TAAK, HIER BEN IK! IK GEEF ALLES VAN MIJZELF.
Gene Zijde heeft
gesproken! Als nooit te voren is het allerhoogste Bewustzijn, de Alwetendheid, aan
het woord geweest op Aarde.
Een aardse stem was daarvoor nodig. Een stoffelijke
hand, als een machtige 'neerdaling' vanuit 'Den Hoge' ,moest de tekens verstoffelijken.
Een aards mens moest geboren worden voor de allerhoogste taak, die na de Christus
ooit op Aarde zou gebeuren. 'Gene Zijde' zou spreken, schrijven, schilderen, genezen
en Haar Bezieling zou voor het eerst verstoffelijkt waarneembaar zijn. Gene Zijde
heeft gesproken! Zo ver was de ontwikkeling op Aarde voort geschreden, dat het noodzakelijk
werd het 'onstoffelijke' terug te laten keren in de stof. Deze Goddelijke Terugkoppeling
moest dienen als 'bijsturing' in de juiste richting. Duizenden jaren van ontwikkeling
en voorbereiding waren nodig om zo ver te komen, dat het ook echt mogelijk zou zijn
om deze ontzagwekkend moeilijke verbinding te leggen, om haar zo goed en betrouwbaar
op te bouwen, dat ze zuiver en feilloos zou werken!
Daarvoor zou alle geestelijke
kennis en bewuste liefde aangewend moeten worden. Een lange keten van mensen zou
aaneengesloten in verbinding moeten komen om die uiteindelijke heiligheid in alle
eenvoud en rust, maar ook in volle glorie en geestelijke rijkdom te vertolken. Duizenden
zielen zouden zich aan deze éne taak wijden en daarmee duizenden jaren verbonden
blijven. Al die mensen zouden stuk voor stuk zo ver moeten komen, dat zij alles van
hun eigen 'ikheid' volkomen weg konden cijferen. Immers nu moest het allerhoogste,
wat geen oor gehoord en geen oog gezien heeft, op Aarde vertolkt worden.
Alles van
het eigen willen, voelen, denken, twijfelen, weten, kunnen en verlangen moest nu
weg, moest oplossen, terugzinken in het allerdiepste niets van voor de schepping.
Niet één spoortje van onzichtbare werking zou belemmerend aanwezig mogen zijn, of
reeds dat zou een lagere dimensie vertegenwoordigen en de glasheldere zuiverheid
beneden de honderd procent houden. Eén mens zou deze taak moeten uitvoeren. Slechts
één mens zou dit alles moeten volbrengen. Diens gehele wezen zou zo ver doortrokken
moeten zijn met de wil om daarvoor te dienen, dat zijn eigen willen, denken en voelen,
daaraan geheel ondergeschikt zou zijn.
Gene Zijde heeft gesproken!
Wij kennen nu
het resultaat.
Heel de mensheid zou nu reeds dat resultaat kunnen waarnemen en bezitten,
want alle mogelijkheden voor die communicatie zijn reeds opgebouwd en verstoffelijkt.
Wij, die mochten leven in de directe straling van dat ene wezen hebben in onze boekenkasten
een speciaal hoekje waar zijn zielenbloed en eeuwenlange strijd, studie en overgave
als een stoffelijke verdichting staat samengebundeld.
'Jeus van Moeder Crisje' was
zijn naam, want ook dat moest alles dragen van liefde en reine overgave.
Wij weten
en beseffen dat NIEMAND van ons zo ver zou willen gaan in het wegschenken van zichzelf.
Die eer, mijn lieve lezers, zal eeuwigdurend toekomen aan die ene ziel, aan die Prins
van de Ruimte, of wij dat nu wel of niet voelen en willen aanvaarden. Zo is het
en dat heeft niets te maken met verheerlijken van een mens. Overigens zou die mens
de eerste zijn om ons dat idee af te nemen, immers dat juist is de grote Kunst die
hij bezit. Niets willen zijn dan een klankbord voor het hoogste!
Gene Zijde heeft
gesproken. Duizenden boeken zijn reeds over de Aarde verspreid en nog vele miljoenen
zullen volgen. Eenvoudige taal, die de mens verheft naar zijn eigenlijke niveau.
Sprekend van het wonder van het Leven zelf, was dat spreken op zich reeds een occult
wonder van de grootste orde.
Het occulte wonder kan ontroeren, verbazen en tot stille
eerbied leiden, alleen al om het wonder van overgave tot in het allerdiepste. Wie
weet en beseft hoe zwaar het reeds is om slechts enkele minuten zonder eigen denken
naar een ander te luisteren, moet wel verbaasd zijn nietwaar, dat zoiets mogelijk
is! En dat mensenkind daar luistert naar de Ruimte en wordt zelf als een kind. Hij,
die Jeus dan, wordt een alwetende en toch blijft dat kind vol overgave. Die Ruimte,
die Goddelijkheid kan alles aan hem kwijt en het is alleen de tijd die de voornaamste
begrenzing vormt.
Ja, ja, Gene Zijde heeft gesproken! Ruimschoots gesproken. Boeken
volgeladen in onze hoekjes en onze zielen hebben er van gesmuld en de vreugdetranen
en ontroering waren overeenkomstig ons eigen gevoel en kind zijn. De grote liefdeshand
reikte neerwaarts naar 'de kinderen' van de Aarde.
En zo bezitten wij een 'overdracht'
die wij nauwelijks kunnen omvatten, doorgronden en beseffen. Daarin, lieve lezers,
is het AL aanwezig! Daarin ligt de strijd van duizenden jaren en van miljoenen zielen,
voor het hogere, besloten. Daarin leeft Golgotha, het kruis en Christus, in elke
zin en regel. Zelfs het 'simpelste' boek geheel geschreven voor de kerkelijk, dogmatische
mens van die tijd, bezit de Kosmische diepte van het Al. Dat boek zelfs neen juist
dat boek is een ' Kosmologie' en zal geheel gevoeld moeten worden om de 'Maskers
en Mensen' in de eerste diepgang en gevoelsgraad te kunnen aanvaarden.
Gaan wij weer
te ver? Te diep? Wat willen wij dan?
0, wij willen bij dat occulte wonder blijven.
Wij willen juist dat beleven.....
Wij willen zelf zoiets ondergaan en zo'n taak voor
het universum bezitten. wij willen genezen en onderwijzen... is het dat wat wij willen?
Stimuleren de boeken ons in die richting? Gene Zijde heeft gesproken, waaraan wij
denken is niet meer nodig.
Of geloven wij dat niet...? Wel, wij kunnen het lezen in
elk boek, elke zin verhaalt ervan. Het staat zelfs in het allereerste boek, dat ons
de eerste blik gunt in de Astrale Werkelijkheid. Daarin leeft eigenlijk reeds alles.
Laat dat diep in u komen en het wordt parate wetenschap!
Maar zou dat eigenlijk ook
niet reeds het geval geweest kunnen en moeten zijn met de eenvoudige 'wetten' van
Mozes? Toen hij 'afdaalde' met zijn harde 'tafelen' met die tien geboden, toen reeds
had dat ruimschoots voldoende moeten zijn. Daaraan zou heel de mensheid voor eeuwigdurend
meer dan genoeg gehad moeten hebben, nietwaar? Toen waren het keiharde wetten. Met
onze Jeus is dat heel anders. Bij hem liggen de kernen van het Leven open en bewust
voor ons gevoelsleven. Nu werden ons de fundamenten, het wezenlijke Vader en Moederschap
en de reine diepte van de Reïncarnatie geopenbaard.
Hierdoor is ons 'getoond' hoe
wij eeuwigdurend zijn en nu leren wij alles kennen van ons eigen wezen, inclusief
het occulte in ons, wat wij gerust mogen voelen, waarderen en ontwikkelen als een
van die machtige mooie Goddelijke mogelijkheden voor Mens, Dier en Natuur. Maar laten
wij vooral even nuchter blijven, dit is dan wel onze eigen ontwikkeling. Daar behoeft
geen specifieke taak aan vast te zitten.
Die 'wonderen' van Jeus zijn nu niet meer
nodig want die taak is af!!!
Die taak is tot het uiterste voltooid en hoe ?
Wie van
ons zou, zonder de Alwetende Zorg vanuit de Kosmos en buiten het Plan van Christus
om, nog zo ver kunnen komen? Overigens, wie is zo ontzagwekkend leeg te krijgen?
Wie van ons allemaal, wil nu werkelijk, zo minimaal weinig dat diens leven zo ver
en diep te bereiken is voor het allerhoogste? Wie is nu werkelijk zo ver dat hij
niet struikelt over het eigen willen? 0 ja, media zijn er vele. Zij vinden zichzelf
wellicht belangrijk, zolang zij met eigen leven bezig zijn is dat ook zo, maar ach
en wee, als het pronken is met andermans veren, als de wijsheid van de Meesters wordt
gestolen uit een ruimte die niet van ons zelf is, niet is gevuld met onze eigen strijd,
zweet en zielentranen.
Media heb je in vele soorten, allen zijn bezig zichzelf te
willen, wanneer zij het hebben over aanvullende wijsheid, die nog door hen moest
worden opgeborreld, omdat het niet compleet genoeg was en af... Dát zeg ik hardop,
vanuit een machtige drang van de Universiteit van Christus! Bent u medium?
Geweldig
is dat! Moge uw blik streng en uw Liefde strálend zijn, want ga niet buiten uw boekje,
ga niet de paden van anderen af, bezeer u niet aan wegomleggingen met de titel 'hoofdstraat'.
Hoe gaat het in uw eigen tuintje en in uw eigen straat? Een beetje duf? Een beetje
gewoon en alledaags? 0 mijn hemel, hoevelen betreft dit?
Is het wel interessant om
als schoenmaker zo bij je eigen leest te blijven? Nog afgezien van eer en bewondering
is het bovendien best aangenaam om in het 'hogere' te vertoeven. Dát is lekker eten.
'Goddelijke Koek'. Om dát alle dagen op tafel te krijgen is zo gek nog niet. Maar
wacht even, wij willen dus continu 'bespeeld' worden? Wij bidden om een taak? Wel,
taken zijn er genoeg, maar elke uitvinder weet dat het Eureka pas op komst is als
al het luie zweet volkomen is opgebruikt, dus: Taak hier ben ik, ik geef álles van
mijzelf!
Ook al trappen zij mij geheel in de diepste duisternis, álles zal ik geven
van mijzelf. Niets zal ik achterhouden van mijn leven en energie voordat ik durf
te bidden om een klein en nietig vleugje inspiratie, opdat mijn leven een heel klein
beetje mag dienen voor iets van Christus. 0, mag ik werken als een paard om gereed
te zijn daarvoor. Maar, wat is nu gedragen worden? Wat is het nu om op de krachten
van anderen te dienen, als het eigen leven verwaarloosd wordt? Wat is dat, als de
eigen benen te slap en onmachtig zijn om te dragen wat het eigen levensbeeld oproept?
Zijn er niet velen die geestelijke klusjes buitenshuis doen terwijl zij thuis vol
op in de narigheid zitten? 0, mijn God, een medium te zijn voor een taak in het groot?
Jammer is dat lieve mensen, voor óns allemaal is dat niet meer weggelegd, niet meer
nodig ook, want dat heeft Jeus van Moeder Crisje reeds voor óns en alle zielen in
deze ruimte opgeknapt. Die functie is niet meer vacant en is geheel en al opgelost
en overbodig geworden, juist omdat hij zo goed en onvoorwaardelijk rein en zuiver
is vervuld en uitgevoerd.
Als u nu tóch wat voelt, als er iets is dat onzichtbaar
om u zweeft en dat 'leven' fluistert u iets in, of 'hemelt' u gelukzalig op om een
taak te doen voor Meester Alcar of Zelanus, ja, misschien wel een voor de grote Jozef
zelf, of voor wie dan ook tot en met Christus toe, wees dan uiterst voorzichtig want
u hebt negen en negentig procent de kans dat u regelrecht wordt 'beduveld' en dan
in de letterlijke betekenis van dat duistere woord. Want dát kán niet , die taak
is niet te herhalen, noch dunnetjes over te doen en zelfs niet op of ná te volgen.
Deze taak is in detail compleet en harmonisch af.
Als er nu weer gesproken zal worden
dan is dit door een technisch apparaat. Dan gebeurt dat rechtstreeks, maar zo ver
is het nog niet, want diezelfde techniek is wel ver, maar wordt nog dagelijks grootscheeps
misbruikt voor eigenbelang, overheersing en vernietiging.
Wie daar in kijkt, beseft
dat het nog niet kán. Nu zitten wij nog in de fase van het voluit beleven hoe het
niet moet. Dit wordt nu snel en drastisch doorlopen. In liefde vol geduld zal het
meer bewuste deel van de mensheid deze pijn moeten verdragen, nu zij moet afwachten
tot haar onbewuste zusters en broeders door dit beleven zijn heengegaan.
Dit is onafwendbaar
omdat zij blind en doof zijn voor een reine natuurlijkheid die geluk en vreugde kan
schenken. Omdat zij zijn afgestemd op hebben en op houden in plaats van op geven
en schenken.
Pas als dáárin de onmacht is beleefd en het falen diep is gevoeld, zal
het mogelijk zijn dat de WIJSHEID opnieuw tot spreken komt.
Maar, Gene Zijde heeft
gesproken. De tijd is reeds voorbereid, want voor de gevoeligen is er reeds geestelijk
voedsel volop. Die HONGER kan worden gestild, daarvoor diende Jeus en dát was een
GROTE TAAK.
P. L. H.
SLECHTE
GEDACHTEN.
Onlangs kwam er iemand met een vraag op ons af, die nog niet eerder was
voorgelegd.
Veel vragen kregen wij al te verwerken. Meestal echter betreffende geestelijke
gaven en de sferen, maar vooral veel over de hogere werelden, de vierde kosmische
graad en zelfs het Al behoort tot hét voornaamste belangstellingsgebied van de mensen,
die ons goed genoeg achten om hun vragen voor te leggen. Heel vaak ook blijkt dat
het ze er alleen maar om te doen is om hun gevoelens 'lucht' te geven, omdat door
een intense werking hun persoonlijkheid anders uiteen dreigt te spatten. Onze antwoorden
zijn dan niet eens zo belangrijk, ook al 'zweten' we daar nét zo veel op als op alle
andere.
Maar nu lag het eventjes anders. Nu kwam er iemand vragen hoe het toch komt
dat hij zich nog zo vaak betrapt op slechte gedachten, terwijl hij toch zo intensief,
oprecht en bezield denkt en voelt in en door de wijsheid van de Universiteit van
Christus. Ja, ja, dat is me wat: Het is voor ons de éérste keer dat wij zo'n 'kardinale'
vraag te beantwoorden krijgen, want er stond nog bij:
'Hoe denken u en de Meesters
daarover?'
Daar word je dan toch wel even stil van, mensen nog aan toe wat is dat
een machtige vraag. Nu eens niet: 'Hoe kom ik snel in de eerste sfeer?' of 'Hoe kan
ik mijn gaven ontwikkelen?' Ook niet: 'Waarom beginnen wij niet in het groot met
vaart en bezieling?' Neen, hier klinkt simpel en eenvoudig: 'Hoe kom ik af van mijn
slechte gedachten?'
Lieve mensen, dat is zo ontroerend juist direct en hélemaal volgens
de principiële wetten van de kosmos, dat wij, zélfs nu we er toch bij stil blijven
staan, niet eens kunnen beseffen hoe diep deze vraag wel is.
Wij hebben een antwoord
gegeven, naar vermogen en willen u daar in mee laten denken.
Wij weten dat het slechts
een bepaald niveau is, vér onder de geestelijke diepgang van de eerste sfeer, geheel
volgens ons gevoel en volgens veel veronderstellingen.
Maar het is toch eerlijk en
hopelijk onomwonden. Wij zijn zeer dankbaar voor die vraag. Eindelijk één, waarvan
wij een beetje 'verstand' hebben.
Wanneer een mens wordt geconfronteerd met de directe,
onomwondenheid van de Geestelijke wijsheid, dan kan het twee kanten uitgaan.
Of het
doet hem niets en het leven gaat ongewijzigd verder, of het maakt een diepe indruk
op zijn leven en gevoel en er ontstaat een eerlijk verlangen, dat 'raszuivere' tot
in alle details na te willen streven.
In aanvang neemt de mens dat alles in zich
op en is daarmee reeds een hele poos bezig.
Al eerder beschreven wij hoe intens alles
nu in hem tot werking komt en hoe heftig die bezieling 'uit de boeken' zijn leven
in beroering brengt. Het is één en al vuur en laaiend de gloed, zoals nu in die lezer
het voelen en denken is 'bestuwd' en tot extatische werveling is gekomen. Vele miljoenen
gedachten zijn nu op gang gebracht en draaien nu hun zelfstandige en gezamenlijke
banen in dit 'universum'. Gecompliceerd en diep als de mens is, komen er nu onvoorstelbare
processen op gang, die echter nog steeds de felle explosieve stuwkracht als bron
hebben, immers, nog steeds worden de boeken gelezen, herlezen en in detail, bedacht
en uitgeplozen.
Wereldomvattende activiteiten worden nu uitgedacht en zo kan het
héél lang doorgaan, voordat een mens er toe komt om de hier in aanvang gestelde vraag
te stellen. Nu is alles meer bezonken en spreekt eindelijk het eigen gevoel weer
z'n eigen taal. Nu is het begrip ontstaan, dat hélemaal niets te betekenen heeft
om alles te weten over de sferen, hemelen en hogere Kosmische Graden, indien wij
niet nauwkeurig beginnen te ontleden wat die ongewenste gasten in ons gevoelsleven
zijn en waar deze vandaan komen, of wat deze te betekenen hebben en hoeveel deze
voor het zeggen mogen hebben.
Wát moeten wij aan met die 'slechte' gedachten die
zó maar in ons op komen? Want ongewenst zijn ze toch wel, hopen wij eerlijk en oprecht
als we dit alles bedenken. 'Zijn het dan sluwe beïnvloedingen?' Zo vragen we ons
hoopvol af. Zo-even nog hielden wij een vurig en bezield betoog over het mooie in
een mens en in de hemelen en even later heb je dat 'geduvel' weer! Nu ineens, je
weet niet eens waar het vandaan komt, is er weer zo'n sfeerloos gevoel, zo van ver
'beneden peil'. Zo-even nog bespraken wij de Kosmos op Geestelijk Universitair niveau
en het Goddelijk Geluk doorstraalde ons Vader en Moederschap en we knielden innerlijk
voor Hare Majesteit 'De Moeder' en dan komt er zo'n wezentje voorbij in 1982, hélemaal
gereed voor openheid tegenover het vaderlijke gezag van de Zon, zodat al te veel
welving en ronding zichtbaar wordt. Een leven, overigens nog mooier dan een bloem,
waarvan naar hartenlust mag worden genoten, ook al schenkt dat leven ons de schoonheid
van haar stervensproces, zonder ook maar één moment 'slecht' te zijn.
Maar nu komt
er een instinct naar voren en komen er 'prikkeltjes en kriebeltjes' tot leven en
komt er verlangen naar éénheid en we weten niet dat het leven zélf in de buurt wandelt
en een beetje draait met haar fraaie vormen. Oh, bidden wij in uiterste nood, Heer,
help me af van deze verleiding van Satan. Want voor het gemak is er natuurlijk altijd
nog Satan, zodat het lekker een tikkeltje minder aan ons zelf kan liggen, want immers
we willen vurig en echt naar de eerste sfeer. Leuk is dat. Prima belevenis zegt nu
het Léven kletsmeiers zegt dat zelfde Leven, waar blijft nu je Meesterschap?
Waar
blijf je nu met je 'Eerste Sfeergevoel' waarin je tot in je uiterste vezels immers
tot éénheid zal moeten komen met ALLES wat leeft? Waar blijf je nu, als je nu reeds
op de vlucht slaat en een kap over je hoofd moet trekken om niet te bezwijken voor
een vleugje van Gods zichtbaarheid? Waar blijf je, als je de aanraking niet eens
aandurft, omdat je nog angstig bent om te bezwijken? Waar is je gevoel op afgestemd,
als je nu nog steeds 'wegstoppingen en bedekkingen' nodig hebt om hartstocht en andere
aanverwantheden er ónder te houden? De Eerste Sfeer is het állerstrengste instituut
dat God tot vergeestelijking heeft gebracht, daar hoef je immers niet aan te komen
met flauwekul. Dáár hoef je niet te zeggen dat je kunt schaatsen, als je niet van
vriezende kou houdt. Dáár valt er niet te sjoemelen met belevenissen, met 'overwinningen'
waarvoor je de 'strijd' niet verkoos. Daar ben je geen 'wereldkampioen' door een
gevecht op leven en dood te saboteren.
Daar bestaan geen 'verzachtende omstandigheden'
en geen toevalligheden, noch voordelige aanbiedingen. Daar zal je in alles één moeten
zijn met AL het leven en daarvoor zal je Liefde moeten voelen. Of er gebeurt niets,
waarvan je ook maar één spoort je geluk kan voelen. Daar is het geheel bekend, dat
je er alleen maar kunt komen, als je haarzuiver weet wat een gedachte vertegenwoordigt,
als je weet wat slecht is en goed, als je heel diep voelt dat het niets te betekenen
heeft als je wegloopt van een gedachte, omdat je het maar 'al te link' vindt om haar
tot in het consequente uiterste uit te denken, laat staan te beleven en te verstoffelijken.
Wat is nu een Meester?
Als onze grote Jozef, als 'Jeus van Moeder Crisje' pas begint,
dan neemt zijn Meester Alcar hem allereerst mee naar de Hellen.... 'Daar', zegt Meester
Alcar,'zullen wij moeten beginnen!'
Hij laat Jeus daar van alles en nog wat zien
en aanvoelen. Hij laat Jeus ruiken aan de afschuwelijke stank van het rottende lagere.
Wij mogen de Meesters dankbaar zijn voor hun Liefde, want zij hebben kans gezien
om nu de allerdiepste smerigheid, die stikkende en rottende geestelijke waarheid,
voor ons 'Hemels' te beschrijven om onze tere neusvleugeltjes niet te kwetsen en
ons wrakke gevoelsleven niet te beschadigen, want zij wéten hoe kwetsbaar wij zijn
en zij weten ook dat zij aan ons vast zitten als ze het op een 'lager niveau' zouden
brengen.
Maar Jeus kon hiervoor niet gespaard blijven. Hij wilde immers dienen en
hij moest er daarom in en zou beleven wat ondraaglijk is voor 'gewone' stervelingen.
En dat zuivere kind, die Jeus, die door heel de Kosmos en de Hoogste Meesters geschikt
is bevonden om te dienen voor deze Kosmische Taak, moest om te beginnen rondlopen
in de drek, in het allerdiepste kwaad, dat loerend naar het leven kijkt en niets
anders wil dan dat leven gruwelijke mismaken en vernietigen. Daarin loopt nu dat
reine kind rond, aan de hand van een machtige Vorst van Liefde midden in de grootste
'rottroep' van het Universum.
Midden in de afvalbak van onbewust leven loopt nu een
hemels kind en moet nu leren omgaan met deze vorm van leven, omdat hij eens de mensen
goed en duidelijk zal moeten verklaren wat de Goddelijke Levenswetten zijn. Ineens
is nu zijn Meester verdwenen en staat Jeus helemaal alleen in die duisternis waarin
het geweld van alle kanten op hem loert. Jeus wordt nu aangevallen door het slechte
in de geest. Zijn Meester is toevallig net afwezig! Ineens staat een dierlijk monster
voor hem en eist van hem deelname aan die liederlijkheid en hartstocht. Al het mooie
in die kinderlijke persoonlijkheid van Jeus blijkt nu tóch niet te volstaan om hem
staande te houden, want nu bezwijkt Jeus en voelt zich wegzinken. Een andere kracht
vangt hem op en nu blijkt dat het zijn hoge Meester Alcar was, die zich manifesteerde
in een afschuwelijke gedaante, als een baarlijke 'duivel'. Hoe kan dat nu? Hoe kan
een hoge Liefde zich zo presenteren? Is dat een spiegelbeeld? Een reflectie van een
toestand die anderen toebehoort? Is dat beïnvloeding van het hogere door het lagere?
Gaat nu zelfs een hoge Liefde voor de bijl'?
'Neen',legt Meester Alcar later uit.
'Ik keerde terug in een diepte van mijn eigen leven, in een toestand waarin ik eens
leefde en die nog altijd in mijn universeel diepe onderbewustzijn aanwezig is en
ook zal blijven. Het is mijn wil, die nu terugroept wat tot mijn leven behoort en
nu kan ik het gebruiken om bewustzijn op te bouwen.
Het is dus mogelijk voor een
Kosmisch Bewuste om in die narigheid terug te keren, want dat is een deel van zijn
ontwikkeling als belevingen Goddelijke realiteit. Het bewuste willen is in staat
om het ogenblikkelijk weer tot leven te wekken, maar het 'Meesterschap' waakt nu
voor bezwijken, want de persoonlijkheid weet hoeveel strijd het overwinnen van die
ene toestand reeds heeft gekost en hoedt zich er wel voor om dit nog stuwing te geven
voor de verstoffelijking. Die persoonlijkheid kijkt wel uit dat ook niet een gedachte
ervan kan ingrijpen in de levens van anderen, want dat zou de kernexplosie aller
tijden betekenen en dat kan niet, omdat er nu Bewustzijn is en Liefde!
Nu heeft die
Meester al die gedachten absoluut onder controle en durft het best aan om toch zo
te denken, ja zelfs om zich daarin geheel te hullen, zodat zijn persoonlijkheid er
de volle smerigheid van toont. Niets gebeurt er nu, want hier is elke gedachte ondergeschikt
aan de wil op honderd procent en leeft onder de dwang van een Liefdesfeer. Daarheen
zal het moeten met ons allemaal. Dat is niet alleen voor sommige mensen, die een
hoge taak hebben ontvangen van het Bewuste Leven in de Hoge Graden, neen, dat is
het doodnormale leven van de Eerste Sfeer......
Dat moet nu in staat zijn elke gedachte
te beheersen en niet te verstoppen of te verdringen, want dan ga je voor de bijl,
zodra er ook maar even iets gebeurt wat met die ruimte te maken heeft.
Praktisch
gezien betekent dit, dat wij eigenlijk dwaas zijn om zo krampachtig naar die eerste
sfeer te willen, want daar valt voor ons nog niets te leren als wij nog niet eens
aandurven om elke gedachte van ons echt te denken en te volgen. Als wij nog angstig
zijn dan heerst de twijfel en dan verliezen wij elke grond van een 'hogere vloer'
onder onze voeten en hebben, op z'n Hollands gezegd, 'Geen poot om op te staan!
We
'tuinen' ook overal in, want nu staan wij zelfs voor raadsels, als wij de miljoenen
gedachten beleven en die 'vervormde normen' vertegenwoordigen. Want is het niet zo,
dat wij in feite helemaal geprogrammeerd zijn door een verleden vol angsten, dogma's
en onzinnigheid. Hoeveel van de normen die wij dagelijks hanteren zijn nu in harmonie
met het leven zelf? En in hoeverre volgen wij dat leven nu op de voet? 0, ja, wij
kunnen urenlang verlekkerd praten over HET LEVEN, DE KOSMISCHE WETTEN, VADER EN MOEDERSCHAP,
WEDERGEBOORTE EN EVOLUTIE, maar als datzelfde machtige grote zich aan ons presenteert,
slaan wij ogenblikkelijk aan het rekenen volgens de reeksen en cijfermatigheden van
maatschappelijke instituties, zoals rente verliezen, geïnvesteerde waarden, obligate
bedoelingen, banksaldi en belastbare nadelen.
Dan is de lol er al gauw af en hollen
wij regelrecht naar het een of andere 'regelende middel' om even later de goede gemeenschap
vol vuur te verklaren dat het Leven uit God en dus Heilig is......
Zo maken wij nog
steeds nieuwe uitvluchtende producten en normen en proberen het wel zo te draaien
dat wij een maximum aan comfort, welvaart, gemak en plezier hebben, ook al zegt de
Kosmos overduidelijk dat we daar nog lang niet aan toe zijn.
Maar ja, wat wilt u,
wij durven bepaalde gedachten nog niet aan maar die Eerste Sfeer lijkt ons toch zo
gek nog niet. Ze gooien daar tenminste niet met atoombommen en andere narigheid.
Dus willen wij wel, het lijkt ons een 'knappe vooruitgang' vergeleken met hier, waarvan
wij al lang het vermoeden hadden dat wij er eigenlijk te goed voor waren.........
P. L. H.
I HAD A DREAM (IK HAD EEN DROOM.)
Een droom
was het ,die het tot uiterste gevoeligheid opgezweepte leven van Martin Luther King
bezielde. Zijn droom van een wereld waarin vrede, liefde en onderlinge verdraagzaamheid
tot algemeen goed zou zijn geworden. Een 'droom' die niet te geloven scheen....
Een
droom waarin ook nu nog weinigen echt voor honderd procent geloven. Een droom die
ook zijn ongeloofwaardigheid vrijwel onmiddellijk scheen te benadrukken toen de machtig
mooie, vurige strijder van geweldloosheid door moordenaarshanden aan zijn aards bestaan
werd ontrukt. Werd daarmee de onmogelijkheid van deze verre, onbereikbare droom bewezen?
Was het waanzin, wat Martin Luther King vertegenwoordigde? Was hij de dromer van
onwerkelijkheid? Vertegenwoordigde zijn leven het verkeerde denken, voelen en willen?
Was hij het die er glad naast was? Of waren het ál die anderen, vanaf zijn lafhartige
moordenaars tot en met alle domme twijfelaars, die 'zijn' droom maar niet tot de
hunne durven te maken? Waar schuilt hier het verkeerde denken? Bij de naïeve goedgelovige,
die vecht met al zijn geweldloze machteloosheid tegen die overmacht van ongeloof
en weigering, tegen die massale wereld van geweld, overheersing en bereidwillige
haat, vernietiging en ruwe overheersing. Waar in Godsnaam worden nu de fouten gemaakt?
Ik had een droom Jazeker, ook ik droomde deze droom en werd er klaar wakker van,
omdat ik eindelijk zag waarnaar ik keek...ik keek met gretig verlangen, met diepe
hartstochtelijke wil tot vrede, in onze arme mensenverzameling rond. Ik keek naar
Oost en West, naar Noord en Zuid en overal zag ik veel gezichten van onwaarschijnlijk
veel lieve aardige mensen. Sommigen keken met schrille ongelovige ogen naar hun onmenswaardige
plaats. Zij keken mij aan met ogen vol ongeloof over alles wat zij moesten beleven.
Zij verwachtten van mij hulp ik kon het ze niet geven, tenzij ik zou spreken, tenzij
ik de duizenden gedachten voor vrede en menselijk geluk zelfstandig en volwaardig
zou willen beleven en tot het consequente einde zou durven 'uitdromen'.
Miljoenen
gezichten zag ik, die alles van anderen verwachten, omdat zij het ongeloof van het
onbewuste bezitten, het starre ongeloof in dromen, die zij ook niet kunnen dromen,
omdat zij daarvoor te diep slapen, zij staren slechts en kunnen niet meer geloven
in de goede afloop en ontwikkeling. Voor al die miljoenen daarvoor droomde Martin
Luther King, daarvoor droomden vele, vele profeten hun doelgerichte bewuste gedachten.
Daarvoor 'beklom' Mozes de berg 'des Heren'. Daarvoor beleef ik nu weer de koorts
van bet wakker zijn, omdat er een onweerstaanbare drang is, die mij zegt dit gedroom
wakker en bewust te beleven en op te schrijven opdat die droom levende kracht zal
zijn! Levende kracht met vitaliteit en vermogen tot waarachtige vrede. Geen land
ter wereld of zij bezit deze dromers. Met toenemende kracht wordt deze droom beleefd
door vele mensen in vele landen.
Gene Zijde werkt in de Eeuw van Christus. De werking
is enorm, evenals de vordering. De zielskracht van vele miljoenen staat geheel en
al ingesteld op dit Goddelijk Reële Dromen. De mensheid wordt in hoog tempo hierin
opgeleid, opgetrokken en ingevoerd. Deze ijle koorden worden over heel de Aarde gevlochten.
Zij komen allen tezamen op één punt. Alle zielen astraal en stoffelijk komen tot
éénheid op het culminatiepunt, de plaats, het gebeuren dat het 'alles of niets' zal
zijn. Die plaats bezit miljoenen plekken, toestanden waarop de beslissing van zielen
over goed en kwaad plaatsvinden.
Verspreid over heel de wereld vertegenwoordigen
zij grote en kleine belangen, de belangen van enorme maatschappijkrachten, zowel
de kleine belangen van de geringe relatiepatronen. Al die werkingen vormen tezamen
krachten die bepalend zijn voor het al of niet goed aflopen van de machtsstrijd.
Het is of alle kwaad is samengepakt in één enorme atoomraket, een bom van super kracht;
in staat om al het leven op Aarde en zelfs de planeet zelf in één ongekende oerexplosie
restloos te vernietigen. Het is een bom die de signatuur draagt van alle naties van
de wereld. Zij is het universele bezit van de gehele mensheid! Alle mensen, zonder
ook maar één uitzondering hebben de bouwer er van mogelijk gemaakt. Zij betaalden
er hun dure penningen voor, ook al bouwden zij er niet echt aan, omdat zij er te
dom, te onnozel en te onbekwaam voor waren om aan zoiets vernuftigs ook daadwerkelijk
mee te werken, toch vertegenwoordigt die superbom ook ten volle hun inzet, die zij
leverden zonder besef.
Al die miljarden mensen zijn verbonden met dat gigantische
apparaat, hun ganse gevoelsleven is betrokken bij het besturen ervan. Al hun emoties
en impulsen staan als krachtige stroombronnen ingeschakeld op de computer die deze
vernietigingsmachinerie tot werking zal kunnen brengen.
Deze helse machinerie bezit
geen eigen wilskracht, ook al zit deze boordevol intelligent vernuft. Niets in de
natuur of in het universum kan haar beïnvloeden, het zijn geheel en uitsluitend de
menselijke zielenkrachten en de geestelijke vermogens, die bepalend zijn voor werking
of stilstand. Angstig is dan ook heel de mensheid. Velen echter weten niet eens
dat zij met dit verschrikkelijke apparaat in contact zijn. Zij vermoeden niet dat
zij méé beschikken over zulke gigantische oerkrachten. Van zichzelf menen de mensen machteloos
te zijn en zonder enige invloed. Hun leven beschouwen zij als een ietwat ongelukkige
samenloop van een aantal genetische toevalligheden, zij zijn niet zo onder de indruk
ervan en houden zich dan ook zelden bezig met hun verantwoordelijkheden. Niettemin
is hun woede, haat, onrust en wrevel tot opstand te voeren en geheel samenvoegbaar
tot besturingssignaal voor de grote geweldsmachine. Hun lust of onlust impressies
staan in regelrecht contact er mee en kunnen wel degelijk mee bepalen dat de grens
norm om die gevaren passief te houden wordt overschreden.
Zo komt het dan ook dat
ook maar het geringste toenemen van negatief voelen of denken ergens in de wereld
onmiddellijk inwerkt op het apparaat en begint deze te activeren, op 'scherp' te
zetten!
Daarom is het dan ook van enorm belang voor het bestaan en overleven van
heel de mensheid, dat de opwinding die waar ook ter wereld noodzakelijk is om veranderingen
te veroorzaken en te bewerkstelligen, strikt binnen bepaalde gevoeligheidsgrenzen
blijft of geestelijk wetenschappelijk haarfijn wordt gecompenseerd door voldoende
passief gevoel van een meerderheid. Als in een strakke balanstoestand beleeft de
mensheid zijn geestelijke ontwaking door deze alles overkoepelende angstgevoelens
die strak en onverbrekelijk verbonden zijn met het ALLES of NIETS.
Elke wrevel kan
een vonk zijn in dit kruitvat Maar de mensheid komt tot het bewuste besef hiervan
en beleeft nu het toenemend inhouden! van haar ongebreidelde woede aanvallen. Woede
die ooit onvermijdelijk tot oorlogen leidde wordt nu angstig maar bewust onder controle
gehouden of dacht u niet dat anders reeds lang was ingegrepen in Hongarije, Tsjecho-Slowakije,
Afghanistan, enz. enz........ Door het fel beleven van dit absoluut noodzakelijke
inhouden beleeft de ziel echter een schier ondragelijke spanning. Meer dan ooit tevoren
vraagt nu de mens zich af waarmee hij wel bezig is! Tegelijkertijd beleeft hij zijn
materiële toestand en kan in de westelijke wereld het stoffelijke stadium een record
tempo beleven. De ziel weigert hoe langer hoe meer zichzelf te kleineren en ontvangt
nu ook de mogelijkheden voor een versnelde ontwikkeling. De onbewuste stadia moeten
nu eenmaal beleefd worden en kunnen niet worden overgeslagen, maar omdat het zo
dringend nodig is, dat onze maatschappij - wij dus allemaal!- het wakkere en realisme
van ons geestelijk bestaan leren kennen, beleven wij nu een machtige versnelling
en worden door ons eigen scheppend en barend vermogen in een hoog tempo geplaatst
voor onze uiterste consequenties. Dit echter, na Christus en na de profeten en na
de vele reeksen van gebeurtenissen die rein en zuiver kosmisch berekend, worden geleid
zodat het nét goed zou gaan.
Wij zelf zullen het moeten doen. De Sferen van Licht
gaven richting aan allerlei neigingen en plaatsten ons voor ons uiteindelijke 'blok'
of wel voor ons aller heilige Golgotha. Niet God, maar wij zelf wilden het zo. Daarom
zijn wij nu verbonden met hoogten en laagten en staan voor miljoenen gedachten en
handelingen bewust voor de keuze van onze vrije wil.
P. L. H.
UIT
HET LEVEN GEGREPEN.
Toen ik hem ontmoette liep hij somber en in zichzelf gekeerd
langs het water. Ik sprak hem aan, maar een reactie kon er nauwelijks af. Hij mompelde
iets over meesters en liefde en geluk.
Wat moet ik doen om daar te geraken, barstte
hij plots uit. Mijn hele leven ben ik er mee bezig. Ik probeer goed te doen, anderen
te helpen, maar ik ben niets opgeschoten, niets, niets, niets.
Ik dacht hem te begrijpen.
Ik heb dat zelf eigenlijk ook wel een beetje. Dat ongeduld, dat uitblijven van het
gewenste resultaat, het gevoel van hoe het zou kunnen zijn, die kortdurende inspiraties
en dan weer het terugzinken zonder dat daar een reden voor schijnt te zijn.
Ik heet
Jasper zei ik, bent u eenzaam?
Eigenlijk wel, kwam er. Zoekt u dan naar wat u uzelf
tekort doet, gaf ik hem, want als u al het leven om u heen kunt aanvaarden en liefhebben,
dan bent u nooit eenzaam. Verwondering lag op zijn gezicht.
Hebt u wel eens, ging
ik verder, naar de natuur gekeken? Wel eens geprobeerd onze machtige Moeder Aarde
te begrijpen en aan te voelen?
Wat moet ik nou met Moeder Aarde? Was het antwoord.
Gaat u eens van het beton af, raadde ik hem aan en probeer op uw blote voeten de
zachte huid eens te beleven en met Haar in contact te komen. Probeer eens te begrijpen,
dat Christus Haar kuste met elke voetstap die Hij zette. Probeer eens aan te voelen,
welk een Leven er achter dit alles schuilt. Een Leven dat met ons mee evolueert,
zich inzet ondanks alle tegenwerking van ons, moderne mensen, en na Haar taak volbracht
te hebben ons volgt naar de Vierde Kosmische Graad. Ga eens verder, verzocht hij.
Moeder Aarde geeft letterlijk alles wat wij nodig hebben voor een goed en gelukkig
leven. Dat er daarbij vele mensen zijn die erg, zo niet alles voor zich zelf willen
hebben - waardoor anderen tekort komen - is niet Haar schuld. Het Goddelijke Leven
heeft door Haar een geweldige ondersteuning voor de hele mensheid alsook voor de
enkeling gecreëerd. Tezamen met de Zon regelt Zij condities voor uw leven, terwijl
u denkt, dat u dat zelf moet doen, want u ziet alleen uw materiële noden, waarvoor
u moet vechten, want er zijn altijd kapers op de kust.
Ik hield op. Zag aan zijn
weer doffer wordende ogen, dat hij weer met zijn eigen problemen bezig was.
Wat is
geluk eigenlijk, mijmerde hij.
Geluk is datgene, wat u zelf maakt. Datgene, wat u
weggeeft aan anderen, maar ook datgene, wat u volbrengt van de plichten die uw eigen
gevoel u oplegt. Hebt u nooit gevoeld, hoe bevrijdend het is, als u een taak, waarvoor
u staat, hebt volbracht? Zo is het dagelijkse leven een aaneenschakeling van plichten
en plichtjes. Als u die regelmatig alle de nodige aandacht geeft, dan zult u zien
hoe het Leven zich voor u opent. Uw inzet heeft dan uw eigen stoffelijke verlangens
gesmoord en u voelt zich als een kind. Dan kunt u door het Leven worden opgenomen
- ook al is het maar voor even - en hebt u gevoelscontact met al het leven en ook
met Moeder Aarde. En dan ziet u, dat eenzaamheid gewoon niet bestaat. Dat hebt u
er zelf van gemaakt.
Dat is me veel te moeilijk. Een kwestie van inzet is het. Uw
eigen wil er wat van te maken.
Dat kan ik niet en toch wil ik niet alleen zijn. En
met goeddoen kom ik er ook niet. Verwacht u misschien iets terug voor uw goeddoen?
Neen, maar een beetje waardering en erkenning is toch niet teveel gevraagd, wel?
U wilt dus door anderen op handen gedragen worden voor uw goeddoen. Laat mij u dan
vertellen, dat zodra de mensen dat gaan doen, u op de verkeerde weg bent. U wordt
dan erg met uzelf ingenomen en de benodigde inzet voor uw eigen ontwikkeling is nergens
meer.
Een mens moet toch wat hebben?
Dat gun ik u best. Maar u krijgt het niet,
dat blijkt. En als u daar nou eens vrede mee kon hebben dan stoot u ook niemand meer
af.
Hij staarde verbitterd voor zich uit en zweeg. Ik kon best begrijpen, wat hij
doormaakte. Zoals gezegd: Ik ben soms ook wel eens een beetje van de goede weg af
en weet de dingen dan ook niet meer te zien, zoals ik ze hem zo-even heb gezegd.
Toen
kwam de maatschappij in hem naar boven. Wie bent u eigenlijk wel? Ging hij in de
aanval. Wat heb ik met u te maken? U met uw waanwijsheid. U kunt er zelf ook niet
naar leven. U profiteert van de zwakke momenten van een ander om uzelf beter te kunnen
vinden.
Ik zweeg en wist wel beter.
M. W.
VERBAZING.
Op reis in de verte keek ik om mij heen naar de wonderschone natuur, naar de dieren
maar ook naar mijzelf en al die andere mensen. Ik keek anders dan voorheen en ik
voelde een ongelooflijke verbazing. Zó had ik het nog niet eerder gezien. wát is
alles mooi, knap in elkaar 'gezet', geniaal, ja, duizelingwekkend veelzijdig en oneindig.
Ik zag zo ontzettend veel, dat ik dacht, zorg asjeblieft dat je bij het onderwerp
blijft, want nu sta je wel voor miljoenen zijwegen, die stuk voor stuk waard en geschikt
zijn om als hoofdweg beschouwd te worden. Waar komt dat diepe gevoel vandaan? Was
die grote verbazing er ooit eerder? Was het ooit zo hevig?
Zag ik dat alles eigenlijk
wel ooit eerder? Of was ik me er nooit zo van bewust? Zou dit nu het gevolg zijn
van wat universele Liefde? Wijkt daardoor de horizon zo snel? Mijn God, wat een wonder!
De Liefde toont een nieuwe waarheid! Nu zie ik alles wat mij op reikwijdte afstand
omringt zo volkomen anders, dat het is alsof ik het voor het eerst zie. Wat niet
al valt er nu te 'bekijken'? Hoe liefhebbend zal al mijn geduld moeten worden om
al die miljoenen details eindelijk allemaal zo goed en waarachtig te bewonderen zodat
ik ze tot in de diepste kern kan begrijpen, aanvoelen en verstaan? Hoe ontzettend
graag zal ik dáárvoor willen terugkeren. Hoe diep verlangend zal ik moeten zijn,
vol van blij gevoel vol herbeleven op deze diepte. Hoeveel misverstanden en verkeerde
interpretaties ook moeten van mijn kant nog opgelost en herzien worden voordat ik
echt tot de waarheid kan doordringen, kan geraken aan de kern van de universele zuivere
waarheid? Om door te dringen tot de zelfstandige beleving van dit allesomvattende,
zonder het te moeten hebben van geloven of van horen zeggen.
Ontzagwekkend is de
mens. Wonderlijk is elke zelfstandigheid als dier of als plant.
Ook dat gehele kosmische
stelsel met al die miljarden zichtbare en die, ongetwijfeld nog veelvuldig meer,
onzichtbare sterren en planeten.
Maar ook op Aarde met alle miljoenen soorten en
mogelijkheden, als zee, land, bergen en dalen, zand en water en de vorming van al
die prehistorische lagen en wilde vervormingen in heel hun woeste schoonheid getuigend
van onvoorstelbare krachten en werkingen. De Goddelijke Energiestroom heeft kennelijk
niet een kansje ongebruikt gelaten. Alle mogelijkheden tot in het alleruiterste zijn
benut en opgevolgd en geëvalueerd tot hoogontwikkelde specialiteit om te leven en
voort te gaan. Onafhankelijk zelfstandig is bovendien elk individu zelf bepalend
voor het eigen leven en ontwikkeling in die oneindigheid, maar is tegelijkertijd
strikt gebonden aan het geheel. Alles is tot in de uiterste consequentie volkomen
zichzelf, maar wordt daarin geheel bewaakt en gecorrigeerd door het omringende ándere
leven. Wonder, 0 wonder!
Verbaasd kijk ik rond, wetend dat dit kijken nog maar pas
is ontstaan. Nu reeds wordt het leven betekenisvol en rijk. Nog op de rand van het
geloven komt er innerlijk weten door voelen en begrijpen. Heeft toch het geloof me
zo ver gebracht? Kwam ik zuiver door geloven tot aan deze horizon, gereed om te zien
en te voelen? Bracht de onvermoeibare strijd van anderen mij tot hier? Waren hun
zware ontdekkingsreizen ook voor mij en was dat reeds voldoende? Kan ik nu volstaan
met het ter kennis nemen van hun duur betaalde ervaringen of moet ik nu al hun moeite,
zorg, twijfel en pijn ook zelf beleven? Is dat reizen op andermans kosten voor mij
even waardig of te goedkoop? Ik geloof het laatste. Ik denk, dat ik evenals zij geheel
voor mijzelf zal moeten reizen. Ik zal wel kunnen gaan volgens hun kaarten, maar
hun paden moeten mijn eigen zweet en moeite ontvangen en de warme gloed ondergaan
van mijn eigen pure eerbied en verbazing. Als ik blijf geloven al wat is, zal ik
nimmer de waarheid zelf kennen. Nooit zal ik in staat zijn ruime vergezichten te
'beklimmen'. Mijn enige vreugde zal bestaan uit verhalende verslagen van anderen
als een mager surrogaat voor mijn innerlijke reuk, gehoor en netvlies. Alleen bedoeld
als ontwakend verlangen kan de werkelijke eenheid met het leven alleen maar tot stand
komen door mijzelf tot diepten en verten te wenden en er in onder te gaan. Niets
van dat alles zal ik kunnen betreden, als ik in dat wondermooie gebied niet zelf
mijn voeten verzet.
Hoe waanzinnig lief moet je dat alles hebben om er werkelijk
toegang te verkrijgen.
Het zullen 'duizenden' bewust beleefde levens moeten zijn,
vol van diepe vreugde en blij geluk, vol van oprechte verbazing en ontroering, overgoten
met een ongekende Liefde, die mij zo ver moet brengen dat ik waarlijk tot het innerlijke
'kennen' van dat alles kan komen.
Met slappe wil en vage tegenzin zal dat pad onvindbaar
blijven. Juist dáárvoor is bruisend levensgevoel nodig met vitale wilskracht en rein,
voorwaarts gericht, volwaardig verlangen.
Met een kreunend gevoel, gebukt onder 's
levens zwaarte kan je niet opgaan in God, want de Godheid in je is dan duf en in
slaap.
Maar in waarheid staan álle levensscholen open voor een mens. Nu kunnen wij
wetend worden omtrent elke zandkorrel van de woestijn en ieder waterdruppeltje van
de oceanen. Nu kunnen wij de innerlijke krachten leren kennen die dit onnoemelijk
vele drijft tot 'ZIJN'. Zou mijn wezen gereed zijn indien het voorbij zou durven
gaan aan al die nietigheden? Is dan mijn lot niet vastgeklonken aan onvolledigheid,
leegte en luiheid? Vereist deze állesomvattende ontdekkingsreis dan niet mijn volle
inzet en mijn ongekend vreugdevol wensen? Nu reeds is dát in wording, nu voel ik
nog alleen maar verbazing.
Nu reeds weet ik dat het een prachtreis zal zijn. Of ik
deze Universele 'trektocht' zal maken in mijn stoffelijke zwaarte, of dat het mijn
ijlheid zal mogen zijn, kan ik nu nog niet weten, maar ééns zal ik zo ver komen dat
ik voldoende éénheid zal bezitten voor deze miljoenvoudige herbeleving in Liefde.
Wellicht zal mijn vorig 'zijn' in onbewustheid mij nog veel hinder geven, want ook
en vooral dáárin zal getoefd moeten worden. Daaruit zal nog veel pijn gevoeld moeten
worden omdat het zo ruw was, blind, keihard en zonder mededogen. Er zullen duizenden
tonnen 'spijt' overwonnen moeten worden. Grote 'leemtes' moeten worden opgevuld met
opbouwend gevoel en met herstellende stuwing voor het goede, want er is nog zoveel
kapot gegaan ook door mijn ontwikkelen. Er is een heleboel Goddelijke schade die
onverzekerd was en blijkt te vallen onder 'mijn hoogst eigen risico'. Vele woestijnen
zijn er en dorre vlakten. Ook is er uitputting door al die voorschotten die ik nam
op onverdiende energie, zélfs mijn oprechte verbazing van nu is nogal duur volgens
de Goddelijke Rechtvaardigheidswetten Dit is weer zo'n hoogst interessante zijweg!
Ja,het terugkeren in Liefde in al die eeuwigheden van mijn eigen persoonlijkheid,
kon best wel een tamelijk pijnlijke aangelegenheid worden, zodat alleen maar verbazing
hoogstwaarschijnlijk niet eens genoeg zal zijn om het allemaal aan te kunnen. Wij
zullen wel zien. Voorlopig ontwaakt er nu een gevoel van grote betrokkenheid bij
vele mensen. Een soort gevoel dat je hoogst persoonlijk verantwoordelijk stelt voor
héél deze mooie Aardbol.
Héél dat ongekende verleden en héél die oneindige toekomst,
zo voelt het aan, lijkt wel te vallen onder je eigen verantwoordelijkheid. Het lijkt
wel of het voortaan zo zal zijn dat iedereen zijn eigen doel mag weten. Het zal mij
verder een waarachtige zorg (moeten) zijn of het goed komt of zal stagneren.
Ik geloof
dat dit ook mijn karwei zal zijn met volledige werkgelegenheid voor nu en nog eens,
ondanks nog veel gevoelige pijn om een achteloos verleden met gevolgen die onder
ogen moeten komen. Een fijn karwei misschien? Ik denk het. Veel fijner dan wij nu
kunnen weten, want het gaat immers naar de Goddelijke Harmonie, hoe zou het vervelender
kunnen zijn als een reis in het negatieve? Razend benieuwd ben ik reeds. Nu al, na
wat verbazing. Hoe schoon en rein zal alles ons toestralen als het herstellende is,
als nu reeds het leven zo veelzeggend blijkt te zijn? Hoe ten volle waard om goed
te beheren, als in alle voorgaande tijden...... Wonderlijk, inderdaad, ook de Mens.
Want onder al het verkeerde van eeuwen blijkt tóch nog iets te zitten waardoor en
waarmee het uiteindelijk goed zal kunnen komen. Nog altijd zijn er máchtige mogelijkheden,
die alleen maar 'benut' behoeven te worden.
Nadat gewezen is op alles wat niet klopt,
groeit er onder de pijn van angst, twijfel, en teleurstelling toch weer hoop op herstel.
Onder die 'verdrukking' komen gerijpte vermogens tevoorschijn die in staat zullen
zijn de waanzin te overwinnen. Zij zijn bekwaam om te helen en om te genezen. Als
de grote vragen naar schuld en verantwoordelijkheid eindelijk beantwoord zullen zijn,
dan wéét ieder hoogstpersoonlijk zichzelf ten volle aansprakelijk en kan Goddank
eindelijk het bewuste 'werken' beginnen. Als wegens het kritische van de toestand
het 'verkeerde' aan banden gelegd zal worden, dan kan het 'goede' te werk gaan. Voor
mijn part is de beschreven 'verbazing' genoeg om te beginnen.
Dan reeds zal de tijd
haar minzame mildheid tonen, want als geen erger meer voorkomen behoeft te worden
is 'haast' niet meer nodig. Dan kan rust en evenwichtigheid tot deskundige kalmte opvoeden
zodat ieder neveltje van ontwakend Liefdesgevoel geestelijk kan groeien en rijpen
en kan verdichten tot een heilig vuur met Scheppend en Barend vermogen.
Hoe zal het
zijn? Tot zolang zullen wij tevens veel hebben aan de reisverslagen van de vele anderen,
die niet moe worden ons te zeggen hoe mooi en zaligmakend rein de Goddelijke Mogelijkheden
zijn en blijven.
P. L. H.
ONTWAKING.
Wat wil ik schrijven? Wat richting kiest mijn geest? Wil ik spreken van overvloed,
't begeerd bezit der rijken, of zie ik om naar al het leed, dat mij sinds ik ogen
heb zo ruimschoots wordt getoond?
Welk recht of onrecht zal Ik verdedigen of wel
bestrijden? Voor welke daden kiest mijn hart? Zal ik barsten van de wanhoop? Wie
draagt dezelfde smart?
Of zal ik zingen, lief, gevoelig, van het heil dat ooit in
Bethlehem werd gebaard? Ach wee, de wereld van de armen , is honger van het lijf
wet erger nog dan lege harten? Is laag bewustzijn, diepe geestelijke slaap niet eigenlijk
de grootste wond? Hoe kan mijn weten dienen? In welke strijd schuilt 't hoogst belang?
Ach wist ik maar, ik kleine onmacht, waar mijn geringe kracht het best effect sorteert!
Ik Wordt gek gebeuld met angstpsychosen, met beelden van zo menige ramp. Mijn hart
krimpt samen en mijn maag verkrampt. Naïef als Ik ben, ben ik dankbaar voor het kleinste
teken, waarvan ik echter zelden 't heilig waarzijn ken. Ik klamp nog al te vaak me
vast aan de schijn van 't onwillig breken van harde koppen die immer onrecht dienden,
zeer bekwaam. Doch waarvan ik voel dat buiging niet van binnen kwam.
Waarheen moet
al dat leed ons voeren? Of ben ik angstig voor mijn eigen huid?
Is het dát, wat achter
al mijn preken, verscholen ligt, met klein geluid? Wil ik niet eerst die anderen
bekeren? Hen brengen in die schone staat? Om SAMEN, NIET alleen, die sferen te gaan
winnen, nog slap als het om eigen benen gaat? Is dat niet slechts wat schoon gepraat?
'k Wil bidden om wijsheid, maar wat als die het trage oog tot snel bezien van werkelijkheden
schoolt? Is dan die waarheid voor mijn klein vermogen niet te groot? Is niet mijn
hart te klein voor heel deze wereld? Te eng mijn ruimte en de draagkracht, mijn gevoel,
mijn liefde? Te vaak beperk ik mij tot troebel staren, naar 't luid geweld en het
krachtig kwaad, dat, zo ik nu weet ook aan mijn eigen hand ontsproot.
Soms zou ik
zelfs het gek zijn wensen en vaker nog kies ik de vlucht, zoek ik een afgesloten
eiland als het paradijs, maar wat ik vind is spiegeling slechts van een verre lucht.
Ach éénheid, Liefde, welk een schone woorden, wat wil die zoetheid tegen geweld van
al die stenen zielen? Is dat vertrouwen wel vertrouwd? Zou ik beter kleppen kunnen
kopen voor mijn oog, met smalle spleet, waardoor ik kijken kan naar boven een beetje
scheel, zo in de hemelpoort?
Maar zou ik dan niet duizend eeuwen kunnen staren, zonder
dat één God mij hoort? Kom...,zeg mij hoge sferenbroeder, wat past het best mijn
instrument Welk lied zal ik daarop verklanken? Zeg mij dat voor mijn arm verslapt,
voordat mijn schrijden, strompelen wordt. Voordat ik sterf van overbodigheid:
Ik
zal aanvaarden dat het zingen van dit bang gezang voor mij een teken is. Een aanvang
van een mooi geluid, dat ik niet zélf kan componeren, als ik niet eindloos luister
naar die ijle toon. Als ik in overmaat blijf luisteren naar al 't gekrijs, zal ik
die zachte fluistering niet kunnen horen, die dringt slechts in een stilte door.
Een stilte die met angst en beven niet voelbaar wordt en met opstandigheid nooit
komt tot diep beleven. Die nooit met drang tot voortijdig handelen tot baring kan
geraken, maar slechts geboorte ontvangt in 't diep gebogen hoofd. In een hart dat
kloppend voelen gaat slechts kan gedijen, een groei beleven kan, waarvan de Aarde
nog te weinig heeft gehoord.
P. L. H.
OVERWINNING!
De diepte van een mens! Leven na leven beleven we. Wet na wet volgen elkaar op, wisselen
elkaar af, vullen elkaar aan. Evolueren zullen we, die stuwing is in ons gelegd.
En we beleven, en zijn vader en moederschap en wedergeboorte. Kijk naar de mens.
Zie dat gelaat, kijk in die ogen. Zie hoe het leven zich bepaalt. De rimpeltjes volgen
elkaar op, de jaren vliegen voorbij. De gedachten bepalen de handelingen. De lusten
de daden. Gevoelens komen tot uiting. Verdriet, liefde, alles wordt beleefd. En dan:
Dood. Over is het.
0 mensen, laten wij beseffen dat we diep zijn. Zo diep als het
universum; wij zijn zo ver weg van onszelf als de verste ster verwijderd is van ons
stoffelijk lichaam. Elke gedachte is een monument, die eens weer op onze weg komt
en die deze weg tooit als een bloem of die deze weg verspert als een levensgroot
obstakel. En die zullen wij dan moeten afbreken en vergruizelen en ombouwen tot iets
moois.
Elke handeling bepaalt hoe de weg loopt; naar beneden of omhoog. Dus als onze
weg daalt dan moeten wij terug, want wij hebben ons pad verkeerd gebaand. Een goede
handeling voert ons pad omhoog, het licht tegemoet.
Elk mens, die wij ontmoeten,
is een ziel verbonden aan onze ziel, mensen die hun handelen met elkaar verbonden
hebben. Ten goede of ten kwade. Er is geen toeval, alles is door onszelf gevormd.
En leed, pijn, verdriet, laten zij onze leermeesters zijn. Zij moeten ons leren onszelf
te overwinnen; de waarden te verleggen naar het werkelijke leven en naar de schittering
die het omgeeft. In werkelijkheid bestaan terugvallen en passen op de plaats niet;
er is alleen werking, altijd beleven. Laten wij beseffen, dat wij geen stap vooruit
kunnen maken, geestelijk gezien, als de vorige niet tot in de diepste diepte fundamenten
bezit en daarin de oneindigheid beleefd is. Strijd hoort bij ontwikkelen, want wij
moeten datgene verliezen, wat ons het meest kostbaar is! Onszelf !
In het boek Maskers
en Mensen zegt Frederik:
'Zo sta je voor je zuster en broeder, voor je vader en moeder,
je kind, die maskers dragen en maken en breken, wat ze zelf denken te moeten doen
en waar ze zo'n grote hoop op vestigen. Dat toch vroeg of laat in elkaar stort, omdat
de dood zegt: 'Zie je, ik ben geen dood meer, integendeel, mijn leven is veel en
veel zekerder!
Als je mijn wetten leert kennen, kleine man, nietige ziel, loop je
heel hard van je zelf weg, je schrikt je een stuip, zo werkt mijn leven op je in!
En of je al dikkere glazen koopt, een zonnebril opzet, omdat
je denkt, dat ik je
niet steken kan, ik ga daar wel doorheen, lieve vriend en ruk je masker af. Dank
je, zul je zeggen - Je hoofd zal je moeten buigen, of je wilt of niet, buigen zál
je. En René zegt: 'Waar blijft het!? Waar is het paradijs te vinden? Tweeduizend
jaar ontwikkeling, gebeden en geschriften hebben de volken niet verenigd, integendeel,
het is alsof een vervloeking het leven uiteen rukt en satan onoverwinnelijk is!
Moet
de mens aanvaarden, dat God onrechtvaardig is? Stroomt al dat menselijke bloed voor
niets? Christus bezoedelt men elk uur, men kruisigt Hem elke seconde. Is God doof
voor het gesmeek, helpen gebeden niet? Wij zullen offeren voor het goede in de mens,
niet langer meer voor afbraak en bezoedeling. Ik ben een kind van God, ik weiger
te doden, ik heb het leven lief. 0, mijn God, geef mij antwoord, hoe moeten wij handelen?
Dit leven voert de menselijke ziel naar de wetten voor leven en dood, maar plaatst
het leven voor Golgotha en zegt: 'Alléén door liefde krijgt ge rust en vrede! Smoor
satan. Verban de duivel, ban uit u die kracht die steelt, moordt, brandsticht, martelt,
vernietig dat dierlijke instinkt en gij hebt rust, welvaart!'
H. B.
IN HET GOEDE STA JE NOOIT ALLEEN!
Het heeft wel even geduurd,
voordat ik dit aan het papier kon toevertrouwen.
Ja, ... het vaderland dienen! ...
daar had ik geen enkel probleem mee, maar wel op de manier, zoals de maatschappij
het wil, met een complete opleiding tot moordenaar - zo zie ik het tenminste.
Ik
ben in 1945 geboren, dat wil dus zeggen, dat ik niet bewust de oorlog heb meegemaakt,
maar toch heeft er in mij altijd iets geleefd, dat tegen geweld was en dat heb ik
nog.
Als kind speelde ik, zoals elk ander kind, veel buiten en wanneer het dan op
ruzie uitdraaide dan wist ik mij geen houding te geven, omdat ik niet wilde vechten.
Dan ging ik maar gekke gezichten trekken en raar doen, zodat het bij zo'n ruzie meestal
niét op vechten uitdraaide.
Eén keer en dat kan ik me nog goed herinneren, heb ik
een jongen van ongeveer zeven jaar, die even oud was als ik, een bloedneus geslagen.
Dat gebeuren heeft wel zoveel indruk op mij gemaakt, dat ik dat nu nóg weet. Ook
omdat de dag daarna zijn tweelingzusje verdronk.
Verder was ik altijd met de natuur
bezig. Toen ik negen jaar was, had ik bij een oude boerderij al een tuintje, waar
ik duiven, kippen en konijnen hield. Die dieren werden niet opgegeten, want ik had
altijd al een tegenzin in het eten van vlees gehad. De jaren gingen voorbij ... en
ook voor mij kwam op zeker moment een brief in de bus met de mededeling, dat ik me
moest melden voor een keuring voor de militaire dienst.
Ja, daar sta je dan als jongen
van achttien jaar en zo staan bijna alle jongens eens op deze wereld.
Voor de één
is het een groot probleem, voor de ander betekent het vreugde, want zij kunnen zich
lekker gaan uitleven. Zij zijn te onbewust om te weten, wat ze aan het doen zijn!
Voor degenen voor wie het een probleem betekent kan dat verschillende oorzaken hebben,
b.v. minder geld, maar er zijn er ook, zoals ik - en die zijn jammer genoeg wel in
de minderheid - die beslist niet willen doden!
Mijn ouders, die toen ook al trouwe
aanhangers van Jozef Rulof waren, lieten de beslissing volledig aan mij over, daar
je de weg van een ander, ook al is het je kind, toch niet uit kan stippelen. In die
tijd was ik helemaal niet in de leer van de Meesters geïnteresseerd. Ik had toen
hele andere dingen aan mijn hoofd. Pas toen ik 27 jaar was ben ik me voor de leer
van de Meesters gaan interesseren.
Maar voorlopig moest ik wel naar die keuring.
Ik liep maar te tobben, want ik wilde perse niet doden, maar dan weigerde je dienst
en dan zat je vast aan zeker twee jaar strafdienst. Maar dat d eed ik dan toch nog
liever dan doden.
En nu was het dan zover, moest ik waarmaken of ik als jongen van
achttien echt over de wil beschikte om me te bewijzen.
Op de motorfiets ging ik naar
Delft, waar ik gekeurd moest worden. En daar sta je dan voor de dokter met z'n allen
in je blootje. Adem in en borst vooruit . Deze keuring was geen enkel probleem.
Daarna
moest ik naar de een of andere hoge piet die allerlei vragen stelde, zo van ... of
ik bezwaren had, nou ja, die had ik ... en ik zei, dat ik best in dienst wilde en
het land wilde dienen, maar dat ik persé geen wapens wilde dragen.
Nu zijn die lui
wel wat gewend, denk ik. Hij begon me tenminste te bewerken in de trant van: 'Wil
je niet als motorordonnans?' Ik zei: 'Best hoor, als ik maar geen wapens hoef te
dragen! ' Toen hij weer: 'Of wil je bij de ziekenafdeling?'
Ik zei weer: 'Prima,
als ik maar geen wapens hoef te dragen!' ... en zo ging dat maar door.
Ik ging op
mijn motor weer naar huis. Er lag een vreemd, maar rustig gevoel in mij.
Na een goeie
week kreeg ik weer bericht. Nu moest ik naar een psychiater!
Ja, ja, nu moest ik
me wéér gaan bewijzen. Ik er heen.
In een klein kamertje met een tafel en twee stoelen
moest ik tegenover de psychiater gaan zitten. Deze, zeker geen kleine jongen, begon
mij meteen te bewerken, maar vreemd genoeg kon hij mij met al zijn kennis niet bereiken.
Ik voelde me als in een droom.
Toen ik dan ook na twee uur spervuur weer naar huis
ging had ik opnieuw dat rustige gevoel over me.
Ik dacht, toen ik weer thuis was,
dat ik nu wel te horen zou krijgen, dat ik vervangende dienst moest gaan doen, maar
nee hoor, ik moest nog een keer naar een psychiater! Ook daar kwam ik weer in een
kamertje met een tafel, maar nu met drie stoelen. En ja hoor, nu had ik twee van
deze heren tegenover mij (was ik dan zo belangrijk..?) en weer werd mij geen tijd
gegund om tot mezelf te komen en werden de vragen op me af gevuurd.
Ook nu weer was
ik in zo'n vreemde, maar toch rustige toestand, net alsof ik alles droomde. Het enige
wat ik hiervan nog weet, is, dat deze heren (!!) me gewoon aan het uitvloeken waren,
omdat zij allebei bij dat snot jong geen poot aan de grond kregen.
Ik ging weer naar
huis en ik dacht: 'Als ik nou geen strafdienst krijg, dan weet ik het niet!'
Maar
na ongeveer een maand kreeg ik hierover bericht.
Ik was afgekeurd voor alle diensten.
Ik sprong een gat in de lucht.
Toen ik dit op mijn werk vertelde - ik werkte toen
op een tuinderij - waren de meeste van mijn collega's het er beslist niet mee eens.
Eén collega, waar ik toch altijd goed mee omging, meed me daarna, alsof ik de pest
had. Nu was deze man wel beroepsmilitair geweest. Maar over het algemeen was er toch
in 1963 hiervoor maar weinig of geen begrip.
Ik ben er echter voor mijzelf van overtuigd,
dat ik bij de psychiaters astrale hulp heb ontvangen, anders red je het toch niet
tegenover deze mensen die wel wat gewend zijn.
En ik denk dit ook, omdat ik alles
in een roes heb ondergaan, wat eigenlijk pas jaren later tot me doordrong. Ik was
toen niet voor de volle 100% mezelf. Maar één ding leefde in mij: IK WILDE NIET DODEN!
!
H. van Rossen.
INZICHT DOOR OVERWINNING OF
OVERWINNING DOOR INZICHT?
Velen proberen te overwinnen.
Het geeft niet wat. Ieder van ons heeft wel iets. Maar zij slagen niet. Tientallen
jaren kunnen hiermee heen gaan zonder het doel bereikt te hebben. Ik heb het dan
niet eens over diegenen die wel willen, maar de strijd schuwen. Neen, wij zijn de
strijd aangegaan. Wij zijn op weg gegaan naar ons eigen Golgotha, met een sterke
wil en de verwachting van vele moeilijkheden in onze bagage. Zonder dat we het zien
echter, zit er nog veel meer in die bagage, waardoor de last - al klimmend - lood
en lood zwaar wordt. Waardoor terugvallen onvermijdelijk is.
We gaan op weg. De eerste
klippen omzeilen we. Dat geeft moed. Verder gaan we. Het pad is smal, het moeras
van de twijfel ligt er naast. Bij de volgende klip komt onverwachts het zwaartepunt
in je bagage anders te liggen, waardoor je het moeras in moet. Maar daar was je op
voorbereid. De vaste wil om het doel te bereiken trekt je er weer uit. Nat, vies
en bemodderd ga je verder. Bij de volgende stap glijd je uit, weer het moeras in.
Je schoenen soppen en worden loodzwaar. De spieren worden moe en manen tot rusten.
<!-
Toch verder. Maar het moeras heeft zijn werk al gedaan en de krachten van de wil
nemen af. Bij elke stap vooruit glijd je weer een stukje terug. Een aantal karaktereigenschappen
in je bagage vieren feest, want vooruitgaan is er niet meer. De stokken en zwepen
die ze meegebracht hadden, hoefden niet eens te worden gebruikt En dan is het gebeurd
..... Met een roetsj sta je weer met beide benen op de grond, terug naar af. Een
ervaring rijker, een illusie armer. Maar je bent niet voor niets op weg gegaan. Iets
in je leven zet je aan tot een volgende poging. Die ook mislukt ......
Nog een poging.
Je komt heel ver, maar toch nog lang niet tot daar, waar de overwinning wacht. Weer
een poging en je komt niet verder dan de eerste keer.
Dan ga je nadenken. Je houdt
jezelf voor, dat de strijd nutteloos is. Je kunt toch niet winnen, want het inzicht
om alle klippen te omzeilen ontbreekt. Je gaat zoeken. Je probeert de volgende reis
voor te bereiden om je te beschermen tegen onverwachte moeilijk- heden. Je gaat weer
op weg. Het begin lukt aardig, maar het einde is zoals bij de vorige keren.
Stil
in een hoekje komen de vragen. Waar ben ik mee bezig? Waarom doe ik dit eigenlijk?
Wat betekent Golgotha eigenlijk? Je hebt gehoord en gelezen, wat Golgotha betekent
voor de mens. Je hebt ja en amen geknikt en het prachtig gevonden. Nu sta je er zelf
voor en blijkt, dat je er niets, niets van begrepen hebt. Mooie woorden en mooie
gevoelens waren eten en drinken voor je. En nu het eigen beleven komt, sta je in
je hemd.
Je kijkt naar het voorbeeld van Hem, de Messias, onze hoogste Broeder, die
op weg ongenadig slaag heeft gehad met stokken, met zwepen en hun loden uiteinden.
Die Zich alle beschimpingen en bespuwingen liet aanleunen.
Vernederd en ontkend als
de Vertegenwoordiger van ons aller Leven, maar toch bereid om achter je te gaan staan,
als je zelf de strijd oppakt. Dan maak je jezelf wijs: 'Hij kon dat, maar voor mij
is het teveel gevraagd. '
Golgotha. Voor velen een zwaar beladen woord. Maar niets
is minder waar. Niemand van ons kan heen om de Weg die Hij ons heeft gewezen. Voor
grote zaken niet; maar ook niet voor kleine zaken, zoals een karaktertrekje, zoals
een gedachte.
Geïnspireerd door het machtige voorbeeld van de Mens van Liefde en
Eenheid, doe je een nieuwe poging. Inspiratie is echter geen goed vervoermiddel.
Het kan je een eind brengen, maar ergens onderweg is de accu leeg en moet je zelf
verder op eigen kracht. Weer met het bekende gevolg.
Weer nadenken, analyseren. Je
kijkt je bagage na en ziet de puinhoop, die je hebt geprobeerd mee te torsen. Allerhande
karaktertrekjes, die je uit je evenwicht proberen te trekken of die onderweg het
anker uitgooien. Daar waar honderd procent inzet werd vereist - wil je je doel bereiken
- zogen zij tientallen procenten weer weg. Een enkele mogelijkheid blijft er dus
over: Als een kind je eigen Golgotha beleven. Alle andere bagage moet voor dat doel
aan de kant. En weer ervan overtuigd: Er zijn erbij, die hun messen hebben geslepen
en stokken en zwepen voor gebruik gereed hebben.
Dat wordt je weg: Als één kracht
op weg naar het doel. Ontdaan van al het andere willen, dat de menselijke persoonlijkheid
vormt. Het kind in ons heeft wonderbaarlijke krachten. Het voelt het beuken en de
slagen van de karaktertrekken aan de kant, maar is er tegen bestand. Onversaagd trekt
het verder en is dankbaar voor de liefde, die hier en daar ook aan de kant te vinden
is. Maar de inzet wordt gegeven: Alleen.
Tot het uiterste is gegeven. Het kent maar
één weg: Vooruit. Het wordt voortgedreven door een kracht die geen twijfel kent.
Het is willen op honderd procent. Het wil niet, neen, het is die wil. Dan pat kun
je alles geven. En ziet. Het laatste stukje van je tocht wordt verlicht en prachtige
bloemen groeien overal. Maar blijf eraf, want zij zijn nog niet verdiend. Het moeras
is weg. De neiging tot rusten om ervan te genieten is de laatste die nog probeert
je een dreun te verkopen.
De klap wordt opgevangen, maar doet verschrikkelijk pijn.
Aan het einde van een slopende tocht staat alles gespannen en is niet flexibel genoeg
meer om klappen te verwerken. De volle mep wordt geïncasseerd in alle hevigheid.
Maar zij is nodig. Nu pas gaan de ogen open en is het inzicht daar. Nu pas is er
de kracht en de liefde aanwezig om datgene wat je hebt overwonnen te dragen en te
blijven dragen. Denk niet, dat je klaar bent na de overwinning. De verdiende kracht
en inzet moeten nu worden aangewend om het bereikte resultaat in stand te houden.
Om de schouders te kunnen zetten onder het stukje Leven, dat nu tot ons bewustzijn
behoort. En dat dient als voedingsbodem voor de bloemen, die nu mogen worden geplukt
en naar het Golgotha mogen worden gebracht van de Mens die de Vertegenwoordiger is
van het liefste en schoonste stukje van ons eigen hart.
M. W.
VOOR
ALLE ,,VOETSTUKKEN''.
'God verdoemt niet', wordt er gezegd, met grote nadruk.
'God
is Liefde, Harmonie'. 'God' heeft ons Alles gegeven, al de rest is slechts uit ons
leven tot aanzien geroepen; alle ellende, al de haat, al het wondervolle menselijke.
De boeken van Jozef Rulof spreken duidelijke taal. Ze spreken van Liefde, ze stralen
Harmonie uit, je próeft de eenvoud. En je wordt op een enorme overweldigende manier
op je beide voeten neergezet, dáár waar je dacht al een klein vleugeltje te ontwikkelen.
Niets van dat alles, wérken zul je, dienen, je hoofd buigen voor de ander tot je
je rug niet meer recht kan krijgen. En dan ga je naar Golgotha. Niet met een lied
op de lippen, niet vol vreugde, maar omdat je niet anders kan. Er is geen keuze meer.
Er zijn geen alternatieven meer. - Ja!, je kunt terugkeren, het Kruis wegwerpen,
je ziel verpatsen, de Liefde de nek omdraaien en met een luide schreeuw, vol opluchting
en wanhoop tegelijkertijd het wilde leven weer een hand geven.
Maar, je hebt van
het Licht geproefd, je hebt de Waarde van het Leven gezien en je wilt dit koesteren
in je hart. - Koesteren?! -
Je hart zal er uit gerukt worden, het zal verpletterd
worden, vergruizeld onder de pijn van 'verkeerd' beleefde wetten en eindeloze eenzaamheid.
En dan, op het moment, dat je Geesteskracht zich uitgeput heeft tot in het oneindige;
je wilskracht, voor je al het andere gekruisigd hebt, het al opgeeft; en waar je
naar geestelijke adem staat te snakken, snikkend, wanhopig, eenzaam. Dan als je omhoog
kijkt, en bidt, zie je de Christus in het gelaat.
Ja, pas als je alles en alles gegeven
hebt, komt bezieling, komt kracht. Pas als je duizenden wetten doorleefd hebt en
nog eens duizenden eigen opgeroepen wetten opzij gezet hebt, als je al je stoffelijke
en geestelijke kracht hebt ingezet en je staat voor 't opgeven, voor machteloosheid,
dan spreekt je eigen Goddelijke kern. Praat mij niet van bezieling, lieve mensen,
spreek mij niet van Meesters die je vertellen hoe te leven, hoe lief te hebben, spreek
mij niet van verlichting. Niet voordat je, als de Christus, gekruisigd bent en tegelijkertijd
met deze daad, de man of vrouw met de Hamer in de hand, aan je Hart drukt en liefhebt.
Deze gedachten gingen door mij heen, toen ik las in Maskers en Mensen:
'De zielen
komen naar deze wereld voor miljoenen zaken. En die wereld dringt zich aan mij op
en wil, dat ik me laat gaan. Zie je, ik kom er straks op terug, dadelijk al; wat
ik in het begin onderging, toen mijn hand wilde gaan schrijven, kwam voort uit die
wereld. De krachten ervoor waren geen mensen; spiritualistische mogelijkheden ervoor
aanvaard ik nu ook niet, dié weerstand bezat ik zélf, maar de wetten waren het die
zich in mijzelf openbaarden. Dat wil zeggen, dat ik bezig was, als zo'n wet te worden.
Maar voel je, hoe dicht al deze werelden bijeen liggen! En dat zich een spiritualist
duizendmaal vergissen moet, voordat - nu komt het, waarvan wij nog niet weten - zo
'n geest zich manifesteert en nu van zo'n stoffelijke hand gebruik maakt om iets
van zichzelf neer te schrijven.
Wie dát bezit moet door duizenden werelden van zichzelf
heen, voordat die bewustzijnsgraad als wereld en als mens, als astrale persoonlijkheid
dus, besproken en beleefd kan worden, dat nu een eenheid is die bovennatuurlijk is
en blijft. Daar heb ik heilig ontzag voor, omdat ik weet hoe ontzaglijk moeilijk
het is, als je die duizenden wetten, door God voor ons ziele en geestelijke leven
geschapen, overwint.'
Een eind verder las ik dit:
'De mens kan er met z'n pet naar
gooien en zeggen: 'Dat zie ik straks wel, mij goed, maar ik leef nu hier en ik wil
van het leven genieten, je doet maar wat je zelf wilt en goed acht, ik leef me uit,
ik doe wat ik wil, niemand kan me dat verbieden.' Gelijk heb je, maar wij hebben
het anders leren zien. Als dat, wat voor ons geen dood meer is, straks als een eeuwig
leven voor je staat, een zeis in handen neemt om je te vloeren, de kop af te hakken,
dan denk je er toch wel anders over en heb je geen praatjes meer. Hier kun je je
achter je masker verstoppen, hier kun je maken en breken wat je wilt, daar is dat
beslist voorbij, daar sta je voor die naaktheid, sta je voor nieuw geweld, waartoe
je behoort en mee te maken hebt, omdat wij geleerd hebben, dat je ziel bent van Zijn
Ziel, licht van Zijn Licht, leven van Zijn Leven, bloed, van Zijn Bloed, wat zeggen
wil, dat je ondanks al je bezit tot Hem moet terugkeren en eens, waar doet er niet
toe, aan dat hoofdbuigen moet beginnen. Snap je het? Of ben je nog niet zover, draag
je nog eventjes dat masker?! Dan komen wij nog wel zover! Wacht rustig af, onze bron
van leven zal je die wetten nog wel verklaren.
H. B.
BESCHOUWING
OVER HET GEVOELSLEVEN!
Het leven blijkt zonder het gevoel niets waard te zijn. Waarom,
vraagt gij? Omdat wij mensen, als levende delen der Goddelijke Kern -- ieder voor
onze eigen graad -- van deze machtige stuwing de vertegenwoordigers zijn.
De mens,
die zich bewust wordt van de eigen gevoelsdiepte, begint aan een geestelijke ontwaking,
die hem brengt tot het beleven der Kosmische wetten.
Hij begint te ontdekken, dat
al wat hij denkt en voelt een doorlopend geschenk is, dat vanuit de kosmos tot hem
gezonden wordt en waarvoor hij maar nederig heeft te knielen. Ook gaat hij door dit ontwaken
beseffen, dat wij mensen hier op Aarde allen incarnaties zijn -- zichtbaar geworden
geestelijke gevoelsdiepten -- allen verschillend in bewustzijn, allen door ontzagwekkende
tijdsruimten tot in dit NU geëvolueerd.
En nog gaan wij verder, ieder moment! Het
is een vreugde, dit nu bewust te beleven als van een boven tijdruimtelijke ordening
en waarde! Duizenden levens zijn er mee heengegaan om de mens tot deze innerlijke
diepte te brengen, tot dit geestelijk lichtende bewustzijn in het NU, of de schepping
zou stilstaan.
Gevoelsdiepte hangt dus geheel af van de graad der innerlijke bewustwording.
Soms verbergt zich deze ijl geestelijke schat onder het masker van hardheid, bruusk
geweld of wereldontvluchting. Soms ook achter vele tranen, of achter honderden emotionele
conflicten. Toch kunnen we dit niet ontwijken, omdat hierin de elementen liggen,
door al deze gestorte tranen en velerlei soort ellende, innerlijk wijzer te worden.
Wereldontvluchting leidt niet tot ,,meer licht'' voor de geest. Ontwijking van alle
moeilijkheden komt voort uit een geestelijk slappe gesteldheid die zich van eigen Onoverwinnelijke
Kracht Gods niet voldoende bewust is!
En dan verbergen wij ons ware ik vaak met
opzet voor elkaar. Spontaniteit wordt uit conventionele gronden maar al te vaak afgeremd.
Ieder heeft te maken met deze conventionele reglementen en opvattingen van ,,het
mag niet zus, en het mag niet zo.'' Dikwijls hebben onze huisdieren veel op ons voor
wat dit betreft. Zij kunnen hun blijdschap spontaan tonen, zonder dat zij voor buitenissig
worden versleten. Als een hond kwispelt, huichelt hij nooit. Doch als een medemens
tegen u lacht, kan hij u in gedachten wel ergens anders wensen.
De mens wordt doelbewust
grootgebracht om in dit massaal maskeradespel een ondergeschikte rol te spelen. Dit
eist de maatschappij geheel van ons. Geestelijk gezien is dit haar afstemming op
alle conventionele uiterlijke ordening. In ,,Maskers en Mensen'' en in ,,De Volkeren
der Aarde'' kunnen we de wereld van nu leren kennen als gevoelsgraad. Het is opvallend,
dat er door zeer weinig wijsgeren wordt gesproken over het gevoelsleven. Reeds de
oude Grieken zochten naar een redelijke verklaring van ons hier zijn, doch meestal
alleen met de verstandelijke middelen der rede.
Vanaf Thales uit de school van Militos,
tot heden, kunt u maar zelden verhelderende beschouwingen vinden over de hoedanigheden
van het menselijke gevoelsleven. Plato moet tot de uitzonderingen worden gerekend.
Alleen
Christus kon ons dit gevoelselement als vonk in het eigen bewustzijn duidelijk maken:
,,De Vader en Ik zijn één.''
Dit woord kan alleen een kosmisch bewuste spreken en
laat zich niet in de ,,rede'' vallen.
Kijkt u maar eens naar de scherpzinnige Boland
e.s. Zij werkten als met messen. Gevoel is er niet bij. Hoe geheel anders toont dit
gevoel zich bij Frederik van Eeden in zijn ,,Kleine Johannes'', waar hij ons de mens
als een 'pluizer' toont, tegenover de gevoelvolle Windekind.
Vele mystici hebben
aan dit 'occulte' gevoelsleven gecultiveerd en er zelfs de brandstapel voor moeten
beklimmen.
Sommige waren op de grenzen der waanzin, omdat deze sensitieven zich vaak
buiten de werkelijkheid stelden -- er als het ware een geheime cultus van maakten,
die hen juist van de werkelijkheid als uitdrukking der kosmische wetten afsloot en
tot waanzin dreef. Het is en blijft een eerste eis het contact met de realiteit
te behouden en met twee benen in de werkelijkheid te staan.
Achter deze werkelijkheid
zijn immers de wetten die beleefd moeten worden en bezitten we daar onze eigen onvervangbare
innerlijke rijkdom, of armoede, aan gevoelsleven. Ook de grote Baruch d'Espinoza
heeft getracht een wijsgerige ethica op te bouwen ter verklaring der levensverschijnselen.
,,Een woord van hemelhoge gedachten'', zegt u van Suchtelen in een beschouwing, maar
ook deze denkreus komt niet met een verklaring over ons gevoelsleven. Evenmin als
Kant of Fichte, Schelling of Hegel.
Aan paranormale verschijnselen durven ze niet
te beginnen. Kant heeft de helderziendheid van Swedenborg onderzocht. Maar het heeft
tot in onze dagen moeten duren eerdat men een officiële leerstoel opende op de universiteiten
voor deze bovennatuurlijke verschijnselen. (Deze leerstoel heeft helaas nog maar
al te veel van zich laten weten door spiritistische onbenulligheden. Red.)
Nu, in
de Eeuw van Christus, zijn de fundamenten door Jozef Rulof gelegd, om voor het gevoelsleven
verder te kunnen gaan op de enige weg, die ons door Christus is gewezen!
Nu pas
beginnen we ruimtelijk te denken en gaan we beseffen: Hoe oud de ziel des mensen
al is en dat zij als Gods vonk tot dit Goddelijk Universum behoort.
A.