WONDEREN EN ANDERE BIJZONDERE DINGEN.

Op deze pagina, en hopelijk worden het er nog meer, komen mensen aan het woord, die wonderen of onverklaarbare, of verklaarbare dingen hebben meegemaakt, die eigenlijk verstandelijk beredeneerd niet zouden kunnen. Wij zelf, zullen de spits afbijten, met een paar heel bijzondere dingen, waar eigenlijk geen verklaring voor is, maar toch is gebeurt, en een bijzonder verhaal wat ons met onze dwergpoedel overkwam.

Lieve bezoekers schroom niet, als u ook iets hebt meegemaakt – hoe klein of nietig ook – waar geen verklaring voor is, of voor u heel bijzonder is. U mag het insturen zonder vermelding van uw naam, of met naam.

Schroom niet, als u ook anderen graag wilt laten weten dat wonderen echt bestaan.

U kunt uw verhaal sturen via de mail, waar wij zeer vertrouwelijk mee om zullen gaan.

 

 

                                           ONZE DWERGPOEDEL THERRY.
Het begon, nadat een collega van Diny – die toen nog werkte – op visite was geweest, een aantal jaren geleden.
Deze had ontzettend veel meegemaakt in negatieve zin, en zij moet de oorzaak zijn geweest van het vreemde gedrag van onze poedel daarna. We hebben ons suf gepiekerd waarom onze poedel ineens zo vreemd deed, na het bezoek van haar. Het leek erop dat zij dolende entiteiten had meegenomen, die in ons huis waren achtergebleven.
Overal hebben we over nagedacht: Een beeldje of iets anders in de woonkamer staan! Hadden we iets nieuws in de kamer staan!
Maar een andere oorzaak konden we niet vinden.
Doch niet alleen in huis deed de hond vreemd maar ook als we met hem wandelden.|

Nu het verhaal:
Zoals gewoonlijk mogen de meeste honden heel graag spelen, met een flos of een bal, en dat was met onze hond ook altijd zo.
Maar na dat bezoek van die collega veranderde er iets. Als we een speeltje weggooiden, rende de hond tot een bepaald punt, en dat gingen alle remmen los en durfde hij niet verder. Liep dan langzaam met een grote boog om een bepaalde plek in de kamer heen, of probeerde heel voorzichtig met uitgestoken poot, het speeltje naar zich toe te halen. Wij zaten met verbazing te kijken, en dachten, wat is dit nou.
Wat doe je dan het weer proberen, verschillende keren achter elkaar. Maar steeds dezelfde angstige reactie van de hond. We hebben het met andere speeltjes uitgeprobeerd maar steeds hetzelfde. De hond was bang om op een bepaalde plek in de woonkamer te komen. In de keuken en de zithoek deed hij heel normaal. Ik en Diny zeiden al tegen elkaar uit de flauwekul, het lijkt wel of we onzichtbaar bezoek of bezoekers in huis hebben, maar gelukkig hoeven ze niet mee te eten.
Maar de hond begon nog meer vreemde dingen te vertonen. We hebben een vrij lange hal van zo’n meter of zes, en als we de hond gingen uitlaten, moest hij door de hal, maar durfde niet. Hij liep nog wel mee maar dan heel angstig en bijna tegen de muur aan. Zo ver mogelijk van het midden van de hal vandaan.

Buiten deed hij ook vreemd. Als hij naast je liep bleef hij zo ineens plotseling met een schok staan, net alsof hij ergens tegenaan liep. Heel vreemd. Op het weggetje waar we hem altijd uitlieten – dicht bij een spoorbaan – lagen aan de kant in de wei een hele stapel spoorbielzen, die bij het spoor waren weggehaald om het spoor te vernieuwen. Daar ging hij weer vreemd doen. De spoorbielzen lagen links van de weg, en we liepen met de hond ook altijd links, dus ging je er dicht langs. Maar dat vertikte hij. Dichtbij gekomen, ging hij met een grote boog erom heen, tot we er voorbij waren, en dan ging hij wel weer netjes aan die kant lopen.
Hier kunnen we waarschijnlijk wel een verklaring voor geven. Mensen plegen soms zelfmoord op het spoor. Als dat bielzen zijn geweest waarop dat gebeurt is, zou het best zo kunnen zijn, dat er nog dolende geesten, of andere entiteiten aan vast zaten.
Dit is zo gebleven tot de bielzen waren weggehaald, en daarna liep hij weer gewoon op die plaats.
Thuis, heeft dat ongeveer twee weken geduurd en toen was het ineens weer afgelopen.
We weten allemaal, dat een hond meer ziet dan wij mensen, en daar willen we het bij laten.
Henk Diny Roesink.


               EEN VERHAAL OVER MIJN KLEINSTE BROERTJE.
4 jaar was mijn kleine broer toen hij aan mij en m’n moeder vertelde dat Esther(m’n tante) zwanger is en dat de baby zou overlijden. We vroegen hem of dat een droom was, hij antwoordde resoluut NEE, het is echt tot zover zijn woorden dat toelieten.

Ik zei tegen m’n moeder, indien zijn voorspelling uitkomt, herinner deze dag (toeval of helderziendheid?). M’n ma snapt niets van paranormale verschijnselen, dus bleef het slechts in het achterhoofd.

Mijn moeder noch ik wist wat ons te wachten stond. Het bleek achteraf (iets wat wij niet wisten en m’n broer niet kon weten), dat niet Esther - die wij speculeerden - zwanger was maar Esther nr. 2 waar m’n broer resoluut naar verwees. In het begin wou ik het niet geloven: de vriendin van mijn tante Esther nr. 1. Dit kwam als een schok. We kregen te horen, dat ze zwanger was en de baby met een miskraam had verloren.

Toeval?
Ik kan die vraag niet beantwoorden maar ik zie verschillende mogelijkheden.

A. Klein kind +Helderziende voorspelling uit geestenwereld.
B. Toeval.

Dat is het verhaaltje, hopelijk interesseert het u.

Met vriendelijke Groet,
Bryan Angela.

 

 

                   HET VERHAAL OVER EEN MEDEBEWONER.
Wij wonen in een appartementencomplex met een aantal gezinnen. Zoals gewoonlijk heb je met de één een beter contact dan met de ander. Met een echtpaar – die geen buren zijn – hebben wij een hele goede band. Dat is ook gedeeltelijk gekomen omdat ik vaak door hem gevraagd ben om te helpen bij computerproblemen. Andersom is het ook zo, zit je ergens mee, hij staat altijd klaar om te helpen. Geregeld heb ik hem dan ook horen zeggen: Wat is er nou mooier dan een ander mens voort te helpen.  Wij overlopen elkaar zeker niet. Diny gaat wel eens met zijn vrouw winkelen, maar verder kan het ook zo zijn, dat we elkaar in een paar weken niet zien, of alleen op afstand. Zelfs toen Diny een week naar Zwitserland op vakantie is geweest, heb ik me niet bij hun laten zien. Ondanks dat me een paar keer gevraagd was om koffie te komen drinken als ik zin had.

Nu het bijzondere voorval:
Diny is dinsdag 29 september 2009 een dag weggeweest naar Amsterdam. Om ongeveer 12.30 uur, krijg ik een telefoontje van de vrouw van deze mensen, met de vraag of Diny ook thuis was. Helaas was dat niet zo. Ze zei, dat ze Diny wat vragen wou, omdat haar man na het innemen van een bepaald medicijn helemaal onder de bulten en rode vlekken en bulten zat en het heel benauwd had. Daar Diny in de verzorging heeft gewerkt, wou ze Diny om advies vragen, wat te doen. Toen ik haar dus vertelde dat Diny niet thuis was, kreeg ik van haar te horen dat ze dan maar wachtte tot 13.30 uur, want dan was de dokter weer bereikbaar.

Ik heb de telefoon weer opgelegd en na zo’n vijf minuten dacht ik, laat ik toch eens even gaan kijken, wat ik normaal nooit zou hebben gedaan. Hij zat op bed en ik zag direct dat het helemaal met hem niet goed ging en zei tegen zijn vrouw om direct de dokter te bellen. Tussen de middag is die normaal niet bereikbaar, alleen onder speciale gevallen en onder een apart nummer.  Zij heeft dat nummer gebeld en kort daarna kwam de dokter.
Die heeft direct een ambulance laten komen en hij is met spoed naar het ziekenhuis gegaan. Gelukkig kon hij ’s avonds alweer naar huis.
Er is wel tegen hun gezegd, dat het geen half uur later had moeten zijn, want dan was het waarschijnlijk te laat geweest.

Ik denk dat ik gewoon de ingeving van Gene Zijde heb gekregen om te gaan kijken, wat ik normaal niet zou hebben gedaan. Ik bracht haar op het idee om het noodnummer van de huisarts te bellen zodat er nog op tijd ingegrepen kon worden.
Conclusie:
Het was zijn tijd nog niet om te gaan.
Henk Roesink.

                                                                  

                                                      ANEKDOTE.

Mij schoot een hele leuke anekdote te binnen die al zeker zo,n 17 of 18 jaar geleden gebeurd is. Ik las toen al in de boeken van Jozef en was uiteraard diep onder de indruk. Wat ik toen gezien heb is echt waar en zeer zeker geen fantasie. Ik moest die middag even naar Albert Heijn om wat boodschappen te doen.
Mijn oudste zoon Levi was toen 12 of 13 jaar oud en vroeg aan mij of ik voor hem een nieuwe soort cola , Pepsi Max genaamd, mee wilde nemen. Dat was nu ook de aanbieding volgens zijn vrienden. Het was superlekker volgens hun. Nou oké dan, ik dus naar A.H. en op zoek naar die cola. Maar helaas, waar ik ook zocht ik kon het nergens vinden en op het moment dat ik wilde vragen waar dat wonderdrankje stond, zie ik vanuit het plafond een zacht zilverkleurig  koord komen, dat naar beneden gaat en me de weg wijst, en je raad het al, recht boven de Pepsi Max neerkomt.
Ik vond het erg mooi en was zeer dankbaar en erg onder de indruk dat we zelfs met zulke aardse zaken geholpen worden.
Het klinkt misschien ongeloofwaardig, maar ik heb het werkelijk zo gezien.
Clair.

                                                                     

 

                                     DE BOODSCHAP VAN DE ROOS.

                                                                      

Mijn man stond niet afwijzend t.a.v. leven na het lichamelijk sterven, doch wilde zich hierin ook niet verder verdiepen. Hij stond wat sceptisch tegenover mensen die zich hier wel mee bezig hielden, dus ook tegenover de site www.liefdesband.nl

Ongeveer 5 maanden na het overlijden van mijn man, die totaal onverwachts is overleden aan een hartstilstand, begint het verhaal.

Op een doordeweekse dag gingen mijn vriendin en ik Nordic-Walken. Na de wandeling lag er naast mijn fiets (die ik altijd naast een heg, bij een weiland neerzette) in het gras een rode roos. Deze was op z’n uiterste van z’n bloei, fluwelig bordeauxrood, groot, met dauwdruppels: volmaakt. De roos stond rechtop, met een steeltje van plm. 1 cm.

 

Verbaasd als ik was, nam ik de roos in mijn hand en liet hem mijn vriendin zien. Een vreemde plaats om een roos te vinden. Hij lag er niet, toen ik mijn fiets er neer zette. Mij totaal niet bezighoudend dat deze roos een eventuele bestemming had. Mijn vriendin zei nog: “Die is voor jou!” ook zonder bijbedoeling. De roos verdween in m’n fietstas.

 

Al hobbelend over klinkers naar huis gefietst, zet deze in de garage en loop naar de hal. O ja, de roos zit nog in m’n fietstas. Ik haal hem eruit en hij ziet er nog net zo mooi uit, met dauwdruppels en al. Zonder nadenken pak ik een schaaltje, waar ik wat water op laat lopen en ik zet dit met roos bij de foto van m’n man.

 

Vervolgens loop ik naar de computer en open een PPS van mijn vriendin haar man. Mijn overleden man en kinderen hebben niet zoveel met deze PPS. Nu heb ik even rustig de tijd.

Al kijkend en luisterend komt er een tekst voorbij: “Nadat jouw lichaam ophoudt te bestaan, ben je er nog steeds”. De rilling liep over m’n rug en vol emotie dacht ik, dit is Hans, dit komt van hem. Daarna komt er een open rode roos in beeld met in het hart van de roos twee geliefden. Het was alsof ik werd geraakt. Volledig verrast. Hier de roos, hoe is het mogelijk. De verbinding met de gevonden roos.

 

Meteen na deze ervaring bel ik mijn vriendin en ik heb haar mijn vondst verteld met daarbij de verbintenis van Liefdesband.nl en Hans. Dit voelt goed, vol liefde. Zij vertelde, dat haar man haar nooit de PPS laat zien die hij verstuurt. Die morgen had hij haar de PPS laten zien, maar omdat zij een taalfout constateerde, zou hij een andere PPS uitzoeken. Haar man Henk heeft er één uitgekozen en deze verzonden tijdens onze wandeling, zonder haar medeweten.

 

Ze gaf me de raad een foto van de roos te maken, zodat ik er een herinnering aan heb. Op de foto staat de prachtige roos. Er gaat een lichtstraal van de roos door het kristal waar een foto van Hans inzit naar het ingelijste portret van hem. Heel bijzonder!

 

Een geruime maand daarna is het Kerst. De 1e Kerstdag ben ik erg ik beslag genomen door visite enz. Je probeert je best te doen om alles z’n doorgang te laten vinden als toen Hans er nog was, al is het maar voor je kinderen en andere familie. Later kom je tot de ontdekking: Dit kan nooit, het wordt nooit meer zoals het was. Zoals die steen die wordt verlegd in een rivier op aarde.

 

2e Kerstdag (bijna) alleen thuis, de stilte overvalt me. Al zoekend naar een bezigheid heb ik mij toen gestort op het afmaken van de tekening van Hans. Mij realiserend: een ruitjesblouse, hoe krijg ik die nou op papier. Daarmee bezig zijnde krijg ik ineens sterk het gevoel alsof Hans achter mij staat, alsof z’n handen op mijn schouders liggen. De tekening is ineens in een zucht af.

 

Vol emotie denk ik er ineens aan om in de condeleancebox te kijken en er de mooie teksten uit te halen om deze in een boekje te verzamelen. Al bladerend valt mijn oog op een kaart met een roos, half in de knop en tot mijn verbazing de tekst uit de PPS. De verbazing wordt nog groter als ik het kaartje omdraai. Want door de 300 kaarten heb ik geen enkele onthouden, je neemt niets op na zo’n ingrijpende gebeurtenis. Deze kaart heb ik toentertijd ontvangen van mijn vriendin, met wie ik de roos vond. Dit kan geen toeval zijn. Vol verbazing heb ik haar gebeld. Ook zij wist niet meer dat ze die tekst op de kaart had gezet. Ze herinnerde zich later wel dat ze had getwijfeld of ze dat er wel op kon zetten.

 

Ruim een jaar na het overlijden van Hans ben ik naar een mevrouw geweest, die mij eventueel in contact kon brengen met Hans. Deze behoefte had ik sterk. Mogelijk kon ik met deze informatie een aantal dingen een plek geven. De dingen die zij doorkreeg waren erg treffend. Zelfs een schuldgevoel mijnerzijds, hetgeen ik met niemand had gedeeld, haalde zij naar voren. Ook t.a.v. Hans zelf en de kinderen. Bijzonder treffend!

 

Aan het einde van dit gesprek zei ze: “Ik zie een roos! En ik zie een kaartje!”

Verbaasd keek ik haar aan en kon haast niet spreken. Zij keek mij vragend aan. Ik vertelde haar, dat ik tijdens het leven van Hans nog nooit een roos had ontvangen van hem, maar vertelde haar het verhaal van de roos en van het kaartje.

Nou, als dit niet een boodschap is………

P.S.

Mijn naam is bij de houders van deze website bekend.

 



  
                                   EEN BIJNA-DOOD-ERVARING.

Afgelopen nacht was een spirituele nacht voor mij en mijn gesprekspartner per foon.

Ik moest ff naar het toilet en mijn lampje in de badkamer ging niet aan. Plots ging het aan/uit en kreeg een eng gevoel. Ik bel met de persoon in kwestie en zeg wat er loos is. Die persoon die contact maakte was mijn vader. Hij sprak "via de persoon aan de foon" en vertelde enige dingen.
Ik duik bed in en hoor iets. Mijn overleden man Hans staat voor bij mijn bruine kast ( eigendom van Hans ) en maakte een geintje met mij in een keer.

Ik had een bijna - doodervaring die nacht.

Mijn suiker was zo hoog op dat moment.

Plots arriveerden mijn vader en Hans en waakten over mij die tijd dat het niet
lekker ging met mijn suiker.
Toen zag ik plots een Hart ( dubbele rand ) en de kleur was wit. Ik keek erin en zag bloemetjes aan de rand, grassprietjes en een waterval. Later zag ik een schaap staan ( helemaal wit met wol ) grazen op een prachtige plek.
Ik mocht ff via het hart naar de andere kant zien hoe mooi het was en dat ik niet bang hoefde te zijn om daar heen te gaan als het zover is.


Ik hoorde ook een beetje wat mijn taak hier is.

Mijn taak is dat ik mensen moet vrolijk maken die het moeilijk hebben en het nodig hebben.

Ik ben een schakel voor vrienden en vriendinnen in mijn dagelijks leven.

Ook werd er verteld wat mijn angst was Toen werd er gezegd: de ene is niet als de ander.  
"Ik moet verder en gelukkig weer worden" zei Hans. Dikke tranen stroomden over mijn wangen maar dat deerde niet. Ik heb gehuild aan de telefoon en andere dingen kwamen er meteen uit. Op bepaalde vlakken klopt mijn gevoel over dingen en dat werd bevestigd. Zwaar maar tis waarheid en dus soms hard.

Ook werd er gezegd via gevoel dat de "spirits" altijd bij mij zijn. Ik kan ze niet zien maar wel andere dingen en dat deed me echt heel goed lieverd.

 

Ook zeiden pa en hans dat ik weer moet genieten en zei dat ik dat al deed maar dat ik door die angsten die in de weg zaten bang was en dat voelde je gisteren ook aan mij. Maar dat is gebeurd.

 

Plots voelde Ik  de hand van hans en zijn adem en werd aangeraakt door papa en Hans samen.

Ook heb ik beseft dat ik verder moet dat wist ik wel maar had ook zo veel naars meegemaakt.
Ik hoefde niet bang te zijn want de een was niet als de ander en dat ik ene angst moet vergeten ...

 Ik heb letterlijk ff het licht gezien en dat was zo mooi dank voor al mijn vriendschappen in dit Aardse Leven en dank de Spirits voor deze mooie ervaring.

Dit was inmiddels al de 4e bijna dood - ervaring maar nu ozo dichtbij.
 

Een nieuwe morgen een nieuw begin, een nieuwe start het licht ff gezien.
Hoe schoon de natuur daar is geen vrees, geen pijn het was mooi om ff dat te mogen zijn.
Even geen pijn, ff geen verdriet ik ben blij dat ik dat goed inzie(t).
Nieuwe dingen beseft, om verder te moeten leven, niet meer mokken en dingen
loslaten, hoe moeilijk het is.
Voelen dat je nooit alleen bent, maar dat de spirits veel met je aanwezig zijn.
Ook al zie je ze niet, je voelt ze wel.
Inzien dat mijn vrienden ook mijn echte vrienden zijn en dat ze het goed met mij menen en daar ben ik iedereen dankbaar voor die mij ook in het echies kent.

Ik heb geluk gehad en veel gevoeld en geleerd vannacht.
Ik had dat nooit meer gedacht, men wordt letterlijk gesteund door de spirits.
Men wordt letterlijk aangeraakt door hen dat is mooi om dat te hebben mogen ervaren.
Ook inzien dat je niet alleen bent, al voelt het soms zo wel als je diep zit maar dan zijn er echte vrienden die je helpen, via de Aarde en ander andere kant.
Ik ben ff daar geweest, via een Hart mogen ervaren hoe het er is'.
De reden kan ik niet geven waardoor maar het is iets wat ik best eens mis.
Angst voor het andere en dan toch ben je spiritueel, maar als je heel ver weg bent, mag je het ff anders beleven en dan weer gauw terug naar de aarde waar mensen mij nodig hebben.
Ik ben weer geland met een ander gevoel, dank dat ik dit mocht meemaken vannacht en inzien dat ik hier nog hard nodig ben voor mijn echte vrienden.

Annette.

 

 

                                VOOR MIJ HEEL BIJZONDER!!!!!!!
Ik weet niet hoe belangrijk het is ik weet ook niet de betekenis er van maar ik wil het wel met jullie delen.

Ik ben Jannie en kom uit een gezin van 10 nog levende kinderen.

Waar van 2 stiefkinderen (een jongen en een meisje.

Mijn vader was schipper en kolenboer en had met zijn broer een eigen bedrijf.

Hij trouwde met een vrouw met twee kinderen na de oorlog.

Deze kinderen verbleven bij hun Oma en er werd ook een vergoeding voor gegeven.

Deze twee mensen trouwden in 1948 en al snel werd daar een meisje geboren.

Daarna kwamen er nog drie meisjes waarvan het jongste kind sterft aan hersenvliesontsteking.

Wat er toen met deze mensen gebeurde daar is weinig over bekent.

Maar op dat moment is mijn vader zich heel erg gaan verdiepen in de boeken van Jozef Rulof.

Ik weet uit verhalen dat hij ook naar lezingen ging in Den Haag.

Daarna kom ik en nog 4 levende andere kinderen allemaal meisjes en twee zoons.

Mijn moeder is een vrij harde vrouw (waarschijnlijk ook wel zo geworden door het leven.

Want het is een hard leven haar zorg voor de kinderen en de man vaart veel.

De vrouw is erg ziekelijk en kan de kinderen eigenlijk niet aan.

En dan een kind dat vernoemd is naar het meisje gestorven is aan hersenvliesontsteking, dat is niet gemakkelijk.

De moeder kan er niet veel mee maar de vader geeft het meisje veel liefde.

Dat schept een band.

De jeugd is niet gemakkelijk opgroeien in de jaren 50 en puberen  in de jaren 60.

Maar goed zijn dochter trouwt jong en de vader wordt opa wat is die man gelukkig.

Ook de moeder is onder de indruk van haar kleinkind.

Het lot wil dat deze vader sterft op de leeftijd van 54 jaar, een schok voor het gezin maar vooral ook voor de moeder.

Het gezin is totaal ontregeld en het is nooit meer wat het was en dat wordt het ook niet meer.

De vader heeft al weken gezegd dat hij geen 55 jaar wordt en hij sterft 2 dagen voor zijn verjaardag .

Deze vader is zo veranderd toen hij Jozef Rulof  in zijn leven kwam.

Werd rustig aanvaarde het leven zo als het kwam, biedt overal een helpende hand en heeft begrip voor zijn medemens.

Al met al een bijzonder mens geliefd door velen dat blijkt ook maar weer op zijn  begrafenis.

Al met al kan ik de dochter het vernoemde meisje dat voor haar geboorte doodt ging en ook Jannie heette  haar vader niet los laten.

Dat verdriet is er jaren en jaren het gaat gewoon niet over ook niet als haar moeder na jaren ook sterft.

De dood van de moeder is ook pijnlijk maar krijgt wel een plek.

Maar na al die jaren de vader nog steeds niet en waarom ze het niet los kan laten (het verdriet het missen van haar maatje.

Tot dat in 2008 aan het eind van het jaar de dochter een droom krijgt.

Waarin haar vader terug komt om haar zijn dochter gedag te zeggen meer niet geen hand geen kus alleen gedag.

Daarna is het beter met mijn gegaan en heb ik na al die jaren vrede met zijn dood nu is het goed.

 

Nou dit is het verhaal dat ik met jullie wilde delen.

Dus bij deze wil ik jullie oproep op de site van jullie beantwoorden .

Misschien kan je er iets mee misschien ook niet maar dan toch is het heel bijzonder.

En dank zij mijn vader ben ik ook de boeken van Jozef Rulof gaan lezen.

Daardoor ben ik ook op Jullie site terecht gekomen en het doet mij elke week goed om jullie week bericht te mogen ontvangen .

Met vriendelijke groet:
Jannie Kuik.

 

 

 

                            EEN WONDERBAARLIJK MOMENT.
Op 31 maart 2010 is mijn zuster plotseling overleden.
U weet allen wel hoe dat de eerste dagen daarna gaat, er spelen allerlei gedachten door je hoofd. Ik moest nog een paar gedichten maken voor de begrafenisdienst maken en daar was ik druk mee bezig. Dit het tot gevolg, dat ik een paar nachten slecht heb geslapen.
Wat doe je dan vaak, je gaat het bed maar weer uit om iets te drinken of op een andere manier wat afleiding te zoeken. Zo verging het mij dus. Ik ging uit bed, heb een flinke borrel gepakt en een sigaretje aangestoken.
 

Ik wil ook nog even vermelden, dat ik vaak – als ik bij haar op bezoek kwam -- -praatte over de boeken van Jozef Rulof. Zij was vooral geïnteresseerd in het leven na de dood.
Er branden in het donker in de woonkamer nog een paar kaarsjes verder was het helemaal donker. Toe ik mijn sigaret uitdrukte bleef er een gloeiend topje van de sigaret in de asbak liggen, wat meestal snel dooft. Na ongeveer 10 seconden hoor ik opeens een lichte tik, net het geluid van een aansteker. De asbak stond ongeveer een halve meter van me vandaan. Op hetzelfde moment voelde ik het heel warm worden op mijn pyjamabroek. Het vuurbolletje lag daar te gloeien. Mijn pyjamabroek is van bijna 90% polyester, dus u kunt wel nagaan wat er dan gebeurt, want polyester smelt zo weg. Ik heb het van me af gegooid het kwam op een wollen vloerkleed terecht, waar ik het ook weer snel heb afgegooid en daarna op het laminaat heb uitgetrapt.
 

Meteen daarna heb ik hardop gezegd: “Lieve zus van mij ik weet wel dat je nog leeft en van zulke grappen ben ik niet gediend”. Misschien heeft ze mij op deze manier ook wel kenbaar willen maken, dat ik gelijk had over Jozef Rulof.
De volgende dag hebben we het vloerkleed en de pyjama grondig nagekeken, maar er was helemaal niets te zien.
Dat was mijn wonderbaarlijk moment.
Henk Roesink.

                                          


                                               
                                                      
HALLO HENK & DINY.
Al mijn moed bij elkaar geraapt, om mijn verhaal te vertellen. Niet dat het zo spectaculair is, maar het heeft voor mij veel waarde.

Het begint jaren geleden , ik zal een jaar of 8 geweest zijn ...Zit in klas 4 van de lagere school.
Op een ochtend, zijn we met de klas in het bos, waar we in de zomermaanden het gym. uurtje doorbrengen.
Deze keer geen geen slagbal of vossenroof, maar in een grote zandkuil mogen we een mens uitbeelden met wat er voorhanden is.
Ik weet nog goed wat ik toen maakte: een heks met een rozenbottel op de neus, en ging zo op in het kneden en vormen dat besef van tijd en plaats er niet meer was.
Opeens was het tijd om terug naar school te gaan, en ik weet nog dat ik me moeilijk kon losmaken van mijn heks.
Ik weet niet meer hoeveel kinderen er nog aanwezig waren in de kuil, toen ik daar vier mannen zag, zij zaten op de rand van de kuil, en waren in zwarte pakken gekleed, met een hoge zwarte hoed op.
Zij spraken niet maar keken enkel naar mij. Het vreemde is dat ik het helemaal niet eng vond, net of het zo hoorde.
Wat ik wel vreemd vond dat de andere kinderen en de meester het niet zagen, en mij vreemd aankeken toen ik vertelde wat ik had gezien.
Meester vond dat ik een te grote fantasie had en moest hier verder maar over zwijgen.
Drie weken later.................kom ik op school op een ochtend, en het meisje wat altijd naast mij in de bank zat was er niet.
Meester vertelt dat haar vader in de vroege ochtend overleden is, en dat zij deze dag niet naar school komt.

Tot bijna twee jaar geleden niet meer aan dit voorval gedacht....
Tot ik op een nacht wakker wordt en klokken hoor luiden, een beetje geïrriteerd draai ik me om en wil verder slapen, ben half in slaap en hoor de klokken weer.
Nu ben ik klaar wakker, loop naar beneden, drink wat en weer hoor ik nu klokken. Zit nog even op de bank om een manier te bedenken om het niet meer te horen, en langzaam verstomd het.
Weer in slaap gevallen tot de wekker afging.
Beneden gekomen staat het mij nog helder voor de geest, wat ik tot 3 keer toe gehoord heb en ik weet niet waarom ik uitgerekend mijn schoonzus bel en haar vertel wat ik die nacht ervaren had.
Zij had een gewillig oor, maar kon er verder niets mee.
Drie weken later...................in de ochtend belt mijn broer mij met de mededeling dat de vader van mijn schoonzus(zijn vrouw) vroeg in deze ochtend overleden is.

Dat is het moment dat ik weer denk aan het voorval uit mijn kinderjaren, en bedenk dat het niet anders kan, dat het boodschappen van gene zijde zijn geweest.
Wat ik nog wel vermelden wil is dat  ongeveer 2 jaar geleden er iemand op mijn pad kwam, die mij een bijzonder boek liet lezen......,”Een blik in het Hiernamaals,”.
Verslonden heb ik dat boek, en daarna zelf boeken van Jozef Rulof aangeschaft, en ook gelezen. Sommige boeken intussen meerdere keren. Wat ook heel fijn was dat ik over al deze dingen die ik las met deze persoon kon praten.
Hierdoor is er een heel waardevolle vriendschap ontstaan, en alhoewel ik hem niet meer zie, voel ik toch een verbondenheid.
Een liefdevolle groet aan een ieder die dit leest.

                                                       VISIOEN.
Het visioen, droom, beelden, aan iedereen vrij om het te benoemen, zoals hij/zij het zelf wil, was op dinsdag 19 januari 2010 om 01.23 uur, want toen werd ik wakker.
Ik zag heel duidelijk de wereld/wereldbol, net alsof je van zo’n 10 kilometer hoogte ernaar kijkt.
Er werd gezegd ‘september 2008’ zal zich ‘spoedig’ herhalen, dus met het faillissement van de bank Lehman Brothers, alleen in een gigantische omvang. De aarde werd als het ware opgepompt als een fietsband en klapte uit elkaar.
Ik zag vaag de beurs Wall Street in New York en zag en hoorde héél duidelijk de ontzagwekkende ‘paniek’, geschreeuw en vreselijk angstige gezichten van de mensen. Mijn gevoel was duidelijk, dat dit iets was dat zich afspeelde op wereldschaal. Daarna werd ik met schrik wakker en het was 1.23 uur in de nacht. Dus voor de duidelijkheid: ‘een spoedige herhaling’ van september 2008; er werd niet bij gezegd/verteld exact wanneer, dus jaar, maand, dag.
Het had op mij een héél grote ,impact’!
Herman Wissink.


                                  
BLOEMEN OP MIJN VERJAARDAG.

De dag van mijn 62e verjaardag fietste ik naar de stad om boodschappen te halen. Er lag een mooie groene hortensiabloem op straat. Ik dacht als hij voor mij bestemd is, ligt hij er op de terugweg ook nog wel.
Nadat ik gewinkeld had en de fietstas had ingepakt, draaide ik me om. Er lag een afgeknapte roos in de knop achter mij. Ik dacht meteen aan het wonderlijke verhaal van de roos, dat ik samen met mijn vriendin beleefde.
De hortensia lag er ook nog en zo was mijn pad op mijn verjaardag “bezaaid” met bloemen.
Mijn vriendin kwam op visite en overhandigde mij een bloemstukje van groene hortensia’s. Toen ik haar het bovenstaande verhaal vertelde, zei ze tegen mij, dat er bij haar thuis buiten een hortensiabloem was afgevallen, die ze er met wat moeite weer ingestopt had. Haar overleden man kende weinig bloemen, maar de hortensia was er één van.
Voor ons beiden was het een klein vervolg op de roos en heel bijzonder.
Diny Roesink.

                                                    CREMATIE.
Mevr. B. Vink uit Capelle a.d. Ijssel schrijft:
Als mensen je vragen waarom je tegen crematie bent, dan kun je niet altijd beginnen over een ziel. Dat begrijpen ze niet. Als je dood bent ben je dood en dan voel je toch niets, zeggen ze meestal. Je kunt dan wel zeggen dat je het onnatuurlijk en fabrieksmatig vindt.
Dat is een goed ander argument.
Ik loop stage in een instelling voor verstandelijk en lichamelijk gehandicapten.

Eén van deze gehandicapten heeft het steeds maar weer over crematie. Hij zegt dat hij in zijn vorig leven is gecremeerd en dat dit grote gevolgen voor hem heeft gehad. Hij vertelt aan iedereen dat je nadat het lichaam gestorven is het lichaam drie dagen moet laten rusten en dan het beste kunt begraven.
 

De crematie zit hem duidelijk heel erg dwars en daarom heeft hij het er ook vaak over. Het is een bijzondere jongen die veel vertelt. Sommige mensen weten daar niet echt raad mee en zeggen dan dat ze hem niet meer kunnen volgen en dat hij er over op moet houden.

Ik werk niet met hem, maar hij komt wel eens ’s morgens bij mij op de groep koffie drinken. Vaak heeft hij het dan meteen over één van zijn vorige levens of over crematie. Hij zegt nu ook dat hij bepaalde stappen moet gaan nemen en dat die erg moeilijk voor hem zijn. Ook vertelt hij dat hij in één van zijn vorige levens ook gehandicapt is geweest, maar dat dit toen door een ongeluk is gekomen en dat hij nu gehandicapt geboren is.
Ik hoop dat dit één van de bewijzen mag zijn dat crematie echt niet goed is.
Mevr. B Vink.

                ‘CONTACTEN MET EEN OVERLEDEN GELIEFDE”.

Voordien geloofde ik eigenlijk nergens in, laat staan in contacten met overledenen. Het leek me eerder onbegrijpelijke nieuwsgierigheid dan interessant.

Na het overlijden van mijn vrouw overkwam het me echter ongevraagd en sindsdien maakt het deel uit van mijn dagelijks leven.

Ik hoor haar stem, ze stuurt mijn pen die in haar niet te imiteren handschrift schrijft, en ze leidt zelfs mijn handen op het toetsenbord van de computer…

 

Het begon ’s avonds laat op de dag van haar crematie. Na zo’n dag ben je er ellendig aan toe.

Ik was meer dan volledig uitgeput na al die treurigheid. Mijn leven leek volledig uitzichtloos te zijn geworden en ik kon ’s avonds laat met geen mogelijkheid in slaap komen.

Op een gegeven moment zag ik een zuil van licht in de slaapkamer staan die ik toeschreef aan invallend maanlicht. Wij lieten namelijk altijd één overgordijn op een kier van zo’n 20 cm open zodat je, wanneer je ’s nachts wakker werd, niet volledig gedesoriënteerd bent.


Die lichtzuil nam geleidelijk aan in helderheid toe en op een gegeven moment signaleerde ik dat er zich kleine zilverkleurige deeltjes door leken te bewegen.

Mijn hoofd draaide naar de raamkant en toen begreep ik er helemaal niets meer van want ik was in mijn vermoeidheid vergeten om het gordijn een stuk open te laten. Er was dus helemaal geen sprake van invallend maanlicht.

Het heeft een paar dagen geduurd eer ik bereid was om de gedachte toe te laten dat het weleens een teken van mijn vrouw kon zijn. Daarna hoorde en herkende ik haar stem die zei: “Waar zou ik anders zijn dan bij mijn man en kinderen?”

Sindsdien is zij, hoe dan ook, bij mij en ervaar ik haar aanwezigheid dagelijks.

 

In het begin was het natuurlijk onbegrijpelijk en werd ik soms wat kregel van mezelf. Het paste eigenlijk niet in mijn gedachtewereld. Het is echt niet niks wanneer iets dat je altijd als ‘dat bestaat niet’ hebt afgedaan, je leven op zijn kop zet. Die twijfel heeft, denk ik, maanden geduurd tot ik er uiteindelijk niet meer omheen kon, want er gebeurde nogal wat.

Ik heb tot ongeveer mijn zeventigste jaar gewerkt. Ik was toen nog volop actief met een kleine groothandel in een drogisterijproduct. Een keer, toen ik een zakelijke afspraak noteerde, tekende mijn pen daar uit zichzelf iets bij. Hij tekende een vlinder die geleidelijk aan een vlinderdasje werd. Die afspraak was pas tien dagen later en mijn gesprekspartner droeg zo’n vlinderdasje.

Dat kon je vroeger tegenkomen in kunstkringen, bij een boekhandelaar of journalist maar bij zakenmensen heb ik dat nooit eerder gezien. Ja toch, één keer, maar dat was een oud-journalist die in zaken was gegaan.

 

Tja… het werd door mijn hand getekend, maar niet door mij.

Ik heb ook maandenlang in een eenvoudige code de naam van een toekomstige vriendin geschreven.

Ik heb zelfs op de automatische piloot een autorit naar Rotterdam gemaakt waarbij mijn hand als geconditioneerd de richtingaanwijzer bediende. Ik eindigde hartje stad in een damesmodezaak. Dat was begin september 1994 en ik werd er geleid naar een winterjack voor mijn dochter die kort daarop jarig werd.

Ik wist met de beste wil van de wereld haar maat niet maar mijn hand werd overduidelijk gemanipuleerd naar een bepaalde maat en kleur. Ik heb het gekocht en mijn dochter was er dolgelukkig mee. Het paste perfect en het stond haar geweldig.

 

Op een gegeven moment ben ik de wonderlijkste ervaringen in een paar sleutelwoorden op de achterkant van een bankenvelop gaan noteren en toen die vol was, begreep ik dat er een boekje in zat.

De schrijfmap bevat overigens weer een bankenvelop met wat notities.

Ik heb zonder opsmuk genoteerd wat mij is overkomen. Er zitten ongeloofwaardige zaken tussen maar ik heb daar geen moeite meer mee. Wel gehad, en dan gebeurde er steevast iets dat nog veel ongelofelijker was.

Ik maak iedere morgen het cryptogram in mijn dagblad en heb één keer de oplossing van de eerste opgave daags ervoor al genoteerd. Ik moest dat toen in mijn agenda schrijven. Er is dus, en dat is helemaal ongelofelijk, vóórkennis.

 

Ik heb onder andere als public relations man nogal wat geschreven en ik vond het bijna feestelijk om weer dingen aan het papier toe te vertrouwen. Mijn vrouw zei toen “Je bent jezelf aan het herontdekken. Fijn voor je. Schrijf dat voor morgen maar in je agenda: herontdekken”. En ik deed het nog ook. Daags erna luidde de eerste opgave van het cryptogram ‘Opnieuw de sprei van het bed halen’. Herontdekken dus… Exact wat in mijn agenda stond.

Het heeft de betweter in mij het zwijgen opgelegd en ik ben meer in verwondering komen te leven. Het lijkt een wending ten goede.

Ik draag overigens geen boodschap uit. Hooguit dat er meer, veel meer is tussen hemel en aarde. Ik denk dat het iedereen kan overkomen. Ik heb het niet gezocht, het zocht mij, en in mijn hart ben ik daar toch wel dankbaar voor.

Verder heeft de wereld van het paranormale niet zozeer mijn belangstelling. Er zit nogal wat kaf onder het koren en het reikt dikwijls niet verder dan een wat wonderlijke vorm van amusement. En centjes verdienen natuurlijk… Ik houd me maar bij wat mijn realiteit is geworden.


Ik heb weleens gedacht aan een spiritueel wezen van het heelal achter alles, een bron. Heelal vind ik trouwens een bijzonder woord.

Maar wie ben ík? Echt begrijpen doe ik in deze richting helemaal niets.

Heel gezond, dat we de vrijheid hebben om te geloven in wat ons goeddunkt.  

Ik waak er voor om mezelf te verbijzonderen omdat ik spirituele ervaringen heb. Ik heb daar nooit in geloofd maar ze blijken te bestaan en ik heb dan ook geen moeite meer met de gedachte dat het leven weleens niet met de dood zou kunnen eindigen.

Ik heb er geen enkele voorstelling van en ik ben er ook niet echt nieuwsgierig naar.

Misschien leren we na de dood de waarheid kennen.

Ik ben 75 en leef in mijn hier en nu, en graag. Ik heb twee fijne kinderen en vijf kleinkinderen die het best leuk vinden om een opa te hebben, vooral als hij iets lekkers meebrengt.

Edzer Tuik.

                                       BIJZONDERE GEBEURTENIS.
Nu wil ik graag nog een, voor mij wonderlijke gebeurtenis, vertellen.
Toen mijn moeder in 1992 overleed, was mijn oudste dochter 11/2 jaar, en ik was erg verdrietig, dat zij haar oma nooit zou leren kennen.
Omdat wij na de geboorte van onze dochter geen kinderen meer konden krijgen, besloten wij  een kindje te adopteren.
Na een lange en moeilijke procedure mochten wij in  november 1999  onze dochter Julia in China gaan ophalen! Wat een vreugde was dat! Jula was 2 jaar en 9 maanden oud, toen ze bij ons kwam.
In die tijd vond ik het ook weer heel erg jammer, dat mijn moeder niet meer deel kon nemen aan de levens van mijn beide dochters.
Op zekere dag, Julia was toen ruim 3 jaar oud,  stond ze tijdens het spelen plotseling op, ging naar de foto van mijn moeder, die in de woonkamer staat, en vroeg:"mama, wie is dat????"

Ik zei: "dat is mijn mama, en jouw oma, die in de hemel is".
"Oh", zei Julia, "dat weet ik allang hoor, die is weleens in mijn kamertje".!!!!! En vervolgens ging ze weer door met spelen!
Voor mij was dit een groot geluk, en tevens een bewijs, hoe mijn moeder verbonden was met de levens van mijn kinderen.!
Julia heeft dit toen ze 4- en 5 jaar oud was nog tweemaal gevraagd en iedere keer was het weer: Oh, dat weet ik hoor, die komt vaak in mijn kamertje!  
 Na haar 6de jaar heeft ze dit nooit meer gevraagd en gezegd!
Onlangs heb ik haar hiernaar gevraagd, of ze dat nog wist! Maar ze kon zich er niets van herinneren.
Voor mij was dit een prachtige ervaring, die ik graag wil delen.
Groeten van José Algra.

                                                              EGYPTE.
Zo'n 11 jaar geleden zijn mijn man en ik op vakantie naar Egypte geweest.
Het is nog altijd mijn mooiste vakantie, ondanks de commerciële kant waarvan het land grotendeels leeft, het toerisme.
De ervaring die ik in de Pyramide van Gizeh heb beleefd staat in mijn geheugen gegrift.
Vol verwachting gingen wij de trappen binnen op naar een Tombe die zich in een ruimte bevond waar we uitkwamen.
Halverwege de trappen werd ik helemaal niet goed, (achteraf hyperventilatie) werd plotseling heel licht in het hoofd en duizelig.
Wat was ik blij dat we ook halverwege even, ver boven ons, de blauwe lucht zagen.
Eenmaal boven was alles weer goed. Wat je dan voelt is met geen pen te beschrijven, zo bijzonder!
Na deze ervaring heb ik claustrofobie overgehouden, minder leuk.
Het is verder niet te verklaren en dat hoeft ook niet.
Het idee dat er zulke Grote Geesten daar aan het werk geweest zijn, eeuwen geleden, heeft mij echt geroerd.
En nu wat we op de t.v. zien aan emoties van die mensen daar, onwetenden die elkaar en het stuk geschiedenis wat het land rijk is, gewoon willen vernietigen om de macht van 1 man!
Karma van het land?
A.G.

                                                  Wonderlijke uitspraak.
De dochter van een vriendin van ons is aan het spelen met onze kleinzoon Sem van 4 jaar. Plots zegt ze tegen haar moeder: Ik kende Sem al, toen hij nog geen Sem heette! Zij is een half jaar eerder geboren dan onze kleinzoon Sem en ook nog in een ander gedeelte van de stad en in het eerste jaar van haar leven nooit van Sem gehoord of gezien. Haar moeder heeft nog wel proberen door te vragen, maar kreeg daar verder geen antwoord op.
Henk Roesink.
 

                                         Een meisje met een appel.
(Dit is een waar gebeurd verhaal en je kunt meer informatie vinden door te Googlen op Herman Rosenblat.
Hij werd Bar Mitzvah op de leeftijd van 75)
Augustus 1942. Piotrków, Polen.
Die ochtend was de lucht dreigend toen we angstig stonden te wachten.
Alle mannen, vrouwen en kinderen van het Joodse getto in Piotrków waren op een plein bij elkaar gedreven.
We hadden gehoord dat we verplaatst zouden worden. Mijn vader was pas onlangs overleden aan tyfus, die zich snel verspreid had in het overvolle getto. Mijn grootste angst was dat onze familie zou worden gescheiden.
'Wat je ook doet,' fluisterde Isidore, mijn oudste broer, ‘vertel ze niet hoe oud je bent. Zeg dat je zestien bent.’

Ik was lang voor een jongen van 11, dus ik kon het proberen. Op die manier was ik misschien wel waardevol om te werken.
Een SS-er kwam naar me toe, zijn laarzen klikten tegen de kasseien.
Hij bekeek me van top tot teen en vroeg toen naar mijn leeftijd.
'Zestien,' zei ik. Hij stuurde mij naar links, waar mijn drie broers al stonden met andere gezonde jonge mannen.
Mijn moeder kreeg een gebaar om naar rechts te gaan bij andere vrouwen, kinderen, zieken en ouderen.
Ik fluisterde Isidore, 'Waarom?'
Hij gaf geen antwoord.

Ik rende naar de andere kant, naar Mama en zei dat ik bij haar wilde blijven.
'Nee,' zei ze streng. 'Ga weg. Wees niet vervelend. Ga met je broers mee.’
Ze had voor die tijd nog nooit zo hard gesproken. Maar ik begreep het: ze wilde mij beschermen. Ze hield zo veel van mij, dat ze, alleen deze keer, deed alsof het niet zo was. Het was het laatste wat ik van haar gezien heb…
Mijn broers en ik werden vervoerd in een veewagen naar Duitsland ..
Een nacht later kwamen we aan bij het concentratiekamp Buchenwald en we werden in een overvolle barak gebracht. De volgende dag werden er uniformen en identificatienummers uitgegeven.
Noem me geen Herman meer,' zei ik tegen mijn broers. Ik ben nu 94983.'
Ik werd te werk gesteld in het crematorium van het kamp. Ik moest de doden opladen in een met de hand bediende lift. Ik voelde mijzelf ook dood. Ik werd hard, ik was een nummer.

Spoedig daarna werden mijn broers en ik overgebracht naar Schlieben, een kamp dat hoorde onder  Buchenwald in de buurt van Berlijn ..
Op een ochtend leek het of ik de stem van mijn moeder hoorde.
'Zoon,' zei ze zacht maar duidelijk, ‘ik zal je een engel sturen. '
Toen werd ik wakker.. Het was net een droom. Een mooie droom.
Maar in deze plaats konden er geen engelen zijn. Er was alleen werk. En honger. En angst.
Een paar dagen later liep ik rond in het kamp, om de barakken heen, vlakbij het hek van prikkeldraad waar de bewakers je niet gemakkelijk konden zien. Ik was alleen.

Aan de andere kant van het hek zag ik iemand: een klein meisje met helblonde, bijna lichtgevende krullen. Ze stond half verborgen achter een berk.
Ik keek rond om er zeker van te zijn dat niemand me zag. Ik riep haar zachtjes in het Duits. 'Heb je iets te eten?' Ze begreep het niet.
Ik schoof dichter naar het hek toe en herhaalde de vraag in het Pools.
Ze stapte naar voren. Ik was dun en mager, met lappen om mijn voeten gewikkeld, maar het meisje leek er niet bang voor te zijn. In haar ogen zag ik het leven.
Ze trok een appel uit haar wollen jasje en gooide hem over het hek.
Ik greep de vrucht en toen ik begon weg te lopen, hoorde ik haar zachtjes zeggen:
'Ik zie je morgen weer.'

Iedere dag op hetzelfde tijdstip keerde ik terug naar dezelfde plek bij het hek.
Ze was er altijd met iets voor mij om te eten - een homp brood of, beter nog, een appel.
We durfden niet te spreken of te blijven hangen. Gesnapt worden zou voor ons beiden de dood betekenen.
Ik wist niets over haar, dat soort boerenmeisje, behalve dat ze Pools verstond. Hoe heette ze? Waarom riskeerde ze haar leven voor mij?
Hoop was een beetje steun en dit meisje aan de andere kant van het hek gaf me die, door mij brood en appels te eten te geven.
Bijna zeven maanden later werden mijn broers en ik in een kolenwagon gepropt en vervoerd naar Theresienstadt, een kamp in Tsjecho-Slowakije.
‘Kom niet meer terug,' zei ik tegen het meisje die dag. ‘We gaan hier weg. '
Ik draaide me om naar de barakken en keek niet achterom. Ik heb niet eens afscheid genomen van het kleine meisje, van wie ik de naam niet wist, het meisje met de appels.

Drie maanden lang waren we in Theresienstadt. De oorlog liep op het eind en de Geallieerde troepen waren dichtbij, maar mijn lot leek bezegeld.
Op 10 mei 1945 stond ik op de lijst om te sterven in de gaskamer om 10.00 uur.
In de rust van de dageraad probeerde ik me erop voor te bereiden. Zo vaak scheen de dood klaar om me op te eisen, maar op de een of andere had ik het steeds overleefd. Nu was alles voorbij.
Ik dacht aan mijn ouders. Tenminste, ik dacht, dat we weer verenigd zouden worden.

Maar om 8 uur ‘s ochtends was er grote opschudding. Ik hoorde geschreeuw en zag mensen naar alle kanten door het kamp rennen. Ik werd met mijn broers opgevangen door Russische troepen die het kamp hadden bevrijd! De poort zwaaide open. Iedereen rende weg, ik ook. Verbazingwekkend, al mijn broers hadden het overleefd - ik weet niet hoe. Maar ik wist zeker dat het meisje met de appels de sleutel was voor
mijn overleving.
Op een plek waar het kwaad leek te overwinnen, had de goedheid van die ene persoon mijn leven gered, had mij hoop gegeven op een plaats waar die niet was.
Mijn moeder had mij een engel beloofd en de engel was gekomen.

Uiteindelijk kwam ik terecht in Engeland, waar ik werd geholpen door een Joods liefdadigheidsfonds. In een herstellingsoord knapte ik op, samen met andere jongens die de Holocaust hadden overleefd en ik kreeg een opleiding in de elektronica.
Daarna ging ik naar Amerika, waar mijn broer Sam ook al was. Ik nam dienst in het Amerikaanse leger tijdens de Korea-Oorlog en keerde twee jaar later terug naar New York City.
Omstreeks  augustus 1957 opende ik mijn eigen bedrijf voor reparatie van elektrische apparaten. Ik begon weer een toekomst op te bouwen.
Op een dag kreeg ik een telefoontje van mijn vriend Sid die ik in Engeland had leren kennen.
'Ik heb een afspraakje met een meisje. Ze heeft een Poolse vriendin. Zullen we samen gaan? '
Een ‘blind date’? Nee, dat was niets voor mij.
Maar Sid bleef aandringen en een paar dagen later gingen we naar de Bronx om zijn afspraak op te halen en haar vriendin Roma.

Ik moest toegeven, voor een ‘blind date’ was dit niet slecht. Roma was verpleegster in een ziekenhuis in de Bronx. Ze was aardig en bijdehand. Ook mooi, met zwierige bruine krullen en groene, amandelvormige ogen die levenslustig schitterden.
Met ons vieren reden we naar Coney Island. Roma was prettig om mee te praten en prettig gezelschap.
Het bleek dat zij ook op haar hoede was voor een afspraak met iemand die ze niet kende!
We deden dit beiden voor het plezier van onze vrienden.
We maakten een wandeling over de promenade, genoten van de zilte zeebries, en vervolgens hebben we gegeten aan de kust. Ik kon me geen betere tijd herinneren.
We persten ons weer in de auto van Sid. Roma en ik zaten samen op de achterbank.

Als Europese joden die de oorlog overleefd hadden, waren we ons ervan bewust dat veel nog niet gezegd was tussen ons. Zij sneed het onderwerp aan.
'Waar was jij,’ vroeg ze zacht, ‘ tijdens de oorlog?'
‘In de kampen,' zei ik. De verschrikkelijke herinneringen waren nog steeds levendig, het verlies onherstelbaar.
Ik had geprobeerd om het te vergeten. Maar je kunt dit nooit vergeten.
Ze knikte. 'Mijn familie was ondergedoken op een boerderij in Duitsland, niet ver van Berlijn, ' vertelde ze me. "Mijn vader kende een priester, en hij heeft ons papieren gegeven dat we niet-joods waren.. '
Ik stelde me voor hoe ze ook moest hebben geleden, met angst, de vaste metgezel.
En toch hier hadden we het beiden overleefd en waren we hier in een nieuwe wereld.
|

'Er was een kamp naast de boerderij,' ging Roma verder. 'Ik zag daar een jongen  en ik gooide elke dag appels naar hem. '
Wat een verbazingwekkend toeval,  dat zij een andere jongen had geholpen.
‘Hoe zag hij eruit?’ vroeg ik.
'Hij was lang, mager en had honger. Ik moet hem zes maand lang elke dag hebben gezien. '
Mijn hart ging tekeer. Ik kon het niet geloven. Dit kon niet waar zijn.
'Heeft hij je op een dag verteld dat je niet terug moest komen, omdat hij zou vertrekken Schlieben?' Roma keek me verbaasd aan. 'Ja!'
'Dat was ik!'
Ik zou haast barsten van blijdschap en ontzag, overspoeld door emoties.
Ik kon het niet geloven! Mijn engel!

'Ik laat je niet meer gaan.' zei ik tegen Roma. En achterin de auto
van die ‘blind date’ vroeg ik haar ten huwelijk. Ik wilde niet langer wachten.
'Je bent gek!' zei ze. Maar ze nodigde me wel uit om haar ouders te ontmoeten voor het Shabbatsdiner van de volgende week.
Ik verlangde ernaar om Roma nog veel beter te leren kennen, maar de belangrijkste dingen wist ik al: haar standvastigheid, haar goedheid. Gedurende vele maanden was ze in de slechtste omstandigheden naar de omheining gekomen en had mij hoop gegeven.
Nu had ik haar weer had gevonden en ik zou haar nooit meer laten gaan.
Die dag zei ze ja. En ik hield mijn woord. Na een huwelijk van bijna 50 jaar,
met twee kinderen en drie kleinkinderen, heb ik haar nooit laten gaan.
Herman Rosenblat van Miami Beach, Florida.