GRAAIEN: OOK GELD MAAKT MEER KAPOT DAN JE LIEF IS.
Mijn vriend Gert is
mijn vriend niet meer, hij is veranderd. Gelukkig heeft hij een heleboel nieuwe vrienden.
Hij heeft ook een nieuwe vrouw. Zijn eerste vrouw is volgens Gert niet met hem meegegroeid. Eigenlijk
ben ik ook niet met Gert meegegroeid, alleen Gert heeft dat nog niet in de gaten.
Gert volgt aandelenkoersen, hij golft, hij weet veel van wijnen en van bolides. Op
zich is daar niets mis mee, maar Gert heeft het daar te vaak over.
Gert kan het goed
doen, maar dit heeft hem helaas niet sympathieker gemaakt. Het hebben van veel geld,
veel vrienden en veel macht lijkt heerlijk.
Het pakt echter vaak averechts uit. Je
zou verwachten dat rijkdom, populariteit en invloed je geluk en zekerheid brengen.
Op grond van die verwachting werk je je kapot en sloof je je uit. Je denkt misschien,
dat rijke mensen die niet gelukkig zijn, gewoon sufferds zijn en ook al sufferds
waren voor ze geld hadden. Dat is niet zo, niet alleen alcohol maar ook geld maakt
meer kapot dan je lief is. De meeste mensen met veel geld zijn ongelukkig en dat
kan ook bijna niet anders.
Bezit kan je eenzaam maken. In de villawijk zijn er minder
buren, dus minder kinderen en vaak meer oudere mensen die geen tijd voor je hebben.
Als je rijk bent, dan zijn er veel mensen die aardig doen, maar je weet niet of ze
ook aardig zijn. Of mensen aardig zijn weet je alleen, als je niks hebt. Je bent
in bepaalde gelegenheden welkom, als men aan jou kan verdienen. Je bent absoluut
niet meer welkom als je niets meer hebt te verteren.
Bezit kan ten koste gaan van
je vrijheid en onafhankelijkheid.. Er zijn clubs, goede kennissen en zakenrelaties
en deze stellen bepaalde eisen. Het circuit van de 'old boys' speelt elkaar het balletje
toe, maar dat doen ze natuurlijk niet zomaar. Als je bij de 'upper ten' wilt (blijven)
horen, dan zul je je moeten aanpassen. Je moet bepaalde opvattingen delen, je moet
je op een bepaalde manier gedragen en kleden en je moet blijven netwerken. De angst
je invloedrijke vrienden te verliezen en er niet meer bij te horen, maakt je chantabel.
Je bezit is een bron van zorg. Het vraagt verzorging, aandacht en onderhoud. Je moet
het verzekeren tegen verlies, diefstal en brand. hoe harder je hebt moeten werken
om je bezit te vergaren, hoe banger je bent het kwijt te raken. Het is een onverdraaglijke
gedachte dat je jaren gezwoegd en geploeterd hebt om iets op te bouwen en dat het
je dan toch nog ontnomen zou worden. Al die inspanning is dan voor niets geweest
en dat mag natuurlijk nooit of te nimmer gebeuren. Je bezit moet koste wat kost veilig
gesteld worden.
Bezit wakkert de hebzucht aan. Hebzucht kent geen grens, hoe meer
mensen hebben, hoe meer ze in de verleiding komen te gaan graaien naar meer en meer
en meer. Hebzucht maakt niet de meest nobele eigenschappen bij de mens los. In sommige
families is het na de verdeling van de erfenis nooit meer goed gekomen. Mensen met
topinkomens zijn het meest uit op loonsverhogingen en bonussen.
Bezit kan je verwaand
maken. Je gaat denken dat je recht op bezittingen hebt, omdat je gelooft dat je meer
en beter bent dan de anderen. Het leidt tot ijdelheid en protserigheid en dat heeft
iets triests. Het lijkt er ook op of ze er alles aan doen om er jonger uit te zien
dan ze zijn. Wie 70 is moet 60 lijken en wie 60 is 50 en wie 50 is 40. En dat is
begrijpelijk als je tientallen jaren verloren hebt met alleen maar bezit vergaren
en je al die tijd niet echt geleefd hebt.
Een monnik vindt rust en geluk omdat hij
niet de slaaf wil zijn van zijn bezit, van ambities en van hartstochten. Hij hoeft
nergens bang van te zijn, ook niet voor de dood. Alleen graaiers hebben iets te vrezen.
Als je vrijheid en je gemoedsrust je lief zijn, hecht dan niet te veel aan status
en bezit.
Dr. F. W.
IS HET JOUW PROBLEEM
WEL?
Johan zag het niet meer zitten. Hij werkte op kantoor bij de luchtmacht. Een
drukke baan.
Alle planningen voor de inkoop van straaljagers en kleding tot maaltijden
voor de kantines verliepen via Johan. De sfeer was niet erg goed en met zijn collega's
wilde het nog wel eens botsen. Bovendien voelde hij zich niet gedekt door zijn leidinggevende.
Johan stortte in en kwam bij mij in de praktijk. Op dat moment was hij 44 jaar en
woonde hij met zijn vrouw Ellen in een klein dorpje bij Enschede, waar hij geboren
& getogen was. Vlak voordat hij zou komen, belde hij of zijn vrouw mee mocht komen.
Dit was natuurlijk geen bezwaar. Ik ben met Johan aan het werk gegaan.
Verdoving:
Ik testte de intensiteit van zijn overspannenheid. Die was 59% (op de schaal van
0 = helemaal in balans en 100 = maximale score in stress). Volgens het enneagram
model bleek Johan een type 9: de Bemiddelaar die veel begrip heeft, slecht tegen
conflicten kan en moeilijk beslissingen neemt. Vervolgens haalde ik zijn
overlevingsmechanisme
weg; dat was Verdoving. Hij verdoofde zichzelf te veel. Om problemen niet te voelen.
Tot deze echter zo groot werden dat ze niet meer te hanteren bleken. Ik maakte hem
sterk op het sneller nemen van beslissingen en op het ondernemen van actie. Maar
eerst moest hij rust in zichzelf vinden en het vertrouwen krijgen dat hij goed is.
Het vreemde was dat ik niet bij de kern van het probleem kon komen.
Verdediging:
De volgende afspraak kwam zijn vrouw weer mee. De intensiteit was wel iets gedaald,
maar niet genoeg. Ik vroeg aan Ellen hoe het met haar ging. Niet goed. Ze had een
luxe sieradenwinkel en was alom bekend. Maar er was minder geld te besteden en dus
ging het al een tijd slecht. Haar grootste angst was om failliet te gaan, want dan
wist iedereen in het dorp dat ze gefaald had. Ze begon te huilen. Johan hield het
toen ook niet meer en zijn emoties kwamen los. Ik testte hem met de spiertest en
wat bleek: hij trok zich het probleem van zijn vrouw erg aan. Zo erg dat hij avonden
met haar praatte om een oplossing te vinden, op zaterdag in de winkel hielp om personeelskosten
uit te sparen en ook de boekhouding deed. De oorzaak van Johan's overspannenheid
lag helemaal niet bij zijn werk! Het was de angst van zijn vrouw en de stress die
dat met zich meebracht.
Ik ben dus met Ellen aan het werk gegaan. Na drie sessies
was ze los van haar beperkende verdedigingsmechanisme. Iedereen heeft een verdediging.
Die zorgt ervoor dat we niet geraakt worden, maar zorgt er tevens voor dat we een
beperkte blik hebben, de schuld snel bij anderen leggen en niet meer objectief kunnen
zijn. Ellen bleek het enneagramtype 2 te zijn: de Helper, die altijd voor anderen
klaarstaat, vriendinnen heel belangrijk vindt, imago nodig heeft en trots wil zijn
op wat ze bereikt heeft.
Toen dat vrij was gemaakt bleek het type 1 eronder te zitten:
de Perfectionist. En dit type zorgt voor structuur, overzicht, regelmaat. Ellen veranderde.
Toen ik daarna weer met Johan verder ging bleek zijn intensiteit gedaald te zijn
naar 24%. En met hem had ik nog maar een sessie gedaan. Je begrijpt dat we snel klaar
waren. Johan was twee weken later weer aan het werk.
Tip:
Het gebeurt vaak dat je
een probleem hebt, dat jouw probleem helemaal niet is. Je maakt het van jou, omdat
de andere persoon dicht bij je staat. Heb je stress, voel je je ongelukkig of zie
je het niet meer zitten, vraag je je dan eens af waardoor dit - nog meer - kan komen.
Wat is de invloed van je omgeving? Heeft één van de kinderen een probleem? Is het
een collega of een vriend? Maak het probleem van een ander niet tot jouw probleem!
Makkelijk gezegd, hè. Maar als je kind of wie dan ook een probleem heeft, kun je
hem of haar veel beter helpen als je beseft dat het niet jouw probleem is. Misschien
is het zijn pad en dat moet hij lopen, niet jij.
W. J. v.d. W.
HUIDIGE ECONOMIE MET
ZIJN:
1: ANGST.
2: ONZEKERHEID.
3: KAPITAAL VERDAMPING.
4: RECESSIE.
5: DEPRESSIE.
6: CRISIS.
7: OORLOG.
Over economie is al ontzagwekkend veel geschreven. Heel veel
visies en richtingen zijn er in de economie, doch ze hebben allemaal hoe vervelend
het ook klinkt om op te merken, hun fouten, tekortkomingen en onvoorspelbaarheden.
Ook over de ,,new econemy'' wordt veel geschreven, dus met behulp van ,,Internet''
doch latent op de achtergrond blijft meespelen: ,,Angst en onzekerheid''. Bij het
minst of geringste wat er mondiaal maar gebeurt, is er al heel vlug hectiek, paniek,
enz. enz. Wanneer de president van de Amerikaanse centrale bank Allan Greenspan één
keer kucht, dan schrikt men al, hoest hij dan slaat iedereen de schrik om het hart
en houdt hij een redevoering die enigszins negatief en waarschuwend van aard is dan
is er paniek.
Onlangs, nog niet zo lang geleden een wat verkeerd en onhandig gegeven
interview van de president van de E.C.B. Wim Duisenberg. Direct daarna zakt de koers
van de Euro en iedereen valt over hem heen.
Economie is de wetenschap die het streven
naar menselijke welvaart tot voorwerp van studie heeft, doch als twee centrale bankdirecteuren
hoe voorzichtig of onvoorzichtig formulerend ook, al direct de koers van een munt
of de koers van de aandelen min of meer sterk kunnen beïnvloeden, dan is het toch
wel duidelijk dat de economie een wetenschap is waarvan de ,,basis en stabiliteit''
tot de meest wankele van bijna alle wetenschappen behoort.
Is het allemaal te verklaren?
Jazeker en heel eenvoudig. Wij spreken wel van beschaving en ethiek in deze wereld,
doch als we om ons heen kijken, de TV en actualiteit volgen, dan ervaren we iedere
dag dat het geestelijk niveau van de mensheid nog niet zoveel voorstelt, ondanks
alle godsdiensten en filosofieën die deze wereld rijk is en de mensen voorlichten.
Egoïsme, hebzucht, heerszucht, machtswellust en liefdeloosheid zijn heel eenvoudig
uit het menselijk gedrag te destilleren, doch ze worden wel altijd verhullend ten
toon gespreid, doch gemakkelijk te herkennen, voor wie scherp waarneemt.
De economie
is hiervan wel een zeer, zeer sterk voorbeeld. Zij is totaal ,,gebaseerd'' op hetgeen
ik hierboven vermeldde en gaat veelal nog wel wat verder. Dat wat in de economie
de ,,markt'' wordt genoemd is in werkelijkheid een ,,battle field'' waar het er absoluut
meedogenloos aan toe gaat. Als een onderneming, concern, bedrijf of wat de naam ook
moge zijn, erin slaagt de concurrent te vernietigen, de nek om te draaien, wordt
dit gezien als een volkomen gelegaliseerde goede handeling, men was beter, slimmer,
gewiekster enz. Wat voor een ellende en bestaanszekerheid van de ten ondergang gegane
onderneming, angst en verdriet, dit allemaal oplevert is voor de ,,overwinnaar''
totaal onbelangrijk. Men wordt veelal gedecoreerd of de Nobelprijs, of een andere
prijs wordt iemand deelachtig. Dus wat wil je nog meer? Dit alles is toch moeilijk
met ,,beschaving en barmhartigheid'' in overeenstemming te brengen!
Nog recentelijk
hebben we een aantal debacles kunnen waarnemen als het gaat om kapitaalverdamping.
Het bedrijf Baan, enkele jaren geleden nog de lieveling van de beurs, werd tenslotte
door een Engelse concurrent voor letterlijk ,,een appel en een ei'' opgekocht, sociaal
gezien een grote uitstoot aan arbeidskrachten achter latend. U.P.C. een kabelboer
wilde S.B.S.-tv overnemen en van maart tot en met mei dit jaar zakte de beurswaarde
van U.P.C. internationaal met een kwart procent. Dus, stel U.P.C. internationaal
heeft een beurswaarde van 800. 000. 000 €. In drie maanden is de waarde tot 200.000.000
€ geslonken en blaast men de overname van S.B.S.-tv af. De W.O.L. genaamd World Online
valt in dezelfde categorie. Ook daarvan is het totale kapitaal in waarde thans minimaal
t.o.v. de introductie op de beurs.
Nina Brink tracht zich met rookgordijnen, halve
waarheden en leugens eruit te redden. Dit is toch afschuwelijk. Dit alles is met
een waslijst aan te vullen, met voorbeelden op het Nederlandse, Europese en Wereld
niveau.
Wat in de economie ook een groot probleem is, dat is de aanschaf/ afschrijvingen
van productiemiddelen zoals, machines, vervoermiddelen, computers, enz. enz. Met
de afschrijvingen in bedragen en tijd, wordt nogal eens misgegokt. Er is alweer een
nieuwe machine uitgevonden en door concurrentie gedreven, moet men noodgedwongen
wel mee doen, wil men het hoofd boven water kunnen houden. Doch men blijft met machines
zitten welke nog lang niet zijn afgeschreven en men komt daardoor in de problemen.
Vaak door rationalisaties en automatiseringen heeft dit als bijkomend effect de uitstoot
van arbeidskrachten. Dit laatste is een verschijnsel dat zich ,,trendmatig'' voor
doet. Het gevolg van de ,,meedogenloze'' concurrentie.
De grondstoffen in de wereld,
zijn over deze aardbol ongelijk verdeeld en dat zal ook wel zo blijven. We moeten
op mondiaal niveau erkennen dat we van elkaar ,,afhankelijk'' zijn. Meer grondstoffen
en arbeidskrachten maakt dat nogal wat landen veel rijker zijn dan anderen, wat van
alle rare en akelige psychologische gevolgen kan hebben, mede als gevolg van deze
verschillen en rijkdom en economische mogelijkheden ontstaat het verschijnsel van
internationale betalingsbalansen. Daardoor krijg je crediteuren en debiteurenlanden.
De laatste n.l. de debiteurenlanden staan dus in de schuld bij de crediteurenlanden.
De debiteur moet daarvoor weer leningen afsluiten en daarover rente betalen en men
zit tot in lengte van dagen met het z.g. verschijnsel van de staatsschuld. In Nederland
is deze momenteel ongeveer 200.000.000.000.€ met een rentebetaling van ongeveer 10.000.000.000.€
per jaar. In Duitsland is de staatsschuld ongeveer 750.000.000.000.€. Om van te duizelen.
In de economie begrijpt men dit verschijnsel niet, het is n.l. helemaal niet nodig.
Ook het verschijnsel van geforceerd industrialiseren is altijd door angst ingegeven.
Men wil niet afhankelijk zijn van anderen.
De meedogenloze concurrentie niet alleen
op landelijk, Europees, doch zeker op mondiaal niveau en dit in samenhang met de
zich razendsnel voortschrijdende technische vooruitgang maakt dat recessies, depressies
en crisis een telkens terugkerend verschijnsel zijn. Recessie, depressie en crisis
is in wezen één en hetzelfde, er is alleen een gradueel verschil. Voeg hieraan toe,
door de concurrentie gedreven het telkens meer doorvoeren van rationalisatie, automatisering
en computerisering, wat de menselijke factor arbeid steeds meer overbodig maakt.
Dit maakt bij de mensen die het aangaat eveneens angst en onzekerheid teweeg en in
nogal wat landen in de wereld ontstaan politieke bewegingen, altijd van extreem rechtse
signatuur. Tegenwoordig gaan ze heel subtiel en geraffineerd te werk, maar de boodschap
is telkens hetzelfde (Philip De Winter, Jörg Haider enz. enz.). Zij weten wel een
oplossing! Zij wijzen z.g. een zondebok aan, dit of dat heeft gedaan, is de schuld,
enz. enz. enz. En mensen trappen maar al te vaak in deze zorgvuldig opgezette val.
Doch er zijn geen schuldigen, alleen dit ,,economische systeem'' dat absoluut voor
de volle honderd procent op ,,WINST'' is gebaseerd, maakt dat dit de hele geschiedenis
door telken als een z.g. oplossing wordt gezien. Deze z.g. ,,oplossing'' past zich
wel altijd aan, aan de tijd waarin de mensheid leeft, doch het mondt altijd uit op
,,oorlog''
Is dit nu echt, werkelijk nodig? Neen, neen, neen!!!
De oorzaak van alle
ellende is het ,,Individualisme'' met in het kielzog, haat, angst, onzekerheid, vijandige
benadering van alles enz. enz. enz!!!
De oplossing is: Samenwerking met in het kielzog,
vrede, harmonie, respect, zekerheid, rust en vrede.
Herman Wissink.
ALTERNATIEVE ECONOMIE
MET WAARACHTIGE:
1: VREUGDE.
2: ZEKERHEID.
3: KAPITAALBEHOUD.
4: CONSOLIDATIE.
5:
EXPANSIE.
6: RUST.
7: VREDE.
Is het werkelijk mogelijk in een maatschappij, met een
economisch stelsel te leven, waarin alle fouten, vergissingen en tekortkomingen zijn
verdwenen? Ja, dat is daadwerkelijk mogelijk en los van iedere politieke en ideologische
invulling. Een wereld waarin de mens echt ,,mens'' kan zijn en waarin hij waardig,
vrij, gelukkig en onzelfzuchtig kan leven. Onder echte vrede, harmonie en algeheel
welbevinden.
Ongeveer honderdvijftig jaar geleden werd in Massechusetts U.S.A. geboren
Edward Bellamy. Tijdens zijn studietijd werd hij getroffen door de mensonterende
toestanden waarin mensen moesten leven. Tijdens een reis door Europa viel hem dit
erg op. Terug in de U.S.A ontdekte hij dat daar dezelfde vreselijke omstandigheden
heersten. In Amerika studeerde Bellamy rechten en werkte bij twee kranten, waarbij
er één krant was, die hij samen met zijn broer oprichtte. Bellamy heeft twee boeken
geschreven n.l. ,,Looking Bachward en Equality''. Eind 19e eeuw werden er miljoenen
van verkocht.
Door ,,diepgaande'' studie ontdekte Bellamy dat de grondoorzaak van
alles is het onvermogen van de mensheid tot echte ,,Samenwerking''. Dit i.p.v. wat
nu de dagelijkse praktijk is n.l. elkaar bestrijden, ontstaan door concurrentie.
Om de maatschappij economisch goed en perfect in te richten, moeten we inzien dat
we over de hele wereld van elkaar ,,afhankelijk'' zijn.
De grondstoffen en economische
mogelijkheden zijn niet overal gelijk en gelijk verdeeld.
We moeten elkaar respecteren
en in ieders waarde laten en elkaar in liefde en oprechtheid in de wereld benaderen
en omgaan i.p.v. elkaar vijandig, hatelijk en afgunstig te benaderen. Ook de arbeidskrachten
verschillen in kwantum samen met de economische mogelijkheden. Bijvoorbeeld de VS
heeft wat de grondstoffen en aantal arbeidskrachten en arbeidsbenodigdheden betreft
een zeer groot overschot t.o.v. vele andere landen. Dit houdt in dat de VS veel meer
produceert dan het voor de eigen bevolking, van vooral goederen, doch ook diensten,
nodig heeft. Dus er vindt enorm veel export plaats. Dat wordt door een ander land
(er) weer ingevoerd. Bijvoorbeeld een ander land, waar de grondstoffen, arbeidskrachten
en economische mogelijkheden veel geringer zijn, als gevolg hiervan is ontstaan het
systeem van de Handels en Betalingsbalans.
Dus debiteurenlanden kunnen zo goed als
nooit de schuld in goederen terug voldoen. Zij moeten lenen (staatsleningen) Met
de daaraan gekoppelde jaarlijkse rentebetaling. Met dit zeer, zeer onaangename feit
kampen heel veel landen. De oorzaak hiervan is dat er een wanverhouding bestaat tussen
landen, als het gaat om het potentieel der ,,arbeidskrachten''. De economische wetenschap
begrijpt dit verschijnsel niet goed en weet geen oplossing. Men moet de ,,wereld''
als één geheel zien met een wereldeconomisch systeem. De oplossing is dus emigratie
en immigratie. Door doelbewuste, statistisch bekende wereld, continent en landproductie
met een over de hele wereld ,,gelijk economisch stelsel'' en de arbeidskrachten gelijk
verdeeld over de landen, de grondstoffen daar verweken waar ze uit de grond worden
gehaald i.p.v. ermee te zuilen over de wereld.
Verder de voedsel, fruit, productie
daar verrichten, waar de klimatologische mogelijkheden optimaal zijn. Dus beter gezegd.
Geen tomaten verbouwen op Groenland of Spitsbergen maar in Spanje, Italië, Noordafrika
en Zuid-Amerika, dus op natuurlijke wijze met de optimale natuurlijke omstandigheden.
Beter, lekkerder, dan chemisch ondersteund, geproduceerd in kassen. Precies met bijvoorbeeld
de koffie. De verbouwing, oogst, verwerking tot eindproduct enz. in Zuid-Amerika
verrichten. en dan vervoeren over de wereld. Verder een ,,gelijke economische koopkracht
- verdeling'' voor iedereen over de gehele wereld. Dat is de oplossing. Een wereldfederatie
van onafhankelijke staten met een zelfde economisch stelsel en de goederen eerlijk
verdelen en vervoeren over de wereld.
Ook het probleem van machines, productiemiddelen
enz. enz. is het heel eenvoudig. Daarvoor richt je je op een apart onderwerp, productie
en onderhoudapparaat en de kosten worden doorberekend in het eindproduct. Evenals
hierboven kun je dit toepassen op het noodzakelijk aanleg, onderhoud van wegen, dijken,
natuurparken, waterwegen, sluizen, groenvoorziening, enz. enz. enz. De arbeid hiervoor
verricht doorberekenen in het eindproduct. En alles is altijd betaald, zonder ,,angst''
voor de toekomst.
De economische problemen, blijvend en goed oplossen is minder moeilijk
dan men denkt. Dus ,,samenwerking'' i.p.v. de vijandige benadering van thans, dus
inzicht en bewustwording. Hierdoor bereiken we zeker tien maal zoveel als eindresultaat,
dan elkaar te bestrijden. De geproduceerde goederen, zonder winst, worden in een
groot warenhuis per gemeente te koop aangeboden (een soort Kijkshop) idee.
De statistisch
bekende jaarproductie van alle goederen wordt in waarde gedeeld door het aantal inwoners
en iedereen krijgt een boekhoudkundige gelijke koopkrachtverdeling. Daar in het Bellamystelsel
geen handel meer bestaat is het onpersoonlijke geld niet meer nodig. Er vindt geen
,,ruil'' meer plaats, doch gelijke koopkrachtverdeling van de wieg tot het graf.
Een jaar geldig en telkens vernieuwd. In het Bellamy economisch stelsel bestaat er
dus geen angst, onzekerheid, kapitaalverdamping, recessie, depressie, crisis en oorlog
meer, maar vrede, rust welbevinden enz. moeilijk te geloven, doch daadwerkelijk mogelijk.
Waar een wil is, is een weg.
Het huidige economische systeem is gebaseerd op angst,
onzekerheid, haat, enz. Ik heb dit enkele keren benaderd. Een onzeker mens, voelt
zich altijd bedreigd en moet zich dus zonodig bewapenen. Daar het economische systeem
van heden gebaseerd is op de laagste instincten van de mens, een vijandige benadering
als basis heeft, loopt het één en ander altijd uit op oorlog. Met het huidige geavanceerde
oorlogstuig, de atoom en waterstofbom geen ,,aangenaam vooruitzicht''.
Laten we als
broeders en zusters in heel de wereld met elkaar omgaan, elkaars godsdienst, filosofie
of wat dan ook respecteren, de hatelijke, afgunstige obstakels voorgoed opruimen,
dan kunnen we deze aarde behouden en in liefde, vrede, harmonie aan ons nageslacht
doorgeven.
Ik eindig met de twaalf punten uit Bellamy's economie:
1: De welvaart
van de gemeenschap is de welvaart van het individu. Een volk is niet welvarend zolang
niet iedereen gelijkelijk deelt in de welvaart.
2: De hulpmiddelen tot het scheppen
van welvaart behoren in handen te zijn van de gemeenschap.
3: Het voornaamste middel
tot welvaart is de arbeid. De gemeenschap heeft recht op de arbeidskracht van al
haar leden. Het bestuur, de gemeenschap moet alle arbeidskracht organiseren tot welvaart
voor allen.
4: Geen enkel individu heeft uitsluitend rechten. Ieder heeft ook plichten
tegenover de gemeenschap. Arbeidsplicht rust op ieder, het recht op aandeel in de
arbeid of in het geproduceerde kan niemand worden onthouden. De vrouw heeft dezelfde
rechten en plichten als de man. De arbeid in het gezin strekt tot nut van de gemeenschap
en is dus gelijkwaardig aan iedere andere arbeid.
5: Het is de plicht van de meest
begaafde en de sterkere, betere of meerdere arbeid te verrichten dan een naar lichaam
en geest zwakkere. Zo hij die plicht verwaarloost, is hij in gebreke. Het aandeel
in plicht en welvaart is dus voor iedereen gelijk.
6: De moeilijkheid van de arbeid
bepaalt niet het loon, doch weerspiegelt zich in de arbeidsduur.
7: Het gelijke aandeel
in de gemeenschappelijke welvaart is altijd eigendom van ieder lid van de natie gedurende
het gehele leven.
8: Ieder individu krijgt de volle gelegenheid, zijn gaven te ontplooien,
opdat het gebruik van die gaven de gemeenschap moge ten goede komen.
9: Daar de machine
een zeer belangrijk middel is tot productie en distributie van het nodige en nuttige,
behoort zij aan de gemeenschap. Indien de voortschrijdende ontwikkeling van de techniek
het produceren en distribueren vergemakkelijkt, wordt de arbeidsduur verkort.
10:
Ieder is vrij zijn aandeel te besteden naar eigen smaak en verkiezing. De vraag regelt
de productie. Het aandeel is van bepaalde geldigheidsduur, wordt na het verstrijken
daarvan vernieuwd en is strikt persoonlijk.
11: Internationale goederen en dienstenruil
wordt door het landsbestuur geregeld.
12: Elke godsdienstige en ethische richting
vindt volkomen vrijheid van uiting.
Herman Wissink.
OMDAT
WE BANG ZIJN.
Dit jaar, op 6 mei 2006 om precies te zijn, is het 150 jaar geleden
dat er in Freiberg (tegenwoordig Pribor) in Moravië een joods jongetje werd geboren
dat het denken van de mens over zichzelf en anderen ingrijpend zou veranderen. Zijn
naam was Sigismund (later Sigmund) Freud. Toen hij in 1939 in Londen, waarheen hij
voor de nazi's was gevlucht, stierf, was hij zonder enige twijfel de belangrijkste
psycholoog van zijn tijd. Maar zijn invloed reikte veel verder dan de wereld van
de psychologen en psychiaters.
Hij correspondeerde met de grote wetenschappers van
zijn tijd zoals de natuurkundige Albert Einstein en de filosoof Bertrand Rusell.
Vooraanstaande kunstenaars als Salvador Dali en wereldberoemde schrijvers als Thomas
Mann lieten zich in hun werk door Freuds denkbeelden beïnvloeden. Maar misschien
nog opmerkelijker was het feit dat hij zelfs doordrong in het denken en taalgebruik
van de gewone man. Woorden als onbewust, verdringing en rationalisatie, die nu tot
de dagelijkse omgangstaal van veel wereldburgers behoren, zijn daarin terechtgekomen
dankzij Freud. Zoals ook het 'in-therapie-gaan', wat jaarlijks door vele miljoenenmensen
over de hele wereld wordt gedaan, is bij Freud begonnen.
Gezien zijn enorme invloed,
ook nu nog, is het opmerkelijk dat de psychologische wetenschap van deze tijd een
groot deel van Freuds theorieën naar de prullenbak heeft verwezen. Ze hebben de toets
van wetenschappelijk onderzoek niet doorstaan. Ook van de behandelmethode die hij
heeft ontworpen, de psychoanalyse, is wetenschappelijk gezien niet veel overeind
gebleven. De vraag hoe effectief deze is, is nog altijd niet goed beantwoord. Toch
blijven veel van Freuds ideeën heel erg populair. Zo zijn er meer mensen die wel
niet geloven in het idee, dat dromen onbewuste verlangens of problemen weerspiegelen.
Een groot aantal mensen gelooft ook dat de psychische problemen die volwassenen hebben,
kunnen worden teruggevoerd op ervaringen in de kindertijd.
Dat roept een interessante
vraag op: Geloven ze dat tegen beter weten in of is er toch meer aan de hand dan
waarop wetenschappelijk onderzoek tot op heden de vinger heeft weten te leggen? Ik
denk dat het in belangrijke mate terug te voeren is op een centrale opvatting van
Freud, namelijk dat de mens geen baas is in eigen geest. Voor die opvatting bestaat
wel de nodige wetenschappelijke onderbouwing. Mensen blijken hun eigen motieven vaak
slecht te kennen en de verklaring die ze geven voor hun gedrag blijken bij nader
onderzoek vaak helemaal niet of maar heel gedeeltelijk te kloppen. Hoe vaak komt
het bijvoorbeeld niet voor dat we zeggen dat we boos op iets of iemand zijn terwijl
we vooral bang of angstig zijn. Maar ons die angst niet bewust zijn of daarmee geen
raad weten.
Opvallend in deze tijd vind ik bijvoorbeeld de uitlatingen van veel kersverse
nieuwe liefdesparen, gevormd uit mensen die al minstens een keer gescheiden zijn,
dat ze deze keer de liefde van hun gevonden hebben gevonden. Als je al eenmaal gescheiden
bent, weet je maar al te goed dat op zoiets weinig garantie bestaat. Roep je het
toch, dan is het niet zelden omdat je, diep van binnen, bang bent dat het (opnieuw)
juist wel eens niet voor het leven zou kunnen zijn. Freud noemde dat 'in iets geloven
omdat je bang bent dat het niet waar is'. Hij meende dat hetzelfde mechanisme ook
speelt bij religieus geloof. Mensen geloven volgens hem in een God, in een macht,
een bron van liefde, een 'vader' die hen opwacht na e dood, omdat ze bang zijn dat
het niet waar is. Geloven 'dat er iets is', omdat je bang bent dat er niets is. Het
zou best eens waar kunnen zijn.
R. D.
KRITIEK.
Op een dag gaat een man raad vragen aan een wijze die op doorreis een paar dagen
in zijn dorp verblijft. 'Helpt u mij alstublieft', zegt de man. Het hele dorp houdt
me voor een idioot. wat ik ook zeg, hoe verstandig ook, ze lachen me steevast uit,
en als ik niks zeg, drijven ze ook de spot met me.
Dan zeggen ze, hij weet ook niks
zinnigs te zeggen, die idioot. Mijn leven is één nachtmerrie en ik denk vaak, ik
maak er een einde aan. Toen hoorde ik dat er een wijze door ons dorp kwam en dacht
misschien dat die mij kon helpen. de wijze zei: Nou dat is simpel. Het enige dat
je hoeft te doen is dit: Vanaf morgen begin je iedereen die maar iets zegt, onmiddellijk
kritiek te geven. Zegt iemand, wat een mooie dag vandaag, dan reageer jij met, wat
is er dan zo mooi aan deze dag, wanneer is iets mooi, wie bepaalt dat eigenlijk?
Zegt iemand, kijk eens wat een mooie vrouw, dan weer meteen kritiek leveren. Maar
onthoud één ding:
Nooit zelf iets beweren, alleen maar kritiek leveren en vooral
op dingen die niemand bewijzen kan, zoals smaak, schoonheid, liefde, goedheid, God.
Dingen waar iedereen de mond vol van heeft, maar die niemand hard kan maken. Over
een maand kom ik hier weer. Zoek me dan maar weer op.
Een maand later was de man
totaal veranderd. Hij was niet meer depressief, maar had een stralende blik in zijn
ogen. De blik van iemand die in zichzelf gelooft en ontzag inboezemt. de wijze moest
glimlachen om wat hij zag en zei:
Het heeft dus gewerkt? Fantastisch, antwoordde
de man. Ze reageren allemaal alsof ik de wijste man van het dorp ben. En dat in een
maand tijd. En ik heb niks anders gedaan, dan wat u mij hebt aangeraden. Zo gauw
ze iets zeggen, kom ik met mijn vragen, met kritiek en daar hebben ze geen weerwoord
op. Ze voelen zich opgelaten. Waar ik tegenwoordig ook kom, houden de mensen zich
in, omdat voor hun gevoel één woord zeggen al linke soep is. U hebt echt een wonder
verricht. De wijze antwoordde: Ik heb geen wonder verricht. De kwestie is eenvoudig
deze. Alle mensen zijn bang voor kritiek. En alle mensen beweren aan de lopende band
dingen waar ze niet goed over nagedacht of niet veel verstand van hebben.
Ontmoeten
ze iemand die dat niet doet, iemand die niks beweert en alleen maar kritische vragen
stelt, dan worden ze pijnlijk herinnerd aan het feit dat ze zelf vaak voor hun beurt
spreken. Degene die hen eraan herinnert dat het dikwijls wijzer is je mond te houden
is daarom in hun ogen een wijze.
Dat verhaal afkomstig van de grote Russische schrijver
Ivan Toergenev, drukt ons met de neus op een belangrijk punt. Kritiek is nooit leuk
en vaak pijnlijk.
Geneigd als we zijn pijn te vermijden, gaan we kritiek meestal
uit de weg. We zijn bang voor kritische mensen, zien er tegen op hen tegen te komen
en gaan vaak zelfs tegen hen opzien. Maar behalve vaak pijnlijk is kritiek ook vaak
belangrijk. Het is meestal nodig om ons er toe te brengen bij ons eigen gedrag stil
te gaan staan, erover na te denken. Daarom is kritiek onontbeerlijk voor onze ontwikkeling
als mens. Onze critici vermijden staat gelijk aan onze ontwikkeling stoppen. Daarom,
benader kritiek in principe als een geschenk. U hoeft er niet blij mee te zijn en
het ook niet altijd aan te nemen. Maar het blijft som om het bij voorbaat af te wijzen.
R. D.
BUENOS AIRES: BIJSMAAK
Verandering
van spijs doet eten. Onlangs was ik in Buenos Aires en geen dag is er voorbij gegaan
zonder dat ik me te buiten ging aan een ,,hoogpolige'' Argentijnse tournedos. Zo
mals koop ik ze thuis niet. En dat terwijl Argentinië toch ook een land is met een
vleestraditie.
Vlees van de grasrijke pampa is van aparte klasse. Argentijnse koeien
gaan nooit op stal. Dat proef je. Mijn huisrestaurant was een gezellig ingerichte
,,parrila''. Altijd propvol. Tot in de late uren, met opvallend veel oudere vrouwen.
In Argentinië sluiten grootmoeders zich niet thuis op zoals elders op dit continent.
Toch zat ik niet lekker te eten. Want ik had uitzicht op drommen arme donders buiten.
Terwijl ik strijd leverde met 450 gram haasbiefstuk, wroetten zij aan de overkant
van de straat in het huisvuil. Onsmakelijk dichtbij.
Elke avond wanneer in het centrum
van Buenos Aires het huisvuil op straat wordt gezet doemen duizenden paupers uit
het niets op. Als sprinkhanen zwermen ze over de binnenstad uit. Je hoort ze van
verre aankomen met hun rammelende winkelwagens en karretjes. Op zoek naar alles van
hun gading. Overdag wonen de ,,cartoneras'' ver weg in de armenwijken aan de rand
van de tien miljoen zielen tellende metropool. Voor de schemering inzet pakken ze
de trein richting centrum. Wie in de achterste treinstellen zonder banken plaatsneemt,
reist gratis.
Worstelend met mijn homp vlees had ik in eerste instantie de neiging
mijn tafel ,,in de etalage'' te verruilen voor eentje zonder uitzicht. Ik schrok
er zelf van. Was dat niet hetzelfde struisvogelgedrag dat veel Zuid-Amerikanen tonen,
die ook beschikken over een gevulde portemonnee? Als ik eerlijk ben moet ik het toegeven:
Ook ik ben door de jaren heen vrijwel immuun geworden voor armoede. Bij het stoplicht
blijft mijn autoraam potdicht als bedelaars in beeld komen.
Kinderen geef ik uit
principe niks om het schooieren niet aan te moedigen. En als thuis armoedzaaiers
aanbellen, heb ik een voorgebakken antwoord: Sorry ik zit aan de telefoon.
Alleen
bejaarden kunnen op clementie rekenen. Maar dan wel afhankelijk van mijn humeur,
want anders loopt het straks storm. Hoe anders reageerde ik op het verschijnsel als
22-jarig jonkie, die Zuid-Amerika in 1981 met zijn rugzak aandeed. Ik was diep getroffen
door de schreinende armoede en fotografeerde alle uitingen van menselijk leed:
Krottenwijken,
zwervers, straatkinderen. Het kwam me te staan op een reprimande van de moeder van
een rijke Braziliaanse vriend. Je bent alleen geïntersseerd in ellende. Brazilië
heeft zoveel meer te bieden.
Ik kon haar er niet van overtuigen dat je je ogen niet
voor de welvaartskloof mag sluiten.
Op weg naar het hotel met een maag ,,op spanning''
stuit ik op Lilian. De ,,cartonera'', een goedlachse moeder van acht kinderen, speurt
tussen de etensresten naar aluminiumblikjes, plastic, oud papier en karton. Ze doet
het sinds de economische crisis haar man in 2001 werkeloos maakte.
Zes keer per week
pakt ze 's middags de gratis trein om 's nachts om één uur thuis te komen met omgerekend
vijftien peso's (drie euro). Lilian: Dan mag ik mijn handen dichtknijpen. Haar grootste
droom? Vast werk en vervolgonderwijs voor mijn kinderen. Nee, schamen doet ze zich
niet. Ik steel toch niet. Daar hoor je je voor te schamen, antwoordt ze gedecideerd.
Terug in het hotel klaagt de receptioniste steen en been over de vieze ,,cartoneras''.
Ze kan het ,,gepeupel'' niet luchten of zien. Maar waarom? Laat ze hier wegblijven.
Ze ontsieren het straatbeeld. Ze veranderen de stad elke dag in één grote vuilnisbelt.
F. L.
STRESS ZO OUD ALS HET LEVEN OP AARDE.
Sommige
stoffen in ons lichaam zijn vrijwel gelijk aan die in vissen en zelf bijen. Anderen
zijn in de loop van de evolutie sterk veranderd. 'Maar het stresshormoon blijkt al
meer dan een miljard jaar oud te zijn.
Natuurlijk moet je als kleine zelfstandige
rekening houden met anderen, maar je hebt toch aardig de vrijheid te doen wat je
wil.
Voor mensen in een groot bedrijf of op kantoor ligt dat anders. Wat iemand daar
wil uitvoeren, moet hij goed op het werk van zijn collega's afstemmen. Dat kan met
een briefje, een memo, of met het sturen van een mailtje.
In levende organismen gaat
het natuurlijk niet anders. Ook in plant en dier moeten collega's -- in dit geval
de miljarden cellen -- goed met elkaar communiceren om te weten wat ieders taak is.
In planten en dieren gebeurt die briefing via bepaalde stoffen: Signaalstoffen. In
mens, karper en honingbij komen tal van signaalstoffen voor. Denk aan hormonen of
aan stoffen (cytokinen) die de communicatie bij de afweer tegen ziekteverwekkers
verzorgen.
Voor zijn promotie-onderzoek in Nijmegen heeft Mark Huising zich met deze
briefing tussen cellen in dieren beziggehouden; in vissen, met name in de karper,
maar ook in insecten. De vorm en de tekst van de briefjes heeft hij vergeleken met
die in zoogdieren, in de muis en de mens. Ik was zeer geïnteresseerd in de vraag
of, en in hoeverre, signaalstoffen in de loop van de evolutie zijn veranderd. De
laatste gemeenschappelijke voorouders van zoogdieren en vissen leefde zo'n 450 miljoen
jaar geleden.
Voor zijn onderzoek heeft hij signaalstoffen onder de loep genomen,
cytokinen, die een taak hebben bij de afweer tegen ziekteverwekkers als bacteriën
en virussen, en signaalstoffen als hormonen. Een groot aantal cytokinen blijkt in
de loop van de evolutie soms aanzienlijk te zijn veranderd.
Sommige van die signaalstoffen
die we in zoogdieren kennen, zijn in vissen gewoon niet terug te vinden. Volgen Huising
hebben die veranderingen te maken met de aard van hun werk. Afweercellen en daarmee
ook hun boodschappers, worden voortdurend geconfronteerd met nieuwe ziekteverwekkers.
Denk alleen maar aan de vele nieuwe virussen waarmee wij de laatste jaren te maken
hebben. Om op al die veranderingen in te kunnen spelen is het van groot belang om
een overmaat aan verschillende signaalstoffen te ontwikkelen. Dit proces gaat continu
door. Op die manier is de kans het groots dat op elke nieuwe invasie een gepast antwoord
kan worden gegeven.
De meeste hormonen zijn in de loop van honderden miljoenen jaren
echter nauwelijks veranderd. Ik denk dat dat te maken heeft met het feit dat hormonen
in het algemeen hun werk doen in een omgeving die maar weinig verandert.
Ze worden
in hun werk niet steeds geconfronteerd met nieuwe omstandigheden. Eenmaal voor hun
taak berekend, zullen er geen ingrijpende veranderingen in hun samenstelling worden
aangebracht. Onder het motto: never change a winning team.
Als voorbeeld van een
evolutionair stabiel hormoon heeft hij naar het stresshormoon gekeken, althans naar
een eiwit dat het stresshormoon bindt. Dat eiwit bleek er in de karper nagenoeg gelijk
uit te zien als in de mens. Nog sterker. Ook in insecten, als de honingbij, de malariamug
en het fruitvliegje, bleek dit eiwit zeer sterk op dat van de mens te lijken.
Met
andere woorden: Eiwitten die betrokken zijn bij de reactie op stress, zijn in de
loop van de evolutie niet of nauwelijks veranderd. Ze zijn al ontstaan in de tijd
dat de insecten hun opwachting op de aarde maakten, meer dan een miljard jaar geleden.
Stress is dus zo oud als het leven.
H. H.
GEWELD
IS NIET HUISELIJK.
Neem de volgende situatie. Uw kind geeft op straat een grote mond
aan een volwassene met een paraplu onder de arm. De volwassene gaat het kind achterna
en geeft het met de paraplu een paar flinke klappen. Zo flink dat het kind een aantal
blauwe plekken en verwondingen oploopt. Vraag: Hoe noemt u het gedrag van zo'n volwassene
en wat zou u doen? Het antwoord ligt denk ik, voor de hand.
U noemt het gedrag misdadig
en doet aangifte. U doet ook alle mogelijke moeite om ervoor te zorgen dat die volwassene
fors wordt gestraft voor dat gedrag. Maar wat nou als die volwassene uw partner is
en het voorval niet op straat maar in uw huis plaatsvond? Zou u dan hetzelfde oordelen
en handelen? Waarschijnlijk niet. Waarschijnlijk zou u de gebeurtenis voor de buitenwereld
zoveel mogelijk verborgen houden, uit schaamte en uit eigenbelang. Dat is begrijpelijk.
Maar is het ook wijs?
Nemen we een tweede situatie. Stel u loopt met uw twee kinderen
op straat en komt een buurtbewoner tegen waarmee de verhouding niet goed is. U groet
niet. Dat schiet die buurtbewoner in het verkeerde keelgat. U wordt uitgescholden
en er volgt zelfs een handgemeen. De buurman is veel sterker dan u en slaat eerst
u en vervolgens de kinderen zo hard dat u daar alle drie aan bezwijkt. Als hij het
aangerichte slagveld overziet, raakt de buurman zodanig in paniek, dat hij de weg
oprent, voor een aanstormende bus springt en de dood vindt. Hoe, denkt u, zal de
rest van de buurt of het land over dit gedrag oordelen?
Het antwoord ligt, opnieuw,
voor de hand. Ze zullen het misdadig noemen. Sterker nog, ze zullen de man als een
echte misdadiger in hun herinnering bijzetten en uit protest mogelijk een stille
tocht door buurt en stad houden. Maar wat nou als die moorddadige volwassene uw (ex)partner
is die niet op straat maar in huis u en de kinderen ombrengt en daarna zichzelf?
Zal de buurt, zullen andere nabestaanden dan ook zo oordelen en reageren? Zullen
ze de dader-ouder een misdadiger, een crimineel noemen? Of zullen ze hem met een
zekere compassie, een zeker begrip beschouwen?
Begrip in de zin van dat hij wanhopig
moet zijn geweest en volledig de weg kwijt. Zo iemand een misdadiger, een crimineel
noemen, zal de meeste mensen waarschijnlijk te ver gaan. En opnieuw, dat is begrijpelijk.
Maar is het ook wijs?
Een aanzienlijk deel van het geweld dat op straat plaatsvindt,
is gekweekt, is voorbereid in huis.
Kinderen die getuige zijn geweest van fysiek
geweld thuis of zelf direct slachtoffer daarvan, hebben een hoger risico als jongere
en volwassene later zelf geweld te gebruiken. Niet alleen binnenshuis maar ook buitenshuis.
Anders gezegd, huiselijk geweld kweekt misdadigheid, want het is zelf misdadig. Als
burger hebben wij de plicht om als we kennis hebben van een misdaad of de dreiging
daarvan, aangifte te doen.
Wie dat niet doet, of het nu gaat om een vreemde of een
familielid, verzaakt daarmee zijn burgerplicht en brengt zichzelf, eventuele kinderen
en de samenleving in gevaar.
Kortom het is gevaarlijk en onwijs om voor geweld begrip
te hebben en het is onterecht het te verexcuseren. Om die reden moeten we dan ook
van de term ,,huiselijk geweld'' af. Want in die uitdrukking zit als het ware al
een verzachtende omstandigheid ingebouwd. Laten we voortaan spreken van privé-geweld.
Geweld tegen anderen die door de dader als zijn of haar privé-bezit worden beschouwd.
En waarmee de eigenaar, dus mag doen wat ie wil, zelfs mee de dood innemen. Nou,
dat is echt misdadig.
R. D.
VOOR EEUWIG
OPVOEDER.
Als je geen kinderen hebt en ook geen leerkracht bent of zoiets, ben je
dan toch opvoeder?
De meeste mensen zullen denken van niet. Maar dan hebben ze het
mis. Want opvoeder ben je niet, omdat je zelf (klein)kinderen hebt of niet, of omdat
je werkt met kinderen of niet. Opvoeder ben je omdat je als volwassene op deze planeet
rondloopt. Zo simpel is het.
Een voorbeeld. Mijn trein komt ruim een uur te laat
aan op het station, wat betekent dat ik het nog net kan redden om op tijd op de plaats
van bestemming te komen. Tenminste als ik flink doorstap. Op de straat staat het
voetgangers oversteeklicht op rood. Terwijl ik gehaast aan kom lopen, overweeg ik
of ik toch over zal steken. Een groepje voorbijrijdende auto's dwingt me om in ieder
geval even te wachten. Als de laatste auto voorbijrijdt en de volgende nog ver genoeg
weg is, is mijn eerste neiging snel over te steken. Net op dat moment valt mijn oog
op een moeder met twee jonge kinderen aan de overkant. Ze staan netjes te wachten
tot het licht groen wordt. In een flits zie ik mijzelf, volwassen man, ondanks het
rode licht toch oversteken, terwijl moeder en kinderen zich keurig aan de regels
houden. Dat roep op slag een innerlijk conflict op.
Ik wil wel, maar vind ook dat
ik het eigenlijk niet kan maken. Gelukkig springt het licht op het moment van die
gedachte op groen.
Terwijl ik nu reglementair oversteek, bedenk ik dat ik een slecht
voorbeeld aan die kinderen zou hebben gegeven als ik gewoon door het rode licht zou
zijn overgestoken. Ik stel me zo voor dat ook de moeder me dat niet in dank zou hebben
afgenomen. Want terwijl zij aan de ene kant haar kinderen aan het opvoeden is, dat
je voor rood moet wachten, is er aan de andere kant iemand die dat precies voor hun
ogen doodgemoedereerd aan zijn laars lapt. Grote kans dat die kinderen met zulke
voorbeelden voor ogen, dat vroeger of later ook aan hun laarzen zullen lappen, zeker
als hun moeder er niet bij is.
Het is dan dat ik me realiseer dat ik als willekeurige
volwassene ten opzichte van willekeurige kinderen die ik op mijn levensweg tegenkom,
altijd ook een opvoedkundige of voorbeeldrol heb. Of ik nu wil of niet. En daarmee,
als lid van de samenleving, ook een verantwoordelijkheid.
Hoe ik me gedraag in de
publieke ruimte of in het openbaar vervoer, is van invloed op hoe kinderen en jongeren,
en overigens ook andere volwassenen, zich daar gedragen, of kan dat zijn. Terwijl
ik de deuren van het gebouw waar ik wezen moet openduw, vraag ik me af, of ik me
die verantwoordelijkheid voldoende bewust ben. Het eerlijke antwoord is, dat ik daar
dikwijls niet bij stil sta.
Dat is een beetje lastig om toe te geven. Want ik wil
graag een verantwoordelijke, goede burger zijn. Terwijl ik me naar binnen begeef,
waar ik moet zijn, schieten me opeens tal van situaties te binnen waarin volwassen
burgers hun voorbeeld verantwoordelijkheid met de voeten treden. Zoals op veel te
hoge snelheid met de auto door de straat jakkeren. Niet zo gek als de kinderen die
straks jongeren zijn en net hun rijbewijs hebben, dat ook doen. Of zoals een onbeschofte
of hufterige reactie geven als je terecht door iemand wordt aangesproken op iets
wat je niet hoort te doen. ,,We have to be the change we wish to see'', zei Mahatma
Gandhi ooit. Anders gezegd, het opvoeden van anderen is vooral ook een kwestie van
jezelf opvoeden.
R. D.