DE BIJBEL IN HET LICHT VAN GENE ZIJDE.
Hier komt niet
de hele bijbel te staan, maar alleen uitleg, hoe de schepping is gegaan.
Wat zegt
de bijbel over het ontstaan van de mensheid? Het is in strijd met de werkelijkheid.
Dat wat in de bijbel staat geschreven over de wijze, waarop God de ruimte en ons
als mens schiep, is in de ,,Eeuw van Christus’’ (1946-2046) niet meer te aanvaarden.
Nu pas is het mogelijk de waarheid op aarde door te geven, via Jozef Rulof, want
de mens moest hiervoor nog ontwaken. De geestelijke werkelijkheid wordt u gegeven,
door Jozef Rulof via Gene Zijde en zal u de schepping verklaren.
Er staat geschreven:
1:
In den beginne schiep God den Hemel en de Aarde.
Hier is niets tegen in te brengen,
want de hemel en de aarde zijn zichtbaar voor ons, wij leven er in. Maar zoals gezegd,
de schepping er van is anders in haar werk gegaan dan de Bijbel u vertelt. Wat de
Bijbel er van meedeelt, is het weten van aardse mensen. Toen hij geschreven werd
was de mensheid nog niet zover, eerst thans heeft het menselijk bewustzijn de noodzakelijke
hoogte bereikt. Het is dus duidelijk, dat de mensheid in de voorbije eeuwen deze
kosmische wijsheid niet kon verwerken. En toch moest er een begin mee worden gemaakt
de vragende mensheid, die een geloof had ontvangen, over het scheppingsproces in
te lichten. En dit kwam tot stand, meer dan de Bijbel geeft was toen niet nodig.
Thans echter ontvangt u de feiten. De schepping heeft zich voltrokken op een wijze,
als wij aan deze zijde hebben moeten aanvaarden en zoals ook Christus bij eigen aanschouwen
als eerste Meester in de ruimte heeft beleefd.
2:
De Aarde was nu woest en ledig,
en de duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde over de wateren. Dit
klopt niet met de werkelijkheid. Op dat ogenblik is de schepping reeds miljoenen
eeuwen oud! Als de aarde waarlijk woest en ledig was geweest, zou daar nimmer leven
hebben kunnen ontwaken. Waarom spreken de bijbelschrijvers niet over de Maan? De
Geest Gods zweefde op de wateren. Zeker, want het leven van God is door de Goddelijke
kern bezield. De Geest Gods leefde in de wateren en kreeg het leven door de embryonale
vorm. Het zweven van Gods Geest over de Aarde behoorde dus tot het verleden, de schepping
was toen reeds oud en wij mensen waren al op weg om tot het AL terug te keren. God
schiep hemel en aarde, doch miljoenen eeuwen terug. De eerste verschijnselen ervan
waren de nevelen, daarna volgde de verdichting als wolken en begon het embryonale
stadium. Hiervan wordt in de Bijbel met geen woord gesproken. Op Aarde wist men hiervan
ook niets af en nu nog kan de wetenschap over het algemeen deze wetten niet aanvaarden,
op een enkeling na.
Wij aan Gene Zijde leerden, hoe de Maan eens tot bezieling overging.
Thans is de Maan Stervende, de dampkring lost op, het is nu niet meer mogelijk op
de Maan te leven. Toch was het de Maan, die de ziel schiep voor de ruimte, biljoenen
zielen werden op haar lichaam geboren, maar van haar spreekt de Bijbel alleen als
over een nachtlicht. Bezit zij geen andere betekenis? Het kleinste atoom heeft leven
geschapen. De Maan niet? Van Moeder Maan wordt geen woord gesproken en toch is de
Maan het Moederlichaam voor de ruimte, zij hoort tot de eerste kosmische graad. Moeder
Aarde leeft in de derde kosmische levensgraad, zij dient in een verder en hoger stadium
voor het leven van God.
De Bijbelschrijvers hebben het bestaande vastgelegd, zij klampen
zich vast aan wat het aardse oog kon waarnemen, ze schreven over God en Zijn heilige
schepping, maar kenden de wetten niet. ,,God schiep Hemel en Aarde’’, zo vangen zij
aan, en slaan miljoenen eeuwen over! Voor tallozen is de Bijbel een heilig boek.
Wij willen die heiligheid in geen geval aantasten, wij willen u daarentegen in opdracht
van de Meesters van Gene Zijde de Goddelijke waarheid schenken!
3. En God zei: Daar
zij licht en daar werd licht!
Ook dit is onjuist!
Voor de aardse mens is God oppermachtig,
ook voor deze zijde. Maar zo eenvoudig kwam dit licht toch niet tot stand. Aan deze
zijde hebben wij het ontstaan van het licht anders leren kennen. Ook dit proces heeft
miljoenen jaren geduurd, eerst toen gaf de Zon licht af en bestraalde zij het Universum,
het leven van God in alle levensgraden. Dat geweldige licht is niet in één maal ontstaan!
Dat is onzin! Aan de Oppermacht van God twijfelt Gene Zijde geen seconde, maar het
licht heeft een eigen evolutie gekend. Waarlijk, God schiep het licht, maar de Zon
heeft haar eigen verdichting ondergaan. Zo niet, dan zou zij in het beginstadium
van de schepping het leven hebben verbrand. Het Embryonale leven bezat toen nog geen
weerstand. Volg nu eens deze geweldige ontwikkeling en het duizelt u.
De Zon als het
centrale punt heeft enorme betekenis voor het menselijk wezen en bij een schepping
zonder licht zou het leven nimmer hebben kunnen ontstaan. En de Zon was niet verder
verdicht dan de Maan en al haar leven, anders waren kosmische stoornissen ontstaan.
Zon en Maan waren volkomen één en zijn dat gebleven tot het laatste leven de Maan
ging verlaten. De Zon kreeg eerst kracht, toen ook Moeder Aarde ontwaakte en aan
haar taak kon beginnen. Aan deze zijde hebben wij deze wetten van graad tot graad
kunnen volgen. De Zon voorzag eerst de Maan en haar Bijplaneten van licht en daarna
de Aarde. Toen de drie kosmische levensgraden zover waren gekomen, kon de Zon krachtiger
verdichten en nam de stoffelijke evolutie voor dit Uitspansel een aanvang. Was de
Zon voor de Maan gereed geweest, dan zou geen vonk van God bestaan hebben gekregen
en voor deze evolutie reeds levend verbrand zijn geweest. De Zon, zo roept Gene Zijde
u toe, heeft een eigen verdichting ondergaan. Uit de eerste openbaringen is dit zwakke
licht ontstaan, van de duisternis uit trad het licht naar voren, zoals alle planeten
hebben beleefd. Voor de Zon is geen andere evolutie geschapen!
Christus, de eerste
Meester in deze ruimte, heeft deze wetten met Zijn volgelingen kunnen vaststellen.
Hij ging hun voor naar de eerste openbaringen en overtuigde deze mensen van deze
Goddelijke wonderen. Wij aan deze zijde keerden eveneens naar de Maan terug, doch
Christus en de eerste mensen zagen de Maan nog in werking, zij zagen ook de Zon,
want Maan en Zon waren één. Beide lichamen zorgden voor de evolutie! In niets waren
er stoornissen, God overzag dit alles!
Toen de Maan aan haar verdichting werkte, kreeg
de Zon eveneens meer kracht, door haar energie ontstond graad na graad en ontving
al het embryonale leven levenskracht. Maar Moeder Maan kon niet meer verwerken dan
wat zij voor haar leven nodig had. En naarmate de Zon meer kracht kreeg verruimde
zich de omgeving van de Maan, beschreef zij haar baan om de Zon, die steeds ruimer
werd. Warmte en ruimte hadden voor de Maan één betekenis, aan haar ruimte kon men
de warmtestralen vaststellen, hetgeen Moeder Aarde eveneens heeft beleefd.
Maan en
Zon beleefden haar eigen wetten. ,,Daar zij licht en daar werd licht’’ is het gezegde
van een stoffelijk onbewuste, die van de ruimte geen begrip heeft. Toen deze bijbelschrijvers
het aardse leven verlieten en bewustzijn kregen van de astrale wereld, zagen zij
welk een onwaarheid zij op de Aarde hadden achtergelaten.
Eens zal de waarachtige
de ,,Goddelijke’’ Bijbel door de meesters worden geschreven, straks, wanneer de technische
wonderen daartoe op Aarde geboren zijn. En dat wil Christus! Aan deze zijde zagen
wij, dat Zon en Maan op elkaar waren ingesteld, door de Zon kreeg de Maan evolutie.
,,Daar zij licht en daar werd licht’’ is onmogelijk! God schiep het licht, want het
duistere Uitspansel scheurde vaneen, verdeelde zich in biljoenen deeltjes en dat
werden Zonnen, planeten en sterren, doch elk deeltje onderging een eigen evolutie!
Evenzeer naast de werkelijkheid is het volgende gezegde, dat zichzelf volgens de
wetten in de schepping tegenspreekt.
4. En God zag het licht, dat het goed was; en
God maakte scheiding tussen het licht en tussen de duisternis.
Hoe is dat nu weer
mogelijk? Wat wil deze scheiding tussen duisternis en licht zeggen? Wat hebben de
bijbelschrijvers ermee bedoeld? Men spreekt hier van nacht en dag, licht en duisternis.
Licht en duisternis? Begrepen de bijbelschrijvers iets van de Aarde? Wist men toen
reeds, dat de Aarde om de Zon draaide en niet de Zon, zoals werd gedacht, om de Aarde?
Want dit gezegde over licht en duister heeft hiermede te maken. Dat God scheiding
maakte tussen licht en duisternis, betekende dat de nacht oploste. Waardoor? Doordat
de Maan licht kreeg van de Zon? Hierover is geen woord geschreven. Men wist er in
die tijd niets van, de bijbelschrijvers moesten nog ontwaken. Eerst eeuwen later
werd dit vastgesteld. Toen veranderde ineens dit gezegde van de Bijbelvertellers,
doch niemand op Aarde durfde deze onwaarheid te weerleggen. Thans komen Gods afgezanten
naar de Aarde en zullen de waarheid zeggen en er u van overtuigen.
De bijbelschrijvers
hebben die gebeurtenissen van de Aarde af vastgesteld. Hier treedt duidelijk naar
voren, dat zij uit het bestaande hebben geput, uit datgene, wat reeds miljoenen eeuwen
terug gereed was en nu als zodanig niets meer met de schepping van God te maken heeft.
Toen de bijbelschrijvers hun werk begonnen, dachten zij geïnspireerd te worden, maar
deze zielen waren niet eens te bereiken. Omdat ze nog moesten ontwaken en een lagere
evolutie vertegenwoordigden, kon deze kosmische wijsheid hun niet gegeven worden.
De wetenschap heeft echter inmiddels vastgesteld, waardoor het nacht op Aarde werd.
Dat deed God niet, die macht en kracht bezit Moeder Aarde, deze planeet schept duisternis,
doordat zij haar baan door de ruimte moet beschrijven en zich om haar eigen as draait.
Dat doet God voor de bijbelschrijvers en God zag, dat het goed was, er was nu scheiding
tussen dag en nacht. Maar is het niet duizendmaal eenvoudiger het te aanvaarden,
zoals het in werkelijkheid is geschied? De bijbelschrijvers hebben het zo in elkaar
gezet, dat er niemand achter zou komen en niemand aan de oppermacht zou gaan twijfelen.
En
dat deden ook wij op Aarde niet, aan deze zijde echter moesten wij de Goddelijke
openbaringen aanvaarden, zoals de Maan ze heeft beleefd en zoals al de andere planeten
ze hebben leren kennen. De Zon ging dit proces van licht en duisternis niets aan,
de Aarde bracht scheiding tussen dag en nacht en zij kreeg dit van God in handen.
En al het leven van God stelde zich er op in, de nacht werd voor de mens en het dier
de slaap, de rust het zich gereed maken voor het daglicht of dagbewustzijn.
God heeft
dus nimmer scheiding gebracht tussen duister en licht; op het allereerste ogenblik,
dat Moeder Aarde aan haar taak begon, zij zich ging verdichten, ontstond deze duisternis.
In het begin van de schepping was er alleen duisternis. Maar naarmate de Aarde zich
verdichtte en verruimde, haar baan beschreef, ontstond de nacht. De nacht in het
oertijdperk van de Aarde duurde slechts een kort kwartier, toen reeds had Moeder
Aarde haar baan beschreven en was er van een dag- en nachtstadium, zoals u thans
kent, geen sprake. Maar de Aarde verdicht zich, wordt ruimer en groter, beschrijft
haar baan en sluit het Zonlicht af, er is nacht over de Aarde gekomen! Maar deze
nacht evolueerde als alles in de ruimte en kreeg eindelijk de eigen tijd en levensduur,
die u thans kent en bezit.
Hieruit wordt ons steeds duidelijker, dat de bijbelschrijvers
alleen hun eigen leven hebben gekend, maar ook niet meer. Zij kenden hun dag en nacht,
keken omhoog en zagen sterren en planeten, zagen Zon en Maan, maar begrepen er niets
van! Is dit zo onwaarschijnlijk? Weet men er thans alles van op Aarde? De wetenschap
moet ook hiervoor nog ontwaken, zelfs uw eigen eeuw weet niet, dat de Maan leven
heeft gebaard, het zielenleven schiep voor de ruimte en dat de Maan met de Tweede
Kosmische graad en Moeder Aarde één toestand, één leven vertegenwoordigen. De geleerden
weten niet waarom de Maan zich maar aan één kant laat zien en waarom Moeder Aarde
haar omwenteling heeft moeten aanvaarden, doch de Meesters aan deze zijde zullen
het hun vertellen en verklaren! Ook die wetten hebben wij in ons bestaan moeten aanvaarden,
want wij leven er in! God legde die in onze handen!
De bijbelschrijvers vertellen
u van de bestaande schepping uit, zij hebben het beginstadium van al het leven niet
gekend. Hoe willen deze zielen nu weten, op welke wijze God al dit leven heeft geschapen?
Dit putten uit het bestaande voert u als mens uit de twintigste eeuw op een dwaalweg.
Om u de hoogste bewustwording te geven is Christus naar de Aarde gekomen en gaf Hij
Zijn Heilig Leven. Thans zal de gehele mensheid weten!
De bijbelschrijvers wisten
niet beter, zij maakten slechts een begin en dit geschiedde even voor het ogenblik,
waarop Gene Zijde aan het Huis Israël zou gaan bouwen. En ook al zouden deze mensen
het gevoel hebben gekend om voor Gene Zijde als instrument te dienen, dan nog had
Gene Zijde hun niet kunnen bereiken, omdat het bewustzijn van deze mensen geweigerd
zou hebben dit te ontvangen.
De Bijbel spreekt dus over een nacht, die er reeds is,
maar de bijbelschrijvers weten er geen raad mee. Ze zeggen iets, dat eigenlijk geen
betekenis heeft, ze weten het niet, ze lopen vast in deze ruimtelijke wetten, ze
verliezen zichzelf! De Bijbel spreekt dan ook over iets, dat reeds miljoenen eeuwen
af is. Dit is in strijd met de werkelijkheid, want God had toen niets meer te scheppen,
de Goddelijke Schepping was al biljoenen eeuwen gereed. Het embryonale leven was
toen reeds tot het menselijke bestaan gekomen. Dit embryo vertelt al van de schepping
van God, maar is zich van die werkelijkheid niet bewust. Er staat verder:
5. God noemde
het licht dag, de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest, en het
was morgen geweest, de eerste dag.
God noemde helemaal niets. God heeft alleen door
Zijn Openbaringen tot het menselijke wezen gesproken, nimmer door het woord! Dit
zijn verzinsels! Wij mogen thans zo spreken: aan deze zijde hebben wij de Goddelijke
wetten leren kennen en wij hebben ons die eigen kunnen maken. Nu heeft Christus ons
opgedragen de wetten van God op Aarde te brengen. Vergeet niet dat wij heilig ontzag
hebben voor de wetten in de Goddelijke ruimte, niets weerhoudt ons om u thans de
werkelijkheid daaromtrent te vertellen. Wij zijn bewust geworden van al deze openbaringen
Gods, door de wetten kregen wij deze ruimte in eigen handen, want hierover zal het
menselijk wezen tot zijn ,,ALVADER’’ terugkeren.
God heeft nimmer van dag en nacht
gesproken, God gaf ons het leven en de planeten het bestaan en het licht en daarmede
was alles voorbij, toen kon Gods schepping beginnen. Toen had God niets meer te schenken!
En
de bijbelschrijvers spreken over avond en morgen, maar beleefden hun eigen dag en
nacht en schreven dat neer. Dat zou God hebben gezegd? Onwaar!!! De directe feiten
spreken anders. Al die gezegden hebben geen betekenis voor de Goddelijke schepping,
maar miljoenen mensen zitten eraan vast, omdat de Bijbel het Goddelijk woord zou
zijn. Aan Gene Zijde beleefden wij de werkelijkheid en hebben wij onze hoofden moeten
buigen voor Gods waarachtige Schepping!
De eerste dag in de schepping beleefde niet
één mens. Toen God zich openbaarde, was er alleen werking. Na die werking, het duurde
heel lang, ontstonden de nevelen.
Weer later, miljoenen jaren duurde het volgens
uw eigen tijdrekening, zien wij verdichte wolken. Daaruit is de mens ontstaan. Er
kwam een afscheiding, het cellenleven ontwaakte, het embryonale stadium ving aan.
Dat
is de eerste dag voor Gods Schepping, de eerste feitelijke scheppingsdag was dus
niets anders dan werking, maar die dag kreeg bijna geen einde. Duizenden eeuwen moesten
er eerst nog voorbijgaan, eer God zich in het volgende stadium openbaren zou. En
de mens was nog slechts een cel, een nietig diertje. Hoe wil deze mens dag en nacht
kennen? Dat het menselijk wezen eerst op Moeder Aarde die hoogte zou bereiken, hebben
wij in ons leven kunnen vaststellen en is door Christus als eerste Meester in de
ruimte beleefd. Morgen en avond, licht en duisternis hebben één betekenis voor de
bijbelschrijvers, maar deze mensen putten uit het bestaande, uit hun eigen dag en
nacht, en kenden Moeder Maan nog niet. Maar op de Maan heeft dit proces gevoel en
ruimte gekregen, daar zijn dag en nacht ontstaan en niet op Aarde! Toen was de schepping
van God reeds miljoenen eeuwen oud!
6. En God zeide: Daar zij een uitspansel in het
midden der wateren, en dat make scheiding tussen wateren en wateren!
Hoe moet dit worden begrepen? Wat hebben de bijbelschrijvers hiermee precies bedoeld?
Is het voor u duidelijk? Wij zouden een veronderstelling kunnen opbouwen, maar dat
is de bedoeling niet. Toch zijn de bijbelschrijvers aan te voelen, indien u het verloop
van de schepping wilt volgen.
Het kan alleen betekenen, dat Uitspansel en Aarde, wateren
en zeeën een eigen bestaan hebben gevonden. De scheiding tussen wateren en wateren
is alleen door de verdichting van de Aarde ontstaan, Moeder Aarde zweefde echter
in de Goddelijke ruimte en kreeg haar eigen taak en plaats toegewezen. Door haar
verdichting en vergroting ontstond er ruimte, die door het aardse wezen waargenomen
werd en van het eigen leven uit gezien is. Door niets tonen de bijbelschrijvers aan,
dat God het ruimtelijk begrip aan de planeet Aarde vastgelegd heeft, aan haar heeft
geschonken door de Goddelijke evolutie, want dan beleven wij als mens een geheel
ander en waarachtiger proces dan u thans gegeven is. Dit zegt u, dat tussen de wateren
en de wateren ruimte aanwezig is, maar die ruimte houdt met het kosmische verband
rekening en is daardoor ontstaan. Dat wil tevens zeggen, dat het ene leven door het
andere is ontstaan en dat de ene levensgraad verder is dan de andere, of die bewustwording
nog moet bereiken. Toen deze scheiding van de Aarde is vastgesteld, was de Goddelijke
ruimte reeds gevuld en tevens gereed. Toen de Maan aan haar verdichting kon beginnen,
was er ook van een scheiding nog geen sprake, zodat gij kunt aanvaarden, dat de bijbelschrijvers
ook dit gezegde uit hun eigen dagbewuste ik-leven hebben neergeschreven. Alles wijst
op het bestaande uit hun eigen leven en hun gedachtenkring, op niets en niets anders,
en toch gaat dit door voor het Goddelijke woord? Het uitspansel volgde voor ons als
mens een eigen evolutie en die evolutie voert u tot dit gezegde, namelijk – er zij
scheiding tussen dag en nacht en tussen de wateren en de wateren. Op dat ogenblik
was Moeder Aarde reeds miljoenen eeuwen oud en had zij haar puberteitsjaren reeds
beleefd!
Het waarnemen van de bijbelschrijvers is voor u het beleven van het onwaarschijnlijke,
dat niettemin uw leven kan vernietigen. Het gevaar van al deze gezegden heeft miljoenen
mensen van hun nacht- en dagrust beroofd en ze verloren hun geloof in God erdoor.
Dat de bijbelschrijvers naar hun eigen hemel hebben gekeken, behoeft ons niet te
verbazen, want zij leefden in deze ruimte, doch zij voelden zich aards, vast door
de Aarde omklemd, en hun gevoelsleven weigerde de Goddelijke wijsheid te ontvangen.
Hiervoor moesten al deze zielen nog ontwaken. Maar in deze gevoelsruimte zijn zij
aan het neerschrijven van hun gezegden begonnen. Wij breken hen niet af, zij hebben
naar eigen vermogen de hun opgedragen taak verricht en deden alles om er van te maken
wat er van te maken viel. Maar de mensheid wordt er niet wijzer van, hun gezegden
zijn volkomen duister!
De wateren kregen een eigen verdichting, ook de Aarde en het
Uitspansel, God scheidde niets, het één maakte zich van het ander los en beleefde
het voorgeschreven bestaan volgens de Goddelijke wetten in de ruimte. Elk orgaan
kreeg een eigen betekenis en het had een eigen evolutie als ziel en als stofleven
te volbrengen. Zo ook de wateren met daarboven het Uitspansel.
Eerst is de ruimte
ontstaan, de wateren daarna, en die wateren beleefden de eigen levenswetten, de verdichting,
waarin al het leven reeds aanwezig was. Er staat verder:
7. En God maakte dat Uitspansel,
en maakte scheiding tussen de wateren, die onder het uitspansel zijn, en tussen de
wateren, die boven het uitspansel zijn. En het was alzo.
God schiep aldus het Universum, uw uitspansel. God maakte scheiding tussen de wateren,
die onder het uitspansel zijn. Dat is het loskomen van de natuur, deeltjes, vonken
van leven, waartoe het water, zoals al het andere leven, moet behoren. Het is de
eigen evolutie van het Goddelijk leven in eigen vorm en voor de eigen soort en levensgraad.
Dat alzo heeft geen betekenis en raakt kant nog wal. Zo is het niet geschied, dit
is niet naar de feiten, het zijn alweer de eigen gedachten van de bijbelschrijvers.
God
schiep dit alles, de ruimte en de wateren, mar die ruimte is rondom de Maan ontstaan.
Het gehele uitspansel heeft zich moeten verdichten, de ruimte, waarin al die sterren
en planeten leven, is door een biljoenen-proces tot die verdichting en tot dit licht
gekomen, waarvan Moeder Aarde slechts een nietig deeltje is. De ruimte van voor de
schepping was duisternis! Die duisternis loste op en hierdoor, na biljoenen eeuwen,
is de scheiding gekomen tussen Hemel en Aarde, maar dit heeft alleen het aardse wezen
kunnen beleven, op de Maan hadden wij die hoogte nog niet bereikt. Het machtige verleden
is dus steeds zoek in de Bijbel, de schrijvers spreken voortdurend van hun eigen
dagbewustzijn uit en ze weten niet beter.
8. En God noemde het uitspansel hemel. Toen
was het avond geweest en het was morgen geweest, de tweede dag.
Uit dit alles spreekt alweer het onbewuste kind van de Aarde, dat voor al deze Goddelijke
wetten staat, moet nog ontwaken. Nimmer heeft God één woord gesproken, deze gezegden
hebben voor de ruimte en de Goddelijke schepping meer kwaad dan goed gedaan voor
de menselijke ziel. Wat de bijbelschrijvers u hebben geschonken, behoort tot uw bewustzijn,
ze spreken over uw dag en nacht, maar toen was de schepping reeds biljoenen jaren
oud. Dat wil dus zeggen, dat deze bijbelschrijvers hun eigen tijd beschreven hebben
en God niet begrijpelijker, maar onbegrijpelijker voor u hebben gemaakt!
De eerste
miljoenen eeuwen geven aan al het leven van God de kosmische en goddelijke betekenis,
niet uw eigen tijd en eeuw, want die is ontstaan door uw denken en voelen, uit uw
eigen bewuste scheppen, ook die wetten heeft God in de handen van al Zijn kinderen
neergelegd. Niets weet men bij u van de eerste stadia af, ook de wetenschappelijk
onderlegden op uw aarde niet, hoewel men thans grote vorderingen maakt. – Waar komt
de mens vandaan? Waar is de mens eigenlijk geboren? En hoe? Geen mens kan u het antwoord
geven! De geleerde is nog niet zover, maar in het verleden ligt en leeft het Goddelijk
antwoord. Om daarin terug te kijken, moet u echter aan deze zijde zijn, dan kunnen
de wetten van God tot uw leven spreken.
Het 7e… 8e … 9e… 10e…. 11e…. en twaalfde gezegde
in de Bijbel hebben met de verdichting van de ruimte te maken, maar niet één gezegde
wijst u de weg naar de waarachtigheid. Over de Maan spreekt de Bijbel niet en toch
is op de Maan dat wonder geschied. Niet van de Aarde ging deze verdichting uit, maar
door Moeder Maan kwam dit alles tot stand. Al de krachten van Moeder Maan gingen
eerst naar de bijplaneten, dan naar de tweede kosmische graad en eerst daarna tot
de Aarde. Maar toen was de hemel al miljoenen eeuwen oud en behoefde God geen hemel
meer te scheppen. Door het ontstaan van de Maan en al die andere lichamen ontstond
de eigenlijke ruimte, waarin u leeft – de Hemel!
Het 9e gezegde wil nog zeggen: Dat
de wateren van onder de hemel in één plaats vergaderd worden en dat het droge gezien
wordt. Het wil zeggen en betekent, dat toen de verdichte Aarde is ontstaan, zich
los maakte uit de wateren, maar ook dit is door de schrijvers van deze regels van
de eigen levenstijd en –ruimte uit waargenomen.
Het 10e gezegde haalt aan: En God
noemde het droge Aarde, en de vergadering der wateren noemde Hij zeeën; en God zag
dat het goed was.
U ziet het reeds weer: de bijbelschrijvers beleefden hun eigen leven
en zij schreven daarnaar, maar dit alles behoort niet tot het woord Gods. Dat is
het enken en voelen van het schrijvende intellect, de beperkte ziel, die zich ertoe
heeft gezet Goddelijke waarheden vast te leggen, maar iets wrocht waarover miljoenen
mensen zijn gestruikeld en waardoor ze hun geloof verloren.
Weet u, hoe de Maan zich
heeft moeten verdichten en wat iedere planeet onderging om de stof aarde te scheppen?
De Maan zweefde toen in de ruimte en was nog steeds een onzichtbaar lichaam, de Zon
had zich nog niet kunnen verdichten. Maar de Maan had zichzelf reeds zover afgesloten
en de dampkring was al ontstaan, of dit leven zou in de ruimte zijn opgelost. De
Maan was in dit stadium nog doorschijnend, bezat nog geen stoffelijk gewicht, of
deze verdichting, deze verdichte stof, zou de astrale afsluiting hebben verbroken,
waardoor de verdichte Maan door de eigen afsluiting zou zijn heen gezonken. De bijbelschrijvers
zien deze verdichting van het bestaande stadium uit, doch in hun tijd waren Moeder
Maan en de Aarde reeds stoffelijk verdicht. En in hun stadium kon de stof aarde zich
in de wateren verdichten, wat echter geschiedde, toen door de overstromingen zeeën
ontstonden. Dit alles behoort tot de bestaande schepping, het zijn gebeurtenissen,
waaraan de bijbelschrijvers goddelijke macht verleenden, maar die niets anders zijn
dan natuurlijke verschijningen!
In het stadium van voor de schepping was er geen
verdichte stof aanwezig, de later eeuwen zouden daaraan werken. De eigenlijke verdichting
duurde miljoenen eeuwen en weer biljoenen eeuwen daarna, en wel op Aarde, ontstond
de stof aarde! Op de Maan geschiedde het volgende.
Daar stierf het eerste leven en
daar beleefden wij als mensen de eerste dood. Een verrottingsproces van het cellenleven
volgde en daaruit ontstaat het dierlijke leven. Ook die levens leggen het stoffelijk
kleed af en er komt verrotting na verrotting. Miljoenen organismen beleven deze verrotting,
deze evolutie gaat door. In de wateren ontstaat het groen en blijft daarin, omdat
de Aarde als stof nog niet gereed is. Langzaam maar zeker zet zich slib af, dat slib
verdicht zich als het andere leven en zet zich vast. Van oevers is nog geen sprake,
toch drijft daar het verdichte slib, dat eens stof zal zijn. Hieruit zal de begaanbare
planeet ontstaan, over miljoenen eeuwen is dat zover! Deze evolutie heeft de stof
– als Aarde – moeten beleven, in niets was dit proces tegen te houden.
En nu willen
de bijbelschrijvers beweren, dat God zei: Er zei stof! Maar die stof heeft de eigen
evolutiewetten moeten aanvaarden, zoals al het andere leven in de ruimte!
Het 12e
gezegde geeft: En de Aarde bracht voort grasscheutjes, kruidzaad-zaaiende naar zijner
aard, en vruchtdragend geboomte, welks zaad daarin was, naar zijner aard. En God
zag dat het goed was.
Ook dit slaat weer op het bestaande, op een schepping, die reeds gereed is. Toen
Moeder Aarde in dit stadium leefde, een boom reeds bevrucht was en vruchten als zaad
afleverde, had Moeder Aarde uw eigen tijd al bereikt. In de eerste uren van de schepping
is boom noch plant te bekennen. Dat leven moet nog geboren worden, eerst miljoenen
eeuwen later ontstaat het leven in de natuur, maar toen hadden de ruimte en de natuur
zich reeds verdicht en waren de eerste drie kosmische levensgraden tot stand gekomen.
Toen had de mens de bewoonbare planeet overgenomen. Maar volgens de bijbelschrijvers
moest de mens toen nog door God geschapen worden.
Biljoenen eeuwen is de schepping
reeds oud, als het ontstaan van grasscheutjes en een vruchtdragende boom het menselijk
leven veraangenamen. Het leven als boom kent een eigen verdichting, die eveneens
miljoenen eeuwen heeft geduurd. De hitte- en koudetijdperken gaven het aardse leven
verdichting en verharding. Een boom kreeg eerst na al die tijdperken de huidige kracht
en hardheid. Grasscheutjes en zaad en uitzaaiend kruit hebben alweer een eigen verdichting
ondergaan en behoren bij uw eigen tijd. Die verdichting heeft eeuwen geduurd, het
zaad is niet in één nacht geboren! Maar van dit vroege stadium konden de bijbelschrijvers
niet weten.
Het 14e gezegde spreekt over de lichten in het uitspansel. Er staat: En
God zeide: Dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken
tussen de dag en tussen de nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden,
en tot dagen en jaren.
Hier is nu sprake van sterren en planeten, van een uitspansel
met al het leven daarin. Maar dat leven heeft eveneens biljoenen eeuwen nodig gehad
om tot stoffelijke verdichting te komen. De bijbelschrijvers putten steeds uit het
bestaande, uit dat, wat tot hun eigen leven behoort. Ze wisten van dit ontstaan niet
af, zij schrijven over iets, waartoe zij behoren en dat van hun leven deel uitmaakt.
Wat weten ze van het verleden van een ster? Wat deze goedgelovigen zeggen van al
deze wonderen? Geen woord! Zij kennen de goddelijke wetten niet! Zij staarden zich
blind op al deze wonderen, maar kwamen niet achter de waarheid. Zij kenden de diepte
van hun eigen leven niet en God was voor hen mens! Mar wie is die God? Deze mensen
hebben een taak volbracht, die ver boven hun eigen bewustzijn leefde.
Aan deze zijde
hebben wij de concrete verschijnselen kunnen vaststellen. Men kan ons niets meer
wijs maken, de wetten van God voor de kosmische evolutie hebben wij op de Man beleefd.
Wij leerden daar, hoe God ons geschapen heeft en hoe de ruimte met al het leven erin
geboren werd.
15e gezegde…. En dat zij zijn tot lichten in het uitspansel des hemels,
om licht te geven aan de Aarde. En het was alzo.
En zo was het ook, maar ook dat ,,zo’’
heeft miljoenen eeuwen geduurd. De Zon zou licht geven aan de Aarde en gaf licht
voor het leven in de ruimte. God schiep dat licht, het Goddelijk uitspansel scheurde
vaneen, splitste zich in biljoenen deeltjes en dit werden lichtgevende lichamen.
De Maan hielp de Zon verdichten en de Zon kreeg de eigen verdichting direct vanuit
de Goddelijke bron, zij ontving de halfstoffelijke verdichting. De Zon is voor Gene
Zijde dan ook het vaderlijke principe, zij is niet barend, maar scheppend. Zon en
Maan vertegenwoordigen God en ze hebben beide het vader- en moederschap moeten aanvaarden.
Wat
wisten de bijbelschrijvers in hun tijd van deze omstandigheden, van deze gigantische
en toch zo natuurlijke wetten af? Niets! In uw eigen eeuw zijn deze openbaringen
nog niet begrepen. De wetenschap weet er geen raad mee, de geleerden van uw eigen
tijd verliezen zich nog steeds in de Goddelijke schepping, want zij kennen het ontstaan
niet! Nog is de verdichting van Zon en Maan op Aarde niet bekend, maar dat zal komen
en eerst dan lost deze onnatuurlijkheid van de Bijbel op en zal deze opnieuw geschreven
worden. De Aarde ontleent haar warmte en licht aan de Zon, doch de Zon kreeg de bezieling
direct uit God en de Maan weer door de Zon en met haar al het leven in de ruimte.
De Zon bleef deze Goddelijke bezieling behouden en is hierdoor half stoffelijk, half
geestelijk gebleven, een energie, die op ons astrale leven afstemming heeft.
16… God
dan maakte die twee grote lichten; dat grote licht tot heerschappij des daags, en
dat kleine licht tot heerschappij des nachts, ook de sterren.
Heel waarachtig is dit
en eenvoudig, maar de bijbelschrijvers vergaten te vermelden, dat de Maan geen lichtgevende
bol is, want de Maan krijgt haar licht van de Zon. De Maan heeft een heel andere
betekenis in deze schepping dan deze schrijvers hebben kunnen vaststellen. Alleen
de Zon en de sterren zijn uitstralend. Hoe kan God Zichzelf zo tegenspreken? Dat
mensen zich vergissen omtrent al deze problemen is mogelijk. Kent God Zijn eigen
schepping niet? Moeten wij aanvaarden, dat God geen onderscheid kan maken tussen
Zijn leven? Groeit Gods leven Hem over het hoofd? Weet God niet meer wat een ster,
wat een planeet is, wat barend of lichtgevend is? De bijbelschrijvers tasten in het
duister! Zij konden het dag- en nachtlicht niet van elkaar onderscheiden, ze kenden
de schepping niet. Een geleerde van uw eigen tijd had deze onmogelijkheid niet opgeschreven.
Maar
God weet beter! Hij heeft nimmer gezegd, dat de Maan de nacht zou verlichten, dat
zijn menselijke gedachten, is fantasie! Er staat verder:
17…. En God stelde ze in
het uitspansel des hemels, om licht te geven op Aarde.
U ziet het zeker, de bijbelschrijvers
haakten het ene gezegde aan het andere om de Goddelijke woorden kracht en ruimte
te scheppen, maar het ene woord is als het andere door hun eigen denken en voelen
geboren. Uit alles spreekt het onbewuste mensenkind van de Aarde. Alleen de Zon dient
al het leven in de ruimte, maar het kosmische verband tussen al die geweldige lichamen
heeft toch weer betekenis voor elk levensvonkje van God, doch de centrale levensbron
overheerst en zal blijven overheersen tot aan het einde van deze drie levensgraden.
Eerst dan zal ook de Zon uitsterven en heeft zij, zoals de Maan reeds heeft beleefd,
haar grootste taak volbracht. Maar de Zon geeft, bestraalt, en is als zodanig het
enige lichaam van de Aarde, dat direct het kosmische verband in handen heeft gekregen
van God, die achter dit alles leeft en waakt!
De bijbelschrijvers voeren ons tot een
schepping, waarvan zij het licht niet kennen, noch één van de andere miljoenen wonderen,
die voor ons menselijk oog gestalte hebben gekregen. Heilig is alles, maar zij breken
deze heiligheid af, onbewust, anders zouden zij geen letter hebben neergeschreven.
18…..
En om te heersen op de dag en in de nacht, en om scheiding te maken tussen het licht
en tussen de duisternis. En God zag dat het goed was.
Dat had u een kind kunnen vertellen.
Elk kind weet dat, ja weet nu meer. Het heeft op school geleerd, dat Maan en Aarde
om de Zon heen draaien. Hoe hoog waren de bijbelschrijvers dan gekomen in het menselijk
weten? Ze schreven maar neer wat hun in gedachten kwam en wat zij in de nacht hadden
waargenomen. Maar God en Zijn schepping werden door hen kinderachtig naïef! En toch
hebben miljoenen mensen dat als waarheid aanvaard, ze durven geen eigen oordeel te
vormen, want de Bijbel is heilig. Maar ook zij zijn onbewust en moeten voor de Goddelijke
wetten en de waarachtigheid nog ontwaken.
19…. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de vierde dag.
In vier dagen tijds zou dit alles zijn geschied? In vier dagen schiep God al deze
wonderen, deze onmetelijkheid, de sterren en planeten, zonnen en wateren? Een dag
is hier slechts symbolisch bedoeld? Goed, maar weet u, dat u over biljoenen jaren,
ja biljoenen eeuwen moet spreken, zo gij wilt uitspreken wat in die tijd is geschied?
Zoveel tijd had deze evolutie nodig om het stadium te bereiken, waarin de bijbelschrijvers
leefden. Wordt het niet de hoogste tijd, dat de mens zijn God en Diens schepping
leert kennen? Moet de mens niet weten hoe hij is ontstaan? Eerst dan krijgt uw leven
voor de Aarde betekenis en krijgt dit wonderbaarlijk gebeuren een plaats is uw hart.
Hierdoor leert gij u zelf en het leven van een ander kennen.
20…. En God zei… Dat de wateren overvloediglijk voortbrengen een gewemel van levende
zielen; en het gevogelte vliege boven de Aarde in het uitspansel des hemels.
Dit is
alweer putten uit het bestaande, spreken over een toestand, die met het ontstaan
van de schepping niets te maken heeft. Toen de schepping een aanvang nam, zei ik
u reeds, was er alléén bezieling, astrale kracht in de ruimte. Daarna kwam er werking,
toen de nevelen, weer later de wolken en ontstond het embryonale leven. Eerst is
de mens geboren, daarna het dierlijk leven. Maar in de Bijbel staat geschreven, dat
God eerst de wateren vulde met zielen en wemelende diersoorten. En dat kan niet,
want het dier is uit de mens geboren.
Toen de wateren met diersoorten werden gevuld,
was de schepping biljoenen jaren oud en had de mens het hoogste stadium op de Maan
al bereikt. De Maan heeft geen gevleugeld dier gekend. Op de tweede kosmische levensgraad
ontstond dit leven, terwijl het op de planeet Aarde tot ontwikkeling kwam, waar het
zich van de wateren losmaakte en de gevleugelde soort ontstond. De hoogste soort
gaat met ons naar het Al terug! Ook het dier heeft dus een eigen ontwikkeling moeten
volgen.
21…. En God schiep de grote walvissen, en alle levende wemelende zielen, welke de
wateren overvloediglijk voortbrachten, naar haar aard; en alle gevleugeld gevogelte
naar zijn aard. En God zag dat het goed was.
De werkelijkheid is, dat de walvissen,
en andere diersoorten eerst in latere tijdperken ontstonden. Die tijdperken heeft
alléén de Aarde gekend. De bijbelschrijvers putten steeds uit een schepping, die
reeds lang af is, uit het eigenlijke nú; de wereld, waarin zij leven.
God behoefde
de wateren niet te vullen, die wateren waren reeds gevuld. De ziel is op de Maan
geboren. Moeder Maan schiep al deze wemelende diersoorten, het dier heeft deze eigen
evolutie moeten aanvaarden. Ook hierin verliest de bijbelschrijver zich. Zijn kinderlijke
fantasie schiep voor de huidige mens een droombestaan. De allesomvattende werkelijkheid
zou de bijbelschrijver naar Moeder Maan en naar de Aarde voeren, Zij is het, die
aan dit leven gestalte gaf en niet God, want de schepping had toen reeds biljoenen
jaren terug een aanvang genomen. Dit zegenrijke gebeuren valt door niets te verkleinen.
De bekrompenheid van de bijbelschrijvers mag in uw menselijk oog nú niet meer gerechtvaardigd
worden, want deze leer voert u ver van de werkelijkheid en laat u achter in een doolhof!
Het
22e, 23e, 24e en 25e gezegde spreken over de vermenigvuldiging van het dierenrijk.
Maar die vermenigvuldiging van de schepping hebben wij leren kennen, want elk vonkje
splitste zich, gaf het eigen leven aan het andere en nam deel aan de voortplanting.
Mens en dier gingen tot de goddelijke evolutie over, het ene leven ontstond door
het andere.
26…. En God zei: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en
dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels
en over het vee, en over de gehele Aarde en over al het kruipende gedierte, dat op
de Aarde kruipt.
27…. Toen schiep God de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem,
man en vrouw schiep Hij ze.
Dit is wel de grootste onwaarheid, die de Bijbel u wil
vertellen. Erger kan het niet, dit druist in tegen alles in de natuur, tegen alle
wetten door God geschapen, tegen ál het leven van God! Dit is pure fantasie! Hier
spreken onwetenden, onbewuste zielen. Maar zó armoedig, dat er geen vergelijking
nodig is. En toch heeft de mensheid deze onwaarachtigheid aanvaard. Ja, heilig verklaard!
Voor de christelijke mens is alles uit de Bijbel heilig, de Bijbel is Gods woord.
Wij leerden aan onze zijde evenwel de werkelijkheid kennen. En nu komen wij om u
die onbestaanbaarheid af te nemen, om u de werkelijkheid er voor in de plaats te
geven en u de ogen te openen. Moet u nog langer in de duisternis blijven voortgaan?
Want
dit is ongelooflijk bekrompen, de schepping, waarover de Bijbel hier spreekt, was
reeds biljoenen eeuwen af. Toen de mens het embryonale leven betrad, had God niets
meer aan Zijn kinderen te schenken, God gaf op dat ogenblik Zichzelf! De mens als
vonk Gods kreeg nu het Goddelijke bestaan. En nog is dat vonkstadium aanwezig. De
Moeder ontvangt die Godsvonk tijdens de bevruchting. Die vonk is dan als mens, ook
zij heeft reeds miljoenen malen geleefd. Niettemin daalt de mens terug in het vonkstadium,
of deze vonk zou als volwassen menselijke toestand het embryo in de Moeder dood drukken.
Een groeiproces zou dan niet mogelijk zijn.
Waarom zinkt de vonk Gods tot het allereerste
stadium terug? Omdat in de Moeder het goddelijke openbaringsproces leeft, de Moeder
schept, zoals God het in het oneindige heeft gedaan. De volwassen mensen begrijpen
hun eigen schepping niet eens, hiervan is de mens onbewust! Maar het vruchtje in
de Moeder is als embryonale leven van Moeder Aarde, toen zij aan de schepping begon
en deel nam aan dit grootse werk. Hierin is niets veranderd, alleen geschiedt het
thans in de Moeder. De ene cel heeft zich vermiljoenvoudigd, het menselijk lichaam
heeft zich opgebouwd door biljoenen cellen en is geworden tot wat het nu is. Moet
in uw eigen tijd het scheppingsproces van Adam en Eva blijvend aanvaard worden? De
kerkganger drukt men dood door deze gezegden, hij durft niet buiten de Bijbel om
te denken, ook al voelt hij het onwaarachtige ervan, Gods woord is wet! Ook voor
ons, doch dit zijn menselijke gedachten. Hier spreekt het onbewuste kind van de Aarde
tot u en uw gevoelsleven.
En die mensen konden niet achter die kosmische sluier zien,
daartoe hadden zij het gevoel niet en daarvoor moet gij eerst op aarde sterven, pas
daarna treedt gij al deze wetten, die Gods werkelijkheid uitmaken, binnen. U leeft
dan in deze wetten!Aan deze zijde zullen wij u ervan overtuigen, want de wetenschap
– zei ik u meermalen reeds – is nog niet zover en zal er voorlopig ook niet achter
komen. Indien de geleerde het leven na de dood kan aanvaarden, staat ook hij open
voor de Goddelijke wetten, hij weet dan, dat er geen dood is! Gods schepping is machtiger
dan de bijbelschrijvers u aantonen. Zij maken van deze oneindigheid een kinderachtig
spel, want ze kennen zichzelf niet! Ze kennen dood noch leven! Blijft niet langer
deze onzin aanvaarden, want uw leven staat stil. Durft te denken! God en Christus
willen, dat gij denkt, zelf voelt! U moet u niet láten leven! Leeft zelf! Hiervoor
kwam Christus tot u! Hiervoor zette Christus Zijn Heilig Leven in!
Eerst nu is het
mogelijk om op deze wijze tot uw leven te spreken, eeuwen terug zou dit niet mogelijk
zijn geweest, in die tijd werden onze instrumenten levend verbrand! De meesters uit
ons leven schenken u thans het Goddelijk weten! Uit naam van Christus komt het tot
u!
Miljoenen mensen zijn in opstand gekomen, doordat zij de verhaalde nonsens niet
langer konden aanvaarden. De natuurlijke wetten van God hebben geestelijke en goddelijke
betekenis, die van de Bijbel raken slechts het menselijk gevoelsleven, het naïef
geschoolde kind. Ook een aards geleerde kan u deze wijsheid niet schenken, dit kan
alléén de geestelijk bewuste, de astrale persoonlijkheid, die de wetten van God,
zoals ze zijn geschapen, heeft leren kennen, maar vooral ze zich heeft kunnen eigen
maken! Nú zullen deze bewijzen u worden gegeven. Of bent u nog niet zover, dat u
ze voor uw leven aanvaarden kunt? U moet dan nog voor de waarachtige schepping Gods
ontwaken!
De mens is volgens de Bijbel na het dier en het groen geboren. Maar Aarde
en Maan en alle dragende bewustzijnsplaneten schiepen éérst het menselijk wezen!
God schiep de mens naar Zijn eigen beeld, maar de mens mag nu niet denken, dat God
tevens mens is zoals hij zelf, want ook dat is niet waar. God schiep de ziel als
Zichzelf, het innerlijk leven voor de stoffelijke lichamen. Als mens zou deze ziel
het Goddelijk Al binnentreden en zijn als God. En dat is geschied!
Christus keerde
als de Goddelijk bewuste mens naar de Aarde terug om aan de mensheid de levende God
te schenken. Het gezegde: God schiep de mens naar Zijn eigen beeld, moet aldus begrepen
worden, dat God de mens alles gaf, alles, wat tot het bewust goddelijke behoort.
God nam geen rib weg van de man om de vrouw te scheppen, het moedercelletje op de
Maan en op de Aarde bezat deze vermogens reeds in het embryonale leven. Ook die gezegden
uit de Bijbel zijn verouderd, zijn uit het bestaande genomen, zijn fantasieën van
de aardse mens, die niet beter wist!
28…. En God zegende hen, en God zeide tot hen:
Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de Aarde, en onderwerpt haar, en
hebt heerschappij over de vissen der zee, en over het gevogelte des Hemels, en over
al het gedierte, dat op Aarde kruipt!
Het enige, dat hierin volgens de astrale schepping
Gods waarheid is, is het ogenblik, dat God tot ons mensen sprak, wat wij echter als
gevoelskracht hebben beleefd. Die wijsheid, die Goddelijke tal lege God in ons leven
neer en in al de biljoenen levensgraden, die wij zouden gaan beleven, riepen de Goddelijke
wetten ons het halt toe, indien we ze zouden misbruiken, zouden vernietigen, zouden
bezoedelen! En ook dat is geschied, want de mens ging door zijn eigen leven ten gronde!
Hij richtte voor zichzelf een schavot op! Hij hing zich op, doordat hij het leven
niet kende en niet wist, dat er geen dood was! Maar God legde in ons neer Zijn weten,
doch dat weten zouden wij ons als mensen eigen maken. God zegende Zijn kinderen door
deze goddelijke genade aan al Zijn leven te schenken, maar de mens heeft deze Goddelijke
schatten niet begrepen.
29…. En God zeide: Ziet, Ik heb u lieden al het zaad-zaaiende kruid gegeven, dat
op de ganse Aarde is, en alle geboomte, in hetwelk zaadzaaiende boomvrucht is, het
zij u tot spijze!
De Aarde heeft al deze waarheid geschapen, maar dit leven heeft
een eigen evolutie gekend en onderging een miljoenenproces. Elke eeuw bracht het
eten en drinken voort in de vorm, waaraan het menselijk organisme behoefte had. Toen
de mens bewust werd, zette hij dit proces voort en hielp de natuur, zo ontstonden
er tal van vruchten. Altijd is er voedsel genoeg geweest voor de mens, want God overzag
de tijden, het groei- en bloeiproces van Zijn kinderen. Doch de bijbelschrijver klampt
zich angstvallig aan het bestaande vast, daar hij het ontzagwekkende verleden niet
kent.
30….. Maar aan al het gedierte der Aarde, en aan al het gevogelte es Hemels,
en aan al het kruipende gedierte op de Aarde, waarin een levende ziel is, heb Ik
al het groene kruid tot spijze gegeven. En het was alzo.
En zo is het ook! Elk dier
vindt op Aarde eten en drinken naar de aard van zijn stoffelijk leven. Maar al dit
leven moest eerst evolueren!
Wij zijn geen Godslasteraars, wij hebben echter de Goddelijke
wetten leren kennen. Wij zijn niet van plan u uw kerk te ontnemen, dis is wel het
allerlaatste wat Gene Zijde zou willen doen. Wij willen u alleen overtuigen van de
waarachtige schepping Gods en van heel uw eigen heiligheid!
Het tweede hoofdstuk van
de Bijbel vertelt u naast de onwerkelijkheden van het eerste, toch ook waarachtigheid,
maar toen konden de Bijbelvertellers uit het bestaande putten. Gij kunt dat zelf
volgen, ik ga er niet op in, mij ging het, om u in opdracht van de Meesters van Gene
Zijde het ontstaan van de schepping te schenken, en daarvan alleen dat, wat nodig
is voor dit werk, want de Meester komen hierop zelf terug!
Dan zal u ook duidelijk
worden of God gelijk een stofmens gesproken heeft.
De Eeuw van Christus brengt u het
geestelijk ontwaken, het astrale bewustzijn.
Jozef Rulof.