UNIVERSELE LIEFDE DIE ONS VRIJMAAKT.
Anton Rulof
-- bij ons bekend als Teun -- was de jongste broer van Jozef Rulof, die in zijn jonge
jaren met zijn broers Gerrit en Hendrik de wijk nam naar Amerika. U kunt daarover
lezen in de trilogie ,,Jeus van Moeder Crisje''.
Anton was -- vooral na de bezoeken
van Jeus aan Amerika -- diep bezield om voor de geestelijke ontwikkeling van de mensen
in Amerika iets te kunnen doen.
Aangezien hij daar toen niet over de boeken van de
Meesters kon beschikken, belegde hij bijeenkomsten waarbij hij met het gesproken
woord -- degenen die belangstelling toonden voor een ander voelen en denken -- trachtte
te bereiken. Eén van die door hem gehouden voordrachten drukken wij hieronder af. Wanneer
we, menselijk gezien, van een ziekte epidemie horen, worden we vaak angstig dat we
ziek zullen worden zodat we ons inenten tegen de ziekte. Vanavond krijgen wij hier
samen een ernstige epidemie, die zal beginnen met de geest en deze epidemie is Liefde.
Niemand kan zich hiertegen inenten, we zullen allemaal besmet worden en allemaal
vervuld worden met de Universele Christus Liefde, voor zover ons bewustzijn dat kan
bevatten. En in dit prachtige gevoel van liefde zult u al uw zorgen en angsten verliezen
en zult u bijgevuld worden met iets prachtigs, juist wat uw geest nodig heeft.
In
Marcus 12:28-31 lezen we over een schriftgeleerde die aan Jezus vroeg: ,,Welk gebod
is het belangrijkste van allemaal?'' Jezus antwoordde: De eerste: Luister Israël,
alleen de Heer is onze God. U moet de Heer, die uw God is, liefhebben met hart en
ziel, in al uw gedachten en met inzet van al uw krachten! En het tweede gebod is:
U moet uw naasten liefhebben gelijk uzelf. Een belangrijker gebod als deze twee is
er niet.
In werkelijkheid is er slechts één liefde in het hele universum en dat is
God, de Schepper van alles, want God is liefde en liefde is God en er is slechts
één leven, één geest, één kracht en één tegenwoordigheid in het hele universum.
Wat
God is werkt in ons allemaal. Nu zien wij vanuit de verschillende niveaus van bewustzijn
en begrip de manifestaties van wat God is en Zijn manifestatie in ons leven. In Johannes
4, 5:16-18 staat: God is liefde en wie leeft naar de Liefde, leeft vanuit God en
God leeft in hem. In de liefde is geen plaats voor angst. Echte liefde sluit angst
uit! Door dit weten we dat liefde het fundament is voor leven. Liefde is het belangrijkste
in het leven. Liefde is het grootste geschenk van de hemelen. Liefde is de grootste
schat en brengt het goede in dit universum. Want een ieder zoekt in zijn eigen leven
naar universele liefde. Het is het einde en het doel van alles. Het is breed en onbeperkt.
Het is de universele harmoniserende kracht die ons met al het leven in het universum
verbindt. Het hebben van universeel bewustzijn en begrip voor Gods Liefde opent ons
innerlijke zien en vanuit die graad van bewustzijn kunnen we van binnenuit zien dat
God goed is. Maar meer nog dat zonde niet altijd zonde is.
Zonde kan een middel zijn
tot universele groei van uw geestelijk bewustzijn. En wat is eigenlijk ,,Zonde''?
Het is dat wat men tegen de universele wet van liefde in doet. We zondigen vanwege
ons beperkt begrip van de universele wet van liefde. De pijn die we scheppen en in
ons hart voelen is zonde. Aan de andere kant, het gevoel van vrijheid door Gods universele
liefde begint ook in ons hart. Niets in het gehele universum kan in de weg van uw
geestelijke vrijheid en bezit staan. Wanneer uw innerlijke wens sterk genoeg voor
Gods universele liefde en vrijheid is zult u dit naar buiten brengen door middel
van uw hart en leven.
Het is binnen deze geestelijke vrijheid dat uw hart en bewustzijn
vervuld zullen worden met Gods universele Liefde en dat er niets meer in de materiële
wereld is dat u zult willen bezitten of dat u zult toestaan u te bezitten. De reden
hiervoor is dat alle zaken op deze aardse planeet geen werkelijkheid hebben vergelijkbaar
met de universele liefde die uw hart vult. Niets kan hiermee vergeleken worden. Waarachtig,
van dit niveau van bewustzijn zult u dit innerlijke weten hebben dat u alles van
God in u kunt hebben, wat gezondheid, rijkdom, vrede, harmonie, evenwicht, genegenheid,
welwillendheid, innerlijke zekerheid en enthousiasme voor het leven is. Het is niet
nodig om alles om u heen te bezitten, daar u alles in u heeft. Dit is universele
liefde. We moeten dan ook medewerkers van God zijn. God heeft u de vrijheid en de
vrije wil gegeven om dat innerlijke bewustzijn voor uzelf te scheppen. Geef uw universele
liefde aan iedereen. Geef een ieder die om u heen is de gelegenheid zijn of haar
eigen bewustzijn te ontwikkelen. Alleen op deze mannier kunt u een medewerker van
God zijn. Dus breng op deze wijze het
Christuslicht vanuit uw bewustzijn en leven
op Aarde...
Anton Rulof.
U LEEFT IN HET KONINKRIJK
GODS,
ZODRA DE LIEFDE UW HANDELINGEN BEPAALT!
Liefde
is het hoogste, het heiligste en het allerheiligste op Aarde en aan deze Zijde: Wie
liefde bezit is een gelukkige en behoort tot de sferen van licht.
De liefdelozen,
de armen van geest, treden daarentegen de duisternis binnen.
Wat is liefde? Waar
is de liefde geboren? Onnoemelijk veel is er al over de liefde geschreven en toch
is zij de mensen nog niet duidelijk. Wie de liefde wil leren kennen moet in het moederschap
afdalen en deze geheiligde toestand trachten te begrijpen. De liefde en het moederschap
zijn één toestand, tevens één wereld, een hemel of een hel. Zoals er mensen zijn,
die liefde bezitten of lévend dood zijn, zo telt de wereld moeders die hun gezegende
staat beseffen en moeders die hem vervloeken.
De mens moet God als man en vrouw vertegenwoordigen.
In de onmetelijkheid, die God schiep, is geen wereld leeg gebleven, man en vrouw
hebben de Goddelijke ruimten in bezit genomen. Door de liefde zijn de ruimten ontstaan,
door het moederschap zijn ze te beleven. Door de liefde ontwaakt de ziel in al de
kosmische levensgraden die Gods Schepping telt en door de moeder verkrijgt het zielenleven
de onmetelijke diepte, die nodig is om de macht van die graden te verwerken.
Telkens
en telkens moeten wij ons op de liefde bezinnen. In de allereerste plaats moet dat
in ons huwelijk gebeuren. Door het huwelijk immers zijn wij met de ruimte verbonden
en voelen wij, de moeder vooral, Gods hart kloppen.
Welk mens heeft het huwelijk
en het moederschap wel eens in dit licht bezien? En toch, door dit te doen, gaat
ons hart open van eerbied, van ontzag, van liefde.
Het huwelijk is heilig en wie
het bezoedelt, bezoedelt zich zelf en de schepping, bezoedelt God: Wie zich echter
voor het huwelijk gereedmaakt, en er naar streeft het hoger en heiliger te maken,
zal ervaren, dat hij tevens in liefde toeneemt. En zo wil God het, zo wil Christus
het!
Wie zich gereed maakt voor het huwelijk, maakt zich tevens klaar voor de broeder
en zusterliefde en uiteindelijk voor de tweelingliefde. Want wie kan waarlijk zeggen:
Ik heb de mensheid lief - als hij nog niet in vrede kan leven met het wezen naast
hem?
Wie groeien wil in de liefde, begint er mee zich dienstbaar te maken. Alléén
door te dienen, door álles van zichzelf in te zetten, raakten de sferen van licht
en het Al bewoond. Alléén door te dienen kon het zielenleven tot God terugkeren.
In de hemelen aan onze Zijde is elke ziel er op uit zich dienstbaar te maken, een
ieder werkt en dient onophoudelijk. Als dit eens op Aarde het geval zou zijn, gelooft
u niet, dat het daar een hemel zou worden?
Hoe harder we werken, hoe meer we van
ons zelf geven, hoe meer geluk we zélf ontvangen. Want dit is de grote wet in de
sferen: alles wat wij voor anderen doen, keert weer naar ons zelf terug!
De diepte
van uw bewustzijn bepaalt de diepte van uw liefde, uw graad van liefde, uw huwelijksgeluk.
Wat is het voor een liefde, die ten strijde trekt? De geestelijk bewuste zielen kennen
geen haat, zij hebben alles lief wat leeft en hierdoor straalt hun huwelijk heiligheid
uit. Deze mensen beleven in alles de waarachtige harmonie, hun samenzijn is een geestelijke
openbaring.
Zij leeft voor hem en hij voor haar en beiden voor hun kinderen. Zo heeft
God man en vrouw willen zien. Zij kennen geen hardheid, niet één woord, dat neerhaalt
of overheerst.
Wij zeggen u: Als u zich die machtige toestand wilt eigen maken, tracht
dan te dienen. Leer te dienen in uw huwelijk, zó zult u aan liefde winnen.
Christus
zegt ons: Wie Mij en al Mijn kinderen in liefde nadert, zal Mij en Mijn bedoelingen
leren kennen.
Heb dus lief, Mijn kind, leer wat het zeggen wil waarachtig lief te
hebben. Dan zal Mijn stem in uw binnenste klank krijgen en zult u in uw hart het
Mijne horen kloppen:
Ga beginnen met de stoffelijke en geestelijke opbouw. Heb nu
lief alles wat leeft, eerst dan gaan de sferen van licht voor u open. U kunt dan
uw "Koninkrijk Gods" betreden. U zult met elkaar de wetten van God beleven en niets
meer afbreken, u zult alleen opbouwen. U zult hierdoor tot God uw Vader terugkeren.
Golgotha wacht u en de uwen!
Wie als waarachtig mens deze woorden leest, moest op
hetzelfde ogenblik geen zonden en fouten meer kunnen doen. Maar de mens op Aarde
wil geen kind van God zijn, is gevoelloos, voelt niet wat dit betekent. Nog steeds
zien wij niets dan strijd op Aarde. Kent u uzelf, mens der Aarde? Weet dat Jezus
Christus tot u kwam en Zijn dood uw redding is. Zie op naar dit alles en aanvaard:
Ik kom uit Zijn naam tot u, uit Zijn naam: Heb lief en voel aan wat ik u zeg. Een
goede daad iedere dag, een goede gedachte, dan reeds helpt u Hem, onze Meester Jezus
Christus, en tevens ons, die naar de Aarde terugkeerden om u als zusters en broeders
te overtuigen van uw geestelijk en kosmisch leven. Leg al uw fouten af en heb lief,
de eeuwigheid wacht u, u en uw geliefden.
Zij die dit aanvoelen zullen dankbaar zijn
voor alles, wat hun van Gene Zijde wordt gebracht.
Wij kwamen tot u als boodschappers
van Christus. Het bewuste Kind Gods sprak tot uw leven. U kunt ons niet op een leugen
betrappen.
Het is ons doel op te bouwen en niet af te breken: Door deze boodschap
zal er vrede en begrijpen in uw harten komen. Wij zeggen u: U bent als mens onmetelijk.
Gods ruimte behoort u toe, bent u zich hiervan bewust? Handel ernaar en heb lief!
Dat kan alleen door het hoofdbuigen. Wie zich niet buigen wil, staat voor het dode
punt en kan niet verder. De mens moet zich oneindig veel eigen maken. De mens begaat
fouten, geeft niets, ook al hebt u gemoord, u zult dat weer goed maken. Maar indien
wij die moord niet willen bekennen? Wat dan? Een moord is hetzelfde als een nietig
foutje, waarvan wij geen afbraak willen zien en toch voor de maatschappij en ons
karakter, de andere mens, een pak slaag is, de trap, de knauw, de geseling, het niet
willen begrijpen, de koppigheid, ga nu verder; u hebt kleur te bekennen voor het
goede in de mens en de wetten van God; kunt u dat niet, is het niet eenvoudig, dan
staat u voor een dood punt.
Geen vooruit, geen achteruit is er. Daarom zeggen wij
u, als u uw hoofd kunt buigen staat Gene Zijde achter u. U sluit uzelf thans voor
niets af, u kunt verder. Altijd verder, omdat u een opening laat voor de mens, de
mens kan u thans en steeds weer bereiken en zo kunt u tezamen weer verder.
Het is
smart voor de mens zelf, die niet buigen kan. Hoe stuntelig wordt nu het menselijke
karakter, en is de persoonlijkheid. Indien de mens een pertinent gelijk wil hebben
en het toch niet verdiend heeft en er op blijft staan gelijk te willen hebben, is
diezelfde mens niets waard. Iemand nu, die door haat of jaloezie het gelijk wil hebben
is nog verder van de harmonie af en nu wordt het demonisch: Volgt u zelf de mens
maar, dan weet u voor hoeveel de mens zich nog te buigen heeft. Een adept van de
Meesters, die nu zegt: 'Maar dat neem ik nog niet', staat onherroepelijk voor zijn
ontwaking stil en kan de Meester ook niet verder:
Als u straks aan Gene Zijde bent,
kunt u geen stap meer verder, indien u uw fouten niet wilt bekennen. En dat beleven
wij hier reeds. U wilt iets leren, iets van uw leven maken en u trapt telkens weer
ál dat van uw leven weg, door een karaktertrek reeds. Maak u los van uw beperkte
ik, breek af wat verkeerd in u is, offer en geef het schoonste van u zelf en u beleeft
uw eigen Golgotha. Smart en wanbegrip zult u te verduren krijgen, zoals uw Messias
dit beleefde. Zoals Hij zult u in dat ernstige, smadelijke uur het gezang van de
Hemelen horen. En dit zal voor u het teken zijn, dat u groeiende bent en op weg om
een hogere en gelukkiger levensgraad te bereiken.
Wij baden Christus om een licht
te mogen zijn in de duisternis op Aarde. En daar dit verlangen op volle kracht naar
Hem uitgezonden werd, beloonde Hij mij, door mij een taak te schenken, een taak die
ik door dit woord help volbrengen. Laat dit gebed ook het uwe zijn, wanneer u er
met uw volle persoonlijkheid, met uw gehele wil achter staat, zult u in zijn naam
mogen arbeiden. God en Christus zegenen u dan en zeggen: Goed zo, Mijn kind. Wij
zijn bij u en volgen u!
God, mijn God, ik wil U en Uw leven dienen!
Jozef Rulof.
LIEFDE
IS GOD.
Wees lief en u bent inspiratie. Geef dus het heden alles en laat de ruimte
even wachten.
Liefde is de eeuwige evolutie als ziel, leven en geest, dus baring
en schepping van alles. Liefde is vader en moederschap in alles leggen: In het denken,
voelen, handelen en weten als waarachtigheid, in hartelijkheid, rechtvaardigheid
en harmonie.
Wat is nu harmonie? Dat is de telkens nieuwe geboorte in en van de mens.
Dat is de lente, de mogelijkheid zich telkens te kunnen herstellen en te groeien.
Dat is het kleurenrijk Gods en de kosmische orde, zoals een planeet haar baan beschrijft.
De menselijk baan beschrijven - zijn kringloop in die orde - is o.a. dankbaar zijn
voor alles en aanvaardend beleven. Dat waaraan we niet kunnen ontkomen. Laten we
daarom alles van binnenuit naar beste vermogen doen, al is het ramen wassen. Laten
we alles voltooien, dan is er rust en zekerheid en komt er harmonie in iedere gedachte.
Dit weten en beleven is groei van het geestelijke bewustzijn, is dus liefde.
Liefde
voelen, niet alleen voor het eigen kind, maar voor alle kinderen, anders is het eigenliefde.
Universele liefde is liefde voelen voor alles wat leeft.
Liefde tussen man en vrouw.
Lichamelijke liefde kan ook mooi zijn, als dit samen harmonisch wordt beleefd, anders
is het slechts hunkeren naar bezit, dus weer eigenliefde.
Indien de liefde in volle
harmonie ons huwelijk draagt, wordt die aardse weg voor ons reeds een ruimtelijke
weg. Onze aardse kringloop is daarin reeds volbracht. Onze liefde, ons geluk, werkt
op anderen door als straling, die wij anderen aanbieden, zoals de Zon iedere dag
alles weer tot ontwaking voert.
Ook de 'verlichte' mens heeft de eenheid van een
harmonisch huwelijk nodig, een werking uit de Bron die God is als Vader en Moeder,
in volkomen harmonie. De mens zelf is nu die bron geworden in zijn eigen levens afstemming.
Het is de verlichte mens die de ander - bijvoorbeeld een patiënt - de gevoelsliefde
kan bieden.
De liefde, die de oorspronkelijke wet van de bevrijding is en in ieder
mens sluimert. De hoop, het verlangen naar innerlijke vrede. Vanuit de liefde komt
de wedergeboorte, die de wederliefde doet ontwaken. De liefde wordt dan een geschenk
van een ander en doorgegeven.
Liefde is een wezenlijk deel van de mens. Voor een
enkeling is dit te zien aan de uitstraling, hetgeen door een waarnemer voelbaar te
merken is aan het karakter, het woord, het denken en voelen van de persoonlijkheid.
Verder aan zijn houding, zijn gelaatstrekken, zijn stralende ogen en zijn handelen.
Dit waarnemen doen we weer door de ruimte van ons eigen bezit aan liefde. Door dit
te herkennen voelen we de kern van de rechtvaardigheid. We worden erdoor aangetrokken.
We willen er een deel van zijn, verwantschap mee voelen, als het ware door die liefde
worden opgetrokken.
Zou dit niet ziel, geest en leven zijn, die ons voert naar de
Goddelijke harmonie?
Zo beleven we allemaal ons eigen heelal door de liefde, die
wij al of niet voelen, met al haar begrenzingen, onze eigen ruimtelijke baan beschrijvend
in het universum, op weg ... terug naar God. Door onze persoonlijkheid hebben we
contact met alles om ons heen. In dat heelal scheppen onze eigenschappen en ons karma
de omstandigheden die het leven ons biedt en daar leren we mee om te gaan. Positief
gezien is de liefde dus de kern van die eigenschappen die ons doelmatig doen streven.
Het licht van de rechtvaardigheid bepaalt onze zelfkennis en ons heelal als werkende
liefdeskracht. Liefde, gevoel, is eigenlijk de kern die de eigenschappen tot ontwikkeling
brengt, stimulerend en vormend. Eigenschappen zoals rechtvaardigheid, eerlijkheid,
zachtmoedigheid, eenvoud, moed, vertrouwen, kortom alle trekken die tezamen de persoonlijkheid
vormen. Deze karaktertrekken bepalen ons denken, voelen en wilsuitingen. Het zijn
dus geen aparte gaven, maar vormen het bezit van onze persoonlijkheid. Dat zijn we
zelf! De wil is naast de liefde de leidende kracht. Met onze persoonlijkheid vertegenwoordigen
wij onszelf als ziel, leven en geest.
Als wij ons op God afstemmen, vertegenwoordigen
wij ook God in onze eigen afstemming. Op onze eigen wijze zien wij dan Zijn rechtvaardigheid.
De ondervinding, de incarnaties, doen het gevoel rijpen, met als gevolg een mooier,
sterker karakter. Volgens mij zijn alle negatieve eigenschappen eigenlijk nog geen
eigenschappen die gereed zijn, maar een tekort, een ontbreken ervan en behoren zij
bij een onvolwassen, onbewuste graad als persoonlijkheid. Maar ... we zijn allemaal
onderweg en zullen eens ontwaken! De mens die wil ontwaken, staat echter voor zijn
innerlijk, zijn karakter, een moeilijkheid die zo ontzagwekkend is als de macrokosmos
aan baring en schepping heeft moeten aanvaarden. We moeten namelijk in alles de harmonie
leggen die vanuit God is.
Door die harmonie, die liefde - in tegenstelling tot de
haat - worden de eigen frustraties begrepen en vergeven en komt er begrip voor de
ander. Door de liefde - het staat verder dan het weten - wijkt de eenzaamheid, de
haat, de lust als bezit, leert men weg te geven, wordt de mens universeel. Dan is
de mens voltooid, geboren in liefde, de basis voor iedere therapie.
Dit klinkt allemaal
eenvoudig, maar voor ons allen vraagt het de gehele inzet van het menszijn.
Liefde
betekent de karmische wetten beleven - vorige levens als oorzaak en gevolg - er iets
van maken en geen moment vergeten dat je je hoofd moet kunnen buigen voor het leven
en voor je partner, voor datgene waaraan je niet kunt ontkomen. Als de waarachtige
liefde zijn uitwerking zou missen, dan zou alles aan waarde verliezen.
De geestelijke
liefde gaat zijn eigen weg, maar nooit ten koste van een ander.
Indien wij het geestelijke
van onszelf willen brengen en de ander kraakt dat, laten we er dan maar niet op ingaan,
maar ons hoofd buigen voor die hardheid, ook al hebben we gelijk. Dan kunnen we maar
beter even weggaan.
De Christus zei ook alleen maar: 'U zegt het', toen de beul Hem
vroeg: 'Zijt Gij de Zoon Gods?'
Gaan we er toch tegenin dan verliezen we onszelf.
Dan zijn we onze harmonie kwijt, ons geluk en het éénzijn met het leven van God.
Pas als we de ruimtelijke harmonie bewaren, maken we ons dit eigen.
Het is helemaal
niet 'flink' terug te slaan, ook niet met scherpe woorden, met kwetsen. We moeten
bewijzen dat de zachte krachten uiteindelijk sterker zijn. Geweld roept geweld op,
angst de angst. De zachte krachten hebben echter een dwingende, roepende werking
en zijn de lichtpunten in de wereld.
De mens koestert zich daar aan. Het Christuslicht
werkt altijd door!
Eens zullen deze krachten ieder mens overtuigen. Dan pas is de
reine klaarte het bezit van iedereen. We leven nu nog in de weeën van de nieuwe wereld
die de Christus voor ons schiep.
Dhr. S.
HOEVEEL LIEFDE BEZITTEN
WIJ EN GEVEN WIJ?
Liefde, een woord dat doorweven is met ons leven hier op aarde.
We kunnen het niet wegdenken, het is er en zal er ook altijd blijven. Maar de máte
van Liefde, daar valt nog heel wat in te verbeteren, ook door mij. Als ik goed ga
nadenken over wat Gene Zijde bedoelt met universele Liefde, dat ons aller bezit eens
moet zijn, dan stijgt ook mij het schaamrood naar de kaken, en kom ik tot de conclusie,
dat ik er nog weinig van bezit. Van heel veel mensen krijgen we vaak via de mail
te horen, wat voor een lieve mensen wij zijn. Maar is dat wel zo?
Als ik mezelf eens
ga ontleden, dan zie ik momenten van Liefde, maar ook momenten en uitlatingen die
niets, maar dan ook helemaal niets met Liefde te maken hebben. Dat houdt niet in
dat ik het niet probeer, maar ik struikel voor mijn doen nog te vaak en dat zou ik
liever helemaal niet willen. Wie streelt het zijn ego niet als er over hem of haar
wordt gezegd hoe lief je bent. Wie mij dagelijks mee zou maken, zou misschien ook
wel eens denken: nou dat is ook geen lieverdje. Dan zul je zien dat ik ook mijn
tekortkomingen heb. Ik kan, ondanks dat ik het zou moeten, niet iedereen liefhebben.
En meen ik het dan ook nog echt, als ik zeg: Ik hou van je. Als iemand lief en aardig
voor je is, is het makkelijk om te zeggen: ik hou van je. Maar houden we ook nog
van die persoon als die niet zo aardig meer is, of een mening uit, waar je het beslist
niet mee eens bent.
Bezitten we zoveel Liefde om dan óók nog te zeggen, ik hou van
je, of is de Liefde dan plotseling weg? We zouden eigenlijk van ieder mens moeten
houden, maar dat is voor velen een te moeilijke opgave, alleen al omdat je iedereen
niet mag, dat geldt ook voor mij. Duizenden keren zal iedereen in zijn leven wel
eens zeggen: Ik hou van je. Menen we dat dan ook echt? Komt het uit het diepste van
ons hart, of is het sleur? Als het geen sleur is, kunnen we dan spreken van echte
Liefde? Ik denk het niet, tenminste niet zoals Christus het bedoeld heeft. Heel veel
mensen zitten iedere zondag in de kerk om God te aanbidden. Ze zingen liederen, er
worden kaarsen gebrand en God om hulp gevraagd. Waarvoor? God verplicht ons niet
om naar de kerk te gaan. Het enigste wat God van ons vraagt is: Heb alles lief, zowel
dier als mens. Willen we over echte Liefde spreken, dan moeten we ieder mens lief
hebben gelijk onszelf.
Wie kan dat? Ik nog niet. Al doe ik ook zo mijn best, het
lukt me soms gewoon niet. Steeds weer steekt er wel iets de kop op in mijn innerlijke
wat zegt, die mens kan ik niet liefhebben, of die mag ik niet zo graag. Vaak heeft
dat met je eigen karakter te maken en dan kijk je in je eigen spiegeltje. Een bekend
medium spreekt steeds over de universele liefde, maar die vind je hier op aarde niet,
daarvoor moet je aan Gene Zijde in de lichtsferen vertoeven om dat te ervaren en
uit te dragen. Jozef Rulof schrijft in zijn boeken ook vaak over de Liefde en hoe
die er dan uit zou moeten zien, maar van die Liefde bezitten wij nog bijna niets.
Als we ECHT van iemand houden en dat is wederzijds, dan zou onenigheid of ruzie tussen
die personen niet meer kunnen voorkomen. Dan spreken we van echte Liefde. Universele
Liefde betekent dus: Iederéén liefhebben. Het heeft niets met de Liefde te maken
van twee mensen die getrouwd zijn uit Liefde. Universele Liefde houdt in: Ieder mens
liefhebben, ''goede en slechte mensen'', dán kun je spreken van Universele Liefde
en daar zijn wij nog lang niet toe in staat.
Ik probeer -- wat me ook niet altijd
lukt -- te houden van ieder mens, maar ik houd ook niet van ieder zijn karakter.
Zo hebben wij nog een zeer lange weg te gaan om ons de Universele Liefde eigen te
maken. Jozef Rulof gaf het zo duidelijk weer: Om één slechte karaktertrek te overwinnen
heb je soms meerdere levens nodig. Het is dan ook maar goed, dat we niet voor iedere
fout die we begaan weer terug moeten naar de aarde, want dan zou er nooit geen eind
aan komen. En met die gedachten in mijn achterhoofd, probeer ik iedereen zo lief
en aardig mogelijk te benaderen en er voor te zorgen hun geen pijn te doen en te
respecteren.
Henk Roesink.
LIEFDE EN BARMHARTIGHEID.
De bezetenheid is zo oud als er ,,hellen" zijn en de menselijke afbraak bestaat.
Zij is het afschuwelijkste masker, de ergste verkrachting, vernedering en bezoedeling
van de menselijke geest en lichaam, die men zich kan voorstellen. Je kunt soms eerder
een mens fysiek vermoorden, dan de bezetenheid -- hoe dan ook -- in de hand werken.
Of je dit nu bewust of onbewust doet -- dit is toch wel de grootste aller zonden,
die een mens -- of mensen kunnen begaan:
,,Een ziel geestelijk en lichamelijk helpen
vernietigen, haar aan de ,,duivel" helpen uitleveren en misschien trots op deze prestatie
zijn, het slachtoffer ,,heilig" te laten verklaren, met de orchideetjes van de paus
erbij voor moeder Overste, de mére, die de zaken van Christus en het vrouwtje, dat
Zijn bruid wilde zijn, zo uitstekend wist te behandelen!"
En daarmee zijn wij reeds
midden in het onderwerp van vandaag. Wij hebben in dit geval geen lange inleiding
nodig, het onderwerp spreekt voor zich zelf, want het gaat om iets weerzinwekkends,
waar je tot aan de hals in de modder komt te staan, in een geestelijke stank terecht
komt, waarbij het je moeite kost, om onder het schrijven niet onwel te worden.
Geen
nog zo op het dierlijke afgestemde asfaltcolportage, geen Dachau of Buchenwalde,
zal ooit in staat zijn, de menselijke waardigheid en oorspronkelijke kiesheid van
de geest, het onaantastbare, sacrale in de mens, dat de ziel is, de Vonk God's, zodanig
te schenden en te bezoedelen, als dit gebeurd is met de ,,Zending van Zuster Jozefa
Menendez", een Spaanse kloosterzuster die bij de ,,negen bruiden van Christus", door
Hem werd ingelijfd en de bezetenheid moest aanvaarden!
Het boek, dat deze in feite
waanzinnige historie vertelt, die door de kerk van Christus als ,,Goddelijke Openbaring"
werd geautoriseerd, draagt als titel: ,,Liefde en Barmhartigheid" en is in 1954 in
de derde druk verschenen bij Desclee de Brouwer in België. De bewerking, naar de
oorspronkelijke Franse Uitgave ,,Un Appel a L'samour" en de inleiding en nabeschouwing
zijn van Dr. Naaijkens M.S.C. , Z.H. Paus Pius XII, toen nog Kardinaal Pacelli, voorzag
het boek van een introductieschrijven van de volgende inhoud:
April 1938.
Ma Reverende
Mere.
Ongetwijfeld zal de publicatie van deze bladzijden aangenaam zijn aan het Goddelijke
Hart van Jezus. Zij zijn immers vol van de grote liefde, die zijn genade wist te
wekken in zijn nederige dienares Zuster Maria Jozefa Menendez. Mogen deze bladzijden
krachtig er toe bijdragen om in vele zielen een altijd groter en liefdevoller vertrouwen
te verwekken in de oneindige barmhartigheid van dit Goddelijke Hart voor de arme
zondaars die wij allen zijn. Dit is de wens, die ik uitspreek terwijl ik u zegen,
u zelf en geheel de Sociëteit van het Heilig Hart.
Prachtkansen -- die wij niet lusten!
Wat de inleiding en nabeschouwing betreft, bepalen wij ons tot de delen, waarin de
godgeleerde, dhr Naaijkens, aangemoedigd door het fiat van de Kardinaal, zijn mening
en conclusies omtrent het mystieke gebeuren, weliswaar in voorzichtige termen formuleert,
maar toch aan duidelijkheid niets te wensen overlaat.
Het begint dan zeer geheimzinnig
en veelbelovend:
,,Dit is een boekje met wonderbare onthullingen. Het bevat iets
van de Goddelijke openbaringen, die Jezus deed aan een heel bescheiden Zuster van
het Sacre Coeur. Het is niet waarschijnlijk, dat de grote wereld er zich ook maar
een ogenblik om zal bekommeren. Het bovennatuurlijke is haar immers te irreëel. Wij
zelf wachten omtrent alles wat hier geschreven staat -- en er is nog zoveel meer,
dat de meeste van onze landgenoten hierover nog niet hebben vernomen -- rustig het
oordeel af van Gods Kerk. Laten wij ons echter bij de lezing van dit hoogst ernstige
boek een ogenblik bezinnen.
Als dit inderdaad een hernieuwde openbaring is van Christus
liefde en barmhartigheid, dan handelen wij zeer onbedachtzaam deze woorden van de
Zaligmaker der wereld, zonder meer naast ons neer te leggen.
Na het woord van Kardinaal
Pacelli is de lezing en de adhesie van ons geloof in dit geschrift werkelijk geen
roekeloze daad. Overigens, er zijn andere mannen van gezag die menen, dat dit alles
volkomen betrouwbaar is. Wat verliezen wij prachtkansen (!) in ons leven als alles
wat hier volgt, inderdaad de volle waarheid is en wij om allerlei kleine menselijke
redenen zouden doen alsof het niet zo was. En dit laatste zal natuurlijk bij velen
gebeuren. Zo was het immers in Christus leven, zo is het altijd wanneer God spreekt,
in of uitwendig."
Tot zover de inleiding. De heer Dr. Naaijkens heeft het over de
,,prachtkansen" die wij verliezen, als wij aan deze wonderbare onthullingen niet
gaan geloven. Maar wij kunnen hem verzekeren, dat wij eerder rillen van wanhoop en
afgrijzen, als wij deze prachtkansen straks het masker afrukken en u laten zien,
welk een geestelijk vergif daar achter schuil gaat, een vergif, dat misschien nog
door duizenden goedgelovigen geslikt wordt en onherroepelijk tot excessen moet leiden,
zoals deze zich hebben voorgedaan met dat zustertje van de Sociëteit van het Heilig
Hart in Poitiers. Want -- haar ,,uitverkiezing" is een waarlijk verbijsterend voorbeeld
voor de noodlottige uitwerking, die een overgeven aan bovennatuurlijke krachten en
machten voor de mens kan hebben, die zich, zij het dan onder het mom van een religieus
verlangen of bezieling, op het mystieke of occulte pad wil begeven, zonder daartoe
de beschermende kennis van zaken te bezitten.
De Kerk werkt deze geestelijke ontsporing
van haar leden sterk in de hand, doordat zij uit gebrek aan werkelijke kennis van
God en Zijn Schepping, haar geestelijke gaten met een mystieke specie dicht, een
specie, die de ,,ingewijde" beslist zal afkeuren!
Het drama begint!
Wat zijn nu de
feiten. Een Spaans meisje, Jozefa Menendez, geboren op de 4de februari 1890 te Madrid,
werd -- aangemoedigd door haar biechtvader en priesters, die haar vertrouwen genoten,
-- op dertigjarige leeftijd zuster van de Congregatie de Religieuzen van het H. Hart
van Jezus -- meer bekend als ,,Sacre-Coeur". ,,Toen de kleine, levendige Spaanse
de drempel van de oude Abdij ,,Les Feuillants" te Poitiers overschreed, vermoedde
daar niemand welke ,,stroom van genaden Christus over haar zou uitstorten en door
haar over talloos velen", aldus het boek. Na enkele maanden kloosterleven wordt het
haar te machtig en wil zij weer terug naar haar vroegere staat van maatschappelijk
leven. ,,Maar men houdt haar wijselijk voor, zich eerst nog eens te bezinnen" en
dan gebeurt het -- 's avonds gedurende het aanbiddingsuur voor het Allerheiligste
-- dat zij ,,aangeraakt" wordt! ,,Ze voelt ineens op een buitengewone wijze de Goddelijke
tegenwoordigheid. Deze bijzondere gunst blijft dagen, zelfs wekenlang aanhouden.
,,Ik genoot onmetelijke vertroosting," schrijft zij, ,,maar ik heb vooral goed begrepen,
wat het Goddelijke Hart mij wilde leren". Zeer bijzondere genaden worden nu haar
deel, -- zo gaat het boek verder -- maar buiten de Overste en de Assistente, zullen
de religieuzen tot het einde toe onkundig blijven van de verbazingwekkende dingen,
die zich afspelen binnen de muren van dit huis.
In een klein boekje tekent Jozefa
aan wat ze ondergaat en wil onthouden. Zo bijvoorbeeld op het feest van St. Petrus
en Paulus: ,,Gedurende de H. Mis even voor de opheffing van de H. Hostie zagen mijn
ogen, mijn arme ogen, mijn welbeminde Jezus, mijn Heer en mijn God! Ik kan niet zeggen
wat er gebeurde, maar ik zou willen dat heel de Wereld dat geluk kende. Ik was geheel
ontdaan. Hij echter zij: ,,Zoals Ik Mij opofferde als slachtoffer van liefde, zo
wil Ik ook dat jij slachtoffer zult zijn. De liefde weigert niets." Ik kon niet anders
zeggen dan: ,,Mijn God, wat wilt Gij dat ik doe, ik ben de Uwe." Toen verdween Hij.
En op de dag van mijn inkleding na de H. Communie kon ik Hem slechts herhalen: ,,Mijn
God, ik ben voor altijd de Uwe."
Jij mijn Bruid ------ Ik je Bruidegom.
Ondanks
de bovennatuurlijke bevoorrechting die Zuster Jozefa zo kort na haar intrede ten
deel viel, -- aldus het boek, heeft de Goddelijke Zaligmaker met de eigenlijke uitverkiezing
van zijn slachtoffer (!) gewacht tot de dag der inkleding. Twee dagen na deze plechtigheid
toonde Hij haar weer Zijn Hart, dat door zes doornen werd gewond en Hij herhaalde
de reeds vroeger gedane vraag: ,,Jozefa, wil je die doornen wegnemen?" Tegelijkertijd
biedt Hij haar het lijden aan. Na dagen van troost komen weer dagen van grote duisternis.
Zij is bang voor de Goddelijke gunsten, die zij heeft ontvangen. Zij hoort een stem
die haar zegt, dat zij op weg is naar haar ondergang. Maar Jezus verschijnt haar
en zegt: ,,Als je trouw blijft, zal Ik je de rijkdom van Mijn Hart tonen. Je zult
Mijn kruis dragen, maar ik zal je overvloedig zegenen als mijn veelgeliefde bruid."
En een andere keer horen wij Christus zeggen: ,,De beledigingen van de mensen kwetsen
Mij diep, maar niets doet Mij zoveel leed als de ontrouw van mijn bruiden.
Van de
vijf doornen, die je al hebt verwijderd, waren de twee eerste, zielen van religieuzen,
die Ik met weldaden had overladen, maar zij bleven met hun liefde bij de schepselen
en dachten niet aan Mij: Ik riep hen om ze tot hun leven van liefde terug te voeren,
zij hoorden Mij niet en Ik stond op het punt ze los te laten. Nu zijn ze gered. De
drie anderen waren uitverkoren zielen, maar koud, zo koud, dat de maat (!) van mijn
gerechtigheid bijna overliep. Ik zoek liefde, Ik verwacht liefde van de zielen die
Ik heb vrijgekocht met Mijn bloed en vooral verwacht Ik ze van Mijn bruiden" -- en
sprekende van de zesde: ,,Als je bereid bent om te lijden, zal Ik op die ziel wachten.
Maar Ik kan haar niet vergeven zolang zij zelf geen vergiffenis verlangt. Ik heb
haar geschapen zonder haar medewerking, maar ze is vrij zichzelf te redden of voor
eeuwig verloren te gaan."
Dan weer verschijnt haar Jezus ,,overweldigend van hemelse
schoonheid". Jozefa vraagt naar de ene doorn, die zo lang Zijn Hart gekweld had.
,,De doorn? Die is er niet meer; want niets is zo sterk als de liefde en die vind
Ik bij mijn bruiden." En als ze Hem vraagt, of zij toch Zijn bruid mag worden, indien
ze Hem heel trouw is, zegt Hij: Geef je over in mijn handen, Jozefa: Ik zal Mij van
je bedienen zoals Ik dat wil. Ik zal je nemen, als Ik je nodig heb, wan je behoort
Mij toe. Je kleinheid en zwakheid doen weinig ter zake, wat Ik voor alles vraag is,
Mij lief te hebben en Mij te troosten. Je moet zijn als zachte was, die Ik kan vormen,
zoals Ik zelf wens."
Na een volgende verschijning tekent Jozefa aan: ,,Ik kon Mij
niet weerhouden te denken: als Ik alles geweten had, was Ik nooit gekomen. Die gedachte
kwelt me: Ik geloof dat niets van dit alles gebeurd zou zijn, als Ik in de wereld
was gebleven en iedere dag wordt Mijn angst groter."
De volgende dag toont Jezus
Jozefa weer Zijn gewond Hart met de woorden: ,,Zie eens in welke toestand de ontrouwe
zielen Mij brengen (!) . Zij weten niet hoe lief ik ze heb. Daarom verlaten zij Mij.
Wil jij tenminste Mijn wil volbrengen?"
Jozefa had duizenden angsten, vertelt het
boek. Zij zweeg, zij durfde niet toestemmen. Alles in haar kwam in verzet. En ineens
was Jezus weg. En dan verschijnt ten tonele -- u raadt het niet, geachte lezer, --
de H. Maagd met de woorden",,Als je weigert de wil van mijn Zoon te doen, zul je
Zijn Hart verwonden. Stem in alles toe wat Hij vraagt, maar schrijf jezelf niets
toe. Ja, mijn kind, wees heel nederig."
Daarmee is het lot van de kleine Jozefa bezegeld,
want na deze scène krijgt Jozefa verlof van haar Oversten om zich aan te bieden.
's Avonds ziet ze Hem weer. Zij biedt zichzelf opnieuw aan en belooft niet meer te
aarzelen. Hij legt Zijn hand op haar hoofd met deze woorden: ,,Als jij Mij niet verlaat,
zal Ik van Mijn kant je nooit aan je eigen lot overlaten. Voortaan, Jozefa, moet
je Mij nog slechts Vader en Bruidegom noemen. Als je trouw blijft zullen wij dit
Goddelijke verbond sluiten: jij bent Mijn bruid, Ik ben je Bruidegom."
Het masker
der controle!
Ja, geachte lezer, het is haast niet te geloven, je wordt er zelf bijna
gek van, als je dat allemaal leest. En dan nog te denken, dat deze ziekelijke ,,romance"
in aller ernst door één der machtigste en invloedrijkste instellingen die de wereld
kent en die zich de kerk van Christus noemt, goedgekeurd en getolereerd werd en in
duizenden deftig opgemaakte boekjes, als een nieuwe manifestatie van de H. Geest,
over de wereld de religieuzen, kloosterjuffrouwen en leken, kerkelijke intellectuelen
en ouden van dagen, verspreid en aanbevolen wordt, dan voel je wel, dat de helsheid
van de gedachtewereld van een Adolf Hitler nog lang niet het laatste was, waarin
het menselijke zielenleven kon afdalen. God bewaar ons allen voor zo een monsterachtig
Christusbeeld, zoals het hier vertoond werd:
,,Kus mijn handen, kus ook mijn voeten,
herhaal met mij: ,,O, Vader! Is het bloed van Uw Zoon niet kostbaar genoeg? Wat wenst
U nog meer? Zijn Hart, zijn Wonden, zijn Bloed, alles offert Hij u op voor de redding
van die zielen", zo spreekt deze ,,Jezus" en vervolgt dan: ,,Nu laat ik je alleen,
want één van mijn andere bruiden verwacht Mij. Je weet, er zijn er negen, de uitverkorenen
van mijn Hart! Morgen om één uur -- (na het eten bedoelt hij zeker!) Kom Ik weer
en zal je opnieuw mijn Kruis afstaan. Tot spoedig! Ik had dorst, jij hebt Mij te
drinken gegeven, Ik zal je beloning zijn." Schrikt u niet, geachte geestverwanten?
Neen, CHRISTUS, zoals WIJ Hem door de kosmische Wetenschappen -- door de ,,Paulus
van deze Eeuw'', door JOZEF RULOF, hebben leren kennen, zal door dat afschuwelijke
tafereel niet bezoedeld kunnen worden! Dat is niet mogelijk. Maar wat wel hierdoor
bezoedeld en besmeurd werd is de menselijke geest, de persoonlijkheid, de Vonk Gods,
die zijn heilige zelfstandigheid als ziel, geest en stof kwijt is en een prooi werd
van vreemde invloeden.
Laten wij even daarbij stilstaan, geachte lezer. Van talrijke
maskers, die dit obscure toneel telt, zullen wij één daarvan nader beschouwen.
,,Jozefa
ontving vanaf het begin der verschijningen het bevel alles op te schrijven wat zij
zag en hoorde, aldus het boek. Dit bevel viel haar niet moeilijk, want deze taak
verschafte haar de mogelijkheid de overvloed van haar gedachten en gevoelens te uiten.
Maar spoedig ontdekte zij -- zo heet het verder, dat alles wat zij schreef -- voor
haar zelf alleen zoals zij aanvankelijk meende -- een middel ter controle was voor
haar Oversten."
Op het eerste gezicht klinkt dat erg netjes: ter controle voor haar
Oversten, maar -- als nu deze Jezus geen echte Jezus was, wie was het dan, die zich
voor het ,,Heilige Hart'' uitgaf en het vrouwtje op hol bracht? Die de controle beval
en als H. Maagd optrad? Want wij hebben geen redenen, om de eerlijkheid van deze
berichten in twijfel te trekken.
Wie het werk van JOZEF RULOF kent, deze Grootmeester
in het Occultisme, die weet ook wat ,,hellen'' zijn in het Hiernamaals, wat ,,demonen''
zijn en hoe de BEZETENHEID in de wereld is gekomen. Wie een studie van dat werk heeft
gemaakt, voor die is de toestand van Jozefa Menendez zo helder als wat en men moet
blijkbaar wel in een theologische mist opgegroeid zijn, om het masker van dat ziekelijke
verschijnsel niet terstond te doorschouwen: Bezetenheid!
De ,,controle'' was één
der geraffineerde streken van, de ,,astrale geest'' , of geesten, die deze arme ziel
in hun klauwen kregen, om de Overste, die hij anders niet kon bereiken, in het complot
te betrekken. Hij maakte daarbij gebruik van zekere eigenschappen van deze mére,
die op dat gebeuren afstemming hadden; haar ijdelheid, die gestreeld werd door het
feit, dit in haar klooster en onder haar toezicht het goddelijke wonder plaats vond;
haar vatbaarheid voor die mystieke specie, waarover wij het hadden en misschien ook
van haar begrijpelijk verlangen naar een beetje afwisseling der eentonigheid van
het kloosterlijk gareel. Want de goedkeuring der Oversten en de gewenste hulpverlening
in de persoon van Pater Boyer, Prior der Dominicanen te Poitiers, die ,,veel kennis
had van het mystieke leven en zeer ervaren was in de kunst der geestelijke leiding''
zoals het heet, braken tenslotte het laatste verzet van Jozefa tegen de geest, die
haar uitverkoren had, zijn bruid te zijn!
De Kerk aanvaardt geen leven na de dood.
De Kerk is onbewust en kent alleen haar eigen dogmatisch eeuwigheidbegrip: of --
de ziel gaat in de hemel in aanbidding over, of het vagevuur, of de eeuwige verdoemenis
is haar lot!
Dat er in het Hiernamaals ook nog wezens zijn -- astrale geesten dan,
ongelukkigen en demonen -- die de aardse genoegens niet kunnen en willen missen en
zich voor dat doel in de aura van de stoffelijke mens wringen, de aardse mens in
bezit nemen en zich in hem uitleven, waardoor de mens de bezetenheid moet aanvaarden,
is voor de Kerk en helaas ook grotendeels voor het buitenkerkelijke bewustzijn, nog
een boek met zeven sloten!
JOZEF RULOF heeft deze toestanden zeer nauwkeurig beschreven
en kon niet slechts de Kerk daar heel wat van leren, maar vooral ook de medische
wetenschappen, de psychiatrie en de psychologie. Tot hen zegt Jozef Rulof bij monde
van zijn geestelijke leider, in het boek ,,Zielsziekten van Gene Zijde bezien'':
,,Uw onderzoek der ziel, de kennis die gij hiervan bezit, is en blijft aards. Wanneer
u ons leven aanvaarden kunt -- (het leven na de dood) ligt de ziel in al haar diepten
en verleden voor u open, zodat gij het verleden kunt zien. Gij zult dan niet alleen
de mens leren kennen, doch gij kunt al deze krankzinnigengestichten voor feestgebouwen
gebruiken.''
Inderdaad speelt het verleden -- het verleden der ziel -- want de ziel
heeft een ,,verleden'' dat misschien miljoenen jaren oud is, ook in het geval van
Jozefa Menendez een grote rol. Want ook de ,,Godsdienstwaanzin'' komt niet zo maar
aangewaaid en is geen willekeurig verschijnsel. Het zielenleven, dat zich daarin
verliest, heeft door zijn ,,voorlevens'' stellig daarmee te maken en moet dit drama
ondergaan, anders komt het niet vrij van eigenschappen, welke daarop afstemming hebben.
Dit zijn leerstellingen uit de Kosmologie van Jozef RULOF, een gigantisch werk, waarvan
heden ten dage iedereen kennis kan nemen. Wij vertellen u dus geen sprookjes uit
de eigen keuken, dat bewustzijn zouden wij helemaal niet bezitten, maar wij geven weer,
wat de ,,ingewijde'' en het meesterlijke woord uit de Ruimte daarover te zeggen
hebben. En wij weten, dat dit de zuivere -- de Goddelijke Waarheid is.
Onder duivels
invloed!
Jozefa Menendez voert een vreselijke strijd. ,,Jezus, Jezus, verlaat mij
niet!'' zo smeekt zij en zij bekent, dat ,,afschuwelijke gedachten zich van haar
meester hebben gemaakt, zodat ze dikwijls op het punt stond, onwaardig te communiceren.''
,,Ik geef je al die genaden (!) alleen omdat je trouw bent, omdat je aan Mij gehoorzaamt
en aan je Overste, die Mij vertegenwoordigt,'' zegt de geest, die zich Jezus noemt
en een andere keer: ,,Het is het gebrek aan liefde, dat Mij zo verwondt, het is de
minachting van de mensen, die als dwazen hun ondergang tegemoet snellen. Zo talrijk
en zo zwaar zijn de zonden die men begaat, dat de maat van de goddelijke toorn (!)
zou overlopen, als zij niet werd weerhouden door de uitboeting en de liefde van mijn
uitverkoren zielen. Mijn liefde voor de zielen en zeer in het bijzonder voor jouw
ziel, Jozefa, is zo groot, dat ik de vlammen van mijn brandende liefde niet kan tegenhouden.
Ondanks je onwaardigheid en je ellende, zal ik Mij van jou bedienen om mijn plannen
ten uitvoer te brengen.''
Kort daarop schrijft Jozefa de volgende bekentenis neer:
,,Mijn ziel wordt gefolterd door afgrijselijke voorstellingen die de ,,duivel'' in
mijn verbeelding oproept. Ik ben naar het kapelletje van de H. Maagd gegaan in het
noviciaat, om Haar te smeken toch niet toe te laten, dat ik bezwijk. Plotseling kwam
zij bij me, heel moederlijk, met deze woorden: ,,Kind, ik zal je iets leren van veel
belang. De duivel is als een woedende hond; maar hij ligt vast, d.w.z. hij heeft
maar een beetje vrijheid. Hij kan dus zijn prooi alleen grijpen en verscheuren als
zij dicht bij hem komt. Om zich van haar meester te kunnen maken, is het juist zijn
gewone tactiek, zich te vermommen als een lam.''
Eerst richt de kracht van de duivel
zich gedurende negen lange maanden tegen haar roeping, om haar, nu het nog tijd is,
van besluit te doen veranderen, -- aldus het boek. Niets blijft onbeproefd om haar
wil te doen zwichten; hevige bekoringen, vrees voor verantwoordelijkheid, die door
duivels inblazing verpletterend en bovenmenselijk lijkt; leugenachtige woorden, die
haar geweten verontrusten; bezetenheid, die haar als het ware ,,een dubbel bestaan
laat leiden'': haar laat denken wat zij niet gelooft, laat zeggen en doen wat zij
niet wil zeggen, noch wenst te doen, terwijl zij bij dit alles niet ziet, dat zij
onder duivelse invloed staat. Satan verschijnt in dreigende of bedrieglijke gedaante,
zij wordt geslagen, meegevoerd, gepijnigd door brandwonden; het is een storm van
verschrikking, waarin zij schijnbaar zal moeten vergaan.
,,Ik heb in mijn verbeelding
-- bekent zij wanhopig -- zulke ontzettende voorstellingen, dat ik niet weet, wat
ik doen of denken moet. En wat mij het meest doet lijden, is, dat ik nooit dergelijke
bekoringen heb meegemaakt en ik ook nooit iets anders hier op aarde verlangd heb
dan geheel aan Jezus toe te behoren.''
Maar de H. Maagd verscheen haar weer met de
woorden: ,,Wees nergens bang voor, Jozefa. Jezus heeft een verbond van liefde en
barmhartigheid met je gesloten.
Alles is je vergeven en ik, ik ben je Moeder.''
En
toen Jezus kwam -- zo vertelt zij verder -- zette Hij de doornenkroon weer op mijn
hoofd en sprak: ,,Ik wil dat je goed nadenkt over de woorden van mijn Moeder: dat
Ik een verbond van liefde en barmhartigheid met je heb aangegaan. De liefde wordt
nooit moede, de barmhartigheid raakt nooit uitgeput. Zie, dit verlang ik van je:
je moet je overgeven, je laten verteren, je laten vernietigen, opdat Ik in je kan
leven (!). Waar zou je elders de vrede kunnen vinden, die Ik je laat smaken? En toch
ken je de eigenlijke zoetheid daarvan nog niet!''
En na dit hemels intermezzo, waarin
Jozefa zo onmiddellijk contact mocht hebben met de bovenaardse werkelijkheid, begint
weer de verschrikkelijke beproeving.
Een nieuwe macht is de duivel blijkbaar over
haar toegestaan. Voor het eerst nu hoort ze de stem van de duivel, die haar voortaan
dag en nacht zal achtervolgen door de gangen, in het noviciaat. In haar werkkamer,
op de slaapzaal. ,,Je zult van ons zijn, ja, ja, je zult de onze zijn! Wij zullen
je afmatten, wij zullen je overwinnen'' enz. De stem verschrikt haar wel, maar beneemt
haar toch de moed niet. ,,Als de vijand je wil doen vallen, zeg hem dan, dat Hij
die je steunt met goddelijke kracht, altijd bij je is,'' zegt haar het andere leven,
dat zich Jezus noemt. ,,sindsdien,'' noteert Jozefa laconiek, ,,heeft de duivel me
erg gekweld.''
In de nacht van 4 december onderging zij een nieuwe kwelling. Met
geweld uit haar bed gesleurd, werd zij op de grond geworpen en van alle kracht beroofd
onder de slagen van een onzichtbare aanvaller, die haar grofheden zei en tegen de
Zaligmaker en de H. Maagd de afschuwelijkste godslasteringen uitbraakt. Zo gingen
vele uren voorbij.
Dit moment begon echter opnieuw en was nog heviger in de twee
volgende nachten. En toen Jozefa tenslotte aan het voeteinde van haar bed bleef knielen,
hoorde zij plotseling tandenknarsen en een schreeuw van razernij. Toen was alles
voorbij en de H. Maagd stond voor haar:
,,Wees niet bang, mijn kind, hier ben ik.''
,,Ik zei Haar, dat de duivel, van wie ik zoveel heb uit te staan, me zo'n schrik
aanjaagt.''
,,Hij kan je wel kwellen, maar schade toebrengen kan hij niet. (Jozefa
overleed tenslotte aan algehele uitputting!!) Zijn woede is zo groot, omdat hem zoveel
zielen ontsnappen, de zielen zijn van zo grote waarde! Als je de waarde van een ziel
eens kende!''
Bij het vallen van de nacht bracht de Zaligmaker weer zijn kruis. ,,Wat
een zonden,'' sprak Hij ,,en hoeveel zielen zullen deze nacht naar de hel gaan! Wees
jij tenminste, Mijn troost en herstel zoveel ondankbaarheid. Hoe lijdt Mijn Hart
als het ziet, dat alles wat Ik gedaan heb, voor zoveel zielen nutteloos is. Deel
met Mij dit lijden. Neem Mijn kruis en blijft met Mij verenigd.''
En toen stond ik
voor een gek!
Wij moeten met deze bloemlezing volstaan, geachte lezer. Als u het
nu nog lust nog meer van deze wonderbare onthullingen te weten te komen, moet u maar
het boekje ,,Liefde en Barmhartigheid'' zelf ter hand nemen. U weet dan tenminste,
in welk een modderpoel de menselijke geest terecht kan komen, als hij de grenzen
van zijn eigen bewustzijn -- zijn gevoel -- overschrijdt en zich in handen van een
kerkelijke Mystiek begeeft, die eerder op de hellen, dan op hemelse sferen afstemming
heeft. DIT BOEKJE IS HET GEESTELIJK WETENSCHAPPELIJK BEWIJS HIERVOOR.
In zijn nabeschouwing
zegt de godgeleerde Dr. Naaijkens o.a. het volgende:
,,Men kan de draagwijdte van
het boekje dat men zo juist gelezen heeft onmogelijk met enkele woorden samenvatten.
Is zo de zending Van Jozefa niet een evangelie voor de moderne tijden? Is zij niet
opnieuw het Evangelie van Jezus Christus? Hij zelf kwam de aloude waarheid, die zijn
Kerk met jaloerse zorg bewaart en behoedt, opnieuw verkondigen om de dommelende wereld
wakker te schudden, om duizenden en miljoenen opnieuw te waarschuwen dat dood en
ondergang dreigen, niet van een derde wereldoorlog, maar van een eeuwig ongeluk,
van een onherstelbaar verlies; dat een vonnis dreigt waarvan nooit meer beroep mogelijk
of denkbaar zijn zal. Jozefa wordt ondanks al haar persoonlijke ellende de door God
uitverkoren heraut, die ons in deze laatste tijden met aandrang terugvoert naar de
beoefening van de godsvrucht tot Jezus H. Hart. Zij is de heraut, die de goddelijke
opdracht ontving om de mensen weer te doen geloven in Gods onmetelijke goedheid.
Quoniam bonus, quoniam in saeculum misericordia ejus. ,,Want Hij is goed, want eeuwig
is zijn barmhartigheid.''
Wij kennen een andere ,,heraut'', die ook een goddelijke
opdracht ontving en wonderbare onthullingen deed, maar deze heeft blijkbaar een andere
Heere ontmoet, die het minder over Zijn H. Hart had, dan over een gezonde Evolutie
van Zijn aardse kinderen en daarvan getuigt het hele werk van deze heraut JOZEF RULOF!
In zijn trilogie ,,Maskers en Mensen'', geeft hij zijn antwoord aan Jozefa Menendez
-- aan al diegenen een waarschuwing, die in haar voetstappen willen treden:
,,Toen
dacht ik aan alle mensen, die voor mij aan de ren zijn gegaan om deze rotte mensheid
uit de modder te trekken. Ik dacht aan al die mensen, die hun heiligheden hebben
gekregen en voor goddelijke zaken hebben verkocht of zomaar hadden uitgedeeld, waardoor
ze nog heiliger waren, maar een heiligheid, die voor mij niets te betekenen heeft,
omdat ook het leven op aarde eisen stelt. Iemand ziet ,,Maria'' en haar beeld is
ontzagwekkend, geweldig! Als het waar is, heb ik er heilige eerbied voor, maar ik
vraag me nu af: zag die vrouw niet slechts het licht van een straatlantaarn door
een spleetje? Kwam bij haar verschijning niet een straatlantaarn te pas? Was het
allemaal puur Goddelijk licht? Was er niets bij van haarzelf?
Zie je, het bracht
mij tot diep nadenken. En toen ik in gedachten een gesprek voerde met die mens, stond
ik voor een gek. Ik zag een godsdienstwaanzinnige; aan deze heiligheid is het kind
gestorven. Deze geheel normale ziel lost volkomen op, in drek, in modder, waar geen
nuchter mens mee te maken wil hebben, omdat het daarin stinkt!''
Tot zover Jozef
Rulof. Jozefa heeft opgehouden te leven. Zij ligt uitgestrekt, het hoofd een weinig
achterover, met de ogen half gesloten, nog een pijnlijke uitdrukking op haar gelaat.
Het was de 29e december 1923.
B. van Baden.
DE GEESTELIJKE INTERPRETATIE VAN HET BEGRIP LIEFDE.
Enige tijd terug
brak er in een bioscoop brand uit. De grote zaal was gevuld met schoolkinderen en
er ontstond een vreselijke paniek. De onderwijzers, die tussen de kinderen inzaten,
trachtten die paniek zo veel mogelijk tegen te gaan en de kinderen te kalmeren, opdat
de zaal zonder ongelukken zou kunnen worden ontruimd. Dit bleek echter niet mogelijk
te zijn. Verscheidene ouders, die eveneens de voorstelling bijwoonden, worstelden
zich met de moed der wanhoop door de kindermassa heen, teneinde hun eigen kinderen
in veiligheid te kunnen brengen.
Er zijn op die noodlottige dag 47 kinderen gedood
of zwaar gewond. Niet door de vlammen, maar doordat zij in het gedrang of werden
doodgedrukt of werden vertrapt.
Toen wij van dit verschrikkelijke voorval in de krant
lazen, vroegen wij ons af, hoe wij zelf zouden hebben gehandeld, indien ons eigen
kind in die bioscoopzaal aanwezig zou zijn geweest! Het is natuurlijk bijna onmogelijk
om zich een dergelijke situatie voor te stellen. De paniekstemming, die tenslotte
niet alleen onder de kinderen heerste, zou ons voelen en denken op zulk een ogenblik
waarschijnlijk volkomen in beslag nemen. Zeer waarschijnlijk zouden wij -- evenals
die ouders -- ook andere kinderen hebben verdrongen en vertrapt, teneinde ons eigen
kind in veiligheid te brengen.
Welk een liefde is dit eigenlijk, die ten koste van
andere levens zich meent te kunnen handhaven? Wat voor liefde bezitten wij feitelijk,
wanneer wij op de kinderen van anderen staande, ons eigen kind willen beschermen?
Het antwoord hierop is hard, maar niettemin juist en geestelijk verantwoord: Dit
is helemaal geen liefde, maar slechts grof egoïsme en eigenliefde. Deze liefde mag
over het algemeen voor de oppervlakkige mens als moederliefde doorgaan, maar zij
is het niet. Hoogstens zou deze liefde mogen worden gekwalificeerd als moederliefde
op dierlijke afstemming! Hoogstens zou men deze liefde dus met die van een dier mogen
vergelijken!
Wat is liefde dan eigenlijk en hoe manifesteert deze zich, zult ge wellicht
thans willen vragen. het antwoord hierop is moeilijk en tevens eenvoudig. Moeilijk,
omdat ,,liefde" een begrip is, dat zo hemelhoog is verheven boven datgene, wat wij
als regel liefde noemen en eenvoudig, omdat Christus ons metterdaad heeft getoond
hoe de ware interpretatie van dit woord moet luiden. Anders gezegd:
Wij weten nog
niet wat liefde is. Wij zijn er wel mee in aanraking geweest -- en in wezen zijn
we dit elk ogenblik, omdat de Goddelijke kern in ons deze liefde bezit -- maar wij
kunnen deze liefde nog niet vertegenwoordigen. Zij kan zich nog niet in ons openbaren.
Zij kan nog niet in ons tot bewustzijn worden gebracht, omdat wij onvoldoende geestelijk
fundament bezitten.
De liefde, die wij liefde noemen, is hartstocht, egoïsme, eigenliefde
en apenliefde. De liefde die wij nog moeten verdienen, is de geestelijke zuster en
broederliefde. Dit is de liefde, die de Christus aan ons openbaarde. Dit is de liefde,
die kosmisch bewust is en die lief heeft ALLES wat leeft. Voelt ge thans, welk een
wereld aan gevoel er tussen de aardse liefde en de ruimtelijke liefde in ligt?
Stoffelijk
gezien, is het eenvoudig te begrijpen, waarom wij meer houden van onze eigen kinderen,
dan die van vreemden. Onze eigen kinderen zijn immers ons eigen vlees en bloed. Wij
houden toch ook zo heel erg van ons zelf, dus niets is natuurlijker dan wanneer wij
deze eigenliefde ook overbrengen op onze kinderen. Wij houden van een ,,stamhouder"
en zijn trots wanneer dit een goed geschapen en intelligent wezen is! Hoe beschaamd
en teleurgesteld echter voelen wij ons niet -- al lopen wij met deze gevoelens niet
te koop -- wanneer onze kinderen minder gelukkig zijn geschapen, of wanneer zij dom
zijn, of zelfs psychopathisch! Waarom zijn we alleen trots op het uiterlijk en de
prestaties van onze eigen kinderen? Waarom zijn wij ook niet trots, wanneer het kind
van onze buren zijn dokterstitel heeft behaald? Onzin? Wij verzekeren u van niet.
Laten wij nu de zaak door een geestelijke bril bekijken.
Overigens de bril, die wij
allen eens zullen moeten opzetten!! Alleen is deze bril niet bij de opticien te koop.
Deze bril moet worden verdiend, maar, hij is de moeite waard en heel beslist een
heel wat langere levensduur dan de onze!! Welnu, geestelijk gezien praten we onzin,
wanneer we spreken van onze eigen kinderen. Reeds hier begint de ,,denk"fout.
Wij
hebben geen ,,eigen" kinderen. Elk ,,kind" is een eigen en zelfstandige persoonlijkheid,
die reeds miljarden eeuwen geleden werd geschapen -- evenals wij zelf -- en slechts
in dit ene leven aan ons wordt toevertrouwd. ,,Kinderen" bestaan dus niet. Wat in
dit leven ons kind is, was misschien in een vorig leven onze vader of moeder! Wij
hebben aldus de Goddelijke taak gekregen om ,,elkander" groot te brengen. Wij voeden
elkaar op. Aldus dient de ene persoonlijkheid de andere, totdat wij onze cyclus hebben
volbracht.
Voelt ge thans, dat, gezien in het licht van deze geestelijke wetenschap,
de ouders, die de lichamen van andere kinderen hebben vertrapt, teneinde hun ,,eigen"
kinderen te redden, geestelijk onbewust waren? Het ligt allerminst in onze bedoeling
deze ouders hierover een verwijt te willen maken, Integendeel. Wij hebben zelf de
opmerking gelanceerd, dat wij zelf onder een dergelijke paniekstemming zeer waarschijnlijk
evenzo zouden hebben gehandeld. Uiteindelijk bezitten ook wij nog niet deze geestelijke
liefde. De zin van dit artikel moet dan ook worden gezocht in het verkondigen van
de weg, die wij dienen in te slaan, willen we uiteindelijk deze geestelijke liefde
ons bezit kunnen noemen. Het besef dat onze liefde, zoals wij die thans bezitten,
nog maar dierlijk is, en derhalve in het relatieve beginstadium verkeert, moge een
stimulans vormen op de weg die naar de universele liefde zal voeren!
N.N
,,HEB
LIEF, AL WAT LEEFT!"
Het behoeft geen nader betoog, dat onze vrienden -- de dieren
-- recht hebben op liefde, bescherming en hulpverlening van de mens. De mens als
hoogste bewustzijn op aarde, is verantwoordelijk voor al het leven dat hem omringt.
Marteling, mishandeling of verwaarlozing van dieren, moet dan ook worden bestreden,
overal waar dit voorkomt. De geestelijk ontwaakte mens dient toezicht te houden op
zijn medemens, die zijn verantwoordelijkheid ten opzichte van het dier nog niet beseft
en deze levens nog niet met liefde tegemoet kan treden.
De Wereldfederatie van Dierenbescherming
is in dit geval de aangewezen instantie, die in zeer vele gevallen reeds verbetering
kon brengen in het lot van onze vrienden -- de dieren. Deze beweging dient dan ook
te worden gesteund en geholpen, waar dit mogelijk is, want helaas is de positie van
het dier nog niet in alle gevallen of overal veilig gesteld. Zolang er nog landen
zijn waar de dierenmishandeling tot de ,,nationale sport" wordt gerekend, zolang
er nog dieren voor slavenarbeid worden gebruikt, zolang er nog dierenverwaarlozing
en vivisectie bestaat, zolang zal de verlichte mens dienen te vechten tegen deze
wantoestanden, die een schandvlek vormen voor ons mens zijn!
Wij willen in dit artikel
niet herhalen wat de Vereniging voor Dierenbescherming reeds zo dikwijls hebben gepubliceerd.
Iedereen kent de -- zelfs in ons beschaafde landje! -- helaas nog vrij dikwijls voorkomende
gevallen van ergerlijke dierenmishandeling. Iedereen behoort thans op de hoogte te
zijn van het ellendige bestaan, dat vele honden en paarden lijden. In vele landen
heeft men reeds radicaal ingegrepen en langzaam maar zeker zal het leven van het
dier overal beschermd zijn. Zover zijn we echter voorlopig nog lang niet.
Wanneer
wij constateren dat de stierengevechten in Spanje als het ware een industrie zijn
gaan vormen, dan wordt het toch tijd om ons af te vragen of hierin geen verandering
kan worden aangebracht. Vanaf Pasen tot ver in het najaar worden stierengevechten
georganiseerd op alle zon en feestdagen en elke dag worden zes tot acht stieren ,,verbruikt".
Het is nog niet zolang geleden, dat het paard als afweerschild werd gebruikt in Spanje.
Thans zijn de paarden, volgens wettelijk voorschrift, geharnast, wat echter niet
betekent, dat zulke ongelukkige dieren niet vaak hun levens moeten laten, terwille
van de op sensatie beluste mens.
Het mag als algemeen bekend worden geacht, dat de
eisen van het Spaanse publiek steeds hoger zijn geworden. De lust naar sensatie en
wreedheid neemt nog steeds toe! Dit is ook de reden, waarom een voor Spanje's meest
befaamde stierenvechter ,,Torero-suicido" (zelfmoord stierenvechter) zich heeft teruggetrokken
met de woorden: ,,Niet de stieren boezemen mij angst in, maar de mens, die steeds
meer wil" En dit terwijl deze torero voor elk stierengevecht niet minder 500.000
peseta's ontving (ongeveer f50.000 gulden)!!
Deze lust naar sensatie en wreedheid
is ook de voedingsbodem geweest voor de z.g. ,,afeitado". Hierbij worden de horens
van de stier afgezaagd tot op het merg! Om het bloeden te voorkomen van de wond,
wordt die uitgebrand en het gat geplombeerd met een houten pin. Daarna worden de
horens bijgesneden en bijgevijld, geolied en gepolitoerd, zodat prakties niemand
hier iets van merkt. Deze behandeling is zeer pijnlijk en wreed en dient, dat de
stier niet zijn horens durft te gebruiken vanwege de felle pijn, die elke aanraking
hem bezorgt! De torero loop zodoende minder risico, terwijl het publiek toch zijn
oerdriften kan bevredigen.
Het is beschamend, dat zulke dingen nog in deze eeuw mogelijk
zijn. Het doet ons vreemd aan wanneer wij een ,,torero" gezegend zien worden door
zijn priester, alvorens hij tot zijn afbraak overgaat in de arena! Wie is feitelijk
de hoofdschuldige in dit drama? Het publiek, de stierenvechter of de geestelijkheid,
die zich niet hiertegen verzet? Waarom treedt de kerk niet krachtig op tegen deze
wantoestanden? Heeft zij -- juist in dit land -- niet haast een onbeperkte macht
en gezag?
De mens heeft voor zichzelf veel ellende geschapen. De door de eeuwen heen
opgestapelde disharmonie van generatie op generatie dreigt ons soms haast te verstikken
in een poel van afbraak. Uiteindelijk echter oogsten wij slechts wat wij zelf hebben
gezaaid. Wij zelf zijn schuldig aan alle afbraak die wij beleven. Het dier echter
staat buiten alle schuld. Het dier heeft niets met deze ellende te maken en het is
dan ook misdadig om het hierin te betrekken. Niet alleen tegenover de mens, maar
ook tegenover het dier zullen wij verantwoording moeten afleggen. Ook dit leven behoort
bij Gods schepping en ook deze rekening zal tot de laatste cent moeten worden betaald.
Laten wij ook daarom het dier in liefde tegemoet treden. Wij zullen niets dan liefde
terug ontvangen.
N.N.
LIEFDE OPENT ELKE
DEUR.
Wat is liefde nu eigenlijk precies? De schrijver T Spalding van het boek De
Meesters van het Verre Oosten, ‘Liefde’, zegt hij, is een woord dat erg dichtbij
“God” komt in trillingsfrequentie en we zijn op de hoogte van duizenden genezingen
die tot stand zijn gebracht door het gebruik ervan. Elke ziekte die bekend is wijkt
voor de macht van liefde, terwijl we haar uitzenden. Zij vormt ook zo opmerkelijke
beelden op patronen rond individuen. Je kunt bijna zien waar menen liefde geven.
Het is als een wapenrusting om hen heen.
Spalding vertelt onder andere over een vijfjarig
meisje uit Texas, dat van nature mensen kon genezen door middel van liefde. ‘Ik ging
naar haar toe om haar te ontmoeten en haar moeder zei me, dat zij altijd iedereen
vertelde dat zij van hen hield. Zij zei altijd: “Ik zie die liefde overal om iedereen
en om mijzelf heen.” Steeds wanneer zij hoorde van iemand die ziek was, vroeg zij
haar moeder om haar naar hem toe te brengen, en in bijna elk geval waarin zij naar
de kamer van de zieke persoon werd gebracht, stond die persoon meteen op van zijn
bed, volkomen gezond.’
Ook kende Spalding een meisje in Nederland, dat tot zijn stomme
verbazing in staat was om veertig centimeter boven de grond over de toppen van een
akker met rode klaver te lopen.
‘Wij vroegen het kind hoe zij dat klaarspeelde. Zij
zei: “Ik weet het niet, ik geef gewoon liefde aan alles. Ik hou van die klaver en
die klaver houdt me omhoog.” Ze sprak over haal speelkameraadjes en zei dat ze hen
allemaal liefhad en dat zij haar liefhadden en dat hen zo niets kon gebeuren. Haar
vader vertelde me, dat het enige woord dat hij haar ooit had horen gebruiken liefde
was voor iedereen.’
Spalding hield jarenlang contact met het meisje. Toen ze later
naar België verhuisde, verloor hij haar uit het oog. De liefde die het meisje naar
iedereen uitstraalde is genezend. ‘Ieder van ons kan hetzelfde bereiken’, zegt Spalding.
‘Het is zo eenvoudig om die grote liefde naar iedereen uit te stralen, precies zoals
die kinderen dat deden. Toen ik in Spanje was bij één der grootste kopermijnen ter
wereld, verhuisde een Russisch gezin met een klein meisje van elf jaar daar naartoe
en de vader was werkzaam in de mijn. Zij vertelden me dat het kind datgene wat bekend
stond als de ‘genezende aanraking’ had.
Zij legde gewoonlijk haar hand op een persoon
en zei: “Ik hou van je en ik hou zoveel van je, dat je ziekte voorbij is; zij is
weg. Ik heb die ruimte met liefde gevuld.” En het blek ons dat dat waar was. Bij
een mismaaktheid werd het lichaam absoluut volmaakt.
Ik zag een persoon in bijna de
laatste stadia van vallende ziekte. Dit meisje legde haar hand op dat individu en
zei: “Je hele lichaam is vol van liefde en ik zie alleen maar Licht.” In minder dan
drie minuten was die kwaal volkomen verdwenen. Het licht en de liefde welke uitstraalden
van haar wezen waren zo krachtig, dat we die werkelijk konden zien en voelen.
Toen
ik een kleine jongen was, was ik aan het spelen met enkele van de kinderen buiten
ons huis in Cocanada in India. De duisternis kwam zeer snel opzetten, want in dat
land is geen schemering. Een jongetje raapte een stok op en sloeg mij tegen mijn
arm en brak beide botten en mijn hand viel slap neer. Natuurlijk was het in het begin
verschrikkelijk pijnlijk en daarna gingen mijn gedachten naar een verklaring die
ik gekregen had van mijn leraar: “Ga het donker in en leg je hand in de hand van
God, want dat is beter dan een lichte en veiliger dan een bekende weg.” Het Licht
omgaf me eenvoudig en bijna ogenblikkelijk verdween de pijn volledig. Ik klom in
een grote Banianboom om alleen te zijn en het licht omgaf me nog steeds. Ik beschouwde
het als een Tegenwoordigheid, maar ik zal het voorval nooit vergeten en, terwijl
ik daar alleen in die boom zat, herstelde de hand zichzelf. Ik bleef de hele nacht
boven in die boom.
De volgende morgen was er geen spoor van een breuk, op een rand
na rondom de twee botten die gebroken waren. Nu dachten mijn ouders dat er voor mij
gezorgd was en dat de bedienden mij in bed gestopt hadden. Toen ik hen de volgende
morgen vertelde wat er gebeurd was, konden zij het niet geloven en brachten zij mij
onmiddellijk naar een arts. Hij zei, dat de botten gebroken waren geweest, maar dat
zij nu perfect genezen waren. Sinds die dag heb ik nooit last ondervonden van de
hand. Ik haal enkel een paar van deze gevallen aan als voorbeeld, omdat zij zo eenvoudig
en natuurlijk zijn, dat allen hetzelfde kunnen doen. Ik heb een gebouw zelf zie reageren
op de liefde die uitgestort werd door een heel gehoor.
Zoals de onsterfelijke Gautama
Boeddha heeft gezegd: “Vijf minuten besteden aan de verwerkelijking van ware Goddelijke
liefde is van grotere waarde dan duizend schalen voedsel geven aan de behoeftigen,
omdat je, wanneer je liefde verspreidt, elke ziel in het universum helpt. Gebruik
liefde, concentreer je erop, behandel jezelf met liefde, ’s morgens, ’s middags,
en ’s avonds. Terwijl je gaat zitten om je voedsel te gebruiken, gebruik liefde,
denk haar, voel haar, en je voedsel zal veel beter smaken.”
Spalding citeert ook uit
The Cloud of the Unknowing, een mystiek werk waarvan de auteur onbekend is: ‘Liefde
is veruit het belangrijkste van alles. Zij is de gouden Poort van het Paradijs. Bid
ervoor, dat je liefde begrijpt; mediteer er dagelijks over. Zij verjaagt vrees; zij
is de vervulling van de wet, zij overwint massa’s zonden. Liefde is op overvloedige
wijze onzichtbaar. Liefde zal alles overwinnen. Er is tegenwoordig geen ziekte die
voldoende liefde niet zal genezen. Geen deur die voldoende liefde niet zal openen.
Geen kloof die voldoende liefde niet zal overbruggen. Geen muur die voldoende liefde
niet omver zal stoten. Geen zonde die voldoende liefde niet zal goedmaken.
B.T. S.
DE SLEUTEL TOT HET GELUK LIGT BINNENIN JE.
En
ik zag een pikdonkere nacht die langzaam veranderde in een stralende dag. Ik zag
hoe verschillende stadia doorlopen moesten worden voordat het laatste bereikt werd.
Ik
hoorde de woorden: ‘Wees niet bang voor de duisternis, maar weet dat de dageraad
nabij is en die dageraad zal een stralende nieuwe dag voortbrengen. Houd vol, houd
vol in geloof en vertrouwen en bezwijk niet onderweg.’
De sleutel tot je geluk en
tevredenheid ligt diep binnenin ieder van jullie afzonderlijk.
Binnen in je eigen
hart en geest.
De manier waarop je iedere dag begint is erg belangrijk.
Je kunt met
het goed of het verkeerde been uit bed stappen.
Je kunt ontwaken met een lied van
blijdschap en dankbaarheid in je hart.
Voor een nieuwe dag, omdat je leeft, omdat
het leven een wonder is.
En omdat je je in harmonie voelt met het ritme van al wat
leeft.
Je kunt het allerbeste verwachten van de dag die komt en dat daarom ook naar
te toe trekken.
Of je kunt de dag beginnen met een soort wrok, ontevreden en in disharmonie.
Het
ligt helemaal aan jezelf.
Je kunt niemand je eigen geestesgesteldheid verwijten.
Dat
gisteren niet geheel aan de verwachtingen beantwoordde is niet erg.
Gisteren is voorgoed
voorbij.
Daar kun je niets meer aan doen.
Maar het heden is een totaal andere zaak.
Dat
ligt nog voor je zuiver en ongeschonden.
Het ligt aan jou of je er een geweldige dag van maakt.
Aan jou is ook de keus wat
het heden gaat worden en het dan ook te verwezenlijken.
Hoe begin je elke dag?
Denk
er aan dat niemand anders er iets mee te maken heeft.
Dat is iets dat jij en jij alleen
moet trachten te verwezenlijken, en daar komt zelfdiscipline bij kijken.
Probeer de
dag te beginnen met innerlijke vrede en tevredenheid, door de tijd even stil te laten
staan en vrede in je te laten neerdalen en je te laten omhullen.
Laat de tijd in de
pas lopen en ga de dag niet haastig in, zonder voorbereiding of in disharmonie.
Als
je zo begint, is het zo makkelijk om die geestesgesteldheid overdag met je mee te
nemen, en deze de hele dag en iedereen met wie je in contact komt
te laten beïnvloeden.
Jij
bent verantwoordelijk voor wat de dag zal brengen.
Als je je hiervan bewust bent,
dan heb je zelfs een nog grotere verantwoordelijkheid dan die zielen die zich hiervan
niet bewust zijn, en daarom niet beter weten.
Want wie veel gegeven wordt, daar wordt
ook veel van verwacht.
Ik stort mijn zegeningen en gaven over iedereen van jullie
afzonderlijk uit.
Je bent je hier allen zeer wel van bewust en daarom ben je dan ook
vrij en klaar om ze te ontvangen of te verwerpen.
Dat ligt helemaal aan je zelf.
Er
zijn vele, vele zielen, die zich hier niet van bewust zijn, die daar volkomen blind
voor zijn en zo door het leven gaan.
Blind voor al de wonderbaarlijke dingen die er
om en in hen zijn.
Die geestelijk nog slapen en daarom veel missen.
De manier waarop
je leeft, waarop je bent, kan een sluimerende ziel doen ontwaken.
Geef daarom altijd
het allerbeste van jezelf, waar je ook bent of waar je ook gaat en maak je zo nuttig
door je medemensen te helpen.
Niet door veel woorden, maar door de manier waarop je
leeft.
Woorden kunnen harmonie en vrede scheppen en een ziel doen ontwaken voor dingen
die er werkelijk toe doen in het leven.
Geef alleen geestelijk voedsel aan hen die
er klaar voor zijn, en dan nog maar een klein beetje tegelijk.
‘Zoekt en gij zult
vinden’ is een wet.
Laat daarom zij die heel graag iets willen vinden zoeken en zoeken,
totdat aan hun diepste verlangens beantwoord zal worden.
Het is gemakkelijk genoeg
om liefde te geven wanneer alles makkelijk verloopt in je leven.
Het is wanneer alles
tegenloopt dat je geneigd bent je hart te sluiten en de liefdesstroom te stoppen.
En
toch is dat juist het ogenblik dat de behoefte aan die liefdesstroom het grootst
is.
Kun je werkelijk liefhebben als je op de proef gesteld wordt en bezocht wordt
door tegenslagen en je hebt het gevoel dat alles en iedereen tegen je is?
Als je dit
kunt en er geen harde en bittere gevoelens in je zijn en de liefde blijft vloeien
ondanks alle uiterlijke omstandigheden, dan kun je er zeker van zijn dat het inderdaad
mijn goddelijke liefde is die er in en door je heen vloeit en dat die wonderlijke
liefde het op den duur zal winnen.
Liefde gaat altijd verder en geeft nooit op.
Ze
zal alles in het werk stellen, totdat ze uiteindelijk wint.
Liefde is zachtmoedig
en toch sterk en vasthoudend.
Ze is als water, ze vindt een weg naar de aller-hardste
harten.
En daarom: Heb lief en blijf liefhebben, zie hoe de weg zich opent en wees
nooit tevreden met een ‘nee’ als antwoord.
E. C.
