Wie is Giel Heijmans?
Giel is de oprichter van het kwartaalblad de BOEKENWIJZER, samen met nog twee andere mensen. De boekenwijzer is een blad voor de lezers van de boeken van Jozef Rulof, waarin iedereen vragen kan stellen en ook kan beantwoorden n.a.v. andere vragen die er gesteld zijn. De Boekenwijzer verschijnt al vanaf 1990.
Giel draagt met hart en ziel de boodschap van de boeken van Jozef Rulof uit.
Hij probeert dit over te brengen, door artikelen en zeer mooie gedichten die iedereen wel zullen aanspreken te schrijven.
Jaarlijks organiseren ze de Boekenwijzerdag waar leden van het kwartaalblad met introducés welkom zijn en de dag is gratis, deze bestaat uit lezingen vragen stellen waar iedereen zijn of haar gedachten over uit mag spreken en nadere kennismaking met anderen.
Diny en ik zijn er in 2005 voor het eerst geweest en hebben het als een bijzondere fijne en inspirerende dag ervaren met gelijkgestemden en gaan in 2006 beslist weer.
Giel heeft ook nog twee Websites, waarop veel informatie te lezen is:
http://home.12move.nl/~se634389/
http://members.chello.nl/m.heijmans11/
Hun correspondentieadres is:
De Boekenwijzer
Postbus 4033
5604AE Eindhoven.

                                            HET LEVEN IS GOED!!!!!!
Dit is niet alleen een theoretische stelling, maar ook een 'manier van denken', een 'praktische  levenshouding' die we ons steeds meer eigen dienen te maken.
En dat valt niet altijd mee in deze harde maatschappij. Toch is het de moeite waard om ons door die gedachte (het leven is goed) op het hogere af te stemmen, want goede gedachten vormen de basis voor goede handelingen.  Deze gedachte geeft ons macht over ons eigen leven en daardoor groeien we de goede kant uit en daar gáát het toch om bij de evolutie van onze ziel. Is dát niet het doel van ons leven? En het begint allemaal met een simpele gedachte; maar... je moet ze wel willen denken en er wel in willen geloven.

"Het leven is goed' is geen formule om ons zelf iets wijs te maken; ook niet om weg te zweven, weg te vluchten en om zo buiten de maatschappij te komen staan. Nee het is juist een zeer realistische, met-beide-benen-op- de-grond-methode om jezelf af te stemmen op wat je met je levenwil doen. De boeken van Jozef Rulof leren ons het hoe en waarom van deze manier van denken. Er zullen altijd mensen zijn die de Rulof-boeken niet kennen, of nog niet begrijpen, en die ons zullen verwijten, dat we ons zelf iets wijs willen maken omdat 'het leven is goed' zo tegenstrijdig lijkt met onze rotte maatschappij, met het schijnbaar onrechtvaardige leven op aarde. Is dit niet bijna net zo tegenstrijdig als: in de tijd van de tweede wereldoorlog met als z'n verschrikkingen, de vernietigingskampen enz. toch geloven in een liefdevolle, almachtige God? Wie toen riep: "God is alleen maar liefdevol", werd ook voor gek verklaard; maar voor wie het leven werkelijk begrijpt, sprak ie wel de waarheid: Als we nu, bij alles wat er in de maatschappij gebeurt, het commentaar zouden geven "het leven is goed ", dan zou men ons waarschijnlijk ook voor gek verklaren. Maar... wat mensen van ons denken, of hoe mensen ons beoordelen, daarover hoeven wij ons niet druk te maken. Wat wel belangrijk is, is dat wij zelf leren begrijpen waaróm het leven, ondanks alles, toch goed is.

Dan leren we er ook op vertrouwen dat het leven goed is, dat het goed is voor de evolutie van onze ziel, onze liefde, ons gelukkig-zijn en toekomst. En de Rulof-boeken kunnen ons geweldig van dienst zijn bij dit leren begrijpen en er op vertrouwen. Geen enkele andere leer kan u het leven zo goed laten begrijpen als die van de meesters van gene zijde, want die hebben het overzicht van het (verre)  verleden, het heden en de (verre) toekomst, zowel voor individuele mensen als voor de gehele mensheid. En hoe beter we het leven leren begrijpen, hoe beter we leren aanvaarden hoe het leven IS en dat dit leven goed is, altijd en voor iedereen. Dus hoe beter we het leven leren begrijpen, hoe gemakkelijker we het kunnen aanvaarden als zijnde GOED, ook ons eigen lot; en we gaan het dan niet alleen op die manier begrijpen, maar ook steeds vaker voelen (en dat is iets wat sommigen in het Oosten 'verlichting' noemen). Beste lezer, dit staat er dus los van hoeveel karma of oorzaak- en-gevolg we nog hebben, dus hoeveel we nog goed te maken hebben vanuit ons (verre) verleden.

Dit 'het-leven-is-goed-gevoel' heeft ook niets te maken met hoe rijk of beroemd men is. Een priester, psychotherapeut of wat voor trainer dan ook kan het je niet aanpraten omdat een gedeelte van je innerlijk er niet in kan geloven. De psychologie kent allang de positieve effecten van 'positief denken'. Tot op zekere hoogte werkt dat bij iedereen die het wil uitproberen, maar... 'tot op zekere hoogte' omdat men de filosofie..erachter zelf niet kent. Men maakt als het ware zichzelf wijs: het leven is goed (en zelfs dat heeft al een positief effect) maar men gelooft niet echt dat het leven ook altijd, werkelijk goed is. Voor hen zijn de schijnbare tegenstrijdigheden nog te groot om te kunnen overstijgen met hun levensvisie. Zij begrijpen nog te weinig van de werkelijke levenswetten van God. En indien je die kennis over God en Zijn wetten niet hebt (zoals wij die wel kunnen hebben via de Rulof-boeken) dan kun je het leven in de maatschappij en ook je eigen leven, altijd slechts gedeeltelijk als zijnde 'goed' begrijpen en aanvaarden. Je blijft dan telkens een gedeelte van het leven als 'slecht' ervaren, ook al doe je nog zo goed je best om dit niet onder ogen te willen zien. Daar is geen geloof, geen therapie of training tegen opgewassen. Alleen het leren begrijpen van de diepe werkelijkheid, van de achterliggende wetten van het leven, met als hoogste wet de Liefde, alleen daardoor kunnen we werken aan een natuurlijk gevoel van: het leven is goed, het is precies zoals het moet. Dan zal bij ons dat gevoel vanbinnen uit komen en is niet meer te verstoren door de schijnbare tegenstrijdigheden van de maatschappij.

Beste lezer, zonder die kennis van Gods wetten zoals wij die kennen uit de Rulof-boeken, zullen de mensen niet verder komen als: 'het leven is goed, maar...' of 'het leven vaak goed', en 'vaak' wil dus zeggen 'niet altijd' of 'onder bepaalde voorwaarden' en daardoor verliest de stelling 'het leven is goed' veel aan kracht. Men kan er dan dus niet met hart en ziel in geloven. En daarom ben ik zo dankbaar voor die geweldige kennis die ik heb mogen halen uit de boeken die via Jozef Rulof geschreven zijn.
Giel Heijmans.


             AAN DE LEZERS VAN DE BOEKEN VAN JOZEF RULOF.  
Als lezers van de boeken van Jozef Rulof weten we wie Christus is (eerste mens, onze oudste broeder, hoogst
 ontwikkelde mens in de schepping enz.) en wat zijn boodschap was. Christus vertelde over een verder leven na de dood, over de evolutie van geest en ziel, over liefde als doel en middel... Liefde als doel en middel... Prachtig! Maar dit is voor ons allemaal theorie en de vraag is: WIJ als theoretici, wat dóén we daar mee? Hoeveel zijn wij daar in de praktijk mee bezig? En, omdat men een ware christen vooral aan z'n daden herkent, kunnen wij ons afvragen: hoe 'christelijk' zijn wij zelf? Wij met al die unieke kennis over de geestelijke waarheid van het leven, zijn wij 'christelijker' dan de traditionele, kerkelijke 'christenen?

Ik denk dat het antwoord hierop 'nee' zal zijn, want je bent immers 'christen' naarmate je liefde hébt en gééft en die liefde heb je jezelf door: goedmaken, goeddoen en hard werken aan jezelf, eigengemaakt in vele levens en... dus niet door nu een serie goede boeken te lezen. Maar..wat onderscheidt ons dan wél van andere 'christenen? Wij als Ruloflezers zijn volgens mij bij het toepassen van de dienende liefde 'bewuster en zuiverder gemotiveerd'. Wat dit inhoudt, zal ik proberen uit te leggen door een praktisch voorbeeld: Ik woon in een stad en bij mij in de straat heeft een oud stel snel even wat hulp nodig. Ik help die mensen enkele dagen een half uurtje tot het probleem verholpen is. Waar het nu om gaat is: WAAROM help ik? Uit medelijden? Om te laten zien hoe een goed mens ik ben? Om te laten zien hoe beschaafd ik ben? Om mijn schuldgevoel te sussen? Omdat ik het mijn plicht vind? Uit angst dat men mij zou verwijten als ik het niet gedaan zou hebben? Om even afgeleid te zijn van mijn eigen problemen?

En zo zijn er wellicht nog wel meer mogelijke redenen op te noemen, maar... dit zijn. allemaal geen ZUIVERE redenen waarom de ene mens de ander dient te helpen. Natuurlijk zijn zulke redenen voldoende om te helpen in situaties zoals bij het genoemde voorbeeld. Maar de motivatie dient toch zuiverder en dieper te zijn, indien we het hebben over werkelijke hulpverlening en het elkaar helpen op grote schaal in onze maatschappij en ook indien we het hebben over dienend werk kunnen doen in het hiernamaals: bijvoorbeeld in de sfeer die een sfeer lager ligt dan jouw afstemming is, of bij dienend werk in de sfeer der aarde of bij liefdewerk in de duistere sferen. Dan dien je veel zuiverder gemotiveerd te zijn anders hou je het niet lang vol.

In de Rulof-boeken hebben we gelezen, dat men in het land van haat liefdewerk doet niet uit medelijden, want dan ga je over in de ellende van degene die je wilt helpen en 'verlies' je jezelf, kun je jezelf niet zeer zijn, je eigen afstemming niet meer vasthouden. Daardoor verlies je tevens de kracht en de mogelijkheid om die ander te kunnen helpen.
 Zó belangrijk is de MOTIVATIE en aan gene zijde mediteert men dan ook lange tijd over z'n drijfveer, over de werkelijke reden waarom men dienend werk wil doen. Maar, wat weten WIJ nu over: wélke zuivere motivatie dat dan dient te zijn? Eigenlijk... doe je het om voor jezelf een hogere afstemming te verdienen, dus om jezelf meer liefde en geluk eigen te maken. Dat klinkt misschien egoïstisch maar dit is de enige eerlijke en werkbare motivatie aan gene zijde en zou het eigenlijk ook moeten zijn bij mensen die op aarde iemand helpen. Dan zou de hele aarde in een hogere afstemming komen; en is dat niet juist de bedoeling van Christus?

Ikzelf, als schrijver/denker, ken de theorie, maar moet in de praktijk over de dienende liefde nog veel leren; bij mij gaat het niet zo zeer over de onzuiverheid van mijn motivatie om te helpen, maar ik kóm er vaak niet toe; in de praktijk ben ik vaak te passief. Misschien ben ik nog te veel met mezélf bezig en met 'sociaal overleven' in deze maatschappij. Misschien twijfel ik nog te veel aan mijn mogelijkheden om iemand te kunnen helpen. Misschien ben ik van karakter nog wat te passief en afwachtend; wie weet, heb ik in een vorig leven in India geleefd waar velen zo passief zijn naar hun eigen lot en dat van anderen? Maar gelukkig kan ik, wat betreft daadkracht en hulpbereidheid, nog veel leren van mijn vrouw, die zich dit wel reeds in haar karakter heeft eigen gemaakt.

Als het onze levenstaak op aarde betreft, geldt het principe: doe dat soort werk waarin je goed bent, dat jou ligt en dat je daarom enigszins graag doet. Maar als het de dienende liefde betreft, is dit iets wat iedereen dient te leren en toepassen, ieder op z'n eigen manier. Het hoeft natuurlijk niet meteen perfect te lukken. Ook hier geldt: al doende leert. En we hoeven niet te vrezen dat onze hulp niet efficiënt zal zijn, want voor degene die hulp nodig heeft geldt meestal: alle oprechte hulp is welkom. En vaak is, als je in onze maatschappij hulp krijgt, het gevoel dat iemand je echt wilt helpen, nog belangrijker dan de praktische hulp. Een beetje warme aandacht, een vriendelijk gebaar en een positieve gedachte in de vorm van enkele woorden, doen al vaak wonderen.

Deze geven iemand de moed om verder te gaan, om niet bij de pakken neer te gaan zitten, maar om de draad weer op te pakken om mogelijkheden te zoeken voor het oplossen van z'n problemen, zodat men zich zelf weer verder kan helpen. Een mens kan zichzelf meestal beter helpen dan ie denkt, als ie maar af en toe een positief duwtje in de rug krijgt van een medemens.
 Als ik iemand tegenkwam die hulp kon gebruiken, dacht ik tot voor kort meestal: toeval bestaat niet, dus die heeft z'n eigen probleem veroorzaakt, dus die moet het dan ook maar zelf oplossen, ieder heeft zijn eigen
verantwoordelijkheid, punt. Maar tegenwoordig denk ik daar nog bij: toeval bestaat niet, dus ik kom niet toevallig die medemens tegen; misschien kan ik op de een of andere manier helpen, zodat ie vervolgens zichzelf verder kan helpen. Ik krijg hier misschien de mogelijkheid om die ander een positief duwtje in de rug te geven zodat we daar beide beter van worden.

Jozef Rulof heeft ooit gezegd dat we niet allemaal 'sociaal werkers' hoeven te worden. Volgens mij bedoelde hij daarmee niet dat wij geen dienende liefde moeten toepassen, maar, dat wij onze liefde in eerste instantie dienen te richten op de mensen uit onze naaste omgeving en pas in tweede instantie op mensen die verder van ons vandaan wonen, en verder ook, dat WIJ ons niet te 'graag' met anderen moeten bemoeien terwijl we niet of te weinig aan ons eigen karakter willen werken. Jozef Rulof en ook zijn moeder (Crisje) hielpen maar al te graag, waar zij konden, 'andere mensen. Echter, dat was niet altijd zo eenvoudig omdat mensen daar soms misbruik van wilden maken. Beiden hadden dus zo hun eigen methode om misbruik te voorkomen.

Angst dat er van je hulpbereidheid geprofiteerd wordt, mag echter voor niemand een reden zijn om medemensen niet te helpen. Voor mezelf heb ik dus een methode gezocht om misbruik te voorkomen. Ik hanteer daartoe twee leefregels:
1/ Ik hoef me nooit VERPLICHT te voelen om hulp te geven (indien ik hulp wil geven dient dit 100% mijn eigen vrije keuze te zijn).
2/ Ik neem bijna altijd zelf het initiatief indien ik iemand ga helpen. (Alleen in hoge uitzondering geef ik hulp wanneer men er mij NAAR VRAAGT en de kans is nóg kleiner dat Ik hulp geef wanneer men mij hulp in de vorm van geld vraagt.)
U ziet het, 2 simpele regeltjes, die kunnen voorkomen dat er van een hulpgevend mens geprofiteerd wordt. En nu heb je dan geen excuus meer om dáárom bij het hulp geven passief te blijven.
Dus gewoon DOEN en van je mogelijkheden gebruik maken om de ander en daardoor jezelf te helpen, zoals God het van ons wil en Christus het ons voorgedaan heeft.

Nog even terugkomend op het begrip medelijden: word jij triest omdat je denkt dat iemand onrechtvaardig moet lijden, dat is dit: medelijden. Die triestheid krijgt kracht omdat je de rechtvaardigheid van het leed, dat je waarneemt, niet inziet. Immers, alle leed dat jij bij mensen kunt waarnemen, hebben die mensen ooit in hun verleden (vorige levens) zelf veroorzaakt. En zodra je daar ook in gevoel 100% van overtuigd bent, dan heeft dat trieste gevoel geen macht meer over jou en wordt het omgezet in een zachte drang om die mensen te willen helpen zichzelf te helpen. Want jij kunt hen die ellende niet afpakken; jij kunt die last niet van hen overnemen.
Bovendien kun jij hen alleen helpen indien ZIJ aanvaarden dat ze hulp nodig hebben. Want alle hulp, die je geeft aan mensen die niet geholpen willen worden, is verspilde energie. Men dient dus open te staan voor jouw hulp en dán pas kun jij hen helpen zichzelf verder te helpen. JIJ helpt eigenlijk dus alleen bij het opstarten of  heropstarten van een proces; de rest van het proces dienen ze zelf te doen.

Enkele voorbeelden van hoe je iemand kunt helpen zichzelf te helpen zijn, het goede voorbeeld geven, optimisme uitstralen, een heel klein praktisch dingetje als gebaar, een goed gesprek, laten zien dat verandering, verbetering mogelijk is (veel mensen geloven hier niet (meer) in), iemand moed inspreken om weer verder te gaan, laten zien dat men niet de enige is met problemen en dat er veel mensen zijn die nog grotere problemen hebben, inzicht geven en geloof tonen in de diepere zin van het leven.
Het kan zeker geen kwaad indien je eerst eens goed na wil denken over hoe je iemand wil helpen. Maar we mogen er gerust op vertrouwen dat we op het juiste moment het juiste idee krijgen om bepaald iemand te kunnen helpen. Wie helpt, krijgt hulp en zeker als je er voor open staat. Er zullen dan nog vele andere methodes blijken te zijn dan welke ik daarnet opgenoemd heb. En volgens mij zullen we ons daar nog vaak over gaan verbazen.
Giel Heijmans.

                            MICHIEL'S VRAGEN AAN ZIJN VADER.
Zijn vader is een enthousiast lezer van de boeken van Jozef Rulof.
Pa, u leest zo vaak in die boeken van Jozef Rulof. Mag ik u daar eens iets over vragen?
Jazeker, Michiel, daar mag je me alles over vragen.
U heeft het vaak over 'De leer uit de boeken van Jozef Rulof', waarom was het ook alweer niet goed om 'De leer van Jozef Rulof' te zeggen?
Dat heeft ermee te maken WIE die boeken geschreven heeft, Michiel. Jozef Rulof was alleen het instrument, het medium om die teksten op papier te kunnen zetten. Maar de werkelijke schrijvers waren de méésters van Jozef Rulof. En dát zijn wijze mensen die lang geleden op aarde geleefd hebben en zijn doodgegaan, om daarna als geest verder te leven in het hiernamaals en die dus ondertussen héél veel bijzondere levenservaring opgedaan hebben.

En omdat Jozef Rulof nou een bijzonder zuiver medium was, hebben hoge meesters via hem veel betrouwbare informatie kunnen doorgeven aan de mensen op aarde.
Pa, vindt u het goed als ik u een andere keer vraag waarom Jozef Rulof zo'n bijzonder medium was? Nu wil ik graag weten waarom de léér uit die boeken nou zo bijzonder is. Dat is wat ik u vandaag eigenlijk wilde vragen.
Heel goede vraag, Michiel. Er zijn immers wel honderden andere levensovertuigingen en religies waarin geloofd wordt. Dus zal ik proberen je uit te leggen, wat ik nou zo bijzonder vindt aan de Rulof-leer.
Het is al heel bijzonder, dat je nergens anders zoveel informatie vindt over het hiernamaals dan in de Rulof-boeken en ook nog wel betrouwbare informatie, die logisch, begrijpelijk en natuurlijk is. Maar wat ik het aller-bijzonderste vind aan deze leer is, dat we hierin een God leren kennen en begrijpen, die hélemaal eerlijk en ook hélemaal liefdevol is. En er wordt tevens nog begrijpelijk uitgelegd waaróm dit zo is. Nou, Michiel, neem maar van me aan, dat je dit in geen enkel ander boek kunt lezen.

In boeken over God lees je meestal geen logische verklaringen.
En... er zijn ook boeken waarin je kunt lezen dat er helemaal geen God zou bestaan en weer in andere boeken staat geschreven dat er meerdere goden zouden zijn. Maar... in boeken waarin staat dat er maar één God is, daarin schrijft men meestal, dat die God een voorkeur zou hebben voor een bepaalde groep mensen en dat die groep door God bevoordeeld zal worden, dat vind ik dan weer niet eerlijk en daarom geloof ik dan niet alles wat in dié boeken geschreven staat. De God die ik heb leren kennen via de Rulof-boeken houdt van alle mensen evenveel en deze God bevoordeelt niemand en veroordeelt ook nooit iemand. Maar pa, als God niemand veroordeelt, hoe kan het dan dat sommige mensen na de dood in een gelukkige sfeer terecht komen, maar andere mensen in een ongelukkige sfeer? Is dat dan geen veroordeling?
 Ik denk dat ik jouw vraag begrijp, Michiel, en ik zal proberen je uit te leggen waarom God niemand veroordeelt. God heeft voor ál het leven een eerlijk, rechtvaardig systeem geschapen, waardoor iedereen in het hiernamaals automatisch terechtkomt op de plaats die hij, tot dan toe en met zijn vrije wil, verdiend heeft.

En God heeft ook nog een liefdevol systeem geschapen,  waardoor ieder mens in het hiernamaals altijd weer kansen aangeboden krijgt, om weer verder te kunnen groeien naar een gelukkiger sfeer. Dus niemand hoeft altijd in de sfeer te blijven leven waarin hij aankomt na het aardse sterven. Is het niet liefdevol, Michiel, dat God iedereen altijd de mogelijkheid aanbiedt om verder te kunnen groeien naar meer geluk?!  
Ja pa, ik begin het een beetje te begrijpen. In het hiernamaals is dus alles wel eerlijk en liefdevol georganiseerd. Maar hoe zit het dan hier op aarde? Dáár lijkt het er toch allemaal niet zo eerlijk aan toe te gaan. Heeft God daar dan een andér systeem geschapen?

Nee, Michiel, God schept nergens ellende of oneerlijkheid want God is puur liefde. De mensen zélf hebben de ellende op aarde geschapen. God heeft voor de mensen de mogelijkheid geschapen dat ze zich kunnen ontwikkelen. God wil dat de mensen zich ontwikkelen in de goede richting, dus dat ze zich eigenschappen eigen maken zoals God die Zelf heeft en waarvan liefde de belangrijkste is. Maar om die ontwikkeling voor de mensen mogelijk te maken, hebben ze ook een vrije wil ontvangen. En met die vrije wil kunnen de mensen ook lange tijd tegen Gods wil ingaan. Dan misdragen ze zich en dat is wat we nu vaak in de maatschappij zien. En dat ligt dus niet aan God. Ieder mens zal óóit leren om het goede te willen, maar dat duurt bij de ene langer dan bij de andere. Vele mensen denken alleen aan hun eigen voordeel op dit moment en denken niet na over welke gevolgen dit gedrag heeft voor hun toekomst. Want, Michiel, ook op aarde is het eerlijkheidssysteem van kracht dat God voor de gehele schepping gemaakt heeft. En dat houdt voor ieder mens in: van iedere daad, dus ook de misdaad, die ik vandaag doe, zal ik ooit de gevolgen moeten dragen.

Vroeg of laat krijg ik van iedere misdraging de rekening gepresenteerd en mag ik die rekening betalen om zo weer met mijn verleden in het reine te kunnen komen.
Aan dit systeem valt niet te tornen, en dan lijkt het wel eens hard, maar het is in feite liefdevol, omdat je steeds weer de mogelijkheid aangeboden krijgt om in het reine te kunnen komen en dus gelukkig te kunnen worden. Met een 'slecht geweten' kan immers niemand echt gelukkig worden.
God heeft dus niet alles geschapen, de mensen hebben ook veel geschapen, onder anderen hun karakters. God schept alleen goede dingen en de mensen scheppen zowel goede als slechte dingen. En die slechte dingen houden hen er van af om echt gelukkig te worden. Maar er komt een tijd, dat zelfs de grootste boeven blij zijn dat ze hun misdaden weer goed MOGEN maken.

Pa, nou heb ik toch nog een vraag: is de mens echt ónbeperkt vrij om misdaden te blijven doen?
Nee, Michiel. God heeft de mens wel een vrije wil gegeven en biedt de mens allerlei leefgebieden,
 belevingswerelden, leerschólen, ontwikkelingssferen, dus evolutiemogelijkheden, maar die vrije wil die is BEGRENSD, en wel door Gods systeem van eerlijkheid. Hoe maak ik jou dit nou duidelijk? Ik zal je een voorbeeld geven: Stel, er zijn 3 kinderen, Jan, Piet en Klaas. Jan ergert zich vaak aan Piet en hij geeft Piet op een gegeven moment een klap. Piet geeft Jan een harde klap terug, waardoor Jan in het ziekenhuis belandt. 60 Jaar later zitten Jan, Piet en Klaas bij elkaar in hetzelfde ouderen-tehuis. Jan en Piet kunnen nog steeds niet goed met elkaar opschieten.

In dit voorbeeld zie je, dat bepaald gedrag altijd een oorzaak heeft. Het nurkse gedrag tussen de oude mannen, Jan en Piet, wordt veroorzaakt door wat er in hun verleden gebeurd is.
God heeft een onfeilbaar systeem geschapen, dat er voor zorgt, dat iedere daad een oorzaak en een gevolg heeft. En mensen kunnen alleen dingen doen binnen dit logische systeem en dus niet er buitenom. En daardoor is hun vrije wil beperkt. En dat is de reden waarom, in het voorbeeld, oude Jan en Piet niet de neiging hebben om zich vervelend te gedragen tegen Klaas.
Begrijp je, Michiel. Door kennis van het verleden kun je verklaren welk gedrag er wel en niet plaats kan vinden. (En daaruit kun je overigens ook concluderen dat er geen toeval bestaat).

Nu wil je misschien ook nog weten wat 'de beperking van de vrije wil' inhoudt voor het leven in het hiernamaals?
Ja, pa, en u bent nou toch bezig.
Oké. In de Rulof-boeken staat, dat er in het hiernamaals een duidelijke ONDERGRENS ligt en wel in de laagste sfeer, waarin de mensen leven die de meeste en grofste misdaden hebben begaan. Het is de meest ongelukkige sfeer die er bestaat. Zelfs de geest van de mens is daar bijna dood. Die sfeer heeft echter één voordeel: dieper zinken is hier niet mogelijk. Het lichaam van de mens ligt daar, door zijn eigen verleden lamgeslagen en hij kan zich in praktische zin dus ook niet meer misdragen. God heeft bepaald: tot hier en niet meer verder naar beneden, punt uit!

Pa, ik begrijp nou dat er een 'ondergrens' bestaat, maar, is er dan voor de mensen in het hiernamaals ook een 'bovengrens'?
Jazeker, een 'bovengrens' is er ook bij de sferen die we kunnen verdienen. Maar die grens ligt bijna oneindig ver, oneindig hoog.
Nadat we op aarde zijn gestorven, kunnen we namelijk nog duizenden en duizenden jaren aan onszelf werken voordat we in de gelukkigste hemelsfeer komen die bij de aarde hoort. En daarna komen er nog 4 kosmische graden waarin we ons stapje voor stapje dienen te ontwikkelen.
We krijgen dan steeds meer liefde, kracht en bewustzijn, maar...... Liefdevoller, machtiger of bewuster dan God kan niemand ooit worden. Dus bij God Zelf ligt de bovengrens.

In ons huidige leven hoeven we Gods grenzen natuurlijk niet op te zoeken, maar het is wel prettig dat je weet dat ze er zijn en dat je ook begrijpt waarom. Het geeft je geborgenheid, zoals een kind zich geborgen voelt bij zijn ouders.
De mensen die tegenwoordig niet in God geloven, of mensen die geloven dat God anders is dan liefdevol en eerlijk, al die mensen missen dit geborgen gevoel en doen daardoor ooit rare, onnatuurlijke dingen, zoals bijvoorbeeld: het plegen van een moord.
God heeft ieder mens, in het begin van de schepping, het geestelijk leven geschonken, een eeuwiglevende, onvernietigbare ziel.

Michiel, je zou -- als het ware -- kunnen zeggen, iedereen heeft in zijn geest zowel een klein motortje op zonne-energie alsook een kompas. Dat kompas wijst ons aan eeuwig de weg richting God. Als we dus diep genoeg in onszelf zoeken, voelen we precies naar welke richting we dienen te groeien, zodat we uiteindelijk bij God terecht komen. En het motortje geeft ons altijd weer de energie om verder te leven, al wat er ook met onszelf gebeurd is door al onze blunders of zijweggetjes die we wilden uitproberen.

Maar.... er zijn veel mensen, die NIET geloven in God en in de eeuwige levende ziel die ze van God ontvangen hebben. En als zo iemand nou denkt, dat alles in het leven lijkt tegen te zitten, die denkt dan wellicht ook dat z'n leven en alle ellende zal ophouden indien ie zelfmoord zal plegen.
Maar... dan zal ie duidelijk, meteen één van Gods grenzen ontdekken, maar het kwaad is dan al geschied. Die grens is dan namelijk, dat z'n geest niet te vernietigen valt, ook al doodt ie zijn lichaam. Die geest, met zijn gedachtes en gevoelens blijkt gewoon verder te leven, ook al gelooft hij daar op aarde niet in; daar kan niemand iets aan veranderen omdat God dat zo geregeld heeft.

God heeft aan al het leven een ondergrens en bovengrens gegeven. Dat geldt dus ook voor het aardse leven. Wat houdt dat in? Indien je bijvoorbeeld in 1950 op aarde geboren wordt en je zou volgens je levensplan in 2030 op aarde sterven. Maar, als je nu in 2006 -- met je vrije wil -- zelfmoord zou plegen, dan overtreed je dus een Goddelijke wet, en zul je als levende geest tot 2030 opgesloten zitten in een vervelende toestand, in een tussensfeer, die vele malen erger is dan de tegenslagen die je op aarde had ervaren en die je dacht te ontvluchten door de zelfmoord.

Echter, deze vervelende toestand heeft men zichzelf met z'n vrije wil aangedaan. God treft geen schuld. Had men maar geloofd in God met Zijn liefdevol en eerlijk systeem, dan had men ook geweten, dat e (zelf-veroorzaakte) problemen die we op aarde ondervinden, zich niet eindeloos zullen opstapelen, maar alleen zover dat we het weer in harmonie kunnen brengen en dat we er nog tevens iets nuttigs voor onze persoonlijkheid uit kunnen leren. Door de eerlijkheidswetten weten we dat we niet hoeven goed te maken wat we niet ooit in vorige levens zelf veroorzaakt hebben. En door de liefdevolheidswetten weten we, dat we niet te veel tegelijk hoeven goed te maken. God geeft kruis naar kracht, weten we uit de Rulof-leer, en God kent e krachten die we nu hebben.

Michiel, ik heb je nog niet verteld, dat het motortje, dat dus ook diep in jouw geest zit, een zacht zoemend geluid maakt, een geluid dat God er in het begin van de schepping ingelegd heeft. De allereerste mens die dit geluid heeft kunnen beluisteren en begrijpen, heeft het verwoord en doorgegeven aan andere mensen. En via, via, is het terechtgekomen in het begin van het Rulof-boek 'De Volkeren der Aarde'. Michiel, lees dat zelf maar eens. dan zie je hoe eerlijk en liefdevol God het met ons voor heeft.
ALS  Bijlage: citaat uit 'De Volkeren der Aarde'

"Mijn Eigen Leven. Ik spreek tot u als uw God, als uw Vader en Moeder, als uw Oppermacht. Mijn kinderen, Ik schiep u als Man en Vrouw. Aanstonds zult gij aan uw leven beginnen. Gij zult steeds verder en hoger moeten gaan om in al Mijn wetten te ontwaken en te worden als Ik ben. Gij zult daartoe leven en sterven. Daarna keert gij terug naar het onzichtbare leven, waar u afwacht en u zich gereed maakt voor het nieuwe organisme, dat Ik voor u schep. Een dood is er niet!

Wat Ik voor u schiep, is oneindig en behoort u toe. Door Mijn wetten te beleven zult gij Mij en Mijn schepping leren kennen.
U bent slechts een vonk van Mij en van het machtige geheel, waarin Ik leef, niettemin zijt gij Goddelijk. Ik zal u volgen, Mijn kinderen, en zo nodig uw wegen verlichten. Ook al ben Ik voor u onzichtbaar, Ik weet waarheen gij gaan zult en kan Mij met uw levens verbinden. En gij zult Mij kunnen zien en betasten, maar dan zal er liefde in u moeten zijn. Volgt Mijn wetten op en gij zult in vrede en rust uw levens beleven. Hebt al Mijn leven lief, zoals ook Ik u liefheb. Gaat nu als man en vrouw door Mijn wetten, weet echter, dat gij in beide lichamen zult leven, want alleen hierdoor zal het Goddelijke ontwaken in u kunnen komen. Vele lichamen zal Ik voor u scheppen en deze zullen u dienen. Ik leg Mijn oneindigheid in uw handen. Ik schiep alléén
geluk voor u. Maar treedt Mijn leven tegemoet, zoals Ik u tegemoet treed.

Mijn zegen hebt gij thans ontvangen.
Nimmer behoeft gij te denken, dat Ik er niet ben. U bent één met Mijn leven en niets kan ons éénzijn verbreken. U zult Mij steeds kunnen voelen, gij moet Mij echter in liefde benaderen.
Hebt Mijn ruimte en al het leven daarin lief. Weest eerlijk en oprecht jegens elkander en draagt elkander, bewust, in uw voelen en denken. Ik ga naast u!
In biljoenen vonken splitste Ik mij. Doet als Ik en vermenigvuldigt u, geeft andere vonken het leven. Dáártoe zijt gij vader en moeder, zó zult ge worden als Ik ben.
Dat, wat Ik voor u geschapen heb, moet u zich eigen maken.
 Ik wil daarom, dat ge steeds het goede zoekt. Wie Mij en Mijn leven niet liefheeft, zal moeten beleven, dat Mijn wetten tot hem of haar niet spreken. Die levens staan dan stil. Weet, dat Ik geen uitzondering kan maken, want Ik heb u állen lief.

De stoffelijke en geestelijke schatten in de ruimte zult gij rechtvaardig verdelen. Zorgt, dat ge u niet vergrijpt aan het bezit van anderen, want dan zijt ge in opstand met Mijn wetten en verliest gij Mij.
Door Mijn wetten zult gij evolueren! Om u verrijst het Universum, Mijn en uw Huis, waarin Wij eeuwigdurend één zullen zijn. Weet Mijn kinderen, Ik schenk u alles van Mijzelf. Vraagt Mij nimmer tot u te komen als gij duistere wegen bewandelt, want Ik gaf u een eigen wil! Weet, dat Ik leed noch smart schiep.
Wie voor Mij leeft, zal Mij bezitten. Gij zult Mij als uw God, als uw Vader en Moeder leren kennen.
Ik ben en blijf... LIEFDE!"
Giel.

                                                         BEMOEDIGING.
Zoals u weet hebben de Meesters van gene zijde het vaak over de dienende liefde als het beste middel om zelf geestelijk te kunnen groeien. Aan gene zijde zoekt men rustig een passende taak en legt daarin dan al zijn liefde en wijsheid om zo z'n medemensen te dienen, dus om zo de ander en dus ook zichzelf verder te helpen.
Maar wij dan? Hier op aarde, waar we vaak nog midden in het proces zitten van (oorzaak-en-gevolg) goed-maken Krijgen wij ook de gelegenheid om ons nog wat extra te ontwikkelen door middel van de dienende liefde? Natuurlijk - zult u zeggen - door vriendelijk en hartelijk te zijn voor de mensen die op ons pad komen. Of door het tonen van een positieve levenshouding - u weet wel - van 'het leven is goed'. Bovendien kunnen wij met onze kennis uit deRulof-boeken ook nog toelichten waarom   het leven altijd goed is, overal en voor iedereen.

Maar... er is nog meer, er is nóg een aspect van de dienende liefde, dat we praktisch kunnen toepassen in ons dagelijkse leven, op de mensen die ons levenspad kruisen. En dat is:
BEMOEDIGING.
Bemoediging is een praktische methode om je medemens(en) 'op te .trekken'. Ieder mens kent het: een peuter wordt bemoedigd als ie de eerste keer op het potje (i.p. v. in de pamper) z'n behoefte! doet. Maar eigenlijk heeft ieder mens van tijd tot tijd - als het leven zwaar te dragen is - bemoediging nodig om verder te gaan op z'n levenspad. Echter, bemoediging krijgen, op het juiste moment, is alleen mogelijk indien we samen een cultuur van bemoediging scheppen, dus een traditie waarin we elkaar bemoedigen.

Hierover een voorbeeld dat we onlangs hoorden:
Een jong moedertje uit Frankrijk  bemoedigde bewust haar kinderen, met woorden zoals: Bravo! Prima! Knap hoor! Goed gedaan! Je doet het heel goed! Je hebt goed je best gedaan! enz. enz. Dat had een positieve uitwerking op de ontwikkeling van haar kinderen. En omdat ze ook haar man bemoedigde, deed deze ook extra zijn best om een goed dirigent te zijn. Hij had zijn uiterlijk niet mee, maar had talent genoeg voor zijn beroep. Echter liet hij zich nog vaak ontmoedigen door ervaren collega's die hun uiterlijk wél mee hadden.

Op een gegeven moment ging hij weer eens naar het grootste concertgebouw   van Parijs om daar een bekende concertuitvoering bij te wonen. Hij had zijn oudste zoontje meegenomen, en - zoals hij vaker deed - wilde hij voordat het concert begon, eerst even een praatje maken met de dirigent. Hij had al vaker met hem gepraat en wist hoe beroemd deze man was in Frankrijk, alsook in het buitenland. Hij zag er nu echter niet zo gezond uit. Normaal was het een grote, knappe man, maar nu zag hij hem daar zitten als een zielig hoopje mens.

Hij was ziek, maar wilde toch gaan dirigeren. Gelukkig besefte hij nu dat het hem echt niet zou lukken; hij kon nog niet eens goed op zijn benen staan. Dus vroeg hij aan onze jonge dirigent of deze het voor deze dag van hem over kon nemen. De jonge dirigent wilde wel helpen, anders was al dat publiek voor niets gekomen. Hij kreeg van de zieke dirigent wat korte instructies en ging toen, een beetje nerveus, het podium op. Hij keek naar het grote publiek, waar hij hier en daar wat teleurgestelde gezichten zag. Maar hij begon hét concert te dirigeren.

Na een onwennige start ging het al beter en beter. Het werd een prachtig concert. Maar, nadat de laatste noten gespeeld waren, bleef het doodstil in de zaal, Er kwam helemaal geen applaus - wat eigenlijk best beschamend was - totdat er achter in de zaal een jongensstemmetje begon te roepen: Bravo! Goéd gedaan! Je hebt het heel goed gedaan! Prima! Heel goed papa! Goed gedaan, Papa. Applaus! Applaus! En het zoontje klapte heel hard in zijn handjes. En links en rechts van hem waren er mensen die al mee gingen klappen en na enige momenten klapte de hele zaal uitbundig. En dat duurde best lang, wat hartverwarmend was voor de jonge dirigent. Dit werd een keerpunt, ten goede, voor zijn carrière en het duurde niet lang of hij werd al net zo beroemd als de knappe dirigent die hij vervangen had.

We zien in dit voorbeeld hoe belangrijk bemoediging kan zijn en dat we niet vroeg genoeg kunnen beginnen om te leren hoe we elkaar kunnen bemoedigen.
En als je dit niet van je ouders of van school meegekregen hebt, kun je het nog altijd jezelf aanleren. We zijn toch volwassen mensen!
En ook als je van je ouders verkeerde dingen aangeleerd gekregen hebt, zoals: anderen ontmoedigen of angsten aanpraten, afbrekende kritiek geven of doom-denken, dan kun jij, als volwassen mens, dit jezelf ook afleren.

Dan neem jij je verantwoordelijkheid en dit is beter dan de verantwoordelijkheid afschuiven op je ouders, grootouders enz. Bovendien moet jij je, vroeg of laat, toch die negatieve gedragingen afleren, anders kun je op een gegeven moment niet meer verder op het pad van geestelijke evolutie.
In ieder geval is bemoediging iets wat iedereen leren kan. Heb je geen kinderen waarop je kunt oefenen, dan kun je daar voor ook je huisdier gebruiken, bijvoorbeeld een jong hondje. En je merkt dan ook dat bemoediging van gewenst gedrag beter werkt dan afstraffing van ongewenst gedrag.

Beste lezer, bemoediging is een bruikbaar instrument om effectief iemand te helpen, Helaas wordt in onze huidige cultuur nog veel te veel óntmoedigd en meestal doen de mensen dit onbewust. Zonder het bewust te willen haalt men elkaar naar beneden en dit wordt van generatie op generatie doorgegeven, maar wij kunnen dit helpen doorbreken, door er nu in ons eigen leven mee te beginnen. Zo kunnen wij, door onze liefde en onze bemoedig en de en hoopgevende woorden, meer licht brengen in de maatschappij (je hebt maar een kleine kaars nodig om in een donkere ruimte licht te brengen). En op die manier kunnen we voortgaan op de weg (van liefde, hoop en geloof) die Christus begonnen is
.
Giel.  

                                                 DE EEUW VAN CHRISTUS.
We zitten al een halve eeuw in de Eeuw van Christus. Maar hoeveel Christenen wéten dit? Dat zijn er helaas maar weinig! Het christendom is helemaal opgesplitst in honderden kerkgemeenschappen en stromingen en dát, terwijl er toch maar één Jezus Christus bestaat. En ál die afzonderlijke kerkgemeenschappen denken het béter te weten dan de rest van de wereld, terwijl een bundeling van krachten toch zo hard nodig is om de mentaliteit van de massa in onze moderne maatschappij te verbeteren, op te trekken naar het niveau van de eerste sfeer.
Toch zal er in de toekomst nog maar één universeel christendom zijn en wellicht ook maar één wereldreligie. Maar tót die tijd zal er nog veel moeten veranderen aan het huidige christendom en dat kan alleen met hulp van Gene Zijde.

Wát er zoal veranderd dient te worden, kunnen we lezen in de boeken van Jozef Rulof. We krijgen uit deze boeken betrouwbare informatie over dingen zoals: de wetten van God, over reïncarnatie, karma, evolutie van de ziel, goedmaken, werken aan jezelf (karaktereigenschappen), de aarde als geestelijke levensschool, over de astrale sferen en kosmische graden.
Dit alles zal de 'gelovige' van de toekomst kennen. En wij als Rulof-lezers zijn dus de pioniers van de toekomstige religie.

Helaas maar weinig christenen uit de huidige maatschappij verdiepen zich in andere spirituele boeken dan de bijbel, catechismus of kerkboek. En dat is een belangrijke reden waarom een van de Boekenwijzer-redactieleden een internet-website (linken-startpagina) heeft gemaakt voor en over christenen, genaamd:  
http://geloven-en-begrijpen.jouwnl . pagina.
 Indien u gebruik kunt maken van een computer met 'internet', kunt u er eens naar kijken en er bevriende christenen en kennissen naar doorverwijzen. Op deze website staan, naast geestelijke gedichten ook een aantal stellingen. Niet iedereen kan beschikken over internet, dus geven we hier de geplande 'inspiratie-stellingen':

Eén Bron: er bestaat maar één God, één Schepper, en dat is een God van Liefde.
Alléén Jezus Christus wijst ons de Weg van de LIEFDE.
Wanneer de mensheid Christus beter gaat begrijpen, gaat de mensheid zich ook christelijker gedragen!!!
Naar een groot, universeel Christendom in de eeuw van Christus (voor de gehele mensheid):
Als we nu naar onze moderne wereld-maatschappij kijken, zien we helaas, dat Jezus Christus nog door te weinig mensen aanvaard en begrepen wordt en ook dat veel Christenen nog te weinig van de boodschap van Jezus begrijpen.
Via Jezus Christus kunnen we meer gaan begrijpen van God, Gods liefde, Gods wetten en van het leven zelf.
Door voldoende van God te begrijpen, kunnen we beter geloven in God, die 100% liefdevol en tevens 100% rechtvaardig is, ondanks alles wat er op aarde gebeurt en is gebeurd.

Als we God beter zouden kunnen BEGRIJPEN, zouden we God ook beter kunnen AANVAARDEN en zou ons geloof weer net zo krachtig worden als bij de eerste Christenen.
Als je het ooit moeilijk krijgt in je leven, weet dan dat dit geen wreed toeval is en dat dit een periode is van tijdelijke duur. Na regen komt altijd zonneschijn. En na die moeilijke tijd ben je weer een stuk gegroeid, als méns, met meer diepte en meer innerlijke harmonie. Vooral achteraf zul je dit voelen en weten, maar een WIJS mens weet dit al eerder.
Het leven biedt de mens de mogelijkheid dat z'n ziel kan groeien. Het gaat daarbij niet alleen om de psyche, maar vooral en met name om het karakter en de mentaliteit. Werken aan je ziel, aan je zelf, aan je geestelijke evolutie, wil dus zeggen dat je een beter, menselijker mens wil worden, liefdevoller,christelijker, vriendelijker, positiever, enz. Daarin is het écht mogelijk te veranderen, te verbeteren. Het gaat wel vaak moeizaam en langzaam, met vallen en opstaan, maar het is werkelijk de moeite waard, omdat je er eeuwig gelukkig-zijn mee verdienen kunt in een hiernamaals dat realistischer is dan ons huidige leven op aarde.

Liefdevol worden: de ziel, de goddelijke kern die diep in ieder mens zit, die kunnen we in ons ontplooien, kunnen we wakker maken, door goed te doen, in harmonie te komen, door liefde te geven, hartelijk te zijn, door van het leven en de mensen te houden en te blijven houden.
Veel mensen die een bijna-dood-ervaring hebben gehad, geloven met meer overtuiging dat ze verder zullen leven na de dood dan menig priester of theoloog.
Er bestaat maar één God, één Schepper van het heelal, van het geestelijke en het stoffelijke universum, van de mensen, dieren en planten, en daarom zal er uiteindelijk ook maar één wereld- religie komen.
Alle mensen zijn kinderen van God en Christus was Gods eerste kind en daarom zal, wanneer er nog maar de EEN wereld-religie is, dit een vorm van Christendom zijn (groot, universeel Christendom), waarin de wetten van God begrepen en toegepast zullen worden.

Er is maar EEN Jezus Christus en er dient uiteindelijk ook maar EEN Christendom te komen en dus ook maar EEN soort Christenen.
Jezus Christus is voor ALLE mensen hét grote voorbeeld hoe te leven. Wie volgens de bootschap van Christus leeft, werkt op de beste manier aan zichzelf, aan z'n geestelijke toekomst, aan z'n ontwikkeling van liefde, bewustzijn, innerlijke vrede en gevoel van echt geluk.
Alleen door liefde te geven in je daden, dus door de dienende liefde, oftewel een liefdevolle, actieve levenshouding, ontwikkel je INNERLIJKE LIEFDEKRACHT, en het hebben van innerlijke liefdekracht is het allerbelangrijkste in ons leven en is ons enige waardevolle bezit in het leven na de dood; het bepaalt daar namelijk je plaats, je geluk, uitstraling en kracht.
Jezus Christus heeft de hoogste waarheid verkondigd. Jezus Christus is voor iedereen De Weg, Het Voorbeeld en De Meester; vroeg of laat zal IEDER mens dit moeten erkennen.

De menselijke ziel ontwikkelt zich door het leven te beleven. Daarom is het leven heilig en dienen wij ieders leven te respecteren en nooit iemand te doden. Iedereen krijgt van God z'n leven te leven en de mogelijkheid om z'n ziel te ontwikkelen naar meer liefde en harmonie en niemand heeft dus het recht om 'n ander die mogelijkheid te ontnemen.
Jezus Christus is de meest liefdevolle, bewustste, intelligentste en wilskrachtigste mens in het Universum. Hij is de eerste mens en ook de meest vergoddelijkte mens in de schepping. Wij zijn allemaal kinderen van God en alle mensen zijn dus broeders en zusters van elkaar. En omdat Christus dus onze oudste broeder is, mogen we Hem altijd om steun vragen bij onze levenstaken.

De menselijke ziel, met al z'n karaktereigenschappen, gevoel, geweten, liefdekracht, talenten, wilskracht en karmische ballast, kan niet helemaal ontwikkeld worden in slechts één mensenleven. De ziel kan alleen volledig ontwikkeld worden door wedergeboorte, moederschap en vaderschap, de dienende liefde en door het goedmaken van zonden (het in harmonie brengen van onze overtredingen van de Goddelijke wetten in ons (verre) -verleden).
Jezus Christus is de enige Die ons leert wat ware liefde betekent en hoe we ons die liefde eigen kunnen maken. Jezus Christus is de vergoddelijkte mens en Hij toont ons De Weg om aan onszelf te werken zodat ook wij goddelijker kunnen worden.

God heeft ons als ziel geschapen, als ziel die eeuwig blijft leven. God heeft voor ons tevens de mogelijkheden geschapen, om ons te kunnen ontwikkelen naar een goddelijker, liefdevoller en gelukkiger toestand. God gaf ook iedereen een vrije wil, want zonder vrije wil zouden we nooit goddelijker kunnen worden (we kunnen ons toch niet een Christus zonder wilskracht voorstellen). Door die vrije wil, echter, kunnen we ook zelf kiezen of we De Weg, die Christus .ons toonde, willen volgen of niet. Ieder mens kan dus vrijwillig kiezen of ie De Weg van Christus wil bewandelen of niet, of ie aan de evolutie van z'n ziel wil werken of niet en of ie zonden wil begáán of juist wil goedmaken, in harmonie brengen. Die verantwoordelijkheid heeft ieder mens en zal ie altijd blijven behouden. En niemand kan die verantwoordelijkheid van ons overnemen, ook Christus niet.

Het GOED MOGEN MAKEN van zonden, die we in het verleden begaan hebben, is een zegen! God geeft ons altijd de mogelijkheid daartoe. Een 'eeuwige verdoemdheid' bestaat dus niet. Het goed mogen maken van zonden, is de ENIGE MOGELIJKHEID om weer terug in de goddelijke harmonie te komen, om dus weer innerlijke vrede en geluk te kunnen beleven. En daarom is het een genade en dient men er (met aanvaarding) de schouders onder te zetten in plaats van het (uit gemakzucht) voor zich uit te schuiven.

Het geluk en de liefde welke we op aarde mogen beleven, bijvoorbeeld in ons gezin, is niet het hoofddoel van ons leven. Het geluk en de liefde die wél het hoofddoel zijn van onze ziel (wat we kunnen ontwikkelen en nastreven) ligt in het hiernamaals, dat ook een gedeelte van Gods schepping is. Indien we dus willen weten met welk doel we aan onszelf werken, dienen we ons ook in het hiernamaals te verdiepen. En als we weten welk geluk ons dáár te wachten staat, zijn we tevens beter gemotiveerd om aan ons zelf te blijven werken.
Jezus Christus weet het best hoe God is. We kunnen dus het best via Christus leren begrijpen hoe God eigenlijk is. En als we God, Zijn aard en wetten beter gaan begrijpen, zal ook ons geloof in God zich verdiepen.

Christus is dus De Weg en we dienen dus beter te leren begrijpen wat Zijn boodschap en taak is voor de mensheid. Hij wijst ons de kortste en minst moeizame weg voor de ontwikkeling van onze ziel en daar mogen we Hem wel dankbaar voor zijn.
Deze stellingen dienen er dus voor om christenen te laten zien dat er door Christus tegenwoordig méér
geestelijke kennis is gegeven aan de mensheid dan wat zij kunnen lezen in hun bijbel, catechismus of kerkboek. Overigens, indien deze boeken de enige basisboeken voor het christendom zouden zijn, dán zou Christus die wel zélf geschreven hebben, maar dat is dus niet zo. Toen Jezus 2000 jaar geleden vermoord werd, was Zijn missie nog niet klaar. Hij zou de zoekende mens zeker niet aan z'n lot over laten. Vandaar dat er ook andere boeken geschreven zijn, in opdracht van Jezus Christus, namelijk die van Jozef Rulof.
Giel.  


                     WIE HET EEUWIG LEVEN VOELT, VOELT ZICH VEILIG.
Onlangs las ik in 'Zij die Terugkeerden uit de Dood' na het hoofdstuk van Jeanne een fundament van Alcar:
'WIE HET EEUWIG LEVEN VOELT, VOEL T ZICH VEILIG: Het stond er met schuinsgedrukte letters. Toen ik verder aan het lezen was in dit boek, blééf dit fundament echter in mijn gedachten. Het werd de aanleiding voor deze inleiding.
Wij Rulof-lezers interesseren ons voor het hiernamaals, het eeuwig verder-leven na het aardse sterven. Door er over te gaan lezen en er over na te denken, worden we steeds meer vertrouwd met het eeuwige leven'; we voelen dat het echt zo moet zijn; het is allemaal zo natuurlijk logisch en rechtvaardig.

En ieder van ons werkt op z'n eigen manier aan zichzelf, om zich voor te bereiden op het eeuwig verder-leven. En sommigen van ons voelen er zelfs nu al soms een glimp van, net zoals mensen met een duidelijke bijna- dood-ervaring. De angst voor de dood verdwijnt en men weet dat het leven een hoger doel heeft. Men weet: alles komt goed.
Dit alles duidt er op dat je je als mens in principe veilig kunt voelen en je niet in angsten en zorgen hoeft te leven. je begrijpt dan ook beter wat Jezus Christus volgens de bijbel in Mattheus 6,26 bedoelde met:
Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren, het is jullie Hemelse Vader die ze voedt. Zijn jullie niet meer waard dan zij?

Wie van jullie kan door zich zorgen te maken ook maar één el aan zijn levensduur toevoegen?
Mensen die iets van dit eeuwige leven hebben gevoeld, hebben vertrouwen in hun lot; zij weten dat het Leven het goed met hen vóór heeft. Zij weten dat het Leven nooit hun 'vijand' is, maar altijd hun 'vriend', die er zo goed mogelijk voor zorgt dat men het nodige leert en goed-maakt, zodat men op een haalbare manier geestelijk groeit en meer in harmonie komt met God en Zijn wetten.
Maar maken zij dan geen ellendige dingen meer mee? Natuurlijk wel, want er leven op aarde geen mensen die niets meer goed te maken hebben of niets meer te leren hebben. Iedereen maakt wel eens rottigheid mee.

Maar dan gaat het er juist om: hoe men daar mee omgaat? Heeft men er vertrouwen in dat men het wel weer te boven zal komen? Ziet men het als een uitdaging om zo'n probleem te overwinnen en er nog iets positiefs van te leren ook? Men komt dan sterker uit de strijd. Maar hoeveel andere mensen zijn er niet die zich niet veilig voelen, die zich laten ontmoedigen door problemen en die opstandig of depressief worden? U ziet het, hoe belangrijk iemands houding is en wat het nut is van een positieve houding, waarbij men vertrouwen heeft in z'n lot, in de goede afloop en in de goede bedoelingen van het Leven, zodat men zich veilig en geborgen weet in Gods handen.

En het probleem dat op je pad kwam? Dat kun je niet 'weg-filosoferen', maar met een goede levenshouding kun je er in ieder geval beter mee omgaan en het waarschijnlijk ook beter oplossen. Immers wie zich veilig voelt, voelt zich ook meer ontspannen en indien men ontspannen is, kan men beter problemen oplossen. En als zo'n probleem niet in één slag op te lossen valt of men 'verliest' de eerste slag, dan vertrouwt men er op, dat er nog een of meerdere nieuwe kansen komen. Men weet niet hoe men het zal overwinnen, maar men vertrouwt er op, dát men het in ieder geval óóit 100% zal overwinnen.
 
Een andere reden waarom zo iemand zich veilig voelt, is de overtuiging dat hij of zij niet voor problemen wordt geplaatst die niet voor hem of haar bestemd zijn. Men krijgt alleen zijn éigen oorzaak-en-gevolg en niet dat van een ander. En men krijgt ook geen problemen die 'toevallig komen aanwaaien'. Zo iemand vertrouwt dus op de rechtvaardigheid en de nauwkeurige organisatie van het Leven, het betrouwbare Leven waarin geen 'toevalligheid' bestaat.

Als je het eeuwige leven voelt, kun jij je veilig voelen en kun je dus vertrouwen hebben in je lot, in de werkelijk levende God, Die jou heel goed kent en altijd dicht bij jou is. -- Nu wil in principe iéder mens zich veilig voelen. Het behoort tot onze basisbehoeften. En om hieraan te voldoen daaraan werkt iedereen op z'n eigen manier. Een rijke materialist leeft misschien in een goed beveiligde villa, verzekert alles wat ie heeft en wat ie doet, heeft een dure privé-arts en een gepantserde auto met bewapende lijfwachten voor zichzelf en z'n gezin.

En nog.... voelt ie zich nog niet echt veilig in zichzelf. Immers, z'n oorzaak-en- gevolg wordt er niet minder om (eerder méér, want meestal wordt je van eerlijk werken niet rijk). Z'n angst om ooit dood te gaan zal ook niet minder worden. Ook de rijkste mensen moeten ooit sterven. En zullen zij zich daarna dan veilig voelen? Ik denk het niet. Hun drang om overal controle op uit te oefenen, zal niet zomaar verdwijnen, omdat zij zich de houding van 'overgave- aan-het-Leven' nog niet hebben willen eigen -maken. En hun bezit op aarde heeft daar geen waarde.

Alleen LIEFDE heeft daar waarde en alleen het hebben van liefde geeft 'n veilig gevoel. Maar om zich liefde eigen te maken, als 'levensverzekering' voor het eeuwige leven, daaraan heeft men op aarde nooit gedacht en dus ook niet aan gewerkt. - Maar u, beste lezer, vraagt zich nu misschien af; ja, maar hoe kan ik me nu hier op aarde al veilig gaan voelen als ik dan weet dat ik nog zo veel moet goed maken en leren? En... dit te weten is dat niet juist beangstigend?

Nee!! Dit is niet echt beangstigend. In het begin als je voor de eerste keer leest over de rechtvaardige wetten van oorzaak-en-gevolg en over het goed-maken dan wekt het misschien wel even wat angst op. En dit is de reden waarom veel Christenen hier nog niet in willen geloven. Maar als je er dan even verder over leest en nadenkt, dan besef je, dat die karmische wetten waarachtig bestaan en dat ze voor iedereen werken ook voor de mensen die er niet in willen geloven.

En dan kun je beter geloven in een iets minder prettige waarheid dan in een comfortabele leugen. En men kan beter een beetje beangstigd zijn voor het goed-maken op aarde, dan dat je ontzettend teleurgesteld bent, straks in het leven na de dood, wanneer dan onverwachts blijkt dat je dan nog meer en moeilijker goed moet maken om er vooruit te komen. - Er is overigens nóg een reden. waarom de mens, die gelooft in de Goddelijke wetten, zich nu al veilig kan voelen. En ook dit staat duidelijk in de Rulof-boeken. Er staat dat we kruis naar kracht krijgen wat inhoudt dat we al ons oorzaak-en- gevolg niet in één keer voor onze kiezen krijgen.

We krijgen dit in haalbare, draagbare porties gedoseerd. Zolang we het onszelf niet zwaarder maken dan nodig, mogen we er dus op vertrouwen dat onze lieve God ons niet onnodig laat bezwijken. Ook hierbij speelt onze houding (vertrouwen hebben en positief denken) dus een belangrijke rol En ook mogen we nooit vergeten dat goed-maken niet een doel op zich is, maar slechts een middel, of beter gezegd 'het enige middel' om ons meer licht geluk en liefde eigen te maken. En ook dient hier nog eens gezegd, dat we MOGEN goed-maken en dat we nooit MOETEN goedmaken.

We hebben namelijk altijd de vrije keuze tussen NIET goed willen maken (en dus geestelijke stilstand) en WEL goed willen maken (en dus geestelijke groei). En omdat goed-maken voor ons de enige manier is om ons de innerlijke, Goddelijke harmonie eigen te maken, is het dus een gunst en een mogelijkheid die we dankbaar dienen te benutten.... Wanneer we vanuit een positieve houding door de zure appel bijten die op ons pad komt, dan zullen we zeker nooit bezwijken. Die wijsheid doet ons veilig voelen en geeft ons extra draagkracht.

- Een volgende keer zullen we het gaan hebben over het 'natuurlijk denken', wat bestaat uit zowél geestelijk denken als stoffelijk denken en waarbij dan beseft wordt dat het geestelijk denken het belangrijkste is. En hoe meer je geestelijk gaat denken, hoe concreter dit voor jou wordt en hoe meer je beseft: op het geestelijke, eeuwige pad kan ik veilig bouwen. - Voor iedereen is het raadzaam om natuurlijker te gaan denken, dus rekening houdend met het eeuwig verder-leven na de dood en positief denken, maar ook denken: ik kan me veilig voelen. En iedereen heeft de vrije keuze om zich minder angstig en te gaan voelen en meer veilig. Daar kun je dus zelf voor kiezen als je het wilt. En dat is dus een goede en verstandige wens, omdat dit aansluit bij een hogere realiteit en omdat dit iets is zoals jij in de toekomst zult Zijn. Je hemels veilig voelen is te vergelijken met je hemels gelukkig voelen. Dit zijn dus natuurlijke doelstellingen, waar het de moeite waard is om je best voor te willen doen. En indien je nu al zo 'n gevoel gaat opbouwen, dan word je daar nu al sterker door en kun je nu al beter je levenstaken aan.

Er zijn redenen genoeg, om geregeld tegen jezelf te zeggen: 'Ik voel me veilig'. In onze diepste kern zijn we Goddelijk. Ons diepste innerlijk blijft eeuwig bestaan; onze Goddelijke vonk is niet te doven, niet aan te tasten en dus 100% veilig. Dus indien we maar diep genoeg in onszelf konden afdalen, zouden we ons daar super-veilig kunnen voelen. Maar ook ons geesteslichaam kan niet sterven. We kunnen dit lezen in de Rulof-boeken. In de astrale wereld kan bijvoorbeeld iemand wel bewusteloos raken, maar nooit sterven en zelfs niet verminkt worden.

Ook weten we via deze prachtige boeken, dat wanneer een hogere geest werk doet in een sfeer onder z'n eigen afstemming, dat die zich in een fractie van een seconde kan terugtrekken in z'n eigen sfeer en dan niet meer tastbaar en zichtbaar is in die lagere sfeer. Dat lijkt me een erg veilig gevoel te geven. Hier op aarde kunnen wij dat echter niet. Maar we kunnen ons wel wapenen tegen verbaal geweld van anderen en ook tegen beïnvloeding door lagere geesten, door ons geestelijk af te stemmen op het hogere, het goede in onszelf, dus op de liefde die we ons al eigengemaakt hebben of op andere positieve gevoelens in onszelf. Dan blijven we veilig en vrij in ons denken en voelen. Onderstaand gedicht (G.H. 1991) heeft mijzelf hierbij geholpen:  

 EDEL TREKJE.
Er is een edel trekje
Een deeltje in je geest
Als je er bent, ontdek je
Hier ben ik niet bevreesd

  
Dit stukje is zo rein
Daar moetje goed voor waken
Al is het nóg zo klein

Nooit meer wil je 't smerig maken
  
Want het schenkt je zelfvertrouwen
Liefde, goddelijke kracht
Geeft jou steun om op te bouwen
Heel subtiel, blij en zacht

  
Edel trekje, onbevreesd
Steun mij in mijn grootse werk
Tot de rest van mijn geest
Net zo rein is, net zo sterk.
Giel.


                                           NATUURLIJK DENKEN.
Je als mens gelijkwaardig voelen als onderdeel van het natuurlijk denken.
De huidige afstemming van de aardse maatschappij komt het meest overeen met die van Gerhard de Koetsier uit ‘Zij die Terugkeerden uit de Dood’.
Natuurlijk leren denken is geen doel op zich, maar een middel om aan Gene Zijde werk (dienende liefde) te kunnen doen en dus te kunnen evolueren. Bovendien kan het ons hier op aarde ook al helpen om beter te kunnen leven (meer in overeenstemming met Gods wetten), om beter goed te kunnen maken en om minder disharmonie te veroorzaken.

Zolang wij ons nog niet gelijkwaardig voelen als mens, denken we nog onnatuurlijk. Immers: wij zijn allemaal gelijkwaardige kinderen van God. Wij zijn niets minder waard dan de eerste mens (Christus) en niets meer waard dan de laatste (primitiefste) mens. Dat weten we uit de Rulof-boeken, maar het is de bedoeling dat we dat ook zo gaan voelen. Indien wij mensen niet gelijkwaardig geschapen zouden zijn, zou dit een onrechtvaardigheid in de schepping betekenen, wat toch niet mogelijk is!

Wij mensen zijn allen gelijkwaardig geschapen en evolueren allemaal binnen dezelfde wetten en mogelijkheden. Natuurlijk is het wel zo, dat we niet allemaal in hetzelfde stadium van evolutie zitten omdat we niet precies tegelijk begonnen zijn. Onze zielen zijn dus niet precies even oud. En daardoor verschillen de mensen zo veel van elkaar. Ze blijven echter, ondanks verschillen in zieleleeftijd, verleden, karma, karakter, telenten, enzovoorts, toch gelijkwaardig als mens. Er zijn helaas nog te weinig mensen op aarde die ‘gelijkwaardigheid’ nastreven.

En er zijn nog veel minder mensen die deze gelijkwaardigheid ook echt begrijpen. Wij Rulof-lezers kennen het ontstaan en de evolutie van de mens en kunnen begrijpen waarom alle mensen gelijkwaardig zijn. En zo zijn er nog veel meer belangrijke dingen in het leven, die wij, als lezers van deze unieke boeken, dank zij Jozef Rulof, als enige kunnen begrijpen. En we dienen dus uit te kijken dat we ons, met alles wat we hierin gelezen hebben, niet meer gaan voelen dan anderen. Iedere ziel zal zich ooit deze kennis eigen maken, dat dienen we goed te beseffen. Het is gewoon een kwestie van tijd.

Zowel de primitiefste mensen in ons zonnestelsel alsook de mensen in de diepste astrale hellen, zullen ooit begrijpen waarom ieder mens gelijkwaardig is. Maar zoiets kun je je moeilijk voorstellen, dus maken we liever een andere vergelijking. Is een zwak en onooglijk kind uit de 3
e groep van e lagere school minder waard dan een gezond en mooi kind uit de 6e groep? Wij weten dat ze gelijkwaardig zijn, maar……. Voelen die kinderen dat ook zo? Ik denk van niet. En er zijn nog wel meer aspecten in de maatschappij die de verschillen tussen de mensen benadrukken en de gevoelens van gelijkwaardigheid tegenwerken.

In India heb je de kasten-verschillen. En vroeger had je ook hier de verschillenden ‘standen’: de ‘adel’, de ‘middenklasse’ en het ‘gewone volk’. Maar is het nu veel anders? De verschillen in rijkdom, macht en aanzien heb je nog steeds en er is sinds vroeger nog en ander aspect bijgekomen dat de mens gevoelens van ongelijkwaardigheid kan geven, en dat is: ‘intelligentie’. Intelligente mensen, kijken helaas vaak neer op de minder intelligente medemensen. Ze laten geregeld zien hoe slim ze zijn en ergeren zich vaak aan dom en traag gedrag van anderen.

En die minder intelligente mensen kijken dan helaas nog te vaak op tegen hen geleerde en makkelijk pratende medemensen. De één voelt zich onterecht meerderwaardig en de ander onterecht minderwaardig, maar beide mensen denken dus onnatuurlijk. Beide mensen weten niet dat mensen in principe altijd gelijkwaardig zijn en blijven en bovendien weten ze ook niet dat intelligentie slechts een talent of eigenschap is, die behoort bij een taak die men in dat leven dient te volbrengen. Het kan dus best zijn, dat een doctor of professor in een volgend leven een stotterende arbeider is, om in die toestand iets van oorzaak-en-gevolg te beleven.

Ieder van ons dient dus uit te kijken die ie zich niet meerderwaardig voelt dan minder intelligente medemensen en niet minderwaardig dan intelligente medemensen. En dit geldt niet alleen voor intelligentie, maar ook voor andere talenten, zoals bijvoorbeeld muzikaliteit, kunstzinnige creativiteit, praatvaardigheid, mediamieke gevoeligheid enz. enz. Geen enkele eigenschap mag ons gevoel van gelijkwaardigheid misleiden; zelfs het hebben van de eigenschap ‘liefde’, wat toch de belangrijkste eigenschap is die er bestaat, geeft de mens niet het recht om zich daardoor meerderwaardig te voelen. Het is niet voor niets, dat hoog-ontwikkelde geesten in de hogere hemelsferen zich ‘kinderen in de geest’ blijven noemen. En al hun medemensen noemen ze ‘broeders’ of ‘zusters’.

Dan nog dit: mensen die zich op aarde meerderwaardig voelen, houden echter niet alleen zichzelf en anderen voor de gek. Zij scheppen door hun waanbeeld ook vaak nieuw oorzaak- en- gevolg, omdat ze veel medemensen met onvoldoende respect behandelen. Wie zich meerderwaardig voelt is meestal teven betweterig en eigenwijs, zodat men zelden een goed advies aanneemt van een eenvoudiger mens. (En ik denk dat dit ook de reden is waarom intellectuelen zelden openstaan voor de leer uit de Rulof-boeken. De geestelijke waarheid is namelijk eenvoudig van aard en is in hun ogen dus minderwaardig, iets dat men liever bespot, dan dat men er voor buigt.)

Denken in termen van gelijkwaardigheid behoort dus tot het natuurlijke denken. We dienen dus een evenwicht te vinden in: het je niet meer te voelen dan iemand die minder dan jou lijkt en het je niet minder te voelen dan iemand die meer dan jou lijkt. Het is ook goed te beseffen dat God jou waardevol vindt, maar dat God ook al Zijn kinderen gelijkwaardig ziet. We zijn geen grammetjes meer of minder dan een ander. Je bent wie je bent; als mens ben je een volwaardig kind van God. En we dienen ook nooit te vergeten, dat je als ziel al duizenden levens achter de rug hebt en dat de talenten die je nu hebt, maar een fractie vormen van jou als volledige ziel.

Al die andere talenten blijven nu onbewust omdat ze niet van belang zijn voor je huidige levenstaak en voor wat je hier nu te leren of goed te maken hebt. Dus in werkelijkheid heb je veel meer talenten in je, dan welke je bij je geboorte ‘meegekregen hebt’. En zelfs indien het er nu op lijkt, alsof je toen helemaal geen talenten meegekregen hebt, dan nog ben je een volwaardig mens die zich gelijkwaardig mag voelen ten opzichten van ieder ander. Waarschijnlijk dien je dan iets te BELEVEN, iets zinvols, iets om goed te maken of om te leren. En…. Om iets te beleven heb je niet veel talenten nodig. Het komt wel eens voor, dat zelfs de eenvoudigste talenten een beleving in de weg staan, bijvoorbeeld bij dementie. Maar ook onze dromen (ook controle is een talent) vormen daar een voorbeeld van.

Wie zich aan Gene Zijde meer ‘voelt’ dan een ander, plaatst zichzelf in een onnatuurlijke toestand en staat daardoor stil in z’n geestelijke groei. Je kunt dan niet in de eerste sfeer komen. Door elke vorm van hoogmoed, veroordeel je jezelf tot een mistige of duistere sfeer. Om vooruit te komen, dien je je op dat gebied ‘de eenvoud van een kind’ eigen te maken. En dat valt niet mee voor iemand die sterft als iemand met een ‘belangrijke positie’ in de maatschappij. Dan krijg je het daar dus moeilijk, omdat dat gevoel van ‘belangrijk zijn’ eerst afgelegd dient te worden. En dat moet je eerst WILLEN afleggen.

En alleen al het nemen van dit wilsbesluit, daar doen sommigen al jaren over. Je dient daar in vrijheid voor te kiezen en kan men je dus niet bij helpen. In ongemotiveerde mensen steken de begeleiders weinig tijd. ‘’Wie niet wil staat stil’’. Maar wanneer je dan eindelijk het wilsbesluit tot gelijkwaardigheid genomen hebt, dan krijg je wel alle hulp van de begeleiders, maar zelfs dan nog schijnt het ‘voetstuk afbreken’ daar meer moeite te kosten dan hier op aarde. En – beste lezers – omdat iedereen wel ergens een voetstukje heeft, bewust of onbewust opgebouwd, kunnen we er maar beter nu al aan beginnen.
Giel.

                                             VREUGDE EN KALMTE.
Gelukkig-zijn en vredig-zijn, zijn aspecten voor het leven die iedereen vroeg of laat zelf dient te verdienen door goed te maken. Je kunt het dus niet eventjes leren. Vreugde en kalmte zijn daarentegen wel dingen waartoe je jezelf kunt aanzetten. Jezelf tot kalmte manen is een bekend iets. We kunnen bijvoorbeeld lezen in ‘Zij die Terugkeerden uit de Dood’, hoe de driftige Gerhard de Koetsier zichzelf steeds tot kalmte moest manen omdat anders zijn aardse ziekteverschijnselen weer terugkwamen. Driftigheid en ongeduld horen bij het onnatuurlijke, lagere denken, zoals hij dat op aarde gedaan had en behoort dus niet bij het hogere, natuurlijke denken zoals men dat in de hogere geestenwereld doet.

Gelukkig lukte het hem om zichzelf tot kalmte te manen, zodat hij rustig kon denken, anders zou hij zichzelf daar niet verder hebben kunnen ontwikkelen. En het is fijn voor ons te weten, dat ‘jezelf tot kalmte manen’ iets is wat iedereen kan leren, iets heel praktisch en nuttigs waarin je relatief snel vooruitgang kunt boeken. Wat Gerhard kon leren in het schemerland, waarom zouden wij dat niet kunnen leren op aarde? Daar kunnen we nu wel wat moeite voor doen. Het is werkelijk heel nuttig. Immers, indien je hier op aarde reeds je driftigheid en ongeduld overwint, wordt je hier op aarde al een prettiger persoon voor je omgeving en jezelf. Bovendien schept iemand die kalm is, vaak minder nieuw oorzaak-en-gevolg.

En wat je niet veroorzaakt hoef je al weer niet goed te maken; mooi toch!
Kalmer denken is in ieder geval iets wat ieder van ons nog moet leren. Dan worden we ook minder driftig in onze daden. We ergeren ons nog te vaak aan van allerlei zaken, meestal juist aan die dingen waar onze ziel mee bezig is.
Ook oordelen we nog vaak te vlug over anderen. Hoe snel hebben we niet een mening klaar voordat we iets eerlijk en rustig onderzocht hebben?

En verder zijn we ook nog vaak te ongeduldig met anderen, maar ook met onszelf.
Dit zijn allemaal dingen die met kalmte te maken hebben en die we dus kunnen overwinnen door ons bewust tot kalmte te manen.
Het is overigens geen kunst om kalm te blijven in een comfortabel huisje op de hei. Dat is echter niet de bedoeling van ons leven. Nee, het is juist de uitdaging, om midden in het leven te staan, en daar in allerlei situaties onszelf te blijven, door onszelf tot kalmte te manen. Ook hierbij geldt: al doende leert.

‘Jezelf tot kalmte manen’ is een redelijk bekend begrip, omdat iedereen in de maatschappij daar wel eens mee te maken krijgt. ”Jezelf tot vreugde manen’’, is daarentegen minder bekend. Gerhard de Koetsier kwam in het schemerland mensen tegen, die in zichzelf gekeerd en met lange gezichten liepen te piekeren. Eerst ergerde hij zich hieraan, maar later leerde hij hen begrijpen en besefte hij dat hij zelf in een soortgelijke toestand zat.

Hij en zij gingen beseffen en aanvaarden in wat voor situatie zij zich bevonden, maar het drong nog niet tot hen door hoe zij zichzelf hier uit konden weken. Zij beseften dan hun geluk nog niet volmaakt was, maar hadden nog niet het wilsbesluit genomen om hier met hart en ziel aan te gaan werken. Maar beste lezer, hoe zijn wij zelf? Zijn wij veel anders? En in hoeverre zijn wij zelf natuurlijk in ons denken? En weten wijzelf al precies hoe wij ons meer geluk en liefde eigen kunnen maken?

Die piekerende mensen in het schemerland dienden dus eerst zelf, geheel vrijwillig, tot een besluit te komen om doelbewust iets te gaan doen voor anderen. (Dienende liefde is de enige manier om je meer werkelijk geluk eigen te maken.) Pas daarna mochten ze aan een praktische opleiding beginnen om daadwerkelijke ergens aan het werk te kunnen gaan. Die lange, onbezielde gezichten werden veroorzaakt doordat ze nog niet goed wisten wat ze echt wilden met hun leven. Wie een duidelijk, opbouwend ideaal heeft, krijgt vanzelf energie, bezieling en een positief, vreugdevol gevoel in z’n hart. Zo ook Gerhard, want als hij dit niet zou hebben gehad, zou hij het nog geen uur hebben kunnen volhouden in de duistere sferen waar hij liefdewerk ging doen.

En volgens mij gelden diezelfde principes voor ons op aarde. Mensen die weten wat ze willen, menen met een positief ideaal hebben meer vreugde en energie voor hun werk. Wie dus een duidelijk en geestelijk zinvol doel voor ogen heeft, krijgt extra energie en levenslust, terwijl degene die alleen maar piekert en met zijn eigen, disharmonische toestand bezig is, juist meer last heeft van zwaarmoedigheid en lusteloosheid. Het is dus belangrijk voor ieder mens, ongeacht de situatie waarin ie zich bevindt, dat ie zich voor iets zinvols kan inzetten. Dat geeft voldoening en men kan er met vreugde aan denken. At hebben we nodig. En we kunnen er altijd voor kiezen! Onlangs las ik een boekbeschrijving over het boek: ‘De zin van het bestaan’, van de Weense psychiater Frankl, die tijdens de 2
e wereldoorlog 3 jaar lang concentratiekamp gevangene was geweest:

’’Heel belangrijk, en misschien zelfs bepalend voor de overlevingskansen in het concentratiekamp, was het feit of de gevangen iets hadden om voor te leven: iemand van wie ze hielden, een werk dat voltooid moest worden of iets anders dat betekenis gaf aan hun lijden. Zo hoorde ik dat Otto Frank, de vader van Anne, zich door een jongere medegevangene ‘papa’ liet noemen. Dit hielp hem te overleven.’’
Beste lezers, u ziet hier hoe belangrijk het is voor ons eigen welbevinden en psychisch functioneren, dat we ook een ‘korte-termijn-doelstelling’ en ‘zinvolle dingen om te doen in de maatschappij’, nodig hebben om vooruit te komen op ons geestelijk pad.

Het jezelf-vreugdevol-en-levenslustig-voelen is niet iets wat altijd vanzelf gaat. Daar dienen we telkens serieus werk van te maken. Zo dienen we nooit te vergeten dat we er ieder moment van de dag voor kunnen kiezen om aan iets vreugdevols te denken. Wie wil zoeken, vindt altijd wel iets om zich op te verheugen (desnoods op een warme douche/bad of op wat mooie, opgewekte muziek). Al glimlach je alleen in gedachten, dan heb je die dag al niet voor niets geleefd. Doe het zelf, iedere dag, want niemand anders kan dit voor je doen.

Als het eventjes tegen lijkt te zitten in het leven, kun je daar op twee manieren op reageren: boos/driftig of teleurgesteld/neerslachtig. Beide neigingen zitten in ieder mens, maar…. Er is altijd één van die twee die bij iemand de overhand heeft. Je kunt dus elf zien tot welk type jij behoort, om zo je strategie te bepalen waaraan je het eerst gaat werken.

Gerhard de Koetsier behoorde tot het driftige type en de piekerende mensen die hij tegenkwam in het schemerland behoorden tot het neerslachtige type. Het driftige type dient zich vaker tot kalmte te manen en het neerslachtige type tot vreugde. Je bent zoals je denkt, zoals jouw gedachten zijn. En indien je anders wilt worden, zul je eerst ook anders moeten gaan denken. Probeer het eens een week, dan zul je merken dat veranderen echt mogelijk is. Wat gebeurt er nou precies, indien je jezelf tot vreugde maant?

Ieder mens heeft het vermogen in zich om te scheppen, om veranderingen te bewerkstelligen in zichzelf. Ook jij kunt van dat scheppend vermogen gebruik maken! Ieder van ons is vanuit z’n verleden in disharmonie geraakt en die disharmonie komt geregeld in ons innerlijk naar boven in de vorm van vervelende onvrede-gevoelens, onrust-gevoelens of gevoelens van ongelukkig-zijn.

Dat kan behoorlijk hinderlijk zijn in ons dagelijks functioneren. En dan dienen we dus actie te ondernemen met ons scheppend vermogen. Ons verleden heeft iets disharmonisch, iets negatiefs geschapen. Dus kunnen we daar zelf nu iets harmonisch en positiefs tegenover zetten. Ga bewust aan vreugdevolle dingen denken. Zing desnoods vreugdevolle liedjes. Iedereen kent wel een paar deuntjes. Ken je de teksten er niet bij, gebruik dan maar het woord ‘vreugde’ (vreugd).

Gewoon doen! En kijk eens wat na een kwartiertje het resultaat is. Wij dienen ons scheppend vermogen niet te onderschatten. Laatst lag ik om een uur of vijf te dromen in bed. De avond ervoor had ik nog een positieve gedachte opgeschreven, maar nu had ik een vervelende, onrustige droom. Op een gegeven moment herhaalde ikzelf die positieve gedachte: “het leven is goed; ik ga meer houden van het leven” en… verdwenen was de nare sfeer van die droom, ineens, als sneeuw voor de zon.

Zo zie je hoe krachtig wij kunnen scheppen door ons denken en met name door ons positief denken. Voor de mensen die nog twijfelen omdat ze denken dat het scheppen van positieve gedachten iets onnatuurlijks zou zijn: Wij mensen zijn kinderen van God, de SCHEPPER en wij zijn geschapen naar Zijn beeld. God heeft de hele schepping opgebouwd en het Leven is dus van nature OPBOUWEND van aard.

Alles in Gods schepping staat dus in het teken van opbouw, evolutie naar het hogere, dus van positieve verandering en ontplooiing. God staat er achter dat onze zielen groeien. Alle zielen gaan uiteindelijk naar het Goddelijke stadium groeien, en die neiging, die diep in iedere mensenziel zit, daar kunnen we gebruik van maken via onze scheppende, positieve gedachten.
En dit heeft daarom niets met onnatuurlijkheid te maken. Dus indien je met een positieve gedachte schept, dan help je God in Zijn grote plan en tevens help je jezelf om beter te functioneren.

Maar indien het jou op een gegeven moment niet lukt om positief te zijn, terwijl je daarvoor wel je uiterste best hebt gedaan, wil ik je er nog op attent maken, dat je niet kunt ‘bidden’ om meer liefde, vrede of geluk (omdat je dit zelf moet verdienen), maar wel om meer innerlijke kalmte en vreugde. En met ‘bidden’ bedoel ik dan: in de stilte van je geest, dus in gedachten de ‘intentie’ uitspreken (=duidelijke maar subtiele wens aangeven zonder iets te eisen of te willen afdwingen). En zo’n intentie wordt nog krachtiger indien je na het uitspreken eventjes stil bent. Je geeft dan die wens ‘de ruimte’, wat inhoudt dat je hem ‘met vertrouwen overgeeft’ aan het Leven. En je vertrouwd er dus zo goed mogelijk op, dat het Leven het goed met je voor heeft, ongeacht of jouw wens wel of niet vervuld wordt.

Nu wil ik toch nog eens aangeven, dat het natuurlijk (positief, vreugdevol, kalm) denken niet een doel op zich is, maar slechts een middel om je leven beter te kunnen leven en dus om zelf beter te kunnen werken aan jouw geestelijke evolutie.
Giel.

                                Hoe natuurlijker we gaan denken,
                hoe sneller wij evolueren naar meer geluk en liefde.

Natuurlijk denken wil in eerste instantie zeggen: denken in overeenstemming met Gods wetten en met name met Gods belangrijkste wet: de Liefde, met een grote L.

In het boek 'Zij die Terugkeerden uit de Dood' lezen we, dat Gerhard de Koetsier eerst moest leren natuurlijk te denken indien hij vérder wilde komen in het Hiernamaals.

Zo moest hij eerst het verschil leren zien tussen: hoe er in het Hiernamaals werd gedacht  én hoe er op aarde werd gedacht. Hieruit kunnen we helaas de conclusie trekken, dat er op aarde nog niet zo natuurlijk gedacht wordt. En omdat er nog onnatuurlijk gedacht wordt, wordt er dus ook nog onnatuurlijk gelééfd. Er zijn hier nu nog maar weinig mensen die helemaal denken en leven volgens Gods natuurwetten, maar in de toekomst zullen er dat steeds meer worden.
 

Twee belangrijke aspecten van het natuurlijk denken zijn: het 'Liefde-denken' en het 'oneindigheids-denken'. Christus heeft als eerste het 'Liefde-denken' op aarde gebracht; het 'oneindigheids-denken' werd al eerder door vele religies verkondigd, weliswaar in verschillende vormen, maar gemeenschappelijk was, dat iemands leven op de een of andere manier verder ging na diens sterven.
 

Maar, zowel het 'Liefde-denken' als het 'oneindigheids-denken' worden door de huidige wetenschap niet serieus genomen en niet als waardevol gezien. De meeste intellectuelen uit onze moderne maatschappij geloven nog niet in een verder-leven van hun geest na de stoffelijke dood en vinden het 'liefde-denken' een twijfelachtige hobby voor anderen, maar dus niet een zinvolle methode om werkelijk aan zichzelf te werken.

En omdat de niet-intellectuele massa nog steeds opkijkt tegen dat wat de intellectuelen zeggen en schrijven, mede daarom zijn er nu nog maar zo relatief weinig mensen, die serieus bezig zijn met het 'liefde-denken' en met het 'oneindigheids-denken'.

Wanneer, via het directe-stem-apparaat, de meeste intellectuelen overtuigd zullen worden van het 'oneindigheids-denken' en 'liefde-denken', dan zal de massa wellicht ook snel volgen.
 

En wanneer men serieus gaat geloven in een verder-leven van z'n geest, meteen nadat men voor de aarde gestorven zal zijn, dan pas zal men hier-en-nu serieus willen werken aan z'n toekomstig welzijn. En dan pas beseft men, dat men niet alleen verantwoordelijk is voor z'n huidig welzijn, maar ook voor zijn welzijn straks in het hiernamaals. En dat is de reden dat men nu nog zo onverantwoord omgaat met z'n eigen groeimogelijkheden, met z'n medemens, met de natuur, enz. enz.
 

Maar gelukkig gaat hier dus verbetering in komen, waarschijnlijk reeds binnen tien, vijftien jaar. Onze geleerden en de intellectuele leiders in de maatschappij  zullen bewijzen krijgen, dat het hiernamaals werkelijk bestaat en dat ons leven werkelijk verder zal gaan meteen na ons sterven op aarde.

En na deze niet-te-ontkennen bewijzen, die steeds herhaald kunnen worden en waar geen speld tussen te krijgen is, wordt men gedwongen om anders te gaan denken, geestelijker en natuurlijker.
 

En dan kunnen wij, als lezers van de Rulof-boeken, omdat wij al jarenlang ervaring hebben met realistisch, spiritualistisch denken, onze broeders en zusters op aarde helpen om deze geestelijke aardbeving te boven te komen. Onze Rulof-wijsheid krijgt extra waarde, wanneer de westerse maatschappij op haar grondvesten beeft en schudt. De natuurwetenschappers, bestuurders, juristen, journalisten, medici, psychiaters, psychologen, theologen, economen, noem maar op, allen zullen zich dan moeten herbezinnen op hun taak, funktie en status in de maatschappij.
 

Stelt u zich eens voor wat zo'n geestelijke revolutie teweegbrengt, en dat alles in de Eeuw van Christus. De toekomst zal in ieder geval positief zijn... maar er zullen eerst nog wel enige, pijnlijke overgangs-verschijnselen, oftewel groei-verschijnselen aan voorafgaan. Maar ook bij die strijd zal Gene Zijde hulp en steun bieden. Maar ook wij, de Rulof-lezers kunnen daarbij misschien enige hulp bieden aan de mensen die willen. Zo gaat de Boekenwijzer hiervoor een 'BASIS-STUDIE RULOF-LEER' ontwikkelen.

Het belangrijkste uit de Rulof-leer kan dan sneller en effectiever - via de boeken van de Meesters - aan de massa worden doorgegeven. Voor dit project worden 4 Rulof-boeken gebruikt, namelijk: Zij die Terugkeerden uit de Dood, De Kringloop der Ziel, Een Blik in het Hiernamaals en Door de Grebbelinie naar het Eeuwige Leven. Bij ieder hoofdstuk worden een aantal vragen en belangrijke citaten, oftewel fundamenten, gegeven. Bovendien komt er bij elk van deze 4 boeken een thematische index, oftewel alfabetische trefwoordenlijst, om snel dingen te kunnen terugzoeken via een alinea-systeem, zodat het niet uitmaakt welke druk iemands boek heeft.
 

Maar..... wat nog belangrijker is, om ons voor te bereiden op voorgenoemde geestelijke revolutie, is, dat we zelf leren leven volgens de natuurlijke wijsheid uit de Rulof-boeken. Immers hoe meer liefde en innerlijke harmonie we ons eigen maken, hoe beter we zelf de Rulof-leer zullen begrijpen. En dan kunnen we spontaan uit eigen ervaring over deze geweldige leer aan anderen vertellen, vragen beantwoorden en adviezen geven.

Dan wil ik hier graag nog iets zeggen over de praktische kant van het natuurlijke denken.

We dienen geregeld de tijd te nemen, om eventjes na te denken over ons leven, dus tijd te nemen om onze gedachten te laten gaan naar onze eigen toestand, naar waar we met ons leven naar toe willen gaan en of we daar op een goede manier mee bezig zijn.

Het is geen overbodige luxe om ons geregeld te bezinnen op ons eigen leven en we dienen daar dus bewust tijd voor in te plannen, zeker in de tegenwoordige tijd, waar je al zo veel tijd in andere zaken dient te stoppen.

Indien we dat niet doen, dan verzuipen we in het drukke westerse leven. We verliezen ons zelf daar dan in. De een wordt overspannen, de ander apathisch, onverschillig of verkwist z'n kostbare tijd aan aardse zaken, die straks na de dood geen waarde meer blijken te hebben.
 

Echter, door je geregeld op je leven te bezinnen, komt er meer evenwicht in je leven, meer natuurlijkheid en minder onnatuurlijkheid.

'Evenwicht' is duidelijk een aspect van 'natuurlijkheid'; we zien immers overal evenwicht in de natuur. En andere dingen zijn duidelijk onnatuurlijk, dingen zoals: overspannenheid, onverschilligheid, passiviteit, lusteloosheid, depressie, maar ook: koortsachtig fanatisme, werk-verslaving en wellust naar macht en status.
 

Door geregelde bezinning worden we dus natuurlijker en dus evenwichtiger.

- Nu zal ik u nog op een andere manier aantonen, waarom geregelde bezinning echt iets natuurlijks is voor ons als mens. Dieren zijn altijd al natuurlijk en hoeven zich dus nooit te bezinnen. Maar mensen hebben een vrije wil; we kunnen steeds zelf in vrijheid kiezen, welke richting we uit willen gaan met ons leven. We hebben ieder moment de keuze om:

óf ons willekeurig mee te laten dobberen op de golven van het leven; dat is dus de weg volgen van de minste weerstand; dat lijkt makkelijk; en men denkt: ik zie wel waar ik uit kom.
 

Of we nemen zélf het roer in handen en bepalen zélf bewust waar we met onszelf naar toe willen.

Dat zijn de twee mogelijkheden die ieder mens altijd heeft, en dit komt dus door onze vrije wil. En indien je kiest voor die tweede mogelijkheid, dus dat je bewust sturing wilt geven aan je eigen leven, dan kun je dit alleen waarmaken indien jij je geregeld bezint op je leven en het zo-nodig bijstuurt in de juiste richting.
 

(Tussen haakjes: je bezinnen op je levensdoelen heeft overigens nog een prettig neveneffect, als die doelen zijn: het ontwikkelen van meer liefde, harmonie en geluk. Door deze bezinning op ‘het hogere’ ga jij je hier namelijk ook op afstemmen, en zul jij hier ook ondersteuning van ontvangen.)

'Geregeld bezinnen' draagt dus bij aan een natuurlijk evenwicht bij het omgaan met de vrije wil van de mens.
 

'Geregeld bezinnen' draagt ook nog op een andere manier bij aan het natuurlijk evenwicht van onze geest. Namelijk, indien we geregeld de tijd nemen om onze gedachten even tot rust te laten komen, zonder dan met een andere taak bezig te zijn, dan kunnen we onze belevenissen beter verwerken.  Wat is het geval? Om vérder te komen in ons leven, dienen we allerlei dingen te beléven. Dat is goed.

Maar die belevenissen dienen vervolgens ook verwerkt te worden. Echter, indien we dat verwerken onvoldoende toepassen door onze gedachten daar over te lagen gaan, oftewel daarover ná te mijmeren, dan gaat dit storingen geven in onze geest. Die gedachten en gevoelens gaan ons dan storen terwijl we met onze andere activiteiten bezig zijn. En dat is dus een onnatuurlijke toestand. Maar dit kun je dus  voorkomen  door geregeld tijd te nemen voor bezinning.
 

Dit soort bezinnen heeft dus met je verleden te maken, terwijl het vorig-genoemde bezinnen met je toekomst te maken heeft. Maar beide dienen we geregeld in het 'nu' toe te passen, liefst dagelijks, maar toch zeker wekelijks.

Beide soorten bezinnen behoren tot het natuurlijk denken en beide dragen bij aan onze geestelijke evolutie en innerlijke harmonie.
Giel.