DE EEUW VAN CHRISTUS GROOTSPRAAK OF REALITEIT?
In het boek De Volkeren
der Aarde van Jozef Rulof wordt door de Meesters uit de sferen van licht gesproken
over het ingaan van de mensheid in de Eeuw van Christus. Na de ontzaglijke strijd
van wereldoorlog twee staat de mensheid op de drempel van het ,,Koninkrijk Gods''
waarover in de bijbel, kerk en evangelie zo dikwijls wordt gesproken. In welk een
schrille tegenstelling schijnen deze prachtige woorden echter te zijn met de realiteit
van alle dag. Hoe chaotisch en moeizaam verlopen zelfs nu, ruim 30 jaar na het einde
van die gruwelijkste alle oorlogen nog steeds alle onderhandelingen die te maken
hebben met het tot eenheid komen van de naties. Ook nu is het zo dat de eerste mensen
aan wie deze uitleg, deze geestelijke verklaring wordt voorgelegd, smalend de schouders
ophalen voor zoveel naïviteit!
En terecht! Wie diepgaand peilt hoe het er voorstaat
met de geestelijke groei van de mensheid als massa loopt zich steeds weer te pletter
op het massale egoïsme van de enkeling, de groep als ook van het totaal. Ook al worden
meer en meer geluiden gehoord over rechtvaardiger verdelen van de kennis, macht en
levensbehoeften, wie echter volgt hoe het werkelijk gesteld is met dat verdelen van
de levensuitingen van Moeder Aarde, moet wel aanvaarden, dat dit zo slecht en moeizaam
verloopt, dat het op deze wijze nog vele, vele eeuwen zal duren voordat ook nog maar
één redelijk begin zichtbaar zal zijn van dat zo geprezen Koninkrijk Gods op deze
Aarde!
Voor het zover is, dat alle mensen bereid zijn tot echte rechtvaardigheid,
voor het zover is dat waarheid, dienstbaarheid, om maar niet te spreken van LIEFDE
voor al het leven, voor het zover is dat al die machtige, op de sferen van licht
afgestemde eigenschappen in de mensheid op krachtige wijze tot ontwaking en voldoende
werkzaamheid zijn gekomen, ach hoelang zal dat nog duren? En hoe groter is de bittere
noodzaak niet, dat dit snel, zeer snel moet gebeuren. Immers hoe diep en massaal
wordt er niet geleden onder de afschuwelijke gevolgen van duistere overheersing.
Is het niet zo, dat nog steeds de macht in groot en ook in klein verband volkomen
in handen is van de onbewuste, stoffelijke, maar zelfs vaak dierlijke of voordierlijke
levensgraden.
Macht over duizenden, nee zelfs over miljoenen levens berust bij hen,
die niets ontzien als het gaat om eigen materieel en profijt. Zij, die deze macht
in handen hebben deinzen voor geen enkel middel terug om haar te behouden en ze beschikken
nog steeds over vele onbewuste duisterlingen die door niets ontziende stoffelijke
en geestelijke gewelddadigheid het diepe kwaad ondersteunen. Maar ook bij de toch
vele miljoenen mensen die niets meer voelen voor grof geweld, die zich los maakten
van haat, rijst een innerlijk verzet als het gaat om het prijsgeven van oneerlijke
privileges. Getuige daarvan is wel de strijd in ons eigen staatsbestel waar, als
het gaat om waarlijk delen van macht, kennis, medezeggenschap enz., slechts povere
resultaten behaald worden en de strijd zelfs maar al te vaak wordt beslecht door
het onbewuste getwijfel van hen, die ingevolge het etiket dat ze zichzelf opplakken,
beter zouden moeten weten!
Dit is de Eeuw van Christus. Spreekt Gene Zijde dan te
voorbarig? Een eeuw is toch immers 100 jaar! Dertig lange jaren zijn sedert deze
aankondiging reeds verstreken en hoe staat het er mee? Kan in de resterende 70 jaar
bereikt worden wat voor ogen staat?
Neen, ik geloof niet dat dit mogelijk zal zijn
als het moet gebeuren vanuit de mens zelf. Vanuit de geestelijke groei van het innerlijke
leven van de mens, als massa, dat lukt niet zo snel... .daarvoor zijn nog duizenden
jaren nodig.
Doch de Meesters, in naam van Christus, zeiden meer! Er klonk de Eeuw
van Christus eist!
Deze eeuw van geestelijke ontwaking zal u dwingen. En...eerlijk
is eerlijk, dat klinkt reeds beter, een ietsje hoopvoller voor de mens die hunkert
naar een zuiverder beleid voor allen!
Maar (komt er dan vanuit het bestaande inzicht,
dat gekenmerkt wordt door de twijfel) hoe ..zou dit dan wel kunnen gebeuren? Hoe
zouden Meesters van Liefde, die niet tot dwang en geweld in staat zijn, zo'n wonder
tot stand kunnen brengen, dwars tegen zo'n massale onwil in?
Inderdaad wonderen zullen
het zijn. Wie er oog voor heeft ziet ze reeds tot stand komen. De Meesters spreken
waarheid, daarvan kunnen wij ons steeds weer overtuigen. Technische wonderen ontstaan
in een hoog tempo. Zo snel zelfs dat de op deze techniek ingestelde mens het onmoge1ijk
kan bijhóuden. Maar zult u zich afvragen, hoe kan nu een techniek positief bijdragen
aan geestelijke levenswetten zoals waarheid, rechtvaardigheid, laat staan tot welwillendheid,
hoofdbuigen en uiteindelijk LIEFDE?
Zowaar een moeilijk probleem, dat vanuit een
aards, maatschappelijk inzicht nimmer verklaard kan worden. In dit verband heeft
Gene Zijde echter toch heel wat ,,achter de hand'' Gereed, vooruitziend bedacht en
ontwikkeld.
In De Volkeren der Aarde wordt gesproken over technische wonderen bedoeld
tot genezing van de zieke mens. Ook van technieken die het contact met deze hoog
ontwikkelde geestelijke werelden mogelijk zullen maken. Over allerlei andere technieken
wordt niet uitgewijd, hetgeen ook niet in de strekking van dat machtige boekwerk
besloten ligt. Thans echter in 1978 komen er in hoog tempo technieken tot ontwikkeling,
die van ontzagwekkende invloed zullen zijn op de gehele menselijke maatschappelijke
samenleving! Reeds lang zijn wij geconfronteerd met de zogenaamde computer. Dit ingewikkelde,
ingenieuze apparaat bleek in staat te zijn tot opslag en verwerking van grote hoeveelheden
informatie van allerlei aard. Het bleek dat het mogelijk was om in enkele seconden
over zeer gedetailleerde uitwerkingen te beschikken van vraagstukken van zeer gecompliceerde
aard. Was een dergelijk apparaat in eerste aanleg een groot, omvangrijk en zeer kostbare
aangelegenheid, wel... de techniek hiervan ontwikkelde zich duizelingwekkend snel,
het apparaat zelf droeg niet in het minst bij aan deze snelheid. Sciencefictionachtige
filosofieën overstroomden de Aarde omtrent de fantastische mogelijkheden.. ...Echter
in hoofdzaak toonden deze filosofieën een echt "aards" ,menselijk beeld, een toekomstbeeld
ontleend aan het nog immer op geweld en overheersing ingestelde gevoelsleven van
de enkeling en de massa.
Grote fantasieën echter. Nooit zagen wij de grote mogelijkheden,
die Gene Zijde met deze ontzagwekkende inspiratie voor ogen schijnt te hebben. Ook
wij, die door de vele boeken van Jozef Rulof toch wel een grandioos inzicht kunnen
hebben van de beïnvloeding van de evolutie van de mensheid! vanuit de bewuste hogere
geestelijke werelden, zijn niet in staat te voorzien en te volgen wat er nu wel precies
gaat plaatsvinden.
We leven midden in ontzaglijke, geestelijke en stoffelijke wonderen
maar ook wij worden er door overweldigd en wij verdrinken evenals alle anderen welhaast
in de overvloed van overgangsverschijnselen Maar. . . .toch niets houdt het tegen.
Onstuitbaar gaat deze ontwikkeling voort en nu reeds blijkt de wereld te worden geconfronteerd
met een computertechniek, die zo compact is en zo ingenieus, doch tevens zo goedkoop
en overvloedig beschikbaar dat het niet zo lang meer zal duren of welhaast elke menselijke
handeling kan feilloos door technisch vernuft worden overgenomen! Ja, letterlijk
elke menselijke handeling staat thans voor een technische ontleding! Onvermoeibaar,
zonder onwil, zonder fouten zal de machine binnen zeer korte tijd in staat zijn de
stoffelijke arbeid van de mens over te nemen!
Ongelooflijk knap uitermate doelmatig
en bovendien veel goedkoper. Daar kan geen mens meer tegenop:
Daar staan we dan in
1980 of wel daar gaat het zo moeizaam tot stand gekomen "Bestek anno zoveel"! In
één klap volkomen onbruikbaar, want één ding is zeker... .in niets is deze ontwikkeling
te stuiten.
Angst en beven alom, want immers de zo grote werkloosheid zal hierdoor
een ongekende omvang krijgen! Menselijke arbeid wordt vrijwel onbetaalbaar, nu een
technische automatisering zo algemeen en goedkoop beschikbaar komt.
Plotseling en
volkomen onvoorbereid staan de leiders der volkeren voor een nieuw, gigantisch probleem!
Was tot heden ( ook reeds door de voortschrijdende automatisering) het werkgelegenheidsaspect
een grote zorg, dat met angst en aandachtig beven wordt begeleid. thans zullen alleen
wereldwijde en strikt fundamentele wijziging van beleid en opvatting omtrent economische
verhoudingen in staat zijn dit alles in goede banen te leiden. Echter.. .zelfs het
geringste spoor van inzicht ontbreekt. Ja, men zou terecht kunnen stellen: De wereldleiders,
hoe knap ze ook zijn staan met de handen in het haar. Hopeloos vastgelopen raakt
het maatschappelijk stelsel, dat zich heeft opgebouwd op fundamenten van egoïsme
en oneerlijke concurrentie. Waar ,,winst'' geëerd werd als de heilige koe, waarvan
de uiers etterend verzweren.
Hoe nu verder? Waar blijft de menselijke visie op de
toekomst? Al de geleerde economen (die zich reeds zo vaak vergisten} staan nu volkomen
met de mondvol tanden....
Wat in hemelsnaam moeten wij nu aan met de "universele
rechten van de mens" zoals die door de Verenigde Naties werden aanvaard? Wat blijft
er van over (voor zover er reeds iets van terecht kwam) nu de mens het ,,wie niet
werkt, zal niet eten'' ook nog bedreigd ziet door een stoffelijk machientje, dat
alles beter kan? Wat zou er gebeuren als de mensheid elkaar door deze machinerieën
blijft beconcurreren en voort blijft gaan elkaar de vetste vliegen af te vangen?
Tot heden honderdduizenden werkelozen, die in ons deel van de wereld echter door
de werkenden toch van levensmogelijkheden worden voorzien. Hoe moet dit echter nu
het aantal door techniek vervangen werkers over de gehele Aarde overweldigend toeneemt?
Dat kan immers zelfs met het beste huidige sociale systeem niet meer worden opgevangen.
Dus toch? DE EEUW VAN CHRISTUS ZAL U DWINGEN!!
Het is de alles omvattende omvang
van het probleem, dat de mensheid in verhoogd tempo dwingt eieren voor haar geld
te kiezen! Geen land ter wereld, hoe groot en machtig het voorheen was, is in staat
dit alleen op te vangen. Dit zal alleen mogelijk zijn als er op grote schaal een
grote internationale eenheid wordt opgebouwd.
Niet uit eigen goede wil dus, zal dit
gebeuren, helaas, zover is het nog lang niet. Maar uit pure noodzaak, gedreven door
de gedachte ontstaan vanuit het door schade en schande geboren inzicht dat uiteindelijk
het eigen belang het best zal blijken gediend te worden, door één groot algemeen
belang!
De liefde schenkt ons overvloed aan technische wonderen. Wij grijpen er gulzig
naar, met harde materialistische gevoelens! Onze gulzigheid en grijperigheid plaatst
ons in een maalstroom, een rigoureuze versnelling waarin wij dreigen tenonder te
gaan! Wij zijn echter niet meer zo dom en versteend dat wij het niet zien. Wij moeten
dus eindelijk iets gaan doen aan de achterstand in geestelijke groei. Met grote schrik
ontdekken wij nu, dat wij hebben te kiezen. Het blijkt echter een afschuwelijke keus
te zijn, die alles, maar dan ook alles van ons zal vergen! De keuze tussen ALLES
of NIETS!
Overleven of massale ondergang!
Evenals met de overmaat van vernietiging,
het geweld van de atoombom, die de mensheid plaatst voor een uiteindelijke keuze,
plaatst Gene Zijde, door Christus ons thans door een geniale overvloed van technisch
vernuft, voor een absolute en uiteindelijke keuze EENHEID op te bouwen of snel af
te glijden naar een ongekende chaos! Een chaos die alleen maar tot algehele vernietiging
zal kunnen leiden.
Gene Zijde, het Bewuste Kosmische weten peilt ons! Aan de verschijnselen
van nu is het te zien! Ik zei het u reeds, ZO DOM zijn wij gezamenlijk nu NET NIET
MEER!! Het beleven van deze gigantische technische ommekeer zal voor menigeen met
harde strijd gepaard gaan. Ook zullen er heel wat harde klappen vallen, het is nogal
wat!
Gedwongen hoofdbuigen doet zeer, maar al strijdend en belevend zal het gevoelsleven
van de massa groeien en zal de geestelijke ontwaking aanstaande zijn.
DE EEUW VAN
CHRISTUS EIST HET VAN U!!!
Op deze wijze werkt Gene Zijde in op de mens. De hemelen
stromen leeg. Miljoenen bewuste liefdesgeesten werken in de sfeer der Aarde en zijn
bezig de mensheid op te trekken naar het hoger bewustzijn. Wie dit ziet en aanvoelt
en bovendien de kosmische wetten kent, voelt zich begenadigd te mogen leven in deze
eeuw en heeft heilig ontzag voor de liefdevolle wijsheid, die spreekt uit het machtige
boek van Jozef Rulof DE VOLKEREN DER AARDE. Telkens opnieuw komt tot werkelijkheid
wat daarin werd voorspeld! In deze eeuw gebeurt dat allemaal! Dit is de EEUW VAN
CHRISTUS.
Volg, doorvoel en ondersteun dit hoger bewustzijn en u kunt rustig en dankbaar
zijn! Gene Zijde waakt! Er heerst absolute orde in deze zo schijnbare chaos!
MENSHEID
ONTWAAKT UIT UW GEESTELIJKE SLAAP!!!
P. L. H.
DE
EEUW VAN CHRISTUS.
Wij willen beginnen met een citaat uit de uiteenzetting over DE
EEUW VAN CHRISTUS die eertijds door meester Alcar werd gegeven.
Gene Zijde schrijft
en spreekt voor DE EEUW VAN CHRISTUS. Maar wat zegt dit?
Wat betekent DE EEUW VAN
CHRISTUS voor uw aardse leven?
Toen de Messias op Golgotha Zijn stoffelijke ogen
sloot, stond de mensheid voor Zijn leven en wetten. Christus moest echter aanvaarden,
dat Hij de mensen van Zijn tijd niet had kunnen bereiken, doordat de heidense volken
overheersten. Christus wist, dat er vele eeuwen zouden voorbijgaan, voordat de mensheid
aan een hoger bewustzijn kon beginnen. Hij begreep, dat die mensheid eerst door bloedige
oorlogen, door verschrikking en ellende, door leed en smart zou ontwaken voor de
heilige wetten, zoals deze voor alle levensgraden en ruimten door God waren geschapen.
Eerst dan, wanneer de mensheid, geleerd door Golgotha, haar hartstochten het bewuste
halt zou toeroepen, kon er op Aarde verandering komen. Om dit te bereiken zette Christus
Zijn Goddelijk Leven in. Hij liet voor elke levensgraad, voor elke rassoort, voor
kerk en godsdienst Zijn Heilig Evangelie achter. Het is het Goddelijk geschenk van
Zijn Vader aan iedere ziel in de ruimte - en Christus stierf er de kruisdood voor!
Tweeduizend
jaar zijn er sindsdien voorbij gegaan. In die tijd beleefde de mensheid, haar evoluties
en ontwaakte er door. De massa op Aarde wil thans vrede en rust, het welbehagen in
de mens. Nu de laatste oorlog voorbij is, waarin de volkeren van Israël hun levensbloed
offerden om de heidenen te overwinnen, gaat de mensheid DE EEUW VAN CHRISTUS binnen.
De massa is ontwaakt en zoekt naar het hogere bewustzijn. Door dit te verlangen komt
zij in het Leven van Christus. Zij bewijst dat zij de wetten van Christus wil aanvaarden
en wil trachten die te eerbiedigen. Zij wil er zo nodig het eigen leven voor inzetten,
miljoenen kinderen van de Aarde bewezen het. Bij het streven wil Gene Zijde u helpen.
Tot zover Meester Alcar.
Uit dit citaat blijkt duidelijk dat wij thans in DE EEUW
VAN CHRISTUS ,in een nieuwe tijd zijn aangeland, waarvoor reeds eeuwen en eeuwen
geleden de eerste fundamenten werden gelegd. Laten wij ons goed bedenken wat een
voorrecht dit is! Indien wij ons thans op het POSITIEVE instellen kunnen wij geholpen
worden. De goede wil heeft thans dubbele betekenis gekregen! Alles komt daardoor
in een versneld tempo in de goede richting. Het blijft echter zaak vooral aan ONSZELF
te beginnen en te werken. Christus en de Zijnen hebben indertijd niet die steun gehad.
Er was immers niets: Geen God, geen bijbel! Toch hebben zij als eersten alle Ruimten
overwonnen: Indien zij indertijd niet begonnen waren met de aardse mens, levend op
de derde kosmische graad te hulp te komen, teneinde het evolutie en bewustwordingsproces
te versnellen hadden wij thans wellicht nog in het stenen tijdperk geleefd!
Dat de
universele wijsheid van de leer van Christus ons thans in de twintigste eeuw zo zuiver
als kristal kon bereiken, danken wij aan de enorme inzet van de dienende mens Jozef
Rulof.
Toch blijken velen moeite te hebben met het feit dat wij nu reeds spreken
over DE EEUW VAN CHRISTUS. Kijk maar om je heen, zegt men. Alles is nog immers geweld,
agressie en egoïsme. Dat klopt: Het is echter wel één zijde van de bekende medaille.
Neemt u nu eens de hulpverlening op nationaal en internationaal niveau: Dit is toch
fantastisch: Sprak mén in vroeger jaren van De Albert Schweitzer. De Henri Dunant,
thans zijn er velen. Stille, vaak jonge mensen die hun kennis en wetenschap ten dienste
stellen van hun minder gezegende medemens. Doen zij in feite niet op kleine schaal
wat de Christus voor ons allen deed? Laten wij eens kijken wat er in de ,,derde wereld"
gaande is. Er wordt in korte tijd van die mensen verlangd waarover wij eeuwen mochten
doen. Laten wij, als de gevolgen van die snelle ontwikkeling onze kant opkomen, onze
belangen raken, ook eens aan ONZE OORZAKEN van die gevolgen denken! Het moet voor
een ieder van ons duidelijk zijn dat hier sterk geconcentreerde krachten aan het
werk zijn. Maar de mens zal vrij worden!
Het is goed nog eens te luisteren naar het
antwoord van Meester Zelanus op een vraag eertijds aan hem gesteld door iemand die
ook aan de realiteit van DE EEUW VAN CHRISTUS twijfelde. De twijfel kwam in hoofdzaak
voort uit het constateren van een hoge criminaliteit, het aantal echtscheidingen,
de talloze zielsziekten, de atoombom enz.
Meester Zelanus geeft hierop het volgende
antwoord:
Hebt u mijn boek DE VOLKEREN DER AARDE gelezen? Zo ja, dan moet het probleem
u duidelijk zijn. Zo niet, leest het. U krijgt dan het antwoord op uw vragen. In
dat werk gaf ik een duidelijk beeld van de geestelijke afstemming van de volkeren.
Ik schreef dat uw mensheid ook nu nog in een duistere sfeer leeft. Hartstocht, haat
en geweld beheersen de massa nog.
Slechts de enkeling maakte er zich van los. Toch
mag dit u niet de ogen doen sluiten voor de vorderingen, die door uw laatste wereldoorlog
zijn gemaakt. Deze zijn ontzagwekkend: In deze strijd werd de heidenen DEFINITIEF
de mogelijkheid ontnomen aan de vredelievende volkeren hun wil, hun terreur op te
leggen. Geen land ter wereld zal ooit de vrede meer kunnen verstoren, ook Rusland
kan en wil dit niet. Het beseft terdege de overmacht waartegen het staat. Eens verenigden
de volkeren alle krachten om het nationaal-socialisme te bestrijden, geloof me, wanneer
het morgen tegen Rusland zou gaan, trad de ganse wereld aan. Maar ook Stalin zal
de vredelievende opbouw niet doorbreken. Wat u thans als degeneratie verschijnsel
waarneemt, behoort tot het overgangsstadium, dat onvermijdelijk volgen moest. In
de wereldbrand werden de wreedste, dierlijkste instincten wakker geroepen. Zoudt
ge nu geloven, dat deze onder het luiden van de vredesklokken meteen maar weer inslapen?
De mensheid is ontwricht, verruwd, verlopen, maar het kon niet anders, gezien het
toegepaste geweld, het vreselijke lijden, die de zenuwen wel moesten aantasten en
vooral ook gezien de zwakke karakters, die nu eenmaal bij de bereikte afstemmingen
behoorden. Maar moet u nu aan de vooruitgang gaan twijfelen? U kijkt teveel naar
de noodzakelijke overgangsverschijnselen en ziet voorbij aan de vele, lichtgevende
tekenén, die bewijzen dat de volkeren en hun regeerders veel, onnoemelijk veel geleerd
hebben. Nog is het zoeken en tasten naar de definitieve eenheid aarzelend, nog manifesteert
de opbouw zich maar vaag, doch niettemin krachtig genoeg, dat wij, Kosmisch bewusten
onder Christus voorlichting thans durven spreken van de vestiging van het Koninkrijk
Gods op Aarde.
U moet dit wereldprobleem vooral niet te klein zien, een ruimtelijke
beschouwing is hier gebodén. Als u dieper doordenkt, moet u het toch met mij eens
zijn, dat u en de volkeren meer liefde, meer bewustzijn, meer karakter bezitten dan
de onbewuste primitieve oermens en dat u daardoor ondanks uw ontwrichting dichter
bij het AL leeft. Heus de mens als massa heeft geleerd uit de talloze slachtingen.
U ziet de geboorte ván de atoombom als een gevaar voor de menselijke samenleving,
maar wij, universele geesten, ontkennen dit met klem. De waarheid is, dat de mensheid
juist door deze vinding met versneld tempo een hoger bewustzijn zal ontvangen. Door
de atoomenergie, de splitsing van de stoffelijke cel, kan haar duizenden wonderen
worden geschonken, die haar tot een bewuste levensgraad, tot het Koninkrijk Gods
zullen voeren. Eén dezer wonderen zal ik u noemen. De toepassing van de atoomenergie
verzekert dé mensheid straks, op Gods tijd, van het bewuste contact met de astrale
wereld, met de vierde, dimensionale wetten van het leven na de dood. Als u even
wilt bedenken, dat al uw technische vindingen door de geestelijke inspiratie, door
ónze wereld konden ontstaan, moet het u duidelijk zijn, dat het astrale ik uw leven
en welzijn bewust in handen heeft. Juist het feit, dat er thans vindingen van ongekende
kracht en macht tot stánd komen, bewijst het begin van een nieuwe tijd.
Schreef ik
niet in mijn boek DE VOLKEREN DER AARDE, dat de eeuw van techniek is begonnen? Geloof
mij niets geschiedt er op uw wereld wat wij niet weten! Géén van de vindingen, die
wij aan uw Aarde brachten, heeft tot doel de mensheid te vernietigen, ook al ontwikkelde
de onbewuste massa ze voor het kwaad - de winst van hun aanwezigheid komt, niettemin
aan God en aan uw mensheid. U en de velen met u, die het goede, het eerlijke, het
welwillende zoeken, bereiden de nieuwe levensgraad voor. Het Koninkrijk GODS is
opkomst. Uw eigen ziel, de Goddelijké vonk in u, kan het U zeggen, als u in de stilte
van uzelf keert en de al alarmerende klanken van de heersende ontreddering kunt buitensluiten.
U bent een deel van God, dat neemt u toch ondanks alles aan? Wel dan vraag ik u:
Is God te vernietigen? U en de volkeren ontvangen de geestelijke, gelukkige levensstaat,
die u behoort.
Daarvoor sta ik in, doordat in mij het hemels bewustzijn leeft, doordat
in mij leeft de verziende blik, die God mij als deel van Zijn Leven schonk. Door
de dood leerde ik en miljoenen met mij de ONTWAKING zien, door de stoffelijke afbraak
gingen wij tot het LICHT. Nooit is het anders geweest! Zegt het u iets?
Toen Jozef
Rulof het bericht van zijn Meesters ontving het Genootschap op te richten, geschiedde
dit door zijn Meester Alcar. Wat wilde Gene Zijde? Wat was de bedoeling van dit alles?
De Meesters wilden eenheid brengen op Aarde, hoger bewustzijn, hoger weten. Door
de lezingen en de boeken waren zij daartoe in staat.
Werelden openden zich voor uw
leven, uw ziel en persoonlijkheid trokken zij op tot de sferen van licht. Zij wilden
verruiming brengen in uw geest, uw contact met uw geliefden zuiveren, de occulte
wetten voor uw stoffelijke en geestelijke bestaan ontleden, uzelf terugvoeren, naar
uw VADERHUIS, uw HEMEL, in het leven na de dood.
Daarvoor diende Józef Rulof. De
meesters ontwikkelden dit leven; zij brachten deze ziel onder uw midden. In stille,
gelukkige eenzaamheid, werkte het instrument van de Meesters voort, boog het hoofd
voor duizenden problemen, die geestelijk en stoffelijk waren, genas zieken, bracht
duizenden offers, omdat hij wist waarvoor de HEMELEN zijn leven hadden opgetrokken.
Wat dit alles heeft gekost is door ons niet te beschrijven! Tientallen boeken buiten
de bestaande, de geschreven werken door hem ontvangen en onder u gebracht, zijn niet
in staat dát deel van zijn leven vast te leggen, zo werd deze ziel geslagen, gemarteld,
geestelijk en lichamelijk gekastijd door de leer van de Meesters, waarvoor hij diende.
En toch, DE JEUS van Moeder Crisje en de Lange Hendrik, het kind van buiten, dat
géén school, geen studie, geen stadsbewustzijn had gekregen, hield zich staande,
ging verder, omdat dit leven de GROTE LIEFDE bezat deze arme, ongelukkige, doodgedrukte,
gemartelde mensheid, te dienen.
Op 12 september 1946 werd de oprichting van het Geestelijk
Wetenschappelijk Genootschap bij dé notaris een officieel aards feit, met als doel
de Openbaringen van de Meesters van Gene Zijde, door middel van hun instrument JOZEF
RULOF aan de mensheid geschonken, in zo breed mogelijke kring te verbreiden.
25 juli
1945. Meester Alcar opent de EEUW VAN CHRISTUS tijdens het eerste college van de
UNIVERSITEIT VAN CHRISTUS in het gebouw DILIGENTIA in Den Haag.
Het was de eerste
lezing in het openbaar. De zaal was geheel uitverkocht. Zevenhonderd mensen wilden
dit gebeuren meemaken. De helft daarvan verwachtte sensatie. Maar dat geeft niet,
ze dorsten, even slechts, maar ze dorsten nog om te mogen weten. De oorlog heeft
de mensen geslagen. Het innerlijke leven is begonnen vragen te stellen en de Meesters
zijn gereed om te antwoorden, om de Goddelijke wetten te ontleden. de ruimtelijke
colleges kunnen beginnen.
Dringt het tot die honderden door, dat dit het kosmisch
bewuste woord is, dat thans op Aarde ontvangen en beleefd kan worden? De massa moet
leren denken, doch wij zien en hebben te aanvaarden, dat velen deze universele boodschap
niet begrijpen!
Dat was in 1945!
En thans in 1978? De belangstelling voor het werk
van Jozef Rulof en de Meesters is er nog steeds! Niet alleen onder diegenen die het
grote voorrecht mochten hebben hem persoonlijk gekend te hebben en die onder de indruk
zijn geraakt van zijn enorm imponerende en toch zo eenvoudige persoonlijkheid, bestaat
die belangstelling! de belangstelling voor zijn grootste werk groeit nog steeds.
Steeds nieuwe aanvragen met tot dan onbekende namen bereiken ons met het verzoek
om nadere informatie. Of men vraagt zonder meer naar de boeken. Boeken, die thans
ook voor een bepaald gedeelte in de boekhandel verkrijgbaar zijn, zijn er vaak de
oorzaak van dat naar het overige deel van het werk van Jozef Rulof wordt gevraagd.
Eén ding leerden wij heel goed in de jaren die achter ons liggen. De behoefte naar
het hogere weten, het verlangen naar het zuivere geestelijke voedsel komt vanuit
de mens zelf.
Niet één mens kan een ander mens bereiken of overtuigen als hij of
zij daarvoor niet gereed is. Reclame maken voor de inhoud en wetenschap van de UNIVERSITEIT
VAN CHRISTUS is dan ook een zinloze bezigheid! De enige taak die wij allen als door
deze wetenschap aangeraakten dan ook hebben is, deze enorme erfenis, die Jozef Rulof
voor ons achterliet, voor een ieder die daarvoor gereed is beschikbaar te houden!
Vandaar onze grote zorg voor de boeken.
Na de overgang van Jozef Rulof in 1952 hebben
duizenden boeken de weg naar de mens gevonden. Deze stroom gaat maar steeds door,
we kunnen zeggen dagelijks! Zomer en winter door!
Voorts moeten wij bij alles wat
wij voor dit werk doen en willen ondernemen ons goed realiseren dat de Meesters met
de opening van DE EEUW VAN CHRISTUS en de vestiging van de UNIVERSITEIT VAN CHRISTUS
op Aarde nooit de bedoeling hebben gehad naast de vele bestaande kerken en andere
geloofsovertuigingen die onze Aarde rijk is, een nieuwe sekte op te richten! Een
sekte alleen bestemd voor leden! De Meesters brachten ons door Jozef Rulof de universele
leer, de leer van Christus, die voor een ieder bereikbaar moet zijn.
STICHTING WAYTI.
INTRODUCTIE TOT EEN NIEUW LEVEN.
HIJ IS EÉN VAN ONS.
Over Jezus bestaan zeer uiteenlopende geloofsovertuigingen,
leerstellingen en meningen die variëren van Gods eniggeboren Zoon tot rebellerend
volksmisleider toe. WIE IS JEZUS? En wat betekent Hij voor ons?
Het is niet eenvoudig
dit fenomeen in beknopte vorm te behandelen, maar wij zullen toch een poging wagen
omdat het vooral voor jullie, jonge generatie, van essentieel belang is dat de vele
dogma' s en misvattingen die omtrent dit heilige leven de ronde doen hopelijk mede
hierdoor uit de weg kunnen worden geruimd...
In het monumentale werk ,,Het Ontstaan
van het Heelal'' van Jozef Rulof, (dit boek moet je beslist lezen!) wordt onder meer
uitvoerig uiteengezet hoe al het leven is ontstaan, zich vervolgens heeft ontwikkeld
en via een kringloop door ruimte en tijd, via moeder en vaderschap en reïncarnatie
is geëvolueerd totdat het uiteindelijk onze prachtige planeet, die wij zeer terecht
Moeder Aarde noemen, had bereikt.
Dit ,,uiteindelijk'' moet je overigens niet letterlijk
opvatten want de Aarde is niet het eindstation maar slechts een, zij het zeer essentieel,
tussenstation. Ons leven, nauwkeuriger gezegd al het leven, gaat namelijk verder.
Oneindig veel verder...
Dit geboorte en daaropvolgend evolutieproces van de mens,
van het dier en de natuur geschiedde golfsgewijze. Dat wil zeggen dat niet al het
leven zich tegelijkertijd ontwikkelde en na verloop van tijd evenmin tegelijk naar
andere planeten uitweek, want dit had tot chaos geleid en chaos past niet in het
Goddelijk Plan.
Dit artikel beperkt zich tot de ALLEREERSTE golf leven tijdens diens
evolutionaire weg door het universum. De eerste golf van zeer vele...
Het is allemaal
biljoenen tijdperken geleden begonnen...
Als eencellig diertje, transparant als een
minuscuul druppeltje vocht, was het eerste embryonale leven in het universum aan
zijn lange reis begonnen.
Hoe heeft dit wonder zich voltrokken?
Het is toch bijna
onvoorstelbaar dat deze nietige levens eens de architecten zouden zijn, de bouwers
van de hemelen... maar tevens de constructeurs van de hellen!
En vooral dat één van
deze minuscule celletjes ooit Jezus zou worden!
Maar laten wij op de zaak niet vooruitlopen
en terug keren tot het begin...
De mens heeft behalve een fysiek lichaam, al leek
dat in het begin maar op een druppeltje vocht, tevens een astraallichaam. Een tweede
lichaam maar dan van geestelijke substantie.
Dit is de geestelijke substantie die
het fysieke leven mogelijk maakt en in stand houdt.
Na de dood van het stoffelijk
wezen trekt deze geestelijke substantie, het astrale leven, zich als ziel terug in
de astrale wereld van zijn planeet om daar de wedergeboorte af te wachten, want dit
leven moet verder.
Van dit gebeuren heeft de mens geen bewuste herinnering. Alleen
zijn onderbewustzijn ,,herinnert'' zich deze gebeurtenissen en slaat alles op in
zijn ,,geheugenbank''. En aldus evolueerde de mens gedurende een ontelbaar aantal
levens totdat zijn gevoelsleven, zijn bewustwordingsproces, zo ver was ontwikkeld,
dat hij vanaf dat moment eigen verantwoordelijkheid zou dragen voor zijn gedrag.
Het stoffelijke lichaam was weliswaar intussen vervolmaakt - voor dit kunstwerk had
Moeder Aarde gezorgd - maar hoe was het met de mens zijn geest gesteld, met zijn
gevoelsleven, met zijn bewustzijnsgraad?
Hij gedroeg zich nog als een dierlijk wezen.
Hij was geestelijk niet met zijn lichaam meegegroeid en had op dit gebied een ontzagwekkend
grote achterstand in te halen. En de planeet die hij vanwege zijn verdere evolutie
na zijn leven op Aarde zou moeten betreden was uitsluitend voor een hoog geestelijk
bewust leven toegankelijk. Voor wezens met een grofstoffelijk bewustzijn, laat staan
dierlijke mentaliteit zouden haar poorten gesloten blijven.
Maar Moeder Aarde zou
ervoor zorgen dat haar kinderen ook innerlijk gereed zouden worden gemaakt om deze
en andere planeten te kunnen betreden want anders zou het evolutieproces van de mens
bij haar zijn vastgelopen. En er wachtten de mens nog prachtige planeten, allen behorende
tot een hogere kosmische orde waar men samen met zijn tweelingziel een paradijselijk
bestaan zou leiden.
Dit geestelijk gereedmaken voor een hoger bestaan kon op Aarde,
in de stof, niet plaatsvinden. Daarvoor zouden de sferen aan gene zijde dienen. Het
gebied in deze astrale wereld waar de mens na zijn laatste dood op Aarde naar toe
zou worden getrokken was al door hem zelf bepaald en had inmiddels gestalte gekregen.
Vanaf het ogenblik dat hij eigen verantwoordelijkheid zou dragen voor zijn daden
was hij begonnen om aan zijn nieuwe ,,woning'' in het hiernamaals te bouwen. Hij
was in feite vanaf dat moment zijn eigen architect geworden. En aldus waren honderdduizenden
wezens op aarde al vele eeuwen lang bezig aan deze wereld in de geest te bouwen;
aan deze spookachtige wereld, want deze bleef onbewoond totdat... totdat de aardse
mens zijn kringloop op Aarde zou hebben voltooid en de wet van de evolutie hem zou
dwingen om deze tot nog toe onbewoonde astrale wereld te betreden.
Hoe beleefde
de eerste mens deze nieuwe wereld? Nadat hij na zijn laatste dood op Aarde uit een
langdurige diepe slaap was ontwaakt, voelde hij zich springlevend! Voor zijn gevoel
was er niets veranderd. Hij voelde zich nog precies hetzelfde als voor zijn dood.
Hij droeg dezelfde kledingstukken en had zelfs nog dezelfde lichamelijke kwaaltjes
en lichamelijke gebreken.
Dat op zich was minder vreemd dan het leek. Er bestond
immers geen dood. Deze was er nooit geweest. Er bestond alleen eeuwig leven! En deze
astrale wereld was in feite een projectie van zijn eigen gevoelsleven, van zijn eigen
innerlijk. Hij was, al wist hij hier niets van af, zoals al het leven al een ontelbaar
aantal keren ,,doodgegaan'' zonder echt dood te ZIJN maar nu was de zaak toch anders.
Hij leefde nu in een andere wereld als astrale persoonlijkheid voor de eerste keer
in vol bewustzijn. Hier, in deze voor hem nieuwe wereld, zou hij uiteindelijk leren
om de treden van de voor hem onzichtbare ladder te beklimmen, treden die de verbinding
terug naar God zouden vormen.
Maar ook in de astrale wereld beschikte de mens nog
over zijn eigen vrije wil. Hij had een keuze. Hij kon dus ook het pad kiezen dat
hem nog verder omlaag zou voeren! God had hem bij de schepping een vrije wil gegeven
en van dwang was ook hier geen sprake.
Natuurlijk beseften de wezens die in deze
wereld waren terechtgekomen dit alles niet.
Sterker nog: Zij hadden zelfs geen notie
van wat er met hen was gebeurd. Er brak dan ook onbeschrijfelijke paniek uit en chaos.
Zij schreeuwden om hulp en zochten bij elkaar bescherming. Wat was er met hun wereld
gebeurd? Waar waren hun kinderen gebleven en hun overige familieleden?
Men was in
een troosteloos gebied terechtgekomen. Er heerste hier alleen maar diepe duisternis.
Zij hadden honger en dorst en wachtten totdat de zon zou opkomen. Maar de zon kwam
niet op. Deze zou hier nooit meer opkomen!
Geen van hen kon beseffen dat de wereld
om hun heen slechts een afspiegeling was van hun eigen kil en duister innerlijk en
dat zij door hun eigen mentale leegte en eeuwenlang dierlijk gedrag dit troosteloze
oord, deze wereld van verschrikking, zelf hadden doen ontstaan, zelf hadden geschapen.
Een wereld in de geest, die voor de aardse mens onzichtbaar was maar voor degenen
die hier hun leven zouden voortzetten hard en reëel als graniet.
Vele mannen en vrouwen
gaven zich aan elkaar over en bedreven de geslachtsdaad. Er leefde hartstocht in
hen maar dit heftige verlangen hield niet op. Waren hun lichamen veranderd? Hun angst
en onzekerheid nam maar toe. Wat was er tijdens hun slaap allemaal gebeurd? En die
immense donkerheid die maar niet afnam.
Enkelen trachtten hun omgeving te verkennen
en volgden een pad waar echter maar geen einde aan kwam. Hun angstgevoelens werden
steeds heftiger. Maar niemand hoorde hun geschreeuw en enkelen werden waanzinnig
van angst. Maar er scheen geen andere keuze te zijn. Het was blijven zóeken of hier
blijven en krankzinnig worden.
De sterksten onder hen bleven echter toch doorlopen
in de eindeloze duisternis en hervonden uiteindelijk hun oude vertrouwde, aardse
omgeving.
Daar ontmoetten deze astrale mensen weer hun familieleden en maten die
echter tot hun verbijstering en ongeloof geen teken van herkenning gaven. De astrale
wezens beseften niet dat zij voor de aardse mens onzichtbaar waren geworden. Men
liep dwars door hen heen en op hun geschreeuw werd geen acht geslagen. De astrale
mensen liepen op hun beurt eveneens gewoon door de aardse mens heen zonder dat dit
blijkbaar door deze werd gevoeld. Niettemin waren zij opgelucht om hun oude wereld
weer te hebben hervonden al was die niet meer gelijk aan de wereld waarin zij voorheen
leefden.
Zij haastten zich terug naar hun maten om hun van hun ontdekking te vertellen
en ondervonden tot hun grote verwondering dat deze weg terug bliksemsnel was verlopen.
Zij behoefden niet meer het donkere pad terug te nemen maar waren binnen een fractie
van een seconde weer terug. Zij behoefden zich slechts op de omgeving te concentreren
waar zij naar toe wilden!
Door concentratie verplaatsten zich nu alle astrale mensen
naar hun oude wereld en ontdekten nog meer wonderen.
Door zich met de aardse mens
in de geest te verbinden en bezit van hem te nemen, kregen zij vat op hem en ontdekten
dat zij hem door gedachten kracht vrij gemakkelijk konden manipuleren. Het astrale
wezen zag nu door de ogen van de aardse mens de zon weer schijnen en voelde weer
warmte. Hij voelde zich als voorheen. Nu zouden zij zich opnieuw kunnen uitleven
en dwongen hun slachtoffers om aan hun dierlijke verlangens gevolg te geven. Zij
wilden eten en drinken en merkten dat de aardse mens deze verlangens gelijk overnam.
Maar zij wilden zich vooral uitleven. De astrale man daalde nu in het lichaam van
de aardse man af en de astrale vrouw in het lichaam van de aardse vrouwen beleefden
op deze wijze de paring van de aardse mensen mee.
En vooral op dat gebied waren zij
onuitputtelijk.
Maar ook op ander terrein was de astrale mens onuitputtelijk. Moord,
drinkpartijen en geweld vierden hoogtij. Het aardse lichaam bleek echter tegen deze
extreme belasting niet bestand. Dit resulteerde dan ook veelal in een vroegtijdige
dood van het slachtoffer met als gevolg voor de astrale mens weer het terug naar
af.
Niet zelden huisden meerdere astrale wezens in één lichaam bij elkaar en er was
in die tijd vrijwel geen aards wezen dat niet was bezeten.
Het onvermijdelijke gevolg
was dan ook dat deze als regel krankzinnig werd en in zijn wanhoop zelfmoord pleegde
of lichamelijk bezweek.
De astrale mens trad zo overheersend op dat dit tot fatale
gevolgen leidde. Geen mens op deze plek van de Aarde was meer vrij van deze beïnvloeding
want de eerste hel van het leven na de dood was intussen leeggestroomd. Iedere ziel
keerde vandaar naar de Aarde terug. Dit zou eeuwenlang blijven doorgaan.
Door dit
gebeuren leefden de mensen op Aarde aanzienlijk korter. Hierdoor ontstond dan ook
schaarste aan aardse lichamen en de astrale wezens leverden vaak bikkelharde gevechten
om een lichaam in bezit te kunnen nemen of te behouden.
Deze schaarste had echter
ook een positieve kant. Zij dwong de astrale mens namelijk om behoedzamer om te gaan
met het lichaam van zijn slachtoffer. Zich alleen maar door hem uit te leven resulteerde
immers in diens voortijdig einde en het was niet meer zo eenvoudig om een nieuw aards
lichaam te bemachtigen.
En zo kon het gebeuren dat enkele astrale wezens voortaan
hun slachtoffers tegenover andere astrale indringers gingen beschermen. Zij behoedden
hem zelfs voor gevaren en leerden hun eigen dierlijke verlangens te beteugelen. Na
het natuurlijke einde van de aardse mens belandde het astrale wezen weliswaar weer
in zijn eigen duistere sfeer maar er was intussen toch iets veranderd. Het leek alsof
die duisternis niet meer zo intens was als voorheen.
En na een aantal daarop volgende
ervaringen was hij er zelfs zeker van dat de duisternis in zijn eigen onstoffelijke
wereld langzaam aan het oplossen was.
Maar zij ontdekten nog meer wonderen:
Tijdens
de jacht op een wild dier werd de jager door het dier verscheurd en tijdens dit gebeuren
zagen zij dat zich uit het dode lichaam van de jager een tweede lichaam losmaakte
dat in dezelfde astrale wereld terecht kwam als die waarin zij zichzelf bevonden.
Zij bespraken onderling deze toestand en kwamen tot de conclusie dat er kennelijk
geen dood bestond. Wat met deze onfortuinlijke jager was geschied was feitelijk ook
hen overkomen. Zij waren toch ook op aarde gestorven maar leefden nog. Alleen in
een andere toestand. Er was dus geen dood. Maar als er geen dood was wat kwam dan
hierna?
Er vormde zich een groep die hier dieper op wilde ingaan en deze situatie
wilde bespreken.
Deze mensen kwamen tot de conclusie dat alleen diegenen die een
beschermende taak op de aardse mens hadden uitgeoefend een verbetering in hun eigen
wereld hadden waargenomen terwijl bij hun maten die zich intussen alleen maar op
de aardse mens hadden uitgeleefd geen enkele verandering in hun duistere wereld was
opgetreden. Er was kennelijk geen dood. Dat was door die verongelukte jager aangetoond.
Maar als er geen dood was en hun duistere wereld alleen veranderde als zij zelf veranderden
dan moest er toch iets anders zijn waar zij naar toe moesten leven. Deze toestand
hier kon toch geen eindstation zijn!
Er moest nog iets zijn, zoiets als een opperwezen
die dit alles regelde en waar zij naar moesten leren luisteren en die zij moesten
gehoorzamen.
Het erkennen van deze feiten zou voor de astrale mens een mijlpaal betekenen
voor zijn geestelijk ontwaken en een ommekeer teweeg brengen in zijn hele verdere
bestaan..
Eén van deze astrale mensen die zich tussen deze groep bevond bleek het
meeste gevoel en inzicht te hebben. Hij was een sterke persoonlijkheid en naar hem
werd dan ook geluisterd.
Deze man zou voortaan hun leider zijn. Het was: Jezus. Jezus
Christus zou de eerste Meester in Gods universum zijn.
Jezus en de Zijnen ontdekten
dat naarmate zij zelf veranderden ook de wereld om hen heen veranderde. Hun astrale
wereld ging hoe langer hoe meer op die van de Aarde lijken. En deze wereld bleef
voor hun voormalige maten hermetisch gesloten!
De astrale mens kon dus de duisternis
overwinnen door de aardse mens te helpen, door hem te dienen. Een andere weg was
er kennelijk niet. Zij wisten nu dat de mens zelf moest veranderen om niet in de
duisternis terug te worden gezogen.
Zij leerden beseffen dat er wetten waren, wetten
van een opperwezen die hen dwongen hun zelfzuchtig, gewelddadig leven achter zich
te laten. Alleen dán zouden zij van hun duisternis worden verlost. En geen seconde
eerder!
Jezus ging met Zijn volgelingen op verkenning uit. Hij wilde dit opperwezen
leren begrijpen. Hij wilde dit opperwezen leren gehoorzamen en leren liefhebben.
Voor de astrale mens bestond geen afstand meer of tijd. Met de snelheid van een bliksemschicht
kon hij overal naar toe.
Hij hoefde slechts zijn concentratievermogen te gebruiken.
Zijn gedachten kracht te richten op het wezen of de plek waar hij naar toe wilde
en aldus bezochten Jezus en Zijn volgelingen ook andere plekken op Aarde. Zij ontdekten
dat zij niet de enige mensen waren op Aarde maar dat er ook op andere plaatsen in
de wereld mensen woonden. En ook die mensen moesten worden beschermd van de inwoners
van de hellen, hellen die zich intussen steeds meer gingen verdichten. Hellen waarvan
hun bewoners zich bij de aardse mensen gingen uitleven.
Jezus en de Zijnen zouden
er alles aan doen om de aardse mens in die strijd bij te staan. Het was een moeizaam
en langzaam proces maar de missie van
Jezus zou slagen omdat Zijn missie de missie
van God Zelf was.
Jezus begreep als eerste mens in de ruimte dat alle wetten in essentie
tot één enkele wet terug was te voeren. En die alles overheersende universele wet
was onbaatzuchtige dienende liefde!... .
En zo verdichtten zich in de loop van talloze
eeuwen de sferen van licht tot hemelen waarin de mens uiteindelijk voldoende geestelijk
bewustzijn zou verkrijgen om de wedergeboorte in de stof op een andere, hogere planeet
mogelijk te maken. Een planeet waar Hij en Zijn tweelingziel als Goden zouden leven.
Maar ook deze wonderbaarlijke planeet van de vierde kosmische graad was niet het
einde maar slechts een tussenstation naar nog hogere gebieden.
De mens had dus zelf
zijn hellen geschapen maar hij zou ook de schepper zijn van het licht, van de hemelen...
En aldus evolueerde de mens na verloop van talloze eeuwen in ruimte en tijd totdat
hij het goddelijke AL zou bereiken.
Tot deze eerste mensen behoorde Jezus.
JEZUS
ZOU MET DE ZIJNEN ALS EERSTE HET DOMEIN VAN GOD BINNENTREDEN.
,,God heeft de mens
naar Zijn evenbeeld geschapen'' zou in het AL bewaarheid worden!
Het aardse intellect
had intussen al berekend dat de maat van het menselijk lichaam vrijwel exact het
midden hield tussen die van het heelal en die van het atoom.
Jezus, het hoogste bewustzijn
onder de mensen en tevens eerste mens die een Bewuste God was geworden bevestigt
dit fenomeen door Zijn aanwezigheid als absoluut middelpunt in Gods universum! Jezus
vormt dan ook de ultieme schakel met God.
,,Ik en de Vader zijn één. Ik ben de Weg
en de Waarheid'', woorden van Jezus, zijn even zovele Goddelijke geboden geworden
waar geen mens in de kosmos omheen kon. Maar Jezus en de Zijnen zagen dat niet alle
mensen op Aarde voor deze weg hadden gekozen. Integendeel. Het merendeel had een
andere weg ingeslagen... Een weg die omlaag zou voeren. Een weg die de astrale duistere
sferen zouden verdichten tot hellesferen waar toestanden heersten waar de aardse
mens zich niet eens een voorstelling van kon maken.
Deze hellen bestaan nog steeds,
evenals de hemelen, de sferen van licht, de astrale gebieden rondom Moeder Aarde.
Maar al het leven moet naar God terug en geen enkele ziel kan onderweg blijven steken...
Ja, je hebt het goed begrepen: Eeuwige verdoemdheid bestaat derhalve niet! Wel eeuwig
leven! Voordat Moeder Aarde in Goddelijke energie zal zijn opgelost zullen al deze
levens, zonder enige uitzondering, op hogere planeten hun evolutie voltooien.
Jezus
had tijdens Zijn lange en vaak zware weg die Hem terug zou voeren naar Zijn Vader
als eerste ondervonden dat Liefde het goddelijke cement was dat het universum in
stand hield en besloot om deze God van Liefde die Hij had Ieren kennen aan de mens
op Aarde door te geven. Hij wilde zodoende de mensheid de weg naar Zijn Vader wijzen.
En dit kon maar op één manier: Hij zou Zich weer op Aarde geboren laten worden, als
mens onder de mensen. Jezus wist dat zijn missie zou slagen. Maar Hij wist ook hoe
Zijn leven op Aarde zou eindigen. Hij kende de dramatische afloop, vandaar dat Hij
alléén deze taak op zich wilde nemen.
Dit alles is intussen geschiedenis. De hele
wereld weet wat er nu, bijna 2000 jaar geleden, heeft plaatsgevonden... Aan het einde
van de Tweede Wereldoorlog heeft Jezus voortbouwende aan zijn liefdevolle missie
de
,,Universiteit van Christus'' op Aarde gesticht.
Eerder was dit niet mogelijk
geweest. Eerst moest het goede op Aarde het kwaad overheersen en dat was tot op dat
moment nog niet eerder voorgekomen. Het hogere bewustzijn had de meerderheid. Voor
het eerst in de menselijke geschiedenis had het merendeel van de mensheid nu voor
het goede gekozen. Hiervoor was deze lange, bloedige wereldoorlog nodig geweest.
De volkeren van de Aarde zouden nu kleur moeten bekennen. Het aan de kant blijven
staan was niet meer mogelijk. Iedereen was bij deze wereldbrand betrokken. Mede hierdoor
is deze universele oorlog van kosmische betekenis geweest. Door de ,,Universiteit
van Christus'' was de verbinding van het Al met de Aarde eindelijk een feit geworden.
Door het gesproken woord en de vele boeken zijn de liefdevolle boodschappen afkomstig
vanuit het Al voor de mens op Aarde die hiervoor open staat bereikbaar. De Geestelijke
Wetenschap had zijn intrede gedaan.
En nog is Jezus missie niet ten einde. Hij zal
Moeder Aarde blijven bezielen want de strijd tussen Licht en Duisternis, tussen Goed
en Kwaad, de strijd van de hellebewoners tegen de goedwillende mensen op Aarde is
nog lang niet ten einde.
Dat bewijst de toestand in de wereld. Dat kun je letterlijk
elke dag op je televisiescherm waarnemen en in de kranten lezen!
Aan jou de keuze
om aan de kant van Jezus en de Zijnen te staan.
Besef dat Zijn weg evenals van ieder
van ons van het duister naar het licht voerde. Zelfs Jezus moest door het ongoddelijke
te beleven en te overwinnen het goddelijke verdienen.
Jezus was de pionier van de
mensheid, de wegbereider, de voortrekker die als eerste de weg terug naar Zijn Vader
had gevonden. Hij is onze goddelijke gids.
Zijn weg is dan ook de jouwe en de onze,
en van de gehele mensheid.
Vandaar: JEZUS IS EEN VAN ONS...
D.B.
GOD.
De grote centrale wezenlijkheid van het heelal is de geest van oneindig leven en
eindeloze macht, die achter alles is, die alles bezielt en die in en door alles openbaart;
dat levensbegin dat uit zichzelf bestaat, waaruit alle leven is gesproten niet alleen,
maar waaruit nog voortdurend alle leven ontspruit. Indien er een individueel leven
bestaat, moet er ook noodzakelijk een oneindige levensbron zijn waaruit het is voortgevloeid.
Indien er een eigenschap of een kracht van liefde bestaat, moet er ook noodzakelijk
een eindeloze liefdebron zijn waaruit liefde kwam. Indien er ergens wijsheid is,
moet er ook een opperste wijsheidsbron zijn, waaruit wijsheid ontspringt. Hetzelfde
geldt voor vrede, hetzelfde geldt voor macht, hetzelfde geldt voor wat wij noemen
de materiele dingen van het leven.
Achter alles leeft dus een geest van eindeloze
liefde en macht, de LEVENSBRON van alles.
Deze oneindige macht schept, werkt, ordent
en regeert door tussenkomst van grote onwrikbare wetten en krachten, die door het
heelal heenlopen en ons aan alle zijden omringen. Elke daad in ons leven van alle
dagen wordt door dezé zelfde grote wetten en krachten beheerst. Iedere bloem die
langs de wegen bloeit, ontspruit, groeit, bloesemt en verwelkt volgens vaste, grote
en onwrikbare wetten. Iedere sneeuwvlok die valt tussen de Aarde en de Hemel, vormt
zich, valt en smelt volgens hetzelfde onveranderlijke gebod. In zekere zin bestaat
er in het ganse grote heelal niet anders dan regel en wet. Indien dit waar is, moet
er noodzakelijk achter alles een kracht bestaan, die deze wetten heeft geschapen
en een macht groter dan iedere bestaande wet.
Deze geest van oneindige liefde, leven
en macht, die in en achter alles woont, noem ik GOD. Het is mij hetzelfde bij welke
naam gij HEM noemt:Vriendelijk Licht, Voorzienigheid, Overziel, Almacht of welke
benaming u maar het gemakkelijkst valt. De naam doet er niet toe, als wij maar overeenstemmen
betreffende de grote centrale wezenlijkheid zelf, God is de oneindige geest, die
heel het heelal met zichzelf alleen vervult, zó dat alles uit Hem, in Hem en niets
buiten Hem is. Inderdaad en in waarheid, in Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn
wij. Hij is het LEVEN van ons leven, ons leven zelf. Wij hebben ontvangen, wij ontvangen
nog voortdurend ons leven van Hem. Wij vormen een deel van het leven van God en hoewel
wij van HEM hierin verschillen dat wij geïndividualiseerde geesten zijn, terwijl
Hij de oneindige geest is, die ons, evenzeer als alles wat buiten ons bestaat, omvat,
zijn toch in essentie het leven van God en het leven van de mensen in waarheid hetzelfde
en dus zijn wij één, zij verschillen noch in essentie, noch in hoedanigheid, zij
verschillen alleen in graad.
Er hebben bestaan en er bestaan nu nog, hoogverlichte
zielen, die geloven dat wij ons leven ontvingen van God, omdat de goddelijke invloed
binnenstroomde in onze ziel, En weer anderen waren er en zijn er nog, die geloven
dan ons leven één is met Gods leven en dat God en mens dus één zijn. Wie van beiden
gelijk heeft? Zij hebben beiden gelijk; beiden recht, als men ze recht begrijpt.
Wat de eerste betreft: indien God de oneindige geest is van leven in het heelal,
waaruit al het bestaande voortkomt, dan is het duidelijk dat ons leven, als geïndividualiseerde
geesten, voortdurend voortvloeit uit de oneindige bron door middel van de goddelijke
invloed, dat wil zeggen de vloed die uit God is en binnenstroomt in onze ziel. In
de tweede plaats, indien ons leven, als op zichzelf staande geesten, direct afstamt
en deel uitmaakt van de oneindige geest die zich in elk leven openbaart, gelijk van
hoedanigheid is met de bron waaruit hij voort kwam, evenals een waterdrop, genomen
uit de oceaan, van aard en hoedanigheid gelijk is aan de bron, waaruit hij vloeide.
En hoe zou dit anders kunnen zijn?
De mogelijkheid van misverstand in het laatste
geval is echter deze: Dat, hoewel het leven van God en het mensenleven in essentie
hetzelfde is, het leven van God het leven van de mensen in zover overtreft, dat het
al het andere in zich bevat.
Met andere woorden, wat hoedanigheid betreft, is alle
leven in essentie hetzelfde, in levensvolheid is het verschil tussen Gods leven en
het onze zeer groot en wijd.
Blijkt het, wanneer we het in dit licht bezien, dan
niet duidelijk, dat beide opvattingen waar zijn en meer nog, dat zij één en dezelfde
zijn? Beide kunnen zij door één zelfde voorbeeld verduidelijkt worden. In een vallei
ligt een reservoir, dat zijn water uit een ander onuitputtelijk reservoir op de,
berghelling ontvangt. De kleine kom is in alle opzichten volkomen gelijk aan de grotere;
het enige verschil is dat de laatste met haar watervoorraad ontelbaar vele dergelijke
reservoirs kan voeden, zonder ooit te worden uitgeput. Het reservoir in de vallei
daarentegen zou uitdrogen wanneer het grootste reservoir het niet onderhield. En
zó is het ook in het leven van de mensen. Indien er zoals we wel allen geloven -
hoeveel we in al onze andere denkbeelden ook verschillen - achter alle dingen een
oneindige geest van leven woont, die het leven van alles is en waaruit alles voortkomt,
dan moet het leven van elk individu, uw leven en mijn leven, krachtens goddelijke
instroming vloeien uit deze oneindige bron.
En indien dit waar is, is het leven dat
zo in de mens stroomt, in essentie noodzakelijk hetzelfde als het leven van deze
eindeloze levensgeest. Wel is er verschil, maar dit is niet verschil in essentie.
HET IS ALLEEN EEN VERSCHIL IN GRAAD.
Indien dit waar is, volgt hier dan niet uit
dat naarmate de mens zich voor deze goddelijke stroom opent, hij al meer nabij komt
aan GOD? En hoe dichter hij Hem nadert, zoveel meer deel zal hij krijgen aan Zijn
Kracht. En indien deze Godkracht zonder grens is, volgt hier dan niet uit dat het
de mens is, die zich zijn eigen grenzen schept, alleen omdat hij zichzelf niet kent?
R. W. T.
DE GOD IN U ZELF.
Gij
zult ophouden met aan u zelf te denken als aan een wezen vol fouten en gebreken,
wanneer gij -- wat eens gebeuren zal -- overtuigd wordt dat gij één van de ,,tempelen
Gods" zijt en die zelf steeds verder opbouwt tot een ongekende pracht.
Hoe kan iemand
nu voor zichzelf de bijzondere voorwaarden tot nakoming der hoogste wetten uitvinden
en er aan leren beantwoorden?
Voornamelijk door de wet, die voor allen geldt, in
het bijzonder op eigen persoonlijkheid en eigen leven toe te passen en daarom steeds
aandachtig te luisteren naar al wat het betere en hogere in ons, dat wat ons met
het
Goddelijke element verbindt, ons voorschrijft.
Jezus van Nazareth vroeg eens aan
enigen van zijn volgelingen, hem niet te aanbidden of te vereren. ,,Noem mij niet
goed", zeide Hij. ,,Er is niemand goed dan God alleen". -- Ook zeide Hij: ,,Ik ben
de weg en het leven", daarmee te kennen gevend dat Hem meer kennis op hoger gebied
was verstrekt met het doel daarvan aan anderen mee te delen. Maar Hij zeide niet
dat zijn leven hier op Aarde, dat Hij met al ,,het onvolkomen menselijke" op zich
genomen had, precies moest nagevolgd worden. Hij bad tot God om kracht en bevrijding
van de zonde van de vrees, toen Zijn hart dreigde te bezwijken bij het uitzicht op
zijn kruisiging: en daarmee gaf hij toe dat hij (hoe machtig hij ook was) evenals
iedere andere geest hulp nodig had. Hij bezwoer daarom steeds hen die Hem volgden,
Hem niet met God gelijk te stellen -- met de Almachtige, de eeuwige en ondoorgrondelijke
bewegende kracht en macht van het eindeloze heelal, die niemand ooit gezien heeft
of zal zien behalve in al zijn uitingen hier op Aarde, in de Zon, de Sterren, de
Wolken, in de bloem, het dier en in de mens -- ook de mens in zijn hogere graden
van macht en ontwikkeling, maar dan toch steeds en steeds met het oog gericht op
de bron waaruit die macht ontspringt, zodat nooit ,,het schepsel meer vereerd wordt
dan de Schepper".
Deze macht werkt in ons allen, tot in de schijnbaar laagste en
verachtelijkste mens. Toen aan Christus gevraagd werd hoe dikwijls iemand voor zijn
verkeerde dingen vergiffenis mocht ontvangen, antwoordde Hij op een wijze, die te
kennen was dat er geen grens mag zijn aan de mate en de duur van iemands vergeving
voor de gebreken van een ander. Geen grens mag er ook zijn aan de vriendelijk helpende
gedachten die wij iemand toe blijven zenden, die telkens weer opnieuw valt en schijnbaar
verloren is. Het is een groot kwaad om dan van hem te denken: ,,O die is niet te
redden. Het geeft niets, nog meer voor hem te doen!" Omdat wij dan hopeloze, ontmoedigende
gedachten naar hem toesturen en hem zo verhinderen zich uit de poel waarin hij ligt
naar boven te werken.
Toch wordt eens de mens zijn geest sterker naarmate hij meer
te overwinnen heeft. Door te strijden tegen uw veroordelende liefdeloze gedachten
komt hij op het laatst aan een punt waarbij hij denkt: ,,Ik zou natuurlijk liever
hebben dat gij mijn handelswijze goedkeurt dan dat gij die zo veroordeelt. Maar ik
ben niet afhankelijk van uw goedkeuring of van uw veroordeling, want mijn strengste
rechter en mijn zekerste straf voor al het kwaad wat ik doe is mijn eigen gemoed,
-- de God in mijzelf, aan wiens rechtspraak of ongenade geen ontkomen is." En toch,
als de geest tot helderde inzicht komt, zal die rechter meer en meer barmhartig worden
voor zijn eigen dwaling; want hij weet dat, om tot een hogere geestestoestand te
geraken er nog veel strijd moet zijn en nog veel overwonnen moet worden. Ieder menselijk
wezen is voorbeschikt om tot een zekere graad onvolkomen te blijven, totdat deze
onvolkomenheid door de geest geheel overwonnen is en dat dit eenmaal gebeuren moet,
staat vast.
Wanneer ge u op grond hiervan wilt verontschuldigen voor het doen van
een slechte daad, zeggende, dat ge nu eenmaal daartoe ,,voorbeschikt" zijt, zult
ge werkelijk uw straf niet ontlopen, mogelijk wel bij de maatschappelijke wet, maar
niet bij de natuurlijke of Goddelijke wet, want die maakt dat alle schuld haar vergelding
vindt op Aarde. Het leed dat wij ons zelf berokkenen, wordt dan soms zo zwaar te
dragen, dat de wens bij velen wakker wordt om die rechtvaardige hogere wet te leren
kennen en die oprechte wens, door zo velen gedeeld, vindt altijd vervulling.
In de
toekomst zal ons geslacht langzamerhand van het kwaad doen bevrijd worden, niet
uit vrees voor de straf, die volgt op elke schending der wet; maar het zal de betere
weg volgen alleen ter wille van de vreugde, die het opvolgen van de wet, die wij
voor onszelf ontdekt hebben, tenslotte geeft de menselijke en zelfs ook de Goddelijke
wet zoals zij destijds begrepen en uitgelegd werd, placht in vroegere tijden altijd
te zeggen: ,,Gij moet dit of dat niet doen, anders zult gij de roede voelen." God
werd afgebeeld als een strenge, onbarmhartige, wraakzuchtige Godheid. Het zwaartepunt
van de prediker was steeds Boete en Straf! Straf en Boete! De mensheid moet dit alles
leren vergeten, want het moet overwonnen worden, een grotere goedheid, reinheid en
verfijning moeten er voor in de plaats komen. Deze waarschuwing was echter nodig
toen het mensdom nog zoveel ruwer was dan nu; toen kon alleen de roede er op werken.
Toen was het blind en moest voelbaar op het goede pad gehouden worden. Maar zodra
wij helderder beginnen te zien, zoals nu reeds de gevoeligsten en wijsten onder ons
gaan doen, hebben wij geen roede meer nodig, omdat wij bezig zijn ons zelver vrij
te maken.
Prentice Mulford.
UW GOD MIJN
GOD ONZE GOD.
UW CHRISTUS MIJN CHRISTUS ONZE CHRISTUS.
Al vanaf
het ontstaan van de mensheid hier op aarde, heeft God, of een hogere macht, hoe je
het ook maar noemen wil, een grote invloed gehad in het leven van de meeste mensen.
Verschillende benamingen zijn er al aan gegeven, en men is constant bezig om dit
mysterie op te lossen, van hoe het nou precies in elkaar. Bestaat er een God? Hoe
ziet deze God eruit? Zit deze God op een troon in de hemel? Hoe moeten we deze God
dienen, of aanbidden? En met nog veel meer vragen zit de mens over deze geheimzinnige
God.
Laten we nu maar eens beginnen bij het begin.
Bestaat er een God? Jazeker. De
meesten van u hebben ook deze overtuiging, maar hoe het verder zit met deze God is
voor velen een raadsel. In de kerken wordt er veel gepredikt over God, maar iedere
kerk of religie doet dat weer op een andere manier, en met andere rituelen. Ieder
denkt dat zij de waarheid uitdragen, en de manier waarop de juiste is. Wat een ander
geloof doet deugt vaak niet, of is in hun ogen verkeerd. Laat ik u dan even verblijden
of teleurstellen:
Alles wat u doet en met Liefde voor uw medemens te maken heeft
is in Gods ogen goed, en is niet van een kerk afhankelijk.
Steeds zijn de kerken aan
het veranderen, wat hun ,,wetten’’ die zogenaamd van God moeten zijn betreft. Wat
voor dertig jaar nog verplicht was hoeft nu niet meer. We spreken hier dan wel over
wetten die God zou hebben ingesteld en verkregen zouden zijn door profeten of andere
heiligen. Als ik de katholieke kerk als voorbeeld mag nemen:
Vroeger moest men op
zondag neer de kerk, dat was verplicht, nu niet meer. Hoezo nu niet meer? Is God
veranderd? Heeft Hij gezegd dat het nu niet meer hoeft? Nee, natuurlijk niet. God
heeft dat nooit verplicht. De mens heeft deze dingen in vroegere tijden ingesteld.
Waar ze dat vandaan hebben gehaald is mij een raadsel, maar niet van God. God heeft
nooit gezegd tegen de mens dat men zondags naar de kerk moest om Hem te eren en te
aanbidden. Waarom ben ik er zo van overtuigd dat dit geen Goddelijke wet is! God
zijn wetten, om maar even bij de kerken te blijven, veranderen nooit. Wat voor 50
jaar geleden was, is nu nog zo, want God veranderd geen wetten, maar dat doet de
kerk, om mensen tegemoet te komen, en omdat dat beter in hun straatje van pas komt.
Hoe
ziet deze God eruit?
Als u zwart van huidskleur bent, dan verwacht u geen blanke God
maar een zwarte, en het zou u niet teleurstellen als uw God niet zwart zou zijn.
Wat zou u als blanke zeggen, als u in de hemel een God tegen zou komen die zwart
is? Hebt u daar wel eens bij stilgestaan?
Over dit onderwerp kan ik u ook al weer
gerust stellen, of verbazen.
U zult helemaal geen God zien. Waarom niet? Omdat God
geen figuur of een mens is. De kerken hun uitleg, en ook wat in de bijbel staat over
de schepping is fout. God heeft de mens geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis staat
er, maar het is juist andersom. God heeft zich gemanifesteerd door de mens. Op de
Maan is dit proces ontstaan, en zal nog miljarden jaren doorgaan, totdat we volmaakt
zijn in ons doen en laten, en weer terug zijn in het Goddelijk Al (De hoogste hemel).
In sommige religies wordt ook soms de uitspraak gedaan: Als we in de hemel zijn,
wij dan eeuwig zingen voor Gods troon. Nou, dat wordt dan een saaie boel, eeuwig
zingen. Zou u dat willen? Ik niet!
Nu iets anders.
Als u een gezin hebt met kinderen,
en u heet zoals ik Roesink, dan heten uw kinderen toch ook Roesink!
Wij zijn allemaal
kinderen van God, want Hij heeft ervoor gezorgd dat wij bestaan, hoe mogen we ons
dan noemen?
Schrik niet, maar ik noem mij God. U bent ook God. Iedereen is God, niemand
uitgezonderd, omdat wij kinderen van Hem zijn. Christus heeft de volgende uitspraak
gedaan toen Hij op aarde was: Zijn we niet allemaal Goden. Ja, dat zijn we. U kunt
het op allerlei manier proberen te beredeneren, maar u bent en blijft God.
We moeten
alleen het Goddelijke in ons ontwikkelen, en daar zijn de vele levens voor nodig,
maar de Goddelijke vonk zit in ons.
Dus u mag best een beetje trots zijn. Niet altijd
op de manier waarop we leven, maar trots op uw Goddelijke afstemming.
Nu ga ik het
nog een beetje mooier maken.
Als God geen figuur is, dan zijn er meerdere dingen die
wegvallen, zoals:
Het laatste oordeel, dat we allemaal voor Gods troon moeten verschijnen.
Dat Christus zit aan de rechterhand van God om ons te oordelen.
Er valt helemaal
niets te oordelen.
Nu wil ik even gaan naar het Onze Vader, wat hoofdzakelijk op
God betrekking heeft. De woorden verschillen wel iets bij sommige kerken, maar de
essentie is hetzelfde.
1. Onze Vader die in de hemel woont.
Onze Vader (God) woont
nergens, maar is overal aanwezig. In de mens, in de natuur, in de wateren, in alles
wat leeft en niet leeft is het God aanwezig, want anders zou het er niet zijn.
2.
Uw naam worde geheiligd.
Natuurlijk hebben we eerbied en groot ontzag voor wat God
– een benaming die de mens eraan gegeven heeft – gecreëerd heeft.
3. Uw Rijk kome.
Ja,
Gods Koninkrijk ligt op iedereen te wachten, en vroeg of laat zullen we daar allemaal
deel van uitmaken, en in eeuwige gelukzaligheid leven samen met onze tweelingziel.
4.
Uw wil geschiedde op aarde zoals in de Hemel.
Die wil moeten we zo zien: Toen God
de schepping is begonnen, wist hij wat het resultaat zou zijn, en wat voor een doel
Hij had met deze schepping. Dat doel: De mens een eeuwige gelukzaligheid schenken,
dat gebeurt en kan niemand tegenhouden. Dat Gods wil op aarde niet geschiedt, merkt
je wel wat voor een zootje de mens er momenteel van maakt. Denk u dat Hij ingrijpt?
Nee. God laat ons wel raak rommelen, maar we moeten niet verbaasd zijn, en er rekening
mee houden, dat dit alles weer op ons bordje terugkomt. De aarde is door de mens
niet te vernietigen.
5. Geef ons heden ons dagelijks brood.
Daar heeft geen God invloed
op. We kunnen hiervoor wel tot in het oneindige bidden, maar het zal ons niet helpen,
God geeft ons niet te eten. Wij zullen daar zelf voor moeten zorgen, door te werken
en geld te verdienen. Nu kunt u zeggen, maar hoe zit het dan met de mensen die honger
lijden? Als we in al onze vorige levens konden kijken, zouden we ook de oorzaak zien
van de honger, en alle andere ellende waarin de mens zit. Dit heeft niets, maar dan
ook helemaal niets met God uit te staan.
6. Vergeef ons onze schulden, zoals wij ook
aan anderen hun schuld vergeven.
U hebt geen schulden, een ander ook niet. Natuurlijk
doen we anderen wel eens wat aan of andersom. Dat zullen we goed moeten maken. Ik
noem dat bewustzijn. Hoe hoger ons bewustzijn, hoe minder fouten wij maken. God hoeft
ons niets te vergeven. Er valt niets te vergeven. Dat houdt niet in dat we nergens
geen spijt meer over hoeven te hebben!
We maken die dingen vanzelf weer goed. Dat
noem ik Karma, Oorzaak en Gevolg.
7. Leidt ons niet in verzoeking, en verlos ons van
den boze.
Dacht u, dat God bezig was om u op de proef te stellen? Dat God u probeert
te verleiden om iets verkeerd te doen? Mensen denk toch eens na. Zou God er zulke
spelletjes op na houden, u in verzoeking brengen? Natuurlijk niet.
8. U zij het koninkrijk
en de heerlijkheid, tot in eeuwigheid.
Ik leg dit uit als: Alles is door God ontstaan
en is een heerlijkheid voor de mens, en zal eeuwig blijven bestaan.
Nu wil ik wat
uitleg geven over Christus.
De kerken willen ons doen geloven dat Christus vanuit
de hemel – als de enigste zoon van God – weer terug is gekomen naar de aarde, om
de mens te verlossen.
De weg die Christus begaan heeft, is dezelfde weg die ieder
mens moet afleggen voor hij of zij in het Goddelijk Al komt. Toen God zich heeft
gemanifesteerd door de mens, is Christus ook ontstaan. Christus was één van de eerste
mensen die in het Goddelijk Al was gekomen. Hoe deze weg voor Hem en elk ieder mens
is en gaat, kunt u lezen in de boeken van Jozef Rulof. Als ik dat hier nu precies
uit zou moeten leggen, zou het geen artikel worden, maar een heel boekwerk. Maar
neemt u maar van me aan, dat het zuivere waarheid is wat ik hier schrijf.
Christus
geboorte op aarde:
De kerken vertellen dat Christus geboren is, bij Maria en Jozef,
en dat staat ook in de bijbel. Dat is waar, maar hoe dat is gebeurt, daar wil ik
toch iets aan toevoegen. In de bijbel staat dat Maria bevrucht is door de H. Geest,
en dat verkondigen de kerken ook. Helaas of ik kan beter zeggen van gelukkig is dat
niet waar. Net zoals u en ik, als we een gezin willen stichten, moet er gemeenschap
plaatsvinden. Op dezelfde manier is Christus ook ontstaan, en niet op een toverachtige
manier.
Waarom is Christus terug naar de aarde gekomen?
De Meester in het Goddelijke
Al, zagen, dat het op aarde een puinhoop was. Indien er van Boven niet zou worden
ingegrepen of wat zou worden gedaan, zou de mensheid nog eeuwenlang geen vorderingen
maken in hun bewustzijn. Na langdurig overleg hoe dat zou moeten worden aangepakt,
besloot Christus, de hoogste intelligentie in het Al om weer te incarneren als mens,
om een boodschap op aarde te brengen, waardoor de mens vooruitgang zou en kon maken
op zijn weg naar het Goddelijk Al. Dit was een hele duidelijke en simpele boodschap.
LIEFDE voor alles wat leeft. Niet meer en niet minder. Christus kwam niet met een
boodschap van regeltjes van je moet het zo of zo doen. Nee, heel simpel, heb alles
LIEF.
Nu moet u zich eens voorstellen, wat voor een gigantisch offer Hij voor u en
voor mij heeft gebracht. Vanuit het Al, waar Hij in LIEFDE en nog eens LIEFDE leefde
met zijn tweelingziel, zich opofferen terug te gaan naar de aarde, om de mens een
boodschap te brengen, waar ze mee vooruit konden.
Dan nog de wetenschap, dat Hij
aan het kruis zou worden geslagen. Waarom deed Hij dat? Uit LIEFDE en omdat wij allen
zijn broeders en zusters zijn. Dit houdt niet in dat Hij voor ons aan het kruis is
gestorven, zoals de kerken beweren. Nee, Hij is bewust door ons aan het kruis geslagen.
Wij allen zijn daar schuldig aan. De mens had de keus, Hij of Barabas. U kunt nu
wel zeggen: maar ik heb toen niet geleefd! Wie zegt dat? Als we de reïncarnatie erbij
halen, kan ik u zeggen, dat we overal op aarde al geleefd hebben, zelfs in het oerwoud.
Neemt u reïncarnatie niet aan? Dan moet u maar eens het artikel lezen over ‘’ REINCARNATIE
EN DE BIJBEL’’ op de website, onder de button reïncarnatie. Daar heeft Christus duidelijk
uitspraken gedaan die wijzen op reïncarnatie. In het begin van het Christendom, heeft
reïncarnatie, duidelijk in de geschriften gestaan, maar dat is later er weer uitgehaald.
De reden hiervoor was, dat men bang was dat de mens te gemakzuchtig hierdoor zou
worden, en misschien wel zou denken: kom ik er nu niet dan in een volgend leven wel.
Christus
heeft ook nooit gezegd. Dat we kerken voor Hem moesten bouwen. Hij heeft wel gezegd:
waar er drie of meer in Mijn naam aanwezig zijn, zal Ik ook zijn. Met de uitspraak:
Gij zijt Petrus en op deze steenrots zal Ik Mijn kerk bouwen, bedoelde Christus heel
wat anders mee.
Heel simpel, dat Petrus er voor zou zorgen dat Christus zijn boodschap
de wereld in zou gaan, en verkondigd zou worden aan ieder mens.
Als de kerk het huis
van God of Christus zou zijn, waarom zijn er dan in de oorlog zoveel gebombardeerd
en kapot gemaakt? Als het echt Gods huis was, zou God dat niet toestaan.
En waarom
zitten er op iedere kerk bliksemafleiders? Zijn die nodig op een huis van God? Mijn
antwoord nee.
Tot slot.
Dit artikel heb ik geschreven, met de volle overtuiging en
wetenschap dat het waarheid is, en niets anders dan waarheid kan zijn, willen we
ons een duidelijk beeld kunnen vormen van God en Christus.
Henk Roesink.
WIE
IS GOD.
De God die door de Kerken wordt omschreven en waarover wordt gepredikt
bestaat niet, omdat deze God niets met een God van Liefde heeft te maken, maar meer
als een rechter op een troon wordt gezien die wanneer we sterven, ons op zijn laatste
oordeel ter verantwoording zal roepen.
Volgens de Kerken kunnen we dan in de Hemel
of de Hel of het Vagevuur terecht komen dat licht eraan hoe we op Aarde geleefd hebben.
De Kerken verkondigen ook dat de mens maar een keer op deze Wereld geboren wordt.
Als dat zo was dan hadden we een mooie God van Liefde die zo oneerlijk bezig was
en een God die wij niet moeten.
Want dan ga je, je afvragen waarom alles in de Wereld
zo oneerlijk verdeelt is, waarom is de ene mens rijk en de andere straatarm? Waarom wordt
de ene mens oud zonder ziektes en wordt de andere overspoeld met allerlei kwalen? waarom
moet de ene al vroeg sterven en de andere wordt heel oud? Waarom wordt de ene als
man op deze Aarde geboren en de andere als vrouw? Waarom heeft de ene allerlei tegenslagen
in het leven en gaat de andere flierefluiten door het leven? Waarom heeft de ene
in zijn leven steeds met oorlog te maken en leeft de andere heel zijn leven in vrede?
Als we daar met mensen over praten is vaak het antwoord we weten het niet waarom
alles zo gaat of ze zeggen Gods wegen zijn ondoorgrondelijk.
Jarenlang spookten ook
mij de bovenstaande vragen steeds door mijn hoofd, het antwoord wist ik niet, maar
iets diep in mijn innerlijke zij dat kan niet zo zijn dat is geen God van Liefde.
Ze zeggen wel eens niets komt eerder op je weg dan dat je er aan toe bent. Nou zo
heb ik dat ook ervaren samen met Diny. Ik zelf ben Katholiek opgevoed, Diny is bij
het Leger des Heils geweest en verschillende gereformeerde kerken. Het laatst waar
we bij waren was de Mormonen. Toen we daar bij waren had ik voor mezelf al beslist
als ik hier niet meer naar toe ga zien ze me nooit weer in een Kerk als lid.
Na een
aantal jaren zijn we ook daar mee gestopt en hebben ons nooit meer ergens bij aangesloten.
Voor een jaar of tien ongeveer geleden kregen we bij een bezoek aan het genezend
medium Jomanda van haar te horen, dat mensen die angst hadden voor de dood, of wouden
weten hoe het verder zou gaan na de dood eens naar de bibliotheek moesten gaan om
het boek EEN BLIK IN HET HIERNAMAALS van JOZEF RULOF te gaan lezen. Nog de andere
dag ben ik het boek gaan lenen. Direct toen ik aan het lezen begon wist ik hierin
vind ik de antwoorden op alle bovenstaande vragen en dat was ook zo.
Voor Diny gold
hetzelfde, de God die door de Kerken wordt gepredikt bestaat niet. Gods wegen zijn
voor ons niet meer ondoorgrondelijk maar zo duidelijk als wat.
Wij kunnen u dan ook
lieve bezoekers het bovenstaande boek en de vele andere boeken van Jozef Rulof echt
aanbevelen om te lezen. Een hele andere wereld zal er voor u open gaan, een wereld
waarin maar een ding belangrijk is.
LIEFDE.
Henk Roesink.
DE
GOD IN U ZELF.
Als geest zijt ge een deel van God, van de Oneindige kracht, van de
Geest van het goede. Als zulk een deel zijt ge een steeds toenemende macht, die nooit
kan verminderen, altijd moet vermeerderen, zoals zij u door de eeuwen heen steeds
verheven en -- wat het verstandelijke betreft -- gebracht heeft tot uw tegenwoordige
staat. Dat uw geest nu reeds zo machtig en helder kan zijn, is te danken aan vele
vroegere levens, behalve het leven dat ge nu geniet. Ieder vorig leven heeft u onbewust
rijker gemaakt aan macht. Elke strijd van de ziel -- hetzij het een strijd is tegen
pijn, of een strijd tegen iets verkeerds in u, of tegen een onvolkomenheid die ge
wilt verbeteren, -- is inderdaad een voortdrijven van de geest naar grotere macht
en daardoor naar een betrekkelijk grotere volmaking van u zelf en -- groter geluk.
Want het doel van het leven is vreugde en geluk.
Hoe meer onvoldaan en ontevreden
ge over uw eigen tekortkomingen zijt, des te zekerder is dit het bewijs van uw groei
in geestelijk opzicht. Want als uw geest niet helder genoeg was, zou hij die tekortkomingen
niet zien. Ge zijt nu ver vooruit bij de tijd toen ge in een soort van zelfgenoegzaamheid
uw eigen beeld dikwijls in velerlei opzicht met welgevallen aanschouwde. Alleen slaat
ge nu misschien, bij het oordelen over u zelf, teveel naar de tegenover gestelde
kant over en omdat uw ogen nu plotseling geopend zijn voor enkele van uw fouten,
verbeeldt ge u dat die voortdurend groter worden. De God in u zelf -- de steeds toenemende
macht -- heeft u iets onvolkomens in uw karakter doen zien en toch was er nooit zulk
een betrekkelijke volkomenheid in u dan heden. Daarom ziet ge nu dingen bij u zelf,
die ge nooit te voren zag of voelde.
Er kan bijvoorbeeld onder uw huis een ruimte
vol met ongedierte en schadelijke lucht zijn. Ge waart er veel slechter aan toe voordat
die ruimte gevonden was, hoe weerzinwekkend dit nu ook voor u mag zijn en nu de kwade
plek ontdekt is zijt ge er zeker van dat zij schoon gemaakt zal worden.
Er kunnen
ook in ons binnenste zulke holen zijn waarin slecht elementen huizen, maar dat is
volstrekt geen reden om moedeloos te worden als de God in onszelf ze ons toont. Nooit
moet ge zeggen: ,,Ik ben zo vol gebreken, ik weet zeker dat ik die nooit herstellen
kan." Ja, dat kunt ge wel. Ge zijt er nu al mee bezig. Ieder protest van uw geest
als ge een fout begaat is een stap vooruit in de goede richting. Ge moet echter niet
verwachten, dat alle fouten op één dag, of in een week of een jaar genezen kunnen
worden. Nooit zullen in uw verder leven de ogenblikken ontbreken, waarin gij duidelijk
zult zien wat gij aan u zelf kunt verbeteren en ziet ge eenmaal de mogelijkheid om
te verbeteren, dan bespeurt ge natuurlijk ook de fout die verbeterd moet worden,
dan ziet gij ook meteen de fout zelf.
Geen uwer talenten zal ophouden te groeien,
evenmin als de bomen ophouden met groeien in de winter. Als ge bezig zijt geweest
u te oefenen in tekenen of schilderen of in spreken in het publiek, en ge houdt hiermede
tijdelijk op, voor een maand of zelfs voor één of twee jaren, om het daarna weder
op te vatten, dan zult ge spoedig ondervinden dat uw talent niet verdwenen is, integendeel
in die tijd van schijnbare stilstand is toegenomen; dat ge verrijkt zijt met nieuwe
denkbeelden en nieuwe krachten om het uit te voeren.
Ge vraagt wat het doel van
het leven is? Wel in zekere zin kunt gij u geen doel voor uw leven stellen. Er is
geen bestemming voor uw leven vastgelegd -- een wet die het bestuurt en leidt. Waarheen?
Naar een steeds groter wordend grenzeloos vermogen om gelukkig te worden. Al schijnt
het dikwijls anders, toch kunt gij niet ophouden te groeien. De pijn die gij geleden
hebt was het gevolg van de geweldige druk van uw groeiende geest op dat deel van
uw lichaam hetwelk u zoveel pijn deed en dat was juist het bewijs, dat ge op één
of ander verkeerd pad waart, waar ge zo spoedig mogelijk weer van af moest geraken
en als gij uit het diepst uwer ziel roept om de goede weg te mogen herkennen, dan
zal er altijd iets komen opdagen om u die te wijzen; want het is een natuurwet dat
iedere ernstige roep wordt beantwoord en ieder ernstig gebed ons brengt wat wij waarlijk
nodig hebben.
Prentice Mulford.
DE
GOD IN U ZELF.
Vertrouw op niemand als op een onfeilbare gids, die ge alleen slechts
in alles nauwkeurig hebt op te volgen, want dan schudt ge alle eigen verantwoording
van u af en bootst de handelingen van een ander na.
Wat is het doel van het leven?
Zo te leren leven, dat van iedere dag met het vaste vertrouwen wordt tegemoet gezien,
dat hij even schoon en vol zal zijn, of nog voller en schoner dan degene die wij
juist doorleefd hebben; elke gedachte zelfs te verbannen dat de tijd om zwaar te
vallen; dankbaar te zijn dat wij mogen leven; ons lichaam zo te leren beheersen door
de macht van de geest , dat het geen pijn of ziekte meer ondervinden kan; onze gedachten
zo te leiden dat onze liefde en ons vermogen om te arbeiden steeds groter worden
zonder één onze medemensen daardoor te benadelen of onbillijk te behandelen; onze
geest zo te ontwikkelen dat hij ons lichaam verjongen zal zolang wij dit wensen en
geen onzer organen zal laten verzwakken of vervallen; ons zelf zo te stellen in dienst
van anderen, dat onze tegenwoordigheid hun altijd welkom mag zijn; niemands vijand,
maar een ieders vriend te zijn, -- dat is de bestemming van het leven, in welks domeinen
van bestaan mensen als wij en veel groter en beter dan wij, hebben geleerd en steeds
bezig zijn te leren hoe een hemel op aarde te maken.
Want dat is de onloochenbare
bestemming voor iedere persoonlijke geest. Daar kunt ge niet aan ontkomen en al wat
gij lijden moet is slechts het bewijs dat gij de hoogste wet, die van het hoger bewustzijn
in de mens, niet gevolgd hebt. Die wet leidt u ver weg van al het menselijk leed
en tot de hoogste zaligheid, waarin alle tijd en ruimte zijn opgelost en waar alleen
vrede en schoonheid en liefde heersen.
Het ,,Nirvana" van de Hindoes geeft hoop op
alle mogelijkheden van nieuw leven op onze planeet, want het houdt in: kalmte, sereniteit
en de verzekering dat elke poging die wij ten goede doen, ons verder zal brengen
op de weg naar de eeuwigheid. Want wij moeten leren begrijpen, -- en dit kan niet
dikwijls genoeg gezegd worden -- dat onze gedachten, mits in de goede richting gestuurd,
wonderen kunnen uitwerken. Ge maakt er u niet ongerust over of uw telegram wel zijn
bestemming zal bereiken, omdat, hoewel ge zo goed als niets van elektriciteit af
weet, ge vertrouwt dat het in goede handen is die het verder zullen bezorgen.
Voordat
men wist wat er met elektriciteit bereikt kon worden, was er evenveel als heden voorradig
en was de macht daarvan even groot, maar door het gebrek aan de nodige kennis kon
men er niets mee beginnen. De ontzaggelijk grote macht der menselijke gedachte is
ons aller erfdeel, maar ze wordt verspild of blijft ongebruikt liggen, omdat wij
haar niet kunnen besturen of er ons op concentreren. Wij doen nog erger, want door
onwetendheid en levenslange gewoonten laten wij onze geestelijke batterijen de verkeerde
kant uit werken en zenden pijl op pijl van kwade wil of van nijd of spot of iets
anders lelijks naar onze medemensen -- en deze verkeerd toegepaste krachten treffen
en verwonden hen en onszelf zeker niet minder.
Ziehier de hoeksteen voor het doen
slagen van al onze pogingen in dit of in een ander bestaan: geloof in uw gedachten
nooit dat iets onmogelijk is: werp nooit in verontwaardiging van u wat u al te wild
en te fantastisch lijkt om waar te kunnen zijn; want doet ge dat, dan kunt ge niet
weten wat ge buitensluit. Iets ,,onmogelijk" vinden, omdat het u zelf zo toeschijnt,
dat is de gevaarlijke gewoonte huldigen die bij elk nieuw denkbeeld gereed staat
met haar ,,onmogelijk!" Uw geest is dan gelijk aan een gevangenis vol met deuren,
die allen aan de buitenkant gesloten zijn, terwijl gij er alleen binnenin zit. Alle
,,dingen" zijn mogelijk bij God, God werkt in en door u. Dus om van iets ,,onmogelijk"
te zeggen, is niets minder dan een zonde begaan. Het is Gods macht loochenen die
door u werkt en die in staat is oneindig meer te volbrengen dan ge nu kunt begrijpen.
Te zeggen ,,onmogelijk" is evengoed als uw eigen beperkt inzicht te beschouwen als
de standaard van het heelal. Het is even vermetel als om de oneindige ruimte met
een ellenmaat te willen afmeten.
Uw ,,onmogelijk" schept ook in de eerste plaats
de grootste belemmering voor u zelf. Gij kunt u nooit straffeloos verzetten tegen
de eeuwige en standvastige verbetering van alle dingen.
De geest van Christus was
bij machte de elementen te beheersen en de storm te bedwingen. Uw geest heeft als
deel van het Goddelijk geheel, dezelfde macht in de kiem -- die op het ontluiken
wacht. Christus kon door de macht die hij bezat om zijn ongeziene gedachten elementen
te concentreren dat onzichtbare element tot zichtbare uiting in de werkelijkheid
materialiseren en ook wij hebben allen de kiem van dat vermogen in onze geest.
Ge
ziet bijv. een flinke, gezonde kleine jongen: hij kan nu nog geen pond optillen,
maar ge weet dat er in hem de macht en de mogelijkheid aanwezig is om, een twintig
jaar later, met gemak en gewicht van tweehonderd pond te kunnen dragen. Zo kan onze
groeiende geestelijke macht aan ons, die nu nog kleine kinderen op spiritueel gebied
zijn, met even veel zekerheid voorspeld worden.
De enige reden van ons ongelukkig
zijn hier op aarde is dat wij de hogere wet niet kennen en ons ertegen verzetten,
waardoor leed in plaats van vreugde ons deel wordt.
Die wet moet door een ieder voor
zich afzonderlijk worden geleerd.
Ik kan voor u niet vast afbakenen al wat gij moet
doen om beter en gelukkiger te worden en gij voor mij evenmin, want ieder van ons
is uit verschillende verhoudingen en combinaties van geestelijke elementen samengesteld
en die zijn in verloop van eeuwen gegroeid en gewijzigd, zodat gij als het ware een
boek voor u zelf uitmaakt. Gij moet dit boek openen, bladzijde na bladzijde die met
haar ondervindingen tot u komt en doorlezen: dat kan niemand anders voor u doen.
Maar wel kunt ge om steun vragen aan hen die de wetten al beter leerden kennen, dan
gij en die als ernstige, oprechte en eerlijke mensen hun taak op aarde beter begrijpen
en u in de uwe kunnen voorlichten.
Prentice Mulford.