WACHTEN OP HET LICHT…..
Een allesomvattende liefde voelde Ria Mutter. Een tunnel met aan het eind een ongelofelijk mooi licht, zag Rinus van Warven. Beiden hadden jaren geleden een bijna-doodervaring. Hun leven is sindsdien niet meer hetzelfde. Ze spraken er vrijmoedig over, tijdens een lezing.

Directe aanleiding voor de bijeenkomst is het recent verschenen boek ‘Eindeloos bewustzijn’ van cardioloog Pim Van Lommel. Tijdens zijn werk op verschillende hartbewakingsafdelingen in Nederland werd hij geconfronteerd met verschillende patiënten die een bijna-dood ervaring hadden. Voor hem reden om een grote studie te beginnen, die tien jaar duurde. Volgens Van Lommel zijn er in heel Nederland meer dan 600.000 mensen met een bijna-dood ervaring.
Dankzij de erkenning in het boek van Van Lommel durft Rita voor een zaal vol mensen haar verhaal te doen. ,,Hier sta ik. Dit is mij overkomen. En sorry, maar ik heb daar zelf ook niet om gevraagd’’, zegt ze vrijmoedig. Jarenlang hield ze haar mond over haar ervaringen. Als ze vertelde wat ze had meegemaakt, dan keken mensen haar meewarrig aan.

,,Ik zag ze denken. Die Ria die spoort niet helemaal. Mijn man adviseerde me om het er maar niet meer over te hebben.. Maar ik kreeg allerlei klachten en ging met m’n verhaal naar de huisarts. Die zei ronduit: Ria, als je zo doorgaat moet ik je laten opnemen. Toen ging het slot op mijn lippen. Vier jaar lang. Vier vreselijke jaren.’’
Het is negentien jaar geleden. Ria maakte een moeilijke periode mee. E was zwanger van haar derde kind. Twee heel dierbare mensen uit haar omgeving overleden aan kanker. En Ria belandde in een postnatale depressie. ,,Ik had alles wat mijn hartje begeerde. Een lieve man, drie kinderen en een camper op de oprit. Maar ik was zo ongelukkig. Ik wilde niet verder meer leven.’’

Ze ondernam een poging een einde aan haar leven te maken. En onderging een bijna-dood ervaring. ,,Ik ging een hele mooie, zachte tunnel in, naar het licht. En zag meteen mijn buurvrouw, die kort daarvoor was overleden. Wat was ze blij dat ze me zag. Het was een heel warm weerzien. We communiceerden zonder te praten. Toen zag ik mijn broer Henk. Hij zag er heel knap uit. Knapper dan hij op aarde was. Ik vond het heerlijk om met hen in het licht te zijn. Maar Henk stuurde me terug. ,,Ga terug Ria. Het is je tijd niet. Er is nog heel veel werk voor je te doen’’, zei hij. En ik ging terug. Toen ik mijn verhaal aan m’n man vertelde geloofde hij mij niet. Hij zei dat ik gedroomd had. Maar ik weet zeker van niet. Ik was ‘thuis’ geweest.’’

Ria’s leven veranderde. Het liefst wilde ze terug naar het licht. ,,In het begin bestond mijn leven uit wachten. Wachten op het licht. Maar ik was pas 50 en realiseerde me na een poosje dat ik wel heel lang zou moeten wachten als ik 80 zou worden.’’ Haar studie gaf ze op. Ze vond werk in de terminale thuiszorg. En ze is gaan schilderen. Allemaal werken waarin het licht de hoofdrol speelt. ,,Ik heb een goed leven, maar heb nog heel vaak een hevig verlangen naar dat heerlijke licht.’’

Rinus van Warven krijgt een glaasje water aangereikt. Hij is nog altijd nerveus als hij over zijn ervaringen van 5 jaar geleden praat. De meest ingrijpende ervaring in mijn leven.
,,Ik studeerde theologie in Kampen. Op 9 april 1981 om 23.00 uur liep ik met m’n vriendin door een nauw straatje. M’n fiets aan de hand. Ik hoorde een auto aankomen en keek achterom. Ik zag geen koplampen. Die had de automobilist ‘vergeten’ aan te doen. Hij kwam regelrecht uit de kroeg en had 40 biertjes op, bleek later. Hij schepte me. Is over me hen gereden. Ik voelde een ongelofelijke opdoffer. En toen begon er een film te draaien. Ik zag m’n ouders, m’n broers, mijn schoonfamilie, m’n vrienden. Filmbeeld voor filmbeeld. Het leek 45 minuten, maar in werkelijkheid kunnen het maar 45 seconden zijn geweest. Tijd, ruimte en afstand bestaan in die andere wereld niet.

Toen ik 75 meter verderop weer bijkwam had ik helse pijnen. Zoveel pijn, dat mijn geest probeerde weg te komen uit mijn lichaam. Ik kwam in een tunnel. De zijkanten waren donker, in het midden was een honderden meters lange baan. Ik werd uitgenodigd door een immens licht. Ik liep er naartoe met vertraagde tred. Aan het einde kwam ik voor een afscherming, en soort vlies. Ik besefte heel goed dat ik me aan deze zijde bevond en dat daarachter gene zijde was. Ik was bereid die stap te wagen en door het vlies te gaan. Toen hoorde ik een stem. Ik zag Jezus, Boeddha en lichtwezens. Een stem zei: Rinus, je moet terug. Maar mijn geest wilde niet terug. Mijn lichaam begon aan mijn geest te trekken. Het is uiteindelijk gelukt om weer in dat lastige, gewonde lichaam te kruipen. ‘Bent u daar weer’, zei de verpleegster in de ambulance. ‘We dachten dat u weg was.’ Ik heb er lang over gedaan om mijn evenwicht weer te vinden. Ik was een veranderd mens. Mild. Vergevingsgezind. Ik wilde dat mijn familie de dader naar mij toe bracht. Zodat ik hem kon vergeven. We kregen er bijna ruzie om, want de familie wilde dat hij gestraft werd. Ik weet het zeker. Mensen met een bijna-dood ervaring staan heel anders in het leven.’’
Ria knikt. Ze kan het volmondig beamen.
D. o. d. D.

                               ROB HAD EEN BIJNA-DOOD ERVARING:  
''Via mijn schilderijen kan ik me eindelijk uiten.'' Rob uit Haaksbergen zag tijdens een bijna-dood ervaring 'Het Licht'. Een ervaring die hij eigenlijk niet in woorden kan uitdrukken. Hij probeerde het eerst met muziek. Dat werkte gedeeltelijk. Toch was hij daarover niet echt tevreden. Een aantal jaren geleden besloot hij te gaan schilderen. En dat bleek de oplossing, al geeft hij toe dat dit slechts een zwakke impressie is van wat hij zag, hoorde en voelde. Ook anderen helpt hij ermee. '' Menen barsten hier soms in tranen uit of kijken uren in trance naar een schilderij'', vertelt Rob. 

Voor een relatief simpele operatie moest Rob in 1981 naar het ziekenhuis. De Haaksbergenaar, die toen nog in Amsterdam woonde, had een galblaasontsteking en bleek achteraf te snel van de uitslaapkamer te zijn weggehaald. Op de zaal dreigde het mis te gaan, zo zag de patiënt die tegenover hem lag. Alle kleur trok uit Rob's lichaam weg en iedere beweging stopte. De man sloeg gelijk alarm. Maar voordat de toegesnelde artsen en verpleegkundigen in actie konden komen was Rob alweer bij kennis en hoorde hij de, inmiddels ook bij zijn bed staande chirurg zeggen dat hij 'weer open' moest.

''Ik vind het moeilijk om te vertellen wat mij is overkomen, maar ik zal het proberen'', begint de nu 48-jarige Rob. ''Ik weet nog dat ik in slaap werd geholpen voor de operatie. Daarna heb ik een herinnering van een anti-verdovingsmiddel waarmee ik weer wakker werd gemaakt. Ik moet vervolgens zo'n beetje bewusteloos nar de zaal zijn gereden, want daar weet ik helemaal niets meer van.''
Keuze:
Rob vervolgt: ''Ineens kwam ik in een ruimte met donkere tinten. Het was er lekker warm en het voelde prettig aan, ook al omdat ik daar geen enkele pijn meer voelde. Een heerlijke ervaring dus. Ineens zag ik ergens heel ver weg een lichtpuntje. Door me daar op te focussen kwam ik er steeds dichter bij. Het was een soort gevoel van door een tunnel gaan. Ik werd daar ingezogen, net of er een enorme stofzuiger op me was gericht waar ik geen weerstand aan kon bieden.

Er kwam steeds meer licht en dat mondde uiteindelijk zelfs uit in een ware zee van licht. Het bijzondere was wel dat al dat licht niet verblindde. Het was mooi, helder en kleurrijk, maar absoluut niet verblindend. Opeens waren er in dat licht een soort lichtende wezens te zien, gekleed in een soort van witte soepjurken. Ze zeiden niets, maar ik voelde dat ik er welkom was. Ik kreeg een gevoel van volledige acceptatie en liefde over me en voelde ook dat deze wezens me graag mochten, maar dan vele, vele malen sterker dan ik het nu kan vertellen. Alhoewel de wezens niet spraken kon ik toch met ze communiceren. Ik begreep dat ik de keuze had; ik mocht blijven als ik dat wilde, maar ik kon ook weer terug om af te maken waar ik op aarde mee bezig was aangezien mijn taak daar eigenlijk nog niet helemaal vervuld was.''
Terug:

''In eerste instantie wilde ik uiteraard blijven. Het was er zo mooi. Ik was er bevrijd van alle pijn en ieder gevoel van lichamelijkheid. Verder voelde ik een grenzeloze liefde. En dat dan allemaal zeker een miljoen keer sterker dan je je met je aardse zintuigen kunt voorstellen. De wezens maakten me vervolgens duidelijk dat ik eigenlijk even om moest kijken. Toen ik dat deed, zag ik mezelf in het ziekenhuisbed liggen met de artsen er omheen en mijn vrouw ernaast. Op dat moment besloot ik dat ik terug moest, omdat ik mijn vrouw nog niet in de steek kon laten. Dat hoorde niet bij mijn plan voor dit leven. En op datzelfde moment lag ik ook weer in mijn bed. Een bizarre ervaring! Er moet een soort tijdverschuiving hebben plaatsgevonden, want mijn vrouw was er helemaal niet. Verder barstte ik weer van de pijn, zowel lichamelijk als emotioneel, en hoorde ik dus de chirurg zeggen dat ik weer open moest. Op dat ogenblik zou ik het liefste gelijk weer terug zijn gegaan naar die plek met dat licht waar ik even daarvoor nog was. Maar dat ging helaas niet meer.''
Wezen:

''Toen ik later met mensen sprak die ook een bijna-dood ervaring hebben meegemaakt, hoorde ik dat die datzelfde licht hebben gezien. Anderen hebben ook wezens gezien, maar die worden vaak verschillend omschreven. Sommigen zagen er overleden familieleden en mensen vertelden me dat ze daar zelfs Jezus hadden gezien. Ik ben zo'n wezen dat ik daar ontmoette later overigens nog eens tegengekomen. Dat was bij mijn schoonouders in Zwitserland. Mijn schoonvader lag op sterven en wij waakten bij hem. Ik botste tegen het wezen op, verontschuldigde me en liep door. Pas later realiseerde ik me wat er eigenlijk was gebeurd. Maar toen ik nog eens ging kijken was het wezen alweer verdwenen.''
Gevoeliger:

''Die bijna-dood ervaring was eigenlijk niet zo heel prettig. De eerste tien jaren heeft het mijn leven een stuk moeilijker gemaakt. Ik kwam er achter dat ik al voor de operatie tamelijk depressief was en al langer bezig om te proberen er tussenuit te glippen. Dat was echter niet doorgegaan, en ik voelde nu ieder pijntje dubbel zo erg. Ook moord en doodslag grepen we veel meer aan. Dat bleek gelijk al in het ziekenhuis, dat in de buurt van het Museumplein in Amsterdam stond. Toen ik daar lag, waren er buiten op het plein rellen en iedere tik die daar werd uitgedeeld voelde ik. En alhoewel ik na die bijzondere gebeurtenis geen enkele angst meer voor de dood had, werd ik steeds gevoeliger voor de sombere kant van mijn leven. Ik heb soms heel veel moeite gehad om bij mijn plan te blijven om verder te leven. Zoveel heimwee had ik zo nu en dan naar de plek waar ik was geweest.
De herinnering aan die gebeurtenis van de bijna-dood ervaring heb ik overigens de eerste anderhalf jaar na mijn ziekenhuisopname volledig verdrongen.

Die kwam pas weer naar boven toen ik op weg was naar mijn werk in Utrecht. Ik liep met mijn koffertje richting het station. Ik had een slecht humeur en wilde oversteken. Ineens hoorde ik een stem die zei: 'Wacht eens even'. Ik keek om, maar zag helemaal niets. Op datzelfde moment zoefde lijn 15 vlak langs me. Was ik doorgelopen, dan had ik daar geheid onder gezeten.''
Zoeken:
''Vanaf dat moment ben ik gaan zoeken. Ik zag niets in een psychiater. Iets verbaals zou mij niet kunnen helpen, had ik het gevoel. In die tijd zat ik nog in het onderwijs. Een leerling vroeg me eens op de man af wat er nu precies met me aan de hand was. Hij stelde me voor een keer met zijn vriendin te gaan praten. Die was psychologe en werkzaam in Maastricht. Ik heb dat aanbod aangenomen en samen met haar heb ik de zaken op een rijtje gezet. Zij raadde mij aan om te proberen mijn problemen te verwerken middels een vorm van lichaamswerk. Ik volgde een nogal confronterende, lichamelijke methode. Dat was heel zwaar en pijnlijk, maar ik kwam er daar ook achter dat ik niet de enige was met deze problemen. Dat gaf me een gevoel van acceptatie. Na vier jaar, dat was in 1993, voelde ik me lichamelijk weer okay.''

Muziek:
''In 1991 kwam er ineens muziek in me op. Ik bespeelde al geruime tijd als beroepsmusicus het kerkorgel en doceerde muziektheorie aan het conservatorium in Utrecht. Ik heb echter nooit de behoefte gehad om te componeren. De muziek, die ik nu in mijn hoofd had zitten, moest gewoon opgenomen worden. Dat ging toen wel heel ver hoor. Ik weet nog dat ik speciale apparatuur had uitgezocht, die niet gelijk leverbaar was. Ik heb toen de zaak op z'n kop gezet, en net zolang gezeurd tot het er versneld kwam. Zo nodig vond ik het om de muziek, die ik hoorde, op te nemen. Toen ik begon kwamen er gelijk uren muziek. Ik hoefde het niet te componeren. De stukken waren al klaar; ik hoefde ze alleen nog maar te spelen. Die verzameling muziek, opgenomen op een aantal cd's, werd mijn persoonlijke muziektherapie.

Het maakt me rustig. Binnen alle beperkingen, die er bestaan, geeft die muziek een klein beetje aan wat ik tijdens mijn bijna-dood ervaring heb gevoeld. Muziektechnisch zitten er zaken in die niet helemaal kunnen. Maar ze horen zo en blijven er gewoon in. Ik kan met mijn muziek overigens ook anderen helpen. Zo zijn er mensen die hun dag steevast beginnen met het luisteren naar een van mijn cd's tijdens het ontbijt. Zelf gebruik ik de muziek nu soms nog tijdens het schilderen.''
Schilderen:
''Met het schilderen ben ik zo'n twee jaar geleden begonnen. Ik had op een kleurenprinter een ontwerpje gemaakt en dat bleek voor diverse mensen rustgevend te werken wanneer ze er een poosje naar keken. Ik heb geprobeerd het na te schilderen, maar dat lukte niet. Ik voelde wel dat ik moest blijven schilderen.

Soms begint het met een figuur en soms vanuit een hoek van het schilderij. Ik zie het gebeuren en ga ermee door. Ik werk puur intuïtief, vaak in een toestand waarin ik verbinding voel met het Alles. Dan komen de beelden vanzelf. Zo zijn al deze schilderijen tot stand gekomen. Want als ik probeer om het intellectueel te sturen, verdwijnt het gevoel direct. Het moet van binnenuit komen. Het enige waarbij ik mijn verstand gebruik is bij bepaalde technieken, zoals bijvoorbeeld hoe ik bepaalde kleuren moet gebruiken.
 Eerst werkte ik alleen met olieverf. Die verf moet echter lang drogen, zodat het echt tijden duurt voordat je lagen over elkaar kunt schilderen. Daarom werk ik nu veel vaker met acrylverf. In het begin schilderde ik alleen herinneringen. Dingen die ik gezien had. De laatste tijd verschijnen er vooral uitbeeldingen van het licht zelf op het doek. De enorme drang om te schilderen is overigens minder geworden. De eerste maand deed ik niets anders dan schilderen en stond het huis al snel vol met drogende schilderijen. Ik schilder nog altijd, maar de drang is er af en ook de uitdaging is een beetje weg.''
Reacties:

''Ik merkte aan de reacties van anderen dat mijn schilderijen veel emoties oproepen. Sommige mensen kunnen er echt uren bijna in trance naar kijken, terwijl anderen juist spontaan in tranen uitbarsten. Mensen worden er duidelijk door geraakt en vinden er steun bij. En dan moet je nagaan dat deze schilderijen eigenlijk maar een zwakke impressie zijn van wat ik in werkelijkheid zag, hoorde en voelde op die bewuste dag, nu alweer ruim 20 jaar geleden. Ik wilde op een gegeven moment een ruimte hebben om mijn schilderijen te kunnen exposeren. Die vond ik in Hengelo. Ik noemde de galerie 'Kleuren van Licht'. Daarmee ben ik van het ene op het andere moment een commercieel schilder geworden. Natuurlijk is het mooi als je schilderijen verkocht worden, maar ik vind het veel belangrijker dat ik er mensen mee kan helpen. De officiële kunstwereld vindt mijn schilderijen natuurlijk maar niets. Dat zal mij een zorg zijn. Ik heb mijn schilderijen immers ook nooit als kunst bedoeld. Ze vertellen wat ik heb meegemaakt.
Nieuw hoofdstuk:

''Dat exposeren vond ik overigens wel eng hoor. Voor de opening had ik het idee dat ik mezelf nu wel heel erg bloot zou gaan geven. De reacties waren echter allemaal heel positief. Ik kreeg veel bedankjes en dat gaf me het gevoel dat ik een goede beslissing had genomen. De expositie-ruimte in Hengelo werd op een gegeven moment te duur en daarom is die inmiddels weer gesloten. Ik wil nu nog wel gaan exposeren, maar dan bijvoorbeeld tijdens tentoonstellingen, zoals binnenkort in Spa. Verder zou het mooi zijn als mijn schilderijen in stiltecentra kunnen hangen. Dat is er echt een ideale plaats voor.
Zelf sta ik nu voor een nieuw hoofdstuk in mijn leven. Ik weet nog niet hoe dat er allemaal uit gaat zien, maar het zal vast allemaal wel goed komen.''
A. B.

                                                       ONAARDS LICHT.
                        NIEMAND GELOOFDE MICKEY BROEKHUIJSEN,
                                    TOEN HIJ TERGKEERDE UIT DE DOOD.
Het is niet afgelopen na dit leven, weet Mickey Broekhuijsen sinds zijn bijna-doodervaring in 1987. Hij had die bijzondere belevenis nooit willen missen, maar maakte ook kennis met de andere kant van de medaille: niemand wilde luisteren.
Een pikdonkere tunnel met aan het einde ervan een lonkend lichtgevend bolletje. Zo beschrijft Mickey de ingang van het hiernamaals. Na een ernstig verkeersongeval in 1987 had hij, terwijl hij in een Arnhems ziekenhuis in coma lag, een bijna-doodervaring. 'Ik ging in de richting van dat bolletje dat een gedimd licht verspreidde.'

Toen hij de tunnel uitkwam, ontvouwde zich voor zijn ogen een heel mooi, heuvelachtig landschap met veel bomen. 'In de prachtigste kleuren: turquoise, rood, rose, groen... Die kleuren en die combinatie van kleuren heb ik daarna nooit meer terug gezien.'
De sfeer was er één van rust, liefde en vrede. Aan die bijzondere sfeer droeg zeker ook de muziek bij die daar klonk. 'Een tingelachtige muziek. Nergens mee te vergelijken. Het leek misschien een beetje op de muziek van Jean-Michel Jarre.' En in dat vredige decor bevonden zich talloze schimmen. Melkachtig getint. 'Drie van die schimmen kwamen op mij af. Ik herkende mijn overleden vriend, mijn schoonvader en mijn opa -- met z'n kleine snorretje, sigaartje en brilletje.'

Er werd daar niet gesproken, zegt hij. 'Hoe we communiceerden weet ik niet, maar er was zeker sprake van communicatie. Mijn overleden vriend probeerde me over te halen daar te blijven, omdat het er heel erg mooi was.' Ondertussen werd hij in dat droomachtige landschap voortdurend vergezeld door het eerdergenoemde lichtgevende bolletje.
Toen we aankwamen bij een riviertje kreeg ik een schokkerig Comedy Capers-achtig filmpje te zien over mijn leven. Het begon met de vroedvrouw die zich over mij heen boog en tegen mijn moeder zei dat ik zo'n schattig klein neusje had en het filmpje eindigde vlak voor het ongeluk. Het filmpje gaf mij inzicht, zo van: dit ben jij.'

Toen het filmpje was afgelopen, verscheen in het bolletje een klein kind. 'Misschien was het wel mijn tweede dochter die op dat moment werd geboren. Mijn toenmalige vrouw lag op dat moment namelijk ook in het ziekenhuis om te bevallen van onze tweede dochter.' Hij voelde toen een stevige zet en kwam aan de andere kant van het riviertje terecht. 'Het was alsof dat bolletje wilde zeggen: je kunt hier niet blijven, je moet nog wat afmaken.' Het eerste wat hij daarna zag was het groene licht van het beeldscherm op de intensive-care-afdeling waar hij lag.

Het vinden van begripvol luisterend oor bleek na deze indrukwekkende ervaring een hele opgave. Zoals het ook niet meeviel gehoor te vinden voor wat hij had ervaren vlak na het verkeersongeluk -- voordat hij naar het ziekenhuis werd vervoerd.
'Ik zweefde een meter of vijf boven de grond en zag mezelf liggen. En ik zag ook mijn brommer een paar meter verderop liggen. Ik zag van bovenaf de man en de vrouw die als eersten bij mij waren. Even later kwamen de ambulancebroeders, die me op een brancard de ambulance inschoven. Zwevend boven die ambulance volgde ik de auto naar het toenmalige Diaconessenziekenhuis in Arnhem.

In dat ziekenhuis zag ik hoe een verpleegkundige mijn contactlenzen op een verkeerde manier uit mijn ogen haalde. Ik zei nog dat ze het niet goed deed, maar ze luisterde niet. Toen werd ik op een loden plaat gelegd, omdat ze foto's van me wilden maken. Hel onwerkelijk allemaal om zo naar jezelf te kijken. Daarna ging ik die tunnel in, op weg naar dat lichtgevende bolletje.'
In de loop der tijd is hij verscheidene malen uitgemaakt voor fantast. Keiharde bewijzen voor zijn bijna-doodervaring ontbraken natuurlijk. Of, zoals hij zelf formuleert.

'Ik had het brilletje of de sigaar van mijn opa niet meegenomen. Ik had alleen mijn eigen gevoel. Dat bijzondere gevoel van rust dat ik had ervaren en waarna ik zo terugverlangde.'
Een dominee aan wie hij vertelde het gevoel te hebben dat hij na deze ervaring opnieuw was geboren, sprak hem bestraffend toe met de mededeling dat elk mens maar één keer geboren wordt. Ook bij zijn toenmalige echtgenote vond hij geen gehoor. Broekhuijsen verwijt het haar niet. 'Ze was net bevallen en ze kreeg een man thuis met behoorlijk wat lichamelijke handicaps. Bovendien was ik door het ongeval grote delen van mijn geheugen kwijt. Ik was veranderd en continue op zoek naar waar ik geweest was, naar de kleuren, naar de muziek.'

Hij kwam terecht in een isolement. 'Ik kon met mijn bijna-doodervaring bij niemand terecht. Terwijl ik er helemaal vol van was.' Hij luisterde vaak urenlang met de koptelefoon op naar muziek, op zoek naar de sfeer en het gevoel waarna hij zo enorm verlangde. Tevergeefs.
Mikey noemt het de donkere zijde van zijn bijna-doodervaring. In die periode -- die ook werd getekend door veel lichamelijke ongemakken -- verviel hij in eenzaamheid en ondernam hij een zelfmoordpoging. 'Dat werd door iedereen uitgelegd als: hij wil dus dood. Maar dat was het beslist niet. Ik wilde juist terug naar dat gevoel, naar die rust. Ik wilde die rust terug', aldus beschrijft hij de reden voor zijn zelfmoordpoging.

Hij verbleef daarna tegen zijn zin enkele weken in een psychiatrisch ziekenhuis. Die opname is volgens Mickey goeddeels terug te voeren op onbegrip inzake zijn bijna-doodervaring. 'Niemand nam tijdens mijn revalidatie de moeit om echt naar mij te luisteren.'
Zeker kort na zijn bijna-doodervaring was hij als een waanzinnige op zoek naar iemand die naar zijn verhaal wilde luisteren en naar de muziek die hij tijdens zijn korte verblijf in die 'mooie wereld' hoorde. Hij ging naar muziekwinkels en bibliotheken en beluisterde daar talloze elpees. Zonder succes. En ook later vond hij die 'tingelachtige' muziek nergens. 'De muziek van Jean-Michel Jarre en Andreas Vollenweider komt er nog het dichtst in de buurt, maar ook dat is het niet.' Hij zoekt nog altijd naar die muziek, maar niet meer zo fanatiek als in het begin.

Ook de tunnel uit zijn bijna-doodervaring heeft hij nooit meer terug gezien. Als hem gevraagd wordt een locatie te noemen die er qua sfeer enigszins bij in de buurt komt, noemt hij de kleine tunnel onder de waterval in het Arnhemse park Sonsbeek.
En ook de schakering van kleuren zoals in het landschap van zijn bijna-doodervaring zag hij nooit meer. Hooguit een beetje in het veelkleurige licht dat de zon op sommige momenten verspreidt. 'Ik liep een keer met mijn hond in de uiterwaarden en zag indrukwekkend mooie kleuren zonlicht. Ik vergat alles om mij heen en bleef er lang naar kijken. Ik vergeet de tijd dan helemaal.'

Na zijn bijna-doodervaring vindt hij het fenomeen tijd niet meer belangrijk. 'Ik heb een hekel aan klokken gekregen. Mijn vrouw belt regelmatig met de vraag of ik van plan was nog een keer te komen eten.' Maar de invloed die de bijna-doodervaring nog altijd heeft, gaat veel verder. Want de ongekende rust die hij tijdens die ervaring ervoer, werkt nu nog door in z'n dagelijkse leven.
'Ik heb er een stukje van meegekregen. Geld interesseert me ook niks meer, terwijl ik vroeger een yup van het zuiverste water was. Respect voor elkaar vind ik nu veel belangrijker en ik kan beter luisteren en relativeren. Ja, ik ben een beetje soft geworden. Vroeger, toen ik nog niets wist van bijna-doodervaringen, zou ik zeggen: wat een geitenwollensokkengedoe.'

Verder gaf die ervaring hem de zekerheid dat er iets is na dit aardse leven. ´Ik heb het niet over God of over Maria. Die heb ik niet ontmoet. Ja misschien in dat bolletje. En ik heb het niet over hemel of hel. Ik weet door die ervaring alleen zeker dat het na de dood niet is afgelopen.´
Dankzij de tip van een psycholoog, die hem in 1990 aan de zoveelste test onderwierp, kwam Mickey op het spoor van cardioloog Pim van Lommel. Die was werkzaam in ziekenhuis Rijnstate in Arnhem en bezig met onderzoek naar bijna-doodervaringen.

'Dat was thuiskomst', aldus Mickey. Eindelijk iemand die hem niet raar aankeek, maar die juist zeer geïnteresseerd was in wat hij had ervaren. Eigenlijk werd Mickey zich er toen pas van bewust dat hij niet de enige was met een dergelijke ervaring. Later leerde hij via Merkawah, een stichting die zich bezig houdt met bijna-doodervaringen, talloze lotgenoten kennen. Hij vertelde zijn verhaal inmiddels in verscheidene televisie- en radioprogramma's in Nederland en in het buitenland.
Mickey heft nu een nieuwe levenspartner, die begrip heeft voor zijn bijna-doodervaring. Haar vader heeft namelijk ook zo'n ervaring beleefd. 'Ik ben geen heilige, geen profeet. Het enige wat ik hoop, is dat mensen die ook zoiets ingrijpends meemaken een luisterend oor vinden. Mensen moeten niet veroordelen, maar beter naar elkaar leren luisteren. Dat heb ik gemist in de hulpverlening.'
M. B.

                                   JE LEVENSINSTELLING WERKT DOOR,
                                        IN EEN BIJNA-DOOD-ERVARING.
Bob Coppes dook in dertig jaar wetenschappelijk onderzoek over bijna-dood-ervaringen. Hij doet verslag van de bevindingen en bestudeerde ook wat de vijf grote religies hierover zeggen. Zijn onderzoek richt zich op zowel positieve als negatieve ervaringen voorbij de dood. Hij ontdekte: ‘’Een negatieve bijna-dood-ervaring  werkt niet als een straf. Je kunt er te allen tijde uit komen, want er staan altijd Lichtwezens klaar. In de vorm van een godheid of een ander wezen: net welk Licht jij wilt zien.’’

Er is daar onvoorwaardelijke liefde. Dat komt telkens uit bijna-dood-ervaringen (bde’en) naar voren wanneer mensen spreken over hun ontmoeting met het Licht. Ongeacht van welke religie ze zijn en of ze iets aanhangen. Aan het woord is Bob Coppes (49 jaar), auteur van ‘Bijna dood ervaringen en de zoektocht naar het Licht’. Hij doet in dit vuistdikke boekwerk verslag van wetenschappelijk onderzoek over bde’en en kijkt wat de grote religies hierin als waarheid aanwijzen. De econoom kwam vier jaar geleden op het idee om uit te zoeken wat hierover gepubliceerd is. Dit deed hij in eerste instantie puur uit eigen interesse. Uiteindelijk liep hij tegen zo veel boeiende wetenswaardigheden aan dat hij er een boek over schreef.

Je intentie telt:
Wanneer mensen een bde hebben, treden ze bewust of onbewust uit en hebben conversaties met het Licht of Lichtwezens. Bob: Ze zien er hun levensoverzicht dat ze neutraal wordt voorgeschoteld. Ze zien zo het totaalplaatje en kunnen ook ‘inzoomen’ op details. Ook alle gedachten die je bij je acties had, kun je tegenkomen. Deze beoordeling van jezelf doe je in het bijzijn van een enorm groot Licht van onvoorwaardelijke liefde. Boosheid vanuit dit Licht hoort daar niet bij. Daarover heb ik nog nooit van iemand gehoord. Er kunnen ook momenten bij zitten die een negatief effect hebben gehad op anderen. Deze acties (ook de positieve) voel je: precies alsof het jou wordt aangedaan. Het blijkt dat zolang je gehandeld hebt vanuit een in oorsprong goede intentie, dat dit is wat telt.

Compassie:
Een liefdevolle intentie en compassie; alle grote religies schrijven dit voor. Bob: Uit alle bde’en komt naar voren dat compassie het meest belangrijke voor ons is. Compassie wordt genoemd als iets wat we moeten ontwikkelen. En dat kunnen we doen door bezig te zijn met andere mensen. Bde’ers geven aan dat we dit niet het eenvoudigst doen als het ons materieel en emotioneel meezit. Dan hoeven we namelijk weinig te veranderen en te kiezen. De kracht zit ‘m in onze vrije wil. Hiermee kunnen we keuzes maken. En andere mensen laten zien hoeveel compassie we hebben. Onze wereld met ups en downs biedt ons hier dus veel mogelijkheden voor! Juist als je het een periode slecht hebt, kun je de meeste keuzes maken. En kun je je liefde ontwikkelen. In elke religie komt compassie voor. Het hindoeïsme en het boeddhisme benoemen het als een ‘juist pad’. In het Jodendom staat het verwoord als de aanbeveling ‘van anderen te houden als van onszelf’. Het Christendom doet hetzelfde en noemt in dit kader ook nog de liefde voor God. De Islam tot slot, geeft aan dat wie goed is geweest voor een ander in het paradijs komt.

Niet altijd fijn:
Voor de meeste mensen is een bde een overweldigende en positieve ervaring. Het is echter niet altijd alleen maar fijn. Bob: Sommige mensen hebben negatieve ervaringen. In de Verenigde Staten is in 1982 een grootscheeps onderzoek over bde’en geweest waaruit naar voren kwam dat één procent van de mensen zo’n slechte ervaring had. De wetenschap heeft dat als een ‘afrondingsfout’ weggeredeneerd en er verder geen aandacht aan besteed. Uit latere enquêtes en onderzoeken van bde-onderzoekster Phyllis Atwater kwam naar voren dat dit percentage zo’n 15 procent bedraagt.

Bob geeft een voorbeeld:
Ene Howard Storm had zo’n negatieve bde. Hij kwam in een helachtige omgeving terecht terwijl hij in een ziekenhuis bijna overleed aan een geperforeerde maag. In die tijd stond hij in het leven als iemand met een groot ego, weinig compassie en een fiks drankprobleem. Tijdens zijn uittreding kwam hij via vriendelijk stemmen die hem aanriepen, gaandeweg terecht in een volledige duisternis. De stemmen werden al vijandiger en bleken van wrede duivelse wezentjes afkomstig. Hij ervoer dit alles als levensecht. Veel mensen met een BDE geven aan dat deze ervaringen vele malen intenser aanvoelen dan aardse gebeurtenissen.

 

Doorverwerking:

Bob vertelt dat je levensinstelling op aarde doorwerkt in je BDE: als je gehecht bent aan materie, een huis, geld, of je energie en aandacht in een verslaving steekt: dan heb je geen ruimte om naar het Licht toe te gaan. Als je je hele leven alleen maar op jezelf gericht bent geweest, dan heb je geen oog meer voor wat er om je heen gebeurt: dat er hulp voor je klaar staat. De onderzoeker geeft in dit kader aan dat het niet altijd gezegd is, dat een BDE die negatief begint ook zo eindigt. Bob: De ervaring kan ook positief aflopen. Belangrijk om te weten is dat er altijd hulp is. Wat mensen op zo’n moment denken, is heel essentieel. Een negatieve BDE werkt niet als een straf. Je kunt er te allen tijde uitkomen. Licht of Lichtwezens staan voor je klaar. In de vorm van een Godheid of een ander wezen: net wat of jij wilt zien. Het moet wel van jezelf uitgaan. Het is gemakkelijk als je hiermee op aarde al geoefend hebt; dan zie je eenvoudiger waar de Liefde is.

 

Iedereen komt er:

Hoe liep de BDE van Howard Storm af?

Bob: Hij werd aangevallen door de duivelse wezentjes en realiseerde zich op een gegeven moment, dat hij in een soort hel was aangekomen. Hij moest terugdenken aan hoe hij vroeger wel eens bad. Hij wist zich hiervan een paar woorden te herinneren. Het woord God kwam hier ook in voor. Howard sprak dit uit en zag de wezentjes afstand nemen. Heb ik deze ervaring helemaal aan mezelf te danken?, kwam in hem op. Zou bidden dan helpen?, overwoog hij. Op het moment dat hij de intentie had om hulp te vragen, was die hulp er ook, zo ervoer deze man. En zo zijn er vele van dit soort verhalen. Niet iedereen praat er overigens even gemakkelijk over. Sommige mensen schamen zich er voor. Zijn bang voor veroordelende reacties van anderen. Ik heb persoonlijk het gevoel dat uiteindelijk iedereen bij het Licht komt. Dit baseer ik ook op het idee dat in ieder van ons Licht zit. Je kunt je moeilijk voorstellen, dat het Licht, God of Allah, hoe je het ook wilt noemen, een stukje van zichzelf voor eeuwig buiten de hemel wil laten. Dat kan gewoon niet. Het is één geheel. Daar behoren jij en ik toe en ook mensen die vreselijke dingen hebben gedaan.

 

Het Licht.

Elke religie spreekt over het Licht. Alleen het hindoeïsme zegt onomwonden, dat een stukje hiervan in elk van ons zit. Bob: dat noemen ze ‘Atman’, wat een onderdeel is van Brahman, het alles. Mensen met een BDE zeggen, dat het eigenlijk verder gaat. Dat het in alle planten zit en zelfs in het luchtledige. Ze kunnen het niet uitleggen. Op aarde zitten we in drie dimensies, hebben we te maken met plaats en tijd. BDE’ers zijn tussen de tijd geweest en hebben ervaringen op dat niveau. Leg dat maar eens uit in aardse termen. Iemand vertelde me: Ik kon duizend jaar in de toekomst en duizend jaar in het verleden kijken. Een ander zei: Tijd is er allemaal tegelijkertijd. Ze waren met een geest te gast in een concept dat ze hier op aarde niet snappen. Deze beperking, ons lichaam en het driedimensionale, is er niet voor niets. Die geeft ons de mogelijkheid als mens op aarde keuzes te maken. Om onze liefde te ontwikkelen.

 

Laat je niet neerdrukken:

Het wordt in de hemel echt wel begrepen als je in een vervelende underdog-positie zit, vertelt Bob. Het is echter niet het best haalbare als je er ook in blijft steken. Daaruit blijkt namelijk het idee over jezelf dat je niet voldoende waard bent. Veel BDE’ers geven nadrukkelijk aan: Je bent als persoon zoveel waard hier op aarde: dat mag je niet onderschatten. Je mag je nooit laten neerdrukken door anderen. Mensen verwijzen in die context opnieuw naar het Licht dat in je zit. Als je jezelf dus laat neerdrukken door iemand, dan heb je geen achting voor dat stukje God in jou.

Er zijn in de hemel geen mindere zielen. Het Licht vindt dat iedereen belangrijk en waardevol is. Als je dit beseft, kun je veel meer doen in je leven. Kom je gemakkelijker tot oplossingen. Wordt het kiezen voor compassie gemakkelijker en logischer. Bob geeft aan: Ik had nooit verwacht, dat ik dit allemaal in mijn onderzoek zou tegenkomen, de waarheden over het Licht, hoe we een negatieve BDE zelf creëren door slechts op onszelf gericht te zijn, dat er altijd hulp is, enz.

 

Prachtige essentie:

De materie rond BDE’en blijft Bob’s onderzoekende geest uitermate boeien. Sinds de verschijning van zijn boek heeft hij veel reacties van mensen met een BDE ontvangen. Hij nodigt bij deze iedereen die zijn verhaal wil vertellen van harte uit. En Bob besluit met de woorden: Als je naar de essentie van de grote religies kijkt, komen die vaak overeen en is die overal prachtig. Welke religie is de beste?, vroeg iemand op een gegeven moment tijdens een BDE aan het Licht. Elke die je dichter bij God brengt, kreeg deze persoon als antwoord.
B. C.

                           CARDIOLOOG PIM VAN LOMMEL HAALT
                        BIJNA-DOODERVARINGEN UIT HET DONKER. 
Heb je een bijna-doodervaring gehad, maar daar nog nooit met iemand over gesproken of durven praten? Dan ben je beslist niet de enige! Nog steeds hebben velen van ons het gevoel zich daarmee belachelijk te maken. En is een aantal mensen ook bang dat hun verhaal over een onvergetelijke ervaring de ander zal doen fronsen. Een bijna-doodervaring is immers niet te bewijzen. Althans tot korte tijd geleden. Het is geen verbeelding. De fantasie is niet met je op de loop gegaan door de emotie van het moment. Dokter van Lommel, cardioloog in het Rijnstate ziekenhuis in Arnhem, heeft er onderzoek naar gedaan. Geen obscure verhalen, geen subjectieve fabeltjes, maar een wetenschappelijk onderzoek meer research methoden ie algemeen worden toegepast. Een wetenschappelijk onderzoek, die informatie opleverde waar de (medische) wereld wel naar moest kijken.
In 'The Lancet', het medisch tijschrift dat artsen van over de hele wereld lezen, zijn de uitkomsten van het onderzoek dat dr. Pim van Lommel heeft verricht, gepubliceerd. Keiharde cijfers!
Miriam Abdalla sprak met hem over zijn onderzoek en de erkenning vanuit de wetenschap voor het verschijnsel bijna-doodervaring. Een verrassend interview met een intrigerende persoonlijkheid. 

Om gedegen onderzoek te kunnen verrichten, moet je vooraf precies bepalen wat je wilt onderzoeken. Je moet in dit geval dus een duidelijke omschrijving hebben van wat wel een bijna-doodervaring (BDE) is en wat niet.
Wat is BDE volgens de definitie van cardioloog Pim van Lommel?:
''De herinnering aan alle indrukken tijdens een bijzondere staat van bewustzijn, met specifieke elementen zoals uittredingservaring, het zien van een tunnel, het licht, een levensfilm (panorama), of het soms ontmoeten van overleden bekenden.''
Wie heeft de arts onderzocht?
''344 mensen die klinisch dood waren. En klinisch dood was bij ons: iemand die bewusteloos was als gevolg van onvoldoende bloedtoevoer naar de hersenen.

Dit ten gevolge van een hartstilstand bij een acuut hartinfarct. Andere opvallende verschijnselen bij zo'n patiënt zijn lichtstijve pupillen en een ontbrekende slikreflex. Als patiënten met deze symptomen niet binnen vijf tot tien minuten gereanimeerd worden is er onherstelbare schade aan de hersenen aangericht en zal de patiënt overlijden. Bij de mensen uit ons onderzoek stond het hart dus stil en verliep hun ECG (hartfilmpje) vlak. Menen die deze symptomen vertonen, noemen artsen klinisch dood. Wij weten uit andere onderzoeken, dat er tijdens een klinisch dood status een vlak EEG is, hetgeen betekent dat er geen elektrische activiteit van de hersenen wordt gemeten.''
Pim van Lommel gaf iedere deelnemer een vragenlijst, die hij of zij moest invullen. De cardioloog was immers op zoek naar bewijzen. Er moesten cijfers en percentages op tafel komen. Van de 344 patiënten hebben er 62 mensen een BDE gehad, dat is 18%.

RUILEN MET HIER? METEEN!
Evert ter Beek vertelt over zijn BDE:
''Mijn verhaal begon een jaar geleden. Na mijn zeventigste begon ik me voor het eerst een beetje sterfelijk te voelen. Ik was maandenlang moe en kreeg uiteindelijk drie hartinfarcten. Het werd mij duidelijk dat mijn hart een versleten machine was. Bij dat derde infarct had ik mij al min of meer verzoend met het spoedige sterven. Alhoewel de hartbewaking het bijna onmogelijke deed om mij in leven te houden. Ik werd gereanimeerd en vier keer gedefibrilleerd. Op dertig september leek mijn einde nabij, en werd mijn familie geroepen om afscheid te komen nemen. De medici hadden mij opgegeven.

Mijn familieleden kwamen. Er was een no-nonsense afscheid. Geen geleuter, geen geweeklaag, precies zoals ik geleefd had. Daarna verviel ik in een roes waarin ik wel pijn voelde, maar ook de liefde en het medeleven dat ik had ondervonden. Ik voelde als het ware de geestelijke aanwezigheid nog van degene die waren geweest. Daarna was er een kort overleg met de cardioloog. Er werd besloten de medicatie te stoppen. Ik bereidde mij voor op de óvergang'.

Ik herinner me dat ik een ijskoud gevoel kreeg. Het begon bij mijn voeten en kroop langzaam omhoog. Ik begon te zweven en zag mijn lichaam in bed liggen. Ik zag de schimmen van mijn dierbaren, die nog in de kamer aanwezig waren. Ik 'hoorde' hun gedachten en 'las' hun emoties. Ik verliet mijn lichaam steeds verder en kwam in een soort zandloper terecht. Ik moest me door die nauwe opening worstelen. Dat was moeilijk, omdat er een stroom wezens was die omlaag ging. Eenmaal door die vernauwing veranderde alles. Ik dreef tegen een soort vlies aan, waarachter een prachtige lichtcombinatie was.
Daarbij hoorde ik iets dat ik muziek noem maar veel mooier was dan alles wat ik ooit gehoord had. Er stroomde een oneindig geluksgevoel door mij heen.

Toen was er een stem, die vroeg waar ik vandaan kwam. Ik antwoordde: 'Ik kom van de planeet die jullie aarde noemen'. De stem vroeg wat ik daar had gedaan. Ik wist niet meteen wat ik daarop moest antwoorden. In een flits zag ik mijn leven passeren. Er waren dingen bij, die ik allang vergeten was. Zo kreeg ik beelden van een oude geliefde. Een meisje uit mijn jeugd. Toen ik haar zag, kwamen dezelfde emoties boven die ik destijds voor haar had gevoeld. De stem kwam weer terug en zei: 'Keer terug naar waar je vandaan komt want je taak is nog niet volbracht'. Op dat moment begon ik weer te dalen. Ik keerde terug naar de nauwe opening en bevond me weer boven mijn lichaam. Dat terugkomen in mijn lichaam was erg moeilijk en deed veel pijn.

Tegen alle verwachtingen in bleef ik leven. Volgens de artsen ben ik een medisch wonder: In de weken na mijn BDE heb ik alsmaar gehuild omat ik nog leefde. Menige nacht heb ik gesmeekt om te mogen sterven. Ik ben het verlies van het geluk en e liefde nog niet te oven. Als ik de kans kreeg om dit leven te ruilen met wat ik tijdens mijn BDE heb meegemaakt, zeg ik meteen 'Ja', en zou ik daarvoor gaan.''    

Wat waren de ervaringen van deze mensen? 
31 keer ( dat is 50%) is genoemd: een gevoel van dood te zijn;
35 personen (dat is 56%) hebben zich heel gelukkig gevoeld;
15 mensen (24%) hebben een lichaamsuitreding gehad;
19 deelnemers (31%) zijn door een tunnel gegaan;
14 mensen (23%) zijn het licht tegengekomen; 
14 personen (23%) hebben prachtige kleuren waargenomen;
18 deelnemers (29%) hebben een paradijselijk landschap gezien;
20 mensen (32%) hebben overledenen ontmoet en;
8 keer (13%) is genoemd dat mensen hun levensfilm voorbij hebben zien gaan.''

Waar kan het aan liggen dat de één wel en de ander geen BDE meemaakt?:
''In de psychologie zeggen ze dat angst voor de dood bij mensen eerder tot een BDE leidt.
 In ons onderzoek klopt dat niet. De hartstilstand gebeurde zo plotseling dat alles veel te snel ging om bang te kunnen zijn. Slechts enkele patiënten hebben angst gevoeld en toch hadden er 62 personen een BDE. Ook zuurstoftekort blijkt geen invloed te hebben nog medicijngebruik. Van beiden werd aangenomen dat die van invloed waren. Daarvoor hebben we echter geen bewijzen gevonden.
'DIE ZUSTER WEET WAAR MIJN GEBIT IS' 
Een verpleegkundige van de hartbewaking vertelde Van Lommel een ervaring, die zij heeft meegemaakt met één van haar patiënten. 

''Tijdens mijn nachtdienst werd een 44-jarige man binnengebracht. Hij was in coma. Hij had een hartstilstand. Een uur eerder was hij door voorbijgangers gevonden in een weiland, en met een ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Hij werd kunstmatig beademd, kreeg hartmassage en werd gereanimeerd. Tijdens zijn behandeling had ik het gebit uit zijn mond genomen en in een bakje gelegd. Na een uur was het hartritme van de patiënt voldoende herstelt om hem naar de intensive care afdeling te brengen. Wel was hij nog steeds in coma.
Na een week ontmoette ik de man op de hartafdeling. Op het moment dat hij mij zag, riep hij: 'Die zuster weet waar mijn gebit is. Op de avond dat ik hier werd binnengebracht, heeft u mijn gebit in het karretje met flesjes gezet. Er was een laatje in dat verrijdbare karretje, en daar heeft u het opgeborgen.' Ik was hoogst verbaasd:

Die man was op dat moment in een diepe coma, dat had ikzelf gezien, ik was erbij geweest. Toen ik doorvroeg bleek de man de kamer, waarin hij behandeld as, te kunnen beschrijven, en ook de dokters en verpleegsters. Hij herinnerde zich dat hij bang was geweest dat we zijn reanimatie zouden stoppen en dat hij dood zou gaan. Hij had voortdurend maar tevergeefs, geprobeerd ons duidelijk te maken dat hij nog leefde.''
Wat zijn de nieuwe feiten uit het onderzoek?
''Alle huidige, bestaande theorieën over BDE's kloppen niet. Voor dit onderzoek werd aangenomen dat lichamelijke en psychologische aspecten van de patiënt leidden tot een BDE. Dat blijkt dus niet zo te zijn.
Verder blijkt er een verband te bestaan tussen leeftijd en de frequentie waarop een BDE optreedt. Collega-onderzoeker Morse had bij kinderen die klinisch dood waren een score van 85%. Ook in onze onderzoeksgroep bleek een bijna-doodervaring meer voor te komen bij jonger mensen dan bij ouderen. Ander nieuws is dat vrouwen diepere ervaringen melden dan mannen. Dit komt overeen met andere studies en mag nu dus wel als feit worden aangemerkt. 

Zeker is ook dat etnische achtergrond, geloof, opleiding en sociaal milieu geen factoren zijn die invloed hebben.
Bij de mensen uit onze onderzoeksgroep, die een BDE hebben gehad, bleek angst voor de dood verdwenen en het geloof in een leven na de dood sterk vergroot.''
Waarom heeft de arts twee jaar na de hartstilstand de betreffende persoon nogmaals ondervraagd?:
''Mensen hebben vaak tijd nodig om zo'n bijzondere ervaring te verwerken. Het heeft hun lenen namelijk in alle gevallen totaal veranderd. Na twee jaar hebben we 74 mensen ondervraagd. De helft, 37 van hen, hebben een BDE gehad. De andere helft niet. De veranderingen die mensen meldden, deden zich alleen voor bij de mensen met een bijna-doodervaring. Alleen het feit een hartstilstand te hebben gehad was dus geen beslissende factor.

Deze interviews leverden enkele frappante cijfers op:
34 mensen zeggen nu beter met hun gevoelens om te kunnen gaan;
12 mensen kunnen hun medemensen gemakkelijker accepteren;
28 mensen zijn zich nu bewust van het hogere doel van het leven hier op aarde en;
35 mensen zijn zich meer voor spiritualiteit gaan interesseren. Het is niet bij een controle- enquête na twee jaar gebleven. Na acht jaar hebben we de mensen voor een derde keer bezocht en ondervraagd.
Na deze toch lange tijd, bleek men permanent gegroeid te zijn in zijn of haar emotionele ontwikkeling en waren de intuïtieve talenten vergroot.''
Pim van Lommel heeft niet alleen antwoorden gevonden. Zoals dat gaat in de wetenschap, roept het vinden van een antwoord meteen de volgende vragen op.

Waar zit ons bewustzijn?
''We hebben altijd gedacht dat ons bewustzijn in onze hersenen zetelt. Nu blijkt dat we bewustzijn behouden terwijl onze hersenen dood zijn verklaard, geeft dat een totaal nieuw beeld. Met daarbij de vraag: waar zetelt ons bewustzijn dan wel?''
Is de medische wereld overtuigd?
Zeker is dat van Lommel steeds meer medestanders krijgt. In de aflevering 'Uit het leven van een dode' van het televisieprogramma 'Noorderlicht', dat enige tijd geleden door de VPRO is uitgezonden, was cardioloog Sam Parnia ui Southampton aan het woord. Hij heeft soortgelijke tests gedaan. Deze arts plaatste voorwerpen in de behandelkamer waar patiënten met een hartstilstand werden binnengebracht. Parnia is het met van Lommel eens dat het hier om iets anders gaat dan hallucineren.

''Hallucineren doe je onder invloed van geestverruimende middelen zoals LSD. Dan werkt je hersenfunctie gewoon door. Bij het onderzoek naar BDE is er geen hersenfunctie meer. Een hallucinatie en een BDE zijn dan ook niet vergelijkbaar.''
Er zijn ook collega-artsen die niet overtuigd zijn. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de argumentatie van dokter Karl Jansen, een psychiater uit Nieuw-Zeeland, als hij met 'tegenbewijzen' komt. Zo vindt Jansen een BDE geen bewijs voor leven na de dood. Maar van Lommel is dat niet met hem eens. Van Lommel legt uit: ''Dat heeft ons onderzoek ook niet willen aantonen. Wel heeft het onderzoek aangetoond dat er een continuïteit van bewustzijn is.''
Jansen beweert verder: ''Dat er geen hersenfunctie gemeten wordt, wil niet zeggen dat die er niet is. Het kan zijn dat er niets te meten is, maar de verklaring kan net zo goed zijn dat de apparatuur niet gevoelig genoeg is. Tijdens je slaap, heb je een lage EEG- een stage vier, in medische termen. Ook die is moeilijk meetbaar. Niemand zal echter beweren dat slaap een soort 'doodstoestand' is.''
M. A.

                   NIETS VAN ONZE ESSENTIE GAAT VERLOREN.
In 1969 hoort cardioloog Pim van Lommel voor het eerst een patiënt vertellen over diens herinneringen aan de periode van zijn hartstilstand. Het verhaal intrigeert hem, want tijdens zijn studie heeft hij geleerd dat zoiets niet mogelijk is. Toch duurt het tot 1986 voordat Van Lommel zich intensief met het fenomeen bijna-dood ervaringen gaat bezig houden. Zijn boek over het uitgebreide onderzoek dat hij vervolgens uitvoert, is inmiddels een ware besteller. In dit artikel vertelt hij over de onderzoeksresultaten, de praktische implicaties ervan en over zijn conclusie dat ons bewustzijn eindeloos is.

Hij bracht met zijn boek ‘Eindeloos bewustzijn’, een wetenschappelijke visie op de bijna-dood ervaring, niet alleen opschudding in kringen van artsen, filosofen en psychologen, maar ook de geïnteresseerde leek grondig aan het denken. In zijn boek betoogt hij dat bijna-dood ervaringen erop lijken te duiden dat ons bewustzijn eindeloos is, dat wil zeggen: ook na het fysieke sterven onafhankelijk van het lichaam blijft functioneren. Een revolutionaire conclusie, zeker voor een orthodox geschoolde wetenschapper als hij.

Kunt u het persoonlijke wetenschappelijke traject dat heeft geleid tot publicatie van het boek ‘Eindeloos bewustzijn’ uiteenzetten?
’’ Toen ik in 1969 een patiënt over zijn bijzondere ervaringen tijdens een hartstilstand had horen praten, was ik verbaasd. Volgens alles wat ik geleerd had, was het onmogelijk om levendige herinneringen te hebben aan een moment waarop alle hersenfuncties waren uitgevallen. Bewusteloos zijn betekende immers geen bewustzijn ervaren. De term bijna-dood ervaring bestond nog niet en verklaringsmodellen voor dergelijke ervaringen bleken niet voorhanden. Ik liet, ondanks mijn fascinatie, de zaak rusten. Ook al omdat ik niet vaker met vergelijkbare verhalen geconfronteerd werd. Logisch, want als je er niet rechtstreeks en met een open houding naar vraagt, vertellen patiënten het je niet. In 1986 kreeg ik van vrienden een boekje waarin iemand zijn eigen bijna-dood ervaring beschrijft. Ik vond het een dermate oprecht en indrukwekkend verhaal, dat ik besloot op mijn polikliniek systematisch aan alle patiënten die ooit in het verleden gereanimeerd waren, te vragen of ze zich iets konden herinneren van de periode van hun hartstilstand. Tot mijn grote verbazing bleken er zich onder de vijftig patiënten die ik in de twee daarop volgende
 jaren ondervroeg, twaalf 'ervaringsdeskundigen' te bevinden.
 Ook zij hadden herinneringen die eigenlijk niet mogelijk waren! Dit was voor mij voldoende aanleiding om, samen met anderen, in 1988 een studie naar bijna-dood ervaringen in Nederland op te zetten. Bij het onderzoek vroegen we
, 344 patiënten die klinisch dood waren geweest binnen enkele dagen na hun reanimatie naar hun eventuele herinneringen. De deelnemende patiënten werden, voor zover nog in leven, twee en acht jaar na de hartstilstand wederom ondervraagd. We waren nu ook benieuwd welke mentale gevolgen een bijna-dood ervaring zou kunnen hebben.''

Wat waren in het kort de resultaten van het onderzoek?
"Van de 344 patiënten konden er 282 zich niets herinneren van de periode van hun bewusteloosheid. Achttien procent, 62 patiënten  in totaal, meldden een bijna-dood ervaring. Alhoewel er overeenkomsten waren, verliep niet elke ervaring precies hetzelfde.
 Er zijn een aantal elementen te onderscheiden die in wisselende samenstelling bij een bijna-dood ervaring kunnen voorkomen. De helft van de door ons ondervraag- de patiënten had het besef dood te zijn en positieve emoties. Dertig procent had een tunnelervaring, een waarneming van een hemels landschap of een ontmoeting met overleden personen. Ongeveer een kwart had een uittredingservaring, communicatie met 'het licht' of waarneming van kleuren. Dertien procent kreeg een levensoverzicht te zien en acht procent slotte had ervaring met een grens. Op de vraag waarom sommigen wel, maar de meesten geen bijna-dood ervaring hadden konden we geen antwoord vinden. Wat we wel ontdekten was dat iedere patiënt door de ervaring van een hartstilstand verandert. Men krijgt meer belangstelling voor natuur en milieu en voor sociale rechtvaardigheid, toont meer liefde en gevoelens en is hulpvaardiger en meer betrokken  bij het gezinsleven. Maar de mensen die tijdens de hartstilstand ook een bijna-dood ervaring hadden, bleken eveneens op andere terreinen opvallend mentale veranderingen te ondergaan. Ze hadden met name minder angst voor de dood en een sterker geloof in een persoonlijk voortbestaan.
 Er werd bij hen bovendien een toenemende interesse voor spiritualiteit en zingevingvraagstukken geconstateerd, evenals een toename van acceptatie en liefde voor zichzelf en anderen en belangstelling voor dagelijkse dingen. Bezit en macht bleken op de prioriteiten ladder te dalen. Bij patiënten zonder een bijna-dood ervaring was er juist een opvallende afname van interesse in spiritualiteit en een toename voor angst voor de dood."

Wat betekenen deze resultaten voor de gebruikelijke verklaringsmodellen die in het geval van een bijna-dood ervaring van stal worden gehaald?
"Er zijn diverse fysiologische, psychologische en farmacologische oorzaken die vaak worden genoemd. Zuurstoftekort, doodsangst of de gegeven medicatie zijn wellicht de meest in het oog springende. De resultaten van het onderzoek maken het echter heel duidelijk dat deze verklaringsmodellen tekortschieten. Want hoe is het mogelijk dat slechts een deel van de patiënten met een hartstilstand een bijna-dood ervaring meemaakt? Indien zuurstoftekort in de hersenen de directe
 aanleiding was geweest, had elke patiënt uit het onderzoek er immers één gehad moeten hebben. Naast een bijna-dood ervaring kan verruimd bewustzijn bovendien ervaren worden op momenten dat er geen zuurstoftekort optreedt, bijvoorbeeld tijdens isolatie, uitdroging, onderkoeling, meditatie of totale ontspanning, regressietherapie en bij het gebruik van sommige bewustzijnsverruimende middelen. Doodsangst levert ook geen sluitende verklaring, want een hartstilstand treedt over het algemeen zo plotseling op dat de meeste patiënten er niets van merken. De gegeven medicatie ten slotte, blijkt ook geen invloed te hebben op het wel of niet melden van een bijna-dood ervaring. Het paradigma dat bewustzijn in de hersenen is gelokaliseerd, komt door het onderzoek op losse schroeven te staan. De gebruikelijke verklaringsmodellen hebben gewoonweg geen verklaring voor het feit dat mensen waarvan de hersenen tijdelijk niet meer functioneren, juist op dat moment zeer helder bewustzijn ervaren."

U lanceert de theorie van het eindeloze bewustzijn om bijna-dood ervaringen te verklaren. Kunt u deze theorie toelichten?
"Gezien het voorgaande lijkt de conclusie dat het ervaren van bewustzijn niet afhankelijk is van de werking van de hersenen en ook los van ons lichaam kan plaatsvinden onvermijdelijk. De meeste wetenschappers denken dat al onze gedachten, gevoelens en ervaringen geproduceerd worden door de hersenen. Ik ga er vanuit dat onze hersenen niet produceren, maar ontvangen. Het bewustzijn is volgens mijn vaste overtuiging niet op een bepaalde tijd en plaats te lokaliseren. Het is continu om ons en in ons aanwezig. Onze hersenen maken het mogelijk dat we een deel van ons totale bewustzijn en een deel van onze herinneringen opvangen. Je kunt het vergelijken met een televisietoestel, dat informatie uit onzichtbare elektromagnetische velden ontvangt en decodeert tot beeld en geluid. Dat het bewust- zijn eindeloos is, baseer ik mede op verklaringen van mensen die een bijna-dood ervaring hebben gehad. Zij vertellen over bewustzijn vóór de geboorte en na de dood en over het feit dat de kennis die ze tijdens de ervaring kregen aangereikt, ook wijst op de eindeloosheid van ons bewustzijn. Het mooie van het model is dat het aansluit op oeroude inzichten en nieuwe ontdekkingen binnen de kwantumfysica. Bovendien kom je er allerlei andere fenomenen tegen die volgens de heersende, materialistische visie onverklaarbaar zijn, in een helder daglicht te staan."

Kunt u daar een paar voorbeelden van geven?
"Het volledige en oneindige bewustzijn is overal aanwezig in een niet aan tijd en plaats gebonden ruimte, waar verleden, heden en toekomst tegelijk existeren en toegankelijk zijn. Alles wat een mens meemaakt, voelt of denkt wordt daar opgeslagen en blijft bewaard. De fysieke verschijning verdwijnt maar niets van onze essentie gaat verloren. Je kunt je voorstellen dat de één tijdelijk of permanent een beter ontwikkeld ontvangststation heeft dan de ander en dus in staat is om meer informatie uit die ruimte te destilleren dan gemiddeld mogelijk is. Of dat de remmende werking op de optimale ontvangst - de hersenschors en de hersenstam - deels of helemaal is weggevallen zoals bij een hartstilstand gebeurt. In dit verband heb ik het over bijzondere bewustzijnservaringen als sterfbedvisioenen, contact met overleden personen, telepathie, waarnemen op afstand en psychokinese. Uit ons onderzoek is gebleken dat veel mensen die een bijna-dood ervaring hebben gehad, een verhoogde intuïtie ervaren. Ze voelen stemmingen aan, pikken energieën van anderen op of zien aura's, overledenen en beelden uit het verleden of de toekomst. Het lijkt alsof de bijna-dood ervaring een kanaal heeft geopend waardoor men in staat is een ruimere werkelijkheid te ervaren."

Hoe denkt u over reïncarnatie?
"Ik moet eerlijk zeggen dat ik daar te weinig van weet om er met grote stelligheid uitspraken over te doen. Het blijft van mijn kant dus speculeren. Maar laat ik dit zeggen: dat mensen ervaringen opdoen waarvan ze zeker menen te weten dat die samenhangen met vorige levens is wel zeker. Maar ik vraag me af om wiens vorige levens het dan gaat. Als alles toegankelijk blijft, kan het natuurlijk ook zo zijn dat men flarden oppikt van het (gevoels)leven van iemand anders waarmee men zich vervolgens identificeert. Een andere optie: je hoort wel eens zeggen dat iedereen een Hoger Zelf heeft, waarvan de aardse representant maar een klein onderdeel is. Je kunt het reïncarneren vanuit die visie vergelijken met het in het water steken van een vinger. Het is de vinger die reïncarneert maar van wie is de vinger? Mensen die overlijden geven soms in de weken voorafgaand aan de fatale datum onbewust signalen af. Ze hebben het opeens over hun testament of nemen op een ongebruikelijk intense manier afscheid. Zou het Hoger Zelf al weten dat het overlijden eraan zit te komen? Maar goed, nogmaals: dit is puur speculatief allemaal."

Welke praktische implicaties heeft uw visie?
"Ten eerste: het is niet mijn visie of mijn theorie. Het onderzoek geeft een wetenschappelijke basis aan datgene wat al duizenden jaren binnen verschillende spirituele tradities gesteld wordt; namelijk dat ons bewustzijn onsterfelijk en dus eindeloos is. Er is niets nieuws onder de zon. Het is echter wel de hoogste tijd dat we gaan leven naar deze oude wijsheden en inzichten. Dat begint in de gezondheidszorg - denk aan praktische vraagstuk- ken als de zorg voor stervende en comateuze patiënten, orgaandonatie of euthanasie. Let je als arts op je woorden in het bijzijn van een comateuze patiënt, omdat je weet dat hij of zij je misschien kan horen? Veeg je als psycholoog het gevoel van een weduwe, dat haar overleden man zich nog steeds in haar nabijheid bevindt, rücksichtslos van tafel of sta je ervoor open? Geef je als nabestaanden toestemming organen ten behoeve van donatie te verwijderen, ondanks het feit dat je weet dat een overledene misschien dagen nodig heeft om emotioneel afscheid te nemen van het lichaam? Met de levensbeschouwelijke inzichten die naar aanleiding van onderzoek naar bijna-dood ervaringen naar boven komen, kunnen we heel concreet nu iets doen. Moeten we naar mijn mening iets doen. Dag Hammarskjöld, voormalig secretaris-generaal van de Verenigde Naties, zei eens: 'De manier waarop wij tegen de dood aankijken, bepaalt hoe wij in het leven staan'. Als je denkt dat alles eindig is, hou je minder rekening met de gevolgen van je daden. Je investeert bij voorkeur in het tijdelijke, het materiële, het uiterlijke. Heb je daarentegen de stellige overtuiging dat bewustzijn oneindig is, dan leef je vanuit een minder kortzichtige visie en hou je rekening met je omgeving. Ook al omdat je weet dat alles met elkaar verbonden is en dat je bijgevolg datgene wat je een ander aandoet, ook jezelf aandoet."

U eindigt uw boek met de zin 'Voor nieuwe inzichten in leven en dood heeft men geen eigen bijna-dood ervaring nodig', In hoeverre heeft het onderzoek naar bijna-dood ervaringen Pim van Lommel zelf veranderd?
"Ik ben tot het besef gekomen dat al het zichtbare voortkomt uit het onzichtbare en dat het wezenlijke voor ons als mens verborgen is. De werkelijkheid is veel mooier en wonderlijker dan wij kunnen indenken. Die kennis, dat besef, heeft m'n leven verrijkt. lk leef intenser, geniet van de stilte en de natuur, en denk beter na over de gevolgen van mijn gedrag. Het gaat in eerste instantie niet zozeer om de daden zelf, maar om de intentie waarmee ze verricht worden. Natuurlijk mag je vallen en opstaan - daar ben je mens voor - maar belangrijk is het streven naar een positieve levensinstelling ten opzichte van anderen en jezelf. Terwijl ik mijn eigen angst voor de dood niet helemaal ben kwijtgeraakt, is de nieuwsgierigheid naar het leven hierna wel toegenomen."

Heeft u nog een boodschap?
"Ik heb niet zozeer een boodschap, maar wil graag nog het volgende kwijt: mensen die een bijna-dood ervaring hebben gehad, krijgen het vaak erg moeilijk. Want voor de levenswijsheden die ze hebben opgedaan is in onze competitieve, materialistisch ingestelde maatschappij maar weinig ruimte. Toch proberen velen; ondanks mogelijke consequenties als baanverlies of echtscheiding, te leven naar hun nieuw verworven inzichten. Daarvoor verdienen ze wat mij betreft het allergrootste respect."
 P. v. L
 
 

 



  

 

HOME.
PAGINA 2.