GRENZELOOS IS ONZE EERBIED.....
In meerdere reacties die ons bereiken*), wordt ons min of meer verweten dat wij zo verheven en vol eerbied schrijven over Jozef Rulof, over de betekenis van zijn boeken en vooral over de Meesters. Het ontzag dat wij doen blijken komt op enkelen over als een te ver doorgevoerde persoonsverheerlijking, vooral van Jozef. Maar ook van de astrale personen, zoals de Meesters, Zelanus, Alcar en vele anderen. Volgens hen beperken wij ons te veel tot dit werk, hetgeen het levenswerk van Jozef is, leggen wij een te absolute nadruk op zijn boeken, lezingen en schilderwerken en negeren of zelfs miskennen wij de vele andere manifestaties in woord en geschrift, die toch ook van grote betekenis zijn voor de bewustmaking van de mens. Kennelijk verwacht men van ons dat wij ons breed oriënteren op de op geestelijk gebied verschijnende literatuur om aldus in onze eigen publicaties hieruit ook aanbevelingen te doen. Wij willen hier nog eens heel duidelijk stellen dat wij heel gewone mensen zijn en zeker niet de pretentie bezitten het allemaal zo heel goed te weten. Eens te meer is wel gebleken dat wij, al kennen wij de boeken nog zo goed; niet beschikken over pasklare antwoorden op alle gestelde en nog te stellen vragen. Heel duidelijk hebben wij bij voortduring verklaard dat wij geen directe, geestelijke contacten bezitten met gene zijde, maar dat wij er wel op vertrouwen, bij een juiste, eerlijke en eenvoudige benadering van belangrijke problemen te mogen rekenen op de zo onontbeerlijke inspiratie voor ons werk. Wij mogen zeggen dat de waarheden van Christus voor ons een eeuwigheidswaarde bezitten. ,,Waar mensen in Mijn Naam vergaderen... ben ik in hun midden'', is en zal altijd geldig zijn. Als het niet opgaat, dan zal dit altijd weer alleen maar liggen aan onze eigen instelling en moeten wij die herzien. Voorwaarde is dat wij voor alles zelf op de juiste wijze willen werken, denken en voelen.

Het betekent dat wij onze twijfel te lijf gaan en ook aandurven om over dit alles te schrijven. Fouten zullen er wellicht gemaakt worden, maar wat geeft dat, indien wij zelf durven te erkennen en ervan willen leren. Het is daarom voor ons en ook voor u van het allergrootste belang dat wij ons voortdurend realiseren, waarmee wij ons wel bezighouden. Uit deze realisering komen wij altijd weer tot de uiteindelijke bron van onze geestelijke kennis. Nooit kunnen wij er dan omheen...het is en blijft eeuwigdurend Jozef Rulof... Altijd weer zijn het de Meesters van de Universiteit van Christus die dit voor de Aarde zo baanbrekende, gigantische werk tot stand hebben gebracht. Hoe gewoon het voor ons ook is een geschreven, gedrukt boekwerk te lezen, deze boeken zijn niet gewoon! Nooit zullen ze dat worden, ook al lezen wij ze duizend keer.
Wie van ons had dit alles kunnen bedenken, beleven en dan ook nog zo volmaakt ,,gewoon''en voor een ieder duidelijk en uitvoerig kunnen
opschrijven? Waar ter wereld kunt u zo kompleet geïnformeerd worden over zulke diepgaande, ontzagwekkende zaken, zoals het ontstaan van al het leven, de evolutie, de reïncarnatie, het leven na de dood, maar ook de geestelijke diepten van alle graden voor ziel, geest en stof in gans ons universum? Wie ter wereld ging ooit zo diep in op geestelijke gaven, hun zegen en ook hun gevaren? Ja, talrijke boeken zijn over occultisme en vele andere geestelijke zaken verschenen, maar waar werd dit alles zo volledig verklaard en geopenbaard? Krankzinnigheid, stoffelijke ziekten, geestelijke disharmonie. Oorlogen, de strijd van de volkeren, ja, wat ter wereld werd door deze Profeet aller tijden niet tot op de bodem uitgediept, verklaard en ontleed? Welke wetenschap, welke religie, welke sekte is op onze wereld verder dan het stadium van zoeken en tasten als het de machtige persoonlijkheid van Christus en Diens Leven op aarde, raakt?

Al deze gedachten vertegenwoordigen miljoenen toestanden en werelden. Zij werden door Jozef Rulof als instrument - wie weet wat dit in volle omvang betekent? - op aarde verstoffelijkt. De astrale wereld van hoog bewustzijn kon zich pas door Jozef Rulof in uitgebreide omvang uitspreken. Als wij eerbiedig spreken van het Genie, Jozef Rulof, dan drukken wij ons naar ons gevoel nog veel te zwak uit. Als de ,,groten'' der Aarde, zoals Beethoven, Bach, Leonardo da Vinci, Socrates, Shakespeare en vele anderen erkend worden als geniaal dan overvleugelt dit eenvoudige mensenkind Jozef Rulof alles, omdat hij niet ten dele bracht... hij bracht door zijn leven, zijn overwinning op de dood, de aarde in directe verbinding met het AL! Zijn leven is Ruimte, albewustzijn en voert ons naar de ALliefde. Grenzeloos is onze eerbied, tekort schieten onze woorden, indien wij hierbij stilstaan, omdat wij slechts een klein beetje beginnen te beseffen hetgeen de grote en diepe betekenis van dit werk is.

Zeker, er zijn talloze, zeer grote en voor de Aarde waardevolle mensen, die ook werken aan de opbouw van het Koninkrijk Gods. Op vele, vele wijzen gebeurt dit. Vele duizenden zetten zich daarvoor in, op eigen wijze. Al naar gevoel en bewustzijn. Ook dan is ons gevoel open en vervult ons een grote eerbied. Maar niemand reikte zo ver, zo oneindig diep dat hij zo een totaal en absoluut klankbord kon zijn voor het hoogste bewustzijn aan Gene Zijde? Talrijk zijn thans de mediums, de genezers, de schilders en ook de uitpluizers van Jozefs boeken. Velen van hen hebben ,,verbinding'', contact met astrale Meesters of zien in vorige levens. Velen kennen ook hun tweelingziel. Bewijs na bewijs wordt ons getoond en opgedrongen. Steeds verklaart men ons, hoe nabij men was aan Jozef, nadrukkelijke boodschappen worden ons ter hand gesteld. Ja... ja... het is altijd hoog, belangrijk en zeer voornaam. Meesters uit de vijfde sfeer lopen in en uit. Machtige geestelijke belevenissen houden de mens weg van het dagelijks werk en plicht. Zelden komt het voor dat de tweelingziel, de eigen man of vrouw is. Meestal is het een ander... en dan vallen er stukken en brokken... In vorige levens was men meestal ook zelf zéér belangrijk... op z'n minst van adel, of een prins of prinses, ook het priesterschap ligt sterk op de voorgrond. Enthousiast kan men zichzelf ophemelen, kietelen en speels bezighouden, afgeleid van de eigenlijke taak in het leven. Al te graag wil de mens zich ontwikkelen tot één of andere geestelijke beroemdheid. Wat van dit alles is echter waar?

Wij wagen voor onszelf veel van dit alles met de bekende korrel zout te nemen. Veroordelen past ons niet, beoordelen echter wel. Jozef zei ervan: Let vooral op wat er komt en kijk goed uit. Als het werkelijk zo echt en hoog bewust is, dan zijn de resultaten feilloos, de bewijzen onweerlegbaar. Gene Zijde volgt één plan, een opdracht van uit een Centraal Punt geleid. Daarin valt niets te doorkruisen, niets nog eens dunnetjes over te doen of te herhalen. Christus komt niet weer als stoffelijk mens op Aarde.
Jozef, noch zijn directe Meesters zitten bij wie dan ook aan in seances. De taak van Jozef is af, compleet en afgerond is zijn werk op aarde gebracht. Wij bezitten de boeken... en DAT IS ALLES!! Gene zijde zendt thans geen andere boodschappen die de machtige kern van dit ,,bloed, zweet en tranen'' werk ontluisteren, ontkrachten of in twijfel doen trekken. Waar dit wel gebeurt, daar heeft u te maken met regelrechte afbraak. Dat kan niet... dat is onlogisch en laag bij de grond, ook al zijn de woorden nog zo heilig.
Genezers, goed en prachtig, als het waar is des te beter. Maar dan is het te zien en te voelen dat het u in korte tijd ook echt beter gaat of het wordt u van tevoren meegedeeld. 
Tweelingzielen... wel, wel... liefde van de allerhoogste plank voert u niet in het bed van een ander!! Schei uit met dat geklets in de ruimte en erken dat er nog iets van hartstocht in u leeft en dat is heel wat minder schandelijk. Als het echt waar zou zijn, dan is er geduld en liefdevol begrip en wordt het ene leven niet tegen het andere uitgespeeld. Zwijgen is dan nummer één. Zwijgend afwachten en degene waarmee je nu leeft behandelen als tweelingziel. Ach, dat mooie begrip moet verdiend worden. Laten wij ons niets wijsmaken, dat is voor later! Veel later, eigenlijk pas voor achter de kist.

Ja, waarom trekken wij zo van leer? Waarom zo fel? Omdat wij de bewijzen steeds weer zien. De mens wil per raket, geestelijk geluk en geestelijke hoogte beleven, belangrijk zijn ook, wie wil dit niet? Maar vele stappen worden zo overgeslagen. Wij zouden het niet weten, indien wij niet geleerd hadden te letten op de uitingen... op de verschijnselen.
Zeggen wij eigenlijk iets nieuws? Staat dit alles ook niet reeds in de boeken... hoorde u het niet op de lezingen? Ach, lieve mensen, wat zijn wij aan het doen? Wees gerust hoor, als u meent dat wij u iets afnemen, want dan ziet u het verkeerd. Wij wijzen u slechts op de ECHTE wetenschap, op de boeken. Wij nemen u niets af... integendeel. Wij willen dit werk niet bezoedelen door allerlei eigenbelang, eigen denken, door waanideeën. De Meesters zeggen... is voor ons altijd weer het enige... en dan staan wij toch weer voor Jozef. Daar omheen zal niemand ooit meer kunnen! Jammer voor ons... Hij was ons, zoals hij het zelf eens zei net voor! Op eigen houtje behoeven wij niets meer te ondernemen. Boven hem, boven de Meesters komen wij toch niet uit. Met
 persoonsverheerlijking heeft dit niets te maken. Wij moeten het toch allemaal zelf doen... beleven en doorleven. Pas als wij dat echt willen dan worden wij eenvoudiger en kunnen wij inderdaad geholpen worden indien daarvoor echt aanleiding is. Dat zelf te zoeken is niet eens nodig. Werken en bidden is voldoende.
En ja, dan is er naast Jozefs boeken nog heel veel goeds op de wereld te koop. Zeer waardevol. Eigenlijk is er iets voor elke graad... voor ieder gevoel. Evenals de gulle rijkdom van het leven is Gene Zijde niet zuinig, niet gierig en beperkt. Overvloedig en rijk komt het van alle kanten tot de mens. Wij zijn daar evenals u dankbaar voor. Onze taak echter omvat het hoogste, de boeken van Jozef Rulof. Al dat andere, hoe goed ook valt daar buiten. Dat doen anderen wel. Handen vol aan dit ene... aan dit hoogste waarvan ons gevoel steeds weer zegt... heel aards en menselijk, maar toch een beetje voornaam dankbaar: 'Bloemen voor die man!'
Waarvan wij dan in het klein ook een kwekerijtje willen beginnen... 

B.van B  
 

                                     Hoe ontstaan Jozef Rulofs schilderijen?
                                                   Merkwaardige voorvallen.

 Laat ik de feiten noemen zoals ze zijn. Er bestaat ten opzichte van Jozef Rulofs kunst naast liefde en bewondering, kritiek, vooroordeel en wanbegrip. Deze konden ontstaan doordat zijn wijze van schilderen de beschouwer verbindt met het occulte, het bovennatuurlijke, met het leven na de dood. Wees niet bevreesd, ik ga geen traktaatje schrijven, mijn weerzin daartegen is zeker zo groot als de uwe. Ik wil u slechts een en ander vertellen van de merkwaardige ervaringen, die ik opdeed, toen ik in de loop van luttele jaren ongeveer twee honderd en     

vijftig van die schilderijen zag komen. Terwijl de een weet te vertellen dat Jozef Rulof naar een sjablone werkt, en een ander, dat hij de naam en het adres kent van de kladschilder, die de doeken voor hem vult, getuigt Jozef Rulof: ,,Ik schilder inderdaad niet zelf, dit wordt voor mij gedaan en wel door een astrale persoonlijkheid!'' Hij en miljoenen met hem geloven namelijk, dat de ziel na de stoffelijke dood als een volledig astrale persoonlijkheid voortbestaat, begaafd met alle vermogens, die zij zich tijdens haar leven op aarde eigen maakte. En ook, dat God haar de mogelijkheid schenkt met de op Aarde achtergebleven geliefden in contact te treden en dezen te verrijken met haar in de hemelen opgedane kennis, een geloof dat overigens zo oud is als de wereld:

Alleen op deze kracht nu kon Jozef Rulof als onontwikkeld kind uit de Gelderse Achterhoek een twintigtal boeken schrijven en bijvoorbeeld, na één blik op een zieke diagnoses stellen, die door specialisten alleen maar bevestigd konden worden. En op deze kracht zag ik hem zijn schilderijen maken, die mij telkens weer frappeerden door de zekerheid, waarmee elk gegeven werd opgezet en uitgewerkt. Geen lijn, geen detail hoefde ooit veranderd te worden, geleid als de penselen werden door een intellect, dat zijn techniek, zijn mogelijkheden en zijn plan welbewust kent, een zekerheid, die volkomen ontbrak als Jozef Rulof tot wanhoop van zijn omgeving zelf een poging deed, met als enig resultaat, dat zijn kostuum even droef beschilderd werd als zijn linnen... Ik heb op één morgen drie, vier astrale schilders door hem zien werken, die ieder duidelijk een eigen temperament, een eigen techniek lieten constateren. Eenmaal in die aparte toestand, die door de parapsychologen als 'trance' wordt gekenmerkt, is Jozef Rulof tot in iedere  vezel schilder, één, die de eisen, welke een zeegezicht de vertolker stelt, even scherp vervult als die, welke een landschap of een stilleven hem oplegt. Om zijn bijzondere mogelijkheden te bewijzen - niet om de taak van een goochelaar over te nemen - demonstreerde het astrale ik meermalen ook in het publiek zijn kunde, zijn onafhankelijkheid van het stoffelijk bewustzijn.

Zo zag ik met razende snelheid lijnen zetten, zonder dat ik ook maar bij benadering kon zeggen, wat daarvan het resultaat zou zijn, om staande tegenover het definitieve product het hoofd te buigen voor de rake, veelzeggende voorstelling, die uit de wirwar van lijnen was opgebloeid. Ik was er getuige van, hoe de astrale zeeschilder zijn doek omgekeerd  schilderde, d.w.z. met de zee boven en de lucht beneden, en ook, hoe hij dit presteerde in een volkomen duister vertrek een duisternis die slechts voor ons stoffelijk en dus beperkt begrip bestond en niet voor de hemeling die het doek met zijn geestelijk licht overstraalde en nu toch werken kon. Maar wat speelde zich nu intussen af, welk proces voltrok zich?
Het occulte schilderij groeit.
Het medium, dit is de mens, die als bijvoorbeeld de oosterse ingewijde zijn gevoelsleven geschikt maakte om als instrument voor de astrale wereld te dienen, heeft van zijn Meester vernomen, dat deze wenst te schilderen. Het legt alle benodigde materialen gereed en wacht af. In de regel weet het niet, wat het onderwerp zal zijn. Ik heb dit bij Jozef Rulof herhaaldelijk kunnen constateren en ook wel, dat men door hem een geheel ander beeld schilderde, dan men hem tevoren liet zien. Dit doet men om het eigen denken en voelen van het medium uit te schakelen, zodat de astrale schilder onbelemmerd zijn eigen plannen kan verwezenlijken. Daar de Meester geheel over het lichaam van het medium moet beschikken, staat hij voor de opgave de stoffelijke wetten daarvan geheel te overwinnen. Hij stelt zich rustig op dit raderwerk van spieren, zenuwen en organen in, neemt ze langzaam aan over en helpt het innerlijke leven van het medium om deze stelsels los te laten. Het instrument komt nu vrij en betreedt de astrale wereld, waar het geleid door andere Meesters eigen belevenissen gaat opdoen, terwijl het intussen door een fluïdekoord met zijn lichaam verbonden blijft, want als dit niet het geval zou zijn, trad voor zijn stoffelijk organisme de dood in. Om de hartklop en de andere organen normaal te doen functioneren helpt het instrument tevens nog door via het fluïdekoord vijf en twintig procent bewustzijn aan de astrale bezitter af te staan. Nu kan deze geheel over het stoflichaam beschikken en zijn kunstwerk voltooien. Het zal zelfs de vreemdeling in dit occulte Jeruzalem duidelijk zijn, dat bovenstaande beschrijving arm en gebrekkig is, want over elk van deze wetten is een boek te schrijven. Ge kunt nog vragen, waarom schildert die astrale wereld eigenlijk? Zéker niet om er de aardse kunst door te vermeerderen.

Het geschiedt in de eerste plaats om het instrument gereed te maken voor de hoogst occulte verschijnselen. Verder om door deze vaak in een uur, anderhalf uur gemaakte schilderijen het bewijs te leveren van het bovennatuurlijke contact. En eindelijk om de aardse gedachten van de beschouwer een hogere vlucht te geven. De schilderijen van Jozef Rulof zijn altijd symbolisch bedoeld. Zuiver aardse motieven als een koe of een zeilschip zult u er tevergeefs zoeken want de astrale schilder zou erdoor uit zijn bestaan treden. De beelden spreken een eigen geestelijke taal, zij richten de gedachten op God en Christus en bevorderen de innerlijke opbouw. Niemand eist overigens van u dat ge de werken als occulte bewijzen aanvaardt. Zij verdragen het, dat ge hen alleen op de kunstwaarde toetst. Dit deden ook de Amerikaanse experts toen Jozef Rulof hun tijdens een bezoek aan New York zijn daar vervaardigde producten voorlegde. Zij stonden perplex en roemden de werken als Meesters, die ook materieel een hoge waarde vertegenwoordigden. Jozef Rulof vraagt slechts, dat men zijn werk eerlijk en zonder vooroordeel benadert, wat toch wel het minste is, dat een kunstenaar van zijn critici eisen mag, wil het werk in zijn volheid kunnen spreken!
L.U.
 
                         DE LEZINGEN EN SCHILDERDEMONSTRATIES.
Interviews Met een aantal mensen die de 'tijd van Jozef Rulof' hebben meegemaakt en een zeer diepe indruk op hen heeft achter gelaten.
Tijdens de gesprekken die met deze mensen werden gevoerd, kwamen er nog steeds emoties naar boven.
Mevrouw Truus Verbrugge uit Rijswijk weet het allemaal nog als de dag van gisteren te vertellen. Zeis zo dankbaar en blij dit allemaal te hebben mogen meemaken. Over haar contact met Jozef Rulof raakt ze niet uitverteld. Haar emoties schieten van de ene kant naar de andere.
Truus Verbrugge - die inmiddels op 7 oktober jl. op vierentachtig jarige leeftijd is overgegaan - zegt ondermeer: 'Je voelde aan alles dat je met de hemel verbonden was. Dit kon Jozef ons niet allemaal alleen brengen. Het was machtig al die vertellingen over de macro en microkosmos, over de Maan en de Zon. Ik moet wel toegeven dat het toch wel vaak boven m'n petje ging, maar ik vond het fijn om in de sfeer te zijn, die tijdens zijn lezingen zo goed voelbaar was. Ik bleef echter lezen en studeren in de boeken van 'Het Ontstaan van het Heelal'. Ik wilde het begrijpen en het in mij opnemen.
Maar als het om de waarheid ging, waarin wij door Meester Zelanus werden onderwezen, zat ik rechtop. Ook toen ik de werkelijke achtergronden van het vader en moederschap ging begrijpen en de wetten van oorzaak en gevolg. Dat verklaarde heel veel van hetgeen ik in mijn huwelijksleven heb moeten meemaken.
Ik kan mij ook nog heel goed een schilderdemonstratie van Jozef herinneren. Het was ongelofelijk wat ik toen allemaal zag. Ik weet het nog als de dag van gisteren. Hij schilderde in een oogwenk een schilderij ondersteboven. Bijna niet te geloven. Ik dacht toen, wat moet jij toch allemaal doen om ons in een ander bewustzijn te brengen. Toen kwam 3 november 1952. Jozef ging zijn andere leven in. Ik heb het voorrecht gehad om afscheid van Jozef te nemen toen zijn lichaam in zijn huis aan de Esdoornstraat opgebaard lag. Hij lag er zo mooi en rustig bij, maar ik wist dat hijzelf ernaast stond. Ik voel het nu nog als een eer, dat ik mijn naam in het condoleanceboek heb mogen schrijven.

Nu ben ik zo dankbaar en blij dat ik dat alles heb mogen meemaken. Ik voel me nooit alleen, ik voel allen die ik gekend heb, om mij heen. Ik weet dat de mensen me nu niet meer kunnen neerslaan met wat dan ook. Ik ben van een onzeker mens, een zekere geworden.
 Ik heb drie schatten van kinderen, die mij in alles begrijpen en ook de boodschap van de Meesters hebben begrepen.
 Ik ben blij in de gelegenheid te zijn geweest, hiervan te mogen getuigen.'
 

De genezing van Doortje. DOORTJE (RECHTS) MET HAAR TANTE.
Op een morgen werd André reeds vroeg door Alcar gewekt om hem mee te delen dat hij Doortje' het anderhalfjarige dochtertje van zijn vriend Jacques, om twaalf uur moest gaan behandelen.
Hoe vreemd, dacht hij Wat zou het kind mankeren? Gisterenavond zat zij nog vrolijk in haar stoeltje te spelen. Hij begreep er niets van, maar zorgde er natuurlijk voor op de aangegeven tijd bij zijn vrienden te zijn. 'Ik kom Doortje helpen; antwoordde André. 'Doortje?,
Nel Jacques vrouw, deed open en zei dat haar man nog niet thuis was, maar wel spoedig komen zou.

 

 'Ik kom Doortje helpen; antwoordde André. 'Doortje?, vroeg Nel verwonderd. 'Scheelt haar dan iets?, 'Dat weet ik nog niet, Nel. Maar mijn leider heeft mij vanmorgen bevolen haar te gaan helpen.
Zo; zei Nel. 'Ja, ze ziet wel wat bleek de laatste tijd en soms kan ze zo wegtrekken. Kinderen hebben het te pakken voordat men het weet'.
Onder het spreken had Nel Doortje uit haar stoeltje genomen om haar aan André over te geven. De kleine wilde daar echter niets van weten en trachtte hem met haar handjes van zich af te duwen, alsof ze reeds voelde wat er zou gebeuren. Hij had echter op haar tegenstand gerekend en wat snoepgoed meegebracht, waardoor hij het kleine ding tot gewillige overgave wist te bewegen. Nel zette haar met haar lekkers weer in haar stoeltje en toen André van dit gunstige ogenblik gebruik wilde maken om haar te magnetiseren, hoorde hij Alcar zeggen dat hij voornamelijk de rechterkant van haar hoofdje moest behandelen. Zijn leider zou hem daarbij helpen. Een plotselinge angst overviel hem. Had hij goed gehoord? Alcar zou hem helpen? Dit gebeurde alleen bij ernstige gevallen. Was Doortjes toestand dan zo ernstig? Wat scheelde haar dan toch? Dit wist hij nog steeds niet. Hij legde beide handen op haar hoofdje, ofschoon zij op allerlei manieren trachtte dit te verhinderen. Toen die angst in hem opkwam, had hij zich voorgenomen  zich als nog nooit tevoren te concentreren, want hij voelde bij intuïtie dat Doortjes ziekte van ernstiger aard was dan hij vermoeden kon.
Onder het magnetiseren raakte hij in trance, doch in die toestand kon hij niets anders waarnemen dan een donkergrijs waas aan de rechterkant van het hoofdje..
Dit fragment komt uit het tweede hoofdstuk van het tweede deel, van het boek 'Een Blik in het Hiernamaals', getiteld: Hoe Alcar over een jong leven waakte.
Vorig jaar kwamen wij in contact met 'Doortje', nu een vrouw van 69 jaar, en haar tante, mevrouw Steutel.

Doortje zelf wist van het gehele voorval niets af omdat zij toen nog heel erg jong was.
Wij namen dus haar tante een interview af. Mevrouw Steutel vertelde ons het volgende:
'Ik ben de jongste uit een gezin van zes kinderen en mijn oudste zuster is getrouwd met de vader van Door .Ik ben dus de tante van Door, dat is natuurlijk een groot leeftijdsverschil. Door's vader, Jaques kwam al bij ons thuis, toen ik nog in de kinderstoel zat.
Mijn zwager Jaques kwam op een gegeven ogenblik in contact met Jozef Rulof. Hoe dat contact precies ontstaan is weet ik niet. Hieruit ontstond een vriendschap waarbij zich ook Maarten Overgauw voegde. Die drie werden dikke vrienden.
Toen Door ongeveer negen maanden oud was, kreeg ze een vreselijke oorontsteking. Jozef Rulof heeft haar toen behandeld. Van tevoren heeft hij gezegd dat als er een dokter bij zou komen het dan waarschijnlijk op een operatie zou uitlopen. Als dat zou gebeuren, dan zou hij haar niet meer kunnen helpen. Het zou dan afgelopen met haar zijn. Hij heeft haar geholpen met die hevige oorontsteking. Als gevolg van de ziekte van Door is ook mijn vader in contact gekomen met Jozef Ru lof. Mijn vader was astmatisch,  hij had het dikwijls vreselijk benauwd. Jozef heeft mijn vader ongeveer vier maanden behandeld. Mijn vader stond er eerst afwijzend tegenover, hij was namelijk christelijk. Uiteindelijk gaf mijn vader zich gewillig aan de behandeling over. Jozef heeft vooraf tegen hem gezegd, dat hij hem kon helpen verlichten, maar niet genezen. Hij kwam in de ochtend langs, maar ook gewoon als hij in de buurt was. Jozef Rulof was namelijk heel veel buiten. Het heeft mijn vader veel verlichting gegeven.

Maar nu wil ik wat vertellen over het overlijden van mijn vader. Het was op een zondag. Haar moeder (zij wijst nu naar Door) was thuis met kleine kinderen. Zo ook mijn andere zuster, dus die waren er niet bij. Om half een kwamen echter mijn zusters toch en ook mijn zwagers, want het zag er naar uit dat het zou aflopen met mijn vader. Op een gegeven moment staan we in het benedenhuis met z'n allen om het bed van mijn vader. Mijn vader keek naar een bord wat in de kamer hing, waarop stond geschreven: Waar liefde woont, geeft de Heer Zijn zegen. Dat bord hadden mijn moeder en vader bij hun huwelijk gekregen.
Toen vond er iets heel wonderlijks plaats. Toen we zo aan mijn vaders bed stonden, zien we op dat moment Jozef voorbij 'schuiven' en mijn vader was eigenlijk zojuist overleden. Was dat toevallig? Nee, want we kregen het volgende van Jozef te horen:
Ik was thuis en kreeg het bericht door dat vader Bekenkamp zou overgaan.' Vanuit de Esdoornstraat kwam hij lopend naar ons toe, en zei ons: Wie ik zojuist zag staan, waren vrouwen in 'klederdracht' van het Westland.' (zij droegen in die tijd zwarte kapjes op het hoofd). Nu moeten jullie weten dat mijn vader en moeder beiden uit het Westland komen, nl. uit 's -Gravenzande. Ik vroeg toen aan Jozef: 'Was mijn moeder er dan niet bij?' Hij antwoordde ontkennend en zei: 'Jouw moeder is al verder, zij is al in het Zomerland.' Dat antwoord heb ik altijd heel moeilijk gevonden, want mijn vader verlangde zo naar moeder en die was er niet bij om hem te halen. Ik vond het zo triest dat mijn moeder er niet bij was. Mijn vader is zonder benauwdheid overgegaan, terwijl zijn borstkas als een spons was. De behandelingen hebben hem ook zo goed gedaan en zoveel verlichting gegeven.
Over de behandeling van Door heb ik nooit iets gelezen. Ik heb er juist niets over willen lezen. Door zei wel eens zal ik je het boek meegeven. Nee, zei ik dan, dat wil ik juist niet, ik heb dit alles op mijn netvlies gebrand. Zo is het ook met de schilderdemonstratie van Jozef geweest die ik op 21 jarige leeftijd heb bijgewoond. Ook dat beeld staat nog steeds op mijn netvlies. Het was heel indrukwekkend. Het was zelfs adembenemend. Het heeft mij diep aangegrepen Je zag duidelijk een verandering in Jozef plaatsvinden. Het werd als het ware een andere verschijning.
We zien aan mevrouw Steutel dat deze gebeurtenis haar nog steeds emotioneert...
Hierna sluiten we het interview af.
 Stichting Wayti.
 
                        HET GEESTELIJK WETENSCHAPPELIJK GENOOTSCHAP.
                                               ,,DE EEUW VAN CHRISTUS''.
Toen André het bericht van zijn Meester ontving het Genootschap op te richten, geschiedde dit door zijn Meester Alcar. Wat wilde Gene Zijde? Wat was de bedoeling van dit alles? Door ,,Evolutie'' (het tijdschrift dat in de jaren 1946-1947 door het genootschap werd uitgegeven) hebt gij een beeld ontvangen wat zij door aardse hulp hebben willen bereiken. De Meesters willen éénheid brengen op Aarde, hoger bewustzijn, hoger weten. Door de lezingen en de boeken zijn zij daartoe in staat. Gij hebt dat alles kunnen volgen. Werelden openden zich voor uw leven, uw ziel en persoonlijkheid trokken zij op tot de sferen van licht. Zij wilden verruiming brengen in uw geest, uw contact met uw geliefden zuiveren, de occulte wetten voor uw stoffelijke en geestelijke bestaan ontleden, uzelf terugvoeren naar uw ,,Vaderhuis'', uw hemel, in het leven na de dood.
Daarvoor dient Jozef Rulof, André Dectar. De Meesters ontwikkelden dit leven: Zij brachten deze ziel onder uw midden. In stilte, gelukkige eenzaamheid, werkte het instrument van de Meesters voort, boog het hoofd voor duizenden problemen, die geestelijk en stoffelijk waren, genas de zieken, bracht duizenden offers, omdat het wist, waarvoor, de ,,hemelen'' het leven hadden opgetrokken. Wat dit alles heeft gekost, is door ons niet te beschrijven! Tientallen boeken buiten de bestaande, de geschreven werken door hem ontvangen en onder u gebracht, zijn niet in staat dat deel van zijn leven vast te leggen. Zo werd deze ziel geslagen, gemarteld, geestelijk en lichamelijk gekastijd door de leer van de Meesters, waarvoor zij diende. En toch, ,,de Jeus'' van moeder Crisje en de lange Hendrik, het kind van buiten, dat geen school, geen studie, geen stads bewustzijn had gekregen, hield zich staande, ging verder, omdat dit leven de grote liefde bezat deze arme, ongelukkige, doodgedrukte, gemartelde mensheid te dienen.

JEUS EN ANDRÉ.
Hoe de Meesters zijn leven tot ontwaking hebben gebracht, dat leest u in de geestelijke werken door André geschreven. Doch u kreeg nu weer een ander beeld: De beschrijving van zijn jeugd, zijn geboorte, zijn zien en voelen, zijn contact met andere werelden, die niet tot de stoffelijke behoorden. Jeus van moeder Crisje voert u tot het andere, geestelijke denken en voelen, tot de reine moederliefde, het allerhoogste contact voor uw leven op Aarde en dat voor ons bestaan, het ,,leven na de dood''!
Vanaf haar jeugd heeft deze ziel het hoofd moeten buigen voor de astrale wetten, voor duizenden problemen. Als Jeus ziet gij deze gestalte voor de wetten van ,,Golgotha'' geplaatst, schreiende, zijn leed en smart dragende, die niet meer van deze wereld was, waarvan grote, de volwassen mens, niets begreep, doch door dit kind werden gezien, moesten worden aanvaard, omdat hogere machten en krachten zich aan deze ziel manifesteerden. En zijn moeder Crisje kende hem, haar kind haar geluk. Zij wist toen reeds: Jeus zou aan deze mensheid geluk brengen, zachtheid, begrijpen, overgave, daar zij dit leven in alles kon volgen, want ook zij deelde zijn smarten!
Jeus ziet zich voor miljoenen wetten geplaatst, hij verwerkt ze, hij blijft echter een kind, een instrument, hij kan niet ten onder gaan, omdat hij ziet, dat de ,,engelen'' uit de hemelen over zijn leven waken. De beschrijving over zijn jeugd voert u echter naar de boeken die u reeds hebt gelezen en de anderen die straks zullen volgen, naar André.
Als André staat de kleine Jeus van moeder Crisje in het stadse bewustzijn, voor leugen en bedrog, haat, hartstochten en geweld, waarvan hij deel uitmaakt. André begint aan zijn taak. De Meesters voerden dit leven tot uw denken en voelen. ,,Jeus'' 2 en 3 zullen u daarvan overtuigen. Onder uw midden beleeft André uw maatschappij. Als chauffeur leert, hij het menselijke bewustzijn kennen, hij peilt de mensen. Hij ziet hoe het stadse leven zich openbaart. Hij is één met de duivelen van de hel, één met afbraak, valse schaamte, één met de verlangens van de mens, zoals hij ziet en aanvaarden moet, die nimmer te verzadigen is, nooit ophoudt te sarren en te plagen en die van zijn zo ongelooflijk innerlijk bestaan en contact niets afweet. Hij voelt, hij weet het, daar hoort hij niet thuis, dat werk is niet voor hem. In zijn leven bevinden zich andere aspecten, daarin leeft een bovennatuurlijke kracht. In zijn innerlijke spreekt er een andere stem, die niet van deze ruige, onbarmhartige wereld is. Als hij op straat is, uren moet wachten op zijn ritje, dan stuurt hij zijn gevoelens en gedachten tot moeder Crisje en praat hij met haar vanuit zijn nieuwe wereld, regelrecht tot haar hart. En Crisje stuurt tot hem haar machtige liefde en hoort Jeus haar zeggen: Giij wet toch wel, mien Jeus, dak wet wat giiij met mot make?
,,Ja'' zendt hij tot haar terug, jao, moeder, ik wet it. Maor wat veur 'n leve is het. Hak maor nooit biiij ow weg gegaon, nooit niet't wa, wat hadde wiij it goe'd!

ONTWIKKELING.
De Meesters zagen, dat de tranen over zijn wangen rolden. Zij wisten hoe de ziel van Jeus gestalte kreeg in het leven van André, hun instrument, waardoor zij straks de Goddelijke wetten zouden verklaren, waardoor zij zouden spreken, omdat dit leven gereed was om zichzelf in te zetten. Als André krijgt Jeus, Jozef Rulof, gegevens om voor zichzelf een stoffelijk bestaan op te bouwen en het is daar, waar de Meesters aan hun grootste taak beginnen. Maar Jeus leeft en overheerst steeds in deze nieuwe persoonlijkheid die thans gestalte krijgt door hogere machten en krachten. Jeus vangt die ontzagwekkende wetten op, beleeft ze voor André en weet nu, dat hij het -- gemak -- zal zijn, wil deze André zijn geweldige taak kunnen afmaken. Er ontstaan drie persoonlijkheden in één mens. Later, André zal dat beleven en te aanvaarden hebben, zal zich een vierde persoonlijkheid openbaren en die als de eerste drie deel zal uitmaken van dit leven, om het hoofd te kunnen bieden tegen het ,,Universele'' geweld van de macrokosmos, de Schepping Gods, die André Dectar te aanvaarden en te verwerken heeft.
Het is echter in die tijd, dat André ,,Jeus en Jozef'' zal gaan overheersen. Onfeilbaar hebben de Meesters door het leven van Jeus een geestelijk instrument opgebouwd, dat straks de wereld zal tonen hoe God Zijn Scheppingen voor al Zijn kinderen heeft geschapen. Dectar zal André terzijde staan, maar van al deze mogelijkheden, wetten, weet Jeus nog niets. Hij ziet, dat André meer is dan hij als kind van moeder Crisje, hij slaapt in, hij zinkt terug tot het onderbewustzijn van André, hij wordt het ,,tweede ik'' van deze door Gene Zijde opgetrokken persoonlijkheid. En André weet, indien het universele leven hem te zwaar zal zijn, vliegt hij terug, daalt hij af in het leven van Jeus, omdat nu moeder Crisje hem steunen zal, begrijpen kan, wat er van zijn leven wordt verlangd.
Wij zien vanuit onze wereld, dat Meester Alcar aan André het bericht geeft zijn garage te verlaten. André is nu reeds bewust: Jozef Rulof zal door de occulte persoonlijkheid genezen, de zieken helpen, maar andere gaven openbaren zich als André zich aan het leven van Jozef, Jeus, manifesteert. Door elke occulte inwerking, het beleefde contact van Jeus, heeft Meester Alcar een persoonlijkheid opgebouwd die in staat is, de berichten vanuit het leven na de dood te kunnen opvangen, diagnose te stellen. In Jozef leeft André, en Jozef en Jeus, leven door hem! Zij moeten hem dienen en zullen hem moeten helpen. André is het instrument van zijn Meester, Jeus en Jozef moeten zijn stoffelijke leven vertegenwoordigen. En nu gaat Meester Alcar verder.

JEUS WORDT ,,INSTRUMENT''.
Donkere zittingen worden er gehouden, want André moet thans losgemaakt worden van de stoffelijke wetten. Wil Meester Alcar bereiken, dat hij zijn instrument met de Goddelijke ruimten kan verbinden, dan moet de ziel van Jeus oplossen in het leven van André, waardoor hij kan werken. Door deze donkere zittingen bereikt Meester Alcar, dat André al de trance toestanden in handen krijgt. Wat Jeus als kind onderging, wordt thans onder handen genomen en afgemaakt. Er liggen gaten in de trance en die moeten worden gedicht, wil Meester Alcar, dat zijn Instrument een kosmische ontwikkeling bereikt, doch waardoor hij als ,,astrale persoonlijkheid'' de wetten van al het geschapen leven verklaart. Deze donkere zittingen schenken aan André al de fysische en psychische gaven. De boeken ,,Een Blik in het Hiernamaals'' vertellen u over deze zo ongelooflijke ontwikkeling. De jaren vliegen voorbij,
André is thans het instrument van de Meesters, Jeus en Jozef moeten luisteren.

HOGER BEWUSTZIJN.
Na deze ontwikkeling zet Meester Alcar de donkere zittingen stil. Het rumoer van velen, die deze wonderbaarlijke zittingen beleefden, is groot, als André zegt, dat zijn Meester verdergaat en de geestelijke, de psychische gaven, waarvan het ,,uittreden'' de allergrootste is, wil afmaken. De mensen, de aanzittenden roepen uit: Dat begrijpen wij niet, nu staat de wereld voor je open, thans kun je miljoenen mensen overtuigen van de Goddelijke wetten. En wat doe je? Je smijt alles zomaar weg, je weet niet meer wat je doet. Mijn God, kermt men, ,,hoe is het mogelijk''.
Maar André weet wat hij doet! Hij trad diezelfde nacht bewust uit zijn stoffelijke wereld, zijn lichaam en toefde met zijn Meester in de sferen van licht. En daar ziet hij de Meesters van zijn Meester, die aan zijn leven en persoonlijkheid gestalte gaven. André ziet nu aan Gene Zijde wat men van zijn leven verlangt. De hoogste Meester, de Mentor Cesarino is het, die hem visioenen toont. André ziet, dat de wereld en de mensheid niet door fysische verschijnselen te helpen is. Duizenden wonderen, door de occulte wetten tot stand gebracht zijn er door de jaren aan de mensheid geschonken. Maar wat is het resultaat? De parapsychologen komen niet verder. Wanneer deze geleerden wonderen beleefden en zij de andere dag ontwaakten, geloofden zij zichzelf niet meer. André ziet, dat al de fysische wonderen zijn gesmoord, doch dat hij door die wonderen het overwicht van al de stoffelijke stelsels had overwonnen. Hij ziet, dat hij door de epileptische slaap, de laagste en de diepste, waarin de ziel al de controle op het lichaam moet loslaten, de stoffelijke wereld, waartoe hij behoort en leeft, gestalte heeft gegeven, zodat hij hierdoor de ,,grote vleugelen'' heeft ontvangen. En zo is het, ziet hij, ik ben thans in de Goddelijke ruimten, ik kan door mijn Meester gaan waarheen ik wil. Eerst nu kan mijn Meester de Goddelijke wijsheid op Aarde brengen.

Maar hij stuurt naar de Aarde, tot al de mensen, die deze wonderbaarlijke ontwikkeling hebben gevolgd, het volgende: Jullie denken, dat ik nu verkeerd ben? Jullie denken, dat ikzelf, dat bericht doorgeef? Jullie denken, dat ik thans verkeerd ben? Maar, mijn lieve mensen, wat is voor mij nu eenvoudiger? Je zegt het zelf, de deuren op Aarde staan voor mij open. De werelden liggen en leven in mijn hand, want ik ben in jullie ogen één van de grootste mediums op Aarde. Nu kan ik reizen van stad tot stad, de wereld overtrekken, ik kan duizenden, wellicht miljoenen mensen overtuigen van een leven na de dood. Maar wat hebben wij moeten aanvaarden? Zijn die miljoenen mensen door de fysische wetten, de fysische wonderen aan een ander leven begonnen? Sensatie hebben zij beleefd, hebben zij ervan gemaakt.

Ik kan waarlijk de wereld veroveren door deze gaven, maar, als mijn Meester nu eens zegt: Wat wil je zonder mij beginnen? En als ik die eer, die rijkdom, dat gereis over de Aarde nu eens wilde beleven, waardoor ik schatten kan verdienen, hoe zal hij dan handelen, nu ik zie, wat de hoogste Meesters met mij voor hebben, van mijn leven willen maken? Wat is voor mij eenvoudiger, vraag ik jullie allen, ook aan u professor H. die al deze zittingen meemaakte, wat is voor mij eenvoudiger? Ik zeg tegen jullie allen: Ik sta thans voor werelden, voor ontzagwekkende gebeurtenissen, voor de hellen en de hemelen, voor de macrokosmos, voor al de wetten en de levensrechten door God voor ons mensen geschapen, die ik, luister nu goed, als mens van de Aarde, als Jeus van moeder Crisje moet overwinnen. Ik zie, de Meesters laten mij dat alles zien, dat ik voor duizenden doden sta, voor de satan, voor demonen, voor miljoenen levenswetten en levenskrachten van deze Goddelijke Ruimten, die ik, als het kind van Crisje, het hoofd zal moeten bieden. Ik zie, dat ik duizenden malen zal bezwijken. O, mijn God, bid ik, help mij! Ik sta voor een gigantisch leven en bewustzijn. Hier wordt aan mij gevraagd, wat wil je? Welke weg wilt gij bewandelen? Die van de sensatie of de onze, waarvoor wij allen zijn gestorven, waarvoor wij allen onze levens hebben ingezet? Ik zal mijzelf duizenden malen moeten verliezen voor dit alles. Ik zal het hoofd moeten buigen voor elke occulte wet, ik moet alles aanvaarden wat mijn Meester voor mijn leven ontvangen zal. De hoogste Meesters willen de ,,Kosmologie'' van uw leven op Aarde brengen. Ja, ik zie en gij gelooft het nog niet, daarvoor zijt gij te arm om het te kunnen aanvaarden, ik breng door mijn leven de ,,Eeuw van Christus'' op Aarde! De hoogste Meesters beginnen thans, maar door mij aan de nieuwe bijbel!!!! Ik weet echter, dat wat ik nu zie en mocht waarnemen straks uit mijn bewustzijn zal zijn, dat ik op Aarde teruggekeerd, er niets meer van weten moet, omdat het mij nu zou breken! Ik zou onder die berg bezwijken.

Nogmaals vraag ik u allen, wat is eenvoudiger voor mij? Ik zie, ik ga door bezoedeling, laster, door afbraak, ellende, smart, grote vernietiging, mijn ,,ik leven'' wordt gebroken. Ik ga door hellen van bedrog, kletspraat, afgunst, dierlijkheid, laag menselijk bewustzijn en dat gans alleen! Want niemand kan mij helpen. Ik sta gans alleen voor alles! Wat is eenvoudiger voor mij, vraag ik je weer, weelde te aanvaarden, in de grote huizen opgenomen te mogen worden, geëerd te worden, gedragen door duizenden mensen uit alle kringen van de maatschappij, geld, ander bezit. Want het gaat mij en de mijnen dan wonderlijk goed, of de hellen, de smarten van satan te doorstaan, al de genoemde hatelijkheden, stoffelijke en geestelijke brandstapeling te trotseren, Christus te dienen, of het spel voor ,,leven en dood'' door de fysische wonderen belachelijk te maken? Wat is eenvoudiger voor mij?
Jullie weten het niet! Ik zet de donkere zittingen, de fysische wonderen stil! Ik volg het bevel op van mijn geliefde Meester Alcar. Ik ga door hellen, alleen, maar ik weet nu, dat miljoenen zielen mij zullen helpen dragen. O, Crisje, wat zijn de mensen toch klein, wat weten ze nog weinig van Onze Lieve Heer af! Het giij dat altied gewette?

FYSISCHE WONDEREN GENEZEN U NIET.
Als André op die morgen ontwaakt, weet hij hoe te moeten handelen. De zittingen worden stilgelegd. Maar Meester Alcar brengt hem eerst nog door een deur. Een ,,dematerialisatie'' komt er tot stand bij licht. Vier mensen zien het wonder geschieden en verklaren André voor een hemels wonder.
 Doch de volgende dag is hij door diezelfde mensen uitgemaakt, dat hij door de duivel en satan was bezeten. Van dat machtige wonder is niets meer over. De mensen zijn er angstig voor, ze willen er niets mee te maken hebben. Ziet ge, komt er over zijn lippen, als hij aan zijn kringleden denkt, moet ik daarvoor dienen? Ik ben voor al die mensen des duivels. Nee, duizend maal nee, ik luister naar Meester Alcar en de zijnen!
Meester Alcar begint aan de geestelijke opvoeding van André. Zijn instrument leert de wetten van Gene Zijde kennen. Bij terugkomst op Aarde wordt zijn reis beschreven. De eerste boeken komen al uit, maar zijn ontwikkeling gaat steeds verder.

KOSMISCH BEWUSTZIJN.
André leert nu al de wetten van God kennen. De eerste tien boeken bewijzen het aan uw leven. Hellen en hemelen openen zich voor zijn persoonlijkheid. Hij moet thans bewijzen wat hij wil! Maar hij staat telkens weer op, ook al vreten de occulte wetten zijn menselijk hart kapot, ook al staat hij voor de dood, voor zelfmoord en duizenden andere gevaren. Hij kruipt steeds weer, door het ,,Goddelijke oog'', het Goddelijke licht van zijn Meester naar één plek op Aarde, waar hij alles van God, ook voor zijn leven gestorven is, Golgotha! Hij bezwijkt elke dag minstens tien maal, maar weet wat hem na dit afschuwelijke leven op Aarde te wachten staat. Hij weet wat hij door de Meesters van zijn eigen leven en persoonlijkheid kan maken. Hij gaat verder, niets houdt dit leven tegen, niets, hij dient als André, waartoe thans Dectar behoort voor het geluk, de ontwaking van deze mensheid.
Boek na boek komt uit! Dectar heeft zich aan zijn leven geopenbaard, het oude Egypte neemt hem op, de Tempel van Isis krijgt voor zijn leven een Goddelijke persoonlijkheid. André en Dectar zien terug in het oude verleden. Meester Alcar kan hem schenken wat hij zelf wil. De hemelen zien op zijn leven neer en André is gebleven het kind van moeder Crisje. Van dikdoenerij, menselijke verwaandheid, eigendunk, domme ijdelheid, bleef dit leven vrij, omdat het de waarachtigheid heeft leren kennen. Maar dit dienen is zwaar, onmenselijk eigenlijk, toch zet hij stap voor stap, overwint hij de werelden voor het menselijke bestaan op Aarde, hij maakt reizen door het universum met zijn geliefde Meester Alcar, die nog steeds voor hem een vader en moeder, een zuster en broeder is, een engelenkind zal blijven. Een hemels contact is er opgebouwd!
Als André denkt, dat hij er nu bijna is, moet hij aanvaarden, dat zijn Meester eigenlijk pas begonnen is. De macrokosmos staat voor zijn leven, de wetten van God moeten verklaard worden, de ,,Eeuw van Christus'' gaat beginnen.

HET GENOOTSCHAP ,,DE EEUW VAN CHRISTUS''.
Mijn God, O, mijn God, smeekte hij, wat wilt gij van mijn leven?
Hij roept om Crisje, hij praat met haar vanuit de ruimte, hij staat weer voor een ander bezwijken, waarvan hij de wetten en de ruimten te overwinnen heeft. En weer maakt zijn Meester hem vrij van zijn stofkleed, weer voert men dit leven naar de allerhoogste Meesters aan Gene Zijde, weer buigt hij, aanvaardt hij wat men op zijn schouders wil leggen, omdat hij ziet hoe noodzakelijk het is, dat deze mensheid weet!
André gaat verder, maar de oorlog nadert. Wij werken nu aan de ,,Volkeren der Aarde'' en aan de ,,Kosmologie'' van uw leven. André maakt tijdens uw laatste oorlog duizenden uittredingen voor deze boeken, voordat Meester Alcar eigenlijk eerst aan de uitwerking, de waarachtige reis met zijn instrument kan beginnen. Maar wanneer André ook daarvoor gereed is, verlaten wij, Meester Alcar en André en uw dienaar Zelanus de Aarde, om al de Goddelijke wetten, al de Scheppingen Gods tot ontleding te brengen. In de Kosmologie leest u over al deze heilige zaken.
Maar tijdens dit werk krijgt hij de gegevens om het ,,Genootschap de Eeuw van Christus'' op te richten. Hij kan alles alleen niet meer aan, er is hulp nodig van anderen, willen de Meesters hun leer opbouwen, willen zij de Volken der Aarde met hun universele levens verbinden. Het werk vlot, wij sturen de helpers tot hem. André aanvaardt ze één voor één. Allen hebben contact met Gene Zijde. Allen hebben door hun vorige levens verbinding gekregen met de Meesters, waarvan de inspirators aan deze zijde leven. Elkéén krijgt een eigen taak toebedeeld. De Tempel, de ,,Universiteit van Christus'' is het doel van de Meesters. Vanuit deze Tempel zullen de Volken der Aarde voedsel ontvangen. André krijgt bericht, dat zijn eigen volk het is, zijn eigen landje het zal zijn, dat dit Goddelijke geschenk zal bezitten!
De verkregen stof gaat over alles, wat de Aarde tot nu ontvangen heeft. André dringt door zijn contact dieper in het leven, de occulte wetten dan er één occultist heeft bereikt. De boeken, ,,Geestelijke Gaven'' die inmiddels werden beleefd en geschreven, tonen dat aan. Maar nog is het niet voldoende, het Goddelijk Werk, waarvoor hij staat, moet nog beleefd, ontvangen, geschreven worden. Dat is de ,,Kosmologie'' voor uw leven!

DE KOSMOLOGIE VOOR UW LEVEN.
De oorlog gaat voorbij, de helpers zijn verrukt over de gang van zaken. Maar nu moet hij reeds vaststellen, dat de ,,eigen persoonlijkheidjes'' steeds overheersen. Hij stelt vast dat al die mensen geen begrip hebben om het hoofd te buigen. Hij moet aanvaarden, dat zij eerst zichzelf zoeken, voordat zij zich willen en kunnen geven om zichzelf te kraken, te martelen voor dit heilige contact, voor dit onmenselijke dienen! Maar dat wordt verlangt van deze levens, niets voor iets, alles moeten zij van zichzelf willen inzetten, of zij vallen vroeg of laat. Zij krijgen hun mogelijkheid, omdat aan Gene Zijde hun inspirators leven, die allen leerlingen zijn van Meester Alcar! Waarheen wilt gij gaan? Wat is de bedoeling van de Meesters? Dacht gij, dat het zo moet? Ik voorspel: Eer de haan zal kraaien zult gij mij driemaal verloochenen! De één na de ander valt! Een enkeling blijft er over en deze begint met zijn lezingen. Hij spreekt over het leven van André. U kent dat alles. Vanuit onze wereld dank voor die gevoelens, die arbeid.

AMERIKA.
Het Genootschap, ,,De Eeuw van Christus'' bloeit, groeit.
Amerika wacht. André vertrekt, de Meester willen de Volken der Aarde in hun hemels bewustzijn optrekken. André legt daar zijn eerste fundamenten. De Meesters zien waarheen de ,,Eeuw van Christus'' zal gaan. Maar de geestelijke inspirators hebben te aanvaarden, dat hun adepten zichzelf gaan zoeken, de zwaarte van hun leer niet langer kunnen dragen. André ziet dat eveneens, hij weet reeds, straks sta ik alleen. Maar hij is nu sterk en bewust, geen occulte wet kan hem breken. De ,,macrokosmos'' heeft hij overwonnen.
De ,,Geestelijke Innerlijke Tempel'' heeft hij reeds ontvangen. De laatste maanden van uw oorlog beleefde hij de eerste ,,zes'' boeken van de Kosmologie, die 100.000 boeken omvat. Vanzelfsprekend kunnen de Meesters dat gigantische werk door zijn leven niet afmaken. Maar wanneer u ,,De Volkeren der Aarde'' hebt gelezen, weet u, dat wij straks technische instrumenten bezitten, waardoor het wel mogelijk is de leer op Aarde te brengen en ook dan door André en met hem zijn volgelingen zal worden verzorgd. Met andere woorden zijn taak ligt reeds vast, ook van hen, die nu hun levens durven in te zetten voor dit machtige werk. Vanuit het leven na de dood zal André straks, na 2000, zijn boeken en zijn leer aan onze volgelingen dicteren!

DE UNIVERSITEIT VAN CHRISTUS.
Dat is de ,,Universiteit van Christus'', uw en ons Genootschap en door de Meesters werd opgericht. Dit Genootschap blijft thans in handen van André Dectar. Wij hebben gezien en moesten aanvaarden dat geen van u in staat is om dit leven te dragen, te vertegenwoordigen, omdat gij toch telkens weer in uw eigen gevoel terugzinkt. Gij hebt steeds weer eigen gedachten en gij zult niet zelf denken, omdat gij er niet toe in staat zijt. De occulte wetten breken u. Gij hebt alles te aanvaarden wat de Meesters u brengen! Indien gij dat niet kunt, uw ,,waaroms'' de ruimte in slingert, het gevraag en gezoek begint, staat gij en met u de uwen die u weer volgen voor het loskomen, het ineenzinken, dat voor u, op kosmische kracht en gevoeligheid door André voor al de werelden door God geschapen en aanvaard werd! Maar gij, als zijn volgeling zijt er niet toe in staat, gij bezwijkt door uw gezoek en getwijfel, gij zijt nu niet meer te helpen!
Dat is alles, schreef ik in mijn vorige artikel, alles, maar het plaatst André voor de werkelijkheid. Wij zeggen u, allen, die hun krachten schonken voor de opbouw van het ,,Genootschap'': Bedenk, André is het niet, die door uw leven gediend werd, deze mensheid is het!
Gij hebt uw taken in eigen handen gekregen. Gij allen zijt opgenomen, opgetrokken in de ,,Eeuw van Christus''. Wij zeggen u, roepen u toe, gij hebt ongelijk. Gij dient ons niet, maar uzelf! Wij roepen u geen halt toe, gij deed dat voor uzelf! Wij verjagen geen mens van zijn plaats, gij doet dat zelf! Velen gingen, gaven blijk de krachten voor dit werk niet te bezitten, velen volgden een heel andere weg. Een eigen, maar doodlopende weg, een weg, die de onze niet kan zijn! En denken zij dat zij goed doen, de reeds gelegde fundamenten door hun kleinmenselijk inzicht op te breken? Kennen zij André's strijd niet, zijn hulp niet, zijn hoofdbuigen voor hellen en hemelen, voor al de wetten van uw leven? Wat willen zij thans van hun levens maken? Dachten zij, dat het Genootschap op Aarde leeft? Vanuit de allerhoogste hemelen wordt uw en ons Genootschap, de ,,Eeuw van Christus'' bestuurd. Ook André is slechts een leerling, al mocht hij voor zichzelf het ,,Kosmische Meesterschap'' behalen!

Nu spreken de Meesters vanuit hun hemelen, hun werelden tot uw leven. Zij tonen u aan, dat zij verdergaan, doch door hun instrument André Dectar. Buigen zult gij u voor deze wetten, als kinderen zult gij dienen, of wij kunnen u niet bereiken. Weet wat u te wachten staat, aan dit alles kunt gij uw ,,vorige ik'' toetsen, uw eigen wetten verklaren, maar zie Golgotha! Eens, over een tijd, is dit het Genootschap dat uw wereld te vertegenwoordigen heeft, maar door de onze! Straks zult gij zien, dat miljoenen kinderen van God hun levens willen inzetten voor deze bron, dit contact, omdat er ,,universele eenheid'' komt op Aarde, waartoe alleen de ,,Universiteit van Christus'' in staat is!
Zegt het u niets? Wilt gij, ondanks al de heilige contacten toch verdergaan? Wilt gij, mens der Aarde, uw Goddelijk verkregen contact door onwetendheid, uw menselijk denken en voelen verbreken? Wilt gij, de door ons gelegde contacten volgens uw aardse weten en mogelijkheden tot geestelijke ontwaking voeren? Zo ja, ga dan uw eigen weg, aanvaardt echter thans, gij staat nu op eigen benen. Aan u om van uw leven alles te maken! Ik zeg u, wij blijven waken, wij moeten blijven bezielen, ook u, of gij zinkt terug vanwaar gij gekomen zijt. Daarheen voert gij uzelf, tot het ,,niets'' terug, tot de armoede van geest.

WANNEER HET MENSELIJK HART SPREEKT.
Lezers van al deze artikelen, wij hebben geestelijke, evoluerende contacten voor uw levens gelegd, maar wij roepen u toe, verbreek ze niet!
Wij brachten u en de uwen tot hoger weten, wij legden de vonk Gods open en brachten het leven tot ontwaking. Dacht gij, mens der Aarde, dat wij die contacten door u zouden verliezen!
Een nieuw leven zal tot ontwaking komen, tot het dienen worden gebracht. Anderen zullen straks, wanneer André's stoffelijke leven eindigt, zijn taak voortzetten om deze mensheid te kunnen opvangen, totdat wij het ,,Goddelijke instrument", het ,,Directe Stemapparaat" op Aarde hebben gebracht. Het bloed van uw bloed is het, dat de hemelen vertegenwoordigen moet. Maar gij allen zijt één. God kent alleen ,,ZIJN" leven! Let op deze ontwikkeling, pas op, het eerste woord werd reeds gesproken!
Hemelse contacten brachten uw leven tot evolutie en ontwaking, maar gij zelf zijt het, die afbreekt wat door miljoenen zielen, kinderen van God opgetrokken werd, waarvoor zij hun brandstapels moesten aanvaarden! Gij plaatst uzelf voor de ,,Universele" weegschaal, ziet nu hoe er gewogen wordt, weet echter, wij hebben part noch deel aan uw ondergang!
Lezers van dit artikel, Jeus van Moeder Crisje is het die uw levens voor ons leven opende! Wilt gij dit alles begrijpen, daal dan af in uw leven, ga nu dieper, volg ons. Ook wij gingen naar Golgotha!

Zie naar hen, die door de hemelen werden aangeraakt. Thans beweegt zich de ,,wieg" van Onze Lieve Heer, maar uzelf ligt erin! Kent gij deze wetten?
Bloed van mijn leven, herkent gij mij?
Ziel van mijn ziel, ik ben bij u. Ik blijf waken, ook al leef ik aan Gene Zijde. Straks zijn wij weer één. Ook gij hebt dan uw taak volbracht. Is het uiteindelijke niet als het begin van ons leven? Waar wij ook toefden, telkens weer stonden wij voor het hoofdbuigen, het aanvaarden, het begrijpen. André leerde het u en de uwen!
Nu zegt God tegen uw leven als mens: Ga gerust verder, gij hebt al Mijn kinderen lief, doch weet, ,,IK" heb nog groter geluk voor u geschapen. Daarvoor zult gij alles van uzelf moeten inzetten. Maar dan zijt gij als ,,IK" ben, eeuwigdurende liefde!
Zo werd ook mijn leven dienende, werd ook ik een leerling van de Meesters, uw Meester Zelanus.
Stichting Wayti.  

 
                                                    KENT U DE WET? 
Een ieder wordt geacht de wet te kennen, n.l. het Burgerlijk wetboek. -- Weinigen weten iets van deze wetten af en de belangstelling is er alleen, als men er op de één of andere wijze mee geconfronteerd wordt. Evenmin interesseert de mens zich voor de Goddelijke Wetten, welke niet door het menselijk brein gewijzigd kunnen worden en DE grote realitéit vormen in het Leven het onverantwoordelijke Goddelijke Leven, waarmede de mens ook dagelijks wordt geconfronteerd en door onwetendheid er de schouders voor ophaalt. U kunt deze Goddelijke Wetten leren kennen! U heeft ze in u! Breng ze tot ontwikkeling! De boeken zijn er reeds, de boeken van Jozef Rulof -- van Jeus -- !
Wilt u weten wie deze Jeus is? Zijn Meester schreef van hem:
Dat hij als kind niets zou leren, een school was voor hem niet nodig, het zou hem voor het medium schap ongeschikt maken. En dat heeft Meester Alcar voorkomen. Hij wist waar het kind geboren zou worden, de hoogste Meesters van deze zijde konden het waarnemen en voerden hem naar dit zielenleven, dat zich onder al die miljoenen op Aarde bevond. Voor de Meester was dit een openbaring. -- Hij ziet ons dorpje voor zich, een lieflijke natuur en weet nu, dat hij alles voor het instrument zal kunnen doen. De ziel leeft in de moeder en hij ziet de moeder voor zich, de moeder voelt nu reeds en zegt dan ook, dat ze thans een bijzonder kind draagt. Deze is anders dan de anderen, die ze heeft. Ze voelt het aan het trappen van het kind en aan de gevoelens, die ze door dit éénzijn beleeft. Voor haar is het een wet, dit kind heeft iets! In de moeder komt het zielenleven tot ontwaking. Tussen de vierde en vijfde maand begint Meester Alcar aan de ontwikkeling en maakt het zielenleven wakker, zodat straks het zenuwstelsel gereed is om het gevoelsleven te kunnen opvangen. Hetgeen aan deze zijde is beleefd moet tot ontwikkeling komen.

Al vroeg komt het kind onder de astrale inwerking en is het met de Meester in verbinding. de hele verdere jeugd van dit kind, zoals het temidden van de omgeving, waarin het leeft, de occulte inwerking ondergaat, is beschreven. Wanneer ge deze regels leest, zoek dan "JEUS" de roman over een kind, ons instrument -- en u krijgt een onvoorwaardelijk beeld hoe de Meester dit leven optrekt. Deze jeugd is een openbaring. Het kind trapt zijn klompen stuk en beleeft door Gene Zijde bovennatuurlijke wetten, het speelt op de wolken met zijn vriendjes en leeft tijdelijk tussen leven en dood, maar kent de wetten nog niet. Deze Jeus heeft iets, wat al de andere kinderen niet bezitten, maar hij blijft speels en opgewekt, is bewust en onbewust een instrument in handen van deze wereld.
Op de leeftijd gekomen stuurt de Meester hem naar de stad, want hij kan met hem in dat dorpje niets beginnen. Zijn jeugdhelderziendheid komt tot ontwaking en nu kan Gene Zijde inwerken. In zijn jeugd treedt hij reeds uit zijn organisme, maar dat moet anders worden, de Grote Vleugelen moeten bewust beleefd worden. Door het tekenen het schilderen en genezen van zieken, komt het eerste contact met deze wereld tot stand en Gene Zijde begint aan de kosmische ontwikkeling. In vijf seconden treden er vijf geestelijke gaven in werking, op het zelfde ogenblik, dat zijn Meester op hem inwerkt is Jeus -- later als Andre -- helderziend, helderhorend, schilder, teken en genezend medium geworden.
Er wordt geschilderd en genezen, het helpen van mensen is zijn dagelijkse taak en door de zieken leert hij de stoffelijke en astrale wetten kennen. Hij moet al deze wetten beheersen, wil hij straks niet onder een kosmische last -- de Grote Vleugelen -- bezwijken.
Al deze gaven bevinden zich op één hoogte. Onfeilbare diagnoses worden er gesteld en tal van door hun artsen opgegeven zieken, geholpen en genezen. Nu staat Jeus voor de ruimte! Hij weet niet, wat Gene Zijde eigenlijk met hem voor heeft en dat bewustzijn zou ook teveel voor hem zijn, eerst straks zal hij zichzelf Ieren kennen. De Meester zal hem terugvoeren naar het oude Egypte en dan mag hij weten, wie hij daar is geweest. Straks zal hij zijn eigen verleden ontvangen. Zijn Egyptische persoonlijkheid zal tot ontwaking komen. Maar door zijn gevoelsleven is hij thans het instrument in handen van de Meesters.

Jeus buigt zich voor zijn Meester en is als een klein kind, hij zal dienen, zoals alleen het bewuste kind van Christus dienen kan. In zijn leven is die kracht aanwezig.
Meester Alcar is drie jaar verder en staat nu met zijn instrument voor de astrale wetten. Jeus staat naast zijn stofkleed en moet thans bewijzen wat hij in deze jaren, eigenlijk van zijn jeugd af, geleerd heeft. Meester Alcar wil, dat hij zich buiten hem om oriënteert. De Meester eist alles van zijn instrument, geeft alles, maar wil, dat hij zichzelf nimmer kan verliezen, doch hiervoor moet het instrument de wetten Ieren kennen. De Magiër bezweek, toen hij naast zijn lichaam stond tussen leven en dood -- Jeus gaat verder.
En Jeus gaat verder, hij -- Jozef Rulof -- vestigde een Goddelijke Universiteit - DE UNIVERSITEIT VAN CHRISTUS -- Ook al hebt gij tal van boeken gelezen, DIT, wat u thans geschonken wordt, grijpt u aan, omarmt uw leven en trekt u tijdelijk uit uw dagelijkse sleur, het Uiteindelijke binnen.
En dan te weten, dat gij hierbij rustig kunt neerzitten in uw eigen kring, UW ogen niet behoeft te sluiten en dat geen meditatie vereist wordt om dit bewustzijn thuisgebracht te krijgen. "
N.N.
 
                                ACHTER DEZE WERELD LEEFT ZIJN
                                    MACHTIGE PERSOONLIJKHEID.
WIJ LEVEN IN EEN WERELD waarin slechts boeven en opscheppers, geestelijke prostituees en gewetenloze maniakken  op alle gebieden, blijkbaar een kans krijgen en de publiciteit verwerven, die hen tenslotte de materiële ja zelfs ook quasi geestelijke successen in de schoot werpen.
Wij leven in een wereld waarin het obscene, vervormde en ziekelijke abnormale in kunst en literatuur bij recensenten en lieden van het vak bijzonder in trek is en voor "cultuurverspreiding" in aanmerking komt.
Wij leven in een wereld waarin gangsters voor miljardair kunnen spelen en voor de wet praktisch taboe zijn, -- waar profeten in kastelen huizen en zich slechts rollsroyerend voortbewegen, -- waar twintigeeuwse kunstenaars met hun abnormaal bewustzijn successen voor hun leven boeken, u kent ze, de zatkine's, de epstein's, picasso's, lipschützen's, enz. enz. -- waar schrijvers of schrijfsters niets anders te presteren vermogen, dan van het leven een psychopathisch of verwrongen seksueel bedrijf te maken om dan ondanks hun lichamelijke en geestelijke puberteit door hun maatschappij "bestsellerend" beloond te worden! Duizenden van deze onbewuste en onrijpe zielen -- vanaf de misdadiger "op hoog niveau" tot het vulgaire meisje dat door haar erotische pennenvruchten straks kasteelvrouw wordt, worden op ons afgestuurd en . moet de mens van heden maar aanvaarden. Waar de strafrechter of de geestelijke gezondheidszorg hadden moeten ingrijpen, worden in plaats daarvan met diverse "oscars" bekroond en is de stimulans voor de navolging,ook van overheidswege een feit!

Wij leven in een wereld waarin vanaf het miljoen (aan bezit en inkomsten) andere maatstaven in werking treden, dan de gewone, waar de zedelijke esthetische en zakelijke normen, die wel door de massa gerespecteerd moeten worden, ophouden te bestaan en de vrijbriefjes voor de grootste smerigheid en a-sociale gedragingen letterlijk te koop zijn.
Zeker, er zijn ook goede en verstandige lieden onder deze materiële bevoorrechten, maar de meerderheid leeft maar raak en in een eigen wereld van wetgeving en moraliteit. Hun zaken en partijen, romances en memoires hebben dan ook min of meer een funeste invloed op de geestelijke gezondheid van het volk en de op sensatie ingestelde journalistiek. Laten we echter niet op personen afgaan om onze beweringen te steunen, want anders komen wij in een geestelijke modder terecht, waar de kampioen in het "knikkeren" waarlijk nog een lady is in vergelijk tot de "Elsa's" en haar protégées! Neen, geachte lezer, wij bedoelen niet die Eisa die geen vragen mocht stellen aan haar echtgenoot "nie solist Du mich befragen!" zegt of zingt haar Lohengrin, maar onze Eisa, waarover wij het hebben, stelt wel vragen en meer dan je misschien lief is. Want het is in wezen haar broodje en de U.S.A. is dan ook geen Brabant, waar zij het beslist niet zover gebracht zou hebben. Maar haar "party's" zijn niet mis en kosten honderdduizenden, die zij zelf niet eens hoeft te betalen~ omdat zij zo leuk en fataal roddelen kan en haar vriendschap wel de moeite, of het offer waard is.

Over "Lady's" gesproken.
Do you believe in a life behind the coffin?
"Yes Jozef, of course."
"And you will be happy in that life? Gelooft u in een leven na de dood? Miljoenen mensen hebben honger en heeft elke dag voor honderd dollar aan verse bloemen om u heen? Ik wil uw eten en drinken niet en ben niet van plan om voor eet en drinkboy te spelen. Ik groet u, mijne dames!"
Dit is JOZEF RULOF, maatschappij!!
Dat slingert hij een Amerikaanse "high life dame" met liefst honderdvijftig miljoen midden in haar gezicht, haar -- en haar Portugeese adel, waar hij te dineren was uitgenodigd, maar van al het lege gepraat bijna onwel werd. "Stuur mij nu nergens meer heen", zegt hij tot zijn broeder Hendrik, "ik ben er zat van. Wij moeten rustig ons machtig werk voortzetten!"
"I don't like to play here for dinnerboy!"
Mijnheer, zou U dit ook zeggen, als u door "honderdvijftig miljoen" wordt uitgenodigd? Recensent, had U deze stunt voor uw leven ooit durven en willen weigeren? Maar u heeft deze edele oprechtheid in flarden gescheurd. U heeft zijn werk, zijn wonderbaarlijke boeken vertrapt en besmeurd met uw eigen smerig gevoelsleven, omdat uw armoede, uw geestelijke duisternis het licht niet kon verwerken, de "reine klaarte", die Jozef Rulof's leven en werk bezielde en tegen vuile handen beschermde. Maar, wij leven in een wereld waarin een geestelijke moord nog niet berecht wordt, waar de middelmatigheid nog steeds toonaangevend is en het geestelijk niveau bij massa en enkeling bepaalt. Wie er meent zich buiten dit gareel te moeten begeven, doet dit op zijn eigen verantwoording en heeft de onvermijdelijke teleurstellingen te aanvaarden. Onnoemelijk velen zijn er aan bezweken en hebben hun tol voor hun onmaatschappelijk of "onzakelijk" denken moeten betalen. De sluimerende rotheid van het monsterachtige gebouw, dat zich maatschappij noemt, wordt angstvallig achter een lawaaierige fassade verborgen gehouden en wie er over slopen praat, wordt of op het matje geroepen of buiten het monster geplaatst op eigen rekening dan.

De "geestelijke" deurwaarders,ons excuus voor het anachronisme, doen net zo vastberaden hun werk, als hun collega's, van de executiepelotons in onroerende of roerende goederen en hebben deze terechtstellingen in wezen dan ook het gelijke effect. Maar wij leven ook in een wereld waarin de bewustwording bij massa en enkeling zich met alle felheid aankondigt, waar de "godenschemering" een feit is en reusachtige kathedralen voor het instorten staan. Wie er gevoelig voor is, zal de verschijnselen duidelijk kunnen waarnemen. Nog gaan de tredmolens hun gang en vertoont het leven voor de meesten nog het gewone beeld, maar achter de mooie behangsels zitten de barsten te gapen en hoor je het fluisterende ritselen van specie, die aan het oplossen is. Het mensdom voelt we. dat er iets gebeuren gaat, dat er ingrijpende veranderingen op komst zijn, dat het geestelijk leven zich in vele opzichten radicaal zal gaan wijzigen, -- maar de mens heeft nog geen houvast, hij weet de weg nog niet, die hij straks moet bewandelen, hij is zijn zelfstandigheid kwijt en zijn vertrouwen in zijn eigen oordeel. Wie zal hem de juiste weg wijzen? Zijn overheden? Ach kom, die hebben zelf zorgen genoeg en hebben met alles en nog wat te kampen, ze hebben ook ruzies onder elkaar en wie er met hen nog over een "evolutie" durft te praten, bezorgt hen gewoonweg een nachtmerrie.
En de kerken dan?
Wat kan de mens verwachten van een kerk die nog steeds middeleeuws denkt en voelt? Voor haar is het begrip "evolutie" synoniem met de duivel en zijn zij allemaal ketters die haar bijbelse bewijsvoeringen niet meer willen en kunnen aanvaarden. Er moeten waarlijk bovenmenselijke,of zeggen wij ronduit, er moeten "bovennatuurlijke" krachten in werking komen, wil dat kerkelijke bewustzijn van zijn heidense tempel en aanbiddingdiensten losgerukt worden! Mogen wij u dit zeggen, waarde kerkganger, wij zijn geen ketters, wij zien in CHRISTUS het hoogste gezag in de Ruimte en wij zetten er ons leven voor in om dit gezag te mogen dienen. Maar wij hebben het grote voorrecht gehad een mens te ontmoeten, die dit gezag op Aarde mocht vertegenwoordigen, die de Ruimte uit eigen aanschouwing kende en die kon zeggen:

"Ik weet thans wie GOD is! Hoe God zichzelf gemanifesteerd heeft en hoe Hij aan Zijn openbaringen is begonnen. Ik weet thans, WAAR de leugens en het onwaarachtig onmenselijke voor de aarde bewustzijn kreeg, toen de bijbelschrijvers begonnen te denken. Houd op met uw laatste oordeel! Houd op, dominee, geestelijken van de katholieke kerk, om de mensen in een eeuwigdurend vuur te werpen, waar geen vooruitgang mogelijk is, dat is kletspraat! Dit, wat ik mocht waarnemen, is de Goddelijke waarheid!" "Uit naam van al het leven van God" zegt Meester Zelanus, in al de ruimten kreeg "Jeus van moeder Crisje" Jozef Rulof dan,zijn inzegening!
De allereerste, maar Goddelijke inzegening, omdat hij bewust naar de aarde terugkeerde, waardoor ik in staat ben" --luister goed geachte lezer -- "door zijn leven dit Goddelijk vast te leggen!"

En het is vastgelegd! In een twintigtal boeken is dit wonderbaarlijke leven, is de Goddelijke "Evolutie" voor de Aarde vastgelegd. Het zijn machtige, diepgaande boeken, glashelder geschreven en voor iedereen te begrijpen -- als hij tenminste het gevoel er voor bezit. Hierin vindt u geen boekenwijsheden verzameld, geen filosofieën. geen mystiek en ook geen occult gezwam, maar kosmische waarheden, feiten, wetten en openbaringen, waarover slechts een "ingewijde" ingelicht kan zijn en die geen sterveling op deze aarde zou kunnen beschrijven. Wie de "reiner klaarte" van dit alles gaat voelen en beseffen, wie het meesterlijke woord kan aanvaarden, dat door de boeken spreekt, voor die is de weg geopenbaard die hij in het vervolg met blijdschap en dankbaarheid, maar ook met gezond zelfvertrouwen kan en mag bewandelen.

De recensenten hebben de boeken gekraakt of helemaal doodgezwegen. Wie was JOZEF RULOF? Een Professor? Nee. Spiritist, fantast, opschepper? Wisten de heren maar wie Jozef Rulof was, ze zouden rillen en beven en nooit weer één letter op papier kunnen zetten! Maar -- achter de kist dan, heren! Mogen wij met de woorden van Meester Zelanus besluiten:
Lees de boeken van Jeus en ge hebt zekerheid, breek niet langer af wat door onuitputtelijke liefde werd opgebouwd, het is uw eigen leven!
Jeus roept u toe en kan nu zeggen:
"MA Y GOD BLESS YOU ALL!"
Dit, mijn broeder Andre, Jeus van moeder Crisje, is onze kroon op je menselijk hoofd en deze, gelooft het, dat zeggen de Meesters,slaat geen mens van je hoofd, ze zijn er niet toe in staat! Die fundamenten hebben wij tezamen gelegd.
En als het allerlaatste woord heb ik nog dit voor u geachte lezer en dan kunt gij Jeus -- Jozef Rulof -- begrijpen.
 Jeus houdt van u! Altijd, leer hem of tracht hem te leren kennen. Achter deze wereld leeft zijn machtige persoonlijkheid!
 B. van Baden.
 
 
                                        PARANORMALE BEGAAFDHEID.
Hierover wordt tegenwoordig veel geschreven en gesproken. Langzamerhand verdwijnt er een taboe. Een taboe op het ongeziene, het occulte. Heel lang werd dit gebeuren door het westerse kerkelijke denken verworpen, weggedrukt en doodgezwegen. Niet eens zo heel lang geleden rookte de brandstapel voor ieder mens, die iets anders beleefde dan het algemeen aanvaardbare. In onze ,,verlichte'' eeuw komt de verbinding met Gene Zijde, met het leven na de dood als een door velen geaccepteerde realiteit naar voren. Onvermijdelijk brengt dit met zich mee, dat daarbij ook zaken naar voren komen die een schijn van waarheid in zich dragen. De werkelijkheid is echter niet altijd direct door de zoekende mens te onderkennen.
De Meesters van Gene Zijde konden ons daarvoor door middel van Jozef Rulof een zeer goed passende sleutel aanreiken. Zij schreven het boek ,,Geestelijke Gaven''.
In dit boek, geven zij een beeld van datgene, wat nodig is om een betrouwbaar medium te kunnen zijn. Zij schrijven tevens dat alle waarachtige geestelijke gaven in handen zijn en blijven van de geesten van licht. De waarlijke geestelijke gaven kunnen alleen aan die mens worden gegeven, die bereid is alles van zichzelf te verliezen, zich geheel weg te cijferen en bereid is voor alles het hoofd te buigen. In ons dagelijks bestaan, dat nog voornamelijk wordt gekenmerkt door het maatschappelijke overleven, het beleven van het menselijk ego, zijn wij van deze instelling nog heel ver verwijderd. Het is dan ook niet voor iedereen weggelegd om als medium te kunnen dienen.

Jozef Rulof was iemand, die gereed was om het ware mediumschap te dragen. Hij beleefde ruim vijftig jaar geleden het uiterste van zijn ontwikkeling als medium. In het volgende artikel laat Meester Zelanus ons nog eens in vogelvlucht zien, wat er allemaal nodig is geweest om André tot zo'n zuiver instrument te ontwikkelen.
In dit artikel komen de vier persoonlijkheden naar voren, die tijdens zijn leven in hem bewust waren en waarvan de Meesters bij zijn ontwikkeling gebruik maakten. Voor een goed begrip volgt hieronder nog even een korte toelichting op de vier persoonlijkheden.
JEUS, de jongen uit de Gelderse Achterhoek. Hij sprak het dialect uit die streek en genoot praktisch geen schoolopleiding. Hij kende alleen maar eenvoud en levensblijheid. Door de ontstellende armoede, die hij tijdens zijn jonge leven ondervond, zat hij niet vast aan zijn stoffelijk bezit.

JOZEF, de volwassen man, die de maatschappij beleefde en daarvoor het leven van buiten moest afleggen. Hij vertegenwoordigde de Universiteit van Christus voor onze maatschappij.
ANDRÉ, de persoonlijkheid die in een vorig leven als wetenschapsman in
Frankrijk leefde. De analytische eigenschappen van deze persoonlijkheid waren nodig om de geestelijke wetenschap voor ons te kunnen verstoffelijken.
DECTAR, die wij in het machtige boek ,,Tussen Leven en Dood'' hebben leren kennen. De Meesters van Gene Zijde legden duizenden jaren geleden door hem reeds de fundamenten voor deze tijd. Venry voorspelde hem toen reeds dat ook hij eens als Groot Gevleugelde voor de Universiteit van Christus zou gaan dienen.
Na het lezen van het volgende artikel zult u met ons zeker kunnen zeggen:
,,JA, JOZEF RULOF WAS EEN UNIEK MEDIUM''.
N. N.
 
 
 
                                       HET WERK VAN JOZEF RULOF.
Onlangs ontvingen wij een brief met een aantal vragen over mediumschap en spiritualisme in relatie tot het werk van Jozef Rulof. Bezig over dit alles na te denken, ontstond weer het gevoel om alles van het Genootschap nog eens op een rijtje te zetten.
Een deel van die gevoelens worden ook gevoed door het verschijnsel van de vele uitingen van spirituele oorsprong in de wereld. Het komt inderdaad van alle kanten, maar van Jozef Rulof hoor je zelden, naar ons gevoel.
Misschien is dat wel onjuist. Een feit is dat wij dankbaar mogen zijn, dat er zoveel allesomvattende werking is, want als het alléén via de boeken van Jozef zou moeten gebeuren, dan zou het er nog slecht voor staan, hoe gelukkig wij ook deze ontwikkeling prijzen. Het komt op allerlei wijzen op de mens af en dat bewijst dat de Sferen van Licht leeg zijn. Allen werken in de Sfeer van de Aarde!

Is met het heengaan van Jozef Rulof nu ook een eind gekomen aan het werk van Alcar in deze wereld?, luidde de eerste van een achttal vragen.
Zal er nog een ander betrouwbaar medium zoals Jozef Rulof komen?
'Hoe gaat het nu verder?'
Kunnen wij deze vragen afdoende beantwoorden? Ik weet het niet. Ervaring is, dat het vaak beter uitpakt dan ikzelf verwachtte.
Is dat mediumschap?
Is dat inspiratie?
Moet dat wel beantwoord worden?
Om te beginnen: 'Hoe gaat het verder?' Neen, hoe ging het verder...
De taak van Jozef is klaar, gereed en kompleet af!
Door zijn leven konden de Meesters van de Universiteit van Christus schier foutloos. overbrengen wat in hun Plan lag. Zij konden zelfs verder gaan dan dat. Het mediumschap van Jozef Rulof - we blijven aards maatschappelijk - overtrof álles op dat gebied. Hij bracht méér dan wij mensen van nu en nog lange tijd later, zullen kunnen begrijpen en aanvoelen. Hij deed al dat werk bovendien helemaal alleen. Hij bracht de Geestelijke Kunst en daarmee tevens de mogelijkheid om die boeken ook stoffelijk te realiseren. Die enormiteit bezit zowel zijn scheppend als barend vermogen. Hij gaf álles.

'Hoe nu verder?'. Dat was  een indringende vraag, toen hij zijn hoofd neerlegde. Verbijsterd en verslagen keken zijn 'volgelingen', die in feite niet verenigd waren, om zich heen, toen de 'Meester' er niet meer bleek te zijn en het stil werd van die kant. Overstelpt door de geestelijke rijkdom, waren de mensen fel bezield. Velen voelden zich 'geroepen' om zich tot de wereld te richten in naam van de grote 'profeet'.
Het ging anders.
Het gevoel was tot het uiterste opgevoerd, bruisende werveling en overkokende stuwing liet Jozef achter. Ieder dacht, dat dit eigen bezit was.
Maar het moest eerst bezinken. De mensen moesten weer tot rust komen. Zij moesten eerst weer worden terugverwezen naar de grondredenen van hun stofbestaan. Pas dán zou er een natuurlijke ontwikkeling van binnenuit kunnen plaatsvinden en zouden de mogelijkheden voor een voortgang zich vanzelf uitkristalliseren. Het bijzondere kán niet aangewezen of benoemd worden, voordat het zichzelf aandient. Bovendien moest dat bijzondere zich in al die mensen ontwikkelen. Het ging dan ook niet om een soort leiderschap, het ging om geestelijke ontwaking en dát hadden toen nog slechts weinigen door. Het werk lag dan ook niet in handen van aardse grootheid. Het 'hoe en waarom' zou met recht miserabel genoemd kunnen worden voor mensen met een beetje kennis van zaken op het gebied van 'management'. Een paar mensen maar, met meer goede wil dan capaciteiten, kregen de 'last' te dragen van een Universeel 'Concern' op bovennatuurlijke basis. In niets konden zij terecht met aardse maatstaven, tóch moest alles aards kloppen en zelfs het slepen van vrachten boeken toont hoe stoffelijk zwaar geestelijk voedsel kan zijn. Ze hadden geen schijn van kans om opvallend te zijn in de navolging van de geestelijke Gigant Rulof.

Menselijke eigenschappen deden zich gelden. Hun leidinggevende rol werd gezien noch aanvaard. De bezielde 'adepten' lieten het werk over aan de simpele eenvoud, hetgeen letterlijk werd goedgevonden en zelfs op prijs gesteld. Hoe slecht het ook ging ... het ging precies GOED.
Het ging goed, al kon zelfs dát toen niet met zoveel bewuste zekerheid worden vastgesteld. Het eigenlijke werk ging op bescheiden schaal voort. Ondanks pogingen tot grootscheepse aanpak en overdrijving ging de verkoop en het herdrukken van de boeken door op een wijze die goed haalbaar was. Imposante voorstellen werden afgewezen, omdat ze nog niet onderbouwd konden worden met de zekerheid van voldoende, voortdurende werkkracht. Ook waren de middelen ontoereikend daarvoor en zou het alleen groots kunnen als het werk in handen zou worden gelegd van de commercie. Leiding? ...
De mens werd gewogen. Velen bleken te licht te zijn, voorzichtigheid bleek maar al te nodig. Leiding was er wel degelijk, maar het openbaarde zich heel anders dan bij Jeus van Moeder Crisje. Hoewel..., ook hier moest alles van jezelf worden gegeven en volgde het ingrijpen of aanwijzen pas in de allerlaatste seconde. Gekozen werd voor openstellen voor die Leiding door bescheidenheid en eenheid. De Leiding reageerde onopvallend. Zozeer onopvallend, dat zelfs, als er duidelijke bewijzen kwamen voor het één of ander, er niemand achterbleef met opgezette pronkveren.

Toen de historische maanreis plaatsvond, was dat een nieuw kritiek punt voor alle goedgelovigen in de naam Rulof. Het werd moeilijk voor de mensen die letterlijk geloofden in het woord. Zij die het 'woord' herkenden als dat wat ook in henzelf leefde, hadden het er heel wat minder moeilijk mee. Velen zagen met verbijstering hoe gebeurde wat niet kón volgens bepaalde verklaringen van Hen die zeiden: 'ONS WOORD IS WET!'
Dat was een zeer doorslaggevend moment in menig opzicht. Herziening op grote schaal van de eigen motivatie. Een sterke inperking van de wens om lukraak te citeren, immers, van nu af aan mocht je op zwaar tegenspel rekenen. Wie nu nog wat te berde zou willen brengen zou van binnenuit overtuigd moeten zijn. Het werd stil..., doodstil, voor lange tijd. 0 ja, er werd wel gedacht, afgevraagd, geprotesteerd ook. Zelfs werden boeken wéggedaan. Er werden uitwegen gezocht, passende verklaringen ook, maar tot heden heeft niemand het laatste woord in deze kunnen vinden. Dát is pas werking. Nu pas ging het prima, want nu gebeurde voortaan alles van binnenuit de mens, nadat er kleur bekennen had plaatsgevonden. Nu kon de 'Petrus' in ons luisteren naar 'hanenmuziek' en het niet anders dan leuk vinden ook nog, of Jeruzalem zou in de mist blijven voor nu en nog eens.
Pas nu kwam de kern van het werk Van Geestelijke Meesters tot werking en kon dát groeien wat werkelijk belangrijk is. Klein en nauwelijks waarneembaar was wat overbleef als basis. Een scheppingsfase had zijn inkrimpende stadium beleefd en de duisternis van het niets was voelbaar overheersend. Toch was er stil en ongezien die gigantische, geestelijke erfenis, geheel kompleet met stoffelijke manifestatie en al.

Bovendien was de interesse om daarmee eigenmachtigheden op te bouwen al heel wat geluwd. Alleen stille werkers konden daarmee wat beginnen. Mensen met een verwachtingsniveau van nul komma nul gingen aan het werk of beter gezegd, gingen onvermoeibaar door met werken. Zonder grote aspiraties, kinderlijk naïef vaak, maar goudeerlijk en met diepgevoelde eerbied voor de geestelijke erfenis. Nog steeds geen mediumschap van enige betekenis. Wel een groeiend verantwoordelijkheidsgevoel en vast voornemen tot zuiverheid. Voorzichtig beleid. Kritisch ook op alles wat zich aandiende. Behoedzaam voor te hoog grijpen.
Er kwamen mensen bij die begonnen mee te helpen, gereed om klein te zijn.
Toen kwam er een onmerkbaar keerpunt. Opnieuw richtte zich het Genootschap 'De Eeuw van Christus', dat in 1946 werd opgericht door Astrale Meesters, zich zelfstandig maar bescheiden tot de mensen die openstonden voor de leer. Er kwamen bijeenkomsten en discussies, gebaseerd op de bron. Bijna angstvallig werd vermeden eigen visies te presenteren.
Er werd afgezien van oordelen en belerend prediken.
Velen reageerden dolgelukkig op dit teken van opleving. Een vereniging zonder leden. Toch zochten mensen onderling contact.

Op dezelfde schuchtere, bijna verontschuldigende manier werd een periodiek blad gesticht, dat de naam Contactorgaan meekreeg.
 Bedoeld voor kenners van de leer werd het een tijdschrift met diepgang. Het is nog steeds in moeizame ontwikkeling, ook al straalt er wel wat meer bewuste zekerheid uit.
Media? Ach, wat wilt u... Wij hebben ze niet ... of hebben we ze wel? Weet u, wat blijft er over van een 'wondervol instrument', als hij of zij dat zélf beseft en weet? Gevaarlijk is dat. Op slag komen de voetstukken, de glans en glorie in zicht en voor je het weet kunnen de Astrale Leiders zich in duizend bochten wringen om de 'Bedoelingen des Hemels' althans nog enigszins goed vertaald te krijgen. Is dat zo nodig? Waar leeft dit wonder? Waar worden deze 'verbindingen' geregeld? Waar staat deze telefooncentrale? Wie krijg je aldus aan de lijn? Bovendien, wat valt er meer te weten dan reeds bekend is? Wat wilt u nog weten? Is er nog iets voor nu en straks, waarover niet door Gene Zijde is gesproken? Of mist u nog een sleuteltje voor de decodering van bepaalde zinnen en regels; voor bepaalde uitspraken die op het oog wellicht zo simpel zijn, dat een geleerde er zijn schouders over ophaalt. Gene Zijde liet van zich horen. Bloedserieus en ernstig. Lief goedmoedig, maar ondubbelzinnig
streng en waar. Wilt ge dat nog eens van een andere kant horen. Horen van mensen die zeggen, dat het toch blijkbaar wel enigszins waar zou kunnen zijn; of leuk zou wezen ..., maar dat je het niet al te letterlijk moet nemen.

Lees ze maar, één, twee, honderd keer en je kunt alles voor je leven leren over ziel, geest en stof, over evolutie, over reïncarnatie, vaderschap ook, en moeder zijn in alle graden van bestaan, wording en ontwikkeling. Wat in Godsnaam is niet diepgaand uitgelegd en besproken vanuit de Hoogste Wijsheid en Liefde? Wie wil daaraan nog iets hogers of beters toevoegen? 0 ja, andere woorden misschien, wellicht iets meer toegesneden op richtingen en instituties, maar echt nieuw? Daaraan in dit stadium nog iets toevoegen? Medium zijn van die klasse? Wel, probeer het maar. Wellicht is het voor eigen glorie of voor een mooie ontwaking van het eigen leven. Als een ander daar nog van mag meegenieten is dat goed en aardig, maar laten we dan niet over een taak gaan dromen. Completer? Wilt u misschien dichter bij de mens blijven? Dat kan natuurlijk, maar dan nog is het uw graad en leven die dat vraagt en is dat best zonder meer uit dat grote werk te distilleren. Vele boeken zullen nog aan de hand hiervan geschreven worden. Wilt u misschien de sensatie van het spoorzoeken niet kwijt? Wel, een heel Universum staat te uwer beschikking, vol verrassingen en ongelofelijke schoonheden, maar besef dat zulks geheel voor uzelf en uw mooie verlangen is. Dat heeft een wondermooie betekenis en wellicht is het machtig daarvan ook anderen te laten meesmullen, maar het is beslist niet uw taak als medium voor de mensheid. Het heeft niets te maken met de Universiteit van Christus.

Wees eerlijk, enige millimeters van de Aarde af en we hebben allemaal een leger Engelen nodig om ons geestelijk Hooggeschoold op te vangen, of we staan voor hartexplosies, waan, kolder en bezetenheid. Dit natuurlijk op voorwaarde, dat het écht is, want we zitten nog voorlopig vol met eigenaardigheden, lagere trekjes en neerhalende eigenschappen. Wees nu maar eens lekker 'bezield' en voel nu maar hoe diep zéér dat doet. Je kunt janken als een hond, als je vanuit dat gevoel terug moet keren naar de Aarde. Geslagen ben je als je ontdekt, dat je met heel je barstende Liefde NIETS kunt doen aan dat oneindige leed van al die miljoenen mensen, die elkaar en zichzelf op duizenden manieren kraken, verguizen, bezoedelen en vernietigen. Waarin je ook kijkt met je gevoelige, mediamieke ogen, overal slaat de onrechtvaardigheid je. Je bezwijkt door een Goddelijk pak slaag, als niet de Leiding in de Astrale Wereld je opvangt en beschermt en afsluit.
Wat een onzin ... Ten hemel schreiend is het om te zien en te horen, hoe gemakkelijk vele mensen zichzelf medium noemen en spreken over hun speciale Leider. Losweg en tussen neus en lippen door verklaren ze dat eventjes en dan moeten wij maar onder de indruk raken. Spel is het, eigen verlangen ook. Best aardig, maar levensgevaarlijk als het écht zou zijn. Gelukkig is het meestal maar praat. De ziel blijkt een keiharde, ijzeren pot. Potdicht in alle richtingen.
Ik denk dan weleens: 'Wanneer ze mijn zware neigingen niet eens zien, hoe zouden ze het ijle hemelse dan kunnen zien?'

Van alles kan je ze wijsmaken, als het maar lief klinkt. Dan geloven ze alles en voelen zich gestreeld ook nog. Maar 0 wee, als je durft te zeggen vanuit een goed gevoel, rechtvaardig en bewust: 'Kijk uit, want je doet het niet helemaal goed.' Dan ineens komen al  je slechte bijzonderheden als een lawine over je heen met een felheid en een echt aardse verontwaardiging. Neem de mens maar eens een illusionair spelletje af. Of dat spel nu in vereniging of privé op een speciaal adres voor het binnenkomen van taxfree inkomen moet zorgen of je kunt rekenen op een gespannen voet. Als dat ergens op neerkomt is het helemaal niet leuk meer.
Zeg maar eens heel poeslief tegen een hoge verwachting, dat het zo ver nog niet is, omdat er nog té veel overkokend gevoel is en het nu lijkt op het schilderen met poep, zoals bij Reneetje  in 'Maskers en Mensen'; best goed voor gevoelsontwaking, maar beslist niet geschikt als reclame voor een lopende zaak in Geestelijke Wijsheid. Nou, dan ben je ineens zo geliefd niet meer in veel gevallen. Soms echter, lieve mensen, kan het ook ontroerend mooi zijn, wat er dan komt, maar dat zijn dan weer uitzonderingen. Lieve hooggrijpers van de wereld (wij zelf incluis), Jeus van Moeder Crisje kennen we géén van allen nog goed, of we zouden duizelingwekkend trots zijn op deze Gigant, die voor de Eeuwigheid een Universiteit op Aarde bracht, waarvoor ééns (wanneer is dat?), behalve een stel bezeten 'dwazen', héél de wereld zal buigen in diepe, bewogen eerbied.
Niet voor de macht van één persoon, maar voor de ontzagwekkende heiligheid van zulk een mediumschap.

Hebben wij misschien iets van die tik? Hoe zullen we dat dan noemen? Mediumschap? Laten we eerlijk zijn, wat doet een naam er nu toe.
Wat is nu een opschrift. Het zijn is meer.
 Als we zo rondkijken in dit 'bedrijf', gesticht door wijlen de heer Rulof, dan valt op hoe goed het loopt als het maar gewoontjes blijft. In deze winkel zonder salarissen en winst, waar dividenden, koersen en saldi op een behoorlijke plaats komen, wat betekent dat dit alles naar behoren de juist aandacht krijgt, maar nooit voorgrond zal bezitten, leeft geestelijke en stoffelijke harmonie. Wie dat aan Gene Zijde allemaal bekokstoven, weten we niet eens. Of dat nu door Alcar, Zelanus of door André Dectar komt, kunnen we u eerlijk niet melden. In de drukte let je daar niet zo op. Zoals we op zoveel zaken, die ons niet aangaan, slecht kunnen letten. Zo bezig zijn met dit gekozen doel, maakt inderdaad eenzijdig; je hebt nauwelijks tijd om rond te kijken. Ook het vele interessante werk van anderen moet helaas aan ons voorbijgaan. Zeker, u hebt gelijk; erg eenzijdig, maar wel Ruimtelijk eenzijdig, gericht op het Albewustzijn. We geloven, dat we zodoende eigenlijk alles aan de weet komen wat we moeten weten, zodat het verder niemand hoeft te hinderen.
We spreken een diepe taal, als we ergens op in gaan. We kunnen ons ook vergissen. Zeker, dat is bij werken altijd mogelijk. Maar ontwikkelde er zich ooit wel iets zonder fouten? Hier komt een aardig denkertje over de fouten: 'Waarom zijn we in hemelsnaam zo blij met de fouten van anderen?'

Fouten voorzien in behoeften. In feite is dat de grootste werkgelegenheid op Aarde.
In stand houden dus...? Werkgelegenheid is schaars. Het Genootschap, lieve lezers, leeft volop. Het is open en bewust aan het ontwikkelen onder een hoge Universele Leiding! Zegt het u iets? Verkochten de Meesters en Christus praatjes? Laat het ons dan weten. Voor betere waarheden gaan we zonder meer opzij.
We gaan echter door, bewuster dan voorheen.
We voelen de juistheid van de dichterspreuk van Kahlil Gibran, waarop een lieve lezeres ons attent maakte: 'Als de Liefde je kroont... Zij kruisigt je ook!'
Deswege is Getsemané voor ons een uitstekende plaats als eerlijke voorbereiding voor de geestelijke ontwaking.
Vindt u het héél erg, dat wij geen media bezitten?
P. L. H. 
          

 

HOME.
PAGINA 5.