DE WETTEN SPREKEN IS VERLENGING VAN LEVEN MOGELIJK?
De normale levensduur van de mens in het huidige stadium van zijn ontwikkeling heeft als wetenschappelijke grens 125 tot 150 jaren. Er bestaat echter geen reden om aan te nemen, dat deze grens niet zou kunnen worden overschreden.
Aldus schreef de Russische geleerde, Prof Dr. A. A. Bogomolets, directeur van het Instituut voor Experimentele Biologie en Pathologie en winnaar van de Stalinprijs Eerste Klasse, in zijn opmerkelijke boek "De Verlenging van het Leven.
Professor Bogomolets vond tijdens zijn onderzoekingen in 1943 een serum uit, dat hij de naam ACS gaf en waarvan hij verwachtte, dat het veroudering van weefselcellen zou tegengaan. Zelf heeft hij de waarde van zijn theorieën niet kunnen bewijzen, want enige maanden geleden stierf hij aan een kwaadaardige ziekte, waartegen zijn serum niet hielp.

Hieronder geven wij in de vertaling van de "Wereldspiegel" een beknopte weergave van zijn boek. Vervolgens publiceren wij een commentaar daarop van de hand van de Engelse popularisator van wetenschappelijk nieuws, Ritchie Calder.
Wie van beiden heeft gelijk? We legden het gewichtige vraagstuk voor aan Meester Zelanus. Zijn antwoord vindt u verderop.
UIT HET BOEK VAN DE RUS.
Hoofdstuk 1 - De physico chemische theorie van het oud worden.
Uitgangspunt is de gedachte, dat de vitaliteit van het organisme als geheel, afhankelijk is van de levenskracht van de cellen, waaruit het geheel is opgebouwd. Door verlies van de levenskracht van bepaalde cellen of celcomplexen (organen), wordt het organisme als geheel oud, gaat tekenen van seniliteit vertonen en sterft tenslotte af. Het vraagstuk naar levensverlenging is dus verlegd naar het vraagstuk, hoe men de cellen hun levenskracht kan doen behouden. Een lichaamscel is een structuur welke in hoofdzaak bestaat uit een massa, die chemisch als colloid wordt gedefinieerd.

In deze colloid massa treden regelmatig veranderingen op, welke een jonge gezonde cel zodanig kan verwerken, dat de structuur gehandhaafd blijft en de cel goed functioneert. Wanneer dit niet meer mogelijk is door verlies van herstelfunctie, ontaardt het colloid van de cel, hetgeen fysisch chemisch, doch ook microscopisch vast te stellen is. Men kan nu zeggen dat de cel oud wordt. Parallel hiermede veroudert het lichaam. Ontaarde colloiden b.v. verliezen het vermogen, vocht vast te houden. De uitdroging van het organisme, wanneer dit ouder wordt, is hiervan het gevolg. Ieder kent deze uitdrogingsverschijnselen, zoals het slap en rimpelig worden van de huid bij oudere individuen. Vocht toevoer kan dit niet verhelpen, daar het vochtverlies geen oorzaak, maar gevolg van de veroudering is. Wat het proces tegengaat, is vernieuwing van de celstructuur door de herstelfuncties aan te zetten. Terwijl vele onderzoekers de specifieke cellen (lever-, nier-, hart-, zenuwcellen, etc.) als de belangrijkste aangrijpingspunten voor het proces der seniliteit beschouwen, wordt in deze studie de betekenis van het onspecifieke bindweefsel (waartoe het reticulo-endotheliale stelsel gerekend wordt) van primair belang geacht. De veranderingen in dit bindweefsel, dat als opvul en steunweefsel in en tussen de organen kan worden beschouwd, zouden zo niet eerst, dan toch tegelijkertijd met de veranderingen der specifieke orgaancellen zichtbaar worden. Gesteld wordt, dat de bindweefselontaarding de belangrijkste en primaire factor is bij de veroudering van een organisme.

Hoofdstuk 2 - Het endocriene systeem en veroudering.
In het tweede hoofdstuk wordt de betekenis van het endocriene systeem, dat wil zeggen het samenstel van klieren, die stoffen in het bloed afscheiden, welke voor groei, ontwikkeling, stofwisseling, voortplanting, lichamelijke prestaties enz. van het grootste belang zijn, uiteengezet. Speciaal de geslachtsklieren worden in dit verband van bijzondere betekenis genoemd. Stoornissen in de functie van deze klieren leiden tot toestanden, die de herstelfunctie van de cellen ongunstig beïnvloeden.

Hoofdstuk 3 - Zenuwstelsel en veroudering.

Het zenuwstelsel is van grote betekenis voor gezondheid en levensduur. Door middel van een bepaald gedeelte, het vegatieve stelsel genoemd, reguleert het de functie van onze inwendige organen. Het oefent zijn functie uit buiten onze wil om.
De herstelfunctie der cellen blijkt o.a. van dit zenuwstelsel afhankelijk te zijn. Psychische belevenissen blijken het stelsel te beïnvloeden, dat op zijn beurt weer de orgaanfunctie ( celfunctie) verandert. Hartkloppingen bij schrik, blazen, transpireren enz. zijn daar voorbeelden van. Toestanden van psychische geprikkeldheid en emotionaliteit zijn schadelijk voor de cellen, zij verkorten de levensduur.

Hoofdstuk 4 - Chronische vergiftiging van het organisme.

Gewezen wordt op de vergiftiging, welke het organisme kan treffen door oorzaken van buiten af. Deze kunnen liggen in het dieet. Voorbeelden van schrijvers, die denken door dieetmaatregelen het leven te kunnen verlengen, zijn er te over. De schadelijke inhoud van infectieziekten, niet alleen de ernstige als tyfus, difterie, syfilis, tuberculose enz., doch ook de lichte aandoeningen als verkoudheid, angina, griep enz. op het reticulo-endotheliale-systeem wordt van belang geacht voor de verdere gezondheid en levensduur. Vooral alcohol is schadelijk door de degeneratieve werking op het bindweefsel. Verder wordt in dit hoofdstuk melding, gemaakt van de theoretische beschouwingen van veelal oudere biologen over de levensduur bij verschillende diersoorten. Al lang geleden is er een relatie gezocht tussen de tijd, die het dier nodig heeft om volwassen te geraken, en de gemiddelde leeftijd van de betrokken soort.

Aan de hand van enkele willekeurige voorbeelden wordt de levensduur op ongeveer vijf maal de tijd, nodig voor de volledige lichamelijke ontwikkeling, geschat. Op de mens toegepast, zou dit betekenen dat diens levensduur op ongeveer 150 jaren geschat moet worden. Tevens echter wordt de opmerking gemaakt, dat er vele uitzonderingen op deze formule blijken te bestaan.

Hoofdstuk 5 - Voorbeelden van lange levensduur bij de mens.

Hierin worden vele voorbeelden genoemd van mensen, waarbij, volgens literatuur of overlevering, de formule is opgegaan. De meeste voorbeelden betreffen individuen, die reeds lange tijd geleden gestorven zijn, doch ook vele, thans nog in Rusland levende personen worden aangehaald als voorbeeld, dat een levensduur van 120 tot 150 jaar tot de mogelijkheden behoort. Een aantal beroemde, hoogbejaarde persoonlijkheden wordt genoemd, wier geestelijke prestatievermogen tot het einde van hun leven zeer bijzonder was gebleven.

Hoofdstuk 6 - Algemene moeilijkheden voor de natuurlijke levensduur.
  In dit gedeelte wordt de vraag beantwoordt, waarom de mens de hoge leeftijd, welke hem biologisch toekomt, zo zelden bereikt. Genoemd worden de schadelijke invloeden van de samenleving en de daarin heersende sociale toestanden. Gememoreerd worden de maatregelen, waarmede men vroeger de levensduur trachtte te verlengen, doch die kennelijk weinig effect sorteerden.

Hoofdstuk 7 - Pogingen tot verjonging.
  Nadat het bijgeloof en de kwakzalverij in vroeger eeuwen ten opzichte van dit punt zijn aangestipt, worden meer recente pogingen van biologen genoemd. De proeven van Brown Séquard met testis(zaadbalextracten) en overplanting van klieren van jonge dieren bij oudere mensen door Voronoff, hebben niet de beoogde resultaten opgeleverd. De ontdekking van de hormonen uit de kiemklieren heeft eveneens de verwachtingen in deze richting teleurgesteld.

Hoofdstuk 8 - Aanzetten van de functies van het organisme door cytotoxische prikkeling.

In dit hoofdstuk wordt de kern van de door Bogomolets ontwikkelde gedachtegang weergegeven.
Uitgangspunt vormt het feit, dat inspuiting van een weefselextract van een dier bij een dier van een andere soort o.a. aanleiding kan geven tot het vormen van stoffen, welke op die soort weefselcellen werken, waarvan ook bet extract bereid was. Deze stoffen worden in het bloedserum van behandelde dieren gevonden en heten cytotoxische stoffen, het serum heet cytotoxisch serum. Grote hoeveelheden serum lossen de corresponderende weefselcellen, waarop het werkzaam is, op; kleine hoeveelheden daarentegen prikkelen deze cellen, d.w.z. zetten ze aan tot verhoogde functie. Hier ligt een mogelijkheid het probleem van de veroudering aan te pakken, al blijft de praktische uitvoerbaarheid zeer moeilijk.

Deze vondst van Bogomolets en medewerkers is nu, dat een Cytotoxisch serum, dat ten opzichte van reticulo-endotheliaal weefsel is bereid, in kleine hoeveelheden toegediend, de functie daarvan, evenals van het aanverwante bindweefsel, sterk stimuleert. Op deze manier is het volgens de auteurs mogelijk, een aantal ziekten te bestrijden of te verbeteren. Genoemd wordt de gunstige werking bij infectie ziekten van allerlei aard, hoewel ten opzichte van tuberculose een grote reserve in acht genomen wordt. Er zou een bepaalde invloed zijn op de kankergezwellen; hoewel deze niet kunnen verdwijnen, en operatie noodzakelijk geacht blijft, zou het op het nagroeien van kwaadaardig weefsel een storende, dus voor de mens nuttige invloed hebben. Een gunstige invloed op de genezing van beenbreuken wordt vermeld. Aandoeningen van het zenuwstelsel en ook bepaalde vormen van krankzinnigheid zouden door toediening van het serum verbeterd zijn.

Er worden suggesties gemaakt dat, door het zoeken naar juiste dosering, de mogelijkheid bestaan kan, dat de levensduur verlengd kan worden, door het fris en intact blijven van het bindweefsel. Proeven in deze richting, waarbij een verlenging van de gemiddelde levensduur is gebleken, ontbreken nog, hetgeen ook niet anders verwacht kon worden.
 Een aantal aandoeningen, waarbij het serum, ACS genoemd, nuttig zou kunnen zijn, wordt opgesomd, terwijl bij een ander aantal geen effect wordt verwacht. De nadruk wordt gelegd op het feit dat het onderzoek naar de waarde van het serum zich eigenlijk nog in het experimentele stadium bevindt.

Hoofdstuk 9 - Het voorkomen van vroegtijdige veroudering.

In dit hoofdstuk wordt gezegd, dat men nog verre van de oplossing van dit probleem is verwijderd doch dat de mogelijkheid bestaat het eens tot oplossing te brengen. Volgens de auteur moet het probleem van de biochemische kant benaderd worden, hoewel alle vroegere meningen niet als volledig waardeloos zijn te beschouwen.
EEN ENGELSMAN OVER DE TIJD VAN ONS LEVEN.

De geleerden weten nog altijd niet, wat "ouderdom" eigenlijk is. Professor Bogomolets, de Rus, meende dat hij het wist, maar hij stierf eraan, voordat hij zijn theorie had bewezen.

De wetenschap der "geriatrie" (de studie van de ouderdom, evenals "pediatrie", de studie van de kinderjaren) verkeert nog in een ontwikkelingsstadium. Tal van eminente geleerden, waaronder de grote Engelse kenner op het gebied der organische chemie, Sir Robert Robinson, zijn "gerontoloog" geworden en leggen zich met ernst op het vraagstuk toe.
Er bestaat een Internationale Vereniging tot Bestudering van de
Ouderdomsverschijnselen, die kort geleden, onder voorzitterschap van Lord Nuffield te Londen een congres heeft gehouden over dit onderwerp. Zoals Sir Francis Fraser bij die gelegenheid opmerkte, zijn klinische onderzoekingen inzake ouderdomsverschijnselen het moeilijkst van alle onderzoeksgebieden, aangezien er altijd zoveel ongecontroleerde factoren in het spel zijn. Op spoedige resultaten mag men niet rekenen. Zolang de mens denkt. heeft hij gepeinsd over dit probleem en gejaagd op het Levenselixer. Ook al is de vooruitgang der wetenschap in deze eeuw versneld voortgegaan, toch valt het te betwijfelen, of het Atoom-tijdperk hierop een antwoord zal vinden. In vergelijking met dit probleem, was het atoom niet meer dan een vrij moeilijke kruiswoordpuzzel. De ouderdomsverschijnselen zijn onverbrekelijk verbonden met de complicaties van ons sociale bestaan.

Vlees kan onsterfelijk zijn. In het Rockefeller Instituut voor Medisch Onderzoek te New York is men er nu al 34 jaren lang in geslaagd, een stuk hart levend te houden. Op 17 Jan. 1912 nam dr. Alexis Carrel een ei uit een broedmachine, haalde het ongeboren kuiken eruit, sneed het kloppend hart uit het lichaam, zonderde daar een stukje ter grootte van een vijfde centimeter in het vierkant van af en legde dit in het embryonale vocht van een kuiken.
Er gingen twee dagen voorbij. Het stukje werd eens zo groot.
Carrel sneed er de helft af, waste de andere helft schoon om het vrij te maken van dodelijke afvalstoffen en legde het weer in een hoeveelheid vers vocht.
 Met behulp van soortgelijke processen is men erin geslaagd, met een steriele glaspomp in plaats van een hart, duizenden organen, harten, longen, milten, levers, voortplantingsorganen en klieren weken- en maandenlang in leven te houden.

Maar de mens in zijn geheel kan niet in leven worden gehouden, ook al gelooft Loeb, dat het menselijke leven zou kunnen worden uitgestrekt tot 1900 jaren, indien een menselijk wezen van zijn geboorte tot zijn dood werd bewaard in een hygiënische ijskast op een temperatuur van 45,5" F.
Wij beginnen al oud te worden op het ogenblik, dat wij verwekt worden. Precies als een thermostaat op een kooktoestel, beginnen controlerende mechanismen hun werkzaamheid. De controle komt tot stand door de gecompliceerde kliersystemen en een van de doeleinden der gerontologen bij hun Jongste onderzoekingen is, hun studies van deze klieren in verband te brengen met de problemen van het ouder worden.
 Daar is bijvoorbeeld de zwezerik, waarvan de werkzaamheid na de jeugd afneemt. Hoewel er heel wat werk aan is besteed, is men niet veel wijzer geworden. Maar het staat vrijwel vast, dat deze klier een factor is bij de groei. Het is, als het ware, een rangeer locomotief, die ons heen sleept over de bergkam van de groei-jaren en ons gedurende de rest van ons leven de helling laat afrijden. Misschien, zo er een manier was om de werkzaamheid van de zwezerik te doen voortduren, zou....

Maar dat is speculatie.
Toch hangt de lengte van ons leven ongetwijfeld samen met onze groeiperiode. De dieren en planten met de langste levensduur - walvissen (500 jaren), schildpadden (300 jaren), olifanten (100 jaren) en het Californische Brazielhout (3000 jaren) bijvoorbeeld - zijn de reuzen van hun soorten. Misschien is de prijs voor een verlengde menselijke levensduur,dat wij een ras van reuzen dienen te worden.
Het heeft geen enkele zin, te hopen een langere levensduur te bereiken door zulke kunstgrepen als de klier overplantingen van Voronoff of het serum van Bogomolets. Dit zijn slechts tijdelijke stimulansen.
 Het leven houdt het waarschijnlijk net zo lang uit als het zwakste orgaan en eens zullen wij wellicht in staat zijn, afgeleefde organen te vervangen door nieuwe - een nieuwe lever of schildklier of hart - van onze voorraad levende organen op de basis van het werk van Carrel. Maar zover hebben wij het nog niet gebracht.
De te verwachten levensduur van een kind, dat zestig jaar geleden werd geboren, was veertig jaren. Thans is het drie-en- zestig. "Te verwachten" betekent in dit verband de gemiddelde levensduur, welke een geslacht mág hopen te bereiken. Kindersterfte brengt dit gemiddelde naar beneden, zodat wij, dank zij het in stand houden van leven door betere omstandigheden en door vorderingen van de medische wetenschap, drie-en-twintig jaren hebben toegevoegd aan de kansen van de baby, die heden ten dage wordt geboren.
Maar zelfs dit feit kan een bezwaar worden, indien de oudere mensen geen nuttige bijdrage tot de samenleving kunnen leveren en, in stijgende getale, een last worden voor de jongeren.

Het is een ernstig probleem voor de toekomst van onze sociale verzekeringen.
Het vraagstuk van het ouder worden is niet, hoe wij allen honderdjarigen kunnen worden, maar hoe het ons mogelijk zal zijn, ook in onze ouderdom te genieten van een compleet leven en een goede gezondheid.
De Universiteit van Christus antwoordt:
De mens zou zijn stoffelijke levensduur inderdaad kunnen opvoeren, doch tal van wetten roepen hem hierbij het halt toe.
 Dat het kan, bewijst al, dat hij de normale, d.i. kosmisch vastgestelde tijd niet bezit. Als alle verschijnselen in de Goddelijke Schepping wordt ook de menselijke levensduur bepaald door vaste wetten, die rekening houden met de ontwikkelingsfase waarin de mens verkeert. Bij zijn ontstaan uit God, biljoenen eeuwen terug, bedroeg die leeftijd ongeveer zeven maanden.

Thans kan deze inderdaad tot honderd en vijftig jaren opklimmen - voor zover de mens althans geëvolueerd is tot het hoogste lichamelijke stadium: Het blanke en enkele gekleurde rassen. Ik zeg: kan, want in de praktijk komt het hoogst zelden voor. De oorzaak hiervan is, dit de mens zijn organisme heeft bezoedeld. Hierdoor komt het, dat dit niet voldoende kracht en stevigheid heeft om zijn bezitter langer dan zeventig, tachtig of honderd jaren te dienen. Die bezoedeling begon reeds in het oerwoud, miljoenen jaren terug.
Om dit te kunnen volgen, moet men aanvaarden, wat in de boeken van ons instrument als het ontstaan en de ontwikkeling van Gods schepping werd beschreven. Daarin werd geopenbaard, boe de mens zich uit een minuscule cel, het embryo, in een langdurig proces zijn huidige lichaam bouwde. Niemand met een beetje inzicht in de door de reeds door de stoffelijke wetenschap gewonnen wijsheid, zal toch nog vasthouden aan de stellingen van de Bijbel, dat de mens als lichaam direct door God geschapen werd, zoals de paragrafen over Adam en Eva willen aantonen. In de ganse natuur kan men waarnemen, dat het leven zich volgens trappen van geleidelijkheid van een lager naar een hoger stadium ontwikkelt. Zo ook het menselijke organisme. Wanneer we ons bepalen tot uw Aarde, dan nemen we daar zeven verschillende menselijke lichamen waar, door uw geleerden rassoorten, door ons organische graden genoemd.

De mens, die zijn lichaam zover heeft ontwikkeld, dat hij de planeet Aarde kan betreden om daar te evolueren, bezit nog een ruw, donker gekleurd organisme. Zijn zielenleven is eender afgestemd, zodat hij zichzelf voert naar de enige plaats, waar hij "thuis" is: het oerwoud. Hier ontvangt hij het ene leven na het nadere, zolang tot hij een hogere lichamelijke en geestelijke graad binnentreedt. Dit duurt tot de mens eindelijk de hoogste vorm van lichamelijk leven in zijn bezit heeft, waarna Moeder Aarde hem niets meer te bieden heeft, zodat hij naar de astrale en daarna naar de mentale gebieden overgaat om verder te arbeiden aan lichaam en ziel. Wanneer de mens nu in zijn evolutieproces de Goddelijke harmonie betracht had, zou hij, gevorderd tot de hoogste graad, in één leven de honderd en vijftig jaar kunnen behalen.

De mens, niet één uitgezonderd, verloor zich in disharmonie met alle gevolgen van dien. Dit begon, zoals gezegd, reeds in het oerwoud. Gedreven door hartstocht paarde de hogere graad met de lagere, waardoor de lichamen bezoedeld werden en de natuurlijke afstemming verloren ging. Dit geschiedde al, wanneer bijvoorbeeld vier naar drie ging, maar nog erger werd het, toen vier zich met een en zes zich met drie verbond.
Al deze graden leefden zich volkomen uit, de kinderen zetten de afbraak voort en na duizenden eeuwen was elke natuurlijke levensgraad voor het menselijk lichaam zo grondig bezoedeld en gesplitst, dat er thans, niet één mens op Aarde is, die zeggen kan: Ik bleef onbesmet, ik beschermde mijn oerafstemming en bezit het lichaam, dat God voor mijn graad van leven schiep!

Door het lichamelijk éénzijn van hoog met laag ontstond de ene ziekte na de andere. De lichamen verzwakten er door, verloren",.hun natuurlijke weerstand en stierven als gevolg daarvan vóór hun 'ruimtelijk bepaalde tijd.
Uw wetenschap kan dit alles slechts bevestigen, want nog tot op de dag van heden ontmoet zij van het geslachtelijk verkeer tussen blank, bruin, geel en zwart de droeve gevolgen, zowel lichamelijke als geestelijke.
Geen mens, en ook God niet, kan deze ellendige verschijnselen met één slag opheffen en nieuwe "natuurlijke lichamen" scheppen, want bij ons ontstaan kregen wij de Schepping van onze Goddelijke Maker in handen.
 Gods bevel aan ons luidt, dat we Hem in alles zullen. vertegenwoordigen. De ziel als mens, die zich in welken vorm dan ook uitleeft, doet dit niet en moet daarvan de gevolgen ondervinden, wil hij leren en tot inzicht komen. Dit eist tijd en inspanning, maar de mogelijkheid er toe bezitten we - uit hoofde van onze Goddelijke afstemming! Zoals uw geleerde vaststelt, zijn er enkele mensen op Aarde, die hun levenstijd verruimd zien. Zij zijn de uitzonderingen, die de regel bevestigen. Het is alleen mogelijk, doordat zij voor dit leven over een gezond lichaam beschikken en vrij zijn van karma.

Nog dit: Ik kan slechts hopen, dat gij als geleerde kunt aanvaarden, dat het menselijk leven na de lichamelijke dood verder gaat. Er wachten hem andere, hogere werelden. Niemand zal toch willen beweren, dat een mens van de Aarde, hoe edel ook, reeds in God zijn afstamming vindt en Hem in zijn lichaam, zijn gevoel en zijn daden vertegenwoordigt. Tot die universele staat heeft hij zich nog bij lange na niet ontwikkeld. De boeken van mij n Meester Alcar en het mijne over "De Volkeren der Aarde" tonen u op gedegen ziel als mens na de Aarde nog vooraleer zij haar "Al", haar betreden.
Wanneer wij de Aarde de derde kosmische levensgraad noemen, wacht ons dus hierna de vierde. Daar is de mens absoluut vrij van karma of ziekte. Om hem te kunnen binnengaan, zijn eeuwen van voorbereiding, zelfontleding en scholing nodig. Hier wordt de kosmische levensduur door niets aangetast en bereikt de mens de vastgestelde tijd. In het eerste stadium is deze volgens uw aardse rekening twee honderd en vijftig jaren. Maar daar ook hier alles evolutie is, klimt het aantal jaren naar verhouding. Op de zesde kosmische levensgraad meet één leven reeds miljoenen jaren - en gij kunt dit aanvaarden - als ge weet, dat de ziel als mens dan voor het Goddelijke Al staat en eeuwig en tijdloos wordt.

Om u een volkomen beeld te geven, dien ik uitvoerig bij elke wet stil te staan. Dit geschiedt in de boeken over "De Kosmologie van uw Leven", die gij straks van ons instrument ontvangen zult. Uit het weinige, dat ik u gaf, kunt ge u echter althans een beeld vormen.
God is een Vader van Liefde en Hij was nooit anders. Niet Hij schiep de menselijke chaos, daarvoor zijn wij als mensen tezamen verantwoordelijk. Ons geweld, onze hartstocht schiepen ziekte en ellende en verkleinden de ons toegemeten levenstijd.
Uw serums hebben derhalve geen waarde. Dat zouden wij en uw geleerden wel willen, maar het is niet mogelijk. Gij vertrapte uw universele eenheid en gij ontvangt deze met alle rechten daaraan verbonden eerst terug, wanneer gij uw leven doet bepalen door de harmonie, die God u voorschreef!
Meester Zelanus.
 
 
 
                                               ZO GAAT HET GOED!
Met graagte en bewondering lees ik de artikelen.
Veroorloof mij, alvorens ik tot mijn eigenlijke vraag aan Meester Zelanus overga. een korte inleiding. Ik ben reeds jaren een volgeling van Jozef Rulof en bezit al zijn boeken. Ik weet niet of hij zich mij nog herinnert, want het is nu al heel wat jaren geleden, dat ik bij hem kwam met de volgende vraag: Ik wil psychiater worden een verlangen dat nog groter werd na het lezen van uw boek "Zielsziekten van Gene Zijde Bezien". Denkt u dat ik hiervoor geschikt ben?

Hij stelde zich OP zijn Meester Alcar in en zei me toen: Behaal uw titel. Dóe het! U bent er geschikt voor. Ga zo door en lees alles wat Gene Zijde u schenkt. dan kunt ge later stellig veel voor de zielszieken doen.
 Ik begon ijverig en met de vaste wil om te slagen. Al dadelijk voelde ik aan dat ik mijn medestudenten door Jozef Rulof' s boeken sprongen voor was. Zij immers wisten niets of bitter weinig van het astrale bestaan en zijn invloed op de stoffelijke mens. Velen spoorde ik aan om eveneens kennis te nemen van die boeken, maar de meesten haalden hun schouders op. Intussen is er iets veranderd en ik kan u zeggen. dat men Jozef Rulof in onze kringen volgt! Wat jaren geleden nog waanzin genoemd werd geklets van
spiritisten, krijgt nu meer en meer betekenis. Er zijn er onder de hoogleraren. die zijn boeken lazen of er althans kennis van namen. Toch buigen zij hun hoofden nog niet, zij kunnen het niet, want met Jozef Rulof en diens Meesters te aanvaarden. bekennen zij hun eigen onmacht. Dus schelden zij hem voor een kwakzalver. Het volgende voorval ter illustratie: Een hoogleraar werd door een student de vraag gesteld "Wat denkt u van Jozef Rulof's boek:

"Zielsziekten" van Gene Zijde bezien"?!" Het antwoord kwam kort en krachtig: "Kletskoek!"
Dank u vervolgde de student, maar ik ben zo vrij het anders te zien. Ik heb hem van zeer nabij een diagnose horen stellen en de genezing tot stand zien brengen. Wat moet de psychiater niet torsen en vragen om tot het ziektebeeld te komen om dan nog vaak zijn onmacht te moeten accepteren. En hij doet het in een flits en met absolute zekerheid. Dit kan men toch geen kletskoek noemen. De geleerde werd nijdig en riep: "Wat doet u dan eigenlijk hier.
Volg uw colleges dan liever bij een charlatan! Maar toch kreeg de student hulp van een ander. Deze zei: Ik lag op sterven en de doctoren. waaronder een specialist. konden de kwaal niet vinden. Toen werd Jozef Rulof er bij gehaald.
Na één blik tekende hij op een papiertje de oorzaak van de ziekte en zijn diagnose moest toen door de artsen als juist aanvaard worden. Waarom is nu het een raak en het ander kletskoek - het komt toch alles uit één bron?!" De professor verbood er langer over te spreken...

Dit alles gebeurde jaren geleden, maar nog ontmoet ik collega's, die het niet zijn vergeten en zich intussen de boeken aanschaften. Als ik alleen voor mij zelf spreek, kan ik u zeggen, dat ik door de hulp van Gene Zijde bij mijn zieken al veel tot stand mocht brengen. Ik dank Jozef Rulof daarom uit de grond van mijn hart, dat hij mij eens de inspiratie schonk mijn studie te beginnen. Zo gaat het anderen.
Weest er van overtuigd, dat vele geleerden zich op "Evolutie" zullen abonneren, omdat ook zij gaan begrijpen, dat er een nieuwe eeuw, en wel de
"Eeuw van Christus", op komst is.
Zij en ik hebben heilige eerbied voor Jozef Rulof's streven om de mensheid een hoger bewustzijn te brengen. Zijn leer is ontzagwekkend! De Meesters, die door hem schrijven en spreken, vertegenwoordigen een Universiteit, die niet van deze wereld is, ik weet, dat zij nimmer het antwoord zullen schuldig blijven op welk probleem dan ook. Dat is het wat mij zo blij maakt, want wij, die het aardse weten vertegenwoordigen, zijn nog zo machteloos! We zullen alleen door wonderen daarvan verlost kunnen worden. Ik zeg u  en als psychiater kan en mag ik dit: Jozef Rulof brengt dit wonder.

Door zijn Meesters, die het stoffelijke oog verloren, maar een hemelse, alziende blik er voor terugkregen. Zij zien in het diepste onderbewustzijn en wéten, terwijl wij dit innerlijk van de buitenkant af moeten benaderen om dan al combinerend het ziektebeeld op te bouwen. Daarom zijn er met mij, die Jozef Rulof zouden willen smeken, licht ons voor, houd lezingen voor ons, geef ons college. Ik ijver hiervoor, maar wordt er fel en vaak minderwaardig om aangevallen. Ik werk echter in stilte  voort en vraag u daarom ook mijn naam nog niet te noemen. Het zal mij echter eens lukken de aardse universiteit voor Jozef Rulof en zijn Meesters te openen, opdat de geleerden zich dan zelf van zijn weten kunnen overtuigen! 
En nu mijn vraag aan Meester Zelanus: 

Wat u neerschreef in uw artikel over het moederschap en de misgeboorten, geldt dat niet ook voor alle krankzinnigen? Zijn zij niet alle disharmonisch ingesteld. Ligt de oorzaak niet altijd in hun gedragingen in vorige levens? Dit zou dan onze machteloosheid verklaren, want hoe moeten wij daarin zien? Toch betekent de krankzinnigheid leerschool voor de ziel, is dit zo, Meester Zelanus?
Waarde vriend, wij weten wie gij zijt en wat gij op Aarde nog bereiken zult. Gij las het boek: "Door de Grebbelinie naar het Eeuwige Leven? Weet dan, dat gij de Theo daarin één leven voor zijt. Ook hij keert terug naar de Aarde om uw faculteit tot geestelijke bewustwording te brengen. Gij voelt dat goed aan, uw krankzinnigen zijn bezig zich te herstellen. Ik kom hier te zijner tijd nog uitvoerig op terug. Denk voort in deze richting en ge zult nog beter begrijpen, dat de "Eeuw van Christus" de Universiteit zal worden voor alle faculteiten der Aarde. Wij zijn wachtende op onze tijd. We zijn geheel gereed om in uw hogescholen college te geven.

Wij wéten - door Hem, die onze Mentor is en u en ons voorging naar Golgotha. Gaarne geven wij u onze hulp. Stuur uw vragen en problemen in en wij zullen u antwoorden. Nog dit. Ik weet, dat ge een boek wilt schrijven. Wacht daar nog mee. Pas later zijt ge hiertoe in staat. Nu zet ge goed uw ogen open, ge denkt en voelt aan: onze helpers beïnvloeden uw leven. Ge krijgt het teken van ons, zoals wij ook door u uw zieken helpen. "De Universiteit van Christus" staat achter u, ge zult de macht hiervan telkens meer voelen!
Meester Zelanus.
 
                             WAAROM MEER JONGENS DAN MEISJES?
De "Pen-Gun" bevatte onlangs een artikel van Prof. dr J.G. Sleeswijk, waarin deze er op wijst, dat na elke oorlog van betekenis een relatieve toeneming van het aantal jongensgeboorten plaats vindt. Aan de hand van statistieken. opgemaakt na de oorlog van '14-'18. komt hij tot de volgende belangwekkende cijfers. Voor Duitsland bedroeg de toeneming 2.5 %. dus 25000 op een miljoen geboorten, terwijl de stijging voor Frankrijk en Engeland ongeveer 2 % uitmaakte. De bewering van velen, dat het de "Natuur" is, die zorgt voor de aanvulling van de in de oorlog verloren mannen levens, bevredigt deze geleerde niet. Hij schrijft: Er zijn in zulke jaren een reeks van abnormale omstandigheden. die OP de mens inwerken, zowel geestelijk als lichamelijk. In hoeverre de eerste hierbij een rol spelen - dus de wens van de ouders naar een zoon - is niet na te gaan; zulk een veronderstelling berust niet op tastbare gegevens. Sedert de ontdekking der vitaminen staan we bij het onderzoek van voedingsvraagstukken inderdaad telkens voor nieuwe verrassingen. Maar anderzijds moeten we ons er voor wachten. de voeding tot een kapstok te maken, waaraan alle abnormale verschijnselen bij de mens worden opgehangen.

Ik kan de lezer dus nog niet aan een oplossing voor het hier besproken probleem helpen!
Meester Zelanus: Naar harmonie in de schepping.
In mijn vorig artikel over de miskraam verbond ik u met de disharmonie in het geboorteproces en toonde aan, dat deze eerst zou op lossen, wanneer de de mens harmonie leerde aanvaarden en dienen, welke Gods Scheppingsplan kenmerkt.
Dit nu geldt ook voor de wetten, waardoor er meer jongens dan meisjes worden geboren! Deze wetten kregen hun bestaan door uw oorlogen - hun geweld toch bracht miljoenen mensen om het l even. Al deze zielen wachten in het astrale bestaan en wel in "de Wereld van het Onbewuste" om door het wezen van de Aarde te worden aangetrokken en hun ontijdig afgebroken kringloop te kunnen voortzetten. Ik ga nu niet in op de wetten, door welke dit aantrekken geschiedt, maar volg alleen de vernietiging van het scheppende wezen: De man en zijn terugkeer tot de Aarde.

Gij zijt op de goede weg, wanneer gij de meervoudige geboorten van jongens verklaart door de zichzelf herstellende natuur. Immers wanneer deze niet mede voor het noodzakelijke evenwicht zorgde, zou het stoffelijke wezen uitsterven. Of neemt ge met velen aan, dat elke ziel, die geboren wordt, een nieuwe schepping Gods is? Als ge dit blijft aanvaarden, beperkt ge uw blik en uw mogelijkheden en moet de ganse Goddelijke schepping u vreemd en raadselachtig voorkomen.
Ik vraag uw geleerden, uw theologen: Hoe zou de mens in staat zijn in de tijd van één leven, dat voor een ieder verschillend van duur en omstandigheden is, zich God en een Hemel eigen te maken? Onze Schepper weet wel beter en Hij schenkt de mens miljoenen levens om tot de volmaaktheid te komen. Ik zal u in de kleine ruimte, die tot mijn beschikking staat, niet kunnen terugvoeren naar het begin van de Schepping om u dan volgens de Goddelijke Openbaringswetten de ontwikkeling van uw stof- en ziel lichaam te schetsen - kosmische wetten, waarvan gij op de wereld niets, maar dan ook niets weet!

Dit moet voorlopig voldoende zijn: Toen wij als man en vrouw in het begin der Schepping als embryo, als Goddelijke vonken aan onze door onze Vader opgelegde taak, begonnen, waren wij in harmonie. Wij ontvingen het ene leven na het andere en werkten aan de opbouw van ons lichaam, wat een lang evolutieproces was en ons naar verscheidene planeten voerde. Op geen van deze plaatsen konden wij ons uitleven en daardoor disharmonie scheppen, dit bewustzijn hadden we toen nog niet bereikt. Eindelijk wachtte ons de aarde, waar verder aan bet stof lichaam moest worden gewerkt tot het blanke ras bereikt zou zijn. Naarmate wij voldeden aan onze opdracht ons lichaam te veredelen, ontwaakte tevens ons innerlijke leven. De ziel in ons liet nu haar rechten gelden en wilde tot ontwikkeling worden gebracht. Nu verloren wij ons. God wist dit, wij konden er niet aan ontkomen, door ervaring zouden we leren en aldus Zijn wetten stevig in handen krijgen. Als kleine, onmondige kinderen leefden we ons uit, we vergrepen ons aan andere levens om hierdoor onze hartstochten bot te vieren, met als gevolg dat we het evenwicht van ons lichamelijk bestaan verstoorden. We trokken in massa ten oorlog en brachten hierdoor kosmische stoornissen tot stand.

Miljoenen mannen werden afgeslacht, waardoor een overheersend aantal moeders overbleef, zonder dat deze nochtans in staat waren deze afbraak geheel op te lossen. Het menselijke wezen ontwikkelde zich hoger en hoger in het stoffelijke leven en hierdoor konden ook de oorlogen gewelddadiger en geraffineerder worden. Wat het aantal mannelijke slachtoffers telkens groter deed worden. Deze chaos gaat niet langer alleen de mens aan, maar raakt in de eerste plaats God en de ruimtelijke wetten, door welke Hij zich manifesteerde.
We zien nu een wet optreden, die zorg draagt, dat de chaos zich herstelt en tot de noodzakelijke harmonie wordt teruggebracht.
Ik zei u al, dat de ziel als mens van haar Schepper een Goddelijke betekenis kreeg. Wanneer zij deze kosmische realiteit niet had ontvangen, zou zij zich in haar talloze oorlogen zelf hebben uitgeroeid! Maar geschapen als zij is naar Gods Beeld en Gelijkenis, bezit zij ook Zijn eigenschappen. God nu is Vader en Moeder - twee gevoelsgraden, twee levensmogelijkheden, die evenwel één orde vertegenwoordigen.

Door het bezit van deze eenheid ook konden de Macro en Microkosmos zich verdichten en uitdijen. Gaat u nu zelf maar na: Zo God meer vader dan Moeder ware geweest, zou Hij de mislukking van Zijn Schepping al tijdens Zijn eerste openbaringen hebben moeten aanvaarden. In Hem werkten het Vader en Moederschap echter in gelijke graad, met eendere kracht, en zo is dit noodzakelijkerwijs in héél Zijn Schepping het geval. Dit Vader en Moederschap in ons zorgt nu voor de gewenste harmonie. Dit is het, wat het door de oorlogen verbroken evenwicht en de daardoor ontstane chaos herstelt.
Voelt ge dit in zijn volle betekenis aan? Voelt u, dat man en vrouw nimmer, ook niet door oorlog en dood te scheiden zijn, zonder dat dit de instorting van het Goddelijke Scheppingsplan tot gevolg zou hebben? Niet het verlangen van de ouders, niet het vitaminegehalte van uw voeding bepaalt het naar verhouding grotere aantal jongensgeboorten - het is uw eigen Goddelijke, dus
Universele Ik, dat bewust of onbewust, al naar de door u reeds bereikten graad voor die harmonie zorg draagt. Miljoenen ouders helpen u daarbij, want gij vertegenwoordigd met hen als Kinderen van één Vader: één wet!
Is het nu verwonderlijk, dat telkens na een oorlog zovele ouders zovele zonen ontvangen - juist dat, wat noodzakelijk is voor het evenwicht in de Schepping? Zeg nu nooit meer: De natuur herstelt zichzelf - want gij zijt het, gij als mensen, als vader en moeder, als Kinderen van uw God, die gehoorzamend aan uw hoge afstemming, het harmonische voortbestaan van Zijn Schepping verzekert, waardoor gij en al Zijn Kinderen eens Zijn Leven, Zijn Liefde en Zijn Onmetelijkheid in de bewuste graad zult bezitten!
MEESTER ZELANUS.
 
                                                DE WETTEN SPREKEN.
Mevrouw K. schrijft: Meester Zelanus kunt u mij antwoorden op de vraag, die mij en anderen al lang bezighoudt: Waar vertoeft de ziel tijdens de slaap? Een dame, die zich medium noemt, vertelde mij, dat zij in de slaap uittreedt en dan met haar Meesters naar de ziekenhuizen gaat om daar hulp te bieden. Kan dit waar zijn en is dit ieder mens gegeven? 
Mijn zuster, gij stelt een mooie vraag van grote diepte.
Het antwoord is, dat de ziel tijdens de slaap in de aardse tempel, in het stoffelijke lichaam toeft. Zie dit lichaam als een groot kasteel. Er zijn kamers, kelders, deuren, gangen en trappen in dit huis en daarin leeft gij.
 
In het boek "Tussen Leven en Dood" beschrijft Venry dit huis.
Ik vraag u, waarom kon hij dit wel verlaten en Dectar niet? Deze vraag voert ons naar de persoonlijkheid, naar de eigenschappen daarvan. Pas wanneer deze op honderd procent tot werking komen en dan geestelijk zijn, krijgt de ziel het vermogen om buiten haar stoffelijke tempel te gaan. Nu eerst beleeft zij de geestelijke gave voor de slaap als uittredingsverschijnsel. Hierdoor raken we aan uw tweede vraag. Wanneer een medium beweert, dat het uittreedt om tijdens de slaap te dienen - en Andrê hoort dit telkens - slaat het wartaal uit. Ik zeg u, aan deze zijde staan miljoenen Meesters gereed om als het moet een ziel hulp te bieden. Zouden wij dan een mens, die onbewust is en 's nachts slapen moet, nodig hebben om in een ziekenhuis te gaan werken? Zouden wij die mens de slaap mogen onthoudén, die hij voor zijn dagelijkse verrichtingen absoluut nodig heeft?

Is een uittreding dan geheel en al onmogelijk? Zeker niet, ge kunt al een uittreding maken door één eigenschap, die de honderd procent geestelijkheid heeft bereikt. Maar dan moeten toch ook de overige eigenschappen goed te noemen zijn, want zo er maar één op het kwaad is afgestemd, overheerst deze weer. En dan nog is dit geen uittreding op volle kracht en . beleeft ge slechts een flits van de werkelijkheid. Wat voor de waarachtige en volbewuste uittreding nodig is, leest ge in mijn boeken "Geestelijke Gaven". Deze verhalen u over de vreselijke strijd en leertijd, welke bijvoorbeeld de Grote Gevleugelden van het Oude Egypte moesten doormaken, en tonen u omstandig aan, waarom zelfs dat land er zo weinig bezat! Het is hier als met alle occulte gaven: duizenden beweren, dat zij ze bezitten, maar weten niet, dat zij slechts hun verlangen beleven. Denkt u eens aan de Ingewijden van het Oosten.

Hoevelen zelfs van die heilige mannen konden oprecht getuigen: "Ik treed buiten mijn lichaam?" Ik verbind u bijvoorbeeld met de machtige persoonlijkheid van Vivekananda, de eerste leerling van Ramakrishna. Zijn leven lang verlangde hij de extase van zijn Meester te bezitten, en als hij deze eindelijk, voor een ogenblik slechts, ontvangt, zakt hij in elkaar. Toch was hij een geestelijke reus. Wat willen dan uw westerse media, die de uittreding beleven met het gemak van een bootreisje?!
Mijn zuster, zij en u, zijn eenvoudig niet uit het lichaam te slaan! Geloof mij, wanneer het u zou overkomen, waart ge daarna als een wrak, doordat uw stelsels er niet voor gereed zijn en ge met het verwerken van die macht geen raad weet. Welke mens van uw aarde, die niet door onze wereld werd opgebouwd en met een taak in de stof afdaalde, is vrij van karmische wetten, van oorzaak en gevolg? Welnu: Deze binden u aan uw tempel en geen astrale Meester kan er u van losmaken! Dit weinige moet voldoende zijn. Wanneer ge straks tot onze colleges komt, ontvangt u meer, want dan heb ik de gelegenheid om avonden lang bij deze wetten van ziel en lichaam stil te staan en haar te ontleden op de kracht, die het ontzagwekkende probleem nodig heeft om door u geheel begrepen te worden. Gaarne, uw:
Meester Zelanus.  

                                                 VRAAG EN ANTWOORD.
                                                                Hier is dan de eerste vraag: 
                   ,,Vanwaar komt de ziel, die een nieuw leven ontvangt."
Wanneer gij André's boeken gelezen hebt, had gij het moeten weten. ,,De Kringloop der Ziel",  de boeken over ,,Het Ontstaan van het Heelal"  en ,,De Volkeren der Aarde", schenken u deze wijsheid. Het is in de ,,Wereld van het Onbewuste",dat de ziel zich voor de nieuwe geboorte gereed maakt. Hier leeft zij in een stilte, die God voor haar opbouwde en komt zij tot zichzelf. Zij gaat, geholpen door haar Schepper na, wat in het vorige bestaan aan goed en kwaad beleefd werd. Hier leeft zij weer in het eerste ogenblik, dat God haar schiep en zij als embryonaal leven, als cel, haar evolutie begon. Om haar heen zijn de miljoenen vonken van de zielen, die als zij, wachten op de terugkeer naar Moeder Aarde.

Zij kunnen zich niet met elkaar verbinden, ieder beleeft een eigen wet. Boven, achter, voor haar, in haar hoort en voelt de ziel de stem van haar Schepper, die haar toeroept: ,,Kom tot Mij, bewust in al uw eigenschappen. Ik wacht u. U leeft in een oneindigheid en toch in het tijdelijke, want straks gaat u opnieuw naar de werelden, waar u leven moet om MIJ en uzelf beter te leren kennen. Het gaat, zoals Ik dat heb gewild. Gij zult graad na graad beleven, de ene wereld na de andere overwinnen en zo zult gij eens de onmetelijkheid van uw wezen leren kennen. Werk aan uzelf Mijn kind, opdat gij door uw verworven Liefde Mij zult bezitten.''
Dan zakt alles in de ziel weg en daalt zij eindelijk als cel in de tempel van de stoffelijke moeder af om haar nieuwe bestaan, haar volgende leerschool te aanvaarden. Heilig, heilig is dit verblijf in de ,,Wereld van het onbewuste", waar de ziel met haar Vader in gesprek komt en nieuwe krachten opdoet om haar komende taak te kunnen vervullen.
Meester Zelanus.
 
                                          VRAAG EN ANTWOORD.
Wat gebeurt er met de geest, indien men het afgelegde stoflichaam laat balsemen?
We hebben hier meermalen over balseming gesproken. wat gebeurt er nu, wanneer u zich in Egypte, in Frankrijk, in Engeland en overal, waar u maar op de wereld bent gekomen, dus honderden levens, laat balsemen?
Wat gebeurt er nu uiteindelijk met uw persoonlijkheid. Weet u dat ook? Wie van u weet het?
Jozef Rulof antwoordde:
Als u hier en daar en overal door het leven het lichaam laat balsemen, dan mist u iets van uw aura. Daar ligt iets, ook al is het een mummie, maar daar ligt leven. Dat is onbewust leven en door werkzame medicijnen, u - kent de balseming, wat daar allemaal voor nodig is,  weet ik ook niet precies - houdt u iets in stand en dat mist u volkomen aan Gene Zijde. Dat mist uw geestelijke persoonlijkheid aan aura. Want u neemt aan, dat de persoonlijkheid het gevoel is met kennis, maar het leven aan Gene Zijde is het astrále gevoelsleven.

Voelt u, waarheen ik wil? Dus u mist telkens iets van uw eigen leven. U gaat uw leven versnipperen en uiteindelijk, als u zich overal zoudt laten balsemen, is dat een psychopathische toestand. U bent nog niet ziekelijk psychopathisch, maar u bent lichamelijk zwak. Onbewust, u hebt misschien maar 35 of 40% van de 100% aan kracht, aan leven, dat u eigenlijk in een nieuw leven krijgt en bezit. Is dat duidelijk? Wist u dat het zover gaat met balsemen?
In Amsterdam stelde een mevrouw Meester Zelanus de vraag over dat boek, dat ik hier op de grond heb gegooid, dat boek* van Spalding: 'Meester Zelanus, is het nu waar, wat daar in staat? Kan dat? En wat voor nut heeft dat?

In dat boek wordt beschreven, dat er yogi's zijn in het Oosten, die zover zijn, dat ze hun lichaam in stand kunnen houden, dus het lichaam sterft niet. Over duizend jaar komen ze terug en dalen ze weer in dat lichaam af en dan leven ze weer.'
Is dat niet leuk? Kan dat? Nee, dat is niet  mogelijk,  zegt een stem uit de zaal.
'Prachtig, meneer'. 
Meester Zelanus zei: 'Nee, die occulte wetten bestaan niet.' En toen ging hij naar Christus, dat Christus geboren moest worden door Maria en het kind zijn had te aanvaarden.
Want die occulte wet, die Spalding daar beschrijft, bestaat niet!
Maar daar kunnen jullie niet doorheen kijken. Dan moet je al heel diep zijn, wil je die wetten kennen.

Daarna zei Meester Zelanus: Maar wat zou u doen met dat oude roest? Waarom niet een nieuw leven aanvaarden, jeugdig, nieuw bloed, nieuwe ogen. Nee, die yogi's houden daar zo'n verschrompeld lijk in stand. Daarin willen ze weer geboren worden. In dat oude lijk, nietwaar! Dat mummieachtige wezen en dat vinden ze leuk!
Dat is kunst, occulte kunst!
Meneer, zo'n onzin heb ik nog nergens gelezen.
Dat staat ook in datzelfde boek, dat ik toen daar op de grond kwakte, keilde! Oh, dat mag ik niet zeggen: Keilde dan ben ik weer in 's Heerenberg. Dat gaat niet! Ik moet altijd zorgen, dat ik niet in 's Heerenberg terecht kom.
Maar diezelfde vraag, diezelfde toestand van dat boek daar, klopt met de balseming.

Als God ons een nieuwe geboorte geeft, doordat wij door vader en moeder worden aangetrokken  we worden nieuw, we krijgen een nieuw stemmetje, nieuwe oogjes. Wij zijn helemaal nieuw, een nieuw lichaampje. Heel kersvers. Ontzettend mooi, met blonde krulletjes, met zwarte krulletjes  nee, daar gaat een Indische yogi, want het zijn allemaal meesters, hoor meneer, mevrouw, dat zijn hoge, dat gaat over de grote meesters uit het Oosten, die hebben liever een oud lijk dan een nieuw lichaampje.
Wat zijn wij toch nuchter en als u dat dan aanvalt dan zeggen ze: 'Die meneer Rulof, die weet alles', maar nu u en dan die meneer weer en nu de occulte wet en onze Lieve Heer. Christus nam de reinste en zuiverste weg. Hij werd geboren in het Kind door Jozef en Maria. Ziet u.
En wat Christus moest doen, dat is voor een Yogi te koop?
Christus nam en moest de enige, natuurlijke Goddelijke weg terug door het vader en moederschap en die Yogi's die bouwen daar lijken op!
Egypte, Brits-Indië, dames en heren, kunnen hierover op dit ogenblik van ons leren!
Jozef Rulof. 
    
 
                                             VRAAG EN ANTWOORD.
U heeft het zojuist gehad over de wereld van het onbewuste. Als men nu naar de vierde kosmische graad gaat, dan komt men vanuit de zevende sfeer eerst in de overgangsgebieden en dan in de mentale gebieden. Zijn die overgangsgebieden naar de mentale gebieden dan gelijk te stellen met de wereld van het onbewuste voor de bewoners van de Aarde?
                                                             Antwoord:
Juist. Kijk, u hebt hier de wereld van het onbewuste. U kunt dat lezen in het boek 'Een Blik in het Hiernamaals'. U hebt zeven hellen, zeven graden van duisternis. Het zijn geen hellen, het zijn werelden waar de mens zich gereed maakt voor hoger bewustzijn. U hebt de boeken gelezen? Hier is de wereld van het onbewuste. Die heeft te maken met de stoffelijke afstemming, niet met de levenswetten voor de Aarde, waartoe u behoort. Wij hebben hier bij de zesde en zevende sfeer, waarin de mens leeft, die zich gereed maakt voor de mentale gebieden, wéér de wereld van het onbewuste, maar die wereld is nu niet meer onbewust! U lost vanuit de zevende sfeer in die wereld op. U blijft bewust, want u gaat naar het eeuwigdurend Goddelijk Bewustzijn. U bent straks niet meer slapende, u hebt geen drinken en eten meer nodig, u gaat naar een hogere bewustzijnsgraad voor stof, geest en ziel, voor uw persoonlijkheid. U blijft eeuwigdurend wakker, eeuwigdurend bewust!

Wanneer u het bewustzijn bezit voor deze ruimte en u hebt dat in u opgenomen, (de Theosofie, de leer van de Rozenkruisers en alles, wat de Aarde u kan schenken, u kent dat alles) dan bent u al bewust, ook al dwingt het stoffelijk organisme u om te rusten en te slapen, Maar wij gaan naar God, wij gaan naar het Oneindige, wij gaan naar het eeuwigdurende bewustzijn. Vanzelfsprekend is, dat straks de geboorte, het evolueren in de moeder u wakker houdt. Ik heb u een beeld gegeven van Jeus van Moeder Crisje, dit instrument waardoor wij spreken. Toen hij tussen de zesde en zevende maand leefde, maakte Meester Alcar hem wakker. U leest dat bijvoorbeeld in het boek 'De Kringloop der Ziel' en in het boek 'Tussen Leven en Dood'.Gaat u maar naar het Oosten, naar India, gaat u maar naar Tibet. Er zijn daar mensen, die op 70-80 jarige leeftijd overgingen. Zo is er het geval van een hogepriester. Hij zei:' Ik kom over die en die tijd terug.' Het Westerse gevoelsleven en bewustzijn, de parapsychologie en de psychologie vragen: 'Kan dat?'

De psychologen staan op een dood punt. De psycholoog, weet u, kent geen ziel, geen innerlijke persoonlijkheid. Hij zegt:' De mens is voor het eerst op Aarde. '
De mystiek komt uit China, de metafysische leer komt uit China, Tibet, het ganse Oosten. (Later kwam het naar Egypte). In een tempel in Tibet leert en beleeft u dit; daar hebt u ook nog enkele van die mensen, die dat bewustzijn bezitten. Egypte is dood, dat weet u, levend dood, de Egyptische cultuur is gesmoord, wit werd zwart. Dat leest u weer in 'Tussen Leven en Dood'.
Gene Zijde, de Meesters, de Ruimte werken op dit ogenblik aan geestelijk en maatschappelijk bewustzijn!
U bent allemaal in verschillende levens in het Oosten geweest. U had anders het gevoel niet om hier plaats te nemen, om zo'n boek in handen te nemen en te lezen, dan was u bijvoorbeeld een katholiek of een protestant. Dan volgde u de bijbel en dan zou u een God van haat aanvaarden. Dat kunt u niet meer. Waarom niet?

Dat heeft u zich eigen gemaakt. Miljoenen mensen kunnen dat nog niet. Maar daar zegt een priester: 'Ik kom over zeven jaar terug. Ik zal daar en daar geboren worden en u hoeft mij niet te zoeken. Ik kom naar u toe.' En wat gebeurt er zo nu en dan in het Oosten? Verleden is het nog gebeurd. Een kind was vijf jaar oud. Het zegt tegen de ouders: 'Ik ga naar mijn vader, ik ga naar mijn moeder, naar mijn zusje, naar mijn broers, mijn hond. U bent mijn vader en moeder niet! Daar wonen zij!'

En het kind ging en herkende direct vader en moeder van vóór zeven jaar toen hij priester was. Het kind was die en die graad gestorven.
Het is meermalen gebeurd, duizenden malen, dat de Meesters op het Westerse, Oosterse gevoelsleven inwerkten om die metafysische leer fundamenteel te verstevigen.
Waarom heeft het Oosten het kosmisch bewustzijn? Het natuurlijke gevoelsleven en waarom zit u in het Westen vast aan dogmatische leerstellingen? Elke geestelijke faculteit staat op een dood punt. Kerken weten het niet meer. U krijgt nu, dat de metafysische leer regelrecht uit de ruimte komt. Via mensen, die de eerste, de tweede, de derde en de vierde sfeer hebben bereikt en die naar de Aarde terugkomen worden nu voor het Westen fundamenten gelegd. Dat is alles.
Meester Zelanus.
 
 
                                          DE MEESTERS ZEGGEN.
                                 DE MENS EN ZIJN REÏNCARNATIE.
Hieronder vervolgen wij de lezing van 30 september 1951 :
De psycholoog zegt: Het kind wordt nu voor het eerst geboren. Dat is waanzin onzin.
Nu staan wij dus voor de onwetendheid...,voor de onmacht van deze maatschappij. Maar u, gij weet het. Waar het mij nu om gaat is vast te stellen - voor de tiende keer - dat ge vader en moederschap...dat ge reïncarnatie bezit. Dat het goddelijke in de mens, waardoor alles ontstond en verstoffelijkt werd, aan een eigen baan begon en nu voor elke karaktertrek een levensruimte moet ontvangen. Bent u daar nu mee bezig? Bent u daarmee begonnen? Wanneer ik u straks even meeneem naar die Eerste Sfeer en vergelijk; wie bent u nu? Wat wilt u nu? Hoe is thans uw toestand?

Dan kunt u onfeilbaar vaststellen Andre zei het u door de boeken 'Een Blik in het Hiernamaals', 'De Kringloop der Ziel' 'Tussen Leven en Dood' en alle andere boeken...in welke levensgraad u bent. Hoe thans uw licht is. Ik zal u verklaren - wij zullen hem volgen - dat elke karaktertrek, dat elke handeling en dat iedere daad levenslicht MOET zijn voor God, voor Christus. Ja, voor uw 'welvaart' achter de kist.
Het kind op aarde gaat verlangen...;de mens verlangt naar liefde...LIEFDE~ Hoe is de Liefde nu aan Gene Zijde? Hoe krijgt u liefde; de reïncarnatie; de wedergeboorte te beleven in uw maatschappij? Dat weet u, die graden kunt u volgen. U ziet de laagste, de dierlijke graden daar voor u. Hoe de mens nu voor zichzelf de lichamelijke liefde beleeft, kent u. Maar toch.... ook nu is het 'gevoel' om te baren en te scheppen: Nu staan we tóch voor een ontzagwekkend iets; En dat is?

Vergelijk dit gevoel nu eens met het gevoel van de Vierde Kosmische Graad.
U leeft op aarde eigenlijk in een chaos. U leeft dóór de karmische wetten. Ik heb u verklaard dat de ene moeder tien kinderen baart, terwijl de andere moeder geen kind wil, dat zij het gevoel 'kind' niet heeft. Dus die laatste moeder reïncarneert niet voor het moederschap. Die moet voor haar moeder zijn terug naar de aarde, want de Eerste Sfeer is voor honderdduizend procent geestelijk moeder. Bent u moeder? Verlangt u om moeder te zijn? Neen? Dan komt u onherroepelijk in een wereld die geen liefde bezit. Want het 
moederschap bezit ALLES. En dat is nu weer Christus; Onze Lieve Heer: De macht voor de menselijke geest ligt volkomen open. Als u nu uit uw lichaam stapt, dan hebt ge te denken voor ruimtelijke realiteit. Bent u momenteel...op dit ogenblik reëel...waarachtige? Wie van u kan zeggen: Ik weet hoe ik daar moet lopen? U hoeft maar te denken: 'dat doe ik hier dat kan ik immers ook hier?'

Ja, u hebt hier benen, voeten om te gaan, maar daar hebt u 'de grond' niet om te staan. Fundamenteel is die opbouw verwaarloosd...U bent er nog niet aan begonnen.
Wij zien hier de mens komen met machtig veel stoffelijk bezit. Ik gaf u zoveel beelden daarvan. Ik zei - en dat is heel erg - dat kunsten en wetenschappen geen enkele betekenis hebben. 'Want' ,zei de Christus,'indien ge al de talen der Aarde spreekt, doch ge bezit geen liefde, dan zijt ge niets waard:' Daarmede zei Hij, Bewust, Alwetend: 'HEBT LIEF'.
Is het soms niet waar? Als u tot de groten der Aarde, tot de genieën gaat, doch zij slaan u, dan behoren die grote mensen tot de duisternis. In de Eerste Sfeer slaat men niet meer. In de Eerste Sfeer heeft men die wetten en krachten reeds opgebouwd, want dat is het bezit, het licht, de heilige geest op die afstemming.
De mens die hier denkt alles te bezitten waarvoor de mensheid ontzag heeft dat is aards gedoe. U kunt het nemen zoals u het wilt, u kunt zeggen,  ja, maar waarom is dat alles dan opgebouwd? Dat heeft meester Alcar, dat heeft Bach, dat heeft Mozart, dat heeft Titiaan, dat heeft Leonardo da Vinci,dat hebben zij allen moeten aanvaarden; hun kunst bleef kunst, maar hoe waren zij voor de mens?

En daar stond nu de mens naakt. Wat zegt op dit ogenblik Anthonie van Dijck? Wat zei meester Alcar tegen Andre, toen hij hem vroeg: 'Maar hoe hebt gij dat dan gedaan hoe leefde gij dan in de chaos?'
Daar staat een vonkje van God op tegen de Meester, want Andre is niet bang, zelfs niet voor Onze Lieve Heer, en zei: Als u het mij niet wilt verklaren, dan ga ik hoger , hoe hebt u gij geleefd? 
Wij maakten een reis voor de Kosmologie. Wanneer u niet gaat vragen: Hoe hebt gij dat gekund, Christus? komt Hij niet!
 Wanneer gij dat Moeder, dat Vaderschap niet kunt beleven, niet WILT volgen. U hebt dat gekregen, uw lichamelijke toestand is er. Het menselijke éénzijn is het stoffelijke fundament voor de geestelijke liefde, maar er komt een tijd dat het vader en het moederschap - die liefde - opgetrokken moet worden naar het karakter.

Die Goddelijke fundamenten zijn nu alleen het universele bezit voor de menselijke ziel de Vonk Gods. Begrijpt u goed waarheen ik wil; de goddelijke zee in de mens waardoor de mens vader en moeder is, dat is de Godheid nu voor de mens ,in de mens. Waar u ook bent. Waar u ook leeft ook al betreedt u het oerwoud Dat is een goddelijke Vonk, die man, die zwarte man, die zwarte moeders, die wezenloze zielen - die geen gevoel hebben? Ze hebben gevoel - dat zijn GODEN. Dat ziet u niet.
Dat voelt u niet! Dat is voor u, het blanke ras, eigenlijk belachelijk, maar ze hebben vader en moederschap. God gaf hen ALLES! Hij legde in élke vonk, zei ik u, Zijn licht, Zijn leven, Zijn geest, Zijn kleurenrijk..., want de mens straalt Zijn kleuren uit! En toen, daarná kwam er Eén, kwam Hij, de CHRISTUS. de MESSIAS.

God gaf de mens Vader en Moederschap WEDERGEBOORTE. Dat kreeg de mens voor niets!
Dat is de goddelijke KERN voor de mens, voor het dier, voor het leven in Moeder Natuur. Maar de MENS zal zich nu die Godheid eigenmaken! Dát is nu het woord. Dat eigenmaken gebeurt nu dóór het leven, dóór uw maatschappij. Nu kan ook het leven, waar u ook bent, wat u ook doet dat kunnen wij - nu kan het leven ongelofelijk schoon zijn!
Het doet er niet toe wat u doet , al is uw toestand voor de Aarde zwaar, al hebt u het moeilijk Wie nu wil maakt van zichzelf een KONINKRIJK GODS. Ruimte, Licht, Leven..., Liefde, o Geest. o.! Geestelijk Bewustzijn..o.., Harmonie..!
Waarom?

Omdat dat Vaderschap, dat Moederschap, die goddelijke Fundamenten, u tot die REÏNCARNATIE dwingen!
De menselijke wil om geen deel te nemen aan het leven van Moeder Natuur IS het dode punt!
Maar nu komt dat wijsgerige dorsten u te hulp. Het vragen naar GOD..., het willen beleven van de Christus, dat komt u te hulp, want dáárvoor kwam de Christus naar de Aarde!
Waar het de Meesters om gaat, waar het mij om gaat is de liefde die u hebt, die is vanzelfsprekend! Die komt tot ontwaking, naarmate het lichaam, als stoffelijk universum ontwaakt~ Dat bezit elk mens, elk dier. U gaat huwen, u krijgt die eenheid. Máár..., dat gevoel in u, dat ontzagwekkende branden, die uitstraling van gevoel en van gedachten naar die andere persoonlijkheid, naar die éne mens. Weet u niet wat dat is? Dat hebben wij gevoeld, dat hebben wij gezien, dat is een diepte, zo ontzagwekkend. Maar dat bracht ons terug tot het ontstaan van het EERSTE ogenblik en dát is nu het goddelijk REÏNCARNEREN voor de mens.

Dat gevoel, dat de psycholoog nog niet kan analyseren, is het natuurlijke éénzijn met de Macro kosmos om te reïncarneren. Het gevoel om het leven voort te zetten, direct vanuit het Albestaan in de mens. Voelt u dit? Het Albestaan van en voor de mens. Déze mens wandelt nu in déze maatschappij, die onbewust is..., die bijna volkomen krankzinnig is en déze mens moet zijn Goddelijk voelen, kennen en handelen naar de Sferen van Licht voeren, sturen.
En nu is het een chaos. Nu is het een ontzagwekkende chaos, want de mens kent zichzelf niet.
Wij kunnen nu onfeilbaar uw persoonlijkheid analyseren, de psycholoog staat weer voor u, maar die is geen geestelijk bewuste. Elke handeling nu, die u doet die is niet uit de goddelijke Bron omhoog gekomen.
Wanneer, vragen wij u thans, komt er vanuit uw goddelijke Vader en Moederschap iets omhoog om het dagbewuste leven te bezielen? Wanneer?

Daar staan wij nu, dáárom bracht ik u tot de Christus in U. Ja, nu staan wij wéér voor de Christus in ons, want élke gedachte is door de Christus goddelijk Bewust beleefd, behandeld.
Er waren in Hem géén fouten. Hij bezat geen stoffelijke fouten; noch geestelijke fouten....
Christus bezat geen macrokosmische fouten. En zó ver kan de mens gaan, die wetten kan de mens zich eigen maken.
Ik gaf u een beeld van Hem toen dat vindt u machtig, dat ontroert u.....
Maar nu, vanuit Christus, vanuit Gethsemané, ziet u, dat mediteren, dat denken, terug tot u zelf. Nu staan wij voor de mens. Vrij van de Christus? Vrij van uw Godheid? Neen, want die leeft in u. Breng nu uw gevoel, uw éénzijn voor al uw daden voor al uw denken naar die kern.
Praat met elkaar, zei ik, praat, doe moeite, doe MOEITE, DOE MOEITE, want u krijgt het niet voor niets.

Wij, de anderen, miljoenen mensen, sloten zich op in Tempels, ze hebben zichzelf gekraakt, wij gingen door krankzinnigheid: André zei tot meester Alcar: Was u ook daar? En dan moet u de brand, het vuur uit zijn ogen zien, wanneer leerling en Meester elkaar aankijken nu staan wij voor de werkelijkheid, hoe hebt ge daar geleefd?
Hebt u het gevoel gekregen dat de Kosmos in mijn lichaam brandt, had u dat? Meester Alcar laat hem uitrazen. Neen, nu staan wij voor de heilige eerbied, nu staan wij werkelijk voor het gevecht. Of dacht ge waarlijk dat dit kind, waardoor wij dit alles hebben opgebouwd, het voor niets heeft gekregen? Elke dag staan wij opnieuw, staat hij opnieuw voor een universele strijd:
Het gaat hier om goddelijke realiteit ; om goddelijke rechtvaardigheid: Om
ALLES..., nu in dit leven, om ALLES:
Ja dan wordt de Christus streng, indien Hij zegt: ' Laat de blinden, de blinden genezen:'
Wilt ge doof, doofstom blijven? Hebt ge dat lief? Wilt ge de afbraak dienen? Ga dan uit mijn omgeving satan VERDWIJN!! Ik ben niet te beïnvloeden voor de afbraak. Ik dien op dit ogenblik geen mens, ik dien de mensheid. Ik dien de RUIMTE: RUIMTEN wil ik dienen:
Christus diende het GODDELIJKE AL:
Meester Zelanus.
 
 
                                               VRAAG EN ANTWOORD. 
    Hoe denken de meesters over de persoonlijkheid van het Jehovah-kind?
                                        Meester Zelanus antwoordde hierop:
Dat heb ik u in het verleden verteld. Hoe denken de meesters, hoe denkt de ruimte over het Jehovah-kind?
Hoe denkt u, zou ik u willen vragen, over een God van haat? Over een God die verdoemt? .
 DIE BESTAAT NIET. Wie heeft dat Oude Testament geschreven? Mozes was een rebel, een geestelijke rebel. Adolf Hitler, Napoleon, zij waren stoffelijke rebellen met een geestelijk ondergrond. Wat wilde Napoleon? Opbouw, eenheid. Ieder bewustzijn, elk gevoelsleven heeft iets, waarvoor de mens leeft en waardoor zijn God geopenbaard wordt.
 Maar het Jehovah-kind? Ik heb u op een avond een beeld gegeven over het Jehovah-kind. Ik heb u gezegd dat ik wilde, dat u de bezieling bezat van de Jehova getuige. Zij zetten hun leven in, helaas voor een God die haat en vernietigt. 'Over vijf seconden vergaat de wereld. Maak u gereed.'
 Alleen hij die zich aan het Jehovah-kind overgeeft wordt door Christus zalig gemaakt. Weet u dat niet? Dan pas bent u de gezaligde. De rest is verdoemd. Vecht u daarvoor, leeft u daarvoor, bent u daardoor bezield?
Het is niet veel bijzonders, want er is alleen een God van Liefde.
Dat Jehovah-kind is heel sterk, dat kind kan veel van zichzelf inzetten, maar het Oude Testament moeten wij dat kind ontnemen. Er is alleen een Vader van Liefde.
Meester Zelanus.
 
 
 
                                            VRAAG EN ANTWOORD.
Ik heb een boekje gelezen van een hogepriester uit Tibet. Die verklaarde in dat boek dat hij dertig jaar geleden in zijn kamer priesters heeft ontmoet en met die priesters heeft gesproken en vanaf die tijd de Christus vertolkt heeft onder de mensen in Tibet. Kan dat?
Jazeker, u kunt op dit ogenblik Christus zien. Christus kunt u elk ogenblik waarnemen, elke minuut, iedere dag, ieder ogenblik. Waarom?
Toen André tussen vijf en zes jaar oud was, u kunt dat lezen in Jeus van Moeder Crisje, verduisterde de ruimte en werd alles duisternis. Dit zeiden de Meesters. die nu door hem spreken, schrijven en schilderen en alles doen door dit lichaam. De persoon, die u daarstraks wellicht hebt gesproken, is nu weg. Wij zijn dit, wij spreken tot u, wij die ook de boeken schrijven.

Maar dit kind had tussen vijf en zes jaar contact met de Ruimte en de Meesters verbonden dit leven met Golgotha. De ruimte verduistert. Dit heeft u niet in Jeus van Moeder Crisje gelezen.
(Hebt u dat boek gelezen?)
Daarna zat Jeus - Jozef Rulof - aan de kant van de weg te wachten, te wachten. Elke nacht manifesteert zich daar de Christus. Hij zegt: ' Er gebeurt niets, er komt niets. Hij is er nog niet.'  Wanneer het kind 's avonds gaat slapen, wacht het. De ruimte, de dakpannen verdwijnen, het gevoelsleven gaat naar de Ruimte en vanuit de Ruimte komt er licht. Iets moet er heel spoedig gebeuren en ik weet, waar. Dat duurt nog maanden, dus het kind wordt voorbereid.
Na drie maanden gaat het 's morgens om negen uur langs de weg zitten. Hier, op deze plaats moet het gebeuren. Zijn vrienden komen en die vragen: Wat doe je daar? Hij weg!

Het duurt van negen tot één uur, twee, drie, vier, over vieren, twintig over vier, tegen half vijf, kwart over vijf, daar komt een licht en daar komt Christus. Gaat u maar mee? 
Hij zegt, met Onze Lieve Heer aan de hand: Daar woont mijn moeder Crisje. Dan zegt Onze Lieve Heer: Dat weet Ik. Waar zijn Mijn kinderen?
Dat kind hier, dat nu tot u spreekt, wist op zesjarige leeftijd: Christus zei tot dat kind:
 
'Jij, Jeus, brengt de kinderen weer tot Mij.' Dat is gebeurd.
Toen Jozef Rulof 38 jaar oud was, kwam Christus weer, omdat Jozef een gevecht voerde ten opzichte van een zieke, van een man en een moeder, een gelukkig huwelijk. Dáárvoor wilde hij sterven. Die man moest beter en hij dood! Hij ziek! Kunt u het nog beter? Zou Christus dat gebed verhoren?  U bent dokter, een magnetiseur, een genezer en u zegt: Ik sterf en dat kind krijgt mijn leven, want Christus zei: 'Verlies uzelf en gij ontvangt Mijn leven.'
Toen ging Jozef Rulof om Meester Alcar heen, om de sferen heen. Meester Alcar kon hem niet meer opvangen. Hij gaat verder en verder en heel de Ruimte, miljoenen waren aan het kijken, mensen, vaders en moeders.

Waarheen gaat dit gevecht? Een kind op Aarde vecht ten opzichte van leven en dood, liefde en geluk, rechtvaardigheid, het woord van Christus. Heeft Christus dat gesproken, ja of neen?
Meester Alcar kan nu niets meer doen. Dat gevecht is in 1937 gebeurd. Toen de dokter kwam en zei:' U moet die patiënt behandelen', kreeg hij bericht: Direct, over 11/2 jaar, sterft dit leven. Er is niets aan te doen, toch moet u helpen. Nu komt het gevecht. Meester Alcar wil dat. André verliest het. Maar intussen voeren wij het gevecht met Christus.
U bent er of u bent er niet. U hebt het gezegd, of hebt u het niet? Ik moet U zien of ik sta stil. En indien mijn Meesters duizenden boeken schrijven, zeggen mij die niets meer. Ik moet nu het woord, want U hebt gezegd door de bijbel, door duizenden dingen: Wie zijn leven wil verliezen, zal het Mijne ontvangen.

Hebt u dat gevecht al eens geleverd? Begin er eens aan. Dan krijgt u de Christus te zien.
En toen kwam Christus. Want hierdoor werd in de eerste plaats bewezen, dat André contact had en heeft. En wanneer dit niet de Universiteit van Christus was, die u krijgt door de boeken, dan was Christus niet gekomen, want u kunt Christus niet bebidden. Bidt u maar. Die bidderij van hem had niets te betekenen, maar. Christus kwam:
Begin waarlijk te dienen en te vechten en uw leven voor de mensheid in te zetten, want al deze mensen zijn uw kinderen. Waarom kijkt u zo vreemd ten opzichte van een mens? U bent één. U kunt nimmer gelukkig zijn, wanneer u, moeder, en u, vader, nu naast elkaar staan in het Licht, in het geluk, in de liefde, dus, met andere woorden, wanneer u aan Gene Zijde komt en u denkt de eerste sfeer, die hemel te beleven en te aanvaarden, dan komt Christus als het ware tot u als een gestalte. Christus, uw bewustzijn wordt alom vertegenwoordigd. Dus, in elke graad, ook voor de maatschappij, voor uw taak op Aarde, wanneer u tot ziel, geest en leven spreekt, hebt u contact met de goddelijke Rechtvaardigheid, Liefde, Vader en Moederschap.
 Is dat zo? Vanzelfsprekend is dat, wanneer u hier God aanraakt, u ook een visioen, een bezieling, een waarheid, een rechtvaardigheid kunt beleven, die vanuit de goddelijke Bron tot u komt. Maar bent u zelf leugen en bedrog en u vertegenwoordigt verdoemdheid, afbraak, wilt u dan Christus beleven en ontvangen?
IS HET NIET EENVOUDIG?
Meester Zelanus.  
 
                            HET ONTSTAAT DE MISGEBOORTE?
Een onderwerp dat op één van de discussieavonden in Den Haag naar voren werd gebracht. Na de discussie over dit onderwerp is gebleken dat het wellicht aanbeveling zou verdienen om voor dit onderwerp in een artikel hier aandacht voor te vragen.
Wij vonden daarvoor een artikel, geschreven door één van de Meesters, dat het gehele onderwerp de revue laat passeren.
Dat ook in onze tijd de wetenschap dit gebeuren nog niet kan verklaren -- ofschoon vermeld moet worden dat er in wetenschappelijke kringen toch sprake is van verdere ontwikkelingen met betrekking tot het fenomeen van de geboorte -- blijkt uit enige uitspraken van een aantal wetenschapsmensen, waarvan de citaten tussen de tekst staat afgedrukt.
 
Zo ik u een duidelijk antwoord wil geven op dit onmetelijke en voor de aardse wetenschap onverklaarbare gebeuren, moet ik u voeren door de duizenden wetten en levensmogelijkheden van de ziel. U, geleerde, weet daar niet van, doordat uw begrippen zich strak aan de Aarde houden en niet willen opklimmen naar het universele leven achter de kist, waardoor wij, hemelingen, ons kosmisch bewustzijn ontvangen.
U moet in de allereerste plaats aanvaarden, dat de ziel als mens alleen door telkens terug te keren naar de aarde tot een hogere staat kan evolueren. Doordat dit zo is, kon de misgeboorte of miskraam ontstaan.
Voor het eerst in de geschiedenis heeft nu de mens de mogelijkheid om met de röntgenologen van de wetenschap een blik te werpen in de geheimzinnigste van alle werkplaatsen. 
(Prof. Dr.E. Blechschmidt)

In zijn ontwikkeling verloor de mens zich, hij deed kwaad en bezoedelde zo de Goddelijke, harmonisch geschapen wetten en zichzelf.
Bij de ziel, die met God in harmonie is, kán geen miskraam optreden. De chaos, die de mens door zijn kwaad aanrichtte, voert ons tot de psychopathie. Al uw psychopaten, aardse dokter, zijn mensen, die de Goddelijke wetten veelvuldig overtraden, door hun haat, hun wreedheid,  hun moord, hun hartstochten. Zij liggen na de stoffelijke dood neer in de laagste, door hen zelf opgebouwde hellen. Maar ook zij moeten volmaakt naar God terug, want Deze kan, zonder Zichzelf schade te berokkenen, geen van Zijn delen verloren laten gaan. Hoe zouden zij nu naar hun Schepper kunnen evolueren, als zij niet telkens weer de gelegenheid kregen nieuwe ervaringen op te doen om daardoor aan liefde en bewustzijn te winnen? ,God stuurt hen dus in Zijn wijze betiering terug naar het aardse leven. De bruutheid, die deze zielen evenwel nog eigen is, overheerst het natuurlijke proces in de moeder en scheurt het tere, nog maar half verstoffelijkt cellenweefsel vaneen, waarna de vloeiingen beginnen en u de miskraam te aanvaarden hebt. U kunt om dit te voorkomen de moeder middelen voorschrijven, maar zij zullen en kunnen nu niet helpen, daar u voor de eigen onherroepelijke wetten van het kind staat.

Dit keert nu terug naar het astrale bestaan, maar straks wordt het opnieuw en opnieuw door de moeder aangetrokken, zolang tot het innerlijke leven gereed is om de stoffelijke wetten voort te zetten. Nu pas kan de normale geboorte volgen. Desondanks wordt het kind als psychopaat, als achterlijk wezen dus, ontvangen, hetgeen duidt op zijn lage, nog dierlijke afstemming.
Voor mij - en nu spreek ik als wetenschapsman- ligt op het ogenblik van de bevruchting alles vast; op dát moment is een 'klein mensje' met z'n leven begonnen. Beschermt het want het heeft er recht op zolang het zichzelf niet kan beschermen.
 (Prof.Dr.W.J. Doorenmalen) 

Het overschrijden van de Goddelijke wetten heeft u tijdens uw laatste oorlog kunnen waarnemen. Miljoenen mensen leefden zich uit en al deze mensen zullen terugkeren en de psychopathische levensgraad moeten aanvaarden, allen zullen zeven en meerdere miskramen tot stand brengen, vooraleer zij in harmonie zijn met het stoffelijke leven en de wetten voor het vader en moederschap. Indien het mogelijk was, zou de moeder negenenveertig maal tijdens haar leven de verschrikking van een miskraam moeten doorstaan. Opdat u zich echter anders in deze materie zou verliezen, behandel ik hier slechts de zeven bestaande levens graden. Wij weten echter dat de ziel, komend uit haar diepste disharmonische graad ook door de zes maal zeven overgangsstadia van de normale, stoffelijke geboorte moet. Dat een moeder dit aantal miskramen niet beleven kan, weten wij, zoals gezegd, ook. Hierin wordt zij nu ten behoeve van het disharmonische zielenleven door miljoenen moeders geholpen.

Wanneer een bevruchte eicel op zichzelf geen volledig menselijk wezen is, zou het nooit een mens kunnen worden, omdat er dan iets aan zou moeten worden toegevoegd en wij weten dat dit niet gebeurt. Het staat wetenschappelijk vast en er bestaat absoluut geen  twijfel, dat er sprake is van het doden van een mens, wanneer men zo'n weerloos wezen doodt. Men begint met het allerkleinste en met de allerkleinsten, met hen die men nauwelijks ziet... Al vanaf de eerste keer 
begaat men een MOORD. 

(Prof. Dr. J. Lejeune)
Als dit machtige gebeuren u, dokter, een gekkenhuis lijkt, dan komt dit, doordat u de onmetelijkheid en de kosmische vermogens van de menselijke ziel niet of niet ten volle kent:
De ziel als mens moet dus door al die misgeboorten heen, voordat zij haar natuurlijke geboorte weer in eigen handen heeft. Elke moord, mijn waarde dokter, is voor de mens tevens een misgeboorte. Denkt u met het beeld van de oorlog nu eens in, voor hoeveel gevallen van ontijdige geboorten u in de toekomst nog zult komen te staan, een geestelijke en stoffelijke chaos, waaraan u, hoe gaarne ook, niets kunt veranderen. Maar, ik herhaal, miljoenen moeders zorgen er voor - dat zij eens geheel oplost. Zij behoeven met de psychopathische levens niets hebben uit te staan, zij zijn gereed voor het hoogste moederschap en willen, overtuigd van haar universele staat, dienen. Zij wensen met inzet van haar lichaam, haar liefde en haar kracht, keer op keer te doen wat haar God in het oneindige deed, levend in het heilige weten, dat zij tijdens haar zwangerschap deze Goddelijke Scheppingsdaad in haar graad opnieuw verricht.
Nu onderscheiden wij nog de onbewuste en bewuste miskraam. De onbewuste toonde ik u hierboven; de bewuste wil ik u thans verklaren.
Het leven van ons, hemelingen, is geheel gewijd aan studie, of had u dit anders ingedacht? Met heel onze persoonlijkhéid zijn wij bezig door te dringen tot de wetten, graden en toestanden, die in het Goddelijke Heelal regeren, om daardoor dichter tot onze  Schepper te komen. Wij willen deze wetten n iet alleen zien, maar ook ondergaan. Als dit verlangen in ons op honderd procent is gekomen, schenkt God ons deze genade. Zo zal de ziel, die de verdichting en de uitdijing van de stoffelijke geboortewetten wenst te beleven, van Hem de mogelijkheid ontvangen om weer als kind in de moeder op te groeien, zolang tot dit unieke proces in zijn totaal bewust beleefd is, waarna de ziel de moeder verlaat, haar dankend voor de gelegenheid, die zij haar in haar liefde schonk, een dankbaarheid, die deze moeder straks in het leven na de dood als een hemel zo onmetelijk voor zich zal zien. Zo, door deze mogelijkheid, winnen wij én de aardse moeder aan kosmisch bewustzijn:

Vindt u het vreemd of onlogisch? Of gaan uw ogen open en komt er vreugde in u, nu u een glimp ontvangt van de Goddelijke realiteitswetten? Voelt u aan, wat u en uw psycholoog nog te leren hebben? Ik zou door willen gaan met u de waarheden te geven van de natuur, waarvan wij de miljoenen levensgraden leerden kennen en bezitten. Ik zou u nog willen verklaren of het kind dan wel de moeder zelf verantwoordelijk is voor de disharmonie. Hoeveel moeders toch zijn er, die haar kind niet wensen en het voor of na de geboorte doden. God laat toe, dat zij Hem Zijn heilig geschenk terug in Zijn gelaat slingert. Elk mens, ook wij hemelingen, deden dit eens in onze beperktheid, ons onverstand, om dan te beleven hoe ontzaglijk Zijn liefde is, die ons de gelegenheid gaf, zó lang het moederschap te ondergaan, tot wij de genade ervan gingen inzien. Welke miskraam, welke moeder is nu bewust of onbewust? U voelt zich verplaatst in een doolhof, waar uw wetenschap u niet uithelpt. Pas wanneer u over uw kist durft zien en u ontvankelijk toont voor de wijsheid uit het leven na de dood, waar uw vaders en moeders, uw vrienden zich met u zoeken te verbinden om hun daar opgedane wijsheid aan u mee te delen, eerst wanneer u uw onmacht aanvaardt, zult u waarlijk geleerden zijn en noch de miskraam, noch andere disharmonische verschijnselen langer als benauwende problemen ondergaan!
Meester van Gene Zijde.
 
                                           VRAAG EN ANTWOORD.
                                                             VRAAG:
De hieronder behandelde vraag gaat over de ontstaansvolgorde van mens, dier en plant. U hebt gezegd dat wij mensen aan de aap iets gaven; dat de aap dus één stap achter ons gaat in de evolutie.
Jozef Rulof antwoordt hierop: Ja, natuurlijk! 
Maar u zei tevens dat wij als mens een opstanding, een oprijzing, een groei zijn van vissen, is dat dan niet een tegenstelling? Is dat niet juist hetgeen Darwin ons leert?
Jozef Rulof gaat verder met: Neen!

Dat is niet zo eenvoudig voor u. U hebt dan een dierlijk bewustzijn, landelijk dierlijk bewustzijn. Wij spreken ook bij de mens over dierlijk bewustzijn, maar dat heeft dan niets te maken met het dier. U moet die werelden kunnen onderscheiden.
Dáár is nu die menselijke graad en hier is de dierlijke, maar die is nu lager.
Gaan wij in de evolutie terug, dan keren wij terug in de wateren. Het water vertegenwoordigt duizenden werelden voor levenswetten en graden en dat zijn de vissen, nietwaar?
Wij mensen noemen ons ,,wetenschappelijk" ook dierlijk en delen ons in bij de zoogdieren. Doch nu gaat u zich verliezen!

Kent u de leer van Madame Blavatsky?
Dat is de theosofie.
Zij leert: Wij waren éérst planten, toen dieren en daarna mensen.
Hoe kan dat?
Dat is niet waar!
De meesters zeggen: Toen het menselijke embryo ontstond was de schepping reeds af, maar er was nog geen gras, er was nog geen  natuur, want dat zou pas later ontstaan!!
De natuur, alles wat u ziet in de Ruimte is verdichte stof.
Om te zien hoe alles is ontstaan moeten wij terug naar het begin.
Uit het ene Goddelijke is het andere leven geboren. Toen God zich manifesteerde kon er nieuw leven beginnen en dat waren wij.

Maar ik zei u al: Er waren tijdperken en dat zijn nu de dagen uit de bijbel.
Zo'n ,,Dag" is een tijdperk, maar voor de kosmos is het een graad van ontwikkeling en dan komt daarna vanzelf het volgende stadium; de 2e graad.
Zo volgen de graden elkaar op en zien wij de 3e, 4e, 5e en 6e graad, totdat het hoogste, het volmaakte ,,alles" ontstaat en de 7e graad, in bezit genomen wordt.
Nu blijf ik bij het menselijke ,,ego". Dat is een stoffelijk celletje geweest met ziel  en geest en dat kregen we van de Maan!
De maan splitste zich en gaf door wat Zij van God had ontvangen.  

Uit dat Macrokosmische leven ontstond nu het menselijke embryo als cel.
Dat was ons ontstaan, ons allereerste begin als mens.
Het dier en ook de natuur waren er nog niet.
Eerst hadden die cellen zichzelf te beleven. Na hun prille ontstaan stuwde de innerlijke kracht, de Ziel hen voort en dwong hen tot samensmelting met andere cellen waardoor zich het eerste eenwording van gevoel tot gevoel voltrok. De allereerste paring, de eerste volledige overgave van twee zielen van één levensgraad voltrok zich en werd daarmee tot ervaring. Deze beleving werd innerlijk bezit en verhoogd bewustzijn.
Ook hierna, zoals God heeft gekund, kwam er een splitsing waardoor nu deze cellen nieuw leven voortbrachten. Zij gaven daarmee alles van zichzelf. Deze uitputting op 100% voerde de cellen naar de allereerste stoffelijke dood, doch de geest was nu rijker want zij kende nu de ondervinding van scheppen en baren en die Goddelijke mogelijk- heden waren nu beleefd en vormden nu gevoelskracht die niet vernietigd kan worden door de stoffelijke dood.

Nog immer als geestelijke cel verliet nu dat leven de stof en vormde nu de astrale, geestelijk wereld.
Het stoffelijke celletje miste nu echter deze bezieling en kreeg daardoor de verrotting te aanvaarden.
Doch dat proces bezit levens energie en is scheppend en barend en bracht nieuw leven voort op een iets lagere graad. Dat leven verschilt maar weinig met dat van de allereerste openbaring, maar dat weinige is toch zo essentieel dat het nimmer anders kan zijn en vertegenwoordigen, dan de één na hoogste graad. Het bezit alles van God maar ontving dit door en als gevolg van het heilige eerste beleven van de mens als ziel en stoffelijke geboorte.
Uit het allereerste menselijke leven werd het hoogste, dierlijke leven geboren en zou door alle evoluties heen de mens op de voet volgen, waardoor wij nu staan voor de hoogste diersoort, onze aap. Nog steeds vertegenwoordigen wij als mens het allerhoogste bewustzijn volgens onze eigen afstemming, maar de aap kan die hoogte nimmer bereiken. Maar ook die ,,aapcellen" beleefden het wonder van het éénzijn, het scheppen en het baren van nieuw leven voor hun eigen. soort en ook zij kregen de stoffelijke dood te aanvaarden en de verrijkte opgang naar de astrale wereld en ook begon door hun stoffelijk sterven een rotting die weer een lager niveau op volle kracht in staat blijkt tot scheppen en baren. Zo ontstond graad na graad en opvolgende lagere diersoorten. Het ene bracht het andere voort en al die graden bezitten vader en moederschap. Dat alles door dat grote rottingsproces op Moeder Maan.

Dat moest verdichten, dat maakte een evolutie mee en op een goede dag was het zo dicht geworden dat de ,,grassprieten" boven het water uitkwamen!
Dat is de natuur geworden! Dat zijn nu uw bomen, planten en bloemen, daarin leeft nu het dier, ook het waterlijke dier en de mens, maar de mens stijgt boven alles uit! De mens is het éérste en het hoogste leven van God!
Toch volgt dat leven als menselijk embryo een evolutie, welke via dierlijke stadia verloopt.
De mens als éérste en hoogste vertegenwoordiging van God beleefde het ,,visstadium'' en verkreeg daarna landelijk bewustzijn.

Het wezen mens kroop aan land en ging als de dieren kruipend voort, kruipend werd langzamerhand lopen en na vele tijdperken richtte de mens zich op en zocht om zijn ,,blik" te verruimen. Elk leven bracht hun verder.
 Zo ook de dieren, ook zij beleefden hun miljoenen levens en ontwikkelden hun soort en karakters. Maar de mens ging voorop. Ook al kende de mens dierlijke stadia, wij zouden vele tijdperken terug moeten gaan, naar de tweede kosmische graad om te zien dat de mens toch ook een ,,aapstadium'' vertegenwoordigde.
Maar niet als onze huidige aap!
Neen als mens!
Als hoogste bewustzijn voor God! Onze Orang Oetang bezit een lagere afstemming en is uit ons geboren. Dat is ons eigen leven en is ons tot de huidige ,,dag" op de voet gevolgd. Het dier bezit gevoelens, bezit evenals wij het machtige wonder van Vader en Moederschap. Het kent de liefde voor haar kind. Maar zal nimmer de hoogste bewustzijnsgraad voor God vertegenwoordigen Madame Blavatsky, u ziet het verkeerd, u ziet het precies zoals Darwin!

De aap is uit het menselijke ego ontstaan. Het dier is uit de mens geboren, want God zei: ,,Vertegenwoordig Mij, als bewuste Goddelijke levens!"
Dat zei ook Christus. Wat God deed in het oneindige, dat deed een planeet voor de ruimte, deze Ruimte!
Wij doen precies hetzelfde als wij de schepping beleven. Wat doet u dan?
U splitst zich....
U bent barend bewustzijn als Moeder. De man is als de zon, scheppende, wij splitsen ons! Wij zetten voort wat God in het oneindige heeft volbracht. Nu krijgt alles vaart en ruimte. U kunt eeuwig dienend verdergaan.
Jozef Rulof.                                                                        

 

PAGINA 2.
HOME.