dan tijdens zijn leven op aarde.
Het bovenstaande verhaal waarvan wij zeker weten dat het echt  is, zou mensen die voor crematie hebben gekozen tot nadenken moeten zetten en hun beslissing voor crematie nog eens goed te overdenken dat vragen wij.
Henk Roesink. 

 

HOME.
NEXT.