RONDOM HET SPREKEN VAN JOZEF RULOF.
Als ik het ooit een genade heb gevonden namens de Meesters van Gene Zijde tot u het woord te richten, dan is het deze zondagmorgen. Als ik ooit verlangend ben geweest tot u te spreken, dan is het deze dag. Dit naar aanleiding van de zitting, die u in dit gebouw woensdagavond (zie 'Een historisch document') hebt mogen meemaken.
Geestelijk bewust als wij, volgelingen van de Meesters van Gene Zijde willen leven, gaan wij de feiten nimmer uit de weg.

De zitting met die Meesters is door de aanwezigen in de zaal met gemengde gevoelens beleefd. Daaraan waren verschillende oorzaken schuld. Er was een technische moeilijkheid, waardoor het een aantal bezoekers bijna onmogelijk was het gesprokene te verstaan. Daar was de warmte: Doordat de ventilatie tijdens het spreken was uitgeschakeld en er geen pauze was, waarin de deuren konden worden opengezet, heerste in de zaal een tropische hitte, die het luisteren niet gemakkelijker maakte. Maar bovenal was daar de duur van de toespraak oorzaak van, die voor sommigen te lang uitviel. Men moest namelijk twee volle uren luisteren en dat in die hitte en staande tegenover een stof, die voor velen onbekend en te machtig was. Ik heb verscheidene van u om hun mening gevraagd en van de verschillende op en aanmerkingen wil ik u er drie noemen.

Ten eerste: Was Jozef Rulof, toen hij sprak, in trance? Was het waarlijk een meester van Gene Zijde, die door hem sprak?
Ten tweede: Van waar, als dit het geval was, kwamen dan de herhalingen? Ten derde: Was onze indruk juist, dat die Meester - zo hij het was - moeilijk een eind aan zijn betoog kon maken? Ik wil die vragen hier vanmorgen voor u behandelen, omdat ze voor u en voor mij belangwekkende aspecten kunnen opleveren, omdat ze ons in aanraking brengen met toestanden, met wetten en graden, die voor het grootste deel voor de mensheid nog onbekend zijn. Wij betreden dan namelijk het terrein van de occulte wetenschappen, een terrein dat nog door zeer weinigen met goed gevolg is doorvorst. Ik wil om te beginnen schilderen wat zich hier afspeelde, te zien door onze aardse ogen.

Jozef Rulof zou spreken, of liever gezegd bij monde van hem zou een astraal Meester spreken. Deze zou uitweiden over het boek 'De Volkeren der Aarde door Gene Zijde bezien', dat in de afgelopen oorlogsjaren door Gene Zijde aan Jozef Rulof is geschonken. Daaraan ging vooraf een persoonlijk woord van Jozef Rulof, die enkele mededelingen deed en dit op een wijze - ik haal dit aan om de eerste vraag te beantwoorden: Sprak hij zelf, of deed het een Meester?- die menselijk was en getuigde dat hier een spreker aan het woord was die men niet geroutineerd kon noemen. Het ging niet vlot, er waren haperingen, de zinsbouw was vaak niet fraai. In 't kort, hier sprak een gewoon mens, voor wie het geen dagelijks werk is om voor een grote zaal te spreken. Aan het eind van zijn inleiding kondigde hij aan: 'Zo dadelijk zal mijn lichaam door een Meester van Gene Zijde worden overgenomen en zal deze Meester tot u het woord richten.
'
Wij hebben kunnen meemaken hoe dat proces zich afspeelde, voor zover onze aardse ogen het toelieten. Voor wie scherp keek was te zien hoe zich, toen eenmaal het Panis Angelicus de ruimte vulde, een verandering voltrok in hem en er een grote rust over hem kwam, het geëmotioneerde viel van hem af, zijn houding werd bewuster. Jozef Rulof had zijn lichaam verlaten en plaatsgemaakt voor een astraal wezen, dat zich van zijn organen zou bedienen om daardoor een contact te bewerkstelligen, dat toeliet van de astrale wereld uit een woord tot de stoffelijke mens te richten.

'Het woord, dat tot u komt, is niet van uw wereld,' zo klonk het, vast, helder, bewust.
Voor hen, die waarlijk overtuigd zijn van het mediumschap van Jozef Rulof, voor hen, die vertrouwd zijn met zijn boeken, stond vast: hier spreekt een Meester. De vraag voor hen was slechts: wie was die Meester? Ik zal u hierop dadelijk antwoorden.
Al naarmate de Meester verder sprak, bleek zijn bedoeling: hij wilde een inleiding geven tot de lezingen, die zouden worden gehouden over het boek 'De Volkeren der Aarde door Gene Zijde bezien'. Hij sprak niet direct over dit boek, noch behandelde hij een deel ervan, maar hij gaf een zéér uitvoerig overzicht van de straks te behandelen stof. Daarin ging de Meester zeer ver, veel verder dan ik ooit hier gegaan ben. Waar ik, mij zeer dicht bij u gehouden heb, koos hij de ruimte en zweefde met u van planeet tot planeet, zonder overigens op die planeten ~ hun graden en wetten - in te gaan; hij raakte haar slechts aan met het doel duidelijk te maken, welk een stof Gene Zijde ons wil voorzetten. Zo bouwde hij aan een machtig panorama.

Deze inleiding duurde ruim twee uur en wie overtuigd was, wie de boeken kende, wie waarlijk geloofde, hij had geen last; hij bleef luisteren, de warmte beïnvloedde hem niet; hij voelde zich meegenomen door het woord van de meester; hij maakte zich los van dag, uur en plaats en schiep zo de mogelijkheid met die Meester van planeet tot planeet, van toestand tot toestand te zweven en had nu geen moeite hem te volgen. Anders was het gesteld met de luisteraars, die alleen van Jozef Rulof hadden horen spreken als van een medium, van een occult werker, en zijn persoon, noch zijn boeken kenden; en het is begrijpelijk, dat het voor deze zielen moeilijk was het betoog te volgen. Ik geef het u te doen, als u nog nimmer van reïncarnatie, van de wedergeboorte, hebt horen spreken, om dan het volgen en te verwerken: Mijn geliefden, u bent geboren op de Maan. U bent vandaar uit naar Mars gegaan en vandaar naar de Aarde en eenmaal gekomen in de astrale wereld, wachten u nog hogere kosmische graden.

Ik geef het u te doen, als u juist uit de oorlog komt, waarin de kleinheid van de mens zo schrikbarend bleek, als ge komt uit een oorlog, waarin het menselijk leven minder telde dan dat van een dier, om dan te horen zeggen: 'Ge zijt
Goden en gij zijt het, die Maan, Mars, Aarde en de andere kosmische graden schiep!' Ik geef het u te doen, als ge, gelijk ieder mens op deze wereld, moet vechten tegen eigenschappen die u van uw rust beroven, die het u moeilijk maken en u in situaties brengen waarin ge u liever niet gebracht zag, om dan te horen getuigen: 'En er is geen zonde ook!'

Kortom, het was een opgave die voor deze mensen te zwaar bleek, ze vonden deze taal krankzinnig en sommigen meenden daartegen te moeten protesteren door de zaal te verlaten.
Ik begon u te zeggen: als wij bewust willen leven, bewust willen reageren op de feiten, waarvoor het dagelijks leven ons stelt, dan moet men dit ook te allen tijde kunnen opvangen en de velen, die ik heb gesproken, hebben dit weggaan kunnen opvangen, al gaf het hun een klap die hun meer dan lichamelijk pijn deed. Het deed hun pijn hen te zien weggaan, pijn, omdat dit gericht was tegen een Meester van Gene Zijde, die toch in zijn liefde naar hier was gekomen, zijn geluk in de sferen, in de hemelen onderbrekend om hier, rekening houdend met ingewikkelde wetten en graden, die weinigen kennen, tot ons te gaan zeggen: 'Dáár ligt de weg, die u voert naar het volkomen geluk.'

We voelden mede pijn om de mensen zelf die weggingen. Dat ze er niet juist aan deden om door weg te lopen te protesteren, daar dit van weinig geestelijke beschaving getuigt, zal voor een ieder vaststaan; maar begrijpen kunnen wij hun toestand en naast het begrip ligt het vergeven.
Ik sta voor het beantwoorden van de vraag: was Jozef Rulof in trance, of sprak hij zelf? Ik heb alle hoop, dat voor u het antwoord op die vraag precies zo vaststaat als voor mij. Zoals ik al zei, een scherp luisteraar moet het verschil hebben gevoeld tussen de weifelende, tastende mens, die in een vreemde omgeving, aangestaard door honderden ogen, het woord moest voeren en het heldere, sonore geluid daarna van een bewuste ziel, die de ruimten Gods in zich weet en het besef gekregen heeft: Ik ben een schepping Gods met alle machten en krachten, met alle bewustzijn daaraan verbonden.

Ik schilder u nu, wat hij of zij had kunnen zien, die de afstemming en de gave bezat om het astrale gebeuren waar te nemen. Wat geschiedde er op het moment, dat Jozef Rulof uitgesproken was en het contact met Gene Zijde tot stand kwam?
Ge moet u eerst eens een ogenblik indenken wat het zeggen wil om uit het lichaam te treden. Een ziel moet het lichaam verlaten, het huis dus, dat zij zichzelf heeft opgebouwd en dat huis moet nu door een ander worden betrokken. Voelt u al aan welk een diep en machtig gebeuren dit inhoudt? De ziel schiep het lichaam in de moeder, de moeder hielp er aan mee; en zo vormde zich een organisme van duizenden zenuwen, van organen en stelsels, alle ten dienste van de ziel, die het als voertuig zou moeten gebruiken. Daaraan ligt vast, dat lichaam en ziel onscheidbare zijn en nu moeten daar de voorwaarden geschapen worden voor een toestand waarin het mogelijk is dat de ziel het lichaam, waartoe het behoort, kan verlaten om voor een ander plaats te maken.

Dit geschiedde toen de tonen van het 'Panis Angelicus' door de zaal ruisten. Het was Meester Alcar, de leider van Jozef Rulof, ons allen bekend uit zijn boeken, die toen het organisme van zijn instrument betrad. Jozef Rulof had zich 'leeg' gemaakt; er was niet één gedachte meer in hem, want deze zou hem hebben vastgehouden in het organisme. Er moest niets in hem zijn, hij moest leeg zijn om rustig en zonder stoornis uit zijn organisme te kunnen verdwijnen.

Het ligt niet in mijn bedoeling u dit hele proces thans te vertellen. U zult het te horen krijgen wellicht als ik het voorrecht heb Jozef Rulof's boek 'Geestelijke Gaven' te bespreken; of - wat ik nog liever zou zien - als één van de Meesters u het ganse proces verklaart.
Wel merk ik nog even op - het kan u iets verklaren van de wetten, die werden gevolgd - dat toen Jozef Rulof het lichaam verlaten had en Meester Alcar daarin was afgedaald, hij toch met zijn organisme verbonden bleef, daar dit anders als een lege huls ineengestort en tot niets geworden zou zijn. Gedurende de uren dat Meester Alcar sprak, bleef Jozef Rulof met vijf en twintig van de honderd procent met zijn lichaam verbonden en bereikte zo, dat dit lichaam normaal kon functioneren, de organen hun werk deden en dat Meester Alcar ongestoord, het tekort aanvullend, door zijn lichaam kon spreken. Zo sprak tot u Meester Alcar. Niet Jozef Rulof, maar, voor wie het aanvaarden kan, een astraal Meester. Ik hoop, dat hiermee de eerste vraag beántwoord is.

Nu de tweede: Vanwaar de herhalingen?
En nu moet ik u zeggen, dat de avond een drieledig doel had. Ten eerste de Eeuw van Christus te openen. Meester Alcar heeft dit aangestipt. Ik heb dit op mijn vorige lezingen ook herhaaldelijk naar voren gebracht, dus ik acht mij er van ontslagen er thans uitvoeriger op in te gaan. Meester Alcar opende namens de astrale wereld, namens Christus, de Eeuw, die Christus boodschap volledig op Aarde moet brengen.
Het tweede doel was u geestelijk voedsel te bieden en voor velen van ons is ook dat doel bereikt. Er waren er, die zeiden: Het had nog wel drie, vier uur langer kunnen duren, mij maakte het niet moe, ik voelde me opgetrokken en zweefde als het ware hand in hand met de Meester door de ruimten Gods.

Het derde doel was de ontwikkeling van Jozef Rulof zelf. Een ieder, die een klein beetje thuis is in de occulte wetten, die meer heeft gelezen over het Oosten en de werkwijze van de magiër, hij kan zich enigermate indenken wat het betekent, staande in een volle zaal zijn lichaam af te geven aan een astraal wezen. Vraag aan een magiër: 'Waarom trekt u zich terug en kiest u de eenzaamheid? Waarom laat u niemand bij u toe, wanneer u mediteert of in contact bent met de astrale wereld?'
Hij zal u zeggen: 'Moet ik een niet-ingewijde toestaan in mijn hart te zien, moet ik mij naakt stellen tegenover één die mij niet kent of de wereld waarin ik ben, één die mij deswege door één onbeheerste gedachte dodelijk kan treffen?
Hij en de mens, die zijn omstandigheden kent, kunnen beseffen wat het zeggen wil voor een instrument ettelijke honderden mensen toe te staan in zijn hart te kijken, hun te veroorloven met hun goede en verkeerde eigenschappen, hun stoffelijk geladen gedachten aanwezig te zijn, terwijl hij, weerloos en kwetsbaar, zich ten dienste van een heilig doel overgeeft aan bovennatuurlijke krachten en wetten.

Toen meester Alcar tot ons het woord richtte wist hij dat hij reacties zou oproepen, die hem het werk zouden trachten te belemmeren. Er moest dus door hem bereikt worden, dat al die honderden mensen met hun zo totaal verschillende invloeden hem en zijn instrument niets zouden kunnen doen. Hij was in de voorafgaande jaren bezig geweest een trance toestand op te bouwen, die tegen die gevaren bestand zou zijn. De proef in het publiek echter moest nog afgelegd worden. Een geestelijke ontwikkeling is pas dan volkomen als zij door het vuur van de ervaring gegaan is.

Men heeft Jozef Rulof, zoals gezegd, vele jaren voorbereid op het spreken in het openbaar, maar de kracht en gaafheid van de trance konden eerst blijken als hij tussen het publiek stond. Jozef Rulof stond voor honderden mensen, waarvan hij veren niet kende. Sommigen kwamen om waarlijk wijsheid te horen en zij bezaten geloof en eerbied. Maar anderen kwamen om sensatie te beleven en deze waren gevaarlijk. Het was niet voor niets, dat ik u hier de vorige keer gesmeekt heb: Bereidt u voor. Ik deed dit weloverwogen, want ik wilde u maken tot medewerkers van Meester Alcar, in welke hoedanigheid hij u nodig zou hebben om de verkeerde invloeden, in deze zaal aanwezig, te neutraliseren. De invloeden waren dermate afschuwelijk, dat er - dat hebt u niet kunnen zien, behoudens enkelen wellicht - een heel leger van engelen hier aanwezig was. Er heeft zich een verschrikkelijke strijd afgespeeld, een strijd die zich altijd ontwikkelt wanneer het goede naar voren dringt en daardoor het kwaad wakker roept en actief maakt. Wanneer wij mensen een verkeerd gerichte gedachte uitzenden, trekken wij meteen het duistere astrale wezen naar ons toe. Hij, die de boeken kent van Meester Alcar, weet dat het kwaad het kwaad zoekt. En wie zich daarop afstemt, zal te aanvaarden hebben dat zijn daad nog verscherpt wordt door het astrale wezen, dat dit kwaad meebeleven wil! 

De verkeerde gedachten van de sensatie zoeker trokken dan ook demonen aan. Er moest hier dus als het ware gevochten worden op twee fronten tegen de verkeerde invloeden in de zaal en tegen die van de duistere astrale wereld. Hiertoe waren aanwezig de Meesters Cesarino, Ubronus, Hamed en nog anderen, kortom de hoogste Meesters uit de sferen van licht. Zij allen waren hier om eens en voor goed een trance toestand op te bouwen, die zou bestand zijn tegen elke dreiging van wélke kant ook. En ik kan u zeggen daarvoor is twee uur lang gevochten en het doel is bereikt!
Hiermedé heb ik tevens de vraag beantwoord: Vanwaar de herhalingen? Om zijn doel te bereiken heeft Meester Alcar geriskeerd dat er in zijn betoog herhalingen zouden voorkomen, die bij zijn toehoorders vragen konden oproepen als: Van waar die herhalingen, als er toch een Meester aan het woord is? Dan moet hij toch zeer zeker een geroutineerd spreker zijn? Als hij beweert, dat hij een Meester is die de ruimten Gods in zich heeft, dan moet het toch voor hem een kleine kunst zijn om ons tenminste zo gaaf toe te spreken als een aards spreker dat vermag?

Ik zeg u: Zeer zeker kan Meester Alcar dat. Maar zijn doel dienend heeft hij die aanmerkingen geriskeerd. De herhalingen ontstonden hierdoor, dat hij mede zijn aandacht moest geven aan alles wat er om hem heen geschiedde. Hij kon zich niet rustig beperken tot zijn betoog. Hij moest mede actief zijn, waar het betrof het uitschakelen van de verkeerde invloeden.
Ik zeg u: De meesters zijn tevreden! En dus kunnen wij het ook zijn. Op de volgende zitting zal blijken, dat er van deze herhalingen geen sprake meer behoeft te zijn zó opvallend als woensdagavond.
Hiermede heb ik tevens beantwoord de derde vraag: Hoe komt het dat die Meester naar het scheen geen eind kon maken aan zijn betoog?
Dat houdt dus mede verband met hetgeen ik u reeds uitgelegd heb.

Er was echter nóg een factor en deze werd bepaald door de aard van zijn betoog. Het was niet slechts Alcars bedoeling op een bepaalde toestand van het boek: 'De Volkeren der Aarde door Gene Zijde bezien' in te gaan. Hij wilde een globaal overzicht geven. En zo moest hij gaan van Maan naar Zon, van Maan naar Mars, van Mars naar de Aarde, kortom, hij zweefde door de ganse ruimte. Dit hield weer bepaalde consequenties in. Ik wil dit demonstreren met een klein voorbeeld. Wanneer wij mensen spreken over een bloem, dan dringt zich de voorstelling van die bloem aan ons op. Nog sterker wordt dat, wanneer wij spreken over onze geliefden, over onze moeder, vader, of over onze vrouw, onze man, ons kind, onze broeder, zuster of over onze vrienden; dan zien wij die persoon ten voeten uit voor ons, hun hele persoonlijkheid vult ons en we voelen diep en intens hun liefde. Onnoemelijk veel sterker is dat het geval in de bewuste astrale wereld. Wanneer men daar spreekt over de Maan, over een ster of over welke planeet ook, dan komt dit hele stelsel op de voorgrond; zij trekken het naar zich toe en het vraagt er om behandeld te worden. Wanneer wij liefhebben, dan leven wij in de persoon naar wie onze liefde uitgaat en deze leeft in ons. Nog veel sterker is dat het geval bij de astrale mens, die een toestand in zijn totaal heeft beleefd en er dus met onverbrekelijke banden mee verbonden is.
Wanneer Meester Alcar dus spreekt over de Maan dan komt zij onmiddellijk naar hem toe, dan is hij op de Maan. Zozeer is hij met haar verbonden, zozeer heeft hij haar lief, dat deze planeet zich als het ware aan zijn hart legt en vraagt, dienend als zij is ingesteld: 'Ik wil behandeld zijn, spreek over mij.'

Toen Meester Alcar dus de planetenstelsels noemde, maakte hij deze wakker. Zij vroegen behandeld te worden, maar dit lag niet in zijn bedoeling, daar hij slechts een inleiding, een overzicht wilde geven. Hij moest nu het leven, dat hij geopend had, weer sluiten en hij deed dit voorzichtig, liefdevol en we hebben allen kunnen merken, dat hij telkens zachtjes erbij terugkwam, zó lang tot zij weer ingesluimerd waren en hij zijn betoog kon besluiten. Ook dit behoeft, de volgende keer niet het geval te zijn, want als dán de Maan wordt wakker gemaakt, zal zij ook worden beleefd.  
 Dit zijn de antwoorden op de binnengekomen vragen, ik neem aan, dat ik haar u althans ten dele verklaard heb. Duidelijker zal het u worden als wij straks werkelijk ingaan op alle wetten, die met het spreken in trance samenhangen. 
Ik kom nu tot dit: Waarom heeft Meester Alcar ons voor een dergelijke zware opgaaf gesteld? 
Laten wij eerlijk wezen, ook al hebben wij dan de tien boeken gelezen en zelfs in mijn geval, die ook al de boeken over de kosmologie gelezen heb, moet het ons duizelen.
Waarom hield Meester Alcar zo weinig rekening met ons bevattingsvermogen? Waarom stelde hij ons meteen maar voor een dergelijk machtig geheel? Waarom stelde hij ons onvoorbereid voor begrippen, van zulk een vergaande strekking, dat ze de bestaande opvattingen over God, leven en dood volkomen wijzigen?

Het is duidelijk: Hij deed dat bewust en met een weloverwogen doel. Meester Alcar heeft een ieder in de zaal aanwezig op zijn plaats willen stellen. De Leer van Gene Zijde, zoals zij tot ons zal komen, is niet voor kleine zielen. De Leer van Gene Zijde, die zich er op laat voorstaan een weergave te geven van de ware schepping Gods, een dergelijke leer vraagt veel van degenen, die haar zich eigen willen maken. Wat had Meester Alcar moeten doen op de eerste avond, toen hij sprak namens de andere Meesters, namens Christus? Had hij deze stof klein moeten behandelen? Was het daarentegen niet veel beter dat hij ons eens en voor goed het programma voorlegde dat wij door de Meesters in de toekomst zullen gaan beleven? Terwijl ik er in mijn vorige toespraken op zinspeelde, dat wij een gigantisch beeld zullen krijgen van de kosmos, ging Meester Alcar veel verder. Hij stelde in de tijd van twee uur onze betrekkingen tot God en de kosmos vast en hing een enorm beeld op van alles wat de ruimte inhoudt en van alles wat wij daarvan zullen gaan beleven. Een ieder van ons, die het scheppingsverhaal kent, dat ons door de verschillende godsdiensten wordt gebracht, heeft weleens de opmerking gemaakt: Wat is alles klein! Als God wáárlijk de schepper is van een dergelijk plan, kan ik mij niet indenken, dat alles zo benepen menselijk in elkander grijpt. Het ontstaan van de mensheid uit twee mensen, de zondeval, er spreekt zo helemaal niet een Goddelijke Almacht uit dit verloop! Ik wil er hier niet nader op ingaan, u kent het allen. Maar wanneer wij dan plotseling komen te staan voor een astraal Meester, die ons uit zijn ruimtelijk bewustzijn voor de waarachtige feiten stelt, dan is het begrijpelijk, dat de omvang en het geweld van zijn openbaring ons hebben doen duizelen. Maar we beseffen nu meteen ook, dat het omvatten van de Leer van Gene Zijde geen kinderspel is, zij vraagt een groot bevattingsvermogen, zij vraagt een sterke wil en een intense overgave.

In naam van Meester Alcar dank ik u, die nu hier in de zaal aanwezig bent, want gij hebt de proef doorstaan. U begrijpt, dat het voor Meester Alcar eenvoudig geweest zou zijn, zich als een liefderijk vader aan ons voor te doen, op fijne, rustige manier te vertellen van hemel en hel en ons zijn aanwezigheid te laten voelen, zó dat wij zouden zeggen: 'Er is waarlijk een vader hier aanwezig!' Maar het gaat hier om grotere dingen, met name het uitdragen van een leer, die door God zelf geschapen is, omdat zij Zijn eigen scheppingsplan betreft. U hebt de proef doorstaan. U hebt twee uur kunnen luisteren en ge zijt niet afgedropen, maar hier weer fris naar toe getogen om u opnieuw tot luisteren te zetten. En ik mag u daarom danken namens Meester Alcar. Wij zouden zelfs al blij zijn geweest wanneer er hier thans een tiental mensen verschenen waren, in plaats van een paar honderd, want het doel van Meester Alcar was een gave kern over te houden van medewerkers, die hij zou kunnen gebruiken om de Leer van Gene Zijde op aarde te vertegenwoordigen. De sensatiezoekers zijn weggegaan, alsook zij, die wrevelig zeiden: 'Dit is krankzinnig, dit praten over Maan en Zon alsof het niets is. Hoe kan je nu geloven dat je op de Maan geboren bent!'
Kort en goed: Het kaf is van het koren gescheiden.

Ik heb ook nog - ik raak dit in verband met het vorige aan - de opmerking gehoord: 'Jozef Rulof was vast niet in trance, ik heb hem niet eens horen kreunen!'
Ik heb er, evenals u, om geglimlacht. Daarna ben ik er dieper op ingegaan en heb dit bij mij zelf overwogen: Wanneer hier op die avond een parapsycholoog aanwezig was geweest, zou hij alles een wonder hebben genoemd en wel hierom. Velen van u zullen gelezen hebben over de onderzoekingen, welke in het bijzonder door de Engelse parapsychologen op dit terrein zijn verricht en zij zullen dan de conclusie van die parapsychologen hebben gelezen, die hierop neerkwam: De verschijnselen, die de door ons onderzochte media tot stand hebben gebracht zijn vaak wonderbaarlijk. En wij kunnen niet anders dan verklaren dat deze verschijnselen niets menselijks meer hebben, maar door bovenzinlijke, door bovennatuurlijke krachten moeten zijn teweeggebracht. Maar het verschrikkelijke is, dat al deze mediums nog niet een half uur achter elkaar een wijs woord kunnen spreken. Het verschrikkelijke is dat de doden, de astrale mensen, die door deze mediums spreken, zich niet meer kennis hebben eigen gemaakt in hun nieuwe toestand, die zij op Aarde reeds bezaten. Er worden telkens wel interessante, maar overigens weinig actueels biedende opmerkingen gemaakt. Zij vertellen graag hoe bijvoorbeeld hun grootvader heet en dat deze een gouden horloge had, dat wel eens iets achter liep. Zij kunnen vertellen, dat zij daar en daar en in dat en dat huis hebben gewoond, waar een tafel stond met gedraaide poten. Maar wijsheid, concrete en verheven mededelingen omtrent het hiernamaals en de wetten Gods, waarnaar wij toch eigenlijk verlangen en waarvoor toch het contact met Gene Zijde moet dienen, die wijsheid krijgen wij nimmer. De doden blijven schimmig; zij blijven verward in hun taal, ze stamelen. En al met al schieten we dáár bitter weinig mee op!

Als ik dus zeg, dat de zitting voor de para- psycholoog een wonder zou zijn geweest, heb ik het bij het rechte eind. Hier werd niet gestameld; hier klonk krachtige, bewuste taal. En nu hebben wij daarvan nog slechts een flits gekregen, omdat de gehele opzet werd beïnvloed door andere factoren. Wanneer wij straks Meester Zelanus aan het woord horen, dan zullen wij zien hoe ongelooflijk gemakkelijk hij het contact tot stand brengt en hoe ruimtelijk het woord is, dat dan tot ons komt. En wanneer wij dan straks het voorrecht krijgen vragen te stellen en u, rustig in de zaal gezeten, kunt vragen: 'Meester, kunt ge mij antwoorden op die of die vraag?' zult ge zien, hoe hij u immer een afdoend antwoord zal verschaffen. Of ge nu geoloog, arts, parapsycholoog bent, ge kunt élke vraag stellen, die in u opkomt en ge zult deze beantwoord horen. En dan zal ik juichen, want van alle wonderen, die ik met Jozef Rulof heb mogen beleven, heeft niets mij meer overtuigd dan het feit, dat ik hem geen vraag heb kunnen stellen, of hij of de Meesters konden daarop antwoorden. En dát zal volgens mij de wereld overtuigen, dat het hier niet betreft een gewone menselijke intelligentie, maar een astraal ruimtelijk bewustzijn, dat voor geen vraag behoeft te wijken.
De trance, door de Meesters en Jozef Rulof opgebouwd, laat de behandeling van elke vraag, hoe ingewikkeld ook, door hier is geen gekreun of dergelijk vertoon nodig, geen gekronkel van het lichaam, geen handengezwaai, geen charlatanerie om ons te suggereren dat hier iets bijzonders aan de hand is. Hier staat men voor een trance, die een gaaf Meesterwerk is!
Ik hoop, dat ik hiermede de vragen afdoende heb beantwoord. Dan kan ik nu overgaan tot wat voor mij het belangrijkste is van deze morgen: uw medewerkerschap! Ik heb gezien, dat woensdagavond mensen in de zaal hun nagels zaten te knippen, hun haren kamden, hoe zij onbenullige en banale praatjes zaten te wisselen, kalmweg het feit negerend dat wij met de hemelen waren verbonden.

Voor u, die bij mijn vorige zondagmorgenlezing aanwezig waart, stond vast dat u zich op de zitting met de Meesters zou voorbereiden en ik kan u zeggen, dat de Meesters van uw overgave, uw voorbereiding, uw liefde dankbaar gebruik hebben gemaakt. Daardoor werd het hun mogelijk krachten aan u te onttrekken, die zij nodig hadden voor de bestrijding van de aanvallen, die werden gedaan. U bent daardoor dus medewerker geweest van Meester Alcar en hij vraagt u het te blijven. Hij vraagt u, u nog beter voor te bereiden, ook al omdat ge waarlijk - en ge moet dat gevoeld hebben en uit vele getuigenissen van u is mij dat ook gebleken - omdat ge waarlijk op gewijde grond staat.
 Ik heb u de vorige maal geschilderd hoe in het oude Egypte de priesters zich voorbereidden. Ik ben er niet te diep op ingegaan, anders had ik kunnen vertellen hoe ongelooflijk ver die voorbereiding ging. Nu weet ik wel dat dit in onze ingewikkelde maatschappij zó niet mogelijk is. De priesters hadden veel voor op ons; zij leefden in een afgesloten ruimte, zij behoefden dus de invloeden, die wij te verwerken krijgen, niet te ontmoeten. Zij trokken zich terug in hun cel of in de tempeltuin en hadden daar alle tijd om zich voor de zitting gereed te maken. Maar toch kunnen ook wij ons prachtig voorbereiden; en dan raad ik u aan te doen wat ook zij deden. Want hoe handelden de priesters, die zich gingen voorbereiden op het contact met de hemelen, met de kosmos? Zij stelden zich in op een bloem, een wolk, een ster. Zo moeten wij doen: ons vereenzelvigen met het uitspansel, met een bloem, het water, een vlinder, noem maar op en wij trachten dan ook ons gevoel zo rein en natuurlijk te maken als het leven, waarmede wij ons verbonden hebben.

Is het niet begrijpelijk, dat een zieke graag bloemen bij zich heeft? Dit is niet alleen om de schone kleuren ervan of om de opwekkende geuren, maar dit is vooral om de verstillende invloed, die van het bloemenleven uitgaat. Als wij ons goed willen voorbereiden moeten wij trachten ons met een bloem te verbinden. We vragen haar dan: 'Bloem hoe zijt gij ontstaan, hoe zijt gij gekomen aan uw schone kleur? Hoe aan uw uitstraling? Hoe aan uw stilte?'
Wanneer wij dat doen, dan zullen wij ondervinden, dat er een diepe rust in ons komt. Dan bereiken wij, dat het dagelijks leven van ons afvalt. Er is nu niets meer dat ons stoort. Wij hebben niet het vervelende gevoel van rekeningen, die nog betaald moeten worden, van verplichtingen, die wij op ons namen; het rumoer van de straat heeft opgehouden. Wij zijn één geworden met het leven Gods en wij voelen de adem ervan in ons komen en ons tot rust brengen.
Ik verzeker u, wanneer ge de uren, voorafgaande aan de zitting, op deze wijze doorbrengt, dan zult ge de gevolgen ervan ondervinden. Als ge hier binnenkomt, is de gewenste stilte in u.

Wij hebben dan bereikt, dat er mooie gevoelens in ons leven. We willen immers geen kwaad doen? Wij willen alleen maar stil zijn en rustig en ontvankelijk en daartoe verbonden wij ons met het bloemenleven. Wij zoeken het kwaad niet, wij willen het niet, wij willen alleen maar zijn kleine kinderen, wachtend op het contact met hun Vader en die deswege hun innerlijk in overeenstemming brachten met de reinheid, die hun dan tegemoet zal komen.
 Ik moet uit naam van Meester Alcar nogmaals vragen: Handelt zoals ik u zeg, opdat wij straks 
tezamen, als medewerkers van Meester Alcar, de niet te voorkomen kwade invloeden kunnen beletten overheersend te worden. Aanwezig zijn ze altijd, maar gevaarlijk behoeven ze niet te zijn wanneer gij u een waker wilt betonen!
Wij staan voor een ontzaglijke taak en u behoeft helemaal niet te geloven - u zult het misschien in eigen kring al ondervonden hebben - dat wij met onze Leer bij de mensen getapt zullen zijn, integendeel. Vergeet niet - en Meester Alcar heeft dat voor mijn gevoel duidelijk bereikt, hij heeft het ons goed laten voelen - dat de talloze heilige huisjes, welke door de mensen zijn opgericht, door ons zullen moeten worden ingegooid. En dan doen wij wat zo velen vóór ons gedaan hebben.

Toen indertijd Beethoven zijn scheppingen wrochtte, werd hij uitgekreten voor een krankzinnige. Wij hebben dat woord ook naar ons hoofd gekregen; wij bevinden ons dus in goed gezelschap.
Toen Edison aan zijn uitvindingen werkte, werd ook hij uitgekreten voor een zot door de mensen, die later het knopje van het elektrisch licht zouden omdraaien en zeggen: 'Toch wel prettig, dat licht!'
Rembrandt heeft hetzelfde moeten ondervinden. 'Was dat nu Kunst! Dat was geschilderde waanzin! En nu staan duizenden eerbiedig stil voor zulk een ontplooiing van menselijk gevoel, van menselijke liefde, van menselijke kunst.
Nog nimmer in de geschiedenis heeft de massa ten goede bezield. De grote, leven en maatschappij vernieuwende impulsen werden altijd geschonken door de enkeling. Nooit was het de massa, die tot een uitvinding kwam, of het leven, het denken in een nieuwe richting stuurde. Het was altijd de enkeling. En zo was het ook altijd de enkeling, die de hoon en verdachtmaking van de massa te verduren kreeg, terwijl hij beter wist, terwijl hij in zijn begenadigd weten de mens naar een hoger, verder en edeler stadium wilde voeren. De massa werkte hem tegen of sloot hem op, alleen omdat de massa nu eenmaal meer gesteld is op haar rust!

De enkeling, die de massa wil gaan opvoeren, heeft het dus zo prettig niet. De massa scheldt hem voor gek, of erger, tracht hem te breken. En toch gaat de bezielde door. Waarom? Omdat hij nu eenmaal leeft in een hogere gedachte en daaraan onttrekt hij de bezieling zo formidabel, zo overheersend, dat diezelfde massa, hoe groot ook in aantal, hem niet breken kan. Rembrandt vocht verder, Beethoven deed dat én Edison én Galilei en op godsdienstig terrein deden dat Mozes en Christus en de vele anderen. Ze  lieten zich niet breken door de massa, want zij wisten wat die massa niet wist: Hoe hoog de vlucht was van de gedachten, die in hen leefden. En het is logisch, een groot uitvinder, een groot componist, een dichter, een wereldleraar, hij kan niet leven op het peil van de massa. Hij moet verder zijn, anders heeft hij geen taak en valt hij niet op tussen de velen, omdat hij dan het denken zou vertegenwoordigen van die massa zelf. Zijn gedachten moeten wijder, dieper, machtiger, ja ruimtelijk zijn. Dan bereikt hij, dat de massa op de duur gaat zien: 'Inderdaad, ons weten is maar klein, ons gevoel is ruw, de gehele inrichting van ons leven en onze maatschappij maar onvolkomen'. Zo stelt de vernieuwer de massa voor een hoog doel, waarvan het bereiken moeilijk is, maar dat eenmaal eigen gemaakt, de evolutie bevorderd heeft.
En zulks is ook onze taak. Wij, als medewerkers van de Meesters van Gene Zijde, wij hebben tot taak om tegen verdrukking, verdachtmakingen en laster van de massa in deze leer uit te dragen, om haar eens te overtuigen! Wij staan in de verheven en vergaande taak niet alleen, naast ons staan onze vrienden van Gene Zijde; dit kunnen zijn onze eigen vader of moeder, onze broeder of zuster, misschien onze man, onze vrouw, ons kind.

Wij weten ons dus beveiligd; in ons leven spreekt het Goddelijk woord. En dat woord stuwt ons om aanstaande donderdag ontvankelijker dan ooit hier in de zaal aanwezig te zijn om opnieuw te luisteren naar het woord van onze geestelijke gids, die ons verder zal brengen en ons weer beter zal instrueren voor onze taak, die ligt in het apostelschap voor de Eeuw van Christus. Ik zou nu met u willen bidden; er zijn velen onder u die het gebed in mijn toespraken gemist hebben. Maar ik vind dat elk woord, elke gedachte, die hier bij ons samenzijn vorm kreeg, gebed is. Wanneer hier onze astrale vrienden aanwezig zijn, wanneer Christus uit het Al naar ons, kleine groep mensen, neerziet, dan weten zij hoe wij waarlijk bidden willen, hoe wij waarlijk willen zijn reine kinderen van onze Goddelijke Vader. Dan kent Deze onze intentie: Het kennen, het verstaan en het dienen van onze eigen Vader.
Deze ganse morgen was een gebed. Namens u heb ik door mijn woorden aan Christus en aan onze geliefden aan Gene Zijde willen vragen of zij zich met ons gebed willen verenigen, opdat het langs alle kosmische graden, langs alle goddelijke hemelen zal opstijgen naar de Schepper van al het leven, in het verzoek of Hij Zijn onmisbare zegen zal willen schenken aan ons, die apostelen wensen te zijn in de Eeuw van Christus, aan ons, die de bouwers willen zijn van het Koninkrijk Gods op Aarde, opdat miljoenen het geluk zullen kunnen voelen, dat nu al in ons leeft!
 L. U. 

                                      SCHILDER VAN HET ONGEZIENE!
Van 15 Mei jl. tot en met 30 Mei 1953 jl. was er in Huize ,,De Hofstad", Noordeinde 124 te Den Haag een tentoonstelling van de veelbesproken schilderijen van Jozef Rulof.
Voor de meeste lezers van de ,,Europese Heraut" zal de naam Jozef Rulof een begrip zijn! Voor diegene echter die de Heer Rulof niet hebben gekend, hebben wij elders in dit blad een levensbeschrijving opgenomen.
De schilderijen van Jozef Rulof zijn moeilijk te beschrijven. Men moet deze zelf hebben gezien, wil men hiervan een juiste indruk krijgen. Deze schilderijen zijn namelijk zo geheel anders, dan wat men zich doorgaans van schilderijen voorstelt.

In Amerika heeft Dorothy Grafly, een autoriteit op het gebied van kunstrecensie, Jozef Rulof een ,,geestelijke Rembrandt" genoemd. Inderdaad hebben de schilderijen van Rulof veel weg van de oude meesters. Ook hierin faalt de vergelijking echter grotendeels, omdat de voorstellingen doorgaans zuiver op geestelijk terrein liggen. Hoe kan het ook anders, want Jozef Rulof schilderde in trance en ontving taferelen uit de astrale werelden, die geen aards schilder ooit zo heeft mogen ontvangen!
,,Bovenaards mooi! Meesterlijk! Wat een zeldzame kleurenpracht! Wat een vreemde techniek! Welk een schitterende symboliek!" Ziehier enkele uitlatingen van de duizenden bezoekers, die altijd weer in dichte rijen om deze kunstwerken staan gegroepeerd. Het is moeilijk vast te stellen hoeveel van deze schilderstukken Jozef Rulof heeft mogen schilderen. Zeer vele zijn verkocht en bevinden zich in andere landen. Nog veel meer zijn er geschonken aan mensen, die zulke schilderijen wel op de juiste waarde wisten te schatten, maar niet de middelen bezaten om deze te kopen. Hoe dan ook, wel kan worden vastgesteld, dat het oeuvre zeer groot is. Rulof was een bijzonder actief man en gebruikte al zijn energie en zijn fysieke krachten om de mensheid alles te schenken wat in zijn vermogen lag. Aan zijn vrouw liet de heer Rulof de mooiste werken na. Deze zullen nu worden tentoongesteld.

De meeste schilderijen stellen geestelijke bloemen voor, zoals wij die niet kennen. Elke tint van zulk een bloem vertegenwoordigt een karaktertrek, een karaktereigenschap van de mens, terwijl het geheel de persoonlijkheid vormt. De persoonlijkheid die voortkomt uit het omhulsel -- de vaas!
Er zijn bloemen die het moeder-en vaderschap vertegenwoordigen. Er werden symbolieken geschilderd, die de schepping uitbeelden; de wedergeboorte van de mens -- de reïncarnatie -- de geboorte en de dood, kortom alles wat met God en de ruimte te maken heeft werd op bovenaards schone wijze vastgelegd!|
Niet iedereen die de schilderijen aanschouwt, zal in staat zijn de peilloze diepten te voelen die hieraan ten grondslag ligt. Wel zal iedereen echter in staat zijn de prachtige harmonie van lijn en kleur in zich op te nemen. De heer Rulof heeft ook zeeschilderijen gemaakt, die ontroerend mooi zijn. Hij schilderde op linnen, paneel maar ook veel op porselein! Uiteraard vond hij dit zelf bijzaak. Hoofdzaak was de uitbeelding die tot de mens moest spreken.
En toch hoe vreemd het ook moge klinken, in wezen waren al deze schitterende schilderijen, die hun gelijke op aarde niet kennen, slechts bijzaak. Zij dienden immers slechts om de heer Rulof in staat te stellen om de uitgave van zijn vele boeken te bekostigen, want dat was zijn eigenlijke taak. De aarde had immers reeds de hoogste kunst ontvangen door de meesters uit de 16e en 17e eeuw. Hieraan was dus niet direct een tekort, al heeft deze kunst een geheel eigen betekenis. Neen, aan geestelijk onderricht, aan geestelijke openbaringen en de verklaring van de geestelijke wetten, had de mensheid meer behoefte. Hierna snakte de wereld! Hierom baden de mensen tot God!

Jozef Rulof heeft dan ook zijn grootste taak op waarlijk wonderbare wijze vervuld. De wereld beseft nog niet, kan nog niet beseffen, welk een rijkdom aan liefde en weten, in de twintig boeken die door Jozef Rulof werden uitgegeven, zijn vervat. Het werk van de Heer Rulof is dan ook het zuiverste, het diepste en het meest liefdevolle dat wij ooit op dit gebied mochten leren kennen. Hierin vindt men de leer van Christus zoals die zijn MOET!
Wij spreken de oprechte wens uit, dat de vele duizenden bezoekers, die ook nu weer deze tentoonstelling zullen bezoeken, met liefde en eerbied voor het werk van deze zuivere geest gaan staan en dat zij zullen trachten iets van de grote liefde mee te nemen, die Jozef Rulof voor elk mens bezat en die uit al zijn werk ons ook tegemoet straalt! Maar vooral hopen wij, dat men vooral niet achteloos aan het grootste geschenk dat hij de mensheid heeft gebracht zal willen voorbij gaan. Wij bedoelen natuurlijk zijn boeken die elk zoekend mens, juist in een tijd zoals de onze, niet kan en mag missen.
N.N.
 
 
                                    AAN U WORDT STRAKS GEVRAAGD:
Hebt ge Jeus van moeder Crisje op Aarde gekend? Ja? Dan is dat uw verkregen geluk, uw zegening voor dit geestelijk leven. Kom verder, wij willen u gelukkig zien, wij verwachten u en de uwen, indien ook zij open staan en lief hebben wat door de ,,ALBRON" geschapen is!
Of hebt u Jeus van moeder Crisje daar gekraakt? Hebt u zijn boeken afgemaakt, voor miljoenen belachelijk gemaakt omdat ge dacht, dat er een gek aan het woord was? Hebt u hem -- als hij over een God van liefde sprak -- achter zijn rug uitgelachen? Dan behoort ge niet tot de sferen van licht, maar tot hen die de duisternis hebben gediend, voor satan en duivel openstonden en zich ten koste van het goede uitleefden, tot de Christus verraders! Wij roepen u het geestelijk halt niet toe, dat hebt ge daar zelf reeds gedaan. Maar u hebt uw ,,Profeet" gezien en hem niet herkend, hij heft tot u en de uwen gesproken en gij bent gaan twijfelen om hem daarna af te maken, te bezoedelen en te besmetten, gij hebt u zelf gewogen en uw beste ,,ik" verknoeid, verguisd, gij hebt kleur bekend, zeer zeker, maar voor de duisternis. Gij allen, die thans de aarde bevolken, komen eens voor Jeus van moeder Crisje te staan, voor zijn Meesters, die u, als de afgezanten van Christus, hebben gediend en door Jeus op aarde vertegenwoordigd wordt. Eens gelooft het, staan zijn boeken in elk huisje op aarde omdat ZIJN leer die van Christus is! De Universiteiten de geestelijke faculteiten dus, hebben hem te aanvaarden, voor eeuwigdurend!
Dit wordt de leer voor heel de mensheid.
 N.N. 
 
   
                      OPEN BRIEF AAN ALLE GEESTVERWANTEN
                                    DIE JOZEF RULOF KENDEN!
Op de 3e november 1952 overleed Jozef Rulof in Den Haag. Voor allen die hem kenden en geregeld zijn lezingen hadden bezocht, kwam dit afscheid geheel onverwachts en de beroering onder zijn volgelingen en bewonderaars was dan ook groot en diep ,,Jeus" werd door allen bemind. Er was niet één , die zich niet door zijn krachtige en natuurlijke persoonlijkheid aangetrokken voelde en zelfs zijn ,,tegenstanders", of beter gezegd, zij die afwijzend stonden tegenover zijn mediumschap en zijn ,,leer" moesten -- op enkele uitzonderingen na -- hun hoofd buigen voor de ,,mens" Jozef Rulof. Want dit was het alles beslissende in Jozef Rulof's leven: zijn menselijke zuiverheid, zijn ,,Reine Klaarte", waartegen zich ook de kwaadwillendste gedachte te pletter moest lopen en waardoor deze bijzondere mens ook geschikt was voor zijn hogere aanraking, die hem tenslotte in staat stelde, de ,,Paulus van de Twintigste Eeuw" te zijn!

Wij hebben Jeus en zijn werk ruim zeven jaar mogen beleven. Wij hebben deze tijd als een grote genade, als een hemels geluk ondergaan en allen, die aan deze lezingen in Den Haag en Amsterdam mochten deelnemen, weten zeer zeker, dat deze woorden geen overdrijving inhouden. Je kunt tenslotte voor een bepaalde tijd    een suggestie ondergaan, voor iets of iemand enthousiast zijn en dit in overdreven woorden gaan uiten, maar als dit ,,enthousiasme" door de jaren heen aan blijdschap en kracht toeneemt, dan is er beslist geen sprake meer van een tijdelijke suggestie of van een ondoordachte overdrijving. Wie Jeus was, weten we nu allemaal en wij hopen dat dit zo is, geachte geestverwanten, broeders en zusters en wat zijn leer van de ruimte voor ons allen, voor de ganse mensheid, betekent, is ons toch intussen zeker duidelijk geworden, En wij beseffen nu -- na twee jaar tijd -- welk een bijzondere taak in ons aller handen is gelegd. Voor de mens Jeus heeft u alles willen doen en dit kon ook niet anders, als u in zijn stralende ogen keek, maar -- voor zijn werk, voor het uitdragen en verspreiden van de leer, voor het kleur bekennen, waarop Meester Zelanus in zijn laatste toespraak met klem aandrong, voor het nakomen van deze Ethica der Ruimte, ook voor uw dagelijks leven en omgang met uw broeders en zusters, -- voor dit alles leeft toch ook nu dezelfde sterke bereidheid in u, zoals u deze tegenover de mens Jeus heeft getoond?

Wij twijfelen niet daaraan en hebben ook geen recht hiertoe, omdat wij in onszelf deze onvoorwaardelijke bereidheid hebben zien groeien en er hartstochtelijk naar verlangen, om aan onze dankbaarheid en eerbied voor Jeus en zijn werk, daadwerkelijke uiting te kunnen geven. Want dit is de enige manier, zo dunkt ons, om Jozef Rulof en zijn Meesters te bewijzen, dat wij de betekenis van deze wonderbaarlijke aanraking hebben begrepen. Dat wij begrepen hebben, wie Jozef Rulof was! ,,Aan Uw mooie woorden hebben wij niets", zei eens Meester Zelanus, laat eerst zien, wat je van onze woorden hebt begrepen!"
Het ,,goeden morgen -- of goeden avond -- mijn broeders en zusters", u kunt het nog immer beluisteren, houdt een eis in en is niet zonder een gevoel van schaamte bij ons allen, zonder uitzondering, ontvangen. Of vindt u, dat wij nu wel overdrijven?
Broeders en Zusters! Een gemeenschap van goede wil, verstandhouding en hulpvaardigheid? Alles door ruimtelijke kennis verwekt, door een gemeenschappelijk beleven verdiept en bezield, tot eenheid gekomen door het opgetrokken zijn in honderden van lezingen, bij machte van de Meesters en -- op de krachten van Jeus? Zijn wij nu allen broeders en zusters geworden in de geest en daadwerkelijk de volgelingen van onze grote voorganger Jozef Rulof?

Geven wij nu de mensheid het voorbeeld, door ons gedrag, van een kosmisch bewust denken, voelen en handelen?
Of moeten wij toegeven, dat zelfs het meesterlijk woord ons niet heeft kunnen bereiken: dat de oude gewoonte, de sleur van het alledaagse sterker was en bleef, dan deze goddelijke krachtinspanning?
Was onze liefde voor Jeus alleen een ,,Diligentiatochtje" waard?, -- een gezellig onderonsje, waar je kennissen kon ontmoeten en met je geestelijke welgesteldheid kon schermen?
Wij vragen U geachte geestverwanten, voor welke realiteit staat U nu? Nu -- na twee jaren zonder Jeus? Is er tussen u allen die eenheid gegroeid en ontstaan, waar Jeus zo naar verlangde en de Meesters op aanstuurden met hun woorden? Vertonen uw samenkomsten die blijdschap en liefelijkheid in woord en beeld, zoals de Ruimte het van u heeft verwacht? Nu na twee jaren van bezinning studie en overgave aan de leer en haar wetten, waarvan u kennis mocht nemen? Of is het soms het wachten op, een nieuwe Meester? Hebben zij, die misschien deze verwachting koesteren, de leer intussen zo grondig bestudeerd en in zich opgenomen, dat zij nu al gebrek hebben aan nieuwe openbaringen? Of kunnen zij het zonder een ,,voorganger" met zichzelf niet klaarspelen?

Wij hopen niet, dat er onder u velen zijn die zulks verwachten, want zij zullen enige eeuwen geduld moeten oefenen, eer een tweede Jeus op de goede aarde neerdaalt!
Er zijn tweeduizend jaren van menselijke evolutie nodig geweest, eer een Jozef Rulof op het toneel kon verschijnen, zonder gebrandstapeld te worden en er zullen eeuwen voorbijgaan eer deze leer door een nieuwe meester kan verruimd en opnieuw toegelicht zal worden.
Dus -- wij moeten nu allemaal op eigen krachten vooruit en wij zullen -- met dit ietwat zielige verlangen naar een nieuwe geestelijke leider, Jeus heus geen hartebloempjes sturen. Ja zeker, wij hebben daarvoor geen ander woord dan zielig en u moet ons dit vergeven, geachte vriend of vriendin, want wie nu reeds naar een nieuwe meester uitkijkt, of deze nu over zes of tien jaar wordt verwacht, toont daarmee alleen zijn gebrek aan begrip over de betekenis van Jozef Rulof en zijn werk. Want eenmaal van deze verheven Kosmologie kennis genomen, lijkt dit menselijke verlangen armoedig en zielig en geenszins in overeenstemming met de woorden van de Meesters, die wij in al die jaren mochten beluisteren.
Met het verschijnen van Jozef Rulof is tegelijk de Eeuw van Christus begonnen. Hij heeft het geestelijk wetenschappelijk fundament hiervoor gelegd. Het is aan ons allen -- zijn volgelinge -- dit fundament te verstoffelijken, de leer te verspreiden, want zij behoort de mensheid toe en voor een stevige huisvesting te zorgen voor de zichtbare nalatenschap, met name de Tempel, het grootste gebouw, dat in de komende jaren als De Universiteit van Christus zal verrijzen. Dit zal onze dank aan Jeus zijn -- onze dank aan zijn Meesters -- ons aanvaarden van Christus -- ons ,,kleur bekennen"!!, geachte geestverwanten en we doen hiermee een beroep op u allen:

Breek niets af -- waarvan U geen kennis heeft! Wees blij, dat er krachten aan het werk zijn, om deze enorme doelstelling te verwezenlijken! Werkt allen mee!
Vriendelijkheid. Welwillendheid en Rechtvaardigheid zijn net zulke bouwstenen aan dit werk van Jeus, als Uw stoffelijke inspanning het kunnen zijn; geeft het land, het mensdom, een voorbeeld van Eensgezindheid, Trouw en Overgave aan een leer en een werk, dat straks onze beschaving door de Goddelijke Wijsheid zal gaan verruimen en verdiepen. Blijft niet afzijdig staan!
In dit uur geven wij U het sein!
Jeus was slechts een chauffeur, maar wie zich daaraan ergerde, voelde niet, dat hij een Goddelijk bezield bestuurder was, anders hadden ook zij zijn taxi gekozen!?
B. v. Baden. 
 
 
 
                                        ,,JEUS" EN ZIJN UNIVERSITEIT.
Het is zeer zeker niet de bedoeling van deze krant, de vorming van een sekte te begunstigen of een nieuwe kerk te helpen stichten, zoals dit meestal het geval is bij het optreden van één of andere nieuwe geloofsbeschouwing of waarneming, die zich sterk en origineel genoeg voelt, om voldoende volgelingen te kunnen trekken en met de bestaande geloofsuitingen te kunnen concurreren. Zo gebeurde het met de Christian Science van Mary Baker Eddy, met de verschillende vertakkingen der Theosofie, de Antroposofie, etc. om slechts enkele voorbeelden op te noemen en wel de serieuze op het gebied der emancipatie van het kerkelijk geestelijk leven.
JOZEF RULOF (1899-1952), de stichter van het Geestelijk Wetenschappelijk Genootschap ,,De Eeuw van Christus" in Den Haag, wenste geen ledenvorming in de bovenbedoelde zin, geen lidmaatschapskaartjes en ook geen nieuwe naamgeving voor zijn leer, de KOSMOLOGIE, die hij als de ,,Universiteit van Christus" aankondigde.
Dus -- toch een naam, zult u zeggen?

Als u de meesterlijke oorsprong van deze leer -- van deze geestelijke WETENSCHAP -- niet kunt aanvaarden, als u Jozef Rulof's occulte gaven in  twijfel trekt en in hem alleen een mysticus met veel fantasie en talenten ziet, -- hij heeft ook geschilderd, -- dan zult u in zekere zin gelijk kunnen hebben.
Rudolf Steiner (1861-1925) noemde zijn geheimleer ,,von der natürlichen Erschauung überirdischer Dinge": Antroposofie, -- Jozef Rulof zijn Kosmologie: De Universiteit van Christus! Alleen met dit verschil, geachte lezer, dat de Antroposofie van Rudolf Steiner van hem zelf stamt, terwijl Jozef Rulof's Kosmologie astrale auteurs kent, die hun kennis en graden in andere werelden hebben verworven, dan op de aarde.
Voor hen, die Jozef Rulof's werk kennen, betekent dit geen wartaal; zij weten, dat achter deze benaming, De Universiteit van Christus, -- die geen eigen fantasieproduct is -- een enorme realiteit staat, een machtig kosmisch gebouw, waarvan de ingangen voor iedereen openstaan, die eerlijk zoekende en bereid is, zijn hooft te willen buigen voor waarheden, wetten, die hem tot nu toe nog geen mens en geen kerk konden openbaar maken en verklaren.

Rudolf Steiner noemt zijn leer een ,,geheimleer", de Rozenkruisers eveneens en zij legden daarmee het sektarisme van hun genootschap vast. Jozef Rulof's werk en leer zijn kristalhelder. Het speelse is hier volkomen afwezig, hypothesen en gissingen kregen daarin de kans niet meer, om in uw gevoelsleven een gat te kunnen slaan en u voor een geestelijk of occult niemandsland te plaatsen. Deze leer van de micro en macrokosmos is voor ieder denkend mens eenvoudig een openbaring. Een wondermooie ontdekking, die u zal ontroeren en laten glimlachen tegelijk. Zij voert u uit het duister naar het licht, zij vernedert en mismaakt u niet, maar leidt u op tot het begrip der schoonheid en wijsheid van de ware scheppingsdaad, die noch dood noch verdoemenis kent.
Deze leer is waarlijk ruimtelijk bezield, wat men moeilijk beweren kan van de vele -- al te vele geloofsbelijdenissen waarover de aarde beschikt, want wat op dit terrein der religie en de metafysica aan goedkope beloften en geestelijke nonsens wordt verspreid en geleerd, is huiveringwekkend en voor een gezond ontwikkeld denk en gevoelsleven in deze eeuw niet meer aanvaardbaar

Als u denkt, dat wij overdrijven, dat onze argumentatie onbillijk en hysterisch is, dat zich deze krant voor occulte beuzelpraat leent, NEEMT DAN TOCH DE BOEKEN TER HAND en maakt kennis met ,,JEUS", met Jozef Rulof. (,,Jeus van moeder Crisje", 3 delen, Uitg. Geestelijk Wetenschappelijk Genootschap ,,De Eeuw van Christus", Den Haag)
Deze grote wijsgeer en ,,Dienaar der Goden", leert u niet alleen het DENKEN, maar hij geeft u ook alles, wat u voor deze studie nodig heeft. Hij plaatst u allereerst voor de wetten der reïncarnatie en leert u uw eigen leven en persoonlijkheid begrijpen, want zonder kennis dezer fundamentele feiten, komt u er nooit! -- is er geen gezond en geestelijk wetenschappelijk verantwoord uitgangspunt in uw DENKEN. Aanvaardt dit, geachte lezer, anders gaan wij op twee verschillende sporen rijden en komen wij nooit bij elkaar.
Jozef Rulof's Kosmologie plaatst u onmiddellijk voor de DOOD, voor de ,,kist", omdat het onbegrip en niet aanvaarden van dit wonderbaarlijke evolutieproces de geestelijke deuren voor uw ogen dichtslaan en de gehele schepping voor u in een waas komt te staan.
Wij zouden zo door kunnen gaan en al de schatten optellen, die in deze leer van de RUIMTE op u wachten, maar -- gaat u nu zelf eens uw grote landgenoot ontdekken, uw eigen pers heeft dit tot nu toe niet nodig geacht. Wie naar innerlijke beschaving zoekt en het machtige wonder, dat wij mensen GOD noemen, wil leren begrijpen en waarlijk lief hebben -- je kunt niets zuiver liefhebben, zonder dat je het begrijpt, anders is het ook weer een ,,masker" bij de vele andere, waar achter je leven schuil gaat, -- die wordt hier HET boek, de boeken van al het LEVEN, geboden, een fascinerend werk, dat met niets te vergelijken valt, wat de menselijke literatuur, filosofie en wetenschappen, tot op heden toe hebben voortgebracht.
Wij begonnen er mee, dat het werk van deze grootmeester in de occulte wetenschappen er niet op gebaseerd was, om een sekte achter te laten, die straks achter gesloten deuren ging vergaderen. Hij wilde geen ledenvorming, geen sektarisme:

,,Een ontzagwekkend denkgebouw, zoals dit Jozef Rulof in zijn Kosmologie
,,heeft opgericht, is niet in de benauwdheid van een menselijke administratie
,,en distributie op te sluiten, of het zou verminkt en mismaakt op het ,,geestelijk asfalt van uw maatschappij terecht komen, waar de bezoedeling ,,zich kon uitleven!
En dit was niet de bedoeling van de Meesters uit de Ruimte, die dit werk tot stand brachten. In hun geestelijke tuinen mogen alleen zij binnengaan, die voor deze schoonheid gereed zijn, want zoals de bloemen haar kelken gaan sluiten als de duisternis binnenvalt, zo sluiten zich ook de poorten die tot deze tuinen der waarheid leiden voor een onreine begeerte. En deze begeerte draagt velerlei maskers!!
Het werk van JOZEF RULOF behoort de aarde toe, het is haar universeel geestelijk bezit geworden. DE MENS KAN HET NU WETEN, als hij daarnaar verlangt, want -- geachte lezer, U leeft nu in DE EEUW VAN CHRISTUS en
JEUS was haar gezegende zendeling!
B. v. Baden.
 
 
 
                                                          JOZEF RULOF.
,,Er werd wel eens spottend opgemerkt, dat bij iemands fysieke of maatschappelijke dood plotseling de lofprijzingen opklinken, welke hem bij leven en wek zuinig onthouden werden!"
Deze regels lazen wij ergens in één der weekbladen en al vertellen ze ons daarmee niets nieuws, toch voelden we even de nare krantensmaak, die er van uit ging. Deze opmerking, die zo terloops tussen de regels in als een soort ,,bon mot"werd aangehaald, was raak en gaf als een flits een afschuwelijke waarheid te kennen: hoeveel menselijk leed, wanhoop en verdriet zit toch daaraan vast! Hoeveel slachtoffers telt de geschiedenis niet, die door deze verachtelijke houding hun welverdiende succes of erkenning, hun levensvreugde en bezit werd onthouden? Hoeveel waardevolle levens zijn daardoor niet vertrapt, geestelijk en lichamelijk gebrandstapeld, uitgejouwd en belachelijk gemaakt? En het gaat maar zo door. Iedere eeuw kent deze slachtoffers, zij vallen met iedere generatie bij honderden en duizenden, anoniem of door een brutale colportage over het asfalt geslingerd. Zij vallen door het onverstand, de boosaardigheid, wangunst en vrees (om het behoud der eigen voetstukjes) van hun eigen tijdgenoten.

Maar wat het ergste van alles is: ondanks deze waarheden, die door niemand worden ontkend, blijft het feit met al zijn tegennatuurlijke verschijnselen voortwoekeren, het behoort blijkbaar tot het Leven, dat zich als ,,maatschappij" aandient en de spelregels bepaalt.
Ook JOZEF RULOF hoort bij die slachtoffers, die ,,Rembrandts", die hun menselijk Golgotha moesten aanvaarden. De lofprijzende necrologieën zijn voor hem nog uitstaande, helaas, maar gezien het tweesnijdende effect van een ,,lofprijzen" van zijn werk, -- een zekere blaam zal zijn tijd en landgenoten daarbij niet gespaard blijven, -- en het niets ontziende, ,,rücksichtslose" karakter van zijn leer, zal zijn verheffing tot ,,"slands grootste zoon" nog enige tijd op zich moeten laten wachten.
 Dit volmaakte leven is een treffend en fataal voorbeeld, dat onze polemiek steunt. Als er één mens aanspraak kon maken op erkenning en de liefde van zijn tijdgenoten, dan was het deze geniale dienaar der Goden, die voor het geluk en het geestelijk welzijn van het mensdom al zijn levenskrachten letterlijk heeft verkwist. Dat deze omschrijving slechts in gebrekkige mate de ware toedracht weergeeft, is een feit, geachte lezer, want dit leven was een manifestatie van waarlijk bovenmenselijke deugden. Een schitterend voorbeeld van trouw, dienstbaarheid en overgave aan een hoger gezag, dat slechts één enkel voorbeeld in de geschiedenis kent!

Wij schrijven dit in het volle besef van wat wij schrijven. Wij weten uit eigen aanschouwing, studie en beleven van ongeveer tien jaar tijds, welk een fenomenaal proces zich met dit leven heeft voltrokken en welke krachten dit heeft gevergd. Wie enigszins met deze materie vertrouwd is, zal begrijpen wat wij bedoelen. Voor een buitenstaander spreken wij een ietwat hoge tal, maar niettegenstaande de geestelijke achtergrond van dat leven, zijn de stoffelijke resultaten voor iedereen waarneembaar en kan hij nu kennis mee maken. Een resultaat, dat de grootste eerbied en bewondering afdwingt, voor de kenner, alsook voor de leek. Want Jozef Rulof's schilderijen zijn scheppingen, die de kunst der Oude Meesters niet slechts evenaren, maar wat hun inhoud, hun voorstelling betreft, deze nog verre overtreffen.
Gaat u deze eens bezien, geachte lezer, misschien dat u dan ook beseft, welk een blunder diegenen hier te lande hebben gemaakt, die deze kunst bewust hebben doodgezwegen, genegeerd of gebagatelliseerd en toch voor het culturele en geestelijke leven verantwoordelijk zijn.

Geen kunst der Aarde, die deze geestelijke schoonheid en wijsheid ooit in beeld kon brengen! Er zullen tijden aanbreken, waar men voor deze kunst honderdduizenden zal willen betalen en de nageslachten zullen ze als kleinodiën behoeden en bewaren.
Het is één van de grootste culturele schandalen van deze tijd, dat men een zo eminente figuur als JOZEF RULOF, op een evenzo laffe als brutale manier heeft weten te kelderen! Voor iedere kunstpsychopaat wordt middels uitgebreide verhalen in kranten, weekbladen, radio en lezingen, de belangstelling van het grote publiek gekweekt en aangewakkerd. Het onnozel gestamel en gekladder met verf, pen of celluloid, vindt zijn welwillende en soms enthousiaste reactie bij de organen, welke met de voorlichting en toelichting van het geestelijke en culturele leven belast zijn. En temidden van dat gepruts, charlatanerie en artistieke baldadigheid, staat een eenzame gigant, een scheppend genie van het grootste formaat en moet het beleven, dat zich ook aan hem de ganse bekrompenheid en burgerlijke kleinzieligheid van zijn tijd uitleeft. 

Laten de heren van de pers en de ministeries niet zeggen: ,,Wij hebben het niet geweten!" Jozef Rulof heeft gedurende zeven jaar ruim 800 lezingen gehouden, in Den Haag, Amsterdam en Rotterdam. Wie aan deze lezingen heeft deelgenomen, weet, dat de ongelofelijke onderwerpen en hun sensationele ontleding door de spreker, voldoende aanleiding konden geven voor een enorme belangstelling van pers, wetenschap en publiek, Jozef Rulof heeft een vijfentwintigtal boeken geschreven, welke stuk voor stuk boven alles uitkomen, wat er tot nu toe over God en Zijn Schepping zijn gepubliceerd. Boeken, welke o.a. de medische wetenschappen de grootste diensten kunnen bewijzen bij de bestrijding van kanker, zielsziekten, krankzinnigheid enz.; boeken, die het wezen der kunst ontleden en de kunstenaar de ,,gouden sleutel" in de hand drukken, om zijn gaven tot ontwikkeling te kunnen brengen: boeken van de grootste opvoedkundige waarde op alle gebieden van het geestelijk leven. En last but not least -- de leer van de micro en macrokosmos. De Kosmologie, die u alles vertelt en openbaart, wat het ,,menszijn" betekent! Daarbij komen honderden van schilderijen, zoals deze door ons reeds zijn geschetst. Waarachtig, een indrukwekkend en gezegend werk van een bovennatuurlijk gehalte! En u weet er misschien niets van geachte lezer?! Gaat u dan dank brengen aan diegenen, die u dag in dag uit met hun surrogaten bedienen en hun eigen onbewustzijn en gebrek aan ,,feeling" aan u opdringen. Maar als wij met dit artikel uw belangstelling konden wekken voor JOZEF RULOF -- hij overleed in 1952 in Den Haag -- leest dan vooral de trilogie: ,,Jeus van moeder Crisje", een autobiografie, die u alles vertelt over het leven en werk van deze grote ,,ingewijde" . En begint vervolgens met ,,Het Ontstaan van het Heelal", ook een trilogie, die u de Waarheid schenkt over God en Zijn Schepping. Als u van deze boeken een studie heeft gemaakt, voelt u immers de ernst en de oprechtheid van onze bedoeling en komen wij tot eenheid van onze gedachte, waarnaar ook Jozef Rulof bij zijn ,,broeders en zusters" zo hartstochtelijk verlangde.

Toen Napoleon voor het eerst Goethe ontmoette, hij stond toen op het toppunt van zijn macht, reageerde hij op het eerste gezicht met te zeggen; ,,Voilá c'est un homme!"
Ik heb in de Amsterdamse Schouwburg een soortgelijk gevoel ondergaan, toen ik daar Jozef Rulof voor de eerste keer op de ,,Buhne" heb zien verschijnen en ik zal het nooit kunnen vergeten. Er was op dat moment een grote dankbaarheid in mij en een volkomen bereid zijn tot overgave en ik kon er blij om zijn. Want door deze houding van geest en gevoel in mij, was ik ook in staat de eerste reactie zuiver op te vangen en de mens zo te zien, zoals hij in werkelijkheid was. ,,Voilá, c'est un homme!" Één onder miljoenen en als u het mij wilt toestaan, de enige onder miljoenen! Zo voelde ik het ruim 9 jaar geleden en zo voel ik het vandaag nog, alleen met dit verschil, dat dit gevoel in de loop der jaren meer en meer houvast heeft verkregen door de geestelijke en menselijke kennismaking met Jozef Rulof, zijn werk en zijn leer.
B. v. Baden. 
 
 
                                             DE ENGELEN IN DE GEEST:
Geven u het bewuste denken voor uw wereld en niet de wereld van de maatschappij waarin u leeft!
Niet dit denken. Het denken van de bewuste van geest schenkt u voor honderd procent de volle waarheid, die door alle tijden heen gangbaar zal zijn en blijven.
Geen mens op deze wereld, waar u thans leeft, heeft het recht om deze grootheid te ontlopen. De mens is echter nog niet gereed zich geheel te kunnen geven. Dit klinkt wel hoog, maar het is ook hoog verheven boven uw maatschappij van denken en voelen. U wilt de waarheid weten?
Geloof dan de lessen, die in de boeken beschreven staan van de grote profeet Jozef Rulof, die de boeken voor uw maatschappij heeft mogen ontvangen.
Het begint met de boeken ,,Geestelijk Gaven'', waarin u uw gevoelsgraad leert kennen. Niet één mens op Aarde, die van zich zelf kan zeggen: ,,Ik bezit geestelijke gaven!'' Niet één, die zeggen kan: ,,Ik ben op eigen kracht met gene zijde in verbinding.'' Dit is niet mogelijk, want wij houden de gaven in eigen handen! Wie zegt geestelijke gaven te bezitten, is een onbewuste die de werkelijkheid niet kent, waarin hij leeft. En hij, die gelooft de gaven door studie te kunnen bereiken, is eveneens levend dood. Uw gevoelsleven bepaalt uw levensafstemming; u moet dit aanvaarden, of u wilt of niet. De astrale wetten voor de gaven zullen het u wel zeggen. U bezit dit juiste gevoel, of u bezit het niet, hetgeen zeggen wil, dat u of door uw gevoelsgraden geheel los bent van het aardse leven, of dat u met beide benen op de stevige grond staat en niet te bereiken bent.

Voor geestelijke gaven is er direct contact nodig tussen uw en onze wereld en wel door uw gevoelsleven, door uw graad van bewustzijn heen, of wij staan machteloos en kunnen niets uitrichten. Dit contact brengen wij tot stand, niet u, want u kunt dat niet. Zij, die denken het wel te kunnen, tasten nu als blinden in de onmetelijke ruimten, waarin de astrale wetten leven en komen niet los van de Aarde. Die wetten zijn te ijl voor hun gevoelsleven. Pas als u het waarachtige gevoel bezit, is verbinding met onze wereld mogelijk. Dan komen wij tot u, trekken u in ons leven op, waarna u de astrale wereld binnentreedt. Eerst dan ontvangt u geestelijke gaven en dient u als medium voor onze zijde. Zo wij nu alles van ons leven aan u op aarde willen doorgeven, moet u bereid zijn uw gehele persoonlijkheid in te zetten. Als u dit niet kunt, is het onmogelijk u te bereiken en bent u voor onze wereld afgesloten. Eerst met de volle honderd procent als inzet van uw kant, kunnen wij op verscheidene wijzen op u inwerken om het vereiste contact tot stand te brengen en kunnen er geestelijke wonderen geschieden. U geeft zich volkomen aan ons over en maakt u geheel los van uw persoonlijkheid en het stoffelijke leven. Dan bent u het gevoelige geestelijke instrument, dat we kunnen bespelen, om de mensheid wijsheid en diepte te schenken.

Denk niet, dat het eenvoudig is, om als aards mens het astrale leven te beleven. U staat hier voor wetten, waarvan u de werking niet kent. U moet hier aan onze zijde eerst leren lopen en denken, doch beide handelingen zijn thans geestelijk, astraal, en niet te vergelijken met uw aardse voortgaan, uw aardse denken. 
Als het gevoel er voor niet in u is, kunt ge geen voet verzetten. U bent dan een onbewuste in Gods wetten, onbewust van uw eigen leven en sfeer, al hebt u afstemming op één van de drie geestelijke sferen.
Zo er liefde in u is, opent zich een hemel voor u. Als mens kunt u de derde sfeer als hoogste hemel binnentreden, het geestelijk leven roept de ziel hier het halt toe, om hoger te kunnen gaan. De mens, die afstemming heeft op één der drie sferen, beleeft op aarde een rein geestelijk leven. Het is deze mens die geestelijke gaven kan bezitten. Zijn gevoelsgraad zoekt God en wil dienen. Het is door de reine gevoelens dat deze mens, het aardse leven, met de astrale wereld in verbinding komt, waardoor de geestelijke gaven in hem naar voren treden. Zijn bewustwording is open, is gevoelig, het kent leven en dood en zo is het mogelijk dat de astrale persoonlijkheid op dit leven kan inwerken. Deze mens zou als medium kunnen dienen, doch alleen weer dan, wanneer hij met zich zelf gereed is, dat vrij is van geestelijke wetten. Eerst nu is het mogelijk voor een astrale persoonlijkheid dat leven te helpen.
In sommige eeuwen wordt een geheiligd leven aangetrokken, omdat dit leven tot de menselijke evolutie behoort. De geestelijke orde, waarvoor dit zielenleven dient, zond het terug naar de aarde. Een bewust kosmisch diepe Meester begeleidt dit aardse instrument, voert dit leven van sfeer tot sfeer, van graad tot graad, van wereld tot wereld en verklaart het aan deze zijde de wetten van God. Hand in hand gaan deze twee zielen om u op aarde van uw eeuwigdurend voortgaan te overtuigen. Nu rust de zegen van God op deze levens!
Christus bracht deze genade op aarde en stierf ervoor!
God wil niets liever dan deze eenheid, gedragen door het bewuste weten van een hogere geest, Zijn dienende liefde. Hij wil dat Zijn kinderen ontwaken! Wonderlijk is alles wat het aardse medium ontmoet, heiligheid, gezegend is dat waarvan hij de werkelijkheid kan waarnemen.

De Meester kan een vorst van liefde zijn, één van de hoogste engelen in ons leven, die een taak van de hogere machten in de ruimte heeft ontvangen en nu dient in de naam van God de Vader, Zijn Zoon en de Heilige Geest! Deze genade wordt maar door enkelen op uw aarde beleefd, omdat de levenswijsheid uit ons bestaan, aan tijd en orde verbonden is, uw leven raken moet zowel als dat van Moeder Aarde. Zij is een geestelijke evolutie op zichzelf. Nu spreken wij aan deze zijde van een zending!
En het medium, dat deze taak tijdens het aardse bestaan ontvangen mag, is een bevoorrechte ziel, is Goddelijke begenadigd.
Dit medium leert de ruimte van God kennen, alleen door de kosmische bewuste, aan wie het zich onvoorwaardelijk overgeeft.
Het hand in hand gaan is de bevoorrechte gegeven, nadat vele wetten vaststelden, dat het gevoelsleven voor dit werk intact is.
Ongelooflijke wijsheid wordt nu aan dit leven geschonken en met deze wijsheid keert het zielenleven naar het stoffelijk bestaan terug, waarna zij door de Meesters vastgelegd wordt. Dit is bewust ontvangen! Het is ook boven alles verheven staan. Tal van wetten hebben wij moeten overwinnen, maar u ziet het, het geestelijk schrift komt onvervalst tot u. Het is door niets beïnvloed, het geschiedt buiten het medium om! Op klare wijze moet hetgeen ik vastleg tot uw leven spreken.
Het innerlijke leven van dit medium is als dat van een kind, hoe kinderlijker des te beter voor ons en het geestelijke contact.

We maken nu gebruik van een taal, die tot zijn leven behoort en zijn hart verwarmt, de taal van zijn eigen gevoelsleven, want ook hierin volgen wij de natuurlijke wetten op. We scheppen er geen behagen in -- zoals het oude Egypte het wel deed -- om de taal stoffelijk diep te maken. Wij spreken in een eenvoudige taal tot het ongeschoolde kind van God en tot u als intellectueel, want de stof is toch reeds diep genoeg. Wij spreken tot al de graden van het gevoelsleven. Christus heeft tot u en ons gezegd: ,,Laat de Kinderkens tot Mij komen, want hun behoort het rijk der Hemelen'' en dat is hetgeen wij beleven en toepassen. Hier is een kind aan het woord, een kind vertelt over uw eeuwigdurend voortgaan, over de diepste wetten van God en bezit nu ,,Universele'' wijsheid. Wij behandelen de diepste problemen, die ooit door Gene Zijde zijn behandeld en dat door een kind in de geest, een eenvoudige van hart. Maar voor dit kind staan de sferen van licht open. Christus riep het volwassen kind tot Zich en dit diende Hem als Apostel, want het kind kan zich volmaakt overgeven. Het kind denkt niet zelf! Ons medium dient u en ons. Hij vertegenwoordigt de hoogste Meesters in ons leven, want hij dient voor de ,,Eeuw van Christus'', die thans een aanvang genomen heeft.
Door op de schrijfmachine het schrift vast te leggen, voorkomen wij het eigen denken en voelen van het medium. Immers elkeen kan schrijven, kan de pen hanteren, doch dat bewustzijn hebben wij nu volkomen onschadelijk gemaakt. Wij willen hem in niets wakker maken, want van dit schrijven heeft hij geen weet en daarbij komt nog iets, wat maakt, dat we door dit instrument onze wijsheid kunnen doorgeven en wat eigenlijk de kracht is voor zijn gevoelsleven.

Dit instrument leefde, voordat het aan deze taak kon beginnen, in het oude Egypte*) en was daar reeds een geleerd priester, een meester voor anderen. In dat leven heeft hij zich de wetten en het gevoel voor dit mediumschap eigen gemaakt. Vele levens gingen er voorbij waarin hij andere taken had te vervullen. Nu is het Egyptische leven in hem ontwaakt, is dat meesterschap bewust en wordt hij in staat geacht deze taak voor Gene Zijde te vervullen. Maar aan deze zijde leefde hij in de eerste sfeer; hier beleefde hij met zijn Meester eerst de astrale wetten. Tezamen bezochten ze de hellen en de hemelen en de planetenstelsels, waarna hij als ziel naar de aarde terugkeerde en waar zijn Meester hem opende voor hun beider taak. Nu zijn wij reeds vele jaren bezig. Zijn Meester schreef boeken door hem voor de mensheid, waarop Gods zegen rust, omdat beiden dienen. Als u die boeken leest, krijgt u een volledig beeld van dit geestelijke contact en hoe het is ontstaan. U zult dan eerst goed God voor deze heiligheid kunnen danken en voor het geluk, dat al deze wijsheid tot uw leven is gekomen.
Wij leven in de astrale wetten en het medium ondergaat ze.
Het is God. Die aan u en ons deze genade schonk.
*)Lees hiervoor het boek: ,,TUSSEN LEVEN EN DOOD''.
N.N. 

                             NU MOETEN WIJ ONS WETEN IN TE ZETTEN.
Den Haag, 20 april 1953. Het is nu bijna een half jaar geleden,' dat onze Jozef Rulof van ons heenging. Ik ben er nu zeker van, dat die ziel uit de sfeer van de Aarde weg is, en dat dit een wet is, zoals alles wet is, en ik meen het logische van die wet ook te kunnen doorvoelen. Immers Jozef Rulof heeft ons zoveel geleerd, zoveel raad gegeven, dat wij nu eindelijk eens op eigen benen moeten leren staan. Als je als mens van een leraar les krijgt, dan komt er eens een moment waarop je leermeester je zal zeggen: 'Nu wordt het tijd het zelf te doen, gooi de krukken weg en probeer de vaart te krijgen.'

Ook van een betonnen gebouw, hetwelk eerst in hout gestut wordt, wordt het raamwerk naderhand verwijderd. Ook een kind, dat leert lopen, kun je op een bepaald ogenblik  het beste alleen laten scharrelen, van het vallen zal het alleen maar kunnen leren.
Ware Jozef Ru1of, zoals gebleken is, dat vele spiritisten nog aannemen, nog steeds hoe dan ook te bereiken, dan zou hij nu alleen nog maar een verkeerd steuntje voor ons kunnen zijn. Die mens heeft ons door zijn contact alles gegeven, wat er te geven was.

Zeker er is nog veel, veel meer te vertellen, te leren, maar met hetgeen ons geleerd is, kunnen wij, kan de wereld, vooreerst zeker vooruit. Hij heeft ons geleerd ons zelf in te zetten met een kracht boven ons kunnen uit, hij heeft voor ons een tipje van het grote gordijn, dat ons afsluit van het leven met een grote 'L', opgelicht, hij, deze grote mens leerde ons de eerste stap op de weg naar dat Leven te zetten, door ons doen en laten, en alle begrippen zoals b.v. liefde, leven, gevoel en dood te benaderen en in ons zelf te peilen en te analyseren.
En nu?! Deze mens is weg, onbereikbaar.

Is het nu zo gek de balans eens op te maken, eens na te tellen, na te gaan, wat wij van deze Jozef Rulof zoal geërfd hebben en wat wij verloren hebben. Wat wij geërfd hebben is het volgende: In de eerste plaats de 20 uitgegeven en de vele nog niet uitgegeven boeken, waarin een wijsheid verankerd ligt, waaraan de mensheid de eerste 50 jaren zeker voldoende zal hebben en in de tweede plaats de op de wire-recorder opgenomen rollen van de lezingen en vraagavonden in Den Haag en Amsterdam.

Met de boeken hebben wij een geestelijk goed van de eerste orde ontvangen, maar door de rollen van de lezingen leeft Jozef Rulof, of beter gezegd Meester Zelanus door Jozef Rulof, nog geheel voor ons voort. Hier spreekt nog Jozef Rulof, hier is hij niet weg, maar in alle opzichten levend, men voelt zijn geest, hoort zijn stem, zijn stap. Dit is een machtig bezit, waarvoor wij niet dankbaar genoeg kunnen zijn, hier spoort de geest van Meester Zelanus en van Jozef Rulof, ons nog aan.

Die geest heeft nog dezelfde kracht als ware Jozef Rulof nog in zijn organisme. De techniek heeft ons in staat gesteld van die lezingen rollen te maken en die techniek is het, die evenzeer bij onze graad van evolutie behoort, als de bloedtransfusie, waarover Meester Zelanus onlangs nog in het gebouw 'Ken U zelve' sprak. De mens heeft zich door zijn evolutie die gave, die door het vervaardigen van dergelijke rollen naar voren treedt, eigen gemaakt, dat is ons bezit.
Wat hebben wij nu verloren door het heengaan van Jozef Rulof?

Verloren hebben wij, het persoonlijk contact, de handdruk, de vriendelijkheid, nee, de liefde van deze mens, de mogelijkheid op een vraag, die in ons brandt, antwoord te krijgen. Dit alles hebben wij verloren, en dat is veel, ontzettend veel, laten wij ons dat goed realiseren, er nuchter tegenover staan.
En laten wij dan ook overdenken, dat de God van al het Leven ons nooit en te nimmer iets afneemt, dus ook dát is maar schijn, wij hebben dat ook weer niet verloren, als wij onszelf nu maar eens eindelijk willen inzetten, zonder jaloezie, alleen maar met dit ene doel voor ogen: Het werk van Jozef moet voortgaan, als wij, die ons volgelingen van hem noemen, nu maar eens willen beginnen, met uitschakeling van onze eigenbelangen, van ons eigen ik, elkaar te accepteren, zoals wij zijn, elkaar bij de hand wilden nemen, om dit grootste werk voort te zetten.

Laten wij, de volgelingen van Jozef, elkaar als leerschool aanvaarden, om onze persoonlijkheid te scherpen door elkaar meer vriendschap, meer vriendelijkheid te geven, bezield door gevoelens van grote dankbaarheid voor alles, wat wij van de Meesters en Jozef Rulof mochten ontvangen. Hoe mooi zal het dan niet kunnen worden; wie weet, welke wonderen, waarop de mens veelal stilzwijgend wacht, zullen dan geopenbaard worden in ons en door ons. En laten wij dan vooral de kleine wonderen niet over het hoofd zien, juist bij de meest bescheidenen onder ons, die mij het hart zo dikwijls mochten verwarmen.
Nu moeten wij ons weten in te zetten, met ongekende kracht, nu moeten wij de hogere Raspoetin aan het werk zetten, die mens, die met uitschakeling van al het materiële de geweldige kracht weet op te brengen, buiten en tegelijk binnenin de mensheid te leven, de medemens te dragen, zoals hij zichzelf gedragen wenst. Dan valt de oude Raspoetin, de mens die zich in zijn spanningen en krachten verdierlijkte ineen en zal de God van al het leven door ons weten te spreken. Dan doen wij niet aan na-aperij maar zal ons nadoen het kleed van het heelal krijgen.
 
Dan zullen wij niet alleen maar neerzitten, om de erfenis van Jozef Rulof te gelde te maken, maar zullen wij als waardige mensen die erfenis weten te aanvaarden en ons werk daarmee weten te verrichten. Dán zullen wij met ons allen steeds diepere gedachten van de ander in onszelf weten te vertolken en over de aarde weten te verspreiden.
Jozef Rulof is de geestelijke vader van zijn volgelingen geweest. Tijdens zijn aardse leven hebben wij geestelijke gaven door hem mogen ontvangen.

Nu ontvangen wij nog steeds een geestelijk Goed uit zijn bron, doordat wij zijn boeken en lezingen nog bezitten, maar dit alles is nu geworden tot de nalatenschap Jozef Rulof en die hebben wij dus nu te beheren als een goed kind, d.w.z.: als een zoon van een rijke vader het goed heeft te beheren, wat hem nagelaten wordt. Voordien kon hij het rijke zoontje uithangen, nu moet ook hij de armen uit de mouwen steken, wil de boel niet verlopen.
Evenzeer als die zoon de hand aan de ploeg dient te slaan, zullen ook de volgelingen van Jozef Rulof dat voor hun deel van de erfenis dienen te doen, willen hun geestelijke akkers niet weer even dor worden als voorheen.

Resumerend hebben wij het volgende te doen: Niet alleen maar neer te zitten en te luisteren, maar te doen, evenals Jozef Rulof, Ghandi en Dr. Albert Schweitzer en vele naamlozen gedaan hebben en nog doen. Vergeet niet, dat hier alleen de daad op prijs gesteld zal worden. Alleen daardoor zullen wij anderen van het grootse in de leer van Jozef Rulof kunnen overtuigen; het zal alleen de daad zijn, die telt, waarvoor de medemens openstaat. Laten wij om te beginnen één worden in één grote kracht van Liefde voor dit, ons werk.

Een woord van de astrale Meesters direct tot u:
Wij universeel bewuste hemelingen zullen u het kosmisch weten schenken, dit is de ontleding van iedere wet, welke in Gods ruimten gestalte kreeg. Dat deze woorden niet ijdel of bedrieglijk zijn, zullen wij bewijzen. Uw volk bezit thans in Jozef Rulof het instrument, door hetwelk wij u die bewijzen kunnen geven. Door hem zullen wij u op de weg in de waarheid en het leven van Christus voeren. Door hem staat uw wereld voor een nieuwe bewustwording als levend bewijs dat Christus u nimmer alleen liet en de belofte gestand wil doen, die Hij in het laatst van zijn aardse leven gaf. Uw dogmatisten zullen hiertegen stellig in verzet komen, zij deden dat de eeuwen door! Als in de tijden van Christus Zelf, als in die van andere profeten zullen zij de hogere waarheid niet beseffen en deze als duivels verwerpen of kleineren. De eeuwige waarheid is evenwel niet aan te tasten, zij zal zegevieren over aardse dogma's en hypothesen - doordat zij uit God is!
Uit een informatieblad van de Stichting GWG 'De Eeuw van Christus' uit 1947
B. H.

                                           OM EVEN BIJ STIL TE STAAN......
De algemene belangstelling voor het ,,Onzichtbare'' neemt de laatste jaren nogal toe, dat kunnen wij gerust vaststellen. Dikwijls lezen wij hierover en zelfs via radio en televisie kunnen we waarnemen dat er een toenemende belangstelling bestaat voor paranormale verschijnselen. Wie zo'n tien jaar geleden bijvoorbeeld het woord ,,reïncarnatie'' in zijn mond nam, werd niet begrepen.

,,Men'' wist niet wat dat was. Kwam er dan ter verduidelijking de ,,wedergeboorte'' op de proppen, dan werd er meestal smalend gelachen en werd je voor een soort malloot aangemerkt. Uiteraard lachten toen de belangstellende lezers van de boeken van Jozef Rulof al heel lang niet meer om occulte mogelijkheden, immers de meesten van hen waren reeds van nature diep overtuigd van de machtige realiteit van deze Goddelijke Geestelijke Gaven, hetgeen voor hen, voor ons allen, de boeken van de Meesters openden. Duidelijk is het dat onder deze mensenkring een verhoogde gevoeligheid voor de geestelijke verbinding met de astrale werelden aanwezig is.

Velen zaten reeds lang voordat Jozef naar buiten trad, in spiritistische kringen en waren goed vertrouwd met seanceren in allerlei vormen.
Het waren de Meesters zelf die voor het allereerste klankbord van de door Jozef Rulof ontvangen geschriften en tekeningen contact legden met mensen uit die groepen.
Deze leer van de Universiteit van Christus kon alleen  maar op Aarde worden gebracht langs de weg van het occultisme en het was het zuivere, reine mediumschap van "Jeus van Moeder Crisje" dat dit alles mogelijk heeft gemaakt.

Een waarlijk Goddelijk geschenk voor de ganse mensheid! Vooralsnog echter zouden het slechts enkelen zijn die hier voor openstonden en van dat alles iets konden begrijpen en aanvaarden. Juist dié enkelingen die reeds die graad van gevoeligheid hadden bereikt om de geweldige waarachtigheid van de Meesterlijke Openbaringen diep in hun innerlijk te voelen.
Ook nu is dat nog zo en het is niet zo verwonderlijk dat er onder de trouwe lezerskring van deze boeken een grote openheid bestaat voor alles wat met occulte mogelijkheden te maken heeft.

Immers naarmate de mens groeit in gevoel en in Liefde, stemt hij zich meer af op de geestelijke graad en ontstaat er vanzelf een afstemming op de hogere geestelijke werelden.
Ach, wie van ons benijdt niet soms in stilte de grote Jozef Rulof en wie van ons schijnt zijn machtige taak, zijn dienende leven zo af en toe een begerenswaardig wonder toe?
Ja zeker zo naïef denken wij allen wellicht nog wel eens.
En zo kan het gebeuren, dames en heren, dat wij, van vele kanten dikwijls vernemen dat ,,ONZE JOZEF'' het nog altijd zeer druk heeft.

Ook de Meesters Alcar en Zelanus en alle ons door de boeken zo vertrouwde persoonlijkheden moeten welhaast in een tijdloze tijdnood geraken. Want zij allen babbelen heel wat af met de aardse mensen, overal komen ze ,,door''.
Die Jozef toch! Die Meesters toch!
Je zou zo denken dat wij, die ons toch wel tamelijk druk maken voor Hun werk en taak dan toch wel enigszins benadeeld worden, want heus, geloof het, we maken op dat gebied nooit iets noemenswaardig mee!

En dat terwijl er soms toch wel moeilijke beslissingen genomen moeten worden, die verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor het verdere verloop van het mooie werk van de Meesters. Hoogstens beleven we dan wel eens een machtig warm, blijmakend innerlijk gevoel dat ons dan een bepaalde zekerheid geeft, maar, verder zien we niets, we horen niets, er tikt niets en er gebeurt helemaal niets waarvan we zelfs maar zouden opkijken.

Jammer?
Nee! Beslist niet! Want immers Jozef heeft het met nadruk gezegd en ook de Meesters zeiden het bij herhaling: ,,Als Jozef er niet meer is, komt hij en komen wij NERGENS meer door! Jozef heeft zijn taak meer dan vervuld. Wij gaan straks verder. Wij gaan samen op reis, op een Kosmische Reis door Gods machtige Scheppingen! Wij nemen de geestelijke benen!''
Voor degenen die deze uitspraak soms in twijfel mochten trekken verwijzen wij naar pagina 444 van het boek Geestelijke Gaven waar staat geschreven:

,,Meester Alcar komt nergens anders, hij heeft slechts één instrument en dat is André -- dat is Jozef Rulof. Ge voelt toch indien hij waarlijk hieraan zou beginnen, hij het machtige contact tussen hem en zijn instrument zou verbreken. Ge weet nu wat er voor nodig was een dergelijk contact op te bouwen. In de eerste boeken van André zegt Meester Alcar reeds:
,,Denk er aan, André, ik kom nergens anders. Later zal je dat begrijpen.''
Nu eerst begrijpt André dit. Meester Alcar sprak dit toen al uit, om misverstanden te voorkomen en bezoedeling van zijn heilige werk dadelijk te doen blijken.

En wat het doorkomen van André betreft, zeg ik u, dat hij zelfs wanneer hij op Aarde zal zijn gestorven, niet op seances verschijnt. Aan Deze Zijde ligt zijn nieuwe taak gereed. André keert eens naar de Aarde terug om zijn wek voort te zetten, maar anders dan de spiritisten zich dat kunnen indenken. In die tijd, het is na 2000, zullen er technische instrumenten op Aarde zijn, zodat mediums onnodig worden.''

En zo IS het, lieve lezers en lezeressen! De Meesters zeggen niet zo maar iets. Zij breken nimmer hun Kosmisch Bewuste Woord! Dus, noch Jozef, noch Meester Zelanus en ook Meester Alcar komen nergens door!
Wij geloven dat zonder voorbehoud. We staan dan ook uiterst sceptisch tegenover alle beweringen die het tegendeel verklaren. Dergelijke mededelingen achten wij uitermate nadelig te zijn voor de geloofwaardigheid van het zuivere occultisme, omdat het van de Meesters en ook van Jozef Rulof twijfelachtige woordbrekers maakt.

Terwijl wij allen weten dat deze bewuste persoonlijkheden uiterst consequent en ook beslist niet vergeetachtig zijn! Geen bewuste Ziel uit de Sferen van Licht zal er aan meewerken door zich als zodanig in geestelijke contacten aan de aardse mens te presenteren! Gebeurt dit toch, dan kan men er op rekenen met eigen denken en voelen, of in het allerergste geval met de duisternis te maken te hebben.

Zeker, Gene Zijde volgt de mens op zijn zoekende weg naar een hogere bewustwording. Uiteraard zullen hier en daar beslist wel machtige geestelijke contacten worden beleefd, die vooral voor de betrokkenen van onschatbare waarde zijn. Daarvoor kunnen wij allen een diep respect en grote dankbaarheid hebben. Maar dan zijn het enkelen van de miljoenen aan Gene Zijde die het Bewuste Dienen vertegenwoordigen en hoeft men niet te denken dat het uitgerekend Jozef zal zijn!

En wij? Ach, wij bezitten immers al zijn boeken! Daar ligt immers zijn Totale Leven. Zijn nimmer aflatende Liefde. Zijn honderd procent concentratie en vooral zijn diepe geestelijke Wijsheid. Wij kunnen ,,jaren'' vooruit, ook zonder het occulte wonder te zoeken vinden wij hierin duizenden onmetelijk diepe gedachten om mee vooruit te kunnen! Een waarlijke HOORN DES OVERVLOEDS. Dat is een geestelijk contact voor ons ganse leven! Wie daarmee ernstig bezig is zal heel goed begrijpen waarom wij dit artikel aan u voorleggen.
N. N.


HOME.
PAGINA 3.