JOZEF RULOF EN ZIJN KOSMOLOGIE.
,,Wanneer
verschijnt de Kosmologie, meneer Rulof?'', luidde de veel gehoorde vraag van het
moment af, dat Jozef Rulof bekend maakte, dat hij het manuscript van een aantal delen
van de Kosmologie had afgerond.
,,Wanneer de centjes er zijn, dames en heren'', was
dan altijd zijn antwoord. ,,Geef mij vijftigduizend gulden en wij leggen ze in uw
handen.''
'Wanneer verschijnt de Kosmologie?' is misschien wel de meest gestelde
vraag onder de lezers van de boeken van Jozef Rulof. Alles moet worden verdiend.
Dat geldt voor al het leven van God. Ook Jozef Rulof, die het allerhoogste vertegenwoordigde,
had dit te aanvaarden. En geloof ons, dat deed hij ook! In alles was hij dankbaar
ingesteld. Hij sprak indertijd dan ook geen onwaarheid. De centjes wáren er doodeenvoudig
niet! Vlak voordat hij in 1952 van ons heenging, had hij de benodigde middelen voor
het derde deel van de trilogie over zijn leven: Jeus van Moeder Crisje, met als ondertitel
'Aan de voeten van zijn Meester'. Van dit boek verscheen in 1981 de tweede druk.
oor alle fundamenten had hij tot dan zelf zorg gedragen.
Wij mogen daarbij zeker
niet onvermeld laten de enorme steun, die zijn vrouw Anna hem daarbij gegeven heeft.
Toen wij haar laatst nog bezochten, zei zij tegen ons, en dat is heilige ernst: 'Als
ik er niet was geweest, hadden jullie geen boek gehad.'
En dat is waarheid.
Zij zorgde,
dat de centjes van de verkochte boeken bijeen bleven voor de uitgave van een volgend
boek. Jozef Rulof gaf ze liever weg aan iedereen, waarvan hij vond, dat hij of zij
voor deze machtige wijsheid openstond. Wij kunnen dat allemaal lezen in de boeken
'Een Blik in het Hiernamaals' en in 'Jeus van Moeder Crisje'.
Hij gaf niet om geld,
maar toch was het geld hard nodig: Zijn vrouw Anna verdient dan ook onze dankbaarheid.
Ook zij legde hierdoor de fundamenten voor de geestelijke ontwaking voor deze mensheid
en dat mag zeker hier nog wel eens gezegd worden. Wat deze beide mensen presteerden, grenst
bijna aan het ongelooflijke.
Jozef Rulof ging van ons heen. Een handjevol mensen,
volgelingen genaamd, ach u heeft er eigenlijk al zoveel over kunnen lezen in de reeds
verschenen nummers van het Contactorgaan, trachtten het geheel voort te zetten. Er
was niet veel in het begin, maar langzamerhand kwam het geheel in stijgende lijn.
Er werden steeds meer boeken verkocht en dat vroeg steeds weer om geld voor de noodzakelijke
herdrukken. En dat waren er de laatste tijd wel een paar! Het kostte ontzettend veel
tijd en geld. Hier tussendoor bleef onophoudelijk de vraag naar ons toe komen: 'Wanneer
verschijnt de Kosmologie?'
Het boekenfonds werd ondertussen door vele mensen bedacht
en dat vormde zo langzamerhand toch een zeker fundament voor de uitgave van de Kosmologie.
Wij togen aan het werk. Wij pakten de manuscripten op en begonnen te lezen. Natuurlijk
in de eerste plaats geboeid, maar anderzijds vervuld met zorg of wij wel in staat
zouden kunnen zijn dit machtige werk zonder directe hulp van Jozef Rulof tot een
goed einde te brengen. De Meesters noemden het immers de boeken voor de nieuwe bijbel.
Dat is voorwaar toch niet niets.
Kortom, wij gingen aan het werk, maar het vlotte
niet. Wij hadden ook niet het gevoel, dat er nu zo'n enorme druk op zat. Maar de
door Jozef Rulof genoemde voorwaarde: 'Als de centjes er zijn', werd wel steeds realistischer.
Wij besloten daarom dan ook geheel naar óns vermogen verder te gaan.
Voordat wij
ons verhaal verder vervolgen is het toch nog wel eens goed om stil te blijven staan
bij hetgeen waaróm wij vragen en de betekenis,die dat vragen en wellicht uiteindelijk
het krijgen voor ons leven heeft of kan hebben.
Wij moeten daarvoor terug naar
de stilte en diepte, die zo schitterend staat beschreven in het derde deel van Jeus
van Moeder Crisje. Het is als het ware een voorspel tot een enorme levenssymfonie.
Als wij dit gevoel niet kunnen begrijpen en ons alleen op het 'hebben' instellen,
zou het lezen van de Kosmologie wel eens op een groot fiasco kunnen uitlopen.
Aan
de andere kant moeten wij beseffen, dat als wij diep op de Kosmologie ingaan, dit
ook grote consequenties voor ons leven zou kunnen hebben. Het voert ons namelijk
terug tot de kern én de eenvoud van al het leven en dat maakt een mens dan los van
alle stoffelijke schijnwaarden, die wij kunnen vergelijken met onze maatschappij.
Als wij te vér gaan, kan dat betekenis voor ons leven krijgen. Jozef Rulof zei niet
voor niets: 'De man of vrouw, die de maatschappij moet beleven kan de Kosmologie
eigenlijk niet lezen (verwerken). Hij of zij zou volkomen in opstand kunnen komen
tegen de enorme onrechtvaardigheid van ons maatschappelijk stelsel, waarvan zij door
het verdienen van het dagelijks brood haast onverbrekelijk deel uitmaken.
Wij gaan
nu samen naar de stilte en diepte, die het beleven van het Al voor de mens van de
derde kosmische graad mogelijk maakt.
En dan zijn wij zo ver. Het is november 1944
... de zeventiende ... dat hij 's avonds in het keukentje Meester Alcar ziet en hoort
en zijn Meester tot hem zegt: 'Jeus, zie je en hoor je mij?'
'Ja, Meester.'
'Neem
dit dan even op. '
En dan volgt er:
'De indeling van de 'Kosmologie van Jozef Rulof'.
God.. . God als Leven ... God als Licht ... God als Ziel... God als Geest ... God
als Vader ... God als Moeder ... God als Levenswetten ... God als Levensgraden ...
God als Elementaire Wetten.. God als Kracht ... God als het Kleurenrijk... God als
Verdichtingswetten... God als het Dierenrijk... God als Natuur... God als Rechtvaardigheid...
God als Liefde... en dit is voorlopig alles Jeus en voldoende.
Denk hierover na,
Jeus van Moeder Crisje, dat alles moeten wij thans volgen voor de 'Universiteit van
Christus'.
Jeus denkt: 'Mijn hemel, wat moet ik nu beleven. '
Hij heeft het ontstaan
van het heelal gezien en beleefd en is dat nog niet genoeg? Já, geachte lezer, in
dat koude keukentje, bij het zwakke lichtje van een schoenveter in wat olie, kreeg
Jeus van Moeder Crisje deze boodschap. Enkele dagen later mag ik - Meester Zelanus
- mij met hem ver- binden en kan ik Jeus zeg- gen:
'Jeus, wij breken een record voor
Meester Alcar, wij zullen nu proberen om zes boeken te schrijven en te beleven in
enkele maanden. ' Hij geeft terug:
'Hoe lang duurt het nog?' 'In het voorjaar van
1945 eindigt de oorlog, Jeus.
En dan hebben wij de Kosmologie in handen. '
Nu stelt
Jeus zich op de ruimte in. Hij verwaast, maar hij staat toch met beide benen op de
grond, hij zál nu niet meer bezwijken. Zijn geest en persoonlijkheid zijn universeel
diep, eten en drinken hebben geen betekenis meer, hij zál de Meesters volgen en alles
aanvaarden. Er zijn nu mensen die duizend gulden voor één boek willen geven, maar
de boeken werden voor de mannen van Adolf 'afgesloten'. Elk ogenblik kunnen ze worden
verbrand, doch ook daar waken wij over, er gebeurt niks! Maar hij heeft er niet één
in handen en hij weet: Ze worden thans kapot gelezen, de mensen, die de boeken hebben,
delen ze uit. Thans weten wij reeds, dat wij duizenden joden voor de 'zelfmoord'
mochten beschermen.
'Nee, dat doe ik 'nu niet', zegt die mens, 'ik draag alles, ik
maak géén eind aan mijn leven, want ik weet, wat mij te wachten staat, ik wil thans
mijn eigen karma beleven en ondergaan.
Ziet u, lezer ... daarvoor hebben de Meesters
gezorgd, omdat de zelfmoord én uw crematie het ergste is, wat u zichzelf schenken
kunt.
En dan komt er: 'Ben je gereed, Jeus?'
'Ja; Meester.'
'Vanavond, november ...
1944 ... zul je uittreden voor de 'Kosmologie', voor 'de Goddelijke Wijsheid!'
Jeus
wacht af. Nu gaan wij met ons drieën, we weten wat ons wacht en wat wij zullen beleven.
Meester Alcar keert thans tot de 'ALBRON' terug, God als 'MOEDER' ... tot in de bron
waar alles door ontstaan is en waaruit en waardoor ál het leven de, verstoffelijking
kreeg. God is méér moeder dan vader.
Enfin} u weet wat Jeus van zijn Meester kreeg
en dat moeten wij volgen, maar alleen door .het Goddelijke bewustzijn; de 'Mens'
... die het Goddelijke 'Al' heeft bereikt! Wij worden dus gevolgd door de Menselijke
'GOD' ... waarvoor 'Christus' de 'Mentor' is! En dit heeft géén mens van de Aarde
beleeft en dat zal ook nooit meer een mens beleven, omdat géén mens ooit meer boven
Jeus van Moeder Crisje uit gaat!
Dat is uitgesloten en dat zal ik u straks bewijzen,
opdat u ons volgen kunt.
Christus zei eens: 'Zorg dat u met uw drieën tezamen bent,
dan ben 'IK' bij u allen!'
En dat wil zeggen: Wij gaan op reis om God als Vader,
als Zoon en als Heilige Geest te beleven! Jeus wij komen! Even later kijkt hij in
onze ogen, de eerste reis de Kosmologie van uw en voor ál het leven van God is begonnen
...!
Een enorme tijd brak nu voor Jeus van Moeder Crisje aan! Het werken aan het
allerhoogste op een moment, dat het allerlaagste op Aarde hoogtij vierde! Dit kontrast
is door ons slechts aan te voelen. maar Jeus beleefde de echte realiteit daarvan.
Het vroeg álles, maar dan ook álles van hem. Hij slaagde erin. deze ALwijsheid voor
ons 'binnen' te halen.
Zoals gezegd moest zelfs deze allerhoogste wijsheid zich buigen
voor de stoffelijke wetten van het aardse slijk! De centjes waren er niet om deze
wijsheid aan de wereld door te geven.
De Meesters besloten ondanks dit feit ons gereed
te maken voor deze wijsheid en gingen na een geduchte voorbereiding daartoe, ons
voorlezen uit de manuscripten. Meester Zelanus startte daarmee op 11 november 1951.
Dit was bijna zeven jaar. nadat Jeus zijn eerste aanraking met dit gigantische werk
beleefde. Dit kon gebeuren,nadat de Meesters ons 600 à 700 lezingen hadden gebracht.
Thans zijn van deze lezingen nog 57 stuks op de geluidsband beschikbaar.
Was het
al die jaren nu alleen maar het ontbreken van de centjes?
Wij weten dat echt niet.
Wij zijn er wel van overtuigd, gezien de vele uitspraken van de Meesters, in dit
artikel nog eens geïllustreerd met het voorbeeld, hoe de boeken tijdens de tweede
wereldoorlog werden beschermd voor vernietiging. Deze geschiedenis herhaalde zich
nog eens in het jaar 1953, toen tijdens de watersnoodramp de boeken op een wonderbaarlijke
wijze op één van de Zuid-Hollandse eilanden behouden bleven. Nadat het water gezakt
was, was er van het huis, waar op de zolder de totale boekenvoorraad was opgeslagen,
praktisch niets over! De zolder vol met boeken stond er nog, ondersteund door enkele
restanten van het huis!
Jozef Rulof zei ons tijdens zijn leven vaak: 'Wonderen bestaan
niet! Er kan buiten de normale levenswetten niets bestaan! Dingen als wonderen ervaren
betekent in feite, dat wij niet in staat zijn de realiteit van bepaalde gebeurtenissen
naar waarde te schatten.'
In dit licht gezien kan het immers niet mogelijk zijn,
dat naast het effect van het niet aanwezig zijn van de centjes, een handjevol mensen
in staat zijn de uitgave van dit machtige werk uit te stellen, te vertragen of in
het geheel niet uit te voeren. ofschoon wij vele malen hiermee wel door een aantal
belangstellenden werden geconfronteerd. Volgens onze bescheiden mening moet er náást
het geld toch ook nog een andere factor hebben meegespeeld.
Bij een nadere beschouwing
hebben wij ons gerealiseerd, dat als mogelijke oorzaak tot het tot nu toe niet verschijnen
van de Kosmologie kan worden aangewezen, dat overeenkomstig het gebeuren bij de lezingen
er éérst voldoende fundamenten aanwezig moesten zijn, om dit werk maar enigszins
te kunnen begrijpen. Eerst moesten zijn reeds eerder verschenen boeken daarvoor een
gedegen fundament vormen.
Ná het jaar 1952, het jaar dat Jozef Rulof van ons heenging,
hebben een kleine 35.000 boeken hun weg gevonden. Wij spreken thans de verwachting
uit. dat er bij velen voldoende fundamenten aanwezig zullen zijn om dit kosmische
werk op de juiste waarde te schatten. Dit fundament is volgens ons van wezenlijk
belang. Wij hebben daarvoor immers de bewijzen in handen.
Meester Zelanus zegt in
één van zijn lezingen het volgende:
Voordat wij beginnen met het voorlezen - het
eigenlijke voordragen, kunt u zeggen - het beleven van de Kosmologie wil ik u toch
nog even een klein woordje geven.
Wie de boeken allemaal goed heeft gelezen, is gereed
om dit alles te begrijpen. In het begin is het heel eenvoudig, want dan maken wij
lichamelijke, menselijke vergelijkingen. U komt te staan voor alles wat ik u in de
jaren heb gegeven, om u gereed te maken voor dieper denken en om u een afstemming
te geven voor het leven aan Gene Zijde, uw astrale wereld.
Ik heb u door de kracht
van de Meesters en mijn eigen wil om de mens op Aarde tot hoger voelen en denken
te brengen, een 600 à 700 lezingen gegeven, maar u zal - zoals ik zo vaak heb gezegd
- nu voor uzelf kunnen vaststellen, dat wij nu aan het eigenlijke beleven gaan beginnen.
Ik ging er altijd omheen en moest vanuit het universum vlug ineens geconcentreerd
naar de Aarde een wet bepalen en in handen nemen; uw slaap, uw krankzinnigheid. Kerken
hebben wij de fundamenten moeten ontnemen, maar legden daarvoor nieuwe fundamenten
in de plaats.
Zo nu en dan hoort u André voorlezen; wellicht leest Meester Alcar
straks, maar nu hoort u mij. U moet voor uzelf nu maar eens uitmaken, in welke toestand
wij ons dan zullen bevinden, als op een gegeven ogenblik - ik hoop zo ver te komen,
ik weet het niet - de Albron zal spreken; de mens die nu het Al vertegenwoordigt.
Dat zal tot u doordringen en wanneer u dan denkt, dat u nog
honderdbiljoenen tijdperken
heeft af te leggen, voordat u die Ruimte hebt bereikt en uw Godheid in handen heeft
- bewust nu als mens, als vader en moeder - dan zult u toch wel moeten toegeven en
hebben te aanvaarden, dat dit, wat u thans gaat beleven, nergens op Aarde, beleefd
wordt en wat zelfs de theosofie niet bezit. Dit directe contact krijgt u en leggen
de Meesters in handen van de mens!
U moet goed begrijpen, dat de Kosmologie u door
de laatste lezingen voert. U moet zichzelf zoals André dat doet, u hoort dat aanstonds
- afvragen: Wie ben ik en waarom leef ik nu in deze toestand?
In het begin is het
heel eenvoudig, het gereedmaken voor de vlucht naar de Ruimte. Straks kunt u met
ons meegaan en zult u die reis beleven.
Daarom heeft u de boeken gelezen!
U stapt
door de kist ..., wij gaan door de trance ..., door de dood komen wij vrij van het
organisme .. en dan staat er een Meester vóór ons - André werd door Meester Alcar
opgevangen - en hoort u: 'Bent u gereed?' Wanneer u de kist te aanvaarden heeft -
dat heb ik u toch geleerd - bent u dan gereed voor de Meester, uw zuster of broeder?
Is de eigenwijsheid, de drukte van de Aarde, de hoogmoedswaanzin of het lange gezicht
van u weg, wanneer u voor de Goddelijke ernst komt te staan? Is de bereidwilligheid,
de rechtvaardigheid, het willen aanvaarden van de mens en het werkelijke liefhebben
in u gekomen? Kan de Meester met u hand in hand gaan en bent u zo ver, dat hij vrij
kan zijn en zeggen: 'Kom, stel u in op de wetten van leven en dood, op de wetten
van
het Hiernamaals en stem u af op Zon, Maan en sterren, op één punt in het universum,
waarheen wij zullen gaan om aan de Kosmologie voor onszelf en de mens op Aarde te
beginnen?'
Begrijp goed, mensen, kinderen van deze wereld, zusters en broeders:
HET
GAAT OM UZELF!
Nu betreden wij de heilige, geestelijke en ruimtelijke ernst! Kom
niet weer in deze omgeving met uw niet willen begrijpen en denk niet iets te weten.
Ook al heb ik u in het verleden duizenden malen de Kosmologie verklaard, u weet nog
niets!
Waar wij nu mee beginnen - geloof het - daar kunnen wij 10.000 jaar mee doorgaan
en dan zijn wij nog niet uitgeput en hebben het laatste woord nog niet gesproken,
zo ontzagwekkend diep is nu de mens.
Wanneer u straks voor de mens staat, dan zult
u eerbied krijgen. Voor die persoonlijkheid? Nee, voor dat leven! U zult Jeus, Jozef,
André en Dectar zien. Straks zult u ook voor uzelf moeten uitmaken, wie u eigenlijk
nu bent. Maar, wanneer u de deur uitgaat en hier verdwijnt, wie bent u dan? Is uw
woord in harmonie met de wetten van de Ruimte? Telkens kom ik tot u terug om aan
de colleges, de ontledingen te beginnen en dan vraagt men zich af: Ben ik zo ver
en gereed, heb ik maar één wil? Men vroeg aan André: 'Heeft de mens een wil, is de
mens natuurlijk in zijn wil?'
'De Wil', zegt straks André tot Jeus, 'die was ik.'
Speelsheid wordt nu niet meer geduld. 'Plat', dialect, Gelders geklets', zegt André,
'heb ik nu niet meer nodig, want de mensen lachen mij uit en jij en Jozef zullen
mij vertegenwoordigen. Want wie sprak tot vader, wie speelde op de wolken? Dat was
ik; ik was dat en niet jij!'
En dit betere ik, dat innerlijke ontwaken voor u is
de Kosmologie om fundamenten te leggen voor uw geestelijke 'ik'. Datgene, wat u vanmorgen
verlangt, is dat op honderd procent uitgebalanceerd, geïnspireerd? Is dat gevoelsleven
van u - kan ik nu eerst vragen - honderd procent wel wetend, liefdevol, harmonisch
rechtvaardig?
Heeft u thans uw gehele persoonlijkheid hier op de plaats waar de Kosmologie
van uw leven gaat beginnen? Wilt u mij en de Meesters, wilt u de Ruimte wijsmaken,
hier waarlijk voor honderd procent geestelijk te zitten? Hier liggen de Kosmische
voetangels en klemmen.
En, dat betekent, dat Wimpie, dat Pietje - waar u nu piet
tegen zegt, een volwassen persoonlijkheid is, een mens die gereed is, die moet zwoegen
en werken in de maatschappij om zijn bestaan te vinden. Gingen zij niet met u door
dat bestaan? Hadden wij geen medelijden met u, omdat wij weten hoe dat geploeter
hier op Aarde is? Maar de wil, de menselijke wil, het willen inzetten en maken van
elke goede gedachte, een reis naar de Maan, is het gereedkomen voor het betere ik
in de mens. U bent allemaal instrumenten, u heeft allemaal contact met uw Godheid!
Maar bent u er reeds aan begonnen?
Vandaag snikt u en komt u binnenvallen met: 'Ik
ben zo ontroerd' en morgen vliegen er harde, verschrikkelijke woorden over uw lippen.
En wilt u dan overmorgen gereed zijn om maar weer opnieuw aan uw Kosmologie te beginnen
en de fundamenten te leggen, die geestelijke afstemming bezitten op de eerste sfeer?
Want die lezingen gaf ik u. 'De mens en zijn universele liefde' voert ons naar ruimtelijk
bewustzijn en dat is de Kosmologie voor uw leven, voor uw karakter, denken en voelen,
voor uw liefde, vader en moederschap! ... Tot zo ver Meester Zelanus in zijn lezing
over 'De Kosmologie voor de mens'.
De woorden, die toen op die zondagmorgen in november
van het jaar 1951 door hem werden uitgesproken, gelden ook onverkort voor ons.
Zijn
wij thans gereed om de Kosmologie van Jozef Rulof in onze handen te nemen? Dat is
een op zich niet zo gemakkelijk te beantwoorden vraag. Dit kan een ieder maar beter
voor zichzelf uitmaken!
Wij, als stichting, zaten of zitten met de vraag: Mogen wij
wel of niet tot de uitgave van de boeken van de Kosmologie overgaan? Het klinkt wellicht
tegenstrijdig met hetgeen wij net beweerden. Wij geloven of vertrouwen nog niet zo
op dat gereed zijn voor de Kosmologie.
In deze tijd is het eigenlijk nog veel moeilijker
voor de mens om tot de eenvoud terug te keren. Ons leven in 1984 is bepaald veel
complexer dan het leven in 1952. Ons willen is tot ongekende hoogten opgevoerd. Voor
de toegang tot de Kosmologie is, als wij de Meesters goed hebben begrepen, een heel
andere wil nodig.
De ingang tot die wijsheid voert ons terug naar tijden, die wij
ons nu nauwelijks nog kunnen voorstellen. Half Nederland was afgesloten door de Duitsers
aan de ene kant en de Geallieerden aan de andere kant. De hel was op Aarde neergedaald.
Miljoenen mensen verloren hun geloof, zij liepen als stoffelijke wrakken rond, waren
uitgehongerd, het kwaad leek te zegevieren over het goede en alles dreigde ineen
te storten.
In die tijd maakte één mens zich gereed, stelde zich in en ontving voor
heel deze mensheid. Ook hij bezat niets meer, had honger en bezat geen stoffelijke
warmte, omdat de brandstof voor de kachel op was.
Plaatsen wij dit voor ons hedendaagse
leven, dan zouden velen van ons daar alleen al onder bezwijken!
Geen bazuingeschal,
geen uiterlijk vertoon, terug naar het niets! Dat waren de voorwaarden om HET ALLES
te mogen ontvangen. Jozef Rulof gaf dat alles en verdiende daarmee zijn Kosmologie.
Hij
bezat geen aardse rijkdom, geen tempel of paleis, maar hij bewoonde een bovenwoning
ergens in Den Haag. Deze bovenwoning bezat een platje. Daar zat hij vaak en kwam
in contact met de sterren. Hij kwam daar vrij van zijn organisme en vloog de Ruimte
in, zijn organisme, dat op het platje achterbleef beleefde de slaap. Het was vaak,
dat hij de regen niet bemerkte en dat zijn vrouw hem tot de 'werkelijkheid' moest
terughalen. De schijnwerkelijkheid was verschrikkelijk in de overgang, vooral als
Adolf op hetzelfde moment zijn karaktertrekken, in de vorm van een V-2, richting
Engeland afschoot. Nee, wij zullen de geboorte van zijn Kosmologie wel nooit helemáál
kunnen begrijpen.
Wij kunnen u thans mededelen, dat het eerste deel van de Kosmologie
van Jozef Rulof binnenkort in druk zal verschijnen en voor u allen verkrijgbaar zal
zijn. Voor nadere mededelingen verwijzen wij u naar de rubriek Boekennieuws.
Wij
vonden het noodzakelijk dit toch verheugende nieuws op deze wijze bij u in te leiden.
Bereid u op de ontvangst van het boek voor. Stel u er voor open en zorg, dat de inhoud
van de reeds verschenen boeken u daarbij als fundament kan dienen. Wij werden er
stil van, toen wij aan het lezen sloegen.
Wij wensen, dat u allen de ware sleutel
voor de toegang tot deze Goddelijke Wijsheid zal kunnen vinden en gebruiken.
Stichting
Wayti.
1952...................1982.
Op
2 november aanstaande is het dertig jaar geleden dat Jozef Rulof zijn leven op Aarde
beëindigde en dat hij de Sferen van Licht aan Gene Zijde binnentrad.
Dit bewustzijn
had hij zich in vele levens, in zijn laatste leven in het bijzonder, eigen kunnen
maken.
In een van zijn boeken wordt door Meester Alcar geschreven dat aan Gene Zijde
zijn nieuwe taak gereed ligt én dat hij eens naar de Aarde zal terugkeren om zijn
werk voort te zetten. Hij zal echter niet als medium terugkeren. Het zal na het jaar
2000 zijn dat er voor dit voortzetten technische instrumenten op Aarde zijn.
Tijd
bestaat niet, leerden de Meesters ons beseffen. Is het dan wel zo zinvol om als een
soort herdenking bij deze achter ons liggende periode stil te staan? Gerelateerd
aan de eeuwigheid kan deze periode nauwelijks van enige vermeldenswaardige betekenis
zijn:
Tijd verbindt het heden met het verleden.
De tijd geeft de mens een maatstaf
voor de afweging van behaald resultaat en de daarbij doorgemaakte ontwikkeling. Wanneer
wij in dat verband in die periode terugblikken kunnen wij een enorme ontwikkeling
van mens en maatschappij onderkennen, waarvan voor velen het resultaat nog niet te
overzien valt: Dat is dan ook de reden dat vele mensen de hedendaagse ontwikkelingen
niet als uitsluitend positief ervaren, maar het tot nu toe behaalde resultaat slechts
als een grotere onzekerheid en chaos.
Wij zijn met z'n allen op weg naar een andere
wereld. Daarvoor zal nog heel veel nodig zijn. De Meesters brachten hun boodschap
precies op tijd, met het juiste gevoel, geen grammetje werd daarbij verkeerd gebruikt:
Een enorme bron van wijsheid en rijkdom werd ons nagelaten. Degenen die deze boodschap
hadden begrepen en in hun gevoel hadden kunnen opnemen wisten wat er gedaan moest
worden. Toch vroeg dat plotseling 'alleen' gelaten worden ontzettend veel van ons.
De 'absolute' zekerheid en geborgenheid ontviel ons bij het weggaan van Jozef Rulof.
Op de 2e november van het jaar 1952 verdween voor ons het 'directe' contact met Gene
Zijde. Weg was de Grote Voorman, die ons altijd steunde en aanmoedigde met zijn grote,
onuitputtelijke blijmoedigheid en liefde voor alles wat leeft. Hij beantwoordde immers
al onze vragen, afgewogen naar ons gevoel: Datzelfde gevoel vinden wij terug in zijn,
boeken. Boeken in vaak kinderlijke eenvoud zijn geschreven, waarmee wij onze problemen
aan het werkelijke leven kunnen spiegelen.
Het aanvaarden ligt echter bij ons zelf.
Overal zien wij de bewijzen van dit aanvaarden of beter gezegd het niet aanvaarden.
Daardoor en alleen daardoor bevindt de wereld zich in een ontzaglijke chaos: De mens
zal zich bewust moeten worden van zijn eigen leven, als hij verder wil komen. Zolang
dat verlangen niet ontwaakt zal er stilstand zijn: Stilstand,ondanks alle geestelijke
en maatschappelijke ontwikkelingen van onze hedendaagse tijd.
Gene Zijde zit niet
stil, de sferen zijn leeg, zeiden de Meesters zo dikwijls. Op alle gebieden wordt
gewerkt, maar de mens zal zelf aan zijn eigen ontwaking moeten beginnen.
Daar kunnen
geen reclamecampagnes aan te pas komen. Het gevoelsleven moet bereid zijn om te ontvangen:
Dat is dan ook de dat wij niet met boekenstalletjes langs de weg gaan staan:
De boeken
van Jozef Rulof behoren nog niet tot de zogenaamde 'bestsellers' waarvan er 10.000
of meer per maand over de toonbank gaan. Dat kán ook niet: Dit zou immers op sensatie
gaan lijken.
Dat wilden de Meesters perse niet. Geen uiterlijk vertoon, geen sektarisme,
geen loze kreten, maar eerlijk, open, gericht op het gerede gevoelsleven. Het leven
dat beseft, dat vele, vele levens door de mens moeten worden afgelegd om het bewuste
stadium te bereiken.
Wij worden nogal eens benaderd door mensen die ons vertellen
van andere, hedendaagse schrijvers. Schrijvers die naar hun mening veel verder en
veel dieper gaan dan Jozef Rulof.
Wanneer wij nu bijvoorbeeld een tweetal boeken
van Jozef Rulof bij de kop pakken, boeken zoals De Volkeren der Aarde en het Ontstaan
van het Heelal, in welk ander boek treft men dan op zo'n heldere en complete wijze
de verklaring van het waarvandaan, het waartoe en het waarheen aan?
De Meesters zeiden
het steeds maar weer: Niets hoeft, alles mag: Maar bedenk wel, wanneer u aan Gene
Zijde komt, staat u voor uw eigen bewustzijn en niemand kan u verder helpen: U moet
het allemaal zelf doen: Thans in uw stoffelijke toestand kunt u vergelijkingen maken
en tijdelijk afstand van de dingen nemen, maar aan Gene Zijde dwingt u zichzelf,
komt het op uw liefde aan:
Onderzoek alle dingen, maar behoud het goede is een bekend
gezegde. Wanneer daarbij zaken naar voren komen, die u de absolute vrijheid benemen,
kunt u er van verzekerd zijn niet met het GOEDE te maken te hebben.
Er bestaan indrukwekkende
geschriften, waarbij vele lezers constant het woordenboek moeten raadplegen om zich
maar iets van de tekst eigen te kunnen maken. Verder bestaan er boeken vol getuigenissen,
die over het algemeen de feitelijke kern missen en die dikwijls gegevens bevatten
die niet waar kunnen zijn.
Men moet kritisch kunnen zijn: Maar wie van ons is in
staat de voetangels en klemmen van het eigen voelen en denken van de betreffende
schrijver te onderkennen?
Toen Jozef Rulof zijn eerste openbare lezing hield en dit
gebeurde in Den Haag op 25 juli 1945, was daarmee ook het ogenblik gekomen waarop
hij, bij monde van zijn astrale leider en spreker Meester Alcar, 'De Eeuw van Christus'
mocht openen, een gebeuren, dat eens de menselijke geschiedenis zal ingaan als een
van de voornaamste ogenblikken die de geestelijke evolutie van de volkeren van de
Aarde kende.
Voor vele volgelingen van Jozef Rulof is dit historisch feit een beslissende
factor voor hun leven. Want wie de geestelijke betekenis van dit leven van Jozef
Rulof kan beseffen, wie zijn wonderbaarlijke openbaringen kan aanvaarden, staat voor
ingrijpende veranderingen. Wie deze openbaringen van de Meesters van Gene Zijde,
zoals zijn levensenergie deze aan de aardse mens heeft geschonken voelt en begrijpt,
weet dat het een waarlijk uniek proces is wat zich gedurende een 30-tal jaren hier
te lande heeft voltrokken. Zo'n mens beleeft als het ware de letterlijke geboorte
van een nieuwe Hemel en Aarde en gaat met diep ontzag in deze heiligheid over. Ja
zeker, heiligheid:
Want als er ooit een geestelijke boodschap aanspraak kan en mag
maken op deze verheven omschrijving, dan is dit zeker met de leer van Jozef Rulof
het geval.
Voor een buitenstaander zal dit alles ongetwijfeld aanmatigend klinken,
de ingewijde echter weet dat elk woord, elke zin van deze leer een universele diepte
bezit. Als die 'buitenstaander' bovendien het kerkelijk denken en voelen vertegenwoordigt,
dan zal hij dit wellicht trachten te klasseren als een nieuwe sekte, een tijdverschijnsel,
voortvloeiend uit de toenemende onkerkelijkheid. Voor hem vertegenwoordigt zoiets
slechts een stil verlangen naar zijn religieuze dogma's, meer niet.
Dat denken is
wel begrijpelijk. Er dagen tegenwoordig zo veel nieuwe profeten op, vooral op het
religieuze plan, dat een sceptische en voorzichtige houding tegenover deze geestelijke
'paddenstoelen' slechts is toe te juichen. Helaas is het vaak de zoekende mens, die
desondanks het eerst het slachtoffer wordt van de meest duistere figuren, die zelf
voor Christus gaan spelen en hun aanbidders onsterfelijkheid beloven, een waanzin,
die door honderden of zelfs duizenden wordt aanvaard:
Op het occulte of spiritistische
terrein of juister slagveld, is het net zo of erger nog, want het aantal slachtoffers
loopt in de honderdduizenden.
Het is juist Jozef Rulof die deze misdadige praktijken
in zijn boek 'Geestelijke
Gaven' uitvoerig behandeld, ontmaskerd en geestelijk wetenschappelijk
toegelicht heeft.
Een werk notabene, dat de paranormale onderzoekers een hoop overbodig
werk kan besparen, wanneer zij zich de moeite zouden getroosten om bij deze geestelijk
bewuste mens college te willen nemen.
Maar Jozef Rulof was geen prof en het college
gaat voorlopig niet door......
Jozef Rulof wilde niet dat van zijn geboorteplaats
's-Heerenberg een 'bedevaartplaats' zou worden gemaakt. Net zo min zou hij voorstander
van een gedenkboek zijn geweest.
Een grenzeloze eerbied en ontzag voor wat deze mens
voor ons heeft gedaan besloot ons het bovenstaande nog eens onder uw aandacht te
brengen.
De Stichting Wayti.
JEUS EN
ZIJN UNIVERSITEIT.
Het is zeker niet de bedoeling van dit artikel de vorming van
een sekte te begunstigen of een nieuwe kerk te helpen stichten, zoals dit meestal
het geval is bij het optreden van de één of andere nieuwe geloofsbeschouwing of waarneming,
die zich sterk en origineel genoeg voelt, om voldoende volgelingen aan te kunnen
trekken en met de bestaande geloofsuitingen te kunnen concurreren. Zo gebeurde het
met de Christian Science van Mary Baker Eddy, met verschillende vertakkingen van
de Theosofie, de Antrosofie, etc., om slechts enkele voorbeelden op te noemen en
wel de serieuze op het gebied van de emancipatie van het kerkelijk geestelijk leven.
Jozef
Rulof (1898- 1952), de stichter van het Geestelijk Wetenschappelijk Genootschap DE
EEUW VAN CHRISTES in Den Haag, wenste geen ledenvorming in de bovenbedoelde zin,
geen lidmaatschapskaartjes en ook geen nieuwe naamgeving voor zijn leer, de KOSMOLOGIE,
die hij als DE UNIVERSITEIT VAN CHRISTUS aankondigde.
Dus toch een naam zult u zeggen?
Als u de meesterlijke oorsprong van deze leer -- van deze geestelijke WETENSCHAP
-- niet kunt aanvaarden, als u Jozef Rulofs occulte gaven in twijfel trekt en in
hem alleen een mysticus, met veel fantasie en talenten ziet, - hij heeft ook geschilderd,
- dan zult u in zekere zin gelijk kunnen hebben.
Rudolf Steiner (1861-1925) noemde
zijn Geheimleer "von der natürlichen Erschauung überirdischer Dinge": Antroposofie,
- Jozef Rulof zijn Kosmologie: De Universiteit van Christus. Alleen met dit verschil,
geachte lezer, dat de Antroposofie van Rudolf Steiner van hem zelf stamt, terwijl
Jozef Rulofs Kosmologie astrale auteurs kent, die hun kennis en graden in andere
werelden hebben verworven, dan op de Aarde.
Voor hen, die Jozef Rulofs werk kennen,
betekent dit geen wartaal; zij weten dat achter deze benaming De Universiteit van
Christus, - die geen eigen fantasieproduct is - een enorme realiteit staat, een machtig
kosmisch gebouw, waarvan de ingangen voor iedereen openstaan die eerlijk zoekende
en bereid is, zijn hoofd te willen buigen voor waarheden, wetten, die hem tot nu
toe nog geen mens en geen kerk openbaar konden maken en verklaren.
Rudolf Steiner
noemt zijn leer een "geheimleer", de Rozenkruisers eveneens en zij legden daarmee
het' sektarisme van hun genootschappen vast. Jozef Rulofs werken zijn leer Zijn kristalhelder.
Het speelse is hier volkomen afwezig, hypothesen en gissingen kregen daarin de kans
niet meer, om in uw gevoelsleven een gat te kunnen slaan en u voor een geestelijk
of occult niemandsland te plaatsen. Deze leer van de micro en macrokosmos is voor
ieder denkend mens eenvoudig een openbaring.
Een wondermooie ontdekking, die u zal
ontroeren en laten glimlachen tegélijk. Zij voert u uit het duister naar het licht,
zij vernedert en mismaakt u niet, maar leidt u op tot het begrip der schoonheid en wijsheid
van de ware scheppingsdaad ,die noch dood noch verdoemenis kent.
Deze leer is waarlijk
ruimtelijk bezield, wat men moeilijk beweren kan van de vele - al te vele geloofsbelijdenissen
waarover de Aarde beschikt, want wat op dit terrein der religie en metafysica aan
goedkope beloften en geestelijke nonsens wordt verspreid en geleerd, is huiveringwekkend
en voor een gezond ontwikkeld denk en gevoelsleven in deze eeuw niet meer aanvaardbaar.
Als u denkt, dat wij overdrijven, dat onze argumentatie, onbillijk en hysterisch
is, dat zich dit orgaan voor occulte beuzelpraat leent. NEEM DAN TOCH DE BOEKEN TER
HAND en maak kennis met JEUS, met Jozef Rulof.
(Jeus van Moeder Crisje, drie delen).
Deze grote wijsgeer en ,,Dienaar der Goden'' leert u niet alleen DENKEN, maar hij
geeft u ook alles, wat u voor deze studie nodig heeft. Hij plaatst u allereerst voor
de wetten der reïncarnatie en leert u uw eigen leven en persoonlijkheid begrijpen,
want zonder kennis van deze fundamentele feiten, komt u er nooit! Er is geen gezond
en geestelijk wetenschappelijk verantwoord uitgangspunt in uw DENKEN. Aanvaardt dit,
geachte lezer, anders gaan wij op twee verschillende sporen rijden en komen wij nooit
bij elkaar.
Jozef Rulofs Kosmologie plaatst u onmiddellijk voor de DOOD, voor de
,,kist'', omdat het onbegrip en niet aanvaarden van dit wonderbaarlijke evolutieproces,
de geestelijke deuren voor uw ogen dichtslaan en de gehele schepping voor u in een
waas komt te staan.
Wij zouden zo door kunnen gaan en al de schatten optellen, die
in deze leer van de RUIMTE op u wachten, maar gaat u nu zelf eens uw grote landgenoot
ontdekken, uw eigen pers heeft dit tot nu toe nauwelijks nodig geacht.
Wie naar innerlijke
beschaving zoekt en het machtige wonder, dat wij mensen GOD noemen, wil leren begrijpen
en waarlijk liefhebben, je kunt niets zuiver liefhebben, zonder dat je het begrijpt,
anders is het ook weer een ,,masker'' bij de vele andere, waar achter je leven schuil gaat,
die wordt hier HET boek, de boeken van al het LEVEN, geboden, een fascinerend werk,
dat met niets te vergelijken valt, wat de menselijke literatuur, filosofie en wetenschappen,
tot op heden toe hebben voortgebracht.
Wij begonnen er mee, dat het werk van deze GROOTMEESTER
in de occulte wetenschappen er niet op gebaseerd was, om een sekte achter te laten,
die straks achter gesloten deuren ging vergaderen. Hij wilde geen ledenvorming, geen
sektarisme:
Een zo ontzagwekkend denkgebouw, zoals dit JOZEF RULOF in zijn Kosmologie
heeft opgericht, is niet in de benauwdheid van een menselijke administratie en distributie
op te sluiten, of het zou verminkt en mismaakt op het geestelijke asfalt van uw maatschappij
terecht komen, waar de bezoedeling zich kon uitleven!
En dit was niet de bedoeling
van de Meesters uit de Ruimte, die dit werk tot stand brachten. In hun geestelijke
tuinen mogen alleen zij binnengaan, die voor deze schoonheid gereed zijn, want zoals
bloemen haar kelken gaan sluiten als de duisternis binnenvalt, zo sluiten zich ook
de poorten die tot deze tuinen der waarheid leiden voor een onreine begeerte. En
deze begeerte draagt velerlei maskers!!
Het werk van JOZEF RULOF behoort de Aarde
toe, het is haar universeel geestelijk bezit geworden. DE MENS KAN HET NU WETEN,
als hij daarnaar verlangt, want, geachte lezer, U leeft nu in DE EEUW VAN CHRISTUS
en JEUS was haar gezegende zendeling!
B. van B.
HOE MIJN MEDIUMSCHAP ZICH ONTWIKKELDE.
door
Jozef Rulof.
Hoe mijn mediumschap zich ontwikkelde? Daarover is heel wat te zeggen:
Mansveld zegt het reeds: ook voor mij is dat moeilijk. Mijn algemene ontwikkeling
is in 9 boeken vastgelegd.
Daarin leest U, wat ik als instrument heb mogen ontvangen
en beleven. Wat moet ik daar nog aan toevoegen? Ik weet het niet en toch zijn er
nog boekdelen over te vullen.
Ik kan U vertellen, dat ik op school heel dom was en
door een schoolkameraadje naar de zevende klas werd getrokken. Ging hij over, dan
ik ook: bleef hij zitten, dan was het ook mijn deel. U voelt wel: ik leerde niets,
keek af en zo ging ik van school af. In mijn jeugd reeds was ik met een andere wereld
in verbinding: ik zag wezens, die niet als wij, mensen, waren; ze waren anders en
doorzichtig. Ik praatte met hen en één van hen is thans mijn leider, die me heeft
ontwikkel.
Tussen 14 en 18 jaar zag ik, doch niet veel; ik had meer interesse voor
het spel en leefde zoals alle jonge kinderen.
Toch was ik zeer gevoelig. Op 18-jarige
leeftijd leerde ik reeds de ,,Poltergeister” kennen. Wat ik toen aanraakte, begon
meteen te dansen. Die jaren, tot mijn 22ste, leerde ik andere machten en krachten
kennen; toen gingen ook die krachten heen, om op 29-jarige, leeftijd in een andere
toestand terug te komen.
Toen was ik blijkbaar als instrument te gebruiken.
Op diezelfde
morgen, (in mijn eerste boek ligt dat vast), werd ik bewust en was ik plotseling
helderziend, helderhorend, en schilder-, teken-, en genezend medium. U voelt zeker,
dat ik toch die gaven innerlijk bezat, doch wanneer men van Gene Zijde niet had ingewerkt,
was er niets met mij gebeurd.
Toen begon mijn mediumschap.
In één jaar was ik reeds
ver gevorderd. Ik moest donkere zittingen houden en leerde in verfijnde vorm andere
krachten en gaven kennen. De aanwezigen hoorden directe stemmen, zagen materialisaties,
levitaties, hoorden een gesloten piano spelen, kregen bloemen en alles kon men controleren.
Ik was vastgebonden en droeg aan armen en benen lichtbanden, men kon bij zwak rood
licht alles zien en vaststellen. Dan werd ik gedemetrialiseerd en door een deur heen
gebracht. Drie dames stonden naast me, (zie mijn tweede boek).
Dat betekende het einde
van mijn psychische gaven: mijn psychische, zoals uittreden, zien en horen en vooral
schrijven, zouden in hoogste graad ontwikkeld worden.
De psychische gaven werden stilgelegd;
men gebruikte ze niet meer.
Dat was in 1930, het jaar van het congres in Den Haag.
Ik had toen mijn eerste tentoonstelling en moest beginnen. Verschillende schilders
kwamen door en tekenden en schilderden.
Mijn grote gave was uittreden: ikzelf vind
dat de mooiste gave. Wonderbaarlijke toestanden, die niet eens in mijn boeken beschreven
zijn, zou ik kunnen vertellen.
Ik maakte mijn eerste reis naar de sferen en bezocht
mijn leider en zo leerde ik de dood kennen, het leven aan Gene Zijde, waarna ik met
een schat van kennis en wijsheid in mijn lichaam terugkeerde. Dit is vastgelegd in
de drie delen van: ,, Een blik in het Hiernamaals”. Steeds dieper ging mijn leider,
daalde tot de diepste problemen voor een mens op aarde af, maakte mij aan die zijde
alles duidelijk en op die wijze leerde ik de allerlaatste problemen kennen.
Ik zag
en leerde, hoe wij sterven, hoe wij daar binnentreden en hoe wij ons zelf moeten
leren kennen. Dat is alles wonderbaarlijk; steeds ging Alcar, mijn leider, verder.
Toen kreeg ik de allerlaatste toestanden te leren; ik zag dat alles en begreep het
en, indien ik het niet begreep, dan mocht ik vragen stellen. Zo voerde mijn leider
mij door het ganse Universum. Ik leerde al de kosmische afstemmingen kennen, bezocht
met hem planeten, hoe onwaarschijnlijk het ook lijkt.
Ik sta hier met mijn leven voor
in.
Ik leerde de reïncarnatie kennen; zij toonden mij, hoe alles geschapen is en wanneer
ik op aarde terug kwam, moest ik dit trachten te verwerken. Ook daarin werd ik geholpen.
Dit
alles is in mijn negen boeken vastgelegd. Ik, die mijn eigen taal niet ken; ik zou
boeken schrijven! Ik werd uitgelachen, maar ik dacht: ,,Lach maar, het komt!” en
: het is gekomen.
Ik leerde de ziel van mens en dier kennen, ik, die nooit een boek
over dergelijke dingen in handen had gehad, geboren in een dorpje; die niets had
geleerd, niets! Hoe moet ik God danken!
Is dit alles te aanvaarden? Ik hoor zo vaak:
,,Te mooi om waar te zijn”. In een handomdraai stelt hij ons voor de diepste problemen
en lost ze voor ons op. Kan dat?
En dan zwijgt de pen van de criticus.
Van mijzelf
was en ben ik niets. Ik mocht niets wezen, niets van de aarde kennen en mijn eigen
maken.
Hoe dommer ik was, des te beter instrument had men aan mij. In mijn allerlaatste
boek, het derde deel van de trilogie: ,,Het ontstaan van het Heelal” verklaart mijn
leider, waarom ik medium ben, waarom hij mijn leider is, waarom ik André genoemd
werd en leert U, de algehele ontwikkeling van mij kennen.
Mijn leider, Alcar, had
een zending te volbrengen. In 1929 zei hij: ,,Ik heb slechts tien jaren en dan moet
ik met mijn werk gereed zijn”. Nu, 1939 in December, is zijn werk af, en zijn de
9 boeken verschenen. Ik zou U vele wonderen kunnen duidelijk maken en verklaren.
In 2 maanden kreeg ik 4 boeken door, waaronder de laatste trilogie.
Wat gaf mij mijn
mediumschap? Mijn allerlaatste boeken kon men niet recenseren: men weet het niet
en begrijpt het niet. Ik hoop toch, dat men niet vergeet, dat ik dit alles van Gene
Zijde heb ontvangen.
Ik zal mijn best doen om als medium de grote gedachte te helpen
uitdragen. God geve ons daartoe de kracht!
Jozef Rulof.
WAARIN VERSCHILDE JOZEF RULOF, IN MENTALITEIT, MET DIE VAN DE MASSA VAN DE MENSEN
OP AARDE, EN WAS HIJ ZO’N BIJZONDER IEMAND?
HET ANTWOORD LEEST U IN HET ONDERSTAANDE
ARTIKEL, WAARIN HIJ CONTACT HEEFT MET ZIJN MEESTER EN GEESTELIJKE BEGELEIDER VAN
GENE ZIJDE.
Ik ken geen disharmonie, mijn meester en zou dat alle mensen willen geven,
maar de ziel als mens staat er nog niet voor open!
De mens breekt af, ik niet! De
mens haat, ik niet! De mens zoekt hartstocht, ik niet! Ik wil alleen liefde! De mens
bezoedelt, mishandelt het leven, ik niet! De mens leeft onder hebzucht, ik niet!
De mens staat open voor gemeenheid, ik niet! De mens moordt, ik niet! Ik heb lief!
De mens zoekt machtswellust, ik niet! De mens doet aan onverschilligheid, ik niet!
Ik wil elke karaktertrek behartigen! Ik heb mijn moeder lief! De mens maakt zijn
moeder af en bezoedelt haar leven, haar baring en schepping, ik niet, ik zal haar
dragen! Indien zij gedragen wil worden, mijn meester, of wij staan weer machteloos!
De mens wil haar niet begrijpen, ik wel! Want dat is alles beleven!
De mens doet aan
kuisheid, ik niet, ik beleef het leven door de harmonische wetten, ik zal baren en
scheppen! De mens denkt slecht van het leven en over de mensen, ik niet, voor mij
is alles liefde! De mens zegt, dat de mens zondig is, voor mij niet! Ik wil met verdoemdheid
niets te maken hebben! De mens is jaloers, ik niet, dat breekt mij! De mens beleeft
wraakzucht, ik niet, dat slaat mij uit de harmonische levenswetten! De mens wil begeren,
ik ook, maar het goede, de geestelijke begeerten om te ontwaken! De mens doet mee
aan verdorvenheid, ik niet, die gevoelens brengen mij naar onbewuste werelden, voeren
mij tot de haat en de afbraak! Daarvoor sta ik niet open!
De mens twijfelt aan alles,
ik niet, ik weet, ik ben niet te verdoemen. De mens gelooft aan de bijbel, ik niet,
mijn meester, ik schrijf mijn eigen bijbel en die is Universeel in liefde! Ik wil
geen God van haat, die is er niet! Ik ben universeel in liefde, omdat mijn God die
ruimtelijke liefde bezit. De mens vertegenwoordigt de onbetrouwbaarheid, ik niet,
voor elke gedachte wil ik de geestelijke harmonische betrouwbaarheid beleven. De
mens aanvaardt alles, ook het rechterschap en plaatst zijn hand onder een doodvonnis,
dat kan ik niet, mijn meester, ik heb lief! Wie liefheeft kan die taak niet langer
aanvaarden, dat is geen dienen meer! Dat is oordelen en ik oordeel niet meer! De
mens is zwaarmoedig, ik niet, ik ben altijd blij en gelukkig!
Man en vrouw op Aarde,
mijn meester, hebben deze wetten te aanvaarden en zich eigen te maken, eerst dan
kunnen zij hun liefde beleven en is het huwelijk het allermooiste geluk op Aarde.
De mens zoekt naar vrede, maar vindt niet wat wordt verlangt, ik ben vrede! De mens
zoekt rust, maar is onrustig, ik ben rust of ik kan geen rust beleven! De mens zoekt
liefde, maar is hard en diefachtig, ik ben liefde en ik dief niet, want dat is mijn
ongeluk, mijn disharmonie met het leven! Disharmonie voor de liefde en het begrijpen!
Ik ben harmonisch voor alle karaktertrekken en wil niets te maken hebben met afbraak,
kletspraat, bezoedeling, voor mij zijn alle mensen kinderen van God! Ik sta open
voor mijn ziel en mijn geest, ook al is dat leven van een lagere levensgraad!
De mens
als man en vrouw kennen zichzelf niet, ik ken mijzelf! Man en vrouw smeken om geluk,
maar geven geen geluk, geen warmte en geen begrijpen; dat menselijk éénzijn is dierlijk
beleven. De mens heeft de brutaliteit lief, ik niet, mij breekt het af! Mijn leven
is standvastigheid geworden, want ik denk! Man en vrouw denken niet, ik wel, ik denk
aan alles! Man en vrouw, spreken, praten, maar ze weten niet wat ze zeggen, ik wel,
omdat ik mijn gedachten ontleed! Man en vrouw ontleden niet, ze zijn gedachteloos,
ik niet, ik onderga elke gedachte en breng mijn gedachteleven tot de levenswetten
van de ruimte. Man en vrouw willen ontvangen door niets te geven, ik niet, ik geeft
eerst alles en wacht af, hierna zal ik ontvangen en beleven. Man en vrouw willen
zich niet bemind maken, ik wel, want dat is mijn levensruimte! Ik wil mij bemind
maken, mijn meester! Dat is dienen, wij mij niet begrijpen wil, komt toch eens zover
en dan buigt het leven zich voor mijn persoonlijkheid! Ik zoek in alles harmonie,
de mens niet! Die is in alles disharmonisch!
Man en vrouw dienen elkaar niet, ik
wil, dienen, omdat ik elke gedachte bedenk, ontleed, en daarvan zoek ik de harmonische
levenswet voor mijzelf, voor mijn ziel en geest, voor de sferen van licht. Man en
vrouw willen liefde beleven, doch weigeren te baren en te scheppen voor elke gedachte.
Ik heb geleerd, mijn meester, dat al mijn karaktertrekken gebaard en geschapen willen
worden en daarvoor doe ik alles! Daarvoor maak ik mijn leven bemind en sta ik open
voor al het leven van God! Man en vrouw snauwen en treiteren, ik niet, dan mismaak
ik mijzelf! Vrouw en man kankeren over het werk en het leven in e maatschappij, ik
niet, ik weet niet meer wat dat is en te betekenen heeft! Man en vrouw kennen hun
taken niet, ik wel, ik ben met alles gelukkig, omdat ik hierdoor het leven beleven
kan!
Man en vrouw doen psychopathisch, ik niet, ik wil met psychopathie niets te maken
hebben! Ik ben bewust! Man en vrouw zoeken naar gerechtigheid, ik ben het en nu kan
mij de ongerechtigheid niet overvallen! Man en vrouw staan open voor drukte en gelach,
dat niets te betekenen heeft en echt stoffelijk is, ik niet, ik zoek uit en door
alles de geestelijke kern en dat is mijn volgende fundament voor mijn verdere ontwaking!
De mens geeft aan de karaktertrekken geen bezieling, ik wel! De mens geeft geen karaktereigenschappen
vleugelen, geestdrift en geestkracht, bezieling, ik wel, doch de geestelijke, of
de aardse voert mij tot de overheersing op Aarde! En ik wil met overheersing niets
te maken hebben. Ik geef elke karaktertrek bezieling en ik dood overheersing. Ik
geef elke karaktertrek bewustzijn, doch door de liefde of ik kom niet verder………………..
Uit
de Kosmologie van Jozef Rulof.