’MIJN PRIORITEITEN ZIJN ANDERS KOMEN TE LIGGEN.’
Op 23 september 1978 had Elly een bijna-dood ervaring. Ze komt in hemelse sferen terecht en neemt de hand van een wezen van licht. Maar vlak voordat ze over een grens gaat, is ze terug in haar lichaam. Ze krijgt niet alleen te maken met fysieke pijn, maar ook met geestelijk verlies: de aarde is in vergelijking met de ervaring die haar zojuist ten deel is gevallen koud en kil, en haar dochtertje is dood geboren. In dit artikel doet ze haar verhaal.

Ze wilde niet meer thuis bevallen. Vijftien maanden eerder was de zwangerschap van haar eerste dochter dermate moeizaam verlopen dat ze nu, al wandelend in het bos, bij de eerste tekenen dat de bevalling eraan zat te komen, besloot naar het ziekenhuis te gaan. Eenmaal in e verloskamer, gaat het al snel mis. Ze vertelt: ‘’Er gebeurde van alles. Er was chaos en paniek. Mijn hartslag werd verward met dan van ons ongeboren kind en de weeën vielen plots weg. Ik verloor veel bloed. En toen gebeurde het. Opeens zag ik van bovenaf een vrouw met haar benen in de baarstangen liggen. Om haar heen, op de grond, veel bloed. Ik zag haar bevallen en besefte dat ik het zelf was die daar lag! Het baby’tje werd door het personeel in een doek gewikkeld en naar een andere kamer gebracht. Ik volgde mijn dochter en wist: ze is dood. Tijd en ruimte betekenden niets en het volgende moment bevond ik me in een tunnel met aan het eind een heel mooi licht. De zon kan hier nog zo prachtig schijnen, maar zoiets had ik nog nooit gezien. Ik kreeg een gevoel van warmte en onvoorwaardelijke liefde over me, zag bloemen in de mest sensationele kleuren en hoorde heerlijke rustgevende muziek.’’

Tot hier en niet verder:
Tijdens haar bijna-dood ervaring ontmoet ze een stralend wezen in een lang gewaad, die haar zijn hand aanbiedt. Als ze deze aanneemt komt ze geleidelijk aan steeds meer in het stralende licht te staan. Maar vlak voordat ze helemaal in het licht opgaat, laat het wezen haar hand los en wordt ze in haar lichaam 'teruggezogen'. "Ik wist: het is tot hier en niet verder. Tijdens de ervaring kende ik geen angst. Ik vond alles prachtig. De communicatie verliep non-verbaal, alles waaraan je dacht was er gewoon. De antwoorden op vragen die ik had over het universum en leven en dood waren nu volkomen helder voor me. Alles was goed zoals het was." Maar de terugkeer op aarde valt haar zwaar. Het eerste wat ze zich herinnert zijn de klappen van een verpleeg- kundige op haar wangen. 'Ik was even bang dat we u kwijt waren', krijgt ze te horen.

Pilletje:
Ze probeert het gevoel van geluk en vrede nog vast te houden, maar onvermijdelijk dringt de harde realiteit tor haar door: ze is terug op de 'koude, kille en liefdeloze' aarde en haar kind heeft de bevalling niet overleefd. Ze wil haar bijzondere ervaring delen met het verplegend personeel, maar ze krijgt nauwelijks respons. Haar een pilletje toestoppen is zo'n beetje alles wat ze doen. Ze neemt het ze inmiddels niet meer kwalijk: "Er was toen nog maar heel weinig bekend over dit soort ervaringen. Zelf had ik er ook nog nooit van gehoord. Dat maakte het ook moeilijk om mijn ervaring met m'n omgeving te delen. Mijn man heb ik het tot in den treuren verteld, maar vrienden en familie stonden er nauwelijks voor open. Men dacht al snel: ze heeft een moeilijke tijd, ze is verward of heeft hallucinaties gezien." Doordat haar ervaring voor een groot deel van haar omgeving niet te plaatsen is en eveneens nauwelijks in woorden te vatten, stopt ze 'm weg. Zeker de eerste tijd erna leeft ze op de automatische piloot. De hond wordt uitgelaten, haar dochter verzorgd, maar met haar hoofd is ze ergens anders. ''Wat moet ik hier?', dacht ik. De wereld is zo grauw en sober! Ik zocht de zintuiglijke prikkels van mijn ervaring, maar ze waren niet te vinden."

Moeite met tijd:
De geboorte van een zoon, anderhalf jaar na haar bijna-dood ervaring, brengt de vreugde terug en ze pakt haar werk in het basisonderwijs weer op. Ze werkt harder dan ooit, gaat fanatiek sporten en werkt nog harder. Alles is beter dan stilzitten op de bank, want wie weet wat er dan gebeurt? Maar langzamerhand haalt de ervaring haar in: "Ik kreeg het steeds moeilijker met de veranderingen op persoonlijk niveau die de ervaring met zich had meegebracht. Ik was niet meer de vrouw van vóór 23 september 1978. Zo had ik bijvoorbeeld moeite met tijd gekregen. Ik ervoer het als een hinderlijk keurslijf en omdat in het basisonderwijs alles tijdgebonden is, had dat een 'nadelige invloed' op mijn werkvreugde. Daarnaast bleek ik na de bijna-dood ervaring opeens veel gevoeliger. Mijn betrokkenheid bij de kinderen en ouders waarmee ik op mijn werk in aanraking kwam groeide, en ik had er moeite mee als anderen er makkelijker over dachten."

Accepteren en integreren:
"Er wordt me vaker gezegd dat ik het nog lang heb volgehouden. Dat komt door mijn doorzettingsvermogen en doordat ik het gevoel kreeg dat ik niet over mijn bijna-dood ervaring mocht spreken. Het werd ook steeds moeilijker om er na al die jaren nog over te beginnen. In 1998 raakte ik echter oververmoeid, overspannen en belandde in een zware depressie. Gelukkig kwam ik in aanraking met een antroposofische therapeut die open stond voor mijn ervaring. Eindelijk kon ik mijn verhaal aan een arts kwijt die mij geloofde en kreeg ik antwoorden op de vragen over mijn ervaring die ik jarenlang niet had durven stellen! Ik kwam bij de Stichting Merkawah -- doet onderzoek naar en informeert over bijna-dood ervaringen -  terecht en ging lezingen geven. De deeltijd studie psychologie die ik inmiddels begonnen was, rondde ik af met een afstudeerscriptie 'BDE en dan?'. Jarenlang had ik het weggestopt, maar nu was ik er juist heel veel mee bezig. Daardoor leerde ik niet alleen mijn ervaring accepteren en integreren in mijn leven hier op aarde, ook probeerde ik lotgenoten een hart onder de riem te steken en medici te informeren. Wat ik aan eerstgenoemden mee wil geven is: praat over je ervaring! Stop het niet weg. Want hoe hard je dat ook probeert, het lukt niet. Pas op het moment dat je aanvaardt dat je iemand bent die een bijna-dood ervaring gehad hebt, kom je verder. Kun je er zelfs de vruchten van plukken. Tegen medici en hulpverleners zou ik willen zeggen: geef iemand de ruimte zijn of haar verhaal te doen. Sta je er niet open voor? Verwijs dan in ieder geval door, bijvoorbeeld naar de Stichting Merkawah."
 Inmiddels heeft ze een eigen praktijk waar ze vanuit een integrale benadering cliënten begeleiding geeft. Naast psychosociale therapie, kan ze daarbij onder andere reiki, voetreflex, regressie- en reïncarnatietherapie inzetten. Net wat past bij de desbetreffende cliënt en zijn of haar hulpvraag. Zij zegt: Eén van de zaken die me tijdens mijn bijna-dood ervaring duidelijk is geworden is dat elk mens uniek is, maar dat we tegelijkertijd allemaal met elkaar zijn verbonden. Ik zie mijn bijna-dood ervaring nu als een verrijking. Geloof niet in toeval, maar wel in reïncarnatie. Ben niet bang voor de dood, maar weet ook dat iedereen een doel heeft in dit leven. Mijn prioriteiten zijn anders komen te liggen."
E. M.

                    ‘BIJNA-DOOD ERVARING IS EEN WERKWOORD’
                               TIENKE OVERKWAM HET TWEE KEER.
Een bijna-dood ervaring is over het algemeen een heftige, levensveranderende gebeurtenis. Het overkwam haar niet eenmaal, maar zelfs tweemaal: op haar vierde en vierenvijftigste. Alhoewel ze het er  vooral na de eerste episode even moeilijk mee heeft gehad, zegt ze nu: ‘’Ik had beide ervaringen voor geen goud willen missen. Ze hebben mijn leven compleet veranderd. Er is een vermogen ontstaan dwars door allerlei situaties heen te kijken.’’

Degene die de eerste levensjaren van haar als 'ontwortelend' omschrijft, mag wat mij betreft tot kampioen van de understatements worden gekroond. Want wat zij allemaal op zeer jonge leeftijd tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft moeten doorstaan, grenst aan het ongelofelijke. Ze wordt van haar vader, huis, veiligheid en vrijheid beroofd en belandt uiteindelijk met de rest van het gezin in een 'Jappenkamp'. Daar maakt ze kennis met honger, mishandeling, eenzaamheid en... de dood.
 
In het kamp:
Haar moeder is verpleegster en wordt door de Japanners als zodanig in het kamp tewerk gesteld. Met een schrijnend gebrek aan medicijnen en andere
noodzakelijkheden doet zij, zo goed en zo kwaad als het gaat, haar uiterste best te redden wat er te redden valt. Want de omstandigheden zijn als gevolg van extreme overbevolking, ondervoeding en slechte hygiëne erbarmelijk. Zij ziet haar moeder nauwelijks en moet zich, samen met haar broer en zus, maar zien te redden. Om aan een gevoel van eenzaamheid te ontsnappen, visualiseert de driejarige zich in een gouden bal, samen met mama. Wonderwel komt ze de eerste maanden van gevangenschap naar omstandigheden goed door, maar in 1943 verandert dat.  Zij vertelt: "Ik kreeg cholera en verkeerde al snel in levensgevaar. Op een gegeven moment had ik als gevolg van de ziekte een hartstilstand. Ik weet nog heel goed dat ik uit mijn lichaam was en me in een donkere ruimte bevond. Het voelde er veilig, rustig en vredig. Eindelijk vrij! Maar plots keerde ik terug in mijn lichaam doordat mijn moeder mij reanimeerde. Ik ervoer het als een grote ontluistering. Het contrast tussen daar en hier was gewoon te groot." Nog maar nauwelijks hersteld van de cholera dient ze alweer op appél te verschijnen: urenlang gebogen staan in de brandende zon. Haar lichaam is op en ze dreigt in elkaar te zakken. Levensgevaarlijk, want verstoring van het appèl wordt niet getolereerd. Dan klinkt in haar hart een stem, helder en duidelijk: 'Er bestaat geen vriend en vijand, dat is een raar spel van volwassenen, het is niet de Waarheid'. Een enorme kracht en rust komt over haar. Het gevaar is geweken.

Voorweten:
Vanaf dat moment is ze voorgoed veranderd. Ze noemt de ervaring een 'fundament' van haar identiteit. Na de oorlog gaat ze met haar familie naar Nederland. Omdat ze van kleins af aan in het kamp is opgegroeid, kent ze de 'gewone' zaken des levens niet of nauwelijks. Wat is een vader, een verjaardag, een speelkwartier, een koningin? Spelenderwijs redt ze zich zo goed en kwaad als het gaat. Maar rond haar tiende krijgt ze moeite met haar door de bijna-dood ervaring toegenomen paranormale gaven. In de grote- mensenwereld is één en één altijd twee, terwijl haar voorweten komt en gaat en niet beheersbaar is. Ze besluit daarom haar gevoeligheid en weten in de ijskast te zetten en 'gewoon' te gaan leven. Dat lukt heel aardig, tot haar eenentwintigste. Op die leeftijd ontmoet ze haar toekomstige partner. Op een hele speciale manier: "Er stond een flinke storm en het hoosde, maar toch bleef ik niet slapen in het dorp waar ik werkte. Ik fietste 's avonds over de dijk van het Amsterdam- Rijnkanaal terug naar mijn ouderlijk huis. Geen idee waarom! Die avond vroeg mijn moeder of ik thee naar mijn broer en zijn vrienden wilde brengen. Zij waren op dat moment in een andere kamer een muziekstuk aan het repeteren.
Bij binnenkomst zag ik een man achter de piano en ik wist: 'Dat is de vader van mijn kinderen'. Haar voorweten wordt enkele maanden later bevestigd in .muziekhandel, wanneer ze tot haar eigen verbazing bladmuziek van 'Das musikalische Opfer' aanschaft. Ze speelt zelf dwarsfluit, maar heeft niemand om samen mee te spelen.
Toch koopt ze het stuk. Eenmaal thuisgekomen zit de 'pianoman' bij de kachel. Zij zegt: "Hij vroeg of ik met hem en andere leden van het dispuut een muziekstuk wilde instuderen. Hij had het stuk nog niet, maar het heette 'Das musikalische Opfer'."

Vrijheid:
Jaren later. Ze staat voor een stoplicht dat op groen springt en steekt met haar nieuwe fiets over. Vanuit het niets vliegt een auto in noodvaart op haar af. Van het ongeluk zelf weet ze niets meer. Pas later, thuis in bed, dringt het besef door opnieuw aan de dood te zijn ontsnapt: "Ik ben woedend dat iemand die door rood' rijdt mij mijn leven had kunnen afpakken! Plotseling treed ik uit mijn lichaam. Ik bevind me in een totaal  andere dimensie, mijn boosheid is op slag verdwenen. Deze ruimte zindert van dynamiek en ik denk: 'Ik kan wel blijven koppeltje duiken!'. Door de ontberingen in het kamp ben ik een leven lang heel snel uitgeput geweest. Nu haal ik dat in een extatische explosie van energie dubbel en dwars in. In een oogwenk zie ik mijn hele leven aan me voorbijtrekken en ik besef dat mijn grondmotief altijd was: mijn vrijheid herwinnen. Ik was steeds bezig 'uit het kamp te komen'.
De dynamiek in en om me heen is een drie-eenheid van energie, weten en liefde. Ik drink me vol met kennis en weet: ik ben vrijheid! Niets of niemand kan dat van me afnemen. Vrijheid is het wezen van bewustzijn. Dan moet ik terug. Het voelt alsof ik door een zandloper geperst wordt. Alles vernauwt zich: de structuren nemen toe, de dynamiek en liefde af. Voordat ik in mijn lichaam terugkeer krijg ik twee zinnen mee: 'You do not need to go anywhere' ('Je hoeft nergens naartoe') en 'Mensen hebben lief voor zover ze kunnen'." De intensheid van deze tweede bijna-dood ervaring opent nog bevroren lagen van de kamptrauma's. Energetische therapie brengt haar lichamelijke verlichting en verdere bewustwording.

Werkwoord:
Sinds haar tweede bijna-dood ervaring ontvangt ze regelmatig zomaar overdag of 's nachts een soort energetisch geestelijk bad. Ze beschrijft het als een Goddelijk geschenk dat dezelfde vreugde en verbinding geeft als een bijna-dood ervaring. Voor haar zijn er in dit leven meerdere gordijnen weggetrokken. 'De grens tussen dood en leven is transparant geworden', schrijft ze in haar autobiografie 'De Kiem'. De zin 'Je hoeft nergens naartoe', die ze op het eind van haar tweede bijna- dood ervaring meekrijgt, heeft ondertussen meer diepgang en betekenis voor haar gekregen: "Het is me duidelijk geworden dat we op aarde zo vastzitten in structuren van geloof, politiek en sociale ordening, dat het ons ge grootste moeite kost te ervaren wie we zelf zijn, laat staan wie een ander is. We zijn altijd maar druk, druk, druk.
 De stilte schrikt ons af. Maar juist daar is onze goddelijke kern te vinden. De energiestroom van God is onstuitbaar. Onze focus op en vereenzelviging met persoonlijkheid en situatie kan deze stroom niet afremmen, maar zorgt wel voor veel leed. Als we ons niet met welk pad dan ook identificeren, zouden stoppen met rennen, dan beseffen we plots: we hoeven nergens naartoe... Alles zit in onszelf!" Een bijna-dood ervaring is geen wondermiddel benadrukt ze: "Net als mediteren, verwonderen en liefhebben is een bijna-dood ervaring een werkwoord. Je hebt blijkbaar een heel leven nodig om in de realiteit te blijven staan die elke dualiteit overstijgt, in plaats van je steeds weer te identificeren met de vaak zeer desastreuze spelletjes die we hier op aarde spelen."
T. K.

     
Mijn naam is Cees de Kort, geboren in 1940 te Schiedam.
Ik heb zelf als kind een bijnadoodervaring gehad. Dit kwam ik echter pas bijna 35 jaar later te weten! Deze ervaring en het feit dat ik er 35 jaar mee heb rondgelopen zonder te weten wat mij is overkomen, heeft een zeer grote impact op mijn leven gehad. Ik wil mijn levensverhaal graag met u delen.

Als kind ben ik altijd zeer zorgzaam naar mijn ouders geweest. Als gezin leefden wij in grote armoede en ik wilde mijn steentje bijdragen om dit te verlichten. Als kind heb ik al een eens wezen gezien die voor andere mensen niet zichtbaar was. Toen ik vijftien was, heb ik tijdens een zwempartij een bijnadoodervaring gehad toen ik bijna verdronken in de Nieuwe Waterweg tussen Schiedam en Rotterdam. Samen met mijn vrienden hielden wij een wedstrijd om aan de overkant van de Waterweg te geraken. De stroming bleek echter veel sterker dan verwacht te zijn en het water was ook erg koud. Op een gegeven moment was ik aan het eind van mijn latijn, maar met alle kracht die ik nog had, ben ik naar een boei gezwommen. Toen ik aan de boei hing, kreeg ik toch het gevoel dat mijn situatie hopeloos was en ik dreigde de boei los te laten om te gaan verdrinken.

Ervaring:
Plots bevond ik mij toen ineens in een andere wereld - een wereld vol met prachtige groene glooiende heuvels, beplant met de mooiste bloemen en met de prachtigste kleuren die hier op aarde niet terug zijn te vinden. Het prachtige licht wat er was overviel mij met een onvoorstelbare rust. Dit was een wereld om nooit meer uit weg te willen gaan.
Hoe lang ik daar in die wereld geweest ben weet ik niet, maar plots was ik terug in de aardse wereld. Heel frappant was voor mij het feit dat ik gelijk wist wat ik moest doen om uit mijn benarde positie te komen. Mijn ogen werden als het ware gestuurd naar de rafels van een touw waarmee een zeeschip aan de boei, waaraan ik hing, was aangemeerd. Zo kon ik weer enigszins op krachten komen en daarna heb ik alsnog de overkant van de Waterweg weten te halen. Zo heb ik mij kunnen redden van een verdrinkingsdood. De hulp van 'de andere kant' was voor mij echt duidelijk aanwezig.

Lange tijd daarna was ik nog steeds verwonderd over wat mij overkomen was. Ik kon er echter met niemand over praten. Ook thuis niet, want vijf jaar daarvoor was een broertje van mij verdronken en ik kon het verdriet van mijn ouders over mijn verdronken broertje niet door mijn belevenissen oprakelen.
Het vreemde was dat ik daarna veel paranormale gevoelens had. Ik kon gedachten van mensen lezen en wist wat zij wilden. Gelukkig is dat later afgezwakt, maar de intuïtieve gevoelens zijn wel gebleven en zijn zelfs versterkt. Toch was ik een eenling geworden in de maatschappij waarin we leven. Veel gevoelens die ik had, kon ik niet delen en ik was overgevoelig geworden voor het verdriet van anderen. De aardse gebeurtenissen lieten mij niet koud. Ik werd een mens die emoties, die eigenlijk niet bij mij hoorden, naar binnen liet stromen.

Phyllis Atwater heeft door haar onderzoek naar bijna-dood ervaringen bij kinderen dit vast kunnen stellen en kwam door haar onderzoek te weten dat veel kinderen vijf jaar later een zelfmoordpoging doen om te ontsnappen aan deze druk. Bij mij is hetzelfde gebeurt. Vijf jaar later had ik ook deze gevoelens. Ik wist toen niet waarom, maar ik wist dat ik geen zelfmoordpoging mocht doen. Maar ik was de wanhoop nabij. Plots kreeg ik een Goddelijke boodschap binnen en mij werd verteld dat ik niet alleen was, maar dat God bij mij was. Tegelijkertijd werd ik doorspoeld door een Goddelijk liefdegevoel. Iedere cel van mijn lichaam werd daardoor gevoed en maakte mij van de ene op de andere seconde de meest gelukkige mens die er maar kon zijn!
Het is de rode draad in mijn leven geworden en is het nog. Maar ook deze gebeurtenis kon ik in mijn contacten in de maatschappij niet delen en mijn eenzaamheid was groter geworden. Maar de herinnering aan deze gebeurtenissen maakte mij weer rustiger en blij. Vele jaren gingen voorbij met veel 'para' gebeurtenissen die mijn leven redden.
Ik bleef echter botsen met mijn collega's, mijn relatie en de maatschappij in zijn geheel. Ik was te veel veranderd ten opzichte van mijn medemens. Of was ik iemand geworden zoals de Schepper ons graag zag? Was ik iemand die terug bij af was en leefde vanuit de liefdevolle bron?
Een ander paragebeurtenis deed zich voor tijdens het overlijden van mijn moeder. Mijn moeder was iemand die getekend was door verdriet en een verschrikkelijk leven achter de rug had. Het verdriet dat zij had kon zij niet naar buiten brengen, maar het verdriet dat zij had stroomde bij mij naar binnen en verstikte mijn gemoedsrust. Dan gebeurt het... Tijdens de laatste ademhaling die zij deed en daarmee naar de andere kant ging, gleed er als het ware een schild vanaf mijn kruin langs mijn lichaam naar beneden en liet daardoor al het verdriet dat zij had geprojecteerd naar mij in de grond wegstromen. Het voelde als een grote bevrijding. Ik was blij dat zij haar verdriet niet meer had.

Openbaring:
In januari 1992 zat ik (nietsvermoedend) naar de tv te kijken en tot mijn stomme verbazing hoorde ik in een uitzending mensen praten over dezelfde gevoelens die ik had en die dat gekregen hadden na een bijnadoodervaring. Het telefoonnummer dat na de uitzending werd gegeven heb ik gelijk gebeld en ik heb gesproken met mevrouw Ina Vonk met wie ik mijn ervaringen kon delen.
Ik vertelde mijn verhaal en zij gaf aan dat ik ook een bijna-dood ervaring had gehad en dat ik aan een praatgroep kon deelnemen. Eindelijk kon ik mijn gevoelswereld delen met mensen die hetzelfde hadden ervaren als ik en kreeg ik de herkenning en erkenning die ik zo hoognodig nodig had.

Ontwikkeling:
Sindsdien heb ik een stormachtige ontwikkeling meegemaakt. Honderden boeken heb ik over het onderwerp verslonden. Ik zoog alles als het ware op en mijn belevingsvormen stroomden bijna dagelijks binnen. De mooiste belevenissen waren de visioenen van Jezus bij het laatste avondmaal en de voettocht met de doornenkroon op, waar Hij bij het passeren mij Zijn oogleden neersloeg en daarmee te kennen gaf 'ik heb je wel gezien'. De visioenen van Hem waren soms interactief, want tijdens de vele zwart-wit visioenen kwam Hij in een gekleurde ronde spot even bij mij binnen wippen. Vele transcendente dromen heb ik ervaren waarin de Goddelijk wereld weer aanwezig was.
Ik heb verschillende uittredingen gehad en in één daarvan heb ik een kosmisch genezingsproces mogen beleven. Ik heb jarenlang tijdens de wintermaanden vreselijk koude benen gehad. Ik moest mijn benen beschermen met een skibroek aan en mijn benen op de bank houden, anders hield ik het niet uit van de pijn. Op een gegeven moment had ik twee dagen cursus en ik moest mensen meenemen naar de locatie. De dag ervoor werd ik 's morgens wakker met een migraine-aanval en de vele paracetamols die ik geslikt had hielpen de hele dag niet. Ook maakte ik mij zorgen over de afgesproken regelingen. 's Nachts werd ik wakker en kreeg ik een visioen van de andere kant met het signaal om naar een bosje linten te kijken wat aan de muur van de slaapkamer hing en om de kleur violet eruit te halen. Toen begon het voor mij bekende gebrom in mijn oren en ik wist dat er een uittreding kwam. Tijdens die uittreding werd mijn hoofdhuid op vele plaatsen wat uitgetrokken en mijn benen werden helemaal door elkaar gehutseld. Toen de uittreding klaar was was mijn hoofdpijn over en ik heb nooit geen koude benen meer gehad. Wat kunnen er toch prachtige dingen gegeven worden door de andere kant! Deze kosmische genezingsprosessen vinden veel plaats, maar worden niet geloofd door de medische wereld (ze zijn nog niet zo ver).

In 1994 heb ik een prachtige beleving gehad bij het sterven van een van mijn broers. Tijdens een ontmoeting vroeg ik hoe het met hem ging. Op dat moment had hij de ziekte van Kahler en het was zeker dat hij daardoor vroegtijdig zou overlijden. Hij antwoordde dat het goed was en niet meer bang was voor de dood. Geïnteresseerd vroeg ik hem hoe dat kwam. Hij vertelde toen dat hij tijdens een nierdialyse waarbij de slangen losschoten een ervaring had gehad die hem geruststelde. Ik vermoedde dat hij een bijnadoodervaring had beleefd en daarom vroeg ik hem naar de inhoud van zijn beleving. Hij antwoordde echter dat hij hier niet over wilde praten. Dit respecteerde ik.
Om een lang verhaal kort te maken: op een zaterdag werden wij gebeld dat mijn broer stervende was en was bediend, maar wij hoefden nog niet te komen, want hij wou de volgende zondag op de verjaardag van mijn schoonzus afscheid nemen van zijn zussen en broers. 's Nachts drong de andere kant erop aan om toch naar hem toe te gaan. Thuis riep dit veel weerstand op, maar de druk werd steeds groter om het toch te doen. Ik was niet te houden. Ik werd gestuurd! Tijdens het rijden naar hem toe ben ik alle teksten kwijtgeraakt die ik hem had willen vertellen om zijn weg wat makkelijker te maken. Toen ik in het ziekenhuis aankwam, vernam ik dat hij was overleden. Tijdens het betreden van de kamer waarin hij lag, werd ik als het ware uit mijn lichaam getild. Ik had het gevoel dat ik zweefde en bij het naderbij komen heb ik de liefdevolle uittreding van hem mogen meemaken. Het gevoel dat ik daarbij kreeg is niet in aardse woorden uit te drukken. Het was LIEFDE, en elke cel van mij ervaarde dat en werd erdoor geraakt. (door de intense emotie heb ik dat pas na maanden op kunnen schrijven). Van zijn geteisterde lichaam kan ik niets anders zeggen dan dat het Goddelijke LIEFDE was. Ik heb toch de moed gehad om hem door zijn haren te strijken, want door de jaren heen was de geestelijke afstand tussen hem en mij wel erg groot geworden. Hij heeft mij denk ik door deze beleving laten weten van Cees het is goed zo. Later ben ik te weten gekomen dat hij zelf inderdaad een bijnadoodervaring heeft gehad. Hij heeft zijn ervaring met een priester gedeeld. Deze beleving was voor hem zo intens geweest dat hij er verder met nooit iemand over heeft gesproken. Vele bijnadoodervaarders houden hun ervaring voor zichzelf.

Door mijn ervaringswereld ben ik in de terminale zorg gaan werken. Dit werk is als een warme deken om mij heen gekomen met de prachtigste belevingsvormen. De prachtige aura's die ik kan zien geven mij troost als het een keer in het leven tegenzit. Dan kan ik zien in wat voor 'werkelijke' wereld we leven.
Sinds mijn ontdekking van de bijnadoodervaring in 1992 heb ik vele, vele belevenisvormen mogen meemaken. Door mijn ervaringen die ik heb gehad heb ik vele honderden mensen op weg kunnen helpen bij hun belevingswereld en hun erkenning en herkenning kunnen geven die ze nodig hadden. En die erkenning en herkenning wil ik in de toekomst ook blijven geven.
C. D. K.

                             EEN PRENATALE BIJNA-DOOD ERVARING.
Er zijn mij enkele prenatale bijna-dood ervaringen bekend. In de zwangerschap is er dan waarschijnlijk een medische omstandigheid geweest die het optreden van de bijna-dood ervaring bij de ongeboren baby heeft veroorzaakt.
Dit is het verhaal van de bijna-dood ervaring van Jacqueline Beckers, genaamd 'Een BDE in de baarmoeder'.

Voordat U mijn BDE gaat lezen zal ik, ter verduidelijking, enige uitleg geven. Mijn moeder had, ongeveer een jaar voordat zij zwanger werd een ziekte aan haar schildklier. Als gevolg hiervan werkte haar hormoonhuishouding niet goed en moest zij een operatie ondergaan. Na deze operatie ging het snel beter met haar en werd mijn moeder zwanger. In eerste instantie was zij zwanger van één kindje. De maand daarna werd zij ongesteld maar bleef toch zwanger. In de derde maand van haar zwangerschap werd er nog een eitje bevrucht. Vanaf dit moment was zij zwanger van een `tweeling`. In de vierde maand werd zij weer ongesteld en in de volgende cyclus werd er ook weer een eitje bevrucht. Mijn moeder droeg nu drie kinderen die, op het moment van de geboorte, respectievelijk negen, zeven en vijf maanden oud waren. Het jongste kindje is dood geboren.

Mijn BDE:
Ik zweef omhoog tot ik onder het plafond blijf hangen. De kamer waar ik mij bevind is half licht. Naar beneden kijkend zie ik een vrouw op bed liggen. Ze ligt op haar zij en slaapt. Ik ken haar niet maar ik weet dat zij het lichaam is waar ik zojuist, via haar buik, uitgekomen ben. Mijn moeder maakt geen enkel gevoel in mij los. Zij is zich ook niet van mij bewust. Rechts en iets boven mij word ik een soort grot gewaar die buisvormig naar boven gaat. Het is er donkerder dan in de kamer. Ik word naar binnen getrokken en ik voel dat ik mij voortbeweeg in die tunnel. Wanneer ik mij bewust ben dat ik voel, word ik mij ook bewust dat ik een soort wit wolkje ben. Ik ben niet compact, niet stoffelijk, ik ben alleen maar. Tegelijkertijd zie ik vlakbij en schuin boven mij nog een wolkje en weet dat dit een van de andere twee zieltjes is uit moeders buik. Het voelt vertrouwd, bekend, hetzelfde en toch apart van mij. We gaan samen verder door die grotvormige tunnel. We gaan gewoon, er is geen bewuste gedachte van onderweg; ergens naartoe onderweg zijn. Dan is er licht, zo zacht en toch zo helder, ongebroken licht zo puur. Er is gras, er zijn struikjes. Bloemen zo mooi. Alles straalt in zulke prachtige kleuren als nooit meer gezien. Mijn hele verdere leven blijf ik geroerd worden door hemelluchten. Door het licht, dringend door wolken waardoor wolken gaan stralen…En bloemen waar de zon op schijnt…Zoekend naar die kleuren. Niets haalt het en toch ben ik altijd weer geraakt!

We zijn nog steeds met ons tweeen maar hebben een groot samen-gevoel. We zijn vage vormen, sprankelende contouren. Dan zien we een hek. Dat hek is van hout en we kunnen er over, langs en doorheen kijken. We mogen niet verder. We voelen beiden wel het verlangen in ons. Er geen verschil is tussen voor of achter het hek. Alles straalt op dezelfde manier, het landschap glooit verder, de bloemen groeien door. Maar we mogen niet. Vanuit een punt in zichzelf vormt zich een gedaante. Nog stralender dan alles om ons heen en het straalt ook naar ons uit. Het ziet mij en ik voel mij herkend. Dit wezen weet wie ik ben en houdt zoveel van mij dat ik mij helemaal vol voel lopen met liefde. Pure liefde. Onuitsprekelijk. Ik wil opgaan in die liefde. In die liefde gaan. Mijn vorm afleggen en liefde zijn! Het liefdelicht communiceert met ons. Maakt contact met ons beiden. Een van ons mag door. Een van ons hoeft niet terug naar dat andere leven. Ik ben het bestaan daarvan zelfs al vergeten maar er zijn beelden gekomen over "daar". We willen niet, geen van beiden. Het gevoel terug te moeten voelt al zo zwaar, grijs en somber. Maar het liefdelicht is onverbiddelijk en tegelijk zo vol met liefde en begrip. Hij legt ons uit dat van ons tweeen er maar een in de stof hoeft te zijn en toch beiden zullen leren. Dat het liefde is waardoor je terug mag, dat het liefde is te weten dat de ander meelijdt. Het doet zo'n pijn, zo vreselijk veel pijn. Terug moeten, achterlaten. Het verscheurt me! Dan voel ik dat het liefdelicht me vervult met liefde en kracht. Ik weet dat ik altijd bij die liefde en kracht zal kunnen komen en dat het onuitputtelijk zal zijn. En vanuit dat weten maak ik de keus. Ik zal terug gaan. Ik zal dit leven leven en weten dat ik gekozen heb uit liefde. Ik mag zien hoe "broertje" overgaat. Het hek gaat niet open, nee, hij klimt er gewoon overheen. Boven het hek stopt hij nog. We maken contact, even stromen we in elkaar over.
Dan is het voorbij.
J. B. R.

                       BIJNA-DOOD ERVARING VAN STAN KOEK.
Mijn bijna-dood ervaring heb ik meegemaakt als baby van een half jaar oud. Ik wist toen zeker dat ik hoe dan ook zou sterven. Ik lag al vanaf mijn geboorte veel in het ziekenhuis; ze konden een afwijking bij mijn hart niet lokaliseren en ik had veelvuldig (midden)oorontsteking. Het ging erom dat ik geopereerd moest worden om tenminste zonder pijn te sterven.
Ik zit als het ware aan het begin van een lange tunnel. Aan het eind zie ik licht en besluit er naartoe te gaan. Het lijkt best lang te duren, maar ineens sta ik bij een poort van licht. Hij is open en ik kan zo naar binnen gaan. Nu baad ik in het licht.
Ik voel me leeftijdsloos en het lijkt een soort aards bestaan al ziet het er niet zo uit. Ik lijk meer op een soort marsmannetje. Alles is goud, ik zie gouden bomen. De enige kleurschakering is dezelfde kleur goud en lichtgeel. Het voelt mooi, ik voel me verbonden, mijn buik gloeit ervan. Ik heb een vol en heerlijk gevoel. Ik zie niet echt iets, er is alleen maar ZIJN. Het voelt vol, heel vol.

Ineens zie ik een oude man met een lange baard, in een wit gewaad en een ceintuur of touw om zijn middel. Hij wijst iets aan... ik moet langs hem heen kijken. Ik zie een pad, helemaal wit omzoomd met eveneens witte bomen. Ik loop op een lang pad van wit grind, langs water. Ik zie aan de andere kant van dat water een glazen gebouw, een paleis lijkt het wel.
Ik ga naar binnen, het is er mooi. Ik zie veel bloemen, het ziet er heel vol en rijk uit. Ik zie grote dikke boeken liggen. Ik begin ze door te bladeren, ik zie woorden als Wonderen, schoonheid, Werkelijkheid, magie, Wildheid. Ik lijk wel bij de letter w beland te zijn. Het boek is een soort encyclopedie, ik zie allerlei spreuken. Het lijkt een heel oud boek. De man met de witte baard wil dat ik het lees. Ik lees: "Maak schoonheid, maak waar, maak werkelijk wonderen, werkelijk waar". Hij kijkt me heel blij aan, Hij vindt het fijn om het aan mij te laten zien.

Hij is een oude leraar met hele oude wijsheid. Hij is duizend jaar ouder dan ik. De man draagt een lang gewaad en heeft een lange baard. Dat is een soort oudheidssymbool. Ik draag een wit lang leerlingenkleed. Nu zie ik mooie vrouwen met lange haren en ook in witte kleding. Een van de vrouwen houdt me eens lekker vast, ik krijg het woord moeder door. Ik lijk ineens veel jonger, ze duwt me tussen haar borsten. Ik versmelt op zo´n mooie manier, intens en woordeloos. Ze spreidt haar armen uit en uit haar lange mouwen zie ik bloemen. Ik hoor prachtige (tingelende) muziek, wat de omgeving mooi maakt. Ze laat zien hoe alles binnen handbereik is, hoe je alles mooi kunt maken.


De muziek borrelt als water, ze voert een soort dans uit met haar armen. Het is een soort elixergevoel waarmee ze me willen voeden. Ik voel borrelend water waarmee ze me willen schoonspoelen. Puur borrelt er door mij heen. Opeens zie ik een wit trappetje, wat ik betreed. Deze brengt mij in een lichtgroene lenteachtig frisse tuin. Ik zie spelende kinderen, hand in hand dansend om een boom.
Ineens zie ik van bovenaf hele grote dikke bomen, alsof ik een dal kijk. Ik ben nu in de lucht en zie vanaf grote hoogte mensen alsof ik een arend ben. Ik zit op een rotspunt, een adelaarsnest. Dat voelt heel mooi, ruim en rijk. Het is net of ik mijn vleugels uitsla en inderdaad dat doe ik. Ik vlieg over wijde weilanden, alles is groen, een heel groen dal. De mensen zingen en dansen, alsof ze een ritueel uitvoeren. In blijheid zingen ze de natuur toe, hand in hand... Ik ervaar weer een gevoel van weidsheid, ruimte. Vrijheid als een wolk om mij heen, terwijl ik door het dal zweef.

Ik vlieg over water, het is een meer of de zee. Ik zie een heel blauw licht met de zon in de verte. Het is een groot water, eindeloos groot. Ik scheer over het water en zie dolfijnen. Nu lijk ik geen adelaar meer, maar iemand die er door gedragen wordt. Was ik dat net ook al? In een gevoel van één zijn? In ieder geval sleurt de adelaar mij door het water, zodat ik onder water ben. Ik zie groene planten, zeewier (dus toch de zee) en dolfijnen. Ik hoor een mooi geluid van kletterend water. Ik zie een horizon, ik ervaar ruimte. Ineens zie ik steentjes op mijn buik, die als een maliënkolder/harnas van me afvalt.

Ik plons in het water en zak heel diep. Dolfijnen maken een cirkelgang om de koker van luchtbelletjes die ik maak. Er is het schijnsel van een mooi sprankelend licht en ik hoor engelachtige muziek. De dolfijnen willen wat zeggen: wildheid, lekker gek doen. Alsof ik zelf een staart heb zwem ik mee als een paling of dolfijn... dat is niet helemaal duidelijk. Ik voel wel het kronkelen en schudden van mijn lichaam. We zwemmen op een kist af, vol met blinkende voorwerpen. Het lijkt wel een schatkist, in een heel mooi decor. Ik steek er mijn armen tot aan de ellebogen in. Het is een eindeloze hoeveelheid gouden kelken, snoeren van kralen, bollen appels, alles van goud of goudkleurig. Ik duik erin waarmee ik mezelf verguld als een gouden kindje. Op mijn lichaam zit een soort gouden verf geplakt.

Ik ben heel oud; 30.000 tot 300.000 jaar oud. Van goud als een spiegelei. Maar in mijn lichaam lijk ik steeds jonger, een blijde gup. Ik ga koppeltje duiken met de dolfijnen en we voeren een soort circusact uit. Met hun snuiten in mijn handpalmen duwen ze mij naar boven. Ik hoor geluiden, dat werkt verkwikkend. Via gevoel hebben we contact, er komen geen woorden aan te pas. De dolfijnen prikken nu in mijn staartbeentje, alsof ik weer een staart heb. Ik voel het door mijn ruggengraat omhoog gaan. "Wij zijn allemaal één". Zij willen mijn goedheid belonen, als gelijkgestemden.
Nu ben ik aan de oppervlakte, ik drijf op het water. Ik zie een wit strand, rotswanden met huisjes erop. Ik loop of lig op het strand, er is ook een palmboom. Ik voel een onwijs en intens geluk. Zo een groots gevoel kan mijn lichaam niet bevatten. Ik voel mij als een Michelin mannetje, gezwollen van zoveel geluk. Ik voel een hele aura als een lichaam, een energiebol. Mijn fysieke lichaam is vlees, als een kroket eromheen. Dit is een lekker gevoel, het voelt als een kaarswalm.
Ik zie dikke groene struiken, een soort labyrint, ik ga er gedematerialiseerd doorheen. Er is veel groen, maar ik kan er zo doorheen. Door alle heggen heen naar iets blauws. Het lijkt op een top van iets, een kegel, een kroon, een boei, een bergje? Het draait als een tol en ik zit er omheen geklemd als om het bovenste deel van een skippybal. Omhoog springend naar een eiland.

Het is net alsof ik de opdracht begrijp: "Ik ben alleen, maar zo vol rijkdom wat ik mag koesteren. Onuitputtelijke innerlijke rijkdom om van te genieten met vrienden, de mensen. Ik heb er wel iets mee te doen, een opdracht te vervullen".

Beschouwing achteraf: ik kan meer dragen dan ik denk en met zoveel licht kan ik negativiteit verblinden. Ik ben een toorts van licht, puurheid en goedheid.

Mijn ervaring is echt van mij en ik kan er mij zonodig elke week mee voeden. De geluiden van water en de dolfijnen hoor ik elk moment dat ik dat wil en het verkwikt me steeds weer.
S. K.

         ALISON K. ALTES - "UIT COMA, VOOR JOU BLEEF IK LEVEN".
              
Hieronder vindt u een korte beschrijving van haar belevenissen:
Bij het wakker worden voelde ik een grote liefde tot God, al mijn aardse liefdesverdriet viel in het niet bij deze alles omvattende liefde! Ook werd me de taak voor mijn dochter helder, zij was immers vaak in de coma aanwezig, voor háár moest ik genezen. Deze inzichten verlieten mij niet meer en ik werd er rustiger door. Ook werd ik mij zeer bewust hoe kort dit leven op aarde slechts is vanuit de kosmische tijd gezien door de toestand waarin ik af en toe tijdens de coma verkeerde. Duidelijk had ik vaak verschillende bewustzijnsnivaus, zoals het spontaan bezoeken van overleden familie in de sferen. Het "zien" van de vader van mijn dochter en mijn broer naast mijn bed, uren nadat ik reeds in een diepe coma lag. Ook zweefde ik eens in een sfeer waarin ik een "Bijbelse taal" hoorde spreken.
Ik probeerde vanwege het gevoel van "weinig tijd" te hebben, steeds die energie die ik over heb in mijn creativiteit te steken. Ik "laad mijn energie op"in het naburige park. Ik hou erg van bloemen en verzorg ze tot het laatste bloemetje dat misschien met nog wat "eerste hulp" langer in de vaas kan staan.

Wegens de longbeschadigingen moest ik lang aan de beademing liggen om de longen kans tot genezing te geven. Daarom werd ik na elf dagen coma nog kunsmatig in coma gehouden. "Wat heeft de coma mij nog meer gedaan?" Het heeft mij alert gemaakt op de opmerkingen van mensen die zeggen "haal de stekker er maar uit", of "voor mij hoeft dat allemaal niet! of "geef mij maar euthanasie". Zij begrijpen niet omdat zij niet willen lijden, dat je niet zomaar uit deze lichamelijke huls stapt, of je nu gelovig bent of niet. De "geest moet uit de fles". Dat is een proces waar je, door jezelf onder de loupe te nemen, creatief te zijn, al is het door te borduren, breien of lezen, door de rustige toestand de geest tot groei komt. En ga je gemakkelijker óver, of kun je zelfs met goede stervensbegeleiding sterven op je eigen wijze en misschien wel waardiger heen dan met euthanasie. Nu ik kan zeggen hoe blij ik met het leven ben en een kopje thee of koffie samen met iemand kan drinken. Ik waardeer zeer het 'simpele' van het leven.
Ik loop na de coma met een briefje op zak, dat als mij iets ernstigs overkomt, ik toch graag eerst gereanimeerd wil worden. Er zou meer onderzoek na coma's en daarbij eventuele voortkomende uittredingen gedaan moeten worden. Dus meer mensen zouden na het bijkomen uit een coma gevraagd moeten worden of zij iets gedroomd hebben of in hun dromen iets hebben gezien. Vaak lopen de dingen synchroon of hebben mensen tijdens de coma ook bijnadoodervaringen. Ik ging zelf niet door een een donkere tunnel met aan het eind een mooi licht. Ik ging diverse malen een brug over, maar nét niet tot het eind… ook deze ervaring hebben meer mensen meegemaakt lees ik nu wel eens.  


Enige tijd geleden werd ik door het TV-programma "Vinger aan de pols", vanwege mijn boek, over mijn ervaringen en dromen geïnterviewd. Het klinkt gek, maar ik verheugde mij er bijna op om daarvoor gevraagd te zijn. Er zijn momenten dat je je dromen vergeet. Maar er zijn toch ook soms dromen die je niet vergeet, daar hoef je geen coma voor te hebben gehad! Sommige dromen die je hebt, bevatten een levensles en zijn het onthouden en opschrijven ervan de moeite waard! Door een droom in de coma kreeg ik 'door' dat de leiders van de grote wereldgodsdiensten de handen in elkaar moesten slaan, hoe waar blijkt dat nu zoveel jaren later. Of je nu Christen, Mohammedaan of Joods bent, er is voor mijn gevoel een 'onzichtbaar oog', dat alles ziet. Echter veel verdriet veroorzaken wij zelf en moeten wij ook zelf oplossen! Dat er door het vele leed en de pijn geen God zou bestaan is voor mijn gevoel de zaak omdraaien!
Wat ik ook leerde van de coma was dat we 'klein' moeten zijn, nederig en om hulp vragen. Van daaruit mogen we soms groeien. Dan kunnen wij ieder naar ons vermogen liefde geven en verder leven. Het zijn de aloude bekende woorden die echter steeds weer opnieuw geleerd moeten worden.
Het dichten stopte bijna geheel na de coma, geschokt als ik was door de grote 'klap' van het ongeluk. Toch staan er enkele nieuwe gedichten in het "Uit coma" boek, omdat je met gedichten de dingen vaak kort en duidelijk kan beschrijven. Ik zette mij tot het schrijven van een boek over een schilderes waar ik bevriend mee was en waarvan ik het werk zeer bewonder, al is zij niet meer aan 'deze kant van het gordijn'. Verder maak ik graag illustraties en schilder ik. Na het ongeluk kreeg ik een groter atelier. Ik bekijk de wereld positiever en met meer humor. Dat zijn de dingen die uit de coma voortkwamen.

A. K. A.
 

                                             TERUG IN HET LEVEN.
Indringende gesprekken waren het, die al gauw een hele dag in beslag namen. Over de zin van het bestaan, leven na de dood en heimwee naar het licht. Voor haar boek De Tweede Helft interviewde journaliste Ditta op den Dries acht mensen die een bijna-doodervaring hebben meegemaakt. ‘’Of ik er in geloof? Zo wil ik er helemaal niet over praten. Die mensen hebben een heel bijzondere ervaring gehad en ik had het voorrecht hun levensverhalen op te tekenen. Zwart-wit denken, daar heb ik niks mee.”

Doodgewone mensen. Geen zweverige types of geloofsfanaten, maar doorsnee weldenkende mensen. Zij spelen de hoofdrol in het boek De Tweede Helft. Ze hebben maar één ding gemeen: ze keken de dood in de ogen, maar bleven leven. En op dat snijvlak van sterven en leven maakten ze iets heel bijzonders mee: een bijna-doodervaring. De één rept van een tunnel, met licht aan het einde. De ander van een enorm gevoel van acceptatie, van thuiskomen.
Bijna zonder uitzondering hadden ze na die overweldigende ervaring moeite om de draad van hun leven weer op te pakken en de meesten kregen na de BDE een totaal andere kijk op het bestaan. Nog een opvallende overeenkomst: wie een BDE heeft gehad, is daarna totaal vrij van de angst om dood te gaan.

Ditta op den Dries tekende de bijzondere verhalen van gewone mensen op. Indringende gesprekken voerde ze, die vaak bij de geïnterviewden heftige emoties losmaakten. ,,Je kunt niet over je bijna-dood-ervaring vertellen zonder ook terug te gaan naar de oorzaak: een ernstig ongeluk, een levensbedreigende hartaanval. Dat gaat niet zonder emoties”, zegt de journaliste. Vaak koste het tijd om de gesprekspartners op hun gemak te stellen, want geen van allen lopen ze graag met hun ervaring te koop. ,,Als je normaal iemand interviewt voor een artikel, ben je in een uur, hooguit twee, wel klaar. Hier werkte dat niet zo. Je praat met mensen over de meest bijzondere ervaring in hun leven, het moment waarop alles kantelde en anders werd. Dan kun je niet na een uurtje je blocnote dichtklappen en zeggen: ik weet wel genoeg.” Ze vertelt lachend hoe één gesprekspartner haar de hele dag maar één kop koffie aanbood. ,,Hij voelde zich daar achteraf vreselijk over, maar hij kon niet meer stoppen met vertellen.”

Bijkomend probleem was dat de BDE zich, zo zeggen de geïnterviewden het soms letterlijk, ‘met geen pen laat beschrijven’. Toch is er wel een aantal grote gemene delers. Zo reppen ze bijna allemaal over een ‘overgaan’, vaak door een tunnel of een donkere ruimte naar het licht. Ook voelen ze een enorm gevoel van vrede en rust, de pijn is verdwenen. Mensen verhalen over een allesomvattend gevoel van liefde en acceptatie, over landschappen en prachtige muziek.
Sommigen herkennen dierbare familieleden die zijn overleden, anderen zien anonieme gestalten waarmee ze verbinding voelen. Ook zijn ze vaak helemaal niet blij weer in het leven terug te komen. ,,Ze hebben heimwee naar dat enorme gevoel van acceptatie, van thuiskomen. Dat wil niet zeggen dat ze suïcidaal zijn of niet kunnen genieten van het leven, maar het kost een paar jaar om je bestaan na zoiets weer op de rails te krijgen.”

Een paar BDE-ervaring van mensen in Nederland.
Marcus (41) verteld:
Mijn bijna-doodervaring begon met allemaal flitsen van het leven, heel snel achter elkaar. Alsof je een film versneld terugspoelt. Ineens zag ik mezelf op de operatietafel liggen. Maar ik voelde geen angst, integendeel. Mijn bijna-doodervaring was een verademing pur sang. Er heerste een serene rust. Om me heen was er wit licht. Een schitterend wit licht, dat tegelijk alle kleuren in zich had. Ik ervoer het ultieme gevoel van vrijheid. Thuiskomen, dat is het woord dat bij deze ervaring past. In mij was een oergevoel en een oervertrouwen. Hier kom ik vandaan, hier ben ik veilig. Dat wist ik zeker. Hoelang ik in ‘het grote weten’ ben geweest, weet ik niet. Wel dat ik ineens weer in mijn lichaam terugkeerde. Weg was de ultieme vrijheid.

Rinus (53) verteld:
Mijn bijna-doodervaring is een vloek en een zegen tegelijk. Het is een zegen omdat het me gegund is om op betekenisvolle wijze in het leven van anderen aanwezig te zijn. Een BDE’er zoekt altijd verdieping. Ik heb daardoor geen kennissen meer. Alleen vrienden. Ik wil mensen om me heen die er toe doen. Mensen die thuis zijn bij de essentie van het leven. Ik wil het leven leiden van de mens die 24 uur per dag bewust aanwezig is in z’n lijf en die zijn eigen aanwezigheid viert. Door te genieten van de kleine dingen. Het is het fundamenteel recht van elk mens, elk dier en elke boom om hier op aarde z’n eigen feest te vieren.

Marga (56) Verteld:
Wat waren ze blij dat ik terug was, de arts en de verpleging. Maar ikzelf? Ik was radeloos, verdrietig, ontluisterd. Ik wilde terug. En wel meteen. Toen ik zei dat ik terugwilde, wapperde men dat snel weg. Er werd met potten en pillen gezwaaid. Men vond mij suïcidaal en hield me nauwlettend in de gaten. Dat is één van de grootste misverstanden rond bijna-doodervaringen.

Sybrig (70) verteld:
Na een poosje heb ik aan mijn vader verteld wat ik had meegemaakt. Hij reageerde heftig. ‘Hier wil ik nooit meer één woord over horen’, zei hij. Daar heb ik me aan gehouden. Zijn strenge vermaning heeft fors ingegrepen in m’n leven. Ik werd een terughoudend kind dat haar emoties niet uitte. En kind dat heel vaak ziek was.

Opvallend vaak maken BDE’ers een carrièreswitch en vaak naar een vak waarin ze andere mensen willen helpen. Ook vinden ze bepaalde zaken zoals bezit en oppervlakkige vriendschappen totaal onbelangrijk. ,,Een vloek en een zegen, noemt één van hen het. Dat je zo naar de dood mag kijken dat je er geen angst meer voor hebt, ervaren ze als een geschenk. Maar de vloek is dat je hele leven op de kop staat.”
Is de bijna-doodervaring het bewijs dat er leven is na het sterven? Zo zwart-wit wil de journaliste het niet stellen. Zelf is Ditta in de protestantse traditie grootgebracht. Ze noemt die denkbeelden nog steeds ‘waardevol’, maar inmiddels betitelt ze zichzelf als ,,een echte agnost, ik weet het gewoon niet. Met zo’n open mind ben ik de gesprekken ingegaan. Vertel wat je hebt meegemaakt, ik ben bereid het zonder oordeel op te tekenen. Pas als mensen doorhadden dat dát kon, kwamen ze los. Als je zoiets indringends hebt meegemaakt, wil je niet dat iemand het besmeurt door te zeggen; ik geloof er niks van, je hebt gehallucineerd. Ze willen hun ervaring delen zonder veroordeeld te worden.”

De BDE’ers die ze sprak zaten er ook niet op te wachten dat ze hun ervaring als een soort ‘bewijs van de hemel’ kunnen brengen. ,,Het woord God of hemel wordt amper gebruikt.” Evangelisten heeft ze niet getroffen en geen van de BDE’ers pretendeert nu zeker te weten dat er een god of hemel bestaat. ,,Mensen ervaren wel licht en vooral een enorm gevoel van acceptatie. Dat ze aan die andere kant mogen zijn wie ze zijn en dat er niet over je geoordeeld wordt. Ik denk dat dat het hoopvolle van hun verhalen is, omdat bijna elk mens daar naar op zoek is.”
In het laatste hoofdstuk interviewde ze ook cardioloog Pim van Lommel, die meerdere onderzoeken en publicaties aan de BDE wijdde. ,,Hij zei iets dat mij als zoeker, heel erg aanspreekt. Hij vindt dat de ware wetenschap zich niet vastlegt, maar openstaat voor nieuwe, soms onverklaarbare bevindingen. Hij citeert de psycholoog/filosoof William James: Als je de algemeen geaccepteerde regel wilt onderuithalen dat alle kraaien zwart zijn (…) is het voldoende dat je bewijst dat er tenminste één witte kraai bestaat. Nu we die witte kraai hebben gevonden, moeten we hem niet afschieten, zegt van Lommel. Daar kan ik me helemaal in vinden.”

,,Natuurlijk kun je zeggen: die mensen hebben gewoon hallucinaties gehad. Maar het kenmerk van hallucinaties is juist dat ze volstrekt individueel zijn. Hier zitten steeds dezelfde elementen in. En de mensen die een BDE hadden, zijn hun angst voor de dood kwijt, wat ook geen logisch gevolg is van een hallucinatie.”
Ondanks de intieme gesprekken die ze voerde, hield Ditta haar journalistieke distantie. ,,Ik wilde ook per se mensen die niet zweverig waren. Doodgewone mensen, het zou je buurvrouw of leraar kunnen zijn. Juist omdat het zo’n onderwerp is dat gauw in de zweefhoek zit.”
Hoeveel vooroordelen er over BDE’s zijn, merkte ze aan een collega die enthousiast was omdat ze een boek schreef. ,,Maar toen hij hoorde dat het over BDE ging zei hij: ik koop het wel maar ik geloof er niks van. Het is echt zo’n onderwerp waarbij mensen meteen stelling willen nemen: waar of niet waar.”

,,Ik hou niet van de waarheid. Ik twijfel niet aan de bijna-doodervaring. Die bestaat gewoon. Hoe we die precies moeten interpreteren? Dat weet ik niet. Er zijn nog steeds meer vragen dan antwoorden. Zodra je denkt dat je de wijsheid in pacht hebt, gooi je de deur dicht voor voortschrijdende inzichten.”
Ditta maakte de dood in haar omgeving meerdere malen van nabij mee, in haar naaste familie. In het voorwoord van haar boek beschrijft ze ontroerend hoe haar vader op zijn sterfbed naar de hemel reikt en daar overleden familieleden ziet. Ook haar zus zei in haar laatste levensminuten dat ‘ze het nu zeker wist’. ,,Zulke ervaringen zetten je aan het denken. Ik had de deur naar een voortbestaan na de dood wel op een kier staan. Door deze verhalen is die deur iets verder opengegaan. Ik vind het in elk geval een hoopvolle gedachte.”
F. K.



 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

HOME.
PAGINA 3.