‘LAAT MENSEN ZELF VERTELLEN WAT ZE ERVAREN’
Ervaringen rond sterven en dood. Corrie Wolters tekende de verhalen op van mensen met een bijna-doodervaring en van nabestaanden. ,,Ze geven een andere kijk op leven en sterven.”

Ze heeft het over ‘een levensgevoel’. Mensen die aangeven niet in God te geloven, maar die het wel een vertrouwde gedachte vinden dat het leven niet ophoudt bij de dood van het lichaam. ,,Maar leven na de dood en God zijn voor hen niet onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het heeft alles te maken met het beeld van God dat zij ooit hebben meegekregen en ‘dat het niet meer doet’. Dat is wat ik een levensgevoel noem.”
Corrie Wolters komt vrijwel dagelijks bij mensen over de vloer die worden geconfronteerd met vragen rond leven en dood. Ze verzorgt uitvaartplechtigheden. Op freelance basis. ,,Ik ben niet gemakkelijk in een hokje te plaatsen”, zegt ze. ,,Als het aan de orde is bij een familie die gelooft, dan ben ik theologisch bezig. Maar het hoeft niet. Ik luister, ik ga met een ratjetoe aan aantekeningen naar huis en ik geeft ze vervolgens hun verhalen terug.

Wat ze beleefd hebben, hoe ze in het leven staan. En als de dood voor nabestaanden het einde is, dan heb ik dat maar te accepteren. Is dat niet het geval, dan praten we erover. Ze moeten morgen verder kunnen met het leven, daar gaat het me om.” Ze gaat niet de discussie aan. ,,Of de hemel bestaat? Of engelen bestaan? Dat is voor iedereen anders. De één ziet een wit licht en meent daar Jezus in te herkennen, een ander ziet het gewoon als licht. Het is allemaal heel kwetsbaar.”
Ze pakt haar boek, nog in de ongebonden proefversie en leest een passage: Ze zoekt naar woorden en zegt:
‘Als ik ervan uit mag gaan dat Jan in de hemel is, dan is hij dat ook als hij ’s nachts, al is het maar even hier bij mij op bezoek komt. Dan is de hemel niet alleen maar dáár en de aarde hier. Ik zou wel willen dat de hemel, geluk dus, gewoon als onze wereld was, maar dan als een nieuwe wereld, zonder al die ellende.’
Ze legt het boek neer. ,,Dit ga ik natuurlijk niet rationaliseren, want het is zo’n authentiek verhaal.”

Ze groeide op in een rooms-katholiek gezin. Ze had theologie willen studeren, maar mocht het als meisje niet. Het werd de kweekschool en daarna, in deeltijd, het conservatorium. Als consulent muzikale vorming begeleidde ze onderwijzers bij hun muzieklessen op de basisschool. Na een bezuinigingsronde, de provincie wilde het geld anders besteden, verliet ze in 1992 de muziekschool. Ze ging alsnog theologie studeren, de open opleiding in Enschede. ,,Belangrijke levensvragen hebben altijd mijn interesse gehad. Ik was als kind al een doordenkertje, wat stil.”

In de uitvaartbegeleiding heeft ze haar draai helemaal gevonden. ,,Veel mensen zijn wel gelovig, maar hebben het kerkelijk systeem verlaten. Ze vinden, weten voor zichzelf dat er meer is tussen hemel en aarde. Maar ze hebben niet de behoefte om uit te zoeken hoe dat in elkaar zit.” Ze vindt ook niet dat ze dat per se moeten doen. ,,Het gaat om hun persoonlijke beleving, dat ze er troost in vinden tijdens een moeilijke periode van hun leven.”

Ze kreeg al de meest bijzondere verhalen te horen. Het breng har in haar boek ‘Ervaringen rond sterven en dood’ tot de volgende conclusie: ‘Ons gewone taalgebruik geeft vaak al aan dat er meer is dan we ons kunnen voorstellen, ook al zijn we ons daarvan niet bewust. Hoe vaak kom je de uitdrukking ‘rust zacht’ tegen? Als dood het definitieve einde is, is er ook geen sprake meer van ‘rust zacht’. Bekend is ook de uitdrukking ‘de levensgeesten wijken’, en: ‘het leven trekt zich terug’.  Waar gaan die levensgeesten dan naar toe? ‘Bij de dood verlat je je lichaam’, zei iemand. Waar blijft het leven dan? Waar blijf je zelf dan? Het mysterie van dood en leven gaat ons verstand te boven.’ Eén van de vragen die zij nabestaanden altijd stelt, is wat de dood voor hen betekent, wat het met hen doet. ,,Als eerste zeggen ze vaak dat ze de overledene zullen missen. Soms hebben ze er vrede mee, vooral als er sprake is geweest van een langdurige ernstige ziekte. Ze zijn dan al naar het afscheid toe gegroeid. Is er iets heel tragisch’ gebeurd, zoals een hartstilstand of ongeluk, of wanneer het gaat om een kind, dan is er verwarring en verbijstering. De familie kan zich dan vaak nog niet voorstellen wat er gebeurd is.”

Soms zien mensen een overledene terug. ,,Iemand vertelde me: ‘Ik zag mijn vader op een terras zitten. Hij zat daar maar, bestelde niets – en ineens was hij verdwenen’. Ik hoor veel van zulke verhalen. De mensen die ze vertellen, denken vaak dat ze er maar beter niet over kunnen beginnen. Ze zouden voor gek versleten kunnen worden. Maar er zijn zoveel van zulke verhalen, van mensen met bijna-doodervaringen, sterfbedvisioenen en mensen die een overledene terug menen te zien. Ik wil met mijn boek zeggen: vertel gerust je verhaal. Want al die mensen kunnen toch niet gek zijn! Dat wil er bij mij tenminste niet in.” Haar boek mag bijzondere verhalen bevatten, maar zweverig is het niet. ,,Het kan zweverig zijn als je het normale leven verlaat, niet als je zulke ervaringen weet te integreren in je eigen leven.

Voor mij geldt dat het leven meer omvattend is dan wij doorgaans denken. Dat maakt het leven spannend, maar tegelijkertijd realiseer ik me dat er ook vanavond weer gewoon aardappelen geschild moeten worden.” Of ze zelf ook bijzondere ervaringen heeft gehad rond het sterven van een dierbare? ,,Ze zijn me niet vreemd.”Nadenkend herhaalt ze nog eens, zonder nadere uitleg: ,,Ze zijn me niet vreemd.”
Naar verklaringen zoeken vindt ze goed. Ze wijst op cardioloog Pim van Lommel die twintig jaar lang onderzoek deed naar bijna-doodervaringen. In zijn boek ‘Eindeloos bewustzijn’ heeft hij het over een bewustzijnsverruiming binnen een bewustzijnsvernauwing. Van Lommel constateert dat zo’n ervaring niets te maken heeft met fantasie, psychose of zuurstoftekort. Ze zegt: ,,Al die argumenten heb ik niet in mijn kop. Het gaat mij vooral om de verhalen.”
Die verhalen zijn in ruime mate terug te vinden in het boek ‘Ervaringen rond sterven en dood’. ,,Een uitgever had wel belangstelling, maar dan moest ik zelf hoofdstukken gaan schrijven hoe ik aan kijk tegen de hemel en al dan niet bestaan van engelen. Nou, daar wilde ik niet aan beginnen. Laat iedereen dat maar voor zichzelf uitmaken.”
Het boek is te bestellen via:
www.corriewolters.nl
K. P.

 

                                                    TOT WELKE PRIJS?
Op vrijdagavond 15 januari 1982 zond de NCRV- televisie een documentaire uit, onder de titel: 'TOT WELKE PRIJS'.
Het programma, gepresenteerd en samengesteld door Henk Mochel, behandelde op indringende, maar integere wijze de gevolgen van te vroeg geboorten. Door zwaar tot zeer zwaar hersenletsel, als gevolg van tijdelijk zuurstofgebrek van kinderen tijdens de zwangerschap of bevalling kunnen onvoorstelbare handicaps ontstaan, die het verdere leven van zulke kinderen ernstig benadelen.

Jaarlijks komen alleen reeds in ons land duizenden kinderen ter wereld, die in meerdere of mindere mate te lijden hebben gehad van bedoeld zuurstofgebrek. Zij liepen daardoor hersenletsel op dat vaak aanleiding is tot achterblijven in de groei en ontwikkeling. Maar al te vaak worden deze kinderen aldus 'veroordeeld' tot een hoge graad van invaliditeit.
Waar vroeger de geboortekans van zulke kinderen uiterst gering was, is door de hoge ontwikkeling van de medische techniek en bekwaamheid het sterftecijfer in deze gevallen drastisch omlaag gebracht. Het blijkt dus in toenemende mate mogelijk te zijn deze kinderen, letterlijk over de grens van het leven heen te trekken, waar zij voorheen gedoemd waren om vroegtijdig te sterven. Op zichzelf een grandioos medisch succes dat met veel trots ervaren mag worden. Wie echter de uiteindelijkheid van dit 'succes' nader bekijkt staat wel voor een onvoorstelbare ontdekking, die hem toch wel met andere ogen naar dit behaalde resultaat doet 'zien'. De vreugde wordt nu wel heel erg getemperd. Vele mensen die als gevolg van deze razend knappe 'reddingen' in leven zijn gebleven, beleven dit leven in een welhaast onaanvaardbare staat.

Soms bestaan zij in volkomen afhankelijkheid van anderen en ondergaan zij alle verschrikkingen van een totaal of gedeeltelijk isolement. Door het ontbreken van soms zeer fundamentele lichaamsfuncties zijn zij vaak verstoken van communicatiemogelijkheden, terwijl zij over een volkomen normale intelligentie en gevoelsleven beschikken. Verbazingwekkend is hun strijd om soms de meest minimale mogelijkheid tot ontwikkeling te voerén, teneinde toch nog te kunnen communiceren met hun, al of niet aangepaste omgeving.

De in dit programma getoonde beelden waren in dit verband erg onthullend en in staat tot diepe ontroering en bewondering te voeren.
Ook de aanwezige vertegenwoordigers van de zo succes rijke medische wetenschap gaven blijk van een diepe bewogenheid. Zij gaven duidelijk te kennen dat zij in wezen niet goed raad weten met de verworven kennis en mogelijkheden. Krachtens de wetten van de menselijkheid, maar bovendien ingevolge de medische ethiek handelen zij zeer juist, immers zij dienen het leven met uiterste inspanning. Zodra zij door hun geweten hierin twijfel ondergaan zouden hun handen gebonden zijn.

Het gaat dan ook beslist niet om één of andere schuldvraag. Dat deze begaafde mensen bij het zien van de resultaten nu zelf tot twijfel komen, waaruit de vraag: 'Maar tot welke prijs?' ontstaat, bewijst dat de grens van het menselijk kunnen thans de uitersten  van het leven beginnen te raken. Daarmee komt hoe langer hoe meer de vraag aan de orde: WAT IS LEVEN? en 'Wat zijn de levenswetten in algemene en concrete zin?'
Het zou uiteraard vrij tactloos zijn over deze vraag te discussiëren met de slachtoffers van dit soort reddingssuccessen. Voor een betrokkene is het miniemste restant van vitaliteit immers evenzeer het 'alles of niets' als het dit is voor de recordhouders op menig gebied. Als gemeenschap, verantwoordelijk voor de geschapen mogelijkheden van ingrijpen in leven en dood, zullen wij de gezamenlijke verantwoording daarvoor dan ook uiterst serieus en volkomen letterlijk moeten nemen.

Het gaat niet aan daarvoor enkele, hoogbegaafde medici aan te wijzen. Immers ook zij volgen slechts een trend; de trend van het huidige ethische denken en voelen tot op de uiterste graad van ontwaakt bewustzijn. 
Juist zij balanceren hierin op de uiterste grenzen en lopen derhalve alle risico's vandien. Het is weliswaar hun optimale denken en handelen dat zo ingrijpend bezig is, maar toch doen zij dit op verzoek van en namens de gemeenschap, waarvoor de dood een zwartgallige onbegrepenheid is en die onaanvaardbaar is; dus onbeperkt bestreden dient te worden. Als gevolg daarvan hebben nu sommige mensen een volkomen onmenswaardig bestaan te aanvaarden. Op het moment van de beslissing waren zij niet in staat zichzelf daarover uit te spreken. Hun bestaan in deze wereld nam derhalve een onstuitbare aanvang, immers volgens de eed van Hypocrates was nu hun leven 'haalbaar' zodat alles op alles werd gezet om tientallen moeilijkheden te overwinnen.

Wat het gevolg was kunnen wij nu door ervaring vaststellen. Het resultaat is nogal uiteenlopend. De gevoelens daarover zijn variant van gematigd tevreden tot en met uiterst verdrietig. Volgens de wetten van de natuur zouden echter vroeger al die mensen niet tot het dagleven zijn doorgedrongen. Zij zouden derha1ve nimmer een dergelijke mismaking te aanvaarden hebben gekregen. Geheel onafhankelijk van mensen zouden zij de dood ter afsluiting van een embryonaal stadium beleefd hebben. Slechts de bedroefde ouders zouden een kort verdriet hebben beleefd, afhankelijk van gevoelsgraad en sentimenten. Wij vinden dat nu eenmaal heel erg, omdat wij onszelf niet kennen en ook niets afweten van onstoffelijk en onzichtbaar leven. Wij gissen slechts en komen in sommige gevallen nog tot een soort geloven, maar echt weten doen wij niets. Niets weten wij van de diepe achtergronden van het leven als bezieling voor de stof. Wij weten niet dat het de ziel is in een embryonaal stadium, die een geestelijk wakker worden in de moeder stuwt en dit geheel doet in harmonie met duizenden wetmatigheden voor oorzaak en gevolg. Wij weten beslist niet dat daaraan vooraf elk embryo een duizelingwekkende hoeveelheid levens heeft beleefd, waarvan de ervaring is samengebald tot een nietige onzichtbare werking die als zodanig de 'blauwdruk' is voor de wording van het jonge leven in de moeder. Wij weten niet dat in die blauwdruk het gehele levensproces op Aarde tot op de seconde is afgebakend en bepaald, als gevolg van geheel vrijwillige opbouw van de 'ingebakken' voorgeschiedenis.

Duizenden geestelijke wetten draagt dit leven in zich. Duizenden onzichtbare stuwingen, die bouwend werkzaam zijn voor alle faciliteiten van het komende leven. Niets wordt nu onnatuurlijk, ook niet als dit leven nog in de moeder tot sterven moet komen, omdat de ziel daarvoor toonaangevende signalen doorgeeft aan elk stadium van stoffelijke wording. Dat alles valt met de beste microscopen ter wereld echter niet te  zien en te ontleden. Wat men daardoor kan bekijken gaat wel heel ver en diep, maar het komt nooit en nimmer verder dan de zichtbare stof. Men 'beperkt' zich daarmee vanzelfsprekend tot beoordeling van hetgeen zichtbaar opgemerkt kan worden en dan is men reeds razend knap bezig, laten wij dat vooral niet onderschatten. Maar men werkt nu toch nog steeds met 'materiële gevolgen', die men dan ook steeds beter 'in de hand' kan houden. De medische studie reikt daarmee reeds zover dat de gevolgen van haar handelen eigenlijk een heel wat diepere geestelijke kennis vergt, want men grijpt nu stoffelijk in in de wetten van de Ziel. Men 'trekt' nu het leven zuiver biologisch over de bestaansgrens van de stof, zonder te weten of dit krachtens de wetmatigheden, die voor elke ziel weer anders zijn, wel juist is.

Vanzelfsprekend ontstaan er nu disharmonische levensvormen. Van 'nature' bestaan er immers 'miskramen'. Zo immers bekijken wij dat, volgens onze huidige aard en menselijk inzicht, die dan ook uitsluitend staat ingesteld op eigen verlangen en onbewust willen. Zo bouwen wij een groot verdriet op, rond het vertrekken van leven, ook al zou het best kunnen zijn dat wij reden hebben tot intense vreugde, waar het leven volgens zijn Kosmische Wetmatigheid zijn weg vervolgt, nadat het een poosje weldadig bij ons was om de vervulling van een eenheidsgevoel als geestelijke wet, te beleven. Wij echter haten de Dood, wij kennen haar niet en zijn er 'doodsbenauwd' voor. Wij kennen haar zuivere 

rechtvaardigheid niet. Wij schaden nu onszelf door een hevig protest tegen deze onverbrekelijke levenswet, die wij zien als onverbiddelijk eind en wij hebben zwaar de pest in. Wij voelen ons bekocht en verraden omdat een dood ons berooft van het kind van ons verlangen. Alle pijn, het verdriet dat wij daardoor beleven ontstaat door ons onbewustzijn ten aanzien van de diepte van het Leven. Wij eisen dit op en nemen het in beslag, zodra de verschijnselen zich aankondigen. Ons IK maakt zich ervan meester en wij zijn niet bereid tot het doen van afstand. Wij zien nauwelijks dat wij nu verbinding beleven met een totaal eigen andere persoon, neen wij zien dit als ons kind, als ons eigen bezit.

De ruimte, die wij dit jonge ongeboren leven geestelijk gunnen, is slechts zo groot als ons eigen gezichtsveld en werkt benauwend zodra dit leven een geheel eigen weg wil volgen. Los van de weg die wij in ons hoofd programmeerden. Van daaruit komen wij tot het stellen van opdringerige vragen aan onze medici, immers wij zijn tamelijk behoudend en redelijk kortzichtig en willen niet dat er ook maar iets 'verkeerd' gaat. Uiteraard is daarbij de norm geheel aan ons eigen bewustzijn ontsproten. Of deze ook Universeel van enige betekenis is, valt te betwijfelen, maar wij trekken ons in elk geval daarvan niets aan; wij voelen leven en eisen het op: Zolang wij niet trachten ons te verdiepen in de geestelijke achtergronden van het leven als Ziel, Geest en Stof, zullen wij nog vele, vele kostbare blunders maken.
Hetgeen begon als dienst aan het leven, met het motief om leed en verdriet op te lossen en uit te bannen, wordt nu in werkelijkheid een gevangenzetten van ruimtelijk gevleugeld leven in een stof toestand overeenkomstig een te geringe bezieling.

Nu is er pas echt verdriet en langdurig lijden, want nu moet dat leven eindeloos worden opgevangen en in alles gesteund worden. Nu wordt het pas echt pijnlijk nu een aanblik van misvorming in de ergste graad verdragen moet worden; een aanblik die zelfs de meest liefdevolle verzorgers met onderdrukte schrik vervult. Wat er nu moet worden overwonnen is ongelofelijk en dat geldt zowel voor de slachtoffers zelf, als voor al de verzorgers, in welke hoedanigheid ook. Het is zeker waar dat er nu machtige staaltjes van dienende liefde getoond worden. Dat mag ook wel, want nu wordt het immers wel erg belangrijk wie er gevraagd heeft om dit soort leven.....

Nogmaals het gaat niet om schuld; zou het daar wel om gaan dan is het een collectieve schuld, ook al schiet niemand daarmee ook maar iets op. Het gaat nu om BEWUSTZIJN, het gaat om weten en niet om geloven of vermoeden.

Nu wij zo diep kunnen ingrijpen in het leven, moeten wij meer dan ooit te voren wéten waaraan wij ons vergrijpen. Wie ingrijpt in LEVEN, moet eigenlijk Alwetend zijn. Om die wetenschap eigen te maken zullen wij vér van huis moeten gaan, dat wil zeggen wij zullen héél ver moeten uitstijgen boven ons eigen geestelijke weten.

Het zou goed zijn om het hoofd eens te buigen in een eerlijk en onbevooroordeeld onderzoeken, naar alles wat daarvan op andere niet zo algemeen gewaardeerde manieren, op aarde bekend is geworden.
De geestelijke wetenschappelijke Studie van de Sferen van Licht aan Gene Zijde kan ons de weg wijzen, evenals vele verloren gegane oude wijsheden.
P. L. H.

 

                                      DE ELEKTROCUTIE EEN MISDAAD!
Het Duitse blad ,,Neue Post" heeft enige tijd geleden een artikel laten verschijnen, dat zeer veel opzien baarde. De schrijver hiervan was Gerald Lang en het bewuste artikel droeg als opschrift ,,Der elektrische Stuhl".
,,De elektrocutie is de verschrikkelijkste terechtstelling die de mens kent" Niemand minder dan Nicola Teslas, de man die door zijn TL-buizen wereldbekend is geworden en op elektrisch gebied als een autoriteit mag gelden, neemt deze uitspraak voor zijn verantwoording!!
De elektrospecialist Westinghouse, de destijds de terechtstelling op de elektrische stoel van de ongelukkige William Kemmler heeft aanschouwd, zei na afloop: ,,Met een bijl zou het sneller zijn gegaan!" Weinigen weten namelijk, dat tijdens deze elektrocutie de stroom niet minder dan zeven maal moest worden ingeschakeld!! aldus de ,,Neue Post".

Het ligt niet in onze bedoeling om lang stil te blijven staan bij de elektrotechnische kant van deze zaak en om een uitvoerige uiteenzetting trachten te geven, hoe het komt dat onder bepaalde omstandigheden reeds een relatief klein schokje de mens kan doden, terwijl in andere gevallen spanningen van duizenden volts, niet het beoogde resultaat kunnen bewerkstelligen. Laten wij volstaan met de uitspraak van ingenieur L. Grosser te Flensburg te citeren: ,,De elektrische dood is een dood, die intreed doordat het hart stilstaat. Organische veranderingen vinden niet plaats. Wanneer het hart binnen de stroomcirkel ligt, ontstaat de zo gevreesde hartkamervibratie, die binnen de tien minuten tot de biologische dood voert, indien tenminste binnen dit tijdsbestek niet volgens de bekende methode pogingen in het werk worden gesteld, om de levensgeesten van de terechtgestelde persoon weer op te wekken. Het hart wordt door de inwerking van de stroom niet verlamd, maar in een toestand van verhoogde activiteit gebracht. De spieren van de hartkamers bewegen zich met 700-800 samentrekkingen per minuut, dat is tenminste de tienvoudige werking van een normale hartklopping!"

Toen er in de John Hopkins Universiteit de vraag werd gesteld wanneer de dood precies intreed bij een elektrisch terechtgesteld persoon, luidde het ontstellende antwoord: ,,De dood treedt helemaal niet in tengevolge van de stroom, maar pas in de lijkenkamer tijdens de sectie!!"
Prof. Dr Kouwenhoven, hoogleraar bij genoemde Universiteit, is weliswaar de mening toegedaan, dat het plaatsen van de koperen plaat op de schedel van de delinquent een hitte zal veroorzaken, die bepaalde hersenweefsels zal beschadigen, maar kan de mogelijkheid van een wederopwekking der levensgeesten niet ontkennen!
Het is vanzelfsprekend, dat de uitvoerders van de doodstraf door elektrocutie, op de hoogte zijn van deze mogelijkheden. Niet voor niets heeft men het hoofd van Julius Rosenberg helemaal kaal geschoren en ook Ethel Rosenberg van haar haardos beroofd. Niet voor niets werden op de armen en benen van de ter door veroordeelden tien centimeter brede stroken volledig uitgeschoren en met talkpoeder ingewreven. Dit zou moeten verhinderen, dat het zoute angstzweet voor de elektrische stroom een gemakkelijke geleider zou kunnen zijn, zodat de stroom inplaats van door het lichaam, aan de buitenkant van het lichaam zou gaan circuleren!

Wat de leek ook niet weet is, dat het gezichtsmasker van hard leer, dat de veroordeelde op krijgt een tweedelig doel heeft: De toeschouwer en de getuigen mogen aan de hand van de gelaatsuitdrukking van het slachtoffer niet in staat worden gesteld, om te bepalen hoe lang het bewustzijn nog stand houdt. Het tweede doel echter is om de ademhaling praktisch onmogelijk te maken, zodat onder de inwerking van de elektrische shocks de verstikkingsdood kan intreden!
De Amerikaanse arts Dr Robert E. Cornisch was de eerste die de mening dorst te verkondigen: ,,De mens sterft niet op de elektrische stoel, maar wordt naderhand op de sectietafel letterlijk geslacht!!" Hij was op deze gedachte gekomen, toen hij eens getuige was dat een persoon een stroomcirculatie van 55000 volt overleefde!

In Amerikaanse medische kringen kent men het experiment, dat een arts, die voorlopig onbekend wenst te blijven, heeft uitgehaald toen hij de beschikking had gekregen van een door elektrocutie ,,overleden" persoon. Met hartinjecties, tegenshocks met warme baden, die in een gummibasin onder elektrische spanning werden toegediend en nog enkele andere hulpmiddelen, slaagde men er in de terechtgestelde weer tot leven te brengen. Deze man leeft nog en bevindt zich thans in Mexico. Hij was onschuldig veroordeeld!! Ziehier de vruchten van de menselijke beschaving in de twintigste eeuw na Christus!
Uiteraard zijn wij het met de doodstraf helemaal niet eens, onverschillig in welke vorm en op welke wijze deze wordt toegepast. De mens mag niet over het leven van zijn medemens beschikken, ook al is dit een misdadiger. Het leven is Goddelijke openbaring en moet derhalve met heilige eerbied worden bejegend.

Wij twijfelen er niet aan, dat de opzet van de elektrocutie op relatief humane overweging is gebaseerd; m.a.w. men was er van overtuigd, dat de terecht te stellen misdadiger zo snel en zo zeker mogelijk zou komen te overlijden. De moderne -- en juiste! -- inzichten leren ons echter, dat deze opzet is mislukt. Het wordt dus hoog tijd, dat de elektrische stoel en alle andere middelen voor de toepassing van de doodstraf gaan verdwijnen! In ons artikel ,,Misdaad en straf", hebben wij een uitvoerige uiteenzetting gegeven, over de geestelijk wetenschappelijke opvatting, inzake de misdaad en wat hiertegen moet en kan worden gedaan. Het is niet de opzet om hierop weer in te gaan, maar wel zouden wij gaarne in dit verband nog het volgende willen memoreren: Elke misdadiger, hoe klein dan ook, is een ziek mens. Niemand minder dan de directeur van de bekende Sing Sing gevangenis in Amerika, heeft dit bevestigd. Wij ,,gezonde" mensen dienen derhalve onze ,,zieke" medemens niet te straffen en zeer zeker niet te doden, maar wij hebben de plicht om te helpen! Het is de gewoonste zaak ter wereld, dat een mens, die zich aan de maatschappij heeft bezondigd, uit die maatschappij mag en dikwijls moet worden verwijderd. Dit is het goede recht van de ,,gezonden". Dit gebiedt dikwijls onze eigen veiligheid en bescherming. Hierna echter moeten wij trachten, met alle liefde die in ons is, om de ,,zieke", die is ontspoord, weer te helpen om gezond te worden. Niemand hier op aarde is honderd procent gezond, maar ook niemand is werkelijk honderd procent ziek. Anders gezegd: elke misdadiger -- ook de allergrootste -- heeft een goede kern in zich.

Kan het anders zijn? Is ook niet hij een mens met een Goddelijke ziel? Welnu deze Goddelijke ziel -- deze vonk -- moet worden aangewakkerd, want dit is het gedeelte in ieder mens die eens alle ,,ziekte" -- alle disharmonie -- zal hebben overwonnen. De ziel in de mens is nimmer ziek, omdat deze in verbinding staat en deel uitmaakt van de allesomvattende bron die wij God plegen te noemen. Bij elke misdadiger hebben wij dus een gezonde basis om op verder te bouwen. Wij moeten hem helpen zijn ziekte -- zijn disharmonie -- te overwinnen en beseffen, dat ook wij eens even ,,ziek" zijn geweest. De wetten van de reïncarnatie hebben ons dit bewezen. Niemand mene, dat hij lagere stadia's heeft mogen overslaan! Wat wij thans als ons geestelijk bezit beschouwen, hebben wij niet ,,gekregen", maar ,,verworven". Om de disharmonie te overwinnen, moesten wij er allen eerst doorheen. Toen pas kon er sprake zijn van een blijvend geestelijk fundament!!!
Het enige wat de mens logischer wijze tegenover de disharmonie kan stellen is harmonie. En harmonie is ,,liefde". Meent men andere middelen te moeten gebruiken, dan is dit bij voorbaat fout en zullen de ,,resultaten" dienovereenkomstig zijn. Niet straffen, maar helpen moet het devies zijn van de verlichte mens.

De doodstraf mag wellicht voor de maatschappij een uitkomst ,,lijken", want hierdoor bevrijdt zij zich van elementen waarmee zij geen raad weet en waaraan zij nog minder behoefte meent te hebben. In wezen is dit echter een even domme als goedkope oplossing, want de mens, die door de maatschappij ter dood wordt gebracht zal weer terugkeren! Onnodig te zeggen, dat zijn gevoelsleven hetzelfde zal zijn gebleven. De maatschappij bevrijdt zich dus in wezen helemaal niet van zijn misdadigers, maar biedt ze alleen ten geschenke aan, aan het nageslacht!
Elk leven van God moet zijn kringloop hier op aarde en door de ruimte afleggen. Onderbreekt de mens deze kringloop, dan blijkt dit slechts een tijdelijke onderbreking in de stof te zijn! Het leven zal en moet wederkeren, om de taak af te maken. Wij beschikken niet over leven en dood, al denken wij dit in onze onwetendheid en onbekendheid met de geestelijke wetten der ruimte!
De enige weg die de mensheid dus heeft om de misdaad en alle verdere disharmonie te doen oplossen, is de weg te volgen die Christus ons heeft gewezen. Liefde, liefde en nog eens liefde. Alleen hierdoor lossen we onze ziekten en narigheden op. Daarom weg met alle doodstraffen. Hoe eerder dit geschiedt, hoe beter het zal zijn voor het welzijn en de bewustwording voor de gehele mensheid, want elke terechtstelling is een moord en een misdaad tegenover de schepping.
N.N.



            GIJ OORDEELT NAAR HET VLEES, IK OORDEEL NIEMAND!
Doodvonnissen zullen in het jaar tweeduizend op enkele landen na bijna tot het verleden behoren. (geschreven in 1955)
Geen beschaafd land of regering zal zich dan nog in staat achten, deze barbaarse ,,vergeldingsmethode" toe te passen. Want de doodstraf is in wezen geen straf -- maar een vergelding, met de nogal kwestieuze -- of twijfelachtige bedoeling de afschrikking. Wij keuren de doodstraf af, natuurlijk! Geen geestelijk wetenschappelijk denkend bewustzijn zal het ter dood brengen van een mens goedkeuren, laat staan er zijn medewerking aan verlenen. Het fatale bijbelse ,,oog om oog en tand om tand" heeft CHRISTUS al reeds rechtgezet en wij weten wat hij stelde tegenover deze God van wraak. Iedereen weet het, die in de christelijke gedachtewereld is opgeleid. Ook de rechters, de excellenties voor binnenlandse en juridische zaken, de staatshoofden, die gratie mogen verlenen en de kerken natuurlijk, de bisschoppen en de hoogwaardigheidsbekleders, die nogal een woordje kunnen meespreken, als zij het willen.

Zij weten het, maar zij knielen zondags in de kerken en luisteren naar het Evangelie der Liefde en laten 's Woensdags een moeder van drie kinderen op de meest afschuwelijke manier ophangen, omdat nu eenmaal de staat en de kerk twee aparte werelden zijn, waarvan ieder er zijn eigen evangelie op na houdt!
Deze bewust dierlijke vertoning, door een overheid georganiseerd en goedgekeurd, mogen in een beschaafde natie niet meer gebeuren. Het ophangen van een mens is beestachtig, primitief en onbewust en is met geen enkel argument goed te praten. Het proces van Neurenberg is nog in ons aller herinnering. Is onze wereld, onze maatschappij, daarvan beter geworden, dat men het merendeel van deze psychopaten heeft opgehangen? Voelt u zich nu -- onder de hoede van de galg -- veiliger en gelukkiger, nadat deze zielen ,,geliquideerd" zijn? Is daarmee ook slechts iets van de ontzaggelijke oorlogsellende ongedaan gemaakt of hersteld? En was het niet veel en veel menswaardiger en misschien ook zuiniger geweest, om deze mensen, die zo onnoemelijk veel leed hebben helpen stichten en de afbraak dienden, in de wederopbouw van de geteisterde wereld lichamelijk in te schakelen, zelfs al moesten zij als timmerlieden en metselaars aan het werk gaan, om iets van hun schuld af te betalen?

Het proces van Neurenberg was een even onwaardig en onpedagogisch schouwspel, als het ophangen van de mannequin Ruth Ellis, wier misdaad toch zeker andere maatstaven wettigde, dan die, welke bij de procesvoering van Neurenberg gebezigd zijn. In Frankrijk gebeurde het, dat bij een krankzinnige autorace honderden slachtoffers te betreuren waren. U kent het drama, dat zich eerst kort geleden afspeelde (1955) De leiding van die winstgevende onderneming trok zich van deze moordpartij verder niets aan en liet ,,doorspelen" terwijl zich tussen al die vreselijke verminkte slachtoffers ontzettende tonelen afspeelden. Ieder min of meer normaal mens kon het zich van tevoren uitrekenen wat er gebeuren moest, als zo een straaljager op wielen uit zijn baan geslingerd wordt en uit elkaar spat. Een misdadig ondernemen, dat met mensenlevens mocht spelen, omdat het winstgevend is en door de sensatielust der menigte blijkbaar gewettigd wordt! Maar -- een regering of ministerie, dat een zo levensgevaarlijk vermaak toelaat en tolereert -- want met sport of sportiviteit heeft deze zaak niets te maken -- en er bovendien nog belastingwinsten van incasseert, blijft buiten een rechtsvervolging, zelfs al vallen er honderden slachtoffers.

Ruth Ellis, die haar 25 jarige minnaar had neergeschoten, nadat zij juist -- als gevolg van mishandeling door hem -- een miskraam heeft gehad, wordt ondanks felle protesten, opgehangen! Het ene is dan een nationale ramp, waar de ,,driekleur" over de kisten en het geweten wordt gespreid, het andere is een misdaad welke alleen door de strop kan worden berecht. Dit is de morele code van onze maatschappij!
Wij kennen de beweegredenen niet, die de Engelse rechtspraak tot deze onmenselijke executie methode hebben geleid, een barbaarse -- uit de middeleeuwen stammende -- ceremonie waarbij het lijk een uur na de executie moet blijven hangen; maar -- als men nu perse nog de doodstraf wil toepassen, een handeling, waarvoor geen enkele toestemming is verleend door de Goddelijke Autoriteiten, -- waarom dan, zo vragen wij ons af, deze afschuwwekkende methode en ceremonie? Is het rechtsgevoel van een overheid eerst dan verzadigd, als men de delinquenten, eer men hen de laatste klap toedient, een onmenselijke marteling heeft laten ondergaan? Welke zin heeft deze manier van terechtstelling van een mens, die geen verschil uitmaakt met de executie methoden dar nazi en GPU beulen?

Een moeder van drie kinderen op te hangen, omdat haar het Leven te machtig werd en zij tegen haar zielsproblemen niet meer op kon, toont een erbarmelijk gebrek aan waardigheid, inzicht en humaniteit. Over humaniteit gesproken. Het oude Griekenland 400 jaar voor Christus toonde zich tegenover de opstandeling Socrates een stuk humaner dan de wereld van 1955, want het volksgerechtshof der Heliasten maakte geen ,,show" van zijn terechtstelling en gaf hem ,,alleen" de gifbeker te drinken, waarna het gebeurd was.
Maar de moderne beschaafde christenheid houdt meer van ophangen en van elektrische stoelen, welke ceremonies met geen pen te beschrijven zijn! En dit is nu weer wat niet klopt in onze maatschappij, nooit kan kloppen! De massa vraagt en verlangt naar de toepassing der christelijke beginselen. Zij voelt, dat dit het enige middel is, om oorlogen te voorkomen, gerechtelijke moorden onmogelijk te maken en de ergste ruwheden uit onze samenleving te verbannen. Zij aanvaardt een Billy Graham, maar protesteert fel tegen het ophangen van een moeder. Maar het gezag, de overheden, de staatsdienaren, het ,,stelsel" dat moet worden gehandhaafd, trekken er zich niets van aan. Zij blijven maar hun ruwheden handhaven, beroepen zich op de paragrafen uit de middeleeuwen en -- waar het hen te pas komt -- mag ook het Evangelie een woordje meespreken.

Dienstweigeraars -- dat zijn mensen die onder geen enkele voorwaarde anderen willen doden -- gaan de gevangenis in. Of -- je moet kunnen praten als een dominee, tot je hen praktisch je totale ongeschiktheid voor een dienstverband of dienstneming uit het hoofd hebt gepraat. Maar wie van dat jonge leven kan dat? Wij zijn geen juristen, maar -- als er de geringste kans bestond, dat in Engeland over een jaar of twee de doodstraf zou worden afgeschaft, dan was deze executie door niets te rechtvaardigen, een onmenselijke hardheid, die tegen ieder begrip van fairness inging. Want een wijziging van de wet onder de druk der openbare mening, is meestal een resultaat van een besef, dat al jaren aanwezig was, dus -- de wil van het volk vertegenwoordigde! Een overheid, die niet terstond op de morele verlangens -- waarin zich de geestelijke evolutie van een volk het duidelijkst manifesteert -- reageert, gaat haar eigen belangen voor die van het volk plaatsen en is dus in overtreding.

Vertel dit maar aan je overheid en je wordt uitgelachen. En toch leeft het gezag bij de gratie van het volk, zo wordt het tenminste altijd voorgesteld, want er zijn verkiezingen waar je je stem mag of moet uitbrengen en dan heb je misschien die leidsmannen gekozen, die op je lijst stonden en is alles best in orde. Zo denkt u misschien? Jawel, maar dat met het ophangen klopt niet! Je bent het er niet me eens. Je vindt het afschuwelijk en voelt een steek onder het hart als je eraan denkt. Een petitie met 25000 handtekeningen wordt er in aller ijl bijeengebracht, maar -- ,,de beslissing van de minister kan in het Lagerhuis pas na de uitvoering van het vonnis in discussie komen"! Dus -- eerst ophangen en pas daarna wordt er over gediscuseerd!!
Enkele jaren geleden werd een man onschuldig opgehangen voor een moord, welke later door een ander bleek te zijn gedaan. Dus een gerechtelijke moord! Even later was weer de beurt aan een negentienjarige jongen, die werd opgehangen voor een moord die hij zelf niet begaan had. Sinds 1900 zijn er in Engeland veertien vrouwen opgehangen. Als de discussie in het Lagerhuis zich tenslotte voor de gratie uitspreekt, is de vrouw intussen opgehangen en wordt haar misschien dan het leven weer postuum verleend? Of zo iets, nietwaar?

Maar excellenties: is een menselijk leven in uw ogen zo weinig waard, dat u het voor het handhaven van een kalender termijn opoffert? Dat uw papieren paragrafen meer betekenis voor u bezitten, dan het leven van een moeder? Als u van andere naties een gezond voelen en denken verwacht -- straks daar in Geneve of elders -- om voor uw aller geschillen eindelijk een oplossing te vinden, toon dan toch eerst in uw eigen huis, dat u de menselijkheid boven alles -- ook boven uw middeleeuwse paragrafen en justitie methoden -- kunt stellen, anders komt er van een humanitas in het groot niet terecht en blijft de wereld zich om haar eigen hardheid en onbewustzijn heendraaien.
Ruth Ellis is dood, voor deze wereld tenminste. Maar zij zal nu voor een andere rechtvaardigheid geplaatst worden, een rechtvaardigheid, die meer begrip zal tonen voor haar innerlijk leven en waarvoor zij haar hoofd zal buigen, want het Goddelijk Gezag kent geen strafbepaling en ook geen kalender termijnen, maar alleen Liefde en waar Liefde is, is ook Het begrijpen aanwezig. En daarin schieten wij voortdurend te kort.
B. v. Baden. 



         NOG EENS: RUTH ELLIS! DE LEUGEN VAN DE DOODSTRAF.
,,Woensdagmorgen 13 juli 1955 even na negen, werd in de Londense vrouwengevangenis Holloway de 28-jarige Ruth Ellis opgehangen, die wegens het doden van haar minnaar Daniël Blakely op 21 juni ter dood was veroordeeld. Kort daarop werd buiten aan de gevangenisdeur de gebruikelijke bekendmaking aangebracht, dat het doodvonnis was voltrokken. Met moeite gelukte het de politie een op de deur aandringende duizendkoppige menigte waarvan velen tot tranen toe bewogen waren, tot een lange rij te vormen, die langs de zwart omrande publicatie trok. Een man viel op de knieën en schreeuwde onophoudelijk: zij had begenadigd moeten worden."

Aldus een bericht uit het beschaafde christelijke Engeland van heden. ,,Zij had begenadigd moeten worden" Ja, inderdaad, zolang in ,,beschaafde" landen met een eeuwenoude rechtsorde de doodstraf in het normale rechtssysteem voorkomt, zou tenminste tot het uiterste het recht tot gratie verlenen moeten worden toegepast. Maar de Engelse minister van Binnenlandse Zaken, Lloyd George, dacht er anders over. Hoe de Koningin van Engeland er over dacht, weten wij niet. Evenmin, hoe b.v. de leiding van de kerk van Engeland er over dacht, al was haar stilzwijgen veelzeggend genoeg. Zij zweeg in alle talen, zoals de kerk in alle landen de eeuwen door bij deze straf heeft gezwegen -- indien zij ze al niet openlijk verdedigde tegen bedenkingen van buiten of van de ,,ketters" binnen haar. En zo begint dus in Engeland, na deze zoveelste terechtstelling, de zoveelste poging om de doodstraf afgeschaft te krijgen, tegen althans de officiële mening van Kerk en Staat in.

Het officiële Engeland is tot nu toe telkens weer gebleven bij de handhaving van de doodstraf in het normale strafrecht en ziet nog steeds niet in hoezeer een staat met deze handhaving in zijn eigen vlees snijdt. Laat ons er dadelijk aan toevoegen dat het daarmee geen uitzonderingspositie inneemt. De meeste Amerikaanse staten, alle ,,grote" mogendheden blijven tot dusver de doodstraf in hun normale rechtsbedeling handhaven. Ook in onze kleine Nederlandse staat, die in 1861 de laatste executie voltrok en in 1870 de doodstraf afschafte is -- en nog wel tot veler bevrediging -- na de bezetting weer een betreurenswaardige stap terug gezet. Ook wij hebben -- zij het (nog) niet in het ,,gewone" strafrecht -- de doodstraf teruggekregen. Ook bij ons zijn weer doodvonnissen voltrokken. En dat niet in oorlogstijd, als uiterste noodmaatregel, maar in vredestijd als vergeldingsmaatregelen achteraf. Niet in een donker uur, waarin het ging om het zijn of niet zijn van de Nederlandse staat, maar in de licht geworden dagen en jaren na de bevrijding, toen de vijanden en de verraders waren verslagen. Zo ,,beschaafd" zijn we dus ook niet meer. Ja, sindsdien zijn er weer allerlei stemmen opgegaan voor een officiële herinvoering van de doodstraf. Het principe ervan heeft in Nederland sinds de bezetting terrein gewonnen, onder christenen en humanisten en zelfs hier en daar onder Joden. En dat laatste is, juist in zijn maar al te grote begrijpelijkheid, wellicht het meest onheilspellende. Want geen volk heeft, als het Joodse, reeds sinds de oude tijden der bloedwraak zo zeer gezocht om van deze straf af te komen.

Er zijn veel christenen en humanisten, die dat laatste niet weten en zelfs verbaasd zullen opzien bij deze bewering. Zij hebben altijd gehoord van een ,,God der wrake", die in het z.g. ,,Oude Testament" zou zijn aangebeden, in tegenstelling tot een ,,God der liefde" in het z.g. ,,Nieuwe Testament". Zij weten soms zelf niet veel anders dan dat ,,de Joden" Christus ,,hebben gekruisigd" en dus kennelijk voor de doodstraf waren. Dat die kruisiging een gruwelijk Romeinse vorm van executie was, die speciaal op weggelopen slaven, halsmisdadigers en Joden pleegde te worden toegepast, weten zij niet. Dat dit feit niet het onhistorische maar wel het beklemmend abnormale van de kruisiginggeschiedenis uit het Evangelie bewijst, weten zij ook niet, hoewel het beschamende gebeuren met b.v. de Joodse Raad in Nederland tijdens de bezetting ons daarvoor toch wel de ogen had kunnen openen. Christus is gekruisigd onder Pontius Pilatus, zeiden de eerste (Romeinse) christenen, die het toen blijkbaar nog wel wisten -- precies zoals vele Joden in ons land wel door de Joodse Raad opgeofferd, maar onder en door de Duitsers vergast zijn -- onder Seyss Inquart en Lages en Adolf Hitler!

Intussen heeft al vroeg in de geschiedenis en wel reeds voor dat onze christelijke jaartelling begon, geen enkel officieel sanhedrin der Joden meer een doodvonnis kunnen uitspreken, omdat allerlei beperkende rabbijnse voorschriften dat onmogelijk hadden gemaakt. Zulke voorschriften en conclusies waren nl. binnen 't Jodendom juist uit de Oudtestamentische geschiedenis getrokken! Dat was wat anders dan de christelijke Kerk, althans sinds zij onder Constantijn de Grote staatskerk was geworden, daar uit aan conclusies wist te trekken. Zij las het Oude Testament blijkbaar niet zozeer als een lange menselijke geschiedenis ter overwinning over dood en doodstraf, als wel als een bevestiging van dood en doodstraf. Zij vatte de kruisdood van Christus blijkbaar niet op als de universele proclamatie dezer overwinning over dood en doodstraf, maar als een speciale bevestiging van Gods wil om de zondaars met de dood te straffen.

Tot op vandaag hoort men zulke opvattingen nog van talloze kansels en tot in de politiek toe weerklinken, waarbij men, met een beroep op de gelding van ,,het Mozaïsche recht" en ,,de majesteit Gods" en zo veel meer, de wederinvoering van de doodstraf in het normale strafrecht in zijn vaandel heeft geschreven. Wij moeten daarom maar niet te hoog opgeven over ons ,,christelijke" Nederland boven b.v. het ,,achterlijke" Engeland. Wel moeten wij, naar aanleiding van het gebeuren op 13 juli -- voor zover wij het nog niet deden naar aanleiding van de onafzienbare reeks van terechtstellingen in Oost en West, in Noord en Zuid, in ,,kapitalistische" en ,,communistische" staten -- ons opnieuw te binnen brengen, waarom het volstrekt onaanvaardbaar is, de doodstraf als normaal strafmiddel (in plaats van als uiterste en incidentele noodweer in een abnormaal hachelijke situatie) te handhaven, laat staan weer in te voeren!

Van ,,de" Kerk (als officiële grootheid) heeft men daartoe voorshands blijkbaar even weinig te verwachten als van b.v. ,,de" Staat of van ,,het" humanisme of van andere ,,ismes" in onze tijd. Met alle kracht hebben ondertussen allen, wier geweten en verstand, in welke kring ook, op dit punt is ontwaakt of wakker gebleven, het instituut van de doodstraf zolang aan te vallen totdat het verdwijnt -- of af te wijzen, opdat het niet weer wordt ingevoerd. Deze ,,straf" vergiftigt en ondermijnt immers de rechtsorde meer dan enige doodslag kan doen. Zij betekent juist opgeven van alle verplichtingen, die de gemeenschap vooral tegen de ergste overtreders in haar midden heeft en verandert de rechtspraak van een positieve in een negatieve macht.
Zij wist het onderscheid tussen de eeuwige God en de sterfelijke mens uit door de stomme onherroepelijkheid van haar quasi dodelijke ,,vergelding". Zij ,,verdedigt" het leven der menselijke rechtsgenoten door zich in het eigen vlees te snijden en terug te vallen ( als normale houding!) tot een anarchissche noodweer. Zij beledigt zowel het recht van God als dat van de mens in zijn sterven, waarover de protestantse catechismus in de 16e eeuw al leerde: ,,Onze dood is geen betaling voor onze zonden. Amen."
K.H. Kroon.

                                        ERKENNING EN WAARDERING
                        WAT IS HET BELANGRIJKSTE VAN DE TWEE?
Enige tijd geleden troffen wij in 'De Gelderlander' het bericht aan dat hieronder is afgedrukt. Bijna tegelijkertijd ontvingen wij van iemand anders een bericht over hetzelfde onderwerp, dat in de Telegraaf had gestaan. Met grote letters stond op de voorpagina van dat blad geschreven:
ER IS LEVEN NA DE DOOD!
Onderzoek: bijna-dood ervaring geeft moed.
ARNHEM. Na de dood blijft een hoger bewustzijn van mensen bestaan. Mensen met bijna-dood 
ervaringen melden dat ze een intens gevoel van liefde hebben ervaren of overledenen hebben ontmoet. Na zo'n ervaring zijn ze minder bang voor de dood.

Dat blijkt uit onderzoek van cardioloog  P. van Lommel van het Arnhemse ziekenhuis Rijnstate, Hij leidde het tot nu toe grootste onderzoek dat ooit is gehouden naar bijna-dood ervaringen. De resultaten worden binnenkort gepubliceerd in een artikel van de hartspecialist in het gerenommeerde Britse medische tijdschrift. The Lancet.
De studie, uitgevoerd door Van Lommel en drie psychologen, heeft tien jaar in beslag genomen. In tien Nederlandse ziekenhuizen is onderzoek gedaan bij ruim driehonderd patiënten die een hartaanval overleefden, nadat ze eerst klinisch dood waren verklaard. Dit wil zeggen dat er geen hartslag, ademhaling of hersenactiviteit meer wordt gemeten. Na de reanimatie meldde 18 procent van de patiënten bijna-dood ervaringen, vaak met gemeenschappelijke kenmerken.

Dat is een geweldige stap voorwaarts, waren mijn eerste gedachten. Bijna tegelijkertijd vroeg ik mij af of dit bericht wel genoeg was om de mens voldoende vertrouwen te gaan geven in de zekerheid van het bestaan van een leven na de dood. In lijn hoe het tot nu toe was verlopen met getuigenissen van zovelen in de loop van de geschiedenis, had ik zo mijn twijfels of de boodschap van dr. Lommel nu wel erkend zal worden. Ik hoop van wel, maar de tijd heeft bewezen dat de mens ongelooflijk hardnekkig kan blijven om zaken te erkennen. Wat is er toch allemaal voor nodig om ons mensen van iets te kunnen overtuigen?
Dit bracht mij ertoe eens iets te schrijven over het onderwerp 'Erkenning en waardering': Ik zal beginnen met iets over mijn eigen ervaringen over dit onderwerp te vertellen.

Nog heel goed herken ik het gevoel dat ik had als ik aan het eind van het jaar door mijn werkgever werd bedacht met een salarisverhoging. De daarbij behorende lovende woorden klinken nog in mijn oren na, Ik voelde me zo trots als een aap. Eerlijk is eerlijk, zoiets gaf je een enorm prettig en tevreden gevoel. Ja, wie vindt het niet prettig om van tijd tot tijd beloond te worden en daardoor weer wat ruimer in de stoffelijke 'jas' te zitten. Voordat ik dan thuiskwam, was dit extraatje in gedachten reeds op vele manieren uitgegeven. Bij thuiskomst kwam dan de echte realiteit, want er bleken nog veel meer bestemmingen voor te bestaan. Ik denk dat velen van u dit allemaal wel zullen herkennen.

De conclusie is dus snel te trekken: Zo'n waardering is maar een heel kortstondig leven beschoren. Het tevreden gevoel is dan ook weer even snel verdwenen als het is opgekomen. Ik heb zelfs wel eens het gevoel gehad, dat er door die geldelijke beloning mij iets ontnomen was. Mijn inzet was in feite door een waardering 'afgekocht' en naar mijn gevoel verdwenen.
Geestelijk gezien ligt dit gebeuren voor de hand. Ik kwam er dan al gauw achter dat waardering iets puur stoffelijks is, dat dan ook uiteindelijk zijn einde weer in de materie vindt. Het verdween dus in hetgeen waaruit het was voortgekomen.
In die tijd ervaarde ik ook nog een andere vorm van waardering. Een vorm van waardering die niet met geld te maken heeft. Ik bedoel hiermee de erkenning van anderen voor hetgeen je doet. Dit heb ik altijd anders ervaren dan een geldelijke waardering; vooral in het begin voelde dit voor mij veel prettiger aan. Het leek alsof het een veel langer leven beschoren was. Naast een gevoel van tevredenheid, gaf het mij ook het gevoel erbij te horen en voor 'vol' te worden aangezien.

Nogmaals ik was blij met die erkenning, maar toch had het een ander onderliggend gevoel wat ik niet helemaal tot rust kon krijgen. Ik vroeg me af waarom ik die erkenning eigenlijk nodig had. Was ik niet zeker van mijzelf? Hoe stond het met mijn zelfvertrouwen?
Ik moest denken aan een voorval, waarvan ik eens getuige was geweest. Ik kende iemand die voor zijn plezier schilderde. Op een keer had hij weer een nieuw schilderstuk klaar, waarover hij heel tevreden was. Hij vond dat hij iets heel moois had gemaakt. Hij stak zijn tevredenheid dan ook niet onder stoelen of banken en liet het met trots aan andere mensen zien. Elke keer stond hij vol spanning te wachten, wat hun mening was. Wanneer hij werd bevestigd dan groeide zijn trots tot ongekende hoogte, maar op een keer kwam de klap voor hem. Een goede vriend die het nodig vond als vriend strikt eerlijk te zijn, sprak een vernietigend oordeel over het schilderstuk uit. Weg was zijn blijheid en trots. Een groot verdriet nam de plaats van zijn tevredenheid in. De mening van een ander maakt subiet een einde aan zijn schepping, hij wilde het stuk daarna zelfs niet eens meer zien.

Dit gebeuren was voor mij een openbaring. Ik vroeg mij af hoe dit nu in vredesnaam kon gebeuren. Hoe broos was het zelfvertrouwen van deze kunstschilder.
Dit voorval bracht mij weer terug bij mijn eigen ervaringen met het krijgen van een erkenning van een ander voor wat je doet. Hoe zit het nu eigenlijk met die erkenning? Is onze inzet bedoeld om er erkenning van anderen voor te ontvangen?  Wanneer dit zo is dan ontbreekt het ons aan zelfvertrouwen. In dit verband moest ik weer denken aan de indrukwekkende toespraak over het zelfvertrouwen van één van de Meesters in het boek 'Een Blik in het Hiernamaals'.

Ik kon door het prachtige voorbeeld dat ik bij de kunstschilder had gekregen, niet anders vaststellen, dat het verlangen naar erkenning, het nodig hebben van erkenning uiteindelijk zwakte van persoonlijkheid betekent.  Je maakt je eigen levensdoel, wat dat ook mag zijn, afhankelijk van de mening van een ander. Geestelijk gezien klopt dat dus niet, omdat we allemaal nu eenmaal de opdracht hebben om op eigen benen te komen staan.
Als je dit bewust wordt, hoef je echter de erkenning van de ander niet van je af te schudden. Maar je moet er goed op letten, dat zo'n erkenning niet iets met je persoonlijkheid gaat doen. Voor je het weet vreet het een gat in je persoonlijkheid. Jozef Rulof noemde dat weleens een geestelijke mot en het vergroot je ego!

Uit dit alles heb ik geleerd mijn eigen doelen goed vast te houden en voor de uitvoering ervan je eigen verantwoordelijkheid te nemen.
Dit moeten vele andere mensen ook gedaan hebben. Mensen die zich hele grote doelen gesteld hebben. De menselijke geschiedenis is vol met persoonlijkheden die hun taak deden, zonder daarvoor maar enige erkenning te krijgen.  De geschiedenis kent zelfs gevallen waarin de mens die de wereld iets moois of fundamenteels te schenken had werd opgesloten of zelfs gebrandstapeld! Maar dat kan allemaal niet meer in onze tijd. Gelukkig maar!
Vele mensen krijgen echter pas erkenning na hun aardse dood. Kunstschilders, musici, wetenschappers, filosofen, dichters, wegbereiders en vele anderen.
Kwam die erkenning voor hen te laat? Ik denk van niet, want velen van hen waren helemaal niet op erkenning uit, maar waren alleen gericht op hetgeen zij vanuit zichzelf, diep binnen in zich voelden.
Mensen zoals Rembrandt, Van Beethoven, Galilei, Socrates, Vondel, Ghandi, Schweitzer, Boedha... en Christus.. zijn daar goede voorbeelden van.

Deze mensen waren zo bezield van hetgeen zij de wereld  te brengen, dat zij geen enkele belangstelling voor erkenning hadden. Al denkend kwam bij mij een extreem voorbeeld naar voren dat dit geheel goed illustreert.  Ik dacht: Stel je voor dat je als aards mens eens met Christus zou kunnen praten en Hem zou kunnen zeggen: 'Dat heeft U goed gedaan, daar 2.000 jaar geleden. Ik bewonder U!'
Ik hoef hier natuurlijk niets aan toe te voegen, want het zal iedereen duidelijk zijn dat dit ten ene male belachelijk zou zijn.

De mens die vanuit zijn eigen bewustzijn iets tot stand wil brengen, doet dit op eigen kracht en heeft daarvoor geen  erkenning en waardering van een ander mens nodig. Men weet immers heel goed waarmee men bezig is. De erkenning van de ander geeft dus geen meerwaarde aan hun persoonlijkheid en doel.

Waar deze mensen wel blij mee zijn, is als hetgeen zij te brengen hebben, inhoudelijk wordt erkend, wordt begrepen en wordt overgenomen.
Zo is het ook voor Jozef Rulof, die het tijdens zijn aardse leven ook zonder erkenning heeft moeten doen. Omdat hij echter zeker en vast achter zijn opdracht stond, heeft hij die meer dan geheel kunnen vervullen. Hij schonk ons 25 boeken vol geestelijke wijsheid en waarheden, gaf ruim 650 lezingen en ontving wel 1OOO geestelijke schilderstukken. Dat allemaal in betrekkelijk korte tijd. Ook hij vraagt niet om erkenning, maar is blij wanneer hij door zijn boeken weer een medemens tot de geestelijke ontwaking kan brengen. Zijn belangrijkste opdracht was bij ons mensen de angst voor  de dood weg te nemen en ons een toekomst te geven door .ons een hiernamaals aan te reiken.
Gelukkig heeft hij met zijn boodschap reeds vele mensen  bereikt en kunnen overtuigen van. een verdergaan na dit aardse leven. Ik spreek de wens uit dat er nog velen zullen volgen, want het erkennen van het bestaan van het leven na de dood is van essentieel belang voor de verdere geestelijke ontwikkeling van de mensheid.

Dat deze erkenning lang duurt, weten we maar al te goed, want reeds duizenden jaren is de mens aan Gene Zijde bezig om ons op allerlei manieren dit 'weten' aan te reiken. Vanuit China, via het Oude Egypte, naar Israël en later naar het hele Westen. Tot nu toe is het bewustzijn van de mens voor Gene Zijde nog ontoereikend om tot grootse openbaring te komen. Maar er zit verandering in de lucht.
Het zijn nog steeds enkelingen die voor de erkenning van het bestaan van de geestelijke wereld opkomen. Al jaren lang is er in ons land een man bezig om erkenning te krijgen voor het bestaan van een leven na de dood. De cardioloog dr. P. van Lommel uit Arnhem is door de dagelijkse ervaringen in zijn praktijk gegrepen geworden door het fenomeen van de bijna-dood-ervaringen. Hij heeft inmiddels zoveel ervaringen van mensen vastgelegd, dat er volgens hem geen twijfel meer kan bestaan aan het bestaan van een leven na filosofen,de dood.
Vele collega's van dr. Lommel beschouwen zijn conclusies als onzin en verklaren de verschijnselen als gevolg van het gebruik van medicijnen en als hallucinaties.
Dat is jammer, maar uit een televisie interview met dr. van Lommel is gebleken dat hij met zijn onderzoek onversaagd verder gaat. Hij laat mensen met deze indringende ervaringen gelukkig niet in de kou staan.
N. V.

 

                                               DODENHERDENKING.
De dood is geen stilstand, maar vooruitgang, op Golgotha kreeg de dood betekenis voor uw aardse leven. Een dood is er niet, want Christus bracht door Golgotha het ,,Eeuwigdurende Leven"naar de aarde en legde deze oneindigheid in uw handen. Dat heeft Golgotha u geleerd. U bent het dus, die zich op Golgotha moet instellen.
Uit de Volkeren der Aarde door Jozef Rulof.

Op 2 november is het Allerzielen, een dag waarop velen hun doden herdenken. Wij zien nog dat oude moedertje dat enige weken geleden met een bos prachtige bloemen in haar armen voor het graf lag geknield van haar zoon, die tijdens de oorlog was gesneuveld. Welk een liefde, maar vooral welk een verdriet, sprak er uit dit gelaat van het oude vrouwtje! Misschien had zij maar één zoon gehad en bezat zij nu geen kinderen meer. Wellicht stond zij nu helemaal alleen in het leven.
Dit vrouwtje was zo in gedachten verdiept, dat niemand het zou hebben gewaagd haar te storen. Dit zou voor haar gevoel dan ook heiligschennis zijn geweest. Toch hadden we gaarne met haar willen praten, doch iets zei ons echter, dat dit moedertje niet mocht worden gestoord en dat zij bovendien geen hulp wilde hebben! Zij voelde zich nu één met haar zoon, juist door haar verdriet. Wij liepen in gedachten verzonken verder langs de graven en bewonderden de prachtige bloemen en kransen, die op de meeste graven lagen uitgespreid.

Waarom toch gaan de mensen hun doden op het kerkhof opzoeken? In de graven, die er bovenop misschien prachtig en verzorgd uitzien, is toch alleen maar een rottingsproces te beleven! Waarom meent men dat contact met onze geliefden alleen op een dergelijk oord van verschrikking mogelijk is? Hoevelen, denkt u, zouden aan het graf blijven indien zij slechts maar één blik onder de grond konden werpen?!
De verlichte mens, die in een voortbestaan na de ,,dood" gelooft, zoekt zijn geliefden niet op bij het graf. Zou ons moedertje helderziend zijn geweest, dan had zij zich er van kunnen overtuigen, dat haar zoon, die zij zo beweende aan het graf, op dat ogenblik achter haar stond en even verdrietig was als zijn moeder, doordat zij niet ,,wist" en doordat zij niet was te bereiken! Haar geloof verbood haar om zich met ,,duivelsgedoe" in te laten. Het ,,duivelsgedoe" van enkele hoogstaande spiritisten echter hadden haar er van kunnen overtuigen, dat haar zoon minstens even intensief leefde als zij en dat zij door haar verdriet haar zoon slechts belemmerde om zijn verdere weg tot God af te leggen!

Door het verdriet van dit moedertje werd haar zoon steeds weer tot de aarde getrokken! Wanneer de mens slechts wist, welk een beletsel en welk een rem het voor onze geliefde gestorvenen is, wanneer zij worden betreurd, dan zou alles op slag veranderen! Door onze gedachten houden wij hen vast! Wij belemmeren hen, die wij juist het meeste liefhebben en dit alles omdat wij onbewust zijn! Wij ,,weten" te weinig van de ,,dood" af!!
Vanzelfsprekend zal het voor elke vrouw en voor elke man een enorm verdriet betekenen wanneer hun zoon van hen heengaat. Er zou of totale gevoelloosheid of een ,,bovenmenselijk" bewustzijn voor nodig zijn om zulk een slag te dragen zonder verdriet te voelen. Toch zijn er mensen, die dit gevoel weten op te brengen, omdat zij ,,weten". Immers, is het niet zo, dat de ,,dood" juist de machtigste genade voor de mens betekent die er is? Is de ,,dood" juist niet het begin van een hoger leven? Is de ,,dood" juist niet een verlossing uit deze -- door de mens -- misvormde wereld? Lost de ,,dood" niet al onze ziekten en moeilijkheden op? Bespaart de ,,dood" velen niet een lijdensweg?

Moeten wij daarom verdriet hebben? Waarom huilen wij bij het lichaam van de ,,dode"? Weten wij nu nog niet, dat dit lichaam er slechts één is uit miljoenen en dat wij reeds miljoenen malen dit omhulsel hebben moeten afleggen? Beseffen wij nog niet, dat zulk een ,,stofkleed" ons alleen tijdelijk, heel even, van dienst is teneinde plaats te maken voor een ander ,,kleed", dat ons een hoger bestaan kan verschaffen? Leert de metafysica ons niet, dat de geest van de mens alleen gebruik maakt van de stof om verder te kunnen uitdijen? Volgt hieruit niet dat het stofkleed, (ons huurpakje), een ondergeschikte rol speelt in ons bestaan?

Even goed als ons kostuum of onze jurk ons in staat stelt om de maatschappij te mogen beleven, zo stelt het lichaam onze geest in de gelegenheid de planeet aarde te kunnen overwinnen! Wij zullen het versleten ,,pakje" of ,,jurkje" heus niet behuilen, nadat wij het hebben afgelegd! Waarom huilen wij dan om de lichamen van de ,,gestorvenen"? Een moeder die haar ,,gestorven" kind zou mogen aanschouwen, zou van louter geluk wenen in plaats van verdriet.
Inderdaad is God een Vader van Liefde voor de mens en zelfs de ,,dood", de verschrikkelijke, meedogenloze, onbarmhartige ,,dood" betekent in werkelijkheid de grootste genade en de machtigste liefde, die God zijn schepselen ooit heeft verleend. Ware het niet voor de dood, hoe zouden wij dan kunnen evolueren? Hoe zou al het leven een hogere vorm kunnen aannemen, als er geen ,,dood" zou zijn? Vormt de ,,dood" voor ons niet de brug naar een Goddelijk bestaan? Wanneer zal de mensheid leren om de ,,dood" te zegenen in plaats van te vrezen en te verafschuwen?!! Wanneer zullen de rottende lichamen worden gelaten voor wat ze zijn?!

Voelt u niet de geestelijke armoede om aan een graf, bij een ontbindend lichaam te gaan wenen? Wanneer wij behoefte hebben om onze ,,doden" te herdenken, laten wij dit dan doen door liefdevolle gedachten naar hen te zenden! Laten wij zo nu en dan een bloemetje bij hun portret plaatsen als blijk van onze liefde voor hen! Laten wij dit dikwijls doen! Niet alleen met ,,Allerzielen"!
Indien wij aldus handelen, dan bewijzen wij aan onze geliefde ,,doden" meer eer, dan wanneer wij bij hun graf wenen. Onze liefde voor hen zal omslaan in geluk, dat ook door hen zal kunnen worden beleefd. Nu zijn onze gedachten voor hen die ons voorgingen, stuwend in plaats van remmend!! Nu handelen wij bewust in plaats van onbewust! Nu geven wij blijk de dood te hebben overwonnen! Nu is de dood een vriend van ons geworden! Een vriend, die onze geliefden en ons naar hogere gebieden leidt! Nu wenen wij niet meer, maar danken God voor Zijn onuitsprekelijke genade! Nu kunnen wij met blijdschap en met rust het ogenblik afwachten waarop deze grote vriend van de mensen ook bij ons zal aankloppen!
Onze allergrootste vriend! DE DOOD!
Sinclair Weston. 



                ZELFMOORD EN DE GODDELIJKE REALITEIT!
Zelfmoord! Een onderwerp waar de mens ongaarne over spreekt.
Wordt men in zijn naaste omgeving plotseling met een geval geconfronteerd, dan is het opvallend hoe dan de vragen bij de mens met hevigheid aankloppen!
En dan inderdaad vragen, verband houdende met Leven en Dood, zonder dat de mens een definitief antwoord weet of ontvangt.
Het aantal zelfmoorden -- vooral in deprimerende tijdsomstandigheden -- is van een dergelijke omvang, dat men getroffen wordt door het feit, dat zovelen de zelfvernietiging aangrijpen om het aardse leven te ontvluchten.
Zelfvernietiging? Ja!
Van het Leven? Neen!
Het Leven is niet te vernietigen, alleen het stoffelijk organisme.
Maar welke tol eisen de Goddelijke Wetten voor het eigenmachtig voortijdig beëindigen van het aardse leven?
Deze ,,zonde", neen, deze door onbewustzijn geschapen disharmonie zal hersteld moeten worden.
Hier is geen ontkomen aan!
Het boek ,,De Kringloop de Ziel" door Jozef Rulof, geeft ons een ontleding van de problemen en toestanden, die hiermede verband houden.
Toestanden, waarvan de mensheid nog niet het geringste denkbeeld heeft, doch die geschapen worden door het ingrijpen van de mens in de Goddelijke Wetten.
Dit boek is bedoeld als een ernstige waarschuwing tegen de zelfmoord, blijkens de hier volgende zinsnede:
,,O mens, maakt geen einde aan uw aardse leven. Sluit het daglicht niet af, aanvaardt, aanvaardt alles, anders staat gij aan deze zijde voor uw mislukt leven."
Maar naast deze ernstige waarschuwing geeft dit boek een machtige wijsheid over het Stoffelijke, het Geestelijke en het Kosmische leven.
De Goddelijke Wet Reïncarnatie, voor de aardse Wetenschap nog een niet doorvorst gebied, wordt in dit boek Geestelijk Wetenschappelijk verklaard en toegelicht, op een wijze, die U -- misschien tot nog toe de Wedergeboorte beschouwende als een verzinsel van warhoofdige lieden -- tot nadenken zal stemmen.
Uit de Inleiding nemen wij volledigheidshalve een alinea over, opdat de strekking van dit werk duidelijk naar voren zal komen:
,,Thans ga ik u van mijn verschrikkelijke einde op aarde en het leven aan gene zijde, zoals ik het binnentrad, vertellen.
,,Ik, Lantos genaamd, behoorde tot hen, die een einde aan hun aardse leven maakten.
Ik doodde een mens, daarna mijzelf, doch dit bleek mij niet mogelijk te zijn.
Een ander leven trad ik binnen en wel het leven van de geest.
Dat, wat ik u nu ga vertellen, is de heilige waarheid; het is de wet van oorzaak en gevolg.
Ik moest aanvaarden en goed maken wat ik misdreef.
Waarvan ik u ga vertellen is de kringloop der ziel, die haar weg door alle eeuwen heen, naar de bron van al het leven vervolgt, om de goddelijke sferen te bereiken.
Ongelooflijke en afschuwelijke waarheden ga ik u duidelijk maken, geholpen door hen, die zich de ontwaakten noemen, de kosmisch georiënteerden, zij, die hun kringloop op de aarde hebben volbracht."
Laat het boek ,,De Kringloop der Ziel"een baken mogen zijn in de zee van aardse onwetendheid, aangaande de meest essentiële vragen van het Leven, opdat de MENSHEID EINDELIJK WETE!!!
K. B. 
 

 

 
 

 

 

 

                                  
 


 

 

HOME.
PAGINA 2.