WOORD VAN MEESTER ALCAR.
Mijn kinderen. Eens zei de Messias: 'Nog vele dingen heb Ik u te zeggen, doch gij kunt dit nu niet dragen; maar wanneer die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der waarheid, hij zal u in al de waarheid leiden; want hij zal van zichzelven niet spreken, maar zo wat hij zal gehoord hebben, zal hij spreken en de toekomende dingen zal hij u verkondigen. Die zal Mij verheerlijken; want hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen.'
Welnu, Christus legde deze waarheid, Zijn weten, in de handen van de engelen en droeg hun op Zijn Universiteit op uw wereld te grondvesten. De Meesters uit de sferen van licht zijn het, die Hem door hun instrument zullen verheerlijken. Zij zijn het, die uit Hem namen en op uw Aarde Zijn Goddelijk leven vertegenwoordigen. Zo zijn zij in staat u élke Goddelijke wet te ontleden. Gij moogt hun vragen stellen over de onmetelijkheid van uw ziel. Zij brengen uw leven tot de Goddelijke openbaringen en brengen daarin uw menszijn tot ontwaking.

Dit geschiedt vanuit de 'Universiteit van Christus'. Zij opent haar deuren voor elke ziel, die haar Vader en zichzelf wil leren kennen. Thans wordt Christus' profetie bewaarheid, nu geen oorlog uw streven naar bewustwording meer kan doorkruisen. Door Zijn Universiteit zult ge de dingen kennen, die Hij toen nog niet kon uitdelen. Wij hemelingen, vragen nu hun, die onze boeken lazen, te dienen en hierdoor mogelijk te maken, dat wij vanuit onze sferen aan de bouw van de Tempel kunnen beginnen. Wie geloof en vertrouwen heeft in onze boodschap, wie steun ontving door onze boeken en voordrachten, vragen wij te helpen met alles wat in hen is, opdat wij het wordingsproces kunnen bespoedigen en gij uw Tempel, uw Universiteit kunt betreden. Ga hierin echter nimmer boven uw vermogen, schep geen disharmonie of uw hulp heeft geen waarde! Bouw, vragen wij u, met de hemelen aan uw werkelijkheid.
Bouw met ons aan de 'Universiteit van Christus', opdat Zijn wijsheid, Zijn liefde aan u worden geopenbaard. Deze tempel zál op uw Aarde verrijzen, daar het Christus' wil is. Maak, dat ook uw leven daar deel aan heeft. Wij wachten, mijn kinderen.
Dien door uw steun.'
Meester Alcar.
 
 
                                     DE WANDELING VAN CHRISTUS.
De Christus, wandelende en kijkende naar de Ruimte, naar het leven dat Hem aanschouwt, Hem aanvaardt, stond met Johannes stil, legde Zijn linkerhand op diens schouder en zei: Kijk Johannes, jij bent de gevoeligste, kan je Mij aanvaarden? Dit alles is openbaring en evolutie. Ik ben nu niet in staat om al deze wetten te verklaren, want Mijn leven is te kort. Maar anderen zullen dat doen Johannes. Ik kom uit een Bron waarmee ik één ben. Ik kom vanuit het Goddelijke Gezag, de Goddelijke Ontwaking en heb God als vader en als moeder leren kennen. Wij moesten beginnen om de mens een geloof te schenken. Je kent de geschiedenis van Mozes en je weet hoe het Huis Israël is opgestuwd, het is een rijzige gestalte geworden, maar nu zit de mens aan een eeuwigdurende verdoemdheid vast.

Ik zal niet in staat zijn om dat de mens weer af te nemen, want je voelt wel, Johannes, Ik kan de eerste fundamenten slechts voor het Goddelijke, het Vaderlijke Evangelie, leggen. Ik kan alleen de nieuwe fundamenten zetten. Maar de anderen, die opstijgend een Tempel zullen vertegenwoordigen en optrekken, die fundamenten komen eerst in een later tijdperk, en dan zijn wij tot de sferen van licht, van liefde en levensgeluk, zaligheid en rechtvaardigheid teruggekeerd.'
Johannes keek naar de apostelen, die daar wachtten en Petrus dacht: Wat heeft de Meester nu weer? Christus vervolgde tot Johannes: 'Vertel het hen eerst, aanstonds, wanneer Ik er niet meer ben, wanneer Mijn taak voorbij is, vertel dan en leg dan ook de eerste fundamenten, want jij kunt tot in het Goddelijk Al, het Goddelijk Bewustzijn denken, voelen en zien, hoe de eerste werking is geboren. Hoe de eerste gedachten vanuit de Albron zijn ontstaan en zijn uitgezonden en zichzelf hebben kunnen verstoffelijken, kan je niet aanvoelen. Daarvoor heb je Ruimten te overwinnen, daarvoor zul je Zon, Maan en sterren in je op moeten nemen. Je zult het leed, het gevoelsleven van miljoenen mensen moeten dragen, wil je één zijn met Mij en met Hem waardoor wij zijn, de Vader in de Hemel.

Je zult elke gedachte van die miljoenen mensen moeten opnemen en willen dragen en in je hart insluiten. Eén verkeerde gedachte en je zinkt terug en je stemt je af op dat wat je niet meer wilt zijn en wat je reeds overwon, maar niettegenstaande dat, toch weer terugvoert, omdat je het verkeerde ziet en het beleven wilt.
Christus stond met beide voeten op de Aarde en moest aanvaarden dat de mensheid in een duisternis was geplaatst en vastzat aan de angst. Aan het geloof? Jazeker, men had het zelf zo tot de Ruimte gebracht. Maar dat hebben die kinderen, die vaders en moeders zo niet bedoeld. Zij zeiden alleen maar: Wij zullen die mensen angstig maken met: Doe niet verkeerd, want u breekt zichzelf af!
Wanneer u daar en daar op ingaat en u wilt dat leven zo aanvaarden en ondergaan, dan bouwt u aan duistere machten en krachten. Maar wanneer u daarvan vrij wilt zijn en blijven, voert uzelf dan naar de ijle klanken, het timbre voor de Almoeder en dan zal elk woord bezielend zijn, uw leven vertolken en de zin, het gevoel en de Ruimte afmaken, zodat u nieuwe fundamenten hebt gelegd, Maar dat hebben dié mensen niet gekund! 
Meester Zelanus. 

In een ander artikel schreven wij bewust dat de Christus NOOIT meer stoffelijk - als de Christus - op de Aarde zal verschijnen. Dat betekent echter niet dat de Christus zich niet meer voor onze wereld zou interesseren. Zijn Gevoel en Zijn Gedachten zijn rechtstreeks met ons verbonden als wij bereid zijn Zijn Weg te volgen. Een weg zonder opsmuk en uiterlijk vertoon. Wanneer de Christus tot ons komt is het in alle eenvoud, ontdaan van alle stoffelijke en geestelijke maskers. Wie van ons zal de ware Christus dan herkennen?
Meester Zelanus sprak in 1951 in een van zijn lezingen over het herkennen van de levende Christus. Hij zei het volgende:

Voor een tijd terug was er een grootbewuste in Rome en heeft daar als ZWERVER aangeklopt en gezegd: 'Mag ik de Vader even spreken?'
Geheel Gene Zijde, miljoenen zielen, mensen zagen wie die zwerver was, maar daar in Rome wist men het niet.
Hij sprak verder: 'Waarom mag ik niet binnen komen? Ja, ik zie er vies uit, maar uw maatschappij is ook vies. Ik ben in een heilige stad; maar is iedereen hier heilig? Wat is heilig zijn? vroeg die man. Toen heeft men dat kind twee dagen in de gevangenis gestopt, want hij vroeg overal: 'Mijn lieve mens wat is nu heilig zijn?' en men dacht dat hij daarmee de heilige Vader bespotte. Zit dat kind nu nog? Neen, hij is door de muren gevlogen en in zijn Ruimte teruggekeerd; hij is hoger en hoger gegaan. Ja wereld, ik ga u nu een wonder vertellen: Voor drie maanden terug stond de Christus in Rome en hebben ze Hem weggestuurd; ze herkenden Hem niet! Telkens weer staat de Messias in uw maatschappij. Hij vertoont zich elke seconde wanneer er over rechtvaardigheid, over liefde, geluk en ontwaking wordt gesproken! En dan ziet u een oud vrouwtje, een oud mens, dat u wellicht voorbij loopt en dat dan zegt: 'De Christus luistert'.

Andrê stuurde eens tot Hem: 'En hebt U dan niets meer met Jeruzalem te maken; interesseert U de Caiphas, de Pilatus niet meer? Hebt U ook nog zo nodig te maken met de mensheid, deze wereld de werkelijke opbouw, de vernietiging van al deze machtige, mooie rassen? Waarvoor hebt U geleefd?' Werd Andrê boos? Neen, hij zei: 'Als U daar hebt geleefd en als Christus geen werkelijkheid bezit, dan kunnen wij immers ophouden! Maar ik heb u gezien! Kom dan toch eens tot deze wereld! U zit toch niet altijd op Uw troon? U zult toch wel iets van deze arme, geslagen mensheid van de twintigste eeuw in U opnemen? Of spreekt men deze taal niet in Jeruzalem?'
Begrijp goed wat er is gebeurd voor twee duizend jaar terug. Wanneer de Christus of wanneer een Meester in staat is zich neer te leggen en door dematerialisaties en materialisaties zijn stof en zijn geest op te trekken, het te laten verdwijnen en het ergens anders neer te zetten, wat kan de Christus dan niet? Hij is in het Al, hij vertegenwoordigt alle Ruimten, waarin u leeft en die door de Almoeder, de Albron werden geschapen! Hij heeft voor deze eeuw, voor deze tijd, het Goddelijke Gezag en de vertegenwoordiging op Aarde weer eens voor Zichzelf en voor de mens willen testen? Wat is en hoe is de mens wanneer deze kan zeggen: 'Ik ben heilig?'

Nu er machtige dingen voor deze mensheid gaan gebeuren en elk kind zich afvraagt: 'Hoe kan God dit goedvinden?'; nu is de Christus en zijn de Meesters, maar vooral de Christus, wellicht elke dag in uw straat, in uw omgeving, in deze ruimte, op Aarde te ontmoeten. En dit is geen verhaal; Hij klopte aan, men ontving Hem, maar toen de Christus zei: 'Ben Ik hier bij de heilige; Ik wil de heilige zien en beleven; Ik wil de harmonie zien, toen werd Hij bij de kladden gepakt en buiten dat heiligdom gezet. MEN KENDE HEM NIET!
Meester Zelanus. 
 
 
                                                 HET MEDIUMSCHAP.
Het mediumschap is heilig wanneer u de geestelijke gaven door een geest van licht kunt beleven anders voert het u in de ellende!
Het schrijvende mediumschap is één van de schoonste gaven, omdat Gene Zijde nu het eigen leven kan doorgeven, wat geluk voor u en anderen betekent.
Wanneer de gevoeligheid in u is, komen wij tot u en zult u de geestelijke wonderen beleven.
Het medium, waardoor ik dit alles vastlegde, bezit die gevoeligheid.
Hij leefde in de vierde graad voor de gaven, door hem kunnen we alles bereiken, dat wij ons voor ogen hebben gesteld.
Dit schrijven geschiedde onmiddellijk op de machine en ging buiten het eigen bewustzijn van het medium om.
Nu leeft hij in onze wereld en is uitgetreden, hij is daar met Meester Alcar, terwijl ik bezig ben, het boek ,,Geestelijke Gaven'' door zijn organisme vast te leggen.

Is het niet eenvoudig?
Maar hoeveel wetten hebben wij daarvoor moeten overwinnen?
Hij moest de wetten voor de gaven, de occulte wetten overwinnen en zich die eigen maken, zo wilden wij voorkomen, dat hij onder zijn werk zou bezwijken.
Er zijn geen stoornissen meer, we hebben die overwonnen.
Nu kan ik aan het boek werken en alles van ons leven omtrent geestelijke gaven doorgeven, terwijl mijn Meester met hem in de sferen leeft en hem daar weer andere wijsheid geeft.
Bij zijn terugkomst op Aarde leest hij wat ik tijdens zijn geestelijke reis heb geschreven.
Ik heb de mij toebedachte uren benut en wel op volle kracht, zodat geen seconde verloren ging.

We schakelden zijn bewustzijn dan ook volkomen uit, wat de hoogste graad is voor dit schrijven en wat alleen het oude Egypte heeft gekend.
Mijn Meester voert hem intussen naar de sferen van licht of naar hetgeen hij leren moet, want zijn ontwikkeling gaat door.
Alle tempels aan deze Zijde staan voor hem open, want hij dient Gene Zijde, de Meesters uit de hoogste sferen.
De Allergrootste media uit het oude Egypte hebben dit mediumschap gekend en ontvangen, omdat zij dienden en een taak voor de mensheid had te volbrengen.
Ook zij traden door de Meesters aan deze Zijde uit hun stoffelijk kleed en brachten de geestelijke wijsheid naar de Aarde.
Hun hiërogliefen tonen u aan hoever ze gekomen zijn.
Het instrument, waardoor ik schrijf, beleeft deze genade.

Maar hij beleeft de astrale wetten, zoals men die in het Oosten niet beleven kan, omdat dit volkomen buiten zijn eigen bewustzijn geschiedt.
Meester Alcar heeft zijn Instrument voor mij en anderen ontwikkeld en nu kunnen wij dit innerlijke en stoffelijke leven bespelen.
Ik ben maar een leerling van Meester Alcar en u ziet hieruit, dat onze levens zich aan elkaar moeten aanpassen. Ons instrument leeft op Aarde, wij aan deze Zijde en toch zijn we geestelijk één.
We hebben hierdoor de kloof, die tussen leven en dood ligt overbrugd.
Zijn gevoelsleven is nu voor vijf en zeventig procent uitgeschakeld, slecht vijf en twintig bezit hij nog om zijn eigen lichaam te voeden, anders zou dit stoffelijk inslapen.
Het fluïdekoord, dat beide lichamen verbindt, zorgt hiervoor en houdt hem met zijn lichaam verbonden.

Wanneer dat breekt, keert de ziel niet meer naar de Aarde terug.
Ik blijf echter met mijn Meester verbonden en dat is weer nodig om eventuele stoornissen te kunnen opvangen.
Een geestelijke muur is door ons om het medium opgetrokken en nu kan geen astrale persoonlijkheid ons waarnemen.
Hierin blijf ik totdat het medium het organisme van mij overneemt.
Gene Zijde schreef door hem drie boeken in acht weken en elk boek is een levenswerk op zichzelf.
En wanneer u dan weet, dat hij voor de maatschappij dom is, geen school als die van u heeft gekend, in een dorpje geboren werd, moet u toch wel ontzag voelen voor dit gebeuren, de reinheid van dit schrijven, want het komt regelrecht uit de sferen van licht.
Daarom is elk boek een geestelijk document voor u en voor ons!
Zou hij het op eigen kracht hebben gekund, op deze wijze ons leven hebben kunnen vertegenwoordigen?

Ik verzeker u, dat dit niet mogelijk is, hij zou onder zijn kosmische last bezwijken, maar wij helpen hem dragen.
Door ons kreeg hij dit enorme bewustzijn, nu kan hij de astrale wetten beleven en zich tijdens het aardse leven staande houden.
De geestelijke gaven, dat moet u thans toch duidelijk zijn, houdt Gene Zijde in eigen handen.
Deze geestelijke wonderen behoren tot de sferen van licht, die wijsheid kan u het lagere bewustzijn niet schenken. Het kwaad maakte zich meester van het occultisme, de hellen stroomden leeg, op Aarde dienen leugen en bedrog de geestelijke gaven, waarvoor echter de sferen van licht geen achting voelen.
In de boeken Geestelijke Gaven vindt u de occulte wetten en gaven ontleed, deze waarheden zult u hierin leren kennen.

De hoogste Meesters uit de sferen van licht zijn begonnen, zij bouwen aan de ,,Universiteit van Christus''.
Zij schenken deze mensheid hoger bewustzijn, zij dienen ,,Christus''!
Ook Jeus wil dienen.
Hij kwam vanuit de sferen naar de Aarde en zal zichzelf leren kennen, ook dat zult u beleven en is thans te volgen.
 En Jeus bezit het gevoel, de reine overgave, omdat hij zich die gevoelskracht door tal van levens heeft eigen gemaakt.
Jeus schakelt zijn ,,wil'' uit en dat is alles wat hij heeft te doen.
De ontzagwekkende ,,wil'' van de mens moet nu overwonnen worden, worden vrijgemaakt van elk stoffelijk weefsel en centraal zenuwstelsel.
Dat is nu niet zo eenvoudig, doch wat de Meester bereikt, dat ziet u aan de ,,levensharp'' van Jeus (zie schilderijen), hij is het instrument waarop Meester
Alcar speelt en zijn wijsheid doorgeeft.
Meester Zelanus.
 
 
                                         GENIEËN IN HET KWAAD.
In onze tijd, waarin de ontwikkeling van vele technische processen zich met enorme snelheid voltrekt, zijn wij geneigd niet zo lang stil te staan bij de achtergronden die deze ontwikkeling veroorzaken. Vele ontwikkelingen, die zoals de wetenschap maar steeds verkondigt, tot heil van heel de mensheid. Vele grote prestaties, neem als voorbeeld die van de huidige ruimtevaart, worden over het algemeen genomen met een ruim gevoel bij ons ontvangen. Denken wij echter diep na, dan kunnen wij er niet omheen om te constateren dat het in de eerste plaats nog een groot machtsvertoon ten opzichte van de ander vertegenwoordigt en dat het aan de andere kant een deel uitmaakt van de bewapeningswedloop, die nog welig tiert op onze wereldbol. Kan er nu van een hoog afgestemde stuwing bij deze ontwikkeling sprake zijn? Wordt dit alles begeleid door de ORDE, gevormd door de vele Meesters die de Eeuw van Christus te vertegenwoordigen hebben?

VS BREIDEN WAPENARSENAAL UIT: (sept. 1981)

Binnenkort proef met dodende straal.
Washington -- De Verenigde Staten gaan hun wapenarsenaal uitbreiden. De Amerikaanse luchtmacht neemt binnenkort de eerste proeven met een geheim laserstraalwapen, terwijl het ministerie van defensie van plan is een speciale fabriek te bouwen voor de productie van chemische wapens.
Het laserwapen -- een lichtstraal van hoge intensiteit -- is een exclusief Amerikaans bezit. De Russen zouden echter, koortsachtig werken aan een gelijksoortige laserstraaltechniek voor militair gebruik in de ruimte.
De Amerikaanse ,,dodende straal'' wordt tijdens de proefnemingen vanuit een aangepast vliegtuig gericht op een raket.

De Amerikaanse senaat heeft vorige week 50 miljoen dollar beschikbaar gesteld voor de bouw van een fabriek voor chemische wapens in de staat Arkansas. Als president Reagan toestemming geeft, wordt daar binnen afzienbare tijd een nieuw soort zenuwgas vervaardigd.
Minister van defensie Weinberger verklaarde onlangs dat het voor de VS noodzakelijk was om snel de achterstand ten opzichte van de Sovjet Unie op het gebied van de chemische wapens weg te werken. Weinberger is van plan de komende vijf jaar 6.5 miljard dollar te besteden aan de ontwikkeling van de chemische wapens.
Een bericht dat onlangs in de dagbladpers verscheen merkten wij op en hielden het vast om het te kunnen terugvoeren tot een van de vele boeken die ons in handen zijn gegeven. In het boek ,,Een Blik in het Hiernamaals'' kunnen wij over dit onderwerp lezen. Een kort citaat leek ons zeker op zijn plaats om ons te kunnen wapenen tegen de verkeerde gedachte om alle technische ontwikkelingen reeds in het Licht van Gene Zijde te plaatsen.
'Wat doet hij, Alcar?'|

'Ik zal mij met hem verbinden; misschien zullen wij dan meer te weten komen.
André zag en voelde, dat zijn leider zich instelde. Lang duurde het, voordat Alcar tot hem sprak. Waar was de man mee bezig? Welke krachten, die men op Aarde nog niet kende, (het was omstreeks 1935 dat dit werd vastgelegd) zou hij aan de Kosmos onttrekken? Hoeveel jaren was hij de wetenschap op Aarde vooruit? Misschien wel honderden. In zijn leider kwam beweging en ook in hem, daar de man zich verroerde en diep ademhaalde. Plotseling draaide hij zich om, stapte van de verhoging af en stelde een machine in werking. Daarna keerde hij naar zijn plaats terug om zich geheel in zijn studie te verdiepen.
'Hebt u iets kunnen vaststellen, Alcar?'
Ja, mijn jongen; hij voelt echter iets maar weet niet vanwaar het tot hem komt. Luister André. Ik zal je laten zien, wat ik zie. Naast hem zie ik een afschuwelijk monster en ook André zag het door de kracht van zijn leider. Dat wezen is zijn meester, die nog  dieper is gedaald dan hij. Maar we kennen nog diepere toestanden, waarin de meesters leven, die over deze gebieden regeren. 


Zij, die wij tot nu toe hebben ontmoet, zijn onschuldigen bij hen vergeleken. Duidelijk nam André de uitstraling van het monster, dat hem beïnvloedde waar. Tot hoever mochten deze wezens gaan met de vernietiging van het mensdom? Was hieraan geen einde te zien? Voor duizenden jaren zouden zij later in het dal van smarten moeten blijven, maar zij dachten daar niet aan. Wanneer werden zij zelf vernietigd? Hij zag naar Alcar, die zijn vraag voelde. Hun diepte is zo diep als de hoogste sfeer hoog is op geestelijke afstemming. Is je dat duidelijk? Ja, Alcar.

Toch kunnen zij niet dieper dalen dan de afstemming van de Aarde! Dit is de voordierlijke afstemming; op de planeet Aarde hebben zij allen geleefd. Maar in die toestand, waarin  zij thans leven, hebben zij een graad bereikt en zijn dus de meesters. Dit zegt ons, dat het goede eens zal zegevieren. Alles wat dus hoger ligt, daarop kunnen zij zich niet afstemmen, zodat het goede het kwade overmeestert. Luister, hij zal spreken. Duidelijk hoorde André: Meester, bent u hier? Ik voel u, maar heb nog geen goede verbinding. Het Noorden zal zich in het Oosten en Zuiden weerspiegelen, alles opnemen, wat zich daar beweegt. Nu eerst begreep André de eigenaardige architectuur van dit gebouw.
'Weer sprak het genie, na een kleine pauze. Als u hier bent meester laat het mij dan voelen, ik heb u iets te tonen en ben bereid u in alles te volgen en te gehoorzamen.

Nu volgde er een verschrikkelijk gebeuren; het was de verbinding van twee demonen. De man sprak verder:
Met het Zuiden en het Oosten heb ik verbinding, met het Westen en het Noorden niet, omdat ik kosmoreer en daardoor niet kan reguleren. Ik zal het u tonen, meester.
Hij stapte achter zijn machine vandaan, liep naar het Zuiden en stelde een machine in werking en daarna in het Oosten. De andere, die tevoren in dienst was gesteld, zette hij stil en ging verder om die in het Noorden en Westen in te stellen. André schrok geweldig. Uit het toestel, dat in het Zuiden stond opgesteld, sprongen vonken en lichtstralen op die van het Oosten over. Van daaruit spatte een vonkenregen naar die in het Westen, maar  hij zag en voelde, dat de krachten minderden en geen doel troffen. Hier haperde iets, dat duidelijk zichtbaar was. Hij begreep nu tevens, wat kosmoreren betekende, omdat het genie het aan zijn meester toonde en duidelijk maakte. Toen alle toestellen in werking waren gesteld, ging hij naar een klein toestelletje en stelde het eveneens in werking, waardoor het knetterend vonkengeluid ophield en in een zacht gebrom overging. André hoorde nu slechts een zacht gezoem en alle machines waren met elkaar verbonden. Het genie keerde daarna naar zijn plaats terug en zette zich voor zijn werktuig neer.

De omvang van zijn product is onnoemelijk groot, die krachten zijn niet te peilen. Alles is kosmische energié, die hij omzet in een dodende straal. 
Als ik het goed heb gevoeld, Alcar, vangt het éne toestel op, wat het andere uitzendt en geeft het weer door. Zo is de werking, zo wil hij de werking zien.Alles, wat zich in dit veld beweegt en leeft, is ten dode opgeschreven, zodat miljoenen tegelijk overgaan. Maar voordat op Aarde deze vinding het licht zal zien zullen vele geleerden als slachtoffers vallen, omdat zij de werking niet kennen. Doch er zullen steeds genieën worden geboren, waaraan zijn weten wordt doorgegeven en die bereid zijn hun krachten daarvoor te geven, totdat het volmaakt is. In vijftig jaren zullen zij grote vorderingen maken.
Men kent dus dergelijke krachten op Aarde, Alcar?'
Zeer zeker, er zijn reeds dodelijke stralen uitgevonden, maar nog niet te vergelijken met deze kracht.
Ziet u nog andere uitvindingen op Aarde komen?
0, verschillende. De mens op aarde leeft in de eeuw van de techniek. Zij hebben daar de eeuw van muziek en kunst beleefd; thans bevinden zij zich in de eeuw van de technische wonderen. Ik zie een Aarde over honderd jaren, waarin de mens in al zijn wonderen leeft en dat zijn er velen. Duizend van die wonderen zou ik je kunnen opnoemen, misschien dat ik je de Aarde van over honderd jaar eens zal kunnen tonen. Daarna keert de mens terug en zullen zij in een andere generatie overgaan. 

Is dit aan deze zijde nu reeds te zien, Alcar?
Ook dat weten de meesters, die de kosmische afstemming bezitten. Voor mij is dat niet mogelijk, doch mijn Meester kent vele van deze wonderen. Doch alles later; wanneer het nodig zal zijn, zul je ook dit mogen vastleggen. Het wonder, dat wij nu zien, Alcar is geweldig en verschrikkelijk.
Zeer juist, Andrê, deze krachten waren voor nuttiger doeleinden te gebruiken. Weet men in de hoogste sferen wat hij zal. bereiken? Ook dat weten de Meesters en daarom zullen de geesten van het licht neerdalen om aan de mens iets te geven dat zijn vindingen onschadelijk maakt. Zo werkt de een voor het goede en de ander voor het kwade, totdat de mens in een hogere afstemming zal zijn gekomen en alles voor het geluk van de mensen zal worden gebruikt.

Maar zolang er op Aarde mensen leven in een voordierlijke toestand, zullen er elementen zijn, die het geluk van de anderen vernietigen en zullen uitvindingen voor verderf en vernietiging worden gebruikt, omdat de kringloop van de ziel zijn oorsprong vindt in de voordierlijke afstemming. Wanneer vele geleerden op Aarde zouden weten in welke handen zij zich bevonden en zij de moed hadden om op te houden en om het goede te willen, zou er niets dan geluk op Aarde zijn. Maar wat de een voor het goede tot stand brengt, wordt door de ander voor het kwaad gebruikt. Velen begrijpen daarom niet wat door ons wordt gegeven. Maar wat van Onze Zijde komt, zal voor het geluk van de mensen dienen. Alle andere uitvindingen dienen voor roem, geld, eer en vernietiging, maar daarvoor gaf God de mens niet zijn gaven. Arme Aarde, arme mensheid. Thans gaan wij verder, naar een andere toestand. Tot zover dit citaat. Het afgedrukte krantenknipsel behoeft in dit verband geen verdere toelichting, dachten wij zo.
Meester Alcar.
 
                                                DANKBAARHEID.
Op een zondagmorgen in het jaar 1949 staat Jozef Rulof gereed op het grote toneel van 'Diligentia' in Den Haag. Ongemerkt voor het publiek daalt Meester Zelanus vanuit zijn hoge sfeer af naar de Aarde en neemt het organisme van Jozef over. Deze unieke persoonsverwisseling is slechts voor de uiterst gevoelige mens waar te nemen. Anderen kunnen echter dit op een andere wijze ook vaststellen. Steeds weer blijkt het dat de persoonlijkheid van Jozef is veranderd. Eerst is deze verandering in de stem ook wel te horen, maar vanaf het allereerste woord is er meteen de vastberadenheid en het ontbreken van elke twijfel. Hier spreekt de bewuste Meester, de Kosmisch Bewuste!
,,Mijn woord is 'WET' zegt deze persoonlijkheid." Ik breng u geen geloof ,doch ik verbind u allen met de Goddelijke Waarheid!"

De mens die dit beluistert, ondergaat de grote kracht van deze op het harmonische leven ingestelde persoonlijkheid als zeer indringend. Hij voelt de rust, de stilte van de geest, ondanks de vele soms in felle bezieling uitgesproken woorden. Komend vanuit de gespannenheid van de maatschappij overkomt het menigeen, dat hem of haar een gevoel van slaap overvalt, waartegen soms hardnekkig wordt gevochten. Men schaamt zich voor dit slaapgevoel, want men wil immers de Meester steeds blijven volgen in zijn machtig betoog.
Soms pas na vele lezingen, of pas na jaren groeit men hier bovenuit, dit verschijnsel lost dan volkomen op en dit loopt merkwaardig genoeg vrijwel parallel met de verwerking van deze grote hoeveelheid hoge wijsheid.
 De Meester begint, het ,,goeden morgen, mijn zusters en broeders", klinkt warm en krachtig door de zaal. De aanwezigen groeten met een ,,goeden morgen" terug, waarna Meester Zelanus vervolgt. Hij stelt zijn toehoorders voor deze morgen te beginnen met het stellen van vragen over de boeken en geeft het onderwerp van de lezing hiermede in handen van de toehoorders.

Een van de aanwezigen spreekt enkele woorden van dankbaarheid tot Meester Zelanus. Hierop neemt hij onmiddellijk deze woorden in zich op en zegt: "Ik dank u, wij zullen beginnen met deze DANKBAARHEID.
Dit wordt voor u een lezing ten opzichte van de Kosmologie, Christus, God, vader en moederschap. De dankbaarheid van de mens, die gaat voelen, gaat weten, die bewust wordt voor het leven achter de kist. De dankbaarheid van de vader, die gaat aanvoelen waarvoor hij leeft. De dankbaarheid van de apostelen, toen zij de Messias gingen begrijpen. De dankbaarheid van het kind dat gaat leren zien dat God alleen een vader van liefde kan zijn en ook altijd is geweest.
Wanneer wij de wetten voor leven en dood gaan aanvoelen, mijn zusters en broeders en u betreedt de Astrale Ruimte - waarin u nu reeds leeft - dan komt de universele dankbaarheid in ons hart, immers, wij gaan begrijpen hoe ons leven op Aarde is geweest! De talloze lezingen die ik u reeds gaf, al die beelden die ik naar voren bracht om uw persoonlijkheid enigszins te kunnen prikkelen uw persoonlijkheid te kunnen openen dat alles was alleen om u de Universele Goddelijke, Ruimtelijke Dankbaarheid te laten zien. Maar tevens om u in staat te stellen om in u die gevoelens wakker te doen worden. U zelf moet er aan beginnen, wil het ontwaken voor de Ruimte, wil uw persoonlijkheid voor hier, voor uw maatschappij, maar vooral voor het Leven, achter de kist de welsprekendheid bezitten om u aanstonds te kunnen overgeven aan de Meester, die dan wellicht voor u staat.

Wat is dankbaarheid?
Wanneer de mens iets geeft aan het andere leven, dan is die dankbaarheid doorspekt ja, bezield van een daad. Een daad, die u het leven aantoont! Een daad van een vader en een moeder die hun kinderen een opgewekt iets schenken waardoor die kinderen kunnen leren:
De dank voor een schone bloem! De dank voor de wijsheid die u door de maatschappelijke stelsels wordt geschonken. Ja, dan heeft dat betekenis voor uw leven en ontwaking!
Hierin leven reeds de wijsgerige stelsels! Maar worden deze reeds voor honderd procent beleefd? Want een wijsgerig stelsel is elk woord waarvoor Socrates, Plato en Aristoteles hun levens hebben gegeven! Ik voer u echter naar het leven achter de kist! Want het is daar, dat u zult ontwaken om de dankbaarheid te kunnen voelen dat het WOORD aan uw leven werd geschonken. Wij hebben voor u de Tempel der Medici beschreven! Maar vooral de Tempel der Moeder; de Tempel der Wijsheid.

Wanneer de kunstenaar aanstonds dit aardse leven verlaat, dan moet hij zijn dankbaarheid kunnen betonen om de welsprekendheid en de inspiratie van de Messias uit te beelden, door de wijsheid en zijn kunst!
Dat hebben de Meesters gedaan!
Wij hebben u aangetoond HOE wij aanstonds, achter de kist, in die dankbaarheid, in die ontwaking zullen vertoeven maar HIER lééft u reeds in het Oneindige Ontzag dat alleen de Ruimte kan zijn! En nu is dankbaarheid een WET! Omdat de Meesters u wijsheid hebben geschonken die beleefd is in de Tempels van Ra, Re en Isis, in China, Japan, Brits-Indië en Tibet! 
 Ja de maatschappij kreeg de dankbaarheid van Onze Lieve Heer te zien en te beleven toen de Meesters begonnen de mensheid het geloof te schenken! Toen zij begonnen de mensheid de wijsheid te schenken hóe te leven. Hóe te zullen ontwaken! Begrijpt goed waarom het gaat! Het wil zeggen dat ge nu reeds in de oneindigheid van uw Godheid leeft! U bent niet meer op Aarde! Ge lééft niet meer in de stof! Want, achter de kist, is het ontwaken tot u gekomen en u zult zeggen en dat ook innerlijk moeten beamen: Ja ik ben zover! Mijn ontwaking heeft die en die graad bereikt. De dankbaarheid in het leven is het AANVAARDEN, is het HOOFDBUIGEN voor alles wat ik heb ontvangen!"

Wanneer u de eerste sfeer betreedt en daar een Meester tot u komt en u de vraag stelt: ,,Wat en hoe zal mijn taak zijn, hier in deze oneindigheid?", dan vragen wij u: ,,Is de dankbaarheid voor de Ruimte reeds in u?"
In de eerste plaats zullen wij moeten aantonen dat élk woord een WET is! De dankbaarheid nu, het gevoel om te mogen bezielen , om te mogen spreken, dat wordt nu de heilige ernst van de persoonlijkheid. Het is de stap , het fundament om binnen te gaan in de Moeder van de Ruimte zoals
Ramacrishna het heeft beleefd en aan zijn apostelen doorgaf.
De boeken, die u hier reeds in handen heeft wanneer u die boeken leest dan kan er niet in u opkomen dat u slechts een verhaaltje aan het lezen bent, of die boeken zouden niet zijn geschreven!

Neen de Bron van Rechtvaardigheid en Bezieling die alléén op de Messias is ingesteld , die ALLEEN het Goddelijke Gezag vertegenwoordigt, die blijkt nu het innerlijke gevoelsleven van de mens te vertegenwoordigen. Van elk dier, elk leven..... embryonaal waar u ook leeft!
Al het leven IS bezield door de Goddelijke Rechtvaardigheid, waarna dan uw dankbaarheid sprekend het LEVEN zal vertolken! Zo begint ge aan het eerste woord!
U begint nu te denken; wat moet ik doen?
Welaan, ofschoon u hier die vrede nog niet kunt betreden Hoewel u deze fundamenten nog niet hebt kunnen leggen, verzoekt de Meester u toch opwaarts te gaan en dan de Tempel van de Moeder te betreden.
Wanneer wij nu een vergelijking gaan maken met het aardse leven met de aardse persoonlijkheid, dan staan wij onmiddellijk voor een Goddelijke Oneindigheid, voor een machtig gevoelsleven! Want, dat is de Moeder, wanneer Zij de rechtvaardigheid, de dankbaarheid in zich voelt! Wanneer Zij het woord buigend heeft aanvaard.

Niet één verkeerd woord komt nu over uw lippen!
In u is alles in orde,want u bent ORDE geworden! Wat heeft het voor betekenis wanneer u hier op Aarde iets moois verricht en u zich morgen door één woord weer verliest?
Ik heb u duidelijk gemaakt dat ELK woord een oneindigheid is, want élk woord heeft Goddelijke betekenis! Het begint bij dankbaarheid!
Maar waarheen voert u die dankbaarheid?
Naar de stelsels van Socrates! Naar een Tempel! Naar een fundament! Naar een universeel planetenstelsel! Dat is de dankbaarheid van uw Vader, uw Christus, uw Golgotha!!!
Wanneer de dankbaarheid waarlijk in u leeft, de waarachtige honderd procent gevoelskracht en bezieling bezit, mijn zusters en broeders, dan zijt ge geen toerist meer in Jeruzalem, maar gaat ge opwaarts!
Elke trede beleeft u. Elke voetstap dringt tot uw persoonlijkheid door en krijgt Ruimtelijk spreken! De Ruimte zegt u nu: ,, Nog dieper, nog dieper!"

U moet de smart van het Heelal kunnen beleven, de smart als een bloem zich opent en de ontwaking voor Moeder Natuur heeft aanvaard en zal beleven! De dankbaarheid van een kind! De dankbaarheid van uw maatschappij. De vriendschap van een persoon..... van uw vader en moeder, uw zuster en broeder! Waarlijk DIT is het woord om de eerste fundamenten te leggen voor de nieuwe persoonlijkheid, voor het nieuwe ontwaken.
U MOET ER EENS AAN BEGINNEN!!!

Wanneer, zoals ik u meermalen heb mogen aantonen, de mens, als een kind van een volk, het doet er niet toe of dit een volk is uit het Oosten of uit het Westen, uit het Zuiden of uit het Noorden, de sferen van licht betreedt, de astrale wereld, de persoonlijkheid nu een gestalte is, dan begint het gevraag!
,,Ja waar leef ik en wat zal ik kunnen ontvangen? Hebt u voor mij iets te doen?" vraagt nu de Bewuste!
U bent begenadigd! Want aanstonds zult u in deze leer verder gaan! En wie nu de dankbaarheid voelt, de honderd procent bezieling in zich opneemt en het gevoel reeds UITDIJEND wil beleven dat de maatschappij tot de ontwaking zal brengen; die mens bezit aanstonds licht en beleeft een geestelijke persoonlijkheid!
De meesten hier op Aarde denken waarlijk dat zij stoffelijk leven, maar u komt slechts los van het lichaam en betreedt straks de wereld voor uw Ziel! De wereld voor uw geest en dan bent u een astrale persoonlijkheid.

Wanneer het Moederlijke Leven tot u spreekt, dan eerst zult ge ontwaken. Dan eerst spreken de wetten van de Ruimte tot uw innerlijke ,,ik"...,uw innerlijke ziel die nu een gestalte is, die ruimtelijk zal aanvaarden en waarvoor elk woord "WET" is.
Als wij hier, de Tempel voor de Moeder voor ons zien, dan ligt daar het wezen van de Aarde neergeknield. Biddend ,denkend..!
U bent reeds dankbaar voor een glimlach.
Wanneer u de sfeer, die tussen het land van haat en de eerste sfeer betreedt, wanneer u die mistachtige wereld ziet, die ruimte die u verbindt met de eerste sfeer, dan ziet u daar niets dan neerliggende mensen..! Mensen, die zich gereed maken om tot de ontwaking te komen. Dat is de mens die nog niet gereed is om de honderd procent rechtvaardigheid te kunnen vertegenwoordigen! De mens die los is van de stof , de mens die los is van de lagere eigenschappen en karaktertrekken , die mens die ligt daar neergeknield en maakt zich gereed om die éénheid met het ,,AL", waardoor GOD zich heeft gemanifesteerd, in zich op te nemen, om dáárna pas aan een taak te beginnen.

Wat moet u nu doen? Wij gaan die mensen voorbij.
Wanneer een glimlach op uw gelaat verschijnt als uw ziel de eenzaamheid van de Goddelijke Stelsels ondergaat , dan is de Meester gelukkig..! Dan is de Meester blij!
Hoe was de Christus, toen Hij op Aarde wandelde en Zijn Goddelijke wijsheid, het Evangelie aan de mensen doorgaf?
Wanneer een ziel wáárlijk vertrouwen kreeg en de dankbaarheid Zijn Heilige Persoonlijkheid raakte ja, dan lééft de Messias! Want Hij wéét, elk kind, elke vonk door God geschapen, behoort u toe, dat is uw leven! Een vreemd iemand IS er niet in de ruimte...AL het LEVEN is van u! Ge zijt vaders en moeders; kinderen van één vader en moeder , van één ruimte! Al die cellen moet gij tot de ontwikkeling voeren!
Voelt u wat dit wil zeggen? Waarom spreekt God? Waarom zegt het Heilig Evangelie van Christus, dat de mens universeel diep is en een eenheid ondergaat en beleeft, dat wil zeggen dat ge door elke cel het ruimtelijke voelen en denken in u opneemt!

U beleeft dit ,als vader en moeder.
We gingen van planeet tot planeet. We hebben miljoenen levens afgelegd! We waren onder alle volkeren op Aarde , we waren zwart, bruin en blank! U was in de oerwouden... maar leeft nu in uw maatschappij en betreedt ge aanstonds uw ruimtelijk bewustzijn!
Dat kan echter dierlijk, grofstoffelijk en stoffelijk zijn, maar dat wordt gééstelijk, zodra u begint aan te voelen dat, wat u ook krijgt, wat u ook beleven kunt hier op Aarde, regelrecht vanuit het Goddelijke Gezag tot u is gekomen!
Dáárvoor leefde Christus!
Tot zover......
Meester Zelanus.
 
 
                                           DE HEMEL VAN HET KIND. 
                     DE UNIVERSITEIT VAN CHRISTUS ZEGT ONS:
       ALS EEN KIND STERFT OP AARDE, DAN STERFT HET ORGANISME,
                              DE ZIEL BLIJFT LEVEN EN IS OEROUD!
Het lichaam is jong, maar de ziel heeft - alléén op Aarde al - duizenden levens beleefd en kent geen jong zijn meer.
Als een kind sterft, heeft dit astrale en kosmische betekenis voor het zielenleven. Het kind is gelukkig, maar de ouders leven verder in leed en smart.
Voor het kind is het heerlijk en dat is het voor iedereen, die vroeg de Aarde mag verlaten. Om jong te mogen sterven, heeft betekenis in de geest. Het heeft een Goddelijke bedoeling, hetgeen de mens op Aarde zal moeten aanvaarden.  Bezit op aarde is geen bezit!
Het is Gods bedoeling, dat de mens dit weet en ernaar leeft. Maar de mens wil geen afstand doen van datgene, wat hij denkt te bezitten. Vooral, wanneer hij een geliefde moet missen. Hij voelt dan leed en smart, terwijl zij in hemels geluk leven.

Het is Gods wil, dat de mens dit weet en ernaar handelt, in volle overgave, want dan pas lééft hij.
Maar wat wordt er op Aarde nog weinig van begrepen. Wanneer men dit kon aanvaarden, was er geen leed meer. Daarom weten en voelen wij, dat men de zuivere liefde nog niet bezit.
God roept al Zijn kinderen tot Zich en dat gebeurt op Zijn tijd. Hieraan kan niemand iets veranderen.
Hier leven zij in hemels geluk, maar door de onwetendheid van de mens worden zij in hun geluk gestoord. Dit leed en deze smart dringen namelijk door alle gebieden heen en bereiken hen, die de rust van de geest voelen. Wanneer de mensen dit alles zouden aanvaarden, leven zij pas en wordt het leven op Aarde begrepen. Zij leggen dan alles in Gods handen, omdat zij weten, dat hun kind met vele anderen als koningskinderen leven, waardoor ook zij gelukkig zullen zijn. Een kind, dat de Aarde op jonge leeftijd verlaat, wordt aan deze zijde door een geestelijke moeder opgevangen en liefderijk verzorgd, zoals een aardse moeder het niet zou kunnen. Hoe goed en groot de moederliefde ook is, hoe innig de banden tussen moeder en kind ook zijn, het sferengeluk en de sferenliefde overtreffen in alles het aardse liefdegevoel, ook dat van moeder en kind. Natuurlijk wil de aardse moeder haar kind niet verliezen. Dat is heel begrijpelijk, want het bezit van een kind is het heiligste voor de moeder en is door God aan ons, mensen geschonken. Maar een kind, dat niet meer naar de Aarde behoeft terug te keren, is als het ware een engel.

En dit kind als engel vertegenwoordigt vele astrale wetten. Zijn sterven heeft astrale betekenis. De ziel heeft deze vroege dood en deze overgang naar de astrale wereld te beleven en zelfs in eigen handen. Dit houdt verband met het oorzaak en gevolg van die ziel. Zij heeft nu op Aarde iets beleefd en keert terug naar de sferen van licht. Dit is het verdergaan in de geest, het terugkeren naar God.
Als hetgeen wat beleefd moest worden is volbracht, dan treedt onherroepelijk de dood voor dit leven in.
Moet een ziel echter nog een keer naar de Aarde terug om iets goed te maken of iets te beleven, dan trekt de wereld van het onbewuste dit zielenleven aan. In die wereld kan de ziel uitrusten om zich gereed te maken voor de nieuwe geboorte.

De ziel daalt nu in het vonkstadium af. Dat is het ogenblik van ontwaken, toen de schepping begon. Als vonk Gods kan de ziel in het moederorganisme afdalen, waarna het groeiproces kan beginnen.
Als volwassen bewustzijn kan de ziel niet in het moederlichaam afdalen, want dan zou de ziel de vrucht dooddrukken, omdat er nu te veel bezieling is. De ziel als vonk wordt nu in de moeder wakker, waarna het groeiproces begint.
Gaat een ziel daarentegen verder, is ze vrij van deze geboortewet, dan trekt het bewuste hiernamaals dit leven aan en blijft de ziel haar zelfstandigheid behouden. Nu vangen de sferen van licht dit leven op en leeft dit kind met miljoenen anderen dus bewust verder. Aan deze zijde weten wij, wanneer deze zieltjes zullen sterven. De moeder aan deze zijde gaat dan naar de Aarde om
haar beschermeling af te halen.

Tijdens het sterven, dat door veel van uw kleintjes zelf al van tevoren wordt waargenomen - wat zij aan hun ouders zeggen - zien zij een engel bij hun bedje en het kind weet, dat deze engel het komt halen.
Zij zien dat licht, grijpen ernaar met allebei hun handjes en geven zich aan dat licht, aan hun geestelijke moeder over. Zij neemt het geestelijke leven van de Aarde in haar stralende armen, drukt het aan haar hart en brengt het naar de sferen van licht.
Zij gaat regelrecht naar de afstemming van het kind, een hemel, waartoe het kind behoort en waarop het afstemming heeft. Het gaat daarheen, waar het geestes en het zielenlichaam zich splitsen, waarna de ziel haar weg vervolgt, naar de engelensfeer, die de vierde en de vijfde sfeer verbindt en een tussensfeer is.

Daar leven deze kleinen der Aarde, vanaf het nog ongeboren kind tot kinderen, die de leeftijd van drie jaren hebben bereikt.
Het kind, dat de bewustwording in de stof heeft beleefd, groeit aan deze zijde op, al heeft het op Aarde de zon nooit zien opgaan.
Alle kleinen worden naar deze sfeer gebracht en opgevoed door liefdesgeesten, die de ware moederliefde bezitten. Het zou voor andere wezens niet mogelijk zijn die kleintjes te verzorgen. Voor hun rust wordt gezorgd.
Zodra zij, volgens aardse berekening, zeven jaar oud zijn, gaan zij in andere sferen over, al naar hun afstemming is. Hebben zij de veertienjarige leeftijd bereikt, dan eerst gaan zij in hun bestaanstoestand over om zich verder te ontwikkelen.

Op Aarde denkt men, dat zo'n jong wezen wel in de hemel zal zijn. In werkelijkheid is hun toestand wel een hemel, maar niet de hemel, zoals men zich die voorstelt.
Wanneer kinderen vóór de geboorte overgaan, dus dood geboren worden, zijn het geesteskinderen, maar geen engelen in de ware betekenis van het woord. Zij kunnen geen engelentoestand binnentreden om de eenvoudige reden, dat zij deze afstemming niet bezitten. Het is niet mogelijk om vanaf de Aarde - ook al heeft men de stof niet gevoeld, zoals het kind, dat vóór de geboorte overgaat - een engelensfeer binnen te treden, omdat zij met de Aarde te maken hebben gehad.
En van dit alles weet u op Aarde niets. Als moeders dit zouden weten, dan zouden ze gelukkig zijn. Na hun dood zien ze hun lieveling terug, maar dan wellicht als volwassen bewustzijn, want ook het kind groeit - zoals al is gezegd - naar het volwassen bewustzijn toe.

In ons leven wordt echter het kind niet gespaard. Het wordt op dezelfde manier opgevoed als het volwassen mensenkind.
In ons leven kennen wij geen verzachtende omstandigheden. Dat is aards en onnatuurlijk. In ons leven moet het kind alles van het eigen leven en bewustzijn afweten en de wetten van God aanvaarden.
Aan déze zijde leeft het kind in de waarachtigheid van God, wat op Aarde niet beleefd kan worden. Het kind beleeft de stoffelijke afbraak én de geestelijke opbouw, die iedere ziel, als kind of volwassene, heeft te aanvaarden.
Dat is de astrale wijsheid, die het kind zich eigen moet maken. God kent hierin geen verzachtende omstandigheden, ook voor het kind niet!
Wanneer het kind aan deze zijde wakker wordt en om zijn moeder vraagt, dan draait de geestelijke moeder er niet omheen en vertelt het kind, dat het de Aarde heeft verlaten. Voor het kind van zeven jaar is dat een groot wonder en het wil er meer van weten. Is de band met de aardse moeder nu innig, dan vraagt het kind naar zijn moeder. Het jongere kind zal dergelijke vragen niet stellen, het kleintje weet er niet meer van. Het kind is ingeslapen en aan deze zijde wakker geworden, alsof het in uw wereld geslapen heeft en het door de honger wakker is geworden. Overheerst nu de aardse liefdeband, dan gaat de moeder - als het kind zo ver is - met het kind naar de Aarde en mag het zijn ouders en wellicht zijn broertjes en zusjes zien.

De geestelijke moeder vertelt het kind over hun leven en alles wat nu al voor het bewustzijn van het kind noodzakelijk is, zodat het leert begrijpen.
Als de band tussen moeder en kind werkelijk van geestelijke aard is, zal de geestelijke moeder in géén geval deze liefde verbreken, integendeel, deze band zelfs verstevigen, omdat zij anders in strijd zou handelen  met de wetten van God en ook omdat liefdebanden niet te verbreken zijn. Wij bouwen op!
U behoeft uw gestorven kind niet te bewenen, het kind beweent u.
Maar het kind zal geen leed en smart behouden, omdat de astrale moeder deze ziel de wetten verklaren zal.
Wanneer dan het weten in het kind gekomen is, ziet en voelt het uw leven aan en komen het begrip en het geluk. Een kind, dat verwaarloosd is op Aarde, maakt zich bij aankomst in ons leven onmiddellijk van die ellende los. Nu gaat het kind in het eigen bewustzijn verder met naast zich de geestelijke moeder.

Vergeet evenwel dit niet: Wij, als mensen, hebben in deze ruimte meer dan miljoenen ouders beleefd.
Waar zij leven en wie het zijn, weet u op Aarde niet. Dit is maar goed ook, anders zou het nu een geestelijke chaos worden. Niettegenstaande dat, zal de mensheid deze wetten toch eens moeten aanvaarden, omdat Christus ze u door Zijn Heilige Evangelie heeft gebracht.
Nu is het mogelijk, dat het kind zijn moeder uit het vorige bestaan voor zich ziet en dan worden deze zielen weer verenigd. Hoort u het?
Dit zal voor veel moeders, omdat ze zich van de Goddelijke wetten nog niet bewust zijn, smart betekenen. Immers, het is háár kind! Maar ik zeg u: Wij hebben duizenden vaders en moeders gekend. De moeder zal nu denken, dat zij haar lieveling moet afstaan. Maar dit is een onbewuste gedachte, echt aards. Voor God verliest u geen liefde. Maar God wil, dat u de universele liefde beleven zult en zich die liefde eigen maakt. Aan deze zijde zijn wij zover. U moet dus leren al het leven van God lief te hebben, want al die mensen op Aarde zijn Gods kinderen.

Dus een moeder, die alleen haar eigen kind liefheeft, bezit voor God geen liefde, kent geen liefde. Deze liefde is egoïstisch. Als de moeder haar eigen kind terug wil zien, als zij liefde wil ontvangen van haar eigen kind, dat nu in de armen van een geestelijke moeder gelukkig is, dan zal ze zich volkomen moeten overgeven. Pas dan kan zij haar eigen kind liefhebben, anders sluit deze moeder zichzelf voor de universele liefde af!
Dus al is deze geestelijke moeder in de sferen dichter bij uw kind en zijn deze zielen tot geestelijke éénheid gekomen, toch is men hier niet bezig u als moeder uit te schakelen. Het universele bezit ligt in uw handen. Iedere moeder moet, zich dus voor het geestelijke moederschap bekwamen.
Het zijn de wetten van God, die ook voor u op Aarde gelden.
Meester Zelanus.
 
                                       DE MEESTERS ZEGGEN. 
Christus diende het Goddelijke Al...voor u voor de mensheid: Dat beeld is te zien, te voelen en te volgen: 0, de Christus te zien wandelen, te zien denken o, dat Goddelijke voelen voor de mens..., dat waken voor de mensheid  voor Ruimten o, mijn zustérs en broeders, ga eens even in dat Gethsemané.....
Christus werd geboren en werd verzorgd, ik zei het u en dronk de moedermelk, werd gewassen en verschoond. Die opbouw van Maria voor de Messias is het eigen bezit van u. Ook u groeit op en komt tot ontwaking, ook u hebt die verzorging gekregen, lichamelijk...maar nu die geestelijke kern Die gaan we nu verzorgen: Die gaan we optrekken die gaan we bespoedigen: Dat wil zeggen; wij zetten nu de wil volkomen in, om ons vast te klampen aan dat Gethsemané: Is het niet treurig; is het niet verschrikkelijk dat er nog altijd gesproken moet worden?

De bijbel is de bijbel, ondanks alle fouten daarin, ligt daarin toch nog de Goddelijke betekenis: Maar heeft de mens genoeg aan de Tien Geboden? Heeft de maatschappij genoeg aan dat woord dat dan toch maar uit het Al komt: 'Gij zult niet doden:'? Ik behoef tot die levensgraad niet te spreken, maar ik heb het tot mensen die beginnen iets van zichzelf te maken: Tot mensen, die beginnen iets voor zichzelf op te bouwen direct voor nu en voor het leven achter de kist:
Wat een vals gedoe is dat eigenlijk, wat een vals gepraat: 'dat leven achter de kist' want hier is dat leven achter de kist. . . . .. . HIER NU u leeft er in! U bent aanstonds in NIETS veranderd:
Waar wilt ge komen? Wie wilt ge ontmoeten? In deze chaos, in dat ONwillen, wilt ge daarin Christus zien? Wilt ge met de Messias spreken? Wilt ge Zijn weg volgen? Dacht ge dadelijk maar achter de kist, als u vrij bent van uw lichaam, te kunnen zeggen: Ja, nu zie ik Hem en nu zie ik de Meesters en nu zullen ze mij alles verklaren?

Neen hier komt eerst het buigen, die fouten moeten eruit, we kunnen u niet optrekken naar de Eerste Sfeer, want u hebt nog niet werkelijk gemediteerd, dat moet nu eerst nog beginnen:
Andre mediteerde...dag en nacht. Hij heeft mij gevraagd; pak mij maar: Waardoor kunnen wij dit? Omdat er een gevecht is ontstaan, op leven en dood, want wij wilden ons gereed maken om te kunnen spreken dóór hem.
Wanneer u los komt van u zelf en het hiernamaals, de Ruimte,al het leven gaat spreken dan krijgt u het moeilijk: Ontzettend moeilijk: Want die Ruimte, die brandt in uw hart. Dat is een geestelijke pijn, die u met de onwaarheid verbindt. Ge kunt niet verder; de mens wil niet verder met u mee. Ja, er zijn er wel, die dat willen, maar zij kunnen nog niet, want zij volgen nog disharmonie en afbraak, zij staan nog altijd ingesteld op vernietiging: De mens zo zegt Meester Alcar tot Andre, die u maar even wilt belasten.... GA WEG!! De mens die maar even verkeerd denkt zegt meteen: Ga weg: De mens die nu niet dorstend volgen wil, moet ge alleen laten:

Het wordt nu heel eenvoudig, want het gevecht gaat nu om leven en dood...,om iets van u zelf te maken: Indien u wilt, ja als u ernstig wilt en alles...,alles, ja ALLES van u zelf inzet, dan kunnen wij verder: Dan breng ik u tot de Macrokosmos, dan zult ge geïnspireerd zijn...: Dan alleen kunt ge ontvangen wat ge wenst, als geestelijke bewustwording. En nu , die strijd is gestreden:
Op een nacht, toen wij van de Aarde afscheid namen, kookte het in Andre Dectar. Meester Alcar kijkt hem aan; het was een gevecht vrij van het organisme, dat daar - in die oorlogsjaren - hongerend, krakend neerlag. Maar wat heeft een lichaam te betekenen indien de Ziel, de Geest spreekt? Waar kijkt de mens nog altijd naar? Naar de mens als stof. Ik zal u thans bewijzen dat ge de innerlijke mens nog niet kent.
Andre stond daar en zei: Wat kan mij dat lichaam schelen..,.het zal krijgen wat ik wil: Heb ik niet te eten, dan zal dat lichaam ook niet te eten hebben. Ik zal eten wat de geest mij geeft:

En daar gaan we,...lachend...,krakend - ja zeker - de spiertjes bezwijken, maar de geestelijke spieren zijn intact. Wij moeten naar het AL: Weet u wat dat betekent? Naar het Goddelijk Al, los en vrij van het organisme, de reïncarnatie vooruit, voor elke gedachte, voor iedere wet, voor de mensheid, voor het vader en moederschap; voor licht, leven,   voor geluk en liefde. Eén kind is vechtende, tegenover de Macrokosmos voor de mensheid! Ja, waarachtig vechtende, die, eens op een reis, kon zeggen: 'Wie bent u? Hoe hebt Gij dan geleefd? Ik kan niet meer ' Ja, dat was jaren terug, dat was toen wij aan 'Het Ontstaan van het Heelal' moesten beginnen. Toen wij de hellen en de hemelen hadden beleefd.
Als u als mens op aarde voor een kleine droom staat, de mens heeft iets leuks, iets aardigs beleefd, ,dan staat hij innerlijk te sidderen..: Wat is die leukigheid, waarom siddert gij, waarom, waardoor bent u blij? 
Wanneer de mens. . . ziet u, nu stormen er weer miljoenen ,beelden op mij af, nu, zou ik tien, neen twintig uren nodig hebben om deze lezing volkomen ,geestelijk te voleindiging, want ik wil u verbinden met. REALITEIT:

Kosmisch- Geestelijk - Hiernamaals - Moederschap - Vaderschap - vechtende, in uw maatschappij HOE doet u dat alles? Duizenden boeken liggen nu voor ons!
Meester Alcar zei toen deze woorden: Ik was geen profeet ik was slechts een schilder.
Ik diende mezelf. Ik bracht voor één orde, kunst naar de Aarde. Maar wat is een schilderij in vergelijking met enkele woorden, die ik nu ken en aan de Aarde doorgeef:
'GOD is Liefde. Verdoemdheid is er NIET De mens IS God: De moeder báárt voor de reïncarnatie: Christus heeft nimmer gezegd in Gethsemané: 'Laat deze drinkbeker aan mij voorbij gaan': Hij zei niet op Golgotha Vader hebt Gij Mij verlaten? En de bijbel begint met kletspraat en onzin, want toen de bijbelschrijvers begonnen was de schepping reeds miljoenen jaren oud, de biologen, de theologen,' de godgeleerden zullen dat alles straks moeten aanvaarden. 

En ben ik dan de eerste? Zegt André, moet ik dat alles vertegenwoordigen?
Wilt u mij naar sterren en planeten voeren? Ik...? Als klein mens? Als kind van Moeder Aarde?
Wilt u mij over Dante, Socrates, Plato, Ramakrishna, Mohammed, Rudolf Steiner en Annie Bessant heen voeren?'
En toen kwam het woord uit de Ruimte, neen niet van mij, ook niet van Meester Alcar, maar regelrecht van de Goddelijke Bewuste uit het Al en klonk: Ja zeker...indien ge wilt: Dan brengen Wij NU de Universiteit van Christus naar de Aarde en zullen Wij de mens door het woord overtuigend naar het Vader en Moederschap voeren om te evolueren en te reïncarneren voor elke gedachte. De mens krijgt nu een Koninkrijk
Gods IN zich: Indien hij er aan begint Wat doet nu de mens? Maar wij gáán! Honderd duizend uittredingen heeft dit leven beleefd! En gij?

Treedt u wel eens uit? Heeft uw geest dat heerlijke geestelijke, ruimte rijke gevoel om te kunnen uitdijen? Om uit te treden? Om iets te beleven van het kind dat daar wacht? Op u, op u, op u,op de moeder! De vele reïncarnaties die u hebt beleefd, die u hebt gehad en hebt gekend?
De moeder die hier is en die u thans niet begrijpt leeft achter de kist en zij is een prinses uit Gethsemané..., uit een tempel van Isis, Ra of Luxor: Zij leefde met u daar in Jeruzalem, in Spanje, Frankrijk, Engeland of Amerika, ja mogelijk onder de indianen maar.. zij is de BEWUSTE: Ze zegt dan: Mijn kind, nu ben je hier en moet ik je leren:
Wij brachten André door ál die reïncarnaties om die wil en die persoonlijkheid te versterken. Maar:..., het gevecht voor zichzelf was zo vreselijk en afgrijselijk onmenselijk, dat hij zich liever een dolk in het hart had gezet! De pijnen, het. gevecht om tot die ontwaking, dat reïncarneren te komen is geen vergelijking met de kanker, met Tbc. of het baren van een kind.

Maar nu het geluk, het weten en het voelen: Kunt ge nu nog zeggen: 'Ik houd niet van u', wanneer een mens uit de Macrokosmos ten opzichte van de Aarde smeekt: Maar voelt ge dan niet dat ik van u houd? Ik kom wel van buiten, ik ken u niet, maar ik ben uw kind van God...,ontvang mij toch even voor vijf seconden...in uw hart Kiss me all!
Maar de mens kan niet. De mens denkt alleen maar voor zichzelf: Indien André alleen maar voor zichzelf had gedacht, dan stonden Wij stil: Maar het gaat om verruiming. Het gaat erom om nog méér te weten...om te dorsten:
De hellen? Leven die in mij, heb ik haat dan is daar een sfeer van haat: Laster ik..., bezoedel ik de mens, dan leef ik in een wereld van bezoedeling, dan is die geest van mij één en al rotheid! Verlang ik naar hartstocht of verdierlijking,...; Wil ik alleen maar het lichaam beleven? Dan ben ik alleen maar stof...; dierlijke stof, dat rottend wegzinkt dáár in die duisternis!
Uw ogen sluit ge, de organen drukt ge dicht voor die geestelijke stank...in de mens!

Een lijkenlucht op Aarde is daarbij niets vergeleken kent, ge de levensaura niet van de mens? Geef uw gééstelijke smaakorganen en uw reukorganen eens reïncarnatie en 'beruik ' eens de persoonlijkheid: Dat is het leven achter de kist. dat is Gene Zijde, dat is het éénworden met de afbraak met het verkeerde denken: Dat is het in bezit nemen van stof en geest van wat een ander toebehoort! Het wilde, verkennen van het dier ten opzichte van het menskind, dat is het breken van het menselijke hart! Dat is het stelen van het licht dat de mens bezit in zijn ogen...om te kijken. De mens denkt niet 'van binnen', maar uiterlijk en is reagerend vuil:
Open voor afbraak...,gepraat en geklets, voor de roddel, voor bezoedeling:

Weet u hoeveel miljoenen mensen op brandstapels zijn gegooid door de Katholieke kerk door de roddel van een ander? Onschuldigen werden zo aangewezen, er werd gezegd: Zij is een ketter...en hij ook: Zij zijn in contact met demonen. En de Katholieke kerk geloofde het en smeet die levens op de brandstapel.... door vuile gedachten: Maar weet u dat dit MOORD is? Dat vals gemeen denken móórd is, gééstelijke moord voor uw persoonlijkheid omdat de reïncarnatie niet kan komen, want gij smoort uw verdergaan...uw uitdijing: Wanneer het lichtje komt...draait u het uit:
U zet altijd weer de dolk, dat lemmet regelrecht in de rug van achter af in het menselijk hart: Door één woord...geloof het: Door één verkeerd woord..., door één verkeerde gedachte:
Wordt het niet moeilijk?
Bent u nog niet bang?
Wij zijn niet bang: Wij gaan er tegen in: Wanneer er fouten zijn dán brengen wij die naar Golgotha en dan zullen die worden gekruisigd:
Wij leggen ons in blijdschap neer om die rotte karaktereigenschappen de nek om te draaien:

Doet u dat?
Bent u zó ernstig met u zelf bezig?
Wij gingen eerst door de hellen en de hemelen en toen mocht André vragen stellen, duizenden vragen stellen. Dat doet u ook: 'Maar' ,zegt Meester Alcar..
Eerst moest Meester Alcar hem zelf de vraag geven en dan het antwoord kwam er nog bij ook zo stuntelig stond nog die André Dectar (die André was er nog niet) maar die Dectar ingesteld op dit leven.
Wat wist het oude Egypte van verdoemdheid? Wat van Christus? Niets: Want, pas dóór Christus kwam er verdoemdheid, in het oude Egypte en in de Indische tempels was geen verdoemdheid. Daar was alleen de metafysische wet, leven en dood. Maar met Christus, met de bijbel kwam er verdoemdheid, want de mens 'verdoemt' zichzelf door, verkeerd te doen.
Meester Zelanus.
 
                                        DE MEESTERS ZEGGEN...
Hieronder volgt het laatste gedeelte van de zeven en dertigste lezing 'De Mens en zijn Reïncarnatie' uitgesproken op 30 september 1951.
Hoe kom ik tot de reïncarnatie, u bent de Meester, u leeft in de zevende sfeer. Eet u elke morgen uw heerlijke pap, wordt u elke morgen om half tien bediend en trekt er iemand aan de bel? Komt dan Petrus, die zegt: 'Ga zitten, nu zal het beginnen?
U bent Meester, niet waar hoe krijg ik deze boeken uit? U schrijft u inspireert oh ja, dat is machtig prachtig en ontzagwekkend...,maar wie kan mij in deze zorgelijke dagen helpen dragen? De mens weet niet, dat ik het hoogste en het heiligste van u heb ontvangen. En dan komt er: 'Daar moet je voor werken:'
'Wat? We zijn toch bezig: Moet ik dan mijn leven, ja alles van mij tot een nieuwe reïncarnatie voeren?'

'Ja', zei Dr. Brants, zei Meester Cesarino en kwam er vanuit de Ruimte:'Ja..., tot de Kosmologie Andre Dectar:' Maar toen was die Dectar er nog niet: Toen konden wij alleen nog zeggen: 'Andre...Jozef:
Die 'Dectar' moest nog ontwaken, ook al was die er wel, ziet u.
Hoe meer u opbouwt, hoe meer levens komen tot ontwaking. Karakter en eigenschappen waaraan u hebt gewerkt in Gethsemané, in Isis, in Luxor of dacht u dat u nog nooit in een Tempel bent geweest? Dat alles sluimert nog in u, dat is nog onbewust: In hem komt nu, na die afschuwelijke strijd de 'Dectar' open en bewust tot universeel Geluk en de Liefde. Nu staat Andre daar en zegt Meester Alcar tot hem: 'Wij zijn er nu door; wij hebben het derde deel van 'Het Ontstaan van het Heelal' volmaakt op Aarde verstoffelijkt:
Nu is mijn taak voorbij. U kunt nu sterven.' 'Wat zegt u?'
'Indien u wilt, Andre en vannacht niet meer naar de Aarde terug wilt keren, dan ligt u in de ochtend in slaap en bent u voor de Aarde gestorven. Maar voor deze wereld bent u ontwaakt. U bent gereïncarneerd voor die, en die wereld:'

Echter, nu krijgt hij drie reizen te beleven, waarin hij moet besluiten of hij naar de Aarde zal terugkeren. Hij heeft nu Leven en Dood in eigen handen!
Hier ,aan de hartkant van de mens ligt het leven en daarin heeft men de dood in handen. Men kan dat nu worgen, kraken; want 'Magere Hein' heeft niets meer te betekenen. Op een van die reizen in de Eerste Sfeer riep Andre het uit. Jeus zei: Een magere Hein is er niet! Wat heb jij mij gesard en geslagen; miljoenen mensen heb jij gekraakt en nog altijd schreit men om jouw nonsens: Maar nu zal ik jou worgen: Ik heb je in mijn rechterhand, daar kom je niet meer uit: Ik ben niet bang voor u:
Drie reizen waren er nodig om Andre te doen besluiten terug te keren naar de Aarde. En hij gaat:
Dan ,zegt de Meester, gaan wij regelrecht naar het oude Egypte terug en krijgt u uw leven als priester te zien: Want daar,zijn wij begonnen om de eerste fundamenten te leggen. 

Ziet u, nu gaan wij beginnen aan 'Tussen Leven en Dood'. De bezieling gaat verder en gaat uiteindelijk naar de Geestelijke Gaven: De gaven worden ontleed; hij kent ze, hij bezit ze We kennen alle fysische en de psychische gaven, wij kennen de 'Kringloop der Ziel', 'Het Ontstaan van het Heelal' en 'Tussen Leven en Dood'. wij hebben die hellen en hemelen niet meer nodig , maar we beginnen die gaven - voor de mens occult bezit en metafysische wijsheid - te ontleden en te verruimen. Daarna schrijven wij het boek 'De Volkeren der Aarde' voor de mensheid en dan , uiteindelijk staan wij voor 'Maskers en Mensen' om door de geestelijke gaven het innerlijke en uiterlijke masker af te rukken:
Meester Zelanus krijgt op dit ogenblik een teken dat de opname band ten einde raakt waarop hij zegt:
Ziet u, nu ben ik net begonnen en moet ik al weer weg. Is het niet vreselijk? Altijd maar opbouwen...,u bezieling en ontroering geven , maar nu de lijntjes, de puntjes..?

En dat moet ik altijd in vijf minuten doen, \.Î weet u dat?' waarop hij vervolgt:
Nu te bewijzen hoe u aan die evolutie kunt beginnen. Voor de Kosmologie, voor het Heelal zegt Andre: 'Hoe bent u, hoe was u op Aarde?' Nu kan de Meester zeggen tegen zijn adept: Ik was slechts een schilder en geen Profeet: 
Want dit heeft Anthonie van Dijck niet gekend. Dit van Andre, dat zult u zien, aanstonds, als wij terugkeren uit het Goddelijk Al, gaat ver uit boven de
Theosofie, boven Dante, Rudolf Steiner en Mohammed. Er is geen leer of wijsheid te vinden op Aarde die dit verkondigt...;DIT is direct uit de
UNIVERSITEIT VAN CHRISTUS!

Dit gaat 0nfeilbaar naar het Albestaan voor Vader en Moederschap, voor Reïncarnatie.... Nu komt het gevecht: Niet ten opzichte van een klein karaktertrekje voor de mens, het wordt ontzettend belachelijk wanneer u staat voor zulke nietigheden, voor de speldenprikken van de mens, als Moeder Maan, Zon, Jupiter, Venus en Saturnus tot uw leven kunnen spreken en u wilt ze niet aanvaarden. Want ze moeten gekend worden:
Dan zult u wel een andere strijd zien, dan doorwaadt u de wateren, dan heeft u geen last van kou of warmte , dan bezit u maar één kracht, één wil, één weten, één gevoel en één liefde in u: Ik wil evolueren voor en door de mens, maar ik wil niets van ze bezitten, anders neemt men mij dit af. Ik wil dienen,dienen, dienen, mezelf uitdragen en zal mij door het Universum laten 
 vertegenwoordigen! 

En toen stonden wij voor de Messias, toen keken wij in Die ogen en zei de Messias:
Ik spreek alle talen van de wereld en indien u liefde bezit zult u ze met mij spreken. Kent gij mie nog Jeus?
'Jao',zegt Jeus;'îk ken oe:'
Als Jeus kun je dit beleven; niet als Meester, want deze Meesters zijn kinderen; Meester Alcar is een kind en Lantos Dumonche is een kind:
Meester Cesarino; Damascus; de miljoenen die de sferen van licht vertolken zijn kinderen in de geest! Zij willen geen mens volwassen bewustzijn bezitten En toen terug, toen naar Golgotha terug. Daar zagen wij Socrates en ook Rama Chrisna; de enige mens waar Jeus zichzelf in terug vindt. Andre ziet; ze lopen hand in hand..., zwaaiend van geluk:
Stervend en opnieuw geboren wordend; reïncarnatie na reïncarnatie voor alle karaktertrekken, licht, leven, liefde, persoonlijkheid, rechtvaardigheid en welwillendheid, vader en moederschap, broeder zijn en zusterschap dat stormt nu allemaal op hem af:

En hij laat zich gaan en zegt: 'Mijn God, mijn God, waar heb ik reeds voor gediend? Wat heb ik bereikt? Ik behoef niets meer te vragen...alles IS er! En de Christus leeft nog in Jeruzalem: Hij is er altijd, maar Hij wil niet voor het jodendom staan, want de jood wacht tot Hij op de wolken verschijnt. Hij loopt in uw maatschappij, zegt André, dat zeggen wij...,dat weten wij. Hij staat naast u; in u; is in uw Liefde; is in uw daad: Want u vertolkt de evolutie voor Gethsemané, staat voor Pilatus en u gaat naar de Caiphas en naar Golgotha want gij zult sterven, sterven voor uw geluk: U zult telkens en telkens weer uw leven moeten inzetten, uw ganse persoonlijkheid moeten inzetten voor uw geluk: Alleen maar voor het geluk 'achter de kist'?
Neen, om nu uw liefde te kunnen beleven. Om uzelf nu naar die hemelse geestelijke rust te voeren: Als u dat eenmaal hebt gekend en u , raakt het kwijt..., is het niet waar dat miljoenen mensen hier op Aarde, mannen en vrouwen elkaar hebben gekend, elkaar lief hadden; plotseling verdwijnt de één; nu jammert de moeder: Ik heb geen houvast meer. Zo kwamen ze bij André:' 0, hij was zo goed" zo goed en nu ben ik alleen, nu ben ik niets. Ziet u, de mens werd gedragen: Maar u moet niet gedragen willen worden, u moet op eigen benen kunnen staan:

De 'groten' willen niet gedragen zijn als het verlies komt. U bent even het gevoel kwijt, doch de geestelijke liefde kent geen verlies! Reïncarneert ieder ogenblik voor uw liefde! Ga dieper in uw man ga dieper in op uw vrouw..., beleeft elkaar, aanvaardt elkaar. Voert elkaar tot de geestelijke, ruimtelijke rechtvaardigheid, wilt u hem aanstonds 'naast u' voelen. Hij is er! Doch wanneer er nu geen contact is en de geest klopt,dan hoort u dit getik niet: Noch stoffelijk, noch geestelijk, maar hij is er! Dan zegt de helderziende: 'Ik zie een verschijning. Hij ziet er zo en zo uit.'
'Dat is mijn man...mijn man!'
Ja hij liep al zes jaar achter u, maar u voelt hem niet en u ziet hem niet. Al op Aarde wilde u hem niet voelen, niet 'zien': Ook al zat hij voor u in een stoel...; ook al kookte u voor hem; ook al verdiende u  --     schepper, man --  het geld voor haar; u kende elkaar niet:

U wilde niet reïncarneren voor uw persoonlijkheden, voor uw welwillendheid, zachtheid, rust...; voor uw vader en moederschap:
Uw ganse persoonlijkheid ligt aan kettingen vast: U leeft niet in een ruimte van licht, maar u hebt uzelf helaas, - neem het mij niet kwalijk, maar het is waarheid - u hebt uzelf gekerkerd:
Geen God, geen Christus, geen Pilatus, noch ~ een Caiphas doen dit met u. Gij kerkert uzelf: - Aan handen en voeten: Geestelijk hebt ge uzelf uit het Goddelijke Evenwicht getimmerd, ge hebt uzelf geslagen en getrapt NEEN, NOG ERGER u bent doelbewust bezig zich aan een muur te nagelen, en u wilt het nog niet eens weten.... Maar nu gaat u beginnen - en dat is dan de volgende lezing - hoe ontwaakt de mens?
'DE MENS EN ZIJN GEESTELIJKE ONTWAKING.'

Dan gaan we op die karaktereigenschappen staan, we rukken ons zelf van die muur, wij ontdoen ons van de geestelijk armzalige boeien: Want deze zijn uiteindelijk te vernietigen. Eén ruk met uw wil en uw reine, zuivere universele liefde en al het 'staal' van de wereld smelt in u handen:
De Universiteit van Christus lééft NU HIER en wordt u gegeven vanuit het Hiernamaals, dat zijn mensen die op Aarde hebben geleefd! KRAAKT het verkeerde in u:
Nu is het niet; Onze Lieve Heer heeft me geroepen maar de macht, de wil en de inspiratie, die u van Hem zult ontvangen, indien u aan het WERKELIJKE gevecht begint: Hierna volgt een stilte, een diepe stilte. Meester Zelanus zwijgt enige tijd. Als even later de eerste klanken van de afsluitende muziek opklinken komt er toch nog iets en zegt Meester Zelanus nog:
'Ziet u, er zijn hier nog mensen die vragen: 'gelooft u dat die mens in trance spreekt?' Maar kunt u dit?
Ik was wachtende op mijn inspiratie, nog een woordje wilde ik u voor vandaag en voor morgen geven, maar toen zei er iemand, nog hoger: 'Het is nu net zat, net zat:

Ziet u en nu verbreken wij dit éénzijn.
Wordt geluk: U bent Leven: Maar wees  nu eens in ALLES liefde uw liefde:
Zeg nooit: 'Dat weet ik. Want mijn adepten, de discipelen van Christus, krijgen, indien zij hun hoofd buigen Zijn liefde, Zijn weten en Zijn hand:
Hij zegt:'En nu om deze steen; wij mogen niet het water inlopen.' Gij gaat - u zult ook geen droefheid voelen - trap op daar; één, twee, drie, vier vijf: Wij hebben niets met zelfmoord te maken...: Wij evolueren nu; wij WETEN:
Gij gelooft niet meer ge weet.
Gij kent mij nu voor eeuwigdurend!
Dank u.
Dus eerst vragen stellen. En dan komt het innerlijke leven tot de reïncarnatie voor het uitdijende geluk, het willen, al het tasbare wakker maken en in handen nemen dat in uw geest aanwezig is. Eerst de hellen, u leest het wel. Maar ga eens met ons hand in hand mee om de demonen daar te beleven, bezwijk eens, ge zijt al angstig wanneer er  een afbrekend mens in uw omgeving komt! Maar nu moeten wij die demonen van en voor de mens bestormen, wij gaan onder dit gedoe wandelen. En nu moet ge de mens leren zich van het kwaad vrij te maken. Maar André kon dat niet; dat heeft hij nog te leren. Hij moet leren dat de demonen zichzelf slaan en niet hem. Hij had te leren, dat hij in tegen door en voor het kwaad sterk zou zijn door zuiver te blijven! En toen liet Meester Alcar -- dat hebt u gelezen -- hem alleen. De reïncarnatie voor dat ogenblik, het uitdijen van en voor het menselijke karakter steeg direct naar de zevende sfeer omhoog! André was alleen.

Ik ga verder. In de duisternis ziet men steden en mensen in holen en krotten.
Ook zij hebben iets van plasma opgebouwd, dat is hun bezit! Men ziet daar die wereld! Men praat in uw maatschappij over verschrikkelijke mensen en dierlijk gedoe. Maar wat is dat in vergelijking met het voelen en denken van de geest?
NIETS! Wij kijken dan ook niet naar die afbraak en vernietiging, het is niets. Maar het moet niet, men strandt, men staat op en voor een dood punt!
De demonen in die hel -- ik ga nu verder -- pakten hem beet en wurgden hem bijna. Hij werd verschrikkelijk gekust en men zoog hem leeg, een wilde hartstocht dijde uit. Hij dacht: Mijn God, mijn God, waar ben ik nu? Indien hij maar even een weinig verkeerd verlangen in zich had gehad, dan was dit instrument voor dit ganse leven gesmoord en gestikt! Wanneer er slechts één klein, onrechtvaardig, afdalend, afbrekend verlangen van de mens naar dat demonengedoe uitgaat, deze dat verlangt en wil, is de Godheid reeds gesmoord! Alleen dan is de macht, de kracht, het welzijn en de rechtvaardigheid van de Messias in staat, u vast te houden, geen Meester! Het voorbeeld dat Christus gaf: Doe en handel zo, laat geen haat uit uw ogen stralen; is dan het bezit voor de reïncarnatie! Had André even en wild gevoel gekregen en zijn vuist gebald om terug te slaan, dan was de reïncarnatie vermoord! Maar hij gaf daaraan geen ruimte. Men wordt dus geslagen en getrapt, maar blijft geestelijk Christus, Gethsemané, harmonie en liefde, dan verschijnt CHRISTUS!

Men sleurt hem door de duisternis, hij zat daar en er kwam een demon op hem toe. Maar hij had iets geleerd en dat blijde gevoel -- dat kunt ge dagelijks in de maatschappij beleven -- dat machtige bezit, dat uitdijen, dat jubelde hem toe. Hij zei: Maar wat wilt ge? Ik ben zo-even aangevallen, men heeft mij gekust en verzwolgen en dat wilde ik niet. Ik dien voor iets anders en voor geen gekus. Ik dien voor mijzelf, ik dien de mensheid en wil deze het gouden, universele geluk schenken. Daarvoor wil ik leven. Niet voor gezwam in de Ruimte! En dan kwam er de straling van het menselijke oog in de geestelijke mens van Meester Alcar en zag André dat hij voor zijn Meester stond. Hij zag hem aan, schreide van geluk en riep: Gij zijt het, gij!
Daarom zegt de Meester, wanneer wij aan de grens komen van 'het land van haat' , waar André door een schim werd gewurgd: Ziet u ze?
 
Ja, Meester, moeten wij daarin?
Ze zijn reeds hier, dit is de grens. Verder! Overal hoort men het geestelijke gesis. Maar nu de weg, nu moet u daardoor. Is er nu een sprankje verkeerdheid, maar een klein, een miljoenste deel van een vonkje aan haat of hartstocht in u, dan wurgt de geestelijke persoonlijkheid uw 'ik' , want dan hebt ge door het verkeerde denken contact en stemt u zich af op een ruimte of een wereld waarin mensen van uw eigen soort leven! En dan kunt u roepen of om hulp schreeuwen: Moeder, moeder, moeder! Er is geen moeder in de Ruimte, du u kan helpen en staat ge voor uzelf! Is dat niet rechtvaardig?
Het kind dat vandaag tegen de moeder zegt: 'Ik doe het niet', ligt overmorgen -- en dat overmorgen is dan een eeuw -- aan de voeten van een geestelijke moeder neergeknield en zegt: Moeder, moeder sla mij maar, ik was verkeerd! Kunt u mij vergeven?

Maar het woord 'vergeven' is er niet voor God, noch voor Christus! Het gaat altijd maar weer over vergeven, vergeven, vergeven. De katholieke kerk vraagt en smeekt om vergeving. God heeft niets te vergeven! Ook de Christus niet! Dat woord moet uit het woordenboek van de Ruimte! Het woord 'vergeven' is in disharmonie met de werkelijkheid, want God is Liefde! Ziet u, dat hebt u te verdienen!
Wij waren uit de hellen naar de hemelen gegaan en de boeken kwamen op Aarde. André zorgde met dubbeltjes en centen voor de uitgave ervan en bouwde toen aan zijn innerlijk bezit. Hij stond op een kosmisch fundament dat Golgotha aanvaard, want de Christus leeft in 'Een Blik in het Hiernamaals'. Onderweg zag hij een machtige verschijning, die hem toelachte en zij: 'Andre' Ja, wie bent u?

Dat zal je later wel zien. En komt het tweede, het derde, het vierde, het vijfde? Ja, zei Meester Alcar, is het niet machtig, ziet ge dat leven uitdijen? De wil om te schrijven wat is dat? Wij vragen niet om moeite of moeheid. Wat is moeheid? Wij maken dat lichaam kapot, dat mij dient om mij tot de reïncarnatie voor de Ruimte, voor de ziel en de geest, voor het licht en het vader en moederschap te voeren. Dat lichaam zal mij dienen.
Wij hebben, zei André, met geen moeheid te maken. Bloed, wat is bloed? Mijn innerlijke, geestelijke bloed is het essentiële, dat is het plasma voor de Macrokosmos en wil ik me eigen maken. Wij gaan schrijven!
De wil om het af te maken ten opzichte van: Hé, wat gaat ge nu beginnen? Het machteloos staan tegenover de mens met bezit, de geleerde mens, de intellectualiteit, die zei: Schrijft u nog langer van deze eenvoudige boeken? Dit is kinderlijk.

Ja, kinderlijk reinheid en waarheid!
André, wat is er toch, scheelt jou iets mijn kind? Kan je het mij, je vader en je moeder niet vertellen? Kom, spreek! Men was tezamen in de omgeving van Hendriks, niet waar. Meester Alcar begon om Jozef heen. Toen het woord 'Jozef' kwam, haalde hem dat uit de trance. Hij kreeg de naam 'André' -- een leven uit Frankrijk -- toen konden wij beginnen en maakten wij de reizen. De boeken van 'Een Blik in het Hiernamaals' kwamen op Aarde en hij ging door, hij wilde vechten. Hij moet, zei Meester Alcar tegen mij, naar de Macrokosmos en zal e Kosmologie beleven, maar waar en hoe dat straks moet gebeuren, dat ligt alleen in handen van de Messias en niet van een Meester uit de zevende sfeer. Toe kwam 'Zij, die terugkeerden uit de dood, de geestelijke romans om u de 'kist' te laten zien en stond Gerard voor hem, op het kerkhof werd Jozef uitgelachen.

Lach jij maar zei Jozef.
Hé, hé, hé, hé, ik zit nog dagelijks op magere Hein en nog nooit heeft hij mij toegesproken. Maar korte tijd later zat Gerard aan Gene Zijde en dacht: Mijn God, ik heb het tegen Jozef gezegd en ben zelf die magere Hein. En dan kwam het gevecht van Gerard met zijn Meester: Alles hier is krankzinnig. Ja, zei de Meester, hier leven miljoenen mannen en vrouwen en die zijn allemaal krankzinnig, alleen u bent wijs.
Wij zijn allen gek, ziet u, maar die gek halen wij eruit. Het verkeerde denken moet plaats maken voor reëel voelen en denken. Toen kwam de strijd en de ontzettende wil van Gerard. Het barste in hem los, hij vloog op en bestormde de duisternis, roepende: Als ik daar jullie allemaal in mijn klauwen kan krijgen, dan zal ik jullie leren hoe het te moeten doen. Het kind was niet te houden!

Bent u nieuwsgierig waar hij nu leeft? Wij weten waar hij nu is. Als André
Gene Zijde besteeg om hem te ontmoeten -- Meester Alcar gaf u dat beeld om u te laten zien hoe u reïncarneert en uitdijt -- stond Gerard daar en had hij Meester Jozef te aanvaarden en gingen ze in gedachten naar Den Haag terug, naar het ogenblik dat Gerard op de bok zat, met zijn zweep stampte en smalend lachte. En dan vloeien er tranen van spijt hem over de wangen? Nee, hij was als geslagen en zei: Mijn God, mijn God, wat zegt een mens toch vreselijke dingen, die hij niet kent.
En hij vervloekt zich dagelijks wel duizenden malen, omdat hij niet wilde weten en zichzelf niet kende. En dan wandelen beiden, kinderen van de Aarde, hand in hand aan Gene Zijde door die sfeer en zei Gerard: Zijn wij nu één?
Och och, och. Indien alleen maar dit gevoel in u kon ontwaken. Indien u dagelijks maar kon beginnen aan die ene Gerard, de koetsier! Wat dan, hoe, dan?

Wanneer wilt ge aan de Kosmologie, het gevecht voor het 'Ontstaan van het Heelal' -- want daarheen gaan we -- nu beginnen? Waarom wordt ge geen Gerard, de koetsier? Waarom neemt ge hem niet in uw hart? Daarna, welzeker, dan eerst -- zoals ik begon -- staan we in de Tempel van Isis en wordt het menes, maar we mogen niet verkeerd denken! Indien wij verkeerd zouden denken -- zei ik -- , dan voelt de Hoge Priester waarheen we gaan en begrijpt hij, dat wij aan de geestelijke afbraak -- voor hem dan -- zijn begonnen en wil zeggen: Wij hebben ons één te maken hier met de bloemen in de levenstuinen van Isis naarmate hij ze ons zal schenken door zijn wijsheid, want hij weet, dat wij worden gevolg. Zie hier deze schone bloem. Kijk, ziet ge de uitstraling van het bericht, op deze bloem ligt het bericht aan ons leven: Wees voorzichtig, ge wordt gevolgd? Het Leven heeft de kelk, dit reine moederschap, de astrale boodschap, ontwikkeld met haar levenssap. Weet de bloem of een insectje, hoe vreselijk het bezield kan worden door het leven van de Ruimte? Dat beeld gaf u 'Tussen Leven en Dood'. Maar voor André Isis kon beleven stond hij bij de haven voor het gedonder van de Macrokosmos, viel kreunend en kermend van pijn ineen en zei: Ik kan niet meer, ik kan niet meer. Ik kan die Macrokosmos niet langer dragen. Ik sta alleen.

Waar is Christus nu om mij te helpen? Nog kwamen de woorden, de vraag: Zeg, daarginds in het Al, interesseert u Jeruzalem niet meer? Gij zijt toch in Jeruzalem gegeseld, bespuwd, geslagen en tenslotte aan het kruis getimmerd? Voor wat, is dit niet hetzelfde? Interesseert u Jeruzalem dan niet meer? Dan kan ik het wel opgeven en zijt Gij een onvindbare!
Hebt ge nimmer een mens zien zwoegen, ploeteren en zoeken om God en Christus? een mens gaat over levenszeeën van Moeder Aarde en vraagt in Japan: Weet u iets van God en Christus? Is er verdoemdheid? Of aan een Mohammedaan: Wat weet u van God, de bijbel geeft mij twijfel.
Wanneer God, de Ruimte, een waarachtig mens ontmoet, die zoekt en wil, dan staat het geestelijke beeld voor u. Gedurende de vakantie zag André zo'n beeld. Als u ontzagwekkend ernstig wilt, is Christus er ook -- zei ik u. Dat beleefde André. Toen hij 's nachts bij de boulevard tot aan de borst in zee ging, zei hij:

Dan voel ik tenminste nog de afkoeling, want het brandt zo in mijn hersenen en in mijn bloed. Ik wil Christus spreken! Aan Meester Alcar, Meester Cesarino, Damaskus, de Halve Maan en Umbronus heb ik niet genoeg. Het gaat op dit ogenblik hier om Jeruzalem, om de mensheid! Ik sta te midden van dit Universum en ben gereïncarneerd door mijn wil, mijn arbeid en mijn dienen. Ik houdt van miljoenen mensen en kan niet alleen van één mens houden, ik heb deze gehele mensheid lief! Kus mij niet langer, wereld, vraag niet langer liefde van mij als enkeling, want ik zoek naar uw vaders en moeders. De Meesters waren aanwezig. Zo, zei André, bent u er ook? Ja, zei Dr. Brandts, een Meester uit de zevende sfeer, gaat het niet, André? Nee, het gaat niet.

Ja, moeilijk hé, ontwikkeling, verruiming, moeilijk. Maar wij dienden het ook! Je zult bezwijken. Bezwijk toch, ga maar kapot, ga er toch in als je wilt verdrinken! Wil jij verdrinken, wil je eruit, André? Ja? Nu, loop er dan maar in en verdrink maar! Het kan ons niet schelen, niets! Dacht jij hulp te krijgen, dacht je waarlijk van de Ruimte hulp te krijgen, jij, die treurmuziek vertolkt en zegt: Meester, nu gebeuren er ongelukken? Wij gaan dat 'ongelukken' tegemoet, want wij weten waarvoor jij openstaat en wat jij hebt gekund. Wij zeiden altijd: Blijf Jeus, die zal jou door het Universum sturen. Maar nu ben je André! Jeus van moeder Crisje spreekt 'plat' en dan ligt de Universiteit te apegapen, maar ook het 'gedonder' van een stadse persoonlijkheid, ook het geknoei, de afbraak en de vernietiging. Alles bezwijkt door de eenvoud van Jeus, het kind van moeder Crisje! En nu ben jij André!
André luisterde.
Tot zover,
Meester Zelanus. 

                                        EEN OPROEP VAN EEN ENGEL.
Ik ben wachtende. Wachtende tot in u het gevoel voor Golgotha ontwaakt: Wachtende tot uw wil de kracht bezit om uw leven op dat Van Jezus Christus af te stemmen. Ik ken uw moeilijkheden - ging ik zelf niet door de duisternis naar het licht? Tergend is de dood van het goede voornemen, tergend het bezwijken. Herinner u echter het woord, dat uit uw Goddelijke Vader is en dat ook mij telkens uit de val deed opstaan: Ik, de Schepper van deze Ruimten gaf aan u Mijn Leven en door Dit bezit u de kracht om tot Mij terug te keren: Stel deze waarheid boven uw leven en vecht zolang tot zij uw deel is. Onzegbaar moeilijk is deze strijd, elke Hemeling zal het u getuigen. Onzegbaar heerlijk echter is de overwinning, ook dit kan de Hemeling u getuigen:

Ik ben wachtende tot u die strijd begint, ernstig en met inzet van al uw vermogen. Speel niet langer en volsta niet meer met halve bedoelingen. U bent Goddelijke Kinderen, voel wat dit zeggen wil: Keer in uzelf, immer en immer en leer uw wezen kennen. Bewijs God dat u niet slapende of stervende bent, maar daarentegen levend, volbewust en bezield. Dan zult u ingaan in dat wat God als Alvermogend Vader voor u bewaart. Wij als Engelen willen u optrekken in de geestelijke levensgraad, in die, waarin u de diepten en mogelijkheden van God en Christus leert kennen en benutten.

Vooruit dan:
Waarom dan getalmd?
Waarom nog langer uw afbrekende eigenschappen te dienen? Waarom nog langer gebogen te gaan onder de ketenen van uw verkeerde verlangens? Zie niet in een ander kind van God uw vijand. Hamer niet in op een gevoelsleven in dat u niet begrijpt. Kijk naar uw eigen, onvolkomen ik. Val dát aan en breek dat af: Bedenk dat elke gedachte, elke handeling, die niet op de Goddelijke Harmonie is afgestemd, u naar Golgotha voert, naar de plek, waar Gods volmaakte Kind de liefde, de dienstbaarheid, universele kracht en betekenis gaf.

Daar komend zal u uw hoofd moeten buigen, wanneer ook maar één eigenschap, één gering gevoel die almacht mist. Het woord, dat Christus daar door Zijn daad sprak, is oneindig. Dit woord is WET voor al het leven van God. Het eist dat u elke eigenschap tot harmonie brengt. Aanvaard van ons, die telkens tot Golgotha gaan om onze liefde, onze rechtvaardigheid te toetsen aan die van onze Goddelijke Zaligmaker, dat beloften, gebeden noch gevoelens van berouw die wet in haar strengheid verzwakken. Alleen de daad telt hier, alleen de daad voert u binnen in het Koninkrijk Gods, dat Christus op de smarteplaats  beloofde.

Neem met dit weten uw leven opnieuw in handen:
DOE HET NU!!
Laat mijn woord, mijn bezieling op u inwerken en nieuwe kracht, nieuwe moed stromen toe. Begin opnieuw en herhaal dit, als u desondanks weer in uw fouten vervalt.
Zo bouwden zich uit de hellen de hemelen op en wonnen zij aan licht en inhoud.

Vele Engelen wachten verlangend om tot u te komen Zij willen tot uw leven spreken en u zeggen, hoe zij hun geluk verdienden. Zij en ik hebben u lief, ondanks uw fouten.
Laat dit weten u vergezellen waar u gaat en u zult uw denken en voelen zien verruimen. Dan nadert u Golgotha niet langer als een verrader, maar als een waarachtig kind van God, dat zich in overgave wil laten leiden door de Mentor van al het leven: JEZUS CHRISTUS, die alle Goddelijke beloften in Zijn Leven vervuld zag!
Meester Hamet.    

 

PAgina 2.
HOME.