CONTACT MET JOZEF RULOF LEZERS.
,,God gaf ons de genade om een eigen persoonlijkheid te zijn; een Goddelijke genade, die elk mens ontvangt Doch wij moeten er voor waken, dat wij niet ten onder gaan. God gaf ons verstand. En dient dit verstand tot het kweken van ons eigen ik? Dient het tot vorming van een aureool van eigenliefde en egoïsme? Is het niet de ondergang van onszelf? Zegt het ons niet, dat wij het leven niet begrijpen en ons te veel op de voorgrond plaatsen. Willen wij niet de persoon zijn, waar alles om draait, waardoor wij ons evenwicht verliezen? Naar gelang onze ervaringen zijn, zullen we ons naar de waarheid terugvoeren.

Daardoor leren wij onszelf kennen. Zoudt u mij niet willen toegeven, dat God dit verstand heeft gegeven met andere doeleinden? Wij zeggen zo heel vaak: mens, gebruik je verstand! En dit verstand dient om ons te verbinden met God. God bedoelt daar dan mee: Mens, maak gebruik van de goddelijke gave, die gij hebt ontvangen om uw weg naar het licht te zoeken, naar Zijn heilig land van eeuwige liefde. God gaf ons het denkend intellect en plaatste ons boven het dier om voor anderen iets te zijn. Maar is ons verhoogd gevoel niet het ongeluk voor onszelf?

Mens, voel uw Goddelijke genade en leef door het leven. Gebruik uw verstand niet voor uzelf, doch voel uw eigen toestand aan en handel naar uw hoger inzicht Mens, leef. Ontwaak, vrienden! God gaf u die grote genade, om u op Hem af te stemmen, wat alleen mogelijk is door Zijn heilige kracht, die in ons ligt. Vrienden, verscherp uw verstand voor elkeen, voor alles wat leeft, tracht u boven het dier te verheffen. Behoud uw verstand niet voor uw persoonlijk egoïsme, maar word altruïsten der mensheid, om het leven te dienen...''
Meester Alcar in ,,Een blik in het Hiernamaals''.

Straks zal ik, samen met anderen, in het huis van een echtpaar liefdevol worden ontvangen die, net als ik, gegrepen zijn door de boeken van Jozef Rulof, en waar deze avond een contactbijeenkomst zal plaatsvinden. Een ongekende, verwachtingsvolle en warme vreugde maakt zich wederom van mij meester bij het vooruitzicht hen allen weer te zien. Een warmte en vreugde, een dankbaarheid zelfs, die de maatschappij helaas niet kent, die mijn familie niet kent, en die zelfs een deel van mijn intiemste vrienden niet kent.

Deze warme en diepe vreugde is mij en de andere deelnemers van de contactgroep echter niet zomaar in de schoot geworpen. Deze hebben we met z'n allen moeten verdienen. Immers, innerlijke en persoonlijke harmonie verwerven is reeds een titanenklus. Geestelijke harmonie verkrijgen in een groep van uiteenlopende mensen lijkt echter op het ,,verzoeken van de Goden''. En toch, de inhoud van de boeken, de opgedane ervaringen en ons eigen stuwend verlangen werkte voor ons steeds als een groot vuur in de nacht, een lichtbaken, die ons fragiele bootje met een uiterst kostbare lading op koers hield. Menige klif werd zo omzeild, menige storm werd moedig doorstaan. En zowaar, ons bootje hield stand, weliswaar gehavend, maar bereikte tenslotte toch de veilige havenwaar het kon worden opgeknapt en klaargemaakt voor weer een nieuwe reis...

Maar laat ik u meenemen naar een avond waarop wij elkaar ontmoeten. Wij allen hebben ons reeds innerlijk voorbereid, en de sfeer en de ambiance waarin we bij de gastvrouwen gastheer worden onthaald brengt ons onmiddellijk in een andere realiteit. Een realiteit die als een warme deken om ons heen wordt gelegd, waardoor wij ons dichter bij het leven van God wanen. Dit in tegenstelling tot het begin van de vorming van onze contactgroep, vervuld als wij waren met (te) hoge verwachtingen. De goedheid, de liefde, en de machtige openbaringen van de teksten uit de boeken zouden ons wel snel in een grote gezamenlijke harmonie brengen, zo dachten wij.

Tenslotte wilden wij allen hetzelfde: Gevoelens van eenstemmigheid, begrip en liefde met elkaar ervaren. Maar wij kwamen al heel snel van een koude kermis thuis. Tot onze schrik ontdekten wij, dat wij het één en ander nog niet echt aanvoelden en begrepen. Want wat bleek, al snel ontstond er een wanverhouding tussen onze woorden en onze daden... Onze woorden waren nog niet beproefd, doch daar kwam snel  verandering in. Tenslotte was iedereen vanuit de ,,veilige'' privésfeer in een groep gestapt, en ieder lid van de groep fungeerde onmiddellijk als een spiegel voor de ander. Niet eerder werden wij op deze wijze met onszelf geconfronteerd. Maar daardoor leerden wij, door vallen en opstaan, onszelf en, bovenal, onze eigen tekortkomingen kennen.

Ondanks de aanvaringen die in het begin plaatsvonden tussen de uiteenlopende persoonlijkheden, behield iedereen in zijn hart toch het vermogen om te blijven streven naar het ideaal van geestelijke liefde voor elkaar, zoals ons dat vanuit de boeken wordt voorgehouden. Wij bemerkten dat ons denken in deze nieuwe situatie echter nog heel wat te leren had. Want onze gedachten, in tegenstelling tot onze hoogstaande verlangens, waren vol met andere dingen. Dingen die heel vaak alleen onszelf blijkbaar aangingen, zonder dat er echt rekening met de ander werd gehouden. Dingen die nogal eens afbrekend waren, in plaats van opbouwend.

Dingen die pijn veroorzaakten... Pijn bij de ander omdat we, als het puntje bij paaltje kwam, ieder voor onszelf zonodig in mindere of meerdere mate gelijk wilde hebben en daarmee alle aandacht op zichzelf gevestigd zag. Er was blijkbaar iets mis met onze eigenwaarde en emotionele stabiliteit... Boekenkennis alleen was dus niet voldoende. De tijd was aangebroken om deze kennis te toetsen in de praktijk.
Gelijk (willen) hebben, of denken dat men het weet, over een besproken kwestie uit de boeken kan koud, hard en onpersoonlijk bij de ander overkomen, zelfs als we het eens bij het rechte eind zouden kunnen hebben. Soms hadden de Farizeeën gelijk als zij de wetten van Mozes citeerden ten overstaan van de Christus.

Gelijk naar de letter wellicht, doch de woorden die zij altijd maar weer uit de boeken citeerden bezaten geen compassie, geen werkelijk begrip, geen  liefde. Hun letter was dood, omdat zij innerlijk dood waren, omdat zij niet konden voelen, omdat zij zichzelf niet voelden en kenden. Omdat zij de geestelijke realiteit benaderden met een star denken en vanuit een onbuigzame wil.

En juist als men het over geestelijke onderwerpen heeft, en er vaak ongewild te fanatiek mee omgaat (omdat deze verheven materie nu eenmaal snel met je aan de haal kan gaan), kan dit een venijn, een ongeduld en gedrevenheid in de mens oproepen die hem opdringerig en onnatuurlijk laat overkomen bij de ander. Het ,,niet verlichte'' intellect en de sterke, op zichzelf gerichte en onduidelijke verlangens overheersen dan het eigen toch wel verkrampte en ingesnoerde gevoel, waarvan de afstemming niet zuiver meer is...

De andere, aangesproken mens voelt en herkent dit onmiddellijk, helemaal omdat het over geestelijke onderwerpen gaat. De verheven boodschap die deze mens aan de ander wil overbrengen is dan in strijd met zijn eigen bewustzijn en innerlijk leven. En dus valt hij ten overstaan van de gehele groep meteen door de mand. Alhoewel dit vaak niet meteen zichtbaar werd, want ,,het spirituele ego'' of het spirituele masker is ongelooflijk sluw...

Zo leerden wij om elkaar niet meer meteen te geestdriftig te bestoken met filosofische en technische krachttoeren of té emotioneel geladen projecties omtrent onderwerpen vanuit de boeken. Maar wij leerden om de teksten uit de boeken te voelen, om vervolgens dat gevoel over te brengen naar onze gedachten en alvorens meteen alles te willen spuien, eerst dicht bij zichzelf te blijven.

Want soms kon een gevoel en een gedachte namelijk heel persoonlijk zijn en een eigen unieke waarde voor iemand vertegenwoordigen. Als dit werd uitgesproken, dan werd dit gerespecteerd, ook al was het misschien in strijd met gevoelens en gedachten van de anderen of met de context van de tekst uit een boek. Dit leerde ons dat niemand universeel is in de waarheid, en dit voorlopig ook niet kan zijn, doch dat wij alleen voorwaarts konden gaan door elkaar te accepteren en te steunen.

Het gevolg hiervan was dat ons gevoel, onze woorden, en onze handelingen zuiverder werden, waar- door wij gezamenlijk in staat waren om dieper in de materie door te dringen. In eerste instantie werd ons denken dus op deze wijze geïnstrueerd en opgevoed, om vervolgens zijn lichtend werk te kunnen doen op de nieuwe stappen die moesten worden genomen. Dit was voor ons allen in de groep een fundamentele waarheid geworden.

De geestelijke saamhorigheid bleef hierdoor niet alleen gewaarborgd, maar kon tevens stap voor stap verder ontluiken. Daardoor konden wij van de langzaam groeiende liefde die ontstond in ons midden, meer en meer Ieren en genieten. En dit ervaarden wij als een wonderbaarlijk iets, omdat wij allen zoiets nog niet eerder in ons leven hadden meegemaakt.
Ons denken kreeg in dit verband dus een dienende functie, in tegenstelling tot het wereldse en maatschappelijke denken, welke overwegend heersend, berekenend en sluw is. Wij hebben moeten leren dat gedachten krachten zijn.

Het intellect is in staat tot grootse creaties in opbouwende zin, mits het kennis heeft van én in harmonie blijft met de Goddelijke wetten, anders worden zijn creaties destructief. Het gevoel, het hart werkt in de schoot van de saamhorigheid, het is sociaal, het verzoent, voegt samen, is intuïtief en is in staat om alle tegenstellingen te verenigen, mits het de liefde kent en het als bron van leven wil blijven aanvaarden, anders dient alles alleen tot eigenbelang. Indien het denken dit begrijpt en zich dienstbaar en positief wil opstellen, is er sprake van een nieuwe situatie, waarin het denken in verbinding komt met wijsheid en er aldus op een gepaste wijze kan worden gehandeld.

En de wijsheid leerde ons steeds meer om op pet juiste moment het juiste te zeggen of juist te zwijgen. Want de stilte is vaak universeler in uitdrukking en beleving en het laat de ander vrij en in zijn of haar waarde. Commentaar en discussie konden de weegschaal van Tahoeti*) doorstaan en een ieder bewaarde de opgedane indrukken veelal als een schat, opdat innerlijke, emotionele versnippering van gevoel en energie zoveel mogelijk werd vermeden. Iedereen werd gehoord en wist hóe te moeten spreken.

Bij deze samenkomsten speelt muziek een belang rijke rol, omdat muziek ons leert wat harmonie is en opdat ons denken daardoor zichzelf niet snel zou verlagen. Zo werden onze bijeenkomsten, na ons meer en meer te hebben ontdaan van innerlijke ,,doornenstruiken'' en ,,giftige insecten'', leerzamer, warmer, toleranter en liefdevoller. Dit gezamenlijk werk kostte ons jaren van serieus werk, een werk dat niemand had willen missen, en waarbij wij allen dichter tot onszelf en tot elkaar zijn gekomen, en daardoor dichter bij de kern van de boeken van Jozef Rulof.

Meester Alcar zegt verder:
Maar hoe meer gij u oefent en uw verstand leert gebruiken, des te meer zal uw gevoel ontwikkelen, wat voor u geluk zal zijn en licht zal betekenen. Mens, gebruik uw verstand, om uw gevoel in de geest te ontwikkelen....
N. N. 
 
 
                            ZONDER RIJBEWIJS KOM JE DE HEMEL NIET IN!
Ik kan me eerlijk gezegd het uiterlijk van die goede man niet eens meer voor de geest halen. Maar ja wat wil je, ik schrijf nu over een ontmoeting in 1953. Alleen diens ogen herinner ik me nog als de dag van gisteren. Hij had van die stralende, ik zou bijna zeggen lieve ogen... Jozef was nauwelijks een jaar geleden, geheel onverwachts overgegaan.

En op dat moment had ik van het bestaan van die man waar ik het net over had niet eens gehoord. Het laatste gesprek met Jozef zal mij trouwens om meer dan één reden altijd bij blijven. Ik vertelde hem toen dat ik op het punt stond om met mijn vrouw en zoontje naar mijn geboorteland Amerika te emigreren. Ik had mijn baan bij de krant waarvoor ik werkte al opgezegd, de overtocht op de ,,Statendam'' geboekt en vrijwel al mijn hebben en houden intussen bij stukjes en beetjes verkocht of weggegeven.

Jozef keek mij toen, tegen zijn gewoonte in, langere tijd doordringend aan. Hij deed dit vrijwel bij niemand. ,,Ik zie dan teveel en met die kennis wil ik mij niet belasten'' luidde zijn verklaring toen iemand hem eens hierover aansprak, want je kreeg bij Jozef vaak het gevoel dat hij je niet eens zag stáán... Maar deze keer week hij van zijn gewoonte af.

,,Zo zo... ga jij naar Amerika?''
Ik kreeg bij deze, voor mijn gevoel merkwaardig gerekte zin, een raar gevoel in mijn maagstreek maar dacht er toen verder niet over na. Een warme handdruk was het laatste wat ik mij nog van deze helaas laatste ontmoeting met Jozef, kort voor diens dood op Aarde herinner.

En nauwelijks een jaar hierna ontmoette ik deze man met die stralende ogen. Maar niet in Fort Worth in Texas waar ik feitelijk op dat moment met mijn gezin had moeten zitten maar in m'n eentje in Davos in Zwitserland; om precies te zijn: In het Nederlands sanatorium!
Tijdens de vereiste medische keuring om tot Amerika te worden toegelaten toonden röntgenfoto's aan dat mijn longen waren aangetast.

Een gevolg van mijn ruim vierjarig verblijf in Hitler's concentratiekampen. Pas nadat ik genezen zou zijn verklaard zou ik mijn emigratieplannen mogen verwezenlijken maar ook dát is allemaal heel anders verlopen. Ik vraag mij nog steeds af wat Jozef tijdens die paar seconden oogcontact heeft waargenomen! In Davos kreeg ik het gebruikelijke vragenformulier onder mijn neus geschoven. Daarin werd onder meer geïnformeerd naar mijn godsdienst. Voordat ik het goed besefte had ik ,,vrijdenker'' ingevuld. Dan laten ze je tenminste met rust, zo dacht ik. En enkele dagen hierna stond ineens die meneer met die bijzondere ogen aan mijn bed... Het bleek een dominee te zijn. Overigens een bijzonder innemende man. Na een kort onderhoud viel ik al door de mand.

U lijkt mij alles behalve een vrijdenker te zijn. U hebt alleen vrije opvattingen over het geloof, of vergis ik mij daarin?
,,Neen,'' luidde mijn antwoord. U hebt dit goed aangevoeld. Ik heb het woord ,,vrijdenker'' alleen gebruikt om dat ik eerlijk gezegd geen zin had om klerikaal bezoek aan mijn bed te krijgen want daar staat mijn hoofd op dit moment helemáál niet naar...u zult dit hopelijk niet als een onbeleefdheid tegenover u persoonlijk opvatten?
Dominee X, zo zal ik hem maar noemen, keek mij vriendelijk  glimlachend aan. Zijn glimlach had op mij een effect alsof de zon door de wolken heen brak en ik kreeg het gevoel dat ik onder andere omstandigheden dolgraag met deze man bevriend zou willen zijn.

Vanzelfsprekend begrijp ik uw beweegreden en ik zal deze dan ook zeker respecteren en u niet lastig val1en. Maar als u zich ooit wat verlaten voelt - en dat komt hier vaak voor - en u hebt gewoon zin in een babbeltje, niet over geloofskwesties dat beloof ik, zei hij en voegde met een ondeugende knipoog hieraan toe tenzij u dit ZELF zou willen, dan sta ik te allen tijde te uwer beschikking. Ik houd hier elke zondagmorgen een korte dienst voor de patiënten. Als u zich ooit verveelt of u wilt er gewoon 'n keer uit, bent u van harte welkom.
Dominee X keek me nog even onderzoekend aan. Ik zag uit uw stukken dat u journalist bent. Een interessant beroep!

Kan er mee door luidde mijn bewust kort gehouden antwoord. Welnu, vervelen zou ik me hier beslist niet. Voor mijn vertrek uit Nederland had ik een behoorlijk aantal artikelen bij ,,De Europese Heraut'' in Heemstede achtergelaten en ik was van plan ook hier met schrijven door te gaan onder mijn schuilnaam Sinclair Weston. Samen met Marja Radjani en B.v.Baden (alias Paul Schreiber) zou ik kopij leveren voor de Heraut. En dat deze krant hier door de patiënten zou worden gelezen, daar zou ik persoonlijk zorg voor dragen!

Al enkele weken na mijn onderhoud met dominee X arriveerde de eerste Heraut in het sanatorium die in no time van zaal tot zaal ging circuleren. Als ik hieraan terugdenk dan beleef ik opnieuw dat kostelijke gevoel dat mij overkwam toen ik de allereerste Heraut aan mijn medepatiënt overhandigde met de provocerende woorden: Moet je nou eens lezen wat hier allemaal voor onzin instaat...  Ik wilde aldus discussies onder de patiënten uitlokken in de hoop dat er tenminste één onder zou zijn die tegen mijn afbrekend commentaar in zou gaan.
En jawel hoor, mijn tactiek werkte. Op een goede dag stormde een klein broodmager kereltje met een gebogen rug en een rood hoofd mijn kamer binnen die als een gek tegen me tekeer ging omdat ik artikelen stond af te kraken waar ik kennelijk geen barst van snapte!
Dat kereltje, ik schatte hem niet ouder dan 24 jaar, bezat het juiste gevoel voor de leer en kon ook akelig logisch denken. Hij stelde zich voor als IJsbrand. Ik liet mij dan ook na bepaalde tijd ,,hard tegenstribbelen,, door IJsbrand ,,omturnen'' .

Nu waren er twee actieve krachten in het sanatorium die aan het werk gingen. Niemand zou ooit op de gedachte komen dat Sinclair Weston zelf in hun midden actief was en zelfs hiervandaan artikelen aan het schrijven was voor de Heraut. Zo nu en dan viel ik eigen of andere artikelen aan om nieuwe - veelal verhitte - discussies uit te lokken. Dit was een onvergetelijke tijd die ik voor geen goud had willen missen. En het leverde nog resultaat op ook! Vaak leverde in het sanatorium de Heraut het gesprek van de dag! En de omschakeling naar de boeken van Jozef Rulof, die ik ,,toevallig'' bij me had was de volgende stap!

Vooral IJsbrand, die al lopend patiënt was, bezocht zaal na zaal en stond als een bezield - zij het niet bepaald pedagogisch begiftigd leraar voor zijn klas zijn ,,discipelen'' te prijzen of de patiënten die ongevoelig voor zijn betoog bleken voor stomme hufters uit te maken. Ik deed vergeefse pogingen om hem erop te wijzen dat deze materie met gevoel en niet met een knuppel moest worden gedoceerd maar ving bot.
Ik ken die lui langer en beter dan jij, luidde zijn repliek. Het lange liggen hier heeft hun hersens verweekt en de enige manier om nog iets in de koppen van die gasten te krijgen is om ze een flinke astrale dreun tegen hun apathische harsens te verkopen! Overigens begrijp ik niet waar jij over zeurt want jij snapte er in het begin ook geen ene moer van voordat IK je onderhanden nam of ben je dat al weer vergeten?'

Ik stond met mijn mond vol tanden. Achteraf gezien was mijn tactiek kennelijk toch niet zo bijster slim geweest! Tja, in zo'n kleine gemeenschap als die van het Nederlands sanatorium konden deze activiteiten natuurlijk niet onopgemerkt blijven: Op een goede dag stond dan ook dominee X naast mijn bed. En onder zijn arm hield hij een Europese Heraut geklemd met een aan mij geadresseerde wikkel eromheen. Na een hartelijke begroeting en na belangstellend te hebben geïnformeerd hoe het met mijn gezondheid ging haalde hij de Heraut onder zijn arm vandaan.
U bent geabonneerd op dit blad?

Jawel, antwoordde ik geforceerd opgewekt. De artikelen hierin vormen hier vaak het gesprek van de dag! U  hebt er mij indertijd op gewezen dat je je hier vaak heel eenzaam, kunt voelen en deze krant brengt tenminste heel wat leven in de brouwerij!
Maar wellicht een verkeerd soort leven?
Dat betwijfel ik sterk, dominee. Ik en met mij vele medepatiënten gaan hoe langer hoe meer naar de Heraut uitzien! Hebt u het blad eigenlijk zelf wel onbevooroordeeld gelezen?
De dominee keek mij glimlachend aan.

Wis en waarachtig wel en gelooft u mij: Er is niets nieuws onder de zon. Ik heb tijdens mijn studie soortgelijke vertelsels tezamen met honderden andere moeten lezen en ik wil er best met u eens over babbelen als u daar zin in hebt. Waarom komt u niet eens zondagmorgen mijn dienst bijwonen. Geheel vrijblijvend uiteraard! Wie weet zal het u meevallen, zei hij vriendelijk glimlachend en voegde hieraan toe: En na afloop kunt u bij mij gezellig een kopje koffie komen drinken en kunnen wij over die Europese Heraut van gedachten wisselen.
O.K., zei ik. Volgende zondagmorgen ben ik van de partij!

Ik had op dat moment weinig kopij in portefeuille en kon best wat inspiratie gebruiken. Wie weet zou ik tijdens de dienst of tijdens het onderhoud met die dominee iets te horen krijgen wat voor een artikel in de Heraut kon dienen. Ook had ik intussen gehoord dat deze dominee Doctor in de theologie was. En dat was voor mij op zich al een uitdaging. Jozef had eens in een overmoedige bui tegen zijn adepten gezegd:

Ik zal professoren van jullie maken. Nou dat is hem zover mij bekend nooit gelukt want elke confrontatie, tenminste met Jozef zelf, eindigde altijd in een voor ons verpletterende nederlaag. Overigens was dat de enige voorspelling van Jozef die niet is uitgekomen! Maar om degens te kruisen met een theoloog was een kans die ik niet onbenut wilde laten...
Het kleine pittoreske kapelletje puilde uit van de patiënten. De meesten gezeten op smalle houten bankjes en enkelen geheel achterin in hun eigen bed op wielen. De dominee stond achter een ruwhouten kansel geduldig te wachten totdat het geroezemoes was verstomd en verwelkomde met warme stem zijn kudde.

Ik moet toegeven dat de hedendaagse wijze waarmee hij met het geloof omging mij alleszins beviel. Er was  geen sprake van gepreek of hoogdravende gewichtigdoenerij. Ook dogma's werden vermeden. Hij behandelde doodgewone onderwerpen, hield zich soms bezig met het ziekteproces van een patiënt of stond stil bij het overlijden van een patiënt. Uiteraard besprak hij ook gebeurtenissen uit het leven van Jezus, maar ook dat deed hij op een wijze die vrijwel iedereen moest boeien. De eerste indruk die ik van hem had gekregen bleek de juiste te zijn. Het was een man die zeer veel warmte uitstraalde en liefde en begrip had voor zijn medemens.
Ik stelde mij voor dat ,,Priester X'' die Józef beschreef in zijn boek

,,Zij die terugkeerden uit de dood'' ook iemand zoals deze dominee geweest moest zijn. Een mens die al op Aarde afstemming had op de derde lichtsfeer! Eens, zo vertelde onze dominee, heb ook ik aan het bestaan van God getwijfeld! Dat gebeurde een aantal jaren geleden. Ik was op die dag in mijn studeerkamer bezig de preek voor de volgende zondagmorgen voor te bereiden. Toen ik door de grote openslaande deuren plotseling mijn tuin inkeek zag ik mijn vijfjarig dochtertje achterover van de schommel vallen. Haar nekje bleek gebroken...
Toen hij ons over dit verschrikkelijk voorval vertelde zag ik dat zijn ogen vochtig waren.
Ondanks mijn gevoelens van medelijden flitste het door me heen: Nu ga je in de fout! Als dit het dochtertje van je buurman was overkomen dan was die twijfel in God niet bij je opgekomen!

Kort hierna zaten de dominee en ik tegenover elkaar in diens kleine maar sfeervolle huiskamer. De huishoudster had ons zojuist koffie ingeschonken en ik zag dat in de asbak op het kleine tafeltje naast zijn stoel nog een half opgerookte sigaar lag. De dominee volgde mijn blik.
Ja ik bezondig me wel eens aan een sigaartje zei hij, maar ik zal nu niet roken want dat zou een slecht voorbeeld geven. En het is beter dat u niet aan rook wordt blootgesteld !
Ik kon een grijns niet onderdrukken. U moest eens weten wat er allemaal afgerookt wordt onder de patiënten.
De dominee keek mij ernstig aan.

Dacht u dat de heren doktoren en verpleegsters hier geen weet van hebben? Maar u snapt zeker wel dat u van MIJ geen rookgerei krijgt!
Hoe beviel u overigens deze ochtend?, schakelde hij diplomatiek op een neutraler onderwerp over. Verbaasde het u niet toen u hoorde dat ook een dominee van zijn geloof af kan vallen?
Wat u hebt meegemaakt, lijkt mij het ergste wat een ouder kan overkomen. Uw reactie op dat moment was gewoon puur menselijk, luidde mijn antwoord. I

k had vrijwel ogenblikkelijk na mijn spontane innerlijke kritiek besloten om deze reine ziel niet te kwetsen met een botte of ongevoelige opmerking.
Zullen we dan gaan praten over de, hoe heet ie ook weer, de Europese Heraut?
Heel graag. Ik ben uiterst benieuwd hoe een Doctor in de theologie hierover oordeelt en of er misschien toch geen dingen in staan die u bevallen... Dit was van mijn kant bewuste provocatie. De reactie liet dan ook niet op zich wachten.

De dominee keek mij welwillend aan. Weer voelde ik die warme uitstraling van deze man. Waren alle mensen maar zo, dacht ik bij mezelf, dan leefde je op Aarde al in het paradijs!
Dat is gauw verteld, gromde hij. Mij bevalt hoegenaamd NIETS aan dat blad.
Alle mogelijke Oosterse mystiek en reïncarnatie bijgeloof is hier door elkaar gehutseld samen met moderne Westerse filosofieën zoals die van Rudolf Steiner en Henri Bergson. Ook spiritisme, kennelijk afkomstig uit de koker van Blavatsky, proef ik hierin.

En het geheel heeft men tenslotte geënt op hypothesen gebaseerd op de evolutietheorie van Darwin. Maar het allerergste vind ik nog dat de naam van Christus wordt misbruikt om deze geestelijke hutspot aan de man te brengen en de lezer zodoende ernstig te misleiden!
Tegenover mij zat wel iemand die zich niet gemakkelijk van zijn stuk zou laten brengen. Maar dat was ik zelf ook niet van plan!
Op welke wijze wordt de naam van Jezus misbruikt, dominee?

Op de allereerste plaats door spiritisme te verbinden met Zijn Heilig leven... Pardon, dominee. Geen spiritisme maar spiritualisme! Jezus heeft door Zijn engelen deze boodschappen aan de aardse mens doorgegeven en de laatste schakel, namelijk die op Aarde, moest uiteraard een aards mens zijn. In wezen is dit indertijd ook met de Bijbel zo gegaan al veronderstelt de kerk dat die ontvangen boodschappen allen van God afkomstig waren.
En u denkt dat dit niet zo was?

Jezus kennelijk evenmin want Hij heeft de wrede en wraakzuchtige God van het Oude Testament vervangen door een God van Liefde.
De dominee leek even in gedachten.
Ik maakte gebruik van deze pauze en vroeg: Hebt u ooit van Jozef Rulof gehoord, dominee?
Neen, nooit, wie is dat?
Dat was de laatste schakel op Aarde. Een landgenoot van ons die vorig jaar is overleden. Hij was het medium voor de ,,Eeuw van Christus''.
De dominee keek mij met opgetrokken wenkbrauwen aan. Ik vrees dat ik hierover nooit iets heb vernomen. Maar gaat u alstublieft verder.

,,De Eeuw van Christus'' is tijdens de laatste wereldoorlog ingegaan, toen de mensheid voor het eerst in haar bestaan in meerderheid voor het Goede had gekozen. Eerder wilde Jezus dit tijdperk niet laten ingaan. Eerst moest deze verschrikkelijke oorlog worden uitgevochten. Eerst moest de beslissing vallen. Deze wereldoorlog was de ultieme confrontatie tussen Goed en Kwaad, tussen Licht en Duisternis. Iedereen op Aarde maar tevens aan Gene Zijde was hierbij betrokken. Ieder wezen zou kleur moeten bekennen en niemand kon aan de kant blijven staan. De hellen stroomden leeg om de demonische leiders op Aarde te leiden en te inspireren in hun vernietigende taak.

Maar ook de Engelen mengden zich in deze strijd en leidden en ondersteunden de aardse leiders die zich voor het Goede openstelden. Daarom was deze oorlog van kosmische betekenis. In deze beslissende strijd heeft het Goede uiteindelijk overwonnen en het kwaad definitief teruggedrongen. Het kwaad heeft niet langer de opperhand. Het is weliswaar nog steeds actief en er zullen nog vele oorlogen volgen voordat het van de aardbodem zal zijn verdwenen maar het zal nooit meer de macht in handen krijgen om een nieuwe wereldbrand te ontketenen.

De Eeuw van Christus staat hier borg voor. En u gelooft dat Christus en Zijn Engelen zich met deze afbraak hebben bemoeid?
Dat was onvermijdelijk. Christus en Zijn engelen konden niet toelaten dat de Aarde aan demonen zou worden overgeleverd; dat alle hogere verworvenheden die het mensdom zich door de eeuwen heen moeizaam had eigengemaakt teniet zouden worden gedaan. Zelfs Hitler en Stalin hebben toegegeven dat zij zich, zoals zij dit noemden, door de ,,voorzienigheid'' hebben laten leiden en ook Churchill consulteerde en gehoorzaamde zijn innerlijke raadgever.

Dus waren deze leiders allen mediamiek? Zij waren te bereiken, Ja.
En bezat Jozef Rulof eveneens deze mediamieke gaven? Inderdaad. Maar diens spirituele gaven vielen onder een geheel andere orde en zijn op geen enkele wijze hiermee te vergelijken. Door zijn bijzondere spirituele eigenschappen en zuiverheid kon hij Gene Zijde dienen en kon als instrument worden gebruikt om de hemelse boodschappen die door de Universiteit van Christus werden doorgegeven voor de mensheid vast leggen. Meer dan 20 boeken werden via Jozef Rulof door engelen vanuit het hiernamaals in opdracht van Jezus aan de mensheid geschonken.

En de ,,Europese Heraut'' vertolkt de mening van Jezus en Diens Engelen?
De artikelen in dit blad zijn gebaseerd op de geestelijke wetenschap. Ja.
Waarom is Christus zelf niet op Aarde afgedaald om ons deze Geestelijke Wetenschap te brengen?
Om opnieuw te worden verguisd of vermoord? Maar ik begrijp nog steeds niet wat voor nut het voor de mens op Aarde heeft om te weten hoe alles in het hiernamaals in elkaar steekt. Wij mensen moeten niet trachten de mystiek van God en Diens schepping te begrijpen. Daar zijn wij niet toe in staat. Dat merken wij wel als het zover is. Bovendien wordt hij door die kennis een beter of gelukkiger mens?

Deze boeken, dominee, hebben ontzagwekkend veel nut anders hadden wij deze niet ontvangen. Zij helpen de mens om zijn leven en lot te begrijpen en te dragen en wijzen hem zonder omwegen de weg naar God. Zij leren hem vele fouten te vermijden en besparen hem veel leed. Zij ontnemen hem de angst voor het sterven en bewijzen hem dat er geen dood is maar alleen eeuwig leven. Dat er geen brandende hellen bestaan waarin hij eeuwig zou moeten lijden maar dat voor elk en ieder mens een glorieuze toekomst is weggelegd. Dat er geen God is Die straft en veroordeelt maar dat er slechts een God van Liefde is.

Ik pauzeerde even en vervolgde: En deze geestelijke steun kunt u de mensen van uw gemeente nu niet bieden, al bent u nog zo'n hoogstaand mens, omdat u hier zelf nog geen kennis van bezit en nog teveel verstrikt bent in de dogma's van uw kerk! Mede hierdoor zullen deze in deze eeuw leeglopen want de mens wil een antwoord hebben op zijn vele vragen en niet worden afgescheept met drogredenen zoals ,,De weg des Heren is ondoorgrondelijk''. Gods wegen zijn allerminst ondoorgrondelijk. Er zijn antwoorden, concrete antwoorden, overal op. En hier heeft de mens in de Eeuw van Christus recht op!

Maar wordt hij daardoor een beter en gelukkiger mens? Daar heb ik nog steeds geen antwoord op gekregen!
Als deze geen lering trekt uit de geestelijke wetenschap en door blijft gaan met zijn oude leventje natuurlijk niet. Een beter mens word je niet door boeken te lezen of in de kerk te blijven zitten.
De dominee keek mij onderzoekend aan. Voelt u zich een beter en gelukkiger mens geworden door deze Geestelijke Wetenschap? Ik voel mij wel heel erg gesterkt door deze wetenschap omdat ik al mijn twijfels ben kwijtgeraakt.

Ik begrijp en accepteer nu tegenslagen en ben niet langer in opstand met God. Bovendien heb ik geen angst meer voor de dood omdat ik weet dat ook mij een glorieuze toekomst wacht..
Mijn gastheer keek mij glimlachend aan. U ontwijkt nog steeds mijn vraag. Voelt u zich hierdoor een beter en gelukkiger mens?
Welnu, dan krijgt u hierbij mijn antwoord: Niet beter of gelukkiger dan de gemiddelde  kerkganger. En hoe komt dat, denkt u?

Dat komt omdat ik nog steeds volop bezig ben mijn vele tekortkomingen te overwinnen. En dat gaat niet van de ene dag op de andere. Dat kost tijd en daar moet je heel veel moeite voor doen. Dat geldt overigens voor ieder mens, dus ook voor iedere kerkganger. Het leven bestaat uit vallen en opstaan. Maar het allerbelangrijkste dat de ,,Eeuw van Christus'' en als gevolg daarvan de geestelijke wetenschap voor mij heeft gedaan is om mij een basis voor het leven te verschaffen waar ik niet meer buiten zou kunnen.

Het zou voor mij gewoon ondenkbaar zijn om zonder deze basis verder te leven. Ik weet ook zeker dat vrijwel alle mensen die door deze geestelijke wetenschap zijn aangeraakt er precies zo over denken. Deze Goddelijke wijsheid is een deel van ons zelf  geworden waar wij nooit meer buiten zullen kunnen. Wij kunnen hier nooit meer omheen. Of wij nu mede hierdoor heiligen zijn geworden of nog steeds dezelfde ellendelingen zijn gebleven als voorheen doet in wezen niet ter zake. Voor heiligen zijn de boeken trouwens niet geschreven, die hebben ze het minst nodig! Van belang is dat wij beseffen dat wij in een overgangsstadium zitten, in een fase van ontwikkeling, een fase van evolutie en ontwaking, die voor ieder van ons anders is.

Dat hangt onder meer samen met onze vorige levens. Voor de één zal de weg naar het licht kort zijn en voor de ander lang. Wat wij allen wel gemeen hebben is dat wij WETEN hoe de uiteindelijke uitkomst zal zijn. Tijd speelt in de eeuwigheid geen rol.
De dominee keek mij ernstig aan.
Voor u is dit kennelijk niet zo maar een bevlieging. U gelooft werkelijk in wat u zegt!
Met hart en ziel, dominee!

Maar waarom volstaat u niet eenvoudig om tot Jezus te bidden en om het Nieuwe Testament te aanvaarden, zoals miljoenen christenen dit al eeuwenlang doen? Ik vertrouw onvoorwaardelijk op Jezus, net zoals u. Het Nieuwe Testament echter is een andere zaak. Jezus kan nu meer aan de mensheid doorgeven dan tweeduizend jaar geleden en dus is het Nieuwe Testament voor mij een gepasseerd station. U beleeft nu de leegloop van de kerken. En deze leegloop zal door blijven gaan als de kerk het roer niet omgooit en door blijft gaan met dogma's te blijven verkondigen die de mens van deze eeuw niet meer wil en kan accepteren.

Ik betwijfel dit laatste heel sterk! De mensheid zal nooit en te nimmer zonder de kerk kunnen!
En welke kerk zou dit dan moeten zijn, dominee? Er zijn er zoveel! Het Al was al dicht bevolkt zonder dat de mens van een Bijbel of van een kerk zelfs had gehoord. Deze mensen zijn er allen op eigen kracht gekomen. Zij leven nu samen met Jezus in het paradijs. Dit bewijst ons dat er iets anders voor nodig is om het paradijs binnen te kunnen treden...
En wat zou dat ,,iets anders'' dan kunnen zijn? ,,LIEFDE''.
Dominee X keek mij nadenkend aan.

En hoe is het hiermede met u gesteld?
Ik voel mij als iemand die met zijn rijbewijs bezig is.
Voor het theoretische deel heb ik misschien net een voldoende maar voor het praktische deel een dikke onvoldoende.
Dus u bent nog bezig om uw rijbewijs te halen? Ja. Ik bezit inderdaad nog geen rijbewijs. En zonder rijbewijs kom je de hemel niet in! En dus zal ik moeten trachten een mens te worden zoals u, dominee!

Mijn sympathieke gastheer keek mij stomverbaasd aan.
En u hebt mij zojuist verweten dat ik tekort schiet in mijn taak als zielenherder omdat ik de mens die bij mij komt met zijn problemen eigenlijk het bos in stuur!? Dat vind ik met alle respect nog steeds, dominee. Maar u bezit wel die Liefde waar ik het over had. U bezit heel veel liefde voor uw medemens. Wat maakt u zo zeker?
Uw ogen! U hebt lichtjes in uw ogen!

Jozef Rulof heeft eens tijdens een lezing gezegd dat al zou je alle kennis van Gods schepping in je binnenzak hebben en je bezit geen liefde dan leef je in duisternis en bezit je niets. Je bent dan zo arm als een kerkrat! En de mensen die deze liefde wel in zich hadden kon je soms herkennen want - zo drukte Jozef Rulof dit uit - deze hadden ,,lichtjes'' in hun ogen! En die ,,lichtjes'' hebt u ook. Die zijn mij al tijdens onze allereerste kennismaking opgevallen! Dus zullen die ,,lichtjes'' u het rijbewijs verschaffen dat toegang verleent tot de hemel. Meer heeft een mens in feite niet nodig.

Dit is het mooiste dat iemand ooit tegen mij heeft gezegd. Dominee X toonde zich zichtbaar ontroerd. Ik had kennelijk een gevoelige snaar bij hem geraakt. Hij had vochtige ogen. Maakt u zich geen zorgen, zei hij wat schor. U komt er ook, maar blijf vooral aan uw rijbewijs werken! Ik zal mijn best doen, dominee. En mag ik tot slot vragen of ik u op de Europese Heraut mag abonneren? vroeg ik met een grijns. Dominee X barstte in lachen uit. U hebt gevoel voor humor en dat kan ik wel waarderen. Maar in alle ernst: U hebt dingen gezegd die mij wel hebben geraakt en waarover ik graag nog mijn gedachten wil laten gaan. Kom nog een keer langs voordat u naar huis gaat !

In het sanatorium was ik enkele maanden hierna druk bezig van iedereen afscheid te nemen want ik mocht weer naar huis. Mijn longen waren genezen en ik zag er - volgens de doktoren - uit als een goudhaantje. Toen ik tegenover de longarts stond waar ik heel veel contact mee had gehad - hij was zelfs mijn Zwarte Piet geweest toen ik voor Sinterklaas had gespeeld op 6 december - maakte ik nog een geweldige blunder.

Ik vroeg hem namelijk: Mag ik weer roken als ik thuis ben?
Deze vertrok zijn gezicht tot een grimas en kneep zijn ogen half dicht: Moet je eens goed naar me luisteren, knaap, zo begon hij. Als je thuis niet meer rookt dan dat je al die tijd hier hebt gedaan, heb ik er geen bezwaar tegen!

Ik schijn hem stomverbaasd te hebben aangezien. Jullie sufferds beseffen kennelijk niet dat ons balkon boven dat van jullie is gesitueerd en dat rook nu eenmaal omhoog trekt!
Wat een afgang! Ik voelde mij een rund en ik zal hem vermoedelijk ook als een rund hebben aangestaard. Het afscheid met IJsbrand verliep erg hartelijk. Ik gaf hem nog ,,Kringloop der Ziel'' cadeau waarin ik een dichtgeplakte envelop had gestopt met mijn adres en de woorden: Als je weer thuis bent kom me dan opzoeken.

De brief was getekend: SINCLAIR WESTON.
Die envelop mag je pas openen als ik de poort uit ben, beloof je me dat?
Toen ik - volgens de regels van het huis - door alle doktoren, verpleegsters en patiënten die op de balkons stonden werd uitgezwaaid hoorde ik opeens roepen: Gemene Rotzak!
Het zal toch niet waar wezen. Ik keek omhoog en zag de kleine gebogen figuur van IJsbrand hangend over de leuning van het balkon, uitbundig lachend zijn gebalde vuist naar me schudden.
D. B.
 
                                    DE MEESTERS WILLEN ONS OPENEN.
De menselijke wil is zo ontzagwekkend diep en groot, onmetelijk diep aan kracht, aan bewustzijn en bezieling, dat ge die kunt afmeten aan de baan die Moeder Aarde in dit universum beleeft en heeft af te leggen, elke dag, iedere seconde. Zo sterk is de menselijke wil dat ge alle zwaartekrachten en wetten in uw handen krijgt. De menselijke bezieling wordt zo ontzagwekkend diep en bewust, de bezieling zo sprekend en welluidend en rechtvaardig, dat ge al deze planeten en sterren in uw handen kunt afwegen. Want u bent het Koninkrijk, u bent een Goddelijk bewuste, indien de liefde tot u spreekt, indien de liefde over uw lippen komt, indien u dat uitstraalt!

Uit: ,,De mens en zijn geestelijke ontwaking'', 57 lezingen, deel 1.
Na het bovenstaande te hebben gelezen kan ik feitelijk maar tot één conclusie komen, tot één simpele constatering, namelijk: Is het niet heel veel meer dan de moeite waard. Ik moet het eigenlijk scherper stellen: Ben ik het zo langzamerhand niet verplicht ten opzicht van Gods wetten, van de Christus, van God, ten opzichte van mijn Goddelijke kern, mijn ziel en ten opzichte van alles wat leeft in het ganse universum en daarbuiten, om alles te doen wat in mijn vermogen ligt om de bovenstaande situatie te bereiken, zoals die door Meester Zelanus wordt verklaard? Welke andere bezigheid of handeling kan hiermee immers vergeleken worden? Alles wat ik in mijn leven doe, zou opgedragen moeten worden en een bijdrage moeten leveren aan dit doel. Misschien is de zucht die nu wordt geslaagd wel veelzeggend. Meester Zelanus zegt verder in zijn lezing:

,,Het oerwoud is gelukkig. Kijk in het mooie gelaat van een tijger en een leeuw, een hyena, die gelaten, die koppen, die hoofden zijn open. Die ogen kijken je wild aan. Jazeker, dat is de afstemming. Maar een mens vermenigvuldigt dit door zijn daden, door zijn voelen,,.
,,Een open gelaat'', wat is dat precies? Misschien een bepaalde geestelijke puurheid, een oprechtheid, of ware eenvoud die met al het leven van God in harmonie is? Is een tijger in harmonie met zichzelf en zijn omgeving? Je zou het wel denken, ook al heeft hij een lagere afstemming dan bijvoorbeeld de kolibrie.

Zijn kop drukt waarachtigheid uit, niets is geveinsd, er zijn geen maskers, bewust dan wel onbewust, geen intellectuele berekeningen. Hij luistert enkel naar zijn natuur, zijn instinct, hij zou niet anders kunnen. Als er wildheid in ons is en die is er natuurlijk nog wel, in mindere of meerdere mate, dan vermenigvuldigen wij dit door onze daden, door ons voelen en dit vertegenwoordigt dan onze afstemming. Wij schijnen dus te luisteren naar andere ,,dingen'' dan naar onze diepste natuur, welke Goddelijk is. Hoe moeilijk blijkt het toch weer in ieder leven te zijn, om onze persoonlijkheid voor die Goddelijke kern in te zetten, om onze Goddelijke kern tot bezieling te brengen. In plaats daarvan zetten wij onze persoonlijkheid een kroon op het hoofd en leven we ons uit als een vorst, een vorst in ,,duisternis'' wel te verstaan.

Nu is de alledaagse situatie zo, dat ieder mens dit belangwekkende onderscheid gedurende zijn lange, evolutionaire reis op de één of andere manier voor een belangrijk deel is kwijtgeraakt. Ook ik ben dit kwijtgeraakt. En als je tot dit inzicht komt, deze indringende conclusie volledig begrijpt, tot in je botten zou ik haast zeggen, dan lijkt het alsof je langzaam aan het ontwaken bent uit een diepe slaap. Je ogen zitten nog dicht, je weet niet waar je je bevindt, je bent enkel aan het ontwaken.

In eerste instantie wil je misschien niet ontwaken, want het was best wel heel prettig in die diepe slaap. Maar het is inmiddels te laat, terugkeren naar de veilige armen van de slaap der vergetelheid is niet meer mogelijk, het proces van ontwaken is reeds te ver gevorderd en is niet meer te stoppen. Alhoewel er velen zijn die krampachtige pogingen doen om uit te slapen. Een nieuwe fase kondigt zich aan. Hoelang zal het ontwakingsproces gaan duren? Dat wil zeggen, wanneer zal onze wil ons oprichten uit de zwakke en weerloze, ,,horizontale'' positie om het eerste licht van een nieuwe dag te gaan begroeten, teneinde het nieuwe leven in ons op te nemen?

De vraag rijst dus waarom ik niet voortdurend luister naar het Goddelijke in mij. Eén van de redenen is, dat ik dit Leven in mijzelf lang niet altijd even goed hoor. Een andere, zeer belangrijke reden is, dat ik er heel vaak gewoon niet naar WIL luisteren, omdat ik reeds voorvoel wat de gevolgen zullen zijn als ik er wel naar zou luisteren. En dat zijn de gevolgen die ik op dat moment helemaal niet kan gebruiken, want die zouden de situatie, sterker nog, die zouden mijn leven een totaal andere wending geven. Ik zou de controle over mijn koesterend en voorspelbaar leventje kwijtraken en alle zachte influisteringen van dat Leven onvoorwaardelijk moeten accepteren. En waar zou dat naartoe leiden? Lieve lezers, dat zou mij naar de liefde leiden, ondanks de tikken op mijn neus, die mijn persoonlijkheid daardoor ongetwijfeld zal oplopen.

Dat zou mij lijden, sorry, (,,Freudiaanse verschrijving'') leiden naar datgene waartoe de Meesters in de boeken ons oproepen. Maar dat wil ik schijnbaar niet en dat kan ik schijnbaar niet. En weet u waarom niet? Omdat ik bang ben! Het kleine, onbewuste en eigengereide kereltje is bang. Hij houdt zichzelf voor dat hij het geweldig druk heeft met allerhande, zogenaamd belangrijke zaken zoals: (geestelijke) wetenschap, kunst, techniek, vaderschap en partnerschap, carrière en werk en nog duizend en één dingen meer. Over al deze dingen weet hij wel iets te vertellen tegen een ander, maar voor de liefde is hij bang. Daar praat hij, door de bank genomen, niet over.

Want dat bedreigt al dat andere, ziet u! Dat bedreigt zijn persoonlijkheid, dat wat hij is in deze maatschappij en wat hij denkt te willen zijn. Opeens staat hij daar, naakt en misschien geestelijk arm, voor de liefde, die zonder enkele moeite en in een oogwenk het wezenlijke in hem blootlegt. Men kan zich, als het ware, voor alle dingen in het leven verschuilen, behalve voor de liefde.

De ironie voor mij is echter, dat al die ,,belangrijke'' dingen uit mijn leven pas werkelijk inhoud en waarde krijgen als ik mij overgeef aan de liefde. Want zij vertegenwoordigt de ,,specie'' waarmee ik iedere steen tot functie laat komen, iedere daad tot bezieling en werking, om zo het bouwwerk te kunnen optrekken wat ik reeds als blauwdruk voor een belangrijk deel heb getekend. Nu moet ik en kan ik, tot mijn grote verrassing, mijn blauwdruk weleens aanpassen, omdat de mogelijkheden tot een fraaiere en gedurfdere ,,architectuur'' met een sterkere ,,specie'' alsmaar lijken te groeien en dat geeft te denken.

Niettemin denk ik dan toch vaak, dat al die zogenaamde ,,belangrijke en interessante dingen'' uit mijn dagelijks leven de liefde wel naar mij toe zullen trekken, alsof ze één of andere voorwaarde zijn voor haar komst. In de trant van: De liefde zal mij vast bezoeken, vast, ik weet het! Ik voel haar reeds, want zij is dichtbij. Ik weet ook wat ik daarvoor moet doen, maar eerst doe ik nog even dit of dat.

En zo gaat het leven van menigeen voorbij en blijft men vol goede hoop wachten totdat de liefde komt. Dit is een illusie en een hele grote! Want als je tegenwoordig aan iemand vraagt hoe het met hem is, dan krijg je: ,,Druk, druk, druk''. Hij wil dan eigenlijk zeggen dat hij een heel belangrijk en bijzonder leven leidt in een bijzondere tijd, die van de 21e eeuw, begrijpt u? Alles in het leven gaat namelijk zo vlug en verandert zo snel, weet je, je kunt je eenvoudig niet veroorloven om bij een dergelijke soort liefde stil te staan, is dan het snelle antwoord. Ja, denk ik dan, dat kan ik wel aan je zien. Trouwens, wat levert zoiets nou, praktisch gezien, op, krijg ik nog nageserveerd?

Op zo'n moment krijg ik dan sterk de indruk dat hij zich in wezen verontschuldigt op deze bedekte wijze, omdat hij ergens diep van binnen wel weet dat hij druk bezig is z'n kostbare tijd te verknoeien met veel te veel onbenullige zaken. Zaken die hem geen stap dichter bij een grotere liefde en harmonie brengen. Dit is een klein drama, wat zich dagelijks in zijn leven afspeelt. een toneelspel wat hij iedere keer weer opvoert. En als het stuk afgelopen is en hij het podium verlaat, vindt men hem alleen en teruggetrokken in zijn kamer. Stil zit hij daar, wetend dat het maar een toneelstuk was en niet het echte leven, het leven wat hij eigenlijk zoekt, doch niet kan vinden. Ondanks zijn talenten en wereldse successen lijdt hij daaronder, zoals dit met zoveel acteurs het geval is.

Het heeft er alle schijn van en nu druk ik me misschien nog voorzichtig uit, dat bijna ieder mens op Aarde de illusie, dat wil zeggen, de passieve en hardnekkige, afwerende houding ten aanzien van de liefde, min of meer in stand houdt. Eerder hebben we de neiging om onszelf te zoeken in een niet aflatende, dwangmatige koorts, want we zijn immers ziek, maar we weigeren het medicijn. Dus gaan we koppig door met zoeken, ja, naar wat eigenlijk en blijven zo een gevangene van ons eigen, door onszelf afgebakende, voelen en denken. En we bevestigen elkaar daarin ook nog, want het is beter met meerderen tegelijk te lijden en daardoor begrip te krijgen bij de ander, dan alleen te staan met liefde. Want wie weet wat er dan zal geschieden.

Nu lees ik de boeken wel, maar ik vertrouw de Meesters niet helemaal, ook Christus vertrouw ik niet helemaal, zelfs God niet en dus ook Zijn liefde niet. Als dat wel zo zou zijn, dan zou ik mij op ieder onvoorwaardelijk moeten kunnen geven, nietwaar? Liever sluit ik mijn luiken, terwijl buiten toch de zon schijnt. Het zou mij niet langer meer moeten deren als ik door de gehaktmolen van de menselijke angst, afgunst, onbegrip en kwaadwillendheid wordt gehaald. Uiteindelijk kon ook de Christus hier niet aan ontkomen.

Waar ik de illusie en de pretentie vandaan heb om te denken dat deze beker aan mij wel voorbij zal gaan, weet ik niet. Maar nu ik hier zo bij stil sta, is het eigenlijk te gek voor woorden. Ik schijn maar niet te willen luisteren, niet te willen begrijpen. Ik blijf een angstig kereltje, dat maar ternauwernood de inhoud van de boeken kan dragen, want het is allemaal zo moeilijk en zo zwaar in deze dolende maatschappij. En toch zou mijn leven zonder Hen en Hun liefde ondenkbaar zijn. Hoe afhankelijk ben ik dan toch nog, Meester Zelanus zei eens in één van zijn lezingen:

,,De mens piept als een muis, als wij hem even aanraken''! Het is het piepen van zijn persoonlijkheid, dat wat hij denkt te zijn. Snel wil hij terugkruipen in zijn holletje, terug naar zijn nestje, terug naar zijn veilig slaapje. Maar het ontwakingsproces is reeds te ver gevorderd. Het eerste licht schijnt inmiddels hinderlijk door de gordijnen. De veilige, stille duisternis is verdwenen en de vogels fluiten reeds hun hoogste lied. Zie, het dier is ons reeds voor, het dier met zijn open gelaat.

Hoe moet ik mijzelf en het leven nu tegemoettreden? Wanneer ben ik waarachtig, ben ik werkelijkheid? Wanneer kan ik zeggen: Ik beleef nu een Goddelijke wet, ik ben die Goddelijke wet geworden, want ik heb dit en dat volbracht. Zie, het is mijn innerlijk bezit geworden. Ik zit niet naast de wet, ik sta er niet meer buiten, ik ben niet meer dolende en vragende, ik stop eindelijk eens met zeuren. Zo moet ik het doen, op deze manier, dit is de juiste innerlijke houding, nu begrijp ik mijzelf, mijn leven, de weg die ik moet gaan.

Nu spreekt mijn Godheid, Zij openbaart zich voor deze maatschappij. Waar vind ik de bouwstenen voor dit fundament? Zoals besproken vertegenwoordigt de specie voor het optrekken van dit fundament de liefde en iedere steen een goede daad of handeling. Er is echter ook een bepaalde vorm van (zelf)kennis nodig en in belangrijke situaties zelfs noodzakelijk. Laat dit illustreren met een voorbeeld:

Toen Ramakrishna zijn leven mocht beëindigen, toen ving ik (Meester Zelanus) hem op. Hij keek mij aan toen hij ontwaakte en zij: Nu weet ik het. Ik heb altijd tijdens mijn uittredingen een stem gehoord. U liet zich niet zien, Meester.
,,Nee''.
Dat bent u. Heb ik fouten gedaan, heb ik fouten gemaakt?

Die hebt u niet gemaakt, maar wij hadden u tot het Al kunnen voeren, u weigerde beslist! U wilde zelf beginnen. Nee, u had moeten aanvaarden een Groot Gevleugelde te willen zijn en u werd het. Ja, voor deze ruimte.
En toen voerde ik hem terug, terug naar de allereerste openbaringen, zoals ook Christus de apostelen terug heeft gevoerd toen zij hun stoffelijke leven hadden volbracht en betraden wij de wereld van voor de schepping.

Daar legde Ramakrishna zich neer en zei: Mijn God, mijn God, ik heb u verlaten. Ik heb het niet gewild, ik was te dom, te eigenzinnig. Ik wilde het zelf zijn, ik wilde zelf iets beleven, ik wilde alles zelf doen. Nee, ik had mij moeten laten leiden, ik had mij moeten laten bezielen, eerst dan komt de Goddelijke kracht tot mijn leven en eerst dan bezielt gij het deel van uzelf.
Open u, u geeft u volkomen over en aanvaard eindelijk eens, kwam er uit de ruimte, dat hierin de heilige waarheid leeft.
(uit: De mens en zijn universum, 57 lezingen, deel 1.)

 Zelfs iemand als Ramakrishna, die op de geestelijke weg zo ver was gevorderd, zat er dus op een belangrijk punt naast. Een heel leven van heilige vervoering en openbaring, van uittredingen en leraarschap werd door Meester Zelanus in enkele zinnen in een totaal andere context geplaatst. Eén die hij eigenlijk zijn hele leven zocht, maar zijn innerlijke houding, zijn persoonlijkheid, sloot hem er tegelijkertijd voor af, terwijl hij zoveel meer voor de mensheid had kunnen bereiken.

Ook hij bezat uiteindelijk niet dat unieke en zeldzame, doch natuurlijke en eenvoudige vermogen om zichzelf los te maken van de uitermate slimme en berekende eisen van zijn prachtige persoonlijkheid. Een vermogen, een kwaliteit, welke zo moeilijk onder woorden is te brengen, maar wat vanuit al de boeken van Jozef Rulof tot ons spreekt in een, voor onze persoonlijkheid, schijnbaar uiterst moeilijk te begrijpen taal.
En dat brengt ons bij Jozef Rulof. De Meesters geven zeer hoog van hem op en noemen hem zelfs ,,Prins der ruimte''. Waarom?

Waarom stellen de Meesters hem boven Ramakrishna, boven Rudolf Steiner, boven Krishnamurti, boven al de anderen, die geestelijke wijsheid naar de Aarde brachten? Omdat Jozef die unieke en zeldzame eigenschappen bezat om zich te laten leiden, zich te laten bezielen en zich vooral te laten corrigeren, het moeilijkste van alles, door de Meesters en de kosmische wijsheid en liefde die zij vertegenwoordigen en dat iedere dag weer opnieuw.

Nu deed hij alles niet zozeer voor zichzelf, maar voor de naar geestelijke kennis dorstende mensheid. Daar wilde hij alles voor opzij zetten, al zijn persoonlijke verlangens, al zijn menselijke verwachtingen, zijn gehele persoonlijkheid en dat terwijl hij behept was met alle geestelijke gaven in de hoogste graad. Het moeten zeer sterke benen zijn geweest die dit hebben kunnen dragen.

Hij kreeg door deze opgave, door dit o zo belangrijke inzicht, een andere persoonlijkheid ervoor in de plaats. Eén die hem helemaal tot de zevende kosmische graad bracht, tot de wereld waarin de Christus leeft, tot de beleving van zijn Kosmologie. Een persoonlijkheid die zo natuurlijk en eenvoudig was geworden, dat zij als een soort ,,contactolie'' door alle radertjes van alle geestelijke wetten kon kruipen, kon vloeien, zonder zelf bekneld te raken. Iedere andere ,,stekelige'' persoonlijkheid zou vroeg of laat vast komen te zitten en daarbij tevens de ,,raderen'' van de wetten hebben verstoord.

En daar zit ik dan, wat nu? Het rammelt aan alle kanten. Jawel, mijn persoonlijkheid wordt zonder pardon voor het licht geschoven. Eens kijken hoe de zaak ervoor staat. Inmiddels is dat wel een beetje duidelijk geworden, want het licht legt immers alles bloot, juist de donkere kanten. Iets waar menig spiritueel zoekend mens zich nog wel eens in verslikt. Dit verworven inzicht over je eigen persoonlijkheid gaat je niet in de koude kleren zitten. Er liggen ook nogal wat pluimen op de grond, zie ik. Maar het wordt stil, gelukkig, het geraas van de wereld ebt langzaam uit mij weg en ik leer om anders te gaan denken. En ik denk over het feit dat ik beroofd ben van mijn illusies.

Dat is een mooie gedachte en tevens een pikante, nu moet ik oppassen. De pas ontstane zenuwbanen naar een nieuw, hoger gelegen, geestelijk platform, zijn nog steeds in ontwikkeling en dus fragiel. Ik denk verder. Ik voel mij bevrijd. Het duurde even voor ik begreep wat ik voelde, maar het valt niet te loochenen. Hoe is het mogelijk.
,,Beneden'' mij zie ik mijn persoonlijkheid, hij lijkt een beetje op een getemd paard, het klamme zweet staat nog op zijn rug, de ogen staan bol, z'n tong hangt uit zijn mond. Maar zijn gehele houding drukt een vorm van berusting uit.

Schijnbaar is er iets in hem geknakt. Zijn oren staan wel omhoog, een teken dat hij wil luisteren. Dat is goed. Dat is heel goed. In de rust en stilte die in en om mij heen is ontstaan, is het alsof ik ,,vleugels'' ruisen hoor. Gracieus dichterbij, gedragen op een zachte bries van onuitsprekelijk begrip. Eindelijk. Ik ben gereed Meester, althans, ik denk dat ik er iets van begin te begrijpen. Ik wil nu luisteren. Zou u mij willen openen?
A.V. 
 
                                     LEVEN MET GEESTELIJK PARADOXEN.
God heeft ons lief, meer dan wij wel denken (daar gaan we toch vanuit nietwaar?). En ondanks Zijn immer voortdurende liefde voor ons kunnen wij bepaalde dingen in het leven niet aanvaarden, omdat wij het in tegenspraak vinden met ons pas verworven, nog uiterst fragiele fundamentje, welke onze basis is gaan vertegenwoordigen van waaruit wij willen gaan leven, namelijk het ,,besef'' dat God alléén liefde is, alleen liefde kan zijn.

Eindelijk zijn wij dan zover gekomen dat wij willen en kunnen aanvaarden, dat wij durven zeggen dat wij dit innerlijk voelen, dat wij weten, dat God niet verdoemt, niet straft, niet oordeelt, dat God de bron van Liefde is waardoor wij kunnen leven en liefhebben. Totdat je op een dag, maar opeens, iets verschrikkelijks voor je kiezen krijgt. Er kan bijvoorbeeld een ernstige ziekte bij je geconstateerd zijn of er komt een kind van je te overlijden, of er wordt je een groot onrecht aangedaan. Allemaal situaties waartegen je volledig machteloos staat, wat je verlamt en wat een diepe pijn teweeg brengt.

Deze en vele andere gebeurtenissen in ons leven laten zich voelen als een paradox, als een schijnbare tegenstrijdigheid, als een splinter die naar binnen schiet in je pas verworven geestelijk gevoel, dat daarvoor nog vreugdevol meldde dat God alléén liefde is. Maar nu weet je dat opeens niet meer zeker. De splinter is diep in het vlees doorgedrongen, een verscheurende twijfel zaait zich snel uit. Hoe kan dit nu toch? Ik heb God toch onvoorwaardelijk geprobeerd lief te hebben? Was dit dan niet genoeg? Eist Hij meer van mij...? Als ik dit wist, waarom moet dat dan op deze verschrikkelijke manier...? Er zijn toch andere wegen. .. ?

Was de gebeurtenis die je onderging al niet zwaar genoeg, daar komt tevens nog bij dat je schrikt van jezelf, omdat je innerlijke overtuiging dat God alléén liefde is in de praktijk niet bestand bleek te zijn tegen een onverwachte storm. Het gevolg hiervan is dat je eigenwaarde fors kan dalen, je bent teleurgesteld in jezelf omdat je teleurgesteld bent in God. Kan het nog erger.. . ?

Onlangs zag ik een zeer schokkende reportage in het TV programma ,,Netwerk'', waarin in Engelse ziekenhuizen verborgen camera's waren geplaatst om en nu komt het, moeders te filmen die hun pasgeboren kind daadwerkelijk martelden. De ziekenhuizen hadden voldoende redenen om aan te nemen dat er dingen op de kraamafdeling niet klopten, gezien de onverklaarbare kneuzingen en verwondingen bij de pasgeborenen. En dus besloot men om verdekte camera's te plaatsen, met schokkende resultaten. Deze moeders, zo bleek na grondig onderzoek, hadden een ,,hersenziekte''(?).

Deze hersenziekte zorgde ervoor dat de moeders het gevoel kregen dat zij in ernstige mate persoonlijke aandacht  te kort kwamen. Zij probeerden deze aandacht naar zich toe te trekken door hun eigen kind te laten stikken of een armpje van hun kindje te breken. Dit alles was duidelijk op de filmbeelden waar te nemen. Op het moment dat de moeders hun onvoorstelbare praktijken ten uitvoer brachten, kwam er snel een verpleegster de zaal binnen en stopte de moeder met haar handelingen. Er was immers weer iemand die haar aandacht gaf. Nu rijst onmiddellijk de vraag hoe God een dergelijk verschrikkelijk iets bij een weerloze baby kan toestaan...

Zelfs indien je kennis hebt van de geestelijke wetten zoals die door Jozef Rulof en de Meesters diepgaand worden verklaard, dan blijkt dit niet altijd een garantie te zijn om de zware lessen van het leven volledig te begrijpen, laat staan te aanvaarden en positief te verwerken. Als de wet van oorzaak en gevolg, als het karma zich in ons leven aandient, staan wij opeens naakt voor de Goddelijke wetten, naakt voor Golgotha, naakt voor God, naakt voor onszelf... Dan moeten wij laten zien wie wij werkelijk zijn en wat wij kunnen. Maar vooral eerst stort onze wereld krakend ineen.

Enkel onbegrip herrijst als een zwarte, gekortwiekte feniks uit de smeulende as. Geweeklaag weerklinkt tot in de sferen van licht, zelfs tot aan God toe. Doch het enige antwoord wat terugkeert, is een diepe stilte. .. De wetten hebben gesproken, de wetten hebben ons reeds geantwoord... Want ergens in het verleden hebben wij ze zelf opgeroepen door onze manier van leven, door onze daden. De wetten hebben ons verhoord en antwoorden nu. We herkennen ze echter niet meer, we waren ze totaal vergeten. Nu dienen ze zich opeens, onaangekondigd, ongevraagd bij ons aan op een vaak uiterst confronterende manier. Hoe kan een God van liefde zoiets toestaan...?

Nu breekt het tijdstip aan hoe wij werkelijk over God (willen) denken. Kunnen wij God als een God van liefde blijven accepteren of kunnen wij dat niet meer, of niet meer helemaal... Blijft de splinter ons pijn doen en ons herinneren aan het vermeende onrecht wat ons is aangedaan...? In feite resten ons tenslotte twee keuzes: Of wij aanvaarden God als liefde en rechtvaardigheid of niet! Een God die willekeurig, zonder geldige redenen, dat wil zeggen zonder een absolute rechtvaardigheid te hanteren, mensen toch in zeer moeilijke situaties plaatst, is zeer moeilijk voor te stellen.

Het eind is dan immers zoek. We krijgen dan te maken met een grillige God. De mensheid zou geheel en al overgeleverd zijn aan Zijn grillen, aan talloze willekeurige acties van Zijn hand die voor de één toevallig goed uitvallen, maar voor de ander desastreus zijn. Wij zouden een dergelijke God al helemaal niet meer kunnen begrijpen. Hoe zou de schepping er dan uitzien...? .

Maar als wij echter een God van liefde en rechtvaardigheid, een God die ons vanuit Zijn rechtvaardige wetten toespreekt, niet willen of kunnen aanvaarden, om welke reden dan ook, wat is dan het alternatief? De grillige God, of het idee, het voormalige ,,diepe'' gevoel dat wij hadden over een God van liefde maar liever helemaal vergeten. Al was het maar om uit die innerlijke, onverdraaglijke verscheurdheid te kunnen ontsnappen om min of meer verbitterd, met een misleidende opluchting, terug te keren naar het ,,overzichtelijke'' en ,,veilige'' materialistische leven met een verschrikkelijke, grote ,,illusie'' rijker.

Het verhardings en vervreemdingsproces in onszelf is reeds aangevangen... En dan maar zien waar het schip strandt. .. Waarom wordt er dan net die ene stap extra niet gemaakt?
Door de boeken wordt het ons duidelijk dat God dóór ons leven, door ons ,,zijn'' vertegenwoordigd wordt. Daarom konden de meesters zeggen: ,,U bent Goden''. Zoals Nico Valkenburgh reeds vermeldde in zijn artikel ,,Ons zoeken naar God'', waarin hij verduidelijkte dat ons begrip, ons gevoel ten aanzien van God continu verandert omdat wij zelf veranderen.

Omdat wij in Zijn leven ontwaken in een altijd omhooggaande spiraal van nieuwe werelden waarin wij Hem steeds beter leren kennen. Indien dit zo is, waarom dan telkens weer die opstand naar God toe? Het altijd maar weer plaatsen van kritische vraagtekens bij Zijn besluiten, bij de realiteit van alledag? Juist ook door ons, wij die onszelf gelukkig kunnen prijzen om de boeken van Jozef Rulof te mogen lezen.

Want indien de meesters hadden besloten de geestelijke wetenschap voorlopig niet naar de Aarde te brengen, wat dan? Waar zouden wij dan staan? Een God die in opstand komt tegen God? Als wij als goden God vertegenwoordigen in Zijn schepping, als wij een deel van Hem zijn en Hij een deel van ons, waarom is er dan toch ,,het niet willen aanvaarden'' van gebeurtenissen in ons leven die uiterst moeilijk zijn?

Wat is dat toch precies, die splinter. . .
Is het misschien uiteindelijk, verborgen achter alle geopperde argumenten, achter alle verdriet, achter alle woede, de diepe, ons achtervolgende pijn, die ons eraan herinnert dat wij niet meer in Hem verblijven (tezamen verenigd als één met onze tweelingziel), zoals het het geval was in het begin van de schepping...? En iedere keer als de situatie moeilijk wordt in ons leven, zullen wij de bescherming, de eenheid, de terugkeer naar huis, en bovenal de liefde als het ware eisen van God, die in vroegere tijden, toen wij nog een onlosmakelijk deel van Hem waren, ons natuurlijk en vanzelfsprekend recht waren waar wij in minder dan een flits toegang toe hadden...

Als God liefde is, dan zal en kan Hij ook niet straffen en oordelen. Wel zal Hij in liefde corrigeren, wat iets anders is dan straffen. Dit corrigeren gebeurt uiteraard door de werking van de Goddelijke rechtvaardigheidswetten. Een vergelijking: De moeder heeft haar kind lief, haar liefde zal echter niet een voortdurende blinde liefde moeten zijn, dat wil zeggen een liefde die alles altijd maar toestaat wat het kind doet, zelfs als het kind bepaalde grenzen overschrijdt, waardoor het zichzelf en anderen schade toebrengt.

Doet de moeder dit toch, dan komt dit zeer zeker niet ten goede aan de verdere ontwikkeling van het kind en voor anderen in zijn onmiddellijke nabijheid werkt dit op z'n minst storend. Wij hebben door ervaring geleerd dat het kind naast een grote liefde van zijn ouders, en indien mogelijk ook van zijn omgeving, ook grenzen nodig heeft, grenzen die niet als doel hebben om hem te straffen, maar juist om te waken over, zijn veiligheid. Bovendien om zijn karakter, zijn emoties en zijn denken te helpen vormen.

Dat het kind dit in bepaalde situaties niet altijd even leuk vindt, juist als het er onder lijdt, omdat het tot een halt geroepen wordt, is begrijpelijk. Eén van de minst leuke kanten van de opvoeding. Deze combinatie van grote liefde en corrigerende leiding zullen hem op weg helpen om tot een evenwichtig mens te kunnen uitgroeien, een mens die liefde zal kennen, misschien daardoor ook zal bezitten, en tegenslagen zal kunnen incasseren...

De kwestie van liefdevolle correctie of, indien u wilt, van oorzaak en gevolg, van karma, wordt echter moeilijker verteerbaar als wij ouders bijvoorbeeld (er zijn genoeg voorbeelden in de wereld) geplaatst zien in een oorlogssituatie (denk aan Kosovo), waar voor hun ogen hun eigen kinderen worden verkracht, gemarteld en tenslotte afgeslacht. Zullen de ouders dit kunnen zien als de liefdevolle correctie van God? De redenen waarom God dit toch toestaat zullen van diepe kosmische aard moeten zijn, willen zelfs wij als buitenstaanders, laat staan de ouders, hier vrede mee kunnen hebben.

Deze beweegredenen van God kunnen alleen te maken hebben, kunnen alleen gefundeerd zijn, in Zijn liefde, hoe paradoxaal dit ook voor ons moge zijn. De Meesters zeggen ons herhaaldelijk via de boeken: ,,God heeft dit niet gewild, het is de mens die, door zijn daden, alle gebeurtenissen naar zich toetrekt.'' Door dit antwoord worden wij aan de ene kant geconfronteerd met de verheven vrijheid van keuzes en handelingen van ons mensen, doch aan de andere kant met de vérstrekkende gevolgen van die, in eerste instantie door God aan ons geschonken, uiterst kostbare en individuele vrijheid. Dit zijn blijkbaar de condities waarin een menselijke ziel zijn ,,Godzijn'' leert begrijpen en hanteren...

Wij hebben dus de vrijheid om onszelf buiten Gods harmonische wetten te plaatsen. Als wij dit in onze aardse levens dan ook proberen of doen, ervaren wij door de wet van oorzaak en gevolg, wat hiervan de consequenties zijn. Dit betekent dan niet, dat God ons niet liefheeft, zoals wij dan, gebukt gaande onder moeilijke omstandigheden, meteen denken. Dit betekent ook niet dat God Zijn ogen en oren voor ons heeft gesloten. Néé, wij ondergaan alleen de gevolgen van onze vroegere, tegen Gods wetten indruisende, daden. Hij weet als geen ander in welke situatie wij verkeren en waarom...

De Meesters zeggen ons keer op keer: God verdoemt niet! God straft niet! God heeft met onze verkeerde daden, met ons gezoek naar duisternis niets te maken! Wij doen dit zelf. Wij willen dit zelf. Ondanks onze dwaalwegen die wij allemaal wel eens hebben betreden of nog betreden, gunt God ons die vrijheid... Natuurlijk fluistert Hij ons toe om deze wegen niet te nemen, als een advies, een advies wat nooit dwingend is, nooit eisend, altijd liefdevol, omdat Hij wéét dat wij vroeg of laat weer naar Hem terugkeren, en omdat Hij respect heeft voor onze vrije wil, die Hij immers Zélf aan ons heeft gegeven. God is en blijft liefde, altijd! Er zijn in het universum echter bepaalde spelregels, wetten, niet in eerste instantie voor God zelf, maar juist voor óns! Als deze wetten er niet zouden zijn, hoe zou onze evolutie dan wel verlopen? Hebben wij daar weleens goed over nagedacht?

Op Aarde leven nu ruim 6 miljard mensen. Zes miljard mensen met een énorme en wijdlopende geschiedenis, een óngelooflijke potentie tot creativiteit op alle mogelijke gebieden en de daaruit voortvloeiende, voor ons onoverzienbare en onbegrijpelijke, verstrekkende gevolgen. Om dit duizelingwekkende proces goed en rechtvaardig te kunnen laten verlopen, wil de mensheid niet in totale chaos verzinken, is een onvoorstelbaar LIEFDEVOL en alwetend bewustzijn nodig.

Wij kunnen alleen dan de splinter (in zeer ernstige gevallen mag men wel van een balk spreken) in ons verwijderen als we bereid zijn om ons voor deze LIEFDE open te stellen opdat wij haar leren begrijpen en opdat wij door haar genezing, acceptatie en rust vinden. En deze liefde is geen paradox met verrassende of pijnlijke gevolgen. Te allen tijde is zij voor ons beschikbaar, als wij ons er tenminste voor openstellen, ook al is de situatie uitzichtloos, juist dan... Juist dan is zij ons enige redmiddel, willen wij niet mee ten onder gaan in de maalstroom van de gebeurtenissen. ,,Oh God..., als dit moment van beproeving zich in ons leven mocht aandienen; geef ons dan de kracht en de wijsheid om, op dat moment, ons ontstane verdriet, onze machteloosheid en pijn niet te laten ontaarden in verbittering, opstand en woede...''

Want een leven kiezen in de oppositie ten opzichte van God is bijzonder vermoeiend en zal uiteindelijk geen vruchten dragen. Ik geef toe, dit is vaak zeer moeilijk, soms bijna onmogelijk en toch... Velen voor ons waren tot grote dingen in staat, door bijvoorbeeld zonder vrees, bezield door een grote liefde, in de leeuwenkuil af te dalen of de brandstapel te betreden. Deze bijzondere liefde huist in ons allemaal, veelal verborgen, wachtend, totdat zij ons roept, vaak in moeilijke situaties, want dan zijn wij het meest ontvankelijk voor haar zachte stem...

De liefde van God brengt bovendien geschenken met zich mee. Eén van die geschenken is wijsheid. Liefde opent als geen ander de deuren voor de wijsheid om de talloze geestelijke problemen en paradoxen te leren begrijpen. Liefde is daartoe in staat, veel meer dan de kennis of de geleerdheid (wat iets anders is dan wijsheid), zelfs meer dan de ervaring van het leven. We zien hiervan duidelijke voorbeelden terug in de boeken van Jozef Rulof waarin de mens die geen geleerde kennis bezit, maar wel een grote mate aan liefde (men denke hierbij aan bijvoorbeeld Moeder Crisje), aan Gene Zijde de leraar, de mentor wordt van die mens die vaak juist veel geleerde kennis tot z'n beschikking heeft, maar de liefde mist.

De liefdevolle, doch in kennis ,,gebrekkige'' mens, bezit aan Gene Zijde de ware kennis, de wijsheid, de rijkdom, het onvoorstelbare geluk van het geestelijk leven, welke men daar liefde noemt.
De vaak pijnlijke uitwerkingen van situaties die zich aan de mens voordoen als schijnbare, geestelijke tegenstrijdigheden zijn dus als het ware kosmische instrumenten in de liefdevolle handen van God die ons verder doen evolueren naar nieuwe werelden die Hij voor ons geschapen heeft en ons reeds opwachten.

De diepe geestelijke rijkdom, de onpeilbare diepten van een steeds groeiende, geestelijke liefde in die nieuwe werelden (en deze werelden zien wij reeds ontstaan in ons huidige aardse leven, voor een groot deel dankzij de boeken) moeten  wij ons mede door geestelijke paradoxen leren eigen maken, teneinde die werelden innerlijk te kunnen bereiken, te verwerken en te dragen.

Zo bouwen wij onze geestelijke persoonlijkheid op, zo worden wij de machtige woorden van de meesters waardig, namelijk dat wij goden zijn! Zo worden wij als een kind dat iedere dag weer nieuwe werelden ontdekt en door vallen en opstaan ondervindt en leert. Het kind gaat deze weg echter in vreugde. Wij zouden ons moeten schamen, omdat het er vaak op lijkt dat wij ons Godzijn nog niet kunnen dragen en de vreugde ingeruild hebben voor scepsis, voor twijfel, wat een gebrek aan liefde is en dus een gebrek aan wijsheid en inzicht. Maar wij zijn dan ook een god in wording.

We bezitten bij lange na nog niet het Albewustzijn en de Alliefde. Doch soms lijkt het alsof we in ernstige situaties alles zó moeten dragen alsof we al een God zijn. We missen op die momenten het vereiste bewustzijn en de kracht om het ,,kwaad'', het ,,afschuwelijke'', wat ons overkomt, zó te zien dat het in feite een weldaad voor ons kan zijn en een stimulans voor onze evolutie. Het is als met een bergbeklimmer.

Hij kan zich immers alleen naar de top toe bewegen als hij de uitstekende rotspunten beetpakt en de plotselinge stormen en temperatuurwisselingen zo goed mogelijk weet te trotseren. Vanzelfsprekend loopt hij daarbij soms verwondingen op, maar dit weerhoudt hem er niet van om zijn klimtocht voort te zetten en zichzelf aan de uitstekende rotspunten verder op te trekken. Als de bergwand echter steil en glad zou zijn, dan zou hij aan de voet van de berg blijven staan en de reis zou bij aanvang al afgelopen zijn.
 
Ergens in één van de boeken zegt Meester Alcar dat God het merendeel van onze schulden vergeeft, slechts een klein deel wordt voor ons oorzaak en gevolg en ons karma. Aansluitend zegt hij, dat, indien God ons alle schulden zou laten goedmaken, wij onder de zwaarte van die last bedolven zouden worden, en nimmer meer in staat zouden zijn om onze evolutie op te pakken. Door dit antwoord neemt meester Alcar veel scherpe kanten van de soms onverbiddelijke overkomende wetten van God weg.

De oude tekst ,,kruis naar kracht'' gaat nog steeds op. God geeft ons niet meer te dragen dan wij werkelijk aankunnen. Ook al lijkt het soms, dat wij onder de last van het ,,kruis'' bezwijken. God is dus veel milder, veel liefdevoller dan wij wel denken. Alleen overzien wij dit niet, pas in de sferen van licht worden onze beproefde levens door de Meesters in de juiste context geplaatst.

Waarschijnlijk zullen wij pas dan werkelijk ons hoofd willen en kunnen buigen. Maar voorlopig zijn wij nog op aarde, en wij mogen reeds heel dankbaar zijn voor al het gene wat ons allemaal aan geestelijke wijsheid is geschonken. Daarbij hangt heel veel af van het perspectief dat wij nu reeds vermogen te zien of bevroeden en de daarmee gepaard gaande richting van de goddelijke toekomst van de mens die God voor ogen heeft. Liefde brengt dat perspectief, liefde is God...
A.V.  

                                       HIJ IS EEN PROFEET IN ONZE TIJD.
                            
Amerikaanse brief over het bezoek van Jozef Rulof.
In juni 1946 verscheen in één van de grote New Yorkse dagbladen een advertentie, waarin een vertaler gevraagd werd om een boek van het Nederlands in het Engels over te brengen.
Ik solliciteerde ernaar en ofschoon zich een dozijn anderen hadden aangemeld, werd ik op een curieuze manier uitgekozen. De naam van mijn opdrachtgever was Jozef Rulof.

Geboortig uit Holland was hij voor een bezoek van drie maanden in de Verenigde Staten.
Mijn natuur is die van een cynicus, van een soms 'harde' zakenman en dingen van bovennatuurlijke aard als bijvoorbeeld spiritisme, miraculeuze verschijnselen, persoonlijke paranormale waarnemingen, etc., zijn mij volkomen vreemd. Niettegenstaande dat liet de eerste ontmoeting met Jozef Rulof een merkwaardige indruk bij mij achter. Het was in het gezelschap van zijn twee broers, dat ik hem voor het eerst in een hotel ergens in de binnenstad van New York ontmoette. Zij waren alle drie fors van gestalte, krachtige persoonlijkheden met innemende karakters, terwijl ieder voor zich weer van de ander verschilde.

Toen ik hen naderde, realiseerde ik mij plotseling, dat ik binnenging in een vreemde machtssfeer, die van Jozef Rulof uit regelrecht naar mij toe kwam, een macht, waardoor mijn geest en mijn gemoed, ja, mijn hele ziel reageerden als met ijzerdeeltjes geschiedt, wanneer zij in een magnetisch veld worden gebracht en zij bewegen door de onzichtbare macht van de magneet zolang tot zij bijeengevoegd zijn en een zekere orde vertegenwoordigen.
Oog in oog staande met Jozef Rulof onderging ik bewust het proces dat in mij verliep.

Het duurde rond twee minuten toen brak even plotseling de spanning en mijn ziel was 'rijp', al mijn geestelijke vermogens waren nu onder controle gebracht door de gedachtekracht van deze merkwaardige man. Toen zei hij, zonder dat er nog één woord gewisseld was: 'You are my man - U bent mijn man!'
Ik nam het boek van hem aan en las de titel: 'De Volkeren der Aarde door Gene Zijde bezien,' zonder ook maar een flauwe notie te hebben van wat het inhield. Eenmaal thuis begon ik het te lezen. Ik was verbaasd.

Daar schijnt ergens een 'universeel centrum' te zijn, een bron van geestelijke kracht, macht en wijsheid, die niet in onze stoffelijke wereld gelegen is en Jozef Rulof, de schrijver van dit Nederlandse boek, kent het pad erheen. Zo kon dit boek langs bovennatuurlijke weg uit het land gelegen aan Gene Zijde van het graf ontvangen worden. Niemand die het leest, kan omtrent deze herkomst enige twijfel koesteren.
Wanneer ik spreek van een geestelijke bron in het leven na de dood, dan mag u mij niet misverstaan door hierbij aan een vreemd, abstract iets te denken. Het is meer dan dat. Dit land is een natuurlijke en bewoonde wereld en zo concreet is ook de bron, waaruit een ieder drinken mag, die dorst naar kracht en kennis.

Het buitengewone boek van Jozef Rulof brengt deze beide subjecten, het land van Gene Zijde en de universele bron van kracht, macht en wijsheid naar onze Aarde over, om daardoor zowel de individuele mens, u en mij, als de naties en de volkeren te verrijken. Jozef Rulof schreef dit volumineuze boek; in de ongelooflijk korte tijd van een paar weken. Gedurende de tijd, dat hij schrijft, zijn ziel en geest gescheiden van zijn lichaam, zodat hij geheel los is van zijn omgeving en niet langer beschikt over zijn vermogen om te zien, te horen of te voelen: hij is in trance.

In deze staat is hij niets meer dan het medium, het instrument van een andere persoonlijkheid, van een Meester uit het land aan Gene Zijde. Deze Meester is nu in feite degene die het boek schrijft en niet Jozef Rulof.
Dit is de wijze, waarop hij werkt en schrijft en het kan ook niet anders, daar hij bijna geen onderwijs ontving en schier geen boek las. Maar:

Een ieder die met hem in contact komt, ondervindt dat zijn leven van dat ogenblik af een keer ten goede neemt: Zijn persoonlijke zorgen en moeilijkheden lossen vanzelf op. Wie op zijn weg komt en zijn vriend en volgeling wordt, zal in het leven slagen. Ik spreek hier uit de ervaring van mijzelf en anderen. Het is verbazingwekkend!

Er zijn massa's mensen die gedurende zijn verblijf hier met Jozef Rulof bevriend raakten; zij allen hebben door hem kunnen drinken van de universele bron van kracht, macht en wijsheid. Zij veranderden door dit heilige water volkomen, hun problemen werden uitgewist, zieken werden op een miraculeuze manier beter. Daaronder waren kantoorbedienden, winkeliers, zakenmensen, reizigers, mannen, vrouwen en kinderen, zij stroomden allen naar hem toe en openden - mirabile dictu - op het eerste gezicht hun harten. Zij keerden rijker, bekwamer en gezonder van hem terug.

Terwijl de oude profeten hun stemmen verhieven om de koningen en de... hoofden van de naties te waarschuwen, werd Jozef Rulof gezonden om de volkeren der Aarde, u en mij toe te roepen:
Zie ik zal u naar het geestelijk bewustzijn voeren zodat ge uw volledige bestemming zult verwerven, uw Nirwaná. God wil niet, dat u een mislukking bent Hij wenst, dat u slaagt in dit bestaan en het leven hierna. God is liefde, in alles. Er is geen dood Na uw aards bestaan zult u naar het astrale bestaan gaan waar u voortleeft, lichamelijk en geestelijk bewust

En zo u uw stoffelijke wetten nog niet ten volle beleefd hebt, zult u naar de Aarde terugkeren waar u opnieuw en opnieuw zult incarneren, tot u al uw schuld geboet, al uw lessen geleerd hebt en uw karma beleefd is.
Maar in het leven aan Gene Zijde, waarin ik reizen mocht, daar is een Meester; een engel wiens grootste verlangen is naast u te zijn op Aarde, u te steunen en te dienen gelijk mijn Meesters mij helpen en inspireren. Laat mij deze Meester voor u ontdekken. Hij zal u dan naar de bron van kracht, macht en wijsheid voeren opdat u drinken kunt en gelaafd en gesterkt het dagelijkse leven opnieuw kunt opnemen om daarin dan te zegepralen!'

Het is ongelooflijk, wat Jozef Rulof in de weinige maanden, dat hij hier was, voor mij en anderen deed. Een van hen, een gevoelig en intelligent man, zei me van hem: 'Deze mens staat torenhoog boven deze stad Hij is een profeet in onze tijd. Zie, zo denken wij hier over hem. Toen hij van het Guardiafield opsteeg om weer naar Holland terug te keren, verdween met hem meer dan een vriend. Maar eens komt hij tot ons terug en tot zolang zullen we leven door de herinnering en door zijn boeken, die ons zullen helpen de weg te vinden naar het Koninkrijk Gods!
O. v. G.
 
                           
                            

HOME.
PAGINA 4.