NIEUW LEVEN.
Dit artikel
schrijf ik naar aanleiding van een documentaire op de televisie over abortus, en
omdat mijn schoondochter en een hele goede vriendin nu zwanger is.
18 mei 2006:
Van
mijzelf uitgaande kan ik zeggen dat ik in al die jaren heel wat veranderd ben en
dus hier ook heel anders nu tegen aankijk dan voor 35 jaar geleden. Gelukkig is mijn
gedachte over dit onderwerp ook in positieve zin veranderd. Toen ik 28 was werd ik
voor het eerst vader. Vader worden vond ik wel mooi maar echt de betekenis van dat
alles, de zwangerschap van mijn vrouw en het hele gebeuren erom heen raakte me eigenlijk
niet zo. Om het eerlijk te zeggen ging het toen die tijd meer om de seks en liefde
voor elkaar, dan de gedachte om kinderen te krijgen. En als dat dan ook nog lukte
was dat toch mooi meegenomen! Ik zag het meer als een verlengstuk van het huwelijk,
trouwen, huisje en kinderen, dat maakte het voor de omgeving kompleet. Dat kwam ook
wel hoofdzakelijk door, dat ik de zin van het leven, zwangerschap en geboorte nog
niet door had. Waarschijnlijk was ik met een abortus toendertijd als dat aan de orde
was geweest ook heel makkelijk omgegaan niet wetende wat de gevolgen daarvan wel
niet zouden kunnen zijn.
Nu durf ik wel te zeggen dat ik Gene Zijde wel heel veel bedankje
mag sturen dat we nooit in een situatie terecht zijn gekomen, waarin abortus ter
sprake zou komen. Als die situatie zich nu voor zou doen was de beslissing die ik
zou nemen voor mij heel gemakkelijk: Geen abortus wat voor reden er ook zou worden
aangedragen. Soms hoor ik wel eens als er voor de moeder een levensbedreigende situatie
ontstaat tijdens de zwangerschap, dat deze wordt afgebroken. Maar wie geeft ons het
recht om te oordelen wie wel of niet door mag leven, of als het leven van de moeder
in gevaar is, het andere leven in de kiem te smoren? De kennis die ik in de afgelopen
jaren heb opgedaan, hoe het leven van de mens zwangerschap, geboorte, reïncarnatie
in elkaar steekt, hebben voor mij een duidelijk beeld geschapen hoe hier mee om te
gaan.
Nu ben ik eindelijk in de gelukkige omstandigheid de zwangerschap van twee
mensen die mij ontzettend dierbaar zijn van dichtbij mee te maken. Echo's, waar voor
dertig jaar terug nog niemand van had gehoord, betrekken je nu veel meer bij het
gebeuren dan vroeger. Nu zie je na enkele weken al door die echo wat voor een ontzetten
klein wezentje er zich ontwikkeld tot een mens. Je ziet het hartje al kloppen en
de contouren van wat het volmaakte lichaam moet worden zijn al aanwezig. Dat stemt
je zo tot ontroering, en maakt je innerlijk zo blij, dat je er stil van wordt. Het
grootste wonder wat maar mogelijk is heeft een aanvang genomen bij het begin van
een conceptie. Hoe meer je erover nadenkt, hoe wonderbaarlijker het is. Dit heeft
God in onze handen gelegd, wij zijn er vrij in zelfs, om met dat nieuwe leven te
doen wat we willen. Laten wij alstublieft die vrijheid niet gaan misbruiken, mocht
het kindje niet helemaal goed of gezond zijn, of het komt op een ongewenst moment,
dit leven dan maar te beëindigen. Laat ons er altijd goed van doordrongen zijn dat
hoe klein het embryo ook is, en het wordt weggehaald, dit ons als moord wordt aangerekend,
dit zullen wij aan deze ziel in een ander leven weer moeten goedmaken.
Heel vaak
zeg ik tegen mijn vrouw: Ik wou dat ik met de kennis die ik nu heb het begin van
ons huwelijk met het kinderen krijgen en wat de echte betekenis hiervan is, nog weer
over kon doen. Vooral het luisteren naar kinderen tussen de twee en vijf jaar, wat
o zo belangrijk is. Het blijkt dat kinderen in deze leeftijdscategorie nogal eens
uitlatingen doen, die met een vorig leven hebben te maken en door de ouders vaak
als nonsens of fantasie worden afgedaan. Daarom wil ik ouders dan ook sterk aanraden
luister goed naar je kind, ook al lijkt het onzin wat ze vertellen. Nu geniet ik
maar des te meer op dit moment van deze twee bovenstaande lieverds die nu zwanger
zijn en hopelijk mag ik het in een volgend leven nog eens een keer overdoen, maar
dan bewuster. Want de kennis in dit leven door ons opgedaan, die ons geestelijk heeft
verrijkt, zal nooit verloren gaan.
Henk Roesink.
MEISJE HERINNERT
ZICH EEN VORIG LEVEN EN HOE ZE IS
OMGEKOMEN IN DAT LEVEN DOOR
EEN TREIN.
Katheleen, moeder van de vijfjarige Nicola, is ervan overtuigd dat haar
dochtertje eerder heeft geleefd. Al sinds haar tweede jaar beschrijft het kind haar
vorig leven nabij het dorpje Haworth in WestYorkshire, dat bekendstaat als de geboorteplaats
van de gezusters Bronte, Charlotte, Emily en Anne, en waar Emily's boek Wuthering
Heights zich afspeelt.
Het vreemde verhaal begon toen Nicola op haar tweede verjaardag
een speelgoedhondje kreeg, dat zij aan een touwtje vooruit kon trekken. Het kind
raakte helemaal opgewonden toen ze haar moeder vertelde: 'Ik noem het Muff, net zoals
het andere hondje dat ik vroeger had.' Kathleen lachte om naar wat zij beschouwde
als de overactieve verbeelding van haar dochtertje.
Ze hadden vroeger wel een hond
gehad, maar nooit eentje die Muff heette. Ze speelde mee met het fantasie spelletje
van het kind, en was het er helemaal mee eens dat Muff een prachtige naam was voor
haar speelgoedhondje.
In de daaropvolgende dagen merkte Kathleen dat Nicola meer
en meer opging in Muff en haar speelgoedhondje voortdurend vroeg of het zich bepaalde
voorvallen en ervaringen kon herinneren die zij in het verleden samen hadden meegemaakt.
Ervan uitgaand dat het allemaal deel uitmaakte van een kinderlijke fantasie, hechtte
Kathleen geen waarde aan de zogeheten herinneringen, totdat Nicola haar moeder een
vreemde vraag stelde, die Kathleen tot nadenken stemde. Met een voor haar leeftijd
ongewoon duidelijke articulatie vroeg Nicola haar moeder: Waarom ben ik deze keer
een meisje, mam? Waarom ben ik niet een jongetje, zoals vroeger?
Toen Kathleen Nicola
vroeg wat zij bedoelde, antwoordde het kind: 'Toen mevrouw Benson mijn moeder was,
was ik een jongetje en speelde met Muff.' Deze laatste opmerking plaatste Kathleen
voor een raadsel, vooral het noemen van een mevrouw Benson." Nicola kende geen mevrouw
Benson; en de naam was niemand uit het gezin bekend.
Omdat de zinspelingen op wat
Nicola 'eerder' allemaal gedaan had steeds frequenter werden, moest Kathleen wel
luisteren naar wat haar dochter te vertellen had, ook omdat het kind nooit afweek
van haar verhaal, zelfs niet in de kleinste details. Nicola bleef erbij dat zij een
jongetje was geweest, en hoewel zij zich haar voornaam niet meer kon herinneren,
wist ze dat haar achternaam Benson was geweest, dat haar moeder bekendstond als mevrouw
Benson en dat haar voornaam Elspeth, Elsie of iets dergelijks was. Ze wás er zeker
van dat ze vlakbij Haworth hadden gewoond, dat ze twee zusjes had en natuurlijk haar
hondje Muf! Ze herinnerde zich dat haar vader bij de spoorwegen werkte en dat in
een klein huisje vlakbij de spoorlijn woonden.
Gedetailleerd beschreef ze het huis
aan haar moeder. 'Het was van grijs baksteen, middenin een rijtje van vier. Achter
het huis waren allemaal velden, waar ik met Muff speelde.' Nicola kon tot in kleinste
details de lange jurk die haar moeder droeg beschrijven. 'Het was als een soort overgooier,
net zoals de jurk die mijn pop aanheeft.' Ze herinnert zich hoe haar moeder het haar
droeg en omschrijft die haardracht als 'raar opgestoken'.
Haar vader grote, zware
laarzen aan, en om de één of andere reden, waarover Nicola weigerde te praten, was
ze niet bijzonder op hem gesteld. 'Hij had altijd een vies, zwart gezicht', vertelt
ze, maar wanneer haar verdere vragen over hem worden gesteld, houdt ze haar mondje
stijf dicht.
Ze herinnert zich samen met haar vriendje dat net als haar Muff onafscheidelijk
kameraadje was, zittend op de vloer de boterhammen te eten die haar moeder had gesmeerd.
Ze weet dat haar vriend ook een jongen was, maar ze kan zich zijn naam niet meer
herinneren. 'Hij was kleiner dan ik', herinnert Nicola zich. 'Ongeveer één of twee
jaar jonger. Niet één jaar en niet twee jaar', legt ze uit in een poging haar vriendje
te omschrijven, 'en we gingen altijd samen naar de spoorlijn, en we speelden in de
velden achter ons huis.'
Het meisje heeft levendige herinneringen aan hoe zij als
jongetje in de laantjes en langs de weggetjes in de buurt van haar huis dwaalde,
samen met haar geliefde Muff. 'We speelden altijd gekke spelletjes. Ik gooide mijn
bal de lucht in en dan rende Muff er achteraan en bracht hem naar mij terug.'
Haar
twee zusjes waren kennelijk veel jonger dan zij, en Nicola bemoeide zich niet zoveel
met hen, zoals dat bij elk normaalgezond jongetje het geval zou zijn. 'Ze waren te
klein voor me', zegt ze, en voegt daaraan toe:
'De ene was nog maar een baby en was
dus veel te klein om met mij buiten te spelen.'
Nicola vertelde Kathleen hoe haar
andere moeder haar altijd verbood de spoorweg te spelen en ze vervolgde: 'Maar ik
luisterde niet naar haar en ging altijd samen met Muff en mijn vriendje naar de spoorweg.'
Het kind heeft duidelijke herinneringen aan de dag waarop ze door een trein werd
aangereden. 'Ik was op de rails aan het spelen met Muff en mijn vriendje, toen ik
een man zag aankomen die met een lamp liep te zwaaien.
Daarna kwam er heel snel een
trein aanrijden die me aanreed.' Toen Kathleen haar dochter vroeg wat er daarna gebeurde,
antwoordde Nicola: 'Ik werd naar een ziekenhuis gebracht. Iedereen vroeg me steeds
of alles goed was met me, ik kon niet lopen of praten, dus ik kon ze geen antwoord
geven.'
Wat gebeurde er daarna?' vroeg Kathleen.
Ik viel in slaap en ging dood en
ik zag God in de Hemel voordat ik geboren werd. Toen voegde Nicola daaraan toe: 'Maar
ik ging niet echt dood. In plaats daarvan kwam ik naar jou toe en toen werd jij mijn
andere mamma.'
Toen haar gevraagd werd hoe God eruit zag, antwoordde Nicola: 'Ik
weet niet hoe ik je dat moet zeggen. Hij was echt heel mooi, maar ik herinner me
niet wat voor kleren hij droeg.' Vervolgens verzekerde ze haar moeder op enthousiaste
toon: 'Hij is veel aardiger dan op de plaatjes.'
Omdat Nicola's verhaal zo consequent
was, besloot haar moeder met haar naar Haworth te gaan, waar zij nog nooit waren
geweest, in een poging ofwel de woorden van het meisje te bevestigen, of voor eens
en voor altijd een eind aan het ongelofelijke verhaal te maken.
Ze red en langs verlaten
landwegen, over de kale, winderige heide en Kathleen, die dat deel van het land niet
kende, nam een verkeerde afslag en raakte hopeloos verdwaald. Nicola, die net als
haar moeder nooit eerder dit gebied bezocht had, kwam haar echter te hulp, en wees
Kathleen langs een aantal eenzame, ongemarkeerde binnenweggetjes rechtstreeks de
weg naar het dorpje Haworth. Ik weet de weg, omdat Muff en ik hier overal vaak rondliepen,
verklaarde Nicola.
Door Nicola's aanwijzingen te volgen werd Kathleen naar de rand
van het dorp gevoerd en daar stond ze stomverbaasd voor een huis waarvan Nicola zei
dat het haar vroegere woning was: een rijtje van vier huizen van grijze baksteen,
precies zoals Nicola eerder had beschreven en op exact dezelfde plaats als ze gezegd
had. De details van het gebied eromheen kwamen precies overeen met Nicola's beschrijving:
de achterkant van het huis keek uit over open velden. Kathleen noteerde het adres:
12 Chapel Lane, Oakworth...Vervolgens ging Kathleen naar de parochiekerk van Haworth
om na te gaan of ze enig spoor van een familie Benson in het kerkelijk
archief kon
vinden. De rector vertelde haar dat het niet waarschijnlijk was dat ze in de archieven
van de parochie de naam Benson zou tegenkomen, aangezien het in die streek een zeer
ongewone naam was. Hij gaf Kathleen echter wel toestemming de geboorte- en huwelijksregisters
in te zien, hoewel hij niet onder stoelen of banken stak dat de hele onderneming
pure tijdverspilling zou zijn.
Kathleens hart stond even stil toen ze een van de
door de tijd vergeelde bladzijden van een oud geboorteregister omsloeg, en haar oog
daarbij op de naam Benson viel. Het betrof de inschrijving van een pasgeboren jongetje,
John Henry Benson, op 20 juni 1875. De naam van de vader stond vermeld als Thomas
Benson met als beroep spoorwerker. De naam van de moeder werd ver meld als Lucey
Benson.
Kathleen keek van het gezicht van de kleine Nicola naar het geboorteregister,
en vroeg zich af of haar dochter en de baby John Henry werkelijk één en dezelfde
persoon konden zijn. De naam van de moeder, Lucey, bracht Kathleen nog meer aan het
twijfelen. Nicola meende dat haar vorige moeder Elspeth of Elsie heette. Kon er als
gevolg van de gelijkenis tussen de woorden Elsie en Lucey een vergissing mogelijk
zijn? Het beroep van de vader al spoorwerker klopte met Nicola's verhaal, aangezien
een spoorwerker de treinrails aanlegt.
Verder onderzoek via een ander kanaal zorgde
voor nog verrassender resultaten. In de afdeling Archieven van het stadhuis van Bradford
heeft de archivaris, Ian Dewhirst, de gegevens van de volkstellingen van het district
Haworth in zijn beheer. Wettelijk dient de telling, die slechts eenmaal in de tien
jaar. wordt uitgevoerd, gedurende honderd jaar voor het publiek ontoegankelijk te
blijven, zodat de meest recente gegevens die geraadpleegd konden worden de uitslag
van de telling in 1881 waren. De volgende informatie kwam aan het licht:
CHAPEL LANE 12,
OAKWORTH:
Leeftijd
Geboorteplaats
Thomas Benson Gezinshoofd 29 jr.
Spoorwerker Kildwick (Yorks)
Susy(?) Benson Echtgenote 30
jr. Bradford (Yorks)
Hephyibah(?) Dochter
3 jr. Scholier Keighley (Yorks)
Benson
Sellis
Benson Dochter 6 mnd. Keighley
(Yorks)
Het belangrijkste gegeven omtrent de hierboven beschreven inschrijving is
dat er, hoewel het dezelfde familie Benson van ChaLane 12 in Oakworth betreft, zoals
vermeld in het geboorteregister van de kerk in Haworth, geen melding wordt gemaakt
van de zoon John Henry. Aangezien het wettelijk verplicht was dat elk gezinslid bij
de volkstelling werd meegerekend, zou dit betekenen dat de jongen, John Henry, voor
de telling van 1881 gestorven moet zijn.
Rekening houdend met het feit dat Nicola
zich herinnert dat zij twee zusjes had toen zij vroeger als jongetje leefde, en dat
de jongste dochter Sellis pas zes maanden oud was toen de gezinsgegevens in 1881
genoteerd werden, wijst dit erop dat John Henry's tussen tussen 1880 en 1881 moet
hebben plaatsgevonden, toen het kind tussen de vijf en zes jaar was.
Jammer genoeg
is het streekziekenhuis voor het Haworth/Oakworth gebied allang geleden opgeheven,
waardoor het niet meer mogelijk is na te gaan of er ooit melding is gemaakt van de
opname van een kind dat door een trein was overreden.
Ook hier weer zien we enige
tegenstrijdigheid betreffende de naam van de moeder. De gegevens van de telling vermelden
Thomas Bensons echtgenote als Susy, maar volgens Ian Dewhirst bestaat hierover enige
twijfel. De inschrijvingen zijn handgeschreven en soms moeilijk te ontcijferen. Hij
denkt dat het handschrift Susy vermeldt, maar hij geeft toe dat er net zo goed Lusy
met een zwierige L kan staan. Hij wijst er vervolgens nog op dat het echtpaar Benson
kennelijk nogal ongewone namen, zoals Hephyibah en Sellis, voor hun kinderen koos,
en hij voegt daaraan toe dat hij er niet helemaal zeker van is dat hij de naam Hephyibah
juist gelezen heeft. Dit geeft nog eens aan hoe moeilijk bet is bij het vaststellenvan
feiten uitsluitend aangewezen te zijn op handgeschreven documenten.
Laten we er
eens van uitgaan dat Thomas Bensons echtgenote bij de volkstelling als Lucy ingeschreven
staat. Dit zou dan overeenkomen met de inschrijving Lucey in het geboorteregister
van Haworth: dezelfde naam anders gespeld. Dit is echter nog geen verklaring voor
het feit dat Nicola denkt dat haar vroegere moeder Elsie heette. Misschien ligt de
naam Lucy wel diep verborgen in kleine Nicola's onbewuste, en heeft haar bewuste
deze als Elsie geïnterpreteerd.
Een ding waarvan Nicola zich wel duidelijk bewust
is, is de angstaanjagende ervaring onder een trein gekomen te zijn. Kathleen vertelt
hoe ze met elkaar op een avond naar de televisiefilm TheOctober Man, met John Mills,
zaten te kijken. Er was een scène in de film waarin een man bovenop een oud viaduct
stond waar hij zich vanaf wilde laten vallen op de spoorlijn. Er volgde een opname
van een trein die langs de spoorlijn kwam aandenderen en onmiddellijk begon Nicola
hysterisch te gillen. Snakkend naar adem liet ze zich op het vloerkleed vallen en
sloeg wild met haar armen om zich heen. Haar moeder dacht dat het kind een toeval
of aanval kreeg en schoot het te hulp. De kleine Nicola was ontroostbaar en riep
alsmaar: 'De trein, de trein.' Pas toen haar moeder de televisie uitzette, kalmeerde
het kind.
'Het leek alsof ze opnieuw beleefde hoe ze onder de trein kwam zegt Kathleen.
'Ik had geen idee dat de film zo'n indruk op haar zou kunnen maken.' Tenzij het natuurlijk
een schoolvoorbeeld van reïncarnatie is zou een mogelijke verklaring voor Nicola's
verhaal kunnen zijn dat dit een geval is van een tijdelijke geestovername (niet te
verwarren met het permanent in bezit genomen worden) door een geest, waarbij die
van een lid van de negentiende-eeuwse familie Benson zich kortstondig aan de kleine
Nicola had gehecht. Maar Nicola's vreemde gedrag toen ze op de televisiefilm zag
hoe de trein langs het spoor kwam aandenderen, wijst eerder op een meer persoonlijke
betrokkenheid en suggereert dat zij een verschrikkelijke ervaring uit het verleden
herbeleefde die zo overweldigend was dat zij een soort angstaanval met stuiptrekkingen
kreeg.
Kathleen twijfelt er absoluut niet aan dat het verhaal van haar dochter op
reïncarnatie duidt. Zij was niet op de hoogte van het onderzoek dat bij de afdeling
Archieven in Bradford werd verricht, en toen men haar vertelde dat het jongetje John
Henry, dat in het oude huis van grijze steen had gewoond, omgekomen was voor de volkstelling
van 1881, en dat zijn vader bij de spoorwegen had gewerkt, raakte ze er absoluut
van overtuigd dat Nicola opnieuw was geboren. 'Ik was er altijd al zeker van dat
ze de waarheid sprak. Ik besefte dat het verhaal waarschijnlijk zou variëren als
ze alles verzonnen had, maar dat was nooit het geval. Nu ik de gegevens van de volkstelling
ken, weet ik dat ze de waarheid sprak. Het is op geen enkele wijze te verklaren hoe
ze zoveel bijzonderheden over een plek die ze nooit van haar leven heeft gezien kon
weten.'
Voor wat Nicola zelf betreft, nu een levendige kleuter van vijf, met bolle,
roze wangen en een gouden, dansende krullenbol, die je lekker zou willen knuffelen
- het leukste wat zij zich herinnert uit haar vorig leven is de dolle pret die ze
samen met Muff beleefde.
K. W. K.
MEISJE HERINNERT ZICH HAAR
EIGEN BEGRAFENIS.
Gillian had 's middags net haar gebruikelijke kopje koffie gedronken,
toen zij de scherpe pijn van haar eerste wee voelde. Toen het tot haar doordrong
dat de lange maanden van wachten nu eindelijk voorbij waren, ging er een golf van
opwinding door haar heen. Ze zag het allemaal voor zich hoe zij met haar nieuwe baby
van de nazomer zou kunnen genieten. Zoals zoveel gelukkige aanstaande moeders controleerde
zij nog eens zorgvuldig de pastelkleurige babykleertjes die zij zo liefdevol als
voorbereiding voor de grootste dag had klaargelegd.
Niet veel later, na een volkomen
normale bevalling een schattig meisje geboren. De overgelukkige ouders verwelkomden
het kind in de wereld, en haar vier jaar oude zusje Carol was één en al opwinding
bij het vooruitzicht een echt levende baby te hebben om mee te spelen. Op die eerste
euforische dag werd het gezinnetje overladen met bloemen en gelukwensen.
Helaas was
het feest slechts van korte duur. Nadat de baby het normale routineonderzoek door
de kinderarts had ondergaan, maakte Gillians glimlach plaats voor tranen toen haar
werd verteld dat de kleine Mandy was geboren met een dubbele hartafwijking. De verontruste
vader en moeder werden gedwongen onder ogen te zien dat zij hun dierbare pasgeborenen
misschien zouden verliezen. Na ongeveer een jaar gebeurde dat ook.
Mandy's dood had
dan ook een chaotisch effect op het gezin. De relatie verslechterde tussen beide
ouders, door allerlei omstandigheden en het meegemaakte verdriet, en zij besloten
ieder hun eigen weg te gaan. Gillian raakte bevriend met een vriendelijke man die
George Seabrook heette. Uiteindelijk trouwde ze met George, en haar leven leek weer
een beetje normaal te worden. George had net als Gillian een traumatische tijd achter
de rug. Ze besloten niet meer over het verleden te spreken en een nieuwe start te
maken.
Ze kregen vier kinderen: Wendy, Sean, John en een meisje dat in mei 1972 werd
geboren, dat ze besloten Mandy te noemen omdat de nieuwe baby met haar helblauwe
ogen en gitzwarte pupillen opvallend veel op de eerste Mandy leek. Zij vertelden
hun kinderen echter niet over de eerste Mandy.
Twee jaar later rijd het gezin tijdens
een dagje uit, vanuit Leeds op de autoweg. De kleine Mandy zat voorin op haar moeders
schoot. Ze reden langs het kerkhof waar de eerste Mandy begraven lag, in een gebied
waar geen van de kinderen ooit eerder was geweest.
Plotseling ging Mandy op haar
moeders schoot rechtop zitten. Ze wees opgewonden door het raampje en riep: Kijk
mama dat is de plek waar je mij in de grond stopte, die keer dat je bijna boven op
me viel, weet je nog? De ouders keken elkaar totaal verbijsterd aan, en konden geen
van beiden een woord uitbrengen. Mandy bezorgde mij de rillingen langs mijn rug,
herinnert Gillian zich, die zo van streek was geweest over het verlies van de eerste
Mandy, dat ze hier nooit over had kunnen praten.
George die achter het stuur zat,
herinnert zich dat hij zo schrok dat de haartjes achter in zijn nek recht overeind
gingen staan. Het voelde alsof ik een elektrische schok had gekregen. Het was absoluut
onmogelijk dat mijn kleine meisje iets kon weten over het kerkhof, de ligging ervan,
of welk ander detail ook.
Vervolgens beschreef Mandy een klein zilveren armbandje,
waarin kruisjes en rozen waren gegraveerd. Het was haar cadeau gedaan door de broer
van de vader van de eerste Mandy, een man die Patrick heette en die de tweede Mandy
nooit gekend had. Mandy herinnerde zich dat er woorden in het armbandje stonden.
De inscriptie luidde: Voor lieve Mandy, van oom Patrick.
Rond de tijd van het overlijden
van de eerste Mandy had Gillians huisarts een shock bij haar geconstateerd en kalmerende
medicijnen voorgeschreven. Toe zij aan het graf stond herinnert zij zich, dat zij
door de combinatie van medicijnen en haar ontzettende verdriet haar evenwicht verloor,
uit gleed op de natte aarde, en ze viel inderdaad bijna voorover in het graf, bovenop
het kleine witte kistje.
Voordat de kist gesloten werd had men bij de baby opgemerkt
dat links beneden een tandje was doorgekomen. Een ander opmerkelijk iets was dat
ze nog geen haar had, op één enkele krul bovenop het hoofdje na. Toen Mandy nummer
twee geboren werd, was hetzelfde tandje in haar kaak zichtbaar, en had ze dezelfde
enkele krul, zonder verder haar op haar hoofdje.
Niemand van ons geloofde in reïncarnatie
en pas veel later gingen we beseffen dat er mogelijk een verband tussen de twee meisjes
kon zijn.
Toen Mandy nummer twee drie jaar was, liep ze eens met haar vader over
het plein voor het station van Leeds. Mandy merkte in de drukte een jongen op in
een rolstoel. Plotseling wendde ze zich tot haar vader en zei: Alles is goed met
Stevie en hij kan nu lopen.
George Seabrook was verbijsterd door deze woorden, want
wat Mandy niet wist, was dat hij uit zijn vorige huwelijk een spastische zoon had,
die Stephen heette, die was gestorven toen Mandy pas een paar maanden oud was. Hij
had nooit de naam van Stephan genoemd, omdat hij met Gillian had afgesproken het
verleden achter hun te laten en hier nooit meer over te spreken.
Toe Mandy Stevie
noemde, was George zo verbijsterd dat hij Mandy om uitleg vroeg. Wat bedoel je lieverd?
Welke Stevie?
Ze antwoordde: Nou, weet je wel, je eigen Stevie, Stephen, hij kan
nu lopen.
Door die woorden 'hij kan nu lopen' werd George als door de bliksem getroffen,
vooral omdat hij zeker wist dat Mandy nooit iets was verteld over het bestaan van
Stephen. Het kind was te jong om te begrijpen war spastisch zijn betekent. Hij was
ook geraakt door het feit dat Mandy de jongen Stevie noemde, de naam die Gerorge
altijd voor zijn zoon had gebruikt.
Vlak voor Mandy's vijfde verjaardag was Gillian
in de keuken eten aan het klaarmaken, toen haar dochtertje binnen kwam rennen en
aan haar rokken trok.
Mamma, waarom huilde je zo toen ik stierf? vroeg ze.
Gillian
antwoordde: Maar je bent niet dood lieverd.
Mandy hield aan: Ach, je weet wel mam,
toen ik heel klein was. ik kon niet zo heel lang leven omdat ik ziek was. Nu ben
ik teruggekomen.
Tot slot nog een opmerkelijk voorval. George had kartonnen melkflesdoppen
verzameld, en op een dag gaf hij ze aan de kinderen om mee te spelen. Gillian, die
op dat moment met huishoudelijke klusjes bezig was, vertelde de kinderen terloops
dat ze de kartonnen doppen konden gebruiken om pompons of pluizige bollen van wol
te maken. Onmiddellijk vroeg Mandy haar moeder waarom zij haar andere pluizige wollen
bol had begraven. In eerste instantie had Gillian geen flauw idee waar Mandy het
over had. Ze antwoordde daarom: Die zal wel in de tuin liggen.
Mandy liet zich niet
afschepen en bleef volhouden dat moeder haar pluizige bol had begraven.
Over welke
bol heb je het Mandy? vroeg haar moeder.
Je weet wel die gele. Die ene die je samen
met mij in de grond stopte, was Mandy's antwoord.
Gillians gedachten vlogen naar
de periode rond Mandy's begrafenis. De kleine Carol haar zusje was net voor het eerst
naar school en had geleerd hoe je pomponnetjes kon maken. Ze bracht het bolletje
mee naar huis als cadeautje voor haar kleine zusje. Het baby’tje stierf en Carol
had haar moeder gevraagd of ze het cadeautje toch aan Mandy mocht geven. Ze wilde
het zachte bolletje in de kist leggen, maar Gillian vond het niet zo'n goed idee
en zei 'nee'.
Voor zover bekend was het daarbij gebleven.
Toen Mandy nummer twee
het had over de pluizige wollen bol die met haar de grond in was gestopt, kon Gillian
zich maar één ding bedenken om te doen. Ze vroeg Mandy Carol te gaan zoeken, die
er op dat moment niet was en dus niet aan het voorgaande gesprek had deelgenomen.
Toen Carol kwam, vroeg haar moeder haar of zij zich het overlijden van de eerste
Mandy kon herinneren en te beschrijven wat er met de pluizige wollen bol was gebeurd.
Carol gaf toe dat, hoewel haar gezegd was dat de bol niet in de kist mee mocht, het
haar was gelukt hem onder de dode baby te verstoppen toen niemand het in de gaten
had. De gele pompoen was dus samen met de kleine Mandy begraven, tegen de wens van
Gillian.
Tot zover het verhaal over Mandy
M.S.H.
DE
WEDERGEBOORTE VAN DE MENS.
Op de Maan ontving de vonk Gods, als mens, de Goddelijke
Liefde. Daar begonnen wij als man en vrouw aan het kosmische leven. In ons ligt de
Alziendheid, de Goddelijke kern, doch God schiep graden van lichamen, waarin wij
de wetten zouden leren kennen die ons als bewuste Goden tot Hem zouden doen terugkeren.
JOZEF RULOF
De metafysische interpretatie
van het begrip ,,geboorte", wijst een fundamenteel verschil aan ten opzichte van
de heersende Westerse religieuze en filosofische opvattingen. Voor Westerse begrippen
is de geboorte immers een mysterie, dat nog nimmer werd doorgrond. Het kind, dat
uit het moederlichaam ontstaat, wordt als nieuw leven aanvaard.
Nieuw leven, dat
zijn bestaan hier op aarde gaat beginnen. Nieuw leven, dat op ondoorgrondelijk wijze
tot ons werd gebracht; schijnbaar ontstaan uit het ,,niets". Dit ,,nieuwe mensje"
begint zijn aardse loopbaan met een schone lei.
Toch zal dit jonge leven tengevolge
van erfelijkheidsfactoren, bepaalde aanleg bezitten, karaktereigenschappen, negatieve
en positieve eigenschappen, die gecombineerd met milieu en opvoeding, de nieuwe wereldburger
in een bepaalde richting zullen dwingen.
Het is geen wonder, dat de semi-wetenschappelijke
erfelijkheidstheorieën van onze Westerse geleerden aan zeer veel kritiek bloot staan.
Hoe logenstraft immers het kind dikwijls deze theorieën, doordat het, zowel wat karakter
als wat aanleg betreft, zo grondverschillend afwijkt van zijn ouders en vaak zelfs
van zijn broertjes en zusjes! Welke geleerde zou zo vermetel zijn, om van tevoren
vast te durven stellen, hoe het kind van bepaalde ouders zich geestelijk zal ontplooien?
Zelfs wanneer deze geleerde een studie zou maken, die tot vele generaties terugvoert,
dan nog zou zijn voorspelling waardeloos zijn!
Het Westen zal moeten bekennen, dat
het voor een geestelijke muur staat en dat het van het mysterie van de geboorte NIETS
afweet. Alle theorieën van erfelijkheid, milieu en opvoeding, hebben maar een ZEER
bescheiden betekenis en raken niet de werkelijke fundamenten van ons leven. De Westerse
geleerde denkt in een verkeerde richting en gaat van de verkeerde veronderstelling
uit. Zijn theorieën laten honderden vragen onbeantwoord! Steeds uitgebreider en steeds
ingewikkelder worden de hypothesen gemaakt en steeds weer duiken raadsels op, die
binnen het kader van deze wetenschappelijke stelling niet kunnen worden opgelost.
Hoe glashelder, logisch en rechtvaardig is daarentegen de metafysische verklaring.
Het begrip geboorte wordt al door het Westen verkeerd gebruikt. Wanneer wij spreken
van geboorte, dan moeten wij vele miljarden tijdperken terug gaan, tot aan het tijdstip,
dat de Wereldgeest zich in biljoenen deeltjes splitste en het eerste stoffelijke
cellenleven werd geschapen. NADIEN IS ER GEEN GEBOORTE MEER GEWEEST! Het leven, dat
wij als ,,nieuw leven" begroeten, is in werkelijkheid even oud als de schepping!!
Wanneer de Westerling dan ook spreekt van geboorte, dan bedoelt hij de metafysische
wedergeboorte!!
Het kind, dat door de moeder wordt gebaard, heeft al miljarden levens
achter zich, anders zou het niet in zulk een verhoogd evolutiestadium de wereld kunnen
betreden! Wanneer dit pasgeboren kindje dan ook schreeuwt om voeding en ongeduldig
met de armen en benen zwaait, dan aanschouwen wij het onderbewustzijn, dat de ervaringen van
vorige levens omzet in gevoel!!
Tengevolge van dit onderbewustzijn, van deze gevoelsopslagplaats
van miljarden levens, kan het kindje ook het bewustzijn opbrengen om de moedermelk
tot zich te nemen! Het is voor de metafysica geen mysterie meer waar dit leven vandaan
komt. Wij lezen in dit opengeslagen boek der wijsheid, dat het onsterfelijke leven
van God altijd door blijft bestaan. Ook wanneer de toestand van het lichaam wordt
bereikt, die wij ten onrechte met ,,dood" kwalificeren. De dood wil namelijk niets
anders zeggen, dan dat de ziel en geest zich terugtrekken, teneinde een hoger bestaan
te aanvaarden! Dit hoger bestaan kan alleen worden bereikt door de wedergeboorte.
Het kind, dat tot ons komt, leeft als persoonlijkheid in de ruimte en deze persoonlijkheid
daalt af in de moedercel tijdens de bevruchting! deze afdaling geschiedt in de oorspronkelijke
vorm, dit is het Goddelijke vonkstadium. Wanneer dit afdalen in de moeder als bewuste persoonlijkheid
zou plaats vinden, dan zou het aangetrokken bewustzijn de moederlijke vrucht dooddrukken.
De ziel van de mens onderwerpt zich bij de geboorte aldus aan de overheersende stoffelijke
wetten en tengevolge van de wisselwerking tussen geest en stof, dijt 't gevoelsleven
uit, naarmate het stoffelijk omhulsel dit toelaat. Het kind dat aldus zijn aards
BESTAAN voortzet, bezit een eigen persoonlijkheid, die niets, maar dan ook niets
te maken heeft met erfelijkheid, aanleg, milieu en opvoeding!
Natuurlijk spreekt
het vanzelf, dat de ouders moeten trachten om ,,hun kind" de beste kansen te geven
voor zijn weg door het leven! De ,,goede" eigenschappen moeten worden aangewakkerd
en de ,,verkeerde" moeten worden tegengegaan. Erfelijkheid echter bestaat niet, of
het zou alleen ten opzichte van het lichaam moeten worden bedoeld! -- Geestelijke
erfelijkheid is echter een onmogelijkheid!!
Dat de kinderen in vele gevallen geestelijke
eigenschappen bezitten, die ook hun ouders hebben, behoeft ons niet te verbazen.
Wat is logischer, dan dat het kind door zijn eigen bewustzijnsgraad wordt aangetrokken? Een
ziel, die nog een oerwoudbewustzijn bezit, zal nimmer bij Hollandse ouders kunnen
worden geboren. Omgekeerd is dat evenmin mogelijk. Graad zoekt graad en soort zoekt
soort. Dit zijn geestelijke wetten, die de metafysica ons zeer uitvoerig weet te
verklaren. Wij willen ons echter in dit artikel zo veel mogelijk aan de oppervlakte
van deze wetten bewegen. Een kind, dat nu bij bepaalde ouders wordt geboren en dat
ogenschijnlijk een ,,buitenbeentje" vormt, heeft een z.g. karmische geboorte beleefd.
Dit verschijnsel houdt verband met de wet ,,oorzaak en gevolg". Een andere keer zal
ook dit verschijnsel worden behandeld.
Wanneer wij een persoonlijkheid zouden kunnen
peilen, ongeveer op de wijze van de psychotechniek, maar dan veel dieper, dan zouden
wij kunnen waarnemen, dat zijn bewustzijn begrensd is. Deze begrenzing hangt af van
het verloop van zijn vorige levens. U kunt zich het beste een ruimte voorstellen,
waarin als het ware de persoonlijkheid ligt opgesloten. Met veel inspanning zal hij
tot aan de buitenrand van die ruimte kunnen geraken. Ja hij zal zelfs over de muur
heen kunnen zien en constateren dat ,,buiten" zijn wereldje een hoger bestaan heerst.
Hij zal echter dit hogere bestaan, deze hogere bewustwording, niet kunnen grijpen.
Hij zal in dit leven niet buiten zijn ruimte kunnen komen! Wanneer u zich dit kunt
voorstellen, dan krijgt u gelijk antwoord op vragen zoals: Waarom kan de ene mens
wel een zekere hoogte bereiken in een bepaalde richting en de andere niet? Waarom
schept de ene mens Kunst en de andere Kitsch? Waarom wordt de ene mens minister-president,
terwijl de ander niet eens kan slagen voor zijn middenstandsexamen?
Wist u het juiste
antwoord lezer? Het is erg gemakkelijk. De ene persoonlijkheid is tengevolge van
de wetten der wedergeboorte verder dan de andere. De metafysica toont ons echter
gelijk de Goddelijke wetten der rechtvaardigheid en hierin lezen wij, dat elk kind
van God het hoogste stadium zal mogen beleven. Hiervoor zijn echter vele levens nodig!
De wil van de persoonlijkheid echter maakt uit en bepaalt, of dit hoogste stadium
wel of niet zal kunnen worden bereikt. Ook hierin overheerst de eigen wens van de
mens. Iedere persoon echter, die zich voor een bepaalde zaak blijvend inzet zal eens
onherroepelijk de top bereiken. Zo zijn er vele levens nodig om bv. Paus te worden,
maar ook zeer vele om een John Dillinger te zijn Alles is echter eigen verdienste
door eigen inzet verkregen en derhalve rechtvaardig bezit!
Ogenschijnlijk privileges,
die de ene mens boven de andere schijnt te hebben, zijn derhalve in wezen helemaal
geen privileges, maar slechts toestanden die in overeenstemming zijn met de persoonlijkheid
van de mens, als gevolg van de wet der wedergeboorte en de wet van oorzaak en gevolg!
De verlichte mens zal derhalve een filosofische kijk op zijn eigen leven moeten krijgen,
omdat hij leert begrijpen, dat elk stadium, dat hij moet beleven, slechts ten doel
heeft, om zijn persoonlijkheid rijper en dieper te maken, opdat hij eens in staat
zal zijn, het stadium van de hoogste bewustwording te aanvaarden.
Rijkdom en armoede,
maatschappelijke geleerdheid, gezondheid en ziekte enz., zijn alleen tijdelijke toestanden,
die ten doel hebben de onbewuste persoonlijkheid van de mens bewuster te maken. Het
saldo van al deze toestanden zet zich om in gevoel. Dit gevoel zal uiteindelijk het
kompas zijn waarop wij in de wereld van de geest onze koers bepalen!
Is het niet
vanzelfsprekend, dat de mens aan Gene Zijde van dit bestaan geen talen meer behoeft
te kennen, daar hij met al het leven van God in gevoel blijft verbonden? Wat wil
hij straks beginnen met zijn Hoogleraarschap? Evenals geld een middel is, dat slechts
waarde heeft op deze planeet, behoren ook alle kunst en wetenschappen tot deze aarde.
In de wereld, die grenst aan moeder aarde, zal de mens over een ander banksaldo moeten
beschikken, wil hij iets van de Goddelijke waren willen ,,kopen". Naarmate zijn gevoel
is, zal zijn bezit zijn. Rechtvaardig nietwaar? Wie de meeste liefde bezit zal daar
het ,,rijkst" zijn
De rijkdom die de mens echter bezit in de bewuste werelden bestaat
niet uit goudstukken, of uit bezit, zoals wij dit hier op aarde kennen. Neen, de
rijke mens in de bewuste wereld ,,bezit" dan de gehele schepping. Elke ster en elke
planeet behoort hem toe, omdat hij zelf de hoogste bewustwording vertegenwoordigt
en omdat het een geestelijke wet is, dat het hoge bewustzijn heerst over het lagere.
Dit heersen geschiedt echter in liefde en harmonie.
Ware dit anders, dan zou er gen
sprake meer zijn van een hoge bewustwording. Alleen liefde voert ons tot dit stadium!
Liefde is derhalve het ,,betaalmiddel" aan Gene Zijde van het ,,graf". De armen daar,
dat zijn de persoonlijkheden die geen liefde bezitten. Twintig maatschappelijke titels
en evenzovele ridderorden kunnen deze armoede niet opheffen, aldus luiden de rechtvaardigheidswetten
van God voor al Zijn leven! Deze rechtvaardigheid manifesteert zich echter vooral
in de wet: wedergeboorte: want door deze wet zal ieder mens, ook de ,,allerarmste"
eens rijk worden. Even rijk als de allerrijkste in de oneindige kosmos die door liefde
in stand wordt gehouden!
Sinclair Weston.
REÏNCARNATIE, DE BIJBEL, OF...?
Bestaat de reïncarnatie wel of niet?
Een discussievraag
met andersdenkenden. Met forceren bereiken we niets! Is het andere leven er nog niet
aan toe, trekt u zich dan rustig terug. Waar het eigenlijk op neer komt is het volgende:
Zijn wij echt bereid tot dienen? Trekken we diegenen aan, die ons nodig hebben?
Sturen we al onze liefdevolle gedachten de ruimte in, zodat anderen er ook iets aan
hebben? Is ons huis alleen maar een huis, of is het een thuis, waar iedere bezoeker
de warmte van hartelijkheid en begrip voelt?
Er zijn er nogal wat onder ons - lezers
van de boeken - die een levenspartner hebben met andere inzichten.
Strijd ontstaat:
Reïncarnatie komt tegenover de bijbel te staan, inzicht tegenover vaak welgemeend
dogma.
Ieder tracht op allerlei manieren zijn gelijk te bewijzen. Zonder resultaat
natuurlijk en bijna altijd wordt de druk van de één door de ander als een gevangenis
gevoeld. Laten we ons nu eens afvragen, of dat wel echt nodig is.
Het volgende fragment
uit een boek van Katherine Hathaway geeft een heel fijne vergelijking:
Een kleine
kolibrie vloog op een dag mijn huis binnen en vluchtte onmiddellijk omhoog naar de
nok van het schuine dak, hoog boven de ramen en de open deur, waardoor hij binnengekomen
was. Hij vloog heen en weer, klaarblijkelijk dol van angst en onzekerheid. Ik opende
alle ramen en deuren in de hoop hem te laten zien, dat hij vrij was om te gaan en
te leven, zoals hij het verkoos. Hij vloog hoog boven mijn bereik en ik voelde me
hulpeloos, want ik kon niet helpen. Het was jammer, dat hij niet kon zien, wat toch
zo eenvoudig was. Uiteindelijk verliet ik hem in de hoop, dat hij het wel zou zien,
als hij alleen was. Toen ik uren later terugkwam, was hij verdwenen. Uiteindelijk
had hij de grote ontdekking gedaan, dat wat hij als een gevangenis had gezien, wagenwijd
openstond. '
Het vergaat een mens vaak net als de kleine kolibrie. We voelen ons
gevangen tussen wat we graag willen en wat het leven ons gegeven heeft en zijn onmachtig
de open deuren en ramen te zien, waarachter de vrijheid ligt. 'Het antwoord', zegt
Frederik in 'Maskers en Mensen', ligt in de straatgoten, je staat er bovenop en
je ziet het niet.
En toch, ... als we nu eens heel stil zijn om te kunnen luisteren
naar dat wat heel diep in ons leeft? Naar dat deeltje in onszelf, dat iedereen in
zich heeft? Dat deeltje van God, dat ons voortstuwt? Dat deeltje, dat ons een les
leert, zodat wij ook de volgende les kunnen begrijpen? Dat deeltje, dat ons een partner
geeft, waardoor wij leren ons hoofd te kunnen buigen en waardoor wij ons bewust worden
van wat er nodig is voor een liefdevol huwelijk, zodat wij in een volgend leven klaar
zijn voor een nóg mooier huwelijk?
Wat horen we dan, als we onze verlangens, onze
hele persoonlijkheid voor even opzij kunnen zetten?
Luister naar Mij. Ik zal u de
weg wijzen, want Ik weet wat u nodig hebt. Luister naar uw hart, open uzelf, zodat
Mijn Leven het uwe kan zijn. Onze eenheid brengt u wijsheid, harmonie en vrijheid,
maar vereist een volstrekte nederigheid. Ik zorg voor u en voor iedereen, maar uiteindelijk
zult u hetzelfde doen, wanneer u één bent met Mij.
Volgen we deze stem, dan zien
we, dat alle ramen en deuren al lang openstonden. Maar dat zagen we niet, want we
leefden eigenlijk alleen maar voor onszelf, hoewel met de mooiste bedoelingen en
naar ons beste weten. En daarin waren de boeken ons heilig, want ze toonden ons machtige
vergezichten en gaven ons prachtige gevoelens en toch - denk ik - waren ze soms waardeloos
voor ons.
Zijn de boeken dan niet heilig? Zij vertegenwoordigen toch de Universiteit
van Christus? Nee, heilig vind ik ze absoluut niet. Voor mij is maar één ding heilig
en dat is de Goddelijke kern in ons allen. Ik denk, dat dit voorop moet staan in
al ons denken en handelen. De boeken geven ons het inzicht hierin of verdiepen het
en daar kunnen we ontzettend dankbaar voor zijn. Maar ze zijn waardeloos, als we
ze vooropstellen in ons leven, als we onszelf erachter verschuilen en vergeten toe
te passen, wat ze ons vertellen. Wij zijn het zelf, die leven en die op eigen benen
moeten kunnen staan. Wij zijn het zelf, die het eigen 'ik' opzij moeten kunnen zetten,
zodat de Goddelijke kern in ons het roer kan overnemen. Wij zijn het zelf, die actief
moeten willen luisteren naar de stem van ons hart om er dan naar te handelen. Zonder
dát hebben de boeken voor ons geen waarde.
Natuurlijk, de boeken hebben een schitterende
inhoud en wij zijn echt gezegend, wanneer we ze in ons kunnen opnemen. Maar nu staan
we weer voor Christus: Als we zelf niet uitstralen, wat we uit de boeken hebben geleerd,
dan zijn we verkeerd bezig. Christus zei: Het koninkrijk der hemelen is in u. Maar
als we dat alleen maar in de boeken laten zitten, dan hebben we er niets aan! Voor
wie het voelt, is het lezen ervan nu niet ééns vrijblijvend meer, want niets is er
om zelf te behouden. Luister naar de stem van binnen: Geef weg, wat Ik u geef, want
alleen daardoor krijgt het een plaats in uw hart.
Laten we ons maar eens afvragen:
Zijn we echt bereid tot dienen? Trekken we diegenen aan, die ons nodig hebben? Sturen
we al onze liefdevolle gedachten de ruimte in, zodat anderen er ook iets aan hebben?
Is ons huis alleen maar een huis, of is het een thuis, waar iedere bezoeker de warmte
van hartelijkheid en begrip voelt?
Dat is, waardoor alle ramen en deuren wagenwijd
openstaan. Met de kolibrie vliegen we de ruimte in van. ons eigen leven, bevrijd
van ons beperkt gezichtsvermogen. We zien nu onze partner, we zien, dat die dezelfde
Goddelijke kern heeft als wij en ook op zoek is naar geluk, liefde, ruimte en weten.
We zien, dat alle anderen net zo bezig zijn.
Je geeft van wat je zelf hebt gekregen
en je ontvangt van wat anderen hebben gekregen, ieder naarmate hij tot ontvangen
in staat is. We merken, dat hoe meer we geven, hoe ruimer ons hart wordt en altijd
weer wordt bijgevuld. God zorgt voor al Zijn kinderen. 'Heb uw naaste lief als uzelf'
kan nu in praktijk worden gebracht en dan kunt u zeggen: 'Ik zag God in actie en
ik mocht Hem helpen. Het werd licht van binnen, want ik gaf iets van mezelf.' Nu
leren we dat warme gevoel kennen, die drang, die liefde heet. Dat gevoel, dat weggeschonken
wil worden, dat een brug slaat vanuit jezelf naar al het andere leven en dat je laat
voelen, waarom we allemaal één zijn.
We hebben aanvaard, dat ieder mens van het leven
altijd dát krijgt, wat hij nodig heeft. Ook al vinden we dat misschien verschrikkelijk,
toch danken we Hem, want we hebben een les te leren. We weten: Deze situatie vereist
bewust nederig en liefdevol te zijn, wat later een machtige basis zal zijn om eens
onze tweelingziel te kunnen ontmoeten.
Niemand kan en hoeft het lagere en onbewuste
gevoel na te volgen en dat zal ook nooit van ons geëist worden, als we onszelf hebben
geopend voor de
Goddelijke kern in ons. Dan is er alleen maar harmonie, die door
iedereen gevoeld en aanvaard wordt. Ik denk, dat diegenen onder ons, die een andersdenkende
partner hebben, beter af zijn dan de anderen, die geen noodzaak hebben om hun eigen
'ik' opzij te zetten. Het is moeilijker - natuurlijk - maar het geeft je wel een
bewuster leven. En dan nog iets. Zij kunnen later zeggen: 'Ik heb mijn partner gegeven
- misschien niet in woorden, maar wel in gevoel en daden - wat ik van Hem heb ontvangen.'
Nu kunnen we de titel van dit artikel aanvullen:
Reïncarnatie, de bijbel of wat ons
eigen hart ons ingeeft? Ieder, die het zuivere gevoel van de boodschap van Jezus
Christus met zich mee wil dragen en zich daarvoor in alle eenvoud - maar vooral nederig
- openstelt, weet, welke keuze hij moet maken, hoe moeilijk die misschien ook is.
Het is mogelijk, dat de wetten ons dwingen een eigen weg te gaan, onze eigen evolutie
te volgen.
Meester Zelanus zegt daarover ondermeer in één van zijn lezingen:
Wanneer
het ene leven zegt: 'Ik zal het later wel zien, ik heb er niets mee te maken', dan
is dat de wereld van de ander en niet de uwe. En als men zegt: 'Ik hang mij op, als
je naar de lezingen van de Meesters gaat, dan zegt u maar gerust: Met wat voor touw
wil je dat doen? Dan zal ik het voor je kopen en op tafel leggen. In plaats van eten
komt er nu een dik touw! Hatelijk? Nee, men sloeg Christus aan het kruis, maar God
wil, dat men de reine levenswetten beleeft.
Maar even verder zegt hij:
En u moeder,
vertel en verklaar uw man de wetten, want in uw handen legden wij de boeken van de
Universiteit van Christus. U kunt hem de waarheid schenken. En wanneer hij weigert
uw woord te aanvaarden, trekt u zich dan rustig terug en u dient de laatste levensjaren,
dat u nog hier bent. Spreek niet één verkeerd woord, vergooi door dat ene woord uw
ruimte, uw persoonlijkheid niet. Bezoedel uw gewaad niet, dicht dit gewaad. Maak
van uw handen satijn en zijde, maak er protoplasma van met al de vonken, levenswetten
en levensgraden van de Ruimte en laat uw ogen stralen. Laat uw gang werkende en dienende
kracht zijn en laten uw lippen alleen de liefde van Christus vertolken, dan bent
u waarlijk waard om dit leven te kunnen beleven. U bent het waarlijk waard om het
moederschap te krijgen voor uzelf, voor uw man en kinderen, voor de Christus en de
Albron. Nu is uw kus waarheid en gezegend.
M.W.
HET BRITSE
REÏNCARNATIEGEVAL VAN JENNY.
In de KRO-serie 'Wie was ik?' gaat men op zoek naar
mogelijke vorige levens. Deelnemers aan het programma blijken in een soort trance,
verifieerbare details te geven over een historische setting die zij zich menen te
herinneren. Het is niet verwonderlijk dat veel kijkers voor het eerst serieus stilstaan
bij het concept reïncarnatie. Niet iedereen is daar even gelukkig mee, omdat de KRO
van oudsher een rooms-katholieke omroep is. De programmamakers nemen bewust geen
stelling in het reïncarnatiedebat. Presentator Derk Bolt noemt zelfs de mogelijkheid
van cryptomnesie. Dit is het fenomeen dat mensen allerlei dingen die ze gelezen hebben
e.d. onbewust kunnen omvormen tot schijnbare herinneringen aan eigen ervaringen.
De verifieerbare details lijken dan te verwijzen naar een echt vorig 1even, terwijl
ze in feite uit een boek of film stammen.
Nu heeft regressie minder bewijsmateriaal
voor reïncarnatie opgeleverd dan onderzoek naar spontane herinneringen bij kinderen.
Een recent, extra bewijskrachtig geval is dat van de Britse Jenny Cockell, geboren
in 1953. Als jong meisje droomde ze steeds weer over een leven als Ierse moeder,
Mary genaamd. Jenny werd vaak snikkend wakker doordat ze het idee had dat zij als
Mary jong gestorven was in haar kraambed. Ze had daarbij in totaal acht kinderen
moeten achterlaten.
Cockell tekende reeds als meisje landkaartjes van de omgeving
die zij zich herinnerde. Helaas wist ze alleen nog haar voornaam Mary, maar als volwassene
bekeek ze een kaart van Ierland en 'voelde' toen dat ze in het stadje Malahide had
gewoond. Vervolgens zocht ze ter plaatse naar een Mary die in haar kraambed acht
kinderen had achtergelaten en stuitte zo op ene Mary Sutton. Deze vrouw leefde in
armoede en was ongeveer 21 jaar voor Jenny's geboorte overleden.
Een onderzoeker
van de BBC benaderde haar kinderen die inmiddels natuurlijk allemaal allang volwassen
waren geworden. Na de dood van hun moeder waren ze van elkaar gescheiden en bijna
allemaal in verschillende weeshuizen beland. Eenmaal in contact gebracht met de kinderen
van Mary bleek Jenny verhalen te kunnen vertellen over gebeurtenissen uit hun jeugd.
Ze kon verder details noemen van het huis van de familie Sutton en de inrichting
daarvan.
Jenny Cockell beschrijft dit alles in een boek dat in 1996 ook in het Nederlands
vertaald werd als 'Mijn kinderen uit een vorig leven'. Naar aanleiding daarvan deed
de Engelse onderzoekster Mary Rose Barrington haar best om het geval nauwkeurig in
kaart te brengen. Pat Nidd, de moeder van Jenny, wist nog dat deze tussen haar derde
en vierde een keer had gevraagd waarom niet iedereen in vorige levens geloofde. Een
paar dagen later vertelde Jenny haar moeder over de dromen die ze telkens weer had.
Nick Sutton, bijgenaamd Sonny, verklaarde tegenover Barrington dat Jenny dingen
uit zijn jeugd kon noemen die hij zelf al die tijd had verdrongen. Zo wist ze nog
hoe ze samen op konijnenjacht gingen met een klein hondje erbij. Ze hadden een nog
levende haas in een strik gevonden en besloten hem te laten gaan. Ook herinnerde
Jenny zich hoe ze aardappelen en groenten hadden gestolen bij boeren.
Barrington
slaagde erin een boekhandelaar te vinden die kon bevestigen dat Jenny van tevoren
een kaartje had getekend dat sterk overeenkwam met een kaart van Malahide die ze
bij hem bestelde. Het kaartje bleek trouwens niet te lijken op de plattegrond van
andere plaatsen in de omgeving. Mary Rose Barrington stelde verder vast dat Jenny
al vanaf haar elfde over haar herinneringen had gepraat met mensen buiten het gezin.
Op basis van haar bevindingen mogen we volgens Barrington concluderen dat cryptomnesie
geen reële verklaring biedt voor de ervaringen van Jenny Cockell. Het verhaal doet
qua structuur bovendien denken aan veel Aziatische gevallen. Naar alle waarschijnlijkheid
kon Jenny Cockell zich dus werkelijk de traumatische manier herinneren waarop ze
als Mary Sutton in haar vorig leven werd gescheiden van haar kinderen.
T. R.
IK WEET HET GEWOON!
Kinderen en hun ervaringen
uit vorige levens.
Op een doodgewone middag zit Carol Bowman met haar kinderen en
een bevriende hypnotherapeut rond de keukentafel. Thee en koekjes, niets aan de hand.
Opeens komt de gedachte over de onverklaarbare angst van haar zoontje voor harde
geluiden boven. Een korte regressie sessie volgt. Haar zoontje blijkt een soldaat
te zijn geweest, temidden van een veldslag: Kanonnen, vuur, rook, gegil. Deze ervaring
vormt voor de psychotherapeut de aftrap van het onderzoek. Ik ontdekte vier tekenen
die aanwijzingen geven dat een kind over een vorig leven praat.
Ze is even kort in
Amsterdam voor een vakantie met haar man. Ze hebben leuke dagen gehad, veel spontane
ontmoetingen met mensen. Ze verwonderen zich over de openheid in ons land. Tijdens
het ontbijt dat vooraf gaat aan haar terugvlucht naar de Verenigde Staten vertelt
ze over haar werk. Ze heeft de afgelopen jaren vele gesprekken gehad met ouders en
kinderen over herinneringen aan vorige levens. Na dit onderzoek ontdekte ze een patroon.
Namelijk dat gebeurtenissen uit een vorig leven vaak het gedrag van kinderen in dit
leven bepalen. En dat nare herinneringen hieraan zelfs de oorzaak kunnen zijn van
angsten, fobieën en ziekten. Onder hypnose komen zulke verhalen uit het verleden
vaak boven tafel. Bovendien praten kinderen er ook vaak spontaan over. Psychotherapeut
Caral Bowman: In ieder kinderlichaam bevindt zich een oude, geïncarneerde ziel. Ik
ontdekte dit toen mijn zoontje onder 'n lichte hypnose van zijn angst voor harde
geluiden werd verlost. De link lag in een voorbij leven.
Kanonnen en geschreeuw:
Het is al ruim vijftien jaar geleden. Carols zoontje Chase reageerde regelmatig hysterisch
als hij harde geluiden hoorde. Was het eerst vuurwerk waar hij heel angstig op reageerde,
even later schrok hij van het geluid van de duikplank in het zwembad, samen met het
geplons en geschreeuw van andere kinderen. Carol kon er de vinger niet op leggen.
Ze kon hem troosten, hem vragen wat er aan de hand was. Er kwam geen duidelijk antwoord.
Het enige wat ik me realiseerde was, dat hij bang was voor harde geluiden. Toen ik
hem vroeg of dat zo was, knikte hij van ja. Maar terug naar het zwembad wilde hij
onder geen enkele voorwaarde.
Een paar weken later kwam een bevriende hypnotherapeut,
Norman genaamd, een tijdje bij ons logeren. Op een doodgewone middag aan de keukentafel
noemde ik op wat er met ons zoontje Chase aan de hand was. En Norman vroeg Chase
toen of hij mee wilde doen aan een experiment. Omdat zowel mijn zoontje als ik deze
angst graag uit de wereld wilden hebben, gingen we van start. Chase kwam bij me op
schoot zitten, sloot zijn ogen en Norman vroeg hem wat hij zag als hij die harde
geluiden hoorde. Chase beschreef zichzelf als soldaat. Ineengedoken op zijn knieën,
schietend op de vijand. Gebulder van kanonnen, overal is geschreeuw en gedreun.
Je
rol spelen:
Terwijl Chase bij Carol op schoot zit, beschrijft hij hoe hij eruit ziet
als soldaat: Vuile, rafelige kleren, bruine laarzen. Ik ben bang, ik wil geen andere
mensen doodschieten, geeft het jongetje aan. De toon waarop hij sprak, was ernstig
en volwassen, vertelt Carol Bowman. Heel anders dan die van mijn vrolijke zoontje
van vijf. Ook aan zijn lichaam dat bij mij op schoot zat, kon ik voelen hoe intens
zijn ervaring was. Zijn lichaam verstijfde toen hij iets zei als: Ik ben aan het
schieten vanachter een rots. Z'n ademhaling versnelde en hij kroop in elkaar. Norman
legde Chase vervolgens uit dat we vele verschillende levens op aarde leven. Steeds
als een toneelspeler een andere rol spelen in een toneelstuk. Door die verschillende
rollen te spelen, leren we wat het betekent om mens te zijn.
De ene keer ben je een
onderwijzer, priester of misschien een winkelier. Dan weer leef je het leven van
een soldaat die iemand doodt, een andere keer word je zelf gedood. We doen niets
anders dan onze rol spelen om te leren. Norman gaf aan dat het geen schande was om
een soldaat te zijn. Chase begon te ontspannen. Hij vertelde verder over hoe er een
kogel in zijn rechterpols was geschoten, dat hij in een barak verpleegd werd en vervolgens
weer het strijdgewoel in moest. En even later vervaagden de beelden die hij kreeg.
Hij sprong van mijn schoot en rende naar buiten om te spelen.
Angst en eczeem verdwenen:
Een bijzonder verhaal, waar nog twee staartjes aan zitten. Carol: Chase heeft al
sinds zijn geboorte eczeem. Precies op de plek op zijn pols waar de kogel hem als
soldaat had geraakt. Een paar dagen na zijn regressie-ervaring was het eczeem volledig
verdwenen. 't Is ook nooit meer teruggekomen. Het tweede staartje hangt samen met
zijn angst voor harde geluiden. Die verdween ook.
Hij is zelfs gaan drummen. En na
deze ervaring begon voor psychotherapeut Carol Bowman een heel nieuwe fase in haar
leven. Ze begon met een uitgebreid onderzoek: Ze ging vele ouders en hun kinderen
interviewen die soortgelijke ervaringen hadden. Ze schreef er twee boeken over: 'Wie
was mijn kind?' en 'Kinderen uit de hemel'. Ze ontwikkelde therapieën, geeft lezingen
en ontwikkelde praktische adviezen voor ouders. Want hoe herken je zo'n herinnering?
Hoe onderscheid je een verhaal uit een vorig leven van een fantasie? En hoe ga je
om met je kind als 't spontaan met een uitspraak uit een vorig leven komt. Zó dat
zo'n herinnering een geruststellend en helend effect heeft?
Je kind begeleiden:
Hoe
weet je als ouder (of als grootouder, tante, verzorger of onderwijzer) dat een spontane
uitspraak van een kind over een voorbij leven gaat? Allereerst kom ik met de simpele
woorden dat weet je gewoon als ouder of verzorger, vertelt Carol! Geen bevredigend
antwoord, maar toen ik de situaties die bij me binnenkwamen bestudeerde, kwam ik
steeds bijna woordelijk dezelfde uitspraken tegen. Daarnaast ontdekte ik vier tekenen
die een aanwijzing geven dat een kind over een vorig leven praat. Allereerst viel
me de zakelijke toon van hun bevindingen op. Heel nuchter. In de auto of al spelend
in huis kan een kind op zakelijke toon zeggen:Mijn andere moeder maakte dat ook.
Of: Op zo'n plek ben ik ook doodgegaan. Ook opvallend is de blijvende consistentie
in het verhaal dat kinderen vertellen: Ze zullen het blijven herhalen zonder er iets
in te veranderen. Fantasieverhalen komen uit de verbeelding voort. Herinneringen
uit een vorig leven vinden hun oorsprong in een soort van mentale film: Werkelijk
gebeurd en persoonlijk ervaren.
Verrassend talent:
Een derde teken dat verwijst naar
echt beleefde gebeurtenissen is dat een kind komt met kennis die buiten zijn of haar
huidige ervaringswereld valt. Kortom, je zoon of dochter heeft het over dingen waarvan
jij zeker weet dat hij of zij die nog niet kan weten of hebben ervaren, legt Carol
uit. Je kunt in zo'n geval bijvoorbeeld een directe vraag stellen als: Hoe weet je
dat? Als het antwoord is: Ik weet het gewoon, kun je iets op het spoor zijn. Je kunt
er verder ook op letten of het gedrag van je kind met het regressieverhaal overeenkomt.
Denk bijvoorbeeld aan een fobie, ongewoon gedrag, spontane vaardigheden of een talent
voor iets dat nergens in de familie voorkomt of niet makkelijk kan worden verklaard.
Is er een link met het verhaal dat je kind vertelt?
Het leven kent vele verrassingen.
Tommy van een jaar of vier bleek moeiteloos een knoop aan zijn broek te kunnen naaien.
Carol: Dit jongetje verloor eerder die week een knoop en zijn moeder wilde die er
op een gegeven moment weer aannaaien. Tommy stond op, nog voor zijn moeder in actie
had kunnen komen. Hij pakte naald en draad. Haalde de draad door de naald alsof ie
het dagelijks deed en zette de knoop er in een mum en een zucht aan. Toen zijn moeder
vroeg waar hij dit had geleerd, zei hij: Nou, op mijn schip deden we dit altijd.
Tenslotte kunnen ook lichamelijke kenmerken een bewijs zijn. Misschien krijg je iets
te horen over een verwonding of dood in een vorig leven. En is er een aangeboren
lichamelijk kenmerk, geboorteafwijking of een chronische aandoening die daarmee in
verband staat. Als je vermoedt dat dit zo is, kun je er altijd naar vragen, maar
forceer niets.
Liefdevol luisteren:
Wat kun je als ouder doen als je kind opeens
met een herinneringen uit een vorig leven komt? Voel je allereerst gesterkt dat je
niet de enige ouder bent die dit meemaakt, geeft de Amerikaanse psychotherapeut aan.
Vele ouders hebben zonder begeleiding hun kinderen geholpen bij het verwerken van
diepgaande ervaringen. Met name liefde, intuïtie en willen luisteren waren daarbij
belangrijk. Verdere tips die ik uit mijn onderzoek heb kunnen halen?
Wat je doet
als je kind opeens zegt: Toen ik groot was, had ik een andere mammie. Of: Bij mijn
andere ouders was ik een jongen. Blijf kalm. Adem rustig door. Zet je gedachten zo
veel mogelijk, opzij, geef je kind alle aandacht. Reageer bevestigend op wat je zoon
of dochter zegt. Laat voelen dat je het gelooft en dat het belangrijk voor je is.
Stel verder vragen, open vragen: Stimuleer je kind om te vertellen. Laat het z'n
gang gaan. Als er emoties bij komen kijken, als je kind verdrietig, opgewonden, gelukkig
of overstuur reageert, laat hem of haar zich dan volledig uiten. Misschien reageert
je kind verward of juist heel gereserveerd. Wat er ook gebeurt, laat 't toe zolang
de herinnering blijft doorgaan en zolang er energie voor is.
Schrijf het op:
Hoe
je je kind nog meer kunt ondersteunen? Door het te helpen een scheiding tussen 't
nu en 't verleden te maken. Dit is niet altijd nodig. Sommige kinderen hebben nadat
ze hun verhaal hebben gedaan en hun emoties hebben geuit, er nog last van, vertelt
Carol! Toen en nu vloeien soms in hun bewustzijn in elkaar over. Zeggen dat ze nu
veilig zijn en dat de ervaring tot het verleden behoort, kan dan helpen. Een laatste
tip die ze geeft, is om aantekeningen te maken van de verhalen van je kind. Liefst
als ze nog vers in je geheugen zitten. Wat je kunt noteren? De woordkeus, lichaamstaal,
emoties en vragen die jij stelde. Je gevoelens, gedachten terwijl je luisterde en
wat jullie deden toen de herinnering boven kwam drijven. Misschien komen er eerst
fragmenten en past na verloop van tijd de puzzel in elkaar. Het is hoe dan ook een
bijzondere ontdekkingstocht, samen met je kind!
C. B.
EEN
VORIG LEVEN IN EEN ANDER LAND.
Jonge kinderen met uitspraken over reïncarnatie hebben
het vaak over een vorig leven in hetzelfde gebied als waar ze nu wonen. Soms gaat
het zelfs om één en dezelfde familie. Maar er zijn kinderen die over een vroegere
incarnatie in een ander land beginnen. Ook in Nederland tref je die aan.
Sommige
kleuters blijken dingen te weten over andere landen zonder dat ze daar iets over
gehoord hadden in dit leven.
Reïncarnatieonderzoeker dr. Ian Stevenson constateerde
dat spontane herinneringen aan vorige levens vaak gelokaliseerd zijn in dezelfde
streek als waarin het kind tegenwoordig leeft. Het gegeven dat kinderen zich een
vorig leven herinneren in een gebied dichtbij de huidige woonplaats, wordt wel de
‘geografische factor’ genoemd. Het zou kunnen dat wedergeboren worden in dezelfde
regio het gemakkelijker maakt om je iets te herinneren van vroeger. Dat effect kennen
we allemaal bij herinneringen aan onze huidige kindertijd. De omgeving kan associaties
oproepen met gebeurtenissen uit het verleden. Bijvoorbeeld als we teruggaan naar
plekken uit onze jeugd. Een andere verklaring voor de geografische factor luidt dat
mensen vaak zelf meebeslissen over de streek waarin ze reïncarneren. In veel gevallen
zou dat dezelfde omgeving zijn.
ANDERE LANDEN:
Toch zijn er ook gevallen waarvoor dit
niet opgaat. Stevenson beschrijft bijvoorbeeld een jongen uit Hongarije, Gedeon,
die rond zijn vierde van alles vertelde over een leven in Afrika. Gedeon beschreef
hoe hij een keer op jacht ging en aangevallen werd door een tijger. Hij tekende een
ronde hut met een vrouw met blote, hangende borsten erbij en legde uit dat ze in
zijn land allemaal in zulke hutten leefden. Er was een rivier waarop ze vaarden in
uitgeholde boomstammen. Ook waren er bomen en vruchten die niet in Hongarije voorkomen.
Gedeon vertoonde een bijzonder talent voor roeien en klimmen. Hij zei het hij vaak
in zelfgemaakte boten vaarde en in erg hoge bomen klom om uit te kijken naar prooidieren.
Later in dit leven bleek hij ook nog veel talent te hebben voor drummen. Stevenson
vindt de verhalen te realistisch om ze toe te schrijven aan kinderlijke verbeelding.
In verband met oorlogen bestaan er veel kindergevallen over een leven als lid van
een ander volk. E Engelse jongen Carl Edon beweerde bijvoorbeeld dat hij een Duitse
piloot was geweest die boven Engeland was neergestort. Hij wist dingen over het Duitse
leger die je niet van een Engelse jongen van zijn leeftijd mag verwachten. In Myanmar
(het voormalige Birma) heeft Ian Stevenson veel kinderen gevonden met paranormale
herinneringen aan een leven als Japanse soldaat. En de Indiase jongen Bajrang Bahadur
Saxena herinnerde zich een leven als een blanke militair met de naam Arthur. De jongen
beweerde dat hij was gesneuveld in de Eerste Wereldoorlog. Bajrang had ‘Britse’ trekjes.
Hij at liever brood dan rijst en vond het te warm in India. Ook droeg hij bij voorkeur
overhemden, korte broeken en schoenen in plaats van traditionele Indiase kleding.
NEDERLANDSE
GEVALLEN:
Eén van de bekendste Nederlandse reïncarnatiegevallen, dat van Kees (pseudoniem),
gaat ook al over een frontsoldaat. Kees vertelde zijn moeder dat hij vroeger Armand
had geheten en hij sprak die naam op zijn Frans uit. Hij beweerde doodgeschoten te
zijn terwijl hij zelf ook een geweer vasthield. Zijn vrienden waren al eerder gedood
door de vijand. Cerunne, een meisje uit Gelderland, herinnerde zich als kleuter een
leven als zeeman die ‘arme mensen’ moest ophalen. Ze werden ingescheept in een plaats,
die zij La Karoenja of Garoenja noemde en vervolgens naar een eiland met palmbomen
gebracht. Ze beschreef daarbij enkele gebruiken aan boord. Dit alles maakt het mogelijk
haar uitspraken in verband te brengen met e historische emigratie van arme Spanjaarden
uit La Coruna naar Cuba.
Net als Gedeon toonde Cerunne een buitengewone aanleg om
te klimmen, hetgeen ze zelf in verband bracht met het klimmen in de mast van haar
schip. Er zijn Nederlandse kinderen die zich een leven buiten Europa herinneren.
Myriam R. wist bijvoorbeeld nog dat ze in een woestijn met cactussen had geleefd.
Er was overal geel zand. Ze had een getinte huidskleur en woonde in een houten huis
met een veranda. Ze had veel broertjes en zusjes waar ze op moest passen. Toen ze
een keer water ging halen uit een put, werd ze overvallen door een zandstorm en daarbij
liet ze het leven. Deze herinneringen komen overeen met de leefomstandigheden in
New Mexico. Een ander voorbeeld zien we bij de jongen Y.K. Al op heel jonge leeftijd
had Y.K. het over een leven ‘in de sneeuw’. Hij vertelde dat hij spleetogen had en
dat hij schoenen droeg die leken op zakjes, gemaakt van dieren.
Soms moest hij een
soort tennisracket onder zijn schoenen doen om in de sneeuw te kunnen lopen. Hij
had het ook over ‘dikkig eten’, een soort pap. Kleren maakten ze van dierenhuiden.
Later, na zijn derde, kwamen er nog uitspraken over een ander leven bij. Bijvoorbeeld
dat hij woonde in een huis gemaakt van grote brokken steen, dichtgesmeerd met paardenpoep.
Hij zei: “Het huis was ook niet echt een huis, omdat het geen kamers had; eigenlijk
was het één kamer met alles erin.” Het verhaal van Y.K. deed vermoeden dat het huis
zich in de buurt van een woud of bos bevond. Y.K. is overigens niet het enige kind
met herinneringen aan meerdere vorige levens, maar het verschijnsel is betrekkelijk
zeldzaam.
SURINAME:
We raadpleegden antropologe Antonia Mills over deze uitspraken
en zij verklaarde: “Het eerste verhaal klinkt alsof het een Inuït-verhaal is, afkomstig
van de Eskimo’s.” Het andere leven kan zich in Azië hebben afgespeeld. Jolanda Klaassen
uit Velp wist als kind al dat ze een bijzondere band had met Suriname, Ze vertelde
ons: “Ik denk dat ik net vier was toen ik het ‘plots wist’. Of ik het gedroomd heb,
gehoord of gevoeld, het is me niet helder. Voor alle duidelijkheid; ik kende toen
geen enkele Surinamer en had er bij mijn weten in dit leven nog nooit van gehoord.
In elk geval niet bewust.” Ze had hier ook beelden van een erf bij. “Het lijkt verdraaid
veel op een erf in het binnenland van Suriname. En ik zag vaak rode aarde.”
Opvallend
is verder onder andere dat Jolanda met het grootste gemak het Stanan Tongoe leerde.
Zo goed zelfs dat Surinamers dachten dat ze een blanke Surinaamse was. “Mijn taalvaardigheid
wat betreft het Stanang Tongoe is voor een ieder opmerkelijk. Zelfs voor de buschauffeurs,
taxichauffeurs, winkelbedienden, et cetera. Het feit dat ik het zo vrij en vrijwel
zonder accent spreek is volgens velen uitzonderlijk. Dat hoor ik overal.” Carlijn
een Nederlands meisje geboren in 1989, vertelde dat ze in haar vorig leven Surea
of Suraya heette. Ze had een donkere huid en lang donker haar. Ze zei onder andere:
“Ik mocht toen ik vier werd op een pony rijden.
Het was 8 juli toen ik vier werd
en in de winter ging ik dood. Ik moest alleen naar school lopen en zag iemand in
het zand graven. Ik klom in het gat en toen kwam er een heleboel zand op mij en ik
kon er niet meer uit. Soms kon ik mijn handen er nog uitsteken, maar ineens hoorde
ik niets meer en werd het helemaal zwart. En toen kwam ik bij jullie!” Ook vertelde
Carlijn dat ze ’s avonds geen centrale verwarming hadden, maar zelf vuur maakten
van houtblokken. Ze deden dat ‘vuurtje stoken’ buiten, maar soms ook binnen. Carlijn
vroeg zich af hoe je een schoorsteen moet maken, want ‘anders wordt het zo warm binnen’.
Ook had ze het over brood dat ongesneden was. Haar toenmalige moeder sneed dit brood
zelf met een mes. Voor zover haar moeder zich dat herinnert, zei Carlijn dat de mensen
donker haar en een donkere huidskleur hadden.
Het zou te gemakkelijk zijn om uitgerekend
deze casussen als fantasie af te willen doen. Bovendien blijken sommige kleuters
dingen te weten over andere landen zonder dat ze daar iets over gehoord hadden in
dit leven. Laten we dan ook uitgaan van reïncarnatie als meest aannemelijke hypothese
voor dit soort gevallen. Dan geven deze herinneringen aan dat we ook als zielen heel
‘mobiel’ kunnen zijn. We zijn niet voorgoed exclusief gebonden aan een bepaalde streek
of etnische groep. Anders gezegd: als ziel of geest zijn we niet gehouden aan de
grenzen tussen landen. Kreten als ‘eigen volk eerst’ blijken dus ook in de spirituele
zin misplaatst te zijn.
T. R.